VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)

    15.10.2012 - (COM(2010)0748 – C7‑0433/2010 – 2010/0383(COD)) - ***I

    Commissie juridische zaken
    Rapporteur Tadeusz Zwiefka
    (Herschikking – artikel 87 van het Reglement)
    PR_COD_1recastingam


    Procedure : 2010/0383(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0320/2012
    Ingediende teksten :
    A7-0320/2012
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerleggBMWR1150rs

    BBing van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)

    (COM(2010(0748 – C7‑0433/2010 – 2010/0383(COD))

    (Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010(0748) en de door de Commissie uitgevoerde effectbeoordeling (SEC(2010)1547),

    –   gezien artikel 294, lid 2, artikel 67, lid 4, onder a), c) en e) en artikel 81, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0433/2010),

    –   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    –   gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Nederlandse Eerste kamer en de Nederlandse Tweede kamer, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

    –   gezien de gemotiveerde adviezen van nationale parlementen aan zijn Voorzitter inzake de conformiteit van het voorstel voor een richtlijn met het subsidiariteitsbeginsel,

    –   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 5 mei 2011[1],

    –   gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten[2],

    –   gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van X om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    –   gezien de artikelen 87 en 55 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7‑0000/2011),

    A. overwegende dat het betreffende voorstel volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen,

    1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

    2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in het voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

    3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

    Amendement 1:

    AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT[3]*

    op het voorstel van de Commissie

    ---------------------------------------------------------

    VERORDENING (EU) NR. .../2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

    of

    betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken(Herschikking)

    HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

    Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 67, lid 4, en artikel 81, lid 2, punten a), c) en e),

    Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

    Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

    Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[4],

    Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[5],

    Overwegende hetgeen volgt:

    (1)         Op 21 april 2009 bracht de Commissie een verslag[6] uit over de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken[7]▌. De conclusie van het verslag luidde dat de werking van de verordening over het algemeen bevredigend is, maar dat het wenselijk is de toepassing van een aantal bepalingen te verbeteren, het vrije verkeer van beslissingen te vergemakkelijken, en de toegang tot de rechter te bevorderen. Aangezien een aantal verdere wijzigingen nodig zijn, moet die verordening duidelijkheidshalve worden herschikt ▌.

    -1 bis.  Tijdens zijn bijeenkomst van 10 en 11 december 2009 te Brussel heeft de Europese Raad een nieuw meerjarenprogramma aangenomen met als titel "Het programma van Stockholm - Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger" (hierna: "het programma")[8]. In het programma is de Europese Raad van oordeel dat de afschaffing van alle intermediaire maatregelen (exequatur) tijdens de looptijd van het programma van Stockholm moet worden voortgezet. Tegelijkertijd moet de afschaffing van het exequatur vergezeld gaan van een aantal waarborgen.

    (2)         De Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en ontwikkelen en de toegang tot de rechter te vergemakkelijken, onder meer door het beginsel van wederzijdse erkenning van gerechtelijke en buitengerechtelijke beslissingen in burgerlijke zaken. Met het oog op de geleidelijke totstandbrenging van die ruimte dient de Unie ▌ maatregelen te nemen op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen, met name voorzover dit nodig is voor de goede werking van de interne markt.

    (3)         Sommige verschillen in de nationale regels inzake de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning van beslissingen bemoeilijken de goede werking van de interne markt. Bepalingen die de eenvormigheid van de regels inzake jurisdictiegeschillen in burgerlijke en handelszaken mogelijk maken alsook zorgen voor een snelle en eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging van in een lidstaat gegeven beslissing zijn onontbeerlijk.

    (4)  Dergelijke bepalingen behoren tot ▌ het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken in de zin van artikel 81 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    (5)         Met het oog op het vrije verkeer van beslissingen in burgerlijke en handelszaken is het nodig en passend de regels inzake de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in een verbindend en rechtstreeks toepasselijk besluit van de Unie neer te leggen.

    ▌           (verplaatst naar overweging 27 bis)

    (7)         De lidstaten zijn op 27 september 1968 op grond van artikel 293, vierde streepje, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap overgegaan tot sluiting van het Verdrag van Brussel betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, zoals nadien gewijzigd bij de verdragen inzake de toetreding van nieuwe lidstaten ▌tot dit verdrag ▌("het Verdrag van Brussel van 1968")[9]. Op 16 september 1988 hebben de toenmalige lidstaten van de Europese Gemeenschap en sommige EVA-staten het Verdrag van Lugano betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna het verdrag van Lugano van 1988)[10], gesloten, dat een nevenverdrag is van het Verdrag van Brussel van 1968. Het Verdrag van Lugano van 1988 werd in Polen op 1 februari 2000 van kracht.

    (8)  Op 22 december 2000 heeft de Raad Verordening (EG) nr. 44/2001 aangenomen, die in de plaats is gekomen van het Verdrag van Brussel van 1968, voor wat betreft het grondgebied van de lidstaten zoals bestreken door het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, behalve Denemarken. Bij Besluit 2006/325/EG van de Raad[11], ▌heeft de Unie een overeenkomst met Denemarken gesloten, die de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001 in Denemarken verzekert. Het Verdrag van Lugano van 1988 werd herzien door het Verdrag van Lugano betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken[12], dat op 30 oktober 2007 in Lugano werd gesloten door de Europese Unie, Denemarken, IJsland, Noorwegen en Zwitserland (hierna: Verdrag van Lugano van 2007). ▌

    (8 bis)   Het Verdrag van Brussel van 1968 blijft van toepassing op de grondgebieden van de lidstaten die onder de territoriale werkingssfeer van dat verdrag vallen en die krachtens artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van deze verordening uitgesloten zijn. (zie oude overweging 30)

    (10)  Het is van belang dat alle belangrijke burgerlijke en handelszaken onder de werkingssfeer van deze verordening worden gebracht, met uitzondering van bepaalde duidelijk omschreven aangelegenheden, met name onderhoudsverplichtingen, die moeten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de verordening gezien de aanneming van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen[13] ▌.

    (10 bis) Onder 'rechterlijke instantie van een lidstaat' moet in de zin van deze verordening ook worden begrepen, een rechterlijke instantie die aan verscheidene lidstaten gemeenschappelijk is, zoals het Benelux-Gerechtshof, voorzover dit bevoegd is voor binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende zaken. Een door deze rechterlijke instantie gegeven beslissing moet derhalve overeenkomstig deze verordening worden erkend en ten uitvoer gelegd.

    (11)       Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op arbitrage. Niets in deze verordening kan de rechter van een lidstaat beletten om, kennisnemend van een zaak waarin partijen een arbitragebeding zijn overeengekomen, de zaak naar een arbitragecommissie te verwijzen, dan wel de zaak aan te houden of de eisende partij niet-ontvankelijk te verklaren, en om te onderzoeken of het arbitragebeding nietig is, ongeldig of onuitvoerbaar, een en ander volgens zijn nationale recht.

    (11 bis)  De beslissing van de rechter van een lidstaat over de vraag of een arbitragebeding nietig, ongeldig, of onuitvoerbaar is, is niet gebonden aan de bij deze verordening bepaalde regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging, ongeacht of de rechter ten principale of bij tussenvonnis uitspraak doet.

    (11 ter) De bij deze verordening bepaalde regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging dienen niet te gelden voor de uitspraak van een gerecht van een lidstaat betreffende de vraag of een arbitrageovereenkomst ongeldig, onwerkzaam of onuitvoerbaar is, ongeacht of het gerecht zich ten principale of bij tussenvonnis heeft uitgesproken. onverminderd de bevoegdheid van de gerechten van de lidstaten om over de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken te beslissen, in overeenstemming met het Verdrag van New York van 10 juni 1958 (hierna: Verdrag van New York van 1958) over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, dat voorrang heeft boven deze verordening.

    (11 quater) Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op vorderingen of accessoire procedures die in het bijzonder betrekking hebben op de instelling van een scheidsgerecht, de bevoegdheden van de arbiters, het verloop van de arbitrageprocedure, of elk ander aspect van deze procedure, noch op enige vordering of beslissing inzake nietigverklaring, herziening, hoger beroep, erkenning en tenuitvoerlegging met betrekking tot een scheidsrechterlijke uitspraak.".

    (11 quinquies) Er moet een band bestaan tussen de procedures waarop deze verordening van toepassing is en het grondgebied van de lidstaten. De gemeenschappelijke regels inzake rechterlijke bevoegdheid moeten derhalve in beginsel van toepassing zijn wanneer de verweerder woonplaats in een van die lidstaten heeft.

    (11 sexies) Een verweerder die geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat is in het algemeen onderworpen aan de bevoegdheidsregels die gelden in de lidstaat van het aangezochte gerecht.

    (11 septies) Met het oog op de bescherming van consumenten en werknemers, vrijwaring van de bevoegdheid van de gerechten van de lidstaten in gevallen waarin deze exclusieve bevoegdheid hebben, en eerbiediging van de partij-autonomie, dienen bepaalde bevoegdheidsregels in deze verordening ongeacht de woonplaats van de verweerder te gelden.

    (12)  De bevoegdheidsregels moeten in hoge mate voorspelbaar zijn, waarbij als beginsel geldt dat de bevoegdheid in het algemeen gegrond wordt op de woonplaats van de verweerder; de bevoegdheid moet altijd op die grond kunnen worden gevestigd, behalve in een gering aantal duidelijk omschreven gevallen waarin het voorwerp van het geschil of de autonomie van de partijen een ander aanknopingspunt wettigt. Voor rechtspersonen moet de woonplaats autonoom worden bepaald om de gemeenschappelijke regels doorzichtiger te maken en jurisdictiegeschillen te voorkomen.

    (13)       Naast de woonplaats van de verweerder moeten er alternatieve bevoegdheidsgronden mogelijk zijn, gebaseerd op de nauwe band tussen het gerecht en de vordering of de noodzaak een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken. Het bestaan van een nauwe band moet zorgen voor rechtszekerheid door de mogelijkheid te vermijden dat de verweerder wordt opgeroepen voor een gerecht van een lidstaat dat door hem redelijkerwijs niet voorzienbaar was. Dat is met name belangrijk bij geschillen betreffende niet-contractuele verbintenissen die voortvloeien uit een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of op de persoonlijkheidsrechten, met inbegrip van smaad.

    (13 bis)  De eigenaar van een cultuurgoed in de zin van artikel 1, lid 1, van Richtlijn 93/7/EEG van de Raad betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht[14] moet zijn eis tot terugvordering van zijn eigendom aanhangig kunnen maken voor het gerecht van de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Een dergelijke vordering laat onverlet een procedure die ingevolge Richtlijn 93/7/EEG kan worden ingesteld.

    (14)       In het geval van verzekerings-, consumenten- en arbeidsovereenkomsten moet de zwakke partij worden beschermd door bevoegdheidsregels die gunstiger zijn voor haar belangen dan de algemeen geldende regels.

    (15)       De autonomie van de partijen bij een andere overeenkomst dan een verzekerings-, consumenten- of arbeidsovereenkomst, waarvoor slechts een beperkte autonomie geldt met betrekking tot de keuze van het bevoegde gerecht, moet worden geëerbiedigd, behoudens de exclusieve bevoegdheidsgronden die in de verordening zijn neergelegd.

    (15 bis) De vraag of een forumkeuzebeding ten gunste van het gerecht of de gerechten van een bepaalde lidstaat materieel geldig is, dient te worden beoordeeld volgens het recht van de lidstaat van het in het beding aangewezen gerecht. De verwijzing naar het recht van de lidstaat van het aangewezen gerecht moet een verwijzing naar de collisieregels van die staat impliceren.

    (18)       Met het oog op een harmonische rechtsbedeling moeten parallel lopende processen zoveel mogelijk worden beperkt en moet worden voorkomen dat in twee lidstaten onverenigbare beslissingen worden gegeven. Er moet een duidelijke en afdoende regeling zijn om problemen op het gebied van aanhangigheid en samenhang op te lossen, alsook om problemen te verhelpen die voortvloeien uit de tussen de lidstaten bestaande verschillen ten aanzien van de datum waarop een zaak als aanhangig wordt beschouwd. Voor de toepassing van deze verordening moet die datum autonoom worden bepaald.

    (19)  Om evenwel de doeltreffendheid van exclusieve forumkeuzebedingen te verbeteren en misbruik van procesrecht te voorkomen, moet een uitzondering op de algemene regel van aanhangigheid worden getroffen, met het oog op een bevredigende oplossing voor bijzondere situaties waarin zich een samenloop van procedures kan voordoen. Dat is het geval wanneer een ander dan het bij exclusieve forumkeuze aangewezen gercht wordt aangezocht, en vervolgens het aangewezen gerecht eveneens in dezelfde zaak tussen dezelfde partijen wordt aangezocht. In een dergelijk geval moet het eerst aangezochte gerecht de procedure aanhouden zodra het aangewezen gerecht wordt aangezocht, en wel totdat dit laatste gerecht verklaart geen bevoegdheid te ontlenen aan de exclusieve forumkeuze. Dit dient om ervoor te zorgen dat het aangewezen gerecht in een dergelijke situatie voorrang krijgt om te beslissen over de geldigheid van het forumkeuzebeding en de mate waarin het beding geldt voor het voor hem dienende geschil. Het aangewezen gerecht moet aan de behandeling van de zaak kunnen beginnen, ongeacht of het niet-aangewezen gerecht al heeft besloten de zaak aan te houden.

    (19 bis) Deze regel ziet niet op situaties waarin partijen tegenstrijdige forumkeuzebedingen zijn overeengekomen, of waarin een in een dergelijk beding aangewezen rechter het eerst is benaderd. In die gevallen geldt de aanhangigheidsregel van deze verordening.

    (21)       Deze verordening moet een een flexibel mechanisme ▌bieden dat de gerechten van de lidstaten in staat stelt rekening te houden met procedures die aanhangig zijn voor de gerechten van derde landen, waarbij in het bijzonder wordt gekeken naar de vraag of een in een derde land gegeven beslissing in de betrokken lidstaat, en volgens het recht van die lidstaat, wel vatbaar is voor erkenning en tenuitvoerlegging, en naar de goede rechtsbedeling ▌.

    (21 bis)  Waar het gaat om de goede rechtsbedeling in de in overweging 21 bedoelde omstandigheden, beoordeelt het gerecht van de betrokken lidstaat alle omstandigheden van het voor hem dienende geval, waaronder mede te zijn verstaan het tussen de feiten, de partijen en de derde staat bestaande verband, de stand van de procedure in de derde staat op het tijdstip waarop de procedure in de lidstaat wordt ingeleid, en het gegeven dat de rechter in de derde staat wel of niet binnen een redelijke termijn uitspraak kan doen.

    (21 ter) Bij de overweging kan voorts worden betrokken de omstandigheid dat de rechter in de derde staat wel of niet exclusief bevoegd is, in een geval waarin de rechter van een lidstaat exclusief bevoegd zou zijn.

    (22)  Daaronder moeten met name zijn begrepen conservatoire bevelen ter verkrijging van bijvoorbeeld informatie of ter bescherming van bewijsmateriaal zoals bedoeld in de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten[15]. Daaronder mogen niet zijn begrepen maatregelen die geen conservatoir karakter hebben, zoals maatregelen waarbij het verhoor van een getuige wordt gelast ▌. Dit laat de toepassing onverlet van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken[16].

