Procedure : 2011/0418(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0194/2012

Ingediende teksten :

A7-0194/2012

Debatten :

PV 12/09/2012 - 17
CRE 12/09/2012 - 17

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.9
CRE 13/09/2012 - 11.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 12/03/2013 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0345
P7_TA(2013)0072

VERSLAG     ***I
PDF 639kWORD 411k
6.6.2012
PE 483.704v02-00 A7-0194/2012

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(COM(2011)0862 – C7‑0489/2011 – 2011/0418(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Sophie Auconie

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(COM(2011)0862 – C7‑0489/2011 – 2011/0418(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0862),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0489/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 mei 2012(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie juridische zaken (A7‑0194/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(3),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Aangezien beleggers ook sociale doelstellingen nastreven en niet enkel op zoek zijn naar financieel rendement, ontstaat er in de Unie steeds meer een sociale beleggingsmarkt, die deels bestaat uit beleggingsfondsen die zich richten op sociale ondernemingen. Dergelijke beleggingsfondsen verschaffen financiering aan sociale ondernemingen die fungeren als motor van sociale veranderingen door innovatieve oplossingen te bieden voor sociale problemen, de sociale gevolgen van de financiële crisis te helpen aanpakken en een waardevolle bijdrage te leveren om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te realiseren.

(1 bis) Deze verordening maakt deel uit van het initiatief voor sociaal ondernemerschap dat de Commissie heeft gepresenteerd in haar mededeling van 25 oktober 2011 getiteld "Initiatief voor sociaal ondernemerschap - Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie".

(2)       Het is noodzakelijk om een gemeenschappelijk kader van regels vast te stellen met betrekking tot het gebruik van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds", in het bijzonder de samenstelling van de portefeuille van fondsen die onder deze benaming werken, hun in aanmerking komende beleggingsdoelstellingen, de beleggingsinstrumenten die zij kunnen aanwenden en de categorieën van beleggers die in aanmerking komen om in dergelijke fondsen te beleggen door middel van uniforme regels in de Unie. Bij gebreke van een dergelijk gemeenschappelijk kader bestaat het risico dat lidstaten divergerende maatregelen nemen op nationaal niveau die een rechtstreekse negatieve impact hebben op en hinderpalen creëren voor de goede werking van de interne markt, aangezien fondsen die in de hele Unie zouden willen werken, onderworpen zouden zijn aan verschillende regels in verschillende lidstaten. Bovendien zouden divergerende kwaliteitsvereisten inzake portefeuillesamenstelling, beleggingsdoelstellingen en in aanmerking komende beleggers tot verschillende niveaus van beleggersbescherming kunnen leiden en verwarring kunnen creëren wat betreft het beleggingsaanbod waarop een Europees sociaalondernemerschapsfonds (ESO) betrekking heeft. Daarnaast zouden beleggers in staat moeten zijn om het beleggingsaanbod van verschillende ESO's te vergelijken. Het is noodzakelijk om significante hinderpalen inzake grensoverschrijdende fondsenwerving door ESO's op te heffen, concurrentieverstoringen ten aanzien van deze fondsen te vermijden en om te voorkomen dat in de toekomst andere eventuele hinderpalen voor de handel en significante concurrentieverstoringen ontstaan. Bijgevolg is de passende rechtsgrondslag artikel 114 VWEU, zoals geïnterpreteerd in overeenstemming met de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(3)       Het is noodzakelijk om een verordening vast te stellen tot instelling van uniforme regels die van toepassing zijn op ESO's en overeenkomstige verplichtingen op te leggen aan de beheerders ervan in alle lidstaten die kapitaal in de hele Unie wensen op te halen onder gebruikmaking van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds". Deze vereisten zouden moeten zorgen voor vertrouwen bij de beleggers die in dergelijke fondsen wensen te beleggen.

(3 bis) Deze verordening is niet bedoeld om afbreuk te doen aan bestaande nationale regelingen die beleggingen in sociaal ondernemerschap mogelijk maken, maar om deze op Unieniveau te vervolledigen.

(4)       Door de kwaliteitsvereisten voor het gebruik van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" in een verordening neer te leggen, moet ervoor gezorgd worden dat die vereisten rechtstreeks van toepassing zijn op de beheerders van instellingen voor collectieve belegging die fondsen werven door gebruik te maken van deze benaming. Hierdoor zou worden gezorgd voor uniforme voorwaarden inzake het gebruik van deze benaming door divergerende nationale vereisten als gevolg van de omzetting van een richtlijn te vermijden. Deze verordening zou inhouden dat beheerders van instellingen voor collectieve belegging die deze benaming gebruiken dezelfde regels in de hele Unie zouden moeten volgen, waardoor ook het vertrouwen zou toenemen van beleggers die in fondsen wensen te beleggen welke zich op sociale ondernemingen richten. Een verordening zou, vooral voor die beheerders die kapitaal wensen op te halen op een grensoverschrijdende basis, ook leiden tot minder complexe regelgeving en tot lagere kosten voor beheerders met betrekking tot het naleven van vaak uiteenlopende nationale regels voor dergelijke fondsen. Een verordening moet ook bijdragen aan het elimineren van concurrentieverstoringen.

(5)       ▌Deze verordening is een aanvulling op en doet geen afbreuk aan de bestaande algemeen toepasselijke uniale regels inzake instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan, zoals Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's)(5) en Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen(6). Onder deze verordening vallende instellingen voor collectieve belegging en de beheerders daarvan vormen een subgroep van alternatieve beleggingsinstellingen en de beheerders daarvan, zoals omschreven in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 2011/61/EU, en moeten derhalve voldoen aan de relevante regels die uit hoofde van deze verordening en Richtlijn 2011/61/EU op hen van toepassing zijn.

(6)       Wanneer beheerders van instellingen voor collectieve belegging de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" niet wensen te gebruiken, is deze verordening niet van toepassing. In die gevallen dienen de bestaande nationale regels en de algemene regels van de Unie verder van toepassing te zijn.

(6 bis) Hoewel ESO's een belangrijke rol kunnen spelen bij het bevorderen van sociaal ondernemerschap, en hoewel er in waarborgen is voorzien om te verzekeren dat fondsen correct gebruikt worden, bestaat er een risico dat ESO's gebruikt worden voor ongewilde doeleinden. De toezichthoudende autoriteiten moeten hieromtrent waakzaam zijn en er moet een beoordeling worden gemaakt om te verzekeren dat dergelijke mazen gedicht worden.

(7)       Deze verordening moet uniforme regels bepalen inzake de aard van ESO's, meer bepaald betreffende de portefeuillemaatschappijen waarin ESO's mogen beleggen en de beleggingsinstrumenten die dienen te worden gebruikt. Om te zorgen voor de noodzakelijke duidelijkheid en zekerheid en om ieder misbruik van het ESO-regime door niet in aanmerking komende beleggingsfondsen te vermijden, moeten in deze verordening ook uniforme criteria worden vastgesteld voor de inaanmerkingneming van sociale ondernemingen als portefeuillemaatschappij. Sociale ondernemingen hebben als belangrijkste doelstelling een positief sociaal effect te bereiken en niet het maximaliseren van hun winst. Daarom moet deze verordening vereisen dat een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij het bereiken van een meetbaar en positief sociaal effect als belangrijkste doelstelling dient te hebben, dat zij haar winsten gebruikt om deze hoofddoelstelling te realiseren en dat zij op een verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd. Voor de, over het algemeen, uitzonderlijke gevallen, waarbij een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij winst wenst uit te keren aan aandeelhouders en eigenaars, dient de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij over vooraf bepaalde procedures en regels te beschikken over de wijze waarop de winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars. In deze regels dient te worden gespecificeerd dat de uitkering van winst de sociale hoofddoelstelling niet ondermijnt.

(8)       Sociale ondernemingen omvatten een uitgebreid gamma van ondernemingen die het bereiken van een sociaal effect als belangrijkste doelstelling hebben en niet het behalen van winst voor eigenaars en aandeelhouders, kunnen uiteenlopende juridische vormen hebben en leveren sociale diensten of goederen ▌aan kwetsbare of gemarginaliseerde personen. Dergelijke diensten hebben betrekking op armoedebestrijding, toegang tot huisvesting, gezondheidszorg, hulp voor oudere of gehandicapte personen, kinderverzorging, toegang tot werkgelegenheid en opleiding alsook verslavingszorg. Sociale ondernemingen omvatten eveneens ondernemingen die een productiemethode voor goederen of diensten hanteren waarin hun sociale doelstelling is ingebed, maar waarvan de activiteiten buiten het toepassingsgebied van het leveren van sociale goederen of diensten kunnen liggen. Daartoe kan sociale en professionele integratie behoren door middel van toegang tot werkgelegenheid voor personen die in het bijzonder benadeeld worden wegens onvoldoende kwalificaties of sociale of professionele problemen die leiden tot uitsluiting en marginalisering. Dergelijke ondernemingen gebruiken overschotten voornamelijk voor het bereiken van sociale doelstellingen en worden op een verantwoorde en transparante manier beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en belanghebbenden die invloed ondervinden van hun bedrijfsactiviteit.

(9)       Rekening houdend met de specifieke financieringsbehoeften van sociale ondernemingen, is het noodzakelijk om duidelijkheid te verkrijgen met betrekking tot de soorten instrumenten die een ESO moet aanwenden voor deze financiering. Daarom moeten in deze verordening uniforme regels worden vastgesteld met betrekking tot in aanmerking komende instrumenten die door een ESO dienen te worden gebruikt wanneer beleggingen worden gedaan, waaronder aandelen- en quasiaandeleninstrumenten, schuldinstrumenten, waaronder promessen en kasbonnen, beleggingen in andere ESO's en leningen op korte en middellange termijn, waaronder leningen van aandeelhouders en toelagen.

