Procedure : 2012/2004(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0305/2012

Ingediende teksten :

A7-0305/2012

Debatten :

PV 19/11/2012 - 26
CRE 19/11/2012 - 26

Stemmingen :

PV 20/11/2012 - 6.18
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0429

VERSLAG     
PDF 175kWORD 142k
4.10.2012
PE 489.349v03-00 A7-0305/2012

over het Initiatief voor sociaal ondernemerschap - Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie

(2012/2004(INI))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur voor advies: Heinz K. Becker

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het Initiatief voor sociaal ondernemerschap - Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie

(2012/2004(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's van 18 april 2012 getiteld "Naar een banenrijk herstel" (COM(2012)0173),

–   gezien het werkdocument van de sectie voor een eengemaakte markt, productie en consumptie betreffende de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's getiteld "Initiatief voor sociaal ondernemerschap - Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie", INT/606 van 22 februari 2012,

–   gezien het voorstel van de Commissie van 8 februari 2012 voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE) (COM(2012)0035),

–   gezien het voorstel van de Commissie van 20 december 2011 voor een richtlijn betreffende het gunnen van overheidsopdrachten (COM(2011)0896),

–   gezien het voorstel van de Commissie van 7 december 2011 voor een verordening inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (COM(2011)0862),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 25 oktober 2011 getiteld "Initiatief voor sociaal ondernemerschap - Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie" (COM(2011)0682),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 25 oktober inzake een vernieuwde EU-strategie 2011-2014 ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen (COM(2011)0681),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 13 april 2011 getiteld "Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen - 'Samen werk maken van een nieuwe groei'" (COM(2011)0206),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 27 oktober 2010 getiteld "Naar een Single Market Act - Voor een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen" (COM(2010)0608),

–   gezien het voorstel van de Commissie van 6 oktober 2010 inzake een programma van de Europese Unie voor sociale verandering en innovatie (COM(2011)0609),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–   gezien het voorstel van de Commissie van 6 oktober 2011 voor een verordening betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 (COM(2011)0607),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 16 december 2010 getiteld "Het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting: een Europees kader voor sociale en territoriale samenhang" (COM(2010)0758),

–   gezien de publicatie van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en het EMES European Research Network van 2008 getiteld "Social Enterprise: A new model for poverty reduction and employment generation"(1),

–   gezien het verkennend advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 26 oktober 2011 getiteld "Sociaal ondernemerschap en sociale ondernemingen" IN/589,

–   gezien zijn resolutie van 19 februari 2009 over de sociale economie(2);

–   gezien zijn op 10 maart 2011 aangenomen schriftelijke verklaring nr. P7_DCL(2010)0084,

–   gezien zijn resolutie van 13 februari 2012 betreffende het statuut voor een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers(3),

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en sociale zaken en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A7-0305/2012),

A. overwegende dat sociale ondernemingen, die in totaal 10% van de Europese ondernemingen vertegenwoordigen, oftewel 2 miljoen ondernemingen, en die werk bieden aan ruim 11 miljoen mensen binnen de EU, oftewel 6% van de totale Europese beroepsbevolking, een aanzienlijke bijdrage leveren tot het Europees sociaal model en de Europa 2020-strategie;

B.  overwegende dat verschillende historische ontwikkelingen ertoe geleid hebben dat wettelijke kaders voor ondernemingen, waaronder sociale ondernemingen, tussen de lidstaten aanzienlijke verschillen vertonen;

C. overwegende dat de meeste soorten ondernemingen van de sociale economie op Europees niveau niet wettelijk erkend zijn en slechts in bepaalde lidstaten nationaal erkend zijn;

D. overwegende dat de gevolgen van de huidige sociale, economische en financiële crisis tezamen met de demografische ontwikkelingen, met name de vergrijzing, een wissel trekt op de socialezekerheidsstelsels, met inbegrip van verplichte en vrijwillige sociale verzekeringen, en dat er derhalve stimulansen moeten worden gegeven aan innovatieve systemen om een adequate en fatsoenlijke sociale zekerheid te waarborgen;

E.  overwegende dat de Single Market Act en de Europa 2020-strategie – beide gericht op slimme, duurzame en inclusieve groei, meer en betere banen en armoedebestrijding – onderling sterk verweven zijn en dat sociale ondernemingen een significante bijdrage kunnen leveren doordat ze over innovatiepotentieel beschikken en adequaat inspelen op sociale behoeften;

F.  overwegende dat de Commissie onderkent dat actoren in de sociale economie en sociale ondernemingen de drijvende kracht vormen achter economische groei en sociale innovatie en daarbij tevens duurzame werkgelegenheid creëren en de integratie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt bevorderen;

G. overwegende dat de voorstellen van de Commissie voor verordeningen inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen en het programma voor sociale verandering en innovatie instemming verdienen;

H. overwegende dat sociale ondernemingen essentiële elementen van een verzorgingsstaat zijn en aldus bijdragen tot de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen van de Europese Unie;

I.   overwegende dat vele sociale ondernemingen moeilijkheden ondervinden bij het financieren van uitbreiding van hun activiteiten en derhalve specifieke, toegesneden steun nodig hebben, zoals sociaal bankieren, risicodelingsinstrumenten, liefdadigheidsinstellingen en (micro)krediet, vooral als het om micro-ondernemingen en kmo's gaat; overwegende dat de structuurfondsen en -programma's van de EU in dit verband een belangrijke rol spelen door het bevorderen van toegang tot financiering voor sociale ondernemingen, ook die welke investeringsintensief zijn;

