Procedure : 2010/0246(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0269/2012

Ingediende teksten :

A7-0269/2012

Debatten :

PV 19/11/2012 - 19
CRE 19/11/2012 - 19

Stemmingen :

PV 20/11/2012 - 6.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0413

VERSLAG     ***I
PDF 540kWORD 205k
7.9.2012
PE 464.688v01-00 A7-0269/2012

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven

(COM(2010)0473 – C7‑0279/2010 – 2010/0246(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Jan Mulder

PR_COD_1consamCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven

(COM(2010)0473 – C7‑0279/2010 – 2010/0246(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0473),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0279/2010),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 januari 2011(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A7‑0269/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.

STANDPUNT VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)*

in eerste lezing

---------------------------------------------------------

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven(3)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)    In het door de Raad op 18 april 2008 aangenomen actieplan voor het verbeteren van de beveiliging van explosieven werd de Commissie verzocht een permanent comité in te stellen voor de bespreking van maatregelen en de opstelling van aanbevelingen voor regelgeving inzake in de handel verkrijgbare precursoren van explosieven (d.w.z., stoffen of mengsels die kunnen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven), rekening houdend met de kosteneffectiviteit.

(2)    Het in 2008 door de Commissie opgerichte Permanent Comité precursoren heeft verscheidene precursoren van explosieven aangeduid die kunnen worden gebruikt om terroristische aanslagen te plegen en heeft aanbevolen op EU-niveau de nodige stappen te ondernemen.

(3)    Sommige lidstaten hebben al wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aangenomen over het op de markt brengen, het aanbieden en bezitten van bepaalde chemische stoffen en mengsels die als precursoren van explosieven kunnen worden gebruikt.

(4)    Deze wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, die uiteenlopen en de handel in de Europese Unie kunnen belemmeren, moeten worden geharmoniseerd om het vrije verkeer van chemische stoffen en mengsels in de interne markt te verbeteren en concurrentieverstoring zoveel mogelijk weg te nemen, en tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de ▌veiligheid van de bevolking te waarborgen. Voorts zijn op nationaal en Unieniveau voorschriften betreffende de veiligheid van werknemers en de bescherming van het milieu vastgesteld, die niet onder deze verordening vallen.

(5)    Met het oog op een zo uniform mogelijke regeling voor alle marktdeelnemers ▌, is een verordening de meest geschikte rechtsvorm om het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven te regelen.

(5 bis) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels(5) bepaalt dat als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels overeenkomstig hun indeling moeten worden geëtiketteerd voordat ze in de handel worden gebracht. Voorts bepaalt de verordening dat marktdeelnemers, met inbegrip van detailhandelaren, deze stoffen indelen en etiketteren of vertrouwen op de indeling die hoger in de toeleveringsketen is gemaakt. In deze verordening dient derhalve te worden bepaald dat alle marktdeelnemers, met inbegrip van detailhandelaren, die voornemens zijn om stoffen waarvoor krachtens deze verordening een beperking geldt, aan te bieden aan particulieren, erop moeten toezien dat op de verpakking is aangegeven dat de aankoop, het bezit of het gebruik van die stof of dat mengsel door particulieren onderworpen is aan een beperking.

(5 ter) Teneinde op nationaal niveau te zorgen voor een beschermingsniveau wat betreft het illegaal gebruik van precursoren van explosieven dat gelijkwaardig of hoger is dan het niveau waarnaar met deze verordening op Unieniveau wordt gestreefd, is in een aantal lidstaten reeds wetgeving van kracht voor een aantal stoffen die illegaal worden gebruikt. Een aantal van die stoffen worden op het tijdstip van de vaststelling van deze verordening vermeld in de bijlagen, en andere kunnen in de toekomst op Unieniveau aan een beperking worden onderworpen. Aangezien het in strijd zou zijn met de doelstellingen van deze verordening dat de bescherming door maatregelen op Unieniveau zou worden verlaagd, dient in de beveiligingsclausule een bepaling te worden opgenomen krachtens welke die nationale maatregelen van kracht blijven.

(6)    De illegale vervaardiging van zelfgemaakte explosieven moet worden bemoeilijkt door concentratiegrenswaarden vast te stellen voor ▌stoffen die als precursoren van explosieven kunnen worden gebruikt. Stoffen en mengsels die onder deze in bijlage I vermelde concentratiegrenswaarden blijven, mogen vrij worden verhandeld, mits er een beveiligingsmechanisme wordt ingesteld, maar de toegang van particulieren tot stoffen en mengsels die de concentratiegrenswaarden overschrijden, moet worden beperkt. Boven die concentratiegrenswaarden is de algemene regel derhalve dat particulieren die stoffen niet mogen kunnen verwerven, binnenbrengen, bezitten of gebruiken.

(6 bis) Het is evenwel dienstig om voor legale doeleinden een systeem toe te laten waarbij particulieren de in bijlage I vermelde stoffen kunnen verwerven, binnenbrengen, bezitten of gebruiken als zij daarvoor een vergunning hebben.

(6 ter) Aangezien sommige lidstaten reeds over beproefde registratiesystemen beschikken, die gebruikt worden om het aanbieden van sommige of alle in bijlage I vermelde stoffen te controleren, is het voorts zinvol de toepassing van een dergelijk systeem toe te laten voor sommige of alle in bijlage I vermelde stoffen, conform de in deze verordening neergelegde registratieregeling.

(6 quater)        Aangezien waterstofperoxide, nitromethaan en salpeterzuur door particulieren veelvuldig voor legitieme doeleinden worden gebruikt, moeten de lidstaten voor het verlenen van toegang tot die stoffen in lagere concentratie een registratieregeling in overeenstemming met de in deze verordening neergelegde regeling kunnen toepassen, in plaats van een vergunningsysteem.

(6 quinquies) Gezien het zeer specifieke onderwerp, kunnen de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt door conform het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel de lidstaten de keuze te laten of zij particulieren al dan niet toegang verlenen tot de in bijlage I vermelde stoffen, dan wel beperkte toegang verlenen conform het bepaalde in deze verordening.

