Procedure : 2011/0454(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0385/2012

Ingediende teksten :

A7-0385/2012

Debatten :

PV 14/01/2014 - 13
CRE 14/01/2014 - 13

Stemmingen :

PV 15/01/2014 - 10.13
CRE 15/01/2014 - 10.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0029

VERSLAG     ***I
PDF 586kWORD 421k
19.11.2012
PE 496.377v02-00 A7-0385/2012

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het programma Hercules III ter bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

(COM(2011)0914 – C7‑0513/2011 – 2011/0454(COD))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Monica Luisa Macovei

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het programma Hercules III ter bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

(COM(2011)0914 – C7‑0513/2011 – 2011/0454(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0914),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0513/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van de Rekenkamer van 15 mei 2012(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0385/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  wijst erop dat de in het wetgevingsvoorstel genoemde financiële middelen slechts een indicatie voor de wetgevingsautoriteit vormen en dat deze niet kunnen worden vastgesteld zolang er geen overeenstemming is bereikt over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020;

3.  herinnert aan zijn resolutie van 8 juni 2011 over "Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa(2); herhaalt dat in het volgende MFK voldoende aanvullende financiële middelen ter beschikking moeten worden gesteld om de Unie in staat te stellen uitvoering te geven aan haar huidige beleidsprioriteiten en de nieuwe taken zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon, alsook in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen; wijst erop dat, zelfs indien het niveau van de middelen van het volgende MFK ten minste met 5% toeneemt ten opzichte van het niveau van 2013, slechts een bescheiden bijdrage kan worden geleverd aan de verwezenlijking van de afgesproken doelstellingen en toezeggingen van de Unie en het solidariteitsbeginsel van de Unie; verzoekt de Raad, indien hij het niet eens is met deze visie, duidelijk aan te geven welke van zijn beleidsprioriteiten of projecten kunnen komen te vervallen, ondanks de bewezen Europese meerwaarde ervan;

4.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De Unie en de lidstaten stellen zich ten doel fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten. De lidstaten dienen samen met de Commissie met name een nauwe en regelmatige samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten te organiseren.

(1) De Unie en de lidstaten stellen zich ten doel fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten. Teneinde het langetermijneffect van de uitgaven te vergroten en overlapping te voorkomen, moet worden gezorgd voor een nauwe en regelmatige samenwerking en coördinatie binnen de diensten van de Commissie, tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en tussen de diensten van de Commissie en de bevoegde autoriteiten.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Activiteiten die gericht zijn op betere informatievoorziening, speciale opleiding of technische en wetenschappelijke bijstand dragen sterk bij tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie, alsook tot de totstandbrenging van gelijkwaardige bescherming in de hele Unie.

(2) Activiteiten die gericht zijn op betere informatievoorziening, speciale opleiding of technische en wetenschappelijke bijstand dragen sterk bij tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie, alsook tot de totstandbrenging van gelijkwaardige bescherming in de hele Unie. De toewijzing van middelen aan de diverse toegangspunten tot de Unie dient op risico te zijn gebaseerd en de toewijzingsmechanismen moeten snel aan veranderende omstandigheden kunnen worden aangepast.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Eerdere steun voor dergelijke initiatieven heeft een impuls gegeven aan de activiteiten van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. De doelstellingen van het programma Hercules voor de periodes 2004-2006 en 2007-2013 zijn met succes verwezenlijkt.

(3) Eerdere steun voor dergelijke initiatieven heeft een impuls gegeven aan de activiteiten van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De Commissie heeft een evaluatie uitgevoerd van de resultaten van het Hercules II-programma waarin de input en de output van het programma worden vermeld. De Commissie dient te waarborgen dat vóór het einde van 2014 een extern onafhankelijk verslag verschijnt betreffende het volledige effect van het Hercules II-programma en de verwezenlijking van de doelstellingen van dat programma. De uitkomsten van dit verslag moeten worden gebruikt om de uitvoering van het Hercules III-programma (het Programma) aan te passen en te verbeteren.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Er dient een nieuw programma te worden vastgesteld om de activiteiten die op het niveau van de Unie en van de lidstaten worden ontplooid om fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten, tegen te gaan, voort te zetten en verder te ontwikkelen, waarbij ook de nieuwe uitdagingen in het kader van de begrotingsdiscipline in acht moeten worden genomen.

(5) Er dient op basis van een analyse van het bestaande programma een nieuw programma met verbeterde prestatie-indicatoren te worden vastgesteld om de activiteiten die op het niveau van de Unie en van de lidstaten worden ontplooid om fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten, tegen te gaan, voort te zetten en verder te ontwikkelen, waarbij ook de nieuwe uitdagingen in het kader van de begrotingsdiscipline in acht moeten worden genomen. Er moet worden voorzien in voldoende flexibiliteit ten aanzien van het medefinancieringspercentage in het geval van kwetsbare lidstaten en lidstaten met een verhoogd risico.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) De Commissie dient het Europees Parlement en de Raad een onafhankelijk tussentijds verslag voor te leggen over de uitvoering van dit programma, evenals een eindverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

(9) De Commissie dient het Europees Parlement en de Raad een onafhankelijk tussentijds verslag voor te leggen over de uitvoering van het Programma, evenals een eindverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. De Commissie dient het Europees Parlement en de Raad bovendien jaarlijks informatie te verstrekken over de jaarlijkse tenuitvoerlegging van het Programma, met inbegrip van resultaten van de gefinancierde acties en informatie over de consistentie en complementariteit ten opzichte van andere programma´s en activiteiten op Unieniveau.

Motivering

Met het oog op de verbetering van de transparantie dient de Commissie het Europees Parlement voldoende informatie te verstrekken over de jaarlijkse tenuitvoerlegging.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Deze verordening voldoet aan de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. Het programma Hercules III vergemakkelijkt de samenwerking tussen de lidstaten en tussen de Commissie en de lidstaten teneinde de financiële belangen van de Unie te beschermen, zonder evenwel afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van de lidstaten en door middelen efficiënter te gebruiken dan op nationaal niveau mogelijk zou zijn. Actie op EU-niveau is geboden en gerechtvaardigd, aangezien het de lidstaten duidelijk collectief ondersteunt bij de bescherming van de begrotingen van de EU en de lidstaten en het gebruik van gemeenschappelijke EU-structuren ter verbetering van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten bevordert.