J.   overwegende dat de meeste sociale ondernemingen beleidshervorming bevorderen door bevordering van behoorlijk bestuur, met name door inschakeling van de werknemers, klanten en belanghebbenden, en wederzijds leren en sociale innovatie ondersteunen en aldus inspelen op de toenemende vraag van burgers naar ethisch, sociaal en milieuvriendelijk optreden van ondernemingen;

K. overwegende dat sociale ondernemingen door hun aard en werkwijze bijdragen tot een samenleving die meer samenhang vertoont en democratischer en actiever is, en veelal betere arbeidsvoorwaarden bieden, en moeten bieden, alsook gelijk loon voor gelijk werk, en gelijke kansen van mannen en vrouwen steunen en aldus het combineren van werk en gezinsleven mogelijk maken;

L.  overwegende dat de Commissie voorstelt om kansarmen toe te voegen aan de categorieën die in aanmerking komen voor voorbehouden opdrachten;

Inleiding

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie inzake het initiatief voor sociaal ondernemerschap en de mededeling getiteld "Naar een banenrijk herstel" met aanbevelingen aan nationale overheden voor verbetering van de randvoorwaarden voor sociale ondernemingen zodat nieuwe kansen en banen gecreëerd kunnen worden, onder meer in het snelgroeiende gezondheids- en socialezorgsegment (de "witte sector") en in het milieusegment (de "groene sector") ‑ twee gebieden die nieuwe mogelijkheden bieden aan de sociale economie en de economie als geheel;

2.  stelt vast dat de sociale economie deel uitmaakt van de ecosociale markteconomie en van de Europese interne markt en wijst erop dat zij goed bestand is tegen crises en solide bedrijfsmodellen hanteert; beklemtoont dat sociale ondernemingen veelal inspelen op sociale en menselijke noden waaraan commerciële bedrijven en de overheid geen of onvoldoende aandacht besteden; wijst erop dat banen in de sociale economie een grotere kans hebben om ter plaatse te blijven;

3.  wijst erop dat een sociale onderneming ongeacht de rechtsvorm een onderneming is die:

a)  als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk ander statutair document waarbij de onderneming is opgericht, en:

–   diensten of goederen levert ten behoeve van kwetsbare, gemarginaliseerde, benadeelde of uitgesloten personen en/of

–   diensten of goederen levert volgens een productiemethode die haar sociale doelstelling tot uiting brengt;

b)  haar winst in de eerste plaats gebruikt om haar hoofddoelen te realiseren in plaats van winst uit te keren en voor alle omstandigheden waarin winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars, vooraf bepaalde procedures en regels heeft ingesteld die ervoor zorgen dat de verdeling van winst de hoofddoelen niet ondermijnt; alsmede

c)  op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en/of belanghebbenden bij de bedrijfsactiviteiten;

Aanbevolen acties voor verschillende soorten ondernemingen

4.  benadrukt dat werk van vrijwilligers in de diverse sectoren van de sociale economie, waaronder jongeren die aan het begin van hun carrière staan en die enthousiasme en nieuwe vaardigheden meebrengen, alsook ouderen die ruime ervaring en beproefde vaardigheden hebben, een belangrijke bijdrage levert tot de economische groei, solidariteit en sociale cohesie en het leven van veel mensen zin geeft; dringt aan op erkenning en adequate financiële en structurele steun op lokaal, nationaal en Europees niveau;

5.  verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat sociale ondernemingen niet benadeeld worden door andere soorten ondernemingen die de winstgevende gebieden wegkapen; wijst erop dat deze gebieden voornamelijk stedelijke gebieden zijn, zodat minder winstgevende gebieden op het platteland en in meer afgelegen streken, waar de logistiek duurder is, het met minder en kwalitatief slechtere dienstverlening moeten doen; beklemtoont dat de gebruiker vrij moet kunnen kiezen uit meerdere dienstverleners;

6.  benadrukt het belang van een strategie en maatregelen ter bevordering van sociaal ondernemerschap en innovatieve sociale ondernemingen, met name met betrekking tot jongeren en gehandicapten, om ervoor te zorgen dat ondernemers, mannen zowel als vrouwen, gemakkelijker gebruik kunnen maken van de programma's en financiering van de EU en de lidstaten; dringt aan op toereikende steun om het programma Erasmus voor jonge ondernemers te continueren en de aantrekkelijkheid en zichtbaarheid van dit programma ook in de sociale economie te vergroten; wijst er wel op dat zelfstandig ondernemerschap gepaard moet gaan met voldoende begeleiding;

7.  wijst op de diversiteit binnen de sociale economie; benadrukt dat de ontwikkeling van nieuwe rechtskaders op EU-niveau facultatief voor de ondernemingen moet zijn en dat er eerst een effectbeoordeling moet plaatsvinden om rekening te houden met de verschillende sociale bedrijfsmodellen in de lidstaten; benadrukt dat maatregelen wel hun Europese meerwaarde moeten bewijzen;

8.  steunt initiatieven op EU-niveau om het reeds sterk ontwikkelde verenigingsleven in de diverse lidstaten uit te breiden en te versterken; dringt aan op een Europese rechtsregeling voor verenigingen, als aanvulling op de bestaande nationale rechtsregelingen;

9.  verwelkomt de intentie van de Commissie om een voorstel te presenteren voor vereenvoudiging van de verordening inzake het statuut voor een Europese coöperatieve vennootschap;