    (23)       Bovendien rechtvaardigt het doel, de grensoverschrijdende geschillenbeslechting minder tijdrovend en goedkoper te maken, dat de uitvoerbaarheidsverklaring die vóór de tenuitvoerlegging in de aangezochte lidstaat moet worden gevraagd, wordt afgeschaft. Bijgevolg moet een beslissing die door de gerechten van een lidstaat is gegeven, ▌ op dezelfde manier worden behandeld als een beslissing die is gegeven in de lidstaat waar de erkenning wordt ingeroepen of de tenuitvoerlegging wordt gevorderd. ▌

    (23 bis) Met het oog op het vrije verkeer van rechterlijke beslissingen moet een beslissing die een gerecht van een lidstaat heeft gegeven, in een andere lidstaat worden erkend en ten uitvoer gelegd, ook indien gewezen tegen een verweerder die niet zijn woonplaats heeft in een lidstaat.

    (2 3ter)  Indien een beslissing maatregelen of bevelen bevat die in het recht van de aangezochte lidstaat niet bestaan, wordt de maatregel of het bevel, inclusief een eventueel daarin vervat recht, door de bevoegde autoriteit van die lidstaat zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met een maatregel die of bevel dat wel in dat rechtsstelsel bestaat, gelijkwaardige gevolgen heeft en dezelfde doelstellingen en belangen beoogt. Hoe en door wie de aanpassing dient te geschieden wordt door elke lidstaat zelf bepaald.

    (23 quater) De directe tenuitvoerlegging in de aangezochte lidstaat van een in een andere lidstaat gegeven beslissing zonder uitvoerbaarheidsverklaring mag de eerbiediging van het recht van verweer niet in gevaar brengen. Daarom moet de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, kunnen verzoeken om weigering van erkenning en/of tenuitvoerlegging van een vonnis als hij meent dat er een grond voor niet-erkenning aanwezig is. Een van die gronden is dat hij geen gelegenheid heeft gehad zijn verweer voor te bereiden ingeval van een bij verstek gewezen beslissing op een civiele vordering in verband met een strafzaak. Ook behoren hiertoe de gronden waarop een beroep kan worden gedaan krachtens een overeenkomst ex artikel 59 van het Verdrag van Brussel van 1968 tussen de aangezochte lidstaat en een derde staat.

    (23 quinquies) De partij die zich verzet tegen de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing moet zich, voorzover mogelijk, overeenkomstig het rechtsstelsel van de aangezochte lidstaat, in dezelfde procedure, naast de in deze verordening bepaalde weigeringsgronden, ook kunnen beroepen op de weigeringsgronden die bij het nationale recht zijn bepaald, binnen de in dat recht gestelde termijnen.

    (23 sexies) De erkenning van een beslissing moet echter alleen geweigerd kunnen worden op een van de in deze verordening bepaalde gronden.

    (23 septies) Hangende het verzet tegen tenuitvoerlegging van een beslissing, moet het voor het gerecht van de aangezochte lidstaat mogelijk zijn, gedurende de gehele verzetsprocedure inclusief eventueel hoger beroep, de tenuitvoerlegging te laten doorgaan op voorwaarde van een beperking op die tenuitvoerlegging of het stellen van zekerheid.

    (23 octies) Om de persoon tegen wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht, in kennis te stellen van de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing, moet het op grond van deze verordening opgestelde certificaat, indien nodig vergezeld van de beslissing, tijdig vóór de eerste tenuitvoerleggingsmaatregel aan de betrokkene worden betekend. De eerste tenuitvoerleggingsmaatregel betekent in dit verband de eerste tenuitvoerleggingsmaatregel na de betekening.

    (25)       Wanneer voorlopige en bewarende maatregelen zijn gelast door een gerecht dat bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen, moet het vrije verkeer ervan worden gewaarborgd krachtens deze verordening. Voorlopige en bewarende maatregelen die door een gerecht als hierboven bedoeld zijn gelast zonder dat verweerder is gedaagd te verschijnen, mogen evenwel niet worden erkend en ten uitvoer gelegd, tenzij de beslissing waarin de maatregel is vervat, vóór de tenuitvoerlegging aan de verweerder is betekend. Dit laat erkenning en tenuitvoerlegging van dergelijke maatregelen krachtens nationaal recht onverlet. Wanneer voorlopige en bewarende maatregelen zijn gelast door een gerecht van een lidstaat dat niet bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen, moeten de gevolgen van de maatregelen krachtens deze verordening worden beperkt tot het grondgebied van die lidstaat. ▌

    (26)       De continuïteit tussen het Verdrag van Brussel van 1968, Verordening (EG) nr. 44/2001 en deze verordening moet gewaarborgd worden; daartoe zijn overgangsbepalingen nodig. Deze continuïteit moet ook voor de uitlegging van het Verdrag van Brussel van 1968 door het Hof van Justitie van de EU en de verordeningen ter vervanging daarvan door het Hof van Justitie van de Europese Unie gelden ▌.

    (26 bis)  De eerbiediging van de internationale verplichtingen van de lidstaten houdt in dat deze verordening de verdragen en internationale overeenkomsten waarbij de lidstaten partij zijn en die bijzondere onderwerpen bestrijken, onverlet laat. (zie oude overweging 32)

    (26 ter) Onverminderd de verplichtingen van de lidstaten op grond van het Verdrag, moet de toepassing van bilaterale verdragen en overeenkomsten die vóór de datum van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001 tussen een derde staat en een lidstaat zijn gesloten en betrekking hebben op de bij deze verordening geregelde onderwerpen, door deze verordening onverlet worden gelaten.

    (26 quater) Om erop toe te zien dat de in verband met de erkenning of tenuitvoerlegging te gebruiken certificaten, authentieke akten en gerechtelijke schikkingen in de zin van deze verordening steeds worden bijgehouden, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de wijzigingen in bijlagen I en II bij deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, ook op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en de opstelling van gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig, gelijktijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en aan de Raad worden toegezonden.

    (27)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht zoals gewaarborgd in artikel 47 van het Handvest. ▌

    (27 bis) Aangezien de doelstelling van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

    (28)  Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland deel aan de aanneming en toepassing van verordening nr. 44/2001. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben, overeenkomstig artikel 3 van het Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, kennis gegeven van hun wens deel te nemen aan de aanneming en toepassing van deze beschikking.

    (29)       ▌ Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze verordening is derhalve niet verbindend voor, noch van toepassing in Denemarken , onverminderd de mogelijkheid voor Denemarken om, overeenkomstig artikel 3 van de op 19 oktober 2005 gesloten Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, de wijzigingen in Verordening (EG) nr. 44/2001 toe te passen▌[17],

    HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

    HOOFDSTUK I

    TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

    Artikel 1

    1.          Deze verordening wordt toegepast in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht. Zij heeft met name geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en administratiefrechtelijke zaken, noch op de aansprakelijkheid van de staat wegens een handeling of nalaten in de uitoefening van het openbaar gezag ("acta jure imperii").

    2.          Deze verordening is niet van toepassing op:

    a)      de staat en de bevoegdheid van natuurlijke personen, het huwelijksgoederenrecht of het goederenrecht ter zake van relatievormen waaraan volgens het hierop toepasselijke recht gevolgen worden verbonden welke vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk;

    b)     het faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures;

    c)  sociale zekerheid;

    d)     arbitrage ▌;

    e)      onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit familiebetrekkingen, bloedverwantschap, huwelijk of aanverwantschap;

    f)      testamenten en erfopvolging, met inbegrip van onderhoudsverplichtingen die ontstaan als gevolg van overlijden.

    Artikel 2

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    a)          'beslissing', elke door een rechterlijke instantie van een lidstaat gegeven beslissing, ongeacht de daaraan gegeven benaming, daaronder begrepen arrest, bevel, beschikking of rechterlijk dwangbevel, alsmede de beschikking tot vaststelling door de griffier van het bedrag van de proceskosten.

    Voor de toepassing van hoofdstuk III omvat het begrip 'beslissing' de voorlopige en bewarende maatregelen die zijn gelast door een rechterlijke instantie die overeenkomstig deze verordening bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen. Dit begrip omvat niet voorlopige en bewarende maatregelen die worden bevolen zonder dat de verweerder is opgeroepen, tenzij de beslissing hem vóór de tenuitvoerlegging ter kennis is gebracht.

    d)          'gerechtelijke schikking', een schikking die door een gerecht van een lidstaat is goedgekeurd of tijdens een procedure voor een gerecht van een lidstaat is getroffen;

    e)          wordt onder 'authentieke akte' verstaan, een akte die als authentieke akte is verleden of geregistreerd in de lidstaat van herkomst en waarvan de authenticiteit:

    i)       betrekking heeft op de ondertekening en de inhoud van de akte, en

    ii)      is vastgesteld door een overheidsinstantie of andere daartoe bevoegd verklaarde instantie;

    f)  'lidstaat van herkomst', de lidstaat waar, naargelang het geval, de beslissing is gegeven, de gerechtelijke schikking is goedgekeurd of getroffen, of de authentieke akte formeel is opgemaakt of ingeschreven;

    g)          'aangezochte lidstaat', de lidstaat waar de erkenning van de beslissing wordt ingeroepen of, naargelang het geval, waar de tenuitvoerlegging van de beslissing, de gerechtelijke schikking of de authentieke akte wordt gevraagd;

    (h)         wordt onder 'gerecht van herkomst' verstaan, het gerecht dat de beslissing heeft gegeven waarvan de erkenning wordt ingeroepen en/of de tenuitvoerlegging wordt gevorderd.

    Artikel 2 bis

    Voor de toepassing van deze verordening omvat 'gerecht' de volgende autoriteiten, voorzover zij bevoegd zijn voor binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende zaken:

    a)          in Hongarije, in het kader van een summiere procedure betreffende een aanmaning tot betaling ("fizetési meghagyásos eljárás"): notarissen ("közjegyző").

    b)          in Zweden, in het kader van een summiere procedure betreffende een aanmaning tot betaling ("betalningsföreläggande") en bijstandszaken ("handräckning"): gerechtsdeurwaarderinstanties ("kronofogdemyndigheten");

    HOOFDSTUK IIBEVOEGDHEID

    Afdeling 1Algemene bepalingen

    Artikel 3

    1.          Onverminderd de bepalingen van deze verordening, wordt hij die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht zijn nationaliteit, gedaagd voor de gerechten van die lidstaat.

    2.          Degene die niet de nationaliteit bezit van de lidstaat waar hij woonplaats heeft, is onderworpen aan de bevoegdheidsregels die op de onderdanen van die lidstaat van toepassing zijn.

    Artikel 4

    1.          Degene die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, kan slechts voor het gerecht van een andere lidstaat worden gedaagd krachtens de in de afdelingen 2 tot en met 7 van dit hoofdstuk gegeven regels.

    2.  Met name zijn de nationale bevoegdheidsregels waarvan de lidstaten de Commissie krachtens artikel 88, lid 1, onder a) in kennis heeft gesteld niet van toepassing op iemand als bedoeld in lid 1.

    Artikel 4 bis

    1.          Indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, wordt de bevoegdheid in elke lidstaat geregeld door de wetgeving van die lidstaat, onverminderd artikel 16, lid 1, artikel 19, lid 2, en de artikelen 22 en 23.

    2.          Tegen deze verweerder kan eenieder, ongeacht zijn nationaliteit, die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, zich aldaar op gelijke voet met de onderdanen van die lidstaat, beroepen op de aldaar geldende bevoegdheidsregels, met name de regels waarvan de lidstaten de Commissie krachtens artikel 88, lid 1, onder a) in kennis heeft gesteld.

    Afdeling 2

    Bijzondere bevoegdheid

    Artikel 5

    Hij die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan worden gedaagd in een andere lidstaat:

    1.          a)      ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, voor het gerecht van de plaats waar aan de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, wordt voldaan of moet worden voldaan;

    b)     tenzij anders is overeengekomen, meer in het bijzonder,

     voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, voor het gerecht van de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;

     voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden;

    c)      punt a) is van toepassing indien punt b) niet van toepassing is;

    2.  ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad, voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen;

    4.          ten aanzien van een op een strafbaar feit gegronde rechtsvordering tot schadevergoeding of tot teruggave, voor het gerecht waarbij de strafvervolging is ingesteld, voorzover dit gerecht volgens de interne wetgeving van de burgerlijke vordering kennis kan nemen;

    4 bis.     ten aanzien van een vordering op grond van een eigendomsrecht, tot teruggave van een cultuurgoed in de zin van artikel 1, lid 1, van Richtlijn 93/7/EEG, ingesteld door degene die een recht op dat voorwerp pretendeert, voor het gerecht van de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt;

    5.          ten aanzien van een geschil betreffende de exploitatie van een filiaal, van een agentschap of enige andere vestiging: het gerecht van de plaats waar zij gelegen zijn;

    6.  ten aanzien van een geschil dat aanhangig wordt gemaakt tegen een oprichter, trustee of begunstigde (…) van een trust die in het leven is geroepen op grond van de wet of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst, voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de trust woonplaats heeft;

    7.          ten aanzien van een geschil betreffende de betaling van de beloning wegens de hulp en berging die aan een lading of vracht ten goede is gekomen, voor het gerecht in het rechtsgebied waarvan op deze lading of de daarop betrekking hebbende vracht:

    a)      beslag is gelegd tot zekerheid van deze betaling, of

    b)     daartoe beslag had kunnen worden gelegd, maar borgtocht of andere zekerheid is gesteld;

    deze bepaling is slechts van toepassing indien wordt beweerd dat de verweerder een recht heeft op de lading of de vracht, of dat hij daarop een zodanig recht had op het tijdstip van deze hulp of berging.

    Artikel 6

    Een persoon die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, kan ook worden gedaagd:

    1.  ▌indien er meer dan één verweerder is: voor het gerecht van de woonplaats van een hunner, op voorwaarde dat er tussen de vorderingen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, ten einde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven;

    2.          bij een vordering tot vrijwaring of bij een vordering tot voeging of tussenkomst: voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is, tenzij de vordering slechts is ingesteld om de opgeroepene af te trekken van het gerecht dat dit verdrag hem toekent;

    3.          ten aanzien van een tegenvordering die voortspruit uit de overeenkomst of uit het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke vordering gegrond is, voor het gerecht waar deze laatste aanhangig is;

    4.          ten aanzien van een verbintenis uit overeenkomst, indien de vordering vergezeld kan gaan van een zakelijke vordering betreffende een onroerend goed tegen dezelfde verweerder, voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onroerend goed gelegen is.

    Artikel 7

    Indien een gerecht van een lidstaat krachtens deze verordening bevoegd is kennis te nemen van vorderingen ter zake van aansprakelijkheid voortvloeiend uit het gebruik of de exploitatie van een schip, neemt dit gerecht, of elk ander gerecht dat volgens het interne recht van deze lidstaat in zijn plaats treedt, tevens kennis van de vorderingen tot beperking van deze aansprakelijkheid.

    Afdeling 3

    Bevoegdheid in verzekeringszaken

    Artikel 8

    De bevoegdheid in verzekeringszaken is in deze afdeling geregeld, onverminderd artikel 4 bis en artikel 5, punt 5.

    Artikel 9

    1.          De verzekeraar met woonplaats in een lidstaat kan worden gedaagd:

    a)      voor de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft, of

    b)     in een andere lidstaat, indien het een vordering van de verzekeringnemer, de verzekerde of een begunstigde betreft, voor het gerecht van de woonplaats van de eiser, of

    c)      indien het een medeverzekeraar betreft, voor het gerecht van een lidstaat waar de vordering tegen de eerste verzekeraar is ingesteld.

    2.          Indien de verzekeraar geen woonplaats heeft op het grondgebied van die lidstaat maar in een lidstaat een filiaal, een agentschap of enige andere vestiging heeft, wordt hij voor de geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht woonplaats te hebben op het grondgebied van die lidstaat.

    Artikel 10

    De verzekeraar kan bovendien worden gedaagd voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, indien het geschil een aansprakelijkheidsverzekering of een verzekering van onroerend goed betreft. Hetzelfde geldt voor het geval dat de verzekering zowel betrekking heeft op onroerende als op roerende goederen die door eenzelfde polis gedekt zijn en door hetzelfde onheil getroffen zijn.

