VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde maatregelen die met het oog op de instandhouding van de visbestanden worden genomen ten aanzien van landen die niet‑duurzame visserij toelaten
25.4.2012 - (COM(2011)0888 – C7‑0508/2011 – 2011/0434(COD)) - ***I
Commissie visserij
Rapporteur: Pat the Cope Gallagher
PR_COD_1amCom
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde maatregelen die met het oog op de instandhouding van de visbestanden worden genomen ten aanzien van landen die niet‑duurzame visserij toelaten
(COM(2011)0888 – C7‑0508/2011 – 2011/0434(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0888),
– gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 207, lid 2, en 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0508/2011),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7-0146/2012),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(2 bis) De Unie moet de invoer van vis uit een land dat bezwaren heeft ingediend tegen of afbreuk doet aan een beheers- of instandhoudingsmaatregel in het kader van een ROVB kunnen weigeren. |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 6 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(6) De maatregelen moeten gericht zijn tegen de prikkels die de vloten van landen die niet-duurzame visserij toelaten, stimuleren om op het bestand van gemeenschappelijk belang te vissen. Dit doel kan onder meer worden bereikt door een verbod op de invoer van vangsten van vaartuigen die onder de verantwoordelijkheid van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat, vissen op een bestand van gemeenschappelijk belang, door de levering van havendiensten aan dergelijke vaartuigen te beperken of door te voorkomen dat een EU‑vissersvaartuig of EU‑visserijapparatuur wordt gebruikt om onder de verantwoordelijkheid van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat, te vissen op bestanden van gemeenschappelijk belang. |
(6) De maatregelen moeten gericht zijn tegen de prikkels die de vloten van landen die niet-duurzame visserij toelaten, stimuleren om op het bestand van gemeenschappelijk belang te vissen. Dit doel kan onder meer worden bereikt door een beperking van de invoer van alle vis en visserijproducten die afkomstig zijn van een land dat niet-duurzame visserij toelaat, alsook van de geleverde havendiensten aan vaartuigen die de vlag van een dergelijk land voeren, of door te voorkomen dat EU-vissersvaartuigen of EU-visserijapparatuur worden gebruikt om onder de verantwoordelijkheid van een land dat niet-duurzame visserij toelaat, te vissen op bestanden van gemeenschappelijk belang. |
Motivering | |
Deze verordening moet de EU voorzien van een krachtig instrument dat een zo grootschalig mogelijk optreden mogelijk maakt, en mag niet beperkt blijven tot "bestanden van gemeenschappelijk belang" of "samen met de doelsoort gevangen soorten". | |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(8) Dergelijke maatregelen mogen slechts worden vastgesteld nadat is nagegaan welke gevolgen zij kunnen hebben op ecologisch, economisch, sociaal en handelsgebied. |
(8) Om ervoor te zorgen dat de beoogde maatregelen niet op zodanige wijze worden toegepast dat zij leiden tot willekeurige of niet te rechtvaardigen discriminatie tussen landen waar dezelfde voorwaarden gelden, dan wel tot een verkapte beperking van de internationale handel, mogen dergelijke maatregelen slechts worden vastgesteld nadat is nagegaan welke gevolgen zij kunnen hebben voor het milieu, de handel, de economie en de samenleving. |
Motivering | |
Dit amendement vervangt amendement 2 van het ontwerpverslag. | |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze verordening bevat het kader voor de vaststelling van bepaalde maatregelen in verband met visserijgerelateerde activiteiten en beleidslijnen van derde landen en heeft tot doel de langetermijnduurzaamheid van visbestanden van gemeenschappelijk belang voor de Europese Unie en die derde landen te waarborgen. |
1. Deze verordening bevat een kader voor de vaststelling van bepaalde maatregelen door de Commissie in verband met de visserijgerelateerde activiteiten en beleidslijnen van derde landen en heeft tot doel de duurzaamheid van visbestanden van gemeenschappelijk belang voor de Europese Unie en die derde landen op lange termijn te waarborgen. |
Motivering | |