10. is ingenomen met de studie van de Commissie naar de situatie van de onderlinge maatschappijen in Europa met sterke inbreng van de sector; benadrukt dat onderlinge maatschappijen erkend moeten worden met behulp van een Europees statuut, als een afzonderlijke en belangrijke speler binnen de Europese economie en samenleving; beklemtoont dat de voordelen van een Europees statuut bevorderlijk zouden zijn voor grensoverschrijdende activiteiten van onderlinge maatschappijen; dringt er bij de lidstaten die nog geen nationaal statuut voor onderlinge maatschappijen kennen, op aan een dergelijk statuut alsnog in te voeren;

11. verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het statuut van de Europese stichting(4);

12. herinnert eraan dat de Commissie zich in COM(2004)0018 heeft verbonden tot twaalf concrete acties om de ontwikkeling van coöperaties te ondersteunen en betreurt dat er tot nog toe zo weinig vooruitgang is geboekt; verzoekt de Commissie zich ambitieus op te stellen en aansluitend op het initiatief van 2004 nadere maatregelen voor te stellen om de operationele voorwaarden voor coöperaties, onderlinge maatschappijen en stichtingen te verbeteren en aldus de ontwikkeling van de sociale economie in het algemeen te ondersteunen;

13. verwelkomt de goedkeuring van het herziene pakket van EU-regels voor staatssteun betreffende sociale en lokale diensten, en spoort de Commissie tevens aan de regels verder te verduidelijken zodat ze voor de lagere overheden begrijpelijker en makkelijker toepasbaar worden, met name met betrekking tot de sociale ondernemingen;

Ondernemingen die sociale doelstellingen vervullen of een sociale impact verwezenlijken

14. wijst erop dat sociale ondernemingen belangrijke leveranciers zijn van diensten van algemeen belang; wijst erop dat dit soort ondernemingen veelal voortkomen uit of nauw verbonden zijn met maatschappelijke organisaties, vrijwilligersorganisaties en/of welzijnsverenigingen die mensgerichte diensten leveren die toegesneden zijn op essentiële menselijke behoeften, met name van gebruikers in een kwetsbare positie; wijst erop dat sociale ondernemingen veelal een middenpositie innemen tussen de traditionele particuliere en publieke dienstverleners, met name in het kader van overheidsopdrachten;

15. is van oordeel dat het begrip "maatschappelijk verantwoord ondernemen" (mvo) los moet worden gezien van het begrip "sociale economie", zij het dat bepaalde commerciële bedrijven met een aanzienlijke activiteit op het gebied van mvo sterk verweven kunnen zijn met sociale ondernemingen;

Financiële perspectieven - verbeteren van het wettelijk en fiscaal milieu

16. is van mening dat het EU-programma voor sociale verandering en innovatie voor 2014-2020, met het aandachtspunt microfinanciering en sociaal ondernemerschap, bijdraagt tot betere toegang tot microkredieten voor micro-ondernemingen van de sociale economie met inachtneming van de uiteenlopende financieringsbehoeften van sociale ondernemingen;

17. is van oordeel dat er verschillende financieringsinstrumenten nodig zijn - zoals de Europese sociaalondernemerschapsfondsen, de Europese durfkapitaalfondsen en de European Angels Funds (EAF) om de toegang van sociale ondernemingen tot de financiële markten te bevorderen;

18. benadrukt dat sociale ondernemingen gesteund moeten worden door middel van toereikende financiële instrumenten op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau en wijst op de daarvoor in aanmerking komende fondsen in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 (zoals het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, het Europees programma voor sociale verandering en innovatie, het Programma voor onderzoek en innovatie, en Horizon 2020); vraagt uitdrukkelijk om steun voor innovatieve sociale ondernemingen, met name die welke kwaliteitsbanen opleveren, armoede en sociale uitsluiting bestrijden en investeren in onderwijs, scholing en levenslang leren;

19. beklemtoont dat de toegang tot Europese financiering eenvoudiger wordt terwijl de nodige flexibiliteit op nationaal niveau mogelijk moet blijven, dat er financieringsmogelijkheden moeten worden geboden en dat daaraan duidelijk bekendheid moet worden gegeven en dat er tevens organisatorische, administratieve en boekhoudkundige vereenvoudigingen moeten worden doorgevoerd;

20. wijst erop dat de invoering van nieuwe vormen van financiële steun zal worden voorafgegaan door een analyse van de huidige instrumenten om de efficiëntie ervan te evalueren, en acht het in dit verband noodzakelijk te kunnen beschikken over hulpmiddelen waarmee het maatschappelijke rendement van investeringen kan worden gemeten en vergeleken, teneinde de ontwikkeling van een transparantere investeringsmarkt te bevorderen;

21. acht het noodzakelijk omstandigheden te creëren waarin sociale ondernemingen financiële onafhankelijkheid kunnen verwerven en zich kunnen bezighouden met commerciële zakelijke activiteiten;

22. is van mening dat verantwoorde beheersprocessen, ondersteund door naar behoren gecontroleerde en transparante financieringsmechanismen, noodzakelijk zijn om zich te kunnen blijven concentreren op sociaal ondernemerschap;

Metingen, ondersteuning en promotie

23. vraagt om een vergelijkende studie op initiatief van de Commissie, uit te voeren in samenwerking met sociale ondernemingen, naar de verschillende rechtskaders in de verschillende EU-landen en de bedrijfsomstandigheden en -karakteristieken voor sociale ondernemingen, waaronder hun omvang, aantal, werkterrein en certificatie- en etiketteringsregelingen;