    Artikel 11

    1.          Ter zake van aansprakelijkheidsverzekering kan de verzekeraar ook in vrijwaring worden gedaagd voor het gerecht waar de rechtsvordering van de getroffene tegen de verzekerde aanhangig is, indien de voor dit gerecht geldende wetgeving het toelaat.

    2.          De artikelen 8, 9 en 10 zijn van toepassing op de vordering die door de getroffene rechtstreeks tegen de verzekeraar wordt ingesteld, indien de rechtstreekse vordering mogelijk is.

    3.          Indien de wettelijke bepalingen betreffende deze rechtstreekse vordering het in het geding roepen van de verzekeringnemer of de verzekerde regelen, is hetzelfde gerecht ook te hunnen opzichte bevoegd.

    Artikel 12

    1.          Onverminderd artikel 11, lid 3, kan de vordering van de verzekeraar slechts worden ingesteld voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de verweerder woonplaats heeft, ongeacht of deze laatste verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde is.

    2.          Deze afdeling laat het recht om een tegenvordering in te stellen bij het gerecht waarvoor met inachtneming van deze afdeling de oorspronkelijke vordering is ingesteld, onverlet.

    Artikel 13

    Van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten:

    1.          gesloten na het ontstaan van het geschil, of

    2.          die aan de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken, of

    3.  waarbij een verzekeringnemer en een verzekeraar die op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten, hun woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde lidstaat hebben, zelfs als het schadebrengende feit zich in het buitenland heeft voorgedaan, de gerechten van die lidstaat bevoegd verklaren, tenzij de wetgeving van die lidstaat dergelijke overeenkomsten verbiedt, of

    4.          gesloten door een verzekeringnemer die zijn woonplaats niet in een lidstaat heeft, behalve wanneer het gaat om een verplichte verzekering of een verzekering van een in een lidstaat gelegen onroerend goed, of

    5.          betreffende een verzekeringsovereenkomst, voor zover daarmee een of meer van de risico's bedoeld in artikel 14 worden gedekt.

    Artikel 14

    De in artikel 13, punt 5, bedoelde risico's zijn de volgende:

    1.          elke schade

    a)      aan zeeschepen, vaste installaties in de kustwateren of in volle zee, of luchtvaartuigen, die wordt veroorzaakt door gebeurtenissen in verband met het gebruik daarvan voor handelsdoeleinden,

    b)  aan andere goederen dan de bagage van passagiers, toegebracht tijdens het vervoer met deze schepen of luchtvaartuigen of tijdens gemengd vervoer waarbij mede met deze schepen of luchtvaartuigen wordt vervoerd;

    2.          elke aansprakelijkheid, met uitzondering van die voor lichamelijk letsel van passagiers of schade aan hun bagage

    a)      voortvloeiend uit het gebruik of de exploitatie van de schepen, installaties of luchtvaartuigen overeenkomstig punt 1, onder a), voor zover, wat luchtvaartuigen betreft, voor de verzekering van zulke risico's overeenkomsten tot aanwijzing van een bevoegd gerecht niet verboden zijn bij de wet van de lidstaat waar de luchtvaartuigen zijn ingeschreven,

    b)     veroorzaakt door de goederen tijdens vervoer in de zin van punt 1, onder b);

    3.          de geldelijke verliezen in verband met het gebruik of de exploitatie van de schepen, installaties of luchtvaartuigen overeenkomstig punt 1, onder a), met name verlies van vracht of verlies van opbrengst van vervrachting;

    4.          elk risico dat komt bij een van de in punt 1 tot en met punt 3 genoemde risico's;

    5.          behoudens de punten 1 tot en met 4, alle "grote risico's" zoals omschreven in (…) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)[18].

    Afdeling 4

    Bevoegdheid voor door consumenten gesloten overeenkomsten

    Artikel 15

    1.          Voor overeenkomsten gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd, wordt de bevoegdheid geregeld door deze afdeling, onverminderd artikel 4 bis en artikel 5, punt 5, wanneer

    a)      het gaat om koop en verkoop op afbetaling van roerende lichamelijke zaken, of

    b)     het gaat om leningen op afbetaling of andere krediettransacties ter financiering van de verkoop van zulke zaken, of

    c)      in alle andere gevallen, de overeenkomst is gesloten met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.

    2.  Indien de wederpartij van de consument geen woonplaats heeft op het grondgebied van die lidstaat maar in een lidstaat een filiaal, een agentschap of enige andere vestiging heeft, wordt hij voor de geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht woonplaats te hebben op het grondgebied van die lidstaat.

    3.          Deze afdeling is niet van toepassing op vervoerovereenkomsten, behoudens overeenkomsten waarbij voor één enkele prijs zowel vervoer als verblijf wordt aangeboden.

    Artikel 16

    1.          De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst, kan worden ingesteld hetzij voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft, ongeacht de woonplaats van de wederpartij, hetzij voor het gerecht van de plaats waar de consument woonplaats heeft.

    2.          De rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de wederpartij bij de overeenkomst kan slechts worden ingesteld voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft.

    3.  Dit artikel laat het recht om een tegenvordering in te stellen bij het gerecht waarvoor met inachtneming van deze afdeling de oorspronkelijke vordering is ingesteld, onverlet.

    Artikel 17

    Van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten:

    1.          gesloten na het ontstaan van het geschil, of

    2.          die aan de consument de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken, of

    3.          gesloten tussen een consument en zijn wederpartij, die op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde lidstaat hebben, en die tot effect hebben dat aan de gerechten van die lidstaat bevoegdheid wordt verleend, tenzij het recht van die lidstaat dergelijke overeenkomsten verbiedt.

    Afdeling 5

    Bevoegdheid voor individuele verbintenissen uit arbeidsovereenkomst

    Artikel 18

    1.          Voor individuele verbintenissen uit arbeidsovereenkomst wordt, in het geval van een door de werknemer ingestelde vordering, de bevoegdheid geregeld door deze afdeling, onverminderd artikel 4 bis, artikel 5, punt 5, en in het geval van een tegen de werkgever ingestelde vordering, artikel 6, punt 1.

    2.          Indien een werknemer een individuele arbeidsovereenkomst aangaat met een werkgever die geen woonplaats heeft op het grondgebied van die lidstaat maar in een lidstaat een filiaal, agentschap of andere vestiging heeft, wordt de werkgever voor geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht zijn woonplaats te hebben op het grondgebied van die lidstaat.

    Artikel 19

    1.        De werkgever met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat kan voor de volgende gerechten worden gedaagd:

    a)     voor de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft, of

    b)  in een andere lidstaat:

    i)      voor het gerecht van de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt of voor het gerecht van de laatste plaats waar hij gewoonlijk heeft gewerkt, of

    ii)     indien de werknemer niet in eenzelfde land gewoonlijk werkt of heeft gewerkt, voor het gerecht van de plaats waar zich de vestiging bevindt of bevond die de werknemer in dienst heeft genomen.

    2.          Een werkgever die geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat kan ingevolge lid 1, onder b), worden gedaagd voor het gerecht van een lidstaat.

    Artikel 20

    1.          De vordering van de werkgever kan slechts worden ingesteld voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft.

    2.          Deze afdeling laat het recht om een tegenvordering in te stellen bij het gerecht waarvoor met inachtneming van deze afdeling de oorspronkelijke vordering is ingesteld, onverlet.

    Artikel 21

    Van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten:

    1.          gesloten na het ontstaan van het geschil, of

    2.          die aan de werknemer de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken.

    Afdeling 6

    Exclusieve bevoegdheid

    Artikel 22

    Ongeacht de woonplaats van partijen zijn bij uitsluiting bevoegd:

    1.          voor zakelijke rechten op en huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende goederen, de gerechten van de lidstaat waar het onroerend goed gelegen is. ▌

    Voor huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende goederen voor tijdelijk particulier gebruik voor ten hoogste zes opeenvolgende maanden: ook de gerechten van de lidstaat waar de verweerder woonplaats heeft, mits de huurder of pachter een natuurlijke persoon is en de eigenaar en de huurder of pachter woonplaats in dezelfde lidstaat hebben;

    2.          voor de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen met plaats van vestiging in een lidstaat, dan wel van de besluiten van hun organen, de gerechten van die lidstaat; voor de geldigheid van inschrijvingen in openbare registers, de gerechten van de lidstaat waar deze registers worden gehouden;

    3.          voor de geldigheid van inschrijvingen in openbare registers: de gerechten van de lidstaat waar deze registers worden gehouden;

    4.  voor de registratie of de geldigheid van octrooien, merken, tekeningen en modellen van nijverheid, en andere soortgelijke rechten die aanleiding geven tot deponering of registratie: ongeacht of de kwestie bij wege van rechtsvordering dan wel exceptie wordt opgeworpen, de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de deponering of registratie is verzocht, heeft plaatsgehad of geacht wordt te hebben plaatsgehad in de zin van een besluit van de Unie of een internationale overeenkomst.

    Onverminderd de bevoegdheid van het Europees octrooibureau krachtens het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, ondertekend te München op 5 oktober 1973, zijn (…) de gerechten van elke lidstaat bij uitsluiting bevoegd voor de registratie of de geldigheid van een voor de betrokken lidstaat verleend Europees octrooi;

    5.          voor de tenuitvoerlegging van beslissingen, de gerechten van de lidstaat van de plaats van tenuitvoerlegging.

    Afdeling 7

    Door partijen aangewezen bevoegd gerecht

    Artikel 23

    1.          Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

    a)      hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst; of

    b)     hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden; of

    c)  hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.

    2.          Als "schriftelijk" wordt tevens elke elektronische mededeling aangemerkt, waardoor de overeenkomst duurzaam geregistreerd wordt.

    3.          Het gerecht of de gerechten van een lidstaat waaraan in de akte tot oprichting van een trust bevoegdheid is toegekend, is of zijn bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering tegen een oprichter, een trustee of een begunstigde van een trust, als het gaat om de betrekkingen tussen deze personen of om hun rechten of verplichtingen in het kader van de trust.

    4.          Overeenkomsten tot aanwijzing van een bevoegd gerecht en soortgelijke bedingen in akten tot oprichting van een trust hebben geen rechtsgevolg indien zij strijdig zijn met de artikelen 13, 17 of 21, of indien de gerechten op welker bevoegdheid inbreuk wordt gemaakt, krachtens artikel 22 bij uitsluiting bevoegd zijn.

    4 bis.  Een beding tot aanwijzing van een bevoegd gerecht dat deel uitmaakt van een contract, wordt aangemerkt als een overeenkomst die los staat van de overige bepalingen van het contract.

    De geldigheid van de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan niet worden bestreden op grond van het enkele feit dat het contract niet geldig is.

    Artikel 24

    1.          Buiten de gevallen waarin zijn bevoegdheid voortvloeit uit andere bepalingen van deze verordening, is het gerecht van een lidstaat waarvoor de verweerder verschijnt bevoegd. Dit voorschrift is niet van toepassing indien de verschijning ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten, of indien er een ander gerecht bestaat dat krachtens artikel 22 bij uitsluiting bevoegd is.

    2.          Indien in de in de afdelingen 3, 4 en 5 (…) bedoelde zaken de polishouder, de verzekerde, een begunstigde van de verzekeringsovereenkomst of de benadeelde partij, de consument of de werknemer verweerder in de zaak is, vergewist het gerecht zich ervan, alvorens bevoegdheid op grond van lid 1 te aanvaarden, dat de verweerder op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid te betwisten en van de gevolgen van verschijning of niet-verschijning.

    Afdeling 9

    Toetsing van de bevoegdheid en de ontvankelijkheid

    Artikel 27

    Het gerecht van een lidstaat waarbij een geschil aanhangig is gemaakt met als inzet een vordering waarvoor krachtens artikel 22 een gerecht van een andere lidstaat bij uitsluiting bevoegd is, verklaart zich ambtshalve onbevoegd.

    Artikel 28

    1.          Indien de verweerder die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, voor een gerecht van een andere lidstaat wordt gedaagd en niet verschijnt, verklaart het gerecht zich ambtshalve onbevoegd indien zijn bevoegdheid niet berust op deze verordening.

    1 bis.  Het gerecht is verplicht de uitspraak aan te houden zolang niet vaststaat dat de verweerder in de gelegenheid is gesteld het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was, te ontvangen, of dat daartoe al het nodige is gedaan.

    2.          Artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad [19] is van toepassing in plaats van lid 1 bis van dit artikel, indien de toezending van een lidstaat naar een andere lidstaat van het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, overeenkomstig die verordening moest plaatsvinden.

    3.          Indien Verordening (EG) nr. 1393/2007 niet van toepassing is, is artikel 15 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken van toepassing, indien de toezending naar het buitenland van het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, overeenkomstig dat verdrag moest plaatsvinden.

    Afdeling 10

    Aanhangigheid en samenhang

    Artikel 29

    1.          Indien voor gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn, die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, houden de gerechten waarbij de zaak later is aangebracht, onverminderd artikel 32, lid 2, hun uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat.

    2.          In de in lid 1 bedoelde zaken ▌wordt op verzoek van het gerecht waarbij de zaak is aangebracht door een ander aangezocht gerecht onverwijld aan het eerstbedoelde gerecht meegedeeld op welke datum het krachtens artikel 33 is aangezocht (…).

    3.          Wanneer de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat, verklaart enig gerecht waarbij de zaak later is aangebracht, zich onbevoegd.

    Artikel 30

    1.          Wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende lidstaten, kunnen de gerechten waarbij de zaak later is aangebracht, hun uitspraak aanhouden.

    2.          Indien de vordering bij het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht in eerste aanleg aanhangig is, kan elk ander gerecht, op verzoek van een der partijen, ook tot verwijzing overgaan mits het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht bevoegd is van de betreffende vorderingen kennis te nemen en zijn wetgeving de voeging ervan toestaat.

    3.          Samenhangend in de zin van dit artikel zijn vorderingen die zo nauw verbonden zijn dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.

    Artikel 32

    1.          Indien voor de vorderingen meer dan één gerecht bij uitsluiting bevoegd is, worden partijen verwezen naar het gerecht waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt.

    2.          Indien een zaak aanhangig wordt gemaakt bij een gerecht van een lidstaat dat op grond van een in artikel 23 bedoelde overeenkomst bij uitsluiting bevoegd is, houden de gerechten van andere lidstaten, onverminderd artikel 24, de uitspraak aan totdat het krachtens de overeenkomst aangezochte gerecht verklaart geen bevoegdheid aan de overeenkomst te ontlenen.

    2 bis.     Indien het in de overeenkomst aangewezen gerecht zijn bevoegdheid volgens de overeenkomst heeft vastgesteld, verklaren de gerechten van andere lidstaten zich onbevoegd.

    2 ter.     De leden 2 en 2 bis zijn niet van toepassing op zaken bedoeld in de afdelingen 3, 4, en 5, waarin de verweerder een polishouder, een verzekerde, een begunstigde van de verzekeringsovereenkomst of een benadeelde partij, een consument of een werknemer is, en die afdelingen niet voor de overeenkomst gelden.

    Artikel 33

    1.          Voor de toepassing van deze afdeling wordt een zaak geacht te zijn aangebracht bij een gerecht

    a)      op het tijdstip waarop het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk bij het gerecht wordt ingediend, mits de eiser vervolgens niet heeft nagelaten te doen wat hij met het oog op de betekening of de kennisgeving van het stuk aan de verweerder moest doen, of

    b)     indien het stuk betekend of meegedeeld moet worden voordat het bij het gerecht wordt ingediend, op het tijdstip waarop de autoriteit die verantwoordelijk is voor de betekening of de kennisgeving het stuk ontvangt, mits de eiser vervolgens niet heeft nagelaten te doen wat hij met het oog op de indiening van het stuk bij het gerecht moest doen.

