Procedure : 2012/0065(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0037/2013

Ingediende teksten :

A7-0037/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2013 - 8.3
CRE 13/03/2013 - 8.3
Stemverklaringen
PV 08/10/2013 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0080
P7_TA(2013)0397

VERSLAG     ***I
PDF 480kWORD 509k
31.1.2013
PE 494.689v02-00 A7-0037/2013

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat met betrekking tot de handhaving van Richtlijn 2009/13/EG tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG

(COM(2012)0134 – C7‑0083/2012 – 2012/0065(COD))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur: Pervenche Berès

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat met betrekking tot de handhaving van Richtlijn 2009/13/EG tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG

(COM(2012)0134 – C7‑0083/2012 – 2012/0065(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2012)0134),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0083/2012),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 juli 2012(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en het advies van de Commissie vervoer (A7-0037/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter zijn standpunt te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement 1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Hoewel Richtlijn 2009/21/EG de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat regelt door het IMO-auditprogramma voor vlaggenstaten in het EU-recht op te nemen en middels een kwaliteitscertificering van de nationale maritieme instanties, is een afzonderlijke richtlijn betreffende de maritieme arbeidsnormen beter geschikt en duidelijker om de verschillende doelstellingen en procedures weer te geven.

(10) Hoewel Richtlijn 2009/21/EG de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat regelt door het IMO-auditprogramma voor vlaggenstaten in het EU-recht op te nemen en middels een kwaliteitscertificering van de nationale maritieme instanties, is een afzonderlijke richtlijn betreffende de maritieme arbeidsnormen beter geschikt en duidelijker om de verschillende doelstellingen en procedures weer te geven. Om die reden moet deze richtlijn Richtlijn 2009/21/EG, waarvan de bepalingen alleen van toepassing zijn op de IMO-verdragen, onverlet laten. In elk geval moeten de lidstaten de mogelijkheid behouden een systeem te ontwikkelen, implementeren en onderhouden voor het kwaliteitsbeheer van de operationele delen van de vlaggenstaatgerelateerde activiteiten van hun scheepvaartinstanties die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Richtlijn 2009/13/EG is van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen die onder de vlag van een lidstaat varen. De lidstaten dienen er derhalve op toe te zien dat schepen die hun vlag voeren alle bepalingen van die richtlijn naleven.

(11) Richtlijn 2009/13/EG is van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen die onder de vlag van een lidstaat varen. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat hun verplichtingen als vlaggenstaten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de toepasselijke onderdelen van het MAV 2006 die overeenkomen met in de bijlage bij die richtlijn opgenomen elementen inzake schepen die hun vlag voeren, daadwerkelijk worden nagekomen. Bij het opzetten van een doelmatig systeem voor controlemechanismen, met inbegrip van inspecties, kan een lidstaat een machtiging verlenen aan openbare instellingen of andere organisaties in de zin van het MLC 2006.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) De toepassing en/of de uitlegging van deze richtlijn mag onder geen beding leiden tot een vermindering van het beschermingsniveau dat de werknemers momenteel genieten in het kader van EU-wetgeving.

Motivering

Hoezeer het ook wenselijk is dat er internationale minimumnormen zijn, mogen deze er niet toe dienen om het beschermingsniveau dat Europese zeevarenden momenteel genieten te ondermijnen. Dit is met name van belang gegeven de doelstelling om Europese burgers te stimuleren te kiezen voor een loopbaan op zee.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In deze richtlijn worden de regels vastgesteld om te waarborgen dat de lidstaten zich daadwerkelijk kwijten van hun verplichten om als vlaggenstaten toe te zien op de naleving van Richtlijn 2009/13/EG door de schepen die hun vlag voeren. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan Richtlijn 2009/21/EG van het Europees Parlement en de Raad.

In deze richtlijn worden de regels vastgesteld om te waarborgen dat de lidstaten zich daadwerkelijk kwijten van hun verplichtingen om als vlaggenstaten toe te zien op de naleving van Richtlijn 2009/13/EG en van de Overeenkomst van de sociale partners in de bijlage daarbij door de schepen die hun vlag voeren. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan Richtlijn 2009/21/EG1.

 

_____________

 

1 PB L 131 van 28.5.2009, blz. 132.

Motivering

Om de nadruk te leggen op de Overeenkomst van de sociale partners is deze toegevoegd aan de definities van artikel 2, zodat er niet naar verwezen hoeft te worden telkens als Richtlijn 2009/13/EG wordt vermeld.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Definities

Definities

 

(b bis) "Richtlijn 2009/13/EG": Richtlijn 2009/13/EG en de Overeenkomst van de sociale partners in de bijlage daarbij;

Motivering

Technisch gezien is de Overeenkomst van de sociale partners een bijlage bij Richtlijn 2009/13/EG (en maakt zij er geen deel van uit), dus moet er hier naar worden verwezen omdat zij de essentie van het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 (Maritime Labour Convention, MLC) bevat, dat in EU-wetgeving wordt omgezet.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter) "certificaat maritieme arbeid", "voorlopig certificaat maritieme arbeid" en "verklaring naleving maritieme arbeid": de documenten waarnaar verwezen wordt in Norm A5.1.3, lid 9, van het MLC 2006, opgesteld volgens de in aanhangsel A5-II bij dat verdrag opgenomen modellen;

Motivering

Het is noodzakelijk om een definitie te geven van deze certificaten, aangezien ernaar verwezen wordt in de voorgestelde amendementen op deze richtlijn.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toezicht op de naleving van deze beginselen

Toezicht op de naleving van deze beginselen en certificering

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1. Elke lidstaat garandeert de nakoming van de in Richtlijn 2009/13/EG vastgestelde verplichtingen door schepen die onder zijn vlag varen.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.1, lid 1.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Om een doeltreffend inspectie- en certificeringssysteem van de maritieme-arbeidsomstandigheden in te stellen mogen lidstaten, indien gepast, openbare instellingen of andere organisaties (inclusief die van een andere lidstaat, als deze daarmee instemt) die zij erkennen als onafhankelijk en bekwaam machtigen om inspecties uit te voeren of certificaten te verstrekken of beide. In ieder geval blijven de lidstaten volledig verantwoordelijk voor de inspectie en certificering van de werk- en leefomstandigheden van de betrokken zeevarenden op schepen die onder zijn vlag varen.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.1, lid 3.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Elke lidstaat zet een doeltreffend systeem op voor inspectie en certificering van maritieme arbeidsomstandigheden, overeenkomstig zowel de Voorschriften 5.1.3 en 5.1.4 als de Normen A5.1.3 en A5.1.4 van het MLC 2006, en dat ervoor borg staat dat de arbeids- en leefomstandigheden van zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren, voldoen aan de normen van dit Verdrag en hieraan blijven voldoen.

