Procedure : 2011/0127(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0082/2012

Ingediende teksten :

A7-0082/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/04/2012 - 6.1
CRE 19/04/2012 - 6.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0131

AANBEVELING     ***
PDF 164kWORD 87k
27.3.2012
PE 480.602v02-00 A7-0082/2012

over het ontwerpbesluit van de Raad inzake de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Centraal-Afrikaanse Republiek inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT)

(14034/2011 – C7‑0046/2012 – 2011/0127(NLE))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Elisabeth Köstinger

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerpbesluit van de Raad inzake de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Centraal-Afrikaanse Republiek inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT)

(14034/2011 – C7‑0046/2012 – 2011/0127(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–   gezien het ontwerpbesluit van de Raad (14034/2011),

–   gezien de vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Centraal-Afrikaanse Republiek inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT) (14036/2011),

–   gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, leden 3 en 4, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a) v), en artikel 218, lid 7 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7-0046/2012),

–   gezien artikel 81 en artikel 90, lid 7, van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7-0082/2012),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  vraagt de Commissie om regelmatig aan het Parlement te rapporteren over de voortgang van de uitvoering van de bestaande vrijwillige partnerschapsovereenkomsten (VPA’s) en over de onderhandelingen en uitvoering van nieuwe VPA’s;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Centraal-Afrikaanse Republiek.


TOELICHTING

Inleiding

Het actieplan van de EU van 2003 voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT)(1) voorzag in de totstandkoming van partnerschappen met houtproducerende en uitvoerende landen om te waarborgen dat alleen legaal gekapt hout wordt verhandeld en voor het bevorderen van goed governancebeleid in de bosbouw. Terwijl het FLEGT initiatief zich verder ontwikkelt, heeft de EU een aantal vrijwillige partnerschapsovereenkomsten (VPA’s) gesloten.

De handelsovereenkomst met de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), ondertekend op 28 november 2011, is na de vrijwillige partnerschapsovereenkomsten met Ghana, Congo en Kameroen, de vierde van dit type waarover de EU met een Afrikaans land heeft onderhandeld. Onderhandelingen inzake vrijwillige partnerschapsovereenkomsten met twee andere landen uit het Congobekken, de Democratische Republiek Congo (DRC) en Gabon, evenals met Maleisië en Vietnam zijn in volle gang. Onderhandelingen met Indonesië en Liberia werden in mei 2011 afgerond.

Net als de vorige vrijwillige FLEGT-partnerschapsovereenkomsten biedt de overeenkomst met de Centraal-Afrikaanse Republiek een instrument voor het bestrijden van illegale houtkap, voor het ondersteunen van een betere regulering, governance en wetshandhaving in de bosbouwsector van het land, evenals voor het verstevigen van marktkansen voor houtproducten vanuit de Centraal-Afrikaanse Republiek in Europa.

Tegelijkertijd verbindt de vrijwillige partnerschapsovereenkomst het partnerland om een wetgevingskader en systemen te ontwikkelen voor het traceren, wettelijk controleren en verlenen van vergunningen voor hout en houtproducten die naar de EU-markt worden geëxporteerd, en het instellen van monitoring en onafhankelijke controle.

Net als bij vorige FLEGT-partnerschapovereenkomsten is de goedkeuring van het Europees Parlement voor het afronden van deze vrijwillige partnerschapovereenkomst vereist.