Taalkundig amendement ter verduidelijking. | |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) bestand van gemeenschappelijk belang": een visbestand dat geografisch zo is verspreid dat het beschikbaar is voor de vloten van zowel lidstaten als derde landen, en dat in samenwerking tussen deze derde landen en de Unie moet worden beheerd; |
(a) "bestand van gemeenschappelijk belang": een visbestand dat geografisch zo is verspreid dat het beschikbaar is voor de vloten van zowel de lidstaten als derde landen, en dat in samenwerking tussen deze derde landen en de Unie moet worden beheerd, of een visbestand dat wordt beheerd in het kader van een ROVB waaraan de Unie deelneemt; |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) "samen met de doelsoort gevangen soort": een vissoort die in het kader van gemengde visserij samen met een bestand van gemeenschappelijk belang wordt gevangen; |
Schrappen |
Motivering | |
Sluit aan bij de amendementen op overweging 6 en artikel 4, onder c) en d). | |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) "gemengde visserij": een visserij waarbij meerdere soorten in het beviste gebied aanwezig zijn en met het vistuig kunnen worden gevangen; |
Schrappen |
Motivering | |
Gezien amendementen 1 en 3 is deze definitie niet langer nodig. | |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 1 – letter b – punt ii | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(ii) dergelijke maatregelen heeft vastgesteld zonder rekening te houden met de rechten, plichten en belangen van andere partijen, waaronder de Europese Unie, en die maatregelen voor visserijbeheer aanleiding geven tot visserijactiviteiten die het bestand onder het peil zouden brengen dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, wanneer deze maatregelen worden bekeken in combinatie met maatregelen die de Unie autonoom of in samenwerking met andere landen heeft genomen. |
(ii) dergelijke maatregelen heeft vastgesteld zonder rekening te houden met de rechten, plichten en belangen van andere partijen, waaronder de Europese Unie, en die maatregelen voor visserijbeheer aanleiding geven tot visserijactiviteiten die het bestand onder het peil zouden brengen dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, wanneer deze maatregelen worden bekeken in combinatie met maatregelen die de Unie autonoom of in samenwerking met andere landen heeft genomen, of |
|
|
(c) er niet in is geslaagd of heeft geweigerd uitvoering te geven aan de beheersmaatregelen die binnen de ROVB die het bestand beheert, zijn aangenomen. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Voor de toepassing van lid 1, onder b) ii), wordt het peil van de bestanden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, bepaald op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies. |
2. Voor de toepassing van lid 1, onder b) ii), bepaalt het beste beschikbare wetenschappelijke advies het peil van de bestanden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) kwantitatieve beperkingen worden vastgesteld voor de invoer in de Unie van vis, en visserijproducten vervaardigd van of met die vis, die afkomstig is van een bestand van gemeenschappelijk belang en die gevangen is onder de controle van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat; |
Schrappen |
Motivering | |
Dit lid wordt overbodig aangezien de maatregelen worden vastgesteld in artikel 4, lid 1, onder d). | |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) kwantitatieve beperkingen worden vastgesteld voor de invoer in de Unie van vis van samen met de doelsoort gevangen soorten, en van visserijproducten vervaardigd van of met die vis, die gevangen is bij de visserij op het bestand van gemeenschappelijk belang onder de controle van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat; in dat geval stelt de Commissie vast hoe kan worden bepaald welke vangsten onder de maatregel vallen; |
(d) kwantitatieve beperkingen worden vastgesteld voor de invoer in de Unie van alle vis die gevangen is bij visserij onder de controle van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat op het bestand van gemeenschappelijk belang, alsook van visserijproducten die vervaardigd zijn uit of met die vissoorten; |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) beperkingen worden opgelegd op het gebruik van EU‑havens door vaartuigen die de vlag van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat, voeren en een bestand van gemeenschappelijk belang bevissen, en op het gebruik van EU‑havens door vaartuigen die vangsten in de vorm van vis en visserijproducten vervoeren die afkomstig zijn van een bestand van gemeenschappelijk belang en zijn bovengehaald hetzij door vaartuigen die de vlag voeren van een land dat niet‑duurzame visserij toelaat, hetzij door vaartuigen die een machtiging van een dergelijk land gemachtigd hebben gekregen, maar een andere vlag voeren; dergelijke beperkingen zijn in gevallen van overmacht of in noodsituaties in de zin van artikel 18 van UNCLOS niet van toepassing op de diensten die strikt noodzakelijk zijn om dergelijke gevallen of situaties op te vangen; |