(10)     Om de noodzakelijke flexibiliteit in hun beleggingsportefeuille te handhaven, mogen ESO's ook beleggen in andere activa dan in aanmerking komende instrumenten, in zoverre deze beleggingen de limieten niet overschrijden die in deze verordening voor niet in aanmerking komende beleggingen zijn vastgesteld. Met het op korte termijn aanhouden van cash en cashequivalenten dient geen rekening te worden gehouden bij het berekenen van de limieten die in deze verordening voor niet in aanmerking komende beleggingen zijn vastgesteld.

(11)     Om ervoor te zorgen dat de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" betrouwbaar en gemakkelijk herkenbaar is voor beleggers in de hele Unie, dient deze verordening te bepalen dat enkel ESO-beheerders die beantwoorden aan de uniforme kwaliteitscriteria, zoals deze zijn vastgesteld in deze verordening, in aanmerking moeten komen om deze benaming te gebruiken bij het op de markt aanbieden van ESO's in de hele Unie.

(12)     Om ervoor te zorgen dat ESO's een duidelijk en herkenbaar profiel hebben dat geschikt is voor het doel waarvoor zij bedoeld zijn, dienen er uniforme regels te bestaan inzake de samenstelling van de portefeuille en inzake de beleggingstechnieken die toegestaan zijn voor dergelijke fondsen.

(13)     Om ervoor te zorgen dat ESO's niet bijdragen aan de ontwikkeling van systemische risico's en ▌dat dergelijke fondsen zich in hun beleggingsactiviteiten toeleggen op het ondersteunen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen, mag kredietopneming of het gebruik van hefboomwerking op het niveau van het fonds niet worden toegestaan. Om het fonds evenwel in staat te stellen buitengewone liquiditeitsbehoeften te dekken die in zijn rekeningen zouden kunnen ontstaan tussen de opvraging van toegezegd kapitaal bij beleggers en de daadwerkelijke ontvangst van het kapitaal, dienen kredietnemingen op korte termijn te worden toegestaan.

(14)     Om ervoor te zorgen dat ESO's aangeboden worden aan beleggers die over kennis, ervaring en vermogen beschikken nodig om de risico's te nemen die deze fondsen inhouden, en om het vertrouwen van beleggers in ESO's in stand te houden, dienen bepaalde specifieke beveiligingsmaatregelen te worden getroffen. Daarom mogen ESO's over het algemeen enkel worden aangeboden aan beleggers die professionele klanten zijn of die als professionele klanten kunnen worden behandeld overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten ▌. Om over een voldoende ruimte beleggersbasis voor beleggingen in ESO's te beschikken, is het evenwel eveneens wenselijk dat bepaalde andere beleggers, inclusief vermogende individuen, toegang hebben tot deze fondsen. Voor die andere beleggers dienen er evenwel specifieke beveiligingsmaatregelen te worden getroffen om ervoor te zorgen dat ESO's enkel worden aangeboden aan beleggers die over het passende profiel beschikken om dergelijke beleggingen te doen. Deze beveiligingsmaatregelen sluiten aanbieding op de markt met behulp van periodieke spaarplannen uit.

(15)     Om ervoor te zorgen dat enkel beheerders van ESO's die aan de uniforme kwaliteitscriteria betreffende hun gedrag op de markt beantwoorden, de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" gebruiken, dient deze verordening regels te bepalen betreffende de bedrijfsvoering en betreffende de relatie van de beheerder van het ESO met zijn beleggers. Om dezelfde reden moet deze verordening eveneens uniforme voorwaarden bepalen betreffende het behandelen van belangenconflicten door die beheerders. Deze regels moeten de beheerder er ook toe verplichten de noodzakelijke organisatorische en administratieve regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat belangenconflicten op passende wijze worden behandeld.

(15 bis) Wanneer een ESO-beheerder functies wil delegeren aan derden, mag de aansprakelijkheid van de beheerder jegens het ESO en de beleggers niet worden beïnvloed door het feit dat de ESO-beheerder functies heeft gedelegeerd aan een derde. Bovendien mag de ESO-beheerder niet in die mate functies delegeren dat hij in wezen niet meer beschouwd kan worden als de beheerder van het ESO en een postbusentiteit wordt. De ESO-beheerder moet te allen tijde verantwoordelijk blijven voor de correcte uitvoering van de gedelegeerde functies en de naleving van deze verordening. Het delegeren van functies mag de doeltreffendheid van het toezicht door de ESO-beheerder niet aantasten en mag in het bijzonder de ESO-beheerder er niet van weerhouden in zijn handelen of in het beheer van het ESO de belangen van de beleggers voorop te stellen.

(16)     Het creëren van positieve sociale effecten boven op het genereren van financiële winst voor beleggers is een sleutelkenmerk van beleggingsfondsen die zich richten op sociale ondernemingen, waardoor deze zich onderscheiden van andere soorten van beleggingsfondsen. Daarom moet deze verordening vereisen dat de ESO-beheerder procedures invoert voor het monitoren en meten van de positieve sociale effecten die door de belegging in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen dienen te worden gerealiseerd.

(17)     Om de integriteit van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" in stand te houden, dient deze verordening eveneens kwaliteitscriteria te bevatten betreffende de organisatie van een ESO-beheerder. Daarom dient deze verordening uniforme, evenredige vereisten vast te stellen betreffende de noodzaak om toereikende technische en menselijke middelen alsook voldoende eigen vermogen aan te houden voor het behoorlijke beheer van ESO's.

(18)     Met het oog op beleggersbescherming is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat de activa van de ESO's behoorlijk worden geëvalueerd. Daarom dienen het statutaire document van het ESO regels te bevatten inzake de waardering van activa. Dit zou voor integriteit en transparantie van de waardering moeten zorgen.

(19)     Om ervoor te zorgen dat ESO-beheerders die gebruikmaken van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" voldoende rekenschap afleggen van hun activiteiten, dienen uniforme regels inzake jaarverslagen te worden bepaald.

(20)     Om de integriteit van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" in de ogen van beleggers in stand te houden, is het noodzakelijk dat deze benaming enkel wordt gebruikt door fondsbeheerders die volledig transparant zijn wat betreft hun beleggingsbeleid en hun beleggingsdoelstellingen. Daarom dient deze verordening uniforme regels te bepalen betreffende de openbaarmakingsvereisten die voor een ESO-beheerder ten aanzien van zijn beleggers gelden. Deze vereisten omvatten die elementen welke specifiek zijn voor beleggingen in sociale ondernemingen, zodat een grotere consistentie en vergelijkbaarheid van dergelijke informatie kan worden verkregen. Daartoe behoort informatie over de criteria en de procedures die worden gebruikt om welbepaalde in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen te selecteren als beleggingsdoel. Daartoe behoort ook informatie over het positieve sociale effect dat gerealiseerd dient te worden met het beleggingsbeleid en de wijze waarop dit moet worden gemonitord en beoordeeld. Om te zorgen voor het noodzakelijke vertrouwen van beleggers in dergelijke beleggingen, behoort daartoe ook informatie over de activa van ESO's die niet belegd worden in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de wijze waarop deze worden geselecteerd.

(21)     Om ervoor te zorgen dat efficiënt toezicht wordt uitgeoefend met betrekking tot de uniforme vereisten die in deze verordening vervat zijn, dient de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst erop toe te zien dat de ESO-beheerder de uniforme vereisten die zijn vastgesteld in deze verordening naleeft. Te dien einde dient de ESO-beheerder die zijn fondsen wenst aan te bieden onder de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst van dit voornemen in kennis te stellen. De bevoegde autoriteit dient de fondsbeheerder een vergunning te verlenen indien alle noodzakelijke informatie is verstrekt en indien geschikte regelingen zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van deze verordening. Deze vergunning dient geldig te zijn in heel de Unie.

(22)     Om te zorgen voor effectief toezicht op het naleven van de uniforme criteria die zijn vastgesteld, dient deze verordening regels te bevatten betreffende de omstandigheden waarbij de informatie die aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verstrekt wordt, geactualiseerd moet worden.

(23)     Met het oog op effectief toezicht op de naleving van de vereisten van deze verordening, dient in deze verordening eveneens een proces te worden vastgesteld voor grensoverschrijdende kennisgevingen tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, dat in gang gezet wordt door de vergunning van de ESO-beheerder in zijn lidstaat van herkomst.

(24)     Om transparante voorwaarden inzake het op de markt aanbieden van ESO's in de hele Unie in stand te houden, dient aan de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad(7), het aanhouden van een centrale databank te worden toevertrouwd, waarin alle ESO's worden opgenomen waaraan een vergunning is verleend in overeenstemming met deze verordening.

(24 bis) De ESMA en de bevoegde autoriteiten in de lidstaten dienen verantwoordelijk te zijn voor het informeren van beleggers, beheerders van beleggingsfondsen en bedrijven over het bestaan van het ESO.

(25)     Om ervoor te zorgen dat effectief toezicht wordt uitgeoefend met betrekking tot de vastgestelde uniforme vereisten, dient de verordening een lijst van toezichtbevoegdheden te bevatten waarover de bevoegde autoriteiten moeten beschikken.

(26)     Om een behoorlijke handhaving te verzekeren, dient deze verordening sancties wegens schending van sleutelbepalingen van deze verordening te bevatten, namelijk de regels betreffende de portefeuillesamenstelling, betreffende beveiligingsmaatregelen die betrekking hebben op de identiteit van in aanmerking komende beleggers en betreffende het gebruik van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" (enkel door ▌ESO-beheerders met een vergunning). Er dient te worden bepaald dat een schending van deze sleutelbepalingen aanleiding geeft tot het verbod op het gebruik van de benaming en tot de schrapping van de fondsbeheerder uit het register.

