VERSLAG over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde

    12.10.2012 - (COM(2011)0737 – C7‑0504/2011 – 2011/0333(CNS)) - *

    Begrotingscommissie
    Rapporteur: Jean-Luc Dehaene
    PR_CNS_art55app

    Procedure : 2011/0333(CNS)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0316/2012
    Ingediende teksten :
    A7-0316/2012
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde

    (COM(2011)0737 – C7‑0504/2011 – 2011/0333(CNS))

    (Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0737),

    –   gezien artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Euratom-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0504/2011),

    -   gezien artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    -   gezien het advies van de Rekenkamer (advies nr. 2/2012)[1],

    –   gezien zijn resolutie van 29 maart 2007 over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie[2],

    –   gezien zijn resolutie van 8 juni 2011 over investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa[3],

    –   gezien zijn resolutie van 13 juni 2012 over het meerjarig financieel kader en eigen middelen[4],

    –   gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 in het belang van een positief resultaat van het meerjarig financieel kader 2014-2020[5],

    -   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

    -   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0316/2012),

    A. overwegende dat in het Verdrag duidelijk is bepaald dat de begroting van de Unie volledig uit eigen middelen wordt gefinancierd;

    B.  overwegende dat het Parlement, in zijn bovengenoemde resolutie van 13 juni 2012, aangenomen met een ruime meerderheid, zich positief heeft uitgelaten over de door de Commissie op 29 juni 2011 gedane wetgevingsvoorstellen inzake de hervorming van het stelsel van eigen middelen, waaronder het voorstel inzake een belasting op financiële transacties (FTT) en het voorstel inzake nieuwe btw-middelen voor de EU, met als doel het aandeel van de bni-bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting tegen 2020 met 40% te verlagen en zo bij te dragen aan de consolidatie-inspanningen van de lidstaten;

    C. overwegende dat het Parlement, in zijn bovengenoemde resolutie van 23 oktober 2012, in sterke bewoordingen zijn mening kenbaar heeft gemaakt dat de btw een van de voorwaarden vormt voor de noodzakelijke politieke overeenstemming over de eigen middelen en dat een overeenstemming over de hervorming van de btw-middelen, evenals de uitvoeringsbepalingen ervan, samen met de overeenkomst over het MFK moet worden gesloten;

    D. overwegende dat, voor het eerst, op grond van het Verdrag het Parlement zijn goedkeuring moet geven aan uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen van de Unie en overwegende dat het Parlement duidelijk uiting heeft gegeven aan zijn wens om zijn bevoegdheid in dit verband uit te oefenen in het kader van de onderhandelingen over de hervorming van het stelsel van eigen middelen;

    E.  overwegende dat het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité in hun adviezen over de voorstellen van de Commissie voor een hervorming van de eigen middelen, zich positief hebben uitgelaten over het voorstel voor nieuwe btw-middelen[6];

    F.  overwegende dat het Parlement een aantal keer zijn standpunt heeft herhaald dat het stelsel van eigen middelen van de Unie moet worden hervormd, in het bijzonder met betrekking tot de bestaande btw-middelen, met als doel terug te komen bij zijn aanvankelijke idee dat hier om echte eigen middelen gaat en niet om een puur statistisch instrument[7];

    G. overwegende dat het Parlement verheugd is over de poging de btw-berekeningsmethode te vereenvoudigen en over het feit dat het voorstel van de Commissie de transparantie van de btw-middelen verbetert;

    H. overwegende dat het Parlement van mening is dat het nieuwe btw-voorstel in het bijzonder de volgende voordelen biedt: meer transparantie, een rechtvaardig beleid voor alle belastingbetalers in de lidstaten, een vereenvoudigde berekening en de mogelijkheid om de btw-middelen te maken tot echte eigen middelen die in de toekomst rechtstreeks naar de EU-begroting worden overgemaakt;