Motivering

De details in verband met de afgifte, het toezicht, de inspecties en de uitvoering van het certificaat maritieme arbeid en de verklaring naleving maritieme arbeid zijn in de Normen A5.1.3 en A5.1.4 uiteengezet. Derhalve moeten die normen hier expliciet worden vermeld.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater. Een maritieme-arbeidscertificaat, samen met een verklaring betreffende de naleving van de maritieme arbeidsregels, vormt een op het eerste gezicht voldoende bewijs dat het schip naar behoren geïnspecteerd is door de lidstaat onder wiens vlag het vaart en dat aan de in Richtlijn 2009/13/EG vastgestelde vereisten met betrekking tot de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden is voldaan, voor zover gecertificeerd.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.1, lid 4.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies. Informatie met betrekking tot het in lid 1 ter van dit artikel bedoelde systeem, met inbegrip van methode die gehanteerd wordt om de doeltreffendheid ervan te beoordelen, wordt opgenomen in de verslagen van de lidstaat aan het Internationaal Arbeidsbureau ingevolge artikel 22 van het Statuut van dat bureau.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.1, lid 5, van het Verdrag betreffende maritieme arbeid.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 sexies. Elke lidstaat stelt duidelijke doelen en normen vast voor de administratie van zijn inspectie- en certificeringssystemen, alsmede geschikte algemene procedures voor de beoordeling van de mate waarin die doelen worden bereikt en die normen worden nageleefd.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.1, lid 5.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 septies. Elke lidstaat verplicht alle schepen die onder zijn vlag varen een afschrift van Richtlijn 2009/13/EG en de Overeenkomst van de sociale partners in de bijlage daarbij aan boord ter beschikking te hebben.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.1, lid 2.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 octies. Het tijdvak tussen inspecties mag niet langer zijn dan drie jaar.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Handhavingspersoneel

Erkende organisaties en hun handhavingspersoneel

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat met de controle op de correcte tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/13/EG belaste personeelsleden de nodige opleiding krijgen en over de competenties, bevoegdheden, het mandaat, het statuut en de onafhankelijkheid beschikken die nodig of wenselijk zijn om controles uit te voeren en de naleving van die richtlijn te waarborgen.

1. Een lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3, lid 1 bis, vermelde instellingen en andere organisaties ("erkende organisaties") en hun met de controle op de correcte tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/13/EG belaste personeelsleden de nodige opleiding krijgen en over de competenties, bevoegdheden, het mandaat, het statuut en de onafhankelijkheid beschikken die nodig of wenselijk zijn om controles uit te voeren en de naleving van die richtlijn te waarborgen. De inspectie- of certificeringstaken waartoe de erkende organisaties gemachtigd kunnen zijn, vallen binnen het bereik van de activiteiten waarnaar in lid 1 ter t/m lid 1 quinquies specifiek wordt verwezen als door de lidstaat of een erkende organisatie uitgevoerde activiteiten.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.2, lid 1.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) kan, onverminderd de rechten en verplichtingen van de vlaggenstaten, lidstaten ondersteunen bij het toezicht op de erkende organisaties die overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2009/151 in opdracht van de lidstaat certificeringstaken verrichten.

Motivering

Het Agentschap verleent de Commissie nu reeds bijstand bij het toezicht op erkende organisaties; als het eveneens de lidstaten mag steunen, zou dit meer doelmatigheid en minder druk op de begrotingen van de lidstaten opleveren.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Alle machtigingen met betrekking tot inspecties geven de erkende organisatie, ten minste, de bevoegdheid om te eisen dat tekortkomingen die zij heeft vastgesteld in de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden worden weggewerkt en om hieromtrent inspecties uit te voeren op verzoek van de havenstaat.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.2, lid 2.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater. Elke lidstaat richt het volgende op:

 

(a) een systeem om de geschiktheid te garanderen van het door erkende organisaties uitgevoerde werk. Dit systeem bevat informatie over alle toepasselijke nationale wet- en regelgeving en relevante internationale instrumenten; alsmede

 

(b) procedures voor communicatie met en toezicht op deze organisaties.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.2, lid 3.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies. Elke lidstaat verschaft het Internationaal Arbeidsbureau een geldige lijst van alle erkende organisaties die gemachtigd zijn in zijn naam te handelen en werkt deze lijst regelmatig bij. De lijst specificeert de functies waartoe de erkende organisaties gemachtigd werden.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.2, lid 4.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Maritieme-arbeidscertificaat

 

4 bis. Elke lidstaat verplicht schepen die onder zijn vlag varen een maritieme-arbeidscertificaat te hebben en bijgewerkt te houden dat bevestigt dat de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden op het schip, met inbegrip van de maatregelen voor voortdurende naleving die in de verklaring betreffende de naleving van de maritieme-arbeidsregels moeten worden vermeld, geïnspecteerd zijn en voldoen aan de vereisten van de nationale wet- of regelgeving of andere maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2009/13/EG en de Overeenkomst van de sociale partners in de bijlage daarbij.

Motivering

Om een vereiste (op grond van de MLC, Voorschrift 5.1.3, lid 3) op te nemen dat lidstaten het bij zich hebben van een certificaat verplicht moeten stellen.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 ter

 

Inspectie en uitvoering van de bepalingen

 

1. Elke lidstaat verifieert door middel van een doeltreffend en gecoördineerd systeem van regelmatige inspecties, monitoring en andere controlemaatregelen of schepen die zijn vlag voeren voldoen aan de vereisten van Richtlijn 2009/13/EG als geïmplementeerd in de nationale wet- en regelgeving.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.4, lid 1.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2. Gedetailleerde bepalingen met betrekking tot het in lid 1 vermelde inspectie- en handhavingssysteem worden hieronder vastgelegd in leden 3 tot 18.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.4, lid 2.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 3 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3. Elke lidstaat handhaaft een inspectiesysteem van de omstandigheden voor zeevarenden op schepen die onder zijn vlag varen, dat een controle bevat of de maatregelen met betrekking tot werk- en leefomstandigheden, die vastgelegd zijn in de verklaring betreffende de naleving van de maritieme-arbeidsregels, indien van toepassing, worden uitgevoerd en of aan de vereisten van Richtlijn 2009/13/EG is voldaan.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 1.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 4 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4. Een lidstaat benoemt een toereikend aantal gekwalificeerde inspecteurs om zijn in lid 3 vermelde verantwoordelijkheden uit te oefenen. Wanneer erkende organisaties toestemming hebben verkregen voor het verrichten van inspecties, eist de lidstaat dat het personeel dat de inspectie uitvoert, gekwalificeerd is voor deze taken en verleent hun de noodzakelijke wettelijke bevoegdheid om deze taken uit te voeren.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 2.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 5 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5. De nodige maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat de inspecteurs over de opleiding, competenties, opdracht, bevoegdheden, status en onafhankelijkheid beschikken die nodig of wenselijk zijn om de in lid 3 vermelde controles uit te voeren en de naleving te waarborgen.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 3.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 6 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6. Indien een lidstaat een klacht ontvangt die hij niet als kennelijk ongegrond beschouwt of bewijs ontvangt waaruit blijkt dat een schip dat zijn vlag voert niet aan de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG voldoet of dat de tenuitvoerlegging van de maatregelen in de verklaring betreffende de naleving van de maritieme-arbeidsregels ernstige tekortkomingen vertoont, neemt de lidstaat de nodige maatregelen om deze zaak te onderzoeken en om ervoor te zorgen dat de nodige stappen worden ondernomen om alle geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 5.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 7 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7. Door elke lidstaat worden gepaste regels ingevoerd en afdoende gehandhaafd om ervoor te zorgen dat inspecteurs het statuut en de dienstvoorwaarden hebben die nodig zijn om te garanderen dat zij onafhankelijk zijn van regeringswissels en van ongepaste externe invloeden.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 6.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 8 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8. Inspecteurs die duidelijke aanwijzingen hebben ontvangen met betrekking tot de uit te voeren taken en in het bezit zijn van het juiste legitimatiebewijs, zijn bevoegd om:

 

(a) aan boord te gaan van een schip dat de vlag van een lidstaat voert;

 

(b) elke ondervraging, elke test en elke keuring te verrichten die zij noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de normen strikt worden nageleefd; alsmede

 

(c) te verlangen dat tekortkomingen worden verholpen en, wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat de tekortkomingen een ernstige inbreuk op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden) betekenen, of een zwaarwegend gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van zeevarenden, een schip te verbieden de haven te verlaten totdat de noodzakelijke maatregelen zijn genomen.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 7, onder a) t/m c).

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 9 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9. Elke handeling overeenkomstig lid 8, onder c), is onderhevig aan elk recht op hoger beroep dat eventueel voor een juridische of administratieve instantie bestaat.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 8.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 10 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10. Inspecteurs hebben de nodige discretionaire bevoegdheid om advies te geven in plaats van een procedure in te stellen of aan te bevelen wanneer er geen sprake is van duidelijke inbreuk op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG waardoor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van de betrokken zeevarenden in gevaar komt en wanneer er geen precedenten van soortgelijke schendingen bestaan.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 9.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 11 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11. Elke bron van grieven of klachten in verband met gevaren of tekortkomingen op het gebied van de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden of een inbreuk op de wet- en regelgeving wordt door inspecteurs vertrouwelijk behandeld; aan de reder, zijn vertegenwoordiger of de exploitant van het schip wordt niet meegedeeld dat een inspectie is uitgevoerd naar aanleiding van een grief of klacht.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 10.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 12 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12. Aan de inspecteurs worden geen taken opgedragen die, vanwege hun aantal of aard, een doeltreffende inspectie in de weg zouden kunnen staan of op enige wijze hun gezag of onpartijdigheid in hun contacten met reders, zeevarenden of andere betrokken partijen zouden kunnen aantasten.

 

In het bijzonder mogen inspecteurs:

 

(a) geen direct of indirect belang hebben bij de activiteiten die zij moeten inspecteren; alsmede

 

(b) onverminderd gepaste sancties of disciplinaire maatregelen, geen bedrijfsgeheimen, vertrouwelijke werkprocedures of persoonlijke informatie die zij tijdens hun dienst te weten zijn gekomen, onthullen, zelfs niet na hun vertrek uit de dienst.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 11, onder a) en b).

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 13 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

13. De inspecteurs leggen een inspectierapport van elke uitgevoerde inspectie voor aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat. Van het inspectierapport wordt een afschrift in het Engels of in de voertaal van het schip aan de kapitein overhandigd en wordt een afschrift ter informatie van de zeevarenden opgehangen op het mededelingenbord van het schip en desgevraagd aan hun vertegenwoordigers gezonden.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 12.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 14 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

14. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat houdt een register bij van de inspecties van de omstandigheden voor zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren. Zij publiceert binnen een redelijke termijn na het einde van het jaar, doch uiterlijk zes maanden daarna, een jaarverslag over de inspectiewerkzaamheden.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 13.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 15 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

15. In geval van een onderzoek na een ernstig incident wordt het verslag zo snel mogelijk, en niet meer dan één maand na de afronding van het onderzoek, bij de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat ingediend.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 14.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 16 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

16. Wanneer een inspectie wordt verricht of maatregelen worden genomen op grond van dit artikel, wordt al het redelijke gedaan om te voorkomen dat een schip onnodig wordt opgehouden of vertraagd.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 15.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 17 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

17. In overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving is vergoeding verschuldigd voor eventuele verliezen of schade geleden als gevolg van de onrechtmatige uitoefening van de bevoegdheden door de inspecteur. De bewijslast ligt in alle gevallen bij de klager.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 16.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter – lid 18 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18. Elke lidstaat stelt sancties en andere corrigerende maatregelen in - en handhaaft deze doeltreffend - voor inbreuken op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden) en voor het hinderen van inspecteurs bij de uitoefening van hun taken.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.4, lid 17.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Indien een lidstaat een klacht ontvangt die hij niet als kennelijk ongegrond beschouwt of informatie ontvangt waaruit duidelijk blijkt dat een schip dat zijn vlag voert niet aan de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG voldoet of dat de tenuitvoerleggingsmaatregelen ernstige tekortkomingen vertonen, neemt die lidstaat de nodige maatregelen om deze zaak te onderzoeken en neemt hij de nodige stappen om alle geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

1. Indien een lidstaat een klacht ontvangt met betrekking tot internationaal arbeidsrecht, zoals het Verdrag betreffende maritieme arbeid, of met betrekking tot bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG, die hij niet als kennelijk ongegrond beschouwt, neemt die lidstaat de nodige maatregelen om deze zaak te onderzoeken en neemt hij de nodige stappen om alle geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

 

Indien een lidstaat via een inspectie informatie ontvangt waaruit duidelijk blijkt dat een schip dat zijn vlag voert niet aan de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG voldoet of dat de tenuitvoerleggingsmaatregelen ernstige tekortkomingen vertonen, neemt die lidstaat de nodige maatregelen om deze zaak te onderzoeken en neemt hij de nodige stappen om alle geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Elke bron van klachten in verband met gevaren of tekortkomingen op het gebied van de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden of een inbreuk op de wet- en regelgeving wordt door met klachtenbehandeling belaste personeelsleden vertrouwelijk behandeld; aan de reder, zijn vertegenwoordiger of de exploitant van het schip wordt niet meegedeeld dat een inspectie wordt uitgevoerd naar aanleiding van een klacht.

2. Elke bron van klachten in verband met gevaren of tekortkomingen op het gebied van de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden of een inbreuk op de wet- en regelgeving wordt door personeelsleden vertrouwelijk behandeld; aan de reder, zijn vertegenwoordiger of de exploitant van het schip wordt niet meegedeeld dat een inspectie wordt uitgevoerd naar aanleiding van een klacht.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Klachtenprocedures aan boord

 

1. Elke lidstaat verlangt dat aan boord van schepen die zijn vlag voeren procedures gelden voor de eerlijke, doeltreffende en snelle behandeling van klachten van zeevarenden wegens vermeende inbreuken op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden).