(27)     De toezichtinformatie dient te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van herkomst en de lidstaten van ontvangst en de ESMA.

(28)     De effectieve regelgevende samenwerking tussen de entiteiten die als taak hebben toezicht uit te oefenen op het naleven van de uniforme criteria welke in deze verordening zijn vastgesteld, vereist dat een hoog niveau van beroepsgeheim dient te gelden voor alle relevante nationale overheden en voor de ESMA.

(29)     Technische normen voor financiële diensten dienen te zorgen voor een consistente harmonisering en een hoog niveau van toezicht in de gehele Unie. Het zou efficiënt en passend zijn de ESMA, als autoriteit met een sterk gespecialiseerde expertise, met de opstelling van een aan de Commissie voor te leggen ontwerp van technische uitvoeringsnormen te belasten, voorzover daarin geen beleidskeuzes gedaan worden.

(30)     De Commissie dient gemachtigd te worden om technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen krachtens artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) ▌. Aan de ESMA dient het ontwerpen van technische uitvoeringsnormen inzake de vorm ▌van de kennisgeving ▌te worden toevertrouwd.

(31)     Om de in deze verordening vastgestelde vereisten te specificeren, dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen in overeenstemming met artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie te worden gedelegeerd ten aanzien van het specificeren van de methoden die dienen te worden gebruikt voor het berekenen en het monitoren van de plafonds als bedoeld in deze verordening, de soorten goederen en diensten en de desbetreffende productiemethoden die een sociaal doel dienen, en de situaties waarin winsten aan de eigenaren en beleggers kunnen worden uitgekeerd, de soorten belangenconflicten die ESO-beheerders dienen te vermijden en de maatregelen die in het licht hiervan dienen te worden getroffen, de nadere procedures om de sociale effecten te meten die door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen dienen te worden bereikt, en de inhoud van de beleggersinformatie en de wijze waarop deze wordt verstrekt. Het is bijzonder belangrijk dat de Commissie, ook op deskundigenniveau, passende raadplegingen houdt tijdens haar voorbereidende werkzaamheden, rekening houdend met zelfreguleringsinitiatieven en gedragscodes. Bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.

(33)     Uiterlijk vier jaar na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, dient een toetsing van deze verordening te worden uitgevoerd om rekening te houden met de ontwikkelingen op de markt van ESO's. Op basis van de toetsing moet de Commissie een verslag, in voorkomend geval vergezeld van wetgevende wijzigingen, voorleggen aan het Europees Parlement en de Raad.

(33 bis) Deze verordening behelst niet het dichter bij elkaar brengen van de in de lidstaten bestaande fiscale regelingen ter bevordering van sociaal ondernemerschap. Die regelingen moeten in overeenstemming zijn met het recht van de Unie, met name het non-discriminatiebeginsel. Uiterlijk bij de herziening van deze verordening gaat de Commissie na of het al dan niet opportuun is deze verordening aan te vullen met een Europese fiscale regeling ter bevordering van het sociale ondernemerschap.

(34)     Deze verordening respecteert de grondrechten en leeft de beginselen na die in het bijzonder erkend worden in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met inbegrip van het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven en de vrijheid van ondernemerschap.

(35)     Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(8) regelt de verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd in de lidstaten in het kader van deze verordening en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in het bijzonder de publieke onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten worden aangewezen. Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(9) regelt de verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd door de ESMA binnen het kader van deze verordening en onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

(36)     Daar de doelstelling van deze verordening, te weten om een interne markt voor ESO's te ontwikkelen door het bepalen van een kader voor de vergunningverlening aan ESO-beheerders waardoor het op de markt aanbieden van ESO's in de hele EU wordt vereenvoudigt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen ervan beter op uniaal niveau kan worden verwezenlijkt, mag de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, zoals bepaald in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK IONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Deze verordening bepaalt uniforme vereisten voor die beheerders van instellingen voor collectieve belegging welke gebruik wensen te maken van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" (ESO) en voorwaarden voor het op de markt aanbieden van instellingen voor collectieve belegging onder deze benaming in de Unie en draagt aldus bij tot de vlotte werking van de interne markt.

De verordening stelt tevens uniforme regels vast betreffende het op de markt aanbieden van ESO's aan in aanmerking komende beleggers in de gehele Unie, betreffende de portefeuillesamenstelling van ESO's, betreffende de in aanmerking komende beleggingsinstrumenten en –technieken alsook betreffende de organisatie, de transparantie en het gedrag van ESO-beheerders die ESO's op de markt aanbieden in de hele Unie.

Artikel 2

1.        Deze verordening is van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging, zoals gedefinieerd in punt b) van artikel 3, lid 1, die gevestigd zijn in de Unie en die portefeuilles van ESO's beheren waarvan de activa onder beheer in totaal:

(a)       het plafond van 500 miljoen EUR niet overschrijden en onderworpen zijn aan registratie bij de bevoegde autoriteiten in hun lidstaat van herkomst, in overeenstemming met punt a) van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EG, of

(b)       het plafond van 500 miljoen EUR bereiken of overschrijden en onderworpen zijn aan een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU, mits die beheerders kiezen voor het bij deze verordening ingestelde regime en het te allen tijde in acht nemen ten aanzien van de ESO's die zij beheren.

In de lidstaten die niet de euro als munt hebben, wordt bovenstaand plafond berekend als de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening ▌.

2.        Beheerders van instellingen voor collectieve belegging die andere fondsen beheren dan ESO's mogen activa die beheerd worden in die andere fondsen niet bij de berekening van het plafond als bedoeld in lid 1 betrekken.

3.        De Commissie is bevoegd om in overeenstemming met artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van de methoden voor het berekenen van het plafond als bedoeld in lid 1 van dit artikel en voor het voortdurend monitoren van de naleving van dit plafond.

(3 bis) ESO-beheerders die een vergunning uit hoofde van deze verordening moeten hebben, mogen bovendien icbe's beheren waarvoor een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG vereist is, op voorwaarde dat ze externe beheerders zijn.

Artikel 3

1.        Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(a)       "ESO": een instelling voor collectieve belegging die ten minste 70% van haar totale kapitaalinbrengen ▌belegt in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn;

(a bis) "relevante kosten": alle vergoedingen, kosten en uitgaven die direct of indirect door beleggers gedragen worden en die overeengekomen zijn door de beheerder van en de beleggers in de ESO's;

(b)       "instelling voor collectieve belegging": een instelling die bij een aantal beleggers kapitaal aantrekt met de bedoeling dit in overeenstemming met een vastgelegd beleggingsbeleid ten behoeve van die beleggers te beleggen en die geen overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2009/65/EG verleende vergunning nodig heeft;

(c)       "in aanmerking komende beleggingen": elk van de onderstaande instrumenten:

(i)        aandelen- of quasiaandeleninstrumenten die:

–         uitgegeven worden door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en die rechtstreeks door het in aanmerking komend ESO bij de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden verworven,

–         uitgegeven worden door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij in ruil voor gewone aandelen die door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden uitgegeven, of

–         uitgegeven worden door een onderneming waarvan de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij een dochteronderneming is waarin de betrokken onderneming een meerderheidsbelang heeft, en die door het ▌ESO zijn verworven in ruil voor een aandeleninstrument dat door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij is uitgegeven;

(ii)       gesecuritiseerde en niet-gesecuritiseerde schuldinstrumenten, uitgegeven door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij, waaronder promessen en kasbonnen, leningen van aandeelhouders en toelagen;

(iii)      deelnemingsrechten of aandelen van een of meerdere andere ESO's;

(iv)      leningen op middellange of lange termijn die door het ESO verstrekt zijn aan in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

(v)       elk ander type van participatie in een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;

(d)       "in aanmerking komende portefeuillemaatschappij": een onderneming die op het ogenblik dat het ESO daarin belegt, niet genoteerd is op een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in punt 14) van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG, ▌en die:

(i)        als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk ander statutair document waarbij de onderneming wordt opgericht, voorzover de maatschappij:

–       ▌diensten of goederen levert ten behoeve van kwetsbare, gemarginaliseerde, benadeelde of uitgesloten personen; ▌

–       ▌diensten of goederen levert via een productiemethode ▌die ▌berust op de integratie van kwetsbare, gemarginaliseerde, benadeelde of uitgesloten personen; of

       ondernemingen, als bedoeld in het eerste en/of tweede streepje, financiert of ondersteunt;

(ii)       haar winst op de eerste plaats gebruikt om haar hoofddoel te realiseren in plaats van winst uit te keren en voor alle omstandigheden waarin winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars, vooraf bepaalde procedures en regels heeft ingesteld die ervoor zorgen dat iedere verdeling van winst de primaire doelstelling niet ondermijnt; alsmede

(iii)      op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten;

(e)       "aandeel": eigendomsbelang in een onderneming dat wordt vertegenwoordigd door een aandeel of een ander instrument van deelneming in het kapitaal van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij dat aan de beleggers wordt uitgegeven;

(e bis) "quasiaandeel": een financieringsinstrument dat een combinatie is van aandelen en schulden of dat een schuldelement bevat en waarvan het rendement hoofdzakelijk op de winsten of verliezen van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij is gebaseerd en dat ongedekt is in geval van wanbetaling;

(f)        "aanbieding (op de markt)": een directe of indirecte aanbieding of plaatsing op initiatief van de ESO-beheerder of in naam van de ESO-beheerder van deelnemingsrechten of aandelen van een door hem beheerd ESO aan, respectievelijk bij beleggers die hun woonplaats of statutaire zetel in de Unie hebben;

(g)       "toegezegd kapitaal": elke verbintenis waardoor een persoon verplicht is een belang in het ESO te verwerven of kapitaal in het ESO in te brengen;

(h)       "ESO-beheerder": een rechtspersoon waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheer van ten minste één ▌ESO;

(i)        "lidstaat van herkomst": lidstaat waar de ESO-beheerder is gevestigd of zijn statutaire zetel heeft;

(j)        "lidstaat van ontvangst": lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de ESO-beheerder ▌ESO's overeenkomstig deze verordening op de markt aanbiedt;

(k)       "bevoegde autoriteit": de nationale autoriteit die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen door de lidstaat van herkomst wordt aangewezen om de registratie van de in artikel 2, lid 1, bedoelde beheerders van instellingen voor collectieve belegging te verzorgen.