    I.   overwegende dat het Parlement van mening is dat echte eigen middelen rechtstreeks naar de EU-begroting dienen te worden overgemaakt;

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel;

    2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

    3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

    4.  verzoekt de Commissie om een concreet voorstel voor een verdere hervorming van de btw-middelen zodat deze rechtstreeks naar de EU-begroting worden overgemaakt ofwel reeds in de periode 2014 - 2020 ofwel in een latere herziening van het stelsel van eigen middelen;

    5.  verzoekt om een praktische follow-up van het groenboek van de Commissie over de toekomst van de btw en concrete maatregelen voor een sterkere harmonisatie van de btw-stelsels in de lidstaten, aangezien uitsluitend op basis van een dergelijke harmonisatie de btw-middelen kunnen worden gemaakt tot echte eigen middelen, die in de toekomst rechtstreeks naar de begroting van de Unie worden overgemaakt;

    6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

    • [1]  PB C 112 van 18.4.2012, blz. 1
    • [2]  PB C 27E van 31.1.2008, blz. 214.
    • [3]  Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0266.
    • [4]  Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0245.
    • [5]  Aangenomen teksten, P7_TA(2012)xxxx.
    • [6]  Advies van het Comité van de Regio's over het nieuwe meerjarig financieel kader 2014 - 2020, aangenomen tijdens de 93e plenaire vergadering van 14-15 december 2011.
      Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het stelsel van eigen middelen, aangenomen tijdens de plenaire vergadering van 29 maart 2012.
    • [7]  Zie de resolutie van het Parlement van 29 maart 2007 over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie (PB C 27 E van 31.1.2008, blz. 214).

    TOELICHTING

    De eigen middelen uit de btw (btw-middelen) zijn in 1970 ingevoerd als mogelijk echte eigen middelen, in de veronderstelling dat voortdurende harmonisatie van de nationale btw-wetgeving uiteindelijk zou leiden tot volledige harmonisatie van de nationale btw-grondslag. De btw-middelen zijn echter geleidelijk aan geworden tot een complex en ondoorzichtig statistisch instrument dat in wezen een andere vorm van bni-bijdrage vertegenwoordigt en uit nationale begrotingen wordt overgemaakt. De btw-middelen beslaan 11,2% van de ontvangsten van de begroting voor 2011.

    Op 29 juni 2011 heeft de Commissie haar voorstellen voor een nieuw meerjarig financieel kader (2014-2020) gepresenteerd, evenals een aantal voorstellen voor de hervorming van het stelsel van eigen middelen van de Unie. Een van deze voorstellen betreft het zevende Eigenmiddelenbesluit (EMB), waarin wordt gepleit voor afschaffing van de bestaande btw-middelen en vervanging door nieuwe btw-middelen voor de EU. Deze nieuwe middelen worden uitgebreid beschreven in het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de btw, dat het onderwerp van dit verslag is.

    Inhoud van het Commissievoorstel

    Het voorstel voor een verordening voor de terbeschikkingstelling van de btw-middelen is nodig om de methode te bepalen waarmee de lidstaten deze nieuwe middelen moeten berekenen, evenals de procedures voor de overdracht ervan aan de EU-begroting.

    Het onderliggende beginsel van het voorstel van de Commissie is dat de nieuwe btw-middelen voor de EU gebaseerd zijn op een aandeel van de btw op leveringen van goederen en diensten, verwervingen en invoerverrichtingen "die in elke lidstaat aan een normaal btw-tarief onderworpen zijn". Het is dan ook gebaseerd op de feitelijke harmonisatie die reeds bestaat voor goederen en diensten met een normaal btw-tarief in de EU. Daarnaast wordt in het nieuwe stelsel het grootste gedeelte van de momenteel door de lidstaten uitgevoerde berekeningen door de Europese Commissie overgenomen.

    2.1. Methode om de nieuwe btw-middelen te berekenen

    De nieuwe procedure kan in de volgende stappen worden omschreven:

    Stap I: Aangepaste btw-ontvangsten

     

    =

    · De methode gebruikt de feitelijke btw-cijfers in het bezit van de lidstaten als uitgangspunt.

