Verslag - A7-0038/2013Verslag
A7-0038/2013

VERSLAG over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (IMI)

13.2.2013 - (COM(2011)0883 – C7‑0512/2011 – 2011/0435(COD)) - ***I

Commissie interne markt en consumentenbescherming
Rapporteur voor advies: Bernadette Vergnaud


Procedure : 2011/0435(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0038/2013
Ingediende teksten :
A7-0038/2013
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (IMI)

(COM(2011)0883 – C7‑0512/2011 – 2011/0435(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0883),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 46, artikel 53, lid 1, artikel 62 en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0512/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien de met redenen omklede adviezen die door de Franse senaat werden ingediend in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel, waarin wordt verklaard dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet overeenstemt met het subsidiariteitsbeginsel,

–   gezien het advies van 26 april 2012 van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1],

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0038/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Duale opleidingsstelsels zijn essentieel voor de waarborging van een lage jeugdwerkloosheid. Doordat ze nauw aansluiten op de behoeften van het bedrijfsleven, vergemakkelijken ze de overgang van school naar werk. Dergelijke stelsels moeten niet alleen in het kader van deze richtlijn worden versterkt, maar moeten ook een rol spelen in andere wetgeving van de Unie ter vermindering van de jeugdwerkloosheid. Voorts moet Richtlijn 2005/36/EG deze opleidingsstelsels en hun bijzonderheden onverlet laten.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Om het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren te bevorderen door een efficiëntere en transparantere erkenning van kwalificaties is een Europese beroepskaart noodzakelijk. Deze kaart moet de tijdelijke mobiliteit en erkenning via het automatische erkenningssysteem vergemakkelijken en een vereenvoudigde erkenningsprocedure onder het algemeen stelsel bevorderen. De kaart moet worden afgegeven op verzoek van een beroepsbeoefenaar na voorlegging van de vereiste documenten en na afhandeling van de desbetreffende beoordelings- en controleprocedures door de bevoegde autoriteiten. De werking van de kaart moet worden onderbouwd door het Informatiesysteem interne markt (IMI-systeem) zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. […] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt. Dit mechanisme moet niet alleen bijdragen tot synergieën en vertrouwen tussen de bevoegde autoriteiten, maar tegelijkertijd ook dubbel administratief werk voor de autoriteiten vermijden en de beroepsbeoefenaren meer transparantie en zekerheid verschaffen. De procedures voor het aanvragen en het afgeven van de kaart moeten duidelijk gestructureerd zijn en zowel waarborgen als de overeenkomstige rechtsmiddelen voor de aanvrager omvatten. De kaart en de hiermee samenhangende workflow binnen IMI moeten de integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de opgeslagen gegevens waarborgen en een onrechtmatige en onbevoegde toegang tot de erin opgenomen informatie verhinderen.

(3) Om het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren te bevorderen door een efficiëntere en transparantere erkenning van kwalificaties is een Europese beroepskaart noodzakelijk. De Europese beroepskaart dient uitsluitend te worden gebruikt als instrument voor de erkenning van beroepskwalificaties in een andere lidstaat om het mobiliteitspotentieel op de interne markt volledig te ontsluiten, en mag niet worden gebruikt als middel om een beroep te reguleren en de toegang ertoe te beperken. Deze kaart moet de tijdelijke mobiliteit en erkenning via het automatische erkenningssysteem vergemakkelijken en een vereenvoudigde erkenningsprocedure onder het algemeen stelsel bevorderen. De Europese beroepskaart moet worden afgegeven op verzoek van een beroepsbeoefenaar na voorlegging van de vereiste documenten en na afhandeling van de desbetreffende beoordelings- en controleprocedures door de bevoegde autoriteiten. De werking van de kaart moet worden onderbouwd door het Informatiesysteem interne markt (IMI-systeem) zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt. Dit mechanisme moet niet alleen bijdragen tot synergieën en vertrouwen tussen de bevoegde autoriteiten, maar tegelijkertijd ook dubbel administratief werk voor de bevoegde autoriteiten vermijden en de beroepsbeoefenaren meer transparantie en zekerheid verschaffen. De procedures voor het aanvragen en het afgeven van de Europese beroepskaart moeten duidelijk gestructureerd zijn en zowel waarborgen als de overeenkomstige rechtsmiddelen voor de aanvrager omvatten. Deze kaart en de hiermee samenhangende workflow binnen IMI moeten de integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de opgeslagen gegevens waarborgen en een onrechtmatige en onbevoegde toegang tot de erin opgenomen informatie verhinderen.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De Europese beroepskaart moet voldoen aan specifieke eisen op het gebied van veiligheid en gegevensbescherming. Daarom moet worden voorzien in waarborgen tegen misbruik en gegevensfraude.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Richtlijn 2005/36/EG is alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die hun eigen beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen. In bepaalde situaties kunnen de betrokken activiteiten tot een beroep behoren dat in de ontvangende lidstaat een groter scala aan werkzaamheden omvat. Als de verschillen tussen de activiteitengebieden zo groot zijn dat de beroepsbeoefenaar eigenlijk een volledig onderwijs- en opleidingsprogramma zou moeten volgen om de tekortkomingen te compenseren, moet de ontvangende lidstaat in deze bijzondere omstandigheden gedeeltelijke toegang verlenen indien de beroepsbeoefenaar daarom verzoekt. In geval van dwingende redenen van algemeen belang, zoals het geval is voor artsen of andere gezondheidswerkers, moet een lidstaat gedeeltelijke toegang kunnen weigeren.

(4) Richtlijn 2005/36/EG is alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die hun eigen beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen. In bepaalde situaties kunnen de betrokken activiteiten tot een beroep behoren dat in de ontvangende lidstaat een groter scala aan werkzaamheden omvat. Alleen als de verschillen tussen de activiteitengebieden zo groot zijn dat de beroepsbeoefenaar eigenlijk een volledig onderwijs- en opleidingsprogramma zou moeten volgen om de tekortkomingen te compenseren, moet de ontvangende lidstaat in deze bijzondere omstandigheden gedeeltelijke toegang verlenen indien de beroepsbeoefenaar daarom verzoekt. De ontvangende lidstaat kan deze gedeeltelijke toegang echter weigeren op grond van dwingende redenen van algemeen belang, en dergelijke toegang kan niet worden verleend voor beroepen waarop automatische erkenning van toepassing is.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) De toepassing van gedeeltelijke toegang krachtens deze richtlijn mag volgens de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie in geen geval afbreuk doen aan het recht van de sociale partners in de betrokken sector om zich te organiseren.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) Het begrip "dwingende redenen van algemeen belang", waarnaar in een aantal bepalingen van deze richtlijn wordt verwezen, is door het Hof van Justitie ontwikkeld in zijn rechtspraak betreffende de artikelen 49 en 56, VWEU, en kan zich nog verder ontwikkelen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Richtlijn 2005/36/EG zou zich ook moeten uitstrekken tot notarissen. Voor erkenningsaanvragen voor vestiging zouden de lidstaten de nodige proeven van bekwaamheid of aanpassingsstage moeten kunnen opleggen om elke vorm van discriminatie in nationale selectie- en benoemingsprocedures te vermijden. In geval van vrije dienstverrichting moeten notarissen geen authentieke akten kunnen opstellen of andere authenticatiewerkzaamheden verrichten waarvoor het zegel van de ontvangende lidstaat vereist is.

(7) Voor erkenningsaanvragen voor vestiging van notarissen zouden de lidstaten, gezien de afschaffing van de nationaliteitsclausule, de nodige proeven van bekwaamheid en/of aanpassingsstages moeten kunnen opleggen in nationale selectie- en benoemingsprocedures. De compenserende maatregelen mogen de aanvrager niet vrijstellen van de naleving van andere bestaande nationale regelgeving, in het bijzonder de in de ontvangende lidstaat gestelde voorwaarden die voortvloeien uit de selectie- en benoemingsprocedures voor notarissen. Gezien hun specifieke rol als bij een officieel overheidsbesluit benoemde ambtenaar op het nationaal grondgebied van een lidstaat, die in het kader van een goede rechtsbedeling voornamelijk belast is met het waarborgen van de rechtmatigheid en rechtsgeldigheid van tussen particulieren gesloten akten, en gezien het feit dat zij bij wet onafhankelijk en onpartijdig zijn en verplicht om hun werkzaamheden in een aangewezen gebied uit te voeren, zou het niet mogelijk moeten zijn voor notarissen om zich in meer dan één lidstaat te vestigen. Bovendien mogen de bepalingen van deze richtlijn betreffende de vrije dienstverrichting niet van toepassing zijn op notarissen, aangezien zij als ambtenaren slechts bevoegdheden hebben op het grondgebied van de lidstaat waar zij zijn gevestigd.