    De in punt b) bedoelde autoriteit die belast is met de betekening of de kennisgeving is de eerste autoriteit die de te betekenen of mee te delen stukken ontvangt.

    2.          De in lid 1 bedoelde gerechten of autoriteiten die belast zijn met de betekening of de kennisgeving noteren de datum ▌ van indiening van het geding inleidende stuk of een gelijkwaardig document of van ontvangst van de te betekenen of mee te delen stukken.

    Artikel 34

    1.          Indien de bevoegdheid voortvloeit uit artikel 3 en de artikelen 5 tot en met 7 en voor een gerecht van een derde land tussen dezelfde partijen een vordering aanhangig is die hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde grondslag berust, kan het gerecht van de lidstaat de uitspraak aanhouden indien:

    b)     wordt verwacht dat het gerecht van het derde land (…) een beslissing zal geven die ▌kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in die lidstaat, en en tevens

    c)      het gerecht ervan overtuigd is dat aanhouding nodig is voor een goede rechtsbedeling.

    3.          Het gerecht van de lidstaat kan de procedure op enig moment ▌ voortzetten indien:

    a)  de procedure voor het gerecht van het derde land zelf wordt aangehouden of beëindigd; of

    b)     het is volgens het gerecht van de lidstaat niet waarschijnlijk dat de procedure bij het gerecht van het derde land binnen een redelijke termijn zal worden afgerond; of

    c)      de voortzetting van de procedure vereist is voor een goede rechtsbedeling.

    4.          Het gerecht van de lidstaat zet de procedure stop ▌ wanneer de procedure bij het gerecht van het derde land is afgerond en heeft geleid tot een beslissing die ▌kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in de lidstaat van het aangezochte gerecht.

    4 bis.     Het aangezochte gerecht zal dit artikel op verzoek van een der partijen of, indien het nationale recht dit toestaat, ambtshalve toepassen.

    Artikel 34 bis

    1.          Indien de bevoegdheid voortvloeit uit artikel 3 en de artikelen 5 tot en met 7 en voor een gerecht van een derde land tussen dezelfde partijen een vordering aanhangig is die verband houdt met de vordering in het derde land, kan het gerecht van de lidstaat de uitspraak aanhouden indien:

    a)     een goede rechtsbedeling vraagt om gezamenlijke behandeling van en beslissing op de betrokken vorderingen, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke behandeling van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven;

    b)     te verwachten is dat het gerecht van het derde land (…) een beslissing zal geven die kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in die lidstaat, en en tevens

    c)      het gerecht ervan overtuigd is dat aanhouding nodig is voor een goede rechtsbedeling.

    2.          Het gerecht van de lidstaat kan de procedure op enig moment voortzetten indien:

    a)     het gerecht blijkt dat het risico op onverenigbare beslissingen zich niet langer voordoet; of

    b)  de procedure voor het gerecht van het derde land zelf wordt aangehouden of beëindigd; of

    c)      het gerecht blijkt dat de procedure voor het gerecht van het derde land waarschijnlijk niet binnen een redelijke termijn wordt afgerond; of

    d)     de voortzetting van de procedure vereist is voor een goede rechtsbedeling.

    3.          Het gerecht van de lidstaat zet de procedure stop ▌ wanneer de procedure bij het gerecht van het derde land is afgerond en heeft geleid tot een beslissing die ▌kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in de lidstaat van het aangezochte gerecht.

    4.          Het aangezochte gerecht zal dit artikel op verzoek van een der partijen of, indien het nationale recht dit toestaat, ambtshalve toepassen.

    Afdeling 11

    Voorlopige maatregelen en bewarende maatregelen

    Artikel 36

    In de wetgeving van een lidstaat vastgestelde voorlopige en bewarende maatregelen kunnen bij de gerechten van die lidstaat worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat ▌ bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen.

    Hoofdstuk III

    Erkenning ▌ en tenuitvoerlegging

    Afdeling 1Erkenning

    Artikel 38 bis

    1.          De in een lidstaat gegeven beslissing wordt in de andere lidstaten erkend zonder dat daartoe een speciale procedure vereist is.

    2.          Iedere belanghebbende partij kan volgens de in afdeling 2 bis, onderafdeling 2, omschreven procedure verzoeken om een beslissing dat er geen gronden voor weigering tot erkenning in de zin van artikel 48 zijn.

    3.          Wordt voor een gerecht van een lidstaat de weigering van erkenning bij wege van tussenvordering gevraagd, dan is dit gerecht bevoegd om van de vordering kennis te nemen.

    Artikel 39

    1.  Een partij die in een lidstaat een in een andere lidstaat gegeven ▌ beslissing wenst in te roepen, legt de volgende stukken over:

    a)  een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen; en tevens

    b)     een overeenkomstig artikel 64 bis afgegeven certificaat.

    2.          In voorkomend geval kan het gerecht of de instantie waarvoor een in een andere lidstaat gegeven beslissing wordt ingeroepen, de partij die de beslissing inroept, verzoeken ▌een vertaling en/of een transliteratie van de inhoud van het in lid 1 bedoelde certificaat te verstrekken, conform artikel 69. Indien het gerecht of de instantie de procedure niet kan voortzetten zonder een vertaling van de beslissing zelf, kan het van bedoelde partij verlangen een vertaling van de beslissing te overleggen in de plaats van de vertaling van de inhoud van het certificaat.

    Artikel 39 bis

    Het gerecht of de andere instantie waarvoor een in een andere lidstaat gegeven beslissing wordt ingeroepen, kan de procedure geheel of gedeeltelijk schorsen:

    a)  indien de beslissing in de lidstaat van oorsprong wordt aangevochten; of

    b)          indien een verzoek is ingediend om een beslissing dat er geen gronden voor weigering van erkenning in de zin van artikel 48 zijn, dan wel om een beslissing dat de erkenning op die gronden geweigerd moet worden.

    Afdeling 2Tenuitvoerlegging

    Artikel 39 ter

    Een in een lidstaat gegeven beslissing die in die lidstaat uitvoerbaar is, is in een andere lidstaat uitvoerbaar zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid is vereist.

    Artikel 40

    Een uitvoerbare beslissing houdt van rechtswege de bevoegdheid in bewarende maatregelen te treffen die zijn voorzien in het recht van de aangezochte lidstaat.

    Artikel 41

    1.          Onder voorbehoud van het bepaalde in deze afdeling, wordt de procedure voor tenuitvoerlegging van in een andere lidstaat gegeven beslissingen beheerst door het recht van de aangezochte lidstaat. Een in een lidstaat gegeven beslissing die in de aangezochte lidstaat uitvoerbaar is, wordt er onder dezelfde voorwaarden ten uitvoer gelegd als een in die lidstaat gegeven beslissing.

    2.          Niettegenstaande het bepaalde in lid 1, zijn de in de aangezochte lidstaat wettelijk vastgestelde gronden voor weigering of voor schorsing van de tenuitvoerlegging van toepassing voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de in artikel 48 genoemde gronden.

    2 bis.  De partij die om de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing verzoekt, behoeft in de aangezochte lidstaat niet te beschikken over een postadres. Zij behoeft evenmin over een gemachtigde vertegenwoordiger in de aangezochte lidstaat te beschikken tenzij een gemachtigde vertegenwoordiger ongeacht de nationaliteit of de woonplaats van de partijen verplicht is.

    Artikel 42

    1.          Met het oog op de tenuitvoerlegging in een lidstaat van een in een andere lidstaat gegeven beslissing, verstrekt de verzoeker aan de bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteiten:

    a)      een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen; en tevens

    b)     het in overeenstemming met artikel 64 bis afgegeven certificaat, waaruit blijkt dat de beslissing uitvoerbaar is en, waar van toepassing, onder welke voorwaarden, en dat een uittreksel van de beslissing bevat, alsook, in voorkomend geval, relevante informatie over de invorderbare kosten van de procedure en de berekening van rente.

    2.  Met het oog op de tenuitvoerlegging in een lidstaat van een in een andere lidstaat gegeven beslissing waarbij voorlopige en bewarende maatregelen zijn gelast, verstrekt de verzoeker aan de bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteiten:

    a)      een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen; en tevens

    b)     het in overeenstemming met artikel 64 bis afgegeven certificaat ▌, dat een beschrijving van de maatregel bevat en waaruit blijkt dat

    i)      het gerecht bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen; (…) ▌

    ii)      de beslissing in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar is en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden, en tevens

    c)      indien de maatregel werd gelast zonder dat de verweerder was opgeroepen, het bewijs dat de beslissing hem ter kennis is gebracht.

    3.  Indien nodig kan de bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteit, in overeenstemming met artikel 69, van de verzoeker een vertaling of een transliteratie van de inhoud van het in lid 1, punt b), en lid 2, punt b), bedoelde certificaat ▌ verlangen.

    4.          De bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteit kan (…), in overeenstemming met artikel 69, van de verzoeker alleen een vertaling van de beslissing verlangen indien deze autoriteit de procedure niet kan voortzetten zonder een vertaling van de beslissing. ▌

    Artikel 42 bis

    1.          Indien wordt verzocht om tenuitvoerlegging van een beslissing die in een andere lidstaat is gegeven, moet het krachtens artikel 64 bis afgegeven certificaat, voorafgaand aan de eerste uitvoeringsmaatregel, worden betekend of meegedeeld aan de persoon lastens wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht. Het certificaat wordt vergezeld van de beslissing, indien de betekening en kennisgeving aan die persoon nog niet heeft plaatsgevonden.

    2.  Indien de persoon tegen wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht zijn woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, kan hij, ten einde de tenuitvoerlegging aan te vechten, om een vertaling van de beslissing verzoeken indien de beslissing niet luidt in, noch vergezeld gaat van een vertaling in een van de volgende talen:

    a)     een taal die hij begrijpt;

    b)     de officiële taal van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft of, als er in die lidstaat verscheidene officiële talen zijn, de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar hij woonachtig is.

    Indien op grond van de eerste alinea om vertaling van de beslissing wordt verzocht, mogen geen andere tenuitvoerleggingsmaatregelen dan bewarende maatregelen worden genomen totdat de vertaling beschikbaar is gesteld aan de persoon lastens wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht.

    Dit lid is niet van toepassing indien de beslissing reeds in een van de in de eerste alinea bedoelde talen is betekend aan de persoon tegen wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht, dan wel vergezeld gaat van een vertaling in een van die talen.

    3.  Dit artikel is niet van toepassing op de tenuitvoerlegging van een bewarende maatregel in het kader van een beslissing of indien de verzoekende partij overgaat tot bewarende maatregelen in de zin van artikel 40.

    Artikel 44

    1.          In het geval van een verzoek om weigering van tenuitvoerlegging van een beslissing op grond van afdeling 2 bis, onderafdeling 2, kan het gerecht in de aangezochte lidstaat, op verzoek van de persoon lastens wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht:

    a)     de tenuitvoerleggingsprocedure tot bewarende maatregelen beperken; of

    b)     de tenuitvoerlegging afhankelijk maken van een door die autoriteit te bepalen zekerheid; of

    c)      de tenuitvoerleggingsprocedure geheel of gedeeltelijk schorsen.

    2.          De bevoegde autoriteit in de aangezochte lidstaat schorst op verzoek van de persoon tegen wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht, de tenuitvoerleggingsprocedure indien de uitvoerbaarheid van de beslissing in de lidstaat van oorsprong is geschorst.

    Afdeling 2 bis

    Weigering van erkenning en tenuitvoerlegging

    Onderafdeling 1Weigering van erkenning

    Artikel 48

    1.          Op verzoek van een belanghebbende partij wordt de erkenning van een beslissing geweigerd indien (…):

    a)     de erkenning kennelijk strijdig is met de openbare orde van de aangezochte lidstaat;

    b)     het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, niet zo tijdig en op zodanige wijze als met het oog op zijn verdediging nodig was, aan de verweerder tegen wie verstek werd verleend, betekend of meegedeeld is, tenzij de verweerder tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangewend, terwijl hij daartoe in staat was;

    c)  indien de beslissing onverenigbaar is met een in de aangezochte lidstaat tussen dezelfde partijen gegeven beslissing;

    d)     de beslissing onverenigbaar is met een beslissing die vroeger in een andere lidstaat of in een derde land tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits deze laatste beslissing voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte lidstaat;

    e)      de beslissing in strijd is met:

    i)      de afdelingen 3, 4, 5 van hoofdstuk II, voorzover de verweerder in de zaak de polishouder, de verzekerde, de benadeelde partij, de begunstigde van de verzekeringsovereenkomst, de consument of de werknemer is; of

    ii)     afdeling 6 van hoofdstuk II.

    2.          Bij toetsing van de in lid 1, punt e), genoemde bevoegdheidsgronden is het aangezochte gerecht gebonden aan de feitelijke overwegingen op grond waarvan het gerecht van oorsprong zijn bevoegdheid heeft aangenomen.

    3.  Onverminderd lid 1, punt e), mag de bevoegdheid van het gerecht van oorsprong niet worden getoetst. Het criterium van de openbare orde, bedoeld in lid 1, punt a), mag niet worden toegepast op de regels voor vaststelling van bevoegdheid.

    4.          Het verzoek tot weigering van erkenning wordt gedaan overeenkomstig de procedures van onderafdeling 2, en, waar passend, afdeling 4.

    Onderafdeling 2Weigering van tenuitvoerlegging

    Artikel 50 bis

    De tenuitvoerlegging van een beslissing wordt, op verzoek van de persoon tegen wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht, geweigerd op een van de in artikel 48 genoemde gronden.

    Artikel 51

    1.          Het verzoek om weigering van tenuitvoerlegging wordt gericht tot het gerecht van de aangezochte lidstaat dat die lidstaat overeenkomstig artikel 87, punt d) aan de Commissie heeft meegedeeld.

    2.          De vereisten waaraan de weigering van tenuitvoerlegging voorzover deze onder onderhavige verordening valt, moet voldoen, worden beheerst door het recht van de aangezochte lidstaat.

    2 bis.     De verzoeker legt aan het gerecht een afschrift van de beslissing en, indien nodig, een vertaling en/of transliteratie van de beslissing over.

                 Indien het gerecht daar reeds over beschikt of het onredelijk acht dit van de verzoeker te verlangen, kan het afzien van het doen overleggen van de in de eerste alinea vermelde documenten door de verzoeker. In dat geval kan het gerecht de andere partij verzoeken de documenten over te leggen.

    2 ter.  De partij die om de weigering van tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing verzoekt, behoeft in de aangezochte lidstaat niet over een postadres of een gemachtigde te beschikken. Zij behoeft evenmin over een gemachtigde vertegenwoordiger in de aangezochte lidstaat te beschikken tenzij een gemachtigde vertegenwoordiger ongeacht de nationaliteit of de woonplaats van de partijen verplicht is.]

    Artikel 54

    Het gerecht neemt onverwijld een besluit over het verzoek tot weigering van de tenuitvoerlegging.

    Artikel 56

    1.          Elke partij kan een rechtsmiddel instellen tegen het besluit tot weigering van tenuitvoerlegging (…).

    2.          Het rechtsmiddel wordt ingesteld bij het gerecht van de aangezochte lidstaat dat die lidstaat overeenkomstig artikel 87, punt e) aan de Commissie heeft meegedeeld.

    Artikel 57

    Tegen de op het rechtsmiddel gegeven beslissing kan slechts hoger beroep worden ingesteld wanneer van het in dat hoger beroep aangezochte gerecht door de betrokken lidstaat aan de Commissie mededeling is gedaan overeenkomstig artikel 87, punt f).