    · Een aantal lidstaten dient de cijfers te corrigeren om bijvoorbeeld rente en boetes uit te sluiten of aanpassingen aan te brengen in verband met de overzeese gebiedsdelen of de specifieke btw-behandeling.

    Stap II: Toepassing van een "uniform percentage" op aangepaste btw-ontvangsten

     

    X =

    · Het uniforme percentage is één percentage dat in de gehele EU van toepassing is. Het wordt berekend door het EU-gemiddelde van het gedeelte van de btw-ontvangsten dat afkomstig is van aan een normaal tarief onderworpen leveringen te delen door eindconsumptie (aan huishoudens en entiteiten die de btw niet kunnen aftrekken) in alle lidstaten. Het wordt berekend via een groot statistisch onderzoek dat de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten uitvoert en wordt gedurende de hele MFK-periode toegepast.

    Stap III: Berekening van de grondslag van de btw-middelen

     

    ÷ =

    · De waarde van de "veronderstelde btw-ontvangsten" moet worden gedeeld door het feitelijke normale tarief dat in het land van toepassing is (het normale tarief varieert per lidstaat; het moet een percentage tussen 15 en 27% zijn). Hiermee wordt de grondslag van de btw-middelen gecreëerd.

    Stap IV: Berekening van de maandelijkse bijdrage aan de btw-middelen

     

    X =

    · Een in de uitvoeringsverordening van de Raad inzake eigen middelen[1] opgenomen percentage moet op de feitelijke waarde van de grondslag van de btw-middelen worden toegepast (een maximumtarief (2%) is in het EMB vastgesteld met een toepasselijk tarief (1%) in de uitvoeringsverordening).

    · Op deze manier wordt de maandelijkse bijdrage van de lidstaat aan de btw-middelen vastgesteld.

    Beoordeling door de rapporteur

    Voordelen

    · Een aanzienlijk eenvoudigere btw-berekening, waardoor het niet langer nodig is de volgende onderdelen te berekenen:

    o een gewogen gemiddeld btw-tarief;

    o een tussentijdse basis;

    o de momenteel vereiste compensaties op de tussentijdse basis.

    · Meer transparantie: voor de berekening worden uitsluitend goederen en diensten gebruikt waarop het normale btw-tarief in alle lidstaten van toepassing is. Tevens worden uitsluitend ontvangsten gebruikt die de lidstaten daadwerkelijk hebben geïnd.

    · Minder correcties op de btw-grondslag voor een aantal lidstaten (uitsluitend boetes en sancties, terugbetalingen aan niet-belastingplichtigen, ontvangsten uit niet EU-gebiedsdelen, inachtneming van meerdere normale tarieven) in vergelijking met de huidige 22 compensaties.

    · Geen compensaties, aangezien voor de berekeningen uitsluitend goederen en diensten worden gebruikt waarop het normale btw-tarief van toepassing is.

    · Gelijke behandeling van alle EU-lidstaten: een uniform percentage voor alle lidstaten, in tegenstelling tot de huidige verschillende afroepingspercentages.

    · Minder administratieve lasten voor de lidstaten. Deze lasten worden grotendeels door de Europese Commissie overgenomen.

    · Nadruk op materialiteit. In plaats van op statistieken zijn de nieuwe middelen op daadwerkelijke ontvangsten gebaseerd.

    · Geen aftopping.

    · In de loop der tijd lijken de middelen betrouwbaar en voorspelbaar te zijn.

    · De middelen kunnen worden aangepast aan alle toekomstige btw-hervormingen zonder het huidige voorstel inzake eigen middelen te hoeven wijzigen.