Het in punt (a) vermelde percentage wordt berekend als gemiddelde van een periode van ten hoogste vijf jaar en op basis van het belegbare bedrag, na aftrek van alle relevante kosten en op korte termijn aangehouden geldmiddelen en kasequivalenten.

Met betrekking tot punt (h) kan, indien de rechtsvorm van het ESO intern beheer toestaat en het bestuursorgaan van het ESO ervoor kiest geen externe beheerder aan te stellen, het ESO zelf als beheerder optreden, waaraan in dat geval een vergunning als beheerder wordt verstrekt.

2.        De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen tot specificatie van de soorten diensten of goederen alsook de productiemethoden van diensten of goederen die een sociale doelstelling belichamen als bedoeld in lid 1, onder d), punt i), van dit artikel vast te stellen, rekening houdend met de verschillende soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de omstandigheden waarin winstuitkeringen aan eigenaars en beleggers kunnen plaatsvinden.

HOOFDSTUK II

VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE BENAMING "EUROPEES SOCIAALONDERNEMERSCHAPSFONDS"

Artikel 4

ESO-beheerders die de vereisten naleven die bepaald zijn in dit hoofdstuk, hebben het recht om de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" te gebruiken bij het op de markt aanbieden van ESO's in geheel de Unie.

Artikel 5

1.        ESO-beheerders zorgen ervoor dat, wanneer zij andere activa dan in aanmerking komende beleggingen verwerven, niet meer dan 30% van de totale kapitaalinbrengen gebruikt wordt voor het verwerven van andere activa dan in aanmerking komende beleggingen. Dit percentage wordt berekend als gemiddelde van een periode van ten hoogste vijf jaar en op basis van het belegbare bedrag, na aftrek van alle relevante kosten en op korte termijn aangehouden geldmiddelen en kasequivalenten.

2.        ESO-beheerders mogen krediet nemen, schuldpapier uitgeven of garanties verschaffen op het niveau van het ESO, mits dat krediet, dat schuldpapier of die garanties gedekt zijn door niet-gestort toegezegd kapitaal en aldus de risicopositie van het fonds niet doen toenemen tot een niveau dat hoger is dan deze toezeggingen.

3.        ▌Lid 2 is niet van toepassing op kredietneming gedurende een niet-verlengbare termijn van niet meer dan 120 kalenderdagen om liquiditeit te verstrekken tussen een opvraging en de ontvangst van toegezegd kapitaal van beleggers.

Artikel 6

ESO-beheerders bieden de deelnemingsrechten en aandelen van ESO's onder beheer uitsluitend aan aan beleggers die beschouwd worden als professionele cliënten overeenkomstig afdeling I van bijlage II van Richtlijn 2004/39/EG of die op verzoek als professionele cliënten behandeld mogen worden overeenkomstig afdeling II van bijlage II van Richtlijn 2004/39/EG of aan andere beleggers, waarbij:

(a)       die andere beleggers zich ertoe verbinden een minimum van 100.000 EUR te beleggen;

(b)       die andere beleggers schriftelijk verklaren, in een ander document dan het contract dat wordt gesloten voor de verbintenis om te beleggen, dat zij zich bewust zijn van de risico's die verbonden zijn aan de beoogde verbintenis;

(c)       de ESO-beheerder een beoordeling uitvoert van de expertise, ervaring en kennis van de belegger, zonder ervan uit te gaan dat de belegger over de marktkennis en ervaring beschikt van diegenen die zijn opgenomen in de lijst van afdeling I van bijlage II van Richtlijn 2004/39/EG;

(d)       de ESO-beheerder er redelijkerwijs van verzekerd is dat, in het licht van de aard van de beoogde verbintenis, de belegger in staat is zijn eigen beleggingsbeslissingen te nemen en de risico's die eraan verbonden zijn te begrijpen en dat een verbintenis van die aard geschikt is voor een dergelijke belegger;

(e)       de ESO-beheerder schriftelijk bevestigt dat hij de beoordeling als bedoeld in punt c) heeft uitgevoerd en tot de conclusie als bedoeld in punt d) is gekomen.

Artikel 7

ESO-beheerders moeten met betrekking tot de ESO's die zij beheren:

(a)       met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding hun activiteiten uitoefenen en hun beleggers eerlijk behandelen;

(b)       passende beleidsregels en procedures toepassen om wanpraktijken te voorkomen die van invloed zouden kunnen zijn op de belangen van beleggers en de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

(c)       hun zakelijke activiteiten uitoefenen om de positieve maatschappelijke impact van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin belegd wordt, de belangen van de ESO's die zij beheren en van de beleggers in die ESO's en de integriteit van de markt te bevorderen;

(d)       een hoog niveau van toewijding aan de dag leggen bij het selecteren en aanhoudend monitoren van de beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en hun positieve maatschappelijke impact;

(e)       beschikken over toereikende kennis van en inzicht in de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin zij beleggen.

Met betrekking tot punt (b) omvatten passende beleidsregels en procedures met name regels inzake persoonlijke transacties van de ESO-werknemers of de deelname aan of het beheer van beleggingen gericht op het beleggen voor eigen rekening, en waarborgen dat elke transactie waarbij het ESO betrokken is, kan worden gereconstrueerd voor wat betreft oorsprong, betrokken partijen, aard alsmede tijdstip en plaats van uitvoering en dat de door de beheerder beheerde activa van het ESO worden belegd op een wijze die in overeenstemming is met het reglement of de statutaire documenten van het ESO en met de geldende wettelijke bepalingen.

Artikel 8

1.        ESO-beheerders zijn ermee belast belangenconflicten vast te stellen en te vermijden en, ingeval deze niet kunnen worden vermeden, ze te beheren en te monitoren en, overeenkomstig lid 4, die belangenconflicten openbaar te maken om te voorkomen dat zij een negatieve invloed hebben op de belangen van de ESO's en hun beleggers en om ervoor te zorgen dat de ESO's die zij beheren op eerlijke wijze worden behandeld.

2.        ESO-beheerders stellen in het bijzonder die belangenconflicten vast welke kunnen ontstaan tussen:

(a)       ESO-beheerders, die personen welke daadwerkelijk de activiteiten van de ESO-beheerder uitoefenen, werknemers of elke persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks de ESO-beheerder controleert of door hem gecontroleerd wordt, en het ESO dat beheerd wordt door de ESO-beheerder of de beleggers in die ESO's;

(b)       een ESO of de beleggers in dat ESO, en een ander ESO dat beheerd wordt door die ESO-beheerder, of de beleggers in dat andere ESO.

3.        ESO-beheerders houden doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen aan en beheren deze om te voldoen aan de vereisten die zijn vastgesteld in de leden 1 en 2.

4.        De belangenconflicten als bedoeld in lid 1 worden openbaar gemaakt wanneer de organisatorische regelingen die door de ESO-beheerder worden getroffen om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren en te monitoren, niet voldoende zijn om er met redelijke zekerheid voor te zorgen dat de risico's op het berokkenen van schade aan de belangen van de beleggers worden vermeden. ESO-beheerders maken de algemene aard of de bronnen van de belangenconflicten duidelijk kenbaar aan de beleggers alvorens zij activiteiten in hun naam uitoefenen.

5.        De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

(a)       de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 2 van dit artikel;

(b)       de stappen die men van ESO-beheerders verwacht op het vlak van structuren en organisatorische en administratieve procedures om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren, te monitoren en openbaar te maken.

Artikel 9

1.        ESO-beheerders gebruiken voor elk ESO dat zij beheren procedures om met behulp van duidelijke en vergelijkbare indicatoren te meten en te monitoren in hoeverre de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het ESO belegt het positieve sociale effect bereiken waartoe zij zich verbinden.

1 bis.  De in lid 1 bedoelde indicatoren omvatten ten minste:

(a)       tewerkstelling en arbeidsmarkten;

(b)       normen en rechten betreffende arbeidskwaliteit;

(c)       sociale integratie en bescherming van bepaalde groepen;

(d)       gelijke behandeling en kansen, en non-discriminatie;

(e)       volksgezondheid en veiligheid;

(f)       toegang tot en gevolgen voor de stelsels voor sociale bescherming, gezondheid en onderwijs.

2.        De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

(a)       de nadere regels ▌voor de procedures als bedoeld in lid 1 van dit artikel met betrekking tot verschillende in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

(b)       de gedetailleerde criteria voor het meten voor het maatschappelijk effect van een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij, met opgave van de in lid 1 bis vermelde indicatoren;

(c)       de methodiek voor het combineren van de in punt (b) genoemde gedetailleerde criteria en, zo mogelijk, het relatieve gewicht dat aan die criteria wordt toegekend bij de globale beoordeling van het maatschappelijk effect van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij.