Amendement              8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Aanvragen om erkenning van beroepsbeoefenaren uit niet-reglementerende lidstaten moeten op dezelfde manier worden behandeld als deze van beroepsbeoefenaren uit reglementerende lidstaten. Hun kwalificaties moeten op basis van de kwalificatieniveaus uit Richtlijn 2005/36/EG vergeleken worden met de kwalificaties die in de ontvangende lidstaat verlangd worden. In geval van wezenlijke verschillen moeten de bevoegde autoriteiten compenserende maatregelen kunnen opleggen.

(9) Aanvragen om erkenning van beroepsbeoefenaren uit niet-reglementerende lidstaten moeten op dezelfde manier worden behandeld als deze van beroepsbeoefenaren uit reglementerende lidstaten. Hun kwalificaties moeten op basis van de kwalificatieniveaus en objectieve criteria uit Richtlijn 2005/36/EG vergeleken worden met de kwalificaties die in de ontvangende lidstaat verlangd worden. In geval van wezenlijke verschillen moeten de bevoegde autoriteiten compenserende maatregelen kunnen opleggen. De mechanismen voor de evaluatie van theoretische en praktische vaardigheden die eventueel als compenserende maatregelen vereist zijn om toegang tot het beroep te krijgen, moeten de beginselen van transparantie en onpartijdigheid waarborgen en naleven.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Daar de minimumopleidingseisen voor de toegang tot beroepen die onder het algemeen stelsel vallen niet geharmoniseerd zijn, moeten de ontvangende lidstaten een compenserende maatregel kunnen opleggen. Deze maatregel dient evenredig te zijn en met name rekening te houden met de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager via beroepservaring of in het kader van een leven lang leren verworven heeft. De beslissing tot oplegging van een compenserende maatregel moet uitvoerig gemotiveerd worden zodat de aanvrager zijn situatie beter kan begrijpen en door de nationale rechterlijke instanties overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG kan laten toetsen.

(10) Daar de minimumopleidingseisen voor de toegang tot beroepen die onder het algemeen stelsel vallen niet geharmoniseerd zijn, moeten de ontvangende lidstaten een compenserende maatregel kunnen opleggen. Deze maatregel dient evenredig te zijn en met name rekening te houden met de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager via beroepservaring of in het kader van een door een bevoegde instantie gecertificeerd leven lang leren verworven heeft. De beslissing tot oplegging van een compenserende maatregel moet uitvoerig gemotiveerd worden zodat de aanvrager zijn situatie beter kan begrijpen en door de nationale rechterlijke instanties overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG kan laten toetsen.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Met het oog op het bevorderen van de mobiliteit van medische specialisten die reeds een specialistenkwalificatie hebben behaald en daarna nog een andere specialistenopleiding volgen, mogen de lidstaten vrijstellingen verlenen voor onderdelen van specialistenopleidingen indien die opleidingsonderdelen al doorlopen zijn in het kader van een eerdere specialistenopleiding die in die lidstaat onder het stelsel van automatische erkenning valt.

(14) Met het oog op het bevorderen van de mobiliteit van medische specialisten die reeds een specialistenkwalificatie hebben behaald en daarna nog een andere specialistenopleiding volgen, mogen de lidstaten vrijstellingen verlenen voor onderdelen van specialistenopleidingen indien die opleidingsonderdelen al doorlopen zijn in het kader van een eerdere specialistenopleiding die in een lidstaat onder het stelsel van automatische erkenning valt.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) Om de veiligheid van patiënten te vergroten, moeten artsen, medische specialisten, algemeen ziekenverplegers, beoefenaren van de tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, verloskundigen en apothekers hun vaardigheden voortdurend verbeteren via programma's voor beroepsonderwijs en -opleiding. De lidstaten moeten een evaluatieverslag publiceren over de door deze beroepsbeoefenaren gevolgde procedures op het vlak van permanente opleiding en onderwijs, en hun optimale werkwijzen uitwisselen.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Het beroep van verpleeg- en verloskundige is de laatste drie decennia sterk geëvolueerd: zorgverlening in woon- en leefgemeenschappen, ingewikkeldere behandelingen en constante technologische ontwikkelingen verlangen van verpleeg- en verloskundigen dat ze steeds meer verantwoordelijkheden kunnen dragen. Om aan deze complexe noden in de gezondheidszorg te kunnen voldoen, moeten studenten in de verpleeg- en vroedkunde een stevige algemene schoolopleiding genoten hebben vooraleer de opleiding te mogen aanvatten. De toelating tot deze opleiding moet daarom beperkt worden tot studenten die twaalf jaar algemeen vormend onderwijs hebben genoten of geslaagd zijn voor een examen van een gelijkwaardig niveau.

(15) Het beroep van verpleeg- en verloskundige is de laatste drie decennia sterk geëvolueerd: zorgverlening in woon- en leefgemeenschappen, ingewikkeldere behandelingen en constante technologische ontwikkelingen verlangen van verpleeg- en verloskundigen dat ze steeds meer verantwoordelijkheden kunnen dragen. Om aan deze complexe noden in de gezondheidszorg te kunnen voldoen, moeten studenten in de verpleeg- en vroedkunde een stevige algemene schoolopleiding genoten hebben vooraleer de opleiding te mogen aanvatten. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat doorstromings- en carrièremogelijkheden bij beroepen in de gezondheidszorg gewaarborgd zijn.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om het stelsel van automatische erkenning van medische en tandheelkundige specialismen te vereenvoudigen, moeten deze geïntegreerd worden in Richtlijn 2005/36/EG indien ze in ten minste een derde van de lidstaten gemeenschappelijk zijn.

(16) Om het stelsel van automatische erkenning van medische, tandheelkundige en diergeneeskundige specialismen te vereenvoudigen, moeten deze geïntegreerd worden in Richtlijn 2005/36/EG indien ze in ten minste een derde van de lidstaten gemeenschappelijk zijn.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) De mobiliteit van medische beroepsbeoefenaren moet tevens worden gezien binnen de bredere context van gezondheidswerkers in Europa. Deze mobiliteit moet worden bevorderd via een specifieke strategie op het niveau van de Unie en in samenwerking met de lidstaten om een zo hoog mogelijk niveau van patiënten- en consumentenbescherming te garanderen en tegelijkertijd de financiële en organisatorische duurzaamheid van de nationale zorgstelsels te waarborgen.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Richtlijn 2005/36/EG moet de automatische erkenning bevorderen van kwalificaties voor beroepen die er momenteel niet van profiteren. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bevoegdheid van de lidstaten om de vereiste beroepskwalificaties voor de uitoefening van beroepen op hun grondgebied, alsook de inhoud en de organisatie van hun stelsels voor onderwijs- en beroepsopleiding vast te stellen. Beroepsverenigingen en -organisaties die op nationaal en EU-niveau representatief zijn, moeten gemeenschappelijke opleidingsbeginselen kunnen voorstellen. Deze moeten de vorm aannemen van een gemeenschappelijke proef als voorwaarde voor het verwerven van beroepskwalificaties, of van een opleidingsprogramma op basis van gemeenschappelijke kennis-, vaardigheids- en bekwaamheidscriteria. Kwalificaties die binnen een dergelijk gemeenschappelijk opleidingskader worden verworven, moeten door de lidstaten automatisch worden erkend.

(18) Richtlijn 2005/36/EG moet de automatische erkenning bevorderen van kwalificaties voor beroepen die er momenteel niet van profiteren. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bevoegdheid van de lidstaten om de vereiste beroepskwalificaties voor de uitoefening van beroepen op hun grondgebied, alsook de inhoud en de organisatie van hun stelsels voor onderwijs- en beroepsopleiding vast te stellen. De lidstaten moeten voor de invoering van dergelijke gemeenschappelijke opleidingsbeginselen de mogelijke alternatieven controleren die met name in lidstaten met een beroepsopleiding bestaan. Beroepsverenigingen en -organisaties die op nationaal en EU-niveau representatief zijn, moeten eveneens gemeenschappelijke opleidingsbeginselen kunnen voorstellen. Gemeenschappelijke opleidingsbeginselen moeten de vorm aannemen van een gemeenschappelijke proef als voorwaarde voor het verwerven van beroepskwalificaties, of van een opleidingsprogramma op basis van gemeenschappelijke kennis-, vaardigheids- en bekwaamheidscriteria. Kwalificaties die binnen een dergelijk gemeenschappelijk opleidingskader worden verworven, moeten door de lidstaten automatisch worden erkend.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) De gemeenschappelijke opleidingskaders zouden het ook mogelijk moeten maken om door middel van een automatische procedure erkenning te verkrijgen voor specialismen van gereglementeerde beroepen waarop krachtens hoofdstuk III van titel III een procedure van automatische erkenning op basis van coördinatie van de minimumopleidingseisen van toepassing is en waarvan de nieuwe specialismen geen voorwerp van deze procedure van automatische erkenning zijn.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Richtlijn 2005/36/EG legt al duidelijke taaleisen op aan beroepsbeoefenaren. De herziening van deze verplichting heeft de noodzaak aangetoond om de rol van de bevoegde autoriteiten en werkgevers toe te lichten, met name in het belang van de veiligheid van de patiënten. De taalproeven moeten echter redelijk zijn en ook noodzakelijk voor de banen in kwestie en mogen geen reden zijn om beroepsbeoefenaren uit te sluiten van de arbeidsmarkt in de ontvangende lidstaat.