(10) Deze verordening voldoet aan de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. Het Programma vergemakkelijkt de samenwerking tussen de lidstaten en tussen de Commissie en de lidstaten teneinde de financiële belangen van de Unie te beschermen, door middelen efficiënter te gebruiken dan op nationaal niveau mogelijk zou zijn. Actie op EU-niveau is geboden en gerechtvaardigd, aangezien het de lidstaten duidelijk collectief ondersteunt bij de bescherming van de begrotingen van de EU en de lidstaten en het gebruik van gemeenschappelijke EU-structuren ter verbetering van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten bevordert. Het Programma mag evenwel geen afbreuk doen aan de verantwoordelijkheden van de lidstaten.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) De financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd door middel van proportionele maatregelen in de volledige uitgavencyclus, inclusief de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede middelen en, in voorkomend geval, de oplegging van administratieve en financiële sancties overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de jaarlijkse begroting van de Unie1.

 

_____________

 

1 PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

Motivering

Er moet een speciale standaardclausule in de wetgevingshandeling worden opgenomen.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) Om te zorgen voor een gedetailleerd doch flexibel uitvoeringskader, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de herziening van de operationele doelstellingen en de algemene toewijzing van middelen, de vaststelling van kernprestatie-indicatoren en subsidiabele acties, de vaststelling van criteria ter omschrijving van kwetsbare en risicovolle lidstaten ten aanzien van medefinanciering, en de aanpassing of herziening van de meerjarenplannen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, onder meer op deskundigenniveau. Bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen moet de Commissie ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze naar het Europees Parlement en de Raad worden gezonden.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) De Commissie dient de jaarlijkse werkprogramma's vast te stellen met de prioriteiten, de verdeling van de begrotingsmiddelen en de evaluatiecriteria voor de subsidies voor acties. Teneinde uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend.

(12) De Commissie dient de jaarlijkse werkprogramma's vast te stellen met bijzonderheden betreffende de uitvoering van het meerjarige werkplan en indicatieve tijdschema’s voor de oproep tot het indienen van voorstellen voor de door het meerjarige werkplan bestreken periode. Het meerjarige werkprogramma bevat tevens een beschrijving van de te financieren acties, evenals een indicatie van het aan elke actie toegewezen bedrag, een indicatief tijdschema voor de uitvoering, het maximale medefinancieringspercentage voor subsidies en een jaarlijkse evaluatie van de lidstaten die als kwetsbaar en risicovol kunnen worden beschouwd; De Commissie moet specifieke kernprestatie-indicatoren ontwikkelen, met onder meer uitleg over het verband tussen jaarlijkse terugvorderingen van gesmokkelde of nagemaakte producten en de steun die in het kader van het Programma wordt geboden. Deze indicatoren moeten streefdoelen en ondergrenzen bevatten om de behaalde resultaten te kunnen beoordelen. Opleidingsactiviteiten moeten in overeenstemming met de SMART-technologie worden georganiseerd, zodat het effect ervan nauwkeuriger kan worden gemeten.

Motivering

De Commissie dient meetbare indicatoren te ontwikkelen teneinde de resultaten te meten.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de versterking van de transnationale samenwerking op het niveau van de Unie en met name tot de doeltreffendheid van de grensoverschrijdende operaties;

(b) de versterking van de transnationale samenwerking en coördinatie op het niveau van de Unie en met name tot de doeltreffendheid en efficiëntie van de grensoverschrijdende operaties;

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) een verbeterde transparantie bij het gebruik van de fondsen in verband met de bescherming van de financiële belangen van de Unie, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten;

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) een intensievere samenwerking en coördinatie binnen de diensten van de Commissie, tussen de Commissie en de lidstaten en tussen de verschillende lidstaten.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het is de algemene doelstelling van het programma de financiële belangen van de Unie te beschermen en zodoende het concurrentievermogen van de Europese economie op te voeren en de belastinggelden te beschermen.

Het is de algemene doelstelling van het Programma de financiële belangen van de Unie te beschermen en zodoende het concurrentievermogen van de Europese economie en de samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie op te voeren, en de belastinggelden te beschermen.

Motivering

De samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie moet worden vergroot.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie ontwikkelt kernprestatie-indicatoren, inclusief streefdoelen en ondergrenzen, teneinde de doeltreffendheid van het Programma en met name de specifieke doelstelling ervan te beoordelen.

Motivering

De Commissie dient meetbare indicatoren te ontwikkelen teneinde de resultaten te meten.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van kernprestatie-indicatoren.

Motivering

De Commissie stelt kernprestatie-indicatoren vast door middel van gedelegeerde handelingen.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verwezenlijking van deze doelstelling wordt onder meer afgemeten aan de bedragen die zijn teruggevorderd naar aanleiding van bij gezamenlijke acties en grensoverschrijdende operaties ontdekte fraudegevallen, de stijging van het percentage geslaagde gezamenlijke operaties en de toename van het aantal gevallen waarin de autoriteiten tot strafrechtelijk onderzoek zijn overgegaan.

De verwezenlijking van de specifieke doelstelling wordt, met inachtneming van de kernprestatie-indicatoren, onder meer afgemeten aan de hoeveelheid inbeslagnames, confiscaties en bedragen die zijn teruggevorderd naar aanleiding van bij gezamenlijke acties en grensoverschrijdende operaties ontdekte fraudegevallen, de meerwaarde en het doeltreffende gebruik van technische apparatuur die uit hoofde van deze verordening wordt gefinancierd, de toename van de uitwisseling van informatie over de met het technisch materiaal behaalde resultaten, de toename van gespecialiseerde opleiding en de stijging van het aantal en het type opleidingsactiviteiten, alsmede hun directe en indirecte effect op de opsporing, inbeslagname, confiscatie en terugvordering van gesmokkelde en nagemaakte producten.