De EU-CAR-vrijwillige partnerschapovereenkomst

Bossen beslaan ongeveer 54.000 km2 ofwel 8,7% van het grondgebied van de Centraal-Afrikaanse Republiek. De bosbouwsector levert een bijdrage van 4 procent aan het BBP van het land en 40% aan de exportinkomsten. 60 % van het Centraal-Afrikaanse hout wordt naar Europa geëxporteerd. Andere belangrijke exportmarkten zijn China, Noord-Amerika en Afrika (Kameroen en Tsjaad).(2)

In de Centraal-Afrikaanse Republiek komt bosdegradatie hoofdzakelijk voor door tekortschietende wetshandhaving en monitoring als gevolg van het ontbreken van mankracht, materiaal en financiële middelen, die tot illegale houtkap, houtdiefstal en bosbranden hebben geleid. Tegelijkertijd is de Centraal-Afrikaanse Republiek een van de eerste van de landen in het Congobekken geweest die bosbeheer en inventarisatie heeft toegepast en verantwoord bosbeheer heeft bevorderd. Voor meer dan 3 miljoen hectare van het Centraal-Afrikaanse regenwoud, in het zuidwesten van het land, zijn industriële vergunningen uitgegeven, voornamelijk aan Europese ondernemingen. Houtkapbedrijven moeten exploitatie- en beheervergunningen hebben, zoals vastgesteld in het bosbouwwetboek van de Centraal-Afrikaanse Republiek, en deze zijn afhankelijk van bosbeheerplannen.

De vrijwillige partnerschapovereenkomst is een aanvulling op de regelgeving die reeds op nationaal niveau werd gerealiseerd. Met deze overeenkomst verbindt de Centraal-Afrikaanse Republiek zich om alleen houtproducten die aan de wettelijke eisen voldoen met de EU te verhandelen. Om deze reden zal het land systemen voor de gehele leveringsketen invoeren, voor de controle van de naleving van de wettelijke voorschriften en traceerbaarheid, van kapnormen tot controle op uitvoerzendingen, en uiteindelijk voor de afgifte van FLEGT-exportvergunningen. Naast de diverse niveaus van interne controle, zullen geregeld onafhankelijke controles worden uitgevoerd om alle aspecten van het systeem ter garantie van de wettelijke bepalingen van de Centraal-Afrikaans Republiek te controleren. Tegelijkertijd zal de EU een gunstige markttoegang voor alle houtproducten afkomstig vanuit de Centraal-Afrikaanse Republiek garanderen.

Deze overeenkomst betreft alle houtproducten, inclusief houtsnippers voor brandstof, blokken, gezaagd hout, fineer en meubelen van hout. Het systeem van de Centraal-Afrikaanse Republiek voor de controle van de wettigheid van hout en houtproducten is van toepassing op alle uitvoer, niet alleen op de uitvoer naar de EU. Het betreft bovendien hout dat uit andere landen werd geïmporteerd en na bewerking in de Centraal-Afrikaanse Republiek zal worden geëxporteerd. Hout en houtproducten die voor de binnenlandse markt zijn bestemd, zijn echter van deze overeenkomst uitgesloten. Ook zijn hout en houtproducten van gemeenschapsbosbouw en kleinschalige bosbouwpercelen hiervan uitgesloten. Het bosbouwwetboek van 2008 voorziet hiervoor echter het verlenen van een vergunning als gevolg waarvan hout of houtproducten van deze kleinschalige percelen in de toekomst naar Europa uitgevoerd kunnen worden.

De definities van wettigheid voor hout en houtproducten uit de Centraal-Afrikaanse Republiek werden opgesteld in een proces met verschillende belanghebbenden, waaraan de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en vertegenwoordigers van overheidsinstellingen deelnamen. De diverse belanghebbenden in de bosbouw die bij de onderhandelingen over de overeenkomst waren betrokken, zullen door middel van een breed nationaal comité van toezicht een bijdrage aan de uitvoerings- en monitoringfase blijven leveren.

Een platform voor governance op bosbouwgebied, bestaande uit niet-gouvermentele organisaties en het maatschappelijk middenveld, zullen de uitvoeringsactiviteiten van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst blijven volgen en de observaties aan het gemengd comité voor de tenuitvoerlegging (Joint Implementation Committee – JIC) van de EU en de Centraal-Afrikaanse Republiek rapporteren om toe te zien op de volledige reikwijdte van de overeenkomst. Om de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld te waarborgen, voorziet de vrijwillige partnerschapsovereenkomst capaciteitsopbouw en training inzake onafhankelijke controle.

