Procedure : 2011/0401(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0427/2012

Ingediende teksten :

A7-0427/2012

Debatten :

PV 20/11/2013 - 12
CRE 20/11/2013 - 12

Stemmingen :

PV 21/11/2013 - 6.1
CRE 21/11/2013 - 6.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0499

VERSLAG     ***I
PDF 3877kWORD 4534k
20.12.2012
PE 489.637v02-00 A7-0427/2013

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Horizon 2020" - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020)

(COM(2011)0809 – C7‑0466/2011 – 2011/0401(COD))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Teresa Riera Madurell

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 ADVIES van de Commissie visserij
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Horizon 2020" - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)

(COM(2011)0809 – C7‑0466/2011 – 2011/0401(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0809),

–   gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3 en artikel 182, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0466/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Comité van de Regio's van 19 juli 2012(1),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 maart 2012(2),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Begrotingscommissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie visserij, de Commissie cultuur en onderwijs, de Commissie juridische zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0427/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  wijst erop dat de in het wetgevingsvoorstel genoemde financiële middelen slechts een indicatie voor de wetgevingsautoriteit vormen en dat deze niet kunnen worden vastgesteld zolang er geen overeenstemming is bereikt over de verordening betreffende het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020;

3.  herinnert aan zijn resolutie van 8 juni 2011 over "Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa"(3); herhaalt dat in het volgende MFK voldoende aanvullende financiële middelen ter beschikking moeten worden gesteld om de Unie in staat te stellen uitvoering te geven aan haar huidige beleidsprioriteiten en de nieuwe taken zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon, alsook in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen; wijst erop dat zelfs als het niveau van de middelen van het volgende MFK ten minste 5% hoger ligt dan het niveau van 2013, slechts een beperkte bijdrage kan worden geleverd aan het verwezenlijken van de afgesproken doelstellingen en toezeggingen van de Unie en het beginsel van solidariteit in de Unie; verzoekt de Raad, indien hij deze benadering niet deelt, duidelijk aan te geven welke van zijn politieke prioriteiten of projecten geheel kunnen worden opgegeven, ondanks de bewezen Europese meerwaarde ervan;

4.  herinnert er met name aan dat het Europees Parlement in deze resolutie tevens verzoekt om een aanzienlijke verhoging vanaf 2013 van de relevante uitgaven met het oog op de versterking, stimulering en veiligstelling van de financiering van de activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie in de Unie;

5.  herhaalt bovendien zijn standpunt dat er in het volgende MFK sprake moet zijn van meer concentratie van begrotingsmiddelen op gebieden die de economische groei en het concurrentievermogen stimuleren, zoals onderzoek en innovatie, overeenkomstig de beginselen van Europese meerwaarde en topkwaliteit;

6.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

7.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De Unie heeft tot doel haar wetenschappelijke en technologische grondslagen te versterken door de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte waarbinnen onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologieën vrij circuleren, en bij te dragen tot de ontwikkeling van het concurrentievermogen van de Unie en van haar industrie. Met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen moet de Unie activiteiten ondernemen die gericht zijn op de uitvoering van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, internationale samenwerking bevorderen, resultaten verspreiden en optimaliseren en onderwijs en mobiliteit stimuleren.

(1) De Unie heeft tot doel haar wetenschappelijke en technologische grondslagen te versterken door de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte waarbinnen onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologieën vrij circuleren, en ertoe bij te dragen dat de Unie een kennismaatschappij en een wereldwijd toonaangevende duurzame, concurrerende en veerkrachtige economie wordt, ook voor wat betreft haar industrie. Met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen moet de Unie activiteiten ondernemen die gericht zijn op de uitvoering van onderzoek en innovatie, technologische ontwikkeling en demonstratie, internationale samenwerking bevorderen, resultaten verspreiden en optimaliseren en onderwijs en mobiliteit stimuleren.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) De Europese Unie heeft zich verbonden tot de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie, waarin de doelstellingen van slimme, duurzame en inclusieve groei zijn uiteengezet, benadrukt de rol van onderzoek en innovatie als essentiële aanjagers van sociale en economische welvaart en ecologische duurzaamheid, en heeft zich tot doel gesteld de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling te verhogen om tegen 2020 3 % van het bruto binnenlands product (bbp) te bereiken en tegelijkertijd een indicator voor de innovatie-intensiteit te ontwikkelen. Het vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie steunt een strategische en geïntegreerde aanpak van onderzoek en innovatie. Het behelst het kader en de doelstellingen tot de realisering waarvan de toekomstige financiële bijdrage van de Unie voor onderzoek en innovatie moet bijdragen. Onderzoek en innovatie zijn ook belangrijke aspecten van andere Europa 2020-vlaggenschipinitiatieven, met name als het gaat om efficiënt gebruik van hulpbronnen, een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering en een digitale agenda voor Europa. Daarnaast is voor de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen inzake onderzoek en innovatie een belangrijke rol weggelegd voor het cohesiebeleid, dat moet voorzien in capaciteitsopbouw en de aanleg van een "weg naar topkwaliteit".

(3) De Europese Unie heeft zich verbonden tot de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie, waarin de doelstellingen van slimme, duurzame en inclusieve groei zijn uiteengezet, benadrukt de rol van onderzoek en innovatie als essentiële aanjagers van sociale en economische welvaart en ecologische duurzaamheid, en heeft zich tot doel gesteld de overheidsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling te verhogen om particuliere investeringen tot twee derde van de totale investeringen aan te trekken en aldus tegen 2020 een gecumuleerd totaal van 3% van het bruto binnenlands product (bbp) te bereiken en tegelijkertijd een indicator voor de innovatie-intensiteit te ontwikkelen. In de begroting van de Unie zou deze ambitieuze doelstelling tot uiting moeten komen door de nadruk radicaal te verleggen naar de financiering van toekomstgerichte investeringen, zoals onderzoek en ontwikkeling en innovatie (O&O&I), en dit zou duidelijk zichtbaar moeten zijn in een aanzienlijke stijging van de middelen voor O&O&I van de Unie in vergelijking met het financieringsniveau van 2013. Het vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie steunt een strategische en geïntegreerde aanpak van onderzoek en innovatie. Het behelst het kader en de doelstellingen tot de realisering waarvan de toekomstige financiële bijdrage van de Unie voor onderzoek en innovatie moet bijdragen. Onderzoek en innovatie zijn ook belangrijke aspecten van andere Europa 2020-vlaggenschipinitiatieven en ‑beleidsdoelstellingen, met name als het gaat om efficiënt gebruik van hulpbronnen, een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering, het klimaat- en energiebeleid, en een digitale agenda voor Europa.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Op zijn vergadering van 4 februari 2011 heeft de Europese Raad het idee ondersteund van het gemeenschappelijk strategisch kader voor de financiële bijdrage van de Unie voor onderzoek en innovatie om de efficiëntie van de onderzoeks- en innovatiefinanciering op nationaal en Unieniveau te verbeteren. Daarnaast heeft hij de Unie verzocht spoedig stappen te ondernemen die nodig zijn om de resterende belemmeringen voor het aantrekken van talent en investeringen op te heffen teneinde de Europese onderzoeksruimte tegen 2014 te voltooien en een volwaardige interne markt voor kennis, onderzoek en innovatie tot stand te brengen.

(4) Op zijn vergadering van 4 februari 2011 heeft de Europese Raad het idee ondersteund van het gemeenschappelijk strategisch kader voor de financiële bijdrage van de Unie voor onderzoek en innovatie om de efficiëntie van de onderzoeks- en innovatiefinanciering op nationaal en Unieniveau te verbeteren. Daarnaast heeft hij de Unie verzocht spoedig stappen te ondernemen die nodig zijn om de resterende belemmeringen voor het aantrekken van talent en investeringen op te heffen teneinde de Europese onderzoeksruimte tegen 2014 te voltooien en een volwaardige interne markt voor kennis, onderzoek en innovatie tot stand te brengen. Dit vereist een aanzienlijke verhoging van de begroting voor de komende periode van zeven jaar om de innovatiecapaciteit van de Unie te vergroten en tegelijkertijd significante particuliere fondsen voor de activiteiten van de Unie aan te trekken.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 11 november 2010 gepleit voor een ingrijpende vereenvoudiging van de financiering door de Unie van onderzoek en innovatie; heeft in zijn resolutie van 12 mei 2011 het belang benadrukt van de Innovatie-Unie om Europa om te vormen voor een wereld na de crisis; heeft in zijn resolutie van 8 juni 2011 de aandacht gevestigd op belangrijke lessen die kunnen worden getrokken uit de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma; en heeft zich in zijn resolutie van 27 september 2011 achter een gemeenschappelijk strategisch kader voor financiering van onderzoek en innovatie geschaard.

(5) Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 11 november 2010 gepleit voor een ingrijpende vereenvoudiging van de financiering door de Unie van onderzoek en innovatie; heeft in zijn resolutie van 12 mei 2011 het belang benadrukt van de Innovatie-Unie om Europa om te vormen voor een wereld na de crisis; heeft in zijn resolutie van 8 juni 2011 de aandacht gevestigd op belangrijke lessen die kunnen worden getrokken uit de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma; en heeft zich in zijn resolutie van 27 september 2011 achter een gemeenschappelijk strategisch kader voor financiering van onderzoek en innovatie geschaard, waarbij het vroeg om de begroting van de onderzoeks- en innovatieprogramma's van de Unie voor de volgende finacnieringsperiode vanaf 2014 te verdubbelen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) In de Mededeling "Een begroting voor Europa 2020" stelde de Commissie voor het zevende kaderprogramma voor onderzoek, het onderdeel innovatie van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, en het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) samen te bundelen binnen één gemeenschappelijk strategisch kader voor onderzoek en innovatie over de periode 2007-2013 teneinde de Europa 2020-doelstelling om de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling tegen 2020 op te trekken tot 3 % van het bbp waar te maken. In die mededeling verbond de Commissie zich er ook toe klimaatverandering in de bestedingsprogramma's van de Unie te integreren en ten minste 20 % van de Uniebegroting aan klimaatgerelateerde doelstellingen toe te wijzen. Klimaatactie en hulpbronefficiëntie zijn elkaar wederzijds versterkende doelstellingen om duurzame ontwikkeling te verwezenlijken. De specifieke doelstellingen van beide moet worden aangevuld met de andere specifieke doelstellingen van Horizon 2020. Naar verwachting zal een bedrag van ten minste 60% van de totale begrotingsmiddelen voor Horizon 2020 verband moeten houden met duurzame ontwikkeling. Ook wordt verwacht dat klimaatgerelateerde uitgaven meer dan 35% van de begroting moeten uitmaken, met inbegrip van onderling verenigbare maatregelen ter verbetering van het efficiënt gebruik van hulpbronnen. De Commissie moet informatie verstrekken over de omvang en de resultaten van de steun voor de klimaatdoelstellingen. Klimaatgerelateerde uitgaven in het kader van Horizon 2020 moeten worden gevolgd in overeenstemming met de in die mededeling uiteengezette methodologie.

(10) In de Mededeling "Een begroting voor Europa 2020" stelde de Commissie voor het zevende kaderprogramma voor onderzoek, het onderdeel innovatie van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, en het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) samen te bundelen binnen één gemeenschappelijk strategisch kader voor onderzoek en innovatie over de periode 2007-2013 teneinde de Europa 2020-doelstelling om de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling tegen 2020 op te trekken tot 3 % van het bbp waar te maken. In die mededeling verbond de Commissie zich er ook toe klimaatverandering in de bestedingsprogramma's van de Unie te integreren en ten minste 20 % van de Uniebegroting aan klimaatgerelateerde doelstellingen toe te wijzen. Klimaatactie en hulpbronefficiëntie zijn elkaar wederzijds versterkende doelstellingen om duurzame ontwikkeling te verwezenlijken. De specifieke doelstellingen van beide moet worden aangevuld met de andere specifieke doelstellingen van Horizon 2020.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) In haar witboek getiteld "Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem"1 formuleert de Commissie het standpunt dat onderzoeks- en innovatiebeleid op het gebied van vervoer moet voorzien in groeiende en consistente steun voor de ontwikkeling van technologieën met het oog op de omvorming van het Europees vervoerssysteem tot een moderne, efficiënte, duurzame en toegankelijke dienst. In het witboek wordt als doel gesteld om voor 2050 een vermindering van 60% van de uitstoot van broeikasgassen te verwezenlijken ten opzichte van het niveau van 1990.

 

__________________

 

1 COM(2011)0144

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie in de Europese Unie (hierna "Horizon 2020" genoemd), richt zich op drie prioriteiten, te weten de totstandbrenging van wetenschap van topkwaliteit om de mondiale kwaliteit van de Unie in de wetenschappen te versterken, bevordering van industrieel leiderschap ter ondersteuning van het bedrijfsleven (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo's)) en innovatie, en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen om direct te reageren op de uitdagingen die in de Europa 2020-strategie zijn aangegeven door activiteiten in de volledige keten, van onderzoek tot marktintroductie, te ondersteunen. Horizon 2020 moet steun verlenen in alle fasen van de innovatieketen, met name voor activiteiten die zich dichter bij de markt bevinden, inclusief innovatieve financiële instrumenten en niet-technologische en sociale innovatie, en tracht tegemoet te komen aan de onderzoeksbehoeften van een brede waaier van beleidsterreinen van de Unie door te streven naar een zo breed mogelijke toepassing en verspreiding van bij de ondersteunde activiteiten gegenereerde kennis tot aan de commerciële exploitatie ervan. De prioriteiten van Horizon 2020 moeten eveneens worden ondersteund door een programma uit hoofde van het Euratom-Verdrag voor onderzoek en opleiding op het gebied van kernenergie.

(11) Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie in de Europese Unie (hierna "Horizon 2020" genoemd), richt zich op drie prioriteiten, te weten de totstandbrenging van wetenschap van topkwaliteit om de mondiale kwaliteit van de Unie in de wetenschappen te versterken, bevordering van industrieel leiderschap ter ondersteuning van het bedrijfsleven (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo's)) en innovatie, en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen om direct te reageren op de uitdagingen die in de Europa 2020-strategie zijn aangegeven door activiteiten in de volledige keten, van onderzoek tot marktintroductie, te ondersteunen. Hoewel de toegevoegde waarde van de Unie vooral schuilt in de financiering van precommercieel, transnationaal, collaboratief onderzoek, dat binnen Horizon 2020 minstens de niveaus van het zevende kaderprogramma moet halen, is het ook noodzakelijk speciaal de nadruk te leggen op het financieren van innovatie in het kader van Horizon 2020. Horizon 2020 tracht ook tegemoet te komen aan de onderzoeksbehoeften van een brede waaier van beleidsterreinen van de Unie door te streven naar een zo breed mogelijke toepassing en verspreiding van bij de ondersteunde activiteiten gegenereerde kennis tot aan de commerciële exploitatie ervan. Horizon 2020 moet derhalve zorg dragen voor alle fasen van de onderzoeks- en innovatieketen, waaronder grensverleggend en toegepast onderzoek, kennisoverdracht e activiteiten die zich dichter bij de markt bevinden, innovatieve financieringsinstrumenten en niet-technologische en sociale innovatie. Horizon 2020 dient een gedifferentieerde schaal toe te passen, zodat hoe dichter de ondersteunde activiteit bij de markt komt, hoe kleiner het door Horizon 2020 gefinancierde aandeel moet zijn en hoe groter het aandeel moet zijn dat steun uit andere bronnen moet aantrekken, zoals de structuurfondsen, nationale/regionale middelen of de particuliere sector. De prioriteiten van Horizon 2020 moeten eveneens worden ondersteund door een programma uit hoofde van het Euratom-Verdrag voor onderzoek en opleiding op het gebied van kernenergie.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) Benadrukt moet worden dat alle activiteiten in het kader van Horizon 2020 moeten openstaan voor nieuwe deelnemers, zodat er een brede samenwerking tussen de partners in de hele Unie tot stand komt en een geïntegreerde EOR wordt uitgebouwd.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) In het kader van de kennisdriehoek van onderzoek, innovatie en onderwijs moeten de kennis- en innovatiegemeenschappen onder de paraplu van het Europees Instituut voor innovatie en technologie een krachtige bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van Horizon 2020, met inbegrip van de maatschappelijke uitdagingen, in het bijzonder door integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs. Met het oog op complementariteit in Horizon 2020 en een adequate opname van de middelen, moet de financiële bijdrage aan het Europees Instituut voor innovatie en technologie worden verstrekt in twee toewijzingen, waarbij de tweede het voorwerp uitmaakt van een evaluatie.

(13) In het kader van de kennisdriehoek van onderzoek, innovatie en onderwijs moeten de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) onder de paraplu van het EIT een krachtige bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van Horizon 2020, met inbegrip van de maatschappelijke uitdagingen, in het bijzonder door integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs. Het EIT is het voornaamste instrument in het kader van Horizon 2020 dat sterk de nadruk legt op de onderwijsdimensie van de kennisdriehoek en dat beoogt de "Europese paradox" aan te pakken via ondernemingseducatie die zal leiden tot de oprichting van innovatieve, op kennis gebaseerde nieuwe en afgeleide bedrijven.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Vereenvoudiging is een centrale doelstelling van Horizon 2020 die volledig tot uiting moet komen in het ontwerp, de regels, het financieel beheer en de tenuitvoerlegging ervan. Horizon 2020 moet universiteiten, onderzoekscentra en het bedrijfsleven, waaronder met name het mkb/kmo's, aansporen tot actieve deelname, en zich openstellen voor nieuwe deelnemers, omdat het alle ondersteuningsmaatregelen op het gebied van onderzoek en innovatie bijeenbrengt in één gemeenschappelijk strategisch kader, met inbegrip van een gestroomlijnd pakket van ondersteuningsvormen, en voorziet in de toepassing van regels voor deelname die voor alle acties uit hoofde van het programma gelden. Vereenvoudigde financieringsregels moeten zorgen voor een vermindering van de administratieve kosten voor deelname en zullen bijdragen aan een afname van de financiële fouten.

(15) Vereenvoudiging is een centrale doelstelling van Horizon 2020 die volledig tot uiting moet komen in het ontwerp, de regels, het financieel beheer en de tenuitvoerlegging ervan. Horizon 2020 moet universiteiten, onderzoekscentra en het bedrijfsleven, waaronder met name het mkb/kmo's waarvan het deelnemingspercentage aan de onderzoeksprogramma's nog te laag is ondanks de bestaande maatregelen, aansporen tot actieve deelname, en zich openstellen voor nieuwe deelnemers, met name die welke uit het maatschappelijk middenveld afkomstig zijn. Horizon 2020 brengt immers alle ondersteuningsmaatregelen op het gebied van onderzoek en innovatie bijeen in één gemeenschappelijk strategisch kader, met inbegrip van een gestroomlijnd pakket van ondersteuningsvormen, en voorziet in de toepassing van regels voor deelname die voor alle acties uit hoofde van het programma gelden. Vereenvoudigde financieringsregels moeten zorgen voor een vermindering van de administratieve kosten voor deelname en zullen bijdragen aan de preventie en afname van de financiële fouten.

 

Indien er stappen naar een verdere externalisatie van de financiering door de Unie van onderzoek en innovatie worden gezet (zoals gezamenlijke technologie-initiatieven, publiek-private partnerschappen of uitvoerende agentschappen voor onderzoek), moeten de methode en omvang van de externalisatie worden vastgesteld naar gelang van de resultaten van een onafhankelijke effectbeoordeling.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Om voor een passend evenwicht te zorgen tussen O&O&I waarover consensus bestaat en meer baanbrekende O&O&I, moet het gebruik van open uitnodigingen – volgens een bottom-up logica – met versnelde procedures worden bevorderd om voor een snelle verwezenlijking van innovatieve projecten te zorgen. Bovendien moet binnen de maatschappelijke uitdagingen en de ontsluitende en industriële technologieën het juiste evenwicht gevonden worden tussen kleinere en grotere projecten, rekening houdend met de specifieke sectorstructuur, het type activiteit, de technologische en onderzoeksomgeving.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Overeenkomstig artikel 182, lid 1, van het VWEU worden het totale maximumbedrag en de nadere regels voor de financiële deelneming van de Unie aan het kaderprogramma alsmede de onderscheiden deelbedragen voor elk van de overwogen activiteiten in het kaderprogramma vastgesteld.

(16) Overeenkomstig artikel 182, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) worden het totale maximumbedrag en de nadere regels voor de financiële deelneming van de Unie aan het kaderprogramma alsmede de onderscheiden deelbedragen voor elk van de in artikel 180 van het VWEU bedoelde activiteiten in het kaderprogramma vastgesteld.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis) Opdat het Europees Parlement zijn taak van beleidstoezicht kan uitoefenen en transparantie en verantwoordelijkheid kan verzekeren, zoals vermeld in de Verdragen, moet de Commissie het Europees Parlement naar behoren regelmatig op de hoogte houden van alle relevante aspecten van de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, van de voorbereiding en de opstelling van de werkprogramma's tot de uitvoering ervan, de eventuele behoefte om de begrotingsspecificatie aan te passen en de ontwikkeling van prestatie-indicatoren voor de beoogde doelstellingen en verwachte resultaten.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Er moet voor gezorgd worden dat Horizon 2020 en de voorlopers ervan correct worden afgesloten, met name voor wat betreft de voortzetting van meerjarige regelingen voor het beheer van het programma, zoals de financiering van technische en administratieve bijstand.

(18) Er moet voor gezorgd worden dat Horizon 2020 en de voorlopers ervan correct worden afgesloten, met name voor wat betreft de voortzetting van meerjarige regelingen voor het beheer van het programma, zoals de financiering van strikt noodzakelijke technische en administratieve bijstand.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) De uitvoering van 2020 kan aanleiding geven tot aanvullende programma's waaraan slechts door bepaalde lidstaten wordt deelgenomen, tot de deelname van de Unie aan door verschillende lidstaten opgezette programma's, of tot het opzetten van gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren in de zin van de artikelen 184, 185 en 187 van het VWEU.

(19) De uitvoering van 2020 kan, onder specifieke en transparante voorwaarden en per geval, aanleiding geven tot aanvullende programma's waaraan slechts door bepaalde lidstaten wordt deelgenomen, tot de deelname van de Unie aan door verschillende lidstaten opgezette programma's, of tot het opzetten van gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren in de zin van de artikelen 184, 185 en 187 van het VWEU. Deze aanvullende programma's of regelingen moeten een duidelijke Europese toegevoegde waarde hebben en gebaseerd zijn op echte partnerschappen. Deze aanvullende programma's of regelingen moeten een duidelijke EU-meerwaarde hebben, op daadwerkelijke partnerschappen gebaseerd zijn, een aanvulling vormen op andere, onder Horizon 2020 vallende activiteiten, hebben aangetoond dat dezelfde doelstellingen niet via een ander financieringsmechanisme kunnen worden bereikt, en zo inclusief mogelijk zijn qua participatie.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Teneinde de relatie tussen wetenschap en samenleving te verdiepen en het vertrouwen in de wetenschap te vergroten, moet Horizon 2020 burgers en het maatschappelijk middenveld nauwer betrekken bij onderzoek en innovatie door wetenschapseducatie te bevorderen, wetenschappelijke kennis beter toegankelijk te maken, verantwoorde onderzoeks- en innovatieagenda's te ontwikkelen die tegemoetkomen aan de wensen en verwachtingen van burgers en samenlevingen, en door hun deelname aan Horizon 2020-activiteiten te vergemakkelijken.

(20) Teneinde de relatie tussen wetenschap en samenleving te verdiepen, moet Horizon 2020:

 

- burgers en het maatschappelijk middenveld actief laten participeren in en nauwer betrekken bij het onderzoeks- en innovatieproces;

 

- ervoor zorgen dat rekening wordt gehouden met de genderdimensie;

 

- uitstekende wetenschapseducatie bevorderen;

 

- de toegankelijkheid en het hergebruik van de resultaten van door de overheid gefinancierd onderzoek, met name wetenschappelijke publicaties en gegevens, verbeteren, met name door een register van onderzoeksresultaten te creëren,

 

- de digitale kloof en de onderzoeks- en innovatiekloof dichten;

 

- verantwoorde onderzoeks- en innovatieagenda's en een agenda voor een bestuurskader ontwikkelen die tegemoetkomen aan de wensen en verwachtingen van burgers en samenlevingen, en hun deelname aan het afbakenen van de onderzoeksprioriteiten van Horizon 2020-activiteiten vergemakkelijken. De betrokkenheid van de burgers en het maatschappelijk middenveld moet worden gekoppeld aan activiteiten ten aanzien van verspreiding en bereik om steun van het publiek voor het programma op te wekken en te handhaven.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis) Door de Commissie gepubliceerde documenten in verband met Horizon 2020 moeten op verzoek beschikbaar worden gesteld in toegankelijke formaten, waaronder groteletterdruk, braille, gemakkelijk leesbare tekst, audio-, video- en elektronisch formaat.

Motivering

Mensen met een handicap moeten gelijke toegang hebben tot de informatie- en communicatieacties over Horizon 2020, met inbegrip van communicatie over ondersteunde projecten en resultaten, te meer daar het om overheidsfinanciering gaat.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 ter) In het kader van Horizon 2020 is het van belang om, behalve aan de diversiteit van onderzoek, ondersteuning te bieden aan de taalverscheidenheid van academische en wetenschappelijke publicaties, ook in het kader van samenwerking met derde landen, en ervoor te zorgen dat de beginselen van onafhankelijk onderzoek en validering van publicaties door collega's worden geëerbiedigd.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) De uitvoering van Horizon 2020 moet beantwoorden aan de zich ontwikkelende mogelijkheden en behoeften vanuit de wetenschap en technologie, het bedrijfsleven, beleid en de samenleving. In dit kader moet bij de vaststelling van de agenda's nauw contact worden onderhouden met belanghebbenden uit alle betrokken sectoren, en moet voldoende flexibiliteit worden ingebouwd voor nieuwe ontwikkelingen. Tijdens Horizon 2020 moet voortdurend extern advies worden ingewonnen, waarbij ook een beroep wordt gedaan op relevante structuren zoals Europese technologieplatformen, gezamenlijke programmeringsinitiatieven en de Europese innovatiepartnerschappen.

(21) De uitvoering van Horizon 2020 moet beantwoorden aan de zich ontwikkelende mogelijkheden en behoeften vanuit de wetenschap en technologie, het bedrijfsleven, beleid en de samenleving. Tijdens Horizon 2020 moet daarom voortdurend evenwichtig extern advies worden ingewonnen. Met name door de multi- en transdisciplinaire aard van de maatschappelijke uitdagingen, alsmede de noodzaak van horizontale verbindingen en raakvlakken binnen Horizon 2020 is het nodig specifieke strategische wetenschappelijke panels op te zetten. Bij de afbakening van de onderzoeksbehoeften moet zo mogelijk rekening worden gehouden met de input van relevante structuren zoals Europese technologieplatformen, gezamenlijke programmeringsinitiatieven en de Europese innovatiepartnerschappen.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) Met het oog op een transparant en doeltreffend uitvoeringsproces moeten bij het begin van de planning voor elke specifieke doelstelling en elk horizontaal thema meerjarige indicatieve routekaarten worden opgesteld en moet er worden gestreefd naar een kort en transparant proces voor de opstelling van de jaarlijkse werkprogramma's. Bij de voorbereiding en opstelling van de routekaarten en werkprogramma's dient de Commissie het Europees Parlement en de Raad tijdig en passend erbij te betrekken en erover te informeren. Tijdens Horizon 2020 moet voortdurend extern advies worden ingewonnen, waarbij ook een beroep wordt gedaan op relevante structuren, zoals sectorale raden voor advies, de onlangs opgerichte stuurgroepen, Europese technologieplatformen, gezamenlijke programmeringsinitiatieven en de Europese innovatiepartnerschappen.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter) Om in de wereld te kunnen concurreren, de grote maatschappelijke uitdagingen effectief te kunnen aanpakken en de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te bereiken, moet de Unie haar human resources ten volle benutten. Horizon 2020 moet een katalysator en krachtige stimulans voor de voltooiing van de EOR zijn en moet daarom op alle vlakken activiteiten ondersteunen die onderzoeks- en innovatietalent aantrekken, vasthouden, opleiden en ontwikkelen. Om dit doel te bereiken en de kennisoverdracht en de kwantiteit en kwaliteit van onderzoekers te verbeteren, moeten activiteiten voor de opbouw van menselijk kapitaal, met name activiteiten die specifiek gericht zijn op jongeren en vrouwen, standaard deel gaan uitmaken van alle onderzoeks- en innovatieactiviteiten die door de Unie worden gefinancierd.

Motivering

Andere regio's in de wereld slagen er beter dan Europa in om de meest talentvolle arbeidskrachten aan te trekken en vast te houden. Als Europa op mondiaal vlak wil blijven concurreren, moet het zijn aantrekkelijkheid vergroten. Daarom moet er bij die onderzoeks- en innovatieactiviteiten die financiële steun krijgen van de EU, bijzondere aandacht worden besteed aan personele middelen. Met name Horizon 2020 moet een stimulans vormen om de Europese Onderzoeksruimte te voltooien en het menselijke kapitaal in het Europese onderzoeks- en innovatiestelsel te verbeteren.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 quater) Met het oog op de nodige flexibiliteit tijdens de looptijd van Horizon 2020 om nieuwe behoeften en ontwikkelingen aan te pakken, de balans op te maken en eventueel de interactie en dwarsverbindingen tussen en binnen de verschillende doelstellingen aan te passen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de bedragen voor specifieke doelstellingen en prioriteiten te herzien en hiertussen kredieten over te schrijven op basis van de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Motivering

Het is belangrijk om in een mate van budgettaire flexibiliteit te voorzien om voldoende speelruimte te bieden om toekomstige behoeften en ontwikkelingen aan te pakken, met inbegrip van de zogenaamde "horizontale acties". De beste procedure hiervoor is de gedelegeerde handeling om voor democratische rekenschap en snelle besluitvorming te zorgen.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Horizon 2020 moet ertoe bijdragen dat het starten van een onderzoekloopbaan in de Unie aantrekkelijker wordt. Er moet voldoende rekening worden gehouden met het Europees Handvest voor Onderzoekers en de Gedragscode voor de Rekrutering van Onderzoekers, alsook met andere relevante referentiekaders zoals vastgesteld in het kader van de Europese onderzoeksruimte, onder eerbiediging van het vrijwillige karakter ervan.

(22) Horizon 2020 moet ertoe bijdragen dat het starten van een onderzoekloopbaan in de Unie aantrekkelijker wordt door aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden voor onderzoekers te bevorderen. Er moet volledig rekening worden gehouden met het Europees Handvest voor Onderzoekers en de Gedragscode voor de Rekrutering van Onderzoekers, alsook met andere relevante referentiekaders zoals vastgesteld in het kader van de Europese onderzoeksruimte, teneinde het aanhoudende verschijnsel van de braindrain aan te pakken en om te zetten in een brain gain.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis) Tevens moet Horizon 2020 bijdragen tot de totstandbrenging van de EOR, Europese onderzoekers helpen om in Europa te blijven, onderzoekers uit de hele wereld naar Europa te halen en Europa aantrekkelijker te maken voor de beste onderzoekers. Met het oog op de mobiliteit binnen Europa moet de compatibiliteit van beurzen als financieringsinstrument gegarandeerd worden. Voorts moeten ook belastingkwesties worden opgelost en moet adequate sociale bescherming voor Europese wetenschappers worden bevorderd.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 ter) Er bestaat nog steeds een glazen plafond voor vrouwen die carrière willen maken op het gebied van wetenschap en onderzoek, er is sprake van een aanzienlijke ondervertegenwoordiging van vrouwen op sommige vakgebieden, zoals bij techniek en technologie, en de verschillen in beloning tussen mannen en vrouwen worden niet kleiner. Met Horizon 2020 moet daarom de onevenredige deelname van vrouwelijke wetenschappers aan alle stadia van een onderzoekersloopbaan en op verscheidene onderzoeksterreinen worden gecorrigeerd.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) De in het kader van Horizon 2020 ontwikkelde activiteiten moeten gericht zijn op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van onderzoek en innovatie, door met name de onderliggende oorzaken van genderverschillen weg te nemen, het potentieel van zowel vrouwelijke als mannelijke onderzoekers ten volle te benutten, en de genderdimensie op te nemen in projecten om de kwaliteit van onderzoek te verbeteren en innovatie te stimuleren. Activiteiten moeten ook gericht zijn op de toepassing van de beginselen met betrekking tot de gelijkheid van vrouwen en mannen, zoals bepaald in de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 8 van het VWEU.

(23) De in het kader van Horizon 2020 ontwikkelde activiteiten moeten gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van onderzoek en innovatie bevorderen en de voornaamste oorzaken van genderverschillen in kaart brengen en wegnemen, teneinde het potentieel en de kwalificaties van zowel vrouwelijke als mannelijke onderzoekers ten volle te benutten. Bovendien moet Horizon 2020 ervoor zorgen dat de genderdimensie wordt opgenomen in de inhoud van onderzoeks- en innovatieactiviteiten tijdens alle stadia van het proces om de kwaliteit van onderzoek te verbeteren en innovatie te stimuleren. De activiteiten moeten gericht zijn op de tenuitvoerlegging van de beginselen inzake gelijkheid tussen man en vrouw zoals bepaald in artikel 2 en artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 8 van het VWEU, alsook in artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de EU.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) Horizon 2020 moet de deelname van vrouwen aan al het onderzoek, alle projecten en alle wetenschappelijke disciplines op Europees niveau aanmoedigen, niet alleen aan advies- en evaluatiegroepen, maar ook aan alle met Horizon 2020 verband houdende structuren (EIT, Europese Onderzoeksraad (ERC), GCO, stuurgroepen, groepen op hoog niveau en van deskundigen, enz.), alsmede aan universiteiten en onderzoeksinstituten.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 ter) Onderzoek en innovatie zijn afhankelijk van de mogelijkheden die wetenschappers, onderzoeksinstellingen, ondernemingen en burgers hebben om toegang te krijgen tot wetenschappelijke informatie, deze te delen en te gebruiken. Om de verspreiding en het gebruik van kennis te intensiveren, moet vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties verplicht zijn als er een publicatiebesluit is genomen voor wetenschappelijke publicaties die overheidsfinanciering krijgen uit hoofde van Horizon 2020. Bovendien moet Horizon 2020 vrije toegang bevorderen tot wetenschappelijke gegevens die zijn voortgekomen uit met Horizon 2020-middelen gefinancierd onderzoek, rekening houdend met beperkingen in verband met de privacy, de nationale veiligheid of intellectuele-eigendomsrechten.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 quater) Horizon 2020 zal activiteiten aanmoedigen en steunen die gericht zijn op het benutten van de leidende positie van Europa in de wedren naar nieuwe processen en technologieën ter bevordering van duurzame ontwikkeling in algemene zin en ter bestrijding van klimaatverandering. Deze horizontale aanpak, die volledig in alle prioriteiten van Horizon 2020 is geïntegreerd, zal de Unie helpen gedijen in een koolstofarme wereld met schaarse hulpbronnen, en tegelijkertijd een hulpbronnenefficiënte, duurzame en competitieve economie doen ontstaan.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 quinquies) Alle deelnemers die financiële bijstand van de Unie hebben ontvangen, moeten naar best vermogen trachten om de aan hun toebehorende resultaten in een vervolgonderzoek of op commerciële wijze te exploiteren, of trachten om de betreffende resultaten voor die doeleinden door een andere entiteit te laten exploiteren, meer in het bijzonder door de resultaten aan hun over te dragen of in licentie te geven overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EU) nr. xxxx/2012 [Regels voor deelname].

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Bij onderzoeks- en innovatieactiviteiten die door Horizon 2020 worden ondersteund wordt men geacht ethische grondbeginselen in acht te nemen. Er moet rekening worden houden met de adviezen van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën. Overeenkomstig artikel 13 van het VWEU moet bij onderzoeksactiviteiten het gebruik van dieren voor onderzoek en proeven worden beperkt en uiteindelijk worden vervangen. Bij elke activiteit die wordt ondernomen dient ingevolge artikel 168 van het VWEU een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd te worden.

(24) Bij onderzoeks- en innovatieactiviteiten die door Horizon 2020 worden ondersteund wordt men geacht ethische grondbeginselen en de mensenrechten in acht te nemen. Waar nodig moet rekening worden houden met de onderbouwde en bijgewerkte adviezen van de Europese groep ethiek (EGE) van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën, alsmede met het advies van het Bureau van de EU voor de grondrechten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Bij de financiering in het kader van Horizon 2020 moeten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten worden geëerbiedigd. De onderzoeksactiviteiten moeten worden verricht overeenkomstig artikel 13 van het VWEU en hierbij moet de verplichting worden geëerbiedigd om het gebruik van dieren voor wetenschappelijke doeleinden te vervangen, te beperken en te vervolmaken. Bij elke activiteit die wordt ondernomen dient ingevolge artikel 168 van het VWEU een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd te worden.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) De Europese Commissie vraagt niet uitdrukkelijk gebruik te maken van menselijke embryonale stamcellen. Het eventuele gebruik van, zowel volwassen als embryonale, menselijke stamcellen hangt af van het oordeel van de wetenschappers met het oog op de doelstellingen die zij willen bereiken en wordt onderworpen aan stringente ethische evaluatie. Projecten waarbij menselijke embryonale stamcellen worden gebruikt, mogen niet gefinancierd worden indien hiervoor niet de vereiste goedkeuringen van de lidstaten verkregen zijn. Er worden geen activiteiten gefinancierd die in alle lidstaten verboden zijn. Geen activiteit wordt gefinancierd in een lidstaat waar een dergelijke activiteit verboden is.

(25) De Europese Commissie vraagt niet uitdrukkelijk gebruik te maken van menselijke embryonale stamcellen. Het eventuele gebruik van, zowel volwassen als embryonale, menselijke stamcellen hangt af van het oordeel van de wetenschappers met het oog op de doelstellingen die zij willen bereiken en wordt onderworpen aan stringente ethische evaluatie. Projecten waarbij menselijke embryonale stamcellen worden gebruikt, mogen niet gefinancierd worden indien de betrokken lidstaat daarvoor niet overeenkomstig zijn eigen wetgeving goedkeuring heeft verleend. Er worden geen activiteiten gefinancierd die in alle lidstaten verboden zijn. Geen activiteit wordt gefinancierd in een lidstaat waar een dergelijke activiteit verboden is.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft, moet Horizon 2020 nauwere synergieën ontwikkelen met andere programma's van de Unie op terreinen zoals onderwijs, ruimte, milieu, concurrentievermogen en het mkb, interne veiligheid, cultuur en media en met het fonds voor cohesiebeleid en het beleid voor plattelandsontwikkeling, hetgeen specifiek kan helpen nationale en regionale onderzoeks- en innovatiecapaciteit te versterken in de context van slimme specialisatiestrategieën.

(26) Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft, moet Horizon 2020 nauwere synergieën ontwikkelen met andere programma's van de Unie op terreinen zoals onderwijs, ruimte, milieu, energie, landbouw en visserij, concurrentievermogen en het mkb, interne veiligheid, cultuur of media.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Zowel in Horizon 2020 als in het cohesiebeleid wordt ernaar gestreefd die beleidsterreinen via hun respectieve gemeenschappelijke strategische kaders (GSK's) beter af te stemmen op de Europa 2020-doelstellingen voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Deze nieuwe strategisch benadering vereist een nauwere en meer systematische samenwerking tussen beide GSK's om het onderzoeks- en innovatiepotentieel op regionaal, nationaal en Europees niveau volledig te kunnen ontplooien. Daarom zal een passende aansluiting van Horizon 2020 op het cohesiebeleid bijdragen tot het dichten van de onderzoeks- en innovatiekloof in de Unie, door rekening te houden met de bijzondere kenmerken van de in de artikelen 274, 349 en 355 VWEU genoemde regio's. Bovendien moeten de structuurfondsen volledig worden benut ter ondersteuning van capaciteitsopbouw en de totstandbrenging van O&O-infrastructuur in de regio's, acties zoals de ERC en de Marie Curie-acties of samenwerkingsacties die een positieve beoordeling hebben gekregen, maar waarvoor geen financiering uit Horizon 2020 beschikbaar is.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 ter) Europese lokale en regionale autoriteiten hebben een belangrijke rol te vervullen bij de uitvoering van de Europese onderzoeksruimte en bij het zorgen voor een efficiënte coördinatie van de financiële instrumenten van de Unie, in het bijzonder door koppelingen tussen Horizon 2020 en de structuurfondsen aan te moedigen binnen het kader van regionale innovatiestrategieën die gebaseerd zijn op slimme specialisatie. Ook de regio's moeten een rol spelen in de verspreiding en toepassing van de resultaten van Horizon 2020 en bij het aanbieden van complementaire financieringsinstrumenten zoals overheidsopdrachten.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 quater) Horizon 2020 moet streven naar het verspreiden en bevorderen van uitstekend onderzoek in alle Europese regio's als voorwaarde voor een geografisch evenwichtige groei- en innovatiestrategie van de Unie. Het moet ook beogen de mobiliteit van onderzoekers te stimuleren als middel om vormen van braindrain tussen de lidstaten te voorkomen.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) Het mkb vormt een belangrijke bron van innovatie en groei in Europa. Daarom moet het een grote inbreng krijgen in Horizon 2020, als is vastgelegd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003. Een en ander moet de doelstellingen van de Small Business Act ondersteunen.

(27) Het mkb vormt een essentiële bron van innovatie, groei en nieuwe werkgelegenheid in Europa. Daarom moet het een grote inbreng krijgen in Horizon 2020, als is vastgelegd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003. Een en ander moet de doelstellingen van de Small Business Act ondersteunen. Hoewel het mkb meer dan 95% van alle bedrijven in de Unie uitmaakt, bestaan er aanzienlijke verschillen tussen deze bedrijven en is er een flexibele aanpak nodig. Daarom moet Horizon 2020 voorzien in een pakket van diverse instrumenten om innovatie- en onderzoeksactiviteiten en ‑capaciteiten van de kmo's in de verschillende stadia van de innovatiecyclus te ondersteunen;

 

Horizon 2020 moet ten minste 20% van de middelen voor de prioriteiten 2.1 en 3 aan het mkb toewijzen. Met name moet ten minste 4,0% van de Horizon 2020-begroting worden besteed via een speciaal mkb-instrument, dat door één hiervoor bedoelde administratieve structuur wordt beheerd en uitgevoerd.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Het economische belang van overheidsopdrachten in de Unie, dat door de Commissie in haar werkdocument "Public procurement indicators 2009" op 19,4% van het bbp geschat wordt, maakt de overheidsmarkt tot een strategisch instrument van het economische en sociaal beleid waar het deel van uitmaakt. Anderzijds zijn overheidsopdrachten er in eerste instantie op gericht administraties oplossingen te verschaffen die hen in staat stellen om een betere dienstverlening te bieden aan de burgers en staat het buiten kijf dat innovatie een van de manieren is om de meer en betere conventionele producten, werken en diensten te kunnen aanbieden en beheerprocessen efficiënter te maken. Van het totale bedrag van de overheidsopdrachten van de Unie gaat echter slechts een klein deel naar innovatieve producten en diensten, wat een grote gemiste kans is.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 ter) Om de impact van Horizon 2020 te optimaliseren, moet er bijzondere aandacht worden geschonken aan multidisciplinaire en interdisciplinaire benaderingen als noodzakelijke elementen voor het boeken van grote wetenschappelijke vooruitgang. Wetenschappelijke doorbraken vinden vaak plaats waar disciplines met elkaar in contact komen of elkaar overlappen. Bovendien vereisen de complexe problemen en uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd oplossingen die alleen tot stand kunnen komen als verschillende disciplines samenwerken.

Motivering

Een multidisciplinaire en interdisciplinaire aanpak is van groot belang voor vooruitgang op het gebied van wetenschap en innovatie. De complexe aard van de huidige problemen kan vaak niet worden aangepakt door één enkele tak van de wetenschap. Vaak moeten er dan ook gezamenlijke doelstellingen of gezamenlijke kennisstructuren voor de verschillende disciplines worden vastgesteld om de beste oplossingen te kunnen vinden en ontwikkelen. Daarom moet in Horizon 2020 niet enkel worden voorzien in een multidisciplinaire en interdisciplinaire aanpak, maar moet een dergelijke aanpak ook worden bevorderd.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 quater) Bij de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 moet ten volle worden erkend dat universiteiten een fundamentele rol spelen binnen de wetenschaps- en technologiebasis van de Unie, als belangrijkste instellingen van excellentie, zowel op het vlak van opleiding als van onderzoek, en dat zij essentieel zijn voor het verbinden van de verwezenlijking van de Europese ruimte voor hoger onderwijs met de EOR. Organisaties voor onderzoek en technologie brengen in de gehele innovatieketen verschillende spelers samen, van fundamenteel tot technologisch onderzoek, van de product- en procesontwikkeling tot het maken van prototypes en demonstratie en de algehele toepassing in de particuliere en overheidssector.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft, moet Horizon 2020 nauwere synergieën ontwikkelen, die onder meer de vorm mogen aannemen van publiek-publieke partnerschappen, met nationale en regionale programma's die onderzoek en innovatie ondersteunen.

(28) Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft, moet Horizon 2020 nauwere synergieën ontwikkelen, die onder meer de vorm mogen aannemen van publiek-publieke partnerschappen, met internationale, nationale en regionale programma's die onderzoek en innovatie ondersteunen. De coördinatie en het toezicht in het kader van Horizon 2020 moeten waarborgen dat de middelen optimaal worden gebruikt en dat onnodige doublures van uitgaven worden voorkomen, ongeacht welke financieringsbronnen in het geding zijn.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Overweging 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 bis) De Commissie moet de regionale belanghebbenden ertoe aansporen regionale strategieën te formuleren die aan de specifieke behoeften van de regio's beantwoorden teneinde bestaande vormen van openbare of particuliere financiering op EU-niveau met elkaar te combineren. De activiteiten in het kader van Horizon 2020 moeten op die strategieën worden afgestemd, aangezien nauwere betrokkenheid van regionale en lokale autoriteiten bij de opzet en implementatie van de fondsen en onderzoeks- en innovatieprogramma's van cruciaal belang is doordat onmogelijk op alle regio's dezelfde ontwikkelingsstrategie kan worden losgelaten.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Een groter effect moet tevens worden verkregen door financiële middelen van Horizon 2020 en de particuliere sector te bundelen binnen publiek-private partnerschappen op belangrijke gebieden waar onderzoek en innovatie een bijdrage kunnen leveren aan Europa's bredere mededingingsdoelstellingen en helpen maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. De publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven die zijn ontplooid uit hoofde van Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-13) kunnen worden voortgezet met gebruikmaking van geschiktere structuren.

(29) Een groter effect moet tevens worden verkregen door financiële middelen van Horizon 2020 en de particuliere sector te bundelen binnen publiek-private partnerschappen op belangrijke gebieden waar onderzoek en innovatie een bijdrage kunnen leveren aan Europa's bredere mededingingsdoelstellingen, particuliere gelden kunnen vrijmaken en kunnen helpen maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Deze partnerschappen moeten worden gebaseerd op een daadwerkelijk partnerschap, ook op het vlak van toezeggingen en bijdragen uit de particuliere sector, moeten rekenschap afleggen over concrete te verwezenlijken doelstellingen, en moeten worden afgestemd op de rest van Horizon 2020 ten aanzien van de regels voor deelname en de strategische agenda van de Unie voor O&O&I. Het beheer en de werking ervan moeten zorgen voor een open, transparante, effectieve en doeltreffende werking en zij moeten een brede reeks belanghebbenden die op de specifieke gebieden actief zijn, de gelegenheid bieden deel te nemen. De bestaande publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven kunnen worden voortgezet met gebruikmaking van geschiktere structuren en met naleving van bovengenoemde beginselen.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30) Horizon 2020 moet samenwerking met derde landen op basis van gemeenschappelijke belangen en wederzijds voordeel bevorderen. Internationale samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie moet tot doel hebben bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen ter versterking van de concurrentiekracht, een bijdrage leveren aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen en ondersteuning bieden voor het externe en ontwikkelingsbeleid van de Unie, mede door de ontwikkeling van synergieën met externe programma's en door ertoe bij te dragen dat de Unie haar internationale verbintenissen, zoals het bereiken van de millenniumontwikkelingsdoelen, nakomt.

(30) Horizon 2020 moet samenwerking met derde landen op basis van gemeenschappelijke belangen, wederzijds voordeel en, in voorkomend geval, wederkerigheid bevorderen, in samenhang met het buitenlands en ontwikkelingsbeleid van de Unie. Internationale samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie moet tot doel hebben bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen ter versterking van de concurrentiekracht, een bijdrage leveren aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen en ondersteuning bieden voor het externe en ontwikkelingsbeleid en internationale samenwerkingsnetwerken voor onderzoek van de Unie, mede door de ontwikkeling van synergieën met externe programma's en door ertoe bij te dragen dat de Unie haar internationale verbintenissen, zoals het bereiken van de millenniumontwikkelingsdoelen en de Rio+20-streefcijfers, nakomt. Bij de internationale samenwerking dient rekening te worden gehouden met de capaciteiten en mogelijke rol van de ultraperifere regio's van de Unie en de met de Unie geassocieerde landen en gebieden overzee in hun respectieve regio's.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis) Er dient te worden overwogen om de deelneming van onderzoeksteams aan uiteenlopende projecten te stimuleren om de kwaliteit van onderzoek en innovatie (O&I) te vergroten en de mogelijkheid van internationale samenwerking te versterken.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31) Om gelijke kansen te handhaven voor alle ondernemingen die actief zijn op de interne markt moet de uit Horizon 2020 verstrekte financiering in overeenstemming zijn met de voorschriften inzake staatssteun zodat de doelmatigheid van overheidsuitgaven wordt gegarandeerd en marktverstoring zoals verdringing van particuliere financiering wordt voorkomen, waardoor ondoelmatige marktstructuren zouden ontstaan of inefficiënte bedrijven in stand zouden worden gehouden.

(31) Om gelijke kansen te handhaven voor alle ondernemingen die actief zijn op de interne markt moet de uit Horizon 2020 verstrekte financiering in overeenstemming zijn met de voorschriften inzake staatssteun, zoals de Communautaire kaderregeling inzake staatsteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie1, en rekening houdend met de lopende herziening daarvan, zodat de doelmatigheid van overheidsuitgaven wordt gegarandeerd en marktverstoring zoals verdringing van particuliere financiering wordt voorkomen, waardoor ondoelmatige marktstructuren zouden ontstaan of inefficiënte bedrijven in stand zouden worden gehouden.

 

__________________

 

1 PB C 323 van 30.12.2006 blz. 1.

Motivering

Door al te sterk de nadruk te leggen op de financiering van kortetermijninnovatie die nauw aansluit op de markt, zou de mededinging verstoord kunnen worden en zou fundamenteel onderzoek op de langere termijn, dat vaak zorgt voor radicale, baanbrekende innovatie, benadeeld kunnen worden. Daarom moeten de voorschriften voor staatssteun aan O&O niet enkel naar de letter, maar ook naar de geest worden toegepast.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis) De uitgaven van de Unie en de lidstaten voor onderzoek en innovatie moeten beter worden gecoördineerd, teneinde te zorgen voor complementariteit, meer efficiëntie en grotere zichtbaarheid, alsook voor meer synergie. In de context van het in deze verordening bedoelde evaluatieproces moet de Commissie, indien beschikbaar, concreet bewijs verstrekken van de complementariteit en synergieën die bereikt zijn tussen de begroting van de Unie en de die van de lidstaten wat betreft het behalen van de O&O-doelstelling van Europa 2020 alsmede de kernindicator voor innovatie van Europa 2020.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32) De noodzaak van een nieuwe benadering van controle en risicobeheer bij onderzoeksfinanciering van de Unie werd op 4 februari 2011 erkend door de Europese Raad, die vroeg om een nieuw evenwicht tussen vertrouwen en toezicht en tussen risico's nemen en risico's vermijden. In zijn resolutie van 11 november 2010 inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek pleitte het Europees Parlement voor een pragmatische verschuiving in de richting van administratieve en financiële vereenvoudiging en stelde dat het beheer van Europese onderzoeksfinanciering in sterkere mate gebaseerd zou moeten zijn op vertrouwen en risicotolerantie ten aanzien van deelnemers. Het verslag over de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (2007-2013) concludeert dat een radicalere benadering noodzakelijk is om een kwantumsprong te maken als het gaat om vereenvoudiging, en dat het evenwicht tussen risico en vertrouwen moet worden hersteld.

(32) De noodzaak van een nieuwe benadering om een empirisch onderbouwde strategie inzake risicobeheer te ontwikkelen, als onderdeel van de strategie van de Unie inzake onderzoeksfinanciering, werd op 4 februari 2011 erkend door de Europese Raad. Bij die gelegenheid vroeg de Raad om een nieuw evenwicht tussen vertrouwen en toezicht en tussen risico's nemen en risico's vermijden. In zijn resolutie van 11 november 2010 inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek pleitte het Europees Parlement voor een pragmatische verschuiving in de richting van administratieve en financiële vereenvoudiging en stelde dat het beheer van Europese onderzoeksfinanciering in sterkere mate gebaseerd zou moeten zijn op vertrouwen en risicotolerantie ten aanzien van onderzoekers. Het verslag over de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (2007-2013) concludeert dat een radicalere benadering noodzakelijk is om een kwantumsprong te maken naar vereenvoudigde procedures die aantonen dat de Unie vertrouwen heeft in onderzoekers en hen aanmoedigen de risico's te nemen die nodig zijn om versneld vooruitgang te boeken op het gebied van wetenschap en innovatie.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis) Horizon 2020 moet borg staan voor optimale transparantie, verantwoordingsplicht en democratische controle met betrekking tot innoverende financieringsinstrumenten en ‑mechanismen waarbij de begroting van de Unie betrokken is, vooral wat betreft de bijdrage die zij verwacht worden te leveren of hebben geleverd aan het bereiken van de doelstellingen van de Unie.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35) Doeltreffend prestatiebeheer, met inbegrip van evaluatie en toezicht, vereist de ontwikkeling van specifieke prestatie-indicatoren die in de tijd kunnen worden gemeten, realistisch zijn en de logica van de interventie weerspiegelen, en relevant zijn voor de passende hiërarchie van doelstellingen en activiteiten. Er moeten passende coördinatiemechanismen worden ingevoerd tussen de uitvoering van en het toezicht op Horizon 2020 en het toezicht op de ontwikkeling, de resultaten en het functioneren van de Europese onderzoeksruimte.

(35) Doeltreffend prestatiebeheer, met inbegrip van evaluatie en toezicht, vereist de ontwikkeling van specifieke gemeenschappelijke Europese prestatie-indicatoren die in de tijd kunnen worden gemeten, realistisch zijn en de logica van de interventie weerspiegelen, en relevant zijn voor de passende hiërarchie van doelstellingen en activiteiten. Er moeten passende coördinatiemechanismen worden ingevoerd tussen de uitvoering van en het toezicht op Horizon 2020 en het toezicht op de ontwikkeling, de resultaten en het functioneren van de Europese onderzoeksruimte.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis) Tegen 2017 moet de Commissie een allesomvattende evaluatie en herziening verrichten van de verschillende soorten publiek-private partnerschappen die in het kader van haar onderzoeks- en innovatieprogramma's zijn opgezet (zoals KIG's, GTI's en PPP's) teneinde het landschap in het toekomstige kaderprogramma te rationaliseren en te vereenvoudigen en de meest efficiënte, open en transparante governance te vinden die de breedst mogelijke deelneming van belanghebbenden mogelijk maakt en tegelijk belangenconflicten voorkomt.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderwerp

Onderwerp

Bij deze verordening wordt Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) ("Horizon 2020") vastgesteld en het kader ingesteld waarbinnen de Unie onderzoeks- en innovatieactiviteiten ondersteunt en een betere benutting van het industriële potentieel van het beleid inzake innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling stimuleert.

Bij deze verordening wordt Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) ("Horizon 2020") vastgesteld en het kader ingesteld waarbinnen de Unie onderzoeks- en innovatieactiviteiten ondersteunt, de Europese wetenschappelijke en technologische basis versterkt en een betere benutting van het maatschappelijke, economische en industriële potentieel van het beleid inzake innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling stimuleert.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Definities

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "onderzoeks- en innovatieactiviteiten": het gehele spectrum van activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling, demonstratie en innovatie, waaronder het bevorderen van samenwerking met derde landen en internationale organisaties, het verspreiden en exploiteren van de resultaten en het stimuleren van opleiding en mobiliteit van onderzoekers in de Unie;

a) "onderzoeks- en innovatieactiviteiten": het gehele spectrum van activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling, demonstratie en innovatie, waaronder het bevorderen van samenwerking met derde landen en internationale organisaties, het verspreiden en exploiteren van de resultaten en het stimuleren van hoogstaande en doelgerichte opleiding en mobiliteit van onderzoekers in de Unie;

b) "eigen acties": door de Commissie door middel van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) ondernomen onderzoek- en innovatieactiviteiten;

b) "eigen acties": door de Commissie door middel van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) ondernomen onderzoek- en innovatieactiviteiten;

c) "acties onder contract": onderzoek- en innovatieactiviteiten waaraan de Unie financiële steun verleent en die door deelnemers worden ondernomen;

c) "acties onder contract": onderzoek- en innovatieactiviteiten waaraan de Unie financiële steun verleent en die door deelnemers worden ondernomen;

d) "publiek-privaat partnerschap": een partnerschap waarbij partners uit de particuliere sector, de Unie en, in voorkomend geval, andere partners, zich ertoe verbinden de ontwikkeling en uitvoering van een programma of activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie gezamenlijk te ondersteunen;

d) "publiek-privaat partnerschap": een partnerschap tussen partners uit de particuliere sector en partners uit de overheidssector, zoals universiteiten, onderzoeksorganisaties en andere overheidsinstellingen, eventueel met inbegrip van de Unie, die gezamenlijk door de Unie en haar partners worden ondersteund om de ontwikkeling en uitvoering van een programma of activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie gezamenlijk te ondersteunen;

e) "publiek-publiek partnerschap": een partnerschap waarbij overheidsorganen of instanties met een openbaredienstverleningstaak op regionaal, nationaal of internationaal niveau zich er samen met de Unie toe verbinden de ontwikkeling en uitvoering van een programma of activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie gezamenlijk te ondersteunen.

e) "publiek-publiek partnerschap": een partnerschap waarbij publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak op plaatselijk, regionaal, nationaal of internationaal niveau zich er samen met de Unie toe verbinden de ontwikkeling en uitvoering van een programma of activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie gezamenlijk te ondersteunen;

 

e bis) "onderzoeksinfrastructuren" (OI): faciliteiten, hulpbronnen, organisatiesystemen en diensten die door de onderzoeksgemeenschappen worden gebruikt om onderzoek te doen en vernieuwingen door te voeren op hun gebied. Indien van toepassing kan deze infrastructuur ook buiten onderzoek gebruikt worden, zoals voor onderwijs of overheidsdiensten. OI omvatten het volgende: belangrijke wetenschappelijke apparatuur (of een verzameling instrumenten); op kennis gebaseerde hulpbronnen zoals verzamelingen, archieven of wetenschappelijke gegevens; e-infrastructuur, zoals gegevens, computer- en softwaresystemen en communicatienetwerken en -systemen ter bevordering van openheid en vertrouwen in digitale techniek; iedere andere infrastructuur van unieke aard die onmisbaar is om te excelleren in onderzoek en innovatie;

 

e ter) "slimme specialisatie": het concept dat de ontwikkeling van het O&O&I-beleid van de Unie onderbouwt en dat tot doel heeft het efficiënte en effectieve gebruik van overheidsinvesteringen te bevorderen door gebruik te maken van synergieën tussen landen en regio's en hun innovatiecapaciteit te versterken;

 

e quater) "strategie voor slimme specialisatie": een strategie die bestaat uit een meerjarig strategisch programma dat moet dienen om een functioneel nationaal of regionaal systeem voor onderzoek en innovatie te ontwikkelen.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toegevoegde waarde van de Unie

Toegevoegde waarde van de Unie

Horizon 2020 voorziet in een gemeenschappelijk strategisch kader voor financiering van onderzoek en innovatie door de Unie, en vervult daarmee een centrale rol in de uitvoering van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Bijgevolg fungeert het programma als een instrument voor het creëren van een hefboomeffect voor particuliere investeringen, het scheppen van nieuwe banenkansen en het waarborgen van Europa's groei en concurrentievermogen op de lange termijn.

Horizon 2020 voorziet in een gemeenschappelijk strategisch kader voor financiering van onderzoek en innovatie van topkwaliteit in de Unie, en vervult daarmee een centrale rol in de uitvoering van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Zo fungeert het programma als een instrument voor het creëren van een hefboomeffect voor openbare en particuliere investeringen, het scheppen van nieuwe banenkansen en het waarborgen van Europa's duurzaamheid, economische ontwikkeling en veerkracht, sociale inclusie en industrieel concurrentievermogen op de lange termijn. De steun in het kader van Horizon 2020 is gericht op activiteiten waarbij interventie op het niveau van de Unie een toegevoegde waarde met zich meebrengt ten opzichte van interventie op nationaal of regionaal niveau.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algemene doelstelling, prioriteiten en specifieke doelstellingen

Algemene doelstelling, prioriteiten en specifieke doelstellingen

1. Door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken, levert Horizon 2020 een bijdrage aan de opbouw van een economie die berust op kennis en innovatie in de gehele Unie. Dientengevolge draagt het bij aan de uitvoering van de Europa 2020-strategie en ander beleid van de Unie, alsmede aan de totstandbrenging en werking van de Europese onderzoeksruimte (EOR). De desbetreffende prestatie-indicatoren worden in de inleiding van bijlage I nader beschreven.

1. Door aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken, levert Horizon 2020 een bijdrage aan de opbouw van een economie die berust op kennis en innovatie in de gehele Unie, waarmee het zal bijdragen aan het halen van het streefcijfer van 3% van het bbp voor de financiering van onderzoek en ontwikkeling in de gehele Unie tegen 2020. Dientengevolge draagt het bij aan de uitvoering van de Europa 2020-strategie en ander beleid van de Unie, alsmede aan de totstandbrenging en werking van de Europese onderzoeksruimte (EOR), via specifieke, exemplaire maatregelen ter bevordering van structurele veranderingen binnen de Europese onderzoeks- en innovatiestelsels.

2. Dit algemene doel wordt bereikt door middel van drie elkaar wederzijds versterkende prioriteiten gericht op:

2. Dit algemene doel wordt bereikt door middel van drie elkaar wederzijds versterkende prioriteiten gericht op:

a) Wetenschap op topniveau;

a) Wetenschap op topniveau;

b) industrieel leiderschap;

b) industrieel leiderschap;

c) maatschappelijke uitdagingen.

c) maatschappelijke uitdagingen.

De specifieke doelstellingen die met elk van van die drie prioriteiten overeenstemmen, worden samen met de grote lijnen van de activiteiten uiteengezet in de delen I tot en met III van bijlage I.

De specifieke doelstellingen die met elk van die drie prioriteiten overeenstemmen, worden samen met de grote lijnen van de activiteiten uiteengezet in de delen I tot en met III van bijlage I.

3. Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) levert een bijdrage aan de in de twee bovengenoemde leden genoemde algemene doelstellingen en prioriteiten door wetenschappelijke en technische ondersteuning te verlenen aan beleidsmaatregelen van de Unie. De hoofdlijnen van de activiteiten worden in deel IV van bijlage I nader beschreven.

3. Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) levert een bijdrage aan de in de twee bovengenoemde leden genoemde algemene doelstellingen en prioriteiten door wetenschappelijke en technische ondersteuning te verlenen aan beleidsmaatregelen van de Unie. De hoofdlijnen van de activiteiten worden in deel IV van bijlage I nader beschreven. Daarnaast ondersteunt het JRC nationale en regionale overheden bij de ontwikkeling van strategieën voor slimme specialisatie.

4. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), opgericht bij Verordening (EU) nr. 294/2008 van het Europees Parlement en de Raad, levert een bijdrage aan de in de leden 1 en 2 genoemde algemene doelstellingen en prioriteiten met als specifiek doel de kennisdriehoek van onderzoek, innovatie en onderwijs te integreren. De desbetreffende prestatie-indicatoren voor het Europees Instituut voor innovatie en technologie en de hoofdlijnen van dit specifieke doel en de activiteiten worden in respectievelijk de inleiding van bijlage I en deel V van bijlage I nader beschreven.

4. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), opgericht bij Verordening (EU) nr. 294/2008 van het Europees Parlement en de Raad, levert een bijdrage aan de in de leden 1 en 2 genoemde algemene doelstellingen en prioriteiten met als specifiek doel de kennisdriehoek van onderzoek, innovatie en onderwijs te integreren. De desbetreffende prestatie-indicatoren voor het EIT en de hoofdlijnen van dit specifieke doel en de activiteiten worden in respectievelijk de inleiding van bijlage I en deel V van bijlage I nader beschreven.

5. Binnen de in lid 2 genoemde prioriteiten en hoofdlijnen kan rekening worden gehouden met nieuwe en onvoorziene behoeften die zich tijdens de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 voordoen. Hierbij valt te denken aan reacties op ontluikende mogelijkheden, crises en dreigingen, behoeften in verband met de ontwikkeling van nieuw beleid van de Unie, en experimenten met geplande acties voor ondersteuning in het kader van toekomstige programma's.

5. Binnen de in lid 2 genoemde prioriteiten en hoofdlijnen kan rekening worden gehouden met nieuwe en onvoorziene behoeften die zich tijdens de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 voordoen. Hierbij valt te denken aan reacties op ontluikende mogelijkheden, crises en dreigingen en behoeften in verband met de ontwikkeling van nieuw beleid van de Unie.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Begroting

Begroting

1. De financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 bedragen 87 740 miljoen euro, waarvan een maximumbedrag van 86 198 miljoen euro wordt toegewezen aan activiteiten in het kader van titel XIX van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

1. De financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 bedragen xxx miljoen euro, waarvan een maximumpercentage van 98,2% wordt toegewezen aan activiteiten in het kader van titel XIX van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

2. Het bedrag voor activiteiten in het kader van titel XIX van het VWEU wordt als volgt verdeeld over de prioriteiten zoals uiteengezet in artikel 5, lid 2:

2. Het bedrag voor activiteiten in het kader van titel XIX van het VWEU wordt als volgt verdeeld over de prioriteiten zoals uiteengezet in artikel 5, lid 2:

a) wetenschap van topniveau, 27 818 miljoen euro;

a) wetenschap van topniveau, 32,6% van de totale begroting;

b) industrieel leiderschap, 20 280 miljoen euro;

b) industrieel leiderschap, 24,3% van de totale begroting;

c) maatschappelijke uitdagingen, 35 888 miljoen euro.

c) maatschappelijke uitdagingen, 37,5% van de totale begroting;

Het totale maximumbedrag van de financiële bijdrage van de Unie vanuit Horizon 2020 aan de niet-nuclaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek bedraagt 2 212 miljoen euro.

Het totale maximumbedrag van de financiële bijdrage van de Unie vanuit Horizon 2020 aan de niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek bedraagt 2,4% van de totale Horizon 2020-begroting.

Bijlage II beschrijft de indicatieve verdeling over de specifieke doelstellingen binnen de prioriteiten en het totale maximumbedrag van de bijdrage aan de niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek.

Bijlage II beschrijft de verdeling over de specifieke doelstellingen binnen de prioriteiten en het totale maximumbedrag van de bijdrage aan de niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek.

 

De Commissie reserveert een passend bedrag voor uitnodigingen waarop meer inschrijvingen van een hoog kwaliteitsniveau worden ingediend dan verwacht ten einde, indien nodig, meer dan één project te financieren.

3. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie wordt vanuit Horizon 2020 gefinancierd ten bedrage van maximaal 3 194 miljoen euro, als uiteengezet in bijlage II. Een eerste toewijzing van 1 542 miljoen euro wordt verleend aan het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor activiteiten in het kader van titel XVII van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Een tweede toewijzing van maximaal 1 652 miljoen euro wordt verstrekt na de evaluatie als bedoeld in artikel 26, lid 1. Dit aanvullend bedrag wordt verstrekt op een prorata-basis, als aangegeven in bijlage II, uit de middelen voor de specifieke doelstelling 'Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën' binnen de prioriteit inzake industrieel leiderschap als bedoeld in lid 2, onder b), en uit de middelen voor de prioriteit inzake maatschappelijke uitdagingen als bedoeld in lid 2, onder c).

3. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie wordt vanuit Horizon 2020 gefinancierd ten bedrage van maximaal 3,3% van de totale begroting, als uiteengezet in bijlage II.

Deze financiering in twee meerjarige toewijzingen heeft betrekking op:

 

a) bij de eerste toewijzing: de aan de gang zijnde ontwikkelingen van de huidige kennis- en innovatiegemeenschappen (hierna KIG's genoemd) en zaaikapitaal voor de lancering van de tweede golf van drie nieuwe KIG's;

 

b) bij de tweede toewijzing: de aan de gang zijnde ontwikkelingen van de reeds opgestarte KIG's en zaaikapitaal voor de lancering van de derde golf van drie nieuwe KIG's.

 

De tweede toewijzing wordt beschikbaar gesteld na de evaluatie als bedoeld in artikel 26, lid 1, waarbij met name aandacht besteed wordt aan:

 

a) het afgesproken tijdschema voor de start van de derde golf KIG's;

 

b) de geprogrammeerde financiële behoeften van de bestaande KIG's volgens de specifieke ontwikkeling daarvan;

 

c) de bijdrage van het Europees Instituut voor innovatie en technologie en de KIG's daarvan aan de doelstellingen van Horizon 2020.

 

4. De financiële middelen voor het programma kunnen eveneens de kosten dekken in verband met voorbereiding, bewaking, toezicht, audits en evaluaties die noodzakelijk zijn voor het beheer van Horizon 2020 en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name studies en vergaderingen van deskundigen, voor zover deze betrekking hebben op de doelstellingen van Horizon 2020, kosten in verband met computernetwerken voor de verwerking en uitwisseling van informatie, en alle andere kosten van technische en administratieve bijstand die aan de Commissie wordt verleend voor het beheer van Horizon 2020.

4. De financiële middelen voor het programma kunnen eveneens de kosten dekken in verband met voorbereiding, bewaking, toezicht, audits en evaluaties die noodzakelijk zijn voor het beheer van Horizon 2020 en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name studies en vergaderingen van deskundigen, voor zover deze betrekking hebben op de doelstellingen van Horizon 2020, kosten in verband met computernetwerken voor de verwerking en uitwisseling van informatie, en alle andere kosten van technische bijstand die aan de Commissie wordt verleend voor het beheer van Horizon 2020.

Zo nodig kunnen kredieten in de begroting na 2020 worden opgenomen om kosten van technische en administratieve bijstand te dekken, met het oog op het beheer van de acties die op 31 december 2020 nog niet zijn afgerond.

Deze verordening financiert geen administratieve uitgaven van de Commissie om Horizon 2020 uit te voeren, noch de opstelling noch de uitvoering van grote Europese infrastructurele projecten zoals Galileo, GMES of ITER.

5. Om te reageren op onvoorziene situaties of nieuwe ontwikkelingen en behoeften en rekening te houden met het bepaalde in lid 3, kan de Commissie naar aanleiding van de in artikel 26, lid 1, onder a), van deze verordening bedoelde tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure een herziening van de bedragen ondernemen in de zin van lid 2 en bijlage II voor respectievelijk de prioriteiten en de indicatieve verdeling over de specifieke doelstellingen binnen deze prioriteiten, en daarbij overgaan tot kredietoverschrijvingen tussen de diverse prioriteiten en specifieke doelstellingen tot een maximum van 10 % van de totale initiële toewijzing voor elke prioriteit en tot een maximimum van 10 % van de initiële indicatieve verdeling per specifieke doelstelling. Dit is niet van toepassing op het in lid 2 genoemde bedrag voor de eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek of de in lid 3 bedoelde bijdrage aan het Europees Instituut voor innovatie en technologie.

5. Om te reageren op de voortschrijdende ontwikkelingen in wetenschap, technologie en innovatie en, om Horizon 2020 zo nodig aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen en behoeften, kan de Commissie, onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure, na de tussentijdse evaluatie als bedoeld in artikel 26, lid 1, onder b), gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 26 bis vaststellen om de in bijlage II beschreven verdeling te wijzigen met maximaal 15% van de totale initiële toewijzing voor elke prioriteit en specifieke doelstelling en, zo nodig, de in bijlage I bedoelde specifieke doelstellingen en activiteiten aanpassen.

 

Bij de wijziging van de bijlagen I en II houdt de Commissie vooral rekening met:

 

a) de bijdrage van de verschillende delen van Horizon 2020 tot de doelstellingen van het programma;

 

b) de ontwikkeling van de sleutelindicatoren voor de beoordeling van de resultaten en effecten van de verschillende delen van Horizon 2020, als vermeld in bijlage II van het in artikel 8 van deze verordening bedoelde specifieke programma;

 

c) de verwachte toekomstige financiële behoeften van de verschillende delen en instrumenten van Horizon 2020.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Associatie van derde landen

Associatie van derde landen

1. Horizon 2020 staat open voor samenwerking met:

1. Horizon 2020 staat open voor samenwerking met:

a) toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten overeenkomstig de algemene beginselen en voorwaarden die in de respectieve kaderovereenkomsten en besluiten van de associatieraden of soortgelijke overeenkomsten voor deelname van deze landen aan programma's van de Unie zijn vastgesteld;

a) toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten overeenkomstig de algemene beginselen en voorwaarden die in de respectieve kaderovereenkomsten en besluiten van de associatieraden of soortgelijke overeenkomsten voor deelname van deze landen aan programma's van de Unie zijn vastgesteld;

b) geselecteerde derde landen die aan alle volgende criteria voldoen:

b) geselecteerde derde landen die aan de volgende criteria voldoen:

i) zij beschikken over een goede capaciteit op het gebied van wetenschappen, technologie en innovatie;

i) zij beschikken over een goede capaciteit op het gebied van wetenschappen, technologie en innovatie;

ii) zij hebben een goede staat van dienst als het gaat om deelname aan EU-programma's voor onderzoek en innovatie;

ii) zij hebben een goede staat van dienst als het gaat om deelname aan EU-programma's voor onderzoek en innovatie;

iii) zij zijn economisch en geografisch nauw verwant met de EU;

iii) zij zijn economisch en geografisch nauw verwant met de EU of onderhouden speciale historische en culturele banden met lidstaten;

iv) zij behoren tot de landen die deel uitmaken van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of zijn landen of gebieden als vermeld in de bijlage bij Verordening (EU) nr. XX/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument.

iv) zij behoren tot de landen die deel uitmaken van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of zijn landen of gebieden als vermeld in de bijlage bij Verordening (EU) nr. XX/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument. De voorwaarden voor de deelneming van de EVA-staten die lid zijn van de EER, stroken met de bepalingen van de EER-overeenkomst.

 

Horizon 2020 staat open voor de deelname van de landen en gebieden overzee, zoals bedoeld in Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap ("LGO-besluit"), onder de in genoemd besluit afgebakende voorwaarden.

De specifieke voorwaarden betreffende de deelname van geassocieerde landen aan Horizon 2020, met inbegrip van hun financiële bijdrage gebaseerd op het bruto binnenlands product van het geassocieerde land, worden vastgesteld bij internationale overeenkomsten tussen de Unie en de geassocieerde landen.

De specifieke voorwaarden betreffende de deelname van geassocieerde landen aan Horizon 2020, met inbegrip van hun financiële bijdrage gebaseerd op het bruto binnenlands product van het geassocieerde land, worden vastgesteld bij internationale overeenkomsten tussen de Unie en de geassocieerde landen.

 

______________

 

1 PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Er moet worden gezorgd voor een doeltreffende coördinatie tussen de drie hoofdpijlers van Horizon 2020.

Motivering

Coördinatie tussen de drie pijlers van Horizon 2020 is noodzakelijk om de in het programma vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Horizon 2020 ondersteunt acties onder contract door middel van een of meerdere vormen van financiering waarin Verordening (EU) nr. XX/2012 [nieuw Financieel Reglement] voorziet, in het bijzonder subsidies, prijzen, opdrachten en financiële instrumenten.

1. Horizon 2020 ondersteunt acties onder contract door middel van een of meerdere vormen van financiering waarin Verordening (EU) nr. (EU, Euratom) nr. 966/2012 voorziet, in het bijzonder subsidies, prijzen, opdrachten en financiële instrumenten. Laatstgenoemde is de meest voorkomende vorm van financiering voor marktgerichte activiteiten die in het kader van Horizon 2020 worden gesteund.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Strategisch advies en coördinatie

 

Er wordt gestreefd naar strategisch advies en coördinatie van onderzoek en ontwikkeling die gericht zijn op gezamenlijke doelstellingen en die synergieën vereisen tussen de verschillende aspecten van Horizon 2020.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Extern advies en maatschappelijk engagement

Extern advies en maatschappelijk engagement

1. Bij de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 wordt rekening gehouden met adviezen en bijdragen van: door de Commissie opgerichte adviesgroepen van onafhankelijke deskundigen op hoog niveau; dialoogstructuren gevormd in het kader van internationale overeenkomsten op het gebied van wetenschap en technologie; toekomstgerichte activiteiten; doelgerichte openbare raadplegingen; en transparante en interactieve processen die zorgen voor de ondersteuning van verantwoorde onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

1. Bij de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 wordt rekening gehouden met adviezen en bijdragen van: door de Commissie opgerichte adviesgroepen van onafhankelijke deskundigen op hoog niveau uit een breed scala van sectoren en disciplines en met verschillende achtergronden en met inbreng van maatschappelijke organisaties; dialoogstructuren gevormd in het kader van internationale overeenkomsten op het gebied van wetenschap en technologie; toekomstgerichte activiteiten; doelgerichte openbare raadplegingen; en transparante en interactieve processen die zorgen voor de ondersteuning van verantwoorde onderzoeks- en innovatieactiviteiten middels een gestroomlijnde reeks maatregelen die doublures en overlapping van financieringsstructuren voorkomen.

 

1 bis. Bij het opstellen van de werkprogramma's als bedoeld in artikel 5 van Besluit nr. XX/XX/EU van ... [specifiek programma H2020] houdt de Commissie rekening met uitgebreid advies en inbreng van de belanghebbenden, de lidstaten, het Europees Parlement en de Raad. De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan vertegenwoordigers van de Commissie uitnodigen om aan de commissie het ontwerp van de werkprogramma's uiteen te zetten.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Daarnaast wordt ten volle rekening gehouden met relevante aspecten van de onderzoeks- en innovatieagenda's afkomstig van Europese technologieplatforms, gemeenschappelijke programmeringsinitiatieven en Europese innovatiepartnerschappen.

2. Daarnaast wordt ten volle rekening gehouden met relevante aspecten van de onderzoeks- en innovatieagenda's afkomstig van het EIT en de KIG's, Europese technologieplatforms, gemeenschappelijke programmeringsinitiatieven, Europese innovatiepartnerschappen en Europese internationale onderzoeksorganisaties, op voorwaarde dat deze agenda's zijn opgesteld in overleg met een breed scala aan deskundigen en belanghebbenden.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Horizontale acties

Horizontale acties

1. Tussen en binnen de prioriteiten van Horizon 2020 worden koppelingen en dwarsverbanden aangebracht. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de ontwikkeling en toepassing van belangrijke ontsluitende en industriële technologieën, aan het slaan van een brug tussen uitvinding en commerciële toepassing, aan interdisciplinair onderzoek en innovatie, aan sociale en economische wetenschappen en menswetenschappen, aan de bevordering van het functioneren en de totstandbrenging van de EOR, aan samenwerking met derde landen, aan verantwoorde onderzoeks- en innovatie-inspanningen met inbegrip van de genderdimensie, aan het aantrekkelijker maken van het beroep van onderzoekers en aan het vergemakkelijken van de grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit van onderzoekers.

1. Tussen en binnen de prioriteiten van Horizon 2020 worden koppelingen en dwarsverbanden aangebracht. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de ontwikkeling en toepassing van belangrijke ontsluitende en industriële technologieën, aan het slaan van een brug tussen uitvinding en commerciële toepassing, aan multi-, cross-, inter- en transdisciplinaironderzoek en innovatie, aan sociale en economische wetenschappen en menswetenschappen, aan klimaatverandering en duurzame ontwikkeling, aan de bevordering van het functioneren en de totstandbrenging van de EOR, aan de uitbreiding van de samenwerking in de gehele Unie, aan het dichten van de onderzoeks- en innovatiekloof in Europa, aan een grotere participatie van de particuliere sector, aan inbreng van het mkb, aan samenwerking met derde landen, aan verantwoorde onderzoeks- en innovatie-inspanningen, met inbegrip van de genderdimensie in projecten, aan inclusiever onderzoeksbeheer, en aan het aantrekkelijker maken van het beroep van onderzoekers en aan het vergemakkelijken van de grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit van onderzoekers.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ontwikkelingen in wetenschap, technologie, innovatie, markten en de samenleving

Ontwikkelingen in wetenschap, technologie, innovatie, markten en de samenleving

Bij de keuze van de prioriteiten en acties die in het kader van de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 worden ondersteund, wordt rekening gehouden met veranderende behoeften en voortschrijdende ontwikkelingen in wetenschap, technologie, innovatie, markten en de samenleving, waarbij innovatie zakelijke activiteiten en organisatorische en sociale aspecten omvat.

Bij de keuze van de prioriteiten en acties die in het kader van de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 worden ondersteund, wordt rekening gehouden met veranderende behoeften en voortschrijdende ontwikkelingen in wetenschap, technologie, innovatie, economieën en de samenleving in een geglobaliseerde wereld, waarbij innovatie zakelijke activiteiten en organisatorische, sociale en milieuaspecten omvat, alsmede de overdracht van wetenschappelijke resultaten naar alle onderwijs- en opleidingsniveaus.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen

Horizon 2020 biedt garanties voor een effectieve bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

Horizon 2020 biedt garanties voor een effectieve bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. In het bijzonder moet worden gezorgd voor een juist evenwicht tussen mannen en vrouwen in organen als selectiecomités, adviesgroepen, commissies en deskundigengroepen.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Horizon 2020 moet ervoor zorgen dat de genderdimensie inhoudelijk voldoende aanwezig is in het onderzoek en de innovatie, in alle fases van het proces, van het vaststellen van de prioriteiten tot het uitwerken van oproepen en voorstellen, de evaluatie en de monitoring van programma's en projecten, de onderhandelingen en de overeenkomsten.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Om gelijke kansen voor mannen en vrouwen te garanderen worden specifieke maatregelen genomen om diegenen bij te staan die na een loopbaanonderbreking opnieuw aan het werk gaan.

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Non-discriminatie

 

Horizon 2020 zorgt ervoor dat gelijke behandeling en non-discriminatie daadwerkelijk worden bevorderd en dat dit aspect ook in onderzoek en innovatie in alle fasen van het proces wordt betrokken.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 ter

 

Onderzoekscarrières

 

Het stimuleren van personele middelen voor wetenschap, technologie en innovatie in heel Europa is een van de prioriteiten van Horizon 2020. Horizon 2020 wordt nader ingevuld volgens Verordening (EU) nr. xx/2013 [regels voor deelname] en draagt zo bij aan de versterking van de interne markt voor onderzoekers en vergroting van de aantrekkelijkheid van onderzoekscarrières in de hele EU in de context van de Europese Onderzoeksruimte, rekening houdend met het transnationale karakter van de in het kader daarvan ondersteunde maatregelen.

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 quater

 

Vrije toegang

 

1. Wanneer tot publicatie besloten wordt moet verplicht vrije toegang worden gegeven tot wetenschappelijke publicaties die voorvloeien uit onderzoek dat uit hoofde van Horizon 2020 is gefinancierd.

 

2. Vrije toegang tot wetenschappelijke gegevens die zijn voortgekomen uit met Horizon 2020-middelen gefinancierd onderzoek wordt bevorderd, rekening houdend met beperkingen in verband met de privacy, de nationale veiligheid en intellectuele-eigendomsrechten.

 

3. Vóór het aflopen van de financieringsperiode voor Horizon 20202 beoordeelt de Commissie welk effect er van de praktijk van vrije toegang tot gegevens uitgaat op de circulatie van kennis en versnelling van de innovatie. Dit geschiedt met het oog op de formulering van het verdere beleid inzake vrije toegang en de uitvoering daarvan in het volgende kaderprogramma voor onderzoek van de Unie.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Alle onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van Horizon 2020 zijn in overeenstemming met de ethische beginselen en de toepasselijke nationale, EU- en internationale wetgeving, inclusief het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de aanvullende protocollen.

1. Alle onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van Horizon 2020 zijn in overeenstemming met de ethische beginselen en de toepasselijke nationale, EU- en internationale wetgeving, inclusief het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de aanvullende protocollen. Er moet rekening worden houden met de adviezen van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – leden 3 en 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De volgende onderzoeksterreinen komen niet voor financiering in aanmerking:

3. De volgende onderzoeksterreinen komen niet voor financiering in aanmerking:

(a) onderzoek gericht op het klonen van mensen voor reproductieve doeleinden;

(a) onderzoek gericht op het klonen van mensen voor reproductieve doeleinden;

(b) onderzoek bedoeld om het genetisch erfgoed van mensen te wijzigen waardoor dergelijke wijzigingen erfelijk zouden kunnen worden;

(b) onderzoek bedoeld om het genetisch erfgoed van mensen te wijzigen waardoor dergelijke wijzigingen erfelijk zouden kunnen worden;

(c) onderzoek bedoeld om menselijke embryo’s te produceren enkel voor onderzoeksdoeleinden of om stamcellen te verkrijgen, onder meer door middel van somatische celkern-transplantatie.

(c) activiteiten bedoeld om menselijke embryo’s te produceren enkel voor onderzoeksdoeleinden of om stamcellen te verkrijgen, onder meer door middel van somatische celkerntransplantatie.

4. Onderzoek naar menselijke stamcellen, zowel van volwassenen als van embryo’s, mag worden gefinancierd, afhankelijk van de inhoud van het wetenschappelijke voorstel en het wetgevingskader van de betreffende lidstaten. Er wordt geen financiering verstrekt voor onderzoekactiviteiten die in alle lidstaten zijn verboden. Geen activiteit wordt gefinancierd in een lidstaat waar een dergelijke activiteit is verboden.

4. Onderzoek naar menselijke stamcellen, zowel van volwassenen als van embryo’s, mag worden gefinancierd, afhankelijk van de inhoud van het wetenschappelijke voorstel en het wetgevingskader van de betreffende lidstaten. Er wordt geen financiering verstrekt voor onderzoekactiviteiten die in alle lidstaten zijn verboden. Geen activiteit wordt gefinancierd in een lidstaat waar een dergelijke activiteit is verboden.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Complementariteit met andere programma's van de Unie

Complementariteit met andere programma's van de Unie

Horizon 2020 wordt ten uitvoer gelegd op een wijze die complementair is met andere financieringsprogramma's van de Unie, met inbegrip van de Structuurfondsen.

Horizon 2020 wordt ten uitvoer gelegd op een wijze die complementair is met andere financieringsprogramma's van de Unie.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 17 bis

 

Synergieën met de structuurfondsen

 

Horizon 2020 moet de kloof op het vlak van onderzoek en innovatie binnen de Europese Unie helpen dichten door synergieën mogelijk te maken met de structuurfondsen, om zo onderzoek en innovatie te om zo onderzoek en innovatie te ondersteunen door gecoördineerde toepassing van aanvullende maatregelen. Waar mogelijk zal de interoperabiliteit tussen Horizon 2020 en structuurfondsen bevorderd worden, en zal cumulatieve of gecombineerde financiering worden aangemoedigd.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Er wordt specifiek op toegezien dat Horizon 2020 een passende deelname van, en een innovatie-effect op, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) bewerkstelligt. De deelname van het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt kwantitatief en kwalitatief beoordeeld in het kader van de overeen te komen evaluatie- en monitoringactiviteiten.

1. Er wordt specifiek op toegezien dat de uitvoering Horizon 2020 een grotere deelname van, en een onderzoeks- en innovatie-effect op, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) bewerkstelligt. De deelname van het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt kwantitatief en kwalitatief beoordeeld in het kader van de overeen te komen evaluatie- en monitoringactiviteiten.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Specifieke acties worden ondernomen in het kader van de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën", zoals bepaald in bijlage I, deel II , punt 1, en elke van de specifieke doelstellingen onder de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen", zoals bepaald in bijlage I, deel III, punten 1 tot en met 6. Deze specifieke acties nemen de vorm aan van een toepassingsgericht kmo-instrument bedoeld voor alle typen mkb-bedrijven met een innovatiepotentieel. De uitvoering daarvan geschiedt op consistente wijze en is toegespitst op de behoeften van het mkb, zoals uiteengezet onder de specifieke doelstelling "Innovatie bij het mkb" in bijlage I, deel II, punt 3.3., onder a).

2. Specifieke acties worden ondernomen voor de KMO, om erop toe te zien dat deze in de gehele waardeketen worden geïntegreerd en toegang krijgen tot alle kansen die Horizon 2020 biedt. Deze acties omvatten ook de in bijlage I, deel II, punt 3.3., onder a) genoemde acties.

 

Er wordt een specifiek mkb-instrument in het leven geroepen, bedoeld voor alle typen mkb-bedrijven met een innovatiepotentieel, met één enkel beheersorgaan, dat voornamelijk via een bottom-up'-benadering uitvoering zal krijgen, zoals uiteengezet onder de specifieke doelstelling "Innovatie bij het mkb" in bijlage I, deel II, punt 3.3., onder a). Dit instrument sluit thematisch aan op de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën", zoals bepaald in bijlage I, deel II , punt 1, en elke van de specifieke doelstellingen onder de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen", zoals bepaald in bijlage I, deel III, punten 1 tot en met 7.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De geïntegreerde aanpak als bedoeld in de leden 1 en 2 leidt er naar verwachting toe dat circa 15 % van de totale gecombineerde begroting voor de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" en de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" naar het mkb zal gaan.

3. De geïntegreerde aanpak als bedoeld in de leden 1 en 2 en de vereenvoudiging van de aanvraagprocedures zouden ertoe moeten leiden dat ten minste 20% van de totale gecombineerde begroting voor de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" en de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" naar kmo's gaat.

 

Overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 en 3, voert de Commissie evaluaties uit en brengt zij verslag uit over de graad van participatie van het mkb aan de onderzoeksprogramma's. Indien de 20%-doelstelling niet wordt bereikt, onderzoekt de Commissie de oorzaken daarvan en stelt zij zonder verwijl nieuwe maatregelen voor om dit doel alsnog te bereiken.

 

Voorts moet bijzondere aandacht worden besteed aan een adequate deelname van het mkb aan en vertegenwoordiging in de bestuursstructuren van de Europese onderzoeksruimten, en met name van publiek-private partnerschappen.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Sneltraject voor innovatie

 

1. Om de commercialisering en de verspreiding van innovatie te versnellen moet een aanzienlijk deel van de EU-financiering in het kader van de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" en van elk van de "Maatschappelijke uitdagingen", bedoeld in Deel III van bijlage I, voor het "Sneltraject voor innovatie" te worden gereserveerd.

 

2. Het "Sneltraject voor innovatie" is een op een bottom-upbenadering berustend instrument dat als doel heeft de tijd tussen idee en markt significant te verkorten en naar verwachting de deelname aan Horizon 2020 door de industrie alsook van kmo's en eerste aanvragers uit het publiek en de non-profit onderzoekssector zal doen toenemen. Bovendien moet het de investeringen van de particuliere sector in O&O&I stimuleren, onderzoek en innovatie met het oog op het creëren van waarde promoten en de ontwikkeling van nieuwe technologieën in innovatieve producten waar vraag naar is versnellen, wat de toekomstige ondernemingen, de economische groei en de werkgelegenheid zal ondersteunen.

 

3. De activiteiten in het kader van het Sneltraject bestrijken de volledige innovatiecyclus maar moeten vooral gericht zijn op innovatiegerelateerde activiteiten, de experimentele fase en de pre-commerciële ontwikkeling, met inbegrip van de ontwikkelingsfasen tussen de demonstratie van de technologie en het in de handel brengen, inclusief proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, prenormatief onderzoek en normering, alsook de marktacceptatie van innovaties.

 

4. Het "Sneltraject voor innovatie" moet een zichtbaar subsidiëringsinstrument worden, met een eenvoudige en snelle toegang voor toegepast onderzoek in samenwerkingsverband, na een bijzondere selectieprocedure als bepaald in Verordening (EU) nr. xxxx/2012 [Regels voor deelname en verspreiding].

 

5. Ofschoon wel wordt gerekend op synergieën tussen het "Sneltraject voor innovatie" en het specifieke mkb-instrument, worden beide instrumenten naast elkaar als twee afzonderlijke procedures uitgevoerd, lettende op de respectieve doelgroepen, zonder dat dit van invloed is op het budget dat voor het mbk-instrument is gereserveerd.

Motivering

Gelet op de met het programma beoogde accentverschuiving naar innovatie moet Horizon 2020 ten minste één instrument bieden waarmee innovatieve ideeën zich te allen tijde stelselmatig laten beoordelen en financieren, volgens een snelle, gestandaardiseerde en betrouwbare procedure. Een instrument voor open oproepen en een bottom-upbenadering met een gegarandeerde time-to-grant van zes maanden zal waarborgen dat innovatieve ideeën niet het gevaar lopen achterhaald te zijn als het project eindelijk van start kan gaan. Dit zal tevens de deelname van de industrie stimuleren.

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Publiek-private partnerschappen

Publiek-private partnerschappen

1. Horizon 2020 mag worden uitgevoerd via publiek-private partnerschappen, waarbij alle betrokken partners zich ertoe verbinden de ontwikkeling en uitvoering van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die van strategisch belang zijn voor het concurrentievermogen en het industrieel leiderschap van de Unie te ondersteunen of specifieke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

1. Horizon 2020 mag worden uitgevoerd via publiek-private partnerschappen, waarbij alle betrokken partners zich ertoe verbinden de ontwikkeling en uitvoering van preconcurrentiële onderzoeks- en innovatieactiviteiten die van strategisch belang zijn voor het concurrentievermogen en het industrieel leiderschap van de Unie te ondersteunen of specifieke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Excellentie staat bij de selectie van de deelnemers voorop.

2. De betrokkenheid van de Unie bij deze partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen:

2. De betrokkenheid van de Unie bij deze partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen:

(a) financiële bijdragen van de Unie aan gemeenschappelijke ondernemingen opgericht op basis van artikel 187 VWEU betreffende het zevende kaderprogramma, onder voorbehoud van de aanpassing van de bijbehorende basisbesluiten; aan nieuwe publiek-private partnerschappen opgezet op basis van artikel 187 VWEU; en aan andere financieringsorganen, als bedoeld in artikel [55, lid 1, onder b), punt (v) of (vii)] van Verordening (EU) nr. XX/2012 [nieuw Financieel Reglement]. Deze vorm van partnerschappen wordt uitsluitend toegepast wanneer de reikwijdte van de nagestreefde doelstellingen en de omvang van de benodigde middelen zulks rechtvaardigen;

(a) financiële bijdragen van de Unie aan gemeenschappelijke ondernemingen opgericht op basis van artikel 187 VWEU betreffende het zevende kaderprogramma, onder voorbehoud van de aanpassing van de bijbehorende basisbesluiten, waarin ten volle rekening wordt gehouden met de resultaten van de in het kader van de geplande effectbeoordeling van dit instrument uit te voeren kosten-batenanalyse; aan nieuwe publiek-private partnerschappen opgezet op basis van artikel 187 VWEU; en aan andere financieringsorganen, als bedoeld in artikel [55, lid 1, onder b), punt (v) of (vii)] van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 [nieuw Financieel Reglement]. Deze vorm van partnerschappen wordt uitsluitend toegepast wanneer de reikwijdte van de nagestreefde doelstellingen, de consistentie met bestaande beleidsoogmerken van de Unie en de omvang van de benodigde middelen zulks rechtvaardigen en wanneer andere partnerschapsvormen niet volstaan om de doelstellingen te verwezenlijken of niet voor het nodige hefboomeffect zorgen;

(b) het aangaan van contractuele afspraken tussen de partners in de zin van lid 1, bevattende een beschrijving van de doelstellingen van het partnerschap, de respectieve verplichtingen van de partners, de belangrijkste prestatie-indicatoren en de te verrichten prestaties, inclusief de identificatie van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die door Horizon 2020 moeten worden ondersteund

(b) het aangaan van contractuele afspraken tussen de partners in de zin van lid 1, bevattende een beschrijving van de doelstellingen van het partnerschap, de respectieve verplichtingen van de partners, de belangrijkste prestatie-indicatoren en de te verrichten prestaties, inclusief de identificatie van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die door Horizon 2020 moeten worden ondersteund

3. Publiek-private partnerschappen worden op een open en transparante wijze geïdentificeerd op basis van de volgende criteria:

3. Publiek-private partnerschappen worden geïdentificeerd en uitgevoerd volgens criteria van openheid, transparantie, doeltreffendheid en efficiëntie alsmede de vervulling van het in artikel X van Verordening (EU) nr. xxxx/2012 [Regels voor deelname] genoemde criterium.

(a) de toegevoegde waarde van optreden op het EU-niveau;

 

(b) de omvang van het effect op het industriële concurrentievermogen, de duurzame groei en de sociaaleconomische vraagstukken;

 

(c) het engagement op de lange termijn van alle partners op basis van een gedeelde visie en duidelijk omschreven doelstellingen;

 

(d) de omvang van de betrokken middelen en het vermogen extra investeringen in onderzoek en innovatie aan te trekken;

 

(e) een duidelijke omschrijving van de rol die elk van de partners vervult en de overeengekomen prestatie-indicatoren voor de gekozen periode.

 

 

3 bis. Bovendien kunnen de onder publiek-private partnerschappen vallende onderzoeksprioriteiten ook gefinancierd worden via de werkprogramma's door middel van regelmatige oproepen tot het indienen van voorstellen.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Publiek-publieke partnerschappen

Publiek-publieke partnerschappen

1. Horizon 2020 draagt bij aan het versterken van publiek-publieke partnerschappen, waarbij acties op regionaal, nationaal en internationaal niveau gezamenlijk ten uitvoer worden gelegd binnen de Unie.

1. Horizon 2020 draagt bij aan het versterken van publiek-publieke partnerschappen, waarbij acties op regionaal, nationaal en internationaal niveau gezamenlijk ten uitvoer worden gelegd binnen de Unie.

Er wordt bijzondere aandacht besteed aan gezamenlijke programmeringsinitiatieven tussen lidstaten.

Er wordt bijzondere aandacht besteed aan gezamenlijke programmeringsinitiatieven tussen lidstaten en deze initiatieven kunnen, in voorkomend geval, ook regio’s en steden omvatten. De financiële bijdrage van de Unie blijft beperkt en is altijd afhankelijkheid van de transparantie die aan de dag gelegd wordt, de deelname van een groot aantal lidstaten, het bestaan van een Europese toegevoegde waarde en de aanvullende aard van de middelen. Top-upfinanciering wordt beperkt tot initiatieven die voortdurend openstaan voor deelname van alle lidstaten.

2. Publiek-publieke partnerschappen kunnen worden ondersteund binnen of tussen de in artikel 5, lid 2, vermelde prioriteiten, in het bijzonder via:

2. Publiek-publieke partnerschappen kunnen worden ondersteund binnen of tussen de in artikel 5, lid 2, vermelde prioriteiten, in het bijzonder via:

(a) een ERA-NET-instrument dat gebruik maakt van subsidies om publiek-publieke partnerschappen te ondersteunen bij hun voorbereiding, het opzetten van netwerkstructuren, het opzetten, uitvoeren en coördineren van gezamenlijke activiteiten, evenals extra financiering van gezamenlijke uitnodigingen en van acties met een transnationaal karakter;

(a) een ERA-NET-instrument dat gebruik maakt van subsidies om publiek-publieke partnerschappen te ondersteunen bij hun voorbereiding, het opzetten van netwerkstructuren, het opzetten, uitvoeren en coördineren van gezamenlijke activiteiten, evenals extra financiering van gezamenlijke uitnodigingen en van acties met een transnationaal karakter;

(b) deelname van de Unie aan programma’s die overeenkomstig artikel 185 VWEU door meerdere lidstaten worden opgezet.

(b) deelname van de Unie aan programma’s die overeenkomstig artikel 185 VWEU door meerdere lidstaten worden opgezet, met eventueel ook deelname door regionale autoriteiten.

Voor de uitvoering van lid 2, onder a), hangt extra financiering af van een significant niveau van voorafgaande financiële verbintenissen, gesloten door de entiteiten die aan de gezamenlijke uitnodigingen en acties deelnemen. Het ERA-NET-instrument kan gepaard gaan met een doelstelling om regels en uitvoeringsmodaliteiten van de gezamenlijke uitnodigingen en acties te harmoniseren. Het kan tevens worden gebruikt om een initiatief op grond van artikel 185 VWEU voor te bereiden.

 

Voor de uitvoering van lid 2, onder b), worden dergelijke initiatieven uitsluitend voorgesteld indien er behoefte bestaat aan een specifieke uitvoeringsstructuur en de deelnemende landen veel belang hechten aan integratie op wetenschappelijk, beleidsmatig en financieel niveau. Daarnaast worden voorstellen voor initiatieven als bedoeld onder b) vastgesteld op basis van alle onderstaande criteria:

 

(a) duidelijke omschrijving van de na te streven doelstelling en de relevantie ervan voor de Horizon 2020-doelstellingen en bredere beleidsdoelstellingen van de Unie;

 

(b) duidelijke financiële verbintenissen van de deelnemende landen, onder meer over het bundelen van nationale en/of regionale investeringen voor transnationaal onderzoek en innovatie;

 

(c) de toegevoegde waarde van optreden op het EU-niveau;

 

(d) kritische massa, als het gaat om de omvang en het aantal van de betreffende programma’s, de overeenkomsten tussen activiteiten en in hoeverre ze betrekking hebben op relevant onderzoek;

 

(e) doeltreffendheid van artikel 185 VWEU als de meest geschikte manier om de doelstellingen te verwezenlijken.

 

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In derde landen gevestigde entiteiten alsmede internationale organisaties komen onder de in Verordening (EU) nr. XX/XX [Regels voor deelname] vermelde voorwaarden in aanmerking voor deelname aan acties onder contract in het kader van Horizon 2020. Internationale samenwerking met derde landen en internationale organisaties wordt bevorderd tussen en binnen specifieke programmas van Horizon 2020, met name om de volgende doelstellingen te verwezenlijken:

1. In derde landen gevestigde entiteiten alsmede internationale organisaties komen onder de in Verordening (EU) nr. XX/XX [Regels voor deelname] vermelde voorwaarden in aanmerking voor deelname aan acties onder contract in het kader van Horizon 2020. Internationale samenwerking met derde landen en internationale organisaties wordt bevorderd en opgenomen in specifieke programma's van Horizon 2020, met name om de volgende doelstellingen te verwezenlijken:

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) steun verlenen aan de doelstellingen van het externe en ontwikkelingsbeleid van de Unie, en zorgen voor aanvulling van externe en ontwikkelingsprogramma's.

(c) steun verlenen aan de doelstellingen van het externe en ontwikkelingsbeleid van de Unie, en zorgen voor aanvulling van externe en ontwikkelingsprogramma's en internationale verbintenissen, zoals realisering van de millenniumontwikkelingsdoelen.

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) steun verlenen aan de totstandbrenging van mondiaal concurrerende centra van uitmuntendheid, die van de Unie een centrum maken voor wereldwijd toponderzoek en innovatie.

Amendement  84

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Gerichte acties die tot doel hebben de samenwerking met specifieke derde landen of groepen derde landen te bevorderen, worden uitgevoerd op basis van gemeenschappelijk belang en wederzijds voordeel, rekening houdend met de wetenschappelijke en technologische capaciteiten en marktperspectieven ervan, alsook het verwachte effect.

2. Gerichte acties die tot doel hebben de samenwerking met specifieke derde landen of groepen derde landen, met name de strategische partners van de Unie, te bevorderen, worden uitgevoerd op basis van gemeenschappelijk belang en wederzijds voordeel. Bij die acties gaat het met name om versterking van de onderzoekscapaciteit in ontwikkelingslanden en om samenwerkingsprojecten ter vervulling van hun specifieke behoeften. Bij die samenwerkingsactiviteiten wordt rekening gehouden met de wetenschappelijke en technologische capaciteiten van de ultraperifere gebieden van de Unie en de met de Unie geassocieerde overzeese landen en gebiedsdelen.

Amendement  85

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wederkerige toegang tot programma’s van derde landen moet worden aangemoedigd. Om het effect zo groot mogelijk te maken, worden coördinatie en synergieën met initiatieven van lidstaten en geassocieerde landen bevorderd.

Wederkerige toegang tot programma’s van derde landen moet worden aangemoedigd en op gezette tijden worden gecontroleerd. Om het effect zo groot mogelijk te maken, worden coördinatie en synergieën met initiatieven van lidstaten en geassocieerde landen bevorderd.

Motivering

Een periodieke controle van de programma’s van derde landen is noodzakelijk om te garanderen dat de toegang tot Horizon 2020, die door de Unie verzekerd wordt, wederkerig is. Deze controle moet erop gericht zijn veranderingen in de praktijken in derde landen die deze wenselijke wederkerige toegang kunnen ondermijnen, te identificeren.

Amendement  86

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij samenwerkingsprioriteiten wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in het beleid van de Unie en kansen voor samenwerking met derde landen en met mogelijke gebreken in de intellectuele-eigendomsystemen van derde landen.

Bij samenwerkingsprioriteiten wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in het beleid van de Unie, ook in het buitenlands beleid en het ontwikkelingsbeleid.

Motivering

Internationale samenwerkingsactiviteiten kunnen alleen berusten op de beginselen van gemeenschappelijk belang en wederzijds voordeel. Gezien het algemene karakter van het kaderprogramma, zou het contraproductief zijn er een aantal restrictieve criteria aan toe te voegen. De hier voorgestelde definitie van gerichte acties is overgenomen van bijlage I van het 7e kaderprogramma. Zij strookt met de keuze van sectoren waarin de EU besloten heeft ontwikkelingshulp te verlenen.

Amendement  87

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Er wordt gezorgd voor de nodige coördinatie met het migratie-, asiel- en ontwikkelingsbeleid om een braindrain uit de ontwikkelingslanden te voorkomen.

Amendement  88

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Daarnaast worden in het kader van de specifieke doelstelling "Inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen", als uiteengezet in bijlage I, deel III, punt 6.3.2, onder d), horizontale en sectoroverschrijdende Horizon 2020-activiteiten uitgevoerd om de strategische ontwikkeling van internationale samenwerking te bevorderen.

3. Daarnaast worden in het kader van de specifieke doelstelling "Europa in een veranderende wereld - Inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen", als uiteengezet in bijlage I, deel III, punt 6.3.2, onder d), horizontale en sectoroverschrijdende Horizon 2020-activiteiten uitgevoerd om de strategische ontwikkeling van internationale samenwerking te bevorderen.

Amendement  89

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Om de administratieve lasten voor de deelnemers te beperken, aanvaardt de Commissie de nationale boekhoudkundige praktijken van de begunstigden.

Amendement  90

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter. Begunstigden die gedurende drie opeenvolgende jaren positieve audits hebben gekregen, worden aan een lichtere controleprocedure onderworpen om een meer op vertrouwen gebaseerde benadering te bevorderen.

Amendement  91

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Europese Commissie implementeert informatie- en communicatieacties over Horizon 2020, met inbegrip van communicatiemaatregelen inzake ondersteunde projecten en resultaten. De in het kader van Horizon 2020 aan communicatie toegewezen begrotingsmiddelen dragen ook bij tot het verzorgen van de communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de algemene doelstelling van deze verordening.

De Commissie implementeert informatie en communicatieacties betreffende Horizon 2020, met inbegrip van communicatiemaatregelen inzake ondersteunde projecten en resultaten. De in het kader van Horizon 2020 aan communicatie toegewezen begrotingsmiddelen dragen ook bij tot het verzorgen van de communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de algemene doelstelling van deze verordening. Meer bepaald verstrekt de Commissie tijdig uitvoerige informatie aan de lidstaten.

Amendement  92

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Informatieverspreiding en communicatieactiviteiten zijn bij alle acties die door Horizon 2020 worden ondersteund een wezenlijk taakonderdeel.

Informatieverspreiding en communicatieactiviteiten zijn bij alle acties die door Horizon 2020 worden ondersteund een wezenlijk taakonderdeel. Alle informatie- en communicatieacties betreffende Horizon 2020, met inbegrip van de communicatie over ondersteunde projecten en resultaten, worden beschikbaar en toegankelijk gesteld voor alle burgers, en in digitale vorm openbaar gemaakt.

Amendement  93

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Cordis wordt, gezien de behoefte aan transparantie, als digitaal instrument herzien en hervormd tot een duidelijker en flexibeler instrument, om de toegang tot informatie te vereenvoudigen en om een instrument te ontwikkelen dat alle informatie biedt die de onderzoeksgemeenschap nodig heeft. Het nieuwe Cordis moet per 31 mei 2013 gereed zijn.

Motivering

Momenteel is Cordis een van de meest complexe en ingewikkelde programma's om mee te werken. Als we willen dat de samenleving, onderzoekers en bedrijven gemakkelijker toegang hebben tot informatie, moet het programma worden herzien en moet de informatie worden uitgebreid en moet het gemakkelijker worden toegang te krijgen tot alle voorstellen en subsidies.

Amendement  94

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) initiatieven gericht op bewustzijnsversterking en het vergemakkelijken van de toegang tot financiering in het kader van Horizon 2020, vooral voor regio's of typen deelnemers die ondervertegenwoordigd zijn;

(a) initiatieven gericht op bewustzijnsversterking en het vergemakkelijken van de toegang tot financiering in het kader van Horizon 2020, vooral voor regio's , met de Unie geassocieerde landen en gebieden overzee, of typen deelnemers die ondervertegenwoordigd zijn, met inbegrip van onderzoekers en deelnemers met een handicap;

Motivering

Er moet nadrukkelijk worden herinnerd aan hetgeen personen met een handicap nodig hebben om toegang te krijgen tot activiteiten rond informatie, communicatie en verbreiding van Horizon 2020. Bovendien is er behoefte aan capaciteitsopbouw omdat personen met een handicap en hun belangenorganisaties ondervertegenwoordigde groepen uitmaken in onderzoeks- en innovatieprogramma’s, evenals dialoog en overleg met het publiek.

Amendement  95

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) gerichte bijstand voor projecten en consortia om hun toegang te verlenen tot de vaardigheden die nodig zijn om de verstrekking en verspreiding van de resultaten doeltreffender te laten verlopen;

(b) gerichte bijstand voor projecten en consortia om hun passende toegang te verlenen tot de vaardigheden die nodig zijn om de verstrekking en verspreiding van de resultaten doeltreffender te laten verlopen;

Amendement  96

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) acties waarbij de resultaten van een reeks projecten, inclusief projecten die eventueel uit andere bronnen worden gefinancierd, bijeen worden gebracht in gebruiksvriendelijke databanken en rapporten waarin de belangrijkste bevindingen worden samengevat;

(c) acties waarbij de resultaten van een reeks projecten, inclusief projecten die eventueel uit andere bronnen worden gefinancierd, bijeen worden gebracht en geëvalueerd in gebruiksvriendelijke en toegankelijke digitale databanken en waarbij rapporten worden uitgebracht waarin de belangrijkste bevindingen worden samengevat en in voorkomend geval de voorlichting daarover en verspreiding daarvan aan de wetenschappelijke gemeenschap en het algemene publiek;

Amendement  97

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) initiatieven ter bevordering van dialoog en debat over wetenschappelijke, technologische en innovatiekwesties met het publiek en ter benutting van sociale media en andere innovatieve technologieën en methodieken.

(e) initiatieven ter bevordering van dialoog en debat over wetenschappelijke, technologische en innovatiekwesties met het publiek door de academische gemeenschap daarbij te betrekken en ter benutting van sociale media en andere innovatieve technologieën en methodieken, met name om het publiek beter bewust te helpen maken van de voordelen van onderzoek en innovatie, zodat het de maatschappelijke uitdagingen beter het hoofd kan bieden;

Amendement  98

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 3 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) initiatieven om het maatschappelijk middenveld met haar organisaties en instellingen te betrekken bij vraagstukken betreffende onderzoek en innovatie en open, wetenschappelijk onderbouwde debatten over belangrijke maatschappelijke kwesties te stimuleren;

Amendement  99

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het voor de tenuitvoerlegging van deze verordening op te zetten controlesysteem wordt zodanig ontworpen dat een adequate beheersing van de risico’s in verband met de doeltreffendheid en doelmatigheid van de handelingen en de regelmatigheid en wettigheid van de onderliggende verrichtingen redelijkerwijs kan worden gegarandeerd, rekening houdend met het meerjarige karakter van programma’s evenals de aard van de betreffende betalingen.

1. Het voor de tenuitvoerlegging van deze verordening op te zetten controlesysteem wordt zodanig ontworpen dat een voldoende risicobeperking en een adequate beheersing van de risico’s in verband met de doeltreffendheid en doelmatigheid van de handelingen en de regelmatigheid en wettigheid van de onderliggende verrichtingen redelijkerwijs kan worden gegarandeerd, rekening houdend met het meerjarige karakter van programma’s evenals de aard van de betreffende betalingen.

Amendement  100

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het controlesysteem zorgt voor een passend evenwicht tussen vertrouwen en controle, rekening houdend met administratieve en andersoortige kosten van controles op alle niveaus, zodat de doelstellingen van Horizon 2020 kunnen worden verwezenlijkt en de meest kwaliteitsvolle onderzoekers en de meest innovatieve ondernemingen erdoor aangetrokken kunnen worden.

2. Het controlesysteem zorgt voor een passend evenwicht tussen vertrouwen en controle, rekening houdend met administratieve en andersoortige kosten van controles op alle niveaus, ook op het niveau van de begunstigden, in het bijzonder voor deelnemers, zodat de doelstellingen van Horizon 2020 kunnen worden verwezenlijkt en de meest kwaliteitsvolle onderzoekers en de meest innovatieve ondernemingen erdoor aangetrokken kunnen worden.

Motivering

De eventuele administratieve kosten voor de begunstigden die voortvloeien uit de naleving van de controlevereisten moeten erkend en in aanmerking genomen worden.

Amendement  101

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Er wordt een ad-hocbemiddelaar benoemd, die moet toezien op een eenvormige uitlegging van de regels. In geval van een geschil over de uitlegging van de regels en de procedures, kan de Commissie, eventueel op basis van een nieuwe onafhankelijke audit, voorgelegd door een van de betrokkenen, een geschil bijleggen via een compromis, waarover de ad-hocbemiddelaar om advies wordt gevraagd.

Motivering

Onder het 6de en het 7de kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling is met de begunstigden een aantal geschillen ontstaan over de uitlegging van de regels, de uitvoering van audits door de Europese Commissie en de bevindingen daarvan, wat het nut heeft bewezen van de instelling van een bemiddelingsprocedure om rechtszaken te vermijden. Om dezelfde reden moet er ook een snelle geschillenregeling worden ingevoerd.

Amendement  102

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd lid 3 kan de Commissie gedurende maximaal vier jaar na de laatste betaling audits verrichten.

Onverminderd lid 3 kan de Commissie gedurende maximaal twee jaar na de voltooiing van een project audits verrichten.

Amendement  103

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Commissie controleert ieder jaar de voortgang van de uitvoering van Horizon 2020, het bijbehorende specifieke programma en de activiteiten van het Europees Instituut voor innovatie en technologie. Hieronder valt mede informatie over horizontale kwesties, zoals duurzaamheid en klimaatverandering, met inbegrip van informatie over het bedrag van klimaatgerelateerde uitgaven.

1. De Commissie controleert ieder jaar de voortgang van de uitvoering van Horizon 2020, het bijbehorende specifieke programma, de activiteiten van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, en de uitvoering en financiering van de publiek-private en publiek-publieke partnerschappen. Hieronder valt mede informatie over horizontale kwesties, zoals duurzaamheid en klimaatverandering, met inbegrip van informatie over het bedrag van klimaatgerelateerde uitgaven, de participatie van de particuliere sector en met name het mkb, en de werkelijke impact van maatregelen om de participatie te verbreden.

Amendement  104

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Om ervoor te zorgen dat het milieu van de Unie in de toekomst tot een duidelijk hoger welvaartsniveau en een hogere levenskwaliteit leidt, moet de balans tussen economische, sociale en milieuaspecten gedurende de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 op regelmatige en doelmatige wijze worden gecontroleerd. Met het oog hierop ontwikkelt de Commissie van tevoren een overzichtelijk een transparant mechanisme voor deze controle.

Amendement  105

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie rapporteert en verspreidt de resultaten van deze voortgangscontrole.

2. De Commissie rapporteert en verspreid de resultaten van de in de leden 1 en 1 bis bedoelde voortgangscontrole, onder gebruikmaking van van een aantal voor de diverse instrumenten vergelijkbare gemeenschappelijke sleutelindicatoren. Zij worden met name naar het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's doorgezonden.

Amendement  106

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Evaluatie

Tussentijdse evaluatie

Amendement  107

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat ze in de besluitvorming meegenomen kunnen worden.

1. Herzieningen en evaluaties worden op een zodanig tijdstip uitgevoerd dat ze in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

Amendement  108

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) Uiterlijk eind 2017 maakt de Commissie met de hulp van onafhankelijke deskundigen een evaluatie van het Europees Instituut voor innovatie en technologie. De tweede toewijzing van middelen aan het Europees Instituut voor innovatie en technologie als bedoeld in artikel 6, lid 3, wordt pas na deze evaluatie ter beschikking gesteld. Bij de evaluatie wordt de voortgang van het Europees Instituut voor innovatie en technologie beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Schrappen

(i) het verbruik van de eerst toegewezen middelen, als bedoeld in artikel 6, lid 3), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de hoeveelheid geld die voor de ontwikkeling van de eerste golf KIG’s is gebruikt en het effect van het zaaikapitaal voor de tweede fase, en het vermogen van het Europees Instituut voor innovatie en technologie om middelen aan te trekken van de partners in de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) en van de particuliere sector, als uiteengezet in Verordening XX/2010 [herziene verordening betreffende het EIT];

 

(ii) het afgesproken tijdschema voor de start van de derde golf kennis- en innovatiegemeenschappen en de geprogrammeerde financiële behoeften van de bestaande KIG’s volgens de specifieke ontwikkeling daarvan; and

 

(iii) de bijdrage van het Europees Instituut voor innovatie en technologie en de kennis- en innovatiegemeenschappen aan de prioriteit inzake maatschappelijke uitdagingen en de specifieke doelstelling “Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën” van Horizon 2020.

 

Motivering

De volgende generatie KIG’s wordt gelanceerd in 2014 en de begroting wordt stapsgewijs toegepast in overeenstemming met de jaarlijkse prestaties van de KIG’s. Elke sector zit anders in elkaar, het zou dan ook verstandiger zijn om de begrotingsbesluiten af te stemmen op de verdienste van elke afzonderlijke KIG, in plaats van de besluiten over nieuwe KIG’s te baseren op de prestaties van andere KIG’s.

Amendement  109

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) Uiterlijk in 2017, rekening houdend met de ex-post evaluatie van het zevende kaderprogramma die tegen eind 2015 moet zijn afgerond en de evaluatie van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, voert de Commissie samen met onafhankelijke deskundigen een tussentijdse evaluatie uit van Horizon 2020, het specifieke programma ervan, met inbegrip van de Europese Onderzoeksraad, en de activiteiten van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, waarbij onder meer wordt nagegaan in hoeverre de doelstellingen van Horizon 2020 bereikt zijn (op het niveau van resultaten en vorderingen qua beoogde effecten) en of alle maatregelen nog steeds relevant zijn, en waarbij tevens wordt gekeken naar doelmatigheid en gebruik van hulpbronnen, de mogelijkheden voor verdere vereenvoudiging, en de toegevoegde waarde van de Unie. Bij die evaluatie worden aspecten in overweging genomen die verband houden met de toegang tot financieringsmogelijkheden voor deelnemers in alle regio's, voor kmo's en voor de bevordering van kansengelijkheid, en wordt rekening gehouden met de bijdrage die de maatregelen leveren aan de prioriteiten van de Unie inzake slimme, duurzame en inclusieve groei en de resultaten wat betreft het langetermijneffect van de maatregelen die eraan vooraf gingen.

(b) Uiterlijk in 2017, rekening houdend met de ex-post evaluatie van het zevende kaderprogramma die tegen eind 2015 moet zijn afgerond, voert de Commissie samen met onafhankelijke deskundigen een tussentijdse herziening uit van Horizon 2020, het specifieke programma ervan, met inbegrip van de Europese Onderzoeksraad, en de activiteiten van het Europees Instituut voor innovatie en technologie.

 

In het kader van de tussentijdse herziening worden zowel de bestaande als nieuwe publiek-private partnerschappen, waaronder de GTI's, grondig op hun Europese meerwaarde onderzocht, en de Commissie brengt zonodig voorstellen uit ter verbetering van hun aansturing en functioneren, zodat een doelmatiger en efficiënter effect, open en transparante werking en vermijding van belangenconflicten kan worden verzekerd. De Commissie legt de uitslag van deze beoordeling voor aan het Europees Parlement en aan de Raad.

 

Indien uit het grondig onderzoek blijkt dat niet ten volle wordt voldaan aan het criterium van Europese meerwaarde, kunnen het Europees Parlement en de Raad besluiten de betrokken publiek-private partnerschappen niet langer te financieren.

 

In de tussentijdse herziening worden aspecten van de verspreiding en benutting van resultaten in aanmerking genomen. Bij de herziening worden de vorderingen van de verschillende onderdelen van Horizon 2020 getoetst aan de volgende criteria:

 

i) de mate waarin de doelstellingen van Horizon 2020 bereikt zijn (op het niveau van resultaten en vorderingen qua beoogde effecten, op basis van de in bijlage II van het specifieke programma vastgelegde indicatoren) en of alle maatregelen nog steeds relevant zijn;

 

ii) de doelmatigheid en gebruik van hulpbronnen, waarbij in het bijzonder aandacht besteed moet worden aan horizontale maatregelen en andere in artikel 13, lid 1, genoemde elementen; alsmede

 

(iii) de toegevoegde waarde van de Unie.

 

Bij de tussentijdse herziening worden de ruimte voor verdere vereenvoudiging in overweging genomen en aspecten rond de toegang tot financieringsmogelijkheden voor deelnemers in alle regio's, voor kmo's en voor de bevordering van kansengelijkheid. Er wordt eveneens rekening gehouden met de bijdrage die de maatregelen leveren aan de prioriteiten van de Unie inzake slimme, duurzame en inclusieve groei en de resultaten wat betreft het langetermijneffect van de maatregelen die eraan vooraf gingen. De herziening wordt uitgevoerd tezemen met de lidstaten uitgevoerd, om ervoor te zorgen dat de complementariteit en de Europese toegevoegde waarde van het onderzoeks- en innovatiebeleid van de lidstaten en de lokale overheden gewaarborgd blijven.

Amendement  110

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. In het kader van de in lid 1, onder b) bedoelde tussentijdse herziening moet de Commissie concreet bewijs leveren, indien beschikbaar, van de complementariteit en synergieën die bereikt zijn tussen de EU-begroting en de begrotingen van de lidstaten wat betreft het behalen van de O&O-doelstelling van Europa 2020 alsmede de kernindicator voor innovatie van Europa 2020.

Amendement  111

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Uiterlijk in 2016 en daarna om de twee jaar verricht de Commissie een toetsing van de wederzijdse toegang van Europese organisaties en organisaties uit derde landen tot de onderzoeksprogramma's. Deze toetsing wordt uitgesplitst per land en bevat een vergelijking tussen de financiële middelen die organisaties uit derde landen uit Horizon 2020 hebben ontvangen en die welke Europese organisaties uit onderzoeksprogramma's van derde landen hebben ontvangen.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat de toegang van organisaties uit derde landen tot Horizon 2020 daadwerkelijk wederzijds is, is regelmatige controle van de toegankelijkheid noodzakelijk en een controle van de verdeling van de financiële middelen uit Horizon 2020 aan organisaties uit derde landen.

Amendement  112

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 26 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2. De bevoegdheid om de in artikel 6 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar vanaf [XX]. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar een verslag op over de gedelegeerde bevoegdheden. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

 

3. De in artikel 6 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een later daarin genoemde datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

5. Een overeenkomstig artikel 6 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement  113

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – De specifieke doelstellingen en activiteiten in grote lijnen – alinea's 1 t/m 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De algemene doelstelling van Horizon 2020 is het opbouwen van een economie in de hele Unie die gebaseerd is op kennis en innovatie, terwijl tegelijkertijd een bijdrage aan een duurzame economie wordt geleverd. Horizon 2020 vormt niet alleen een ondersteuning van de Europa 2020-strategie en andere communautaire beleidsmaatregelen, maar levert ook een bijdrage aan het verwezenlijken en functioneren van de Europese Onderzoeksruimte.

De algemene doelstelling van Horizon 2020 is het opbouwen van een wereldwijd toonaangevende economie en een samenleving in de hele Unie die gebaseerd zijn op kennis en innovatie, terwijl tegelijkertijd een bijdrage aan een duurzame economie wordt geleverd. Horizon 2020 vormt niet alleen een ondersteuning van de Europa 2020-strategie en andere communautaire beleidsmaatregelen, maar levert ook een bijdrage aan het verwezenlijken en functioneren van de Europese Onderzoeksruimte.

De prestatie-indicatoren voor het beoordelen van de geboekte vooruitgang aan de hand van genoemde algemene doelstelling zijn:

De prestatie-indicatoren voor het beoordelen van de geboekte vooruitgang aan de hand van genoemde algemene doelstelling zijn:

- het O&O-streefcijfer van Europa 2020 (3% van het bbp); en

- het O&O-streefcijfer van Europa 2020 (3% van het bbp); en

- de kernindicator voor innovatie van Europa 2020.

- de kernindicator voor innovatie van Europa 2020;

 

de volgende indicatoren voor personele middelen: veranderingen in het aandeel van wetenschappers in de actieve bevolking; veranderingen in het percentage vrouwen van het totale aantal wetenschappers; veranderingen in het aantal wetenschappers uit het buitenland dat wordt aangetrokken en in de braindrain van wetenschappers.

 

Alle prestatie-indicatoren moeten gebruikt worden om veranderingen aan te geven, om vorderingen op het vlak van onevenwichten in de deelname aan wetenschappelijke activiteiten binnen de Unie zichtbaar te maken en om een zinvolle internationale vergelijking te kunnen maken op mondiaal niveau.

Deze algemene doelstelling zal middels drie afzonderlijke, zij het elkaar wederzijds versterkende prioriteiten worden gerealiseerd. Die prioriteiten bevatten op hun beurt weer een reeks specifieke doelstellingen. Zij zullen op consistente wijze ten uitvoer worden gelegd om interacties tussen de verschillende specifieke doelstellingen te bevorderen, doublures te voorkomen en de gecombineerde impact ervan te versterken.

Deze algemene doelstelling zal middels drie afzonderlijke, zij het elkaar wederzijds versterkende prioriteiten worden gerealiseerd. Die prioriteiten bevatten op hun beurt weer een reeks specifieke doelstellingen. Zij zullen op consistente wijze ten uitvoer worden gelegd om interacties tussen de verschillende specifieke doelstellingen te bevorderen, doublures te voorkomen en de gecombineerde impact ervan te versterken.