Motivering

De Commissie dient meetbare indicatoren te ontwikkelen teneinde de resultaten te meten.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de wijziging van de operationele doelstellingen van het Programma, zoals vermeld in artikel 4 bis.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de algemene toewijzing van middelen aan de operationele doelstellingen van het Programma, zoals vermeld in artikel 4 bis, en de omschrijving van operationele doelstellingen voor het gebruik van niet-toegewezen middelen, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

Motivering

De algemene toewijzing van middelen met betrekking tot de operationele doelstellingen wordt nu vastgesteld krachtens de medebeslissingsprocedure. Het amendement biedt de flexibiliteit om met behulp van gedelegeerde handelingen wijzigingen aan te brengen.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Operationele doelstellingen van het Programma

 

De operationele doelstellingen van het Programma zijn:

 

a) het verder verbeteren van de preventie van en het onderzoek naar fraude en andere onwettige activiteiten, door bevordering van transnationale en multidisciplinaire samenwerking;

 

b) de financiële belangen van de Unie krachtiger beschermen tegen fraude, door de uitwisseling van informatie, ervaringen en optimale werkwijzen te vergemakkelijken, met inbegrip van personeelsuitwisselingen;

 

c) de bestrijding van fraude en andere onwettige activiteiten opvoeren door nationale onderzoeken, met name die van douane- en rechtshandhavingsautoriteiten, technisch en operationeel te ondersteunen;

 

d) ervoor zorgen dat de financiële belangen van de Unie minder aan fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten blootstaan dan thans het geval is, om de ontwikkeling van een illegale economie tegen te gaan op belangrijke risicogebieden als georganiseerde fraude, smokkel en namaak, met name van sigaretten;

 

e) de ontwikkeling van de specifieke wettelijke en justitiële bescherming van de financiële belangen tegen fraude stimuleren door vergelijkende wetgevingsanalyse te bevorderen.

Motivering

Deze tekst kan beter in een artikel dan in een bijlage worden opgenomen.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Vertegenwoordigers van landen die deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces voor de landen van Zuidoost-Europa, de Russische Federatie en bepaalde landen waarmee de Unie een overeenkomst voor wederzijdse bijstand in fraudegerelateerde zaken heeft gesloten, en vertegenwoordigers van internationale en andere relevantie organisaties, kunnen deelnemen aan de in het kader van het programma georganiseerde activiteiten, voor zover dit nuttig is voor de verwezenlijking van de in de artikelen 3 en 4 genoemde doelstellingen. Deze vertegenwoordigers worden gekozen op grond van hun vaardigheden, ervaring en kennis met betrekking tot de specifieke activiteiten.

3. Vertegenwoordigers van landen die deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces voor de landen van Zuidoost-Europa, de Russische Federatie en bepaalde landen en vertegenwoordigers van internationale overheidsorganisaties waarmee de Unie een overeenkomst voor wederzijdse bijstand in fraudegerelateerde zaken heeft gesloten, kunnen deelnemen aan de in het kader van het Programma georganiseerde activiteiten, voor zover dit nuttig is voor de verwezenlijking van de in de artikelen 3 en 4 genoemde doelstellingen. Deze vertegenwoordigers nemen aan het Programma deel overeenkomstig de relevante bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

Motivering

De deelname moet in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van het financieel reglement.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van het programma kan onder de in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma vastgestelde voorwaarden financiële steun worden verleend voor de volgende acties:

In het kader van het programma kan onder de in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma vastgestelde voorwaarden passende financiële steun worden verleend voor de volgende acties:

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter a – streepje 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– het opvoeren van de gegevensuitwisseling, het ontwikkelen en aanbieden van IT-instrumenten voor onderzoek, en het toezien op inlichtingenwerk.

– het opvoeren van de gegevensuitwisseling, onder meer tussen de lidstaten en de Commissie, het ontwikkelen en aanbieden van IT-instrumenten voor onderzoek, en het toezien op inlichtingenwerk;

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter a – streepje 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

– het verstrekken van financiering in verband met de kosten voor onderhoud van technische apparatuur die uit hoofde van het Programma is gekocht;

Motivering

Het onderhoud van sommige soorten technische apparatuur, zoals scanners, kan zeer kostbaar zijn; daarom moet in het kader van de subsidiabele acties in een bepaling worden voorzien.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) organisatie van speciale opleidingen, workshops risicoanalyse en conferenties, gericht op:

(b) organisatie van gerichte speciale opleidingen, workshops risicoanalyse en, in voorkomend geval, conferenties, gericht op:

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter b – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– uitwisseling van ervaringen door de betrokken autoriteiten van de lidstaten en van de in artikel 6, lid 2, bedoelde derde landen en door vertegenwoordigers van de in artikel 6, lid 3, genoemde internationale organisaties, waaronder speciale diensten voor rechtshandhaving;

– uitwisseling van ervaringen en optimale werkwijzen tussen de betrokken autoriteiten van de lidstaten en de in artikel 6, lid 2, bedoelde derde landen, waaronder speciale diensten voor rechtshandhaving, en tussen vertegenwoordigers van de in artikel 6, lid 3, genoemde internationale overheidsorganisaties;

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter b – streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– ontwikkeling van belangrijke onderzoeksactiviteiten, zoals studies;

ontwikkeling van ambitieuze onderzoeksactiviteiten, waaronder rechtsvergelijkend onderzoek;

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Overeenkomstig artikel 3 wordt de door het Programma medegefinancierde apparatuur uitsluitend gebruikt ter bescherming van de financiële belangen van de Unie;

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie zorgt ervoor dat mogelijke overlappingen tussen verschillende door het Programma medegefinancierde systemen en databanken worden vermeden.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende amendementen op dit artikel teneinde rekening te houden met specifieke kernprestatie-indicatoren en met ontwikkelingen die niet waren voorzien op het moment van goedkeuring van deze verordening.

Motivering

Het amendement waarborgt dat over subsidiabele acties wordt besloten krachtens de medebeslissingsprocedure en dat, indien meer wijzigingen nodig zijn, deze via gedelegeerde handelingen hun beslag krijgen. Het amendement bevordert flexibiliteit.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma over de periode 2014-2020 bedragen 110 000 000 EUR in lopende prijzen.

Overeenkomstig punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer wordt het indicatieve bedrag aan financiële middelen voor de uitvoering van dit programma over de periode 2014-2020, dat voor de begrotingsautoriteit in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het referentiepunt vormt, vastgesteld op 110 000 000 EUR in lopende prijzen. De jaarlijkse kredieten worden goedgekeurd door de begrotingsautoriteit.