    Artikel 59

    1.          Het gerecht dat oordeelt over een verzoek tot weigering van tenuitvoerlegging of een gerecht waarbij een rechtsmiddel is ingesteld in de zin van de artikelen 56 en 57, kan (…) de uitspraak aanhouden indien in de lidstaat van oorsprong een gewoon rechtsmiddel tegen de beslissing (…) is ingesteld of indien de termijn daarvoor nog niet is verstreken. In het laatste geval kan het gerecht bepalen binnen welke termijn het rechtsmiddel moet worden ingesteld.

    2.          Indien de beslissing in Cyprus, Ierland of het Verenigd Koninkrijk is gegeven, wordt elk rechtsmiddel dat in de lidstaat van oorsprong kan worden ingesteld, voor de toepassing van lid 1 beschouwd als een gewoon rechtsmiddel.

    Afdeling 3Gemeenschappelijke bepalingen

    Artikel 64

    In geen geval wordt in de aangezochte lidstaat overgegaan tot een onderzoek naar de juistheid van de in een lidstaat gegeven beslissing.

    Artikel 64 bis

    Het gerecht van oorsprong geeft op verzoek van een belanghebbende partij het certificaat af en gebruikt daarvoor het formulier in bijlage I.

    Artikel 66

    1.          Indien een beslissing maatregelen of bevelen bevat die in het recht van de aangezochte lidstaat niet bestaan, wordt de maatregel of het bevel door de bevoegde autoriteit van die lidstaat zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met een maatregel die of bevel dat wel in het rechtsstelsel van die lidstaat bestaat, gelijkwaardige gevolgen heeft en dezelfde doelstellingen en belangen beoogt.

    Deze aanpassing heeft geen rechtsgevolgen die verder gaan dan die waarin het recht van de lidstaat van oorsprong voorziet.

    1 bis.     Elke partij kan de aanpassing van de maatregel of bevel voor de rechter aanvechten.

    1 ter.     Indien nodig, kan van de partij die de erkenning of tenuitvoerlegging vraagt een vertaling of een transliteratie van de beslissing worden verlangd.

    Artikel 67

    De in een lidstaat gegeven beslissingen die een veroordeling tot betaling van een dwangsom inhouden, kunnen in de aangezochte lidstaat slechts ten uitvoer worden gelegd ▌wanneer het bedrag ervan (…) door het gerecht ▌ van herkomst (…) definitief is bepaald.

    Artikel 68

    Aan de partij die in een lidstaat de tenuitvoerlegging vraagt van een in een andere lidstaat gegeven beslissing, kan geen enkele zekerheid of depot, onder welke benaming ook, worden opgelegd wegens de hoedanigheid van vreemdeling dan wel wegens het ontbreken van een woonplaats of verblijfplaats in de aangezochte lidstaat.

    Artikel 69

    1.          Indien op grond van deze verordening een vertaling of een transliteratie is vereist, wordt deze vertaling of transliteratie gesteld in de officiële taal van de betrokken lidstaat, of, als er in die lidstaat verscheidene officiële talen bestaan, in de officiële taal of een der officiële talen van het gerecht van de plaats waar een ▌ in een andere lidstaat gegeven beslissing wordt ingeroepen of een verzoek wordt ingediend, conform het recht van die lidstaat.

    2.          Wat de in de artikelen 64 bis en 71 bis bedoelde formulieren betreft, kunnen vertalingen of transliteraties ook worden gesteld in een of meer andere officiële talen van de instellingen van de Unie die de betrokken lidstaat heeft aangegeven te aanvaarden.

    3.          Elke vertaling in de zin van deze verordening wordt gemaakt door een persoon die in een van de lidstaten daartoe bevoegd is.

    HOOFDSTUK IVAUTHENTIEKE AKTEN EN GERECHTELIJKE SCHIKKINGEN

    Artikel 70

    1.          Authentieke akten die uitvoerbaar zijn in de lidstaat van herkomst, worden in de andere lidstaten ten uitvoer gelegd .▌ De tenuitvoerlegging van een authentieke akte kan slechts worden geweigerd indien de tenuitvoerlegging kennelijk strijdig is met de openbare orde van de aangezochte lidstaat.

    Het bepaalde in afdeling 2, onderafdeling 2 van afdeling 2 bis, en afdeling 3 van Hoofdstuk III is al naar het geval op authentieke akten van toepassing.

    2.          De authentieke akte moet voldoen aan de voorwaarden om de echtheid in de lidstaat van oorsprong te kunnen vaststellen.

    Artikel 71

    Gerechtelijke schikkingen die uitvoerbaar zijn in de lidstaat van herkomst, worden op dezelfde voet als authentieke akten ten uitvoer gelegd in de andere lidstaten.

    Artikel 71 bis

    De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verstrekt op verzoek van een belanghebbende partij het certificaat waarvoor zij het formulier in bijlage II gebruikt en dat een samenvatting bevat van de in de authentieke akte opgenomen verplichting die ten uitvoer kan worden gelegd of van de overeenkomst tussen de partijen als vervat in de gerechtelijke schikking.

    HOOFDSTUK VALGEMENE BEPALINGEN

    Artikel 72

    Met betrekking tot de in het kader van deze verordening in een lidstaat afgegeven documenten mag geen legalisatie of andere soortgelijke formaliteit worden geëist.

    Artikel 73

    1.          Om vast te stellen of een partij woonplaats heeft op het grondgebied van de lidstaat bij een van welks gerechten een zaak aanhangig is, past het gerecht zijn intern recht toe.

    2.          Indien een partij geen woonplaats heeft in de lidstaat bij een van welks gerechten een zaak aanhangig is, past het gerecht voor de vaststelling of zij een woonplaats heeft in een andere lidstaat, het recht van die lidstaat toe.

    Artikel 74

    1.          Voor de toepassing van deze verordening hebben vennootschappen en rechtspersonen woonplaats op de plaats van:

    a)      hun statutaire zetel, of

    b)     hun hoofdbestuur, of

    c)      hun hoofdvestiging.

    2.  In Cyprus, Ierland en het Verenigd Koninkrijk wordt onder het "registered office" de statutaire zetel verstaan of, indien dat nergens bestaat, de "place of incorporation" (plaats van oprichting) of, indien die nergens bestaat, de plaats krachtens het recht waarvan de "formation" (vorming) is geschied.

    3.          Om vast te stellen of een trust woonplaats heeft op het grondgebied van de lidstaat bij welks gerechten de zaak aanhangig is gemaakt, past het gerecht de regels van het voor hem geldende internationaal privaatrecht toe.

    Artikel 75

    Zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat en wegens een onopzettelijk gepleegd strafbaar feit vervolgd worden voor de gerechten van een andere lidstaat, waarvan zij geen onderdaan zijn, zijn, onverminderd aldaar geldende gunstigere bepalingen, bevoegd zich te doen verdedigen door daartoe bevoegde personen, zelfs indien zij niet persoonlijk verschijnen. Het gerecht dat de zaak berecht, kan echter de persoonlijke verschijning bevelen; indien deze niet heeft plaatsgevonden, behoeft de beslissing, op de burgerlijke rechtsvordering gewezen zonder dat de betrokkene de gelegenheid heeft gehad zich te doen verdedigen, in de overige lidstaten niet te worden erkend, noch ten uitvoer te worden gelegd.

    Artikel 76

    1.          De rechterlijke bevoegdheid, bepaald in punt 2 van artikel 6 en van artikel 11 ten aanzien van de vordering tot vrijwaring of de vordering tot voeging of tussenkomst kan worden ingeroepen in de lidstaten die zijn vermeld op de door de Commissie overeenkomstig artikel 88, lid 1, onder b) en lid 2, opgestelde lijst, doch slechts voor zover het nationale recht dit toestaat. Een persoon die woonplaats heeft in een andere lidstaat, kan worden verzocht deel te nemen aan de procedures voor gerechten van deze lidstaten overeenkomstig de in de bovenvermelde lijst vermelde regels betreffende de litis denuntiatio

    2.          In een lidstaat krachtens artikel 6, punt 2, en artikel 11 gegeven beslissingen worden in overeenstemming met hoofdstuk III in alle andere lidstaten erkend en ten uitvoer gelegd (…). De gevolgen voor derden die de in de op de in lid 1 bedoelde lijst vermelde lidstaten met toepassing van lid 1 gegeven beslissingen, naar het recht van die lidstaten teweegbrengen, worden in alle lidstaten erkend.

    2 bis.  De lidstaten vermeld op de in het eerste lid genoemde lijst verschaffen in het kader van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, ingesteld bij Besluit 2001/470/EG[20] van de Raad (hierna: 'Europees justitieel netwerk') informatie omtrent de wijze waarop overeenkomstig hun nationale recht de gevolgen van de in de tweede volzin van lid 2 genoemde beslissingen worden vastgesteld.

    HOOFDSTUK VIOVERGANGSBEPALINGEN

    Artikel 77

    1.          Deze verordening is slechts van toepassing op rechtsvorderingen die zijn ingesteld, (…) authentieke akten die zijn verleden of geregistreerd, en gerechtelijke schikkingen die zijn goedgekeurd of getroffen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt.

    2.          In afwijking van artikel 92 blijft Verordening (EG) nr. 44/2001 van toepassing in rechtsvorderingen die zijn ingesteld, authentieke akten die zijn verleden of geregistreerd, en gerechtelijke schikkingen die zijn goedgekeurd of getroffen vóór de datum van toepassing van deze verordening en die onder die verordening vallen.

    HOOFDSTUK VIIVERHOUDING TOT ANDERE REGELGEVING

    Artikel 78

    Deze verordening laat onverlet de toepassing van de bepalingen die, voor bijzondere onderwerpen, de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen en die opgenomen zijn of zullen worden in de besluiten van de Unie of in de nationale wetgevingen die ter uitvoering van deze besluiten geharmoniseerd zijn.

    Artikel 79

    1.          Deze verordening komt, in de betrekkingen tussen de lidstaten, in de plaats van het Verdrag van Brussel van 1968, uitgezonderd ten aanzien van de grondgebieden van de lidstaten die onder de territoriale werkingssfeer van dat verdrag vallen en die krachtens artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van deze verordening uitgesloten zijn.

    2.          Voor zover deze verordening in de betrekkingen tussen de lidstaten in de plaats komt van het Verdrag van Brussel van 1968, geldt elke verwijzing naar dat verdrag als een verwijzing naar deze verordening.

    Artikel 80

    Onverminderd de artikelen 81 en 82 vervangt deze verordening tussen de lidstaten de overeenkomsten die hetzelfde onderwerp bestrijken als deze verordening. Meer bepaald worden de in de overeenkomstig artikel 88, lid 1, onder c) en lid 2 door de Commissie opgestelde lijst vermelde verdragen en overeenkomsten vervangen.

    Artikel 81

    1.          De in artikel 80 bedoelde verdragen en overeenkomsten blijven van kracht voor onderwerpen waarop deze verordening niet van toepassing is.

    2.          Zij blijven voorts van kracht met betrekking tot vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001 gegeven beslissingen, opgemaakte of ingeschreven authentieke akten en goedgekeurde of getroffen gerechtelijke schikkingen.

    Artikel 82

    1.          Deze verordening laat onverlet de verdragen waarbij de lidstaten partij zijn en die, voor bijzondere onderwerpen, de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen.

    2.          Teneinde de eenvormige uitlegging van lid 1 te waarborgen wordt dat lid als volgt toegepast:

    a)      deze verordening belet niet dat een gerecht van een lidstaat die partij is bij een verdrag of overeenkomst over een bijzonder onderwerp, overeenkomstig dat verdrag of die overeenkomst kennisneemt van een zaak, ook indien de verweerder zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat die geen partij is bij dat verdrag of die overeenkomst. Het gerecht past in ieder geval artikel 28 van deze verordening toe;

    b)     beslissingen die een gerecht van een lidstaat heeft gegeven krachtens rechterlijke bevoegdheid die ontleend wordt aan een verdrag of overeenkomst over een bijzonder onderwerp, worden in de andere lidstaten overeenkomstig deze verordening erkend en ten uitvoer gelegd.

    Indien een verdrag of overeenkomst over een bijzonder onderwerp, waarbij zowel de lidstaat van oorsprong als de aangezochte lidstaat partij is, voorwaarden vaststelt voor de erkenning of de tenuitvoerlegging van beslissingen vinden die voorwaarden toepassing. In elk geval kunnen de bepalingen van deze verordening betreffende erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen worden toegepast.

    Artikel 83

    Deze verordening laat onverlet de overeenkomsten waarbij de lidstaten zich krachtens artikel 59 van het Verdrag van Brussel vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001 ertoe hebben verbonden om een beslissing welke, met name in een andere staat die partij is bij dat verdrag, is gegeven tegen een verweerder met woonplaats of gewone verblijfplaats in een derde land, niet te erkennen indien in een geval bedoeld in artikel 4 van genoemd verdrag de beslissing slechts gegrond kon worden op een bevoegdheid in de zin van artikel 3, tweede alinea, van dat verdrag.

    Artikel 84

    1.          Deze verordening laat onverlet de toepassing van het Verdrag van Lugano van 2007 ▌.

    1 bis.     Deze verordening laat onverlet de toepassing van het Verdrag van New York van 1958 ▌.

    1 ter.     Deze verordening laat onverlet de toepassing van bilaterale overeenkomsten en verdragen tussen een derde land en een lidstaat, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001 zijn gesloten en die betrekking hebben op de door deze verordening geregelde aangelegenheden.

    HOOFDSTUK VIIISLOTBEPALINGEN

    Artikel 86

    De lidstaten verstrekken in het kader van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, dat is opgericht bij Beschikking 2001/470/EG, een beschrijving van de nationale voorschriften en procedures betreffende tenuitvoerlegging, met inbegrip van informatie over de voor tenuitvoerlegging bevoegde autoriteiten en over de op dat gebied geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de schuldenaar en informatie over verval- en verjaringstermijnen, ten einde deze gegevens openbaar te maken.

    Deze informatie wordt door de lidstaten voortdurend bijgewerkt.

    Artikel 87

    Tegen ...[21]* delen de lidstaten de Commissie mee:

    d)  bij welke gerechten overeenkomstig artikel 51, lid 1, het verzoek tot weigering van tenuitvoerlegging moet worden ingesteld;

    e)          bij welke gerechten overeenkomstig artikel 56, lid 2, een rechtsmiddel tegen de beslissing op het verzoek om een weigering van tenuitvoerlegging moet worden ingesteld;

    f)           bij welke gerechten eventuele hogere voorziening overeenkomstig artikel 57 moet worden ingesteld;

    g)          welke talen worden aanvaard voor de vertaling van de formulieren, conform artikel 69, lid 2.

    De Commissie maakt de informatie met alle passende middelen openbaar, met name via het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken.

    Artikel 88

    1.          De lidstaten stellen de Commissie in kennis van:

    a)     de in artikel 4, lid 2, en artikel 4 bis, lid 2, vermelde nationale bevoegdheidsregels;

    b)  de in artikel 76 vermelde regels ten aanzien van litis denuntiatio; en

    c)      de in artikel 80 vermelde overeenkomsten.

    2.          Op basis van de mededelingen van de lidstaten stelt de Commissie de desbetreffende lijsten op.

    3.          De lidstaten geven de Commissie kennis van eventuele latere wijzigingen van deze lijsten. De Commissie wijzigt de lijsten dienovereenkomstig.

    4.          De Commissie maakt de lijsten en eventuele latere wijzigingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    5.          De Commissie maakt alle overeenkomstig de leden 1 en 3 medegedeelde informatie met andere passende middelen openbaar, in het bijzonder via het Europees justitieel netwerk.

    Artikel 89

    De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 90 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de wijziging van de bijlagen I en II.

    Artikel 90

    -1.         De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

    -1 bis.   De bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 89 wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, te rekenen vanaf …[22]*.