 

Elk van de drie prioriteiten moet een internationale dimensie omvatten. Internationale samenwerking op het vlak van onderzoek en technologie is van groot belang voor de Unie en is met name essentieel voor grensverleggend en fundamenteel onderzoek om de voordelen van opkomende wetenschap en technologische kansen te kunnen benutten. Het aandeel van de in artikel 21, leden 2 en 3 bedoelde internationale samenwerkingsactiviteiten moet dus ten minste op het peil van de vorige kaderprogramma’s gehandhaafd blijven. Horizon 2020 zal met name steun bieden voor de drie belangrijkste dimensies van internationale samenwerking:

 

- het bevorderen van wetenschappelijke en technologische (W&T) samenwerking met de meest geavanceerde kenniscentra ter wereld, om zo de meest geavanceerde normen voor excellentie te halen en te delen, en om te concurreren op het allerhoogste niveau;

 

- het bevorderen van internationale W&T samenwerking voor capaciteitsopbouw, waarbij instellingen in de Unie van bij het begin geholpen worden om bij te dragen tot de voordelen van de snelle uitbreiding van de R&D-capaciteiten en de personele middelen en om die voordelen wereldwijd te delen;

 

- het bevorderen van W&T samenwerking met het oog op wereldwijde vrede en stabiliteit, waarbij rekening gehouden moet worden met de fundamentele rol die de menselijke en maatschappelijke waarden van wetenschap en onderzoek kunnen spelen in de consolidatie van kwetsbare samenlevingen en verzoening bij internationale conflicten.

Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek levert een bijdrage aan de algemene doelstellingen en prioriteiten van Horizon 2020 met het specifieke doel om klantgestuurde wetenschappelijke en technische ondersteuning te verlenen aan het beleid van de Unie.

Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek levert een bijdrage aan de algemene doelstellingen en prioriteiten van Horizon 2020 met het specifieke doel om klantgestuurde wetenschappelijke en technische ondersteuning te verlenen aan het beleid van de Unie. De Europese meerwaarde van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek wordt beoordeeld aan de hand van de volgende indicatoren:

 

- aantal gevallen waarin technische en wetenschappelijke beleidsondersteuning door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek tastbare specifieke effecten heeft op Europees beleid;

 

- aantal wetenschappelijke publicaties in 'peer reviewed' vakbladen.

Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) levert een bijdrage aan de algemene doelstelling en prioriteiten van Horizon 2020 met het specifieke doel om een integratie van de kennisdriehoek (onderzoek, innovatie en onderwijs) te bewerkstelligen. De indicatoren voor de beoordeling van de resultaten van het EIT zijn:

Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) levert een bijdrage aan de algemene doelstelling en prioriteiten van Horizon 2020 met het specifieke doel om een integratie van de kennisdriehoek (onderzoek, innovatie en hoger onderwijs) te bewerkstelligen. De indicatoren voor de beoordeling van de resultaten van het EIT zijn:

- het aantal universitaire organisaties en organisaties uit het bedrijfsleven en de onderzoekswereld dat in de kennis- en innovatiegemeenschappen is geïntegreerd;

- het aantal universitaire organisaties en organisaties uit het bedrijfsleven en de onderzoekswereld dat in de kennis- en innovatiegemeenschappen is geïntegreerd;

- de mate van samenwerking binnen de kennisdriehoek die tot de ontwikkeling van innovatieve producten en processen leidt.

- de mate van samenwerking binnen de kennisdriehoek die tot de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten en processen leidt.

In deze bijlage worden de grote lijnen beschreven van de specifieke doelstellingen en activiteiten als bedoeld in artikel 5, de leden 2, 3 en 4.

In deze bijlage worden de grote lijnen beschreven van de specifieke doelstellingen en activiteiten als bedoeld in artikel 5, de leden 2, 3 en 4.

 

Om een goed evenwicht te bewerkstelligen tussen O&O&I waarover consensus bestaat en meer baanbrekende O&O&I, moet het gebruik van open oproepen volgens een bottom-up-benadering met versnelde procedures, worden gestimuleerd, zodat innovatieve projecten snel kunnen worden gerealiseerd. Bovendien moet binnen de maatschappelijke uitdagingen en de ontsluitende en industriële technologieën het juiste evenwicht gevonden worden tussen kleinere en grotere projecten, rekening houdend met de specifieke sectorstructuur, het type activiteit, de technologische en onderzoeksomgeving.

 

Om de kloof op het vlak van onderzoek en innovatie tussen de verschillende gebieden, regio's en lidstaten in Europa te helpen dichten, zullen er complementariteit en nauwe synergieën tot stand gebracht worden met de structuurfondsen, zowel stroomopwaarts (capaciteitsopbouw in de lidstaten om hun deelname aan Horizon 2020 beter voor te bereiden) als stroomafwaarts (de resultaten van onderzoek en innovatie die uit Horizon 2020 voortvloeien, benutten en verspreiden). Waar mogelijk zal de interoperabiliteit tussen beide instrumenten worden bevorderd. Cumulatieve of gecombineerde financiering zal worden aangemoedigd. Vooral in de activiteiten die zijn vastgelegd in de doelstelling “Topkwaliteit verspreiden en de deelname verbreden”, de regionale partnerinstellingen voor onderzoeksinfrastructuur van Europees belang en de activiteiten van het EIT en zijn KIG’s, zal er op zoek gegaan worden naar synergieën.

Amendement  114

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – De specifieke doelstellingen en activiteiten in grote lijnen – Deel I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit onderdeel is gericht op het versterken en uitbreiden van de kwalitatief hoogwaardige kennisbasis van de Unie enerzijds en het consolideren van de Europese Onderzoeksruimte anderzijds met het oog op het creëren van een meer concurrerend communautair onderzoeks- en innovatiestelsel op mondiaal niveau. Dit deel is opgebouwd rondom vier specifieke doelstellingen:

Dit onderdeel is gericht op het versterken en uitbreiden van de kwalitatief hoogwaardige kennisbasis van de Unie enerzijds en het consolideren van de Europese Onderzoeksruimte anderzijds met het oog op het creëren van een meer concurrerend communautair onderzoeks- en innovatiestelsel op mondiaal niveau. Dit deel is opgebouwd rondom vijf specifieke doelstellingen:

(a) De Europese Onderzoeksraad (ERC) stelt, onder toepassing van eerlijke mededingingsvoorwaarden in heel Europa, een attractieve en flexibele financiering beschikbaar om getalenteerde en creatieve individuele onderzoekers en hun teams in staat te stellen de meest veelbelovende en baanbrekende wetenschappelijke onderzoekswegen in te slaan.

(a) De Europese Onderzoeksraad (ERC) stelt, onder toepassing van eerlijke mededingingsvoorwaarden in heel Europa, een attractieve en flexibele financiering beschikbaar om getalenteerde en creatieve individuele onderzoekers en hun teams in staat te stellen de meest veelbelovende en baanbrekende wetenschappelijke onderzoekswegen in te slaan.

(b) Met behulp van toekomstige en opkomende technologieën wordt de samenwerking op onderzoeksgebied ondersteund teneinde de Europese capaciteiten voor geavanceerde en paradigmaverschuivende innovaties te vergroten. Zij bevorderen de wetenschappelijke samenwerking in en tussen disciplines met betrekking tot baanbrekende nieuwe ideeën waaraan grote risico's zijn verbonden en versnellen de ontwikkeling van de meest veelbelovende opkomende wetenschappelijke en technologische gebieden en van de Europese structurele opbouw van de corresponderende wetenschappelijke gemeenschappen.

(b) Met behulp van toekomstige en opkomende wetenschappen en technologieën wordt de samenwerking op onderzoeksgebied ondersteund teneinde de Europese capaciteiten voor geavanceerde en paradigmaverschuivende innovaties te vergroten. Zij bevorderen de wetenschappelijke samenwerking in en tussen disciplines met betrekking tot baanbrekende nieuwe ideeën waaraan grote risico's zijn verbonden en versnellen de ontwikkeling van de meest veelbelovende opkomende wetenschappelijke en technologische gebieden en van de Europese structurele opbouw van de corresponderende wetenschappelijke gemeenschappen.

(c) Via de Marie Curie-acties worden kwalitatief hoogwaardige en innovatieve onderzoeksopleidingen aangeboden, gecombineerd met aantrekkelijke mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en kennisuitwisseling, door de grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit van onderzoekers te bevorderen met het oog op een optimale voorbereiding op de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen waarmee zij geconfronteerd worden.

(c) Via de Marie Skłodowska-Curie-acties worden kwalitatief hoogwaardige en innovatieve onderzoeksopleidingen aangeboden, gecombineerd met aantrekkelijke mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en kennisuitwisseling, door de grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit van onderzoekers van universiteiten, onderzoeksorganisaties en ondernemingen, met inbegrip van het mkb, te bevorderen met het oog op een optimale voorbereiding op de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen waarmee zij geconfronteerd worden.

(d) De specifieke doelstelling onderzoeksinfrastructuur is gericht op de ontwikkeling van de Europese onderzoeksinfrastructuur tot 2020 en daarna, op een verdere ontplooiing van het innovatiepotentieel en het menselijk kapitaal, aangevuld met adequate beleidsmaatregelen van de Unie, en op internationale samenwerking.

(d) De specifieke doelstelling onderzoeksinfrastructuur is erop gericht bestaande en nieuwe Europese onderzoeksinfrastructuren van topniveau te ontwikkelen en te ondersteunen, deze te helpen voor de EOR te werken door hun innovatiepotentieel te bevorderen, onderzoekers van wereldniveau aan te trekken, menselijk kapitaal op te leiden, en dit aan te vullen met de beleidsmaatregelen van de Unie inzake internationale samenwerking.

 

(d bis) Het verspreiden van topkwaliteit en het verbreden van de deelname zal het potentieel van het in Europa aanwezige talent ontplooien doordat het beleidsleren, networking en opleidingskansen ondersteunt;

Alle specifieke doelstellingen hebben aangetoond dat zij een grote toegevoegde waarde van de Unie hebben. Samen vormen zij een krachtig en evenwichtig activiteitenpakket dat, in combinatie met de activiteiten op nationaal en regionaal niveau, het volledige scala aan Europese behoeften aan een geavanceerde wetenschap en technologie bestrijkt. Door deze aspecten in één programma samen te brengen, wordt de onderlinge samenhang vergoot en kunnen zij rationeler, eenvoudiger en gerichter functioneren, terwijl tegelijkertijd de continuïteit behouden blijft die zo essentieel is voor hun effectiviteit.

Alle specifieke doelstellingen hebben aangetoond dat zij een grote toegevoegde waarde van de Unie hebben. Samen vormen zij een krachtig en evenwichtig activiteitenpakket dat, in combinatie met de activiteiten op nationaal, regionaal en lokaal niveau, het volledige scala aan Europese behoeften aan een geavanceerde wetenschap en technologie bestrijkt. Door deze aspecten in één programma samen te brengen, wordt de onderlinge samenhang vergoot en kunnen zij rationeler, eenvoudiger en gerichter functioneren, terwijl tegelijkertijd de continuïteit behouden blijft die zo essentieel is voor hun effectiviteit.

De betreffende activiteiten zijn inherent toekomstgericht gezien de nadruk op het ontwikkelen van vaardigheden op langere termijn en de focus op de volgende generatie van wetenschap, technologie, onderzoekers en innovaties. Die toekomstgerichtheid blijkt ook uit de steun voor opkomend talent, niet alleen in de gehele Unie en geassocieerde landen, maar overal ter wereld. Gezien de wetenschappelijke aard en de voornamelijk op onderzoekers gerichte 'bottom-up'-financieringsregelingen, zal de Europese wetenschappelijke gemeenschap een belangrijke rol spelen bij het bepalen van de onderzoeksroutes die in het kader van het programma gevolgd gaan worden.

De betreffende activiteiten zijn inherent toekomstgericht gezien de nadruk op het ontwikkelen van vaardigheden op langere termijn en de focus op de volgende generatie van wetenschap, technologie, onderzoekers en innovaties. Die toekomstgerichtheid blijkt ook uit de steun voor opkomend talent, niet alleen in de gehele Unie en geassocieerde landen, maar overal ter wereld. Gezien de wetenschappelijke aard en de voornamelijk op onderzoekers gerichte 'bottom-up'-financieringsregelingen, zal de Europese wetenschappelijke gemeenschap een belangrijke rol spelen bij het bepalen van de onderzoeksroutes die in het kader van het programma gevolgd gaan worden.

Amendement  115

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – De specifieke doelstellingen en activiteiten in grote lijnen – Deel II

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit onderdeel is bedoeld om te komen tot een snellere ontwikkeling van de technologieën en innovaties die het fundament vormen voor het bedrijfsleven van morgen en die innovatieve Europese mkb-bedrijven de benodigde steun geven om uit te groeien tot wereldwijd toonaangevende ondernemingen. Dit deel bestaat uit drie specifieke doelstellingen:

Dit onderdeel is bedoeld om te komen tot een snellere ontwikkeling van de technologieën en innovaties die het fundament vormen voor het bedrijfsleven van morgen en die innovatieve Europese mkb-bedrijven de benodigde steun geven om uit te groeien tot wereldwijd toonaangevende ondernemingen en tevens te profiteren van het potentieel dat voortvloeit uit het creëren van gunstige omstandigheden voor vernieuwende mkb-bedrijven. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de bevordering van "innovatieconsumptie", d.w.z. kennis- en technologieoverdracht van publieke onderzoekscentra naar ondernemingen en tussen ondernemingen onderling. Dit deel bestaat uit drie specifieke doelstellingen:

(a) Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën. In het kader van deze specifieke doelstelling wordt beoogd gerichte steun te geven aan onderzoek, ontwikkeling en demonstratie inzake ICT, nanotechnologie, geavanceerde materialen, biotechnologie, geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen, en ruimtetechnologie. Hierbij ligt de nadruk op interacties en convergentie binnen en tussen de verschillende technologieën.

(a) Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën. In het kader van deze specifieke doelstelling wordt beoogd gerichte steun te geven aan onderzoek, standaardisatie, certificatie, ontwikkeling en demonstratie inzake cruciale ontsluitende technologieën zoals ICT, nanotechnologie, geavanceerde materialen, biotechnologie, geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen, en ruimtetechnologie. Hierbij ligt de nadruk op interacties en convergentie binnen en tussen de verschillende technologieën en de wijze waarop deze zich verhouden tot de maatschappelijke uitdagingen. Op al deze terreinen moet voldoende rekening gehouden worden met de behoeften van de gebruikers.

(b) Toegang tot risicofinanciering. Hiermee wordt getracht in alle ontwikkelingsfasen het gebrek aan eigen en vreemd vermogen op te heffen voor ondernemingen en projecten waarin O&O en innovaties centraal staan. Samen met het vermogensinstrument van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb zal op het niveau van de Unie het beschikbaar stellen van durfkapitaal worden ondersteund.

(b) Toegang tot risicofinanciering. Hiermee wordt getracht in alle ontwikkelingsfasen het gebrek aan eigen en vreemd vermogen op te heffen voor ondernemingen en projecten waarin O&O en innovaties centraal staan. Samen met het vermogensinstrument van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb zal op het niveau van de Unie het beschikbaar stellen van aanloopfinanciering en durfkapitaal worden ondersteund.

(c) Innovatie in het mkb. Via deze specifieke doelstelling worden alle vormen van innovatie in mkb-bedrijven gestimuleerd, met name in het mkb met groeipotentie die de mogelijkheid hebben om op de interne markt en daarbuiten internationaal actief te zijn.

(c) Innovatie in het mkb. Via deze specifieke doelstelling wordt op het mkb toegesneden steun geboden voor alle vormen van innovatie in mkb-bedrijven, via een gereedschapskist van gespecialiseerde en aangepaste programma's en instrumenten, waaronder toegang tot startkapitaal, subsidies, eigen en vreemd vermogen, begeleiding door mentoren en coaches, toegang tot O&O-netwerken en clusters.

De activiteiten worden gebaseerd op een agenda die door het bedrijfsleven wordt aangestuurd. Met betrekking tot de budgetten voor de specifieke doelstellingen 'Toegang tot risicofinanciering' en 'Innovatie in het mkb' wordt een door de vraag gestuurde, bottom-up-benadering gehanteerd zonder vooraf vastgestelde prioriteiten. In het kader van het deel 'Maatschappelijke uitdagingen' en de specifieke doelstelling 'Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën' worden die budgetten aangevuld met financiële instrumenten en een specifiek mkb-instrument.

De activiteiten worden gebaseerd op een agenda die door het bedrijfsleven wordt aangestuurd. Bij de uitvoering van de budgetten 'Toegang tot risicofinanciering' en 'Innovatie bij kmo's' wordt primair een vraaggestuurde, bottom-upbenadering gehanteerd. Het kmo-instrument wordt uitgevoerd binnen de prioritaire thematische gebieden die in het kader van "Maatschappelijke uitdagingen" en "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" zijn vastgesteld. Die budgetten worden aangevuld met een eventueel top-downgebruik van het mkb-instrument als onderdeel van precommerciële inkoop of innovatieve aanbesteding indien kan worden aangetoond dat de behoeften van de aanbestedende overheidsinstanties in de lidstaten op EU-niveau moeten worden gebundeld.

Horizon 2020 hanteert een geïntegreerde benadering voor de deelname door het mkb, hetgeen ertoe zou kunnen leiden dat circa 15% van de totale gecombineerde begrotingen voor alle specifieke doelstellingen voor de maatschappelijke uitdagingen en de specifieke doelstelling 'Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën' aan het mkb ten goede komt.

Horizon 2020 hanteert een geïntegreerde benadering voor de deelname door het mkb, rekening houdende met de behoeften van het mkb op het vlak van kennis- en technologieoverdracht. De steun moet ertoe leiden dat meer dan 20% van de totale gecombineerde begrotingen voor alle specifieke doelstellingen voor de maatschappelijke uitdagingen en de specifieke doelstelling 'Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën' aan het mkb ten goede komt.

In het kader van de specifieke doelstelling 'Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën' wordt een door de technologie gestuurde aanpak gehanteerd om ontsluitende technologieën te ontwikkelen die op meerdere gebieden en in uiteenlopende sectoren en diensten gebruikt kunnen worden. De toepassing van deze technologieën om ook de maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen gaan, zal in het kader van het deel 'Maatschappelijke uitdagingen' worden ondersteund.

In het kader van de specifieke doelstelling 'Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën' wordt een door de technologie gestuurde aanpak gehanteerd om ontsluitende technologieën te ontwikkelen die op meerdere gebieden en in uiteenlopende sectoren en diensten gebruikt kunnen worden. De toepassing van deze technologieën om ook de maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen gaan, zal in het kader van het deel 'Maatschappelijke uitdagingen' worden ondersteund.

Amendement  116

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – De specifieke doelstellingen en activiteiten in grote lijnen – Deel III

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dit deel wordt direct ingespeeld op de beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen zoals die in de Europa 2020-strategie in kaart zijn gebracht. Doel hierbij is om de kritische massa aan onderzoeks- en innovatie-inspanningen te bevorderen die noodzakelijk is om de beleidsdoelstellingen van de Unie te realiseren. De financiering is bestemd voor de volgende specifieke doelstellingen:

In dit deel wordt direct ingespeeld op de beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen zoals die in de Europa 2020-strategie in kaart zijn gebracht. Doel hierbij is om de kritische massa aan onderzoeks- en innovatie-inspanningen te bevorderen die noodzakelijk is om de beleidsdoelstellingen van de Unie te realiseren. De financiering is bestemd voor de volgende specifieke doelstellingen:

(a) gezondheid, demografische veranderingen en welzijn;

(a) gezondheid, demografische veranderingen en welzijn

(b) voedselzekerheid, een duurzame landbouw en bio-economie;

(b) Voedselkwaliteit, -veiligheid en zekerheid, duurzame land- en bosbouw, marien en maritiem onderzoek en de op biomaterialen gebaseerde bedrijfstakken

(c) veilige, schone en efficiënte energie;

(c) veilige, schone en efficiënte energie;

(d) slim, groen en geïntegreerd vervoer;

(d) Slim, groen en geïntegreerd vervoer en mobiliteit;

(e) klimaatactie, een efficiënt gebruik van hulpbronnen en grondstoffen;

(e) Klimaatactie, milieu, hulpbronnenefficiëntie en duurzaam gebruik van grondstoffen

(f) inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen.

(f) Europa begrijpen in een veranderende wereld - inclusieve, innovatieve en reflexieve samenleving

 

veilige samenlevingen - de vrijheid en veiligheid van Europa en haar burgers beschermen.

 

Er wordt ook financiering verschaft voor een horizontale uitdaging: wetenschap met en voor de samenleving.

Bij alle activiteiten zullen de relevante uitdagingen centraal staan, met een nadruk op de beleidsprioriteiten maar zonder dat de keuze van de te ontwikkelen technologieën of oplossingen vooraf exact is vastgelegd. De aandacht gaat met name uit naar het bundelen van een kritische massa aan hulpmiddelen en kennis vanuit de verschillende gebieden, technologieën en wetenschappelijke disciplines met het oog op het aanpakken van de uitdagingen. De activiteiten bestrijken de volledige cyclus, van onderzoek tot de markt, maar met een nieuwe nadruk op innovatiegerelateerde acties, zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindgebruikers aangestuurde innovaties, sociale innovaties en de integratie van innovaties op de markt.

Bij alle activiteiten zullen de relevante uitdagingen centraal staan, waarin fundamentele wetenschap, toegepast onderzoek, kennisoverdracht en innovatie gelijkwaardige en onderling verbonden componenten zijn, met een nadruk op de beleidsprioriteiten maar zonder dat de keuze van de te ontwikkelen technologieën of oplossingen vooraf exact is vastgelegd. Niet-technologische, organisatorische en systeeminnovatie en innovatie in de overheidssector zullen ook aandacht krijgen naast door technologie gestuurde oplossingen. De aandacht gaat met name uit naar het bundelen van een kritische massa aan hulpmiddelen en kennis vanuit de verschillende gebieden, technologieën, wetenschappelijke disciplines en onderzoeksinfrastructuur met het oog op het aanpakken van de uitdagingen. De activiteiten bestrijken de volledige cyclus, van fundamenteel onderzoek tot de markt, met inbegrip van innovatiegerelateerde acties, zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindgebruikers aangestuurde innovaties, maatschappelijke innovaties en marktacceptatie van kennisoverdracht en innovaties, waaronder standaardisering in alle stadia. Om de doelstellingen van Horizon 2020 te verwezenlijken, moet een grote verscheidenheid van belanghebbenden bij de samenwerkingsprojecten betrokken worden, van onderzoeksinstellingen en ondernemingen tot gebruikers in de openbare en particuliere sector.

 

Om een op uitdagingen gebaseerde aanpak toe te passen, moet de strategische planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten op een gecoördineerde manier verlopen. Coördinatie kan helpen om versnippering tegen te gaan en kan het gebruik van technologische en infrastructuurhulpmiddelen door de volledige onderzoeksgemeenschap voor elke specifieke uitdaging verbeteren.

 

Strategische maatregelen en wetenschappelijke sturing kunnen ervoor zorgen dat het beleid vanaf het begin gebaseerd is op deskundigheid en kunnen innovatie en concurrentievermogen bevorderen doordat men inzicht verwerft in de complexe aard van de innovatiecyclus en doordat zij de deelname van meer wetenschappers, ook uit het buitenland, stimuleren.

 

Sectorale stuurgroepen van onafhankelijke deskundigen op hoog niveau uit de academische wereld, het bedrijfsleven, eindgebruikers en het maatschappelijk middenveld, die via een open en transparante procedure worden geselecteerd, zorgen naargelang behoefte en vraag voor de strategische coördinatie van onderzoek en innovatie voor elke uitdaging; zij helpen om onderzoeks- en innovatieprogramma's uit te werken op basis van het best mogelijke leiderschap en zorgen voor de nodige stimulansen en instrumenten om interactie en synergieën op grotere schaal te bevorderen. De rol van deze groepen bestaat erin doorlopend strategisch advies te geven over de acties die in het kader van Horizon 2020 en daarmee samenhangende EU-beleidsgebieden worden uitgevoerd en gepland.

De sociale- en menswetenschappen vormen een integraal onderdeel van de activiteiten om alle uitdagingen aan te pakken. Daarnaast zal de basisontwikkeling van deze disciplines in het kader van de specifieke doelstelling 'Inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen' worden ondersteund. Bij de ondersteuning zal ook nadruk worden gelegd op het beschikbaar stellen van een overtuigende feitelijke onderbouwing van de beleidsvorming op internationaal, EU-, nationaal en regionaal niveau. Gezien het mondiale karakter van veel van deze uitdagingen vormt de strategische samenwerking met derde landen een geïntegreerd onderdeel van de reactie op elke uitdaging. Bovendien zal er in het kader van de specifieke doelstelling 'Inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen' ook horizontale steun voor internationale samenwerking worden verleend.

De sociale en menswetenschappen vormen een horizontale dimensie en een integraal onderdeel van de activiteiten om alle uitdagingen aan te pakken. Zij moeten vertegenwoordigd zijn in de programmacomités en deskundigengroepen die verantwoordelijk zijn voor de evaluatie van projecten en programma's op alle gebieden, en via de ontwikkeling van op de sociale wetenschappen gerichte oproepen. Daarnaast zal de basisontwikkeling van deze disciplines in het kader van de specifieke doelstelling "Europa in een veranderende wereld – inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen" worden ondersteund. Bij de ondersteuning zal ook nadruk worden gelegd op het beschikbaar stellen van een overtuigende feitelijke onderbouwing van de beleidsvorming op internationaal, EU-, nationaal, regionaal en lokaal niveau. Gezien het mondiale karakter van veel van deze uitdagingen vormt de strategische samenwerking met derde landen een geïntegreerd onderdeel van de reactie op elke uitdaging, met bijzondere aandacht voor het ondersteunen van mondiale inspanningen waarbij een kritische massa voor Europese deelname nodig is en waarbij Europa het voortouw kan nemen.

De specifieke doelstelling 'Inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen' bevat daarnaast een activiteit die gericht is op het dichten van de kloof tussen onderzoek en innovatie. Dit gebeurt middels specifieke maatregelen om op dit gebied kwalitatief hoogwaardig onderzoek te ontsluiten in minder ontwikkelde regio's van de Unie.

 

De activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek vormen een geïntegreerd onderdeel van Horizon 2020 om een solide en op feiten gebaseerd ondersteuning voor het beleid van de Unie te bieden. Uitgangspunt zijn de behoeften van opdrachtgevers, aangevuld met toekomstgerichte activiteiten.

De activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek vormen een geïntegreerd onderdeel van Horizon 2020 om een solide en op feiten gebaseerd ondersteuning voor het beleid van de Unie te bieden. Uitgangspunt zijn de behoeften van opdrachtgevers, aangevuld met toekomstgerichte activiteiten.

Het EIT speelt een grote rol bij het samenbrengen van onderzoek, onderwijs en innovatie van een kwalitatief hoogwaardig niveau om zo een integratie van de kennisdriehoek tot stand te brengen. Het EIT zal dit voornamelijk realiseren via de Kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's). Daarnaast zal, middels gerichte maatregelen op het gebied van de communicatie en kennisuitwisseling, gewaarborgd worden dat de relevante ervaringen ook buiten de KIG's verspreid zullen worden waardoor innovatiemodellen in de gehele Unie sneller opgepakt worden.

Het EIT speelt een grote rol bij het samenbrengen van onderzoek, onderwijs en innovatie van een kwalitatief hoogwaardig niveau om zo een integratie van de kennisdriehoek tot stand te brengen. Het EIT zal dit voornamelijk realiseren via de Kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's). Daarnaast zal, middels gerichte maatregelen op het gebied van de communicatie en kennisuitwisseling, gewaarborgd worden dat de relevante ervaringen tussen en ook buiten de KIG's verspreid zullen worden waardoor innovatiemodellen in de gehele Unie sneller opgepakt worden.

Amendement  117

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Europese Onderzoeksraad (ERC)

1. Europese Onderzoeksraad (ERC)

1.1 Specific objective

1.1 Specific objective

De specifieke doelstelling is het versterken van de topkwaliteit, dynamiek en creativiteit van Europees onderzoek

De specifieke doelstelling is het versterken van de topkwaliteit, dynamiek en creativiteit van Europees onderzoek

Europa heeft zichzelf de ambitie gesteld om over te stappen op een nieuw economisch model op basis van een slimme, duurzame en inclusieve groei. Voor een dergelijke overgang is meer vereist dan het aanbrengen van kleine, stapsgewijze verbeteringen in de huidige technologieën. Wat nodig is, is een veel grotere capaciteit voor een op wetenschap gebaseerde innovatie, aangestuurd door baanbrekende nieuwe kennis, waardoor Europa een leidende rol kan gaan spelen bij het tot stand brengen van de technologische paradigmaverschuivingen die de belangrijkste motor zullen zijn voor productiviteit, groei, concurrentievermogen, welvaart en sociale vooruitgang in de toekomst. In het verleden is gebleken dat dergelijke paradigmaverschuivingen zijn geïnitieerd door de wetenschappelijke basis die door impulsen van de publieke sector is gecreëerd en dat daarna pas een fundament voor hele nieuwe industrieën en sectoren gelegd kon worden.

Europa heeft zichzelf de ambitie gesteld om over te stappen op een nieuw economisch model op basis van slimme, duurzame en inclusieve groei. Voor een dergelijke overgang is meer vereist dan het aanbrengen van kleine, stapsgewijze verbeteringen in de huidige technologieën en kennis. Wat nodig is, is een veel grotere capaciteit voor basiswetenschap en op wetenschap gebaseerde innovatie, aangestuurd door baanbrekende nieuwe kennis, waardoor Europa een leidende rol kan gaan spelen bij het tot stand brengen van de wetenschappelijke en technologische paradigmaverschuivingen die de belangrijkste motor zullen zijn voor productiviteit, groei, concurrentievermogen, welvaart en sociale vooruitgang in de toekomst. In het verleden is gebleken dat dergelijke paradigmaverschuivingen veelal werden geïnitieerd door de wetenschappelijke basis die door impulsen van de publieke sector is gecreëerd, waarna het fundament voor volledig nieuwe industrieën en sectoren werd gelegd.

Een toonaangevende mondiale innovatie is nauw verbonden met wetenschap op topniveau. Ooit was Europa op dit gebied de onbetwiste leider, maar inmiddels is de Unie achterop geraakt in de race om de beste, meest geavanceerde wetenschappelijke ontwikkelingen te creëren. Met betrekking tot de belangrijkste technologische verworvenheden na de tweede wereldoorlog speelt Europa op gepaste afstand van de Verenigde Staten slechts een secundaire rol. Hoewel de Unie wereldwijd nog steeds verantwoordelijk is voor de meeste wetenschappelijke publicaties, produceren de VS twee keer zo veel gezaghebbende artikelen (het hoogste procentsegment op grond van het aantal citaten). Uit de universiteitsoverzichten blijkt eveneens dat de Amerikaanse universiteiten de meeste topklasseringen innemen. Bovendien is 70% van de Nobelprijswinnaars in Amerika werkzaam.

Een toonaangevende mondiale innovatie is nauw verbonden met wetenschap op topniveau. Ooit was Europa op dit gebied de onbetwiste leider, maar inmiddels is de Unie achterop geraakt in de race om de beste, meest geavanceerde wetenschappelijke ontwikkelingen te creëren. Met betrekking tot de belangrijkste technologische verworvenheden na de tweede wereldoorlog speelt Europa op gepaste afstand van de Verenigde Staten slechts een secundaire rol. Hoewel de Unie wereldwijd nog steeds verantwoordelijk is voor de meeste wetenschappelijke publicaties, produceren de VS twee keer zo veel gezaghebbende artikelen (het hoogste procentsegment op grond van het aantal citaten). Uit de universiteitsoverzichten blijkt eveneens dat de Amerikaanse universiteiten de meeste topklasseringen innemen. Bovendien is 70% van de Nobelprijswinnaars in Amerika werkzaam.

Hoewel de overheidssectoren in Europa en in de Verenigde Staten vergelijkbare bedragen investeren in de ontwikkeling van hun wetenschappelijke basis, beschikt de Unie over bijna drie keer zo veel onderzoekers in de publieke sector, hetgeen tot aanzienlijk lagere investeringen per onderzoeker leidt. Dat vormt een deel van de uitdaging op dit gebied. Bovendien is de Amerikaanse financiering meer gericht op de toekenning van middelen aan toonaangevende onderzoekers. Dit verklaart mede waarom de met overheidsgeld gefinancierde onderzoekers in de Unie gemiddeld minder productief zijn en gezamenlijk een kleinere wetenschappelijke impact hebben dan hun Amerikaanse tegenhangers, die veel kleiner in getal zijn.

Hoewel de overheidssectoren in Europa en in de Verenigde Staten vergelijkbare bedragen investeren in de ontwikkeling van hun wetenschappelijke basis, beschikt de Unie over bijna drie keer zo veel onderzoekers in de publieke sector, hetgeen tot aanzienlijk lagere investeringen per onderzoeker leidt. Dat vormt een deel van de uitdaging op dit gebied. Bovendien is de Amerikaanse financiering meer gericht op de toekenning van middelen aan toonaangevende onderzoekers. Dit verklaart mede waarom de met overheidsgeld gefinancierde onderzoekers in de Unie gemiddeld minder productief zijn en gezamenlijk een kleinere wetenschappelijke impact hebben dan hun Amerikaanse tegenhangers, die veel kleiner in getal zijn.

Een ander belangrijk aspect van de uitdaging is dat de publieke sector in veel Europese landen nog steeds geen voorwaarden aanbiedt die aantrekkelijk genoeg zijn om de belangstelling van toponderzoekers te wekken. Het kan jaren duren voordat getalenteerde jonge onderzoekers uitgegroeid zijn tot onafhankelijke wetenschappers waar niemand meer omheen kan. Dit leidt tot een dramatische verspilling van het Europese onderzoekspotentieel als gevolg van vertragingen in de opkomst van een volgende generatie onderzoekers met nieuwe ideeën en energie en doordat uitstekende onderzoekers die aan het begin van hun carrière staan, hierdoor geneigd zijn om hun loopbaan elders voort te zetten.

Een ander belangrijk aspect van de uitdaging is dat de publieke en de particuliere sector in veel Europese landen nog steeds geen voorwaarden aanbieden die aantrekkelijk genoeg zijn om de belangstelling van toponderzoekers te wekken. Het kan jaren duren voordat getalenteerde jonge onderzoekers uitgegroeid zijn tot onafhankelijke wetenschappers waar niemand meer omheen kan. Dit leidt tot een dramatische verspilling van het Europese onderzoekspotentieel als gevolg van vertragingen in de opkomst van een volgende generatie onderzoekers met nieuwe ideeën en energie en doordat uitstekende onderzoekers die aan het begin van hun carrière staan, hierdoor geneigd zijn om hun loopbaan elders voort te zetten. Er dient met name aandacht te worden geschonken aan vrouwelijke onderzoekers, die slechts 18% van de hoogst gekwalificeerde onderzoekers vertegenwoordigen, afgezet tegen 27% in de VS, terwijl vrouwen 60% uitmaken van de universitair afgestudeerden in de EU.

Deze factoren vergroten bovendien de relatieve onaantrekkelijkheid van Europa in de mondiale concurrentiestrijd om getalenteerde wetenschappers aan te trekken. Het feit dat het Amerikaanse systeem meer middelen aan onderzoekers ter beschikking stelt en betere carrièreperspectieven biedt, verklaart waarom de beste onderzoekers ter wereld naar de VS vertrekken, met inbegrip van tienduizenden wetenschappers uit de Unie.

Deze factoren vergroten bovendien de relatieve onaantrekkelijkheid van Europa in de mondiale concurrentiestrijd om getalenteerde wetenschappers aan te trekken. Het feit dat het Amerikaanse systeem meer middelen aan onderzoekers ter beschikking stelt en een grotere mobiliteit tussen de sectoren, meer betrekkingen met de particuliere sector en betere carrièreperspectieven biedt, verklaart waarom de beste onderzoekers ter wereld naar de VS vertrekken, met inbegrip van tienduizenden wetenschappers uit de Unie.

1.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

1.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

De Europese Onderzoeksraad (hierna "de ERC" genoemd) is opgericht om de beste Europese onderzoekers, zowel mannen als vrouwen, van de middelen te voorzien die zij nodig hebben om op mondiaal niveau beter te kunnen concurreren, en wel door op basis van een pan-Europese competitie individuele onderzoeksteams te financieren. De ERC is autonoom: een onafhankelijke wetenschappelijke raad bestaande uit wetenschappers, ingenieurs en academici met een uitstekende reputatie en deskundigheid stelt de overkoepelende wetenschappelijke strategie vast en is volledig beslissingsbevoegd wat de besluitvorming betreft over het soort onderzoek dat gefinancierd wordt. Dit is een wezenlijk kenmerk van de ERC. Hierdoor wordt namelijk de effectiviteit van zijn wetenschappelijke programma, de kwaliteit van zijn activiteiten en van het collegiale toetsingsproces en zijn geloofwaardigheid binnen de wetenschappelijke gemeenschap gewaarborgd.

De Europese Onderzoeksraad (hierna "de ERC" genoemd) is opgericht om de beste Europese onderzoekers, zowel mannen als vrouwen, van de middelen te voorzien die zij nodig hebben om op mondiaal niveau beter te kunnen concurreren, en wel door op basis van een pan-Europese competitie individuele onderzoeksteams te financieren. De ERC is autonoom: een onafhankelijke wetenschappelijke raad bestaande uit wetenschappers, ingenieurs en academici met een uitstekende reputatie en deskundigheid, zowel vrouwen als mannen, uit verschillende leeftijdsgroepen, stelt de overkoepelende wetenschappelijke strategie vast en is volledig beslissingsbevoegd wat de besluitvorming betreft over het soort onderzoek dat gefinancierd wordt. Dit is een wezenlijk kenmerk van de ERC. Hierdoor wordt namelijk de effectiviteit van zijn wetenschappelijke programma, de kwaliteit van zijn activiteiten en van het collegiale toetsingsproces en zijn geloofwaardigheid binnen de wetenschappelijke gemeenschap gewaarborgd.

De ERC is in heel Europa actief op een concurrentiële basis en beschikt over een bredere basis aan talenten en ideeën dan nationale regelingen. De beste onderzoekers en de beste ideeën gaan met elkaar de concurrentiestrijd aan. Gegadigden weten dat zij weliswaar op topniveau moeten presteren, maar als beloning staat daar een flexibele financiering tegenover onder gelijke voorwaarden voor iedereen en onafhankelijk van lokale knelpunten of de beschikbaarheid van nationale financieringsmogelijkheden.

De ERC is in heel Europa actief op een concurrentiële basis en beschikt over een bredere basis aan talenten en ideeën dan nationale regelingen. De beste onderzoekers en de beste ideeën gaan met elkaar de concurrentiestrijd aan. Gegadigden weten dat zij weliswaar op topniveau moeten presteren, maar als beloning staat daar een flexibele financiering tegenover onder gelijke voorwaarden voor iedereen en onafhankelijk van lokale knelpunten of de beschikbaarheid van nationale financieringsmogelijkheden.

Tegen die achtergrond wordt van grensverleggend onderzoek dat door de ERC gefinancierd wordt, verwacht dat het een substantiële directe impact heeft in de vorm van nieuwe ontwikkelingen op de grensgebieden van onze kennis. Hierdoor moet de weg vrijgemaakt worden voor nieuwe en vaak verrassende wetenschappelijke en technologische resultaten en nieuwe onderzoeksgebieden die uiteindelijk baanbrekende ideeën kunnen genereren die een impuls geven aan innovaties en inventieve commerciële toepassingen, waardoor tevens de maatschappelijke uitdagingen aangepakt kunnen worden. De combinatie van individuele wetenschappers van topniveau en innovatieve ideeën vormt het fundament van elk fase in de innovatieketen.

Tegen die achtergrond wordt van grensverleggend onderzoek dat door de ERC gefinancierd wordt, verwacht dat het een substantiële directe impact heeft in de vorm van nieuwe ontwikkelingen op de grensgebieden van onze kennis. Hierdoor moet de weg vrijgemaakt worden voor nieuwe en vaak verrassende wetenschappelijke en technologische resultaten en nieuwe onderzoeksgebieden die uiteindelijk baanbrekende ideeën kunnen genereren die een impuls geven aan innovaties en inventieve commerciële toepassingen, waardoor tevens de maatschappelijke uitdagingen aangepakt kunnen worden. Bij de verlening van ECR-subsidies wordt vooral de nadruk gelegd op baanbrekende ideeën. De combinatie van individuele wetenschappers van topniveau en innovatieve ideeën vormt het fundament van elk fase in de innovatieketen.

Daarnaast heeft de ERC een aanzienlijke structurele impact doordat er een krachtige stimulans wordt gecreëerd om de kwaliteit van het Europese onderzoeksstelsel als geheel te bevorderen als aanvulling op de resultaten van onderzoekers en projecten die rechtstreeks door de ERC worden gefinancierd. ERC-projecten en -onderzoekers zijn een duidelijk en inspirerend voorbeeld voor grensverleggend onderzoek in Europa, vergroten het imago van de Unie en maken de Unie wereldwijd aantrekkelijk voor de beste onderzoekers in een mondiale context. Het prestige dat verbonden is aan het geven van 'onderdak' aan onderzoekers en projecten met een ERC-beurs en het bijbehorende 'keurmerk van topniveau' versterken de concurrentie tussen de Europese universiteiten en andere onderzoeksorganisaties om toponderzoekers de meest aantrekkelijke voorwaarden te bieden. De mate waarin nationale onderzoeksstelsels en individuele onderzoeksinstellingen ERC-begunstigden aan weten te trekken en onderdak kunnen bieden, wordt nu als norm gehanteerd aan de hand waarvan de lidstaten hun relatieve sterke en zwakke punten kunnen beoordelen en hun beleid en praktijken dienovereenkomstig kunnen aanpassen. Naast de bestaande inspanningen in de EU op nationaal en regionaal niveau is de ERC-financiering dan ook bedoeld voor de hervorming, capaciteitsopbouw en ontsluiting van het volledige potentieel en de attractiviteit van het Europese onderzoeksstelsel.

Daarnaast heeft de ERC een aanzienlijke structurele impact doordat er een krachtige stimulans wordt gecreëerd om de kwaliteit van het Europese onderzoeksstelsel als geheel te bevorderen als aanvulling op de resultaten van onderzoekers en projecten die rechtstreeks door de ERC worden gefinancierd. ERC-projecten en -onderzoekers zijn een duidelijk en inspirerend voorbeeld voor grensverleggend onderzoek in Europa, vergroten het imago van de Unie en maken de Unie wereldwijd aantrekkelijk voor de beste onderzoekers in een mondiale context. Het prestige dat verbonden is aan het geven van 'onderdak' aan onderzoekers en projecten met een ERC-beurs en het bijbehorende 'keurmerk van topniveau' versterken de concurrentie tussen de Europese universiteiten en andere onderzoeksorganisaties om toponderzoekers de meest aantrekkelijke voorwaarden te bieden. De mate waarin nationale onderzoeksstelsels en individuele onderzoeksinstellingen ERC-begunstigden aan weten te trekken en onderdak kunnen bieden, wordt nu als norm gehanteerd aan de hand waarvan de lidstaten hun relatieve sterke en zwakke punten kunnen beoordelen en hun beleid en praktijken dienovereenkomstig kunnen aanpassen. Naast de bestaande inspanningen in de EU op nationaal en regionaal niveau is de ERC-financiering dan ook bedoeld voor de hervorming, capaciteitsopbouw en ontsluiting van het volledige potentieel en de attractiviteit van het Europese onderzoeksstelsel.

1.3 Grote lijnen van de activiteiten

1.3 Grote lijnen van de activiteiten

De basisactiviteit van de ERC is het verstrekken van financiering op lange termijn tegen aantrekkelijke voorwaarden ter ondersteuning van toponderzoekers en hun onderzoeksteams bij hun streven om baanbrekend onderzoek te verrichten waaraan zowel grote voordelen als hoge risico's verbonden kunnen zijn.

De basisactiviteit van de ERC is het verstrekken van financiering op lange termijn tegen aantrekkelijke voorwaarden ter ondersteuning van toponderzoekers en hun onderzoeksteams bij hun streven om baanbrekend onderzoek te verrichten waaraan zowel grote voordelen als hoge risico's verbonden kunnen zijn.

De ERC-financiering wordt verstrekt op basis van een aantal beproefde beginselen. Het enige criterium voor de toekenning van ERC-subsidies is wetenschappelijke topkwaliteit. Het ERC functioneert op basis van een bottom-upbenadering zonder vooraf bepaalde prioriteiten. De subsidies van de ERC staan open voor individuele teams van onderzoekers van alle leeftijden en uit alle landen in de wereld, mits zij in Europa werkzaam zijn. Tot slot streeft de ERC naar het bevorderen van een gezonde concurrentie in Europa.

De ERC-financiering wordt verstrekt op basis van een aantal beproefde beginselen. Het enige criterium voor de toekenning van ERC-subsidies is wetenschappelijke topkwaliteit. Het ERC functioneert op basis van een bottom-upbenadering zonder vooraf bepaalde prioriteiten. De subsidies van de ERC staan open voor individuele teams van onderzoekers van alle leeftijden en uit alle landen in de wereld, mits zij in Europa werkzaam zijn. De ERC streeft naar het bevorderen van een gezonde concurrentie in Europa en zorgt ervoor dat onbewuste gendervooroordelen correct aangepakt worden in de evaluatieprocedures.

De ERC geeft met name prioriteit aan het ondersteunen van pas beginnende, maar zeer talentvolle onderzoekers zodat zij op den duur onafhankelijk onderzoek kunnen verrichten. Dit gebeurt door hen van adequate bijstand te voorzien in de cruciale fase waarin zij hun eigen onderzoeksteam of onderzoeksprogramma trachten op te zetten of te consolideren.

De ERC geeft met name prioriteit aan het ondersteunen van pas beginnende, maar zeer talentvolle onderzoekers zodat zij op den duur onafhankelijk onderzoek kunnen verrichten. Dit gebeurt door hen van adequate bijstand te voorzien in de cruciale fase waarin zij hun eigen onderzoeksteam of onderzoeksprogramma trachten op te zetten of te consolideren. De terugkeer en re-integratie van onderzoekers na afloop van een ERC-financieringsperiode kan eveneens ondersteund worden, met name in combinatie met de regeling voor EOR-leerstoelen.

Het ERC geeft, waar nodig, ook steun aan nieuwe werkmethoden in de wetenschappelijke wereld die in potentie tot baanbrekende resultaten leiden en bevordert de analyse van de commerciële en sociale innovatiemogelijkheden van het onderzoek dat met ERC-middelen wordt gefinancierd.

Het ERC geeft, waar nodig, ook steun aan nieuwe werkmethoden in de wetenschappelijke wereld die baanbrekende resultaten kunnen opleveren en bevordert het verkennen van het commercieel en maatschappelijk innovatiepotentieel van het onderzoek dat met ERC-middelen wordt gefinancierd.

De ERC streeft er dan ook naar om tegen 2020 aan te tonen: dat de beste onderzoekers aan ERC-competities deelnemen, dat ERC-financiering direct tot wetenschappelijke publicaties van de hoogste kwaliteit heeft geleid en tot het op de markt brengen en toepassen van innovatieve technologieën en ideeën, en dat de ERC er een aanzienlijke bijdrage aan heeft geleverd dat Europa is uitgegroeid tot een van de meest aantrekkelijke voedingsbodems voor de beste wetenschappers ter wereld. De ERC streeft met name naar een meetbare verbetering van het aandeel van de Unie in het allerhoogste segment van meest geciteerde publicaties. Daarnaast wordt gestreefd naar een substantiële toename van het aantal toponderzoekers van buiten Europa dat door de ERC wordt gefinancierd en naar specifieke verbeteringen in de institutionele praktijken en nationale beleidsmaatregelen die gericht zijn op de ondersteuning van toponderzoekers.

De ERC streeft er dan ook naar om tegen 2020 aan te tonen: dat de beste onderzoekers aan ERC-competities deelnemen, dat ERC-financiering direct tot wetenschappelijke publicaties van de hoogste kwaliteit en onderzoeksresultaten met een groot maatschappelijk en economisch effect heeft geleid en tot het op de markt brengen en toepassen van innovatieve technologieën en ideeën, en dat de ERC er een aanzienlijke bijdrage aan heeft geleverd dat Europa is uitgegroeid tot een van de meest aantrekkelijke voedingsbodems voor de beste wetenschappers ter wereld. De ERC streeft met name naar een meetbare verbetering van het aandeel van de Unie in het allerhoogste segment van meest geciteerde publicaties. Daarnaast wordt gestreefd naar een toename van het aantal toponderzoekers van buiten Europa dat door de ERC wordt gefinancierd, waaronder ook een groter aantal vrouwelijke toponderzoekers, en naar specifieke verbeteringen in de institutionele praktijken en nationale beleidsmaatregelen die gericht zijn op de ondersteuning van toponderzoekers. De ERC wisselt ervaring en beste praktijken uit met regionale en nationale instanties voor onderzoeksfinanciering teneinde de steun aan toponderzoekers te bevorderen. Bovendien geeft de ERC zijn programma's meer zichtbaarheid om toponderzoekers aan te trekken.

De wetenschappelijke raad van de ERC houdt continu toezicht op de activiteiten van de ERC en beoordeelt de wijze waarop de doelstellingen ervan optimaal gerealiseerd kunnen worden op basis van subsidieregelingen waarin de nadruk ligt op duidelijkheid, stabiliteit en eenvoud, zowel voor aanvragers als voor de uitvoering en het beheer van de gesubsidieerde projecten. Waar nodig wordt in dit verband ook op nieuwe behoeften ingespeeld. Bovendien wordt gestreefd naar de instandhouding en verdere verfijning van het hoogwaardige collegiale toetsingssysteem van de ERC dat op een transparante, eerlijke en onpartijdige beoordeling van voorstellen gebaseerd is teneinde baanbrekende wetenschappelijke topkwaliteit en toptalenten te kunnen uitfilteren ongeacht geslacht, nationaliteit of leeftijd van de onderzoekers. Tot slot zal de ERC zijn eigen strategische studies voortzetten ter voorbereiding en ondersteuning van zijn activiteiten, zal hij nauwe contacten blijven onderhouden met de wetenschappelijke gemeenschap en andere belanghebbenden en blijven de eigen activiteiten als aanvulling fungeren op onderzoek dat op andere niveaus wordt uitgevoerd.

De wetenschappelijke raad van de ERC houdt continu toezicht op de activiteiten en evaluatieprocedures van de ERC en beoordeelt de wijze waarop de doelstellingen ervan optimaal gerealiseerd kunnen worden op basis van subsidieregelingen waarin de nadruk ligt op doeltreffendheid, duidelijkheid, stabiliteit en eenvoud, zowel voor aanvragers als voor de uitvoering en het beheer van de gesubsidieerde projecten. Waar nodig wordt in dit verband ook op nieuwe behoeften ingespeeld. Bovendien wordt gestreefd naar de instandhouding en verdere verfijning van het hoogwaardige collegiale toetsingssysteem van de ERC dat voor een transparante, eerlijke en onpartijdige beoordeling van voorstellen moet zorgen, teneinde baanbrekende wetenschappelijke topkwaliteit, grensverleggende ideeën en toptalenten te kunnen uitfilteren ongeacht geslacht, nationaliteit, herkomstinstelling of leeftijd van de onderzoekers. Tot slot zal de ERC zijn eigen strategische studies voortzetten ter voorbereiding en ondersteuning van zijn activiteiten, zal hij nauwe contacten blijven onderhouden met de wetenschappelijke gemeenschap en andere belanghebbenden en blijven de eigen activiteiten als aanvulling fungeren op onderzoek dat op andere niveaus wordt uitgevoerd, door overlapping met andere onderzoeksactiviteiten te vermijden.

 

De ERC zorgt voor transparantie in de communicatie met de wetenschappelijke gemeenschap en het grote publiek over zijn activiteiten en resultaten, en houdt bijgewerkte gegevens bij van gesubsidieerde projecten.

Amendement  118

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 2 – titel – punt 2.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Toekomstige en opkomende technologieën (FET)

2. Toekomstige en opkomende wetenschappen en technologieën (FEST)

De specifieke doelstelling is het bevorderen van baanbrekende nieuwe technologieën door het onderzoeken van nieuwe, maar zeer risicovolle ideeën op basis van een wetenschappelijk fundament. Door een flexibele ondersteuning van doelgericht en interdisciplinair onderzoek in samenwerkingsverbanden op uiteenlopende niveaus en door het vaststellen van innovatieve onderzoekspraktijken wordt getracht om kansen in kaart te brengen met langetermijnvoordelen voor de burgers, de economie en de samenleving.

De specifieke doelstelling is het bevorderen van grensverleggend onderzoek, waaronder baanbrekende nieuwe technologieën en risicovolle ideeën die nieuwe domeinen kunnen openstellen voor de Europese wetenschap en technologie. Door een flexibele ondersteuning van doelgericht en interdisciplinair onderzoek in samenwerkingsverbanden op uiteenlopende niveaus en door het vaststellen van innovatieve onderzoekspraktijken wordt getracht om kansen in kaart te brengen met langetermijnvoordelen voor de burgers, de economie en de samenleving. In dit verband is een centrale rol weggelegd voor slimme specialisatieplatforms, met name wat betreft creatie en networking, informatie-uitwisseling, jumelages en steun voor onderzoeks- en innovatiebeleid.

 

Toekomstige en opkomende wetenschappen en technologieën zullen excellentie bevorderen via collaboratieve projecten gericht op verkennend onderzoek naar toekomstige en opkomende wetenschappelijke en technologische kansen. Als het volledige domein van collaboratief, verkennend onderzoek afgedekt wordt, van verkennende basiswetenschap tot verkennende technologische ontwikkelingen, en grensoverschrijdende samenwerking van bij het begin van het onderzoek bevorderd wordt, zullen toekomstige en opkomende wetenschappen en technologieën een Europese toegevoegde waarde verlenen aan het grensgebied van de moderne wetenschap en helpen om de collaboratieve kritieke massa te bereiken voor excellent onderzoek in heel Europa.

In het kader van de toekomstige en opkomende technologieën (FET- Future and Emerging Technologies) wordt onderzoek bevorderd dat verder gaat dan hetgeen tot nu toe bekend of geaccepteerd is of op grote schaal ingang heeft gevonden en worden nieuwe en visionaire denkbeelden gestimuleerd die veelbelovende, onbekende wegen kunnen openen naar krachtige nieuwe technologieën, waarvan een aantal zich wellicht kan ontwikkelen tot toonaangevende technologische en intellectuele paradigma's voor de komende decennia. De FET's bevorderen de inspanningen om kleinschalige onderzoeksmogelijkheden op alle gebieden te benutten, met inbegrip van opkomende thema's en grote wetenschappelijke en technologische uitdagingen (S&T-uitdagingen) waarvoor een samengaan van en samenwerking tussen programma's in heel Europa en daarbuiten vereist is. De motor achter deze benadering is het streven naar topkwaliteit en zij strekt zich uit tot het onderzoek naar precompetitieve ideeën voor het vormgeven van de toekomst van de technologie teneinde de samenleving in staat te stellen profijt te trekken uit een multidisciplinaire onderzoekssamenwerking die op Europees niveau tot stand moet worden gebracht door een koppeling te maken tussen onderzoek dat door de wetenschap wordt aangestuurd en onderzoek dat door maatschappelijke uitdagingen of industriële concurrentieoverwegingen wordt gemotiveerd.

In het kader van de FEST's wordt onderzoek bevorderd dat verder gaat dan hetgeen tot nu toe bekend of geaccepteerd is of op grote schaal ingang heeft gevonden en worden nieuwe en visionaire denkbeelden gestimuleerd die veelbelovende, onbekende wegen kunnen openen naar krachtige nieuwe technologieën, waarvan een aantal zich wellicht kan ontwikkelen tot toonaangevende technologische en intellectuele paradigma's voor de komende decennia. De FEST's bevorderen de inspanningen om kleinschalige onderzoeksmogelijkheden op alle gebieden te benutten, met inbegrip van opkomende thema's en grote wetenschappelijke en technologische uitdagingen (S&T-uitdagingen) waarvoor een samengaan van en samenwerking tussen programma's in heel Europa en daarbuiten vereist is. De motor achter deze benadering is het streven naar topkwaliteit en zij strekt zich uit tot het onderzoek naar precompetitieve ideeën voor het vormgeven van de toekomst van de technologie teneinde de samenleving in staat te stellen profijt te trekken uit een multidisciplinaire onderzoekssamenwerking die op Europees niveau tot stand moet worden gebracht door een koppeling te maken tussen onderzoek dat door de wetenschap wordt aangestuurd en onderzoek dat door maatschappelijke doestellingen en uitdagingen of industriële concurrentieoverwegingen wordt gemotiveerd.

Amendement  119

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 2 – punt 2.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Radicale doorbraken met een transformerend effect zijn in toenemende mate afhankelijk van een intensieve samenwerking tussen wetenschappelijke en technologische disciplines (bijvoorbeeld informatie en communicatie, biologie, chemie, aardsysteemwetenschappen, materiële wetenschappen, neuro- en cognitieve wetenschappen, sociale wetenschappen, economie (e.d.). en met de kunsten en menswetenschappen. Dit vergt niet alleen een hoogstaande kwaliteit in wetenschap en technologie, maar ook nieuwe attitudes van en interacties tussen een breed scala aan betrokken partijen op onderzoeksgebied.

Radicale doorbraken met een transformerend effect zijn in toenemende mate afhankelijk van een intensieve samenwerking tussen wetenschappelijke en technologische disciplines (bijvoorbeeld informatie en communicatie, biologie, biotechniek en robotica, chemie, fysica, wiskunde, de ontwikkeling van geneesmiddelen op basis van modellen, aardsysteemwetenschappen, materiële wetenschappen, neuro- en cognitieve wetenschappen, sociale wetenschappen of economie) en met de kunsten en menswetenschappen. Dit vergt niet alleen een hoogstaande kwaliteit in wetenschap en technologie, maar ook nieuwe attitudes van en interacties tussen een breed scala aan betrokken partijen op onderzoeksgebied.

Sommige ideeën kunnen weliswaar op kleine schaal worden ontwikkeld, maar andere brengen dermate grote uitdagingen met zich mee dat hiervoor gedurende een langere periode een grote gecombineerde inspanning vereist is. Dit wordt door de grote economieën overal ter wereld onderkend en er is dan ook sprake van een toenemende mondiale concurrentie om op de wetenschappelijke grensgebieden alle opkomende technologische kansen in kaart te brengen en te ontwikkelen die grote gevolgen kunnen hebben voor innovaties en aanzienlijke voordelen kunnen opleveren voor de samenleving. Om effectief te zijn, moeten dergelijke activiteiten snel en op grote schaal opgebouwd worden door de krachten van programma's op Europees, nationaal en regionaal niveau te bundelen rondom gemeenschappelijke doelen teneinde een kritische massa te ontwikkelen, synergieën te bevorderen en optimale hefboomeffecten te bewerkstelligen.

Sommige ideeën kunnen weliswaar op kleine schaal worden ontwikkeld, maar andere brengen dermate grote uitdagingen met zich mee dat hiervoor gedurende een langere periode een grote gecombineerde inspanning vereist is. Dit wordt door de grote economieën overal ter wereld onderkend en er is dan ook sprake van een toenemende mondiale concurrentie om op de wetenschappelijke grensgebieden alle opkomende technologische kansen in kaart te brengen en te ontwikkelen die grote gevolgen kunnen hebben voor innovaties en aanzienlijke voordelen kunnen opleveren voor de samenleving. Om effectief te zijn, moeten dergelijke activiteiten deskundig beheerd worden en snel en op grote schaal opgebouwd worden door de krachten van programma's op Europees, nationaal en regionaal niveau te bundelen rondom gemeenschappelijke doelen teneinde een kritische massa te ontwikkelen, synergieën te bevorderen en optimale hefboomeffecten te bewerkstelligen.

Het FET-programma bestrijkt het gehele spectrum van de wetenschappelijk aangestuurde innovaties: van kleinschalige vroegtijdige bottom-upverkenningen van embryonale en fragiele ideeën tot het ontwikkelen van nieuwe onderzoeks- en innovatiegemeenschappen rondom opkomende onderzoeksgebieden met transformatiepotentieel en grote gecombineerde onderzoeken op basis van een onderzoeksagenda met ambitieuze en visionaire doelstellingen. Deze drie activiteitenniveaus zijn weliswaar complementair en synergetisch, maar hebben elk ook een eigen toegevoegde waarde. Zo kan uit kleinschalige verkenningen bijvoorbeeld de behoefte naar voren komen om nieuwe onderzoeksthema's te ontwikkelen die op basis van routekaarten tot grootschalige acties kunnen leiden. Hierbij is een groot scala aan onderzoekspartijen betrokken, met inbegrip van jonge onderzoekers en onderzoeksintensieve mkb-bedrijven evenals groepen belanghebbenden (maatschappelijke organisaties, beleidsmakers, het bedrijfsleven en publieke onderzoekers). Aan de hand van gemeenschappelijke onderzoeksagenda's worden de betreffende projecten dan vervolgens inhoudelijk vormgegeven, verder ontwikkeld en gediversifieerd.

Het FEST-programma bestrijkt het gehele spectrum van de wetenschappelijk aangestuurde innovaties: van kleinschalige vroegtijdige bottom-upverkenningen van embryonale en fragiele ideeën tot het ontwikkelen van nieuwe onderzoeks- en innovatiegemeenschappen rondom opkomende onderzoeksgebieden met transformatiepotentieel en grote gecombineerde onderzoeken op basis van een onderzoeksagenda met ambitieuze en visionaire doelstellingen. Deze drie activiteitenniveaus zijn weliswaar complementair en synergetisch, maar hebben elk ook een eigen toegevoegde waarde. Zo kan uit kleinschalige verkenningen bijvoorbeeld de behoefte naar voren komen om nieuwe onderzoeksthema's te ontwikkelen die op basis van routekaarten tot grootschalige acties kunnen leiden. Hierbij is een groot scala aan onderzoekspartijen betrokken, met inbegrip van jonge onderzoekers en onderzoeksintensieve mkb-bedrijven evenals groepen belanghebbenden (maatschappelijke organisaties, beleidsmakers, het bedrijfsleven en publieke onderzoekers). Aan de hand van gemeenschappelijke, zich ontwikkelende onderzoeksagenda's worden de betreffende projecten dan vervolgens inhoudelijk vormgegeven, verder ontwikkeld en gediversifieerd.

Amendement  120

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 2 – punt 2.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Hoewel het FET-programma visionair, transformerend en onconventioneel van opzet is, volgen de bijbehorende activiteiten een andere logica, van een volledig open structuur tot uiteenlopende niveaus van gestructureerde onderwerpen, gemeenschappen en financiering.

Hoewel het FEST-programma visionair, transformerend en onconventioneel van opzet is, volgen de bijbehorende activiteiten een andere logica, van een volledig open structuur tot uiteenlopende niveaus van gestructureerde onderwerpen, gemeenschappen en financiering.

Middels de betreffende activiteiten zullen de verschillende strategieën vastere vorm krijgen waardoor op adequate schaal kansen geïdentificeerd en gegrepen kunnen worden met langetermijnvoordelen voor de burgers, de economie en de samenleving:

 

(a) door het stimuleren van nieuwe ideeën ('FET Open'). In het kader van de FET's wordt wetenschappelijk en technologisch onderzoek in een embryonaal stadium ondersteund bij de zoektocht naar nieuwe fundamenten voor radicaal nieuwe toekomstige technologieën door de huidige paradigma's ter discussie te stellen en onbekende gebieden te betreden. Via een bottom-upselectieproces dat open staat voor alle onderzoeksideeën zal een gevarieerde portefeuille met gerichte projecten worden opgebouwd. Essentieel hierbij is een vroegtijdige detectie van veelbelovende nieuwe gebieden, ontwikkelingen en tendensen gecombineerd met het aantrekken van nieuwe onderzoeks- en innovatiepartijen met een groot potentieel.