(19) Richtlijn 2005/36/EG legt al duidelijke taaleisen op aan beroepsbeoefenaren. Een bevoegde autoriteit kan toezicht houden op het controleren van de talenkennis, met name in het belang van de veiligheid van de patiënten en de volksgezondheid. De taalproeven moeten echter redelijk zijn en ook noodzakelijk voor de banen in kwestie en mogen geen reden zijn om beroepsbeoefenaren uit te sluiten van de arbeidsmarkt in de ontvangende lidstaat. Het beginsel van evenredigheid moet onder meer van toepassing zijn op beroepsbeoefenaren die een bewijs overleggen van de nodige talenkennis. In dit verband moeten de lidstaten gestandaardiseerde taalproeven bevorderen die gericht zijn op de beroepsbeoefenaren en die gebaseerd zijn op het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis) De taalproef heeft tot doel na te gaan of de beroepsbeoefenaar zowel mondeling als schriftelijk de communicatie kan doorgeven die nodig is in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteit en voornamelijk met het oog op de veiligheid van de patiënt en de bescherming van de volksgezondheid.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 ter) In lidstaten met meer dan één officiële of administratieve taal moet de kennis van een aanvullende taal door werkgevers en de bevoegde autoriteiten worden bevorderd. In dit verband moeten werkgevers mogelijkheden bieden voor taalonderwijs en -ontwikkeling, bijvoorbeeld door talencursussen te bieden die relevant zijn voor het beoefende beroep.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 ter) Werkgevers moeten een belangrijke rol blijven spelen bij het waarborgen en controleren van de nodige talenkennis voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheden, onder meer tijdens sollicitatiegesprekken, en moeten de bevoegde autoriteit waarschuwen in geval van ernstige twijfel over de talenkennis van de sollicitant.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Om de mobiliteit te bevorderen van afgestudeerden die een bezoldigde stage willen volbrengen in een andere lidstaat waarin een dergelijke stage mogelijk is, moeten deze worden opgenomen in Richtlijn 2005/36/EG. Ook moet worden voorzien in de erkenning van hun stage door de lidstaat van oorsprong.

(20) Om de mobiliteit te bevorderen van afgestudeerden die een stage willen volbrengen in een andere lidstaat waarin een dergelijke stage mogelijk is, moeten deze worden opgenomen in Richtlijn 2005/36/EG. Ook moet worden voorzien in de erkenning van hun stage door de lidstaat van oorsprong. Aangezien het toepassingsgebied van de richtlijn wordt uitgebreid tot gedeeltelijk gekwalificeerde beroepsbeoefenaren, dient zij eveneens naar behoren toe te zien op de eerbiediging van de sociale grondrechten die zijn verankerd in artikel 151 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin is bepaald dat de Unie streeft naar de verbetering van de arbeidsvoorwaarden, wat ook van toepassing is op stages, onverminderd nationale regelgeving op het gebied van stages.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis) In een stagecontract moeten ten minste de leerdoelstellingen en de toegewezen taken staan vermeld.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Richtlijn 2005/36/EG voorziet in een stelsel van nationale contactpunten. Door de inwerkingtreding van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt en de invoering van één-loketten op grond van deze richtlijn bestaat een gevaar van overlapping. Daarom moeten de bij Richtlijn 2005/36/EG ingestelde nationale contactpunten worden uitgebouwd tot assistentiecentra waarvan de activiteiten zich toespitsen op het verstrekken van advies aan burgers, onder meer tijdens persoonlijke ontmoetingen, om ervoor te zorgen dat de dagelijkse toepassing van de internemarktregels in specifieke situaties van burgers op nationaal niveau wordt opgevolgd.

(21) Richtlijn 2005/36/EG voorziet in een stelsel van nationale contactpunten. Door de inwerkingtreding van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt en de invoering van één-loketten op grond van deze richtlijn bestaat een gevaar van overlapping. Daarom moeten de bij Richtlijn 2005/36/EG ingestelde nationale contactpunten worden uitgebouwd tot assistentiecentra waarvan de activiteiten zich toespitsen op het verstrekken van advies aan burgers, onder meer tijdens persoonlijke ontmoetingen, om ervoor te zorgen dat de dagelijkse toepassing van de internemarktregels in specifieke situaties van burgers op nationaal niveau efficiënt wordt opgevolgd.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Hoewel de richtlijn reeds gedetailleerde verplichtingen tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten bevat, moeten deze verplichtingen nog worden versterkt. De lidstaten moeten niet alleen reageren op een aanvraag om informatie, ze moeten andere lidstaten ook proactief waarschuwen. Een dergelijk waarschuwingssysteem moet vergelijkbaar zijn met dat van Richtlijn 2006/123/EG. Voor beroepen in de gezondheidszorg die een automatische erkenning krachtens Richtlijn 2005/36/EG genieten, is echter een specifiek alarmmechanisme noodzakelijk. Dit moet ook gelden voor dierenartsen, tenzij de lidstaten het in Richtlijn 2006/123/EG vastgestelde alarmmechanisme reeds in werking hebben gesteld. Aan alle lidstaten moet een waarschuwing worden afgegeven wanneer een beroepsbeoefenaar als gevolg van een tuchtrechtelijke maatregel of strafrechtelijke veroordeling het recht verliest om naar een andere lidstaat te migreren. Deze waarschuwing moet worden geactiveerd via IMI, ongeacht of de beroepsbeoefenaar rechten heeft uitgeoefend krachtens Richtlijn 2005/36/EG of de erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft aangevraagd via de uitgifte van een Europese beroepskaart of een andere in die richtlijn vastgelegde methode. De waarschuwingsprocedure moet in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten.

(22) Hoewel de richtlijn reeds gedetailleerde verplichtingen tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten bevat, moeten deze verplichtingen nog worden versterkt. De lidstaten moeten niet alleen reageren op een aanvraag om informatie, ze moeten andere lidstaten ook proactief waarschuwen. Een dergelijk waarschuwingssysteem moet vergelijkbaar zijn met dat van Richtlijn 2006/123/EG. Deze richtlijn voorziet in een specifiek alarmmechanisme voor beroepen in de gezondheidszorg die een automatische erkenning krachtens Richtlijn 2005/36/EG genieten. Dit moet ook gelden voor dierenartsen, tenzij de lidstaten het in Richtlijn 2006/123/EG vastgestelde alarmmechanisme reeds in werking hebben gesteld. Aan alle lidstaten moet een waarschuwing worden afgegeven wanneer een beroepsbeoefenaar als gevolg van een tuchtrechtelijke maatregel of strafrechtelijke veroordeling in een lidstaat tijdelijk of definitief een verbod of beperking krijgt opgelegd voor het uitoefenen van zijn beroepsactiviteiten. Deze waarschuwing moet worden geactiveerd via IMI, ongeacht of de beroepsbeoefenaar rechten heeft uitgeoefend krachtens Richtlijn 2005/36/EG of de erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft aangevraagd via de uitgifte van een Europese beroepskaart of een andere in die richtlijn vastgelegde methode. De waarschuwingsprocedure moet in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG aan te vullen of te wijzigen moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de bijwerking van bijlage I, de vaststelling van de criteria voor de berekening van de aan de Europese beroepskaart verbonden kosten, het nader bepalen van de voor de Europese beroepskaart vereiste documenten, de aanpassingen in de lijst van activiteiten opgenomen in bijlage IV, de aanpassingen van de punten 5.1.1 tot 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V, het toelichten van de kennis en vaardigheden van artsen, algemeen verantwoordelijk ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, de aanpassing van de minimale opleidingsduur voor gespecialiseerde artsen en tandartsen, de opneming van nieuwe medische specialismen in punt 5.1.3 van bijlage V, de wijzigingen aan de lijst zoals uiteengezet in de punten 5.2.1, 5.3.1, 5.4.1, 5.5.1 en 5.6.1 van bijlage V, de invoeging van nieuwe tandheelkundige specialismen in punt 5.3.3 van bijlage V, en het nader bepalen van de toepassingsvoorwaarden voor zowel de gemeenschappelijke opleidingskaders als de gemeenschappelijke opleidingsproeven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(24) Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG aan te vullen of te wijzigen moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de bijwerking van bijlage I, de wijziging van de lijst in bijlage II, het nader bepalen van de voor de Europese beroepskaart vereiste documenten, de aanpassingen in de lijst van activiteiten opgenomen in bijlage IV, de aanpassingen van de punten 5.1.1 tot 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V, het toelichten van de kennis en vaardigheden van artsen, algemeen verantwoordelijk ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, de aanpassing van de minimale opleidingsduur voor gespecialiseerde artsen en tandartsen, de opneming van nieuwe medische specialismen in punt 5.1.3 van bijlage V, de wijzigingen aan de lijst zoals uiteengezet in de punten 5.2.1, 5.3.1, 5.4.1, 5.5.1 en 5.6.1 van bijlage V, de invoeging van nieuwe tandheelkundige specialismen in punt 5.3.3 van bijlage V, en het nader bepalen van de toepassingsvoorwaarden voor zowel de gemeenschappelijke opleidingskaders als de gemeenschappelijke opleidingsproeven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden zorgt voor passende vertegenwoordiging en raadpleging van deskundigen op zowel nationaal als EU-niveau, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten, beroepsverenigingen, wetenschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van de academische wereld en de sociale partners. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten op hetzelfde moment, tijdig, op transparante en gepaste wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen waarbij gemeenschappelijke en uniforme regels worden vastgesteld met betrekking tot de specificaties van de Europese beroepskaart voor specifieke beroepen, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn om een aanvraag voor afgifte van een Europese beroepskaart te ondersteunen, gegevens voor de beoordeling van de aanvragen voor een Europese beroepskaart, de technologische specificaties en de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, de voorwaarden en procedures voor de beschikbaarstelling van een Europese beroepskaart, de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de verificatie van de authenticiteit en de geldigheid van een Europese beroepskaart en de tenuitvoerlegging van het waarschuwingsmechanisme, dient de raadplegingsprocedure te worden gevolgd, gezien de technologische aard van deze uitvoeringshandelingen.