    1.          Het Europees Parlement of door de Raad kan de in artikel 89 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit vermelde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

    1 bis.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

    1 ter.     Een overeenkomstig artikel 89 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

    Artikel 19 bis

    Uiterlijk ….[23]* dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. In haar verslag beoordeelt de Commissie onder meer of de bevoegdheidsregels ook moeten worden uitgebreid tot verweerders die geen woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, rekening houdend met de tenuitvoerlegging van deze verordening en mogelijke internationale ontwikkelingen. Zo nodig gaat dit verslag vergezeld van een voorstel tot wijziging van de verordening.

    Artikel 92

               Verordening (EG) nr. 44/2001 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

    Artikel 93

    Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    Zij is van toepassing vanaf …[24]*, uitgezonderd de artikelen 87 en 88 die van toepassing zijn vanaf …[25]**.

    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

    Gedaan te

    Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

    De voorzitter                                     De voorzitter

    BIJLAGE I

    CERTIFICAAT BETREFFENDE EEN BESLISSING IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ▌

    Artikel 64 bis van Verordening ___ van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

     

    1.          gerecht van oorsprong

    1.1.       Naam:

    1.2        Adres:

    1.2.1.    Straat en nummer/postbus:

    1.2.2.    Plaats en postcode:

    1.2.3.    Lidstaat:

    AT □ BE □ BG □ CY □ CZ □ DE □ EE □ EL □ ES □ FI □ FR □ HU □ IE □ IT □ LT □ LU □ LV □ MT □ NL □ PL □ PT □ RO □ SE □ SI □ SK □ UK □

    1.3.  Telefoon ▌:

    1.4.       Fax:

    1.5.       E-mail (indien beschikbaar)

    2.          VERZOEKER(S)[26]

    2.1.       Naam en voorna(a)m(en)/bedrijfsnaam of naam van organisatie:

    2.2.       Identificatienummer (indien van toepassing en beschikbaar):

    2.3.       Geboortedatum (dd/mm/jjj) en -plaats of, indien rechtspersoon, datum van oprichting//registratie (voorzover relevant en beschikbaar):

    2.4.       Adres:

    2.4.1.    Straat en nummer/postbus:

    2.4.2.    Plaats en postcode:

    2.4.3.  Land:

    AT □ BE □ BG □ CY □ CZ □ DE □ EE □ EL □ ES □ FI □ FR □ HU □ IE □ IT □ LT □ LU □ LV □ MT □ NL □ PL □ PT □ RO □ SE □ SI □ SK □ UK □ Andere (gelieve de ISO-code te vermelden):

    2.5.       E-mail (indien beschikbaar)

    3.          VERWEERDER(S)[27]

    3.1.       Naam en voorna(a)m(en)/bedrijfsnaam of naam van organisatie:

    3.2.       Identificatienummer (indien van toepassing en beschikbaar):

    3.3.       Geboortedatum (dd/mm/jjj) en -plaats of, indien rechtspersoon, datum van oprichting//registratie (voorzover relevant en beschikbaar):

    3.4.       Adres:

    3.4.1.  Straat en nummer/postbus:

    3.4.2.    Plaats en postcode:

    3.4.3.    Land:

    AT □ BE □ BG □ CY □ CZ □ DE □ EE □ EL □ ES □ FI □ FR □ HU □ IE □ IT □ LT □ LU □ LV □ MT □ NL □ PL □ PT □ RO □ SE □ SI □ SK □ UK □ Andere (gelieve de ISO-code te vermelden):

    3.5.       E-mail (indien beschikbaar)

    4.          de beslissing

    4.1.       Datum (dd/mm/jjjj) van de beslissing:

    4.2.       Referentienummer van de beslissing:

    4.3.  Is de beslissing bij verstek gegeven -

    4.3.1. □ Nee

    4.3.2. □ Ja (graag datum vermelden (dd/mm/jjjj) waarop het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk aan verweerder werd betekend):

    4.4.       Is de beslissing in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar zonder nadere voorwaarden?:

    4.4.1.    □ Ja (graag datum vermelden (dd/mm/jjjj) waarop de beslissing uitvoerbaar werd verklaard, indien van toepassing):

    4.4.2.    □ Ja, maar alleen tegen de volgende verweerder(s) (gelieve te preciseren):

    4.4.3.  □ Ja, maar beperkt tot een deel/delen van de beslissing (gelieve te preciseren):

    4.4.4.    □ De beslissing bevat geen afdwingbare verplichting.

    4.5.       Is de beslissing per datum afgifte van het certificaat aan verweerder(s) betekend?

    4.5.1.    □ Ja (graag datum betekening vermelden (dd/mm/jjjj), indien bekend)

    4.5.1.1. De betekening vond plaats in de volgende ta(a)l(en):

    AT □ BE □ BG □ CY □ CZ □ DE □ EE □ EL □ ES □ FI □ FR □ HU □ IE □ IT □ LT □ LU □ LV □ MT □ NL □ PL □ PT □ RO □ SE □ SI □ SK □ UK □ Andere (gelieve de ISO-code te vermelden):

    4.5.2.    □ Niet bij weten van het gerecht[28]

    4.6.       Inhoud van de beslissing en rente

    4.6.1.    Beslissing over een geldelijke vordering[29]

    4.6.1.1. Korte beschrijving van de feiten van de zaak:

    4.6.1.2. Het gerecht heeft:

    ………………. moet (naam en voorna(a)m(en)/naam bedrijf of organisatie)[30]

    bevolen om te betalen aan:

    ………….. Naam en voorna(a)m(en)/bedrijfsnaam of naam van organisatie:

    4.6.1.2.1.    Indien meerdere personen gehouden zijn tot voldoening van een en dezelfde vordering, kan het gehele bedrag bij ongeacht wie van hen worden ingevorderd:

    4.6.1.2.1.1. □ Ja

    4.6.1.2.1.2. □ Nee

    4.6.1.3. Munteenheid:

    □ Euro (EUR) □ Bulgaarse lev (BGL) □ Tsjechische kroon (CZK) □ Hongaarse forint (HUF) □ Litouwse litas (LTL) □ Letse lats (LVL) □ Poolse zloty (PLN) □ Pond sterling (GBP) □ Roemeense leu (RON) □ Zweedse kroon (SEK) □ Andere (gelieve de ISO-code te vermelden):

    4.6.1.4. Hoofdsom:

    4.6.1.4.1.    □ In één keer te betalen bedrag:

    4.6.1.4.2.         □ In termijnen te betalen bedrag[31]

    Vervaldatum (dd/mm/jjjj)

    Bedrag

     

     

     

     

    4.6.1.4.3.    □ Regelmatig te betalen bedrag

    4.6.1.4.3.1.           □ per dag

    4.6.1.4.3.2.           □ per week

    4.6.1.4.3.3.           □ anders (preciseer frequentie)

    4.6.1.4.3.4.           Met ingang van (datum (dd/mm/jjjj):

    4.6.1.4.3.5.           Indien van toepassing, tot wanneer (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis):

    4.6.1.5. Rente, indien van toepassing

    4.6.1.5.1.  Rente:

    4.6.1.5.1.1.           □ Rente niet in de beslissing gespecificeerd:

    4.6.1.5.1.2.           □ Ja, in de beslissing als volgt gespecificeerd:

    4.6.1.5.1.2.1.     Bedrag:

    of

    4.6.1.5.1.2.2.     percentage … %.

    4.6.1.5.1.2.3.     Rente verschuldigd vanaf ... (dd/mm/jjjj) tot ... (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis)[32]

    4.6.1.5.2.    □ Wettelijke rente (indien van toepassing), te berekenen overeenkomstig (graag toepasselijke wetgeving preciseren):

    4.6.1.5.2.1.        Rente verschuldigd vanaf ...... (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis) tot… (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis)1

    4.6.1.5.3.  □ Kapitalisatie van rente (indien van toepassing, graag specificeren):

    4.6.2.    Beslissing houdende voorlopige en bewarende maatregelen

    4.6.2.1. Korte beschrijving van het onderwerp van de zaak en de gelaste maatregel

    4.6.2.2. Is de maatregel gelast door een gerecht dat ook bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen

    4.6.2.2.1.    □ Ja

    4.6.3.    Ander soort beslissing

    4.6.3.1. Korte beschrijving van het onderwerp van de zaak en de uitspraak van het gerecht

    4.7.       Kosten[33]

    4.7.1.    Munteenheid:

    □ Euro (EUR) □ Bulgaarse lev (BGL) □ Tsjechische kroon (CZK) □ Hongaarse forint (HUF) □ Litouwse litas (LTL) □ Letse lats (LVL) □ Poolse zloty (PLN) □ Pond sterling (GBP) □ Roemeense leu (RON) □ Zweedse kroon (SEK) □ Andere (gelieve de ISO-code te vermelden):

    4.7.2.    De volgende person(en) tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd is/zijn in de kosten veroordeeld:

    4.7.2.1. Naam en voorna(a)m(en)/naam van bedrijf of organisatie:[34]

    4.7.2.2. Indien meerdere personen in de kosten zijn verwezen, kan het gehele bedrag bij ongeacht wie van hen worden ingevorderd:

    4.7.2.2.1.    □ Ja

    4.7.2.2.2.    □ Nee

    4.7.3.    De in te vorderen kosten zijn de volgende:[35]

    4.7.3.1.  □ De kosten zijn in de beslissing bepaald op een totaal bedrag (graag bedrag specificeren):

    4.7.3.2. □ De kosten zijn in de beslissing bepaald op een percentage van de totale kosten (graag specificeren):

    4.7.3.3. □ De verschuldigde kosten zijn in de beslissing bepaald en het gaat om de volgende exacte bedragen:

    4.7.3.3.1.    □ Gerechtskosten:

    4.7.3.3.2.    □ Honoraria van advocaten:

    4.7.3.3.3.    □ Kosten van betekening of kennisgeving van stukken:

    4.7.3.3.4.    □ Andere:

    4.7.3.4. Overige (graag specificeren)

    4.7.4.  Rente over de kosten:

    4.7.4.1. □ Niet van toepassing.

    4.7.4.2. □ Rente in de beslissing gespecificeerd:

    4.7.4.2.1.    □ bedrag:

    of

    4.7.4.2.2.    Percentage … %.

    4.7.4.2.2.1.    Rente verschuldigd vanaf ...... (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis) tot…. (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis)[36]

    4.7.4.3. □ Wettelijke rente (indien van toepassing), te berekenen overeenkomstig (graag toepasselijke wetgeving preciseren):

    4.7.4.3.1.  Rente verschuldigd vanaf ...... (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis) tot… (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis)[37]

    4.7.4.4. □ Kapitalisatie van rente (indien van toepassing, graag specificeren):

    Gedaan te: …

    Handtekening en/of stempel van het gerecht van herkomst:

    BIJLAGE II

    CERTIFICAAT BETREFFENDE EEN AUTHENTIEKE AKTE OF EEN GERECHTELIJKE SCHIKKING[38] IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN

    Artikel 71 bis van Verordening ___ van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

    1.          Rechtbank of bevoegde autoriteit die het certificaat afgeeft

    1.1.       Naam:

    1.2.       Adres:

    1.2.1.    Straat en nummer/postbus:

    1.2.2.    Plaats en postcode:

    1.2.3.    Lidstaat:

    AT □ BE □ BG □ CY □ CZ □ DE □ EE □ EL □ ES □ FI □ FR □ HU □ IE □ IT □ LT □ LU □ LV □ MT □ NL □ PL □ PT □ RO □SE □ SI □ SK □ UK □

    1.3.       Tel.:

    1.4.       per fax:

    1.5.       E-mail (indien beschikbaar)

    2.          authentieke akte:

    2.1.       Autoriteit die autentieke akte heft opgemaakt (indien niet dezelfde als die de autoriteit die certificaat heeft afgegeven)

    2.1.1.      Benaming en hoedanigheid van de autoriteit:

    2.1.2.      Adres:

    2.2.       Datum (dd/mm/jjjj) waarop de authentieke akte door de in punt 2.1 bedoelde autoriteit is opgemaakt :

    2.3.       Referentienummer van de authentieke akte (indien van toepassing):

    2.4.       Datum (dd/mm/jjjj) waarop de authentieke akte is geregistreerd in de lidstaat van herkomst (alleen in te vullen wanneer deze datum bepalend is voor de rechtskracht van de akte en die datum niet samenvalt met die bedoeld onder punt 2.2):

    2.4.1.    Referentienummer in het register (indien van toepassing):

    3.          gerechtelijke schikking

    3.1.       Gerecht dat de schikking heft goedgekeurd of waarvoor schikking tot stand kwam (indien niet het gerecht dat certificaat heeft afgegeven)

    3.1.1.    Naam van het gerecht

    3.1.2.    Adres:

    3.2.  Datum (dd/mm/jjjj) van de gerechtelijke schikking:

    3.3.       Referentienummer van de gerechtelijke schikking:

    4.          Partijen bij de authentieke akte/gerechtelijke schikking:

    4.1.       Na(a)m(en) van de schuldeiser(s) (naam en voorna(a)m(en)/naam bedrijf of organisatie)[39]:

    4.1.1.    Identificatienummer (indien van toepassing en beschikbaar):

    4.1.2.    Geboortedatum (dd/mm/jjj) en -plaats of, indien rechtspersoon, datum van oprichting//registratie (voorzover relevant en beschikbaar):

    4.2.       Na(a)m(en) van de debiteur(s) (naam en voorna(a)m(en)/bedrijfsnaam)[40]:

    4.2.1.    Identificatienummer (indien van toepassing en beschikbaar):

    4.2.2.  Geboortedatum (dd/mm/jjj) en -plaats of, indien rechtspersoon, datum van oprichting//registratie (voorzover relevant en beschikbaar):

    4.3.       Naam van de eventuele andere partij(en) (naam en voorna(a)m(en)/naam bedrijf of organisatie)[41]

    4.3.1.    Identificatienummer (indien van toepassing en beschikbaar):

    4.3.2.    Geboortedatum (dd/mm/jjj) en -plaats of, indien rechtspersoon, datum van oprichting//registratie (voorzover relevant en beschikbaar):

    5.          UITVOERBAARHEID VAN AUTHENTIEKE AKTE /GERECHTELIJKE SCHIKKING IN LIDSTAAT VAN HERKOMST

    5.1.     De authentieke akte is uitvoerbaar in de lidstaat van oorsprong.

    5.1.1.    □ Ja

    5.2.  Termen van authentieke akte/gerechtelijke schikking en rente

    5.2.1.  Authentieke akte/gerechtelijke schikking betreft geldelijke vordering

    5.2.1.1. Korte beschrijving van onderwerp:

    5.2.1.2. Ingevolge de authentieke akte/gerechtelijke schikking:

    ………………. moet (naam en voorna(a)m(en)/naam bedrijf of organisatie)[42]

                 betalen aan:

                 ………….. Naam en voorna(a)m(en)/bedrijfsnaam of naam van organisatie:

    5.2.1.2.1.    Indien meerdere personen gehouden zijn tot voldoening van een en dezelfde vordering, kan het gehele bedrag bij ongeacht wie van hen worden ingevorderd:

    5.2.1.2.1.1. □ Ja

    5.2.1.2.1.2. □ Nee

    5.2.1.3.  Munteenheid:

    □ Euro (EUR) □ Bulgaarse lev (BGL) □ Tsjechische kroon (CZK) □ Hongaarse forint (HUF) □ Litouwse litas (LTL) □ Letse lats (LVL) □ Poolse zloty (PLN) □ Pond sterling (GBP) □ Roemeense leu (RON) □ Zweedse kroon (SEK) □ Andere (gelieve de ISO-code te vermelden):

    5.2.1.4. Hoofdsom:

    5.2.1.4.1.    □ In één keer te betalen bedrag:

    5.2.1.4.2.    □ In termijnen te betalen bedrag[43]

    Vervaldatum (dd/mm/jjjj)

    Bedrag

     

     

     

     

    5.2.1.4.3.  □ Regelmatig te betalen bedrag

    5.2.1.4.3.1.           □ per dag

    5.2.1.4.3.2.           □ per week

    5.2.1.4.3.3.           □ anders (preciseer frequentie)

    5.2.1.4.3.4.           Met ingang van (datum (dd/mm/jjjj):

    5.2.1.4.3.5.           Indien van toepassing, tot wanneer (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis):

    5.2.1.5. Rente, indien van toepassing

    5.2.1.5.1.    Rente:

    5.2.1.5.1.1.  Niet gespecificeerd in de authentieke akte/gerechtelijke schikking:

    5.2.1.5.1.2.  Ja, als volgt gespecificeerd in de authentieke akte/gerechtelijke schikking:

    5.2.1.5.1.2.1. Bedrag:

    of

    5.2.1.5.1.2.2. percentage … %.