24. benadrukt dat er grote verschillen bestaan tussen sociale ondernemingen wat betreft vorm, omvang, activiteiten, financiële situatie en samenwerkingsverbanden; merkt op dat sommige sociale ondernemingen toonaangevend zijn voor de ontwikkeling in hun sector en over voldoende capaciteit beschikken voor hun eigen ontwikkeling, maar dat andere behoefte hebben aan knowhow met betrekking tot de oprichting en de ontwikkeling van een onderneming en de bedrijfsvoering;

25. is van mening dat het, om de concurrentiekracht van sociale ondernemingen in de gehele EU te vergroten, noodzakelijk is de totstandbrenging te bevorderen van sociale innovatieclusters, waarvan de toegevoegde waarde het lokale niveau overstijgt; is bovendien van oordeel dat sociale ondernemingen, met behulp van passende stimulansen, van essentieel belang kunnen zijn voor de werkgelegenheid van gekwalificeerde werknemers ouder dan 50 jaar die de arbeidsmarkt hebben verlaten;

26. steunt het voorstel van de Commissie om een meertalig, toegankelijk en gebruikersvriendelijk onlineplatform voor sociale ondernemingen op te zetten, onder meer met het oog op wederzijds leren, uitwisseling van beproefde modellen, ontwikkeling van partnerschappen, bevordering van informatie-uitwisseling omtrent toegang tot financierings- en scholingsmogelijkheden, en met de functie van netwerk voor grensoverschrijdende samenwerking; verzoekt de Commissie en de lidstaten aandacht aan sociale ondernemingen te besteden via de open coördinatiemethode;

27. steunt het voorstel van de Europese Commissie om een deskundigengroep in te stellen voor sociaal ondernemerschap om de voortgang van de in mededeling COM(2011)0682 beoogde maatregelen te bewaken en evalueren;

28. verzoekt de Commissie en de lidstaten om de haalbaarheid en wenselijkheid van de ontwikkeling van een "Europees sociaal label" te overwegen dat aan sociale ondernemingen wordt toegekend, teneinde een betere toegang tot sociaal innovatieve overheidsopdrachten te verzekeren zonder de mededingingsregels te overtreden; stelt voor dat ondernemingen met een dergelijk label op gezette tijden gecontroleerd worden om na te gaan of ze nog aan de voorwaarden van het label voldoen;

29. dringt aan op Europese regels inzake overheidsopdrachten waarbij het beginsel wordt toegepast van "de economisch gunstigste offerte " in plaats van de "laagste kosten" bij het inhuren van dienstverlening;

30. verzoekt de Commissie te werken aan beter begrip en kennis over sociale ondernemingen en de sociale economie en er ruimere bekendheid aan te geven via ondersteuning van universitair onderzoek, onder meer via het achtste kaderprogramma (Horizon), en een periodiek activiteitenrapport over sociale ondernemingen en hun prestaties te gaan uitbrengen; verzoekt de lidstaten gehoor te geven aan de oproep van de Commissie tot indiening van voorstellen met het oog op betrouwbare statistieken over sociale ondernemingen, afkomstig van de nationale bureaus voor de statistiek;

31. verzoek de Commissie en de lidstaten sociale ondernemingen een plaats te geven in hun actieplannen voor werkgelegenheid en sociale inclusie en hun steun te geven aan de instelling van een Europese prijs voor sociaal ondernemerschap, warmee de sociale effecten ervan erkenning kunnen krijgen;

32. wijst erop dat sociale ondernemingen een maximum aan ondersteuning en aanvaarding door middel van voorlichting nodig hebben, niet in de laatste plaats door de niet-economische baten te onderstrepen, en dringt aan op een brede voorlichtingscampagne met steun van de Commissie, de lidstaten en de sociale partners via een toegankelijke, meertalige website waarmee snel informatie kan worden verkregen over sociale producten en diensten ten behoeve van burgers;

33. verzoekt de lidstaten stil te staan bij de voordelen van opneming van de beginselen van sociaal ondernemerschap en sociale verantwoordelijkheid in de curricula van scholen, universiteiten en andere onderwijsinstellingen, en in de programma's voor "levenslang leren", met het oog op de ontwikkeling van sociale en burgerschapsvaardigheden en de ondersteuning van aanstellingen in sociale ondernemingen; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorts conventionele en onlinescholing voor sociale ondernemers te ondersteunen en nauwere samenwerking tussen sociale ondernemingen, commerciële bedrijven en universiteiten te bevorderen teneinde begrip voor sociale ondernemingen te kweken en de kennis erover te vergroten en eventuele stereotiepe denkbeelden te bestrijden;

34. is van mening dat de invoering van een gemeenschappelijk Europees kader voor de publicatie van gegevens een waarborg zal vormen voor duidelijkere en doeltreffendere informatievoorziening over investeringen in sociale ondernemingen;

35. verwelkomt de toezegging van de Commissie om te onderzoeken en te overwegen of sociale ondernemingen gebruik kunnen maken van slapende octrooien, om zo hun ontwikkeling te bevorderen, en hoopt op concrete maatregelen in de nabije toekomst;

36. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

http://www.emes.net/fileadmin/emes/PDF_files/News/2008/11.08_EMES_UNDP_publication.pdf.

(2)

PB C 292 E van 25.3.2010, blz. 16.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0071.

(4)

COM(2012) 0035 def.


TOELICHTING

Ten eerste moet uitdrukkelijk op de ondertitel van de mededeling van de Europese Commissie van 25 oktober 2011 inzake "initiatieven voor sociaal ondernemerschap" gewezen worden, gezien die de complexe doelstellingen van de EU in lovenswaardig compacte vorm beschrijft.

Creatie van een "ecosysteem" ter bevordering van sociale ondernemingen als sleutelspelers van de sociale economie en sociale innovatie.