(a) door het stimuleren van nieuwe ideeën ('FEST Open'). In het kader van de FET's wordt wetenschappelijk en technologisch onderzoek in een embryonaal stadium ondersteund bij de zoektocht naar nieuwe fundamenten voor radicaal nieuwe toekomstige technologieën door de huidige paradigma's ter discussie te stellen en onbekende gebieden te betreden. Via een bottom-upselectieproces dat open staat voor alle onderzoeksideeën zal een gevarieerde portefeuille met gerichte projecten worden opgebouwd. Essentieel hierbij is een vroegtijdige detectie van veelbelovende nieuwe gebieden, ontwikkelingen en tendensen gecombineerd met het aantrekken van nieuwe onderzoeks- en innovatiepartijen met een groot potentieel.

(b) door het stimuleren van opkomende thema's en gemeenschappen ('FET Proactief'). In het kader van de FET's wordt nader ingegaan op een aantal veelbelovende verkennende onderzoeksthema's die een kritische massa van onderling gerelateerde projecten kunnen genereren die een brede en rijk geschakeerde analyse van die thema's mogelijk maken waardoor tegelijkertijd een Europese kennisbank kan worden opgebouwd.

(b) door het stimuleren van opkomende thema's en gemeenschappen ('FEST Proactief'). In het kader van de FEST's wordt, in nauwe samenhang met de thema's in het kader van de maatschappelijke uitdagingen en de industriële technologie, nader ingegaan op een aantal veelbelovende verkennende onderzoeksthema's die een kritische massa van onderling gerelateerde projecten kunnen genereren die een brede en rijk geschakeerde analyse van die thema's mogelijk maken waardoor tegelijkertijd een Europese kennisbank kan worden opgebouwd.

(c) door het oppakken van grote interdisciplinaire S&T-uitdagingen ('FET-vlaggenschip'). In het kader van de FET's wordt steun gegeven aan ambitieus grootschalig en wetenschappelijk aangestuurd onderzoek om een wetenschappelijke doorbraak te creëren. Dergelijke activiteiten zullen profijt hebben van de onderlinge afstemming van de Europese en nationale agenda's. Dankzij het wetenschappelijke voordeel zou een sterk en breed fundament gelegd moeten worden voor toekomstige technologische innovaties en economische toepassingen op uiteenlopende gebieden. Daarnaast zou dit tot nieuwe voordelen voor de samenleving moeten leiden.

(c) door het oppakken van grote interdisciplinaire S&T-uitdagingen ('FEST-vlaggenschip'). In het kader van de FEST's wordt steun gegeven aan ambitieus grootschalig en wetenschappelijk aangestuurd onderzoek om een wetenschappelijke en technologische doorbraak te creëren. Dergelijke activiteiten zullen profijt hebben van de onderlinge afstemming van de Europese, nationale en regionale agenda's. Dankzij het wetenschappelijke voordeel zou een sterk en breed fundament gelegd moeten worden voor toekomstige technologische innovaties en economische toepassingen op uiteenlopende gebieden. Daarnaast zou dit tot nieuwe voordelen voor de samenleving moeten leiden.

De juiste combinatie van openheid en de uiteenlopende structuurniveaus van de thema's, gemeenschappen en financiering zal voor elke activiteit afzonderlijk worden gedefinieerd om de gestelde doelstellingen optimaal te kunnen verwezenlijken.

 

 

Meer dan de helft van de voor de FEST-activiteiten beschikbare middelen wordt uitgetrokken voor onderzoeksverbanden voor baanbrekend bottom-up onderzoek in alle vakgebieden.

 

FEST-projecten worden uitsluitend geëvalueerd aan de hand van strikte criteria voor wetenschappelijke en technologische topkwaliteit.

Amendement  121

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 3 – titel – punt 3.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Marie Curie-acties

3. Marie Skłodowska-Curie-acties

3.1. Specifieke doelstelling

3.1. Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is het waarborgen van een optimale ontwikkeling en een dynamisch gebruik van het Europese intellectuele kapitaal teneinde nieuwe vaardigheden en innovaties te genereren om zo het volledige potentieel van dat kapitaal in alle sectoren en regio's te benutten.

De specifieke doelstelling is het waarborgen van een optimale ontwikkeling en een dynamisch gebruik van de Europese personele middelen in onderzoek en innovatie teneinde nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en over te dragen en kennis en innovatie te genereren om zo het volledige potentieel van dat kapitaal in alle sectoren en regio's te benutten.

Goed opgeleide, dynamische en creatieve onderzoekers vormen het onmisbare fundament voor de beste wetenschappelijke resultaten en de meest productieve, op onderzoek gebaseerde innovaties.

Goed opgeleide, dynamische en creatieve onderzoekers vormen het onmisbare fundament voor de beste wetenschappelijke resultaten en de meest productieve, op onderzoek gebaseerde innovaties.

Hoewel Europa over een grote en gevarieerde verzameling gekwalificeerde specialisten beschikt op het gebied van onderzoek en innovatie, dient deze 'pool' voortdurend ververst, verbeterd en aangepast te worden met het oog op de zich snel ontwikkelende behoeften op de arbeidsmarkt. Op dit moment werkt slechts 46% van deze pool in het bedrijfsleven en dat is veel minder dan bij de grootste economische concurrenten van Europa, zoals China (69%), Japan (73%) en de Verenigde Staten (80%). Daarnaast zijn demografische factoren er verantwoordelijk voor dat een verhoudingsgewijs groot aantal onderzoekers in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dit gegeven vormt, gecombineerd met de behoefte aan veel meer hooggekwalificeerd onderzoeksbanen omdat de onderzoeksintensiteit van de Europese economie toeneemt, een van de grootste uitdagingen waarmee de Europese onderwijs-, onderzoeks- en innovatiestelsels de komende jaren worden geconfronteerd.

Hoewel Europa over een grote en gevarieerde verzameling gekwalificeerde specialisten beschikt op het gebied van onderzoek en innovatie, dient deze 'pool' voortdurend ververst, verbeterd en aangepast te worden met het oog op de zich snel ontwikkelende behoeften op de arbeidsmarkt. Op dit moment werkt slechts 46% van deze pool in het bedrijfsleven en dat is veel minder dan bij de grootste economische concurrenten van Europa, zoals China (69%), Japan (73%) en de Verenigde Staten (80%). Daarnaast zijn demografische factoren er verantwoordelijk voor dat een verhoudingsgewijs groot aantal onderzoekers in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dit gegeven vormt, gecombineerd met de behoefte aan veel meer hooggekwalificeerd onderzoeksbanen omdat de onderzoeksintensiteit van de Europese economie toeneemt, een van de grootste uitdagingen waarmee de Europese onderwijs-, onderzoeks- en innovatiestelsels de komende jaren worden geconfronteerd.

De noodzakelijke hervormingen moeten al in de eerste fasen van de loopbaan van onderzoekers worden doorgevoerd, dat wil zeggen tijdens hun promoveren of in het kader van vergelijkbare postacademische opleidingen. Europa moet innovatieve state-of-the-art opleidingsprogramma's ontwikkelen die afgestemd zijn op de bijzonder concurrerende en steeds verdergaande interdisciplinaire vereisten die onderzoek en innovatie stellen. Daarvoor is een grote betrokkenheid van het bedrijfsleven, met inbegrip van het mkb, en andere sociaaleconomische belanghebbenden noodzakelijk. Onderzoekers moeten namelijk voorzien worden van de benodigde innovatieve vaardigheden om aan de eisen van de banen van morgen te kunnen voldoen. Daarnaast is het van belang om de mobiliteit van deze onderzoekers te verbeteren, omdat die op dit moment feitelijk veel te gering is: in 2008 is slechts 7% van de Europese promovendi is een andere lidstaat opgeleid, terwijl de doelstelling voor 2030 20% is.

De noodzakelijke hervormingen moeten al in de eerste fasen van de loopbaan van onderzoekers worden doorgevoerd, dat wil zeggen tijdens hun promoveren of in het kader van vergelijkbare postacademische opleidingen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan mentorschapregelingen die de overdracht van kennis, ervaringen en netwerken bevorderen. Europa moet innovatieve state-of-the-art opleidingsprogramma's ontwikkelen die afgestemd zijn op de bijzonder concurrerende en steeds verdergaande interdisciplinaire vereisten die onderzoek en innovatie stellen. Daarvoor is een grote betrokkenheid van het bedrijfsleven, met inbegrip van het mkb, en andere sociaaleconomische belanghebbenden noodzakelijk. Onderzoekers moeten namelijk voorzien worden van de benodigde horizontale innovatieve vaardigheden en ondernemersvaardigheden om aan de eisen van de banen van morgen te kunnen voldoen en moeten worden aangemoedigd om een carrière in de industrie of in de meest innovatieve ondernemingen te overwegen. Daarnaast is het van belang om de mobiliteit van deze onderzoekers te verbeteren, omdat die op dit moment feitelijk veel te gering is: in 2008 is slechts 7% van de Europese promovendi in een andere lidstaat opgeleid, terwijl de doelstelling voor 2030 20% is.

 

De vergroting van de mobiliteit van onderzoekers en de opvoering van de middelen voor instellingen die onderzoekers uit andere lidstaten aantrekken, zal het ontstaan van centers of excellence overal in de Unie in de hand werken.

Die hervorming moet tijdens alle fasen van de carrière van onderzoekers worden voortgezet. Het is essentieel om de mobiliteit van onderzoekers op alle niveaus te vergroten, inclusief de mobiliteit tijdens de bloeitijd van hun carrière, niet alleen tussen landen, maar ook tussen de publieke en private sectoren. Hierdoor wordt een grote impuls gegeven aan het aanleren en ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. Het is tevens een essentiële factor voor de grensoverschrijdende samenwerking tussen academici, onderzoekscentra en het bedrijfsleven. De menselijke factor is de ruggengraat van een duurzame samenwerking en die is weer de belangrijkste motor voor een innovatief en creatief Europa dat berekend is op de uitdagingen waar de samenleving mee wordt geconfronteerd. Daarnaast is die samenwerking cruciaal om de fragmentatie als gevolg van het uiteenlopende beleid in de lidstaten te boven te komen. Samenwerking en het delen van kennis via een individuele mobiliteit in alle loopbaanfasen en via de uitwisseling van hooggekwalificeerde onderzoeks- en innovatiemedewerkers zijn essentieel indien Europa wederom de weg naar een duurzame groei wil inslaan en maatschappelijke uitdagingen wil aangaan.

Die hervorming moet tijdens alle fasen van de carrière van onderzoekers worden voortgezet. Het is essentieel om de mobiliteit van onderzoekers op alle niveaus te vergroten, inclusief de mobiliteit tijdens de bloeitijd van hun carrière, niet alleen tussen landen, maar ook tussen de publieke en private sectoren. Hierdoor wordt een grote impuls gegeven aan het aanleren en ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. Het is tevens een essentiële factor voor de grensoverschrijdende samenwerking tussen academici, onderzoekscentra en het bedrijfsleven. De menselijke factor is de ruggengraat van een duurzame samenwerking en die is weer de belangrijkste motor voor een innovatief en creatief Europa dat berekend is op de uitdagingen waar de samenleving mee wordt geconfronteerd. Daarnaast is die samenwerking cruciaal om de fragmentatie als gevolg van het uiteenlopende beleid in de lidstaten te boven te komen. Toegang tot onderzoeksresultaten, samenwerking en het delen van kennis via een individuele mobiliteit in alle loopbaanfasen en via de uitwisseling van hooggekwalificeerde onderzoeks- en innovatiemedewerkers zijn essentieel indien Europa interne verschillen in onderzoeks- en innovatiecapaciteit wil wegwerken, wederom de weg naar een duurzame groei wil inslaan en maatschappelijke uitdagingen wil aangaan.

 

In dit verband moet Horizon 2020 ook de samenwerking tussen Europese onderzoekers bevorderen door de invoering van een systeem van onderzoeksvouchers, zodat het onderzoeksgeld onderzoekers volgt die naar universiteiten in alle lidstaten verhuizen en zodat een bijdrage wordt geleverd aan centers of excellence en onafhankelijke universiteiten en aan een grotere mobiliteit van onderzoekers.

 

Met mobiliteitprogramma's, die specifieke maatregelen bevatten om belemmeringen voor de mobiliteit van vrouwelijke onderzoekers op te heffen, wordt voor werkelijk gelijke kansen voor mannen en vrouwen gezorgd.

Indien Europa op gelijke voet wil komen met zijn concurrenten op onderzoeks- en innovatiegebied, moet het meer jonge vrouwen en mannen ertoe bewegen om voor een onderzoekscarrière te kiezen en moeten er dus zeer aantrekkelijke mogelijkheden en voorwaarden voor onderzoek en innovatie worden aangeboden. De meest getalenteerde mensen van binnen en buiten Europa moeten de EU als een unieke werkplek gaan beschouwen. Gelijke kansen, vaste en kwalitatief hoogwaardige banen en arbeidsomstandigheden plus een wederzijdse erkenning zijn cruciale aspecten die op een consequente wijze in heel Europa gewaarborgd moeten worden.

Indien Europa op gelijke voet wil komen met zijn concurrenten op onderzoeks- en innovatiegebied, moet het meer jonge vrouwen en mannen ertoe bewegen om voor een onderzoekscarrière te kiezen en moeten er dus zeer aantrekkelijke mogelijkheden en voorwaarden voor onderzoek en innovatie worden aangeboden. De meest getalenteerde mensen van binnen en buiten Europa moeten de EU als een unieke werkplek gaan beschouwen. Gelijke kansen, vaste en kwalitatief hoogwaardige banen en arbeidsomstandigheden plus een wederzijdse erkenning zijn cruciale aspecten die op een consequente wijze in heel Europa gewaarborgd moeten worden.

Amendement  122

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 3 – punt 3.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

3.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Deze uitdaging kan noch alleen door communautaire financiering noch door de lidstaten afzonderlijk adequaat worden aangepakt. Hoewel de lidstaten al hervormingen ter verbetering van hun tertiaire onderwijsinstellingen en ter modernisering van hun opleidingsstelsels hebben doorgevoerd, is er nog steeds sprake van een onevenwichtige vooruitgang in Europa met grote verschillen tussen landen. In het algemeen blijft de samenwerking tussen de publieke en private sector een zwak punt in Europa. Dat geldt ook voor de gelijke kansen en voor de inspanningen om studenten en onderzoekers van buiten de Europese Onderzoeksruimte aan te trekken. Op dit moment is circa 20% van de promovendi in de Unie afkomstig uit derde landen, terwijl in de Verenigde Staten 35% van de promovendi uit het buitenland komt. Om hierin sneller verandering te brengen, is er op EU-niveau een strategische aanpak vereist die de nationale grenzen overstijgt. In dat verband is een financiering door de Unie essentieel om prikkels te creëren zodat de noodzakelijke structurele hervormingen worden gestimuleerd.

Deze uitdaging kan noch alleen door communautaire financiering noch door de lidstaten afzonderlijk adequaat worden aangepakt. Hoewel de lidstaten al hervormingen ter verbetering van hun tertiaire onderwijsinstellingen en ter modernisering van hun opleidingsstelsels hebben doorgevoerd, is er nog steeds sprake van een onevenwichtige vooruitgang in Europa met grote verschillen tussen landen. In het algemeen blijft de samenwerking tussen de publieke en private sector een zwak punt in Europa. Dat geldt ook voor de gelijke kansen en voor de inspanningen om studenten en onderzoekers van buiten de Europese Onderzoeksruimte aan te trekken. Op dit moment is circa 20% van de promovendi in de Unie afkomstig uit derde landen, terwijl in de Verenigde Staten 35% van de promovendi uit het buitenland komt. Om hierin sneller verandering te brengen, is er op EU-niveau een strategische aanpak vereist die de nationale grenzen overstijgt. In dat verband is een financiering door de Unie essentieel om prikkels te creëren zodat de noodzakelijke structurele hervormingen worden gestimuleerd.

In het kader van de Europese Marie Curie-acties is er opmerkelijke vooruitgang geboekt bij het bevorderen van de mobiliteit, zowel tussen landen als tussen sectoren, en bij het openen van nieuwe carrièremogelijkheden op Europees en internationaal niveau met uitstekende arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden op basis van het Europees Handvest en de Gedragscode voor onderzoekers. Er bestaat in de afzonderlijke lidstaten geen maatregel met een vergelijkbare de omvang en toepassingsgebied, financiering, internationaal karakter en mogelijkheden om kennis te ontwikkelen en uit te wisselen. Deze acties hebben niet alleen de basis van de betreffende instellingen verbreed om op internationaal niveau onderzoekers aan te trekken, maar hebben ook de oprichting van 'topcentra' in de hele Unie bevorderd. Ook hebben door de verspreiding van de beste praktijken op nationaal niveau zij als rolmodel gefungeerd met een sterk structurerend effect. Dankzij de bottom-up-strategie van de Marie Curie-acties is een grote meerderheid van de betrokken instellingen in staat geweest de vaardigheden van een nieuwe generatie onderzoekers te ontwikkelen en te verbeteren zodat zij op de komende matschappelijke uitdagingen zijn voorbereid.

In het kader van de Europese Marie Skłodowska-Curie-acties is er opmerkelijke vooruitgang geboekt bij het bevorderen van de mobiliteit, zowel tussen landen als tussen sectoren, en bij het openen van nieuwe carrièremogelijkheden op Europees en internationaal niveau met uitstekende arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden op basis van het Europees Handvest en de Gedragscode voor onderzoekers. Er bestaat in de afzonderlijke lidstaten geen maatregel met een vergelijkbare de omvang en toepassingsgebied, financiering, internationaal karakter en mogelijkheden om kennis te ontwikkelen en uit te wisselen. Deze acties hebben niet alleen de basis van de betreffende instellingen verbreed om op internationaal niveau onderzoekers aan te trekken, maar hebben ook de oprichting van 'topcentra' in de hele Unie bevorderd. Ook hebben door de verspreiding van de beste praktijken op nationaal niveau zij als rolmodel gefungeerd met een sterk structurerend effect. Dankzij de bottom-up-strategie van de Marie Skłodowska-Curie-acties is een grote meerderheid van de betrokken instellingen in staat geweest de vaardigheden van een nieuwe generatie onderzoekers te ontwikkelen en te verbeteren zodat zij op de komende matschappelijke uitdagingen zijn voorbereid.

Door de vervolgontwikkelingen van de Marie Curie-acties wordt een significante bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte. Dankzij de Europese competitieve financieringsstructuur stimuleren de Marie Curie-acties nieuwe, creatieve en innovatieve opleidingsvormen, zoals industriële doctoraten, waarbij partijen op onderwijs-, onderzoeks-, en innovatief gebied betrokken worden die wereldwijd de concurrentie aan moeten gaan om een reputatie als toponderzoeker te verwerven. Door Europese financiële middelen ter beschikking te stellen voor de beste onderzoeks- en opleidingsprogramma's op basis van de beginselen van een innovatieve doctoraatsopleiding in Europa, bevorderen deze acties ook een bredere verspreiding en integratie van de resultaten hetgeen uiteindelijk een meer gestructureerde doctoraatsopleiding tot gevolg heeft.

Door de vervolgontwikkelingen van de Marie Skłodowska-Curie-acties wordt een significante bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte. Dankzij de Europese competitieve financieringsstructuur stimuleren de Marie Skłodowska-Curie-acties nieuwe, creatieve en innovatieve opleidingsvormen, zoals gecombineerde of meerdere doctoraten, industriële doctorsgraden, waarbij partijen op onderwijs-, onderzoeks-, en innovatief gebied betrokken worden die wereldwijd de concurrentie aan moeten gaan om een reputatie als toponderzoeker te verwerven. Door Europese financiële middelen ter beschikking te stellen voor de beste onderzoeks- en opleidingsprogramma's op basis van de beginselen van een innovatieve doctoraatsopleiding in Europa, bevorderen deze acties ook een bredere verspreiding en integratie van de resultaten hetgeen uiteindelijk een meer gestructureerde doctoraatsopleiding tot gevolg heeft.

De Marie Curie-subsidies worden ook uitgebreid tot de tijdelijke mobiliteit van ervaren onderzoekers en technici van publieke instellingen naar de particuliere sector en vice versa om universiteiten, onderzoekscentra en het bedrijfsleven aan te moedigen op een Europese en internationale schaal samen te werken. Op basis van hun beproefde, transparante en eerlijke evaluatiesysteem zullen de Marie Curie-acties via een internationale prestigieuze competitie veelbelovende talenten op onderzoeks- en innovatiegebied traceren; door dat prestige zullen onderzoekers gemotiveerd worden om hun loopbaan in Europa voort te zetten.

De Marie Skłodowska-Curie-subsidies worden ook uitgebreid tot de tijdelijke mobiliteit van beginnende en ervaren onderzoekers, en technici van publieke instellingen naar de particuliere sector en vice versa om universiteiten, onderzoekscentra en het bedrijfsleven aan te moedigen op een Europese en internationale schaal samen te werken. Op basis van hun beproefde, transparante en eerlijke evaluatiesysteem zullen de Marie Skłodowska-Curie-acties via een internationale prestigieuze competitie veelbelovende talenten op onderzoeks- en innovatiegebied traceren; door dat prestige zullen onderzoekers gemotiveerd worden om hun loopbaan in Europa voort te zetten.

De maatschappelijke uitdagingen waarmee hooggekwalificeerde onderzoekers en vernieuwers worden geconfronteerd, zijn geen exclusief Europees probleem. Het gaat om internationale uitdagingen van een kolossale omvang en complexiteit. Om hiervoor een oplossing te vinden, zullen de beste onderzoekers in Europa en de rest van de wereld samenwerkingsverbanden tussen landen, sectoren en disciplines aan moeten gaan. De Marie Curie-acties spelen in dat opzicht een cruciale rol door de ondersteuning van een uitwisseling van personeel die de ontwikkeling van denktankkennis en intersectorale kennisuitwisseling zal bevorderen, hetgeen cruciaal is voor een open innovatie.

De maatschappelijke uitdagingen waarmee hooggekwalificeerde onderzoekers en vernieuwers worden geconfronteerd, zijn geen exclusief Europees probleem. Het gaat om internationale uitdagingen van een kolossale omvang en complexiteit. Om hiervoor een oplossing te vinden, zullen de beste onderzoekers in Europa en de rest van de wereld samenwerkingsverbanden tussen landen, sectoren en disciplines aan moeten gaan. De Marie Skłodowska-Curie-acties spelen in dat opzicht een cruciale rol door de ondersteuning van een uitwisseling van personeel die de ontwikkeling van denktankkennis en intersectorale kennisuitwisseling zal bevorderen, hetgeen cruciaal is voor een open innovatie.

De uitbreiding van het medefinancieringsmechanisme van de Marie Curie-acties is essentieel voor de uitbreiding van de Europese talentenpool. De numerieke en structurele impact van de communautaire acties wordt versterkt door het hefboomeffect op de regionale, nationale, internationale en particuliere financiering met het oog op het creëren van nieuwe programma's en het openstellen van bestaande programma's voor internationale en intersectorale opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkeling. Een dergelijk mechanisme smeedt ook hechtere banden tussen onderzoeks- en onderwijsinspanningen op nationaal en EU-niveau.

De uitbreiding van het medefinancieringsmechanisme van de Marie Skłodowska-Curie-acties is essentieel voor de uitbreiding van de Europese talentenpool. De numerieke en structurele impact van de communautaire acties wordt versterkt door het hefboomeffect op de regionale, nationale, internationale publieke en particuliere financiering met het oog op het creëren van nieuwe programma's, met soortgelijke en complementaire doelstellingen, en het openstellen van bestaande programma's voor internationale en intersectorale opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkeling. Een dergelijk mechanisme smeedt ook hechtere banden tussen onderzoeks- en onderwijsinspanningen op nationaal en EU-niveau.

Alle activiteiten verband houdende met deze uitdaging leveren een bijdrage aan het creëren van een volledig nieuwe attitude in Europa die cruciaal is voor meer creativiteit en innovatie. Financieringsmaatregelen uit hoofde van Marie Curie versterken de bundeling van middelen in Europa en zorgen op die manier voor verbeteringen in de coördinatie en governance van opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkelingen van onderzoekers. Zij leveren daarnaast een bijdrage aan de beleidsdoelen zoals beschreven in de 'Innovatie-Unie', 'Jeugd in beweging' en de 'Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen', hetgeen van wezenlijk belang is om de Europese Onderzoeksruimte werkelijkheid te laten worden.

Alle activiteiten verband houdende met deze uitdaging leveren een bijdrage aan het creëren van een volledig nieuwe attitude in Europa die cruciaal is voor meer creativiteit en innovatie. Financieringsmaatregelen uit hoofde van Marie Skłodowska-Curie versterken de bundeling van middelen in Europa en zorgen op die manier voor verbeteringen in de coördinatie en governance van opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkelingen van onderzoekers. Zij leveren daarnaast een bijdrage aan de beleidsdoelen zoals beschreven in de 'Innovatie-Unie', 'Jeugd in beweging' en de 'Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen', hetgeen van wezenlijk belang is om de Europese Onderzoeksruimte werkelijkheid te laten worden.

Amendement  123

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 3 – punt 3.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.3. De activiteiten in grote lijnen

3.3. De activiteiten in grote lijnen

(a) Bevorderen van nieuwe vaardigheden door middel van een hoogwaardige initiële opleiding van onderzoekers

(a) Bevorderen van nieuwe vaardigheden door middel van een hoogwaardige initiële opleiding van onderzoekers

Doel is een nieuwe generatie creatieve en innovatieve onderzoekers op te leiden die in staat zijn om kennis en ideeën in producten en diensten te vertalen om economische en sociale voordelen voor de Unie tot stand te brengen.

Doel is een nieuwe generatie creatieve en innovatieve onderzoekers op te leiden die in staat zijn om kennis en ideeën in producten en diensten te vertalen om economische en sociale voordelen voor de Unie tot stand te brengen.

Belangrijke activiteiten in dit verband zijn het aanbieden van hoogwaardige en innovatieve opleidingmogelijkheden voor jonge onderzoekers op postacademisch niveau via interdisciplinaire projecten of doctoraatsprogramma's waarbij universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, het mkb en andere sociaaleconomische groepen uit verschillende landen betrokken moeten worden. Dit leidt tot betere loopbaanperspectieven voor jonge postacademische onderzoekers in zowel de publieke als private sector.

Belangrijke activiteiten in dit verband zijn het aanbieden van hoogwaardige en innovatieve opleidingmogelijkheden voor jonge onderzoekers op postacademisch niveau via interdisciplinaire projecten, mentorschapregelingen om de overdracht van kennis en ervaringen tussen onderzoekers te bevorderen of doctoraatsprogramma's waarmee onderzoekers hun onderzoekscurriculum kunnen uitbreiden en waarbij universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, het mkb en andere sociaaleconomische groepen uit verschillende landen betrokken moeten worden. Dit leidt tot meer en betere loopbaanperspectieven voor jonge postacademische onderzoekers in zowel de publieke als de private sector.

(b) Bevorderen van topkwaliteit via grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit

(b) Bevorderen van topkwaliteit via grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit

Doel is het creatieve en innovatieve potentieel van ervaren onderzoekers op alle carrièreniveaus te verbeteren door mogelijkheden te creëren voor een grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit.

Doel is het creatieve en innovatieve potentieel van ervaren onderzoekers op alle carrièreniveaus te verbeteren door mogelijkheden te creëren voor een grens- en sectoroverschrijdende mobiliteit.

Belangrijke activiteiten in dit verband zijn het aansporen van ervaren onderzoekers om door middel van mobiliteitsacties hun vaardigheden te verbreden en te verdiepen door hen aantrekkelijke carrièremogelijkheden bij universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, het mkb en andere sociaaleconomische groepen binnen en buiten Europa aan te bieden. Er zal ook ondersteuning worden gegeven aan een hernieuwde start van onderzoekers die hun carrière tijdelijk onderbroken hebben.

Belangrijke activiteiten in dit verband zijn het aansporen van ervaren onderzoekers om door middel van mobiliteitsacties hun vaardigheden te verbreden en te verdiepen door hen aantrekkelijke carrièremogelijkheden bij universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, het mkb en andere sociaaleconomische groepen binnen en buiten Europa aan te bieden, teneinde onderzoekers de kans te beiden opleidingen te volgen en nieuwe kennis te verwerven in onderzoeksinstellingen op hoog niveau in derde landen, en hen terug naar Europa te laten komen als zij dat wensen. Er zal ook ondersteuning worden gegeven aan een hernieuwde start van onderzoekers die hun carrière tijdelijk onderbroken hebben. Om innovatie in de particuliere sector te bevorderen, dient eveneens nadruk te worden gelegd op grensoverschrijdende mobiliteit.

(c) Stimuleren van innovatie door middel van de kruisbestuiving van kennis

(c) Stimuleren van innovatie door middel van de kruisbestuiving van kennis

Doel is de internationale grens- en sectoroverschrijdende samenwerking op onderzoeks- en innovatiegebied te intensiveren door middel van een uitwisseling van onderzoeks- en innovatiemedewerkers teneinde beter op de mondiale uitdagingen voorbereid te zijn.

Doel is de internationale grens- en sectoroverschrijdende samenwerking op onderzoeks- en innovatiegebied te intensiveren door middel van een uitwisseling van onderzoeks- en innovatiemedewerkers teneinde beter op de mondiale uitdagingen voorbereid te zijn.

Belangrijke activiteiten in dit verband zijn het ondersteunen van kortetermijnuitwisselingen van onderzoeks- en innovatiemedewerkers in het kader van een partnerschap tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, het mkb en andere sociaaleconomische groepen binnen en buiten Europa, met inbegrip van het bevorderen van een samenwerking met derde landen.

Belangrijke activiteiten in dit verband zijn het ondersteunen van uitwisselingen van onderzoeks- en innovatiemedewerkers in het kader van een partnerschap tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, het mkb en andere sociaaleconomische groepen binnen en buiten Europa, met inbegrip van het bevorderen van een samenwerking met derde landen. Dit omvat het bevorderen van samenwerking met derde landen.

(d) Vergroten van de structurele impact door het medefinancieren van activiteiten

(d) Vergroten van de structurele impact door het medefinancieren van activiteiten

Doel is middels het aantrekken van aanvullende financiële middelen de numerieke en structurele impact van de Marie Curie-acties te vergroten en de topkwaliteit van de opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkeling van onderzoekers te bevorderen.

Doel is middels het aantrekken van aanvullende financiële middelen de numerieke en structurele impact van de Marie Skłodowska-Curie-acties te vergroten en de topkwaliteit van de opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkeling van onderzoekers te bevorderen.

Een belangrijke activiteit in dit verband is het stimuleren van regionale, nationale en internationale organisaties om met behulp van een medefinancieringsmechanisme nieuwe programma's te creëren en bestaande programma's open te stellen voor internationale en intersectorale opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkeling. Hierdoor wordt de kwaliteit van de onderzoeksopleidingen in Europa in alle loopbaanstadia vergroot, ook op doctoraatniveau, wordt het vrije verkeer van onderzoekers en wetenschappelijke kennis in Europa bevorderd, wordt de attractiviteit van onderzoekscarrières verbeterd door de aanwezigheid van een open werving een aantrekkelijke arbeidsomstandigheden en wordt niet alleen de samenwerking op onderzoeks- en innovatiegebied tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen en ondernemingen verbeterd, maar ook de samenwerking met derde landen en internationale organisaties.

Een belangrijke activiteit in dit verband is het stimuleren van regionale, nationale en internationale organisaties om met behulp van een medefinancieringsmechanisme nieuwe programma's te creëren en bestaande programma's aan te passen aan internationale en intersectorale opleidingen, mobiliteit en loopbaanontwikkeling. Hierdoor wordt de kwaliteit van de onderzoeksopleidingen in Europa in alle loopbaanstadia vergroot, ook op doctoraatniveau, wordt het vrije verkeer van onderzoekers en wetenschappelijke kennis in Europa bevorderd, wordt de attractiviteit van onderzoekscarrières verbeterd door de aanwezigheid van een open werving een aantrekkelijke arbeidsomstandigheden en wordt niet alleen de samenwerking op onderzoeks- en innovatiegebied tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen en ondernemingen verbeterd, maar ook de samenwerking met derde landen en internationale organisaties. Er moet aandacht worden besteed aan topniveau en gelijkheid.

(e) Specifieke ondersteuning en beleidsmaatregelen

(e) Specifieke ondersteuning en beleidsmaatregelen

Doel is om toezicht te houden op de vooruitgang, om hiaten in de Marie Curie-acties vast te stellen en om de effecten ervan te vergroten. Tegen deze achtergrond worden indicatoren ontwikkeld en gegevens over de mobiliteit, vaardigheden en carrières van onderzoekers geanalyseerd. Daarnaast wordt getracht om synergieën tussen en een nauwe samenwerking met de beleidsondersteunende maatregelen tot stand te brengen die gericht zijn op onderzoekers, hun werkgevers en financiers die uitgevoerd worden onder de specifieke doelstelling 'Inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen'. De activiteit is daarnaast bedoeld om het bewustzijn te vergroten van het belang en de attractiviteit van onderzoekscarrières en om de onderzoeks- en innovatieresultaten van werkzaamheden die met steun van de Marie Curie-acties zijn uitgevoerd, beter te verspreiden.

Doel is om toezicht te houden op de vooruitgang, om hiaten en belemmeringen in de Marie Skłodowska-Curie-acties vast te stellen en om de effecten ervan te vergroten. Tegen deze achtergrond worden indicatoren ontwikkeld en gegevens over de mobiliteit, vaardigheden, carrières en gendergelijkheid van onderzoekers geanalyseerd. Daarnaast wordt getracht om synergieën tussen en een nauwe samenwerking met de beleidsondersteunende maatregelen tot stand te brengen die gericht zijn op onderzoekers, hun werkgevers en financiers die uitgevoerd worden onder de horizontale uitdaging 'Wetenschap met en voor de samenleving'. De activiteit is daarnaast bedoeld om het bewustzijn te vergroten van het belang en de attractiviteit van onderzoekscarrières en om de onderzoeks- en innovatieresultaten van werkzaamheden die met steun van de Marie Skłodowska-Curie-acties zijn uitgevoerd, beter te verspreiden. Ook zullen er specifieke maatregelen worden genomen om belemmeringen voor de loopbaanontwikkeling weg te nemen, ook voor loopbaanonderbrekers.

Amendement  124

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Onderzoeksinfrastructuren

4. Onderzoeksinfrastructuren

4.1. Specifieke doelstellingen

4.1. Specifieke doelstellingen

De specifieke doelstelling is Europa te voorzien van onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse die voor alle onderzoekers binnen en buiten Europa toegankelijk zijn en die de mogelijkheden voor wetenschappelijke vooruitgang en innovatie volledig benutten.

De specifieke doelstelling is Europa te voorzien van onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse die voor alle onderzoekers binnen en buiten Europa toegankelijk zijn en die de mogelijkheden voor wetenschappelijke vooruitgang en innovatie volledig benutten.

Onderzoeksinfrastructuren zijn belangrijke bepalende factoren voor het Europese concurrentievermogen voor het gehele spectrum aan wetenschappelijke domeinen en zij zijn essentieel voor een op de wetenschap gebaseerde innovatie. Op veel gebieden is onderzoek onmogelijk zonder de toegang tot supercomputers, stralingsbronnen voor nieuwe materialen, gedesinfecteerde ruimten voor nanotechnologieën, databanken voor genomica en de sociale wetenschappen, waarnemingsposten voor de aardwetenschappen en breedbandnetwerken voor gegevensoverdracht, e.d. Onderzoeksinfrastructuren zijn noodzakelijk om het onderzoek uit te kunnen voeren teneinde de grote maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen pakken op het gebied van de energie, klimaatverandering, bio-economie, een levenslage gezondheid en welzijn voor iedereen. Zij geven een impuls aan de samenwerking over grenzen en disciplines heen en creëren een naadloze en Europese ruimte voor online-onderzoek. Daarnaast bevorderen zij de mobiliteit van mensen en ideeën, brengen zij de beste wetenschappers uit Europa en de rest van de wereld bij elkaar en leiden zij tot verbeteringen in het wetenschappelijk onderwijs. Die infrastructuren zijn bovendien een drijvende kracht achter kwalitatief hoogwaardige Europese onderzoeks- en innovatiegemeenschappen en kunnen voor de maatschappij in het algemeen een uniek uithangbord vormen voor wat de wetenschap allemaal kan bewerkstelligen.

Onderzoeksinfrastructuren zijn belangrijke bepalende factoren voor het Europese concurrentievermogen voor het gehele spectrum aan wetenschappelijke domeinen en zij zijn essentieel voor een op de wetenschap gebaseerde innovatie. Op veel gebieden is onderzoek onmogelijk zonder de toegang tot supercomputers, analysefaciliteiten, stralingsbronnen voor nieuwe materialen, gedesinfecteerde ruimten en geavanceerde metrologie voor nanotechnologieën, speciaal uitgeruste laboratoria voor biologisch en medisch onderzoek, databanken voor genomica en de sociale wetenschappen, waarnemingsposten en sensoren voor de aardwetenschappen en het milieu, snelle breedbandnetwerken voor gegevensoverdracht, e.d. Onderzoeksinfrastructuren zijn noodzakelijk om het onderzoek uit te kunnen voeren teneinde de grote maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen pakken op het gebied van onder meer energie, klimaatverandering, bio-economie, een levenslage gezondheid en welzijn voor iedereen. Zij geven een impuls aan de samenwerking over grenzen en disciplines heen en creëren een naadloze en Europese ruimte voor online-onderzoek. Daarnaast bevorderen zij de mobiliteit van mensen en ideeën, brengen zij de beste wetenschappers uit Europa en de rest van de wereld bij elkaar en leiden zij tot verbeteringen in het wetenschappelijk onderwijs. De oprichting ervan zet onderzoekers en innovatieve ondernemingen ertoe aan state-of-the-art technologie te ontwikkelen. Zo versterken zij de Europese innovatieve hightechindustrie. Die infrastructuren zijn bovendien een drijvende kracht achter kwalitatief hoogwaardige Europese onderzoeks- en innovatiegemeenschappen en kunnen voor de maatschappij in het algemeen een uniek uithangbord vormen voor wat de wetenschap allemaal kan bewerkstelligen.

Europa moet een adequaat en stabiel fundament creëren voor het bouwen, onderhouden en exploiteren van onderzoeksinfrastructuren indien het Europese onderzoek op wereldklasseniveau wil blijven. Dit vereist een aanzienlijke en effectieve samenwerking tussen EU-, nationale en regionale financiers waarbij naar sterke koppelingen met het cohesiebeleid gestreefd moet worden om synergieën en een coherente aanpak te waarborgen.

Europa moet een adequaat en stabiel fundament creëren voor het bouwen, onderhouden en exploiteren van onderzoeksinfrastructuren en het selecteren en prioriteren daarvan aan de hand van criteria inzake de toegevoegde waarde voor de EU, kwaliteit en relevantie indien het Europese onderzoek op wereldklasseniveau wil blijven. Dit vereist een aanzienlijke en effectieve samenwerking tussen EU-, nationale en regionale financiers waarbij naar sterke koppelingen met het cohesiebeleid gestreefd moet worden om synergieën en een coherente aanpak te waarborgen.

Via deze specifieke doelstelling wordt ingegaan op een van de essentiële inspanningsverplichtingen van het vlaggenschipinitiatief van de 'Innovatie-Unie' waarin de cruciale rol benadrukt wordt van onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse bij het faciliteren van baanbrekende onderzoeks- en innovatieactiviteiten. In het initiatief wordt het belang onderstreept van een bundeling van de middelen in Europa, en in sommige gevallen zelfs wereldwijd, teneinde onderzoeksinfrastructuren te bouwen en te exploiteren. Ook in het vlaggenschipinitiatief 'Digitale agenda voor Europa' wordt de noodzaak benadrukt van het versterken van de Europese e-infrastructuur en van het ontwikkelen van innovatieclusters om een Europese innovatieve voorsprong te creëren.

Via deze specifieke doelstelling wordt ingegaan op een van de essentiële inspanningsverplichtingen van het vlaggenschipinitiatief van de 'Innovatie-Unie' waarin de cruciale rol benadrukt wordt van onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse bij het faciliteren van baanbrekende onderzoeks- en innovatieactiviteiten. In het initiatief wordt het belang onderstreept van een bundeling van de middelen in Europa, en in sommige gevallen zelfs wereldwijd, teneinde deze onderzoeksinfrastructuren te bouwen en te exploiteren. Ook in het vlaggenschipinitiatief 'Digitale agenda voor Europa' wordt de noodzaak benadrukt van het versterken van de Europese e-infrastructuur en van het ontwikkelen van innovatieclusters om een Europese innovatieve voorsprong te creëren.

4.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

4.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

State-of-the-art onderzoeksinfrastructuren worden steeds complexer en duurder en vaak is hiervoor een integratie van uiteenlopende apparatuur, diensten en gegevensbronnen vereist, evenals een intensieve transnationale samenwerking. Geen enkel land beschikt zelf over voldoende middelen om alle onderzoeksinfrastructuren te ondersteunen die het nodig heeft. Dankzij de Europese benadering van onderzoeksinfrastructuren is er de afgelopen jaren opmerkelijke vooruitgang geboekt door het uitvoeren van de routekaart van het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI), door het integreren en openstellen van nationale onderzoeksfaciliteiten en door het ontwikkelen van e-infrastructuren ter bevordering van een digitale Europese Onderzoeksruimte. Door de netwerken van onderzoeksinfrastructuren in Europa wordt het fundament aan menselijk kapitaal verstevigd door het aanbieden van opleidingen van wereldklasse voor een nieuwe generatie onderzoekers, ingenieurs en technici en door het bevorderen van een interdisciplinaire samenwerking.

State-of-the-art onderzoeksinfrastructuren worden steeds complexer en duurder en vaak is hiervoor een integratie van uiteenlopende apparatuur, diensten en gegevensbronnen vereist, evenals een intensieve transnationale samenwerking. Geen enkel land beschikt zelf over voldoende middelen om alle onderzoeksinfrastructuren te ondersteunen die het nodig heeft. Dankzij de Europese benadering van onderzoeksinfrastructuren is er de afgelopen jaren opmerkelijke vooruitgang geboekt door het uitvoeren van de routekaart van het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI), door het integreren en openstellen van nationale onderzoeksfaciliteiten en door het ontwikkelen van e-infrastructuren ter bevordering van een open en digitaal verbonden Europese Onderzoeksruimte. Door de netwerken van onderzoeksinfrastructuren in Europa wordt het fundament aan menselijk kapitaal verstevigd door het aanbieden van opleidingen van wereldklasse voor een nieuwe generatie onderzoekers, ingenieurs en technici en door het bevorderen van een interdisciplinaire samenwerking.

Middels de vervolgontwikkeling en een breder gebruik van onderzoeksinfrastructuren op het niveau van de Unie wordt een significante bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte. Hoewel de rol van de lidstaten essentieel blijft voor het ontwikkelen en financieren van onderzoeksinfrastructuren, heeft de Unie een belangrijke taak bij het ondersteunen van die infrastructuur op EU-niveau, bij het bevorderen van de ontwikkeling van nieuwe faciliteiten, bij het realiseren van een brede toegankelijkheid van nationale en Europese infrastructuren en bij het waarborgen van een samenhangend en effectief regionaal, nationaal, Europees en internationaal beleid. Het is niet alleen noodzakelijk om doublures te voorkomen en om het gebruik van faciliteiten te coördineren en te rationaliseren, maar om de beschikbare middelen ook te bundelen zodat de Unie op mondiaal niveau eveneens toegang heeft tot het gebruik van onderzoeksinfrastructuren.

Middels de vervolgontwikkeling en een breder gebruik van de beste onderzoeksinfrastructuren op Europees niveau wordt een significante bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte. Hoewel de rol van de lidstaten essentieel blijft voor het ontwikkelen en financieren van onderzoeksinfrastructuren, heeft de Unie een belangrijke taak bij het ondersteunen van die infrastructuur op Europees niveau, bijvoorbeeld bij het bevorderen van de coördinatie van de verschillende Europese onderzoeksinfrastructuren, bij het bevorderen van de ontwikkeling van nieuwe en geïntegreerde faciliteiten, bij het realiseren en ontwikkelen van een brede toegankelijkheid van nationale en Europese infrastructuren en bij het waarborgen van een samenhangend en effectief regionaal, nationaal, Europees en internationaal beleid. Het is noodzakelijk om doublures en fragmentatie te voorkomen, om het gecoördineerd en doeltreffend gebruik van faciliteiten aan te moedigen en waar passend middelen te bundelen zodat de Unie op mondiaal niveau eveneens toegang heeft tot het gebruik van onderzoeksinfrastructuren.

 

ICT heeft de wetenschap de afgelopen jaren voortdurend veranderd, doordat zij samenwerking op afstand, verwerking van grote hoeveelheden gegevens, in-silico-experimenten en toegang tot hulpmiddelen die zich elders bevinden, mogelijk heeft gemaakt. Daardoor wordt onderzoek steeds vaker transnationaal en interdisciplinair, wat ICT-infrastructuren vereist die, net zoals de wetenschap zelf, supranationaal zijn. Daarom moet een aanzienlijk deel van de begroting voor deze specifieke doelstelling naar onderzoek en innovatie op het vlak van e-infrastructuren gaan.

De schaalvoordelen en het bredere toepassingsgebied die dankzij de Europese benadering van de bouw, het gebruik en het beheer van onderzoeksinfrastructuren (inclusief e-infrastructuren) mogelijk zijn, geven een significante impuls aan het optimaal benutten van het Europese onderzoeks- en innovatiepotentieel.

De schaalvoordelen en het bredere toepassingsgebied die dankzij de Europese benadering van de bouw, het gebruik en het beheer van onderzoeksinfrastructuren (inclusief e-infrastructuren) mogelijk zijn, geven een significante impuls het Europese onderzoeks- en innovatiepotentieel optimaal te benutten en de Unie op internationaal niveau concurrerender te maken.

4.3. De activiteiten in grote lijnen

4.3. De activiteiten in grote lijnen

De activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van de Europese onderzoeksinfrastructuren met het oog op 2020 en daarna, waarbij hun innovatiepotentieel en het menselijk kapitaal wordt ondersteund en de tenuitvoerlegging van het Europese beleid voor onderzoeksinfrastructuren wordt bevorderd.

De activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van de Europese onderzoeksinfrastructuren met het oog op 2020 en daarna, waarbij hun innovatiepotentieel en personele middelen worden ondersteund en de tenuitvoerlegging van het Europese beleid voor onderzoeksinfrastructuren wordt bevorderd.

(a) Ontwikkelen van de Europese onderzoeksinfrastructuren met het oog op 2020 en daarna

(a) Ontwikkelen van de Europese onderzoeksinfrastructuren met het oog op 2020 en daarna

Doel is het waarborgen van de tenuitvoerlegging en het gebruik van het ESFRI en andere onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse, met inbegrip van de ontwikkeling van regionale partnerfacilteiten, de integratie van en toegang tot nationale onderzoeksinfrastructuren, en de ontwikkeling, implementatie en het gebruik van e-infrastructuren.

Doel is het waarborgen van de tenuitvoerlegging en het gebruik van en de transnationale toegang tot het ESFRI en andere onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse, met inbegrip van de ontwikkeling van excellente regionale partnerfacilteiten van Europees belang en transnationale toegang tot Europese onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse, de integratie van en transnationale toegang tot nationale onderzoeksinfrastructuren, en de ontwikkeling, implementatie en het gebruik van e-infrastructuren om capaciteit voor netwerken, computergebruik en wetenschappelijke gegevens van wereldklasse op te bouwen.

(b) Ondersteunen van het innovatiepotentieel van onderzoeksinfrastructuren en van het bijbehorende menselijk kapitaal

(b) Ondersteunen van het innovatiepotentieel van onderzoeksinfrastructuren en van het bijbehorende menselijk kapitaal

Doel is onderzoeksinfrastructuren te stimuleren om vroegtijdig nieuwe technologieën toe te passen, om O&O-partnerschappen met het bedrijfsleven te bevorderen, om het industriële gebruik van onderzoeksinfrastructuren te faciliteren en om het creëren van innovatieclusters te stimuleren. In het kader van deze activiteit wordt ook steun verleend aan opleidingen en/of uitwisselingen van personeel en aan het exploiteren van onderzoeksinfrastructuren.

Doel is onderzoeksinfrastructuren te stimuleren om vroegtijdig nieuwe speerpunttechnologieën toe te passen of te ontwikkelen, om O&O-partnerschappen met het bedrijfsleven te bevorderen, om het industriële gebruik van onderzoeksinfrastructuren te faciliteren en om het creëren van innovatieclusters te stimuleren. In het kader van deze activiteit wordt ook steun verleend aan onderwijs en opleidingen en/of uitwisselingen van personeel en aan het benutten en exploiteren van onderzoeksinfrastructuren, bijvoorbeeld via een regeling voor de detachering van leidinggevende personeelsleden en projectmanagers.

(c) Versterken van het Europese beleid voor onderzoeksinfrastructuren en van de internationale samenwerking

(c) Versterken van het Europese beleid voor onderzoeksinfrastructuren en van de internationale samenwerking

Doel is partnerschappen tussen de betrokken beleidsmakers en financieringsorganen te ondersteunen, instrumenten voor de besluitvorming in kaart te brengen en te monitoren en de internationale samenwerking te bevorderen.

Doel is partnerschappen tussen de betrokken beleidsmakers en financieringsorganen te ondersteunen, instrumenten voor de besluitvorming in kaart te brengen en te monitoren en de internationale samenwerking te bevorderen. De Europese onderzoeksinfrastructuren krijgen steun bij hun activiteiten op het vlak van internationale betrekkingen en worden geraadpleegd bij de opstelling van de Europese strategie voor internationale samenwerking op het vlak van onderzoek.

De tweede en derde activiteit zullen via een afzonderlijke specifieke actie worden gerealiseerd en, waar van toepassing, als onderdeel van de eerste activiteit.

De tweede en derde activiteit zullen via een afzonderlijke specifieke actie worden gerealiseerd en, waar van toepassing, als onderdeel van de eerste activiteit.

Amendement  125

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel I – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. TOPKWALITEIT VERSPREIDEN EN DE DEELNAME VERBREDEN

 

4 bis. 1. Specifieke doelstelling

 

De specifieke doelstelling bestaat erin het potentieel van het in Europa aanwezige talent te benutten en ervoor te zorgen dat de voordelen van een door innovatie aangestuurde economie geoptimaliseerd worden en eerlijk verdeeld worden over de hele Unie in overeenstemming met het beginsel van topkwaliteit.

 

In artikel 179, lid 2, van het VWEU staat duidelijk dat de Unie, met betrekking tot de doelstellingen van het EU-beleid betreffende onderzoek en technologische ontwikkeling, "in de gehele Unie de ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, de onderzoekcentra en de universiteiten stimuleert bij hun inspanningen op het gebied van hoogwaardig onderzoek en hoogwaardige technologische ontwikkeling".

 

Ervoor zorgen dat onderzoeks- en innovatieactiviteiten plaatsvonden, is inderdaad lang een belangrijke doelstelling van het EU-beleid geweest. Ondanks de recente neiging tot convergentie van de innovatieprestaties van individuele landen, bestaan er echter nog steeds duidelijke verschillen tussen de lidstaten van de EU-27, zoals ook is aangegeven in het scorebord voor de Innovatie-Unie 2011. Voorts dreigt de huidige financiële crisis de kloof tussen "innovatieleiders" en "bescheiden innovatoren" te vergroten doordat de nationale begrotingen onder druk komen te staan.

 

4 bis. 2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

 

Om een duurzame, inclusieve en slimme samenleving tot stand te brengen, moet Europa de in de Unie beschikbare informatie zo goed mogelijk benutten en onbenut onderzoeks- en innovatiepotentieel ontsluiten. Dit is een wezenlijke uitdaging voor Europa, die bepalend zal zijn voor ons concurrentievermogen op internationaal niveau en waaraan de lidstaten niet alleen het hoofd kunnen bieden.

 

Doordat zij gebundelde topkwaliteit voeden en verbinden, zullen de voorgestelde activiteiten de Europese Onderzoeksruimte helpen versterken.

 

4 bis. 3. De activiteiten in grote lijnen

 

Om ervoor te zorgen dat de financiering voor onderzoek en innovatie doeltreffend gebruikt wordt, moet Horizon 2020 openstaan voor allerlei deelnemers, met inbegrip van nieuwe spelers, en moet ervoor gezorgd worden dat excellentie, waar zij aanwezig is, komt bovendrijven zodat onderzoekers en innovatoren in Europa de gelegenheid wordt geboden gebruik te maken van de Horizon 2020-instrumenten, -netwerken en -middelen.

 

Binnen deze context zullen de maatregelen erop gericht zijn het potentieel van de aanwezige talenten in Europa volledig te benutten, en daarbij het economische en sociale effect van onderzoek en innovatie te optimaliseren, terwijl de maatregelen zich duidelijk onderscheiden maar toch aanvullend zijn met betrekking tot het beleid en de activiteiten van de cohesiefondsen.

 

Deze maatregelen omvatten:

 

Maatregelen ter bevordering van samenwerkingsverbanden en netwerken

 

(a) opkomende excellentiecentra in lidstaten en regio's die het minder goed doen op het vlak van innovatie koppelen aan vooraanstaande internationale centra elders in Europa;

 

(b) het uitschrijven van een wedstrijd voor de oprichting van internationaal concurrerende onderzoekscentra in regio's die minder goed presteren op innovatiegebied op basis van de prioriteiten van de regionale slimme specialisatiestrategieën: de kandidaten voor de wedstrijd dienen teams te zijn die elk een innovatieve, maar op innovatiegebied minder goed presterende regio en een internationaal erkend excellentiecentrum elders in Europa omvatten;

 

(c) het opzetten van EOR-leerstoelen om vooraanstaande academici aan te trekken voor instellingen met een duidelijk potentieel voor toponderzoek, teneinde deze instellingen te helpen dit potentieel te verwezenlijken en zo een gelijk speelveld te creëren voor onderzoek en innovatie in de Europese onderzoeksruimte;

 

(d) de toekenning van "terugkeersubsidies" aan toponderzoekers die momenteel buiten Europa aan de slag zijn en die willen terugkeren naar Europa of aan onderzoekers die reeds in Europa aan de slag zijn en in een minder goed presterende regio willen gaan werken;

 

(e) de ondersteuning van aanvullende overeenkomsten die zijn ondertekend door organisaties die begunstigde zijn van gezamenlijke onderzoeksprojecten met andere eenheden en organisaties die hoofdzakelijk zijn gevestigd in andere landen dan direct in het project betrokken landen met als specifiek doel opleidingsmogelijkheden (d.w.z. doctorale en postdoctorale functies) te faciliteren;

 

(f) het versterken van succesvolle netwerken voor het tot stand brengen van hoogwaarde institutionele netwerken op het vlak van onderzoek en innovatie. Er moet bijzondere aandacht worden geschonken aan COST om activiteiten te bevorderen die erop gericht zijn in heel Europa "pockets of excellence" (wetenschappelijke gemeenschappen en jonge onderzoekers van topkwaliteit) te identificeren en onderling te verbinden;

 

(g) de ontwikkeling van specifieke opleidingsmechanismen over hoe men kan deelnemen aan Horizon 2020, waarbij de voordelen van bestaande netwerken, zoals de nationale contactpunten, volledig benut moeten worden;

 

(h) het uitwerken van een online marktplaats waar intellectuele eigendom aangeprezen kan worden om de eigenaren en gebruikers van IER samen te brengen.

 

Ontwikkeling van synergieën met de structuurfondsen

 

(a) het toekennen van een "keurmerk van topkwaliteit" aan positief beoordeelde projectvoorstellen in het kader van de Europese Onderzoeksraad, Marie Sklodowska-Curie-acties of gezamenlijke projectvoorstellen die geen financiering hebben kunnen verkrijgen door begrotingsbeperkingen, en ook aan voltooide projecten om de financiering van de follow-up uit nationale, regionale of particuliere bronnen te vergemakkelijken;

 

(b) de ondersteuning van de ontwikkeling en monitoring van slimme specialisatiestrategieën. Er wordt een beleidsondersteuningsfaciliteit ontwikkeld en via internationale collegiale toetsing en het delen van beste praktijken wordt het gemakkelijker gemaakt om lering te trekken uit beleid uit andere regio's.

Amendement  126

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1 – alinea's 1 t/m 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën

1. Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën

De specifieke doelstelling is het in stand houden en opbouwen van een wereldwijd leiderschap in ontsluitende technologieën en ruimteonderzoek en innovatie als fundament voor het concurrentievermogen voor een breed scala aan bestaande en opkomende industrieën en sectoren.

De specifieke doelstelling is het in stand houden en opbouwen van een wereldwijd leiderschap door onderzoek en innovatie in ontsluitende technologieën en ruimteonderzoek als fundament voor het concurrentievermogen voor een breed scala aan bestaande en opkomende industrieën en sectoren.

De mondiale bedrijfsomgeving is aan snelle veranderingen onderhevig en de Europa 2020-doelstellingen voor een slimme, duurzame en inclusieve groei brengen uitdagingen en mogelijkheden voor het Europese bedrijfsleven met zich mee. Europa moet het innovatietempo verhogen door de ontwikkelde kennis te transformeren om de bestaande producten, diensten en markten te ondersteunen en te verbeteren en om nieuwe producten, diensten en markten te creëren. Innovatie moet op een zo breed mogelijke manier worden geëxploiteerd waarbij verder wordt gekeken dan technologie alleen en ook commerciële, organisatorische en sociale aspecten in aanmerking worden genomen.

De mondiale bedrijfsomgeving is aan snelle veranderingen onderhevig en de Europa 2020-doelstellingen voor een slimme, duurzame en inclusieve groei brengen uitdagingen en mogelijkheden voor het Europese bedrijfsleven met zich mee. Europa moet het innovatietempo verhogen door de ontwikkelde kennis te transformeren om de kwaliteit en duurzaamheid van bestaande producten, diensten en markten te ondersteunen en te verbeteren en om nieuwe producten, diensten en markten te creëren. Innovatie moet op een zo breed mogelijke manier worden geëxploiteerd waarbij verder wordt gekeken dan technologie alleen en ook commerciële, organisatorische, sociale en veiligheidsaspecten in aanmerking worden genomen.

Om in de voorhoede van de mondiale concurrentie te kunnen blijven opereren op basis van een sterk technologisch fundament en industriële capaciteiten zijn op de volgende gebieden strategische investeringen in onderzoek, ontwikkeling, validering en proefprojecten vereist: informatie- en communicatietechnologieën (ICT), nanotechnologieën, geavanceerde materialen, biotechnologie, geavanceerde productie en verwerking en ruimtetechnologie.

Om in de voorhoede van de mondiale concurrentie te kunnen blijven opereren op basis van een sterk technologisch fundament en industriële capaciteiten zijn op de volgende gebieden strategische investeringen in onderzoek, ontwikkeling, validering en proefprojecten vereist: informatie- en communicatietechnologieën (ICT), nanotechnologieën, geavanceerde materialen, biotechnologie, geavanceerde productie en verwerking en ruimtetechnologie.

Het succesvol leren beheersen en gebruiken van ontsluitende technologieën door de Europese industrie is een cruciale factor om de Europese productiviteit en innovatiecapaciteit te versterken en om te waarborgen dat de EU niet alleen over een geavanceerde, duurzame en concurrerende economie beschikt, maar ook over een mondiaal leiderschap in hi-tech-applicatiesectoren. Daarnaast moet de EU effectieve oplossingen kunnen ontwikkelen voor maatschappelijke uitdagingen. Het ingrijpende karakter van dergelijke activiteiten kan een impuls geven aan nieuwe ontwikkelingen door complementaire uitvindingen en applicaties, waardoor deze technologieën een hoger rendement van de investeringen mogelijk maken dan welk ander gebied dan ook.

Het succesvol leren beheersen en gebruiken van ontsluitende technologieën door de Europese industrie is een cruciale factor om de Europese productiviteit en innovatiecapaciteit te versterken en om te waarborgen dat de EU niet alleen over een geavanceerde, duurzame en concurrerende economie beschikt, maar ook over een mondiaal leiderschap in hi-tech-applicatiesectoren. Daarnaast moet de EU effectieve en duurzame oplossingen kunnen ontwikkelen voor maatschappelijke uitdagingen. Het ingrijpende karakter van dergelijke activiteiten kan een impuls geven aan nieuwe ontwikkelingen door complementaire uitvindingen en applicaties, waardoor deze technologieën een hoger rendement van de investeringen mogelijk maken dan welk ander gebied dan ook. De ontwikkeling van spin-offs van onderzoeksprojecten wordt ondersteund met flexibele instrumenten zoals open oproepen.

Deze activiteiten leveren een bijdrage aan het verwezenlijken van de kerninitiatieven van Europa 2020 op het gebied van de 'Innovatie-Unie', een 'Hulpbronnenefficiënt Europa', een 'Industriebeleid in een tijd van mondialisering' en een 'Digitale agenda voor Europa'. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van het ruimtevaartbeleid van de Unie.

Deze activiteiten leveren een bijdrage aan het verwezenlijken van de kerninitiatieven van Europa 2020 op het gebied van de 'Innovatie-Unie', een 'Hulpbronnenefficiënt Europa', een 'Industriebeleid in een tijd van mondialisering' en een 'Digitale agenda voor Europa'. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van de EU-strategie voor interne veiligheid en het ruimtevaartbeleid van de Unie.

Complementariteit met andere activiteiten in Horizon 2020

Complementariteit met andere activiteiten in Horizon 2020

De activiteiten in het kader van 'Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën' worden voornamelijk gebaseerd op de onderzoeks- en innovatieagenda's zoals die door de industrie en het bedrijfsleven samen met de onderzoeksgemeenschap zijn vastgesteld. Hierbij wordt een grote nadruk gelegd op de hefboomwerking om investeringen uit de particuliere sector aan te trekken.

De activiteiten in het kader van 'Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën' worden voornamelijk gebaseerd op de onderzoeks- en innovatieagenda's zoals die door de industrie, het bedrijfsleven en het mkb samen met de onderzoeksgemeenschap zijn vastgesteld. De activiteiten richten zich niet alleen op aanpak van gemeenschappelijke behoeften en problemen in de specifieke sector maar ook op ondersteuning bij de invulling van beleidsdoelstellingen in die specifieke sectoren. Bij de activiteiten ligt grote nadruk op de hefboomwerking om investeringen uit de particuliere sector aan te trekken en innovatie in de hand te werken.

De integratie van ontsluitende technologieën in oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen zullen samen met de betrokken uitdagingen worden ondersteund. Toepassingen van ontsluitende technologieën die niet onder de maatschappelijke uitdagingen vallen, maar wel belangrijk zijn voor het vergroten van het concurrentievermogen van de Europese industrie, worden in het kader van het 'Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën' ondersteund.

De integratie van ontsluitende technologieën in oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen zullen samen met de betrokken uitdagingen worden ondersteund. Toepassingen van ontsluitende technologieën die niet onder de maatschappelijke uitdagingen vallen, maar wel belangrijk zijn voor het vergroten van het concurrentievermogen van de Europese industrie, worden in het kader van het 'Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën' ondersteund.

Een gemeenschappelijke aanpak

Een gemeenschappelijke aanpak

De aanpak bevat zowel activiteiten die door de eerder genoemde agenda's worden aangestuurd als meer open gebieden ter bevordering van innovatieve projecten en baanbrekende oplossingen. De nadruk ligt daarbij op O&O, grootschalige proefprojecten en demonstratieactiviteiten, testopstellingen en levende laboratoria, prototyping en het valideren van producten in proefprojecten. De activiteiten zullen zodanig van opzet zijn dat zij een impuls geven aan het industriële concurrentievermogen door het bedrijfsleven, met name de het mkb, te stimuleren om meer in onderzoek en innovatie te investeren.

De aanpak bevat zowel activiteiten die door de eerder genoemde agenda's worden aangestuurd als meer open gebieden ter bevordering van innovatieve projecten en baanbrekende oplossingen. De nadruk ligt daarbij op O&O- en innovatieactiviteiten in de precommerciële en preconcurrentiële fase, met inbegrip van demonstratieactiviteiten, testopstellingen en levende laboratoria, prototyping en het valideren van producten in proefprojecten. De activiteiten zullen zodanig van opzet zijn dat zij een impuls geven aan het industriële concurrentievermogen door het bedrijfsleven te stimuleren om meer in onderzoek en innovatie te investeren. De activiteiten beogen met name het mkb te helpen om te investeren in en meer toegang te krijgen tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten. De nadruk zal liggen op projecten op kleine en middelgrote schaal. Directe vervolgactiviteiten van projecten, zoals proefprojecten, demonstratie en benutting worden ondersteund met flexibele instrumenten zoals open oproepen.