(e) beperkingen worden opgelegd voor het gebruik van EU-havens door vissersvaartuigen die de vlag voeren van een land dat niet-duurzame visserij toelaat; dergelijke beperkingen zijn in gevallen van overmacht of in noodsituaties in de zin van artikel 18 van UNCLOS niet van toepassing op de diensten die strikt noodzakelijk zijn om dergelijke gevallen of situaties op te vangen; |
Motivering | |
Dit amendement vervangt amendement 9 van het ontwerpverslag. | |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) gelden samen met beperkingen van de visserij door EU-vaartuigen of met in de EU geldende productie- en consumptiebeperkingen voor vissoorten, en visserijproducten vervaardigd van of met die vissoorten, waarvoor op grond van deze verordening maatregelen zijn vastgesteld. Wat samen met de doelsoort gevangen soorten betreft, gelden deze beperkingen slechts wanneer deze soorten gevangen zijn terwijl op het bestand van gemeenschappelijk belang werd gevist; |
(b) gelden samen met beperkingen van de visserij door EU-vaartuigen of met in de EU geldende productie- en consumptiebeperkingen voor vissoorten, en visserijproducten vervaardigd van of met die vissoorten, waarvoor op grond van deze verordening maatregelen zijn vastgesteld. |
Motivering | |
Sluit aan bij de schrapping van "samen met de doelsoort gevangen soort" in artikel 4, lid 1, onder d). | |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Bij de vaststelling van maatregelen op grond van deze verordening evalueert de Commissie welke kortetermijn‑ en langetermijneffecten deze maatregelen hebben op ecologisch, economisch, sociaal en handelsniveau, alsmede welke administratieve belasting met de tenuitvoerlegging van de maatregelen gepaard gaat. |
4. Bij de vaststelling van maatregelen op grond van deze verordening evalueert de Commissie welke kortetermijn- en langetermijneffecten deze maatregelen hebben op ecologisch, economisch, sociaal en handelsniveau, alsmede welke administratieve belasting met de tenuitvoerlegging van de maatregelen gepaard gaat, om ervoor te zorgen dat de beoogde maatregelen niet op zodanige wijze worden toegepast dat zij leiden tot willekeurige of niet te rechtvaardigen discriminatie tussen landen waar dezelfde voorwaarden gelden, dan wel tot een verkapte beperking van de internationale handel. |
Motivering | |
Dit amendement vervangt amendement 11 van het ontwerpverslag. | |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Alvorens op grond van artikel 4 maatregelen vast te stellen, geeft de Commissie het betrokken derde land een redelijke kans om schriftelijk op de melding te reageren en de situatie recht te zetten. |
3. Alvorens op grond van artikel 4 maatregelen vast te stellen, geeft de Commissie het betrokken derde land een redelijke kans om binnen één maand na ontvangst van de melding schriftelijk te reageren en de situatie recht te zetten. |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Het in artikel 5, lid 4, bedoelde evaluatieverslag wordt ter beschikking gesteld van het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig de in artikel 10, lid 4, van Verordening nr. 182/2011 omschreven procedure, tezamen met de overige in dit artikel genoemde documenten. |
Motivering | |
Compromisamendement met betrekking tot overweging 8. Met het oog op juridische gevolgen moet de overweging in een artikel worden uitgewerkt. De Commissie is op grond van Verordening nr. 182/2011 verplicht het EP en de Raad te informeren. | |
TOELICHTING
Herhaalde inbreuken op het VN-Verdrag inzake het recht van de zee en de Overeenkomst van de VN inzake visbestanden, en eenzijdige maatregelen die in strijd zijn met de door regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) vastgestelde samenwerkingscriteria voor kuststaten met het oog op een verantwoordelijk beheer van grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende visbestanden, vragen om een adequaat wetsinstrument dat de EU in staat stelt te reageren wanneer de betrokken staten onvoldoende medewerking verlenen.