(26) Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen waarbij gemeenschappelijke en uniforme regels worden vastgesteld met betrekking tot de specificaties van de Europese beroepskaart voor specifieke beroepen, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn om een aanvraag voor afgifte van een Europese beroepskaart te ondersteunen, gegevens voor de beoordeling van de aanvragen voor een Europese beroepskaart, de technologische specificaties en de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, de voorwaarden en procedures voor de beschikbaarstelling van een Europese beroepskaart.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 1 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn stelt ook de regels vast voor de gedeeltelijke toegang tot een gereglementeerd beroep alsook voor de toegang tot en de erkenning van een bezoldigde stage die in een andere lidstaat volbracht wordt.

Deze richtlijn stelt ook de regels vast voor de gedeeltelijke toegang tot bepaalde gereglementeerde beroepen alsook voor de toegang tot en de erkenning van een stage die in een andere lidstaat volbracht wordt.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 1 – lid 3 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) In artikel 1 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

"Deze richtlijn laat de maatregelen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van gezondheidsbescherming en consumentenbescherming te waarborgen, onverlet."

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. 1. Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat, met inbegrip van beoefenaren van de vrije beroepen, die in een andere lidstaat dan die waar zij hun beroepskwalificaties hebben verworven, een gereglementeerd beroep willen uitoefenen of een bezoldigde stage willen volbrengen, hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer.

1. Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat, met inbegrip van beoefenaren van de vrije beroepen, die in een andere lidstaat dan die waar zij hun beroepskwalificaties hebben verworven, een gereglementeerd beroep willen uitoefenen of een stage willen volbrengen, hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) In artikel 2 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

"1 bis. Titel II betreffende de vrije dienstverrichting is niet van toepassing op notarissen."

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt i – inleidend gedeelte

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i) Punt f) wordt vervangen door:

i) De punten f) en h) worden vervangen door:

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt i

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letters f en h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) "beroepservaring": de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;

(f) "beroepservaring": de daadwerkelijke, geoorloofde en onvoorwaardelijke voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;

 

(h) "proeve van bekwaamheid": een controle van de beroepskennis, ‑vaardigheden en -competenties van de aanvrager, die door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat wordt verricht of erkend en die tot doel heeft te beoordelen of deze de bekwaamheid bezit om in deze lidstaat een gereglementeerd beroep uit te oefenen. Ten behoeve van deze controle stellen de bevoegde instanties op basis van een vergelijking tussen de in deze lidstaat vereiste opleiding en de opleiding die de aanvrager heeft ontvangen, een lijst op van de vakgebieden die niet bestreken worden door het diploma of de titel(s) die de aanvrager overlegt.

 

Bij de proeve van bekwaamheid moet in aanmerking worden genomen dat de aanvrager in de lidstaat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is. De proef heeft betrekking op de vakgebieden die moeten worden gekozen uit die welke op de lijst staan en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om het beroep in de ontvangende lidstaat te kunnen uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op de kennis van de deontologie die in de ontvangende lidstaat op de betrokken activiteiten van toepassing is.

 

De nadere regelingen voor de proeve van bekwaamheid alsook de status, in de ontvangende lidstaat, van de aanvrager die zich op de proeve van bekwaamheid in die staat wil voorbereiden, worden vastgesteld door de bevoegde instanties van die lidstaat;

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter j

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j) "bezoldigde stage": de uitoefening van bezoldigde activiteiten onder supervisie met het oog op de toegang tot een gereglementeerd beroep op basis van een examen;

(j) "stage": de uitoefening onder supervisie en in het kader van een contract van activiteiten die een verplicht onderdeel vormen van het leerplan met het oog op het verkrijgen van toegang tot een gereglementeerd beroep of het recht dit te mogen uitoefenen;

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l) "een leven lang leren": vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden.

(l) "een leven lang leren": vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs, beroepsopleidingen en niet-formeel onderwijs die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden op het vlak van beroepsvereisten en beroepsethiek.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) "opleidingseisen": een voor de uitoefening van een specifiek beroep vereist gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties;

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter) "Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten": studiepunten die de hoeveelheid werk weergeven die elk onderdeel vereist in verhouding tot de totale hoeveelheid werk die nodig is om in het desbetreffende programma een vol studiejaar te voltooien, in het kader van het ECTS-systeem voor het verzamelen van studiepunten in een transparant kader dat de vergelijking van diploma's mogelijk maakt; deze hoeveelheid werk omvat niet alleen colleges, practica en seminars, maar ook stages, onderzoek en veldwerk, zelfstudie, examens en andere vormen van evaluatie; in het kader van ECTS vertegenwoordigen 60 studiepunten de hoeveelheid werk van een volledig studiejaar, en 30 studiepunten die van een semester;

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater) "vrije beroepen": beroepen die worden uitgeoefend op grond van een relevante beroepskwalificatie door een persoon die persoonlijk, op eigen verantwoordelijkheid en professioneel onafhankelijk, intellectueel-ideële prestaties verricht ten behoeve van de opdrachtgever en de samenleving in het algemeen;

Amendement 38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quinquies) "duale opleiding": onderricht waarbij beroepsmatige vaardigheden worden aangeleerd door middel van alternerend leren in twee verschillende leeromgevingen – een werkomgeving en een instelling voor beroepsonderwijs – waarbij het onderwijsniveau en de kwaliteitsmaatstaven op elkaar zijn afgestemd. Onder "beroepsmatige vaardigheden" worden hierbij het vermogen en de bereidheid verstaan om kennis, vaardigheden en persoonlijke, sociale en methodische competenties zowel in werksituaties als voor de professionele en persoonlijke ontwikkeling te gebruiken;

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 sexies) "dwingende redenen van algemeen belang": als zodanig door het Europees Hof van Justitie erkende redenen, waaronder de volgende: openbare orde; de openbare veiligheid; staatsveiligheid; volksgezondheid; handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel; bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers; eerlijkheid van handelstransacties; fraudebestrijding; waarborging van een deugdelijke rechtsbedeling; bescherming van het milieu en de stedelijke omgeving; diergezondheid; intellectuele eigendom; behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed; doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Erkenning van de beroepskwalificaties door de ontvangende lidstaat geeft de begunstigde in deze lidstaat toegang tot hetzelfde beroep, of in de gevallen bedoeld in artikel 4 septies tot een gedeelte van hetzelfde beroep, als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit en stelt hem in staat dit beroep uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke voor eigen onderdanen gelden.

1. Erkenning van de beroepskwalificaties door de ontvangende lidstaat geeft de begunstigde in deze lidstaat toegang tot hetzelfde beroep als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit en stelt hem in staat dit beroep uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke voor eigen onderdanen gelden.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die voor de uitgifte van de Europese beroepskaart bevoegd zijn. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra kunnen eveneens optreden als voor de afgifte van een Europese beroepskaart bevoegde autoriteit. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de burgers en potentiële aanvragers informeren over de voordelen van een Europese beroepskaart waar deze beschikbaar is.

5. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die voor de uitgifte van de Europese beroepskaart bevoegd zijn. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De lidstaten kunnen besluiten dat de in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra fungeren als ondersteuning voor de bevoegde autoriteiten tijdens de eerste fase van voorbereiding van de vereiste documenten voor het verkrijgen van de beroepskaart overeenkomstig het bepaalde in dit artikel. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de burgers en potentiële aanvragers informeren over de voordelen van een Europese beroepskaart waar deze beschikbaar is.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de Europese beroepskaart voor specifieke beroepen, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn ter ondersteuning van een aanvraag voor een Europese beroepskaart en de nadere bijzonderheden voor de beoordeling van aanvragen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van elk betrokken beroep. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot Europese beroepskaarten die kunnen worden afgegeven voor specifieke beroepen wanneer zij hierom verzoeken, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn ter ondersteuning van een aanvraag voor een Europese beroepskaart en de nadere bijzonderheden voor de beoordeling van aanvragen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van elk betrokken beroep. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure. Naast de procedure van artikel 58 houdt de Commissie alvorens een dergelijk besluit vast te stellen een gedegen raadpleging van belanghebbenden. Deze procedure moet met name waarborgen dat de Europese beroepskaart in de eerste plaats zal zijn gericht op de vergemakkelijking en versterking van de mobiliteit van beroepsbeoefenaren, ongeacht of het om een gereglementeerd of niet-gereglementeerd beroep gaat, en moet in het bijzonder voorkomen dat nieuwe wettelijke of administratieve hinderpalen worden gecreëerd.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De kosten die voor de aanvragers aan de administratieve procedures voor de afgifte van een Europese beroepskaart verbonden zijn, moeten redelijk, evenredig en in verhouding zijn met de door de lidstaten van oorsprong en de ontvangende lidstaten gemaakte kosten en mogen het aanvragen van een Europese beroepskaart niet ontmoedigen. De Commissie is overeenkomstig artikel 58 bis bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de criteria voor de berekening en de verdeling van de kosten.

7. De administratieve procedure voor de afgifte van een Europese beroepskaart mag individuele beroepsbeoefenaren niet op extra kosten jagen.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis. De artikelen 4 bis tot en met 4 sexies zijn niet van toepassing op beroepsgroepen die al vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn in het kader van het in de Richtlijnen 77/249 en 98/05 omschreven systeem een eigen Europese beroepskaart voor hun beroepsbeoefenaren hadden ingevoerd.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten bepalen dat de houder van een beroepskwalificatie bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong een Europese beroepskaart kan aanvragen met alle middelen, inclusief langs elektronische weg.

1. De lidstaten bepalen dat de houder van een beroepskwalificatie bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong een Europese beroepskaart schriftelijk of langs elektronische weg, ook via een online instrument, kan aanvragen.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De in artikel 57 ter omschreven assistentiecentra kunnen, indien de lidstaten hiertoe besluiten, fungeren als ondersteuning voor de bevoegde autoriteiten bij de voorafgaande overdracht van de in lid 2 van dit artikel omschreven documenten.

Amendement              47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong bevestigt de ontvangst van de aanvraag en deelt de aanvrager in voorkomend geval onverwijld mee welke documenten mogelijk ontbreken. Ze maakt voor de aanvraag een bestand met alle ondersteunende documenten aan in het Informatiesysteem interne markt (IMI) dat werd ingesteld bij Verordening (EU) nr. […] van het Europees Parlement en de Raad(*). Indien eenzelfde aanvrager meerdere aanvragen doet, mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat geen herindiening verlangen van documenten die al in het IMI-bestand zijn opgenomen en nog steeds geldig zijn.

3. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong bevestigt de ontvangst van de aanvraag en deelt de aanvrager in voorkomend geval binnen drie werkdagen na indiening van de aanvraag mee welke documenten mogelijk ontbreken. Ze maakt voor de aanvraag een bestand met alle ondersteunende gecertificeerde en geldige documenten aan in het Informatiesysteem interne markt (IMI) dat werd ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad. Indien eenzelfde aanvrager meerdere aanvragen doet, mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat geen herindiening verlangen van documenten die al in het IMI-bestand zijn opgenomen en nog steeds geldig zijn.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Europese beroepskaart voor het tijdelijk verrichten van diensten die niet onder artikel 7, lid 4, vallen

Europese beroepskaart voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten die niet onder artikel 7, lid 4, vallen

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Ze stelt de aanvrager en de lidstaat waar de aanvrager diensten wil verrichten in kennis van de validering van de Europese beroepskaart. De toezending van de valideringsinformatie aan de ontvangende lidstaat geldt als de in artikel 7 bedoelde verklaring. De ontvangende lidstaat kan de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen drie weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Ze stelt de aanvrager en de lidstaat waar de aanvrager diensten wil verrichten in kennis van de validering van de Europese beroepskaart. De toezending van de valideringsinformatie aan de ontvangende lidstaat geldt als de in artikel 7 bedoelde verklaring. De ontvangende lidstaat kan de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. In gevallen waarin noch het beroep noch de opleiding die toegang geeft tot het beroep gereglementeerd is in de lidstaat van oorsprong, bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat op zijn minst de wettelijke status van de aanvrager en de echtheid en volledigheid van de ingediende aanvraag en de begeleidende documenten.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Tegen de beslissing van de lidstaat van oorsprong, of het uitblijven ervan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van twee weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

2. Tegen de beslissing van de lidstaat van oorsprong, of het uitblijven ervan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van drie weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Europese beroepskaart blijft gelden zolang de houder het recht behoudt om in de lidstaat van oorsprong te werken op basis van de in het IMI-bestand opgeslagen documenten en informatie.

4. De Europese beroepskaart blijft gelden zolang de houder het recht behoudt om in de lidstaat van oorsprong te werken op basis van de in het IMI-bestand opgeslagen documenten en informatie of tenzij het de houder in een van de lidstaten verboden wordt om zijn beroep uit te oefenen.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Article 4 d - title

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Europese beroepskaart voor vestiging en voor tijdelijke verrichting van diensten zoals bedoeld in artikel 7, lid 4

Europese beroepskaart voor vestiging en voor tijdelijke en incidentele verrichting van diensten zoals bedoeld in artikel 7, lid 4

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Na ontvangst van een volledige aanvraag voor een Europese beroepskaart, controleert en bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen twee weken de echtheid en geldigheid van de ingediende bewijsstukken, maakt zij de Europese beroepskaart, zendt zij deze kaart ter validering toe aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat en stelt zij deze autoriteit in kennis van het bijbehorende IMI-bestand. De aanvrager wordt door de lidstaat van oorsprong in kennis gesteld over de stand van de procedure.

1. Na ontvangst van een volledige aanvraag voor een Europese beroepskaart, controleert en bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen drie weken de echtheid en geldigheid van de ingediende bewijsstukken, maakt zij de Europese beroepskaart, zendt zij deze kaart ter validering toe aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat en stelt zij deze autoriteit in kennis van het bijbehorende IMI-bestand. De aanvrager wordt door de lidstaat van oorsprong in kennis gesteld over de stand van de procedure.

 

 

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De ontvangende lidstaat bevestigt de betrokken beroepsbeoefenaar binnen een termijn van vijf dagen de ontvangst van de aanvraag voor validering van de beroepskaart.

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In de in de artikelen 16, 21 en 49 bis bedoelde gevallen neemt de ontvangende lidstaat binnen één maand na ontvangst van een door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart een besluit over de validering van de Europese beroepskaart in de zin van lid 1. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van één maand.

2. In de in de artikelen 16, 21 en 49 bis bedoelde gevallen neemt de ontvangende lidstaat binnen één maand na ontvangst van een door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart een besluit over de validering van de Europese beroepskaart in de zin van lid 1. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Voor beroepen met implicaties voor de veiligheid van patiënten kan de termijn van één maand voor dit verzoek met twee weken worden opgeschort. De lidstaat van oorsprong levert verzochte aanvullende informatie binnen een week na ontvangst van het verzoek. De betrokken beroepsbeoefenaar wordt van een dergelijke opschorting in kennis gesteld.

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. In in artikel 7, lid 4, en artikel 14 bedoelde gevallen beslist de ontvangende lidstaat binnen twee maanden na de door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart met het oog op de validering ervan te hebben ontvangen, of de kwalificaties van de houder erkend worden of dat hem compenserende maatregelen worden opgelegd. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van twee maanden.