Artikel 10

ESO-beheerders houden te allen tijde voldoende eigen vermogen aan, ten minste overeenkomend met 25% van hun vaste kosten van het voorgaande jaar.

De bevoegde autoriteiten mogen dit vereiste aanpassen in geval van aanzienlijke wijzigingen in de werkzaamheden van het ESO sinds het voorgaande jaar.

Wanneer een ESO sinds de oprichting nog geen jaar actief is, moet het beschikken over een eigen vermogen van ten minste 25% van de in zijn bedrijfsplan begrote vaste kosten, tenzij de bevoegde autoriteiten een aanpassing van het bedrijfsplan verlangen.

ESO-beheerders wenden toereikende en passende menselijke en technische middelen aan ▌die noodzakelijk zijn voor het behoorlijke beheer van ESO's.

Artikel 11

De regels betreffende de waardering van de activa worden vastgesteld in de statutaire documenten van het ESO.

Artikel 12

1.        ESO-beheerders stellen niet later dan 6 maanden volgend op het einde van het boekjaar voor elk ESO onder beheer een jaarverslag beschikbaar voor de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. In dit verslag wordt een beschrijving gegeven van de samenstelling van de portefeuille van het ESO en van de activiteiten van het afgelopen jaar. Het bevat de gecontroleerde financiële rekeningen van het ESO. Het wordt opgemaakt overeenkomstig de bestaande standaarden voor verslaglegging en overeenkomstig de voorwaarden die zijn overeengekomen tussen de ESO-beheerder en de beleggers. ESO-beheerders verstrekken het verslag op verzoek aan beleggers. ESO-beheerders en beleggers kunnen onderling bijkomende openbaarmakingen overeenkomen.

2.        Het jaarverslag moet ten minste de volgende elementen bevatten:

(a)       in voorkomend geval details over de algehele sociale resultaten die door het beleggingsbeleid zijn gerealiseerd en de methode die is gebruikt om deze resultaten te meten;

(b)       een verklaring van alle overdrachten met betrekking tot in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die hebben plaatsgevonden;

(c)       een beschrijving waaruit blijkt of er overdrachten met betrekking tot de andere activa van het ESO die niet zijn belegd in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen hebben plaatsgevonden op basis van de criteria als bedoeld onder punt e) van artikel 13, lid 1;

(d)       een overzicht van de activiteiten die de ESO-beheerder heeft ondernomen met betrekking tot de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen als bedoeld onder punt k) van artikel 13, lid 1;

(d bis) gedetailleerde informatie betreffende de aard en het doel van de andere beleggingen dan de in aanmerking komende portefeuillebeleggingen, als bedoeld in artikel 4, lid 1.

3.        Ingeval de ESO-beheerder verplicht is met betrekking tot het ESO een financieel jaarverslag openbaar te maken overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad, mag de informatie als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel afzonderlijk of als een bijkomend onderdeel van het financieel jaarverslag worden verstrekt.

Artikel 13

1.        ESO-beheerders stellen voorafgaand aan hun beleggingsbeslissing hun beleggers in kennis van ten minste de volgende elementen:

(a)       de identiteit van de ESO-beheerder en van alle andere dienstverleners waarmee de ESO-beheerder een contract afsluit met betrekking tot hun beheer en een beschrijving van hun taken;

(b)       een beschrijving van de beleggingsstrategie en –doelstellingen van het ESO, inclusief een beschrijving van de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en het proces en de criteria die worden gebruikt om deze vast te stellen, de beleggingstechnieken die het kan aanwenden en alle toepasselijke beleggingsbeperkingen;

(c)       het positieve sociale effect dat wordt nagestreefd met het beleggingsbeleid van het ESO, in voorkomend geval inclusief voorspellingen van die resultaten in zoverre deze redelijk zijn, en informatie over de criteria en methodes voor het meten van de impact die toegepast zullen worden op iedere respectieve belegging en, waar beschikbaar, over prestaties in het verleden op dit vlak;

(d)       de methodes die zullen worden gebruikt om sociale effecten te meten;

(e)       gedetailleerde informatie betreffende de aard en het doel van de andere activa dan in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en het proces en de criteria die worden gebruikt om deze activa te selecteren, tenzij het om cash of cashequivalenten gaat;

(f)        een beschrijving van het risicoprofiel van het ESO en alle risico's die verbonden zijn aan de activa waarin het fonds kan beleggen of de beleggingstechnieken die kunnen worden aangewend;

(g)       een beschrijving van de waarderingsprocedure van het ESO en van de prijsberekeningsmethode voor de waardering van de activa, inclusief de methodes die gebruikt worden voor de waardering van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

(h)       een beschrijving van alle vergoedingen, lasten en kosten en van de maximumbedragen ervan die rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste worden genomen door beleggers;

(i)        een beschrijving van de wijze waarop de beloning van de ESO-beheerder wordt berekend alsmede een bekendmaking van de winsten van het fonds;

(j)        wanneer beschikbaar, de historische financiële prestaties van het ESO;

(k)       de bedrijfsondersteunende diensten en de andere ondersteunende activiteiten die de ESO-beheerder verleent of verzorgt via derden om de ontwikkeling, de groei of anderszins de lopende operaties van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het ESO belegt te bevorderen, of, wanneer deze diensten of activiteiten niet worden verstrekt, een verklaring van dit feit;

(l)        een beschrijving van de procedures op basis waarvan het ESO zijn beleggingsstrategie of beleggingsbeleid, of beide, kan wijzigen.

2.        Alle informatie als bedoeld in lid 1 is eerlijk, duidelijk en niet misleidend. Zij wordt regelmatig bijgewerkt en getoetst.

3.        Ingeval de ESO-beheerder verplicht is met betrekking tot het ESO een prospectus te publiceren overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement of de Raad of overeenkomstig de nationale wetgeving, mag de informatie als bedoeld in lid 1 afzonderlijk of als een onderdeel van het prospectus worden verstrekt.

4.        De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

(a)       de inhoud van de informatie als bedoeld in de punten b) tot en met e) en punt k) van lid 1 van dit artikel;

(b)       de wijze waarop de informatie, als bedoeld in de punten b) tot en met e) en punt k) van lid 1 van dit artikel uniform kan worden voorgesteld om voor de hoogst mogelijke mate van vergelijkbaarheid te zorgen;

(b bis) de principes die toegepast moeten worden bij het ontwerpen van methodes voor de waardering van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarnaar wordt verwezen in lid 1, onder g).

Artikel 13 bis

1.        De ESO-beheerder zorgt ervoor dat voor elk door hem beheerd ESO overeenkomstig dit artikel één individuele bewaarder wordt benoemd.

2.        De bewaarder is een instelling die aan prudentiële regelgeving is onderworpen en onder permanent toezicht staat. De instelling behoort tot de categorieën instellingen die door de lidstaten zijn aangewezen als instellingen die overeenkomstig artikel 23, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG als bewaarder kunnen fungeren.

3.        De bewaarder is verantwoordelijk voor het verifiëren van het eigendom en het bijhouden van een register van de activa van het in aanmerking komende ESO.

4.        De bewaarder is aansprakelijk ten opzichte van het ESO en zijn beleggers voor ieder geleden verlies als gevolg van nalatigheid of opzettelijk falen.

HOOFDSTUK  III

TOEZICHT EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 14

1.        ESO-beheerders die van plan zijn de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" te gebruiken voor het op de markt aanbieden van hun ESO stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst in kennis van dit voornemen en verstrekken de volgende informatie:

(a)       de identiteit van de personen die de ESO's daadwerkelijk beheren;

(b)       de identiteit van de ESO's waarvan de deelnemingsrechten of aandelen op de markt worden aangeboden en hun beleggingsstrategieën;

(c)       informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II;

(d)       een lijst van lidstaten waar de ESO-beheerder van plan is elk ESO op de markt aan te bieden.

2.        De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verleent de ESO-beheerder alleen een vergunning indien voor haar vaststaat dat voldaan is aan de volgende voorwaarden:

(a)       de vereiste informatie als bedoeld in lid 1 is volledig;

(b)       de regelingen waarvan overeenkomstig lid 1, onder c), kennis is gegeven, zijn geschikt om aan de vereisten van hoofdstuk II te voldoen.

3.        De vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de Unie en stelt ESO-beheerders in staat ESO's in de hele Unie op de markt aan te bieden onder de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds".

Artikel 15

De ESO-beheerder actualiseert de informatie die wordt verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst wanneer de ESO-beheerder het voornemen heeft:

(a)       een nieuw ESO op de markt aan te bieden;

(b)       een ESO op de markt aan te bieden waarvan de in artikel 14, lid 1, bedoelde kenmerken gewijzigd zijn.

Artikel 16

1.        Onmiddellijk na de verlening van een vergunning aan een ESO-beheerder meldt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst het feit dat aan de ESO-beheerder een vergunning is verleend aan de lidstaten die opgegeven zijn overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, van deze verordening en aan de ESMA.

2.        De lidstaten van herkomst die opgegeven zijn overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, van deze verordening leggen aan de ESO-beheerder aan wie een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 14 geen verplichtingen of administratieve procedures op met betrekking tot het op de markt aanbieden van zijn ESO's en vereisen geen vergunning voor het op de markt aanbieden voorafgaand aan de aanvang ervan.

3.        Om te zorgen voor een uniforme toepassing van dit artikel werkt de ESMA een ontwerp van technische uitvoeringsnormen uit met het oog op het bepalen van de vorm van de kennisgeving.