(6 sexies) Teneinde de legitieme doelstellingen inzake openbare veiligheid te verwezenlijken en tegelijk de soepele werking van de interne markt zo weinig mogelijk te verstoren, is het raadzaam een vergunningsregeling in te stellen die ertoe strekt dat een particulier die een in bijlage I opgenomen stof, of mengsels of stoffen die bedoelde stof bevatten, heeft verworven in een concentratie die de in voornoemde bijlage vastgestelde grenswaarde overschrijdt, die stof vanuit een andere lidstaat of een derde land kan binnenbrengen in een lidstaat die de toegang tot die stoffen toestaat conform een van de in deze verordening voorgeschreven regelingen.

(6 septies) Voor een efficiënte toepassing van de bepalingen betreffende het binnenbrengen van precursoren van explosieven, is het wenselijk dat de lidstaten de beperkingen op het binnenbrengen van de in bijlage I vermelde stoffen, of van mengsels of stoffen die bedoelde stoffen bevatten, onder de aandacht van internationale reizigers brengen. Om dezelfde reden is het wenselijk de lidstaten er tevens op te laten toezien dat het publiek ervan op de hoogte is dat dezelfde beperkingen gelden voor kleine zendingen die aan particulieren worden toegestuurd of die op afstand worden besteld door eindgebruikers.

(6 octies) Informatie die door de lidstaten aan het bedrijfsleven, met name kleine en middelgrote ondernemingen (KMO´s), wordt verstrekt, kan een waardevolle manier zijn om de naleving van de voorschriften van deze verordening te faciliteren, aangezien het zaak is de regeldruk op KMO's zoveel mogelijk te beperken.

(7)    Aangezien een verbod op het gebruik van precursoren van explosieven in professionele activiteiten al te ver zou gaan, mogen de beperkingen betreffende het binnenbrengen, het aanbieden, het bezit en het gebruik van deze precursoren van explosieven alleen op particulieren van toepassing zijn. Niettemin is het, gelet op de algemene doelstellingen van deze verordening, zinvol te voorzien in een meldingsregeling die zowel voor professionele gebruikers in de gehele toeleveringsketen geldt, als voor particulieren bij transacties welke naar aard of omvang als verdacht moeten worden aangemerkt. Daartoe moeten de lidstaten nationale contactpunten voor het melden van verdachte transacties instellen.

(7 bis) Transacties waarbij de potentiële koper bijvoorbeeld een (professionele of particuliere) klant is die onduidelijk is over het voorgenomen gebruik, niet vertrouwd blijkt te zijn met het voorgenomen gebruik of er geen plausibele verklaring voor kan geven, ongebruikelijke concentraties of ongebruikelijke combinaties van stoffen wil kopen, geen bewijsstukken betreffende zijn identiteit of verblijfplaats wil overleggen, of nadrukkelijk verzoekt om op een ongebruikelijke wijze, bijvoorbeeld met grote sommen contant geld, te betalen, kunnen als verdacht worden beschouwd; de marktdeelnemers kunnen zich het recht voorbehouden een dergelijke transactie te weigeren.

(7 ter) Gelet op de algemene doelstellingen van deze verordening, is het voorts wenselijk dat het nationale contactpunt door de bevoegde vergunningverlenende instantie ervan in kennis wordt gesteld dat het verzoek om een vergunning is afgewezen op grond van redelijke twijfel aan de legitimiteit van het voorgenomen gebruik of de bedoelingen van de gebruiker. Evenzo is het wenselijk dat de bevoegde vergunningverlenende instantie het nationale contactpunt in kennis stelt van de schorsing of intrekking van een vergunning.

(7 quater)       Om mogelijk illegaal gebruik van precursoren van explosieven te voorkomen of op te sporen, is het wenselijk dat het nationaal contactpunt een register houdt van de gemelde verdachte transacties en dat de nationale bevoegde instantie de nodige maatregelen neemt om de concrete omstandigheden te onderzoeken, met name nagaat of de bij een verdachte transactie betrokken professionele gebruiker daadwerkelijk de bedoelde economische activiteit uitoefent.

(8)    Het is technisch niet haalbaar concentratiegrenswaarden voor hexamine in brandstoftabletten vast te stellen. Voorts zijn er vele vormen van legitiem gebruik van zwavelzuur, aceton, kaliumnitraat, natriumnitraat, kalksalpeter en kalkammonsalpeter. Een verordening op Unieniveau betreffende de beperking van de verkoop van deze stoffen aan particulieren zou leiden tot onevenredig hoge administratie- en nalevingskosten voor de consument, de overheid en het bedrijfsleven. Met het oog op de doelstellingen van deze verordening moeten niettemin maatregelen worden genomen waardoor de melding van verdachte transacties▌voor hexaminebrandstoftabletten en deze andere precursoren waarvoor geen veilige en geschikte alternatieven bestaan, wordt vergemakkelijkt.

(8 bis) De maatregelen die zijn vastgesteld met betrekking tot de diverse precursoren die onder deze verordening vallen, verschillen op de volgende punten: waar mogelijk zijn concentratiegrenswaarden vastgesteld, die in geval van overschrijding ertoe leiden dat de toegang tot deze chemische stoffen wordt beperkt, terwijl voor andere stoffen uitsluitend wordt voorzien in de melding van verdachte transacties. De criteria aan de hand waarvan wordt bepaald welke maatregelen van toepassing zijn op welke chemische stoffen zijn onder meer het dreigingsniveau van de chemische stof, de omvang van de handel in die stof, en de mogelijkheid om een concentratiegrenswaarde vast te stellen beneden welke de stof nog kan worden gebruikt voor het doel waarvoor zij op de markt wordt gebracht. Deze criteria moeten worden gebruikt als richtsnoer voor mogelijke verdere maatregelen met betrekking tot chemische stoffen die momenteel niet onder de verordening vallen.

(8 ter) Het stelen van precursoren van explosieven is een manier om aan grondstoffen voor de illegale vervaardiging van explosieven te komen. Daarom moet worden voorzien in een regeling voor het melden van diefstallen en verdwijning van aanzienlijke hoeveelheden van de in de bijlagen vermelde stoffen. Teneinde de opsporing van de daders te faciliteren en de bevoegde autoriteiten in andere lidstaten attent te maken op mogelijke dreigingen, is het wenselijk dat nationale contactpunten gebruik kunnen maken van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing dat bij Europol is ingesteld.