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.5, lid 1.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2. Lidstaten verbieden en bestraffen elke vorm van represailles tegen een zeevarende vanwege de indiening van een klacht.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.5, lid 2.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 3 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan het recht van een zeevarende om verhaal te zoeken via elk rechtsmiddel dat hij passend acht.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.1.5, lid 3.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 4 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4. Onverminderd eventueel ruimere mogelijkheden die in nationale wet- en regelgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen worden toegekend, kunnen de klachtenprocedures aan boord door zeevarenden worden gebruikt om klachten in te dienen met betrekking tot alle zaken die mogelijk een inbreuk vormen op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden).

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.5, lid 1.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 5 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5. Iedere lidstaat ziet erop toe dat in zijn wet- en regelgeving passende klachtenprocedures voor klachten aan boord van schepen zijn opgenomen teneinde voldoen aan de vereisten van de leden 1 t/m 3. Deze procedures zijn gericht op het oplossen van klachten op het laagst mogelijke niveau. Zeevarenden hebben evenwel in alle gevallen het recht om rechtstreeks een klacht in te dienen bij de kapitein en, indien zij dit nodig achten, bij toepasselijke externe autoriteiten.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.5, lid 2.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 6 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6. De klachtenprocedures aan boord omvatten het recht voor de zeevarende zich tijdens de klachtenprocedure door iemand te laten bijstaan of vertegenwoordigen, en bescherming tegen eventuele represailles tegen zeevarenden vanwege de indiening van klachten. Het begrip "represaille" omvat iedere actie van personen gericht tegen zeevarenden vanwege de indiening van een klacht die niet kennelijk tergend of kwaadwillig is.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.5, lid 3.

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 7 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7. Naast een afschrift van een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden, ontvangen alle zeevarenden een afschrift van de aan boord van het schip geldende klachtenprocedures. Dit bevat contactinformatie van de bevoegde autoriteit in de vlaggenstaat en, indien deze verschilt, in het land waar de zeevarende woonachtig is, alsmede de naam van een of meer personen aan boord die de zeevarende, in vertrouwen, onpartijdig kunnen adviseren met betrekking tot hun klacht en op andere wijze kunnen bijstaan bij het volgen van aan boord van het schip toepasselijke klachtenprocedures.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.1.5, lid 4.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter – lid 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

Verantwoordelijkheden van staten die werknemers leveren

 

1. Onverminderd het beginsel dat elke lidstaat verantwoordelijk is voor de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren, is de lidstaat eveneens verantwoordelijk voor de uitvoering van de bepalingen van dit artikel met betrekking tot de selectie en werving van zeevarenden alsmede de socialezekerheidsbescherming van zeevarenden die zijn onderdanen of inwoners zijn of anderszins gedomicilieerd zijn op zijn grondgebied, voor zover in deze verantwoordelijkheid wordt voorzien in dit artikel.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Voorschrift 5.3, lid 1.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter – lid 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2. Via een inspectie- en toezichtssysteem en juridische maatregelen tegen inbreuken op de licentie- en andere exploitatievereisten waarin leden 3 en 4 voorzien, ziet elke lidstaat toe op de naleving van de bepalingen van dit artikel die van toepassing zijn op de exploitatie en werking van selectie- en wervingsdiensten voor zeevarenden die op zijn grondgebied zijn gevestigd.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A5.3, lid 1.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter – lid 3 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3. Elke lidstaat die een openbare selectie- en wervingsdienst voor zeevarenden exploiteert, zorgt ervoor dat deze dienst op een ordelijke manier wordt geëxploiteerd zodat de in Richtlijn 2009/13/EG bepaalde arbeidsrechten van zeevarenden worden beschermd en bevorderd.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A1.4, lid 1.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter – lid 4 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4. De bevoegde instantie van de betrokken lidstaat ziet nauwgezet toe op en controleert alle selectie- en wervingsdiensten voor zeevarenden die op het grondgebied van deze lidstaat werkzaam zijn. Licenties, certificaten of soortgelijke toelatingen voor de exploitatie van private diensten op het grondgebied worden pas toegekend of vernieuwd nadat is nagegaan of de betrokken selectie- en wervingsdienst voor zeevarenden aan de bepalingen van nationale wet- en regelgeving voldoet.

Motivering

Om te voldoen aan de MLC, Norm A1.4, lid 6.

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 quater

 

Rendez-vousclausule

 

Vanaf de datum van inwerkingtreding van het Verdrag betreffende maritieme arbeid ziet de Commissie toe op de integratie ervan in de EU-wetgeving en de toepassing ervan door de lidstaten. De Commissie neemt daartoe de nodige maatregelen.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 quinquies

 

Verslagen

 

Om de vijf jaar brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn.

 

In dit verslag worden de prestaties van de lidstaten in hun hoedanigheid van vlaggenstaat geëvalueerd en worden eventueel aanvullende maatregelen voorgesteld om de correcte omzetting en de eerbiediging van het verdrag te waarborgen.

Motivering

De correcte omzetting van het MLC 2006 en de uitvoering van de bepalingen die betrekking hebben op de vlaggenstaten zijn van groot belang. Artikel 9 van Richtlijn 2009/21/EG voorziet in regelmatige evaluatieverslagen en dit verdient ook aanbeveling als het gaat om de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

(1)

Nog niet verschenen in het Publicatieblad.


TOELICHTING

De rapporteur is van mening dat de aspecten van het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 (Maritime Labour Convention, MLC) die betrekking hebben op de controle door de vlaggenstaat op een meer gedetailleerde en specifieke manier in de EU-wetgeving moeten worden vastgelegd. Een groot voordeel van de opname van de MLC in de EU-wetgeving is een versterking van het handhavingsregime ervoor binnen de EU, door middel van EU-inbreukprocedures, waardoor de naleving nog verder wordt verbeterd.

De EU-bepalingen over vlaggenstaatcontrole moeten beter weergeven wat specifiek en expliciet door de MLC vereist wordt zodat verschillende interpretaties door de lidstaten worden voorkomen en daardoor ook oneerlijke mededinging en sociale dumping.

De rapporteur stelt voor zo veel mogelijk letterlijk uit de MLC over te nemen in deze richtlijn, voor zover het een EU-bevoegdheid betreft.

Titel 5 van de MLC gaat over naleving en handhaving en de titel van Voorschrift 5.1 luidt "verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat".

De ingediende amendementen betreffen met name de volgende punten.

- Algemene beginselen, die zijn opgesomd in Voorschrift, Norm en Richtsnoer 5.1.1 van de MLC, en garanderen dat elke staat zijn verantwoordelijkheden uitvoert met betrekking tot schepen die onder zijn vlag varen.

- Machtiging van erkende organisaties, zoals vastgesteld in Voorschrift, Norm en Richtsnoer 5.1.2 van de MLC.

De rapporteur vindt dat artikel 4 van het voorstel van de Commissie geamendeerd moet worden zodat expliciet wordt verwezen naar die specifieke bepaling van de MLC om ervoor te zorgen dat erkende organisaties en hun personeelsleden hun toezichtstaken zo goed mogelijk uitvoeren.

- Maritieme-arbeidscertificaat en verklaring betreffende de naleving van de maritieme-arbeidsregels, zie Voorschrift, Norm en Richtsnoer 5.1.3 van de MLC.