4.        De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op * voor aan de Commissie.

5.        Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de technische uitvoeringsnormen als bedoeld in lid 3 vast te stellen overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 17

1.        De ESMA houdt op het internet een publiek toegankelijke, centrale databank aan waarin alle ESO's en ESO-beheerders zijn opgenomen aan wie in de Unie overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend, alsmede in de landen waarin ze actief zijn.

2.        De ESMA en de bevoegde autoriteiten in de lidstaten informeren beleggers, beheerders van beleggingsfondsen en bedrijven over het bestaan van het ESO.

Artikel 18

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst oefent toezicht uit op het naleven van de vereisten die zijn vastgesteld in deze verordening.

Artikel 19

De bevoegde autoriteiten beschikken krachtens de nationale wetgeving over alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies. In het bijzonder hebben zij de bevoegdheid om:

(a)       om toegang te verzoeken tot elk document in elke vorm en om een kopie ervan te ontvangen of te nemen;

(b)       van de ESO-beheerder te vereisen onverwijld informatie te verstrekken;

(c)       van elke persoon die betrokken is bij de activiteiten van de ESO-beheerder of het ESO informatie te vereisen;

(d)       ter plaatse inspecties uit te voeren, al dan niet met voorafgaande aankondiging;

(e)       passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een ESO-beheerder de vereisten van deze verordening blijft naleven;

(f)        een bevel uit te vaardigen om ervoor te zorgen dat een ESO-beheerder de vereisten van deze verordening naleeft en er verder van afziet in strijd met deze verordening te handelen.

Artikel 20

1.        De lidstaten stellen de voorschriften vast betreffende sancties op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze voorschriften ten uitvoer worden gelegd. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.        Uiterlijk op (10)* stellen de lidstaten de Commissie en de ESMA van de in lid 1 bedoelde voorschriften in kennis. Zij stellen de Commissie en de ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.

Artikel 21

1.        De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst neemt de passende maatregelen als bedoeld in lid 2 wanneer ESO-beheerders:

(a)       nalaten de vereisten na te leven die van toepassing zijn op de portefeuillesamenstelling, overeenkomstig artikel 5;

(b)       nalaten het ESO op de markt aan te bieden aan in aanmerking komende beleggers overeenkomstig artikel 6;

(c)       de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" gebruiken zonder vergunning van de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 14.

2.        In de gevallen als bedoeld onder lid 1 neemt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst voor zover nodig de volgende maatregelen:

(a)       verbod van het gebruik van de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" voor het op de markt aanbieden van een of meerdere ESO's van de ESO-beheerder;

(b)       schrapping van de ESO-beheerder uit het register.

3.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst die zijn opgegeven overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, en de ESMA onverwijld in kennis van het feit dat de ESO-beheerder is geschrapt uit het register als bedoeld in punt b) van lid 1 van dit artikel.

4.        Het recht om een of meer ESO's in de Unie op de markt aan te bieden onder de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" vervalt met onmiddellijke ingang vanaf de datum van de beslissing van de bevoegde autoriteit als bedoeld in de punten a) of b) van lid 2.

Artikel 22

1.        De bevoegde autoriteiten werken voor de toepassing van deze verordening samen met de ESMA overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.        De bevoegde autoriteiten verstrekken de ESMA overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010 onverwijld alle informatie die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taken. Met name wisselen de ESMA en de bevoegde autoriteiten alle informatie en documentatie uit die noodzakelijk is om inbreuken op deze verordening vast te stellen en te verhelpen.

2 bis.  In geval van onenigheid tussen de bevoegde autoriteiten over de uitvoering van hun respectieve taken in het kader van deze verordening, mag elk van de betrokken autoriteiten overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010/EU de zaak voor bemiddeling voorleggen aan de ESMA.

Artikel 23

1.        Alle personen die werken of hebben gewerkt voor de bevoegde autoriteiten of de ESMA, alsook de auditors en deskundigen die door de bevoegde autoriteiten en de ESMA geïnstrueerd zijn, zijn gebonden door het beroepsgeheim. Er mag geen vertrouwelijke informatie die deze personen ontvangen bij het uitoefenen van hun taken worden onthuld aan welke persoon of autoriteit ook, behalve in summiere of geaggregeerde vorm zodat ESO-beheerders en ESO's niet individueel kunnen worden onderkend, onverminderd gevallen die onder het strafrecht en de strafrechtelijke vervolging krachtens deze verordening vallen.

2.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de ESMA worden niet verhinderd informatie uit te wisselen overeenkomstig deze verordening of uniaal recht van toepassing op ESO-beheerders en ESO's.

3.        Wanneer bevoegde autoriteiten of de ESMA vertrouwelijke informatie ontvangen overeenkomstig lid 1, mogen zij deze enkel gebruiken in het kader van hun taken en administratieve en gerechtelijke procedures.

HOOFDSTUK IV

OVERGANGS- EN  SLOTBEPALINGEN

Artikel 24

1.        De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.        De in artikel 2, lid 3, artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 2 en artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vier jaar met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.        Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 3, artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 2 en artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheid die in dat besluit wordt vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.        Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

5.        Een gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van drie maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 25

1.        Uiterlijk op …(11)* toets de Commissie deze verordening. De toetsing omvat een algemeen onderzoek van de werking van de regels in deze verordening en de ervaring die is opgedaan bij het toepassen ervan, inclusief:

(a)       de mate waarin de benaming "Europees sociaalondernemerschapsfonds" door ESO-beheerders in verschillende lidstaten zowel binnenlands als grensoverschrijdend is gebruikt;

(a bis) een analyse van de vestigingsplaatsen van ESO's en van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin zij beleggen;

(b)       het gebruik van de verschillende in aanmerking komende beleggingen door ESO's en de wijze waarop dit een impact kan hebben op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie;

(b bis) de opportuniteit van het invoeren van een Europees keurmerk voor "sociale ondernemingen";

(c)       de praktische toepassing van de criteria voor het aanwijzen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de impact hiervan op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie en hun positieve maatschappelijke effect;

(c bis) een analyse van de procedures die de ESO-beheerders hebben ingesteld om het positieve sociale effect te meten dat door de in artikel 9 vermelde, in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen is gerealiseerd, en een beoordeling van de haalbaarheid van invoering van geharmoniseerde normen om het sociale effect op Unieniveau te kunnen meten op een wijze die aansluit bij het sociaal beleid van de Unie;

(d)       het toepassingsgebied van deze verordening, inclusief de mogelijkheid om ESO's ook open te stellen voor particuliere beleggers, en de aanvullende maatregelen ter bescherming van de beleggers waarmee een dergelijke uitbreiding van het toepassingsgebied gepaard zou gaan;

(d bis) de praktische toepassing van het bewaardersstelsel voor ESO's en het effect hiervan;

(d ter) de vraag of het opportuun is deze verordening aan te vullen met een Europese fiscale regeling ter bevordering van het sociale ondernemerschap.

2.        Na de in lid 1 bedoelde toetsing en na raadpleging van de ESMA, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 25 bis

Uiterlijk op …(12)* maakt de ESMA een raming op van haar personele en andere behoeften die voortvloeien uit de vervulling van haar taken en bevoegdheden overeenkomstig deze verordening en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

Artikel 25 ter

Wijziging van Richtlijn 2009/65/EG

In artikel 50, lid 1, van Richtlijn 2009/65/EG wordt het volgende punt toegevoegd:

"i) Europese sociaalondernemerschapsfondsen, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. …/2012 van het Europees Parlement en van de Raad van … [betreffende Europese sociaalondernemerschapsfondsen](13), tot een maximum van 10%."

Artikel 26

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 22 juli 2013, behalve voor artikel 2, lid 3, artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 2 en artikel 13, lid 4, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(3)

PB C … van …, blz. ….

(4)

PB C … van ..., blz. ….

(5)

PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.

(6)

PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1.

(7)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(8)

PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(9)

PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(10)

* PB: datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

(11)

* PB: datum invoegen: vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.

(12)

* PB: datum invoegen: een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.

(13)

PB L ...


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (25.4.2012)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(COM(2011)0862 – C7‑0489/2011 –2011/0418(COD))

Rapporteur voor advies: Pervenche Berès

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Aangezien beleggers ook sociale doelstellingen nastreven en niet enkel op zoek zijn naar financieel rendement, ontstaat er in de Unie steeds meer een sociale beleggingsmarkt, die deels bestaat uit beleggingsfondsen die zich richten op sociale ondernemingen. Dergelijke beleggingsfondsen verschaffen financiering aan sociale ondernemingen die fungeren als motor van sociale veranderingen door innovatieve oplossingen te bieden voor sociale problemen en een waardevolle bijdrage te leveren om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te realiseren.

(1) Aangezien beleggers ook sociale doelstellingen nastreven en niet enkel op zoek zijn naar financieel rendement, ontstaat er in de Unie steeds meer een sociale beleggingsmarkt, die deels bestaat uit beleggingsfondsen die zich richten op sociale ondernemingen. Dergelijke beleggingsfondsen verschaffen financiering aan sociale ondernemingen die fungeren als motor van sociale veranderingen door innovatieve oplossingen te bieden voor sociale problemen, de sociale gevolgen van de financiële crisis te helpen oplossen en een waardevolle bijdrage te leveren om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te realiseren.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Sociale ondernemingen omvatten een uitgebreid gamma van ondernemingen met uiteenlopende juridische vormen, die sociale diensten of goederen leveren aan kwetsbare of gemarginaliseerde personen. Dergelijke diensten hebben betrekking op toegang tot huisvesting, gezondheidszorg, hulp voor oudere of gehandicapte personen, kinderverzorging, toegang tot werkgelegenheid en opleiding alsook verslavingszorg. Sociale ondernemingen omvatten eveneens ondernemingen die een productiemethode voor goederen of diensten hanteren met een sociale doelstelling, maar waarvan de activiteiten buiten het toepassingsgebied van het leveren van sociale goederen of diensten kunnen liggen. Daartoe kan sociale en professionele integratie behoren door middel van toegang tot werkgelegenheid voor personen die in het bijzonder benadeeld worden wegens onvoldoende kwalificaties of sociale of professionele problemen die leiden tot uitsluiting en marginalisering.

