Procedure : 2010/0303(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0387/2012

Ingediende teksten :

A7-0387/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/12/2012 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0473

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 162kWORD 77k
27.11.2012
PE 497.796v02-00 A7-0387/2012

betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

(10090/2/2012 – C7‑0329/2012 – 2010/0303(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Knut Fleckenstein

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

(10090/2/2012 – C7‑0329/2012 – 2010/0303(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (10090/2/2012 – C7‑0329/2012),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 16 februari 2011(1),

–   na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2010)0611,

–   gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien artikel 72 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A7-0387/2012),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

4.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)

PB C 107 van 6.4.2011, blz. 68.

(2)

Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad.


TOELICHTING

Inleiding

Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) is opgericht naar aanleiding van de vervuiling die werd veroorzaakt door het vergaan van de olietanker "Erika". Het begon zijn werkzaamheden in maart 2003. Dit is de vierde wijziging op de oprichtingsverordening.

Het agentschap draagt bij aan het waarborgen van maritieme veiligheid en het voorkomen van verontreiniging van de zee door schepen, mede door het controleren en beoordelen van de tenuitvoerlegging van relevante EU-wetgeving. Veel van de werkzaamheden van het agentschap hebben te maken met het adviseren van de Commissie en/of de lidstaten. Algemeen wordt erkend dat het EMSA een doelmatige, goed geleide organisatie is die voor de lidstaten aanzienlijke besparingen oplevert doordat het op Europees niveau opereert, hetgeen schaalvoordelen oplevert.

Aanvullende taken voor het EMSA

De herziene EMSA-verordening zal de bevoegdheden van het agentschap vergroten om milieurampen, zoals bij het weglekken van olie, te voorkomen en aan te pakken. Met name zal het gebruik maken van het informatiesysteem van CleanSeaNet om na te gaan wat de effecten zijn van olievervuiling afkomstig van offshore-installaties. Het agentschap zal ook werken aan de verbetering van de coördinatie tussen de nationale autoriteiten om te zorgen voor meer preventie, de beste praktijken te bevorderen en te zorgen dat er sneller gereageerd wordt op rampen.

Op verzoek van het Parlement zal het agentschap ook bijdragen aan de bestrijding van piraterij op zee. Het agentschap beschikt over instrumenten en gegevens, mede afkomstig van satellieten, die door de lidstaten gebruikt kunnen worden voor het toezicht op illegale activiteiten op zee. Momenteel zijn de gegevensuitwisselingen met de EUNAVFOR-operatie "Atlanta" ter bescherming van de onder EU-vlag varende schepen tegen piraterij in het gebied van de Hoorn van Afrika bijzonder belangrijk.

Het Parlement heeft er ook voor gezorgd dat het EMSA een grotere rol zal spelen bij de verbetering van de opleidingen voor zeevarenden. Het werken op zee aantrekkelijker maken voor EU-burgers is een al lang bestaande doelstelling. De herziene verordening biedt het agentschap de ruimte om de uitwisseling van goede praktijken in de zeevaartopleidingen en het zeevaartonderwijs te faciliteren zodat er voldaan kan worden aan de huidige en toekomstige vraag naar hooggekwalificeerde zeevarenden binnen de Unie.

Een andere al lang bestaande prioriteit van het Parlement is het bevorderen van de Europese zeevervoersruimte zonder grenzen. Momenteel kunnen goederen over de weg van het ene uiteinde van de Unie naar het andere vervoerd worden zonder dat er sprake is van enige grenscontrole. Het vervoer over zee daarentegen wordt beschouwd als een internationale reis en is dus onderworpen aan controles in iedere haven. Toestaan dat goederen en passagiers over zee vervoerd worden tussen lidstaten zonder dat daar meer formaliteiten aan te pas komen dan bij het vervoer over de weg, zou de verstoring van de concurrentie in het voordeel van de minder milieuvriendelijke vervoerswijze voorkomen.

De herziene verordening doet een beroep op het agentschap om volledig gebruik te maken van de Europese programma's voor het satellietnavigatiesysteem (EGNOS and Galileo) en voor wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid ("GMES") om de Europese zeevervoersruimte zonder grenzen te realiseren. Het zal ook een bijdrage leveren aan het eMaritime-initiatief met het oogmerk om de meldingsformaliteiten terug te dringen waar handelsschepen mee te maken krijgen bij het binnenlopen en uitvaren van havens van lidstaten.

De verordening vergroot ook de mogelijkheden van het EMSA om met buurlanden te werken. Het is in hoge mate wenselijk het EMSA meer gelegenheid te geven om buurlanden bij te staan om de risico's op vervuiling te beperken en op vervuiling te reageren. Het lijdt weinig twijfel dat, indien er sprake zou zijn van een geval van verontreiniging in de zuidelijke Middellandse Zee, een deel van de olie terecht zou komen in wateren die tot de EU behoren. In zo'n geval is voorkomen beter dan genezen. Het aanpassen van de verordening om expliciet te maken dat het EMSA de Commissie en de lidstaten in regionale organisaties kan ondersteunen bij het bestrijden van verontreiniging op zee (uit hoofde van bijvoorbeeld de verdragen van Helsinki en Barcelona), biedt ook voordelen op het gebied van de rechtszekerheid en transparantie.