    Nadelen

    o De nog altijd relatief ingewikkelde methodologie van 4 stappen, die complexe berekeningen met zich meebrengt.

    o Meer administratieve lasten voor de Commissie.

    o De voorgestelde vereenvoudiging van de berekeningsmethode kan mogelijk geen rekening houden met de verschillende btw-stelsels van de lidstaten.

    o De nieuwe btw is nog steeds geen eigen middel dat rechtstreeks naar de EU-begroting gaat, maar wordt via de nationale schatkisten overgemaakt.

    Conclusies

    In het voorstel inzake nieuwe btw-middelen voor de EU worden zonder meer belangrijke verbeteringen op het huidige systeem gesuggereerd, waardoor deze middelen zich tot stabiele en betrouwbare echte eigen middelen voor de begroting van de Unie zouden kunnen ontwikkelen. De nieuwe btw-middelen moeten deel uitmaken van een algemene hervorming van het stelsel van eigen middelen, waardoor het algemene niveau van de nationale bijdragen van de lidstaten aanzienlijk moet afnemen.

    Uw rapporteur steunt derhalve het voorstel van de Commissie om de huidige btw-middelen af te schaffen en nieuwe btw-middelen voor de EU te creëren.

    Uw rapporteur onderstreept tevens een van de fundamentele criteria van echte btw-middelen, namelijk dat deze niet eerst door nationale overheden worden geïnd, maar rechtstreeks naar de EU-begroting worden overgemaakt. Deze oplossing voor de btw wordt helaas noch in het huidige stelsel, noch in de voorstellen van de Commissie in aanmerking genomen. Als niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan voor het komende MFK voor de periode 2014 - 2020 zou de rapporteur de Commissie willen verzoeken om deze mogelijkheid te overwegen voor de volgende periode, in het kader van de noodzakelijke verdere hervorming van het stelsel van eigen middelen, om ervoor te zorgen dat de EU-begroting volledig uit eigen middelen wordt gefinancierd, overeenkomstig artikel 311 VWEU.

    Uw rapporteur benadrukt het belang dat het Europees Parlement aan de hervorming van het stelsel van eigen middelen hecht, met inbegrip van de relevante voorstellen inzake de btw. In zijn door de plenaire vergadering goedgekeurde resolutie betreffende het MFK en eigen middelen van 13 juni 2012 verklaart het Europees Parlement dat het niet bereid is zijn goedkeuring te verlenen aan de volgende MFK-verordening zolang er geen politieke overeenstemming is bereikt over een hervorming van het stelsel van eigen middelen.

    PROCEDURE

    Titel

    Eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde

    Document- en procedurenummers

    COM(2011)0737 – C7-0504/2011 – 2011/0333(CNS)

    Datum raadpleging EP

    12.12.2011

     

     

     

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    BUDG

    15.12.2011

     

     

     

    Medeadviserende commissie(s)

           Datum bekendmaking

    CONT

    15.12.2011

    ECON

    15.12.2011

    JURI

    15.12.2011

     

    Geen advies

           Datum besluit

    CONT

    6.12.2011

    ECON

    29.11.2011

    JURI

    19.12.2011

     

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Jean-Luc Dehaene

    5.12.2011

     

     

     

    Datum goedkeuring

    10.10.2012

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    35

    1

    2

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Marta Andreasen, Reimer Böge, Zuzana Brzobohatá, Jean Louis Cottigny, Jean-Luc Dehaene, Göran Färm, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Salvador Garriga Polledo, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Jutta Haug, Monika Hohlmeier, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Anne E. Jensen, Ivailo Kalfin, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, Jan Mulder, Juan Andrés Naranjo Escobar, Dominique Riquet, Potito Salatto, Alda Sousa, Helga Trüpel, Derek Vaughan, Angelika Werthmann

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Alexander Alvaro, Maria Da Graça Carvalho, Edit Herczog, Peter Jahr, Jürgen Klute, Paul Rübig, Georgios Stavrakakis, Nils Torvalds

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Phil Bennion, Nikos Chrysogelos, Norbert Glante, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein

    Datum indiening

    12.10.2012