In artikel 3 van het voorstel van de Commissie wordt verwezen naar "inspecties", maar niet naar "certificering"; de oprichting van een doeltreffend certificeringssysteem moet echter ook vereist worden. Daar waar het voorstel van de Commissie geen bepalingen over het maritieme-arbeidscertificaat bevat, stelt de rapporteur voor binnen de wettelijke bevoegdheden van de EU wel bepalingen hierover op te nemen aangezien de MLC-bepalingen over het maritieme-arbeidscertificaat en de verklaring betreffende de naleving van de maritieme-arbeidsregels van centraal belang zijn voor de handhaving van de MLC.

- Inspectie en handhaving, zie Voorschrift, Norm en Richtsnoer 5.1.4 van de MLC.

Behalve de verwijzing naar "inspecties" in artikel 3 van het voorstel van de Commissie werd voorts niets van deze sectie overgenomen in de richtlijn. Met de opname van de MLC-regels in het EU-wetgevingskader zouden de lidstaten ertoe aangezet worden een sterke en samenhangende inspectie- en handhavingsstructuur op poten te zetten.

- Klachtenprocedures aan boord , zoals vastgelegd in Voorschrift, Norm en Richtsnoer 5.1.5 van de MLC.

In artikel 5 van het voorstel van de Commissie wordt wel naar klachten verwezen, maar de vereisten zijn zeer beperkt en sommige relevante delen van de MLC werden over het hoofd gezien. Belangrijke rechten en bepalingen met betrekking tot klachten moeten in de richtlijn worden opgenomen op een meer gedetailleerde manier.

- Verantwoordelijkheden van staten die werknemers leveren, zie Voorschrift, Norm en Richtsnoer 5.3 van de MLC, om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun verantwoordelijkheden nakomen met betrekking tot de selectie en werving alsmede de socialezekerheidsbescherming van hun zeevarenden.


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (27.11.2012)

aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat met betrekking tot de handhaving van Richtlijn 2009/13/EG tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG

(COM(2012)0134 – C7‑0083/2012 – 2012/0065(COD))

Rapporteur voor advies: Georges Bach

BEKNOPTE MOTIVERING

1. Inleiding

Dit voorstel voor een richtlijn valt binnen een breder algemeen kader van Europese wettelijke maatregelen die getroffen zijn voor de handhaving van verscheidene normen van het Verdrag betreffende maritieme arbeid (MLC), aangenomen door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) op 23 februari 2006 in Genève. Tot dusver hebben 30 landen, die meer dan 59% van de wereldwijde tonnage vertegenwoordigen, dat verdrag geratificeerd terwijl 30 ratificaties en 33% van de wereldvloot vereist zijn om het in werking te doen treden.

Dankzij het MLC genieten de meer dan 1,2 miljoen zeevarenden ter wereld uitgebreide rechten en bescherming op het werk. Het verdrag heeft betrekking op belangrijke kwesties, zoals de minimumvereisten voor zeevarenden om aan boord van een schip te mogen werken (titel I van het MLC), de arbeidsvoorwaarden (titel II), huisvesting, recreatievoorzieningen, voeding en catering (titel III), de bescherming van de gezondheid, medische zorg, welzijn en sociale zekerheid (titel IV), en de naleving en handhaving (titel V) om correcte werk- en leefomstandigheden aan boord van schepen te waarborgen. Het verdrag voorziet ook in procedures voor de tenuitvoerlegging van deze bepalingen.

Het verdrag is erop gericht om wereldwijd gelijke concurrentievoorwaarden in de scheepvaart tot stand te brengen door de vaststelling van gemeenschappelijke minimumnormen voor alle vlaggen en zeevarenden.

De EU heeft Besluit 2007/431/EG van de Raad al aangenomen, waardoor de lidstaten gemachtigd zijn het MLC 2006 te ratificeren. Voor zestien lidstaten loopt de ratificatieprocedure momenteel nog, maar Spanje, Polen, Bulgarije, Luxemburg, Denemarken, Letland, Nederland, Zweden en Cyprus hebben het al geratificeerd.

Voorts heeft de EU Richtlijn 2009/13/EG van de Raad van 16 februari 2009 tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG aangenomen en deze overeenkomst is een belangrijke verwezenlijking van de sectoriële sociale dialoog.

Middels Richtlijn 2009/13/EG is de Europese regelgeving in overeenstemming gebracht met de relevante bepalingen van het MLC voor wat betreft de rechten van zeevarenden van de titels I, II, III en IV. De Europese sociale partners, die de overeenkomst ten uitvoer wilden leggen door middel van een besluit van de Raad op basis van artikel 155 VWEU, zijn niet bevoegd om de handhavingsbepalingen van titel V van het verdrag in hun overeenkomst op te nemen en hebben de Commissie gevraagd de nodige stappen te nemen.

Het doel van het huidige voorstel, waarin het wezenlijke belang voor de zeevarenden van titel V onderkend wordt, is juist om daar voor wat betreft de vlaggenstaten voor te zorgen.

Dit voorstel is nauw verbonden met het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG betreffende havenstaatcontrole, dat tot doel heeft in de hele sector op wereldschaal gelijke regels in te stellen door de handhaving van het verdrag in alle Europese havens.

2. De "vervoers"-dimensie van het voorstel

Dit voorstel, dat stelling neemt voor een sociale agenda voor het zeevervoer, ligt in het verlengde van het Witboek van 28 maart 2011 "Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem".

Door dit voorstel, dat zorgt voor de handhaving van de arbeidsrechten van de zeevarenden overeenkomstig het MLC 2006, zal de sector van het zeevervoer sterker op de kaart worden gezet. Het imago van de sector zal erdoor gepromoot en verbeterd worden en het voorstel stelt de Europese belangen in de wereld veilig doordat er wereldwijd gelijke concurrentievoorwaarden geschapen worden.

De rapporteur verwelkomt het voorstel dat erop gericht is de zeer positieve verworvenheden van de sociale dialoog tussen de belanghebbenden in de maritieme sector te bekrachtigen.

De rapporteur is van mening dat het huidige voorstel gespecificeerd en versterkt moet worden door wezenlijke onderdelen van het MLC in de tekst van het voorstel zelf op te nemen.

De voorgestelde amendementen zullen met name een sterk richtinggevend kader scheppen voor het optreden van lidstaten m.b.t. hun verplichtingen als vlaggenstaten door een doelmatig en gedetailleerd inspectiebeleid vast te stellen aan de hand waarvan de lidstaten kunnen zorgen dat hun schepen voldoen aan Richtlijn 2009/13/EG. In deze zin zijn ook de klachtenprocedures alsmede de procedures voor inspectie en handhaving overeenkomstig het MLC steviger aangezet.

AMENDEMENTEN

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement 1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Hoewel Richtlijn 2009/21/EG de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat regelt door het IMO-auditprogramma voor vlaggenstaten in het EU-recht op te nemen en middels een kwaliteitscertificering van de nationale maritieme instanties, is een afzonderlijke richtlijn betreffende de maritieme arbeidsnormen beter geschikt en duidelijker om de verschillende doelstellingen en procedures weer te geven.