De regenwouden van de Centraal-Afrikaanse Republiek bieden een plek aan vele inheemse gemeenschappen die afhankelijk zijn van het gebruik van bosrijkdommen. Terwijl het wettelijke kader van de vrijwillige partnerschapovereenkomst voor hout uit de Centraal-Afrikaanse Republiek voorziet in de rechten van de inheemse gemeenschappen, dient hun recht op de grond en eigendom van grond middels juridische hervormingen op nationaal niveau nog aangepakt en verduidelijkt te worden. Ondanks het feit dat het proces rond de vrijwillige partnerschapovereenkomst een dialoog mogelijk heeft gemaakt en heeft geleid tot meer aandacht voor de gebruiksrechten van zowel de inheemse als de lokale gemeenschappen, dient toezicht gehouden te worden op het op gang gebrachte wetgevingsproces.

De nieuwe Europese Houtverordening(3) die in maart 2013 in werking zal treden, verbiedt de verkoop van hout en houtproducten van illegale oorsprong in de EU, en de verwachting is dat deze, in combinatie met de vrijwillige partnerschapovereenkomsten, het illegaal en niet-duurzaam exploiteren van bosbouw zal ontmoedigen en als dusdanig een van de pijlers van bosdegradatie zal aanpakken. Bovendien zal de Verordening naar verwachting de algehele uitvoering van de vrijwillige partnerschapovereenkomst doen versnellen; deze verloopt tot op heden nogal traag. In feite is het VPA-ratificatieproces alleen in Ghana en Kameroen afgerond.

Conclusies

Tezamen met het instellen van een partnerschapinstrument voor het verbeteren van de beheernormen, duurzaamheid en verantwoordingsplicht in de bosbouwsector, is het de verwachting dat de VPA een positieve bijdrage kan leveren aan de algehele ontwikkeling en groei van de Centraal-Afrikaanse Republiek, inclusief het beschermen van inkomsten gegenereerd door uitvoer van hout naar de EU en andere internationale markten. In de toekomst zullen belastingopbrengsten van industriële bosbouwexploitatie meer en meer ook aan de lokale economie en gemeenschappen in de Centraal-Afrikaanse Republiek toekomen.

Omdat de VPA stappen biedt naar een betere governance in de bosbouw en de overeenkomst breed wordt gedragen, liggen de uitdagingen op het gebied van een effectieve uitvoering. De Centraal-Afrikaanse Republiek is momenteel betrokken bij de uitvoeringsactiviteiten, inclusief de ontwikkeling van de verificatie van de wettigheid, nieuwe wetgeving en het institutionele kader, parallel met het ratificatieproces. De technische en financiële ondersteuning van de EU voor de uitvoering van de vrijwillige partnerschapovereenkomst zal essentieel zijn.

Omdat bosbouw een belangrijke bijdrage levert aan de exportinkomsten van de Centraal-Afrikaanse Republiek, dient de verificatie van de wettigheid van houtuitvoer tegelijk met de regulering van de binnenlandse markt aangepakt te worden. Ondanks dat uw rapporteur het waardeert dat het VPA-proces een positief algemeen effect heeft op bosbouwbeheer in het partnerland, zou zij graag een termijn willen stellen voor het aanpakken van de naleving van de wettelijke voorschriften, tevens voor de lokale markt.

Het is de verwachting dat de VPA in januari 2014 volledig operationeel zal zijn, inclusief de afgifte van FLEGT-vergunningen. Partijen zijn overeengekomen dat in 2013 de totstandkoming van het systeem beoordeeld zal worden. Ook zal opdracht voor een onafhankelijke evaluatie van het FLEGT-vergunningstelsel worden gegeven. Als gevolg van het ambitieuze tijdschema en de noodzakelijke maatregelen voor de regelgeving en capaciteitsopbouw die door de Centraal-Afrikaanse Republiek getroffen dienen te worden, zal een zorgvuldige evaluatie vereist zijn.