Er moet krachtig worden opgetreden tegen ieder apert gebrek aan goede wil om naar gezamenlijke maatregelen toe te werken, aangezien dit niet alleen een negatieve uitwerking kan hebben op de Europese visserij, maar ook tot aanzienlijke uitputting van de visbestanden kan leiden, ondanks verminderde visserijinspanningen van andere kuststaten.
De EU heeft als lucratieve afzetmarkt voor visserijproducten een bijzondere verantwoordelijkheid om duurzame visserij te waarborgen en om ervoor te zorgen dat de verplichtingen die voortvloeien uit het gezamenlijk beheer van grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende visbestanden worden nageleefd. Daarom moet de EU over doeltreffende middelen beschikken om te kunnen optreden tegen landen die niet bereid zijn deze verantwoordelijkheden te dragen, of die weigeren mee te werken aan de goedkeuring en uitvoering van gezamenlijke beheersmaatregelen, zodat zij niet-duurzame visserij onaantrekkelijk kan maken.
De rapporteur sluit zich daarom volledig aan bij het voorstel van de Commissie om in dergelijke situaties handels- en andersoortige maatregelen te treffen, maar pleit ook voor een onmiskenbare politieke boodschap, met een duidelijker aanpak en krachtige, doeltreffende maatregelen. De te treffen handelsmaatregelen mogen niet beperkt blijven tot de invoer van "bestanden van gemeenschappelijk belang" en "samen met de doelsoort gevangen soorten", maar moeten gelden voor de invoer van alle vis en visserijproducten van iedere soort uit landen die niet-duurzame visserij toestaan.
ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (28.3.2012)
aan de Commissie visserij
inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde maatregelen die met het oog op de instandhouding van de visbestanden worden genomen ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten
(COM(2011)0888 – C7‑0508/2011 – 2011/0434(COD))
Rapporteur voor advies: Maurice Ponga
BEKNOPTE MOTIVERING
Dit nieuwe voorstel voor een verordening van de Commissie heeft tot doel de samenwerking tussen de landen te bevorderen om werkelijk duurzame visserijpraktijken tot stand te brengen, die zowel de instandhouding van de visbestanden als een optimaal gebruik daarvan verzekeren.
Hiertoe moet de EU over adequate en doeltreffende instrumenten beschikken om landen die verantwoordelijk zijn voor maatregelen en praktijken die leiden tot overbevissing, of die niet oprecht meewerken aan het treffen van de onderling afgesproken beheersmaatregelen, sancties op te kunnen leggen.
De nieuwe verordening zoals voorgesteld door de Commissie voorziet in diverse maatregelen om de landen die niet-duurzame visserij toelaten sancties op te leggen, met als doel de duurzaamheid van de visbestanden van gemeenschappelijk belang voor de Europese Unie en derde landen te waarborgen.
Het gaat met name om de volgende maatregelen:
- de toepassing van kwantitatieve beperkingen voor de invoer in de EU van vis en visserijproducten van vis die gevangen is onder de controle van een land dat niet-duurzame visserij toelaat, of van beperkingen op het gebruik van EU-havens door vaartuigen die de vlag voeren van een land dat niet-duurzame visserij toelaat;
- een verbod op de aankoop door EU-marktdeelnemers van vissersvaartuigen die de vlag voeren van een land dat niet-duurzame visserij toelaat, of op het omvlaggen van vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, naar een land dat niet-duurzame visserij toelaat;
- een verbod op de uitvoer van vissersvaartuigen of van visserijapparatuur en -artikelen naar landen die niet-duurzame visserij toelaten;
- een verbod op particuliere handelsovereenkomsten met landen die niet-duurzame visserij toelaten, en op gezamenlijke visserijactiviteiten met vissersvaartuigen die de vlag voeren van een land dat niet-duurzame visserij toelaat.