(10) Hoewel Richtlijn 2009/21/EG de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat regelt door het IMO-auditprogramma voor vlaggenstaten in het EU-recht op te nemen en middels een kwaliteitscertificering van de nationale maritieme instanties, is een afzonderlijke richtlijn betreffende de maritieme arbeidsnormen beter geschikt en duidelijker om de verschillende doelstellingen en procedures weer te geven. Om die reden moet deze richtlijn Richtlijn 2009/21/EG, waarvan de bepalingen alleen van toepassing zijn op de IMO-verdragen, onverlet laten. In elk geval zouden de lidstaten een systeem kunnen ontwikkelen, implementeren en onderhouden voor het kwaliteitsbeheer van de operationele delen van de vlaggenstaatgerelateerde activiteiten van hun scheepvaartinstanties die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Richtlijn 2009/13/EG is van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen die onder de vlag van een lidstaat varen. De lidstaten dienen er derhalve op toe te zien dat schepen die hun vlag voeren alle bepalingen van die richtlijn naleven.

(11) Richtlijn 2009/13/EG is van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen die onder de vlag van een lidstaat varen. De lidstaten dienen hun verplichtingen als vlaggenstaten naar behoren na te komen door erop toe te zien dat de toepasselijke onderdelen van het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 (MLC 2006) die overeenkomen met in de bijlage bij Richtlijn 2009/13/EG opgenomen elementen, worden nageleefd door schepen die hun vlag voeren. Bij het opzetten van een doelmatig systeem voor controlemechanismen, inclusief inspecties, zou een lidstaat een machtiging kunnen verlenen aan openbare instellingen of andere organisaties in de zin van het MLC 2006.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) De toepassing en/of de uitlegging van deze richtlijn mag onder geen beding leiden tot een vermindering van het beschermingsniveau dat de werknemers momenteel genieten in het kader van EU-wetgeving.

Motivering

Hoezeer het ook wenselijk is dat er internationale minimumnormen zijn, mogen deze er niet toe dienen om het beschermingsniveau dat Europese zeevarenden momenteel genieten te ondermijnen. Dit is met name van belang gegeven de doelstelling om Europese burgers te stimuleren te kiezen voor een loopbaan op zee.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis) "certificaat maritieme arbeid", "voorlopig certificaat maritieme arbeid" en "verklaring naleving maritieme arbeid": de documenten waarnaar verwezen wordt in Norm A5.1.3, lid 9, van het MLC 2006, opgesteld volgens de in aanhangsel A5-II bij dat verdrag opgenomen modellen.

Motivering

Het is noodzakelijk om een definitie te geven van deze certificaten, omdat ernaar verwezen zal worden in de voorgestelde amendementen op deze richtlijn.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toezicht op de naleving van deze beginselen

Toezicht op de naleving van deze beginselen en certificering

Motivering

Certificering is een belangrijk aspect van het toezicht op de naleving van deze beginselen zoals dat in het voorstel beschreven staat.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten kunnen in overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, voor schepen met een brutotonnage van minder dan 200 ton die niet voor internationale reizen worden gebruikt, overeenkomstig artikel II, lid 6, van het MLC 2006 besluiten de controlemechanismen, inclusief inspecties, aan te passen teneinde rekening te houden met de specifieke situatie in verband met deze schepen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke lidstaat zet een doeltreffend systeem op voor inspectie en certificering van maritieme arbeidsomstandigheden, overeenkomstig zowel de Voorschriften 5.1.3 en 5.1.4 als de Normen A5.1.3 en A5.1.4 van het MLC 2006, en dat ervoor borg staat dat de arbeids- en leefomstandigheden van zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren, voldoen aan de normen van dit Verdrag en hieraan blijven voldoen.

Motivering

De details in verband met de afgifte, het toezicht, de inspecties en de uitvoering van het certificaat maritieme arbeid en de verklaring naleving maritieme arbeid zijn in de Normen A5.1.3 en A5.1.4 uiteengezet en derhalve moeten die normen hier expliciet vermeld worden.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij de instelling van een doeltreffend systeem voor de inspectie en certificering van maritieme arbeidsomstandigheden kan een lidstaat, waar passend, publieke instanties of andere organisaties (met inbegrip van die van een andere lidstaat, indien deze hiermee instemt) die het als bevoegd en onafhankelijk erkent, toestemming geven inspecties uit te voeren en/of certificaten af te geven. In alle gevallen blijft de lidstaat volledig verantwoordelijk voor de inspectie en certificering van de arbeids- en leefomstandigheden van de betrokken zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.1, lid 3, van het MLC 2006.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een certificaat maritieme arbeid aangevuld met een verklaring naleving maritieme arbeid vormt prima facie bewijs dat het schip naar behoren is geïnspecteerd door de lidstaat waarvan het de vlag voert en dat aan de vereisten van dit Verdrag met betrekking tot de arbeids- en leefomstandigheden van de zeevarenden overeenkomstig de certificering is voldaan.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.1, lid 4, van het MLC 2006.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Informatie met betrekking tot het in lid 1 bis van dit artikel bedoelde systeem, met inbegrip van methode die gehanteerd wordt om de doeltreffendheid ervan te beoordelen, wordt opgenomen in de verslagen van de lidstaat aan het Internationaal Arbeidsbureau ingevolge artikel 22 van het Statuut van dat bureau.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.1, lid 5, van het MLC 2006.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke lidstaat stelt duidelijke doelen en normen vast voor de administratie van zijn inspectie- en certificeringssystemen, alsmede geschikte algemene procedures voor de beoordeling van de mate waarin die doelen worden bereikt en die normen worden nageleefd.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.1, lid 1, van het MLC 2006.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke lidstaat verplicht alle schepen die zijn vlag voeren een exemplaar van Richtlijn 2009/13/EG aan boord te hebben.

Motivering

Overeenkomstig Norm 5.1.1, lid 2, van het MLC 2006.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Handhavingspersoneel

Erkende organisaties en hun handhavingspersoneel

Motivering

Om een bepaling op te nemen, gebaseerd op Voorschrift 5.1.3, lid 3, van het MLC 2006, dat lidstaten van de EU van schepen onder hun vlag een certificaat verlangen.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Inspectie en handhaving

 

1. Elke lidstaat verifieert door middel van een doeltreffend en gecoördineerd systeem van regelmatige inspecties, monitoring en andere controlemaatregelen of schepen die zijn vlag voeren voldoen aan de vereisten van Richtlijn 2009/13/EG als geïmplementeerd in de nationale wet- en regelgeving.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.4, lid 1, van het MLC 2006.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) kan, onverminderd de rechten en verplichtingen van de vlaggenstaten, lidstaten ondersteunen bij het toezicht op de erkende organisaties die overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2009/151 in opdracht van de lidstaat certificeringstaken verrichten.