Het hier geformuleerde doel omvat zowel de erkenning van de bestaande structuren als de opening naar nieuwe, innovatieve vormen in de sociale economie – beide zullen ze in de toekomst nodig zijn, wanneer wij de uitdagingen op sociaal gebied in de context van de Europa 2020-strategie stellen en hun primaire taakstellingen succesvol om willen zetten. Hier twee hoekstenen van deze Europese opzet:

A.  Het is duidelijk, dat wij voor een constant groeiende behoefte aan sociale dienstverlening staan, bv. op het gebied van gezondheid en verzorging – enkel al op grond van de demografische veranderingen aangaande een altijd ouder wordende samenleving.

B.   Europa streeft naar economische groei ter verhoging van het mondiale concurrentievermogen met potentieel voor nieuwe arbeidsplaatsen – volgens eensgezinde prognoses liggen die in hoge mate in de "groene en witte economie".

De conclusies daarvan tonen de juistheid van de door de EU gevolgde politieke agenda aan: Van de resolutie inzake sociale economie 2009 naar het sociale investeringsfonds 2012 tot initiatieven voor sociaal ondernemerschap.

In tegenstelling tot andere sectoren van de economie behoeft sociaal ondernemerschap bijkomende financieringsinstrumenten. Op de initiatieven van de Commissie moeten hier zo snel mogelijk adequate maatregelen op nationaal en regionaal niveau volgen.

Om een vlugge ontwikkeling van het sociale ondernemerschap, met gerichte ondersteuning van de daarvoor geëngageerde personen en organisaties, mogelijk te maken, streeft het hier voorgelegde rapport van het Europees Parlement ernaar, dat zo precies en duidelijk mogelijke evenals open en kansen beschermende randvoorwaarden voor de onder nieuwe voortekenen staande volgende fase van de Europese sociale economie verankerd worden.

Dit rapport geeft aan, dat deze voor ons liggende fase van hoge investeringskracht en daarmee ook van experimenten begeleid zou moeten zijn. En het succes of de mislukking daarvan zal binnen afzienbare tijd door de EU-instellingen gezamenlijk met de lidstaten beoordeeld zijn. Daaruit kan men dan de concrete conclusies voor adequate optimalisatiestappen en -maatregelen trekken, waardoor de ontwikkeling op langere termijn van het sociaal ondernemerschap dan efficiënt doorgezet kan worden.

Kortom, afgehandelde randvoorwaarden en actieradius moeten tegelijkertijd de ruimte voor diversiteit en pluraliteit daar behouden, waar die al bestaat oftewel daar creëren, waar die tot nog toe ontbreekt.

De door de Commissie voorgestelde sleutelmaatregelen kunnen daarvoor een nuttige basis zijn, bv. een cartografie van het sociaal ondernemerschap in Europa, de creatie van een certificeringsdatabank of omvangrijke informatieplatformen inzake het wederzijds leren. Evengoed zou de ontwikkeling van een soort kwaliteitsstempel voor sociale ondernemingen zeer bevorderlijk voor de verdere ontwikkeling zijn.

Twee aspecten worden vaak tegen elkaar als argument gebruikt:

1.   Tot de definitie van het sociaal ondernemerschap en diens zelfbesef horen begrippen zoals algemeen nut, maatschappelijk nut, sociale en milieu-uitwerking en factoren als versterkte winstbeperking of modellen van medezeggenschap voor medewerkers evenals principes van openheid en transparantie.

2.   Basis van de nagestreefde florerende ontwikkeling van het sociaal ondernemerschap is de algemeen geaccepteerde overtuiging, dat sociale ondernemingen een integraal bestanddeel van de ecosociale markteconomie in de Europese interne markt zijn; ook het sociaal ondernemerschap behoeft een geregelde concurrentie, die tot constante kwaliteitsverbetering en inspanningen voor efficiëntie leidt.

Dit rapport doelt evenwel op het tegenovergestelde, dat deze beide aspecten naast elkaar en met elkaar tot de positieve ontwikkeling van het sociaal ondernemerschap bijdragen.

Het citaat van een slogan van een Oostenrijkse welvaartsorganisatie (Hilfswerk) vat het gemeenschappelijke inzicht treffend samen:

           "Wie hulp nodig heeft, verdient actie."

Geordende mededinging: een specifiek kenmerk van sociale dienstverlening is het feit, dat die in dichtbevolkte gebieden vaak voordeliger aangeboden wordt, dan op het platteland (redenen: logistieke dichtheid, aanvoerwegen, etc.).. Hier mag natuurlijk geen concurrentie zonder regels plaatsvinden, zodat op winst gerichte organisaties zich op afzonderlijke gebieden concentreren en andere zich in de richting van "poor service for poor people" begeven.

Voor een volgende fase van de ontwikkeling dient er ook speciale aandacht te zijn voor het sociale bankwezen, zoals het bijvoorbeeld in Oostenrijk (bijv. Zweite Sparkasse) al veel mensen in sociale noodsituaties erg doeltreffend bijstaat.

Ook sociale franchisemodellen verdienen in de toekomst een nauwkeurige verwijzing met betrekking tot hun mogelijke betekenis voor sociale ondernemers van deze soort.

We beginnen dus aan het werk om het sociaal ondernemerschap maximaal te ontwikkelen. Kortom: de toekomst begint nu!


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (19.6.2012)

aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

inzake het initiatief voor sociaal ondernemerschap – Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie

2012/2004 (INI).