(9)    Aangezien de handel in precursoren van explosieven kan leiden tot illegale vervaardiging van geïmproviseerde explosiemiddelen, moeten de lidstaten voorschriften vaststellen inzake de sancties die in geval van inbreuk op de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(10)  Krachtens bijlage XVII van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH)(6) is de levering aan particulieren van ammoniumnitraat dat gemakkelijk zou kunnen worden misbruikt als precursor van explosieven verboden. Het is derhalve niet nodig ammoniumnitraat op te nemen in bijlage I bij deze verordening. De levering van ammoniumnitraat aan bepaalde professionele gebruikers, in hoofdzaak landbouwers, is evenwel toegestaan. Zij moet derhalve worden onderworpen aan de meldingsregeling voor verdachte transacties, aangezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 geen gelijkwaardige vereiste bevat. Als onderdeel van de evaluatie dient de Commissie [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin de mogelijkheden om de bepalingen betreffende ammoniumnitraat over te hevelen van de REACH-verordening naar deze verordening worden onderzocht.

(11)  Deze verordening schrijft voor dat in het geval van verdachte transacties persoonsgegevens worden verwerkt en aan derden worden meegedeeld. Deze verwerking betekent een ernstige ingreep in de grondrechten betreffende het privéleven en in het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(7) is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening. Bijgevolg moet ervoor worden gezorgd dat het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens van de personen wier persoonlijke gegevens worden verwerkt in het kader van de toepassing van deze verordening, behoorlijk wordt beschermd. In het bijzonder de verwerking van persoonsgegevens naar aanleiding van het verlenen van een vergunning, de registratie van een transactie en het melden van een verdachte transactie moet geschieden in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG, onder meer met de algemene beginselen, namelijk gegevensminimalisering, doelbinding, evenredigheid en noodzakelijkheid, en met de regel dat de betrokkene de gegevens moet kunnen inzien, rectificeren en wissen.

(12)  Aangezien de chemische stoffen die terroristen en andere criminelen gebruiken om zelf explosieven te vervaardigen, snel kunnen veranderen, moet het mogelijk zijn om andere stoffen, soms met spoed, onder de regeling van deze verordening te brengen.

(13)  Om rekening te houden met de ontwikkelingen in het misbruik van chemische stoffen als precursoren van explosieven, en mits terdege met de belanghebbenden overleg is gepleegd om rekening te kunnen houden met de potentieel aanzienlijke gevolgen voor de marktdeelnemers, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen in de zin van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van wijzigingen van bijlage I bij deze verordening met betrekking tot de concentratiegrenswaarden voor stoffen, en wijzigingen van bijlage II bij deze verordening met betrekking tot de toevoeging van stoffen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(13 bis) Bijlage I wordt door de Commissie aan voortdurende toetsing onderworpen; indien zulks gerechtvaardigd is, dient zij een wetgevingsvoorstel in, ertoe strekkende dat volgens de gewone wetgevingsprocedure een nieuwe stof aan de bijlage wordt toegevoegd of een stof uit de bijlagen wordt geschrapt, teneinde rekening te houden met ontwikkelingen in het misbruik van chemische stoffen als precursoren van explosieven.

(13 ter) Voor stoffen waarvoor krachtens deze verordening geen beperkingen gelden, maar waarvan volgens een lidstaat op redelijke gronden kan worden aangenomen dat zij kunnen worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven, moet een beveiligingsclausule worden ingevoegd die voorziet in een adequate uniale procedure.

(13 quater) Met het oog op de specifieke risico's die bij deze verordening moeten worden tegengegaan, is het voorts wenselijk te bepalen dat lidstaten in bepaalde omstandigheden ook voor stoffen die reeds in de bijlagen zijn vermeld beveiligingsmaatregelen kunnen vaststellen.

(13 quinquies) Gelet op de voorschriften van deze verordening betreffende de informatie die aan de Commissie en de lidstaten moet worden verstrekt, zou het ongepast zijn dergelijke nieuwe beveiligingsmaatregelen te onderwerpen aan de regeling van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij(8), ongeacht of zij al dan niet betrekking hebben op stoffen die in de bijlagen zijn vermeld.

(13 sexies) Gelet op de bijzondere aard van deze verordening en het mogelijke effect ervan op de veiligheid van de burgers en op de markt van de Unie, dient de Commissie, in het licht van het lopende overleg in het Permanent Comité precursoren, bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over mogelijke problemen bij de uitvoering van de verordening en over de wenselijkheid en haalbaarheid van een uitbreiding van het toepassingsgebied van de verordening tot professionele gebruikers, en van de bepalingen betreffende de melding van verdachte transacties, verdwijningen en diefstallen tot niet-geregistreerde stoffen die kunnen dienen als precursor van explosieven. In dit verband dient te worden verstaan onder "niet-geregistreerde stof die kan dienen als precursor van explosieven", elke stof die niet in de bijlagen bij deze verordening wordt genoemd, maar waarvan bekend is dat ze is gebruikt voor de vervaardiging van zelfgemaakte explosieven. Voorts moet de Commissie, rekening houdend met de desbetreffende ervaringen van de lidstaten en met afweging van de kosten en baten, een rapport indienen over de wenselijkheid en haalbaarheid van een verdere versterking en harmonisatie van het systeem uit het oogpunt van de bedreiging van de openbare veiligheid.

(14)  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de beperking van de beschikbaarheid voor particulieren van chemische stoffen die voor zelfgemaakte explosieven kunnen worden gebruikt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter op Unieniveau kunnen worden bereikt, kan de Europese Unie overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(14 bis) De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming heeft advies uitgebracht overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(9).

(15)  Deze verordening is opgesteld met inachtneming van de grondrechten en de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd, met name de bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van ondernemerschap, het eigendomsrecht en het non-discriminatiebeginsel. De lidstaten moeten deze verordening toepassen in overeenstemming met deze rechten en beginselen.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1Onderwerp

Deze verordening stelt geharmoniseerde voorschriften vast inzake het op de markt aanbieden, het bezitten, gebruiken en binnenbrengen in de Unie van stoffen of mengsels die kunnen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven, teneinde de beschikbaarheid van die stoffen en mengsels voor particulieren te beperken, en ervoor te zorgen dat verdachte transacties in de gehele toeleveringsketen adequaat worden gemeld.

Deze verordening laat andere strengere bepalingen van het Unierecht betreffende de in de bijlagen vermelde stoffen onverlet.

Artikel 2Werkingssfeer

1.      Deze verordening is van toepassing op de in de bijlagen genoemde stoffen en op mengsels of stoffen die de genoemde stoffen bevatten.