De rapporteur is van mening dat deze nieuwe verordening bijdraagt tot het bevorderen en tot stand brengen van een duurzame en wereldwijd verantwoorde visserij en dat deze nauw samenhangt met de verordening inzake de bestrijding van illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visserij. Hij prijst daarom de Commissie met haar initiatief op dit vlak.
De rapporteur is echter van mening dat er omwille van de samenhang met de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid, zoals bepaald in artikel 208 VWEU, gezorgd moet worden voor complementariteit en dat de samenhang tussen de maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en het handelsbeleid enerzijds en de maatregelen van het ontwikkelingsbeleid anderzijds moet worden gewaarborgd. Daarom moeten er volgens de rapporteur bijzondere maatregelen worden genomen voor de ontwikkelingslanden zodat terdege rekening kan worden gehouden met hun financiële, technische en materiële capaciteit en behoeften.
Tenslotte acht de rapporteur het noodzakelijk een toetsingsclausule in te voeren om de doeltreffendheid en de relevantie van de verordening te verifiëren en, indien nodig, wijzigingen voor te stellen.
AMENDEMENTEN
De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(5) Bovendien moet worden omschreven welke soorten maatregelen kunnen worden genomen tegen landen die niet-duurzame visserij toelaten, en moeten algemene voorwaarden voor de vaststelling van deze maatregelen worden aangenomen om ervoor te zorgen dat deze op objectieve criteria stoelen en billijk, kosteneffectief en conform het internationale recht zijn, en met name conform de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie. |
(5) Bovendien moet worden omschreven welke soorten maatregelen kunnen worden genomen tegen landen die niet-duurzame visserij toelaten, en moeten algemene voorwaarden voor de vaststelling van deze maatregelen worden aangenomen om ervoor te zorgen dat deze op objectieve criteria stoelen en billijk, kosteneffectief en conform het internationale recht zijn, en met name conform de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie. Bij deze maatregelen moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de mate van ontwikkeling en de kwetsbaarheid van het betrokken land. |
Motivering | |
Er dient rekening te worden gehouden met het ontwikkelingsniveau en de kwetsbaarheid van het land dat geldt als een land dat niet-duurzame visserij toelaat. Er kunnen namelijk niet dezelfde eisen worden gesteld aan ontwikkelingslanden. | |
De overeenkomst van 1995 over de toepassing van de bepalingen van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee van 1982 met betrekking tot grensoverschrijdende visbestanden en over grote afstanden trekkende visbestanden voorziet in deel VII in bijzondere bepalingen voor de ontwikkelingslanden. | |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Bij de vaststelling van maatregelen op grond van deze verordening evalueert de Commissie welke kortetermijn- en langetermijneffecten deze maatregelen hebben op ecologisch, economisch, sociaal en handelsniveau, alsmede welke administratieve belasting met de tenuitvoerlegging van de maatregelen gepaard gaat. |
4. Vóór de vaststelling van maatregelen op grond van deze verordening evalueert de Commissie welke kortetermijn- en langetermijneffecten deze maatregelen hebben op ecologisch, economisch, sociaal en handelsniveau, alsmede welke administratieve belasting met de tenuitvoerlegging van de maatregelen gepaard gaat. In haar evaluatie houdt de Commissie terdege rekening met het ontwikkelingspeil, de kwetsbaarheid en de financiële, materiële en technische capaciteit van het betrokken land, alsmede met de gevolgen die dergelijke maatregelen kunnen hebben voor het ontwikkelingsbeleid dat in dat land wordt uitgevoerd. |
(De onjuiste nummering van de Franse versie van het voorstel van de Commissie dient te worden gecorrigeerd.) | |
Motivering | |