Motivering

Hiermee wordt de rol van de begrotingsautoriteit benadrukt.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) subsidies,

a) subsidies, onder meer voor het onderhoud van in het kader van het Programma aangekochte technische apparatuur;

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De begunstigden van het Programma verstrekken op verzoek van de Commissie gedetailleerde gegevens over hun in het kader van het Programma gefinancierde activiteiten, teneinde de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, alsook de doeltreffendheid en de efficiëntie van het Programma te beoordelen overeenkomstig artikel 11.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Het cofinancieringspercentage voor in het kader van het programma toegekende subsidies bedraagt niet meer dan 80% van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, die in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma worden vastgelegd, bedraagt de medefinanciering niet meer dan 90% van de subsidiabele kosten.

4. Het cofinancieringspercentage voor in het kader van het programma toegekende subsidies bedraagt niet minder dan 50% en niet meer dan 80% van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen en in gevallen van kwetsbare of risicovolle lidstaten, die in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma worden vastgelegd, bedraagt de medefinanciering niet meer dan 90% van de subsidiabele kosten. Het cofinancieringspercentage voor op grond van het Programma toegekende subsidies met betrekking tot het onderhoud van in het kader van het Programma aangekochte technische apparatuur bedraagt niet meer dan 30% van de subsidiabele kosten. In het geval van financiering van onderhoud, is de beslissing tot toewijzing afhankelijk van de indiening door de nationale autoriteiten van een verslag waarin de output, de resultaten en de meerwaarde van de uit hoofde van het Programma gekochte apparatuur worden beschreven.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Het cofinancieringspercentage is omgekeerd evenredig met het totale bedrag dat de lidstaten per jaar ontvangen aan inkomsten uit de overeenkomsten die de Commissie en de lidstaten hebben gesloten met vier grote tabaksfabrikanten.

Motivering

Uit de vier overeenkomsten zullen de lidstaten de komende jaren circa 1.6 miljard EUR ontvangen, plus een aanzienlijk bedrag uit de op deze overeenkomsten gebaseerde boetes (een aanzienlijk deel van een groot bedrag in verband met de oudste overeenkomst met Philip Morris is reeds verdeeld onder de deelnemende lidstaten). De Commissie, die ongeveer 10% van de bedragen ontvangt, heeft dit geld hoofdzakelijk gebruikt voor de aanvullende financiering van de Hercules-programma´s. Het cofinancieringspercentage zou, naast andere factoren, moeten afhangen van de beschikbare extra inkomsten die lidstaten uit deze overeenkomsten ontvangen.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter. De lidstaten streven ernaar hun financiële bijdragen te verhogen op grond van de cofinancieringspercentages voor subsidies die uit hoofde van het Programma worden toegekend.

Motivering

De verhoogde financiële bijdrage van de lidstaten zal hun motivatie om te zorgen voor een succesvol programma vergroten en zal tevens leiden tot stijgende overheidsinkomsten.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de vaststelling van criteria voor de omschrijving van kwetsbare en risicovolle lidstaten, gebaseerd op, onder meer, geografische ligging en grenslocatie, vrachtvolume, douanehandelingen en relevante, meest recente door Eurostat gepubliceerde statistische gegevens, waarmee het risico van illegale activiteiten jaarlijks kan worden geanalyseerd en geëvalueerd.

Motivering

De vaststelling van duidelijke criteria voor de omschrijving van kwetsbare en risicovolle lidstaten is aan de Commissie gedelegeerd, maar de wetgever geeft hier enigszins richting aan door een aantal elementen voor te stellen die voor de omschrijving in aanmerking zouden moeten worden genomen en verwijst naar het jaarlijks evalueren van het risico.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 10

Artikel 10

Jaarlijkse werkprogramma's

Meerjarige werkplannen en jaarlijkse werkprogramma's

Voor de uitvoering van het programma stelt de Commissie jaarlijkse werkprogramma's vast. Daarin worden de doelstellingen, de beoogde resultaten, de wijze van uitvoering en de totaalbedragen opgenomen. Zij bevatten ook een omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van de voor de acties toegewezen bedragen en een indicatief tijdschema voor de uitvoering. Zij omvatten de prioriteiten, de belangrijkste beoordelingscriteria en het maximale cofinancieringspercentage met betrekking tot de subsidies.

1. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de vaststelling van meerjarige werkplannen voor het Programma. In de meerjarige werkplannen worden de doelstellingen, de beoogde resultaten, de wijze van uitvoering en de totaalbedragen vastgelegd. Zij omvatten de prioriteiten en de belangrijkste beoordelingscriteria met betrekking tot de subsidies.

 

2. Om het Programma ten uitvoer te leggen, stelt de Commissie jaarlijkse werkprogramma's vast ter uitvoering van de meerjarige werkplannen en indicatieve tijdschema's voor de oproep tot het indienen van voorstellen met betrekking tot de door het meerjarige werkplan bestreken periode. In de jaarlijkse werkprogramma's moeten de criteria worden vastgelegd voor de toekenning van subsidie voor het onderhoud van in het kader van het Programma aangekochte apparatuur. Zij bevatten ook een omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van het voor elke actie toegewezen bedrag en een indicatief tijdschema voor de uitvoering. Zij omvatten het maximale cofinancieringspercentage met betrekking tot de subsidies.

Financiële middelen die zijn toegekend voor op grond van deze verordening door de Commissie uit te voeren voorlichtingsactiviteiten, zijn ook bestemd voor de institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.

Begrotingskredieten die zijn toegekend voor op grond van deze verordening door de Commissie uit te voeren voorlichtingsactiviteiten, zijn ook bestemd voor de institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de algemene doelstelling van het Programma.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Commissie verstrekt jaarlijks informatie over de resultaten van het programma aan het Europees Parlement en de Raad. Het gaat daarbij onder meer om informatie over de consistentie en complementariteit met andere programma's en activiteiten op het niveau van de Unie. De Commissie verspreidt voortdurend de resultaten van de in het kader van het programma ondersteunde activiteiten. Alle deelnemende landen verstrekken de Commissie alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het toezicht op en de evaluatie van het programma.