2.      Deze verordening is niet van toepassing op:

a)   voorwerpen in de zin van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad(10);

b)   pyrotechnische artikelen in de zin van ▌ Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad(11), pyrotechnische artikelen die zijn bestemd voor niet-commercieel gebruik, overeenkomstig de nationale wetgeving, door strijdkrachten, rechtshandhavingsinstanties of brandweer, apparatuur die valt onder Richtlijn 96/98/EG van de Raad(12), pyrotechnische artikelen bestemd voor gebruik in de lucht- en ruimtevaartindustrie en voor speelgoed bestemde slaghoedjes;

b bis)     geneesmiddelen die op legitieme wijze worden aangeboden aan een particulier op basis van een medisch voorschrift dat conform het toepasselijke nationale recht is verstrekt.

Artikel 3Definities

1.      In deze verordening wordt verstaan onder:

a.   "aanbieden", elke levering, al dan niet tegen betaling;

b.   "gebruik", elke vorm van verwerking, formulering, opslag, behandeling, vermenging, vervaardiging van een voorwerp of elke andere gebruikmaking;

c.   "binnenbrengen", het naar het grondgebied van een lidstaat brengen van een stof vanuit een andere lidstaat of een derde land;

d.   "particulier", elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;

e.   "verdachte transactie", elke transactie van in de bijlagen genoemde stoffen of van mengsels of stoffen die de genoemde stoffen bevatten, ook met professionele gebruikers, ten aanzien waarvan er redelijke vermoedens bestaan dat de stof of het mengsel dient voor de vervaardiging van zelfgemaakte explosieven;

f.    "marktdeelnemer", elke natuurlijke persoon of rechtspersoon of elk openbaar lichaam of elke combinatie van deze personen en/of lichamen die ▌producten of diensten op de markt aanbiedt.

2.      In deze verordening worden "stof", "mengsel" en "voorwerp" gedefinieerd zoals in Verordening (EG) nr. 1907/2006.

Artikel 4

Binnenbrengen, aanbieden, bezit en gebruik

1.      De in bijlage I genoemde stoffen en mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, mogen niet worden binnengebracht op het grondgebied, aangeboden aan of in bezit gehouden of gebruikt worden door particulieren, tenzij de concentratie van de stof in de vorm waarin zij wordt aangeboden, lager is dan of gelijk is aan de in die bijlage ▌vermelde grenswaarde.

2.      Onverminderd lid 1 mogen de in bijlage I genoemde stoffen en mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, worden aangeboden aan en in bezit gehouden en gebruikt worden door particulieren in concentraties die de in voornoemde bijlage vermelde grenswaarden overschrijden, mits de particulier een vergunning heeft, die hij op verzoek kan overleggen, voor het verwerven, in bezit houden of het gebruik van de stof of voor de mengsels of stoffen die de bedoelde stof bevatten in een concentratie die hoger is dan de in bijlage I vermelde grenswaarde; deze vergunning moet conform artikel 5 zijn afgegeven door een bevoegde instantie van de lidstaat waar de stof of de mengsels of stoffen die deze stof bevatten zal worden verworven, in bezit gehouden of gebruikt.

2 bis. Onverminderd de leden 1 en 2 mogen de volgende stoffen of mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, worden aangeboden aan, en in bezit gehouden en gebruikt worden door particulieren, mits de marktdeelnemer die de stof of de mengsels of stoffen die deze stof bevatten aanbiedt, iedere transactie registreert volgens de regeling die overeenkomstig artikel 5 bis is vastgesteld:

i)    waterstofperoxide in een concentratie die hoger is dan de in bijlage I vermelde grenswaarden, maar gelijk aan of lager dan 35% m/m;

ii)  nitromethaan in een concentratie die hoger is dan de in bijlage I vermelde grenswaarden, maar gelijk aan of lager dan 40% m/m;

iii) salpeterzuur in een concentratie die hoger is dan de in bijlage I vermelde grenswaarden, maar gelijk aan of lager dan 10% m/m;

2 ter. Het staat aan de lidstaten om te beslissen dat zij wel of niet uitzonderingen op lid 1 toestaan of een vergunningregeling conform lid 2 en/of een registratieregeling conform lid 2 bis instellen.

2 quater. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle maatregelen die zij nemen ter toepassing van de in leden 2 en 2 bis bedoelde regelingen. Ingeval niet ten aanzien van alle in bijlage I vermelde stoffen een vergunnings- of registratieplicht mogelijk is, vermeldt de kennisgeving uitdrukkelijk welke stoffen onder de maatregel(en) vallen.

2 quinquies. De lijst van de conform lid 2 ter door de lidstaten meegedeelde maatregelen wordt door de Commissie openbaar gemaakt.

3.      Een particulier die voornemens is om in bijlage I genoemde stoffen, of mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, in concentraties welke hoger liggen dan de in die bijlage vermelde grenswaarden, binnen te brengen op het grondgebied van een lidstaat die in afwijking van lid 1 een vergunningsregeling conform lid 2 en/of een registatieregeling conform lid 2 bis of artikel 15 bis toepast, beschikt over een conform het bepaalde in artikel 5 afgegeven en in die lidstaat door de bevoegde nationale instantie als geldig aangemerkte vergunning, die hij op verzoek overlegt;

5.      Indien een marktdeelnemer een in bijlage I genoemde stof, of mengsels of stoffen die deze stof bevatten, in overeenstemming met lid 2 aanbiedt aan een ▌particulier, verlangt voor iedere transactie dat een vergunning wordt overgelegd, en indien hij de stof of het mengsel in overeenstemming met lid 2 bis aanbiedt, registreert hij de transactie, conform de regeling die is ingesteld door de lidstaat waar de stof of het mengsel wordt aangeboden.

Artikel 4 bis bis

Etikettering

In het geval van een marktdeelnemer die voornemens is om in bijlage I genoemde stoffen, of mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, aan te bieden aan particulieren, wordt, indien de concentratie van de stof of van de stof in de vorm waarin ze wordt aangeboden hoger is dan de in bijlage I genoemde grenswaarde, op de verpakking duidelijk vermeld dat de aankoop, het bezit of het gebruik van die stof of van dat mengsel door particulieren onderworpen is aan een beperking in de zin van artikel 4, leden 1, 2 en 2 bis; daartoe wordt door de marktdeelnemer zelf een passend etiket aangebracht of nagegaan of een passend etiket is aangebracht.