3. In in artikel 7, lid 4, en artikel 14 bedoelde gevallen beslist de ontvangende lidstaat binnen twee maanden na de door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart met het oog op de validering ervan te hebben ontvangen, of de kwalificaties van de houder erkend worden of dat hem compenserende maatregelen worden opgelegd. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Voor beroepen met implicaties voor de veiligheid van patiënten kan de termijn van twee maanden voor dit verzoek met twee weken worden opgeschort. De lidstaat van oorsprong levert verzochte aanvullende informatie binnen een week na ontvangst van het verzoek. De betrokken beroepsbeoefenaar wordt van een dergelijke opschorting in kennis gesteld.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Wanneer de ontvangende lidstaat geen beslissing neemt binnen de in de leden 2 en 3 gestelde termijn of niet om aanvullende informatie verzoekt binnen een maand na ontvangst van de Europese beroepskaart door de lidstaat van oorsprong, wordt de Europese beroepskaart geacht te zijn gevalideerd door de ontvangende lidstaat en te gelden als de erkenning van de beroepskwalificaties voor het betrokken gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat.

5. Wanneer de ontvangende lidstaat geen beslissing neemt binnen de in de leden 2 en 3 gestelde termijn of niet om aanvullende informatie verzoekt binnen een maand na ontvangst van de Europese beroepskaart door de lidstaat van oorsprong, wordt de Europese beroepskaart geacht te zijn gevalideerd door de ontvangende lidstaat en te gelden als de erkenning van de beroepskwalificaties voor het betrokken gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat. Een dergelijke stilzwijgende erkenning van de kwalificaties houdt niet automatisch een erkenning in om het betreffende beroep te mogen uitoefenen.

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en van de ontvangende lidstaat werken het overeenkomstige IMI-bestand tijdig bij met informatie over vastgestelde tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties of over andere specifieke ernstige feiten die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden van de houder van de Europese beroepskaart in het kader van deze richtlijn. Deze updates omvatten het verwijderen van gegevens die niet langer nodig zijn. De houder van de Europese beroepskaart en de bij het desbetreffende IMI-bestand betrokken bevoegde autoriteiten worden door de betrokken autoriteiten in kennis gesteld van eventuele updates.

1. Onverminderd het vermoeden van onschuld, werken de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en van de ontvangende lidstaat het overeenkomstige IMI-bestand tijdig bij met informatie over vastgestelde tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties of over andere specifieke ernstige feiten, met inbegrip van beslissingen die worden genomen in overeenstemming met artikel 56 bis, die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden van de houder van de Europese beroepskaart in het kader van deze richtlijn. Deze updates omvatten het verwijderen van gegevens die niet langer nodig zijn. De houder van de Europese beroepskaart en de bij het desbetreffende IMI-bestand betrokken bevoegde autoriteiten worden onmiddellijk door de betrokken autoriteiten in kennis gesteld van eventuele updates.

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De inhoud van de in lid 1 bedoelde updates beperkt zich tot het volgende:

 

a) of de beroepsbeoefenaar een verbod of beperking is opgelegd voor het uitoefenen van zijn beroepsactiviteiten;

 

b) of de beperking of het verbod tijdelijk of definitief is;

 

c) voor welke periode de beperking of het verbod geldt; en

 

d) de identiteit van de bevoegde autoriteit die de uitspraak over de beperking of het verbod heeft gedaan.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De toegang tot de gegevens in het IMI-bestand is beperkt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en de ontvangende lidstaat en de houder van de Europese beroepskaart in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (**)

2. De toegang tot de gegevens in het IMI-bestand is beperkt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en de ontvangende lidstaat in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens1.

 

________________

 

1 PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, beroep, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, beroep, bewijzen met betrekking tot de opleiding overeenkomstig artikel 49 bis en de beroepservaring, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart op verzoek op elk moment het recht heeft te verzoeken om rechtzetting, schrapping en afscherming van zijn bestand in het IMI-systeem en van dit recht op de hoogte gesteld wordt bij de afgifte van de Europese beroepskaart en er na de afgifte van zijn Europese beroepskaart om de twee jaar aan herinnerd wordt.

5. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart op verzoek op elk moment en kosteloos het recht heeft te verzoeken om rechtzetting, schrapping en afscherming van zijn bestand in het IMI-systeem en van dit recht op de hoogte gesteld wordt bij de afgifte van de Europese beroepskaart en er na de afgifte van zijn Europese beroepskaart om de twee jaar aan herinnerd wordt.

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De lidstaten bepalen dat werkgevers, klanten, patiënten en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun onverminderd de leden 2 en 3 door de kaarthouder wordt voorgelegd.

7. De ontvangende lidstaten bepalen dat werkgevers, klanten, patiënten en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun onverminderd de leden 2 en 3 door de kaarthouder wordt voorgelegd.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 octies – lid 1 – inleidend gedeelte

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat verleent gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat verleent per geval gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 octies – lid 1 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) de beroepsbeoefenaar is in zijn lidstaat van oorsprong volledig gekwalificeerd om het beroep uit te oefenen waarvoor in de ontvangende lidstaat gedeeltelijke toegang wordt aangevraagd;

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 octies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door een dwingende reden van algemeen belang, zoals de volksgezondheid, gerechtvaardigd is, de verwezenlijking van het nagestreefde doel zou waarborgen en niet verder gaat dan wat strikt noodzakelijk is.

2. Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door dwingende redenen van algemeen belang gerechtvaardigd is, de verwezenlijking van het nagestreefde doel zou waarborgen en niet verder gaat dan wat strikt noodzakelijk is. Er wordt echter geen gedeeltelijke toegang verleend tot de beroepsgroepen die een automatische erkenning genieten krachtens hoofdstuk III, III bis en titel III.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter a

2005/36/EG

Artikel 5 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) wanneer de dienstverrichter de afnemer van de dienst begeleidt, mits de afnemer zijn gewone verblijfplaats in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter heeft en het beroep niet voorkomt op de in artikel 7, lid 4, bedoelde lijst.

b) wanneer de dienstverrichter de afnemer van de dienst begeleidt, op voorwaarde dat deze dienstverrichter zijn dienst op het grondgebied van de ontvangende lidstaat uitsluitend aan deze afnemer van de dienst verleent en het beroep niet voorkomt op de in artikel 7, lid 4, bedoelde lijst.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 5 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

Schrappen

4. In the case of notaries, the authentic instruments and other activities of authentication which require the seal of the host Member State shall be excluded from the provision of services.

 

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 7 – letter a – punt i

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 2 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) voor beroepen in de veiligheidssector en gezondheidssector, een bewijs dat de desbetreffende persoon geen tijdelijk of permanent beroepsverbod heeft of niet strafrechtelijk is veroordeeld, indien de lidstaat zulks ook van zijn eigen onderdanen eist.

e) voor beroepen in de veiligheidssector, de gezondheidssector of voor beroepen waarbij men dagelijks in contact komt met kinderen en jongeren, een bewijs dat de desbetreffende persoon geen tijdelijk of permanent beroepsverbod heeft of niet strafrechtelijk is veroordeeld, indien de lidstaat zulks ook van zijn eigen onderdanen eist.

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 7 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 2 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f) voor opleidingstitels als bedoeld in artikel 21, lid 1, en voor verklaringen van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 26, 27, 30, 33, 33 bis, 37, 39 en 43, een bewijs van kennis van de taal van de ontvangende lidstaat.

f) voor opleidingstitels als bedoeld in artikel 21, lid 1, en voor verklaringen van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 26, 27, 30, 33, 33 bis, 37, 39 en 43, een bewijs van kennis van de taal waarin de beroepsbeoefenaar zijn beroep zal uitoefenen en die een van de officiële talen van de ontvangende lidstaat is.

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 7 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 4 – alinea 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding, en wel in die mate dat dit verschil de volksgezondheid of de openbare veiligheid schaadt, en wanneer de dienstverrichter dit niet kan compenseren door beroepservaring of in het kader van een leven lang leren, dient de ontvangende lidstaat de dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven. De dienstverrichting dient in ieder geval te kunnen plaatsvinden in de maand die volgt op die waarin het overeenkomstig de derde alinea genomen besluit is getroffen.

Wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding, en wel in die mate dat dit verschil het algemeen belang schaadt, en wanneer de dienstverrichter dit niet kan compenseren door beroepservaring of in het kader van een door een bevoegde instantie gecertificeerd leven lang leren, dient de ontvangende lidstaat de dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid, een aanpassingsperiode of certificaten of titels die zijn afgeleverd op grond van de onder de letters a) en b) van artikel 49, lid 2, bedoelde procedures, te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven. De dienstverrichting dient in ieder geval te kunnen plaatsvinden in de maand die volgt op die waarin het overeenkomstig de derde alinea genomen besluit is getroffen.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 8 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging in geval van twijfel verzoeken om alle informatie over de rechtmatigheid van de vestiging en het goede gedrag van de dienstverrichter, alsmede het ontbreken van eventuele tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening. Voor de controle van kwalificaties kunnen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging informatie aanvragen over de opleidingscursussen van de dienstverrichter voor zover dit nodig is voor het beoordelen van wezenlijke verschillen die de volksgezondheid of de openbare veiligheid kunnen schaden. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 56.

1. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging in geval van twijfel verzoeken om alle informatie over de rechtmatigheid van de vestiging en het goede gedrag van de dienstverrichter, alsmede het ontbreken van eventuele tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening. Voor de controle van kwalificaties kunnen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging informatie aanvragen over de opleidingscursussen van de dienstverrichter voor zover dit nodig is voor het beoordelen van wezenlijke verschillen die de volksgezondheid of de openbare veiligheid kunnen schaden. De ontvangende lidstaat kan met name rekening houden met certificaten of titels die zijn afgeleverd op grond van de onder de letters a) en b) van artikel 49, lid 2, bedoelde procedures. De bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 56.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 11 – lid 1 – letter c – punt ii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) Het bepaalde onder c) ii) wordt vervangen door:

Schrappen

(ii) een gereglementeerde opleiding of, in het geval van gereglementeerde beroepen, een beroepsopleiding met een bijzondere structuur waarbij competenties worden aangereikt die verder gaan dan wat niveau b verstrekt, die gelijkwaardig is aan het onder punt i) vermelde opleidingsniveau, indien deze opleiding tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid opleidt en op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken voorbereidt, mits het diploma vergezeld gaat van een certificaat van de lidstaat van oorsprong;

 

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 11 – lid 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) een diploma dat bewijst dat de aanvrager een postsecundaire opleiding met een duur van meer dan vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft gevolgd of, indien van toepassing in de lidstaat van oorsprong, een gelijkwaardig aantal studiepunten volgens het Europees systeem voor de overdracht van studiepunten (ECTS) heeft gehaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten.

e) een diploma dat bewijst dat de aanvrager een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste vier jaar of in geval van een deeltijdse opleiding met een daaraan gelijkwaardige duur heeft gevolgd die, indien van toepassing in de lidstaat van oorsprong, een gelijkwaardig aantal studiepunten vertegenwoordigt volgens het Europees systeem voor de overdracht van studiepunten (ECTS) aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten.

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter d

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 11 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) Het tweede lid wordt geschrapt.

(d) de tweede alinea wordt vervangen door:

 

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanpassingen in de lijst van bijlage II, om rekening te houden met opleidingen die voldoen aan de in de eerste alinea, letter c), onder ii), genoemde eisen."

Amendement 77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 12 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 11 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer daarmee een in de Unie op voltijdse of deeltijdse basis zowel binnen als buiten formele programma’s gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of uitoefening van een beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep.

Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 11 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer daarmee een in de Unie op voltijdse of deeltijdse basis binnen formele programma's gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of uitoefening van een beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep.

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 13 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. In geval van in de leden 1 en 2 bedoelde bekwaamheidsattesen en opleidingstitels of certificaten van een gereglementeerde opleiding of eeberoepsopleidingen met een bijzondere structuur die gelijkwaardig zijn aan het in artikel 11, onder c i), bedoelde niveau, erkent de ontvangende lidstaat het door de lidstaat van oorsprong geattesteerde of gecertificeerde opleidingsniveau.

3. In geval van in de leden 1 en 2 bedoelde bekwaamheidsattesten en opleidingstitels of certificaten van een gereglementeerde opleiding of een beroepsopleiding met een bijzondere structuur die gelijkwaardig zijn aan het in artikel 11, onder c, bedoelde niveau, erkent de ontvangende lidstaat het door de lidstaat van oorsprong geattesteerde of gecertificeerde opleidingsniveau.

Amendement  79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 13 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat de toegang tot en de uitoefening van het beroep weigeren aan houders van een bekwaamheidsattest wanneer de nationale kwalificatie die voor de uitoefening van het beroep op zijn grondgebied vereist is, onder de punten d) of e) van artikel 11 is ingedeeld.

4. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat de toegang tot en de uitoefening van het beroep weigeren aan houders van een bekwaamheidsattest zoals omschreven in artikel 11, onder a), of een opleidingstitel die niet ten minste één niveau lager is dan wat in de ontvangende lidstaat vereist is, wanneer de nationale kwalificatie die voor de uitoefening van het beroep op zijn grondgebied vereist is, onder de punten c), d) of e) van artikel 11 is ingedeeld.

Amendement  80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor het beroep van notaris kan de ontvangende lidstaat bij het bepalen van de compenserende maatregel rekening houden met de specifieke activiteiten van dit beroep op zijn grondgebied, met name inzake het toe te passen recht.

Voor notarissen die bij een officieel overheidsbesluit zijn benoemd kan de ontvangende lidstaat bij het bepalen van de compenserende maatregel rekening houden met de specifieke activiteiten van dit beroep op zijn grondgebied, met name inzake het toe te passen recht.

 

De ontvangende lidstaat mag van de aanvrager een aanpassingsstage verlangen alvorens hem toe te laten tot de proeve van bekwaamheid.

 

De compenserende maatregelen mogen de aanvrager niet vrijstellen van de naleving van de overige in de ontvangende lidstaat gestelde voorwaarden die voortvloeien uit de selectie- en benoemingsprocedures, gezien zijn functie als ambtenaar.

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter d

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Voor de toepassing van de leden 1 en 5 wordt onder "vakgebieden die wezenlijk verschillen" verstaan vakgebieden waarvan de kennis van essentieel belang is voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de migrant ontvangen opleiding qua duur of inhoud in belangrijke mate afwijkt van de door de ontvangende lidstaat vereiste opleiding.

4. Voor de toepassing van de leden 1 en 5 wordt onder "vakgebieden die wezenlijk verschillen" verstaan vakgebieden waarvan de kennis, bekwaamheid en vaardigheden van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de migrant ontvangen opleiding qua duur of inhoud in belangrijke mate afwijkt van de door de ontvangende lidstaat vereiste opleiding.

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter e

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 6 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) een toelichting van de wezenlijke verschillen naar inhoud;

(c) een toelichting van de wezenlijke verschillen naar duur of inhoud en in welk opzicht deze verschillen gevolgen hebben voor de mogelijkheid van de beroepsbeoefenaar zijn beroep in de ontvangende lidstaat op bevredigende wijze uit te oefenen;

Amendement  83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter e

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 6 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) een verklaring waarom de aanvrager als gevolg van deze wezenlijke verschillen zijn beroep niet op bevredigende wijze kan uitoefenen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat;

Schrappen

Amendement  84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter e

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 6 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) een verklaring waarom deze wezenlijke verschillen niet gecompenseerd kunnen worden door de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager heeft opgedaan in het kader van zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren.

(e) een verklaring waarom deze wezenlijke verschillen niet gecompenseerd kunnen worden door de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager heeft opgedaan in het kader van zijn beroepservaring of in het kader van een door bevoegde instanties gecertificeerd leven lang leren.

Amendement  85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter e

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De in lid 1 bedoelde proeve van bekwaamheid wordt ten minste tweemaal per jaar georganiseerd en de aanvragers mogen een proef ten minste éénmaal opnieuw afleggen wanneer ze er de eerste keer niet voor slaagden.

7. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde proeve van bekwaamheid kan worden afgelegd binnen een termijn van zes maanden na oplegging van een compenserende maatregel aan de aanvrager van de erkenning. De aanvragers mogen een proef ten minste éénmaal opnieuw afleggen wanneer ze er de eerste keer niet voor slaagden.

Amendement  86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 12 – letter e bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"7 bis. Voor de toepassing van leden 1 tot en met 7, leggen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten vanaf [datum invoegen – de dag na de in artikel 3, lid 1, eerste alinea, genoemde datum] en vervolgens om de vijf jaar, openbare verslagen voor aan de Commissie en aan de andere lidstaten over hun besluiten inzake compenserende maatregelen, met inbegrip van de rechtvaardiging van deze maatregelen, en over eventuele vooruitgang op het gebied van coördinatie met andere lidstaten, zoals via gemeenschappelijke opleidingsbeginselen."

Amendement  87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 14

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanpassingen in de lijst van werkzaamheden van bijlage IV waarvoor overeenkomstig artikel 16 beroepservaring wordt erkend, teneinde de nomenclatuur bij te werken of te verduidelijken, zonder dat dit het toepassingsgebied van de werkzaamheden binnen de afzonderlijke categorieën mag verkleinen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanpassingen in de lijst van werkzaamheden van bijlage IV waarvoor overeenkomstig artikel 16 beroepservaring wordt erkend, teneinde de nomenclatuur bij te werken of te verduidelijken, zonder dat dit het toepassingsgebied van de werkzaamheden binnen de afzonderlijke categorieën mag verkleinen en zonder dat werkzaamheden die reeds in een lijst van bijlage IV zijn ingedeeld, naar een andere lijst worden verplaatst.