1. De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks informatie over de jaarlijkse tenuitvoerlegging van het Programma, onder andere over de verwezenlijkte doelstellingen, de resultaten en de in het jaarlijkse werkprogramma vastgelegde kernprestatie-indicatoren. Deze informatie, die gedetailleerd moet zijn en in de mededeling wordt opgenomen, betreft onder meer de consistentie en complementariteit met andere programma's en activiteiten op het niveau van de Unie. De Commissie verspreidt, onder meer door middel van relevante websites, voortdurend de resultaten van de in het kader van het Programma ondersteunde activiteiten en acties, teneinde de transparantie in het belang van de Europese belastingbetalers te vergroten. Om de meerwaarde van de activiteiten van de Commissie in het kader van deze verordening aan te tonen, doet de Commissie in het bijzonder verslag van maatregelen die worden getroffen ter versterking van de coördinatie en ter vermijding van overlapping met bestaande, verwante activiteiten inzake de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Alle in artikel 6, lid 3, bedoelde deelnemende landen en vertegenwoordigers verstrekken de Commissie alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het toezicht op en de evaluatie van de jaarlijkse tenuitvoerlegging van het Programma, indien van toepassing, en van het hele Programma.

Motivering

Om de transparantie te vergroten informeert de Commissie het Europees Parlement en de Raad jaarlijks over de tenuitvoerlegging van het programma.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie zal een evaluatie van het programma uitvoeren. Uiterlijk op 31 december 2017 stelt de Commissie een evaluatieverslag op over de verwezenlijking van de doelstellingen van alle maatregelen (wat de resultaten en het effect betreft), de efficiëntie bij het gebruik van de middelen en de Europese toegevoegde waarde, teneinde een besluit te kunnen nemen over de verlenging, wijziging of schorsing van de maatregelen. Bij de evaluatie gaat de Commissie ook na of er ruimte is voor vereenvoudiging, het programma interne en externe samenhang vertoont, alle doelstellingen nog relevant zijn en in hoeverre de maatregelen bijdragen tot de EU-prioriteiten inzake slimme, duurzame en inclusieve groei. Zij houdt daarbij rekening met de resultaten van evaluaties van het langetermijneffect van de eerdere maatregelen.

2. De Commissie voert een grondige evaluatie van het Programma uit. Uiterlijk op 31 december 2017 stelt de Commissie een onafhankelijk tussentijds evaluatieverslag op over de verwezenlijking van de doelstellingen van alle acties (wat de resultaten en het effect betreft), de doeltreffendheid en de efficiëntie bij het gebruik van de middelen en de Europese toegevoegde waarde, teneinde een besluit te kunnen nemen over de verlenging, wijziging of schorsing van de acties. Bij de evaluatie gaat de Commissie ook na of er ruimte is voor vereenvoudiging, het programma interne en externe samenhang vertoont, alle doelstellingen nog relevant zijn en in hoeverre de acties bijdragen tot de prioriteiten van de Unie inzake slimme, duurzame en inclusieve groei. Zij houdt daarbij rekening met de resultaten van evaluaties van de verwezenlijking van de doelstellingen van het Hercules II-programma die de Commissie uiterlijk op 31 december 2014 dient voor te leggen.

Bovendien legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 31 december 2021 een verslag voor over de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

Bovendien legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 31 december 2021 een verslag voor over de verwezenlijking van de algemene en specifieke doelstellingen van het Programma, de toegevoegde waarde ervan en het effect van alle in het kader van het Programma gefinancierde activiteiten of acties.

De langetermijneffecten en de duurzaamheid van de effecten van het programma worden beoordeeld teneinde bij te dragen tot de besluitvorming over een eventuele verlenging, wijziging of schorsing van het programma.

Voorts worden de langetermijneffecten en de duurzaamheid van de effecten van het programma beoordeeld teneinde bij te dragen tot de besluitvorming over een eventuele verlenging, wijziging of schorsing van het Programma.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.

1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en ontmoedigende bestuurlijke en financiële sancties.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om op basis van documenten en ter plaatse audits uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van dit programma middelen van de Unie hebben ontvangen.

2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om op basis van documenten en ter plaatse audits uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van dit programma middelen van de Unie hebben ontvangen.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 controles en verificaties ter plaatse uitvoeren bij de direct of indirect bij dergelijke financiering betrokken economische subjecten om vast te stellen of er bij een subsidieovereenkomst of -besluit of een contract betreffende financiering door de Unie sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

 

Onverminderd de eerste en de tweede alinea verlenen de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en -besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.

 

Motivering

Deze tekst moet in een nieuw lid worden opgenomen.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door OLAF1 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden2 onderzoek uitvoeren, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er bij een subsidieovereenkomst of -besluit of een contract betreffende financiering door de Unie sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

 

___________

 

1 PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

 

2 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

Motivering

Er moet een speciale standaardclausule in de wetgevingshandeling worden opgenomen.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. Onverminderd de leden 2 en 2 bis verlenen de uit de tenuitvoerlegging van deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en met internationale organisaties, contracten en subsidieovereenkomsten en -besluiten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en onderzoeken overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden uit te voeren.

Motivering

Er moet een speciale standaardclausule in de wetgevingshandeling worden opgenomen.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2. De bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 4, lid 1 ter en 2 bis, de tweede alinea van artikel 7, artikel 9, lid 4 quater, en artikel 10, lid 1, wordt voor een periode van zeven jaar vanaf…* aan de Commissie toegekend.

 

3. De delegatie van bevoegdheid als bedoeld in artikel 4, lid 1 ter en 2 bis, de tweede alinea van artikel 7, artikel 9, lid 4 quater, en artikel 10, lid 1, mag te allen tijde door het Europees Parlement of door de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit vermelde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een in het besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

 

5. Een overeenkomstig artikel 4, lid 1 ter en 2 bis, de tweede alinea van artikel 7, artikel 9, lid 4 quater, en artikel 10, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement of de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.

 

_______________

 

* OJ: Gelieve hier de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen.

Motivering

Legt de uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie uit en geeft de wetgevers de bevoegdheid de delegatie te herroepen, en verplicht de Commissie de wetgevers ervan in kennis te stellen wanneer zij een gedelegeerde handeling vaststelt.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Bijlage

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage

Schrappen

Operationele doelstellingen van het programma

 

De operationele doelstellingen van het programma zijn:

 

(1) verder verbeteren van de preventie van en het onderzoek naar fraude en andere onwettige activiteiten, door bevordering van transnationale en multidisciplinaire samenwerking;

 

(2) de financiële belangen van de Unie krachtiger beschermen tegen fraude, door de uitwisseling van informatie, ervaringen en beste praktijken te vergemakkelijken, met inbegrip van personeelsuitwisselingen;

 

(3) de bestrijding van fraude en andere onwettige activiteiten opvoeren door nationaal onderzoek, en met name dat van douane- en rechtshandhavingsautoriteiten, technisch en operationeel te ondersteunen;

 

(4) ervoor zorgen dat de financiële belangen van de Unie minder aan fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten blootstaan dan thans het geval is, om de ontwikkeling van een illegale economie tegen te gaan op belangrijke risicogebieden als georganiseerde fraude, smokkel en namaak, met name van sigaretten;

 

(5) de ontwikkeling van de specifieke wettelijke en justitiële bescherming van de financiële belangen tegen fraude stimuleren door vergelijkende wetgevingsanalyse te bevorderen.