Artikel 4 bis

Vrij verkeer

Onverminderd artikel 1, tweede zin, en artikel 9 bis, en behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening of in ander Unierecht, kunnen lidstaten zich niet beroepen op redenen in verband met de preventie van de illegale vervaardiging van explosieven om een verbod of beperking in te stellen op, of obstakels op te werpen voor het aanbieden op de markt van:

-       de in bijlage I bij deze verordening vermelde stoffen, in concentraties die lager liggen dan de in die bijlage bepaalde grenswaarden;

-       de in bijlage II bij deze verordening vermelde stoffen.

Artikel 5Vergunningen

1.      Een lidstaat die vergunningen afgeeft aan particulieren met een legitiem belang bij het verwerven, binnenbrengen, bezitten en gebruiken van een of meer in bijlage I vermelde stoffen, of van mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, in een concentratie die hoger ligt dan de in die bijlage vermelde grenswaarden, stelt regels vast betreffende de afgifte van de in artikel 4, leden 2 en 3, bedoelde vergunning. Bij de beoordeling of al dan niet een vergunning wordt verleend, houdt de bevoegde instantie van de lidstaat rekening met alle relevante omstandigheden, met name de legitimiteit van het voorgenomen gebruik van de stof. De vergunning wordt geweigerd indien op redelijke gronden wordt getwijfeld aan de legitimiteit van het voorgenomen gebruik of aan het voornemen van de gebruiker om de stoffen voor een legitiem doel te gebruiken.

2.      De bevoegde instantie kan ervoor kiezen de geldigheid van de vergunning te beperken door enkelvoudige of meervoudige vergunningen af te geven die ten hoogste drie jaar geldig blijven. De bevoegde instantie kan, tot op de aangegeven datum waarop de vergunning verstrijkt, de vergunninghouder verplichten aan te tonen dat nog aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning wordt voldaan. In de vergunning worden de stoffen vermeld die de vergunninghouder mag verwerven, bezitten of gebruiken.

3.      De bevoegde instantie kan van de aanvrager een vergoeding verlangen. De vergoeding mag niet meer bedragen dan de kosten van de behandeling van de aanvraag.

4.      De vergunning kan door de bevoegde instantie worden geschorst of ingetrokken indien op redelijke gronden is aan te nemen dat niet meer aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning is voldaan.

5.      Een krachtens het nationale recht bevoegde instantie neemt kennis van bezwaarschriften tegen beslissingen van de bevoegde instantie en van geschillen betreffende de naleving van de vergunningsvoorwaarden.

6.      De door de bevoegde instanties van een lidstaat afgegeven vergunningen kunnen in de andere lidstaten worden erkend. De Commissie stelt, na raadpleging van het Permanent Comité precursoren, vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening richtsnoeren op over de technische details van de vergunningen, teneinde de wederzijdse erkenning ervan te faciliteren. In deze richtsnoeren wordt tevens nader bepaald welke gegevens in vergunningen voor het binnenbrengen moeten worden opgenomen, inclusief een ontwerpmodel voor deze vergunningen.

Artikel 5 bis

Registratie van een transactie

1.      De in artikel 4, lid 2 bis, bedoelde registratie bevat ten minste de volgende gegevens:

a)   de naam, het adres en, waar van toepassing, het identificatienummer van de particulier of de soort en het nummer van het identificatiedocument;

b)   de naam van de stof of het mengsel, met inbegrip van de concentratie;

c)   de hoeveelheid van de stof of het mengsel;

d)   het voorgenomen gebruik van de stof of het mengsel volgens de verklaringen van de particulier;

e)   de datum en de plaats van de transactie;

f)    de handtekening van de particulier.

2.      De particulier legt met het oog op de in lid 1 bedoelde registratie een officieel identificatiedocument over.

3.      De registratiedocumenten worden bewaard gedurende een termijn van [vijf jaar] na de dag waarop de transactie heeft plaatsgevonden. Gedurende deze termijn zijn de registers op verzoek van de bevoegde instanties beschikbaar voor een eventuele controle.

4.      De registratiegegevens worden op papier of op een andere duurzame drager bewaard en zijn gedurende de gehele in lid 3 vermelde termijn te allen tijde beschikbaar. Elektronisch bewaarde gegevens moeten aan de volgende criteria voldoen:

a)   zij moeten naar vorm en inhoud beantwoorden aan de overeenkomstige papieren documenten, en

b)   zij moeten gedurende de gehele, in lid 3 vermelde termijn te allen tijde onmiddellijk beschikbaar zijn.

Artikel 6Melding van verdachte transacties,

verdwijningen en diefstallen

1.      Verdachte transacties van de in de bijlagen vermelde stoffen of van mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, worden overeenkomstig dit artikel gemeld.

2.      Elke lidstaat stelt een of meer nationale contactpunten in met een duidelijk aangegeven telefoonnummer en e‑mailadres voor het melden van verdachte transacties.

3.      Marktdeelnemers die gegronde redenen hebben om aan te nemen dat een voorgestelde transactie betreffende een of meer van de in de bijlagen genoemde stoffen, of mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, een verdachte transactie is, kunnen, gelet op alle omstandigheden en met name het feit dat de potentiële koper:

-     onduidelijk is over het voorgenomen gebruik van de stof of het mengsel;

-     niet vertrouwd blijkt te zijn met het voorgenomen gebruik van de stof of het mengsel of er geen plausibele verklaring voor kan geven;

-     voornemens is ongebruikelijke hoeveelheden, ongebruikelijke combinaties of ongebruikelijke concentraties van stoffen te kopen voor eigen gebruik;

-     geen bewijsstukken betreffende zijn identiteit of verblijfplaats wil overleggen; of

-     nadrukkelijk verzoekt om op een ongebruikelijke wijze te betalen, onder meer met grote sommen contant geld;

         zich het recht voorbehouden de transactie te weigeren en melden dit onverwijld, zo mogelijk samen met identiteit van de klant, aan het nationale contactpunt van de lidstaat waar de transactie is voorgesteld.

5.  Marktdeelnemers melden ook de verdwijning en diefstal van aanzienlijke hoeveelheden van de in de bijlagen genoemde stoffen en van mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten aan het nationale contactpunt van de lidstaat waar de diefstal heeft plaatsgevonden.