Bovendien dient opgemerkt te worden dat de vrijwillige partnerschapovereenkomsten niet het enige lopende proces zijn ter versterking van duurzame bosbouw in de partnerlanden van de EU. Derhalve dient bij het herzien van het wettelijke en regelgevingkader van de Centraal-Afrikaanse Republiek aandacht te worden gegeven aan de samenhang met de toezeggingen t.a.v. FLEGT en met name t.a.v. de REDD-processen (reductie van broeikasgasemissies als gevolg van ontbossing en bosdegradatie).

Terwijl wordt aanbevolen dat het Parlement de overeenkomst goedkeurt, benadrukt uw rapporteur dat zowel de overheid van de Centraal-Afrikaanse Republiek als de Europese Commissie voldoende aandacht dienen te geven aan het effectief en tijdig handhaven van de VPA, inclusief capaciteitsopbouw, deelname van lokale gemeenschappen, bescherming van inheemse gemeenschappen en algemene voorlichting over de VPA bij de diverse belanghebbenden.

Uw rapporteur herhaalt het verzoek van het Parlement(4) voor regelmatige rapportages over de voortgang van zowel de uitvoering van de goedgekeurde vrijwillige partnerschapovereenkomsten en over de onderhandelingen en uitvoering van nieuwe overeenkomsten. Bovendien vraagt uw rapporteur de Commissie en de lidstaten om te blijven waarborgen dat een effectieve uitvoering van een groter aantal VPA’s met volwaardige financiële middelen wordt ondersteund.

Daarnaast wijst uw rapporteur op het feit dat de maatregelen voor de uitvoering van VPA in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011, houdende de regels en algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren, aangenomen moet worden(5). Ten aanzien van het aanpassen van de bijlagen van de VPA, benadrukt uw rapporteur de noodzaak om de toekomstige bevoegdheidsdelegatie volledig volgens de prerogatieven van het Parlement in acht te nemen, volgens het regime van gedelegeerde handelingen (artikel 290 TFEU).

1.3.2012

ADVIES VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

aan de Commissie internationale handel

over het ontwerpbesluit van de Raad inzake de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Centraal-Afrikaanse Republiek inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT)

(14034/2011 – C7-0046/2012 – 2011/0127(NLE))

Rapporteur voor advies: Bart Staes

PA_Leg_Consent

BEKNOPTE MOTIVERING

In de Centraal-Afrikaanse Republiek wordt 31% van de oppervlakte bedekt door tropische bossen. Bosbouw is de belangrijkste werkgever in de particuliere sector van het land, levert een bijdrage van 4% aan het bnp en vormt 40% van de totale inkomsten uit export. In het kader van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst is de Centraal-Afrikaanse Republiek van plan een nationaal systeem op te zetten om naleving van de wet- en regelgeving in de houtindustrie te garanderen zodat alle houtproducten worden gedekt, zowel de producten die bestemd zijn voor de EU als de producten die worden verkocht op de binnenlandse markt en op markten buiten de EU.

Enkele kwesties moeten echter nog naar behoren worden aangepakt. De binnenlandse markt is uitgesloten van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst, terwijl daar talloze houthakkers te vinden zijn die met een bijl of kettingzaag werken en vaak informeel, illegaal of niet duurzaam te werk gaan. In deze context is het belangrijk te garanderen dat kleine bosbouwbedrijven die de binnenlandse markt bedienen, professioneel, winstgevend en duurzaam zijn.