 

Motivering

Deze tekst kan beter in een artikel dan in een bijlage worden opgenomen.

(1)

PB C 201 van 7.7.2012, blz. 1.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0266.


ADVIES van de Begrotingscommissie (8.11.2012)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het programma Hercules III ter bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

(COM(2011)0914 – C7‑0513/2011 – 2011/0454(COD))

Rapporteur voor advies: Richard Ashworth

BEKNOPTE MOTIVERING

In december 2011 keurde de Commissie een voorstel goed voor een verordening betreffende het programma Hercules III ter bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie. Dit nieuwe programma legt net als Hercules II specifiek de nadruk op de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten en geeft daarmee uitvoering aan de juridische verplichtingen van de Commissie die voortvloeien uit een aantal overeenkomsten met vier internationale sigarettenfabrikanten.

Uw rapporteur voor advies is ingenomen met dit initiatief dat zich richt op de bestrijding van corruptie, fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad, maar stelt vraagtekens bij de doeltreffendheid van dergelijke programma's en wijst daarbij op de aan het programma verbonden administratieve kosten, op de gevolgen van het programma voor de algemene begroting van de EU in het licht van de lopende onderhandelingen over het MFK en op de noodzaak van het voeren van een stringent EU-begrotingsbeleid.

Uw rapporteur voor advies is van oordeel dat de lidstaten, de Commissie en de bevoegde autoriteiten ervoor moeten blijven zorgen dat ook binnen dit voorstel doublures en overlappingen met andere programma's en fraudebestrijdingsinstrumenten van de EU en de lidstaten worden vermeden. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat synergieën met andere nationale initiatieven worden versterkt om de langetermijneffecten van de in het kader van het programma in te zetten middelen te vergroten en op een doeltreffende manier gebruik te maken van belastinggelden.

Uw rapporteur voor advies neemt nota van de vertraging van de publicatie van het advies van de Rekenkamer(1), dat nuttig en bruikbaar had kunnen zijn in een eerder stadium van de besluitvormingsprocedure, omdat de bevindingen van de Rekenkamer dan hadden kunnen meewegen bij de besluitvorming omtrent Hercules III. Uw rapporteur voor advies verwelkomt en aanvaardt evenwel het oordeel van de Rekenkamer, met name dat toekomstige evaluatieverslagen onafhankelijk moeten zijn en een duidelijke beoordeling moeten geven van de toegevoegde waarde van het programma voor de EU, vooral als het gaat om technische bijstand, dat gekeken moet worden in hoeverre de beoogde doelstellingen daadwerkelijk zijn verwezenlijkt, dat de prestatie-indicatoren moeten worden verbeterd en dat uit de evaluatie lessen moeten worden getrokken om toekomstige programma's, waaronder het programma voor 2014 – 2020, aan te passen.

Uw rapporteur voor advies sluit zich aan bij het standpunt van de Rekenkamer ten aanzien van het cofinancieringspercentage van het Hercules-programma en is het ermee eens dat extra cofinanciering in de toekomst niet passend is, omdat bijvoorbeeld in het kader van het programma aangeschafte technische apparatuur zeer waarschijnlijk gebruikt zal worden om nationale belangen te dienen, en niet uitsluitend voor de bescherming van de financiële belangen van de EU. Uw rapporteur voor advies is derhalve van oordeel dat het maximale cofinancieringspercentage 50% zou moeten blijven bedragen, zodat wordt gewaarborgd dat de EU- en nationale belangen evenredig verdeeld zijn. Slechts in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen zou dit percentage verhoogd mogen worden tot 80%.

De voor de uitvoering van het programma voor de periode 2014-2020 beschikbare financiële middelen bedragen 110 miljoen EUR. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van Hercules II. Vooruitlopend op de afronding van de onderhandelingen over het MFK 2014-2020 in het kader waarvan ook over deze financiële middelen wordt gesproken, benadrukt uw rapporteur voor advies dat een striktere begrotingsdiscipline noodzakelijk is. Om die reden wenst uw rapporteur voor advies dat de administratieve kosten omlaag worden gebracht.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 bis (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 bis. wijst erop dat de in het wetgevingsvoorstel genoemde financiële middelen enkel een indicatie voor de wetgevingsautoriteit vormen en dat deze niet kunnen worden vastgesteld zolang er geen overeenstemming is bereikt over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020;

Motivering

Het in het wetgevingsvoorstel genoemde budget is slechts een indicatie en het kan niet worden vastgelegd vooraleer er een overeenkomst is bereikt over de verordening inzake het meerjarig financieel kader.

Amendement  2

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 ter (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 ter. herinnert aan zijn resolutie van 8 juni 2011 over "Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa"1; herhaalt dat in het volgende MFK voldoende aanvullende financiële middelen ter beschikking moeten worden gesteld om de Unie in staat te stellen uitvoering te geven aan haar huidige beleidsprioriteiten en de nieuwe taken zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon, alsook in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen; wijst erop dat, zelfs als het niveau van de middelen van het volgende MFK ten minste 5% hoger ligt dan het niveau van 2013, slechts een bescheiden bijdrage kan worden geleverd aan het realiseren van de afgesproken doelen en toezeggingen van de Unie en het beginsel van solidariteit in de Unie; verzoekt de Raad, indien hij het niet eens is met deze visie, duidelijk aan te geven welke van zijn beleidsprioriteiten of projecten kunnen komen te vervallen, ondanks de bewezen Europese meerwaarde ervan;

 

___________

 

1 Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0266.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De Unie en de lidstaten stellen zich ten doel fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten. De lidstaten dienen samen met de Commissie met name een nauwe en regelmatige samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten te organiseren.