6.      Om de samenwerking tussen de bevoegde instanties en de marktdeelnemers te vergemakkelijken, ▌ stelt de Commissie, na raadpleging van het Permanent Comité precursoren, vóór de datum van toepassing van deze verordening richtsnoeren vast, die vervolgens regelmatig worden geactualiseerd, met het oog op het assisteren van de chemische toeleveringsketen en, in voorkomend geval, van de bevoegde instanties. De richtsnoeren omvatten met name:

a)   informatie over methoden voor het onderkennen en aangeven van verdachte transacties, in het bijzonder wat betreft concentraties en/of hoeveelheden van de in bijlage II vermelde stoffen, beneden welke normalerwijs geen maatregelen nodig zijn;

a bis)    informatie over methoden voor het onderkennen en aangeven van verdwijning en diefstal van aanzienlijke hoeveelheden;

c)   andere eventueel nuttig geachte informatie.

7.      De bevoegde instanties van de lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 6 bedoelde richtsnoeren ▌regelmatig worden verspreid op de wijze die volgens de bevoegde instanties het best beantwoordt aan de doelstellingen van de richtsnoeren.

Artikel 7Gegevensbescherming

Elke lidstaat zorgt ervoor dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de toepassing van deze verordening overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG geschiedt(13). Elke lidstaat zorgt er met name voor dat de verwerking van persoonsgegevens die nodig is in het kader van de afgifte van een vergunning overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van deze verordening, van de registratie van een transactie overeenkomstig de artikelen 4, 5 bis en 15 bis van deze verordening, en van de melding van verdachte transacties overeenkomstig artikel 6 van deze verordening, in overeenstemming is met Richtlijn 95/46/EG.

Artikel 8Sancties

De lidstaten stellen voorschriften vast inzake de sancties die in geval van inbreuk op de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de sancties worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 9

Wijziging van de bijlagen

1.      De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bij gedelegeerde handeling wijzigingen in de grenswaarden in bijlage I bij deze verordening vast te stellen, voor zover dat nodig is om rekening te houden met ontwikkelingen in het misbruik van chemische stoffen als precursor van explosieven of op grond van onderzoek en tests, alsmede om nieuwe stoffen toe te voegen aan bijlage II bij deze verordening waar dat nodig is om rekening te houden met ontwikkelingen in het misbruik van chemische stoffen als precursor van explosieven. Bij de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen beijvert de Commissie zich om overleg te plegen met belanghebbenden, in het bijzonder uit de chemische industrie en de detailhandel.

Ingeval er door een plotse verandering in de risicobeoordeling ten aanzien van het misbruik van chemische stoffen voor zelfgemaakte explosieven, sprake is van dwingende urgentie, worden de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen volgens de in artikel 13 bepaalde procedure vastgesteld.

1 bis. Iedere wijziging van de grenswaarden in bijlage I en iedere toevoeging van een stof aan bijlage II wordt door de Commissie bij afzonderlijke gedelegeerde handeling vastgesteld. Iedere gedelegeerde handeling is gebaseerd op een analyse waaruit blijkt dat de wijziging niet dreigt te leiden tot onevenredige lasten voor de marktdeelnemers of de consumenten, daarbij terdege rekening houdend met de nagestreefde doelen.

Artikel 9 bis

Beveiligingsclausule

1.      Indien een lidstaat op redelijke gronden kan aannemen dat een bepaalde, niet in de bijlagen vermelde stof gebruikt zou kunnen worden voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan hij het op de markt aanbieden van de stof of van mengsels of stoffen die de stof bevatten, beperken of verbieden, of bepalen dat die stof valt onder de meldingsplicht voor verdachte transacties overeenkomstig artikel 6.

2.      Indien een lidstaat op redelijke gronden kan aannemen dat een bepaalde, in bijlage I vermelde stof, in een lagere concentratie dan de in bijlage I vermelde concentratiegrenswaarde, gebruikt zou kunnen worden voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan hij het op de markt aanbieden van die stof verder beperken of verbieden door een lagere toegestane concentratiegrenswaarde vast te stellen.

2 bis. Indien een lidstaat op redelijke gronden een concentratieniveau kan vaststellen waarboven een in bijlage II vermelde stof onderworpen wordt aan de beperkingen die gelden voor de in bijlage I vermelde stoffen, kan hij het op de markt aanbieden van die stof beperken of verbieden door een toegestane maximumconcentratie vast te stellen.

3.      Indien een lidstaat op grond van de leden 1, 2 en 2 bis het aanbieden van stoffen beperkt of verbiedt, brengt hij de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk met opgave van redenen op de hoogte.

4.      In het licht van de informatie die overeenkomstig lid 3 is meegedeeld, onderzoekt de Commissie onverwijld of zij overeenkomstig artikel 9, lid 1, een wijziging van de bijlagen, dan wel een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de bijlagen dient op te stellen. In voorkomend geval worden de nationale maatregelen door de betrokken lidstaat aangepast of ingetrokken, om rekening te houden met de wijziging van de bijlagen.

5.  Uiterlijk [drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] brengen de lidstaten de Commissie op de hoogte van de bestaande nationale maatregelen houdende beperking van of verbod op het op de markt aanbieden van een stof of van mengsels of stoffen die de stof bevatten, die zijn vastgesteld omdat de stof zou kunnen worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven.

Artikel 10

Uitoefening van de delegatie

0.      De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

1.      De in artikel 9 bedoelde ▌bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van 5 jaar, met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

1 bis. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

2.      Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

2 bis. Een overeenkomstig artikel 9 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [twee maanden] verlengd.

Artikel 13

Spoedprocedure

1.      Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2.      Het Europees Parlement of de Raad kan ▌overeenkomstig de in artikel 10, lid 2 bis, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

Artikel 15Overgangsbepaling

Het bezit en gebruik door particulieren van de in bijlage I genoemde stoffen en van mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten, boven de in bijlage I genoemde concentratiegrenswaarden, blijft toegestaan tot [36 maanden na de bekendmaking].