Een belangrijke component van het 'Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën' zijn de cruciale ontsluitende technologieën (KET's) die zijn gedefinieerd als micro- en nano-electronica, fotonica, nanotechnologie, biotechnologie, geavanceerde materialen en geavanceerde fabricagesystemen. Deze multidisciplinaire, kennis- en kapitaalintensieve technologieën strekken zich uit over veel uiteenlopende sectoren en vormen de basis voor een aanzienlijk concurrentievoordeel voor de Europese industrie. Een geïntegreerde aanpak die de combinatie, de convergentie en het kruisbestuivend effect van KET's in verschillende innovatiecycli en waardeketens bevordert, kan tot veelbelovende resultaten leiden en de weg openen naar nieuwe industriële technologieën, producten, diensten en nieuwe applicaties (bijv. in ruimtevaart, vervoer, milieu en gezondheid, e.d.). De talloze interacties van KET's en ontsluitende technologieën zullen dan ook op een flexibele manier worden geëxploiteerd als een belangrijke bron van innovatie. Dit vormt een aanvulling op de steun voor onderzoek en innovatie met betrekking tot KET's die door nationale of regionale autoriteiten in het kader van het beleid uit hoofde van het Cohesiefonds wordt verleend voor de strategieën gericht op een slimme specialisatie.

Een belangrijke component van het 'Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën' zijn de cruciale ontsluitende technologieën (KET's) die zijn gedefinieerd als micro- en nano-electronica, fotonica, nanotechnologie, biotechnologie, geavanceerde materialen en geavanceerde fabricagesystemen. Deze multidisciplinaire, kennis- en kapitaalintensieve technologieën strekken zich uit over veel uiteenlopende sectoren en vormen de basis voor een aanzienlijk concurrentievoordeel voor de Europese industrie en voor het scheppen van nieuwe banen. Een geïntegreerde aanpak die de combinatie, de convergentie en het kruisbestuivend effect van KET's in verschillende innovatiecycli en waardeketens bevordert, kan tot veelbelovende resultaten leiden en de weg openen naar nieuwe industriële technologieën, producten, diensten en nieuwe applicaties en duurzame benaderingen (bijv. in ruimtevaart, vervoer, milieu, gezondheid, landbouw, e.d.). De talloze interacties van KET's en ontsluitende technologieën zullen dan ook op een flexibele manier worden geëxploiteerd als een belangrijke bron van innovatie. Dit vormt een aanvulling op de steun voor onderzoek en innovatie met betrekking tot KET's die door nationale of regionale autoriteiten in het kader van het beleid uit hoofde van het Cohesiefonds wordt verleend voor de strategieën gericht op een slimme specialisatie.

Een belangrijke doelstelling voor alle ontsluitende en industriële technologieën, met inbegrip van de KET's, is het bevorderen van de interactie tussen de technologieën en de toepassing ervan met het oog op de maatschappelijke uitdagingen. Dit zal bij het ontwikkelen en uitvoeren van de agenda's en prioriteiten volledig in aanmerking worden genomen. Dit vereist wel dat de belanghebbenden die verschillende perspectieven vertegenwoordig integraal betrokken worden bij de prioriteitenstelling en de uitvoering ervan. In bepaalde gevallen zijn hiervoor ook acties vereist die gezamenlijk worden gefinancierd uit de middelen voor de ontsluitende en industriële technologieën en de fondsen voor de betreffende maatschappelijke uitdagingen. Dit omvat ook een gezamenlijke financiering voor publiek-private partnerschappen die gericht zijn op het ontwikkelen van technologieën en op de toepassing ervan met het oog op het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen.

Een belangrijke doelstelling voor alle ontsluitende en industriële technologieën, met inbegrip van de KET's, is het bevorderen van de interactie tussen de technologieën en de toepassing ervan met het oog op de maatschappelijke uitdagingen. Dit zal bij het ontwikkelen en uitvoeren van de agenda's en prioriteiten volledig in aanmerking worden genomen. Dit vereist wel dat alle belanghebbenden die verschillende perspectieven vertegenwoordig integraal betrokken worden bij de prioriteitenstelling en de uitvoering ervan. In bepaalde gevallen zijn hiervoor ook acties vereist die gezamenlijk worden gefinancierd uit de middelen voor de ontsluitende en industriële technologieën en de fondsen voor de betreffende maatschappelijke uitdagingen. Dit omvat ook een gezamenlijke financiering voor publiek-private partnerschappen die gericht zijn op het ontwikkelen van technologieën en innovatie en op de toepassing ervan met het oog op het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen.

De ICT spelen hierbij een belangrijke rol omdat deze een aantal KET's omvatten en de essentiële basisinfrastructuur, -technologieën en -systemen beschikbaar stellen voor cruciale economische en sociale processen en voor nieuwe private en publieke producten en diensten. De Europese industrie moet zich op het snijvlak van de technologische ontwikkelingen in de ICT blijven bewegen omdat veel technologieën op de drempel van een volgende baanbrekende fase staan die veel nieuwe mogelijkheden kan openen.

De ICT spelen hierbij een belangrijke rol omdat deze een aantal KET's omvatten en de essentiële basisinfrastructuur, -technologieën en -systemen beschikbaar stellen voor cruciale economische en sociale processen en voor nieuwe private en publieke producten en diensten. De Europese industrie moet zich op het snijvlak van de technologische ontwikkelingen in de ICT blijven bewegen omdat veel technologieën op de drempel van een volgende baanbrekende fase staan die veel nieuwe mogelijkheden kan openen.

De ruimtevaart is een snelgroeiende sector die informatie oplevert die voor veel aspecten van de moderne samenleving van cruciaal belang is omdat er op fundamentele behoeften wordt ingespeeld, universele wetenschappelijke kwesties worden aangesneden en de positie van de Unie wordt gewaarborgd als een belangrijke speler op het internationale toneel. Het ruimtevaartonderzoek ondersteunt weliswaar alle activiteiten die in de ruimte worden ondernomen, maar dat onderzoek is op dit moment versnipperd over nationale programma's van slechts een beperkt aantal lidstaten. Om de concurrentievoorsprong te behouden, de ruimte-infrastructuur van de Unie in stand te houden (zoals Galileo) en de toekomstige rol van de Unie veilig te stellen, zijn coördinerende acties en investeringen op EU-niveau noodzakelijk (vgl. artikel 189 VWEU). Daarnaast vormen innovatieve downstream-diensten en –applicaties op basis van ruimtegerelateerde informatie een belangrijke bron van groei en nieuwe werkgelegenheid.

De ruimtevaart is een snelgroeiende sector die informatie oplevert die voor veel aspecten van de moderne samenleving van cruciaal belang is omdat er op fundamentele behoeften wordt ingespeeld, universele wetenschappelijke kwesties worden aangesneden en de positie van de Unie wordt gewaarborgd als een belangrijke speler op het internationale toneel. Het ruimtevaartonderzoek ondersteunt alle activiteiten die in de ruimte worden ondernomen. Om de concurrentievoorsprong te behouden, de ruimte-infrastructuur van de Unie in stand te houden (zoals Galileo) en de toekomstige rol van de Unie veilig te stellen, zijn coördinerende acties en investeringen op EU-niveau noodzakelijk (vgl. artikel 189 VWEU). Daartoe wordt nauw samengewerkt tussen het Europees Ruimteagentschap en de nationale ruimteagentschappen. Daarnaast vormen innovatieve downstream-diensten en –applicaties op basis van ruimtegerelateerde informatie een belangrijke bron van groei en nieuwe werkgelegenheid en biedt de ontwikkeling van deze diensten en applicaties belangrijke kansen voor de Unie.

Via partnerschappen, clusters en netwerken, standaardisatie, het bevorderen van samenwerking tussen verschillende wetenschappelijke en technologische disciplines en sectoren met soortgelijke onderzoeks- en ontwikkelingsbehoeften kan Europa een kritische massa genereren die tot doorbraken, nieuwe technologieën en innovatie oplossingen kan leiden.

Via partnerschappen, clusters en netwerken, standaardisatie, het bevorderen van samenwerking tussen verschillende wetenschappelijke en technologische disciplines en sectoren met soortgelijke onderzoeks- en ontwikkelingsbehoeften kan Europa een kritische massa genereren die tot doorbraken, nieuwe technologieën en innovatie oplossingen kan leiden.

Het opstellen en uitvoeren van de onderzoeks- en innovatieagenda's door publiek-private partnerschappen, het creëren van effectieve koppelingen tussen het bedrijfsleven en de academische wereld, het via hefboomeffecten aantrekken van extra investeringen, de toegang tot risicofinanciering, de standaardisering en ondersteuning van de precommerciële inkoop en de inkoop van innovatieve producten en diensten vormen allemaal aspecten die essentieel zijn om het concurrentievermogen te vergroten.

Het opstellen en uitvoeren van de onderzoeks- en innovatieagenda's door Europese technologieplatformen of publiek-private partnerschappen, het creëren van effectieve koppelingen tussen het bedrijfsleven en de academische wereld, het via hefboomeffecten aantrekken van extra investeringen, de toegang tot risicofinanciering, de standaardisering en ondersteuning van de precommerciële inkoop en de inkoop van innovatieve producten en diensten vormen allemaal aspecten die essentieel zijn om het concurrentievermogen te vergroten.

In dat opzicht zijn er ook sterke koppelingen met het EIT nodig om toptalenten op ondernemersgebied tot wasdom te laten komen en om de innovatie te versnellen door het bijeenbrengen van mensen uit verschillende landen, disciplines en organisaties.

In dat opzicht zijn er ook sterke koppelingen met het EIT nodig om toptalenten op ondernemersgebied tot wasdom te laten komen en om de innovatie te versnellen door het bijeenbrengen van mensen uit verschillende landen, disciplines en organisaties.

Een samenwerking op het niveau van de Unie kan daarnaast, via de ontwikkeling van Europese of internationale normen voor nieuwe producten, diensten of technologieën, het creëren van extra handelsmogelijkheden ondersteunen. Met dat doel worden activiteiten gericht op de standaardisering en interoperabiliteit, veiligheid en preregulering bevorderd.

Een samenwerking op het niveau van de Unie moet daarnaast, via de ontwikkeling van Europese of internationale normen voor nieuwe producten, diensten of technologieën, het creëren van extra handelsmogelijkheden ondersteunen. De ontwikkeling van dergelijke normen na raadpleging van relevante belanghebbenden uit de wetenschappelijke wereld en de industrie kan een positieve impact hebben. Met dat doel worden activiteiten gericht op de standaardisering en interoperabiliteit, veiligheid en preregulering bevorderd.

Amendement  127

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1 – punt 1.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.1. Informatie- en communicatietechnologieën (ICT)

1.1. Informatie- en communicatietechnologieën (ICT)

1.1.1. Specifieke doelstelling voor de ICT

1.1.1. Specifieke doelstelling voor de ICT

In overeenstemming met de 'Digitale agenda voor Europa' moet de specifieke doelstelling voor onderzoek en innovatie (O&I) op ICT-gebied Europa in staat stellen de mogelijkheden als gevolg van de ICT-vooruitgang te ontwikkelen en te exploiteren ten gunste van de burgers, het bedrijfsleven en de wetenschappelijke gemeenschappen.

In overeenstemming met de 'Digitale agenda voor Europa' moet de specifieke doelstelling voor onderzoek en innovatie (O&I) op ICT-gebied Europa in staat stellen de mogelijkheden als gevolg van de ICT-vooruitgang te ontwikkelen en te exploiteren ten gunste van de burgers, het bedrijfsleven en de wetenschappelijke gemeenschappen. ICT omvat alle domeinen van de informatie- en communicatietechnologie, met inbegrip van vaste, draadloze, optische vezelnetwerken en satellietnetwerken, netwerken van elektronische media, computergestuurde slimme systemen en ingebedde software, maar heeft ook betrekking op de ruimere domeinen van de fotonica, de moleculaire elektronica, de magneto-elektronica, de robotica, de nano-eletronica en de bio-elektronica.

Als de grootste economie ter wereld en gezien het feit dat Europa het grootste aandeel heeft op de mondiale ICT-markt (op dit moment voor een bedrag van meer dan 2 600 miljard euro), is de ambitie van de EU gerechtvaardigd om namens haar ondernemingen, regeringen, onderzoeks- en ontwikkelingscentra en universiteiten, het voortouw te nemen bij de ICT-ontwikkelingen om de oprichting van nieuwe ondernemingen te stimuleren en meer in ICT-innovaties te investeren.

Als de grootste economie ter wereld en gezien het feit dat Europa het grootste aandeel heeft op de mondiale ICT-markt (op dit moment voor een bedrag van meer dan 2 600 miljard euro), is de ambitie van de EU gerechtvaardigd om namens haar ondernemingen, regeringen, onderzoeks- en ontwikkelingscentra en universiteiten, het voortouw te nemen bij de ICT-ontwikkelingen om de oprichting van nieuwe ondernemingen te stimuleren en meer in ICT-innovaties te investeren.

Tegen 2020 zou de Europese IT-sector ten minste het equivalent van zijn aandeel in de mondiale ICT-markt zelf moeten kunnen leveren (dat is op dit moment circa een derde deel). Europa moet ook meer nieuwe innovatieve ondernemingen oprichten in de ICT-sector zodat een derde van alle bedrijfsuitgaven in de O&I-activiteiten op ICT-gebied (dat is tegenwoordig meer dan 35 miljard euro per jaar) door ondernemingen wordt geïnvesteerd die de afgelopen twee decennia zijn opgericht. Dit vergt een aanzienlijke toename van overheidsinvesteringen in de ICT-gerelateerde O&I met een hefboomwerking op aanvullende private bestedingen met het doel om die investeringen in de komende tien jaar te verdubbelen zodat Europa ook over aanzienlijk meer excellente ICT-pools van wereldklasse kan beschikken.

Tegen 2020 zou de Europese IT-sector ten minste het equivalent van zijn aandeel in de mondiale ICT-markt zelf moeten kunnen leveren (dat is op dit moment circa een derde deel). Europa moet ook meer nieuwe innovatieve ondernemingen oprichten in de ICT-sector zodat een derde van alle bedrijfsuitgaven in de O&I-activiteiten op ICT-gebied (dat is tegenwoordig meer dan 35 miljard euro per jaar) door ondernemingen wordt geïnvesteerd die de afgelopen twee decennia zijn opgericht. Dit vergt een aanzienlijke toename van overheidsinvesteringen in de ICT-gerelateerde O&I met een hefboomwerking op aanvullende private bestedingen met het doel om die investeringen in de komende tien jaar te verdubbelen zodat Europa ook over aanzienlijk meer excellente ICT-pools van wereldklasse kan beschikken.

Om greep te krijgen op de steeds complexere en toenemend multidisciplinaire technologie- en bedrijfsketens in de ECT, zijn partnerschappen, het delen van risico's en de mobilisering van kritische massa in de gehele Unie onontbeerlijk. Door acties op het niveau van de Unie wordt het bedrijfsleven ondersteund om vanuit het perspectief van de interne markt te opereren om zo schaalvoordelen en een groter toepassingsgebied te verkrijgen. Door een samenwerking rondom gemeenschappelijke, open technologieplatforms met overloop- en hefboomeffecten, kan een breed scala aan belanghebbenden profijt trekken van nieuwe ontwikkelingen en van de toepassing van de daaruit voortvloeiende innovaties. Via samenwerkingsverbanden en partnerschappen op het niveau van de Unie wordt ook consensusvorming mogelijk gemaakt, is een duidelijk zichtbaar aanspreekpunt voor internationale partners beschikbaar en kunnen EU- en mondiale normen en interoperabele oplossingen worden ontwikkeld.

Om greep te krijgen op de steeds complexere en toenemend multidisciplinaire technologie- en bedrijfsketens in de ECT, zijn partnerschappen, het delen van risico's en de mobilisering van kritische massa in de gehele Unie onontbeerlijk. Door acties op het niveau van de Unie wordt het bedrijfsleven ondersteund om vanuit het perspectief van de interne markt te opereren om zo schaalvoordelen en een groter toepassingsgebied te verkrijgen. Door een samenwerking rondom gemeenschappelijke, open technologieplatforms met overloop- en hefboomeffecten, kan een breed scala aan belanghebbenden profijt trekken van nieuwe ontwikkelingen en van de toepassing van de daaruit voortvloeiende innovaties. Via samenwerkingsverbanden en partnerschappen op het niveau van de Unie wordt ook consensusvorming mogelijk gemaakt, is een duidelijk zichtbaar aanspreekpunt voor internationale partners beschikbaar en kunnen EU- en mondiale normen en interoperabele oplossingen worden ontwikkeld.

1.1.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

1.1.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

De ICT ondersteunt de innovatie en het concurrentievermogen over een breed scala aan private en publieke markten en sectoren en maakt in alle disciplines wetenschappelijke vooruitgang mogelijk. In het komende decennium zal de transformerende impact van de digitale technologieën, ICT-componenten, -infrastructuren en -diensten op alle gebieden van ons leven in toenemende mate zichtbaar zijn. Elke burger op deze wereld heeft dan de beschikking over onbeperkte middelen op het gebied van de automatisering, communicatie en gegevensopslag. Sensoren, machines en door informatie gevoede producten genereren enorme hoeveelheden informatie en gegevens waardoor acties op afstand gemeengoed worden, bedrijfsprocessen en duurzame productielocaties wereldwijd verplaatst kunnen worden en talloze diensten en applicaties mogelijk zijn. Veel kritieke commerciële en overheidsdiensten en alle essentiële processen voor de kennisontwikkeling in de wetenschap, het onderwijs, het bedrijfsleven en de publieke sector zullen door de ICT worden geleverd. De ICT zal daarnaast zorg dragen voor de kritieke infrastructuur voor de productie- en bedrijfsprocessen, de communicaties en de transacties. De ICT levert daarnaast een onontbeerlijke bijdrage aan het aangaan van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen en, bijvoorbeeld via de sociale media, aan de maatschappelijke processen, zoals gemeenschapsvorming, consumentengedrag en openbare governance.

De ICT ondersteunt de innovatie en het concurrentievermogen over een breed scala aan private en publieke markten en sectoren en maakt in alle disciplines wetenschappelijke vooruitgang mogelijk. In het komende decennium zal de transformerende impact van de digitale technologieën, ICT-componenten, -infrastructuren en -diensten op alle gebieden van ons leven in toenemende mate zichtbaar zijn. De middelen op het gebied van informatica, communicatie en gegevensopslag zullen zich de komende jaren blijven verspreiden. Sensoren, machines en door informatie gevoede producten genereren enorme hoeveelheden informatie en gegevens in real time waardoor acties op afstand gemeengoed worden, bedrijfsprocessen en duurzame productielocaties wereldwijd verplaatst kunnen worden en talloze diensten en applicaties mogelijk zijn. Veel kritieke commerciële en overheidsdiensten en alle essentiële processen voor de kennisontwikkeling in de wetenschap, het onderwijs, het bedrijfsleven en de publieke sector zullen door de ICT worden geleverd en dus meer toegankelijk gemaakt. De ICT zal daarnaast zorg dragen voor de kritieke infrastructuur voor de productie- en bedrijfsprocessen, de communicaties en de transacties. De ICT levert daarnaast een onontbeerlijke bijdrage aan het aangaan van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen en, bijvoorbeeld via de sociale media en collectieve bewustmakingsplatformen en -instrumenten, aan de maatschappelijke processen, zoals gemeenschapsvorming, consumentengedrag, politieke participatie en openbare governance. Om te komen tot competitieve oplossingen is het essentieel dat er geïnvesteerd wordt in onderzoek naar nieuwe normen, technologieën en systemen die de gebruiker centraal stellen.

De communautaire ondersteuning van het ICT-onderzoek en de bijbehorende innovaties vormt een significante component voor de ontwikkeling van de nieuwe generatie technologieën en applicaties aangezien die steun een groot deel uitmakt van de totale Europese uitgaven voor O&I in samenwerkingsverband met een gemiddeld tot hoog risico. Overheidsinvesteringen in ICT-onderzoek en innovaties op EU-niveau waren en blijven essentieel om de kritische massa te mobiliseren die tot doorbraken kan leiden en tot een bredere integratie en beter gebruik van innovatieve oplossingen, producten en diensten. De ICT speelt nog steeds een centrale rol bij de ontwikkeling van open platforms en technologieën die in de hele Unie toepasbaar zijn, bij het testen van en proefprojecten voor innovaties in concrete pan-Europese settings en bij het optimaliseren van de middelen om het concurrentievermogen van de Unie te vergroten en de gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De steun van de Unie voor ICT-onderzoek en de bijbehorende innovaties stelt high-tech-mkb-bedrijven daarnaast in staat om te groeien en profijt te trekken van de omvang van die pan-Europese markten. Bovendien wordt de samenwerking tussen en de kwaliteit van wetenschappers, ingenieurs en technici bevorderd, hetgeen tot meer synergieën met en tussen nationale begrotingen leidt. Tevens is er hierdoor een centraal aanspreekpunt beschikbaar voor het op gang brengen van een samenwerking met partners van buiten Europa.

De communautaire ondersteuning van het ICT-onderzoek en de bijbehorende innovaties vormt een significante component voor de ontwikkeling van de nieuwe generatie technologieën en applicaties aangezien die steun een groot deel uitmakt van de totale Europese uitgaven voor O&I in samenwerkingsverband met een gemiddeld tot hoog risico. Overheidsinvesteringen in ICT-onderzoek en innovaties op EU-niveau waren en blijven essentieel om de kritische massa te mobiliseren die tot doorbraken kan leiden en tot een bredere integratie en beter gebruik van innovatieve oplossingen, producten en diensten. De ICT speelt nog steeds een centrale rol bij de ontwikkeling van open platforms en technologieën die in de hele Unie toepasbaar zijn, bij het testen van en proefprojecten voor innovaties in concrete pan-Europese settings en bij het optimaliseren van de middelen om het concurrentievermogen van de Unie te vergroten en de gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De steun van de Unie voor ICT-onderzoek en de bijbehorende innovaties stelt high-tech-mkb-bedrijven daarnaast in staat om te groeien en profijt te trekken van de omvang van die pan-Europese markten. Bovendien wordt de samenwerking tussen en de kwaliteit van wetenschappers, ingenieurs en technici bevorderd, hetgeen tot meer synergieën met en tussen nationale begrotingen leidt. Tevens is er hierdoor een centraal aanspreekpunt beschikbaar voor het op gang brengen van een samenwerking met partners van buiten Europa.

Uit de opeenvolgende evaluaties van de ICT-activiteiten binnen het kaderprogramma van de Unie voor onderzoek en innovatie is gebleken dat gerichte ICT-investeringen in onderzoek en innovatie op EU-niveau nuttig zijn geweest voor het opbouwen van industrieel leiderschap op gebieden als mobiele communicatie en veiligheidskritische ICT-systemen en om uitdagingen als de energie-efficiëntie en de demografische veranderingen aan te gaan. Dankzij investeringen van de Unie in ICT-onderzoeksinfrastructuren kunnen Europese onderzoekers over de beste onderzoeksnetwerk- en automatiseringsfaciliteiten ter wereld beschikken.

Uit de opeenvolgende evaluaties van de ICT-activiteiten binnen het kaderprogramma van de Unie voor onderzoek en innovatie is gebleken dat gerichte ICT-investeringen in onderzoek en innovatie op EU-niveau nuttig zijn geweest voor het opbouwen van industrieel leiderschap op gebieden als mobiele communicatie en veiligheidskritische ICT-systemen en om uitdagingen als de energie-efficiëntie, de demografische veranderingen en de verbetering van de gezondheidszorg aan te gaan. Dankzij investeringen van de Unie in ICT-onderzoeksinfrastructuren kunnen Europese onderzoekers over de beste onderzoeksnetwerk- en automatiseringsfaciliteiten ter wereld beschikken.

1.1.3. De activiteiten in grote lijnen

1.1.3. De activiteiten in grote lijnen

Via een aantal activiteitslijnen worden de industriële en technologische ICT-leiderschapsuitdagingen opgepakt. Zij bestrijken de algemene ICT-onderzoeks- en innovatieagenda's waaronder meer in het bijzonder:

Via een aantal activiteitslijnen worden de industriële en technologische ICT-leiderschapsuitdagingen opgepakt. Zij bestrijken de algemene ICT-onderzoeks- en innovatieagenda's waaronder meer in het bijzonder:

(a) Een nieuwe generatie componenten en systemen: ontwikkelen van geavanceerde en slimme ingebedde componenten en systemen;

(a) Een nieuwe generatie componenten en systemen: de constructie van geavanceerde, betrouwbare en slimme ingebedde componenten en systeemcomponenten;

(b) De volgende generatie automatisering: geavanceerde computersystemen en -technologieën;

(b) De volgende generatie automatisering: geavanceerde en betrouwbare computersystemen en -technologieën;

(c) Het internet van de toekomst: infrastructuren, technologieën en diensten;

(c) Het internet van de toekomst: software, hardware, infrastructuren, technologieën en diensten;

(d) Contenttechnologieën en informatiebeheer: ICT voor digitale content en creativiteit;

(d) Contenttechnologieën en informatiebeheer: ICT voor digitale content, culturele bedrijfstakken en creativiteit;

(e) Geavanceerde interfaces en robots: robotica en slimme ruimten;

(e) Geavanceerde interfaces en robots: robotica en slimme ruimten;

(f) Micro- and nano-electronica en fotonica: cruciale ontsluitende technologieën verband houdende met micro- en nano-electronica en fotonica.

(f) Micro- en nano-elektronica en fotonica;

 

(f bis) Kwantumtechnologie: de volgende generatie ICT-apparaten door kwantumfysica en informatiewetenschap te combineren.

Naar verwachting bestrijken deze zes belangrijkste activiteitenlijnen het volledige scala aan behoeften. Daartoe behoort ook het industrieel leiderschap op het gebied van algemene ICT-gerelateerde oplossingen, producten en diensten die nodig zijn om de grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De door applicaties aangestuurde ICT-onderzoeks- en innovatieagenda's vallen eveneens onder deze activiteitenlijnen. Zij zullen in combinatie met de betrokken maatschappelijke uitdagingen ondersteund worden.

Naar verwachting bestrijken deze zeven belangrijkste activiteitenlijnen het volledige scala aan behoeften. Daartoe behoort ook het industrieel leiderschap op het gebied van algemene ICT-gerelateerde oplossingen, producten en diensten die nodig zijn om de grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De door applicaties aangestuurde ICT-onderzoeks- en innovatieagenda's vallen eveneens onder deze activiteitenlijnen. Zij zullen in combinatie met de betrokken maatschappelijke uitdagingen ondersteund worden. Er wordt in het bijzonder op toegezien dat gebruik wordt gemaakt van de allernieuwste ICT-oplossingen voor de in het kader van de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" gefinancierde projecten. Er zal meer steun worden gegeven voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van open systemen en distributiesystemen. Om het potentieel van ICT ten volle te benutten, bepalen de regels voor deelname dat een brede waaier aan onderzoeksactiviteiten en -cycli voor ICT in aanmerking komt, van initiatieven die snel inspelen op marktontwikkelingen tot grootschalige, langdurige en kostenintensieve onderzoeksprojecten.

Daarnaast moeten deze zes activiteitenlijnen ook de specifieke ICT-onderzoeksinfrastructuren omvatten, zoals levende laboratoria voor grootschalige experimenten en infrastructuren voor de onderliggende cruciale ontsluitende technologieën en voor hun integratie in geavanceerde producten en innovatieve slimme systemen, met inbegrip van apparatuur, instrumenten, ondersteunende diensten, schone ruimten en de toegang tot productiefaciliteiten voor prototyping.

Daarnaast moeten deze zeven activiteitenlijnen ook de specifieke ICT-onderzoeksinfrastructuren omvatten, zoals levende laboratoria voor grootschalige experimenten en infrastructuren voor de onderliggende cruciale ontsluitende technologieën en voor hun integratie in geavanceerde producten en innovatieve slimme systemen, met inbegrip van apparatuur, instrumenten, ondersteunende diensten, schone ruimten en de toegang tot productiefaciliteiten voor prototyping. De EU-financiering zal ten goede komen aan gedeelde faciliteiten en infrastructuur die vrij toegankelijk zijn voor verschillende belanghebbenden, waaronder met name kleine en middelgrote ondernemingen.

 

De fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, en met name hun recht op privacy zijn van essentieel belang in de Unie. Horizon 2020 zal onderzoek en ontwikkeling van systemen ondersteunen die ervoor zorgen dat de Europese burgers de volledige controle over hun communicatie in handen krijgen.

Amendement  128

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1 – punt 1.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.2. Nanotechnologieën

1.2. Nanotechnologieën

1.2.1. Specifieke doelstelling voor nanotechnologieën

1.2.1. Specifieke doelstelling voor nanotechnologieën

De specifieke doelstelling voor onderzoek en innovatie op het gebied van de nanotechnologieën is het waarborgen van het leiderschap van de Unie op deze snelgroeiende mondiale markt door het stimuleren van investeringen in nanotechnologieën en het bevorderen van hun integratie in competitieve producten en diensten met een hoge toegevoegde waarde in een breed scala van applicaties en sectoren.

De specifieke doelstelling voor onderzoek en innovatie op het gebied van de nanotechnologieën is het waarborgen van het leiderschap van de Unie op deze snelgroeiende mondiale markt door het stimuleren van investeringen in nanotechnologieën en het bevorderen van hun integratie in competitieve producten en diensten met een hoge toegevoegde waarde in een breed scala van applicaties en sectoren.

In 2020 zullen de nanotechnologieën gemeengoed zijn geworden, dat wil zeggen dat ze afgestemd op de behoeften van consumenten naadloos geïntegreerd zullen zijn in de bestaanskwaliteit, de duurzame ontwikkeling en het sterke industriële potentieel voor het verwezenlijking van voorheen onhaalbare oplossingen voor een effectievere productiviteit en een efficiënter gebruik van hulpbronnen.

In 2020 zullen de nanotechnologieën gemeengoed zijn geworden, dat wil zeggen dat ze afgestemd op de behoeften van consumenten naadloos geïntegreerd zullen zijn in de bestaanskwaliteit, de duurzame ontwikkeling en het sterke industriële potentieel voor het verwezenlijking van voorheen onhaalbare oplossingen voor een effectievere productiviteit en een efficiënter gebruik van hulpbronnen. Tegen 2015 herziet de Commissie alle relevante wetgeving met het oog op de veiligheid van alle toepassingen met nanomaterialen in producten die tijdens hun levenscyclus een impact kunnen hebben op het gebied van gezondheid, milieu of veiligheid.

Europa moet eveneens de wereldwijde standaard zetten voor een veilig en verantwoord gebruik en de governance van de nanotechnologie waarbij zowel een hoog sociaal als industrieel rendement wordt gewaarborgd.

Europa moet eveneens de wereldwijde standaard zetten voor een veilig en verantwoord gebruik en de governance van de nanotechnologie waarbij zowel een hoog sociaal als industrieel rendement wordt gewaarborgd.

Voor producten op basis van nanotechnologieën, bestaat er een grote wereldmarkt die Europa gewoonweg niet kan en mag negeren. De marktomvang van producten waarin nanotechnologieën als belangrijkste component zijn geïntegreerd, wordt voor 2015 op 700 miljard euro en voor 2020 op 2 biljoen euro geraamd, hetgeen overeenkomt met 2 respectievelijk 6 miljoen banen. De Europese nanotechnologieondernemingen moeten deze dubbelcijferige marktgroei exploiteren en in staat zijn om tegen 2020 een marktaandeel veroverd te hebben dat minimaal gelijk is aan het aandeel van Europa in de wereldwijde onderzoeksfinanciering (d.w.z. 25%).

Voor producten op basis van nanotechnologieën, bestaat er een grote wereldmarkt die Europa gewoonweg niet kan en mag negeren. De marktomvang van producten waarin nanotechnologieën als belangrijkste component zijn geïntegreerd, wordt voor 2015 op 700 miljard euro en voor 2020 op 2 biljoen euro geraamd, hetgeen overeenkomt met 2 respectievelijk 6 miljoen banen. De Europese nanotechnologieondernemingen moeten deze dubbelcijferige marktgroei exploiteren en in staat zijn om tegen 2020 een marktaandeel veroverd te hebben dat minimaal gelijk is aan het aandeel van Europa in de wereldwijde onderzoeksfinanciering (d.w.z. 25%).

1.2.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

1.2.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

Nanotechnologieën zijn in feite een spectrum van zich ontwikkelende technologieën met een bewezen potentieel en met een revolutionair effect op bijvoorbeeld materialen, ICT, biowetenschappen, de gezondheidzorg en consumentengoederen zodra de betreffende onderzoeksresultaten in baanbrekende producten en productenprocessen zijn omgezet.

Nanotechnologieën zijn in feite een spectrum van zich ontwikkelende technologieën met een bewezen potentieel en met een revolutionair effect op bijvoorbeeld materialen, ICT, fabricage, biowetenschappen, de gezondheidzorg en consumentengoederen zodra de betreffende onderzoeksresultaten in baanbrekende, duurzame en concurrerende producten en productenprocessen zijn omgezet.

Nanotechnologieën spelen een essentiële rol bij het aangaan van de uitdagingen die in de Europa 2020-strategie voor een slimme, duurzame en inclusieve groei in kaart zijn gebracht. Een succesvol gebruik van deze cruciale ontsluitende technologieën levert dankzij de hieruit voortvloeiende nieuwe en verbeterde producten of efficiëntere processen niet alleen een bijdrage aan een groter concurrentievermogen van het bedrijfsleven, maar draagt ook bij aan de ontwikkeling van een adequate respons op toekomstige uitdagingen.

Nanotechnologieën spelen een essentiële rol bij het aangaan van de uitdagingen die in de Europa 2020-strategie voor een slimme, duurzame en inclusieve groei in kaart zijn gebracht. Een succesvol gebruik van deze cruciale ontsluitende technologieën levert dankzij de hieruit voortvloeiende nieuwe en verbeterde producten of efficiëntere processen niet alleen een bijdrage aan een groter concurrentievermogen van het bedrijfsleven, maar draagt ook bij aan de ontwikkeling van een adequate respons op toekomstige uitdagingen.

De wereldwijde onderzoeksfinanciering voor nanotechnologieën is verdubbeld van circa 6,5 miljard euro in 2004 tot ongeveer 12,5 miljard euro in 2008 waarvan de Unie in totaal een kwart voor haar rekening heeft genomen. Het leiderschap van de Unie op het gebied van nanowetenschappen en nanotechnologieën wordt dan ook algemeen erkend, mede ook gezien de verwachte circa 4 000 ondernemingen die in 2015 in de Unie op dit vlak actief zullen zijn.

De wereldwijde onderzoeksfinanciering voor nanotechnologieën is verdubbeld van circa 6,5 miljard euro in 2004 tot ongeveer 12,5 miljard euro in 2008 waarvan de Unie in totaal een kwart voor haar rekening heeft genomen. Het leiderschap van de Unie op het gebied van nanowetenschappen en nanotechnologieën wordt dan ook algemeen erkend, mede ook gezien de verwachte circa 4 000 ondernemingen die in 2015 in de Unie op dit vlak actief zullen zijn.

Europa moet thans zijn positie op de mondiale markt consolideren en uitbouwen door het bevorderen van een grootschalige samenwerking binnen en tussen veel uiteenlopende waardeketens en tussen verschillende industriële sectoren om te zorgen dat de processen voor deze technologieën zodanig verder ontwikkeld worden dat zij in levensvatbare commerciële producten geïntegreerd kunnen worden. Het wordt steeds duidelijker dat kwesties als het beoordelen en beheren van risico's en een verantwoorde governance tot de bepalende factoren zullen uitgroeien voor de toekomstige impact van nanotechnologieën op de samenleving en de economie.

Europa moet thans zijn positie op de mondiale markt consolideren en uitbouwen door het bevorderen van een grootschalige samenwerking binnen en tussen veel uiteenlopende waardeketens en tussen verschillende industriële sectoren om te zorgen dat de processen voor deze technologieën zodanig verder ontwikkeld worden dat zij in veilige, duurzame en levensvatbare commerciële producten geïntegreerd kunnen worden. Het wordt steeds duidelijker dat kwesties als het beoordelen en beheren van risico's en een verantwoorde governance tot de bepalende factoren zullen uitgroeien voor de toekomstige impact van nanotechnologieën op de samenleving en de economie.

De nadruk van de activiteiten zal dan ook liggen op een wijdverbreide en verantwoorde toepassing van nanotechnologieën in de economie om voordelen te creëren met een hoog maatschappelijk en industrieel effect. Om die potentiële mogelijkheden ook daadwerkelijk te benutten, met inbegrip van het oprichten van nieuwe ondernemingen en het scheppen van werkgelegenheid, moet het betreffende onderzoek ook de noodzakelijke instrumenten ter beschikking stellen met het oog op een correcte standaardisering en regulering.

De nadruk van de activiteiten zal dan ook liggen op een verantwoorde en duurzame toepassing van nanotechnologieën in de economie om voordelen te creëren met een hoog maatschappelijk en industrieel effect. Om die potentiële mogelijkheden ook daadwerkelijk te benutten, met inbegrip van het oprichten van nieuwe ondernemingen en het scheppen van werkgelegenheid, moet het betreffende onderzoek ook de noodzakelijke instrumenten ter beschikking stellen met het oog op een correcte standaardisering en regulering.

1.2.3. De activiteiten in grote lijnen

1.2.3. De activiteiten in grote lijnen

(a) Ontwikkelen van een nieuwe generatie nanomaterialen, nanoapparatuur en nanosystemen

(a) Ontwikkelen van een nieuwe generatie nanomaterialen, nanoapparatuur en nanosystemen

Doel is de ontwikkeling van fundamenteel nieuwe producten die duurzame oplossingen in een breed scala van sectoren mogelijk maken.

Doel is de ontwikkeling van fundamenteel nieuwe producten die duurzame oplossingen in een breed scala van sectoren mogelijk maken, met inachtneming van het voorzorgsbeginsel.

(b) Waarborgen van de veilige ontwikkeling en toepassing van nanotechnologieën

(b) Waarborgen van de veilige en betrouwbare ontwikkeling en toepassing van nanotechnologieën

Doel is de wetenschappelijk kennis te verbeteren omtrent de potentiële impact van nanotechnologieën en nanosystemen op de gezondheid en het milieu en om instrumenten te ontwikkelen voor de risicobeoordeling en het risicobeheer in de gehele levenscyclus.

Doel is de wetenschappelijk kennis te verbeteren omtrent de potentiële impact van nanotechnologieën en nanosystemen op de gezondheid en het milieu, en omtrent instrumenten voor de risicobeoordeling en het risicobeheer in de gehele levenscyclus.

 

(b bis) Ontwikkelen van nieuwe instrumenten om nanomaterialen, -componenten en -systemen te ontwerpen, simuleren, typeren en hanteren.

 

Werken aan het bestuderen, op beeld vastleggen en beheersen van de nieuwe nanomaterialen en systemen op nanoschaal.

(c) Ontwikkelen van de maatschappelijke dimensie van nanotechnologie

(c) Ontwikkelen van de maatschappelijke dimensie van nanotechnologie

De nadruk hierbij ligt op de governance van nanotechnologieën met het oog op de maatschappelijke voordelen.

De nadruk hierbij ligt op de governance van nanotechnologieën met het oog op de maatschappelijke voordelen, en de beoordeling van de sociale aanvaardbaarheid en relevantie van bepaalde toepassingen.

(d) Efficiënte synthese en productie van nanomaterialen, nanocomponenten en nanosystemen

(d) Efficiënte synthese en productie van nanomaterialen, nanocomponenten en nanosystemen

De nadruk hierbij ligt op nieuwe activiteiten, slimme integratie van nieuwe en bestaande processen en het opschalen ervan met het oog op de massafabricage van producten en multifunctionele productiefaciliteiten om een efficiënte overdracht van kennis naar industriële innovatie te waarborgen.

De nadruk hierbij ligt op nieuwe activiteiten, een slimme integratie van nieuwe en bestaande processen en het opschalen ervan met het oog op de massafabricage van producten en flexibele productiefaciliteiten om een efficiënte overdracht van kennis naar industriële innovatie te waarborgen.

(e) Ontwikkelen van technieken die de capaciteit vergroten, van meetmethoden en van apparatuur

(e) Ontwikkelen van technieken die de capaciteit vergroten, van meetmethoden en van apparatuur

De nadruk hierbij ligt op de ondersteuning van technologieën die de ontwikkeling en de marktintroductie van complexe nanomaterialen en nanosystemen bevorderen.

De nadruk hierbij ligt op de ondersteuning van technologieën die de ontwikkeling en de marktintroductie van complexe nanomaterialen en nanosystemen bevorderen.

Amendement  129

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1 – punt 1.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.3. Geavanceerde materialen

1.3. Geavanceerde materialen

1.3.1. Specifieke doelstelling voor geavanceerde materialen

1.3.1. Specifieke doelstelling voor geavanceerde materialen

De specifieke doelstelling voor onderzoek naar en innovatie van geavanceerde materialen is het ontwikkelen van materialen met nieuwe functionaliteiten en betere prestaties voor meer concurrerende producten die het effect op het milieu en het verbruik van hulpbronnen minimaliseren.

De specifieke doelstelling voor onderzoek naar en innovatie van geavanceerde materialen is het ontwikkelen van materialen met nieuwe functionaliteiten en betere prestaties voor meer concurrerende en voor de consument toegankelijkere producten die het effect op het milieu en het verbruik van hulpbronnen minimaliseren en de veiligheid en betrouwbaarheid verhogen.

Materialen vormen de kern van en een belangrijke motor voor industriële innovatie. Geavanceerde materialen met een grotere kenniscontent, nieuwe functionaliteiten en betere prestaties zijn onontbeerlijk voor het industriële concurrentievermogen en een duurzame ontwikkeling voor een breed scala aan toepassingen en sectoren.

Materialen vormen de kern van en een belangrijke motor voor industriële innovatie. Geavanceerde materialen met een grotere kenniscontent, nieuwe functionaliteiten en betere prestaties zijn onontbeerlijk voor het industriële concurrentievermogen en een duurzame ontwikkeling voor een breed scala aan toepassingen en sectoren.

1.3.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

1.3.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

Er is behoefte aan nieuwe geavanceerde materialen om beter presterende en duurzame producten en processen te ontwikkelen. Dergelijke materialen maken deel uit van de oplossing voor onze industriële en maatschappelijke uitdagingen, leveren betere prestaties in het gebruik, doen een beperkter beroep op hulpbronnen en energie en hebben aan het eind van de levenscyclus een duurzamer karakter.

Er is behoefte aan nieuwe geavanceerde materialen om beter presterende en duurzame producten en processen te ontwikkelen en om schaarse hulpbronnen te vervangen. Dergelijke materialen maken deel uit van de oplossing voor onze industriële en maatschappelijke uitdagingen, leveren betere prestaties in het gebruik, doen een beperkter beroep op hulpbronnen en energie en hebben aan het eind van de levenscyclus een duurzamer karakter.

Bij een op applicaties gebaseerde ontwikkeling is er vaak sprake van een ontwerp van volledig nieuwe materialen die de capaciteit hebben om de geplande functionele prestaties ook daadwerkelijk te leveren. Dergelijke materialen vormen een belangrijk onderdeel van de toeleveringsketen voor een hoogwaardige productie. Zij vormen ook de basis voor vooruitgang op overkoepelende gebieden (bijvoorbeeld de biowetenschappen, de elektronica en de fotonica) en in vrijwel alle marktsectoren. De materialen zelf zijn een essentieel onderdeel van het vergroten van de waarde van producten en het verbeteren van hun prestaties. De geraamde waarde en de impact van geavanceerde materialen is significant, gezien het jaarlijkse groeipercentage van circa 6% en een verwachte marktomvang in 2015 van 100 miljard euro.

Bij een op applicaties gebaseerde ontwikkeling is er vaak sprake van een ontwerp van volledig nieuwe materialen die de capaciteit hebben om de geplande functionele prestaties ook daadwerkelijk te leveren. Dergelijke materialen vormen een belangrijk onderdeel van de toeleveringsketen voor een hoogwaardige productie. Zij vormen ook de basis voor vooruitgang op overkoepelende gebieden (bijvoorbeeld de biowetenschappen, de elektronica en de fotonica) en in vrijwel alle marktsectoren. De materialen zelf zijn een essentieel onderdeel van het vergroten van de waarde van producten en het verbeteren van hun prestaties. De geraamde waarde en de impact van geavanceerde materialen is significant, gezien het jaarlijkse groeipercentage van circa 6% en een verwachte marktomvang in 2015 van 100 miljard euro.

Materialen worden ontwikkeld op basis van een aanpak waarbij de volledige levenscyclus het uitgangpunt vormt, van de toelevering van de beschikbare materialen tot aan het eindpunt toe (van de wieg tot het graf). Daarbij wordt gebruik gemaakt van innovatieve methoden om de middelen die voor hun transformatie nodig zijn tot een minimum te beperken. Ook wordt er rekening gehouden met een permanent gebruik, recycling of een secundair gebruik (als de levenscyclus is voltooid) van de materialen en met de hieraan gerelateerde maatschappelijke innovatie.

Materialen worden ontwikkeld op basis van een aanpak waarbij de volledige levenscyclus het uitgangpunt vormt, van de toelevering van de beschikbare materialen tot aan het eindpunt toe (van de wieg tot het graf). Daarbij wordt gebruik gemaakt van innovatieve methoden om de middelen die voor hun transformatie nodig zijn tot een minimum te beperken. Ook wordt er rekening gehouden met een permanent gebruik, recycling of een secundair gebruik (als de levenscyclus is voltooid) van de materialen en met de hieraan gerelateerde maatschappelijke innovatie.

Om de vooruitgang te versnellen, wordt een multidisciplinaire en convergente aanpak gestimuleerd, waarbij niet alleen de chemie, de technische wetenschappen en theoretische en computertechnische modellering worden betrokken, maar ook de biologische wetenschappen en, in toenemende mate, creatieve industriële designtechnieken.

Om de vooruitgang te versnellen, wordt een multidisciplinaire en convergente aanpak op basis van Europese infrastructuur van wereldniveau gestimuleerd, waarbij niet alleen de chemie, de technische wetenschappen en theoretische en computertechnische modellering worden betrokken, maar ook de biologische wetenschappen en, in toenemende mate, creatieve industriële designtechnieken.

Daarnaast zullen nieuwe groene innovatieallianties en industriële symbioses worden bevorderd zodat de relevante sectoren in staat zijn om te diversifiëren, om hun bedrijfsmodellen uit te breiden en om hun afval te hergebruiken als basis voor nieuwe producten, bijvoorbeeld door CO2 als koolstofbasis te gebruiken voor zuivere chemicaliën en alternatieve brandstoffen.

Daarnaast zullen nieuwe groene innovatieallianties en industriële symbioses worden bevorderd zodat de relevante sectoren in staat zijn om te diversifiëren, om hun bedrijfsmodellen uit te breiden en om hun afval te hergebruiken als basis voor nieuwe producten.

1.3.3. De activiteiten in grote lijnen

1.3.3. De activiteiten in grote lijnen

(a) Overkoepelende en ontsluitende materiaaltechnologieën

(a) Overkoepelende en ontsluitende materiaaltechnologieën

Onderzoek naar functionele materialen, multifunctionele materialen en structurele materialen met het oog op innovaties in alle industriële sectoren.

Onderzoek naar functionele materialen, multifunctionele materialen en structurele materialen met het oog op innovaties in alle industriële sectoren.

(b) Ontwikkelen en transformeren van materialen

(b) Ontwikkelen en transformeren van materialen

Onderzoek en ontwikkeling om een efficiënte en duurzame opschaling te waarborgen om de industriële productie van toekomstige producten mogelijk te maken.

Onderzoek en ontwikkeling om een efficiënte en duurzame opschaling te waarborgen om de industriële productie van slimme toekomstige producten mogelijk te maken.

(c) Beheren van de componenten van materialen

(c) Beheren van de componenten van materialen

Onderzoek nar en ontwikkeling van nieuwe en innovatieve technieken en systemen.

Onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe en innovatieve productietechnieken voor materialen, componenten en systemen.

(d) Materialen voor een duurzame en koolstofarme industrie

(d) Materialen voor een duurzame en koolstofarme industrie

Ontwikkelen van nieuwe producten en applicaties, stimuleren van consumentengedrag dat de vraag naar energie vermindert en bevorderen van een koolstofarme productie.

Ontwikkelen van nieuwe materialen, componenten, bedrijfsmodellen en verantwoordelijk consumentengedrag, producten en applicaties die de vraag naar energie verminderen en een koolstofarme productie bevorderen.

 

(d bis) Nieuwe grondstoffen voor de chemische industrie en koolstofgebruik

 

De activiteiten zijn gericht op de ontwikkeling van een alternatieve grondstoffenbasis voor de chemische industrie om petroleum op een milieuvriendelijke manier te vervangen als koolstofbron op de middellange en lange termijn, alsook CCU-systemen en technologieën voor het omzetten van CO2 in producten.

(e) Materialen voor creatieve industrieën

(e) Materialen voor creatieve industrieën

Toepassen van design en het ontwikkelen van convergerende technologieën om nieuwe bedrijfsmogelijkheden te creëren, met inbegrip van het behoud van materialen met een historische of culturele waarde.

Toepassen van design en het ontwikkelen van convergerende technologieën om nieuwe bedrijfsmogelijkheden en materialen te creëren, met inbegrip van het behoud en de restoratie van materialen met een historische of culturele waarde.

(f) Metrologie, karakterisering, standaardisering en kwaliteitscontrole

(f) Metrologie, karakterisering, standaardisering, certificering en kwaliteitscontrole

Bevorderen van technologieën zoals karakterisering, non-destructieve evaluatie en voorspellende modelleringen van prestaties om met betrekking tot de materialen wetenschappelijke en technische vooruitgang te boeken.

Bevorderen van technologieën zoals karakterisering, non-destructieve evaluatie, permanente evaluatie en monitoring en voorspellende modelleringen van prestaties om met betrekking tot de materialen wetenschappelijke en technische vooruitgang te boeken.

(g) Optimaliseren van het gebruik van materialen

(g) Optimaliseren van het gebruik van materialen

Onderzoek naar en ontwikkeling van alternatieven voor het gebruik van materialen en het creëren van innovatieve bedrijfsmodellen.

Onderzoek naar de vervangbaarheid van materialen en ontwikkeling van alternatieven voor het gebruik ervan, en het creëren van innovatieve bedrijfsmodellen en het identificeren van kritieke hulpbronnen.

Amendement  130

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1 – punt 1.4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.4. Biotechnologie

1.4. Biotechnologie

1.4.1. Specifieke doelstelling voor biotechnologie

1.4.1. Specifieke doelstelling voor biotechnologie

De specifieke doelstelling voor onderzoek naar en innovaties van de biotechnologie is het ontwikkelen van concurrerende, duurzame en innovatieve industriële producten en processen die als innovatieve motor voor een aantal Europese sectoren kunnen fungeren, zoals de landbouw, de levensmiddelenindustrie, de chemische industrie en de gezondheidszorg.

De specifieke doelstelling voor onderzoek naar en innovaties van de biotechnologie is het ontwikkelen van concurrerende, duurzame, veilige, betrouwbare en innovatieve industriële producten en processen die als innovatieve motor voor een aantal Europese sectoren kunnen fungeren, zoals de gezondheidszorg, de chemische industrie, de energiesector, de landbouw, de bosbouw en de levensmiddelenindustrie.

Een sterk wetenschappelijk, technologisch en innovatief biotechnologisch fundament vormt een ondersteuning voor de andere Europese sectoren om het leiderschap te kunnen behouden met betrekking tot deze cruciale ontsluitende technologie. Dat leiderschap wordt nog verder versterkt door de integratie van de aspecten verband houdende met de beoordeling en het beheer van de veiligheid van de algemene risico's bij het gebruik van biotechnologie.

Een sterk wetenschappelijk, technologisch en innovatief biotechnologisch fundament vormt een ondersteuning voor deze technologie. Dit fundament wordt nog versterkt door de integratie van de gezondheids- en veiligheidsbeoordeling, de evaluatie van de economische en ecologische effecten van het gebruik van deze technologie en de aspecten verband houdende met het beheer van de algemene en specifieke risico's bij het gebruik van biotechnologie.

1.4.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

1.4.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

Dankzij de uitbreiding van de kennis van levende systemen zal de biotechnologie niet alleen een reeks nieuwe applicaties ontwikkelen, maar ook de industriële basis en de innovatiecapaciteit van de Unie vergroten. Voorbeelden van het toenemende belang van de biotechnologie zijn te vinden bij de industriële toepassingen, met inbegrip van biochemicaliën, waarvan de stijging van het marktaandeel van de chemische productie in 2015 wordt geraamd op 12 tot 20%. Aan een aantal van de zogeheten twaalf regels voor een groene chemie wordt ook in het kader van de biotechnologie aandacht besteed vanwege de selectiviteit en efficiëntie van biosystemen. De eventuele economische lasten voor ondernemingen in de Unie kunnen verminderd worden door het potentieel van biotechnologische processen en biogerelateerde producten te benutten om CO2–emissies terug te dringen, waarbij de ramingen van de mogelijke reductie variëren van 1 tot 2,5 miljard CO2-equivalenten per jaar in 2030. In de Europese biofarmaceutische sector wordt op dit moment al 20% van de huidige geneesmiddelen afgeleid uit de biotechnologie; voor nieuwe geneesmiddelen is dat zelfs tot maximaal 50%. De biotechnologie opent ook nieuwe mogelijkheden voor het exploiteren van het enorme potentieel aan mariene hulpbronnen voor het produceren van innovatieve industriële, gezondheids- en milieuapplicaties. Voorspeld wordt dat de opkomende sector van de mariene (blauwe) biotechnologie met 10% per jaar zal groeien.

Dankzij de uitbreiding van de kennis van levende systemen zal de biotechnologie niet alleen een reeks nieuwe applicaties ontwikkelen, maar ook de industriële basis en de innovatiecapaciteit van de Unie vergroten. Voorbeelden van het toenemende belang van de biotechnologie zijn te vinden bij de industriële en agrarische toepassingen, met inbegrip van biofarmaceutica, voedsel en voedselproductie, biochemicaliën, waarvan de stijging van het marktaandeel van de chemische productie in 2015 wordt geraamd op 12 tot 20%. Aan een aantal van de zogeheten twaalf regels voor een groene chemie wordt ook in het kader van de biotechnologie aandacht besteed vanwege de selectiviteit en efficiëntie van biosystemen. De eventuele economische lasten voor ondernemingen in de Unie kunnen verminderd worden door het potentieel van biotechnologische processen en biogerelateerde producten te benutten om CO2–emissies terug te dringen, waarbij de ramingen van de mogelijke reductie variëren van 1 tot 2,5 miljard CO2-equivalenten per jaar in 2030. In de Europese biofarmaceutische sector wordt op dit moment al 20% van de huidige geneesmiddelen afgeleid uit de biotechnologie; voor nieuwe geneesmiddelen is dat zelfs tot maximaal 50%. De biotechnologie opent ook nieuwe mogelijkheden voor het exploiteren van het potentieel aan mariene hulpbronnen voor het produceren van innovatieve applicaties in verband met industrie, gezondheid, energie, chemie en milieu. Voorspeld wordt dat de opkomende sector van de mariene (blauwe) biotechnologie met 10% per jaar zal groeien.

Andere belangrijke bronnen van innovatie bevinden zich op het snijvlak van de biotechnologie met andere ontsluitende en convergerende technologieën, met name de nanotechnologieën en de ICT, waarbij gedacht kan worden als toepassingen zoals detectie en diagnostiek.

Andere belangrijke bronnen van innovatie bevinden zich op het snijvlak van de biotechnologie met andere ontsluitende en convergerende technologieën, met name de nanotechnologieën en de ICT, waarbij gedacht kan worden als toepassingen zoals detectie en diagnostiek.

1.4.3. De activiteiten in grote lijnen

1.4.3. De activiteiten in grote lijnen

(a) Bevorderen van baanbrekende biotechnologieën als een toekomstige innovatieve motor

(a) Bevorderen van duurzame baanbrekende biotechnologieën als een toekomstige innovatieve motor

Ontwikkelen van opkomende technologiegebieden zoals synthetische biologie, bioinformatica en systeembiologie die veelbelovend zijn wat volledig nieuwe toepassingen in de toekomst betreft.

Ontwikkelen van opkomende technologiegebieden zoals biologiesystemen, bioinformatica, synthetische biologie en systeembiologie die veelbelovend zijn wat volledig nieuwe producten, toepassingen en technologieën in de toekomst betreft, rekening houdend met het voorzorgsbeginsel.

(b) Op biotechnologie gebaseerde industriële processen

(b) Op biotechnologie gebaseerde producten en industriële processen

Ontwikkelen van een industriële biotechnologie ten behoeve van concurrerende industriële producten en processen (bijv. met betrekking tot de chemie, gezondheidszorg, mijnbouw, energie, pulp en papier, textiel, zetmeel en voedselverwerking) en rekening houdend met de milieudimensie ervan.

Ontwikkelen van een industriële biotechnologie ten behoeve van concurrerende industriële materialen, producten en duurzame processen (bijv. met betrekking tot chemische stoffen, gezondheidszorg, mijnbouw, energie, pulp en papier, glasvezelproducten en hout, textiel, zetmeel en voedselverwerking) en rekening houdend met de gezondheids- en milieudimensie ervan.

(c) Innovatieve en concurrerende platformtechnologieën

(c) Innovatieve en concurrerende platformtechnologieën

Ontwikkelen van platformtechnologieën (bijv. genomica, meta-genomica, proteomica en moleculaire instrumenten) om het leiderschap op dit vlak te versterken en het concurrentievoordeel in een groot aantal economische sectoren te vergroten.

Ontwikkelen van platformtechnologieën (bijv. systeembiologie, genomica, meta-genomica, proteomica, fenomica, moleculaire instrumenten en platforms op basis van cellen) om het leiderschap op dit vlak te versterken en het concurrentievoordeel in een groot aantal sectoren van economisch belang te vergroten. Deze benadering kan het potentieel van nieuwe kmo's aanzienlijk bevorderen.

 

(c bis) Ecologische, maatschappelijke en ethische zorgpunten

 

Ontwikkelen van beoordelingsprocedures, met inbegrip van een brede raadpleging van belanghebbenden, om rekening te houden met ecologische, maatschappelijke en ethische overwegingen bij bepaalde technologieën.

Amendement  131

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1 – punt 1.5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.5. Geavanceerde fabricage en verwerking

1.5. Geavanceerde fabricage en verwerking

1.5.1. Specifieke doelstelling

1.5.1. Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling van het onderzoek naar en de innovatie van geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen is het transformeren van de huidige industriële productiemethoden tot meer op kennisintensieve, duurzame, sectoroverschrijdende fabricage- en verwerkingstechnologieën met meer innovatieve producten, processen en diensten als resultaat.

De specifieke doelstelling van het onderzoek naar en de innovatie van geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen is het transformeren van de huidige productiebedrijven, -systemen en -processen door in te zetten op centrale ontsluitende technologieën met het oog op kennisintensieve, duurzame, hulpbronnen- en energie-efficiënte, sectoroverschrijdende fabricage- en verwerkingstechnologieën met meer innovatieve, veilige en betrouwbare producten, processen en diensten als resultaat.

1.5.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

1.5.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

De fabricagesector is van groot belang voor de Europese economie gezien zijn bijdrage van circa 17% aan het bbp en de ongeveer 22 miljoen banen in de Unie in 2007. Door de vermindering van de economische belemmeringen voor de handel en het faciliterend effect van de communicatietechnologie, is de fabricage aan een sterke concurrentie onderhevig en is de tendens ontstaan om die fabricage naar landen met de laagste totale kosten te verplaatsen. Vanwege de hoge lonen moet de Europese aanpak van de fabricage dus drastische wijzigingen ondergaan om wereldwijd te kunnen blijven concurreren. Horizon 2020 kan een bijdrage leveren om alle betrokken partijen bij elkaar te brengen om dit doel te verwezenlijken.

De fabricagesector is van groot belang voor de Europese economie gezien zijn bijdrage van circa 17% aan het bbp en de ongeveer 22 miljoen banen in de Unie in 2007. Door de vermindering van de economische belemmeringen voor de handel en het faciliterend effect van de communicatietechnologie, is de fabricage aan een sterke concurrentie onderhevig en is de tendens ontstaan om die fabricage naar landen met de laagste totale kosten te verplaatsen. De Europese aanpak van de fabricage moet dus drastische wijzigingen ondergaan om wereldwijd te kunnen blijven concurreren. Horizon 2020 kan een bijdrage leveren om alle betrokken partijen bij elkaar te brengen om dit doel te verwezenlijken.

Europa moet op het niveau van de Unie blijven investeren om het Europese leiderschap en de vakbekwaamheid in de fabricagetechnologieën te behouden en de overgang te maken naar hoogwaardige, kennisintensieve goederen om zo de voorwaarden en activa te creëren voor een duurzame productie en voor een levenslange service voor een gefabriceerd product. Hulpbronintensieve fabricage- en procesindustrieën moeten op EU-niveau nog meer middelen en kennis mobiliseren en in onderzoek, ontwikkeling en innovatie blijven investeren om verdere vooruitgang mogelijk te maken op weg naar een concurrerende koolstofarme economie. Daarbij moet in 2050 ook voldaan zijn aan de reducties van de broeikasgasemissies in de industriële sectoren zoals die voor de gehele Unie zijn overeengekomen.

Europa moet op het niveau van de Unie blijven investeren om het Europese leiderschap en de vakbekwaamheid in de fabricagetechnologieën te behouden en de overgang te maken naar hoogwaardige, kennisintensieve goederen om zo de voorwaarden en activa te creëren voor een duurzame productie en voor een levenslange service voor een gefabriceerd product. Hulpbronintensieve fabricage- en procesindustrieën moeten op EU-niveau nog meer middelen en kennis mobiliseren en in onderzoek, ontwikkeling en innovatie blijven investeren om verdere vooruitgang mogelijk te maken op weg naar een concurrerende koolstofarme en grondstofzuinige economie. Daarbij moet in 2050 ook voldaan zijn aan de reducties van de broeikasgasemissies in de industriële sectoren zoals die voor de gehele Unie zijn overeengekomen.

Met een krachtig EU-beleid kunnen de bestaande Europese industrieën verder groeien en ontstaat er een voedingsbodem voor de opkomende industrieën van de toekomst. De geraamde waarde en impact van de sector van geavanceerde fabricagesystemen zijn aanzienlijk gezien de verwachte marktomvang in 2015 van circa 150 miljard euro en een samengesteld jaarlijks groeipercentage van ongeveer 5%.

Met een krachtig EU-beleid kunnen de bestaande Europese industrieën verder groeien en ontstaat er een voedingsbodem voor de opkomende industrieën van de toekomst. De geraamde waarde en impact van de sector van geavanceerde fabricagesystemen zijn aanzienlijk gezien de verwachte marktomvang in 2015 van circa 150 miljard euro en een samengesteld jaarlijks groeipercentage van ongeveer 5%.

Het is essentieel dat de benodigde kennis en competenties om de fabricage- en verwerkingscapaciteit in Europa te behouden niet wordt aangetast. De nadruk van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten wordt dan ook op een duurzame fabricage en verwerking gelegd, waarbij de noodzakelijke technologische innovaties en klantgerichtheid worden ingevoerd om producten te fabriceren met een hoge kenniscontent, maar waarvoor een laag materiaal- en energieverbruik is vereist. Europa moet deze ontsluitende technologieën en kennis ook aan andere productiesectoren overdragen, zoals de bouwsector, die bijvoorbeeld een grote bron van broeikasgasemissies is. Zo zijn de bouwactiviteiten verantwoordelijk voor circa 40% van alle energieverbruik in Europa en nemen zij in totaal 36% van de CO2-emissies voor hun rekening. De bouwsector genereert weliswaar 10% van het bbp en biedt werk aan circa 16 miljoen mensen in Europa in 3 miljoen ondernemingen (waarvan 95% mkb), maar het is onvermijdelijk dat deze sector overstapt op het gebruik van innovatieve materialen en fabricagemethoden om de negatieve milieueffecten te verminderen.