(1) De Unie en de lidstaten stellen zich ten doel fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten. In het bijzonder dienen de lidstaten samen met de Commissie te streven naar een nauwe en regelmatige samenwerking en synergieën tussen de bevoegde autoriteiten om de langetermijneffecten van de uitgaven te vergroten en doublures te vermijden.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Eerdere steun voor dergelijke initiatieven heeft een impuls gegeven aan de activiteiten van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. De doelstellingen van het programma Hercules voor de periodes 2004-2006 en 2007-2013 zijn met succes verwezenlijkt.

(3) Eerdere steun voor dergelijke initiatieven heeft een impuls gegeven aan de activiteiten van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De Commissie heeft een evaluatie opgesteld van de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Hercules II met daarin een vermelding van de input en de output van het programma. Over het volledige effect van het programma Hercules II en de verwezenlijking van de doelstellingen van dat programma zal uiterlijk op 31 december 2014 een extern en onafhankelijk verslag verschijnen. De uitkomsten van dit verslag zullen gebruikt worden om de uitvoering van het Hercules III-programma aan te passen en te verbeteren.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Er dient een nieuw programma te worden vastgesteld om de activiteiten die op het niveau van de Unie en van de lidstaten worden ontplooid om fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten, tegen te gaan, voort te zetten en verder te ontwikkelen, waarbij ook de nieuwe uitdagingen in het kader van de begrotingsdiscipline in acht moeten worden genomen.

(5) Er dient een nieuw programma te worden vastgesteld om de activiteiten die op het niveau van de Unie en van de lidstaten worden ontplooid om fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, met inbegrip van de bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten, tegen te gaan, voort te zetten en verder te ontwikkelen, waarbij ook de nieuwe uitdagingen in het kader van de begrotingsdiscipline in acht moeten worden genomen. Voor dit programma dienen tevens verbeterde prestatie-indicatoren te worden vastgesteld.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) De Commissie dient het Europees Parlement en de Raad een onafhankelijk tussentijds verslag voor te leggen over de uitvoering van dit programma, evenals een eindverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

(9) De Commissie dient het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag over de uitvoering van dit programma voor te leggen, alsmede een tussentijds verslag over de uitvoering van dit programma en een eindverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

Motivering

Uitgebreidere verslaglegging is noodzakelijk. Deze verslaglegging, in de vorm van een jaarlijks verslag, een tussentijds verslag en een eindverslag, moet een taak van de Commissie zelf zijn. De Commissie is immers verantwoordelijk voor een juist gebruik van EU-begrotingsmiddelen.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verwezenlijking van deze doelstelling wordt onder meer afgemeten aan de bedragen die zijn teruggevorderd naar aanleiding van bij gezamenlijke acties en grensoverschrijdende operaties ontdekte fraudegevallen, de stijging van het percentage geslaagde gezamenlijke operaties en de toename van het aantal gevallen waarin de autoriteiten tot strafrechtelijk onderzoek zijn overgegaan.

De verwezenlijking van deze doelstelling wordt onder meer afgemeten aan de bedragen die zijn teruggevorderd naar aanleiding van bij gezamenlijke acties en grensoverschrijdende operaties ontdekte fraudegevallen, de stijging van het percentage geslaagde gezamenlijke operaties en de toename van het aantal gevallen waarin de autoriteiten tot strafrechtelijk onderzoek zijn overgegaan, alsmede de toename van informatie-uitwisseling over de resultaten die zijn bereikt dankzij in het kader van het programma aangekochte technische apparatuur.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Vertegenwoordigers van landen die deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces voor de landen van Zuidoost-Europa, de Russische Federatie en bepaalde landen waarmee de Unie een overeenkomst voor wederzijdse bijstand in fraudegerelateerde zaken heeft gesloten, en vertegenwoordigers van internationale en andere relevantie organisaties, kunnen deelnemen aan de in het kader van het programma georganiseerde activiteiten, voor zover dit nuttig is voor de verwezenlijking van de in de artikelen 3 en 4 genoemde doelstellingen. Deze vertegenwoordigers worden gekozen op grond van hun vaardigheden, ervaring en kennis met betrekking tot de specifieke activiteiten.

3. Vertegenwoordigers van landen die deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces voor de landen van Zuidoost-Europa, de Russische Federatie en bepaalde landen waarmee de Unie een overeenkomst voor wederzijdse bijstand in fraudegerelateerde zaken heeft gesloten, en vertegenwoordigers van internationale en andere relevante organisaties, kunnen deelnemen aan de in het kader van het programma georganiseerde activiteiten, voor zover dit nuttig is voor de verwezenlijking van de in de artikelen 3 en 4 genoemde doelstellingen. De deelname van deze vertegenwoordigers aan het programma dient in overeenstemming te zijn met de relevante bepalingen van Verordening (EU) nr. xxxx/2012 [van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie].

Motivering

De deelname moet in overeenstemming worden gebracht met de relevante bepalingen van het Financieel Reglement.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van het programma kan onder de in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma vastgestelde voorwaarden financiële steun worden verleend voor de volgende acties:

In het kader van het programma kan onder de in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma vastgestelde voorwaarden passende financiële steun worden verleend voor de volgende acties:

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – letter a – streepje 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– het opvoeren van de gegevensuitwisseling, het ontwikkelen en aanbieden van IT-instrumenten voor onderzoek, en het toezien op inlichtingenwerk.

– het opvoeren van de gegevensuitwisseling, onder meer tussen de lidstaten en de Commissie, het ontwikkelen en aanbieden van IT-instrumenten voor onderzoek, en het toezien op inlichtingenwerk.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) organisatie van speciale opleidingen, workshops risicoanalyse en conferenties, gericht op:

(b) organisatie van gerichte speciale opleidingen, workshops risicoanalyse en, in voorkomend geval, conferenties, gericht op:

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – letter b – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– uitwisseling van ervaringen door de betrokken autoriteiten van de lidstaten en van de in artikel 6, lid 2, bedoelde derde landen en door vertegenwoordigers van de in artikel 6, lid 3, genoemde internationale organisaties, waaronder speciale diensten voor rechtshandhaving;

– uitwisseling van ervaringen door de betrokken autoriteiten van de lidstaten en van de in artikel 6, lid 2, bedoelde derde landen, waaronder speciale diensten voor rechtshandhaving, en door vertegenwoordigers van de in artikel 6, lid 3, genoemde internationale overheidsorganisaties;

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – letter b – streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– ontwikkeling van belangrijke onderzoeksactiviteiten, zoals studies;

– ontwikkeling van ambitieuze onderzoeksactiviteiten, waaronder rechtsvergelijkend onderzoek;

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma over de periode 2014-2020 bedragen 110 000 000 EUR in lopende prijzen.