Artikel 15 bis

Bestaande registratieregelingen

De lidstaten waar op [de in artikel 17 bedoelde datum van inwerkingtreding] een regeling geldt op grond waarvan marktdeelnemers die aan particulieren de in bijlage I genoemde stoffen en mengsels of stoffen die deze stoffen bevatten aanbieden in een concentratie die hoger ligt dan de in die bijlage vermelde grenswaarde, deze transactie telkens moeten registreren, kunnen in afwijking van artikel 4, leden 1 en 2, die registratieregeling in overeenstemming met de in artikel 5 bis neergelegde regeling toepassen voor bepaalde of voor alle in bijlage I vermelde stoffen. De in artikel 4, leden 2 ter tot en met 5, neergelegde regels zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

Evaluatie

1.      De Commissie brengt [drie jaar na de in artikel 17 vermelde datum van toepassing] verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad en behandelt daarbij de volgende punten:

a)   eventuele problemen die bij de praktische toepassing van deze verordening zijn gerezen;

a bis) de vraag of het wenselijk en haalbaar is de regeling verder aan te scherpen en te harmoniseren in verband met de dreiging die terrorisme en andere zware criminaliteit vormen voor de openbare veiligheid, rekening houdend met de ervaring die de lidstaten met deze verordening hebben opgedaan, onder meer de vastgestelde veiligheidslacunes, en met een afweging van de kosten en baten voor de lidstaten, de marktdeelnemers en andere belanghebbenden;

b)   de vraag of het wenselijk en haalbaar is het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden tot de professionele gebruikers, rekening houdend met de lasten voor de marktdeelnemers en rekening houdend met de doelstellingen van deze verordening;

c)   de vraag of het wenselijk en haalbaar is niet-geregistreerde stoffen die als precursor van explosieven kunnen dienen op te nemen in de regeling betreffende de melding van verdachte transacties, verdwijningen en diefstallen.

2.      De Commissie dient [twee jaar na de in artikel 17 bedoelde datum van inwerkingtreding] bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin zij de mogelijkheden onderzoekt om de toepasselijke bepalingen betreffende ammoniumnitraat over te hevelen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH-verordening) naar deze verordening.

3.      Indien dat in het licht van de in leden 1 en 2 bedoelde verslagen nodig is, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel tot herziening van deze verordening in.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op [de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie]. Zij is van toepassing vanaf [achttien maanden na de bekendmaking].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te […], […]

Voor het Europees Parlement                                Voor de Raad

De voorzitter                                                          De voorzitter

[…]                                                                        […]

BIJLAGE I

Stoffen die niet aan particulieren mogen worden aangeboden, hetzij als zodanig, hetzij in mengsels of stoffen die de genoemde stoffen bevatten, tenzij de concentratie gelijk is aan of kleiner is dan de hieronder vermelde grenswaarden

Naam van de stof en het Chemical Abstracts Service Registry number (CAS RN)

Grenswaarde

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor een geïsoleerde chemisch welbepaalde verbinding die voldoet aan de vereisten van aantekening 1 bij respectievelijk hoofdstuk 28 en hoofdstuk 29 van de GN (zie Verordening (EG) nr. 948/2009 van 30 september 2009, PB L 287 van 31.10.2009)

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor een mengsel ▌zonder bestanddelen (bv. kwik, edele metalen, zeldzame aardmetalen of radioactieve elementen) die zouden leiden tot een indeling onder een andere GN-code (zie Verordening (EG) nr. 948/2009 van 30 september 2009, PB L 287 van 31.10.2009)

Waterstofperoxide

(CAS RN 7722‑84‑1)

12% m/m.

2847 00 00

3824 90 97

Nitromethaan

(CAS RN 75‑52‑5)

30% m/m.

2904 20 00

3824 90 97

Salpeterzuur

(CAS RN 7697‑37‑2)

3% m/m.

2808 00 00

3824 90 97

Kaliumchloraat

(CAS RN 3811‑04‑9)

40% m/m.

2829 19 00

3824 90 97

Kaliumperchloraat

(CAS RN 7778‑74‑7)

40% m/m.

2829 90 10

3824 90 97

Natriumchloraat

(CAS RN 7775‑09‑9)

40% m/m.

2829 11 00

3824 90 97

Natriumperchloraat

(CAS RN 7601‑89‑0)

40% m/m.

2829 90 10

3824 90 97

BIJLAGE II

Stoffen, als zodanig of in mengsels of stoffen, waarvoor verdachte transacties moeten worden gemeld

Naam van de stof en het Chemical Abstracts Service Registry number (CAS RN)

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor een geïsoleerde chemisch welbepaalde verbinding die voldoet aan de vereisten van aantekening 1 bij hoofdstuk 28, aantekening 1 bij hoofdstuk 29 en aantekening 1, onder b), bij hoofdstuk 31 van de GN (zie Verordening (EG) nr. 948/2009 van 30 september 2009, PB L 287 van 31.10.2009)

Code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor mengsels ▌zonder bestanddelen (bv. kwik, edele metalen, zeldzame aardmetalen of radioactieve elementen) die zouden leiden tot een indeling onder een andere GN-code (zie Verordening (EG) nr. 948/2009 van 30 september 2009, PB L 287 van 31.10.2009)

Hexamine

(CAS RN 100‑97‑0)

2921 29 00

3824 90 97

Zwavelzuur

(CAS RN 7664‑93‑9)

2807 00 10

3824 90 97

Aceton

(CAS RN 67‑64‑1)

2914 11 00

3824 90 97

Kaliumnitraat

(CAS RN 7757‑79‑1)

2834 21 00

3824 90 97

Natriumnitraat

(CAS RN 7631‑99‑4)

3102 50 10 (natuurlijk)

3102 50 90 (andere)

3824 90 97

3824 90 97

Calciumnitraat

(CAS RN 10124‑37‑5)

2834 29 80

3824 90 97

Ammoniumcalciumnitraat

(CAS RN 15245‑12‑2)

3102 60 00

3824 90 97

Ammoniumnitraat

(CAS RN 6484‑52‑2)

[in concentraties van 16 of meer gewichtspercenten stikstof in verhouding tot ammoniumnitraat]

3102 30 10 (in waterige oplossing)

3102 30 90 (andere)

3824 90 97

__________________________

(1)

       PB C 84 van 17.3.2011, blz. 25.

(2)

*       Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(3)

       De diensten kwaliteit wetgeving van het Parlement en de Raad werken deze tekst gezamenlijk bij op juridisch en taalkundig gebied, overeenkomstig de bepalingen van de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de nieuwe medebeslissingsprocedure van 13 juni 2007 (PB C 145 van 30.6.2007, blz. 5).

(4)

       PB C […] van […], blz. […].

(5)

       PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

(6)

       PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(7)

       PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(8)

       PB L 24 van 21.7.1998, blz. 37.