(8) Sociale ondernemingen omvatten een uitgebreid gamma van ondernemingen met uiteenlopende juridische vormen, die sociale diensten of goederen leveren aan kwetsbare of gemarginaliseerde personen, met als doel gelijke toegang tot deze goederen en diensten te garanderen. Dergelijke diensten hebben onder meer, maar niet uitsluitend betrekking op het bestrijden van armoede, toegang tot huisvesting, gezondheidszorg, hulp voor oudere of gehandicapte personen, kinderverzorging, toegang tot onderwijs, met inbegrip van onderwijs voor jonge kinderen, werkgelegenheid en opleiding alsook verslavingszorg. Sociale ondernemingen omvatten eveneens ondernemingen die een productiemethode voor goederen of diensten hanteren met een sociale doelstelling, maar waarvan de activiteiten buiten het toepassingsgebied van het leveren van sociale goederen of diensten kunnen liggen. Daartoe kan ondermeer maar niet uitsluitend sociale en professionele integratie behoren door middel van toegang tot werkgelegenheid voor personen die in het bijzonder benadeeld worden wegens onvoldoende kwalificaties of sociale of professionele problemen die leiden tot uitsluiting en marginalisering.

Motivering

Armoede is overduidelijk een belangrijke drijfveer voor sociale uitsluiting en andere maatschappelijke kwalen

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Met het oog op effectief toezicht op de naleving van de vereisten van deze verordening, dient in deze verordening eveneens een proces te worden vastgesteld voor grensoverschrijdende kennisgevingen tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, dat in gang gezet wordt door de registratie van de ESO-beheerder in zijn lidstaat van herkomst.

(23) Met het oog op effectief toezicht op de naleving van de vereisten van deze verordening, dient in deze verordening eveneens een automatisch proces te worden vastgesteld voor grensoverschrijdende kennisgevingen tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, dat in gang gezet wordt door de registratie van de ESO-beheerder in zijn lidstaat van herkomst. De toezichtinformatie dient automatisch te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van herkomst en de lidstaten van ontvangst en de ESMA.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) De toezichtinformatie dient te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van herkomst en de lidstaten van ontvangst en de ESMA.

Schrappen

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging, zoals gedefinieerd in punt b) van artikel 3, lid 1, die gevestigd zijn in de Unie en onderworpen zijn aan registratie bij de bevoegde autoriteiten in hun lidstaat van herkomst, in overeenstemming met punt a) van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EG, mits die beheerders portefeuilles van ESO's beheren waarvan de activa onder beheer in totaal het plafond van 500 miljoen EUR of, in de lidstaten waar de euro niet de officiële munteenheid is, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, niet overschrijden.

1. Deze verordening is van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging, zoals gedefinieerd in punt b) van artikel 3, lid 1, die gevestigd zijn in de Unie en onderworpen zijn aan registratie bij de bevoegde autoriteiten in hun lidstaat van herkomst, in overeenstemming met punt a) van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EG, mits die beheerders portefeuilles van ESO's beheren waarvan de activa onder beheer in totaal het plafond van 500 miljoen EUR of, in de lidstaten waar de euro niet de officiële munteenheid is, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, niet overschrijden.

 

Voor beleggingen door ESO's in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die zich bezighouden met sociale huisvesting en andere sectoren met maatschappelijke relevantie, met een hoge beleggingsintensiteit, kan per geval een hoger plafond ingesteld worden.

Motivering

Amendement voorgesteld door het Europees Netwerk van Steden en Regio's voor de Sociale Economie om flexibiliteit toe te staan voor bepaalde soorten ondernemingen met positieve sociale impact, maar met hogere kapitaalintensiteit.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie is bevoegd om in overeenstemming met artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van de methoden voor het berekenen van het plafond als bedoeld in lid 1 van dit artikel en voor het voortdurend monitoren van de naleving van dit plafond.

3. De Commissie is bevoegd om in overeenstemming met artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van de methoden voor het berekenen van de geschikte plafonds als bedoeld in lid 1 van dit artikel en voor het voortdurend monitoren van de naleving van dit plafond.

Motivering

Noodzakelijk om objectieve criteria te voorzien voor hogere plafonds, met betrekking op het amendement voorgesteld door het Europees Netwerk van Steden en Regio's voor de Sociale Economie om flexibiliteit toe te staan voor bepaalde soorten ondernemingen met positieve sociale impact, maar met hogere kapitaalintensiteit.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter c – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In het geval van schulden of leningen zoals omschreven in de punten (c)(ii) en (c)(iv) wordt het rentepeil bepaald op een niveau dat het behalen van de primaire sociale doelstellingen van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij niet ondermijnt door het beperken van herbelegging van winst.

Motivering

Waar sociale ondernemingen schuldinstrumenten zouden moeten mogen gebruiken, voorkomt deze bepaling het heffen van rentes die het behalen van de primaire sociale doelstelling belemmeren.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) "in aanmerking komende portefeuillemaatschappij": een onderneming die op het ogenblik dat het ESO daarin belegt, niet genoteerd is op een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in punt 14) van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG, waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt, die zelf geen instelling voor collectieve belegging is en die:

 

(d) "in aanmerking komende portefeuillemaatschappij": een onderneming die zelf geen instelling voor collectieve belegging is en die op het ogenblik dat het ESO daarin belegt, niet genoteerd is op een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in punt 14) van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG, behalve in het geval van maatschappijen die zich bezighouden met sociale huisvesting of sectoren met andere maatschappelijke relevantie met een hoge beleggingsintensiteit, waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt:

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt (i)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i) als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk ander statutair document waarbij de onderneming wordt opgericht, voor zover:

(i) als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk ander statutair document waarbij de onderneming wordt opgericht, en niet het genereren van winst voor de eigenaars, leden en aandeelhouders, voorzover:

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt (i) streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

de maatschappij diensten of goederen levert ten behoeve van kwetsbare of gemarginaliseerde personen; or

- de maatschappij diensten of goederen met een sociaal rendement levert, en/of

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt (ii)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) haar winst gebruikt om haar hoofddoel te realiseren in plaats van winst uit te keren en vooraf bepaalde procedures en regels heeft ingesteld voor alle omstandigheden waarin winst worden uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars;

(ii) haar winst herinvesteert om haar hoofddoel te realiseren en vooraf bepaalde procedures en regels heeft ingesteld voor alle omstandigheden waarin winst wordt uitgekeerd; deze regels moeten ervoor zorgen dat uitkering van winst het realiseren van het hoofddoel niet in gevaar brengt;

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt (iii)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(iii) op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten.

(iii) op ondernemende, verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en/of belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De Commissie is bevoegd om in overeenstemming met artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de criteria voor het identificeren van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die zich bezig houden met sociale huisvesting en andere sectoren met maatschappelijke relevantie met een hoge beleggingsintensiteit en de geschikte plafonds voor winst en balanstotaal om te gebruiken voor de doelstellingen van paragraaf 1(d).

Motivering

Noodzakelijk om objectieve criteria te voorzien voor hogere plafonds, met betrekking tot het amendement voorgesteld door het Europees Netwerk van Steden en Regio's voor de Sociale Economie om flexibiliteit toe te staan voor bepaalde soorten ondernemingen met positieve sociale impact, maar met hogere kapitaalintensiteit.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) hun zakelijke activiteiten uitoefenen om de belangen van de ESO's die zij beheren en van de beleggers in die ESO's en de integriteit van de markt te bevorderen;

(c) hun zakelijke activiteiten uitoefenen om de positieve maatschappelijke impact van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin belegd wordt, de belangen van de ESO's die zij beheren en van de beleggers in die ESO's en de integriteit van de markt te bevorderen;

Motivering

ESO-beheerders moeten het behalen van een positieve maatschappelijke impact voorop stellen

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) een hoog niveau van toewijding aan de dag leggen bij het selecteren en aanhoudend monitoren van de beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

(d) een hoog niveau van toewijding aan de dag leggen bij het selecteren en aanhoudend monitoren van de beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en hun positieve maatschappelijke impact;

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst die zijn opgegeven overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, in kennis van het feit dat de ESO-beheerder is geschrapt uit het register als bedoeld in punt b) van lid 1 van dit artikel.