Het is cruciaal dat de Commissie bij haar evaluatie rekening houdt met de bijzondere situatie van ontwikkelingslanden en maatregelen die in het kader van het ontwikkelingsbeleid in deze landen worden uitgevoerd. De maatregelen moeten elkaar namelijk aanvullen en coherent zijn. | |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Artikel 8 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 8 bis |
|
|
Toetsing en verslaglegging |
|
|
Uiterlijk ... * en vervolgens om de drie jaar toetst de Commissie de uitvoering van deze verordening en brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. |
|
|
Het verslag beoordeelt met name: |
|
|
- de landen ten aanzien waarvan maatregelen zijn genomen; |
|
|
- de maatregelen die de Commissie heeft genomen; |
|
|
- eventuele aanpassingen die de landen waartegen maatregelen zijn genomen, hebben doorgevoerd; en |
|
|
- de effecten van de genomen maatregelen op de duurzaamheid van de visserij. |
|
|
Het verslag gaat eventueel vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze verordening. |
|
|
________________ |
|
|
* PB Gelieve als datum twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening in te voegen. |
Motivering | |
Er moet een toetsingsclausule worden opgenomen zodat het Europees Parlement zo nodig de verordening kan wijzigen als reactie op problemen en obstakels die zich bij de toepassing van de verordening hebben voorgedaan. | |
PROCEDURE
|
Titel |
Bepaalde maatregelen die met het oog op de instandhouding van de visbestanden worden genomen ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2011)0888 – C7-0508/2011 – 2011/0434(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
PECH 17.1.2012 |
|
|
|
|
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
DEVE 17.1.2012 |
|
|
|
|
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Maurice Ponga 10.2.2012 |
|
|
|
|
|
Behandeling in de commissie |
1.3.2012 |
|
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
27.3.2012 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
26 0 0 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Michael Cashman, Ricardo Cortés Lastra, Corina Creţu, Nirj Deva, Leonidas Donskis, Charles Goerens, Catherine Grèze, Filip Kaczmarek, Franziska Keller, Gay Mitchell, Norbert Neuser, Bill Newton Dunn, Maurice Ponga, Birgit Schnieber-Jastram, Michèle Striffler, Alf Svensson, Eleni Theocharous, Patrice Tirolien, Ivo Vajgl, Anna Záborská, Iva Zanicchi, Gabriele Zimmer |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Enrique Guerrero Salom, Edvard Kožušník, Cristian Dan Preda, Patrizia Toia |
||||
PROCEDURE
|
Titel |
Bepaalde maatregelen die met het oog op de instandhouding van de visbestanden worden genomen ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2011)0888 – C7-0508/2011 – 2011/0434(COD) |
||||
|
Datum indiening bij EP |
14.12.2011 |
|
|
|
|
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
PECH 17.1.2012 |
|
|
|
|
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
DEVE 17.1.2012 |
ENVI 17.1.2012 |
|
|
|
|
Geen advies Datum besluit |
ENVI 24.1.2012 |
|
|
|
|
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Pat the Cope Gallagher 6.1.2012 |
|
|
|
|
|
Behandeling in de commissie |
26.1.2012 |
29.2.2012 |
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
24.4.2012 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
23 0 0 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Antonello Antinoro, Kriton Arsenis, Alain Cadec, Chris Davies, João Ferreira, Carmen Fraga Estévez, Pat the Cope Gallagher, Dolores García-Hierro Caraballo, Marek Józef Gróbarczyk, Carl Haglund, Ian Hudghton, Iliana Malinova Iotova, Werner Kuhn, Isabella Lövin, Gabriel Mato Adrover, Guido Milana, Maria do Céu Patrão Neves, Crescenzio Rivellini, Ulrike Rodust, Raül Romeva i Rueda, Struan Stevenson, Catherine Trautmann, Jarosław Leszek Wałęsa |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Diane Dodds, Barbara Matera, Jens Nilsson, Nikolaos Salavrakos |
||||
|
Datum indiening |
25.4.2012 |
||||