Motivering

Het Agentschap verleent de Commissie nu reeds bijstand bij het toezicht op erkende organisaties; als het eveneens de lidstaten mag steunen, zou dit meer doelmatigheid en minder druk op de begrotingen van de lidstaten opleveren.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2. Gedetailleerde vereisten met betrekking tot het in lid 1 (nieuw) bedoelde inspectie- en handhavingssysteem zijn opgenomen in lid 3 (nieuw) tot en met 19 (nieuw) van dit artikel.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.4, lid 2, van het MLC 2006.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 3 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3. Elke lidstaat hanteert een systeem voor inspectie van de omstandigheden voor zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren, in het kader waarvan onder meer gecontroleerd wordt of de in de verklaring naleving maritieme arbeid opgenomen maatregelen met betrekking tot de arbeids- en leefomstandigheden, indien van toepassing, worden nageleefd, en of aan de vereisten van Richtlijn 2009/13/EG wordt voldaan.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 1, van het MLC 2006.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 4 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4. De lidstaten wijzen een toereikend aantal gekwalificeerde inspecteurs aan om aan hun verantwoordelijkheden uit hoofde van lid 3 (nieuw) van dit artikel te voldoen. Wanneer erkende organisaties toestemming hebben verkregen voor het verrichten van inspecties, verlangen de lidstaten dat personeel dat de inspectie uitvoert gekwalificeerd is om deze taken te verrichten en verlenen zij hun de nodige wettelijke bevoegdheid voor de uitoefening van hun taken.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 2, van het MLC 2006.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 5 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5. De nodige maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de inspecteurs de benodigde of wenselijke opleiding, competentie, opdracht, bevoegdheden, status en onafhankelijkheid hebben om de verificatie uit te kunnen voeren en de in lid 3 (nieuw) van dit artikel bedoelde naleving te kunnen waarborgen.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 3, van het MLC 2006.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 6 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6. Bij iedere lidstaat waarop artikel 3, lid 1 bis (nieuw), van toepassing is, vinden in voorkomend geval inspecties plaats met de in Norm A5.1.3 van het MLC 2006 vereiste frequentie. Voor elke andere lidstaat bedraagt het tijdvak tussen de inspecties in geen geval meer dan drie jaar.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 4, van het MLC 2006 maar met een onderscheid tussen de lidstaten waarop het MLC van toepassing is (in welke gevallen er verwezen kan worden naar Norm A5.1.3 van het MLC) en die waarvoor het MLC niet geldt.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 7 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7. Indien een lidstaat een klacht ontvangt en deze niet kennelijk ongegrond acht of bewijs verkrijgt dat een schip dat zijn vlag voert niet aan de vereisten van Richtlijn 2009/13/EG voldoet of dat er ernstige tekortkomingen zijn in de uitvoering van de maatregelen als omschreven in de verklaring naleving maritieme arbeid, neemt die lidstaat de nodige stappen om de zaak te onderzoeken en ervoor zorg te dragen dat maatregelen worden genomen om de geconstateerde tekortkomingen weg te nemen.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 5, van het MLC 2006.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 8 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8. Elke lidstaat neemt passende maatregelen - en handhaaft deze doeltreffend - om te waarborgen dat de inspecteurs een zodanige status en een zodanig mandaat hebben dat zij onafhankelijk zijn van regeringswisselingen en van ongeoorloofde invloeden van buitenaf.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 6, van het MLC 2006.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 9 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9. Inspecteurs die duidelijke aanwijzingen hebben ontvangen met betrekking tot de uit te voeren taken en in het bezit zijn van het juiste legitimatiebewijs, zijn bevoegd om:

 

a) aan boord te gaan van een schip dat de vlag van een lidstaat voert;

 

b) elke ondervraging, elke test en elke keuring te verrichten die zij noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de normen strikt worden nageleefd; en

 

c) te verlangen dat tekortkomingen worden verholpen en, wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat de tekortkomingen een ernstige inbreuk op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden) betekenen, of een zwaarwegend gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van zeevarenden, een schip te verbieden de haven te verlaten totdat de noodzakelijke maatregelen zijn genomen.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 7, onder a) en b), van het MLC 2006.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 10 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10. Ten aanzien van uit hoofde van lid 9, onder c), genomen maatregel gelden alle rechten van verhaal bij een gerechtelijke of overheidsinstantie.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 8, van het MLC 2006.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 11 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11. Inspecteurs hebben de nodige discretionaire bevoegdheid om advies te geven in plaats van een procedure in te stellen of aan te bevelen wanneer er geen sprake is van duidelijke inbreuk op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG waardoor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van de betrokken zeevarenden in gevaar komt en wanneer er geen precedenten van soortgelijke schendingen bestaan.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 9, van het MLC 2006.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 12 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12. Inspecteurs behandelen de bron van alle grieven of klachten over een gevaar of gebrek met betrekking tot de arbeids- en leefomstandigheden van zeevarenden of over een inbreuk op de wet- en regelgeving vertrouwelijk en laten aan de reder, diens vertegenwoordiger of de exploitant van het schip niet blijken dat een inspectie heeft plaatsgevonden naar aanleiding van dergelijke grieven of klachten.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 10, van het MLC 2006.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 13 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

13. Aan de inspecteurs worden geen taken opgedragen die, vanwege hun aantal of aard, een doeltreffende inspectie in de weg zouden kunnen staan of op enige wijze hun gezag of onpartijdigheid in hun contacten met reders, zeevarenden of andere betrokken partijen zouden kunnen aantasten.

In het bijzonder mogen inspecteurs:

 

a) geen direct of indirect belang hebben bij de activiteiten die zij moeten inspecteren; en

 

b) op straffe van passende sancties of disciplinaire maatregelen, zelfs na het verlaten van de dienst, geen handelsgeheimen of vertrouwelijke arbeidsprocessen of informatie van persoonlijke aard bekendmaken, waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun taken.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 11, onder a) en b), van het MLC 2006.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 14 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

14. De inspecteurs leggen een inspectierapport van elke uitgevoerde inspectie voor aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat. Van het inspectierapport wordt een afschrift in het Engels of in de voertaal van het schip aan de kapitein overhandigd en wordt een afschrift ter informatie van de zeevarenden opgehangen op het mededelingenbord van het schip en desgevraagd aan hun vertegenwoordigers gezonden.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 12, van het MLC 2006.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 15 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

15. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat houdt een register bij van de inspecties van de omstandigheden voor zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren. Zij publiceert binnen een redelijke termijn na het einde van het jaar, doch uiterlijk zes maanden daarna, een jaarverslag over de inspectiewerkzaamheden.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 13, van het MLC 2006.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 16 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

16. In geval van een onderzoek naar aanleiding van een ernstig ongeval wordt het rapport zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na afsluiting van het onderzoek, bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat ingediend.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 14, van het MLC 2006.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 17 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

17. Wanneer een inspectie wordt verricht of maatregelen worden genomen op grond van dit artikel, wordt al het redelijke gedaan om te voorkomen dat een schip onnodig wordt opgehouden of vertraagd.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 15, van het MLC 2006.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 18 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18. In overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving is vergoeding verschuldigd voor eventuele verliezen of schade geleden als gevolg van de onrechtmatige uitoefening van de bevoegdheden door de inspecteur. De bewijslast ligt in alle gevallen bij de klager.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 16, van het MLC 2006.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis – lid 19 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19. Elke lidstaat stelt sancties en andere corrigerende maatregelen in - en handhaaft deze doeltreffend - voor inbreuken op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden) en voor het hinderen van inspecteurs bij de uitoefening van hun taken.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 17, van het MLC 2006.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Inspectie en handhaving