Het is essentieel dat de benodigde kennis en competenties om de fabricage- en verwerkingscapaciteit in Europa te behouden niet wordt aangetast. De nadruk van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten wordt dan ook op een duurzame fabricage en verwerking gelegd, waarbij de noodzakelijke technologische innovaties en klantgerichtheid worden ingevoerd om producten te fabriceren met een hoge kenniscontent, maar waarvoor een laag materiaal- en energieverbruik is vereist. Europa moet deze ontsluitende technologieën en kennis ook aan andere productiesectoren overdragen, zoals de bouwsector, die bijvoorbeeld een grote bron van broeikasgasemissies is. Zo zijn de bouwactiviteiten verantwoordelijk voor circa 40% van alle energieverbruik in Europa en nemen zij in totaal 36% van de CO2-emissies voor hun rekening. De bouwsector genereert weliswaar 10% van het bbp en biedt werk aan circa 16 miljoen mensen in Europa in 3 miljoen ondernemingen (waarvan 95% mkb), maar het is onvermijdelijk dat deze sector overstapt op het gebruik van innovatieve materialen en fabricagemethoden om de negatieve milieueffecten te verminderen.

1.5.3. De activiteiten in grote lijnen

1.5.3. De activiteiten in grote lijnen

(a) Technologieën voor de productiefaciliteiten van de toekomst

(a) Technologieën voor de productiefaciliteiten van de toekomst

Bevorderen van duurzame industriële groei door het ondersteunen van een strategische verschuiving in Europa van een kostenregelateerde fabricage naar een aanpak gebaseerd op het creëren van een hogere toegevoegde waarde.

Bevorderen van duurzame industriële groei door het ondersteunen van een strategische verschuiving in Europa van een kostenregelateerde fabricage naar een aanpak gebaseerd op het creëren van een hogere toegevoegde waarde en een efficiënter gebruik van hulpbronnen.

(b) Technologieën gericht op energie-efficiënte gebouwen

(b) Technologieën voor energie-efficiënte gebouwen met een geringe impact op het milieu

Verminderen van energieverbruik en CO2-emissies door het ontwikkelen en toepassen van duurzame constructietechnologieën.

Verminderen van energieverbruik en CO2-emissies door het onderzoeken, ontwikkelen en toepassen van duurzame constructietechnologieën, die de hele waardeketen bestrijken, automatiserings- en controletechnologieën, alsook de vermindering van de globale ecologische impact van gebouwen.

(c) Duurzame en koolstofarme technologieën in energie-intensieve procesindustrieën

(c) Duurzame, milieuvriendelijke en koolstofarme technologieën in procesindustrieën die veel energie en hulpbronnen vergen

Vergroten van het concurrentievermogen van procesindustrieën door een drastische verbetering van de middelen- en energie-efficiëntie en het terugdringen van de milieugevolgen van dergelijke industriële activiteiten in de gehele waardeketen, evenals het bevorderen van koolstofarme technologieën.

Vergroten van het concurrentievermogen van procesindustrieën door een drastische verbetering van de middelen- en energie-efficiëntie en het terugdringen van de milieugevolgen van dergelijke industriële activiteiten in de gehele waardeketen, evenals het bevorderen van koolstofarme technologieën, onder meer door de integratie van hernieuwbare energiebronnen en slimme, geavanceerde controlesystemen, technologieën en het instellen van alternatieve, duurzamere industriële processen.

(d) Nieuwe duurzame bedrijfsmodellen

(d) Nieuwe duurzame bedrijfsmodellen

Ontwikkelen van concepten en methodologieën voor flexibele, 'op kennis gebaseerde' en op maat gemaakte bedrijfsmodellen.

Ontwikkelen van concepten en methodologieën voor flexibele, 'op kennis gebaseerde' en op maat gemaakte bedrijfsmodellen. Ondersteunen van de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen op basis van eco-innovatie en van alternatieve grondstofzuinige benaderingen.

Amendement  132

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 1.6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.6. Ruimtevaart

1.6. Ruimtevaart

1.6.1. Specifieke doelstelling voor ruimtevaart

1.6.1. Specifieke doelstelling voor ruimtevaart

De specifieke doelstelling van onderzoek naar en innovaties in de ruimtevaart is het bevorderen van een concurrerende en innovatieve ruimtevaartindustrie en onderzoeksgemeenschap om infrastructuren in de ruimte te ontwikkelen en te exploiteren die voldoen aan de toekomstige behoeften van de Unie op beleids- en maatschappelijk gebied.

De specifieke doelstelling van onderzoek naar en innovaties in de ruimtevaart is het bevorderen van een concurrerende en innovatieve ruimtevaartindustrie en onderzoeksgemeenschap om infrastructuren, toepassingen en diensten in de ruimte te exploiteren die voldoen aan de toekomstige behoeften van de Unie op beleids- en maatschappelijk gebied.

Het versterken van de Europese ruimtevaartsector door een grote impuls te geven aan het onderzoek en innovaties in deze sector is cruciaal om de Europese capaciteit in stand te houden en te waarborgen om toegang te krijgen tot en activiteiten uit te voeren in de ruimte ter ondersteuning van het EU-beleid, van internationale strategische belangen en van de concurrentie tussen gevestigde en opkomende ruimtevaartnaties.

Het versterken van zowel de publieke als de commerciële Europese ruimtevaartsector door een grote impuls te geven aan het onderzoek en innovaties in deze sector, aardobservatie, navigatie, wetenschap en exploratie is cruciaal om de Europese capaciteit in stand te houden en te waarborgen om toegang te krijgen tot en activiteiten uit te voeren in de ruimte ter ondersteuning van het EU-beleid, van internationale strategische belangen en van de concurrentie tussen gevestigde en opkomende ruimtevaartnaties en ‑bedrijven. De Unie, het Europees Ruimteagentschap (ESA) en de lidstaten zullen activiteiten ontwikkelen en uitvoeren die elkaar aanvullen.

1.6.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

1.6.2. Achtergrond en toegevoegde waarde van de Unie

De ruimte is een belangrijke, maar vaak onzichtbare faciliterende factor voor diverse diensten en producten die essentieel zijn voor de moderne hedendaagse maatschappij, zoals navigatie, communicatie, weersvooruitzichten en geografische informatie. De inhoud en uitvoering van het beleid op Europees, nationaal en regionaal niveau is in toenemende mate afhankelijk van ruimtegerelateerde informatie. De mondiale ruimtevaartsector groeit snel en breidt zich naar nieuwe regio's uit (bijv. China en Zuid-Amerika). Op dit moment is de Europee industrie een aanzienlijke exporteur van hoogwaardige satellieten voor commerciële en wetenschappelijke doeleinden. Door de toenemende wereldwijde concurrentie komt de positie van Europa op dit gebied echter onder druk te staan. Dat betekent dat Europa er belang bij heeft om te zorgen dat zijn ruimtevaartsector blijft floreren op deze uiterst competitieve markt. Daarnaast hebben gegevens van wetenschappelijke Europese satellieten geleid tot een aantal van de meest significante wetenschappelijke doorbraken van de afgelopen decennia in de aardwetenschappen en de astronomie. Op basis van deze unieke kwaliteit, kan de Europese ruimtevaartsector een cruciale rol vervullen bij het aanpakken van de uitdagingen zoals die in de Europa 2020-strategie in kaart zijn gebracht.

De ruimte is een belangrijke, maar vaak onzichtbare faciliterende factor voor diverse diensten en producten die essentieel zijn voor de moderne hedendaagse maatschappij, zoals navigatie en communicatie of op satellietwaarnemingen gebaseerde weersvooruitzichten en geografische informatie. De inhoud en uitvoering van het beleid op Europees, nationaal en regionaal niveau is in toenemende mate afhankelijk van ruimtegerelateerde informatie. De mondiale ruimtevaartsector groeit snel en breidt zich naar nieuwe regio's uit (bijv. China, Zuid-Amerika en Afrika). Op dit moment is de Europee industrie een aanzienlijke exporteur van hoogwaardige satellieten voor commerciële en wetenschappelijke doeleinden. Door de toenemende wereldwijde concurrentie komt de positie van Europa op dit gebied echter onder druk te staan. Dat betekent dat Europa er belang bij heeft om te zorgen dat zijn ruimtevaartsector blijft floreren op deze uiterst competitieve markt. Daarnaast hebben gegevens van wetenschappelijke Europese satellieten geleid tot een aantal van de meest significante wetenschappelijke doorbraken van de afgelopen decennia in de aardwetenschappen, de fundamentele fysica en de astronomie. Op basis van deze unieke kwaliteit, kan de Europese ruimtevaartsector een cruciale rol vervullen bij het aanpakken van de uitdagingen zoals die in de Europa 2020-strategie in kaart zijn gebracht.

Onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie vormen een essentiële ondersteuning van de faciliteiten in de ruimte die van wezenlijk belang zijn voor de Europese samenleving. Terwijl de Verenigde Staten van Amerika circa 25% van het ruimtevaartbudget aan O&O besteden, is dat in de Unie minder dan 10%. Bovendien is het ruimtevaartonderzoek in de EU verspreid over de nationale programma's van een klein aantal lidstaten. Om de technologische en competitieve voorsprong te behouden, is actie op het niveau van de Unie vereist teneinde het ruimtevaartonderzoek te coördineren, de deelname van onderzoekers uit alle lidstaten te bevorderen en de belemmeringen te verminderen voor gemeenschappelijke grensoverschrijdende onderzoeksprojecten op het gebied van de ruimtevaart. Dit moet in samenwerking met het Europees Ruimteagentschap (ESA) gebeuren. Het ESA heeft al sinds 1975 op een intergouvernementele basis voor een aantal lidstaten op succesvol wijze de ontwikkeling van industriële satellieten en missies in de verre ruimte afgehandeld. Bovendien biedt de informatie die via Europese satellieten wordt verkregen in toenemende mate nieuwe mogelijkheden voor een verdere ontwikkeling van innovatieve satellietgerelateerde downstream-diensten. Het gaat hierbij om een sector waarin doorgaans veel mkb-bedrijven actief zijn en deze moeten dan ook ondersteund worden via onderzoeks- en innovatiemaatregelen om van alle voordelen te kunnen profiteren die deze mogelijkheid biedt, en met name ook van de investeringen die in het kader van de twee kerninitiatieven van de Unie op ruimtegebied zijn gedaan, te weten Galileo and GMES.

Onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie vormen een essentiële ondersteuning van de faciliteiten in de ruimte die van wezenlijk belang zijn voor de Europese samenleving. Terwijl de Verenigde Staten van Amerika circa 25% van het ruimtevaartbudget aan O&O besteden, is dat in de Unie minder dan 10%. Bovendien wordt het ruimtevaartonderzoek in de EU aangepakt in de nationale programma's van een klein aantal lidstaten en de ESA-programma's. Om de technologische en competitieve voorsprong te behouden, is actie op het niveau van de Unie vereist teneinde het ruimtevaartonderzoek te coördineren, de deelname van onderzoekers uit alle lidstaten te bevorderen en de belemmeringen te verminderen voor gemeenschappelijke grensoverschrijdende onderzoeksprojecten op het gebied van de ruimtevaart. Dit moet in samenwerking met het Europees Ruimteagentschap (ESA) gebeuren. Het ESA heeft al sinds 1975 op een intergouvernementele basis voor een aantal lidstaten op succesvol wijze de ontwikkeling van industriële satellieten en missies in de verre ruimte afgehandeld. Bovendien biedt de informatie die via Europese satellieten wordt verkregen in toenemende mate nieuwe mogelijkheden voor een verdere ontwikkeling van innovatieve satellietgerelateerde downstream-diensten. Het gaat hierbij om een sector waarin doorgaans veel mkb-bedrijven actief zijn en deze moeten dan ook ondersteund worden via onderzoeks- en innovatiemaatregelen om van alle voordelen te kunnen profiteren die deze mogelijkheid biedt, en met name ook van de investeringen die in het kader van de twee kerninitiatieven van de Unie op ruimtegebied zijn gedaan, te weten Galileo and GMES. Dit geldt ook voor de e-communicatiesector, die zal bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de digitale agenda van de Unie.

De ruimte overstijgt op natuurlijke wijze de aardgebonden landgrenzen, hetgeen een unieke voorsprong oplevert dankzij de mondiale dimensie waardoor grootschalige projecten mogelijk zijn (zoals het Internationale ruimtestation en het Omgevingsbewustzijn in de ruimte) die op basis van een internationale samenwerking worden uitgevoerd. Om bij dergelijke internationale ruimteactiviteiten in de komende decennia een significante rol te kunnen spelen, zijn zowel een Europees ruimtebeleid en ruimteonderzoek op een EU-niveau als innovatieve activiteiten onontbeerlijk.

De ruimte overstijgt op natuurlijke wijze de aardgebonden landgrenzen, hetgeen een unieke voorsprong oplevert dankzij de mondiale dimensie waardoor grootschalige projecten mogelijk zijn (zoals het Internationale ruimtestation en het Omgevingsbewustzijn in de ruimte) die op basis van een internationale samenwerking worden uitgevoerd. Om bij dergelijke internationale ruimteactiviteiten in de komende decennia een significante rol te kunnen spelen, zijn zowel een Europees ruimtebeleid en ruimteonderzoek op een EU-niveau als innovatieve activiteiten onontbeerlijk.

Het ruimteonderzoek en de bijbehorende innovaties in het kader van Horizon 2020 sluiten nauw aan bij de beleidsprioriteiten van de Unie op ruimtegebied aangezien onverminderd worden vastgesteld door de Ruimteraden van de Unie en de Europese Commissie.

Het ruimteonderzoek en de bijbehorende innovaties in het kader van Horizon 2020 sluiten nauw aan bij de beleidsprioriteiten van de Unie op ruimtegebied en bij de behoeften van de Europese operationele programma's, zoals deze onverminderd worden vastgesteld door de Ruimteraden van de Unie en de Europese Commissie.

1.6.3. De activiteiten in grote lijnen

1.6.3. De activiteiten in grote lijnen

(a) Bevorderen van het Europees concurrentievermogen, de onafhankelijkheid en innovatie van de Europese ruimtevaartsector

(a) Bevorderen van het Europees concurrentievermogen, de onafhankelijkheid en innovatie van de Europese ruimtevaartsector

Dit omvat het waarborgen en ontwikkelen van een concurrerende en ondernemende ruimtevaartindustrie in combinatie met een onderzoeksgemeenschap voor de ruimte van wereldklasse om het Europese leiderschap en de onafhankelijkheid binnen de ruimtetechnologie in stand te houden, om innovaties in de ruimtevaartsector te bevorderen en om ruimtegerelateerde innovaties naar terrestrische toepassingen te vertalen, door bijvoorbeeld het gebruik op afstand van detectiemethoden en navigatiegegevens.

Dit omvat het waarborgen en verder ontwikkelen van een concurrerende, duurzame en ondernemende ruimtevaartindustrie in combinatie met een onderzoeksgemeenschap voor de ruimte van wereldklasse om het Europese leiderschap in stand te houden en te versterken, dit door de beschikbaarheid van voldoende geteste en onafhankelijke technologieën tegen competitieve prijzen te garanderen, om de onafhankelijkheid in strategische subsectoren zoals toegang tot de ruimte of kritieke technologieën, onder meer dankzij schone oplossingen, in stand te houden en te versterken, om innovaties in de ruimtevaartsector te bevorderen en om ruimtegerelateerde innovaties naar terrestrische toepassingen te vertalen, door bijvoorbeeld het gebruik op afstand van detectiemethoden en navigatiegegevens.

(b) Bevorderen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtevaarttechnologieën

(b) Bevorderen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtevaarttechnologieën

Deze activiteit is bedoeld voor het ontwikkelen van geavanceerde ruimtevaarttechnologieën en operationele concepten van het stadium van de eerste ideeën tot aan de feitelijke demonstratie van de werking van de betreffende toepassingen in de ruimte, met inbegrip van navigatie en detectie op afstand en de bescherming van activa in de ruimte tegen bedreigingen als ruimtepuin en zonnevlammen. Het ontwikkelen en toepassen van geavanceerde ruimtevaarttechnologieën vereist een continue educatie en opleiding van hooggekwalificeerde ingenieurs en wetenschappers.

Deze activiteit is bedoeld voor het ontwikkelen en mogelijk maken van geavanceerde ruimtevaarttechnologieën en operationele concepten van het stadium van de eerste ideeën tot aan de feitelijke demonstratie van de werking van de betreffende toepassingen in de ruimte. Dit omvat onder meer technologieën ten behoeve van de bescherming van activa in de ruimte tegen bedreigingen als ruimtepuin en zonnevlammen alsook ten behoeve van missies voor satelliettelecommunicatie, navigatie, elektronische communicatie of telecommunicatie en teledetectie. Het ontwikkelen en toepassen van geavanceerde ruimtevaarttechnologieën vereist een continue educatie en opleiding van hooggekwalificeerde ingenieurs en wetenschappers, alsook een nauw contact tussen deze personen en gebruikers van ruimtevaarttoepassingen.

(c) Bevorderen van de exploitatie van ruimtevaartgegevens

(c) Bevorderen van de exploitatie van ruimtevaartgegevens

Er kan in een aanzienlijk hogere mate gebruik worden gemaakt van gegevens van Europese satellieten indien er middels een gezamenlijke inspanning wordt getracht om de verwerking, validering en standaardisering van ruimtevaartgegevens te coördineren en te organiseren. Door innovaties in de verwerking en verspreiding van gegevens kan daarnaast een hoger rendement op investeringen in de ruimte-infrastructuur worden gerealiseerd en een bijdrage worden geleverd aan het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen, met name indien dit via een mondiale actie gebeurt, bijvoorbeeld via het wereldwijde aardobservatiesysteem van systemen (GEOSS), het Europese satellietnavigatiesysteem (Galileo) of, bij klimaatveranderingskwesties, via de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC).

Er kan in een aanzienlijk hogere mate gebruik worden gemaakt van gegevens van Europese satellieten indien er middels een gezamenlijke inspanning wordt getracht om de verwerking, validering en standaardisering alsook de permanente beschikbaarheid van ruimtevaartgegevens te coördineren en te organiseren en om de ontwikkeling van nieuwe informatieproducten en -diensten op basis van deze gegevens te ondersteunen. Door innovaties in de verwerking, verspreiding en interoperabiliteit van gegevens en met name de bevordering van vrije toegang tot en uitwisseling van geowetenschappelijke gegevens en metagegevens kan daarnaast een hoger rendement op investeringen in de ruimte-infrastructuur worden gerealiseerd en een bijdrage worden geleverd aan het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen, met name indien dit via een mondiale actie gebeurt, bijvoorbeeld via het wereldwijde aardobservatiesysteem van systemen (GEOSS), meer bepaald door volop gebruik te maken van de voornaamste Europese bijdrage hieraan, met name het GMES-programma, het Europese satellietnavigatiesysteem (Galileo) of, bij klimaatveranderingskwesties en de monitoring van oceanen, via de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC). Een snelle integratie van deze innovaties in de relevante toepassingen zal worden ondersteund. Verkregen gegevens zullen in dit verband worden benut voor verder wetenschappelijk onderzoek.

(d) Bevorderen van Europees onderzoek ter ondersteuning van internationale ruimtevaartpartnerschappen

(d) Bevorderen van Europees onderzoek ter ondersteuning van internationale ruimtevaartpartnerschappen

Ondernemingen die zich bezig houden met de ruimtevaart hebben doorgaans een mondiaal karakter. Dat blijkt met name heel duidelijk bij activiteiten zoals het Omgevingsbewustzijn in de ruimte (Space Situational Awareness - SSA) en veel wetenschappelijke en onderzoeksprojecten op ruimtegebied. De ontwikkeling van baanbrekende ruimtevaarttechnologieën vindt in toenemende mate binnen het kader van dergelijke internationale partnerschappen plaats. Het waarborgen van de mogelijkheid tot deelname aan die samenwerkingsverbanden vormt een belangrijke factor voor het succes van de Europese onderzoekers en de ruimtevaartsector.

Ondernemingen die zich bezig houden met de ruimtevaart hebben doorgaans een mondiaal karakter. Dat blijkt met name heel duidelijk bij activiteiten zoals het Omgevingsbewustzijn in de ruimte (Space Situational Awareness - SSA) en veel wetenschappelijke en onderzoeksprojecten op ruimtegebied. De ontwikkeling van baanbrekende ruimtevaarttechnologieën vindt in toenemende mate binnen het kader van dergelijke internationale partnerschappen plaats. Het waarborgen van de mogelijkheid tot deelname aan die samenwerkingsverbanden vormt een belangrijke factor voor het succes van de Europese onderzoekers en de ruimtevaartsector.

 

(d bis) Waarborgen van rendement van de investeringen in Galileo en EGNOS en van Europees leiderschap inzake downstreamtoepassingen

 

Europa heeft strategisch geïnvesteerd in de satellietnavigatiesystemen EGNOS en Galileo. Om de sociaaleconomische voordelen van deze projecten te benutten, moeten er innovatieve downstreamtoepassingen worden ontwikkeld. Met behulp van professionele toepassingen, bijvoorbeeld inzake precisielandbouw, geodesie, tijdsbepaling en synchronisatie, en diensten voor aardobservatie moeten EGNOS en Galileo aan belang winnen, zodat de Europese ruimtevaartindustrie een leidende positie kan handhaven.

Amendement  133

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Toegang tot risicofinanciering

2. Toegang tot risicofinanciering

2.1. Specifieke doelstelling

2.1. Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is het verbeteren van de te beperkte toegang op de markt tot risicofinanciering voor onderzoek en innovatie.

De specifieke doelstelling is het verbeteren van de te beperkte toegang op de markt tot risicofinanciering voor onderzoek en innovatie.

De investeringsvoorwaarden op het gebied van onderzoek en innovatie (O&I) zijn nijpend, met name voor innovatieve mkb-bedrijven en midcap-ondernemingen met een groot groeipotentieel. Er is sprake van een aantal lacunes op de markt wat de beschikbaarheid van financiële middelen betreft, aangezien de markt de risico's niet wil dragen die doorgaans aan de noodzakelijke innovaties verbonden zijn om de gestelde beleidsdoelen te kunnen verwezenlijken.

De investeringsvoorwaarden op het gebied van onderzoek en innovatie (O&I) zijn nijpend, met name voor innovatieve mkb-bedrijven en midcap-ondernemingen met een groot groeipotentieel. Er is sprake van een aantal lacunes op de markt wat de beschikbaarheid van financiële middelen betreft, aangezien de markt de risico's niet wil dragen die doorgaans aan de noodzakelijke innovaties verbonden zijn om de gestelde beleidsdoelen te kunnen verwezenlijken.

Via een schuldfaciliteit en een vermogensfaciliteit kunnen dergelijke problemen opgelost worden door het verbeteren van de financierings- en risicoprofielen van de betrokken O&I-activiteiten. Daardoor krijgen ondernemingen en andere begunstigden op hun beurt weer eenvoudiger toegang tot leningen, garanties en andere vormen van risicofinanciering, worden vroegtijdige investeringen en de ontwikkeling van nieuwe risicokapitaalfondsen bevorderd, wordt de kennisoverdracht en de markt voor intellectuele eigendom verbeterd, worden fondsen voor de risicokapitaalmarkt aangetrokken en wordt, meer in het algemeen, een bijdrage geleverd aan de concrete overgang van de concept-, ontwikkelings- en demonstratiefasen van nieuwe producten en diensten naar het daadwerkelijk op de markt brengen van die producten en diensten.

Via een schuldfaciliteit en een vermogensfaciliteit kunnen dergelijke problemen opgelost worden door het verbeteren van de financierings- en risicoprofielen van de betrokken O&I-activiteiten. Daardoor krijgen ondernemingen en andere begunstigden op hun beurt weer eenvoudiger toegang tot leningen, garanties en andere vormen van risicofinanciering, worden vroegtijdige investeringen en de ontwikkeling van nieuwe risicokapitaalfondsen bevorderd, wordt de kennisoverdracht en de markt voor intellectuele eigendom verbeterd, worden fondsen voor de risicokapitaalmarkt aangetrokken en wordt, meer in het algemeen, een bijdrage geleverd aan de concrete overgang van de concept-, ontwikkelings- en demonstratiefasen van nieuwe producten en diensten naar het daadwerkelijk op de markt brengen van die producten en diensten.

De overkoepelende doelstelling is het vergroten van de bereidheid van de particuliere sector om in O&I te investeren en zo een bijdrage te leveren aan een van de essentiële Europa 2020-doelen: tegen het eind van het decennium moet 3% van het bbp van de Unie in O&O worden geïnvesteerd. Door het gebruik van financiële instrumenten wordt daarnaast een bijdrage geleverd aan het verwezenlijken van de O&I-doelstellingen voor alle sectoren en beleidsgebieden die cruciaal zijn voor het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen (zoals de klimaatverandering, een efficiënter gebruik van energie en hulpbronnen, de wereldwijde voedselzekerheid, de gezondheidszorg en de vergrijzing), voor het verbeteren van het concurrentievermogen, voor de ondersteuning van een duurzame, inclusieve groei en voor het beschikbaar stellen van ecologische en andere publieke goederen.

De overkoepelende doelstelling is het vergroten van de bereidheid van de particuliere sector om in O&I te investeren en zo een bijdrage te leveren aan een van de essentiële Europa 2020-doelen: tegen het eind van het decennium moet 3% van het bbp van de Unie in O&O worden geïnvesteerd. Door het gebruik van financiële instrumenten wordt daarnaast een bijdrage geleverd aan het verwezenlijken van de O&I-doelstellingen voor alle sectoren en beleidsgebieden die cruciaal zijn voor het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen (zoals de klimaatverandering, een efficiënter gebruik van energie en hulpbronnen, de wereldwijde voedselzekerheid, de gezondheidszorg en de vergrijzing), voor het verbeteren van het concurrentievermogen, voor de ondersteuning van een duurzame, inclusieve groei en voor het beschikbaar stellen van ecologische en andere publieke goederen.

2.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

2.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Er is behoefte aan een schuldfaciliteit voor O&I op EU-niveau om de bereidheid te vergroten om leningen en garanties te verstrekken zodat de O&I-beleidsdoelstellingen gerealiseerd kunnen worden. De huidige kloof op de markt tussen de vraag naar en het aanbod van leningen en garanties voor risicodragende O&I-investeringen die op dit moment middels de financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF) wordt aangepakt, zal waarschijnlijk voorlopig nog niet gedicht worden aangezien de meeste commerciële banken nog steeds geen leningen met een hoger risico verstrekken. De vraag naar RSFF-leningen is groot sinds de introductie van deze faciliteit medio 2007: in de eerste fase (2007-2010) van de RSFF is de omvang van de goedgekeurde leningen met meer dan 50% overschreden (7,6 miljard euro ten opzichte van een prognose van 5 miljard euro).

Er is behoefte aan een schuldfaciliteit voor O&I op EU-niveau om de bereidheid te vergroten om leningen en garanties te verstrekken zodat de O&I-beleidsdoelstellingen gerealiseerd kunnen worden. De huidige kloof op de markt tussen de vraag naar en het aanbod van leningen en garanties voor risicodragende O&I-investeringen die op dit moment middels de financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF) wordt aangepakt, zal waarschijnlijk voorlopig nog niet gedicht worden aangezien de meeste commerciële banken nog steeds geen leningen met een hoger risico verstrekken. De vraag naar RSFF-leningen is groot sinds de introductie van deze faciliteit medio 2007: in de eerste fase (2007-2010) van de RSFF is de omvang van de goedgekeurde leningen met meer dan 50% overschreden (7,6 miljard euro ten opzichte van een prognose van 5 miljard euro).

Daarnaast beschikken banken doorgaans niet over de capaciteit om kennisactiva zoals intellectuele eigendomsrechten te kunnen waarderen. Dat betekent dat zij vaak niet bereid zijn om in op kennis gerichte ondernemingen te investeren. Gevolg hiervan is dat veel gevestigde innovatieve ondernemingen – zowel grote als kleine bedrijven – geen leningen kunnen krijgen voor O&I-activiteiten met een hoger risico.

Daarnaast beschikken banken doorgaans niet over de capaciteit om kennisactiva zoals intellectuele eigendomsrechten te kunnen waarderen. Dat betekent dat zij vaak niet bereid zijn om in op kennis gerichte ondernemingen te investeren. Gevolg hiervan is dat veel gevestigde innovatieve ondernemingen – zowel grote als kleine bedrijven – geen leningen kunnen krijgen voor O&I-activiteiten met een hoger risico. De Europese Investeringsbank, die in naam van de Commissie de schuldfaciliteit beheert, krijgt een mandaat om leningen te verstrekken aan projecten die een groot technologisch risico inhouden en niet enkel om leningen te verstrekken tegen rentevoeten beneden de marktvoorwaarden aan projecten die weinig technologische risico’s inhouden. Dit mandaat zal evenwel gekoppeld zijn aan criteria voor risicobeheer ten aanzien van portefeuilles en projecten, alsook aan adequate criteria voor de verhouding risico-rendement en voor aan de nagestreefde doelstellingen aangepast toezicht.

 

Er kan eveneens een beroep gedaan worden op financiering in de vorm van ongedekte leningen.

In wezen wordt deze kloof op de markt door onzekerheden en een informatietekort veroorzaakt en door de hoge kosten die gemaakt moeten worden om deze kwesties aan te pakken: pas opgerichte ondernemingen hebben een te korte staat van dienst om potentiële kredietverstrekkers over de streep te trekken en zelfs gevestigde ondernemingen kunnen vaak geen toereikende informatie verschaffen. Daarnaast is het bij O&I-investeringen in de beginfase helemaal niet zeker of de te verrichten inspanningen ook daadwerkelijk tot geslaagde innovaties leiden.

In wezen wordt deze kloof op de markt door onzekerheden en een informatietekort veroorzaakt en door de hoge kosten die gemaakt moeten worden om deze kwesties aan te pakken: pas opgerichte ondernemingen hebben een te korte staat van dienst om potentiële kredietverstrekkers over de streep te trekken en zelfs gevestigde ondernemingen kunnen vaak geen toereikende informatie verschaffen. Daarnaast is het bij O&I-investeringen in de beginfase helemaal niet zeker of de te verrichten inspanningen ook daadwerkelijk tot geslaagde innovaties leiden.

 

Deze problematiek treft ook met name de processen voor de overdracht van kennis en technologie tussen publiek onderzoek, dat uitgevoerd wordt aan universiteiten en onderzoekscentra, en de bedrijfswereld, waarvoor het innovatiepotentieel van de overgedragen kennis en technologie voor de markt gevalideerd moet worden via de overeenkomstige conceptvalidatie.

Bovendien kunnen ondernemingen in de fase van de conceptontwikkeling of bij activiteiten met het oog op opkomende thema's doorgaans onvoldoende zekerheid stellen. Een andere belemmering is dat, zelfs wanneer O&I-activiteiten wél tot commerciële producten of processen leiden, het ook nog lang niet zeker is dat de onderneming die de inspanningen heeft verricht een exclusief recht heeft op de voordelen die daaruit voortvloeien.

Bovendien kunnen ondernemingen in de fase van de conceptontwikkeling of bij activiteiten met het oog op opkomende thema's doorgaans onvoldoende zekerheid stellen. Een andere belemmering is dat, zelfs wanneer O&I-activiteiten wél tot commerciële producten of processen leiden, het ook nog lang niet zeker is dat de onderneming die de inspanningen heeft verricht een exclusief recht heeft op de voordelen die daaruit voortvloeien.

Met betrekking tot de toegevoegde waarde van de Unie kan een financiële schuldfaciliteit een bijdrage leveren aan het verwijderen van de belemmeringen op de markt die de particuliere sector ervan weerhouden om optimaal in O&I te investeren. Door het gebruik van deze faciliteit wordt de bundeling van een kritische massa aan middelen uit de EU-begroting mogelijk in combinatie met, op basis van risicodeling, fondsen van de financiële instelling(en) die belast is/zijn met de tenuitvoerlegging ervan. De faciliteit stimuleert ondernemingen daarnaast om meer eigen geld in O&I te investeren dan zij anders gedaan zouden hebben. Bovendien ondersteunt een schuldfaciliteit zowel publieke als private organisaties bij het terugdringen van de risico's bij de precommerciële inkoop of bij de inkoop van innovatieve producten en diensten.

Met betrekking tot de toegevoegde waarde van de Unie kan een financiële schuldfaciliteit een bijdrage leveren aan het verwijderen van de belemmeringen op de markt die de particuliere sector ervan weerhouden om optimaal in O&I te investeren. Door het gebruik van deze faciliteit wordt de bundeling van een kritische massa aan middelen uit de EU-begroting mogelijk in combinatie met, op basis van risicodeling, fondsen van de financiële instelling(en) die belast is/zijn met de tenuitvoerlegging ervan. De faciliteit stimuleert ondernemingen daarnaast om meer eigen geld in O&I te investeren dan zij anders gedaan zouden hebben. Bovendien ondersteunt een schuldfaciliteit zowel publieke als private organisaties bij het terugdringen van de risico's bij de precommerciële inkoop of bij de inkoop van innovatieve producten en diensten.

Er is behoefte aan een vermogensfaciliteit voor O&I op EU-niveau ter verbetering van de financiering van eigen vermogen in het kader van investeringen in de begin- en groeifasen van ondernemingen enerzijds en om een impuls te geven aan de risicokapitaalmarkt in de Unie anderzijds. In de fase van de technologieoverdracht en tijdens de opstartfase worden nieuwe ondernemingen met een 'vallei des doods' geconfronteerd op het moment dat de overheidssubsidies voor onderzoek worden beëindigd en het niet mogelijk is om particuliere financiering aan te trekken. De overheidssteun die bedoeld is om een hefboomeffect op de particuliere participatie en opstartfondsen te bewerkstelligen om deze lacune op te vullen, is op dit moment te gefragmenteerd en te instabiel of er is sprake van een gebrek aan expertise. Daarnaast zijn de meeste risicokapitaalfondsen in Europa te klein om de continue groei van innovatieve ondernemingen te ondersteunen en beschikken zij niet over de kritische massa om zich te specialiseren en grensoverschrijdend actief te zijn.

Er is behoefte aan een vermogensfaciliteit voor O&I op EU-niveau ter verbetering van de financiering van eigen vermogen in het kader van investeringen in de begin- en groeifasen van ondernemingen enerzijds en om een impuls te geven aan de risicokapitaalmarkt in de Unie anderzijds. In de fase van de technologieoverdracht en tijdens de opstartfase worden nieuwe ondernemingen met een 'vallei des doods' geconfronteerd op het moment dat de overheidssubsidies voor onderzoek worden beëindigd en het niet mogelijk is om particuliere financiering aan te trekken. De overheidssteun die bedoeld is om een hefboomeffect op de particuliere participatie en opstartfondsen te bewerkstelligen om deze lacune op te vullen, is op dit moment te gefragmenteerd en te instabiel of er is sprake van een gebrek aan expertise. Daarnaast zijn de meeste risicokapitaalfondsen in Europa te klein om de continue groei van innovatieve ondernemingen te ondersteunen en beschikken zij niet over de kritische massa om zich te specialiseren en grensoverschrijdend actief te zijn.

Dat heeft grote negatieve consequenties. Vóór de financiële crisis investeerden de Europese risicokapitaalfondsen ongeveer 7 miljard euro per jaar in het mkb, terwijl de bedragen voor 2009 en 2010 in de orde van grootte van 3 tot 4 miljard euro lagen. Een geringere financiering van risicokapitaal heeft het aantal opstartinvesteringen door risicokapitaalfondsen danig beïnvloed: in 2007 hebben circa 3 000 mkb-bedrijven risicokapitaalfinanciering ontvangen tegen slechts 2 500 in 2010.

Dat heeft grote negatieve consequenties. Vóór de financiële crisis investeerden de Europese risicokapitaalfondsen ongeveer 7 miljard euro per jaar in het mkb, terwijl de bedragen voor 2009 en 2010 in de orde van grootte van 3 tot 4 miljard euro lagen. Een geringere financiering van risicokapitaal heeft het aantal opstartinvesteringen door risicokapitaalfondsen danig beïnvloed: in 2007 hebben circa 3 000 mkb-bedrijven risicokapitaalfinanciering ontvangen tegen slechts 2 500 in 2010.

Met betrekking tot de toegevoegde waarde van de Unie kan een vermogensfaciliteit voor O&I een aanvulling vormen op de nationale regelingen die niet in grensoverschrijdende investeringen in O&I kunnen voorzien. De financiering in de vroege fasen van een onderneming kan ook een demonstratie-effect hebben waarvan publieke en private investeerders in Europas profijt kunnen trekken. In de groeifase van ondernemingen is het uitsluitend op Europees niveau mogelijk om de noodzakelijke schaalgrootte te creëren en de sterke participatie van private investeerders te bewerkstelligen die essentieel is voor het functioneren van een o risicokapitaalmarkt die zichzelf in stand kan houden.

Met betrekking tot de toegevoegde waarde van de Unie kan een vermogensfaciliteit voor O&I een aanvulling vormen op de nationale regelingen die niet in grensoverschrijdende investeringen in O&I kunnen voorzien. De financiering in de vroege fasen van een onderneming kan ook een demonstratie-effect hebben waarvan publieke en private investeerders in Europas profijt kunnen trekken. In de groeifase van ondernemingen is het uitsluitend op Europees niveau mogelijk om de noodzakelijke schaalgrootte te creëren en de sterke participatie van private investeerders te bewerkstelligen die essentieel is voor het functioneren van een o risicokapitaalmarkt die zichzelf in stand kan houden.

De schuld- en vermogensfaciliteiten zullen, in combinatie met een aantal begeleidende maatregelen, een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van Horizon 2020. Te dien einde zullen zij bestemd worden voor de consolidering en het verbeteren van de kwaliteit van het Europese wetenschapsfundament, voor het bevorderen van een door het bedrijfsleven aangestuurde agenda voor onderzoek en voor het aanpakken van de sociale uitdagingen, met een nadruk op activiteiten als proefprojecten, demonstraties, testopstellingen en marktintegratie.

De schuld- en vermogensfaciliteiten zullen, in combinatie met een aantal begeleidende maatregelen, een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van Horizon 2020. Te dien einde zullen zij bestemd worden voor de consolidering en het verbeteren van de kwaliteit van het Europese wetenschapsfundament, voor het bevorderen van een door het bedrijfsleven aangestuurde agenda voor onderzoek en voor het aanpakken van de sociale uitdagingen, met een nadruk op activiteiten als proefprojecten, demonstraties, testopstellingen en marktintegratie. Er moeten specifieke activiteiten ter ondersteuning van het mkb worden opgezet, bijvoorbeeld op het gebied van voorlichting en coaching. Bij de planning en de uitvoering van deze activiteiten moeten regionale overheden, mkb-verenigingen, kamers van koophandel en financiële intermediairs worden betrokken.

Daarnaast dienen zij ter ondersteuning van de O&I-doelstellingen van andere programma's en beleidsterreinen, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid, klimaatacties (de overgang naar een koolstofarme economie en de aanpassing aan de klimaatverandering) en het gemeenschappelijk visserijbeleid. Bovendien zal er een complementair effect met de nationale en regionale financiële instrumenten worden ontwikkeld binnen het gemeenschappelijk strategisch kader voor het cohesiebeleid, op welk punt een grotere rol voor financieringsinstrumenten is voorzien.

Daarnaast dienen zij ter ondersteuning van de O&I-doelstellingen van andere programma's en beleidsterreinen, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid, klimaatacties (de overgang naar een koolstofarme economie en de aanpassing aan de klimaatverandering) en het gemeenschappelijk visserijbeleid. Bovendien zal er een complementair effect met de nationale en regionale financiële instrumenten worden ontwikkeld binnen het gemeenschappelijk strategisch kader voor het cohesiebeleid, op welk punt een grotere rol voor financieringsinstrumenten is voorzien.

In de opzet van de financieringsinstrumenten zal op dit en op andere gebieden rekening gehouden worden met het aanpakken van de specifieke tekortkomingen, de relevante kenmerken (zoals de mate van dynamiek bij de oprichting van nieuwe bedrijven en de frequentie waarmee nieuwkomers de markt betreden) en de financieringsvoorwaarden op de markt. De begrotingstoewijzingen voor de instrumenten kunnen in de loop van Horizon 2020 aangepast worden als reactie op wijzigingen in de marktomstandigheden.

In de opzet van de financieringsinstrumenten zal op dit en op andere gebieden rekening gehouden worden met het aanpakken van de specifieke tekortkomingen, de relevante kenmerken (zoals de mate van dynamiek bij de oprichting van nieuwe bedrijven en de frequentie waarmee nieuwkomers de markt betreden) en de financieringsvoorwaarden op de markt. De begrotingstoewijzingen voor de instrumenten kunnen in de loop van Horizon 2020 aangepast worden als reactie op wijzigingen in de marktomstandigheden.

De vermogensfaciliteit en het mkb-onderdeel van de schuldfaciliteit worden geïmplementeerd als onderdeel van twee financiële instrumenten van de EU die vermogen en schuld verstrekken ter ondersteuning van O&I en groei in het mkb, in samenhang met de vermogens- en schuldfaciliteiten in het kader van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb.

De vermogensfaciliteit en het mkb-onderdeel van de schuldfaciliteit worden geïmplementeerd als onderdeel van twee financiële instrumenten van de EU die vermogen en schuld verstrekken ter ondersteuning van O&I en groei in het mkb, in samenhang met de vermogens- en schuldfaciliteiten in het kader van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb.

2.3. Grote lijnen van de activiteitens

2.3. Grote lijnen van de activiteitens

(a) De schuldfaciliteit voor schuldfinanciering voor O&I: ‘Union loan & guarantee service for research and innovation’

(a) De schuldfaciliteit voor schuldfinanciering voor O&I: ‘Union loan & guarantee service for research and innovation’

Doel is het verbeteren van de toegang tot schuldfinanciering — leningen, garanties, contragaranties en andere vormen van schuld- en risicofinanciering — voor publieke en private entiteiten en publiek-private partnerschappen die zich bezig houden met onderzoeks- en innovatieactiviteiten waarvoor risicodragende investeringen nodig zijn om tot wasdom te komen. De nadruk hierbij ligt op het ondersteunen van onderzoek en innovatie met veel potentie om resultaten van topniveau te behalen.

Doel is het verbeteren van de toegang tot schuldfinanciering — leningen, garanties, contragaranties en andere vormen van schuld- en risicofinanciering — voor publieke en private entiteiten en publiek-private partnerschappen die zich bezig houden met onderzoeks- en innovatieactiviteiten waarvoor risicodragende investeringen nodig zijn om tot wasdom te komen. De nadruk hierbij ligt op het ondersteunen van onderzoek en innovatie dat een groot risico inhoudt, maar dat ook veel potentie heeft om resultaten van topniveau te behalen. Wat het risicobeheer betreft, wordt er veeleer gekeken naar de risico's van het project dan naar de risico's ten aanzien van het bedrijf, zeker als het om een mkb-bedrijf gaat. Teneinde kritische massa op te bouwen en de innovatieketen in zijn geheel te benaderen, zullen zij vooral activiteiten ondersteunen die verband houden met andere in het kader van Horizon 2020 gefinancierde initiatieven, waaronder fase 3 van het nieuwe specifieke mkb-instrument.

 

Aangezien het een van de doelstellingen van Horizon 2020 is om de bestaande kloof tussen O&O en innovatie te helpen dichten door de intrede op de markt van nieuwe en verbeterde producten en diensten te bevorderen, en rekening houdende met de essentiële rol van conceptvalidaties in het proces voor kennisoverdracht, moet bepaald worden welke mechanismen gebruikt kunnen worden voor de financiering van de conceptvalidatiefase, die noodzakelijk is om het belang, de relevantie en de toekomstige innoverende impact van de resultaten van het onderzoek of de overgedragen uitvinding na te gaan.

De beoogde eindbegunstigden zijn juridische entiteiten van allerlei omvang, met name mkb-bedrijven, die geld kunnen lenen en terugbetalen om snel innovatieve activiteiten uit te voeren en groei te bewerkstelligen, evenals bijvoorbeeld midcap- en grote ondernemingen, universiteiten en onderzoeksinstellingen, onderzoeks- en innovatie-infrastructuren, publiek/private partnerschappen en special purpose vehicles of -projecten.

De beoogde eindbegunstigden zijn juridische entiteiten van allerlei omvang, met name mkb-bedrijven, die geld kunnen lenen en terugbetalen om snel innovatieve activiteiten uit te voeren en groei te bewerkstelligen, evenals bijvoorbeeld midcap- en grote ondernemingen, universiteiten en onderzoeksinstellingen, onderzoeks- en innovatie-infrastructuren, publiek/private partnerschappen en special purpose vehicles of -projecten.

De financiering van de schuldfaciliteit bestaat uit twee hoofdcomponenten:

De financiering van de schuldfaciliteit bestaat uit twee hoofdcomponenten:

(1) een door de vraag aangestuurde component: hierbij worden leningen en garanties verstrekt op basis van het beginsel 'wie het eerst komt, het eerst maalt', met specifieke ondersteuning voor begunstigden als het mkb en midcap-ondernemingen. Met deze component wordt ingespeeld op de gestage en continue groei in het volume aan RSFF-kredieten die door de vraag worden bepaald. In het mkb-onderdeel worden activiteiten ondersteund die gericht zijn op een betere toegang tot financiering voor het mkb en andere entiteiten die O&I- en/of innovatiegericht zijn.

(1) een door de vraag aangestuurde component: hierbij worden leningen en garanties verstrekt op basis van het beginsel 'wie het eerst komt, het eerst maalt', met specifieke ondersteuning voor begunstigden als het mkb en midcap-ondernemingen. Met deze component wordt ingespeeld op de gestage en continue groei in het volume aan RSFF-kredieten die door de vraag worden bepaald. In het mkb-onderdeel worden activiteiten ondersteund die gericht zijn op een betere toegang tot financiering voor het mkb en andere entiteiten die O&I- en/of innovatiegericht zijn, zoals financiering op basis van intellectuele eigendom of het gebruik van immateriële activa als onderpand.

(2) hierbij ligt de nadruk op beleid en sectoren die essentieel zijn voor het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen, op het vergroten van het concurrentievermogen, op het ondersteunen van een duurzame, koolstofarme en inclusieve groei, en op het beschikbaar stellen van ecologische en andere publieke goederen. Deze component zal ertoe bijdragen dat de Unie de onderzoeks- en innovatieaspecten van de sectorale beleidsdoelstellingen effectiever kan aanpakken.

(2) hierbij ligt de nadruk op beleid en sectoren die essentieel zijn voor het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen, op het vergroten van het concurrentievermogen, op het ondersteunen van een duurzame, koolstofarme en inclusieve groei, en op het beschikbaar stellen van ecologische en andere publieke goederen. Deze component zal ertoe bijdragen dat de Unie de onderzoeks- en innovatieaspecten van de sectorale beleidsdoelstellingen effectiever kan aanpakken.

(b) De vermogensfaciliteit om eigen vermogen voor O&I beschikbaar te stellen: ‘Union Equity Instruments for research and innovation’

(b) De vermogensfaciliteit om eigen vermogen voor O&I beschikbaar te stellen: ‘Union Equity Instruments for research and innovation’

Doel is de tekortkomingen op de Europese risicokapitaalmarkt te boven te komen en eigen vermogen en quasi-eigen vermogen beschikbaar te stellen om de ontwikkeling en financiële behoeften te dekken van innovatieve ondernemingen, vanaf de conceptfase tot aan de groei en uitbreiding van ondernemingen. Hierbij ligt de nadruk op het ondersteunen van de doelstellingen van Horizon 2020 en op aanverwante beleidsmaatregelen.

Doel is de tekortkomingen op de Europese risicokapitaalmarkt te boven te komen en eigen vermogen en quasi-eigen vermogen beschikbaar te stellen om de ontwikkeling en financiële behoeften te dekken van innovatieve ondernemingen, vanaf de conceptfase tot aan de groei en uitbreiding van ondernemingen. Hierbij ligt de nadruk op het ondersteunen van de doelstellingen van Horizon 2020 en op aanverwante beleidsmaatregelen.

De beoogde eindbegunstigden zijn ondernemingen van allerlei omvang die innovatieve activiteiten uitvoeren of voornemens zijn om dat te gaan doen, met een bijzondere nadruk op innovatieve mkb-bedrijven en midcap-ondernemingen.

De beoogde eindbegunstigden zijn ondernemingen van allerlei omvang die innovatieve activiteiten uitvoeren of voornemens zijn om dat te gaan doen, met een bijzondere nadruk op innovatieve mkb-bedrijven en midcap-ondernemingen.

De vermogensfaciliteit zal zich toespitsen op risicokapitaalfondsen voor aanloopinvesteringen die durfkapitaal en hybride kapitaal verstrekken (met inbegrip van mezzaninekapitaal) aan aparte particuliere ondernemingen. De faciliteit zal ook de mogelijkheid hebben om expansie- en groei-investeringen doen in samenhang met de vermogensfaciliteit voor groei in het kader van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb, om te zorgen voor een doorlopende ondersteuning bij het opstarten en de ontwikkeling van bedrijven.

De vermogensfaciliteit zal zich toespitsen op risicokapitaalfondsen voor investeringen die durfkapitaal en hybride kapitaal verstrekken (met inbegrip van mezzaninekapitaal) aan beginnende, aparte particuliere ondernemingen. De faciliteit zal ook de mogelijkheid hebben om expansie- en groei-investeringen doen in samenhang met de vermogensfaciliteit voor groei in het kader van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb, om te zorgen voor een doorlopende ondersteuning bij het opstarten en de ontwikkeling van bedrijven.

Het gebruik van de vermogensfaciliteit zal voornamelijk bepaald worden aan de hand van de vraag, een en ander op basis van een portefeuillemethode waarbij risicokapitaalfondsen en andere vergelijkbare intermediairs de ondernemingen selecteren waarin zij willen investeren.

Het gebruik van de vermogensfaciliteit zal voornamelijk bepaald worden aan de hand van de vraag, een en ander op basis van een portefeuillemethode waarbij risicokapitaalfondsen en andere vergelijkbare intermediairs de ondernemingen selecteren waarin zij willen investeren.

Er kunnen ook financiële middelen voor de ondersteuning van het realiseren van bepaalde beleidsdoelstellingen worden vastgelegd, voortbouwend op de positieve ervaringen van de geoormerkte gelden voor eco-innovatie in het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie.

Er worden ook financiële middelen voor de ondersteuning van het realiseren van bepaalde beleidsdoelstellingen vastgelegd, voortbouwend op de positieve ervaringen van de geoormerkte gelden voor eco-innovatie in het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, met bijzondere aandacht voor doelstellingen die verband houden met de vastgestelde maatschappelijke uitdagingen.

 

Het onderdeel conceptvalidatie moet de processen voor de overdracht van kennis en technologie in de precommerciële fases ondersteunen, en moet gebruikt worden om de innoverende impact van zulke overdracht op de markt in kaart te brengen en te vergroten, om zo de onzekerheid en de inherente risico’s die gepaard gaan met het overdragen van onderzoeksresultaten en uitvindingen uit publiek onderzoek naar de producerende sector te beperken.

Middels het opstartonderdeel, dat gericht is op de concept- en aanloopfasen van ondernemingen, kan geïnvesteerd worden in organisaties voor kennisuitwisseling, startkapitaalfondsen, grensoverschrijdende startkapitaalfondsen, medefinancieringsfaciliteiten van 'business angels', intellectuele eigendomsactiva, platforms voor de uitwisseling van en handel in intellectuele eigendomsrechten en risicokapitaalfondsen gericht op de eerste bedrijfsstadia.

Middels het opstartonderdeel, dat gericht is op de concept- en aanloopfasen van ondernemingen, kan geïnvesteerd worden in organisaties voor kennisuitwisseling, startkapitaalfondsen, grensoverschrijdende startkapitaal- en aanloopfondsen, medefinancieringsfaciliteiten van 'business angels', intellectuele eigendomsactiva, platforms voor de uitwisseling van en handel in intellectuele eigendomsrechten, risicokapitaalfondsen gericht op de eerste bedrijfsstadia en fondsen van opstartfondsen voor grensoverschrijdende activiteiten, eventueel gecombineerd met de vermogensfaciliteit voor groei van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb.

Het groeionderdeel doet expansie en groei-investeringen in samenhang met de vermogensfaciliteit voor groei in het kader van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb, met inbegrip van investeringen in 'fondsen-van-fondsen' die grensoverschrijdend werken en investeren in risicokapitaalfondsen die over het algemeen het thematische zwaartepunt op de ondersteuning van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie leggen.

Het groeionderdeel doet expansie en groei-investeringen in samenhang met de vermogensfaciliteit voor groei, met inbegrip van investeringen in particuliere en publieke 'fondsen-van-fondsen' die grensoverschrijdend werken en investeren in risicokapitaalfondsen die over het algemeen het thematische zwaartepunt op de ondersteuning van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie leggen.

Amendement  134

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 2 – punt 2.3 – letter b – alinea 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gezien de precaire situatie op de Europese markt van risicokapitaalfondsen en gezien de urgentie hiervan moet worden voorzien in de mogelijkheid om voor de start van de begrotingsperiode 2014-2020 bij wijze van proefproject een fonds van risicokapitaalfondsen op te richten.

Motivering

Risicokapitaal vormt een cruciale financieringsbron voor duizenden innovatieve startersondernemingen en mkb-bedrijven in Europa die een sterk groeipotentieel hebben, maar moeilijk toegang krijgen tot financiering van banken omdat hun weliswaar veelbelovende ondernemingsmodel nog nooit is uitgetest. In dit verband zou de oprichting, als proefproject, van een fonds van risicokapitaalfondsen kunnen helpen om het hefboomeffect van de EU-begroting te maximaliseren, wat belangrijk is in de strijd tegen de crisis.

Amendement  135

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 2 – punt 2.3 – letter b – alinea 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De vermogensfaciliteit om eigen vermogen beschikbaar te stellen functioneert samen met de vermogensfaciliteit voor groei als één enkel geïntegreerd financieringsinstrument van de EU dat ondernemingen risicokapitaal verstrekt met het oog op innovatie en groei, en dit van de conceptfase tot en met de groeifase.

Motivering

In de praktijk moeten de twee faciliteiten voor de ondersteuning van risicokapitaal (de ene uit hoofde van Horizon 2020, de andere uit hoofde van COSME) één enkel geïntegreerd financieringsinstrument vormen. Alleen zo kunnen zij doeltreffend functioneren en inspelen op de behoeften van de markt.

Amendement  136

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel II – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen

3. Innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen

3.1 Specifieke doelstelling

3.1 Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is het stimuleren van groei door middel van hogere innovatieniveaus in het mkb waarbij de uiteenlopende innovatiebehoeften voor alle soorten innovatie in de gehele innovatiecyclus worden bestreken waardoor meer snelgroeiende, internationaal actieve mkb-bedrijven worden gecreëerd.

De specifieke doelstelling is het stimuleren van duurzame economische groei door middel van hogere innovatieniveaus in het mkb waarbij de uiteenlopende innovatiebehoeften voor alle soorten innovatie in de gehele innovatiecyclus worden bestreken waardoor meer snelgroeiende, internationaal actieve mkb-bedrijven worden gecreëerd.

Gezien de centrale rol van het mkb in de Europese economie, zijn onderzoek en innovatie in die het mkb cruciaal voor het verbeteren van het concurrentievermogen en voor het bevorderen van de economische groei en de werkgelegenheid en dus ook voor het verwezenlijken van de doelstellingen van Europa 2020 en meer in het bijzonder van het vlaggenschipinitiatief 'Innovatie-Unie'.

Gezien de centrale rol van het mkb in de Europese economie, zijn onderzoek en innovatie in die het mkb cruciaal voor het verbeteren van het concurrentievermogen en voor het bevorderen van de economische groei en de werkgelegenheid en dus ook voor het verwezenlijken van de doelstellingen van Europa 2020 en meer in het bijzonder van het vlaggenschipinitiatief 'Innovatie-Unie'.

Ondanks hun belangrijke aandeel in de economie en werkgelegenheid en significante innovatiepotentieel hebben mkb-bedrijven vanwege hun omvang problemen om innovatiever en concurrerender te werk te gaan. Hoewel Europa een vergelijkbaar aantal startersondernemingen telt als in de Verenigde Staten van Amerika, is het voor Europese mkb-bedrijven veel moeilijker om tot grote bedrijven uit te groeien dan voor hun Amerikaanse tegenhangers. Door de geïnternationaliseerde bedrijfsomgeving met waardeketens die steeds nauwer met elkaar verbonden zijn, wordt de druk op het mkb nog verder vergroot. Mkb-bedrijven moeten hun innovatiecapaciteit vergroten. Zij moeten sneller en in grotere mate nieuwe kennis en bedrijfsideeën genereren, integreren en op de markt brengen om succesvol te kunnen concurreren op de zich snel ontwikkelende mondiale markten. De uitdaging bestaat erin om meer innovatie in het mkb te stimuleren met het oog op het vergroten van hun concurrentievermogen en groei.

Ondanks hun belangrijke aandeel in de economie en werkgelegenheid en significante innovatiepotentieel hebben mkb-bedrijven allerlei problemen om innovatiever en concurrerender te werk te gaan, waaronder een gebrek aan financiële middelen en toegang tot financiering, een gebrek aan expertise op het gebied van innovatiebeheer, onvoldoende networking en samenwerking met externe actoren en onvoldoende gebruik van overheidsopdrachten om innovatie in het mkb te bevorderen. Hoewel Europa een vergelijkbaar aantal startersondernemingen telt als in de Verenigde Staten van Amerika, is het voor Europese mkb-bedrijven veel moeilijker om tot grote bedrijven uit te groeien dan voor hun Amerikaanse tegenhangers. Door de geïnternationaliseerde bedrijfsomgeving met waardeketens die steeds nauwer met elkaar verbonden zijn, wordt de druk op het mkb nog verder vergroot. Mkb-bedrijven moeten hun innovatie- en onderzoekscapaciteit vergroten. Zij moeten sneller en in grotere mate nieuwe kennis en bedrijfsideeën genereren, integreren en op de markt brengen om succesvol te kunnen concurreren op de zich snel ontwikkelende mondiale markten. De uitdaging bestaat erin om meer innovatie in het mkb te stimuleren met het oog op het vergroten van hun concurrentievermogen en duurzaamheid.

De voorgestelde acties zijn bedoeld om het nationale en regionale beleid voor bedrijfsinnovaties en de bijbehorende programma's aan te vullen, om de samenwerking tussen mkb-bedrijven en andere voor de innovatie relevante partijen te bevorderen, om de kloof te dichten tussen onderzoek/ontwikkeling en een geslaagde introductie op de markt, om een meer innovatievriendelijke bedrijfsomgeving te creëren (met inbegrip van maatregelen gericht op de vraagzijde) en om nieuwe technologieën, markten en bedrijfsmodellen te ondersteunen rekening houdend met het veranderende karakter van innovatieprocessen.

De voorgestelde acties zijn bedoeld om het nationale en regionale beleid voor bedrijfsinnovaties en de bijbehorende programma's aan te vullen, om de samenwerking tussen mkb-bedrijven en andere voor de innovatie relevante partijen te bevorderen, om de kloof te dichten tussen onderzoek/ontwikkeling en een geslaagde introductie op de markt, om een meer innovatievriendelijke bedrijfsomgeving te creëren (met inbegrip van maatregelen gericht op de vraagzijde) en andere maatregelen die erop gericht zijn de overdracht van publiek onderzoek naar de producerende sector te versterken en om nieuwe technologieën, markten en bedrijfsmodellen te ondersteunen rekening houdend met het veranderende karakter van innovatieprocessen.

Om meer synergieën en een coherentere aanpak te waarborgen, zullen er sterke koppelingen met het specifieke bedrijfsbeleid van de Unie worden gecreëerd, met name met het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb en de financiering in het kader van het Cohesiebeleid.

Om meer synergieën en een coherentere aanpak te waarborgen, zullen er sterke koppelingen met het specifieke bedrijfsbeleid van de Unie worden gecreëerd, met name met het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en het mkb en de financiering in het kader van het Cohesiebeleid.

3.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

3.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Mkb-bedrijven zijn een van de belangrijke motoren voor innovatie omdat zij in staat zijn nieuwe ideeën snel en efficiënt in succesvolle commerciële toepassingen om te zetten. Zij fungeren als een belangrijk kanaal voor kennisoverloopeffecten waardoor onderzoeksresultaten ook daadwerkelijk op de markt geïntegreerd worden. In de afgelopen twintig jaar is gebleken dat hele sectoren vernieuwd en nieuwe industrieën gecreëerd zijn dankzij innovatieve mkb-bedrijven. Snelgroeiende ondernemingen zijn essentieel voor de ontwikkeling van opkomende industrieën en voor het versnellen van de structurele veranderingen die Europa nodig heeft om uit te groeien tot een op kennis gebaseerde, koolstofarme economie met een duurzame groei en hoogwaardige banen.

Mkb-bedrijven zijn een van de belangrijke motoren voor innovatie omdat zij in staat zijn nieuwe ideeën snel en efficiënt in succesvolle commerciële toepassingen om te zetten. Zij fungeren als een belangrijk kanaal voor kennisoverloopeffecten waardoor onderzoeksresultaten ook daadwerkelijk op de markt geïntegreerd worden. In de afgelopen twintig jaar is gebleken dat hele sectoren vernieuwd en nieuwe industrieën gecreëerd zijn dankzij innovatieve mkb-bedrijven. Snelgroeiende ondernemingen zijn essentieel voor de ontwikkeling van opkomende industrieën en voor het versnellen van de structurele veranderingen die Europa nodig heeft om uit te groeien tot een op kennis gebaseerde, koolstofarme economie met een duurzame groei en hoogwaardige banen.

Mkb-bedrijven kunnen in alle sectoren van de economie worden aangetroffen. Zij vormen in Europa vergelijking met andere regio's in de wereld, zoals de Verenigde Staten van Amerika, een veel belangrijker onderdeel van de economie. Alle soorten mkb-bedrijven zijn tot innovatie in staat. Zij moeten echter wel gestimuleerd en ondersteund worden om in onderzoek en innovatie te investeren. Als dat gebeurt, moeten zij in staat zijn profijt te trekken van het volledige innovatieve potentieel van de interne markt en de EER om nieuwe commerciële mogelijkheden in Europa en daarbuiten te creëren en om een bijdrage te leveren aan het vinden van oplossingen voor de belangrijke maatschappelijke uitdagingen.

Mkb-bedrijven kunnen in alle sectoren van de economie worden aangetroffen. Zij vormen in Europa vergelijking met andere regio's in de wereld, zoals de Verenigde Staten van Amerika, een veel belangrijker onderdeel van de economie. Alle soorten mkb-bedrijven zijn tot innovatie in staat. Zij moeten echter wel ondersteund worden om in onderzoek en innovatie te investeren en om hun capaciteit voor innovatiebeheer te versterken. Als dat gebeurt, moeten zij in staat zijn profijt te trekken van het volledige innovatieve potentieel van de interne markt en de EER om nieuwe commerciële mogelijkheden in Europa en daarbuiten te creëren en om een bijdrage te leveren aan het vinden van oplossingen voor de belangrijke maatschappelijke uitdagingen.

Door participatie in onderzoek en innovatie van de Unie worden de O&O- en technische capaciteiten van het mkb versterkt, worden hun mogelijkheden om nieuwe kennis te genereren, te integreren en toe te passen vergroot en de economische exploitatie van nieuwe oplossingen verbeterd, wordt een impuls gegeven aan de innovatie van producten, diensten en bedrijfsmodellen, wordt het uitbreiden van de bedrijfsactiviteiten op de markt bevorderd en krijgen tot slot de kennisnetwerken van het mkb een internationaler karakter. Mkb-bedrijven die gekenmerkt worden door een goed innovatiebeheer waarbij zij vaak gebruik maken van externe expertise en vaardigheden, presteren beter dan andere mkb-bedrijven.