Rapporteur voor advies: Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verwelkomt het voorstel van de Commissie om sociale ondernemingen betere toegang tot financiering te bieden door een regelgevingskader vast te stellen voor de invoering van investeringsinstrumenten op EU-niveau; spoort de Commissie aan zo spoedig mogelijk praktische wetgevingsvoorstellen te doen, gezien het grotendeels onbenutte innovatieve potentieel van deze sociale ondernemingen; wijst erop dat de invoering van nieuwe vormen van financiële steun zal worden voorafgegaan door een analyse van de huidige instrumenten om de efficiëntie ervan te evalueren, en acht het in dit verband noodzakelijk te kunnen beschikken over hulpmiddelen waarmee het maatschappelijke rendement van investeringen kan worden gemeten en vergeleken, teneinde de ontwikkeling van een transparantere investeringsmarkt te bevorderen; is er stellig van overtuigd dat er verschillende financieringsinstrumenten nodig zijn - zoals de Europese sociaalondernemerschapsfondsen of Europese durfkapitaalfondsen, de uitgifte van solidariteitsobligaties, en initiatieven met betrekking tot particuliere investeerders ("business angels") - en dat deze financieringsinstrumenten moeten worden aangemoedigd en bevorderd;

2.  benadrukt dat er grote verschillen bestaan tussen sociale ondernemingen wat betreft de vorm, grootte, zakelijke activiteiten, financiële situatie en samenwerkingsverbanden; merkt op dat terwijl sommige sociale ondernemingen toonaangevend zijn voor de ontwikkeling in hun sector en over voldoende capaciteit beschikken voor hun eigen ontwikkeling, andere gepaste knowhow behoeven met betrekking tot de totstandbrenging, de ontwikkeling en het beheer van hun ondernemingen;

3.  is van mening dat de definitie van een sociale onderneming zoals die wordt voorgesteld in de mededeling inzake het initiatief voor sociaal ondernemerschap een stap voorwaarts is op weg naar erkenning van de specifieke aard van dit type organisatie, en dringt erop aan dat deze omschrijving in alle instellingen van de Unie wordt gehanteerd; benadrukt nogmaals hoe belangrijk het is dat deze omschrijving wordt gebruikt in de ontwerpverordening inzake Europese financiering voor het initiatief voor sociaal ondernemerschap; dringt er bovendien op aan dat de drie belangrijkste dimensies die tekenend zijn voor sociale ondernemingen - namelijk een sociale doelstelling, ondernemerschap en een op participatie gerichte bestuursvorm - in overweging worden genomen;

4.  benadrukt dat het concept "sociale onderneming" onmiskenbaar gepaard gaat met een democratisch ondernemingsbestuur dat een volledige waarborg biedt voor economische democratie, betrokkenheid van belanghebbenden en transparantie, en een op verandering gerichte bedrijfsvoering (enterprise change management) overeenkomstig de beginselen van de Europese Unie, de OESO en de Verenigde Naties; dringt er bij de Commissie op aan rekening met deze aspecten te houden bij de analyse en identificatie van goede werkwijzen en reproduceerbare modellen, bij het opzetten van een openbare databank met keurmerken en certificeringen voor sociale ondernemingen in Europa teneinde hun zichtbaarheid te vergroten en onderlinge vergelijking te vergemakkelijken, alsmede bij de ontwikkeling van haar voorstellen ter verbetering van het juridisch kader;

5.  acht het noodzakelijk omstandigheden te creëren waarin sociale ondernemingen financiële onafhankelijkheid kunnen verwerven en zich kunnen bezighouden met commerciële zakelijke activiteiten; merkt op dat sociale ondernemingen in veel lidstaten, als gevolg van financiële mechanismen en het dalende aantal overheidsopdrachten, worden gedwongen zich te richten op het verkrijgen van subsidies en fondsen van overheidsinstellingen, terwijl zij zich veel minder richten op de verhoging van de kwaliteit van hun diensten of producten, hetgeen hun concurrentiekracht zou vergroten; onderstreept de noodzaak om de toegang tot schuld- of eigen-vermogensinstrumenten in de relevante fase van ondernemingsontwikkeling te verbreden, daarbij rekening houdend met de specifieke werkwijze van sociale ondernemingen;

6.  is van mening dat het, om de concurrentiekracht van sociale ondernemingen in heel Europa te vergroten, noodzakelijk is de totstandbrenging te bevorderen van sociale innovatieclusters, waarvan de toegevoegde waarde het lokale niveau overstijgt; is bovendien van oordeel dat sociale ondernemingen, met behulp van passende stimulansen, van essentieel belang kunnen zijn voor de werkgelegenheid van gekwalificeerde werknemers ouder dan 50 jaar die de arbeidsmarkt hebben verlaten;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de noodzakelijke maatregelen te treffen om sociale ondernemingen gelijke kansen te bieden wanneer zij deelnemen aan openbare aanbestedingen;

8.  verwelkomt het streven van de Commissie om de boekhoudprincipes voor kmo's te vereenvoudigen, waardoor de besparingen nog efficiënter kunnen worden;

9.  is van mening dat de invoering van een gemeenschappelijk Europees kader voor de publicatie van gegevens een waarborg zal vormen voor duidelijkere en doeltreffendere informatievoorziening over investeringen in sociale ondernemingen;

10. is van mening dat problemen op de markt van de sociale ondernemingen enerzijds het gebrek aan gepaste knowhow betreffen en anderzijds de ontoereikende aandacht voor de specifieke kenmerken van sociale ondernemingen, en dat het bijgevolg belangrijk is kennis op internationaal niveau, indien van toepassing, en in de afzonderlijke lidstaten te delen en er tevens voor te zorgen dat advies, opleiding - met inbegrip van basis- en vervolgopleidingen - en informatie op dit vlak beschikbaar zijn; gelooft dat steun voor en bevordering van sociale ondernemingen kunnen helpen hun groeipotentieel en hun vermogen om sociale waarde te creëren, optimaal te benutten.

11. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan beroepsopleidingsprogramma's te ontwikkelen, onder meer op basis van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie, ten behoeve van ondernemingen die sociale diensten en/of goederen en diensten bestemd voor kwetsbare bevolkingsgroepen leveren;

12. benadrukt dat het van groot belang is een groter bewustzijn met betrekking tot sociale ondernemingen te creëren, met name met betrekking tot ondernemingen die in een sociale economie opereren, door middel van passende informatiecampagnes; is van mening dat met het oog hierop de voordelen en doelstellingen van sociaal ondernemerschap zichtbaarder moeten worden gemaakt door niet alleen naar zuiver economische, maar ook naar andere evaluaties en indicatoren te kijken; merkt op dat in veel gevallen de activiteiten van sociale ondernemingen, met name van de ondernemingen die in een sociale economie opereren, worden gehinderd door het gebrekkige bewustzijn en de stereotypen omtrent deze ondernemingen; wijst er in dit verband op dat naar de mening van de Commissie absolute prioriteit moet worden gegeven aan het vergroten van het bewustzijn binnen alle overheidsinstanties en in het bijzonder binnen de lokale gemeenschappen, aangezien het benutten van het lokale potentieel kan bijdragen aan betrokkenheid van lokale gemeenschappen en tegelijkertijd de aantrekkelijkheid van de in de desbetreffende regio's opererende sociale ondernemingen kan vergroten;

13. wijst met klem op de door de mededeling geboden kans om de participatie van sociale ondernemingen op de markt voor overheidsopdrachten te bevorderen; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan maatregelen te nemen om het gebruik aan te moedigen van sociale clausules of van aanbestedingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die kansarme mensen in dienst hebben;

14. verwelkomt de toezegging van de Commissie om te onderzoeken en te overwegen of sociale ondernemingen gebruik kunnen maken van slapende octrooien, om zo hun ontwikkeling te vergemakkelijken, en hoopt op concrete maatregelen in de nabije toekomst;

15. verzoekt de Commissie de noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de door de Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde normen toegankelijker worden voor sociale ondernemingen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.6.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Amelia Andersdotter, Josefa Andrés Barea, Zigmantas Balčytis, Ivo Belet, Reinhard Bütikofer, Maria Da Graça Carvalho, Giles Chichester, Jürgen Creutzmann, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Vicky Ford, Gaston Franco, Adam Gierek, Norbert Glante, Fiona Hall, Kent Johansson, Romana Jordan, Krišjānis Kariņš, Lena Kolarska-Bobińska, Philippe Lamberts, Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz, Marisa Matias, Jaroslav Paška, Aldo Patriciello, Vittorio Prodi, Miloslav Ransdorf, Teresa Riera Madurell, Michèle Rivasi, Paul Rübig, Salvador Sedó i Alabart, Francisco Sosa Wagner, Konrad Szymański, Patrizia Toia, Ioannis A. Tsoukalas, Claude Turmes, Niki Tzavela, Marita Ulvskog, Vladimir Urutchev, Adina-Ioana Vălean, Kathleen Van Brempt, Alejo Vidal-Quadras, Henri Weber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Antonio Cancian, António Fernando Correia de Campos, Ioan Enciu, Roger Helmer, Jolanta Emilia Hibner, Ivailo Kalfin, Seán Kelly, Werner Langen, Mario Pirillo, Peter Skinner, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Jorgo Chatzimarkakis


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (28.6.2012)

aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

inzake het Initiatief voor sociaal ondernemerschap — Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie

212/2004 (INI).

Rapporteur voor advies: Małgorzata Handzlik

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  erkent dat sociale ondernemingen de potentie hebben om een belangrijke drijvende kracht te zijn voor innovatie, en om als zodanig oplossingen aan te reiken voor de bestaande sociale en economische problemen en een belangrijke bijdrage te leveren aan de grensoverschrijdende samenwerking, en om aldus de groei in de sector te ondersteunen; moedigt daarom de ontwikkeling aan van een ondersteunende en gestroomlijnde regelgeving die bevorderlijk is voor de structurele diversiteit van sociale ondernemingen, beantwoordt aan de specifieke aard van hun activiteiten en financiële steun biedt die zich beter leent voor sociaal ondernemerschap en sociale bedrijven, en met name mkb-bedrijven, waardoor hun groei en duurzaamheid worden bevorderd;

2.  is van mening dat verantwoorde beheersprocessen, ondersteund door naar behoren gecontroleerde en transparante financieringsmechanismen, noodzakelijk zijn om zich te kunnen blijven concentreren op sociaal ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen;

3.  wijst erop dat men zich bij de erkenning van sociale ondernemingen op EU-niveau niet mag beperken tot bepaalde commerciële ondernemingen die zich sociale doelstellingen eigen hebben gemaakt, maar ook rekening moet houden met het specifieke karakter van elke categorie sociale ondernemingen, met name bedrijven in de sociale en charitatieve economie; benadrukt dat met het oog daarop financieringsinstrumenten moeten worden ontwikkeld en toegepast waardoor deze bedrijven in staat worden gesteld hun activiteiten in overeenstemming met hun eigen oogmerken en doelstellingen uit te voeren en om de onderlinge solidariteit te bevorderen; benadrukt tevens dat een betere kennis van sociale ondernemingen en een kwaliteitsbewuste, objectieve en onafhankelijke beoordeling van hun activiteiten de bijdrage die zij leveren aan de samenleving als geheel zou verbeteren en de bewustwording zou doen toenemen omtrent de manier waarop sociale cohesie als een bron van economische en sociale rijkdom fungeert en niet alleen maar een kostenpost is;