 

6. In elke lidstaat worden de inspecties met de in Norm A5.1.3 van het Maritiem Arbeidsverdrag uit 2006 vastgestelde frequentie uitgevoerd.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.4, lid 4, van het MLC 2006. In het voorstel van de Commissie tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG over de havenstaatcontrole wordt met betrekking tot het certificaat maritieme arbeid en de verklaring naleving maritieme arbeid geen onderscheid gemaakt tussen de lidstaten die het MLC geratificeerd hebben en diegene die dat nog niet gedaan hebben. De verplichting van de lidstaten voor de uitvoering van de inspecties komt met deze formulering uit de EU-wetgeving voort.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Klachtenprocedures aan boord

 

1. Elke lidstaat verlangt dat aan boord van schepen die zijn vlag voeren procedures gelden voor de eerlijke, doeltreffende en snelle behandeling van klachten van zeevarenden ter zake van inbreuken op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden).

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.5, lid 1, van het MLC 2006.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2. Elke lidstaat verbiedt en bestraft elke vorm van represaille tegen een zeevarende vanwege het indienen van een klacht.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.5, lid 2, van het MLC 2006.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 3 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan het recht van een zeevarende verhaal te zoeken via elk door de zeevarende geschikt geacht rechtsmiddel.

Motivering

Overeenkomstig Voorschrift 5.1.5, lid 3, van het MLC 2006.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 4 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4. Onverminderd eventueel ruimere mogelijkheden geboden door nationale wet- en regelgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten, kunnen de klachtenprocedures aan boord door zeevarenden worden gebruikt om klachten in te dienen met betrekking tot alle zaken die mogelijk een inbreuk vormen op de bepalingen van Richtlijn 2009/13/EG (inclusief de rechten van zeevarenden).

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.5, lid 1, van het MLC 2006.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 5 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5. Elke lidstaat ziet erop toe dat in zijn nationale wet- en regelgeving passende klachtenprocedures voor klachten aan boord zijn opgenomen om te voldoen aan de vereisten van lid 1 (nieuw) tot en met 3 (nieuw) van dit artikel. Deze procedures zijn gericht op het oplossen van klachten op het laagst mogelijke niveau. Zeevarenden hebben evenwel in alle gevallen het recht om rechtstreeks een klacht in te dienen bij de kapitein en, wanneer zij zulks nodig achten, bij toepasselijke externe autoriteiten.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.5, lid 2, van het MLC 2006.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 6 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6. In de klachtenprocedures aan boord zijn opgenomen het recht voor de zeevarende zich tijdens de klachtenprocedure door iemand te laten bijstaan of vertegenwoordigen, en bescherming tegen eventuele represailles tegen zeevarenden vanwege het indienen van klachten. Het begrip "represaille" omvat iedere actie van personen gericht tegen zeevarenden vanwege het indienen van klachten die niet kennelijk vexatoir of kwaadwillig zijn.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.5, lid 3, van het MLC 2006.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis – lid 7 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7. Naast een afschrift van een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden, ontvangen alle zeevarenden een afschrift van de aan boord van het schip geldende klachtenprocedures. Hierin is opgenomen contactinformatie van de bevoegde autoriteit in de vlaggenstaat en, indien deze afwijkt, in het land waar de zeevarende woonachtig is, alsmede de naam van een of meerdere personen aan boord die de zeevarende, in vertrouwen, onpartijdig kunnen adviseren met betrekking tot een klacht en op andere wijze kunnen bijstaan bij het volgen van aan boord van het schip toepasselijke klachtenprocedures.

Motivering

Overeenkomstig Norm A5.1.5, lid 4, van het MLC 2006.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Verslaglegging

 

Om de vijf jaar brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn.

 

In dit verslag worden de prestaties van de lidstaten in hun hoedanigheid van vlaggenstaat geëvalueerd en worden eventueel aanvullende maatregelen voorgesteld om de correcte omzetting en de eerbiediging van het verdrag te waarborgen.

Motivering

De correcte omzetting van het MLC 2006 en de uitvoering van de bepalingen die betrekking hebben op de vlaggenstaten zijn van groot belang. Artikel 9 van Richtlijn 2009/21/EG voorziet in regelmatige evaluatieverslagen en dit verdient ook aanbeveling als het gaat om de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

PROCEDURE

Titel

Verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat met betrekking tot de handhaving van Richtlijn 2009/13/EG tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG

Document- en procedurenummers

COM(2012)0134 – C7-0083/2012 – 2012/0065(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

EMPL

29.3.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

TRAN

29.3.2012

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Georges Bach

18.6.2012

Behandeling in de commissie

9.10.2012

26.11.2012

 

 

Datum goedkeuring

27.11.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

0

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdi Cristiano Allam, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Erik Bánki, Izaskun Bilbao Barandica, Philip Bradbourn, Antonio Cancian, Michael Cramer, Joseph Cuschieri, Philippe De Backer, Luis de Grandes Pascual, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Dieter-Lebrecht Koch, Georgios Koumoutsakos, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Gesine Meissner, Hubert Pirker, Olga Sehnalová, Brian Simpson, Keith Taylor, Giommaria Uggias, Peter van Dalen, Artur Zasada, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Phil Bennion, Spyros Danellis, Markus Ferber, Dominique Riquet, Alfreds Rubiks, Sabine Wils


PROCEDURE

Titel

Verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat met betrekking tot de handhaving van Richtlijn 2009/13/EG tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) inzake het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 en tot wijziging van Richtlijn 1999/63/EG

Document- en procedurenummers

COM(2012)0134 – C7-0083/2012 – 2012/0065(COD)

Datum indiening bij EP

23.3.2012

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

EMPL

29.3.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

TRAN

29.3.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Pervenche Berès

20.4.2012

 

 

 

Behandeling in de commissie

9.10.2012

6.12.2012

 

 

Datum goedkeuring

24.1.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

2

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Edit Bauer, Heinz K. Becker, Jean-Luc Bennahmias, Phil Bennion, Pervenche Berès, Vilija Blinkevičiūtė, Milan Cabrnoch, Alejandro Cercas, Minodora Cliveti, Marije Cornelissen, Emer Costello, Andrea Cozzolino, Frédéric Daerden, Sari Essayah, Richard Falbr, Marian Harkin, Roger Helmer, Nadja Hirsch, Stephen Hughes, Martin Kastler, Ádám Kósa, Jean Lambert, Patrick Le Hyaric, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu, Andrea Zanoni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Georges Bach, Malika Benarab-Attou, Sergio Gutiérrez Prieto, Richard Howitt, Jan Kozłowski, Svetoslav Hristov Malinov, Paul Murphy, Ria Oomen-Ruijten, Gabriele Zimmer

Datum indiening

13.2.2013

Juridische mededeling - Privacybeleid