Met het EMSA wordt ook de mogelijkheid geschapen om bij te dragen aan een aantal andere belangrijke beleidsdoelstellingen, met inbegrip van milieuvraagstukken zoals broeikasgasemissies afkomstig van de scheepvaart en de milieutoestand van de mariene wateren, het toezicht op erkende organisaties die certificatietaken uitvoeren, alsmede taken die verband houden met de binnenvaart. Onder de laatstgenoemde vallen de inspecties van de classificatiebureaus voor binnenvaartschepen en het onderzoek naar de de mogelijkheid of de informatiesystemen voor de zee- en binnenvaart aan elkaar gekoppeld kunnen worden.

Met deze werkzaamheden zal het EMSA het werk van de lidstaten niet overnemen of overdoen. In plaats daarvan zal het een meerwaarde scheppen door te zorgen voor coördinatie en de uitwisseling van goede praktijken.

Beheer

Wat het beheer van het EMSA betreft, voorziet de herziene tekst in een meerjarige planning met betrekking tot de strategie en het personeelsbeleid van het agentschap, en in een onafhankelijke externe evaluatie minstens iedere vijf jaar. Naast het verhelderen van de procedure voor de benoeming van een uitvoerend directeur voor het agentschap, is het Parlement erin geslaagd om de Raad ervan te overtuigen dat ook de doelstelling van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur in de tekst opgenomen moet worden.

Een basis om de rol van het EMSA in de toekomst verder te vergroten

Met name door het heersende economische klimaat werden de onderhandelaars van het Parlement geconfronteerd met grote weerstand van de kant van de Raad om de verantwoordelijkheden van het EMSA zodanig uit te breiden dat er extra middelen vereist zouden zijn. Met als gevolg dat met de huidige herziening van de verordening op sommige gebieden een fundament gelegd wordt voor toekomstige vergrotingen van de rol van het EMSA die afhankelijk zijn van verdere politieke besluitvorming.

Met name wordt de mogelijke rol van het agentschap genoemd bij de voorkoming van vervuiling door offshore olie- en gasinstallaties zodra de nieuwe EU-regels inzake veiligheid op booreilanden goedgekeurd zijn. Met betrekking tot de kostenefficiëntie lijkt het duidelijk te zijn dat het EMSA de desbetreffende preventie- en inspectietaken toe te vertrouwen de voorkeur verdient boven het oprichten van een nieuw agentschap. Dit is een van de kwesties die de Commissie zal behandelen in haar voortgangsrapport inzake de aanpassing van de doelstellingen en taken van het agentschap.

De Commissie heeft het ook op zich genomen om een haalbaarheidsstudie op te zetten om een beoordeling te maken van de ruimte die er is om de coördinatie en samenwerking van verschillende kustwachtfuncties te vergroten, alsmede van de huidige stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de gemeenschappelijke gegevensuitwisselingstructuur. Het Parlement dringt al een aantal jaren op zo'n studie aan, onder andere door middel van Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen.

Gevolgen voor de begroting

Het moge duidelijk zijn dat als de werkzaamheden centraal uitgevoerd worden door het EMSA, in plaats van door alle nationale overheden, de kosten voor de Europese belastingbetaler lager uitvallen en er Europese meerwaarde gecreëerd wordt. Dit is ook al aangetoond met de maritieme surveillancesystemen van het EMSA. Het gebruik van dergelijke systemen om waardevolle informatie voor andere beleidsterreinen te verschaffen is waarschijnlijk veel kostenefficiënter dan het creëren van afzonderlijke systemen.

Er moet een realistische vertaling naar de begroting en het personeelsbestand van het agentschap plaatsvinden voor de extra taken van het EMSA, omdat anders zijn kerntaak – het bevorderen van maritieme veiligheid – in het gedrang zou komen. Dit kan echter beter binnen het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure geregeld worden dan in deze wetgevingshandeling.


PROCEDURE

Titel

Wijziging van verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

Document- en procedurenummers

10090/2/2012 – C7-0329/2012 – 2010/0303(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

15.12.2011                     T7-0581/2011

Voorstel van de Commissie

COM(2010)0611 - C7-0343/2010

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

25.10.2012

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

25.10.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Knut Fleckenstein

7.12.2010

 

 

 

Behandeling in de commissie

6.11.2012

 

 

 

Datum goedkeuring

27.11.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdi Cristiano Allam, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Erik Bánki, Izaskun Bilbao Barandica, Philip Bradbourn, Antonio Cancian, Michael Cramer, Joseph Cuschieri, Philippe De Backer, Luis de Grandes Pascual, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Dieter-Lebrecht Koch, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Gesine Meissner, Hubert Pirker, Olga Sehnalová, Brian Simpson, Keith Taylor, Giommaria Uggias, Peter van Dalen, Artur Zasada, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Phil Bennion, Spyros Danellis, Markus Ferber, Dominique Riquet, Alfreds Rubiks, Sabine Wils

 

 

Juridische mededeling - Privacybeleid