Door participatie in onderzoek en innovatie van de Unie worden de O&O- en technische capaciteiten van het mkb versterkt, worden hun mogelijkheden om nieuwe kennis te genereren, te integreren en toe te passen vergroot en de economische exploitatie van nieuwe oplossingen verbeterd, wordt een impuls gegeven aan de innovatie van producten, diensten en bedrijfsmodellen, wordt het uitbreiden van de bedrijfsactiviteiten op de markt bevorderd en krijgen tot slot de kennisnetwerken van het mkb een internationaler karakter. Mkb-bedrijven die gekenmerkt worden door een goed innovatiebeheer waarbij zij vaak gebruik maken van externe expertise en vaardigheden, presteren beter dan andere mkb-bedrijven. Het mkb speelt tevens een sleutelrol als ontvanger en begunstigde van kennis- en technologieoverdracht, doordat het ervoor zorgt dat de innovatie die voortvloeit uit het onderzoek dat in universiteiten, publieke onderzoeksinstellingen en bepaalde mkb-bedrijven wordt verricht, op de markt terechtkomt.

De grensoverschrijdende samenwerking vormt een belangrijk element van de innovatiestrategie van het mkb om de problemen als gevolg van hun beperktere omvang op te lossen, bijvoorbeeld bij de toegang tot technologische en wetenschappelijke competenties en nieuwe markten. Die samenwerking levert een bijdrage aan het transformeren van ideeën in winst en bedrijfsgroei, hetgeen vervolgens weer tot een toename van de particuliere investeringen in onderzoek en innovatie leidt.

De grensoverschrijdende samenwerking vormt een belangrijk element van de innovatiestrategie van het mkb om de problemen als gevolg van hun beperktere omvang op te lossen, bijvoorbeeld bij de toegang tot technologische en wetenschappelijke competenties en nieuwe markten. Die samenwerking levert een bijdrage aan het transformeren van ideeën in winst en bedrijfsgroei, hetgeen vervolgens weer tot een toename van de particuliere investeringen in onderzoek en innovatie leidt. Opleiding voor en technologieoverdracht naar mkb-bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de versterking van hun concurrentie- en innovatievermogen.

Regionale en nationale programma's voor onderzoek en innovatie spelen, vaak ondersteund door het Europese cohesiebeleid, een essentiële rol bij het bevorderen van de ontwikkeling van het mkb. De middelen van het cohesiebeleid spelen hierbij een wezenlijk rol door het opbouwen van capaciteiten en door het geven van een duwtje in de rug op weg naar een kwaliteitsverbetering bij die mkb-bedrijven waardoor zij in staat zijn om excellente projecten te ontwikkelen die in aanmerking kunnen komen voor financiering uit hoofde van Horizon 2020. Niettemin verstrekken slechts een paar nationale en regionale programma's financiering voor transnationaal onderzoek en innovatieve activiteiten van het mkb, voor de verspreiding en toepassing in de hele Unie van innovatieve oplossingen of voor grensoverschrijdende ondersteunende innovatiediensten. De uitdaging is om het mkb steun te verlenen zonder deze tot bepaalde thema's te beperken zodat zij in staat zijn om internationale projecten te realiseren die passen binnen de innovatieve strategieën van de betrokken ondernemingen. Dat betekent dat er acties op EU-niveau noodzakelijk zijn ter aanvulling van de activiteiten op regionaal en nationaal niveau om hun effect te vergroten en de ondersteunende onderzoeks- en innovatiesystemen te ontsluiten.

Regionale en nationale programma's voor onderzoek en innovatie spelen, vaak ondersteund door het Europese cohesiebeleid, een essentiële rol bij het bevorderen van de ontwikkeling van het mkb. De middelen van het cohesiebeleid spelen hierbij een wezenlijk rol door het opbouwen van capaciteiten en door het geven van een duwtje in de rug op weg naar een kwaliteitsverbetering bij die mkb-bedrijven waardoor zij in staat zijn om excellente projecten te ontwikkelen die in aanmerking kunnen komen voor financiering uit hoofde van Horizon 2020. Niettemin verstrekken slechts een paar nationale en regionale programma's financiering voor transnationaal onderzoek en innovatieve activiteiten van het mkb, voor de verspreiding en toepassing in de hele Unie van innovatieve oplossingen of voor grensoverschrijdende ondersteunende innovatiediensten. De uitdaging is om het mkb steun te verlenen zonder deze tot bepaalde thema's te beperken zodat zij in staat zijn om internationale projecten te realiseren die passen binnen de innovatieve strategieën van de betrokken ondernemingen. Dat betekent dat er acties op EU-niveau noodzakelijk zijn ter aanvulling van de activiteiten op regionaal en nationaal niveau om hun effect te vergroten en de ondersteunende onderzoeks- en innovatiesystemen te ontsluiten.

3.3. Grote lijnen van de activiteiten

3.3. Grote lijnen van de activiteiten

(a) Integratie van de ondersteuning van het mkb

(a) Ondersteuning van het mkb door middel van een specifiek mkb-instrument

Mkb-bedrijven dienen in het kader van alle aspecten van Horizon 2020 ondersteund te worden. Te dien einde zal er via een specifiek mkb-instrument gefaseerde en naadloze steun worden vertrekt die de gehele innovatiecyclus bestrijkt. Het mkb-instrument is voor alle soorten innovatieve mkb-bedrijven bedoeld die een sterke ambitie aan de dag leggen wat hun ontwikkeling, groei en internationalisering betreft. Er wordt steun verleend voor alle vormen van innovatie, met inbegrip van innovatie in de dienstverlening, niet-technologische innovatie en sociale innovatie. Doel is om het innovatiepotentieel van het mkb te ontwikkelen en te exploiteren door de financieringsbereidheid te vergroten in de zeer risicovolle eerste onderzoeks- en innovatiefasen, door innovaties te stimuleren en door de marktexploitatie van de onderzoekresultaten door de particuliere sector te bevorderen.

Er zal via een specifiek mkb-instrument gefaseerde en naadloze steun worden verstrekt die de gehele innovatiecyclus bestrijkt. Het mkb-instrument is voor alle soorten innovatie in mkb-bedrijven bedoeld die een sterke ambitie aan de dag leggen om te ontwikkelen, te groeien, te internationaliseren en te innoveren, met bijzondere aandacht voor startersondernemingen, spin-offs en snel groeiende mkb-bedrijven. De mkb-bedrijven zullen dus de voornaamste doelgroep vormen, maar zullen worden aangemoedigd om samen te werken met onderzoeksinstellingen en andere bedrijven. Er wordt steun verleend voor alle vormen van innovatie, met inbegrip van innovatie in de dienstverlening, niet-technologische innovatie en sociale innovatie, aangezien elke activiteit een duidelijke Europese meerwaarde heeft. Doel is om het innovatiepotentieel van het mkb te ontwikkelen en te exploiteren door de financieringsbereidheid te vergroten in de zeer risicovolle eerste onderzoeks- en innovatiefasen, door innovaties te stimuleren en door de marktexploitatie van de onderzoekresultaten door de particuliere sector te bevorderen. Het instrument biedt een kwaliteitslabel voor succesvolle mkb-bedrijven met het oog op hun kandidatuur voor overheidsopdrachten.

 

Het instrument zal worden gekenmerkt door een centrale beheerstructuur, een beperkte administratie en één enkel contactpunt. Bij de implementatie van het instrument wordt een 'bottom-up'-benadering gevolgd, met open cellen.

 

Er zullen specifieke diensten ter ondersteuning van innovatie in de aan het mkb-instrument deelnemende bedrijven worden opgezet, op basis van bestaande structuren zoals het Enterprise Europe Network en andere dienstverleners uit de innovatiesector, en met aandacht voor mentorschaps- en begeleidingsregelingen.

Alle specifieke doelstellingen voor de maatschappelijke uitdagingen en voor het leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën zijn op dit specifieke KMO-instrument van toepassing en in het kader van beide initiatieven zullen hieraan ook financiële middelen worden toegewezen.

Alle specifieke doelstellingen voor de maatschappelijke uitdagingen en voor het leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën zijn op dit specifieke mkb-instrument van toepassing. Het instrument zorgt voor de flexibiliteit die nodig is om mkb-bedrijven te laten deelnemen aan onderzoeksprojecten voor de duur van een project of voor een kortere periode.

 

Het mkb-instrument kan ook fungeren als instrument voor precommerciële aanbesteding of aanbesteding van innovatieve oplossingen

(b) Ondersteunen van onderzoeksintensieve mkb-bedrijven

(b) Ondersteunen van onderzoeksintensieve mkb-bedrijven

Doel is om de marktgerichte innovatie te bevorderen van mkb-bedrijven die O&O-activiteiten uitvoeren. Er zal een specifieke actie op onderzoeksintensieve mkb-bedrijven in high-techsectoren worden gericht die over een aantoonbaar potentieel beschikken om de projectresultaten commercieel te exploiteren.

Doel is om de marktgerichte innovatie te bevorderen van mkb-bedrijven die O&O-activiteiten uitvoeren. Er zal een specifieke actie op onderzoeksintensieve mkb-bedrijven in high-techsectoren worden gericht die over een aantoonbaar potentieel beschikken om de projectresultaten commercieel te exploiteren.

(c) Verbeteren van de innovatiecapaciteit van het mkb

(c) Mainstreaming van de mkb-steun en versterking van de innovatiecapaciteit van het mkb

Het bevorderen van activiteiten ter uitvoering van specifieke mkb-maatregelen in het kader van Horizon 2020 dan wel van activiteiten die een aanvulling hierop vormen, zullen ondersteund worden om met name de innovatiecapaciteit van het mkb te vergroten.

Mkb-bedrijven worden in alle aspecten van Horizon 2020 ondersteund. Het bevorderen van activiteiten ter uitvoering van specifieke mkb-maatregelen in het kader van Horizon 2020 dan wel van activiteiten die een aanvulling hierop vormen en van activiteiten die voor betere voorwaarden voor mkb-bedrijven zorgen, zullen met het oog hierop ondersteund worden om met name de innovatiecapaciteit van het mkb te vergroten, waaronder door middel van het ter beschikking stellen van financiering voor de participatie van Europese instituten voor toegepast onderzoek bij met afzonderlijke mkb-bedrijven overeengekomen projecten.

(d) Ondersteunen van marktgerichte innovaties

(d) Ondersteunen van marktgerichte innovaties

Het ondersteunen van marktgerichte innovaties om de kadervoorwaarden voor innovaties te verbeteren teneinde met name de specifieke barrières te elimineren die de groei van innovatieve mkb-bedrijven belemmeren.

Het ondersteunen van marktgerichte innovaties om de kadervoorwaarden voor innovaties te verbeteren, en het aanpakken van met name de specifieke barrières die de groei van innovatie in mkb-bedrijven belemmeren, en het invoeren van een innovatieclausule die het mogelijk maakt om mkb-bedrijven die innovatieve producten aanbieden te selecteren.

 

(d bis) Steun voor de overdracht van kennis en technologie tussen publiek onderzoek en de markt.

 

Ondersteunen van overdrachtsprocessen tussen publieke onderzoeksinstellingen en innoverende mkb-bedrijven, teneinde op een doeltreffende manier te waarborgen dat de onderzoeksresultaten en de uitvindingen die gegenereerd worden in universiteiten, onderzoekscentra en bepaalde mkb-bedrijven, op de markt terechtkomen.

Amendement  137

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel III – punt -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1. Wetenschap met en voor de samenleving: een horizontale uitdaging

 

-1.1. Specifieke doelstelling

 

De specifieke doelstelling bestaat erin een effectieve samenwerking tot stand te brengen tussen de wetenschap en de samenleving, om nieuw talent te rekruteren voor wetenschappelijke beroepen en om excellente wetenschap te koppelen aan maatschappelijk bewustzijn en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

 

De snelle vooruitgang van het moderne wetenschappelijke onderzoek en de innovatie hebben belangrijke ethische, juridische en maatschappelijke vraagstukken opgeworpen in het kader waarvan de wetenschap en de samenleving nauwer moeten samenwerken en zich sterker moeten inzetten.

 

Om de juiste oplossingen te kunnen vinden om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee Europa momenteel geconfronteerd wordt, moeten zoveel mogelijk verschillende actoren betrokken worden bij het onderzoeks- en innovatieproces. De samenwerking tussen wetenschap en samenleving is traditioneel altijd beperkt gebleven tot een top-down overdracht van kennis in één richting: van deskundigen op burgers. Als we willen evolueren naar een open, doeltreffende en democratische kennismaatschappij, moet de overstap gemaakt worden naar een tweerichtingsdialoog en actieve samenwerking, die verder reikt dan het traditionele wetenschapsonderricht of de huidige opvatting dat burgers enkel consumenten van wetenschappelijke bevindingen zijn. Deze dialoog en actieve samenwerking zullen er ongetwijfeld toe leiden dat de wetenschap en de innovatiesector in de toekomst op een meer verantwoordelijke manier te werk zullen gaan.

 

De Unie heeft al haar talenten nodig om haar concurrentievermogen in de mondiale economie te vergroten. Om de 1 miljoen extra onderzoekers te vinden die Europa tegen 2020 nodig heeft om de doelstelling van een O&O-intensiteit van 3% van het bbp te bereiken, moeten jongeren in de Unie een loopbaan in de wetenschap nastreven en moeten er diverse arbeidskrachten van beide geslachten worden aangetrokken.

 

Het is de laatste tijd echter steeds moeilijker om een groter deel van de jongeren warm te maken voor wetenschap en technologie, en het is een steeds groter probleem in Europa dat getalenteerde jongeren niet voor een loopbaan in die sectoren kiezen. Voorts is het eveneens noodzakelijk om ervoor te zorgen dat mensen die voor een wetenschappelijke of technologische loopbaan gekozen hebben, enthousiast en gemotiveerd blijven en de kans krijgen om zichzelf te ontplooien, zonder dat zij daarvoor uit hun discipline moeten stappen.

 

Het evenwicht tussen mannen en vrouwen is ook duidelijk verstoord in de wetenschappelijke sector. Als Europa ervoor wil zorgen dat het een doeltreffend en efficiënt onderzoeks- en innovatieprogramma financiert, moet het bijzondere aandacht schenken aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap en aan het feit dat genderverschillen onvoldoende worden meegenomen in onderzoek.

 

-1.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

 

Betere samenwerking tussen wetenschap en samenleving met het oog op meer maatschappelijke en politieke steun voor wetenschap en technologie in alle lidstaten wordt een steeds belangrijker probleem, dat enkel aangescherpt wordt door de huidige economische crisis. In democratische samenlevingen moet er, om van wetenschap een prioriteit te maken bij overheidsinvesteringen, een groot maatschappelijk en politiek draagvlak zijn waarbinnen wetenschap hoog aangeschreven staat, moeten mensen op de hoogte zijn van de processen die worden toegepast en moeten zij de bijdrage van wetenschap aan kennis, de samenleving en economische vooruitgang weten te erkennen.

 

Dit kan alleen worden bewerkstelligd als er een succesvolle, rijke dialoog en actieve samenwerking tussen wetenschap en samenleving worden opgezet met het oog op een meer verantwoordelijke wetenschap en de ontwikkeling van beleid dat relevanter is voor de burgers.

 

Bovendien zal het op dergelijke interactieve wijze bevorderen van een wetenschapscultuur in Europa de democratische waarden versterken en de belangstelling voor wetenschap en technologie helpen aanscherpen. De kracht van het Europees wetenschaps- en technologiestelsel is afhankelijk van zijn vermogen om talent en ideeën van waar dan ook te benutten.

 

-1.3. Grote lijnen van de activiteitens

 

De te treffen maatregelen moeten erop gericht zijn nieuw talent warm te maken voor wetenschappelijke en technologische studies in Europese samenlevingen en moeten de genderkloof bij het personeel dat actief is in de wetenschappelijke sector in de EU dichten. Er wordt tevens voorzien in steun om onze capaciteit te vergroten om wetenschappelijke en technologische kennis en methodes te integreren in besluitvormingsprocessen, mechanismen te ontwikkelen waarmee de maatschappelijke waardering van wetenschappelijke studierichtingen vergroot en verruimd kan worden, en dat ethische en sociale waarden meegenomen worden in het hele innovatieproces.

 

De activiteiten zijn erop gericht:

 

(a) wetenschappelijke en technologische loopbanen aantrekkelijk te maken voor jongeren, en duurzame interactie tussen scholen, onderzoeksinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties te bevorderen;

 

(b) de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen door middel van steun voor veranderingen op het gebied van: (i) de organisatie van onderzoeksinstellingen en (ii) de opzet van onderzoekprogramma's. Dit omvat de verschillende dimensies van gendergelijkheid, met name: waarborgen voor gelijkheid in onderzoeksloopbanen en besluitvormingsprocessen, en inachtneming van de genderdimensie bij de inhoud van onderzoek en innovatie;

 

(c) de maatschappelijke dimensie te integreren in wetenschap en innovatie om rekening te houden met de belangen en waarden van burgers, en de kwaliteit, de relevantie, de acceptatie en de duurzaamheid van de resultaten van onderzoek en innovatie te vergroten;

 

(d) burgers er door middel van formeel en informeel wetenschapsonderricht toe aan te sporen zich voor wetenschap te interesseren, en de verspreiding van op wetenschap stoelende activiteiten te bevorderen, in het bijzonder in wetenschapscentra en via andere geëigende kanalen;

 

(e) de vrije toegang tot wetenschappelijke resultaten en gegevens te bevorderen om de wetenschappelijke excellentie en het economische concurrentievermogen te vergroten;

 

(f) de governance zo uit te werken dat alle belanghebbenden (onderzoekers, overheidsinstanties, het bedrijfsleven en organisaties van het maatschappelijk middenveld) werken aan de ontwikkeling van verantwoordelijk onderzoek en verantwoordelijke innovatie waarbij aandacht besteed wordt aan de behoeften en de vraag van de samenleving; bevordering van een ethisch kader voor onderzoek en innovatie;

 

(g) de kennis over wetenschappelijke communicatie te vergroten om de kwaliteit en doeltreffendheid van contacten tussen wetenschappers, algemene media en de bevolking te verbeteren.

Amendement  138

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel III – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gezondheid, demografische verandering en welzijn

1. Gezondheid, demografische verandering en welzijn

1.1. Specifieke doelstelling

1.1. Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is de gezondheid en het welbevinden van iedereen, gedurende het hele leven, te verbeteren.

De specifieke doelstelling is de gezondheid en het welbevinden van iedereen, gedurende het hele leven, te verbeteren.

Gezondheid en welzijn voor iedereen gedurende het hele leven, hoogwaardige en economisch duurzame gezondheidszorg- en zorgstelsels en mogelijkheden voor nieuwe banen en groei vormen in het kader van deze uitdagingen de doelstellingen van de ondersteuning van onderzoek en innovatie en zij zullen een belangrijke bijdrage leveren aan Europa 2020.

Gezondheid en welzijn voor iedereen gedurende het hele leven, hoogwaardige en economisch duurzame, veilige en zekere gezondheidszorg- en zorgstelsels met waarborgen betreffende welzijn, en oplossingen tot behoud van de autonomie van een vergrijzende bevolking en mogelijkheden voor nieuwe banen en groei vormen in het kader van deze uitdagingen de doelstellingen van de ondersteuning van onderzoek en innovatie en zij zullen een belangrijke bijdrage leveren aan Europa 2020.

De kosten van maatschappelijke en gezondheidszorgstelsels in de EU stijgen: zorg- en preventiemaatregelen voor alle leeftijden worden steeds duurder, het aantal Europeanen boven de 65 zal tussen 2008 en 2060 naar verwachting nagenoeg verdubbelen van 85 miljoen tot 151 miljoen en het aantal mensen boven de tachtig in diezelfde periode van 22 tot 61 miljoen. Als we deze kosten willen terugdringen of voorkomen dat ze onhoudbaar worden, zullen we er, onder andere, zo veel mogelijk voor moeten zorgen dat de gezondheid en het welzijn van iedereen gedurende het hele leven op peil blijft. In dat kader moeten we zorgen voor een doelmatige preventie, behandeling en beheersing van ziekte en handicaps.

Het elimineren van ongelijkheden op het vlak van gezondheid is een belangrijke uitdaging in Europa aangezien ze toenemen terwijl de kosten van maatschappelijke en gezondheidszorgstelsels in de EU stijgen: zorg- en preventiemaatregelen voor alle leeftijden worden steeds duurder, het aantal Europeanen boven de 65 zal tussen 2008 en 2060 naar verwachting nagenoeg verdubbelen van 85 miljoen tot 151 miljoen en het aantal mensen boven de tachtig in diezelfde periode van 22 tot 61 miljoen. De stijgende kosten houden ook verband met discriminatie op grond van handicap en met het bestaan van fysieke en sociale drempels voor mensen met een handicap. Als we deze kosten willen terugdringen of voorkomen dat ze onhoudbaar worden, zullen we, onder andere, de burgers beter moeten informeren en hen aanmoedigen om verantwoordelijk om te springen met hun gezondheid, teneinde ervoor te zorgen dat de gezondheid en het welzijn van iedereen gedurende het hele leven op peil blijft. In dat kader moeten we zorgen voor een doelmatige preventie, behandeling en beheersing van ziekte en handicaps. Een gestage ontwikkeling die enkel gebaseerd is op de kennis die momenteel beschikbaar is, beantwoordt niet aan die behoeften; er moet op zoek gegaan worden naar radicale nieuwe ideeën en kennis, die ook moeten worden toegepast. Om de uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, moet er nauw samengewerkt worden tussen academici, de sector, aanbieders van gezondheidszorg en toezichthoudende instanties.

Chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, neurologische en geestelijke gezondheidsstoornissen, overgewicht en obesitas en diverse functionele beperkingen zijn belangrijke oorzaken van handicaps, gezondheidsproblemen en voortijdig overlijden en brengen aanzienlijke sociale en economische kosten met zich mee.

Chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, ademhalings-, reumatische en musculoskeletale aandoeningen, neurodegeneratieve en auto-immuunziekten, neurologische en geestelijke gezondheidsstoornissen, overgewicht en obesitas en diverse functionele beperkingen zijn belangrijke oorzaken van handicaps, gezondheidsproblemen en voortijdig overlijden en brengen aanzienlijke sociale en economische kosten met zich mee. Om doeltreffende preventiestrategieën te kunnen opstellen voor andere – met name neurodegeneratieve – aandoeningen, moet er niettemin aanzienlijk méér onderzoek gebeuren naar de oorzaken van deze aandoeningen en moet er worden gestreefd naar een betere vroegtijdige diagnosticering en meer behandelingsmogelijkheden.

Hart- en vaatziekten leiden in de Unie jaarlijks tot meer dan twee miljoen doden en dit kost de economie meer dan 192 miljard euro terwijl kanker verantwoordelijk is voor een kwart van alle sterfgevallen en doodsoorzaak nummer één is onder mensen tussen de 45 en 64 jaar. Meer dan 27 miljoen mensen in de Unie lijden aan diabetes en de totale kosten van hersenaandoeningen (waaronder begrepen, maar niet beperkt tot, aandoeningen die van invloed zijn op de geestelijke gezondheid) bedragen naar schatting 800 miljard euro. Milieufactoren, levensstijl en sociaaleconomische factoren spelen een belangrijke rol bij veel van deze aandoeningen. Tot wel een derde van de wereldwijde ziektelast staat hier naar schatting mee in verband.

Hart- en vaatziekten leiden in de Unie jaarlijks tot meer dan twee miljoen doden en dit kost de economie meer dan 192 miljard euro terwijl kanker verantwoordelijk is voor een kwart van alle sterfgevallen en doodsoorzaak nummer één is onder mensen tussen de 45 en 64 jaar. Meer dan 27 miljoen mensen in de Unie lijden aan diabetes en meer dan 120 miljoen mensen hebben reumatische en musculoskeletale aandoeningen. De totale kosten van hersenaandoeningen (waaronder begrepen, maar niet beperkt tot, aandoeningen die van invloed zijn op de geestelijke gezondheid) bedragen naar schatting 800 miljard euro. Dit cijfer zal sterk blijven stijgen, grotendeels als gevolg van de vergrijzing van de Europese bevolking en de daarmee gepaard gaande toename van het aantal neurodegeneratieve aandoeningen. Milieufactoren, levensstijl en sociaaleconomische factoren spelen een belangrijke rol bij veel van deze aandoeningen. Tot wel een derde van de wereldwijde ziektelast staat hier naar schatting mee in verband. Naar schatting zo'n 165 miljoen mensen in de Unie lijden aan depressies en de kosten hiervan bedragen 118 miljard euro. Om doeltreffende preventiestrategieën te kunnen opstellen voor onder andere neurodegeneratieve aandoeningen moet er eerst aanzienlijk méér onderzoek gebeuren naar de oorzaken van deze aandoeningen en moet er worden gestreefd naar een betere vroegtijdige diagnosticering en meer behandelingsmogelijkheden, waaronder, indien van toepassing, geavanceerde therapieën op maat van de patiënt.

 

Zeldzame ziekten zijn nog altijd een grote uitdaging; ze treffen ongeveer 30 miljoen mensen in heel Europa. Aangezien er in elke afzonderlijke lidstaat te weinig gevallen zijn om effectief onderzoek toe te laten, is de uitwerking van doeltreffende behandelingen alleen mogelijk als de lidstaten onderling samenwerken.

 

Ziektes bij kinderen, inclusief te vroeg geboren kinderen.

 

Voor de Europese Unie is de gezondheid van kinderen een kernprioriteit. Net zoals voor zeldzame ziekten is een gemeenschappelijke Europese strategie op dit gebied een noodzakelijke voorwaarde om tot effectief onderzoek en doeltreffende behandelingen te komen.

Besmettelijke ziekten (bijvoorbeeld hiv/aids, tuberculose en malaria) zijn een wereldwijd probleem dat verantwoordelijk is voor 41 % van de 1,5 miljard voor beperkingen gecorrigeerde levensjaren in de wereld, waarvan Europa 8 % voor zijn rekening neemt. Ook moeten we ons voorbereiden op opkomende epidemieën en de bedreiging door een toenemende resistentie tegen antibiotica.

Besmettelijke ziekten (bijvoorbeeld hiv/aids, tuberculose, malaria en verwaarloosde ziekten) zijn een wereldwijd probleem dat verantwoordelijk is voor 41 % van de 1,5 miljard voor beperkingen gecorrigeerde levensjaren in de wereld, waarvan Europa 8 % voor zijn rekening neemt. Ook moeten we ons voorbereiden op opkomende epidemieën en weer opduikende besmettelijke ziekten, alsook op de bedreiging door een toenemende resistentie tegen antibiotica. Voorts geven watergerelateerde aandoeningen steeds meer aanleiding tot ongerustheid.

Ondertussen worden geneesmiddelen- en vaccinontwikkelingsprocessen duurder en minder effectief. Hardnekkige ongelijkheden op het gebied van gezondheid moeten worden aangepakt en de toegang tot effectieve en adequate gezondheidszorgstelsels moet voor alle Europeanen gewaarborgd zijn.

Ondertussen worden geneesmiddelen- en vaccinontwikkelingsprocessen duurder en minder effectief en worden er almaar meer vraagtekens geplaatst bij de validiteit van de in het kader hiervan uitgevoerde dierproeven voor mensen. Hardnekkige ongelijkheden op het gebied van gezondheid (zo bestaat er een enorme behoefte aan geneesmiddelen en behandelingen voor zeldzame, verwaarloosde en auto-immuunziekten) moeten worden aangepakt en de toegang tot effectieve en adequate gezondheidszorgstelsels moet voor alle Europeanen gewaarborgd zijn, ongeacht hun leeftijd of achtergrond.

 

Het onderzoek moet verbeteringen van geavanceerde therapieën en celtherapieën mogelijk maken voor met name de verbeterde behandeling van chronische en degeneratieve ziekten.

1.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

1.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Ziekte en handicaps trekken zich niets aan van nationale grenzen. Door middel van een passende respons op Europees niveau op het gebied van onderzoek en innovatie kunnen en moeten we een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing voor deze uitdagingen, zorgen voor een verbetering van gezondheid en welzijn voor iedereen en Europa positioneren als leider in de snel groeiende mondiale markt voor vernieuwingen op het gebied van gezondheid en welzijn.

Ziekte en handicaps trekken zich niets aan van nationale grenzen. Door middel van een passende respons op Europees niveau op het gebied van onderzoek en innovatie, in samenwerking met derde landen, kunnen en moeten we een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing voor deze wereldwijde uitdagingen, en dragen we bij aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, zorgen we voor een verbetering van gezondheid en welzijn voor iedereen, voorkomen we pandemieën, en positioneren we Europa als leider in de snel groeiende mondiale markt voor vernieuwingen op het gebied van gezondheid en welzijn.

De respons is afhankelijk van toponderzoek gericht op het vergroten van ons fundamentele begrip van gezondheid, ziekte, invaliditeit, ontwikkeling en vergrijzing (met inbegrip van levensduurverwachting), en van de naadloze en wijdverbreide vertaling van de resulterende en bestaande kennis naar innovatieve, schaalbare en effectieve producten, strategieën, interventies en diensten. Voorts vereist de hardnekkigheid van deze uitdagingen in heel Europa en in veel gevallen wereldwijd een respons die wordt getypeerd door langdurige en gecoördineerde steun voor samenwerking tussen excellente, multidisciplinaire en multisectorale teams.

De respons is afhankelijk van toponderzoek gericht op het vergroten van ons fundamentele begrip van de factoren die bepalend zijn voor gezondheid, ziekte, invaliditeit, ontwikkeling en vergrijzing (met inbegrip van levensduurverwachting), en van de naadloze en wijdverbreide vertaling van de resulterende en bestaande kennis naar innovatieve, schaalbare, effectieve en toegankelijke, veilige producten, strategieën, interventies en diensten. Voorts vereist de relevantie van deze uitdagingen in heel Europa en in veel gevallen wereldwijd een respons die wordt getypeerd door langdurige en gecoördineerde steun voor samenwerking tussen excellente, multidisciplinaire en multisectorale teams overal ter wereld, onder meer door onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteit beschikbaar te stellen in endemische gebieden. Deze uitdaging moet ook vanuit het perspectief van de sociaal- economische wetenschappen en de menswetenschappen worden aangepakt.

De complexiteit van de uitdaging en de onderlinge afhankelijkheid van de onderdelen vragen ook om een respons op Europees niveau. Veel benaderingen, instrumenten en technologieën kunnen in diverse onderzoeks- en innovatiegebieden met betrekking tot deze uitdaging worden toegepast en kunnen het beste op het niveau van de Unie worden ondersteund. Dit geldt onder andere voor de ontwikkeling van langlopende cohorten en de uitvoering van klinische proeven, het klinisch gebruik van '-omie's' of de ontwikkeling van ICT en de toepassing ervan in de gezondheidszorg, met name e-gezondheid. De vereisten van specifieke populaties kunnen ook het beste op geïntegreerde wijze worden benaderd, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van gestratificeerde en/of gepersonaliseerde geneesmiddelen, bij de behandeling van zeldzame ziekten en bij het bieden van oplossingen op het gebied van ondersteund en zelfstandig wonen.

De complexiteit van de uitdaging en de onderlinge afhankelijkheid van de onderdelen vragen ook om een respons op Europees niveau. Veel benaderingen, instrumenten en technologieën kunnen in diverse onderzoeks- en innovatiegebieden met betrekking tot deze uitdaging worden toegepast en kunnen het beste op het niveau van de Unie worden ondersteund. Dit geldt onder andere voor inzicht in de moleculaire oorsprong van de ziekte, de identificatie van innovatieve behandelingsstrategieën, de multidisciplinaire toepassing van kennis op het vlak van fysica, chemie en systeembiologie op gezondheidsbeheersing, de ontwikkeling van langlopende cohorten en de uitvoering van klinische proeven (die met name gericht zijn op de ontwikkeling en de effecten van geneesmiddelen in alle leeftijdsgroepen), het klinisch gebruik van '-omie's' of de ontwikkeling van ICT en de toepassing ervan in de gezondheidszorg, met name e-gezondheid. De vereisten van specifieke populaties kunnen ook het beste op geïntegreerde wijze worden benaderd, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van gestratificeerde en/of gepersonaliseerde geneesmiddelen, bij de behandeling van armoedegerelateerde, verwaarloosde en zeldzame ziekten en bij het bieden van oplossingen op het gebied van ondersteund en zelfstandig wonen.

Om het effect van maatregelen op het niveau van de Unie te maximaliseren zal ondersteuning worden geboden voor het volledige spectrum van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, variërend van fundamenteel onderzoek via de vertaling van kennis tot uitgebreide onderzoeken en demonstratieactiviteiten waarbij particuliere investeringen worden gemobiliseerd en tot publieke en pre-commerciële inkoop van nieuwe producten, diensten en schaalbare oplossingen, die zo nodig interoperabel zijn en worden ondersteund door vastgestelde normen en/of gemeenschappelijke richtsnoeren. Deze gecoördineerde Europese inspanning zal bijdragen aan de huidige ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte en zal, waar gewenst, ook worden gekoppeld aan activiteiten die zijn ontwikkeld in het kader van het programma Gezondheid voor groei en het Europees partnerschap voor innovatie inzake actief en gezond ouder worden.

Om het effect van maatregelen op het niveau van de Unie te maximaliseren zal ondersteuning worden geboden voor het volledige spectrum van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, variërend van fundamenteel onderzoek via de vertaling van fundamentele kennis over ziekten tot nieuwe behandelingswijzen, tot uitgebreide onderzoeken en demonstratieactiviteiten waarbij particuliere investeringen worden gemobiliseerd en tot publieke en pre-commerciële inkoop van nieuwe producten, diensten en schaalbare oplossingen, die zo nodig interoperabel zijn en worden ondersteund door vastgestelde normen en/of gemeenschappelijke richtsnoeren. Om de strategische coördinatie van gezondheidsonderzoek en -innovatie in alle onderdelen van Horizon 2020 te bevorderen en transnationaal medisch onderzoek te stimuleren, wordt het hiervoor bevoegde strategische wetenschappelijke panel voor gezondheid opgericht. Deze coördinatie kan worden uitgebreid tot andere programma's en instrumenten met betrekking tot deze uitdaging. Deze gecoördineerde, Europese inspanning zal de wetenschappelijke en menselijke capaciteiten in het gezondheidsonderzoek doen toenemen en zal bijdragen aan de huidige ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte en zal, waar gewenst, ook worden gekoppeld aan activiteiten die zijn ontwikkeld in het kader van het programma Gezondheid voor groei en het Europees partnerschap voor innovatie inzake actief en gezond ouder worden.

1.3. Grote lijnen van de activiteitens

1.3. Grote lijnen van de activiteitens

Het effectief bevorderen van de gezondheid op basis van duidelijk feitenmateriaal leidt tot ziektepreventie, meer welzijn en kostenbesparing. Het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekten zijn ook afhankelijk van een goed inzicht in de gezondheidsdeterminanten, van effectieve preventie-instrumenten, zoals vaccins, van effectieve gezondheids- en ziektebewaking en paraatheid, en van effectieve controleprogramma's.

Het effectief bevorderen van de gezondheid op basis van duidelijk feitenmateriaal leidt tot ziektepreventie, meer welzijn en kostenbesparing. Het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekten, met inbegrip van beroepsziekten, zijn ook afhankelijk van een goed inzicht in de gezondheidsdeterminanten, waaronder sociaal-economische status en geslacht, van effectieve preventieve instrumenten (zoals vaccins en op sociale determinanten en risicogroepen gerichte beleidsinterventies), van effectieve gezondheids- en ziektebewaking en paraatheid, en van effectieve screeningsprogramma's.

Geslaagde pogingen om ziekten, handicaps en verminderde functionaliteit te voorkomen, beheersen, behandelen en genezen, worden ondersteund door een fundamenteel inzicht in de determinanten en oorzaken, processen en gevolgen ervan alsook in de factoren die aan een goede gezondheid en aan welbevinden ten grondslag liggen. Effectieve gegevensuitwisseling en de koppeling van deze gegevens aan grootschalige cohortstudies zijn ook van cruciaal belang evenals de vertaling van onderzoeksresultaten naar de klinische praktijk, met name door uitvoering van klinische proeven.

Geslaagde pogingen om ziekten, handicaps en verminderde functionaliteit te voorkomen, beheersen, behandelen en genezen, worden ondersteund door een fundamenteel inzicht in de determinanten en oorzaken, processen en gevolgen ervan alsook in de factoren die aan een goede gezondheid en aan welbevinden ten grondslag liggen. Effectieve gegevensuitwisseling, gestandaardiseerde gegevensverwerking en de koppeling van deze gegevens aan grootschalige cohortstudies zijn ook van cruciaal belang evenals de vertaling van onderzoeksresultaten naar de klinische praktijk, waaronder door de uitvoering van klinische proeven, die zich zouden moeten richten op alle leeftijdsgroepen om te waarborgen dat geneesmiddelen op hun gebruik worden afgestemd.

 

Armoedegerelateerde en verwaarloosde ziekten zijn een wereldwijd probleem en de kloven op het vlak van onderzoek moeten gedicht worden door te zorgen voor innovatie op basis van de behoeften van patiënten. Het feit dat oude besmettelijke ziekten, zoals tuberculose, opnieuw opduiken in Europa, dat ziekten die met inentingen voorkomen kunnen worden steeds vaker voorkomen in ontwikkelde landen en dat het probleem van antimicrobiële resistentie blijft toenemen, wijst er nogmaals op dat een alomvattende benadering en meer overheidssteun voor O&O noodzakelijk zijn om ziekten te voorkomen die jaarlijks miljoenen mensen doden.

 

Gepersonaliseerde geneeskunde moet worden ontwikkeld om te komen tot nieuwe preventieve en therapeutische strategieën die kunnen worden aangepast aan de behoeften van de patiënten, teneinde de preventie en vroege detectie van ziekten te verbeteren. De factoren die de besluitvorming op therapeutisch gebied beïnvloeden, moeten worden geïdentificeerd, verder verklaard en ontwikkeld via onderzoek.

Een toenemende ziekte- en invaliditeitslast in de context van een vergrijzende bevolking zet de gezondheidszorg en de zorgsector nog verder onder druk. Als we een effectieve (gezondheids)zorg voor alle leeftijden willen behouden, zullen inspanningen moeten worden gedaan om de besluitvorming op het gebied van preventie en behandeling te verbeteren, om beste praktijken in de gezondheidszorg en de zorgsector aan te wijzen en de verspreiding ervan te steunen en om geïntegreerde zorg en de brede toepassing van technologische, organisatorische en maatschappelijke innovaties te steunen die met name ouderen maar ook gehandicapte mensen in staat te stellen om actief te blijven en hun zelfstandigheid te behouden. Dit zal bijdragen aan het vergroten en verlengen van hun fysieke, sociale en geestelijke welzijn.

Een toenemende ziekte- en invaliditeitslast in combinatie met problemen ten aanzien van mobiliteit en toegankelijkheid in de context van een vergrijzende bevolking zet de gezondheidszorg en de zorgsector nog verder onder druk. Als we een effectieve (gezondheids)zorg voor alle leeftijden willen behouden, zullen inspanningen moeten worden gedaan om de besluitvorming op het gebied van preventie en behandeling te verbeteren, om beste praktijken in de gezondheidszorg en de zorgsector aan te wijzen en de verspreiding ervan te steunen en om geïntegreerde zorg en de brede toepassing van technologische, organisatorische en maatschappelijke innovaties te steunen die met name ouderen, personen met chronische ziekten maar ook gehandicapte mensen in staat stellen om actief te blijven en hun zelfstandigheid te behouden. Dit zal bijdragen aan het vergroten en verlengen van hun fysieke, sociale en geestelijke welzijn.

Al deze activiteiten zullen op zodanige wijze worden ondernomen dat ze gedurende de gehele onderzoeks- en innovatiecyclus steun bieden en het concurrentievermogen van de in Europa gevestigde industrieën en de ontwikkeling van nieuwe afzetmogelijkheden versterken.

Al deze activiteiten zullen op zodanige wijze worden ondernomen dat ze gedurende langlopende onderzoeksprogramma's die de gehele innovatiecyclus bestrijken steun bieden en het concurrentievermogen van de in Europa gevestigde industrieën en de ontwikkeling van nieuwe afzetmogelijkheden versterken. Nadruk zal ook worden gelegd op het bij de zaak betrekken van alle belanghebbenden op het gebied van gezondheid – inclusief patiënten en patiëntenorganisaties – om een onderzoeks- en innovatieagenda te ontwikkelen in het kader waarvan de burgers actief bij de zaak worden betrokken en waarin rekening wordt gehouden met hun behoeften en verwachtingen.

Specifieke activiteiten zijn onder andere inzicht in de gezondheidsdeterminanten (waaronder milieu- en klimaatgerelateerde factoren), verbetering van de gezondheidsbevordering en ziektepreventie, inzicht in ziekten en betere diagnostisering, de ontwikkeling van effectieve controleprogramma's en een betere beoordeling van de vatbaarheid voor bepaalde ziekten, betere bewaking en paraatheid, de ontwikkeling van betere preventieve vaccins, het gebruik van in-silico geneesmiddelen voor betere ziektebeheersing en prognoses, ziektebehandeling, kennisoverdracht aan de klinische praktijk en schaalbare innovatiemaatregelen, beter gebruik van gezondheidsgegevens, actief ouder worden, zelfstandig en ondersteund wonen, individuele verantwoordelijkheid voor het zelf beheren van de gezondheid, het bevorderen van geïntegreerde zorg, verbetering van wetenschappelijke instrumenten en methoden om beleidsvorming en regelgevingsbehoeften te ondersteunen, optimalisering van de efficiëntie en effectiviteit van gezondheidszorgstelsels en vermindering van ongelijkheden door besluitvorming op basis van feitenmateriaal en de verspreiding van beste praktijken, en innovatieve technologieën en benaderingen.

Specifieke activiteiten zijn onder andere inzicht in de gezondheidsdeterminanten (waaronder voedselgenetica, pathogene, milieu-, klimaat-, sociale, gender- en armoedegerelateerde factoren), verbetering van de gezondheidsbevordering en ziektepreventie; inzicht in de oorsprong van ziekten en betere diagnosticering in verschillende sociaaleconomische omgevingen, de ontwikkeling van effectieve controleprogramma's en een betere beoordeling van de vatbaarheid voor bepaalde ziekten, betere bewaking van infectieziekten, zowel in de Unie als in de buur- en ontwikkelingslanden, en betere paraatheid in de strijd tegen epidemieën en nieuwe ziekten, de ontwikkeling van nieuwe en betere preventieve vaccins en medicijnen; het gebruik van in-silico geneesmiddelen voor betere ziektebeheersing en prognoses, de ontwikkeling van aangepaste behandelingen en ziektebehandeling; kennisoverdracht aan de klinische praktijk en schaalbare innovatiemaatregelen, betere verzameling en beter gebruik van gezondheids-, cohort- en administratieve gegevens, gestandaardiseerde technieken voor gegevensanalyse, gezond en actief ouder worden, zelfstandig en ondersteund wonen, verbetering van palliatieve geneeskunde, individuele verantwoordelijkheid voor het zelf beheren van de gezondheid, bevordering van geïntegreerde zorg, met inbegrip van psychosociale aspecten, verbetering van wetenschappelijke instrumenten en methoden om beleidsvorming en regelgevingsbehoeften te ondersteunen, optimalisering van de efficiëntie en effectiviteit van gezondheidszorgstelsels en vermindering van verschillen en ongelijkheden op gezondheidsgebied door besluitvorming op basis van feitenmateriaal en de verspreiding van beste praktijken, en innovatieve technologieën en benaderingen. Bij al deze activiteiten wordt terdege rekening gehouden met gender- en geslachtsanalyses. Bij de activiteiten worden ten volle de gelegenheden te baat genomen die zich voordoen om te komen tot een werkelijk interdisciplinaire benadering, met een combinatie van de kennis van alle zeven uitdagingen en de overige pijlers, om duurzame oplossingen op het gebied in kwestie te verzekeren. De actieve betrokkenheid van aanbieders van gezondheidszorg moet gestimuleerd worden om een snel gebruik en snelle toepassing van de resultaten te waarborgen.

Amendement  139

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel III – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voedselzekerheid, duurzame landbouw, marien en maritiem onderzoek en de bio-economie

2. Voedselkwaliteit, -veiligheid en ‑zekerheid, duurzame land- en bosbouw, marien en maritiem onderzoek en de op biomaterialen gebaseerde bedrijfstakken

2.1 Specifieke doelstelling

2.1 Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is een toereikende voorziening van veilige en kwalitatief hoogwaardige voeding en andere producten van biologische oorsprong te garanderen door productieve en grondstofzuinige primaire productiesystemen die daaraan gerelateerde ecosysteemdiensten bevorderen te ontwikkelen in combinatie met concurrerende en koolstofarme toevoerketens. Op deze manier zal de overgang naar een duurzame Europese bio-economie worden versneld.

De specifieke doelstelling is een toereikende voorziening van veilige en kwalitatief hoogwaardige gezonde voeding en andere producten van biologische oorsprong te garanderen door productieve, duurzame en grondstofzuinige primaire productiesystemen en voedselverwerkingssystemen die daaraan gerelateerde ecosysteemdiensten bevorderen te ontwikkelen in combinatie met concurrerende en koolstofarme toevoerketens. Op deze manier zal de overgang naar een duurzame Europese bio-economie worden versneld.

De komende decennia zal Europa worden geconfronteerd met toenemende concurrentie op het gebied van beperkte en eindige natuurlijke hulpbronnen, met de gevolgen van de klimaatverandering, met name voor primaire productiesystemen (landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur) en met de noodzaak om te zorgen voor een duurzame, veilige en zekere voedselvoorziening voor de Europese bevolking en een groeiende wereldbevolking. De wereldvoedselvoorraad zal naar schatting met 70 % moeten toenemen om in 2050 een wereldbevolking van 9 miljard te kunnen voeden. De landbouw is verantwoordelijk voor ongeveer 10 % van de emissies van broeikasgassen in de EU en hoewel de emissies in Europa dalen, zullen de wereldwijde emissies afkomstig van de landbouw tot 2030 naar verwachting met 20 % stijgen. Verder zal Europa moeten zorgen voor voldoende beschikbaarheid van grondstoffen, energie en industriële producten tegen een achtergrond van afnemende fossiele koolstofbronnen (de productie van olie en vloeibaar gas zal tot 2050 naar verwachting met 60 % afnemen) en tevens zijn concurrentievermogen moeten behouden. Bioafval (naar schatting tot wel 138 miljoen ton per jaar in de EU, waarvan tot 40 % op stortplaatsen terechtkomt) vormt een immens probleem dat hoge kosten met zich meebrengt, ondanks de potentieel hoge toegevoegde waarde ervan. Naar schatting 30 % van alle voedsel dat in ontwikkelde landen wordt geproduceerd, wordt bijvoorbeeld weggegooid. Er zijn grote veranderingen nodig om dat percentage in de EU tegen 2030 met 50 % terug te dringen. Bovendien zijn nationale grenzen irrelevant als het gaat om de verspreiding van plagen en ziekten bij planten en dieren, waaronder zoönoses, en ziekteverwekkers in levensmiddelen. Doeltreffende nationale preventiemaatregelen zijn noodzakelijk, maar voor de uiteindelijke bestrijding en het effectief functioneren van de interne markt moet ook op het niveau van de Unie actie worden ondernomen. De uitdaging is complex van aard, is van invloed op een breed scala aan onderling met elkaar in verband staande sectoren en vergt een veelheid aan benaderingen.

De komende decennia zal Europa worden geconfronteerd met toenemende concurrentie op het gebied van beperkte en eindige natuurlijke hulpbronnen, met de gevolgen van de klimaatverandering, met name voor primaire productiesystemen (landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur) en met de noodzaak om te zorgen voor een duurzame, veilige en zekere voedselvoorziening voor de Europese bevolking en een groeiende wereldbevolking. De wereldvoedselvoorraad zal naar schatting met 70 % moeten toenemen om in 2050 een wereldbevolking van 9 miljard te kunnen voeden. De landbouw is verantwoordelijk voor ongeveer 10 % van de emissies van broeikasgassen in de EU en hoewel de emissies in Europa dalen, zullen de wereldwijde emissies afkomstig van de landbouw tot 2030 naar verwachting met 20 % stijgen. Verder zal Europa moeten zorgen voor voldoende beschikbaarheid van grondstoffen, schoon water, energie en industriële producten tegen een achtergrond van afnemende fossiele koolstofbronnen (de productie van olie en vloeibaar gas zal tot 2050 naar verwachting met 60% afnemen) en tevens zijn concurrentievermogen moeten behouden. Bioafval (naar schatting tot wel 138 miljoen ton per jaar in de EU, waarvan tot 40 % op stortplaatsen terechtkomt) vormt een immens probleem dat hoge kosten met zich meebrengt, ondanks de potentieel hoge toegevoegde waarde ervan. Naar schatting 30 % van alle voedsel dat in ontwikkelde landen wordt geproduceerd, wordt bijvoorbeeld weggegooid. Er zijn grote veranderingen nodig om dat percentage in de EU tegen 2030 met 50 % terug te dringen. Bovendien zijn nationale grenzen irrelevant als het gaat om de verspreiding van plagen en ziekten bij planten en dieren, waaronder zoönoses, en ziekteverwekkers in levensmiddelen. Doeltreffende nationale preventiemaatregelen zijn noodzakelijk, maar voor de uiteindelijke bestrijding en het effectief functioneren van de interne markt moet ook op het niveau van de Unie actie worden ondernomen. De uitdaging is complex van aard, is van invloed op een breed scala aan onderling met elkaar in verband staande sectoren en vergt een veelheid aan benaderingen.

Er zijn steeds meer biologische hulpbronnen nodig om te voldoen aan de vraag van de markt naar een zeker en gezond voedselaanbod, biomaterialen, biobrandstoffen en producten van biologische oorsprong, variërend van consumentenproducten tot bulkchemicaliën. De capaciteit van de terrestrische en aquatische ecosystemen die nodig is voor de productie ervan is echter beperkt, terwijl met elkaar concurrerende aanspraken op het gebruik ervan worden gemaakt, en wordt vaak niet optimaal beheerd, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een sterke achteruitgang van het koolstofgehalte en de vruchtbaarheid van de bodem. De mogelijkheden voor het stimuleren van ecosysteemdiensten afkomstig van landbouwgrond, bossen, mariene en zoete wateren door agronomische en milieudoelstellingen in duurzame productie te integreren, worden onvoldoende benut.

Er zijn steeds meer biologische hulpbronnen nodig om te voldoen aan de vraag van de markt naar een zeker en gezond voedselaanbod, biomaterialen, biobrandstoffen en producten van biologische oorsprong, variërend van consumentenproducten tot bulkchemicaliën. De capaciteit van de terrestrische en aquatische ecosystemen die nodig is voor de productie ervan is echter beperkt, terwijl met elkaar concurrerende aanspraken op het gebruik ervan worden gemaakt, en wordt vaak niet optimaal beheerd, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een sterke achteruitgang van het koolstofgehalte en de vruchtbaarheid van de bodem en de uitputting van de visbestanden. De mogelijkheden voor het stimuleren van ecosysteemdiensten afkomstig van landbouwgrond, bossen, mariene en zoete wateren door agronomische en milieudoelstellingen in duurzame productie te integreren, worden onvoldoende benut.

De mogelijkheden die biologische hulpbronnen en ecosystemen bieden, kunnen op een veel duurzamere, efficiëntere en meer geïntegreerde wijze worden aangewend. Zo kan het potentieel van biomassa afkomstig van bossen en afvalstromen afkomstig van de landbouw, aquatische bronnen, industrieën en gemeenten beter worden ontplooid.

De mogelijkheden die biologische hulpbronnen en ecosystemen bieden, kunnen op een veel duurzamere, efficiëntere en meer geïntegreerde wijze worden aangewend. Zo kan het potentieel van biomassa afkomstig van de landbouw, bossen en afvalstromen afkomstig van de landbouw, aquatische bronnen, industrieën en gemeenten beter worden ontplooid.

In wezen is er een overgang nodig naar een optimaal en hernieuwbaar gebruik van biologische hulpbronnen en naar duurzame primaire productie- en verwerkingssystemen voor de productie van meer voedsel en producten van biologische oorsprong met minimale input, milieueffecten en broeikasgasemissies, verbeterde ecosysteemdiensten, zonder afval en met voldoende maatschappelijke waarde. Kritieke inspanningen in de vorm van samenhangend onderzoek en innovatie vormen hierbij een belangrijk element, zowel in Europa als daarbuiten.

In wezen is er een overgang nodig naar een optimaal en hernieuwbaar gebruik van biologische hulpbronnen en naar duurzame primaire productie- en verwerkingssystemen voor de productie van meer voedsel, vezels en producten van biologische oorsprong met minimale input, milieueffecten en broeikasgasemissies, verbeterde ecosysteemdiensten, zonder afval en met voldoende maatschappelijke waarde. Doel is voedselproductiesystemen op te zetten die, in plaats van een degradatie van de natuurlijke hulpbronnen waarvan zij afhankelijk zijn te veroorzaken, het hulpbronnenbestand versterken, aanvullen en ondersteunen, waardoor duurzame welvaartsontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Reacties op de wijze hoe wij voedselproductie ontwikkelen, verspreiden, verkopen, consumeren en reguleren, dienen beter begrepen en ontwikkeld te worden. Kritieke inspanningen in de vorm van samenhangend onderzoek en innovatie vormen hierbij een belangrijk element, zowel in Europa als daarbuiten.

2.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

2.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Landbouw, bosbouw en visserij vormen samen met groene industrieën de belangrijkste sectoren waarop de bio-economie steunt. Deze laatste vertegenwoordigt een grote en groeiende markt met een geschatte waarde van meer dan 2 biljoen euro, die goed is voor 20 miljoen banen, dat wil zeggen 9 % van de totale werkgelegenheid in de EU in 2009. Investeringen in onderzoek en innovatie in het kader van deze maatschappelijke uitdaging zullen Europa in staat stellen het leiderschap op de betreffende markten te veroveren en zullen een rol spelen bij het bereiken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en de vlaggenschipinitiatieven 'Innovatie-Unie' en 'Efficiënt gebruik van hulpbronnen'.

Landbouw, bosbouw en visserij vormen samen met groene industrieën de belangrijkste sectoren waarop de bio-economie steunt. Deze laatste vertegenwoordigt een grote en groeiende markt met een geschatte waarde van meer dan 2 biljoen euro, die goed is voor 20 miljoen banen, dat wil zeggen 9 % van de totale werkgelegenheid in de EU in 2009. Investeringen in onderzoek en innovatie in het kader van deze maatschappelijke uitdaging zullen Europa in staat stellen het leiderschap op de betreffende markten te veroveren en zullen een rol spelen bij het bereiken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en de vlaggenschipinitiatieven 'Innovatie-Unie' en 'Efficiënt gebruik van hulpbronnen'.

Een volledig functionele Europese bio-economie – waaronder de duurzame productie van hernieuwbare hulpbronnen afkomstig van land en uit zee en de omzetting ervan naar voedsel, biologische producten en bio-energie alsook de daaraan gerelateerde publieke goederen – zal een grote Europese toegevoegde waarde genereren. Als ze op duurzame wijze wordt beheerd, kan een dergelijke economie de milieuvoetafdruk van de primaire productie en de toeleveringsketen als geheel verkleinen. Ze kan het concurrentievermogen ervan vergroten en werkgelegenheid en zakelijke kansen bieden voor plattelands- en kustontwikkeling. De uitdaging op het gebied van voedselzekerheid, duurzame landbouw en aan de algehele bio-economie gerelateerde uitdagingen zijn van Europese en mondiale aard. Maatregelen op het niveau van de Unie spelen een cruciale rol bij het samenbrengen van clusters om het noodzakelijke draagvlak en kritische massa tot stand te brengen ter aanvulling van inspanningen door afzonderlijke of groepen lidstaten. Een benadering met verschillende spelers zorgt voor de nodige kruisbestuiving en interactie tussen onderzoekers, bedrijven, boeren, fabrikanten, adviseurs en eindgebruikers. Een en ander dient zich ook op het niveau van de Unie af te spelen om te zorgen voor samenhang bij een sectoroverschrijdende aanpak van deze uitdaging en een sterke koppeling met relevant beleid van de Unie. Coördinatie van onderzoek en innovatie op EU-niveau zal de vereiste veranderingen in de hele Unie stimuleren en helpen versnellen.

Een volledig functionele Europese bio-economie – waaronder de duurzame productie van hernieuwbare hulpbronnen afkomstig van bodem-, mariene en zoetwateromgevingen en de omzetting ervan naar voedsel, diervoeders, vezels, biologische producten en bio-energie – zal een grote Europese toegevoegde waarde genereren. Parallel met de marktgerichte functies ondersteunt de bio-economie ook een ruime waaier publieke goederen en ecosysteemdiensten, die behouden moeten blijven: agrarische en boslandschappen, biodiversiteit van landbouwgrond en bos, water van goede kwaliteit en in voldoende hoeveelheden, goede bodemfunctionaliteit, klimaatstabiliteit, goede luchtkwaliteit, bestandheid tegen overstromingen en brand. Als ze op duurzame wijze wordt beheerd, kan een dergelijke economie de milieuvoetafdruk van de primaire productie en de toeleveringsketen als geheel verkleinen. Ze kan het concurrentievermogen ervan vergroten, de onafhankelijkheid van Europa vergroten en werkgelegenheid en zakelijke kansen bieden voor plattelands- en kustontwikkeling. De uitdaging op het gebied van voedselzekerheid, duurzame landbouw en aan de algehele bio-economie gerelateerde uitdagingen zijn van Europese en mondiale aard. Maatregelen op het niveau van de Unie spelen een cruciale rol bij het samenbrengen van clusters om het noodzakelijke draagvlak en kritische massa tot stand te brengen ter aanvulling van inspanningen door afzonderlijke of groepen lidstaten. Een benadering met verschillende spelers zorgt voor de nodige kruisbestuiving en interactie tussen onderzoekers, bedrijven, boeren, fabrikanten, adviseurs, consumenten en eindgebruikers. Een en ander dient zich ook op het niveau van de Unie af te spelen om te zorgen voor samenhang bij een sectoroverschrijdende aanpak van deze uitdaging en een sterke koppeling met relevant beleid van de Unie. Coördinatie van onderzoek en innovatie op EU-niveau zal de vereiste veranderingen in de hele Unie stimuleren en helpen versnellen.

Onderzoek en ontwikkeling kennen raakvlakken met een breed spectrum van EU-beleid en daaraan gerelateerde doelen, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid (met name het beleid voor plattelandsontwikkeling) en het Europees Partnerschap voor innovatie voor de productiviteit en duurzaamheid van de landbouw, het gemeenschappelijk visserijbeleid, het geïntegreerd maritiem beleid, het Europees programma inzake klimaatverandering, de kaderrichtlijn water, het actieplan bosbouw, de thematische strategie voor bodembescherming, de biodiversiteitsstrategie voor 2020 van de EU, het strategisch energietechnologieplan, het EU-innovatie- en industriebeleid, extern beleid en beleid voor ontwikkelingshulp, plantgezondheidsstrategieën, strategieën inzake diergezondheid en -welzijn en regelgevingskaders ter bescherming van het milieu, de gezondheid en de veiligheid, ter bevordering van efficiënt gebruik van grondstoffen en klimaatmaatregelen, en voor afvalbeperking. Een betere integratie van onderzoek en innovatie op het gebied van hieraan gerelateerd EU-beleid zal de Europese toegevoegde waarde ervan sterk ten goede komen, zorgen voor een hefboomeffect, de maatschappelijke relevantie vergroten en bijdragen tot de verdere ontwikkeling van duurzaam beheer van land, zeeën en oceanen en bio-economische markten.

Onderzoek en ontwikkeling kennen raakvlakken met een breed spectrum van EU-beleid en daaraan gerelateerde doelen, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid (met name het beleid voor plattelandsontwikkeling) en het Europees Partnerschap voor innovatie voor de productiviteit en duurzaamheid van de landbouw, het Europees innovatiepartnerschap betreffende water, het gemeenschappelijk visserijbeleid, het geïntegreerd maritiem beleid, het Europees programma inzake klimaatverandering, de kaderrichtlijn water, de kaderrichtlijn mariene strategie, het actieplan bosbouw, de thematische strategie voor bodembescherming, de biodiversiteitsstrategie voor 2020 van de EU, het strategisch energietechnologieplan, het EU-innovatie- en industriebeleid, extern beleid en beleid voor ontwikkelingshulp, plantgezondheidsstrategieën, strategieën inzake diergezondheid en -welzijn en regelgevingskaders ter bescherming van het milieu, de gezondheid en de veiligheid, ter bevordering van efficiënt gebruik van grondstoffen en klimaatmaatregelen, en voor afvalbeperking. Een betere integratie van de volledige cyclus van fundamenteel onderzoek tot innovatie op het gebied van hieraan gerelateerd EU-beleid zal de Europese toegevoegde waarde ervan sterk ten goede komen, zorgen voor een hefboomeffect, de maatschappelijke relevantie vergroten, gezonde levensmiddelen opleveren en bijdragen tot de verdere ontwikkeling van duurzaam beheer van land, zeeën en oceanen en bio-economische markten.

Om het EU-beleid in het kader van de bio-economie te steunen en de governance en controle inzake onderzoek en innovatie te vereenvoudigen, zullen sociaaleconomisch onderzoek en toekomstgerichte activiteiten worden uitgevoerd met betrekking tot de bio-economische strategie, waaronder de ontwikkeling van indicatoren, databanken, modellen, planning en prognoses en effectbeoordelingen van initiatieven gericht op de economie, de maatschappij en het milieu.

Om het EU-beleid in het kader van de bio-economie te steunen en de governance en controle inzake onderzoek en innovatie te vereenvoudigen, zullen sociaaleconomisch onderzoek en toekomstgerichte activiteiten worden uitgevoerd met betrekking tot de bio-economische strategie, waaronder de ontwikkeling van indicatoren, databanken, modellen, planning en prognoses en effectbeoordelingen van initiatieven gericht op de economie, de maatschappij en het milieu.

Uitdaginggestuurde maatregelen gericht op sociale en economische voordelen en de modernisering van aan de bio-economie gerelateerde sectoren en markten worden ondersteund door middel van multidisciplinair onderzoek, dat innovatie aanstuurt en leidt tot de ontwikkeling van nieuwe praktijken, producten en processen. Hierbij zal ook worden gestreefd naar een globale benadering van innovatie variërend van technologische, niet-technologische, organisatorische, economische en sociale innovatie tot bijvoorbeeld nieuwe bedrijfsmodellen, branding en diensten.

Uitdaginggestuurde maatregelen gericht op ecologische, sociale en economische voordelen en de modernisering van aan de bio-economie gerelateerde sectoren, betrokken actoren, deelnemende actoren en markten worden ondersteund door middel van multidisciplinair onderzoek, dat innovatie aanstuurt en leidt tot de ontwikkeling van nieuwe praktijken, duurzame producten en processen. Hierbij zal ook worden gestreefd naar een globale benadering van innovatie variërend van technologische, niet-technologische, organisatorische, economische en sociale innovatie tot bijvoorbeeld nieuwe bedrijfsmodellen, branding en diensten. Het potentieel van landbouwers en het mkb om aan de innovatie op dit gebied bij te dragen, moet volledig worden erkend. Bij de aanpak van de bio-economie wordt rekening gehouden met het feit dat lokale kennis, die de lokale capaciteit verbetert, belangrijk is, terwijl de nodige aandacht wordt besteed aan de diversiteit en de complexiteit.