4.  is ingenomen met het voorstel tot beschikbaarstelling van microkredieten ter ondersteuning van Europese mkb-bedrijven;

5.  wijst op het belang van de bijdrage van sociale ondernemingen in alle sectoren aan de versterking van de sociale samenhang en integratie en voor het inzicht in en de vervulling van de behoeften van de consument in het algemeen en van kwetsbare consumenten in het bijzonder; wijst er met nadruk op dat sociale ondernemingen weliswaar voornamelijk ten doel hebben te voorzien in maatschappelijke en overheidspolitieke behoeften, maar ook om tegemoet te komen aan de steeds sterkere roep onder burgers naar ethisch verantwoord gedrag met meer oog voor de mens, het milieu, de natuur, de sociale normen en maatschappelijk verantwoord gedrag;

6.  dringt bij de Commissie aan op maatregelen ter verbetering van het publieke besef omtrent de activiteiten van sociale ondernemingen en ter bevordering van het vertrouwen in die bedrijven, en om het grote publiek aan te moedigen dit soort activiteiten actief te ondersteunen;

7.  roept de lidstaten ertoe op sociaaleconomische instellingen te bevorderen, te stimuleren en te ontwikkelen door het wegnemen van belemmeringen voor het opzetten en ontwikkelen van sociale bedrijven, het bevorderen van opleiding en bijscholing op het gebied van sociaaleconomische instellingen en het verhogen van de steun aan sociale ondernemers;

8.  wijst erop dat sociale ondernemingen, door de aard van hun activiteiten en hun manier van functioneren bijdragen aan de opbouw van een hechtere, democratischere en "actievere" samenleving, die het scheppen van werkgelegenheid en duurzame en inclusieve economische groei helpt realiseren door met name bevordering van solidariteit en duurzaamheid, sociale samenhang en integratie, stabiele banen van goede kwaliteit, gelijke kansen voor mannen en vrouwen, en het combineren van persoonlijk, gezins- en beroepsleven;

9.  is van mening dat maatschappelijk verantwoord ondernemen en "sociale ondernemingen" complementaire aspecten van eenzelfde beleid zijn en derhalve dienen te worden ontwikkeld op een gecoördineerde manier, zonder overlapping van de inspanningen van de lidstaten;

10. is van mening dat de hervorming van de EU-regelgeving inzake openbare aanbestedingen een goede gelegenheid is om het respect voor sociale normen te verbeteren en de participatie aan en toegankelijkheid van overheidscontracten voor sociale ondernemingen te vergroten; is ingenomen met de in het voorstel van de Commissie inzake de herziening van de richtlijnen voor overheidsopdrachten opgenomen regeling voor sociale diensten, en onderstreept het belang van dit instrument voor lokale aanbestedende diensten om kwalitatief hoogwaardige diensten ter bevordering van de sociale cohesie te kunnen leveren;

11. neemt kennis van het voorstel van de Commissie om ook kansarmen toe te voegen aan de categorieën die in aanmerking komen voor voorbehouden contracten; onderstreept het potentieel van de nieuwe bepaling inzake voorbehouden contracten voor het stimuleren van innovatieve sociale en ruimtelijke ontwikkeling met inachtneming van de beginselen inzake concurrentieel verantwoorde gunning van contracten;

12. verzoekt de Commissie een grondige effectbeoordeling op te maken met het oog op de ontwikkeling van een langetermijnstrategie voor de waarborging van de sociale en milieudoelstellingen en de intensievere participatie van sociale ondernemingen aan overheidsopdrachten, zonder dat dit ten koste gaat van de concurrentieel verantwoorde gunning van contracten en zonder dat daarbij prikkels worden gecreëerd om de regels te omzeilen; verzoekt de lidstaten belemmeringen voor het starten en ontwikkelen van economische activiteiten door sociaaleconomische instellingen op te heffen, met name wat betreft de implementatie van administratieve procedures.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.6.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pablo Arias Echeverría, Adam Bielan, Sergio Gaetano Cofferati, Birgit Collin-Langen, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Cornelis de Jong, Christian Engström, Evelyne Gebhardt, Malcolm Harbour, Toine Manders, Hans-Peter Mayer, Sirpa Pietikäinen, Robert Rochefort, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Raffaele Baldassarre, Mario Borghezio, Simon Busuttil, Pier Antonio Panzeri, Laurence J.A.J. Stassen, Marc Tarabella, Kyriacos Triantaphyllides, Anja Weisgerber, Kerstin Westphal


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.9.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Regina Bastos, Edit Bauer, Heinz K. Becker, Pervenche Berès, Vilija Blinkevičiūtė, Philippe Boulland, Milan Cabrnoch, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Derek Roland Clark, Minodora Cliveti, Marije Cornelissen, Emer Costello, Andrea Cozzolino, Frédéric Daerden, Sari Essayah, Thomas Händel, Marian Harkin, Nadja Hirsch, Stephen Hughes, Danuta Jazłowiecka, Ádám Kósa, Jean Lambert, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Nicole Sinclaire, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jan Kozłowski, Svetoslav Hristov Malinov, Antigoni Papadopoulou, Birgit Sippel, Csaba Sógor

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Cornelia Ernst

Juridische mededeling - Privacybeleid