In het land zijn veel gemeenschappen afhankelijk van bosbouw; zij worden als de armste bevolkingsgroepen beschouwd en hebben nog steeds geen gewaarborgde toegang tot van oudsher bestaande stukken grond, hulpbronnen en openbare diensten. Gemeenschappen zoals de Aka-pygmeeën en de Mbororo hebben hun beklag gedaan over het gebrek aan rechtsgrond om op gelijke voet met de staat over pachtrechten op land te beschikken, wat adequaat bosbeheer in de weg staat. Bovendien heeft het maatschappelijk middenveld weinig bewegingsvrijheid om deze gemeenschappen te helpen, als gevolg van beperkte politieke ruimte voor acties van maatschappelijke organisaties.

Daarnaast wordt belangrijke wetgeving zoals de milieuwet, de agro-pastorale wet, het ontwerpproject over de bevordering en de bescherming van lokale gemeenschappen en de wet inzake grond in particulier en staatsbezit, slechts ten dele toegepast en niet uitvoerig gecontroleerd. Deze tekortkomingen hebben geleid tot ongecontroleerde houtdiefstal en verbranding van kreupelhout. Zowel lokale gemeenschappen als het maatschappelijk middenveld hebben expliciet gevraagd om eerbiediging van het recht op raadpleging, als vastgelegd in het IAO-Verdrag nr. 169 dat door het land in 2010 werd geratificeerd. De vrijwillige partnerschapsovereenkomst zal een eerste test zijn voor de doeltreffende toepassing van inheemse rechten.

In de vrijwillige partnerschapsovereenkomst moet ook worden gepleit voor coherentie in het ontwikkelingsbeleid. Het eerste terrein beslaat de huidige FLEGT, vallend onder het ministerie van Bosbouw, en de REDD-programma's (reductie van broeikasgasemissies ten gevolge van ontbossing en bosdegradatie) van het Ministerie van Milieu, die op hetzelfde moment plaatsvinden maar onderlinge afstemming op het gebied van bosbeleid ontberen. Het tweede terrein moet zich toespitsen op een grondig onderzoek naar de rol van de industriële houtkap, die in de vrijwillige partnerschapsovereenkomst niet volledig is geanalyseerd als een huidige of mogelijke toekomstige reden voor houtkap, ondanks het feit dat er al voor een gebied van drie miljoen hectare actieve bosbouwvergunningen zijn toegekend.

Ten slotte moeten de EU en de Centraal-Afrikaanse Republiek de transparantie en hervormingen waarborgen in andere takken van de winningsindustrie (bijv. rubber, palmolie, mijnbouw en olie) die mogelijk een impact zullen hebben op het huidige FLEGT-voorstel.

******

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel het Parlement voor te stellen zijn goedkeuring te geven.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.2.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Ricardo Cortés Lastra, Nirj Deva, Leonidas Donskis, Charles Goerens, Filip Kaczmarek, Franziska Keller, Miguel Angel Martínez Martínez, Maurice Ponga, Birgit Schnieber-Jastram, Eleni Theocharous, Patrice Tirolien, Gabriele Zimmer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Isabella Lövin, Gesine Meissner, Cristian Dan Preda, Bart Staes, Patrizia Toia

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Joseph Cuschieri, Zita Gurmai, Claudiu Ciprian Tănăsescu

(1)

COM(2003) 251

(2)

http://www.euflegt.efi.int/files/attachments/euflegt/carbriefingnote_english_lores_online.pdf.

(3)

Verordening (EU) No 995/2010.

(4)

P7_TA-PROV(2011)0008.

(5)

PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Damien Abad, Laima Liucija Andrikienė, Maria Badia i Cutchet, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Marielle de Sarnez, Yannick Jadot, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Vital Moreira, Paul Murphy, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Gianluca Susta, Keith Taylor, Iuliu Winkler, Jan Zahradil, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Josefa Andrés Barea, George Sabin Cutaş, Mário David, Elisabeth Köstinger, Jörg Leichtfried, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Gabriel Mato Adrover

Juridische mededeling - Privacybeleid