2.3 Grote lijnen van de activiteiten

2.3 Grote lijnen van de activiteiten

(a) Duurzame landbouw en bosbouw

(a) Duurzame en concurrerende landbouw, veeteelt en bosbouw

Het doel is te voorzien in voldoende voedsel, voeder, biomassa en andere grondstoffen, terwijl de natuurlijke hulpbronnen worden gewaarborgd en ecosysteemdiensten, waaronder de aanpak en vermindering van de klimaatverandering, worden verbeterd. De activiteiten zullen gericht zijn op duurzamere en productievere land- en bosbouwsystemen die zowel grondstofzuinig (waaronder koolstofarm) als veerkrachtig zijn, maar ook op de ontwikkeling van diensten, concepten en beleid om de bestaanszekerheid op het platteland te garanderen.

Het doel is te voorzien in voldoende voedsel, voeder, biomassa en andere grondstoffen, terwijl de natuurlijke hulpbronnen, inclusief de biodiversiteit, binnen Europa en wereldwijd, worden gewaarborgd en ecosysteemdiensten, waaronder de aanpak en vermindering van de klimaatverandering, worden verbeterd. De activiteiten zullen gericht zijn op duurzamere en productievere land-, veehouderij- en bosbouwsystemen die zowel grondstofzuinig zijn (waaronder systemen die koolstofarm zijn, weinig externe input behoeven en organische verbouwing) als de natuurlijke hulpbronnen onaangetast laten, divers zijn en kunnen worden aangepast aan een veranderend milieu en veerkrachtig zijn, op het verbeteren van de kwaliteit en de waarde van landbouwproducten, en ook op de ontwikkeling van diensten, concepten en beleid om te zorgen voor diverse voedselsystemen en om de bestaanszekerheid op het platteland te garanderen.

 

Met name in de bosbouw is het de bedoeling op een duurzame manier op biomaterialen gebaseerde producten en ecosysteemdiensten te produceren, waarbij de economische, ecologische en sociale aspecten van bosbouw naar behoren in aanmerking worden genomen. De activiteiten zullen toegespitst zijn op het verder ontwikkelen van de productie en duurzaamheid van grondstofzuinige bosbouwsystemen die de verbetering van de veerkracht van bossen en de bescherming van de biodiversiteit ten goede komen.

(b) Duurzame en concurrentiële agri-alimentaire sector voor veilige en gezonde voeding

(b) Een duurzame en concurrerende agrovoedingssector voor veilige, betaalbare en gezonde voedingsgewoonten

Het doel is te voldoen aan de eisen van burgers inzake veilig, gezond en betaalbaar voedsel, de verwerking en distributie van voedsel en voeder duurzamer te maken en de voedingssector concurrerender te maken. De activiteiten zullen gericht zijn op gezond en veilig voedsel voor iedereen, consumentenkeuzes met kennis van zaken en concurrerende voedselverwerkingsmethoden waarbij minder grondstoffen worden gebruikt en minder bijproducten, afval en broeikasgassen worden geproduceerd.

Het doel is te voldoen aan de eisen van burgers inzake veilig, gezond en betaalbaar voedsel, de verwerking en distributie van voedsel en voer, alsmede het voedselverbruik duurzamer te maken en de voedingssector concurrerender te maken. De activiteiten zullen gericht zijn op een grote verscheidenheid aan gezond, hoogwaardig en veilig voedsel voor iedereen, consumentenkeuzes met kennis van zaken en concurrerende voedselverwerkingsmethoden waarbij minder grondstoffen en additieven worden gebruikt en minder bijproducten, afval en broeikasgassen worden geproduceerd.

(c) Aanboren van het potentieel van levende aquatische hulpbronnen

(c) Benutting van het potentieel van visserij, aquacultuur en mariene biotechnologie

Het doel is levende aquatische hulpbronnen op duurzame wijze te exploiteren om de sociale en economische voordelen/opbrengsten van de oceanen en zeeën in Europa te maximaliseren. De activiteiten zullen gericht zijn op een optimale bijdrage aan een zeker voedselaanbod door de ontwikkeling van duurzame en milieuvriendelijke visserij en een concurrerende Europese aquacultuur in de context van de wereldeconomie en op het stimuleren van mariene innovatie door middel van biotechnologie teneinde een slimme 'blauwe' groei te bevorderen.

Het doel is levende aquatische hulpbronnen op duurzame wijze te exploiteren en te handhaven om de sociale en economische voordelen/opbrengsten van de oceanen en zeeën in Europa te maximaliseren en tegelijk de biodiversiteit en ecosysteemdiensten te beschermen. De activiteiten zullen gericht zijn op een optimale bijdrage aan een zeker voedselaanbod door de ontwikkeling van duurzame en milieuvriendelijke visserij en een concurrerende Europese aquacultuur in de context van de wereldeconomie en op het stimuleren van mariene innovatie door middel van biotechnologie teneinde een slimme 'blauwe' groei te bevorderen, met inachtneming van zowel de beperkingen als het potentieel van het mariene milieu.

d) Duurzame en concurrerende groene industrieën

(d) Duurzame en concurrerende groene industrieën

Het doel is Europese groene industrieën te bevorderen die weinig koolstof uitstoten en grondstoffen gebruiken en tegelijkertijd duurzaam en concurrerend zijn. De activiteiten zullen gericht zijn op het stimuleren van de bio-economie door conventionele industriële processen en producten om te zetten in energie- en grondstofzuinige processen en producten van biologische oorsprong, het ontwikkelen van geïntegreerde bio-raffinaderijen, het benutten van biomassa, bioafval en bijproducten van biologische oorsprong afkomstig uit de primaire productie en het aanboren van nieuwe markten door ondersteuning van normalisatie, regelgevingsactiviteiten en demonstraties/veldproeven en dergelijke, rekening houdend met het effect van de bio-economie op landgebruik en de verandering ten aanzien hiervan.

Het doel is Europese groene industrieën te bevorderen die weinig koolstof uitstoten en grondstoffen gebruiken (inclusief doeltreffend gebruik van nutriënten, energie, koolstof, water en bodem) en tegelijkertijd duurzaam en concurrerend zijn en er tevens voor te zorgen dat bioafval een product wordt waarvan het potentieel volledig wordt benut, waarvoor het van cruciaal belang is dat een gesloten circuit van nutriënten tot stand wordt gebracht tussen stedelijke en plattelandsgebieden. De activiteiten zullen gericht zijn op het stimuleren van de bio-economie door conventionele industriële processen en producten om te zetten in energie- en grondstofzuinige processen en producten van biologische oorsprong, het ontwikkelen van geïntegreerde bio-raffinaderijen van de tweede en derde generatie, het produceren en benutten van biomassa en andere residuen, bioafval en bijproducten van biologische oorsprong afkomstig uit de primaire landbouw- en bosbouwproductie, het omzetten van bioafval in stedelijke gebieden in landbouwinput door middel van efficiënte zuivering, door indien nodig ondersteuning van normalisatie en certificeringsregelingen, maar ook regelgevingsactiviteiten en demonstraties en dergelijke, rekening houdend met het ecologische en sociaaleconomische effect van de bio-economie op landgebruik en de verandering ten aanzien hiervan, alsook de standpunten en bezorgdheid van het maatschappelijk middenveld.

 

(d bis) Horizontaal marien en maritiem onderzoek

 

De exploitatie van levende en niet-levende mariene hulpbronnen en het gebruik van verschillende mariene energiebronnen en alle verschillende manieren waarop gebruikgemaakt wordt van de zeeën stellen ons voor een aantal horizontale wetenschappelijke en technologische uitdagingen.

 

Zeeën en oceanen spelen een cruciale rol in het regelen van het klimaat, maar zij worden zwaar getroffen door de menselijke activiteiten op het land, aan de kust en op zee en door de klimaatverandering. De overkoepelende doelstelling bestaat erin horizontale mariene en maritieme wetenschappelijke en technologische kennis te ontwikkelen (waaronder door onderzoek van pelagische vogels) met het oog op het ontsluiten van het blauwe groeipotentieel in alle mariene en maritieme sectoren, waarbij tegelijkertijd het mariene milieu beschermd moet worden en voorzien moet worden in aanpassingen aan de klimaatverandering. Deze strategische, gecoördineerde aanpak van marien en maritiem onderzoek voor alle uitdagingen en pijlers van Horizon 2020 zal de tenuitvoerlegging van het relevante EU-beleid eveneens bevorderen, om zo de belangrijkste doelstellingen op het vlak van blauwe groei te verwezenlijken.

Amendement  140

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel III – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Veilige, schone en efficiënte energie

3. Veilige, schone en efficiënte energie

3.1. Specifieke doelstelling

3.1. Specifieke doelstelling

In het licht van een toenemende schaarste van hulpbronnen, toenemende energiebehoeften en klimaatverandering is de specifieke doelstelling de overstap te maken naar een betrouwbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem.

In het licht van een toenemende schaarste van hulpbronnen, toenemende energiebehoeften en klimaatverandering is de specifieke doelstelling de overstap te maken naar een betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem.

De Unie streeft ernaar de emissies van broeikasgassen in 2020 tot 20 % onder het niveau van 1990 te hebben teruggedrongen, met een verdere vermindering tot 80-95 % in 2050. Bovendien moet in 2020 20 % van het uiteindelijke energieverbruik bestaan uit hernieuwbare brandstoffen en hanteert zij een streefcijfer voor energie-efficiëntie van 20 %. Om deze doelstellingen te halen zal het energiesysteem moeten worden aangepast om tot een combinatie van een koolstofarm profiel, energiezekerheid en betaalbaarheid te komen terwijl tegelijkertijd het economisch concurrentievermogen van Europa wordt versterkt. Europa is momenteel nog heel ver van deze algemene doelstelling verwijderd. 80 % van het Europese energiesysteem is nog steeds afhankelijk van fossiele brandstoffen en de sector produceert 80 % van alle broeikasgasemissies van de EU. Jaarlijks wordt 2,5 % van het bruto binnenlands product (bbp) van de Unie besteed aan de invoer van energie en dat percentage zal waarschijnlijk nog verder stijgen. Als deze trend zich voortzet, zal dat leiden tot een totale afhankelijkheid van de invoer van olie en gas in 2050. Als gevolg van schommelende energieprijzen op de wereldmarkt in combinatie met zorgen over de zekerheid van het aanbod besteden Europese industrieën en consumenten een steeds groter deel van hun inkomen aan energie.

De Unie streeft ernaar de emissies van broeikasgassen in 2020 tot 20 % onder het niveau van 1990 te hebben teruggedrongen, met een verdere vermindering tot 80-95 % in 2050. Bovendien moet in 2020 20 % van het uiteindelijke energieverbruik bestaan uit hernieuwbare brandstoffen en hanteert zij een streefcijfer voor energie-efficiëntie van 20 %. Alle scenario's voor het koolstofarm maken van de EU uit het Stappenplan energie 2050 tonen aan dat technologieën voor hernieuwbare energie tegen de helft van deze eeuw het grootste aandeel van de energievoorzieningstechnologieën zullen uitmaken. Dit moet gepaard gaan met een ambitieus energie-efficiëntiebeleid als de meest kosteneffectieve manier waarop de langetermijn doelstelling ten aanzien van het koolstofarm worden bereikt kan worden. Drie vierde van de begroting voor deze uitdaging moet gaan naar onderzoek en innovatie op het gebied van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie bij het eindgebruik, intelligente netwerken en energieopslag. Nog eens 15% moet gaan naar het programma Intelligent Energy Europe. Om deze doelstellingen te halen zal het energiesysteem moeten worden aangepast om tot een combinatie van de ontwikkeling van alternatieven voor fossiele brandstoffen, energiezekerheid en betaalbaarheid te komen terwijl tegelijkertijd het economisch concurrentievermogen van Europa wordt versterkt. Europa is momenteel nog heel ver van deze algemene doelstelling verwijderd. 80 % van het Europese energiesysteem is nog steeds afhankelijk van fossiele brandstoffen en de sector produceert 80 % van alle broeikasgasemissies van de EU. Jaarlijks wordt 2,5 % van het bruto binnenlands product (bbp) van de Unie besteed aan de invoer van energie en dat percentage zal waarschijnlijk nog verder stijgen. Als deze trend zich voortzet, zal dat leiden tot een totale afhankelijkheid van de invoer van olie en gas in 2050. Als gevolg van schommelende energieprijzen op de wereldmarkt in combinatie met zorgen over de zekerheid van het aanbod besteden Europese industrieën en consumenten een steeds groter deel van hun inkomen aan energie.

Uit de routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050 blijkt dat de nagestreefde terugdringing van broeikasgasemissies grotendeels moet worden bereikt binnen het grondgebied van de EU. Dit zou betekenen dat tegen 2050 de CO2-emissies in de energiesector met meer dan 90 % moeten zijn teruggedrongen, in de industrie met meer dan 80 %, in de vervoerssector met minstens 60 % en in de woonsector en de dienstensector met ongeveer 90 % .

Uit de routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050 blijkt dat de nagestreefde terugdringing van broeikasgasemissies grotendeels zou moeten worden bereikt binnen het grondgebied van de EU. Dit zou betekenen dat tegen 2050 de CO2-emissies in de energiesector met meer dan 90% moeten zijn teruggedrongen, in de industrie met meer dan 80%, in de vervoerssector met minstens 60% en in de woonsector en de dienstensector met ongeveer 90% . De routekaart toont ook dat onder meer gas, op korte en middellange termijn, kan bijdragen aan de transformatie van de energiesector, in combinatie met het gebruik van CCS-technologie.

Om deze verminderingen te bereiken moeten aanzienlijke investeringen worden gedaan op het gebied van onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en de marktintroductie van efficiënte, veilige en betrouwbare koolstofarme energietechnologieën en -diensten. Deze moeten hand in hand gaan met niet-technologische oplossingen aan zowel de vraag- als de aanbodzijde. Dit alles moet onderdeel uitmaken van een geïntegreerd koolstofarm beleid. Dit geldt onder andere voor het leren beheersen van belangrijke ontsluitende technologieën, met name ICT-oplossingen, geavanceerde fabricage, verwerking en materialen. Het doel is efficiënte energietechnologieën en -diensten te leveren die op grote schaal op de Europese en internationale markten kunnen worden ingevoerd, en slim beheer aan de vraagzijde tot stand te brengen op basis van een open en transparante handel in energie en slimme energiezuinige beheerssystemen.

Om de verminderingen te bereiken moeten aanzienlijke investeringen worden gedaan op het gebied van onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en de marktintroductie tegen betaalbare prijzen van efficiënte, veilige, zekere en betrouwbare koolstofarme energietechnologieën en -diensten, waaronder technologieën voor de opslag van elektriciteit en kleine en zeer kleine energiesystemen . Deze moeten hand in hand gaan met niet-technologische oplossingen aan zowel de vraag- als de aanbodzijde. Dit alles moet onderdeel uitmaken van een geïntegreerd, duurzaam koolstofarm beleid. Dit geldt onder andere voor het leren beheersen van belangrijke ontsluitende technologieën, met name ICT-oplossingen, geavanceerde fabricage, verwerking en materialen. Het doel is efficiënte energietechnologieën en -diensten te leveren die zullen bijdragen aan het aanpakken van energie-uitdagingen, voornamelijk verbonden aan de integratie van hernieuwbare energie, en die op grote schaal op de Europese en internationale markten kunnen worden ingevoerd, en slim beheer aan de vraagzijde tot stand te brengen op basis van een open en transparante handel in energie en zekere, slimme energiezuinige beheerssystemen.

3.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

3.2. Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Nieuwe technologieën en oplossingen moeten op het vlak van kosten en betrouwbaarheid concurreren met sterk geoptimaliseerde energiesystemen met duidelijk omschreven operatoren en technologieën. Onderzoek en innovatie zijn essentieel om deze nieuwe, schonere, koolstofarme en efficiëntere energiebronnen op de benodigde schaal commercieel aantrekkelijk te maken. De industrie alleen of afzonderlijke lidstaten kunnen de kosten en de risico's, waarvoor de belangrijkste aanjagers (overgang naar een koolstofarme economie met betaalbare en zekere energie) zich buiten de markt bevinden, niet dragen.

Nieuwe technologieën en oplossingen moeten concurreren ten aanzien van energiesystemen ontworpen voor historische operatoren en technologieën die tot op heden het grootste deel van de onderzoeksbegrotingen en subsidies in Europa en de wereld hebben opgeslorpt. Onderzoek en innovatie zijn essentieel om nieuwe, schonere, hernieuwbare en efficiëntere energiebronnen op de benodigde schaal commercieel aantrekkelijk te maken. De industrie alleen of afzonderlijke lidstaten kunnen de kosten en de risico's, waarvoor de belangrijkste aanjagers (overgang naar een koolstofarme economie met betaalbare en zekere energie) zich buiten de markt bevinden, niet dragen.

Om deze ontwikkeling te kunnen versnellen is een strategische benadering op het niveau van de Unie nodig op het gebied van energievoorziening, de vraag naar energie en het gebruik van energie in gebouwen, diensten, vervoer en industriële waardeketens. Dit brengt een afstemming van middelen in de EU met zich mee, waaronder fondsen voor cohesiebeleid, met name via de nationale en regionale strategieën voor slimme specialisatie, emissiehandelssystemen, overheidsopdrachten en andere financieringsmechanismen. Het vraagt ook om regelgevings- en toepassingsbeleid voor hernieuwbare brandstoffen en efficiënt gebruik van energie, op maat vervaardigde technische ondersteuning en capaciteitsopbouw om hindernissen van niet-technische aard weg te nemen.

Om deze ontwikkeling te kunnen versnellen is een strategische benadering op het niveau van de Unie nodig op het gebied van energievoorziening, de vraag naar energie en het gebruik van energie in gebouwen, diensten, vervoer en industriële waardeketens. Dit brengt een afstemming van middelen in de EU met zich mee, waaronder fondsen voor cohesiebeleid, met name via de nationale en regionale strategieën voor slimme specialisatie, emissiehandelssystemen, overheidsopdrachten en andere financieringsmechanismen. Het vraagt ook om regelgevings- en toepassingsbeleid voor hernieuwbare brandstoffen, efficiënt gebruik van energie, op maat vervaardigde technische ondersteuning en capaciteitsopbouw om hindernissen van niet technische aard weg te nemen.

Het strategisch plan voor energietechnologie (SET-plan) biedt zo'n strategische benadering. Het biedt een agenda voor de lange termijn voor de aanpak van de belangrijkste knelpunten op het gebied van innovatie waarmee energietechnologieën te kampen hebben tijdens de fase van grensverleggend onderzoek, de O&O/'Proof-of-Concept'-fasen en de demonstratiefase, wanneer bedrijven kapitaal nodig hebben om grote, nieuwe projecten te financieren en het markttoepassingsproces te openen.

Het strategisch plan voor energietechnologie (SET-plan) biedt zo'n strategische benadering. Het biedt een agenda voor de lange termijn voor de aanpak van de belangrijkste knelpunten op het gebied van innovatie waarmee energietechnologieën te kampen hebben tijdens de fase van grensverleggend onderzoek, de O&O/'Proof-of-Concept'-fasen en de demonstratiefase, wanneer bedrijven kapitaal nodig hebben om grote, nieuwe projecten te financieren en het markttoepassingsproces te openen. In aanvulling op de verschillende technologieën die onder het SET-plan vallen, worden andere nieuw opkomende technologieën die knelpunten aanpakken, eveneens behandeld.

De middelen die nodig zijn om het SET-plan volledig uit te voeren, bedragen naar schatting 8 miljard EUR per jaar gedurende de komende tien jaar. Dit gaat de draagkracht van afzonderlijke lidstaten of belanghebbenden uit de onderzoekswereld en uit het bedrijfsleven alleen ver te boven. Er zijn investeringen in onderzoek en innovatie op EU-niveau nodig, in combinatie met de mobilisatie van Europese inspanningen in de vorm van gezamenlijke tenuitvoerlegging en risico- en capaciteitsverdeling. De financiering door de Unie van onderzoek inzake energie en innovatie vormt derhalve een aanvulling op de activiteiten van de lidstaten doordat de nadruk wordt gelegd op activiteiten met een duidelijke Europese toegevoegde waarde, met name activiteiten met een groot potentieel om als hefboom te fungeren voor nationale middelen. Op EU-niveau kunnen grotere en kostbare risico's worden genomen en kunnen langetermijnprogramma's worden uitgevoerd die de spankracht van individuele landen te boven gaan, kunnen inspanningen worden gebundeld om investeringsrisico's bij grootschalige activiteiten zoals demonstraties op industriële schaal te verminderen, en kunnen Europa-brede, interoperabele energieoplossingen worden ontwikkeld.

De middelen die nodig zijn om het SET-plan volledig uit te voeren, bedragen naar schatting 8 miljard EUR per jaar gedurende de komende tien jaar. Dit gaat de draagkracht van afzonderlijke lidstaten of belanghebbenden uit de onderzoekswereld en uit het bedrijfsleven alleen ver te boven. Er zijn investeringen in onderzoek en innovatie op EU-niveau nodig, in combinatie met de mobilisatie van Europese inspanningen in de vorm van gezamenlijke tenuitvoerlegging en risico- en capaciteitsverdeling. De financiering door de Unie van onderzoek inzake energie en innovatie vormt derhalve een aanvulling op en verruiming van de activiteiten van de lidstaten doordat de nadruk wordt gelegd op activiteiten met een duidelijke Europese toegevoegde waarde, met name activiteiten met een groot potentieel om als hefboom te fungeren voor nationale middelen en banen te creëren in Europa. Op EU-niveau kunnen grotere en kostbare risico's worden genomen en kunnen langetermijnprogramma's worden uitgevoerd die de spankracht van individuele landen te boven gaan, kunnen inspanningen worden gebundeld om investeringsrisico's bij grootschalige activiteiten zoals demonstraties op industriële schaal te verminderen, en kunnen Europa-brede, interoperabele energieoplossingen worden ontwikkeld. Financiering door de Europese Unie moet worden gebruikt om duurzame technologie te financieren, in overeenstemming met de langetermijndoelstellingen van de Europese Unie op het gebied van klimaat en energie.

De uitvoering van het SET-plan als onderzoeks- en innovatiepijler van het Europese energiebeleid zal de continuïteit van de energievoorziening van de Unie en de overgang naar een koolstofarme economie versterken, de koppeling van onderzoeks- en innovatieprogramma's aan trans-Europese en regionale investeringen in energie-infrastructuur vereenvoudigen en de bereidheid van investeerders vergroten om kapitaal beschikbaar te stellen voor projecten met lange aanlooptermijnen en aanzienlijke technologische en marktrisico's. Er ontstaan mogelijkheden voor innovatie voor kleine en grote bedrijven die worden geholpen op mondiaal niveau concurrerend te worden of te blijven waar sprake is van ruime en toenemende mogelijkheden voor energietechnologieën.

De uitvoering van het SET-plan als onderzoeks- en innovatiepijler van het Europese energiebeleid zal de continuïteit van de energievoorziening van de Unie en de overgang naar een koolstofarme economie versterken, de koppeling van onderzoeks- en innovatieprogramma's aan trans-Europese en regionale investeringen in energie-infrastructuur vereenvoudigen en de bereidheid van investeerders vergroten om kapitaal beschikbaar te stellen voor projecten met lange aanlooptermijnen en aanzienlijke technologische en marktrisico's. Er ontstaan mogelijkheden voor innovatie voor kleine en grote bedrijven die worden geholpen op mondiaal niveau concurrerend te worden of te blijven waar sprake is van ruime en toenemende mogelijkheden voor energietechnologieën. De technologieën van het SET-plan worden via afzonderlijke begrotingslijnen gefinancierd.

Op het internationale toneel bieden maatregelen op EU-niveau een kritische massa om de belangstelling van andere leiders op technologisch gebied te wekken en internationale partnerschappen te stimuleren om de doelstellingen van de Unie te bereiken. Dit vereenvoudigt de interactie tussen internationale partners en de Unie gericht op gezamenlijke actie daar waar sprake is van wederzijdse voordelen en belangen.

Op het internationale toneel bieden maatregelen op EU-niveau een kritische massa om de belangstelling van andere leiders op technologisch gebied te wekken en internationale partnerschappen te stimuleren om de doelstellingen van de Unie te bereiken. Dit vereenvoudigt de interactie tussen internationale partners en de Unie gericht op gezamenlijke actie daar waar sprake is van wederzijdse voordelen en belangen.

De activiteiten in het kader van deze uitdaging vormen derhalve de technologische ruggengraat van het Europees energie- en klimaatbeleid. Ze zullen ook bijdragen aan de totstandkoming van de Innovatie-Unie op het gebied van energie en de beleidsdoelstellingen die worden beschreven in "Efficiënt gebruik van hulpbronnen", "Industriebeleid in een tijd van mondialisering" en "Een digitale agenda voor Europa".

De activiteiten in het kader van deze uitdaging vormen derhalve de technologische ruggengraat van het Europees energie- en klimaatbeleid. Ze zullen ook bijdragen aan de totstandkoming van de Innovatie-Unie op het gebied van energie en de beleidsdoelstellingen die worden beschreven in "Efficiënt gebruik van hulpbronnen", "Industriebeleid in een tijd van mondialisering" en "Een digitale agenda voor Europa".

Activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie inzake energie uit kernsplijting en -fusie worden in het Euratom-deel van Horizon 2020 uitgevoerd.

Activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie inzake energie uit kernfusie en inzake de veiligheids- en zekerheidsaspecten van kernsplijting worden in het Euratom-deel van Horizon 2020 uitgevoerd. Er zijn synergie-effecten te verwachten tussen de "zekere, schone en efficiënte" energie-uitdaging en het EURATOM-onderdeel van Horizon 2020.

3.3. Grote lijnen van de activiteitens

3.3. Grote lijnen van de activiteiten

(a) Het energieverbruik verminderen en de koolstofvoetafdruk verkleinen door middel van slim en duurzaam gebruik

(a) Verhoging van de energie-efficiëntie en vermindering van het energieverbruik en de koolstofvoetafdruk door slim, duurzaam en veilig gebruik

De activiteiten zijn gericht op onderzoek en realistische tests van nieuwe concepten, niet-technologische oplossingen, efficiëntere, maatschappelijk verantwoorde en betaalbare technologische componenten en systemen met ingebouwde intelligentie om realtime-energiebeheer voor gebouwen die vrijwel emissievrij zijn, hernieuwbare verwarming en koeling, hoog-efficiënte industrieën en grootschalige toepassing van energiezuinige oplossingen door bedrijven, personen, gemeenschappen en steden mogelijk te maken.

De activiteiten zijn gericht op onderzoek en realistische tests van nieuwe concepten, niet-technologische oplossingen, efficiëntere, maatschappelijk verantwoorde en betaalbare technologische componenten en systemen met ingebouwde intelligentie om realtime-energiebeheer voor steden en gebieden, energiegunstige gebouwen die vrijwel geen emissies hebben en/of energiepositief zijn, na de bouw aangepaste gebouwen, hernieuwbare verwarming en koeling, hoog-efficiënte industrieën en grootschalige toepassing van energiezuinige en energiebesparende oplossingen en diensten door bedrijven, personen, gemeenschappen en steden mogelijk te maken.

(b) Lage kosten, koolstofarme elektriciteitsvoorziening

(b) Duurzame, goedkope en koolstofarme energievoorziening

De activiteiten zijn gericht op onderzoek naar en de ontwikkeling en realistische demonstratie van innovatieve hernieuwbare brandstoffen en grootschaliger, goedkopere, milieuvriendelijke koolstofvastleggings- en -opslagtechnologieën met een grotere omzettingsefficiëntie en grotere beschikbaarheid voor verschillende markt- en bedrijfsomgevingen.

De activiteiten zijn gericht op onderzoek naar en de ontwikkeling en realistische demonstratie van innovatieve hernieuwbare brandstoffen en grootschaliger, goedkopere, milieuvriendelijke koolstofvastleggings- en -opslagtechnologieën die een alternatief bieden voor fossiele brandstoffen of significant bijdragen tot het reduceren van de koolstofvoetafdruk van fossiele brandstoffen, met een grotere omzettings- en opslagefficiëntie en grotere beschikbaarheid voor verschillende markt- en bedrijfsomgevingen.

(c) Alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen

(c) Alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen

De activiteiten zijn gericht op onderzoek naar en de ontwikkeling en realistische demonstratie van technologieën en waardeketens om bio-energie concurrerender en duurzamer te maken, om de doorlooptijd voor waterstof en brandstofcellen te verkorten en om nieuwe mogelijkheden met potentieel voor de lange termijn tot wasdom te brengen.

De activiteiten zijn gericht op onderzoek naar en de ontwikkeling en realistische demonstratie van technologieën en waardeketens om bio-energie, waterstof, brandstofcellen en andere alternatieve vloeibare of gasvormige brandstoffen met potentieel voor efficiëntere energieomzetting concurrerender en duurzamer te maken.

 

De activiteiten zijn ook gericht op de ontwikkeling en het gebruik van back-up- en compensatietechnologieën, met inbegrip van traditionele energiecentrales, die resulteren in een hogere mate van flexibiliteit en efficiëntie, teneinde in te kunnen grijpen als intermittente hernieuwbare bronnen niet in staat zijn aan het systeem te leveren en de stabiliteit van het netwerk te verzekeren.

(d) Eén slim Europees elektriciteitsnetwerk

(d) Eén slim, flexibel Europees energienet

De activiteiten zijn gericht op onderzoek naar en de ontwikkeling en realistische demonstratie van nieuwe nettechnologieën, waaronder opslagsystemen en marktontwerpen om interoperabele netwerken in een open, CO2-vrije, klimaatbestendige en concurrerende markt onder normale omstandigheden en in noodsituaties te kunnen plannen, controleren en besturen en veilig te laten functioneren.

De activiteiten zijn gericht op onderzoek naar en de ontwikkeling en realistische demonstratie van nieuwe nettechnologieën, waaronder flexibele energieopslagsystemen in de hele elektriciteitsketen en marktontwerpen om interoperabele en flexibele netwerken in een open, CO2-vrije, milieuvriendelijke klimaatbestendige en concurrerende markt onder normale omstandigheden en in noodsituaties te kunnen plannen, controleren en besturen en veilig te laten functioneren, en een groter wordend aandeel energie uit hernieuwbare bronnen op die markt in balans te brengen, waarmee derhalve de volledige inzet en het gebruik van intermittente hernieuwbare energiebronnen ondersteund wordt.

 

Aandacht moet ook gaan naar "slimme netwerken" op het platteland, die specifieke uitdagingen met zich meebrengen en innoverende technologische vooruitgang vergen.

(e) Nieuwe kennis en technologieën

(e) Nieuwe kennis en technologieën

De activiteiten zijn gericht op multidisciplinair onderzoek voor energietechnologieën (waaronder visionaire acties) en de gezamenlijke tenuitvoerlegging van pan-Europese onderzoeksprogramma's en faciliteiten van wereldklasse.

De activiteiten zijn gericht op multidisciplinair onderzoek voor duurzame-energietechnologieën (waaronder visionaire acties) en de gezamenlijke tenuitvoerlegging van pan-Europese onderzoeksprogramma's en faciliteiten van wereldklasse. Technologische innovatie gaat gepaard met beleid en initiatieven die niet-technologische innovatie ondersteunen.

(f) Krachtige besluitvorming en maatschappelijke betrokkenheid

(f) Krachtige besluitvorming en maatschappelijke betrokkenheid

De activiteiten zullen gericht zijn op de ontwikkeling van instrumenten, methoden en modellen voor een krachtige en transparante beleidsondersteuning, zoals activiteiten op het gebied van maatschappelijke acceptatie en betrokkenheid, de betrokkenheid van de gebruiker en duurzaamheid.

De activiteiten zullen gericht zijn op de ontwikkeling van instrumenten, methoden en modellen, zoals toekomstgerichte scenario's, voor een krachtige en transparante beleidsondersteuning, zoals activiteiten op het gebied van maatschappelijke acceptatie en betrokkenheid, de betrokkenheid van de gebruiker, analyse van de milieueffecten en de duurzaamheid.

(g) Marktintroductie van energie-innovatie

(g) Marktintroductie van energie-innovatie, bewustmaking van markten en consumenten via Intelligente energie - Europa III

De activiteiten zullen gericht zijn op toegepaste innovatie die de marktintroductie van nieuwe energietechnologieën en -diensten moet vereenvoudigen en een kostenbesparende uitvoering van het energiebeleid van de Unie moet versnellen.

De activiteiten zullen gericht zijn op toegepaste innovatie die de marktintroductie van nieuwe duurzame-energietechnologieën en -diensten moet vereenvoudigen, niet-technologische belemmeringen aanpakt, en een kostenbesparende uitvoering van het energiebeleid van de Unie moet versnellen. In verband hiermee wordt het programma "Intelligente energie - Europa", dat met succes ten uitvoer is gelegd in het kader van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (Competitiveness and Innovation Programme, CIP), met een ambitieus budget voortgezet in het kader van het huidige Horizon 2020-programma.

Amendement  141

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel III – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Slim, groen en geïntegreerd vervoer

4. Vervoer en mobiliteit die slim, groen en geïntegreerd zijn

4.1. Specifieke doelstelling

4.1. Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is een Europees vervoerssysteem tot stand te brengen dat grondstofzuinig, milieuvriendelijk, veilig en naadloos functioneert ten behoeve van de burgers, de economie en de maatschappij.

De specifieke doelstelling is een Europees vervoerssysteem (waaronder de infrastructuurnetwerken ervan) tot stand te brengen dat grondstofzuinig, betaalbaar, klimaat- en milieuvriendelijk, veilig en interoperabel is ten behoeve van de burgers, de economie van de Unie en de maatschappij. Dat vervoersysteem moet aansluiten op de filosofie achter “gezond ouder worden” en bijgevolg alle burgers ten goede komen, ongeacht hun leeftijd, geslacht of handicap, en moet tevens de beginselen van "universele ontwerpen" toepassen.

Europa moet de toenemende mobiliteitsbehoeften afstemmen op de noodzaak van economische resultaten en de vereisten van een koolstofarme maatschappij en een klimaatbestendige economie. Ondanks de groei van de vervoerssector dient deze sector een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en andere negatieve milieueffecten te verwezenlijken en de afhankelijkheid van olie te doorbreken met behoud van een hoge mate van efficiëntie en mobiliteit.

Europa moet de veranderende behoeften inzake de mobiliteit van haar burgers, die voortkomen uit nieuwe demografische en maatschappelijke uitdagingen, en inzake territoriale samenhang afstemmen op de noodzaak van economische resultaten en de vereisten van een energie-efficiënte, koolstofarme maatschappij en een klimaatbestendige economie. Ondanks de groei van de vervoerssector dient deze sector een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en andere negatieve milieueffecten te verwezenlijken en de afhankelijkheid van olie en andere fossiele brandstoffen te doorbreken met behoud van een hoge mate van efficiëntie, betaalbaarheid en mobiliteit, zonder de onbereikbaarheid te vergroten van reeds geïsoleerde regio´s. Massavervoerssystemen zorgen voor uitdagingen die reeds in het onderzoekstadium moeten worden aangepakt.

Duurzame mobiliteit kan alleen worden bereikt door middel van een radicale verandering in het vervoerssysteem, geïnspireerd door doorbraken op het gebied van vervoersonderzoek, vergaande innovatie en een samenhangende, Europa-brede tenuitvoerlegging van groenere, veiligere en slimmere vervoersoplossingen.

Duurzame mobiliteit kan alleen worden bereikt door middel van een radicale verandering in het vervoers- en mobiliteitssysteem, geïnspireerd door doorbraken op het gebied van onderzoek, vergaande innovatie en een samenhangende, Europa-brede tenuitvoerlegging van groenere, gezondere, veiligere, betrouwbaardere en slimmere vervoers- en mobiliteitsoplossingen.

Onderzoek en innovatie moeten zorgen voor tijdige en gerichte voortgang die bijdraagt tot het halen van belangrijke beleidsdoelstellingen van de Unie, en tegelijkertijd het economisch concurrentievermogen vergroten en de overgang naar een klimaatbestendige en koolstofarme economie ondersteunen, met behoud van het leiderschap op de wereldmarkt.

Onderzoek en innovatie moeten zorgen voor tijdige en gerichte voortgang voor elke vervoerswijze die bijdraagt tot het halen van belangrijke beleidsdoelstellingen van de Unie, en tegelijkertijd het economisch concurrentievermogen vergroten en de overgang naar een klimaatbestendige en op hernieuwbare energie stoelende en energie-efficiënte koolstofarme economie ondersteunen, met meer mobiliteit in heel Europa en behoud van het leiderschap op de wereldmarkt.

De noodzakelijke investeringen in onderzoek, innovatie en verspreiding zullen weliswaar aanzienlijk zijn, maar als we er niet in slagen de duurzaamheid van het vervoer te vergroten, zal dat op de lange termijn leiden tot onaanvaardbaar hoge kosten voor het milieu, de economie en de samenleving.

De noodzakelijke investeringen in onderzoek, innovatie en verspreiding zullen weliswaar aanzienlijk zijn, maar als we er niet in slagen de duurzaamheid van het volledige vervoers- en mobiliteitssysteem te vergroten, zal dat op de lange termijn leiden tot onaanvaardbaar hoge kosten voor het milieu, de economie en de samenleving. Op vergelijkbare wijze zal het behalen van de genoemde doelstelling worden belemmerd als de Europese technologische leiderschapspositie op het vlak van vervoer niet behouden blijft en zal dit ernstige en schadelijke gevolgen hebben voor de Europese werkgelegenheid en economische groei op de lange termijn.

4.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

4.2 Achtergrond en de toegevoegde waarde van de Unie

Vervoer is een belangrijke motor voor het concurrentievermogen en de groei van Europa. Vervoer zorgt voor de mobiliteit van mensen en goederen die noodzakelijk is voor een geïntegreerde Europese interne markt en een open en op integratie gerichte maatschappij. Vervoer vormt voor Europa een van de grootste waarden in termen van industriële capaciteit en kwaliteit van de dienstverlening en speelt een belangrijke rol op diverse wereldmarkten. De vervoerssector en de productie van vervoersmaterieel zijn samen verantwoordelijk voor 6,3 % van het bbp van de Unie. Tegelijkertijd moet de Europese vervoerssector het hoofd bieden aan zware concurrentie uit andere delen van de wereld. Er zijn technologische doorbraken nodig om het concurrentievoordeel van Europa in de toekomst te waarborgen en de nadelen van ons huidige vervoerssysteem te verzachten.

Vervoer is een belangrijke motor voor het concurrentievermogen en de groei van Europa. Vervoer zorgt voor territoriale samenhang en voor de mobiliteit van mensen en goederen die noodzakelijk zijn voor de integratie van de Europese markt en een open en op integratie gerichte maatschappij. Vervoer vormt voor Europa een van de grootste waarden in termen van industriële capaciteit en kwaliteit van de dienstverlening en speelt een belangrijke rol op diverse wereldmarkten. Alleen al de vervoerssector en de productie van vervoersmaterieel zijn verantwoordelijk voor 6,3 % van het bbp van de Unie en voor circa 13 miljoen banen. De totale bijdrage van de vervoerssector aan de EU-economie is echter veel groter, aangezien handel in goederen (verantwoordelijk voor bijna 30% van het bbp van de Unie), een groot aantal diensten en werknemers die voor hun werk moeten reizen, volledig afhankelijk zijn van efficiënt vervoer. De bijdrage van vervoer aan de samenleving door het verbinden van mensen is tevens van belang, doch moeilijk te kwantificeren, en fundamenteel voor het vrije verkeer in Europa. Tegelijkertijd moet de Europese vervoerssector het hoofd bieden aan zware concurrentie uit andere delen van de wereld. Er zijn technologische doorbraken nodig om het concurrentievoordeel van Europa in de toekomst te waarborgen en de nadelen van ons huidige vervoerssysteem te verzachten.

De vervoerssector produceert een belangrijk deel van de broeikasgassen en is verantwoordelijk voor wel een kwart van alle emissies. Vervoer is voor 96 % afhankelijk van fossiele brandstoffen. Ondertussen is congestie een toenemend probleem, zijn systemen nog niet slim genoeg, zijn alternatieven om te schakelen tussen verschillende vervoerswijzen niet altijd aantrekkelijk, blijft het aantal verkeersdoden in de Unie met 34 000 per jaar dramatisch hoog, en verwachten burgers en bedrijven een veilig en betrouwbaar vervoerssysteem. De stedelijke context biedt specifieke uitdagingen voor de duurzaamheid van vervoer.

De vervoerssector produceert een belangrijk deel van de broeikasgassen en is verantwoordelijk voor wel een kwart van alle emissies. Vervoer is voor 96 % afhankelijk van fossiele brandstoffen. Ondertussen is congestie een toenemend probleem, zijn systemen nog niet slim genoeg, zijn alternatieven om over te schakelen op duurzamere vervoerswijzen niet altijd aantrekkelijk, blijft het aantal verkeersdoden in de Unie met 34 000 per jaar dramatisch hoog, en verwachten burgers en bedrijven een voor iedereen toegankelijk, veilig en betrouwbaar vervoerssysteem. De stedelijke context biedt specifieke uitdagingen voor een beter evenwicht tussen levenskwaliteit en de duurzaamheid van vervoer en mobiliteit.

De verwachte groeicijfers voor vervoer zouden binnen enkele decennia leiden tot een stagnatie van het Europees verkeer en ondraaglijke economische kosten en gevolgen voor de maatschappij. Passagierskilometers zouden de komende veertig jaar naar verwachting verdubbelen en die voor luchtvervoer tweemaal zo hard stijgen. CO2 emissions would grow 35 % by 2050. De kosten in verband met congestie zouden met ongeveer 50 % stijgen tot bijna 200 miljard euro per jaar. De externe kosten in verband met ongelukken zouden ten opzichte van 2005 stijgen met ongeveer 60 miljard euro.

De verwachte groeicijfers voor vervoer zouden binnen enkele decennia leiden tot een stagnatie van het Europees verkeer en ondraaglijke economische kosten en gevolgen voor de maatschappij, met rampzalige economische en maatschappelijke effecten. Als de tendens in de toekomst doorzet, zouden passagierskilometers de komende veertig jaar naar verwachting verdubbelen en die voor luchtvervoer tweemaal zo hard stijgen. CO2-emissies zouden tot 2050 met 35 % stijgen. De kosten in verband met congestie zouden met ongeveer 50 % stijgen tot bijna 200 miljard euro per jaar. De externe kosten in verband met ongelukken zouden ten opzichte van 2005 stijgen met ongeveer 60 miljard euro.

Volharden in het huidig beleid is derhalve geen optie. Onderzoek en innovatie, aangedreven door beleidsdoelstellingen en gericht op de voornaamste uitdagingen, zullen in belangrijke mate bijdragen aan het halen van de doelstellingen van de Unie om de opwarming van de aarde te beperken tot 2ºC, de CO2-emissies afkomstig van vervoer met 60 % terug te dringen, congestie en de kosten in verband met ongevallen drastisch te verminderen en het aantal verkeersdoden in 2050 bijna tot nul terug te brengen.

Volharden in het huidig beleid is derhalve geen optie. Onderzoek en innovatie, aangedreven door beleidsdoelstellingen en gericht op de voornaamste uitdagingen, zullen in belangrijke mate bijdragen aan het halen van de doelstellingen van de Unie om de opwarming van de aarde te beperken tot 2ºC, de CO2-emissies afkomstig van vervoer met 60 % terug te dringen, congestie en de kosten in verband met ongevallen drastisch te verminderen en het aantal verkeersdoden in 2050 bijna tot nul terug te brengen.

De problemen rond vervuiling, congestie, veiligheid en beveiliging spelen overal in de Unie en vragen om een gezamenlijke Europa-brede aanpak. Een versnelling van de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën en innovatieve oplossingen voor voertuigen, infrastructuren en vervoersbeheer is van cruciaal belang om een schoner en efficiënter vervoerssysteem in de EU tot stand te brengen, om de resultaten te bereiken die nodig zijn om de klimaatverandering te beperken en het efficiënt gebruik van hulpmiddelen te vergroten en om het leiderschap van Europa op de wereldmarkten voor vervoersgerelateerde producten en diensten te behouden. Om deze doelstellingen te bereiken, zijn gefragmenteerde nationale inspanningen niet toereikend.

De problemen rond vervuiling, congestie, veiligheid en beveiliging spelen overal in de Unie en vragen om een gezamenlijke Europa-brede aanpak. Een versnelling van de ontwikkeling en een geharmoniseerde toepassing van nieuwe technologieën en innovatieve oplossingen voor voertuigen, en waarborging van een coherente ontwikkeling van infrastructuur en vervoersbeheer is van cruciaal belang om een schoner, veiliger, zekerder, toegankelijker en efficiënter vervoerssysteem in de EU tot stand te brengen, om de resultaten te bereiken die nodig zijn om de klimaatverandering te beperken en het efficiënt gebruik van hulpmiddelen te vergroten en om het leiderschap van Europa op de wereldmarkten voor vervoersgerelateerde producten en diensten te behouden. Om deze doelstellingen te bereiken, zijn gefragmenteerde nationale inspanningen niet toereikend.

 

Het is ook absoluut noodzakelijk de reeds bestaande oplossingen te ondersteunen door doeltreffende, intelligente, interoperabele en onderling verbonden systemen te creëren ter ondersteuning van de systemen SESAR, Galileo, EGNOS, GMES, ERTMS, SIF, SafeSeaNet, LRIT en STI. Ook initiatieven zoals E-safety en E-call moeten worden voortgezet.

De financiering door de Unie van onderzoek en innovatie inzake vervoer is een aanvulling op de activiteiten van de lidstaten, doordat de nadruk wordt gelegd op activiteiten met een duidelijke Europese toegevoegde waarde. Dit betekent dat zal worden uitgegaan van prioriteitsgebieden die aansluiten bij Europese beleidsdoelstellingen, waarbij ten aanzien van de inspanningen een kritische massa noodzakelijk is, waarbij Europa-brede, interoperabele vervoersoplossingen moeten worden nagestreefd of waarbij, door middel van een transnationale krachtenbundeling, het risico van investeringen in onderzoek kan worden beperkt, gemeenschappelijke normen kunnen worden verkend en de doorlooptijd van onderzoeksresultaten kan worden verkort.

De financiering door de Unie van onderzoek en innovatie inzake vervoer is een aanvulling op de activiteiten van de lidstaten, doordat de nadruk wordt gelegd op activiteiten met een duidelijke Europese toegevoegde waarde. Dit betekent dat zal worden uitgegaan van prioriteitsgebieden die aansluiten bij Europese beleidsdoelstellingen, waarbij ten aanzien van de inspanningen een kritische massa noodzakelijk is, waarbij Europa-brede vervoerssystemen, moderne aandrijf- en energiebronnen, interoperabele vervoersoplossingen of multimodale geïntegreerde vervoersoplossingen en infrastructuren moeten worden nagestreefd of waarbij, door middel van een transnationale krachtenbundeling, knelpunten in het vervoerssysteem kunnen worden geëlimineerd en het risico van investeringen in onderzoek kan worden beperkt, gemeenschappelijke normen en standaardisering kunnen worden verkend en de doorlooptijd van onderzoeksresultaten kan worden verkort.

Activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie omvatten een breed scala aan initiatieven die de volledige innovatieketen bestrijken. Verschillende activiteiten zijn specifiek bedoeld om resultaten op de markt te helpen introduceren: een programmatische benadering van onderzoek en innovatie, demonstratieprojecten, marktacceptatiemaatregelen en steun voor normalisatie, regulering en innovatieve aanbestedingsstrategieën staan alle ten dienste van dit doel. Bovendien kan de kloof tussen onderzoeksresultaten en de toepassing ervan in de vervoerssector worden gedicht door gebruik te maken van de betrokkenheid en kennis van belanghebbenden.

Activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie omvatten een breed scala aan initiatieven die de volledige innovatieketen bestrijken en die een geïntegreerde aanpak volgen ten aanzien van innovatieve vervoersoplossingen variërend van innovatie in verband met voertuigen tot innovatie in verband met infrastructuren en vervoerssystemen. Verschillende activiteiten zijn specifiek bedoeld om resultaten op de markt te helpen introduceren: een programmatische benadering van onderzoek en innovatie, demonstratieprojecten, marktacceptatiemaatregelen en steun voor normalisatie, regulering en innovatieve aanbestedingsstrategieën staan alle ten dienste van dit doel. Bovendien kan de kloof tussen onderzoeksresultaten en de toepassing ervan in de vervoerssector worden gedicht door gebruik te maken van de betrokkenheid en kennis van belanghebbenden.

Investeringen in onderzoek en innovatie voor een groener, slimmer en meer geïntegreerd vervoerssysteem zullen een belangrijke bijdrage leveren aan de Europa 2020-doelstellingen voor slimme, duurzame en inclusieve groei en de doelstellingen van het kerninitiatief Innovatie-Unie. De activiteiten zullen de tenuitvoerlegging van het Witboek over vervoer gericht op een interne Europese vervoersruimte, ondersteunen. Ze zullen ook bijdragen aan de beleidsdoelstellingen die worden beschreven in de vlaggenschipinitiatieven "Hulpbronnenefficiënt Europa", "Industriebeleid in een tijd van mondialisering" en "Een digitale agenda voor Europa".

Investeringen in onderzoek en innovatie voor een groener, slimmer en volledig geïntegreerd vervoerssysteem zullen een belangrijke bijdrage leveren aan de Europa 2020-doelstellingen voor slimme, duurzame en inclusieve groei en de doelstellingen van het kerninitiatief Innovatie-Unie. De activiteiten zullen de tenuitvoerlegging van het Witboek over vervoer gericht op een interne Europese vervoersruimte, ondersteunen. Ze zullen ook bijdragen aan de beleidsdoelstellingen die worden beschreven in de vlaggenschipinitiatieven "Hulpbronnenefficiënt Europa", "Industriebeleid in een tijd van mondialisering" en "Een digitale agenda voor Europa".

4.3. Grote lijnen van de activiteitens

4.3. Grote lijnen van de activiteitens

(a) Grondstofzuinig vervoer met respect voor het milieu

(a) Hulpbronnenefficiënt vervoer met respect voor het milieu en de volksgezondheid

Het doel is de invloed van vervoer op het klimaat en het milieu tot een minimum te beperken door de efficiëntie ervan te vergroten als het gaat om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

Het doel is de invloed van vervoer op het klimaat en het milieu, maar ook op de gezondheid van burgers, tot een minimum te beperken door de kwaliteit, efficiëntie en doeltreffendheid ervan te vergroten als het gaat om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, door de brandstofbronnen te diversifiëren en door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, en tegelijkertijd de emissies van broeikasgassen te reduceren. Teneinde de kosteneffectiviteit te verhogen, moet bij alle vervoerswijzen aandacht worden besteed aan onderhoud, reparatie, vernieuwing en hergebruik.

De activiteiten zijn gericht op terugdringing van het verbruik van hulpmiddelen en broeikasgasemissies en het verhogen van de efficiëntie van voertuigen, het versnellen van de ontwikkeling en toepassing van een nieuwe generatie elektrische en andere emissiearme of bijna emissievrije voertuigen, onder andere door middel van doorbraken op het gebied van motoren, batterijen en de infrastructuur, op het verkennen en benutten van het potentieel van alternatieve brandstoffen en innovatieve en efficiëntere voorstuwingssystemen, waaronder brandstofinfrastructuur, op optimalisering van het gebruik van infrastructuren door middel van intelligente vervoerssystemen en slimme apparatuur en op uitbreiding van de toepassing van maatregelen voor beheersing van de vraag en openbaar en niet-gemotoriseerd vervoer, met name in stedelijke gebieden.

De activiteiten zijn in eerste instantie gericht op terugdringing van het verbruik van hulpmiddelen, van geluidsniveaus en broeikasgasemissies en het verhogen van de energie-efficiëntie van alle soorten voertuigen, het versnellen van de ontwikkeling en toepassing van een nieuwe generatie elektrische en andere emissiearme of bijna emissievrije voertuigen en de bijbehorende infrastructuur, onder andere door middel van doorbraken op het gebied van motoren, batterijen en de infrastructuur, en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor spoorweg-, water- en luchtvervoer. Voorts is het noodzakelijk om alle innovaties te bevorderen die erop zijn gericht de emissies van alle vervoersmiddelen drastisch te reduceren of tot nul terug te brengen, met inbegrip van het ontwikkelen van het enorme potentieel van alternatieve en duurzame brandstoffen, evenals de ontwikkeling van innovatieve en efficiëntere voorstuwingssystemen, inspanningen voor de optimalisering van brandstofsystemen, het gewicht en de luchtweerstand van voertuigen, ontwikkeling en infrastructuur, en optimalisering van het gebruik van infrastructuren door middel van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en slimme apparatuur. Het is belangrijk dat er meer gebruik wordt gemaakt van openbaar en niet-gemotoriseerd vervoer en intermodale mobiliteitsketens, met name in stedelijke gebieden.

(b) Grotere mobiliteit, minder congestie, meer veiligheid en beveiliging

(b) Grotere mobiliteit en toegankelijkheid, minder congestie, meer veiligheid en beveiliging

Het doel is de verbeterde doorstroming van het vervoer af te stemmen op de toenemende behoefte aan mobiliteit door middel van innovatieve oplossingen voor naadloze, inclusieve, veilige, betrouwbare en robuuste vervoerssystemen.

Het doel is de verbeterde doorstroming van het vervoer af te stemmen op de toenemende behoefte aan mobiliteit door middel van innovatieve oplossingen voor naadloze, intermodale, inclusieve, toegankelijke, veilige, betrouwbare, gezonde en robuuste vervoerssystemen, zonder voorbij te gaan aan het belang van een kwalitatief hoogwaardige, innovatieve en intermodale infrastructuur.

De activiteiten zijn gericht op het verminderen van congestie, vergroting van de toegankelijkheid en afstemming van de behoeften van gebruikers door geïntegreerd vervoer en logistiek van deur tot deur te bevorderen, op verbetering van de intermodaliteit en de toepassing van slimme oplossingen voor planning en beheer en op een drastische vermindering van het aantal ongelukken en het effect van veiligheidsrisico's.

De activiteiten zijn gericht op het verminderen van congestie, vergroting van de levenskwaliteit, toegankelijkheid en interoperabiliteit en op afstemming van de behoeften van gebruikers door geïntegreerde vervoerslogistiek van deur tot deur en mobiliteitsbeheer te bevorderen, op een versnelde uitvoering van intermodale oplossingen voor reizigers (intermodale kaartverkoop) op verbetering van de inter- en multimodaliteit en de toepassing van slimme oplossingen voor planning en beheer en beheer en op een drastische vermindering van het aantal ongelukken en het effect van veiligheidsrisico's.

(c) Wereldwijd leiderschap voor de Europese vervoerssector

(c) Wereldwijd leiderschap voor de Europese vervoerssector

Het doel is het concurrentievermogen en de prestaties van de Europese vervoersmiddelenindustrie en aanverwante diensten te versterken.

Het doel is het concurrentievermogen en de prestaties van de Europese vervoersmiddelenindustrie en aanverwante diensten te versterken met het oog op de veelbelovende maar bijzonder concurrerende, toekomstige wereldmarkt. Er dient voldoende aandacht te worden besteed aan logistieke processen, onderhoud, reparatie, vernieuwing en hergebruik.

De activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van de volgende generatie innovatieve vervoersmiddelen en de weg bereiden voor de daaropvolgende generatie door te werken aan nieuwe concepten en ontwerpen, slimme controlesystemen en interoperabele normen, efficiënte productieprocessen, kortere ontwikkelingstijden en verlaging van de kosten tijdens de levensduur.

De activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van de volgende generatie innovatieve vervoersmiddelen en de weg bereiden voor de daaropvolgende generatie door te werken aan nieuwe configuraties en technologieën, concepten en ontwerpen, slimme controlesystemen en interoperabele normen, efficiënte productieprocessen, gebruik van geavanceerde materialen en biologische, duurzamere bijproducten, innovatieve certificeringsprocedures, kortere ontwikkelingstijden en verlaging van de kosten tijdens de levensduur, of nieuwe, duurzamere materialen en coatings.

 

(c bis) Slimme logistiek

 

Het is de bedoeling om opkomende nieuwe consumptiepatronen te verzoenen met een efficiënte toeleveringsketen voor grondstoffen en een optimale distributie van goederen in de laatste kilometers.

 

De activiteiten moeten erop gericht zijn meer inzicht te verwerven in de impact van nieuwe en toekomstige consumptiepatronen en in de logistiek van stedelijk vrachtvervoer, in het verkeer en in congestie; nieuwe IT- en beheerinstrumenten te ontwikkelen voor logistiek, door betere real-time informatiesystemen te ontwikkelen om de verkeersstromen in het vrachtvervoer te beheren, te traceren en te volgen, en door de integratie en communicatie aan boord en met de infrastructuur te verbeteren; onconventionele systemen te ontwikkelen voor de distributie van goederen; concurrerende intermodale oplossingen te ontwikkelen voor de toeleveringsketen en logistieke platforms te ontwikkelen om de verkeersstromen van het vrachtvervoer te verbeteren.

(d) Sociaaleconomisch onderzoek en toekomstgerichte activiteiten voor beleidsvorming

(d) Sociaaleconomisch en gedragsonderzoek en toekomstgerichte activiteiten met het oog op beleidsvorming

Het doel is de verbetering van de beleidsvorming die nodig is om innovatie te bevorderen, te ondersteunen en het hoofd te bieden aan de uitdagingen in verband met vervoer en de daaraan gerelateerde maatschappelijke behoeften.

Het doel is de verbetering van de beleidsvorming die nodig is om innovatie te bevorderen, te ondersteunen en het hoofd te bieden aan de uitdagingen in verband met vervoer en mobiliteit en de daaraan gerelateerde maatschappelijke en individuele behoeften.

De activiteiten zijn erop gericht het inzicht in vervoersgerelateerde sociaaleconomische trends en vooruitzichten te verbeteren en beleidsmakers op feitenmateriaal gebaseerde gegevens en analyses te bieden.

De activiteiten zijn erop gericht het inzicht in vervoersgerelateerde sociaaleconomische trends en vooruitzichten te verbeteren en beleidsmakers op feitenmateriaal gebaseerde gegevens en analyses te bieden die oder andere via het Transport Research Knowledge Centre van de Europese Commissie worden verspreid.

 

Bij de organisatie van alle activiteiten met betrekking tot vervoer wordt een geïntegreerde en vervoerswijzespecifieke benadering gevolgd en wordt aangesloten bij de strategische onderzoek- en innovatieagenda's van de Europese technologieplatforms. Meerjarige zichtbaarheid en continuïteit zijn van essentieel belang om ware Europese meerwaarde te waarborgen en de talrijke specifieke eigenschappen van elke vervoerswijze in acht te nemen.

Amendement  142

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel III – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Klimaatactie, hulpbronnenefficiëntie en grondstoffen

5. Klimaatactie, milieu, hulpbronnenefficiëntie en duurzaam gebruik van grondstoffen

5.1. Specifieke doelstelling

5.1. Specifieke doelstelling

De specifieke doelstelling is een grondstofzuinige en klimaatveranderingsbestendige economie en een duurzame grondstoffenvoorziening tot stand te brengen om tegemoet te komen aan de behoeften van een toenemende wereldbevolking binnen de duurzame beperkingen van de natuurlijke hulpbronnen van de planeet. De activiteiten zullen bijdragen aan het vergroten van het Europees concurrentievermogen en het welzijn en zullen tegelijkertijd de milieu-integriteit en duurzaamheid waarborgen door de opwarming van de aarde onder de 2 °C te houden en ecosystemen en de maatschappij in staat te stellen zich aan de klimaatverandering aan te passen.

De specifieke doelstelling is een grondstofzuinige, veilige en klimaatveranderingsbestendige economie en samenleving, bescherming en duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en de ecosystemen en een duurzaam gebruik en een duurzame voorziening van grondstoffen en water tot stand te brengen om tegemoet te komen aan de behoeften van een toenemende wereldbevolking binnen de duurzame beperkingen van de terrestrische en mariene natuurlijke hulpbronnen van de planeet. De activiteiten zullen bijdragen aan het vergroten van het Europees concurrentievermogen, de zekerheid van de aanvoer van grondstoffen en het welzijn en zullen tegelijkertijd de milieu-integriteit, weerbaarheid en duurzaamheid waarborgen door de opwarming van de aarde onder de 2 °C te houden en ecosystemen en de maatschappij in staat te stellen zich aan de klimaatverandering aan te passen.

In de loop van de twintigste eeuw is zowel het gebruik van fossiele brandstoffen als de winning van materiële hulpbronnen wereldwijd met een factor tien toegenomen. Het tijdperk van schijnbaar overvloedige en goedkope hulpbronnen loopt ten einde. Grondstoffen, water, lucht, biodiversiteit en terrestrische, aquatische en mariene ecosystemen staan alle onder druk. Veel van de belangrijke ecosystemen in de wereld worden aangetast en tot maar liefst 60 % van de diensten die ze leveren wordt op een niet-duurzame wijze aangewend. In de EU wordt jaarlijks ongeveer 16 ton materiaal per persoon gebruikt. Zes ton daarvan is afval, waarvan de helft naar de stortplaats gaat. De wereldwijde vraag naar grondstoffen blijft stijgen als gevolg van bevolkingsgroei en het streven naar een hogere levensstandaard, met name door mensen met een middeninkomen in opkomende economieën. Economische groei moet worden losgekoppeld van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

In de loop van de twintigste eeuw is zowel het gebruik van fossiele brandstoffen als de winning van materiële hulpbronnen wereldwijd met een factor tien toegenomen. Het tijdperk van schijnbaar overvloedige en goedkope hulpbronnen loopt ten einde. Grondstoffen, water, lucht, biodiversiteit en terrestrische, aquatische en mariene ecosystemen staan alle onder druk. Veel van de belangrijke ecosystemen in de wereld worden aangetast en tot maar liefst 60 % van de diensten die ze leveren wordt op een niet-duurzame wijze aangewend. In de EU wordt jaarlijks ongeveer 16 ton materiaal per persoon gebruikt. Zes ton daarvan is afval, waarvan de helft naar de stortplaats gaat. De wereldwijde vraag naar grondstoffen blijft stijgen als gevolg van bevolkingsgroei en het streven naar een hogere levensstandaard, met name door mensen met een middeninkomen in opkomende economieën. Economische groei moet worden losgekoppeld van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

De gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak is de afgelopen honderd jaar ongeveer 0,8°C gestegen en zal tot het einde van de eenentwintigste eeuw naar verwachting verder stijgen met 1,8 tot 4°C (ten opzichte van het gemiddelde over 1980-1999). Het waarschijnlijke effect van deze veranderingen op natuurlijke en menselijke systemen is een uitdaging voor het aanpassingsvermogen van de planeet alsook een bedreiging voor de toekomstige economische ontwikkeling en het welzijn van de mensheid.

De gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak is de afgelopen honderd jaar ongeveer 0,8°C gestegen en zal tot het einde van de eenentwintigste eeuw naar verwachting verder stijgen met 1,8 tot 4°C (ten opzichte van het gemiddelde over 1980-1999). Het waarschijnlijke effect van deze veranderingen op natuurlijke en menselijke systemen is een uitdaging voor het aanpassingsvermogen van de planeet alsook een bedreiging voor de toekomstige economische ontwikkeling en het welzijn van de mensheid. De gevolgen van klimaatverandering en vervuiling, in combinatie met toenemende urbanisatie, massatoerisme, menselijke nalatigheid en de overexploitatie van hulpbronnen vormen een gevaar voor de kwetsbare culturele sector van de gemeenschappen die het cultureel erfgoed van Europa belichamen.

Het toenemende effect van de klimaatverandering en milieuproblemen, zoals verzuring van de oceaan, smeltende ijskappen op de Noordpool, aantasting en gebruik van het landschap, watertekorten, chemische vervuiling en verlies van biodiversiteit, tonen aan dat de planeet de grenzen van de duurzaamheid nadert. Zonder verbeteringen op het gebied van efficiëntie zal de vraag naar water het aanbod over twintig jaar met 40 % overschrijden. Bossen verdwijnen in het schrikbarend hoge tempo van 5 miljoen hectare per jaar. Wisselwerking tussen hulpbronnen kan tot systeemrisico's leiden – waarbij de uitputting van één hulpbron een onomkeerbaar kantelpunt voor andere hulpbronnen en ecosystemen veroorzaak