    5.2.1.5.1.2.3.        Rente verschuldigd vanaf ... (dd/mm/jjjj) tot ... (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis):

    5.2.1.5.2.    □ Wettelijke rente (indien van toepassing), te berekenen overeenkomstig (graag toepasselijke wetgeving preciseren):

    5.2.1.5.2.1.  Rente verschuldigd vanaf ...... (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis) tot… (datum (dd/mm/jjjj) of gebeurtenis)[44]

    5.2.1.5.3.    □ Kapitalisatie van rente (indien van toepassing, graag specificeren):

    5.2.2.  Authentieke akte/gerechtelijke schikking betreft niet-geldelijke afdwingbare verplichting:

    5.2.2.1. Korte beschrijving van afdwingbare verplichting:

    5.2.2.2. de in punt 5.2.2.1 vermelde verplichtingenen is afdwingbaar tegen de volgende person(en)[45] (naam en voorna(a)m(en)/bedrijfsnaam)):

    Gedaan te: …

    Handtekening en/of stempel van het gerecht van herkomst of de bevoegde autoriteit:

    BIJLAGE III

    Concordantietabel

    Verordening (EG) nr. 44/2001.

    Deze verordening

    Artikel 1, lid 1

    Artikel 1, lid 1

    Artikel 1, lid 2, aanhef

    Artikel 1, lid 2, aanhef

    Artikel 1, lid 2, onder a) tot en met d)

    Artikel 1, lid 2, punten a) tot en met d)

    ________

    Artikel 1, lid 2, punt e)

    ________

    Artikel 1, lid 2, punt f)

    Artikel 1, lid 3

    ▌ ________

    ________

    Artikel 2

    Artikel 2

    Artikel 3

    Artikel 3

    Artikel 4

    Artikel 4

    Artikel 4 bis

    ________

    Artikel 5, inleidende formule

    Artikel 5, inleidende formulering

    Artikel 5, punt 1

    Artikel 5, punt 1

    Article 5, punt 2

    ________

    Artikel 5, punt 3

    Artikel 5, punten 3 en 4

    ________

    Artikel 5, punt 4 bis

    Artikel 5, punten 4 tot en met 7

    Artikel 5, punten 5 tot en met 7

    Artikel 6

    Artikel 6

    Artikel 7

    Artikel 7

    Artikel 8

    Artikel 8

    Artikel 9

    Artikel 9

    Artikel 10

    Artikel 10

    Artikel 11

    Artikel 11

    Artikel 12

    Artikel 12

    Artikel 13

    Artikel 13

    Artikel 14

    Artikel 14

    Artikel 15

    Artikel 15

    Artikel 16

    Artikel 16

    Artikel 17

    Artikel 17

    Artikel 18

    Artikel 18

    Artikel 19, punten 1 en 2

    Artikel 19, punt 1

    ________

    Artikel 19, punt 2

    Artikel 20

    Artikel 20

    Artikel 21

    Artikel 21

    Artikel 22 ▌

    Artikel 22 ▌

    Artikel 23, leden 1 en 2

    Artikel 23, leden 1 en 2

    ________

    Artikel 23, lid 3

    ________

    Artikel 23, leden 4 en 5

    Artikel 23, leden 3 en 4

    ▌ ________

    Article 23(5)

    Artikel 24

    Artikel 24, lid 1

    ________

    Artikel 24, lid 2

    ________

    Artikel 25

    Artikel 27

    Article 26

    Article 28

    Artikel 27, lid 1

    Artikel 29, lid 1

    ________

    Artikel 29, lid 2

    Artikel 27, lid 2

    Artikel 29, lid 3

    ________

    Artikel 28

    Artikel 30

    ________

    Artikel 29

    Artikel 32, lid 1

    ________

    Artikel 32, lid 2

    ________

    Artikel 32, lid 2 bis

    ________

    Artikel 32, lid 2 ter

    Artikel 30

    Artikel 33 lid 1) punten a en b

    ________

    Artikel 33, lid 1, tweede alinea

    ________

    Artikel 33, lid 2 ▌

    ________

    Artikel 34

    ________

    Artikel 34 bis

    Artikel 31

    Artikel 36

    Artikel 32

    Artikel 2, punt (a)

    Artikel 33

    Artikel 38 bis

    ________

    ________

    Artikel 39

    ________

    Artikel 39 ter

    ________

    Artikel 40

    ________

    Artikel 41

    ________

    Artikel 42

    ________

    Artikel 42 bis

    ________

    Artikel 44

    Artikel 34

    Artikel 48, lid 1, punten a) tot en met d)

    Artikel 35, lid 1

    Artikel 48, lid 1, punt e)

    Artikel 35, lid 2

    Artikel 48, lid 2

    Artikel 35, lid 3

    Artikel 48, lid 3

    Artikel 48, lid 4

    Artikel 36

    Artikel 64

    Artikel 37, lid 1

    Artikel 39 bis, punt a

    Artikel 38

    ________

    Artikel 39

    ▌________

    Artikel 40

    ________

    Artikel 41

    ▌________

    Artikel 42

    ▌________

    Artikel 43

    ▌________

    Artikel 44

    ▌________

    Artikel 45

    ▌________

    Artikel 46

    ▌________

    Artikel 47

    ▌________

    Artikel 48

    ▌________

    ▌________

    Artikel 50 bis

    ▌________

    Artikel 51

    ________

    Artikel 54

    ▌________

    Artikel 56

    ▌________

    Artikel 57

    ▌________

    Artikel 59

    ▌________

    Artikel 66

    Artikel 49

    Artikel 67

    Artikel 50

    ▌________

    Artikel 51

    Artikel 68

    Artikel 52

    ▌________

    Artikel 53

    ▌________

    Artikel 54

    Artikel 64 bis

    Artikel 55, lid 1

    ▌________

    Artikel 55, lid 2

    Artikel 39, lid 2, Artikel 51, lid 2 bis en Artikel 69

    ▌________

    ▌________

    Artikel 56

    Artikel 72

    Artikel 57, lid 1

    Artikel 70, lid 1

    Artikel 57, lid 2

    ________

    Artikel 57, lid 3

    Artikel 70, lid 2

    Artikel 57, lid 4

    Artikel 70, lid 3 en artikel 71bis

    Artikel 58

    Artikel 71 en artikel 71bis

    Artikel 59

    Artikel 73

    ▌________

    _______

    Artikel 60

    Artikel 74

    Artikel 61

    Artikel 75

    Artikel 62

    Artikel 2 bis

    Artikel 63

    _______

    Artikel 64

    _______

    Artikel 65

    Artikel 76, leden 1 en 2

    _______

    Artikel 76, lid 2 bis

    ▌________

    ▌________

    Artikel 66

    Artikel 77

    Artikel 67

    Artikel 78

    Artikel 68

    Artikel 79

    Artikel 69

    Artikel 80

    Artikel 70

    Artikel 81

    Artikel 71

    Artikel 82

    Artikel 72

    Artikel 83

    _______

    Artikel 84

    Artikel 73

    Artikel 19 bis

    Artikel 74, lid 1

    Artikel 87, lid 1, punten d, e en f, en Artikel 88, lid 1, punt a

    Artikel 74, lid 2

    Artikel 89

    _______

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    _______

    ▌________

    _______

    Artikel 90

    _______

    ▌________

    _______

    Artikel 92

    Artikel 75

    _______

    Artikel 76

    Artikel 93

    Bijlage V

    Bijlage I en bijlage II

    Annex VI

    Bijlage II

    _______

    Annex III

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    ▌________

    Or. en

    • [1]  PB C 218 van 23.7.2011, blz. 78.
    • [2]  PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.
    • [3] * Amendementen: nieuwe of gewijzigde tekst wordt in vet cursief weergegeven; schrappingen worden aangeduid met het symbool ▌.
    • [4]  PB C 218 van 23.7.2011, blz. 78.
    • [5]  Standpunt van het Europees Parlement van … [(PB …)] [(nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)] en besluit van de Raad van …
    • [6]  Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (COM(2009)0174).
    • [7]  PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.
    • [8]  PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.
    • [9]  PB L 299, 31.12.1972, blz. 32., PB L 304, 30.10.1978, blz. 1., PB L 388, 31.12.1982, blz. 1., PB L 285, 3.10.1989, blz. 1., PB C 15, 15.1.1997, blz. 1. Zie de geconsolideerde versie in PB C 27 van 26.1.1998, blz. 1.
    • [10]  PB L 319 van 25.11.1988, blz. 9.
    • [11]  PB L 120 van 5.5.2006, blz. 22.
    • [12]  PB L 147 van 10.6.2009, blz. 5.
    • [13]  PB L 7 van 10.1.2009, blz. 1.
    • [14]  PB L 74 van 27.3.1993, blz. 74.
    • [15]  PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45.
    • [16]  PB L 174 van 27.6.2001, blz. 1.
    • [17]  PB L 299 van 16.11.2005, blz. 62.
    • [18]  PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.
    • [19]  PB L 324 van 10.12.2007, blz. 79.
    • [20]  PB L 174 van 27.6.2001, blz. 25.
    • [21] * PB: Als datum invoegen - 12 maanden voor de datum waarop de verordening van toepassing wordt.
    • [22] * PB: Als datum invoegen - datum van inwerkingtreding van deze verordening.
    • [23] * PB: Als datum invoegen -: zeven jaar na de datum van toepassing van de verordening.
    • [24] * PB: Als datum invoegen – 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening.
    • [25] ** PB: Als datum invoegen – 12 maanden na de datum van toepassing van de verordening.
    • [26]  Gelieve het nodige aantal eisers toe te voegen indien de beslissing betrekking heeft op meer dan één eiser.
    • [27]  Gelieve het nodige aantal verweerders toe te voegen indien de beslissing betrekking heeft op meer dan één verweerder.
    • [28]             Als de beslissing niet is betekend aan de person(en) tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd tussen de afgiftedatum van het certificaat en de datum waarop de tenuitvoerleggingsprocedure in de aangezochte lidstaat wordt ingeleid, moet de beslissing vergezeld gaan van het certificaat wanneer dit overeenkomstig artikel 42 bis, wordt betekend aan de person(en) tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd.
    • [29]             Als het alleen gaat over de kosten van een geding waarin eerder is beslist, kan punt 4.6.1 worden opengelaten en verder worden gegaan met punt 4.7.
    • [30]             Indien meerdere personen tot betaling zijn gehouden, graag het aantal personen vermelden.
    • [31]  Graag aantal termijnen vermelden.
    • [32]  Graag aantal termijnen vermelden.
    • [33]             Dit betreft ook het geval dat de kosten in een afzonderlijke beslissing worden toegewezen.
    • [34]                Graag aantal personen vermelden.
    • [35]             Wanneer de kosten bij meerdere personen kunnen worden ingevorderd, graag het aandeel van ieder afzonderlijk aangeven.
    • [36]  Graag aantal perioden vermelden indien meer dan één.
    • [37]  Graag aantal perioden vermelden indien meer dan één.
    • [38]  Doorhalen in dit certificaat wat niet van toepassing is.
    • [39]  Graag aantal debiteurs vermelden.
    • [40]  Graag aantal debiteurs vermelden.
    • [41]  Graag aantal andere partijen invullen (indien van toepassing).
    • [42]  Indien meerdere personen tot betaling zijn gehouden, graag het aantal personen vermelden.
    • [43]  Graag aantal termijnen vermelden.
    • [44]  Graag aantal perioden vermelden indien meer dan één.
    • [45]  Graag aantal personen vermelden indien meer dan één.

    TOELICHTING

    Verordening nr. 44/2001 en haar voorloper, het Verdrag van Brussel, vormen één van de meest geslaagde onderdelen van het Europees recht. Deze verordening vormde mede de grondslag voor een Europees rechtsgebied, en heeft de burger en het bedrijfsleven reeds goede diensten bewezen door meer rechtszekerheid en grotere voorzienbaarheid van uitspraken te bieden. Tevens diende zij als referentie en hulpmiddel voor andere juridische instrumenten. De herschikking van deze verordening is dan ook van aanzienlijk belang. Het doet de rapporteur genoegen dat met de medewetgever overeenstemming is bereikt over de volgende punten.

    1. Afschaffing van het exequatur

    In plaats van een exequatur stelt de Commissie voor dat een beslissing die uitvoerbaar is in de lidstaat van herkomst ook elders in de EU uitvoerbaar moet zijn, tegen overlegging van een door het gerecht van oorsprong af te geven authentiek afschrift en een certificaat, opgemaakt in de voorgeschreven vorm, zodat geen tussenprocedure meer nodig is. Vervolgens kan de tenuitvoerlegging plaatsvinden alsof de beslissing afkomstig was van een gerecht in de lidstaat van tenuitvoerlegging.

    Indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, in de procedure verstek had laten gaan, kan hij de gerechten van de lidstaat van herkomst verzoeken om heroverweging van de beslissing op grond dat a) het stuk dat de procedure inleidt niet tijdig en op zodanige wijze als met het oog op zijn verdediging nodig was, aan hem is betekend of meegedeeld, of b) hij de vordering niet heeft kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden, buiten zijn schuld, tenzij hij de beslissing niet heeft aangevochten terwijl hij daartoe de mogelijkheid had.

    Bovendien kan de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, de gerechten van de lidstaat van tenuitvoerlegging vragen, de tenuitvoerlegging te weigeren wanneer de fundamentele beginselen van een eerlijk proces die tenuitvoerlegging verbieden.

    De Commissie wil voorstellen om het thans bestaande recht om erkenning of tenuitvoerlegging op grond van strijd met de openbare orde van de lidstaat van erkenning of tenuitvoerlegging aan te vechten, af te schaffen en te vervangen door de beperkter grond van eerlijk proces. Voorts zou er, afgezien van een zeer beperkte uitzondering, geen heroverweging van de uitspraak van het gerecht van herkomst meer mogelijk zijn, zelfs niet onder de beperkte omstandigheden die thans nog in de Brussel I verordening worden genoemd (niet-naleving van vereisten voor consumenten- en verzekeringszaken of van exclusieve bevoegdheidsregels).

    De commissie is van oordeel dat een materiële of procedurele uitzondering op grond van openbare orde nog steeds nodig is. Een dergelijke uitzondering kan nodig zijn met het oog op internationale verplichtingen van de lidstaten en ook de Rome I- en Rome II-verordeningen kennen uitzonderingen voor openbare orde en dwingendrechtelijke bepalingen. Een lidstaat waar een procedure dient, heeft het recht zijn fundamentele waarden te beschermen; daarom moet dat ook gelden voor een lidstaat waar de tenuitvoerlegging van een vreemd vonnis wordt gevorderd.