(9)

       PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(10)

       PB L 396 van 30.12.2006.

(11)

      PB L 154 van 14.6.2007.

(12)

      PB L 46 van 17.2.1997.

(13)

      PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.


TOELICHTING

Toepassingsgebied van het Commissievoorstel

Het voorstel van de Commissie betreft een verordening ter beperking van de toegang van particulieren tot bepaalde stoffen die algemeen gangbaar zijn maar ook kunnen worden misbruikt als precursoren van explosieven. Om het vrije verkeer van goederen te waarborgen, mogen acht stoffen (genoemd in bijlage I) toch nog worden verkocht, hetzij in geconcentreerde vorm op vertoon van een door een bevoegde nationale overheid verstrekte vergunning waarin het gebruik voor legitieme doeleinden wordt gestaafd, hetzij in zulke geringe concentraties dat ze niet kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van zelfgemaakte explosieven en dus geen vergunning nodig hebben. In bijlage II zijn nog eens zeven stoffen opgenomen die zonder vergunning kunnen worden gekocht en geen beperkingen ten aanzien van de concentratie kennen. Daarentegen geldt voor al deze vijftien stoffen dat elke transactie die op grond van een "redelijk" vermoeden als "verdacht" wordt beschouwd, dient te worden gemeld bij een nationaal contactpunt. Dit geldt ook voor elke andere stof of elk ander mengsel van stoffen die niet in deze bijlagen staan vermeld maar waarvan de Commissie op gezette tijden laat weten dat ze gebruikt zijn voor de vervaardiging van zelfgemaakte explosieven.

Professioneel gebruik van deze stoffen of verkoop tussen bedrijven onderling zijn niet aan beperkingen gebonden. De privacy van individuen dient ten volle te worden geëerbiedigd. Het regelgevingsproces dient zo flexibel te zijn dat snel kan worden ingespeeld op veranderende behoeften. Vrijwillige afspraken, gedragscodes en betere informatiesystemen voor uitwisseling tussen fabrikanten en kleinhandelaars zullen ook nodig zijn ter ondersteuning van deze maatregelen.

Standpunt van de rapporteur

Het voorstel beoogt het aantal terroristische aanslagen en de gevolgen hiervan te beperken door het voor particulieren moeilijker te maken om toegang te verkrijgen tot op ruime schaal beschikbare en wettelijk toegestane stoffen (inclusief mengsels daarvan) die in hoge concentraties onder meer kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van explosieven, alsmede door de betrokkenen te verzoeken melding te maken van verdachte transacties.

De Commissie richt zich met haar voorstel op de groot- en kleinhandel, en op de lidstaten. Fabrikanten van chemicaliën beschikken al over bepaalde controlemechanismen en vrijwillige gedragscodes voor het melden van precursoren van bijvoorbeeld wapens en drugs, en het is de bedoeling deze categorie geen materiële gevolgen van het voorstel zal ondervinden. Vergeleken bij de totale hoeveelheid stoffen die worden verkocht, geldt het voorstel slechts voor kleine hoeveelheden stoffen. Er bestaat geen reden tot zorg over de gezondheid van werknemers of de gevolgen voor het milieu. Of een en ander kans van slagen heeft, hangt af van de maatregelen die de bevoegde autoriteiten nemen om relevante informatie te verzamelen en met elkaar te delen.

De rapporteur staat achter maatregelen in het kader van terrorismebestrijding en is het eens met de algehele strekking van het voorstel, in het bijzonder met het idee om op grond van artikel 114 een verordening uit te vaardigen ter voorkoming van versnippering van de interne markt.

De rapporteur kan zich ook vinden in de in bijlage I opgenomen lijst met acht stoffen (en mengsels daarvan), waarvan de handel wordt gereguleerd. Het is daarom redelijk om de verkoop van hoge concentraties aan particulieren te binden aan vergunningen die alleen worden verstrekt wanneer de stoffen voor legitieme doeleinden worden gebruikt.

Het is de bedoeling dat de kosten min of meer evenredig worden verdeeld onder de fabrikanten en kleinhandelaars enerzijds (nalevings-, etiketterings- en herformuleringskosten, alsmede inkomstenderving) en de bevoegde nationale overheden anderzijds, die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van de nodige structuren voor het toekennen van vergunningen, verzamelen van informatie en ontvangen van meldingen, alsmede voor het aanstellen van het hiertoe benodigde personeel.

Tevens stelt de rapporteur een aantal amendementen voor met het oog op toepassing van de consensus tussen de drie instellingen over praktische regelingen voor de toepassing van gedelegeerde handelingen, die op 3 maart 2011 is goedgekeurd door de Conferentie van voorzitters.


PROCEDURE

Titel

Het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven

Document- en procedurenummers

COM(2010)0473 – C7-0279/2010 – 2010/0246(COD)

Datum indiening bij EP

20.9.2010

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

7.10.2010

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ENVI

7.10.2010

ITRE

7.10.2010

IMCO

7.10.2010

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

5.10.2010

ITRE

25.10.2010

IMCO

11.10.2010

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Jan Mulder

9.12.2010

 

 

 

Behandeling in de commissie

25.1.2011

13.7.2011

4.10.2011

21.3.2012

 

3.9.2012

 

 

 

Datum goedkeuring

3.9.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Edit Bauer, Simon Busuttil, Philip Claeys, Carlos Coelho, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Ioan Enciu, Frank Engel, Kinga Gál, Kinga Göncz, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Salvatore Iacolino, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Timothy Kirkhope, Juan Fernando López Aguilar, Baroness Sarah Ludford, Monica Luisa Macovei, Svetoslav Hristov Malinov, Véronique Mathieu, Anthea McIntyre, Louis Michel, Antigoni Papadopoulou, Georgios Papanikolaou, Carmen Romero López, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Rui Tavares, Nils Torvalds, Axel Voss, Renate Weber, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Anna Maria Corazza Bildt, Cornelis de Jong, Evelyne Gebhardt, Monika Hohlmeier, Franziska Keller, Ádám Kósa, Marian-Jean Marinescu, Antonio Masip Hidalgo, Jan Mulder, Raül Romeva i Rueda, Marie-Christine Vergiat, Glenis Willmott

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Justas Vincas Paleckis, Iuliu Winkler

Datum indiening

11.9.2012

Juridische mededeling - Privacybeleid