Overeenkomstig punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer wordt het indicatieve bedrag aan financiële middelen voor de uitvoering van dit programma over de periode 2014-2020 en dat voor de begrotingsautoriteit in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het referentiepunt vormt, vastgesteld op 110 000 000 in lopende prijzen. De jaarlijkse kredieten worden goedgekeurd door de begrotingsautoriteit.

Motivering

Hiermee wordt de rol van de begrotingsautoriteit benadrukt.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) subsidies,

a) subsidies, onder meer voor het onderhoud van in het kader van het programma aangekochte technische apparatuur;

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Het cofinancieringspercentage voor in het kader van het programma toegekende subsidies bedraagt niet meer dan 80% van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, die in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma worden vastgelegd, bedraagt de medefinanciering niet meer dan 90% van de subsidiabele kosten.

4. Het cofinancieringspercentage voor in het kader van het programma toegekende subsidies bedraagt niet minder dan 50% en niet meer dan 80 % van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, als de begunstigde een onderzoeks- en onderwijsinstelling is en een non-profitorganisatie, als omschreven in het jaarlijkse werkprogramma als bedoeld in artikel 10, bedraagt de medefinanciering niet meer dan 90% van de subsidiabele kosten.

 

Het cofinancieringspercentage voor op grond van het programma toegekende subsidies voor het onderhoud van in het kader van het programma aangekochte technische apparatuur bedraagt niet meer dan 30 % van de subsidiabele kosten. Besluiten tot toekenning van subsidie voor onderhoud worden genomen op voorwaarde dat de nationale autoriteiten bij de Commissie een verslag indienen met daarin een specificatie van de output, de resultaten en de toegevoegde waarde van de installatie van de in het kader van het programma aangekochte technische apparatuur.

Motivering

In artikel 235 VWEU is bepaald dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie een gemeenschappelijke taak is van de EU en de lidstaten. Gezien het feit dat het programma zichzelf zou moeten financieren door middel van ontvangsten (90% van de ontvangsten gaat naar de lidstaten, 10% naar de EU-begroting) moet het algemene cofinancieringspercentage vastgesteld worden op 50%.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de uitvoering van het programma stelt de Commissie jaarlijkse werkprogramma's vast. Daarin worden de doelstellingen, de beoogde resultaten, de wijze van uitvoering en de totaalbedragen opgenomen. Zij bevatten ook een omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van de voor de acties toegewezen bedragen en een indicatief tijdschema voor de uitvoering. Zij omvatten de prioriteiten, de belangrijkste beoordelingscriteria en het maximale cofinancieringspercentage met betrekking tot de subsidies.

Voor de uitvoering van het programma stelt de Commissie jaarlijkse werkprogramma's vast. De jaarlijkse werkprogramma's stellen de beoogde doelstellingen, de verwachte resultaten, de uitvoeringsmethode en het totale bedrag ervan vast. In de jaarlijkse werkprogramma's worden tevens de criteria vastgelegd voor toekenning van subsidie voor het onderhoud van in het kader van het programma aangekochte apparatuur. Zij bevatten ook een omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van de voor de acties toegewezen bedragen en een indicatief tijdschema voor de uitvoering. Zij omvatten de prioriteiten, de belangrijkste beoordelingscriteria en het maximale cofinancieringspercentage met betrekking tot de subsidies. Na goedkeuring worden deze jaarlijkse werkprogramma's toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Motivering

Uitgebreidere verslaglegging is noodzakelijk.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Financiële middelen die zijn toegekend voor op grond van deze verordening door de Commissie uit te voeren voorlichtingsactiviteiten, zijn ook bestemd voor de institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.

Begrotingskredieten die zijn toegekend voor op grond van deze verordening door de Commissie uit te voeren voorlichtingsactiviteiten, zijn ook bestemd voor de institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening.

Motivering

Voorlichtingsactiviteiten moeten alleen voor financiering uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen als zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening.

PROCEDURE

Titel

Programma Hercules III ter bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de EU

Document- en procedurenummers

COM(2011)0914 – C7-0513/2011 – 2011/0454(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

CONT

19.1.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

Rapporteur voor advies

19.1.2012

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Richard Ashworth

29.2.2012

Datum goedkeuring

6.11.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Francesca Balzani, Reimer Böge, Jean-Luc Dehaene, Göran Färm, Eider Gardiazábal Rubial, Salvador Garriga Polledo, Lucas Hartong, Jutta Haug, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Ivailo Kalfin, Sergej Kozlík, Jan Kozłowski, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, Jan Mulder, Juan Andrés Naranjo Escobar, Dominique Riquet, Alda Sousa, Helga Trüpel, Derek Vaughan, Angelika Werthmann

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

François Alfonsi, Alexander Alvaro, Peter Jahr, Georgios Stavrakakis, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Jens Nilsson

(1)

Advies nr. 3/2012, PB C 201 van 7.7.2012.


PROCEDURE

Titel

Programma Hercules III ter bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de EU

Document- en procedurenummers

COM(2011)0914 – C7-0513/2011 – 2011/0454(COD)

Datum indiening bij EP

19.12.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

CONT

19.1.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

Rapporteur voor advies

19.1.2012

LIBERALISERING

19.1.2012

 

 

Geen advies

       Datum besluit

LIBERALISERING

28.2.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Monica Luisa Macovei

12.1.2012

 

 

 

Datum goedkeuring

15.11.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Jean-Pierre Audy, Zuzana Brzobohatá, Andrea Češková, Tamás Deutsch, Martin Ehrenhauser, Jens Geier, Gerben-Jan Gerbrandy, Ingeborg Gräßle, Iliana Ivanova, Jan Mulder, Aldo Patriciello, Crescenzio Rivellini, Theodoros Skylakakis, Bart Staes, Georgios Stavrakakis

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Cornelis de Jong, Ivailo Kalfin, Olle Schmidt, Derek Vaughan

Datum indiening

23.11.2012

Juridische mededeling - Privacybeleid