    De Commissie noemt in haar voorstel evenwel twee categorieën van beslissingen voor de tenuitvoerlegging waarvan een aan de wederparij te betekenen uitvoerbaarheidsverklaring nodig blijft, (waartegen die wederpartij verzet kan aantekenen op beperkte gronden, dezelfde als genoemd in artikel 34 van de huidige Brussel I-verordening), namelijk beslissingen met betrekking tot niet-contractuele verbintenissen die voortvloeien uit een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of op de persoonlijkheidsrechten, waaronder begrepen smaad, en beslissingen in collectieve procedures ter vergoeding van schade die een groep gelaedeerden heeft geleden als gevolg van onrechtmatige handelspraktijken die aan bepaalde voorwaarden voldoen.

    De Commissie juridische zaken acht het daarentegen omwille van de rechtszekerheid beter als er geen uitzonderingen worden gemaakt. Dit standpunt vindt ook steun binnen de Raad.

    2. Uitbreiding van bevoegdheidsregels tot geschillen met verweerders die woonplaats hebben buiten de EU

    De Commissie stelt voor dat de bevoegdheidsregels van de verordening met verplichte werking worden toegepast op verweerders uit derde landen, met terzijdestelling van de thans in de lidstaten bestaande gronden voor bevoegdheid in zulke gevallen. Ter compensatie van de daardoor verminderde toegankelijkheid van de gerechten in veel lidstaten, en van het wegvallen van de algemene, op de woonplaats gebaseerde bevoegdheidsgrond, stelt de Commissie ook voor, dat het gerecht van een lidstaat waar aan verweerder toebehorende roerende activa zich bevinden bevoegd is, mits 1) geen ander gerecht in een lidstaat bevoegd is op grond van de eerdere regels van de verordening, 2) de waarde van die activa niet buiten verhouding staat tot de waarde van de vordering en 3) het geschil voldoende nauw verbonden is met de lidstaat van het aangezochte gerecht.

    Voor uitzonderlijke gevallen wordt voorgesteld te voorzien in een forum necessitatis, d.w.z. de mogelijkheid een zaak voor de gerechten van een lidstaat te brengen waarmee het geschil voldoende nauw verbonden is, als het recht op een onpartijdig gerecht of het recht van toegang tot de rechter dit vereist, en wanneer geen ander gerecht in een lidstaat op grond van de eerdere regels van de verordening bevoegd is. Met name is dit mogelijk (a) indien in een derde land waarmee het geschil nauw verbonden is, redelijkerwijs geen procedure aanhangig kan worden gemaakt of gevoerd, of een procedure daar onmogelijk blijkt, of (b) indien een in een derde land gegeven beslissing over de vordering niet in aanmerking zou komen voor erkenning en tenuitvoerlegging in de lidstaat van het aangezochte gerecht overeenkomstig het recht van die lidstaat en een dergelijke erkenning en tenuitvoerlegging nodig is voor de handhaving van de rechten van de eiser.

    De commissie houdt vast aan het standpunt van het Parlement zoals verwoord in zijn resolutie over het Groenboek, dat de vraag of de regels van de verordening op die manier moeten worden uitgebreid, een brede raadpleging en uitvoerig politiek debat vereist. In dit stadium wordt daarom voorgesteld in de verordening regels op te nemen ter invoering van alleen gedeeltelijke terugwerkende kracht voor geschillen op gebied van arbeidsovereenkomsten, en consumenten- en verzekeringsovereenkomsten om de zwakkere partij in deze situaties te beschermen.

    3. Jurisdictiebedingen

    Forumkeuzeovereenkomsten doeltreffender te maken door te bepalen dat het door partijen voor beslechting van hun geschil aangewezen gerecht altijd voorrang heeft, ongeacht of het het eerste dan wel het tweede aangezochte gerecht is, lijkt een werkbare oplossing. Artikel 32, lid 2, bepaalt dat wanneer een in artikel 23 bedoelde overeenkomst een gerecht of de gerechten van een lidstaat bij uitsluiting bevoegd maakt, de gerechten van andere lidstaten niet bevoegd zijn voor het geschil totdat het(de) in de overeenkomst aangewezen gerecht(en) zich onbevoegd heeft(hebben) verklaard. Bovendien geldt de lis pendens-bepaling van artikel 29 van de voorgestelde verordening "onverminderd artikel 32, lid 2". In overweging 19 heet het dat de doeltreffendheid van forumkeuzeovereenkomsten moet worden verbeterd "om misbruik van procesrecht te voorkomen". In de verordening, zo gaat deze overweging verder, "moet worden bepaald dat het in de forumkeuzeovereenkomst aangewezen gerecht bij voorrang beslist over zijn bevoegdheid, ongeacht of dat gerecht als eerste dan wel na een ander gerecht is aangezocht". Voorts wordt in artikel 23, lid 1, de toekenning van bevoegdheid aan het gekozen gerecht thans genuanceerd met de woorden "tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat substantieel nietig is".

    4. Arbitrale bedingen

    De Commissie stelt dat de doeltreffendheid van arbitrageovereenkomsten moet worden verbeterd om ten volle uitvoering te geven aan de wil van de partijen. Dit moet met name het geval zijn wanneer de overeengekomen of aangewezen plaats van arbitrage in een lidstaat is gelegen. Zij pleit daarom voor bijzondere regels die ten doel hebben parallelle procedures en misbruik van procesrecht in dergelijke gevallen te voorkomen.

    Op dit punt houdt de commissie vast aan het standpunt van het Parlement zoals verwoord in zijn resolutie over het Groenboek: arbitrage is op een bevredigende manier geregeld door het verdrag van New York van 1958 en het verdrag van Genève van 1961. Alle lidstaten zijn partij bij die overeenkomsten; daarom moet de uitsluiting van arbitrage van het toepassingsgebied van de verordening gehandhaafd blijven. In overweging 11 en volgende wordt dit nader toegelicht.

    5. Andere vragen

    De commissie erkent dat er op het punt van voorlopige maatregelen verbeteringen zijn aangebracht.

    De commissie kan zich vinden in het voorstel om een gerecht van een lidstaat de mogelijkheid te geven de zaak aan te houden in geval van aanhangigheid waarbij een geschil tussen beide partijen en met hetzelfde voorwerp het eerst voor een gerecht van een derde staat is aangebracht.

    6. Conclusie

    Concluderend is de Commissie juridische zaken ingenomen met het compromis dat met de Raad is bereikt, omdat het op alle belangrijke punten aan het standpunt van het Parlement beantwoordt. Met de herschikte verordening worden een aantal problemen die zich de afgelopen tien jaar op dit terrein hebben voorgedaan, gladgestreken en de afschaffing van het exequatur voor alle beslissingen in burgerlijke en handelszaken is een aanzienlijke stap vooruit waar het gaat om toegang tot de rechtsbedeling voor burgers en ondernemingen.

    BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

     

     

     

     

    ADVIESGROEP VAN DE

    JURIDISCHE DIENSTEN

    Brussel, 8 maart 2011

    ADVIES

                                                        AAN HET EUROPEES PARLEMENT

                                                                  DE RAAD

                                                                  DE COMMISSIE

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)

    COM(2010)0748 van 14.12.2010 – 2010/0383(COD)

    Gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en in het bijzonder punt 9, is de adviesgroep bestaande uit de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 13 januari en 11 februari 2011 bijeengekomen om o.a. bovengenoemd voorstel van de Commissie te behandelen.

    In die vergaderingen[1] heeft de adviesgroep, na bestudering van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot herschikking van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 over de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, in onderlinge overeenstemming het volgende vastgesteld.

    1) Wat de toelichting betreft: wil deze volledig in overeenstemming met de voorschriften van het Interinstitutioneel Akkoord zijn geredigeerd, dan moet hierin worden aangegeven welke bepalingen van de eerdere handeling ongewijzigd zijn gebleven, overeenkomstig punt 6 (a) (iii) van dat akkoord.

    2) Onderstaande delen van de tekst van het voorstel hadden moeten worden gemarkeerd met de grijze schaduwletter die in de regel wordt gebruikt om inhoudelijke wijzigingen aan te geven:

    - in het eerste visum, de woorden "en e) ";

    - de tweede zin in overweging 10;

    - in artikel 47, lid 1, de woorden "over in artikel 37, lid 3, bedoelde aangelegenheden".

    3) In artikel 28, lid 2, moet de verwijzing naar "lid 2" worden veranderd in "lid 1".

    4) In artikel 47, lid 2, (2), moeten de woorden "artikelen 50 tot en met 63" worden veranderd in "artikelen 50 tot en met 65, 67, 68 en 72".

    5) In artikel 64, moeten de zinsneden "in een lidstaat gegeven" en "in de lidstaat waar erkenning, uitvoerbaarheid of tenuitvoerlegging wordt gevraagd" met aanpassingstekens worden gemarkeerd.

    Bijgevolg is de adviesgroep na bestudering van het voorstel unaniem tot de conclusie gekomen dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan in het voorstel of in het onderhavige advies als zodanig worden aangemerkt. De adviesgroep is met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere wetgeving met de genoemde inhoudelijke wijzigingen ook tot de conclusie gekomen dat het voorstel een loutere codificatie bevat van de bestaande teksten, zonder enige inhoudelijke wijziging.

    C. PENNERA                                  H. LEGAL                            L. ROMERO REQUENA

    Juridisch adviseur                               Juridisch adviseur                    Directeur-generaal

    • [1]  De adviesgroep beschikte over de Engelse, Franse en Duitse taalversies van het voorstel en heeft haar beoordeling uitgevoerd op basis van de Engelse versie, aangezien de tekst in kwestie oorspronkelijk in deze taal gesteld was.

    ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (10.11.2011)

    aan de Commissie juridische zaken

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)
    (COM(2010)0748 – C7‑0433/2010 – 2010/0383(COD))

    Rapporteur voor advies: Evelyn Regner

    BEKNOPTE MOTIVERING

    is van mening dat er een nieuwe afdeling over de rechterlijke bevoegdheid inzake collectieve actie bij arbeidsconflicten in de verordening moet worden geïntroduceerd. In het verleden hebben een aantal HvJ-zaken, met name de Viking-zaak, aangetoond dat hier ruimte wordt gelaten voor "forum shopping" inzake rechterlijke bevoegdheid. Wegens het ontbreken van rechtsbevoegdheid inzake collectieve actie bij arbeidsconflicten werd een Britse rechtbank aangesteld om een uitspraak te doen over een collectieve actie die in Finland had plaatsgegrepen. Zo worden civielrechtelijke besluiten genomen door rechtbanken in lidstaten die geen enkele band hebben met de collectieve actie. Dit druist in tegen de geest en de doelstellingen van deze verordening. De bevoegdheid om in dergelijke zaken een uitspraak te doen moet gaan naar de rechtbanken van de lidstaten die de nauwste band hebben met de collectieve actie – en dat is uiteraard de lidstaat waar de collectieve actie heeft plaatsgehad.

    wenst dat de exequaturprocedure afgeschaft wordt, maar denkt dat daarvan pas sprake kan zijn wanneer gegarandeerd wordt dat daar strikte waarborgen tegenover staan die sterk genoeg zijn om de rechten van de verliezende partij te beschermen en ervoor te zorgen dat de grondrechten volledig worden gerespecteerd;

    vindt ondertussen dat de regels van de Gemeenschap over de exclusieve bevoegdheid voor zakelijke rechten op onroerend goed of het gebruik van onroerend goed, uitgebreid kunnen worden tot procedures die in een derde land ingeleid worden; bevoegdheidsregels voor consumenten en werknemers dienen ook te gelden ten aanzien van ondernemingen in derde landen;

    AMENDEMENTEN

    De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 1 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (1 bis) Verordening (EG) nr. 44/2001 is van kracht geworden in maart 2002. Acht jaar later heeft de Commissie onderzocht hoe de verordening in de praktijk werkt en welke wijzigingen er nodig zijn. Deze herschikking zal de toegang tot de rechter verbeteren, onder meer doordat het mogelijk wordt voor werknemers om op het gebied van het arbeidsrecht vorderingen in te stellen tegen meerdere verweerders op grond van artikel 6, punt 1. Deze mogelijkheid was reeds opgenomen in het verdrag van Brussel van 1968. De heropneming van deze mogelijkheid in de verordening zal ten goede komen aan werknemers die vorderingen wensen in te stellen tegen gezamenlijke werkgevers die in verschillende lidstaten zijn gevestigd.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 1 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (1 ter) Hierdoor wordt rechtsbevoegdheid inzake collectieve actie bij arbeidsconflicten in het leven geroepen om "forum shopping" te voorkomen en te zorgen voor overeenstemming met Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ("Rome II"); als bevoegd gerecht moet worden aangewezen het gerecht van de lidstaat waar de actie heeft plaatsgevonden;

     

    _______________

     

    1 PB L 199 van 31.7.2007, blz. 40.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 22 – punt 1 – letter a bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    a bis) voor procedures die betrekking hebben op collectieve acties die in een bepaalde lidstaat hebben plaatsgevonden, zijn de gerechten van deze lidstaat bevoegd;

    Motivering

    Volgens overweging 7 van Rome II moet er overeenstemming zijn tussen deze instrumenten van het gemeenschapsrecht die het toepasselijk recht en de rechterlijke bevoegdheid regelen. In Brussel I moet een rechterlijke bevoegdheid worden geïntroduceerd die overeenkomt met artikel 9 van Rome II om "forum shopping" te voorkomen. Indien er verscheidene verweerders zijn (collectieve actie) kan een onderneming nog steeds de rechtsbevoegdheid kiezen die gunstiger lijkt voor haar belangen, wat niet in overeenstemming is met de doelstellingen van Brussel I.

    PROCEDURE

    Titel

    De rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0748 – C7-0433/2010 – 2010/0383(COD)

    Commissie ten principale

     Datum bekendmaking

    JURI

    18.1.2011

     

     

     

    Medeadviserende commissie(s)

     Datum bekendmaking

    EMPL

    15.9.2011

     

     

     

    Rapporteur(s)

     Datum benoeming

    Evelyn Regner

    7.7.2011

     

     

     

    Behandeling in de commissie

    12.9.2011

    5.10.2011

    7.11.2011

     

    Datum goedkeuring

    7.11.2011

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    20

    15

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Edit Bauer, Jean-Luc Bennahmias, Pervenche Berès, Philippe Boulland, Milan Cabrnoch, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Frédéric Daerden, Karima Delli, Frank Engel, Richard Falbr, Marian Harkin, Roger Helmer, Liisa Jaakonsaari, Ádám Kósa, Veronica Lope Fontagné, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Siiri Oviir, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Elisabeth Schroedter, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu, Andrea Zanoni

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Georges Bach, Raffaele Baldassarre, Edite Estrela, Julie Girling, Richard Howitt, Ria Oomen-Ruijten, Antigoni Papadopoulou, Emilie Turunen

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Catherine Bearder

    PROCEDURE

    Titel

    De rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0748 – C7-0433/2010 – 2010/0383(COD)

    Datum indiening bij EP

    14.12.2010

     

     

     

    Commissie ten principale

     Datum bekendmaking

    JURI

    18.1.2011

     

     

     

    Medeadviserende commissie(s)

     Datum bekendmaking

    EMPL

    15.9.2011

     

     

     

    Rapporteur(s)

     Datum benoeming

    Tadeusz Zwiefka

    28.2.2011

     

     

     

    Behandeling in de commissie

    24.5.2011

    11.7.2011

    22.11.2011

     

    Datum goedkeuring

    11.10.2012

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    20

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Luigi Berlinguer, Sebastian Valentin Bodu, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Gerald Häfner, Sajjad Karim, Klaus-Heiner Lehne, Antonio Masip Hidalgo, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Rebecca Taylor, Alexandra Thein, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Piotr Borys, Eva Lichtenberger, Axel Voss

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Sylvie Guillaume, Salvatore Tatarella

    Datum indiening

    15.10.2012