3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst die zijn opgegeven overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, en de ESMA onverwijld in kennis van het feit dat de ESO-beheerder is geschrapt uit het register als bedoeld in punt b) van lid 1 van dit artikel.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de praktische toepassing van de criteria voor het aanwijzen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de impact hiervan op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie;

(c) de praktische toepassing van de criteria voor het aanwijzen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de impact hiervan op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie en hun positieve maatschappelijke impact;

PROCEDURE

Titel

Europese fondsen voor sociaal ondernemerschap

Document- en procedurenummers

COM(2011)0862 – C7-0489/2011 – 2011/0418(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

17.1.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

EMPL

20.4.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Pervenche Berès

26.3.2012

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.4.2012

 

 

 

Datum goedkeuring

24.4.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

16

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Edit Bauer, Heinz K. Becker, Phil Bennion, Vilija Blinkevičiūtė, Philippe Boulland, David Casa, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Derek Roland Clark, Marije Cornelissen, Emer Costello, Andrea Cozzolino, Frédéric Daerden, Karima Delli, Sari Essayah, Richard Falbr, Thomas Händel, Nadja Hirsch, Stephen Hughes, Danuta Jazłowiecka, Martin Kastler, Ádám Kósa, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Rovana Plumb, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Nicole Sinclaire, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Georges Bach, Sergio Gutiérrez Prieto, Filiz Hakaeva Hyusmenova, Jelko Kacin, Svetoslav Hristov Malinov, Ramona Nicole Mănescu, Emilie Turunen


ADVIES van de Commissie juridische zaken (27.4.2012)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(COM(2011)0862 – C7‑0489/2011 – 2011/0418(COD))

Rapporteur voor advies: Dimitar Stoyanov

BEKNOPTE MOTIVERING

Met dit voorstel voor een verordening wordt het rechtskader vastgesteld waarbinnen verschillende soorten beleggingsfondsen de status van "Europees sociaalondernemerschapsfonds" en het overeenkomstige "paspoort" kunnen worden toegekend. Het doel is te komen tot een Europese sector voor investeringen in rechtspersonen die activiteiten zonder winstoogmerk uitvoeren en daarbij verschillende doelstellingen van sociale aard nastreven.

In het voorstel voor een verordening worden criteria vastgesteld, in termen van beschikbare activa, waaraan een fonds moet voldoen om de status en het paspoort die hierboven werden vernoemd te verkrijgen. Ook de vereisten waaraan beheerders van sociaalondernemerschapsfondsen moeten voldoen en de beperkingen die gelden voor de investeringen die met de activa van de fondsen kunnen worden gedaan worden erin vastgelegd.

Er dient te worden opgemerkt dat er reeds twee richtlijnen betreffende beleggingsfondsen bestaan: Richtlijn 2011/61/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad. Deze richtlijnen bevatten de geldende regels voor beleggingsfondsen en het beheer ervan en de regels die gelden voor investeerders in deze fondsen. Dit advies heeft tot doel ervoor te zorgen dat het voorstel voor een verordening consistent is met deze bestaande wetgevingshandelingen.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) Bovendien is het ter wille van de duidelijkheid en de transparantie noodzakelijk dat de ESO-beheerders de investeerders en alle partners in kennis stellen van hun eventuele banden met politieke partijen of organisaties alsook van hun vroegere beroepservaring en die welke zij verwerven bij het beheer van het ESO.

Motivering

De doelstellingen van het ESO zijn van dien aard dat te allen koste moet worden vermeden dat politieke partijen beheersposten onder hun leden gaan verdelen. Elke mogelijke band tussen de beheerders en politieke partijen of organisaties moet aan de investeerders worden gemeld.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

а) "Europees sociaalondernemerschapsfonds" (ESO): een instelling voor collectieve belegging die ten minste 70 procent van haar totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal belegt in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn;

а) "Europees sociaalondernemerschapsfonds" (ESO): een instelling voor collectieve belegging die ten minste 70 procent van haar totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal belegt in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn, ongeacht het feit of deze instelling voor collectieve belegging van het open-end- of het closed-end-type is;

Motivering

Met dit amendement wordt de tekst verduidelijkt om een maas in de regelgeving, die kan leiden tot subjectieve interpretaties, te dichten.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

а) "Europees sociaalondernemerschapsfonds" (ESO): een instelling voor collectieve belegging die ten minste 70 procent van haar totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal belegt in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn;

а) "Europees sociaalondernemerschapsfonds" (ESO): een instelling voor collectieve belegging die ten minste 70 procent van haar kapitaalinbrengen en van haar niet-gestort toegezegd kapitaal belegt in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn;

Motivering

De motivering heeft enkel betrekking op de Bulgaarse versie.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii) haar winst gebruikt om haar hoofddoel te realiseren in plaats van winst uit te keren en vooraf bepaalde procedures en regels heeft ingesteld voor alle omstandigheden waarin winst worden uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars;

ii) haar winst hoofdzakelijk gebruikt om haar hoofddoel te realiseren, door deze te herinvesteren in het bedrijf, onverminderd het bepaalde in het volgende punt;

Motivering

Het voorstel voor een verordening heeft als doel het steunen door middel van investeringen van sociale ondernemingen waarvan niet het winstbejag het hoofddoel is, maar de ontwikkeling van hun sociale activiteiten. Tegelijk moet echter aandacht worden besteed aan de belangen van de investeerders, die in de eerste plaats winst voor ogen hebben. Daarom moet punt ii) worden gesplitst om te verduidelijken dat de sociale ondernemingen moeten proberen de winst die zij uit hun activiteiten halen, te herinvesteren en tegelijk oog te hebben voor de rendabiliteit van hun investeringen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis) vooraf bepaalde procedures heeft ingesteld voor alle situaties waarin aan de aandeelhouders en de eigenaars winst wordt uitgekeerd, dit om de rendabiliteit van de investeringen van het ESO te garanderen, onder meer door bij de winstverdeling een voorkeursbehandeling toe te kennen aan de investeringen van het ESO;

Motivering

Het voorstel voor een verordening heeft als doel het steunen door middel van investeringen van sociale ondernemingen waarvan niet het winstbejag het hoofddoel is, maar de ontwikkeling van hun sociale activiteiten. Tegelijk moet echter aandacht worden besteed aan de belangen van de investeerders, die in de eerste plaats winst voor ogen hebben. Daarom moet punt ii) worden gesplitst om te verduidelijken dat de sociale ondernemingen moeten proberen de winst die zij uit hun activiteiten halen, te herinvesteren en tegelijk oog te hebben voor de rendabiliteit van hun investeringen.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii) op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten.

iii) op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door in de juridische stukken betreffende de oprichting van de onderneming te voorzien in de mogelijkheid om haar werknemers en de belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten te betrekken bij het beheer ervan;

Motivering

De originele tekst heeft als doel te garanderen dat al wie direct in dienst is van de sociale onderneming of die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten bij het beheer van de onderneming wordt betrokken. Het amendement wil deze bepaling uitbreiden en versterken door in de statuten van de onderneming een voorwaarde op te nemen betreffende deze participatie. Bovendien is de idee om ook de klanten bij het beheer te betrekken niet adequaat.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g) "toegezegd kapitaal": elke verbintenis waardoor een persoon verplicht is een belang in het ESO te verwerven of kapitaal in het ESO in te brengen;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

Heeft geen betrekking op de Nederlandstalige versie.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. ESO-beheerders zorgen ervoor dat, wanneer zij andere activa dan in aanmerking komende beleggingen verwerven, niet meer dan 30 procent van de totale kapitaalinbrengen en het niet-gestort toegezegd kapitaal gebruikt wordt voor het verwerven van andere activa dan in aanmerking komende beleggingen; met het op korte termijn aanhouden van cash en cashequivalenten wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van deze limiet.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

Heeft geen betrekking op de Nederlandstalige versie.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De regels betreffende de waardering van de activa worden vastgesteld in de statutaire documenten van het ESO.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

Heeft geen betrekking op de Nederlandstalige versie.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis) een lijst van de beroepsactiviteiten die de beheerder zowel in het verleden als tijdens het beheer van het ESO heeft uitgeoefend, alsook een lijst van de entiteiten waarvoor hij die activiteiten heeft verricht;

Motivering

Er moet een maximum aan transparantie worden gegarandeerd wat de beheerder en zijn beroepsbekwaamheid betreft.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – punt i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter) alle eventuele banden met, lidmaatschappen van, inschrijvingen en functies, zowel huidige als voormalige, bij politieke partijen en/of organisaties;

Motivering

Ter wille van de duidelijkheid en de transparantie is het noodzakelijk dat de investeerders op de hoogte zijn van eventuele banden tussen de beheerder en politieke partijen of organisaties.

PROCEDURE

Titel

Europese fondsen voor sociaal ondernemerschap

Document- en procedurenummers

COM(2011)0862 – C7-0489/2011 – 2011/0418(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

17.1.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

JURI

17.1.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Dimitar Stoyanov

25.1.2012

 

 

 

Behandeling in de commissie

26.3.2012

 

 

 

Datum goedkeuring

26.4.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Raffaele Baldassarre, Sebastian Valentin Bodu, Françoise Castex, Christian Engström, Marielle Gallo, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Antonio López-Istúriz White, Jiří Maštálka, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Dimitar Stoyanov, Rebecca Taylor, Alexandra Thein, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Piotr Borys, Sergio Gaetano Cofferati, Vytautas Landsbergis, Eva Lichtenberger, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Karin Kadenbach


PROCEDURE

Titel

Europese fondsen voor sociaal ondernemerschap

Document- en procedurenummers

COM(2011)0862 – C7-0489/2011 – 2011/0418(COD)

Datum indiening bij EP

7.12.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

17.1.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

EMPL

20.4.2012

IMCO

17.1.2012

JURI

17.1.2012

 

Geen advies

       Datum besluit

IMCO

29.2.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Sophie Auconie

25.10.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.3.2012

26.4.2012

 

 

Datum goedkeuring

31.5.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Elena Băsescu, Udo Bullmann, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Rachida Dati, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Elisa Ferreira, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Liem Hoang Ngoc, Othmar Karas, Wolf Klinz, Jürgen Klute, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Philippe Lamberts, Werner Langen, Astrid Lulling, Arlene McCarthy, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Sampo Terho, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Pablo Zalba Bidegain

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Sophie Auconie, Thijs Berman, Vicky Ford, Danuta Maria Hübner, Olle Ludvigsson, Mario Mauro, Theodoros Skylakakis

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Margrete Auken

Datum indiening

6.6.2012

Juridische mededeling - Privacybeleid