Amendement  88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 14 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Hoofdstuk III – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) De titel van hoofdstuk III wordt vervangen door:

 

"Erkenning op basis van een gemeenschappelijk pakket van opleidingsvoorwaarden en –niveaus"

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement  89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 15

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 21

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) In artikel 21 worden de leden 4, 6 en 7 geschrapt.

(15) In artikel 21 worden lid 4, lid 6, tweede en derde alinea, en lid 7 geschrapt.

Amendement  90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 15 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 21 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"(4 bis) Van de lidstaten wordt echter niet verwacht dat zij opleidingstitels van apothekers overeenkomstig bijlage V, punt 5.6.2. erkennen in samenhang met de oprichting van nieuwe voor het publiek toegankelijke apotheken. Voor de toepassing van dit lid worden ook apotheken die minder dan drie jaar open zijn als nieuwe apotheken beschouwd."

Amendement  91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 16

Richtlijn 2005/36/EG

Article 21a – paragraph 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Wanneer de Commissie van mening is dat de handelingen die overeenkomstig lid 1 ter kennis werden gegeven niet in overeenstemming zijn met deze richtlijn, stelt zij binnen zes maanden na ontvangst van alle noodzakelijke informatie een uitvoeringsbesluit vast betreffende deze niet-naleving.

4. Wanneer de Commissie van mening is dat de handelingen die overeenkomstig lid 1 ter kennis werden gegeven niet in overeenstemming zijn met deze richtlijn, stelt zij binnen zes maanden na ontvangst van alle noodzakelijke informatie overeenkomstig de procedure van artikel 58 een uitvoeringsbesluit vast betreffende deze niet-naleving.

Amendement  92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt - 17 (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 22 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-17) Aan artikel 22, lid 1, wordt de volgende letter toegevoegd:

 

"c) De lidstaten voeren uiterlijk ...* programma's in voor verplichte permanente opleiding en vorming voor artsen, medisch specialisten, algemeen ziekenverplegers, tandartsen, specialisten in de tandheelkunde, verloskundigen en apothekers."

 

____________________

 

*PB: gelieve de datum in te voegen: vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 17

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 22 – lid 2 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) In artikel 22 wordt het volgende lid 2 toegevoegd:

(17) In artikel 22 worden de volgende tweede en derde alinea toegevoegd:

"Voor de toepassing van het eerste lid, onder b), leggen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten vanaf [datum invoegen – de dag na de in artikel 3, lid 1, eerste alinea, bedoelde datum] en vervolgens om de vijf jaar, openbare verslagen voor aan de Commissie en aan de andere lidstaten over hun procedures op het vlak van permanente opleiding en vorming, bij- en nascholing met betrekking tot artsen, medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren van de tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers."

"Voor de toepassing van het eerste lid, onder b) en c), leggen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten vanaf [datum invoegen – de dag na de in artikel 3, lid 1, eerste alinea, bedoelde datum] en vervolgens om de vijf jaar, openbare evaluatieverslagen voor aan de Commissie en aan de andere lidstaten teneinde de permanente opleiding en vorming met betrekking tot artsen, medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren van de tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers te optimaliseren.

 

Instellingen die permanente opleiding en vorming bieden worden geëvalueerd door een organisatie die is opgenomen in het EQAR-register (European Quality Assurance Register) en die haar conclusies overmaakt aan de Commissie en aan de betrokken lidstaat."

Amendement  94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 18 b bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 24 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis) Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"4 bis. Deze richtlijn vormt in geen geval een reden voor het verlagen van de reeds in de lidstaten geldende opleidingseisen voor huisartsen."

Amendement  95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 19 – letter a bis (nieuw)

Directive 2005/36

Artikel 25 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) Lid 2 wordt vervangen door:

 

"2. De lidstaten zorgen ervoor dat de eisen voor een medische specialistenopleiding voldoen aan de volgende basisvoorwaarden:

 

a) De duur van de opleiding bedraagt minstens vijf jaar of het equivalent in ECTS-studiepunten hiervan dat ter aanvulling kan worden uitgedrukt. Deze opleiding wordt onder toezicht van de bevoegde autoriteiten of instellingen gegeven. De aankomend specialist neemt persoonlijk deel aan de werkzaamheden van de betrokken diensten en draagt daarvoor verantwoordelijkheid.

 

b) De aankomend medisch specialist moet vaardigheden op de volgende gebieden hebben verworven:

 

i) communicatie;

 

ii) probleemoplossend denken;

 

iii) toepassen van kennis en wetenschap;

 

iv) onderzoeken van patiënten;

 

v) patiëntenbeheer/behandeling van patiënten;

 

vi) gebruik van de sociale en maatschappelijke context van gezondheidszorg; en

 

vii) zelfreflectie."

Amendement  96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 19 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 25 – lid 3 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3 bis) Een lidstaat kan in zijn nationaal recht gedeeltelijke vrijstellingen van onderdelen van een medische specialistenopleiding vastleggen, indien dat opleidingsonderdeel al met succes is doorlopen in het kader van een andere onder punt 5.1.3 in bijlage V vermelde specialistenopleiding en op voorwaarde dat de beroepsbeoefenaar de eerdere specialistentitel reeds behaald had in deze lidstaat. De lidstaten dragen er zorg voor dat de verleende vrijstelling overeenstemt met maximaal een derde van de minimumduur van de in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde medische specialistenopleidingen.

(3 bis) Een lidstaat kan in zijn nationaal recht gedeeltelijke vrijstellingen van onderdelen van een medische specialistenopleiding vastleggen die in specifieke gevallen kunnen worden toegepast, indien dat opleidingsonderdeel al met succes is doorlopen in het kader van een andere onder punt 5.1.3 in bijlage V vermelde specialistenopleiding en op voorwaarde dat de beroepsbeoefenaar de eerdere specialistentitel reeds behaald had. De lidstaten dragen er zorg voor dat de verleende vrijstelling overeenstemt met maximaal een derde van de minimumduur van de in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde medische specialistenopleidingen.

Amendement  97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 19 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 25 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen aangaande aanpassingen van de minimumopleidingsduur zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.3, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technologische vooruitgang.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen aangaande aanpassingen van de opleidingseisen zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.3, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technologische vooruitgang.

Amendement  98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 20 – inleidende formule

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 26

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

20) In artikel 26 wordt het tweede lid vervangen door:

20) Artikel 26 wordt vervangen door:

Amendement  99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 20

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 26 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het toevoegen aan bijlage V, punt 5.1.3, van nieuwe medische specialismen die ten minste één derde van de lidstaten gemeenschappelijk hebben, teneinde deze richtlijn aan te passen aan de ontwikkeling van de nationale wetgevingen.

De in artikel 21 bedoelde opleidingstitels van specialist zijn die welke door de in bijlage V, punt 5.1.2, bedoelde bevoegde instanties of instellingen zijn afgegeven of erkend en welke voor de desbetreffende specialistenopleiding overeenkomen met de in de verschillende lidstaten geldende en in bijlage V, punt 5.1.3, opgenomen benamingen.

 

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het toevoegen aan bijlage V, punt 5.1.3, van nieuwe medische specialismen die ten minste één derde van de lidstaten gemeenschappelijk hebben, teneinde deze richtlijn aan te passen aan de ontwikkeling van de nationale wetgevingen.

Amendement  100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 22 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Voor de toelating tot de opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger is een algemene schoolopleiding van tien jaar vereist die wordt afgesloten met een door de bevoegde autoriteiten of instellingen van een lidstaat afgegeven diploma, certificaat of andere titel, of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor de scholen voor verpleegkunde.

1. Voor de toelating tot de opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger is het volgende vereist:

 

a) een diploma, certificaat of andere titel die, op basis van een algemene schoolopleiding van twaalf jaar, toegang verleent tot universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau; of

 

b) afsluiting van de algemene schoolopleiding van minstens tien jaar, bevestigd met een door de bevoegde autoriteiten of instellingen van een lidstaat afgegeven diploma, certificaat of andere titel, of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig examen en dat toegang verleent tot een beroepsschool voor verpleegkunde.

Amendement  101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 22 – letter c bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) Lid 4 wordt vervangen door:

 

"4. Onder theoretisch onderwijs wordt verstaan dat deel van de opleiding in de verpleegkunde waar de leerling-verpleger de kennis, vaardigheden en bekwaamheden verwerft die krachtens leden 6 en 6 bis zijn vereist. Deze opleiding wordt gegeven door docenten in de verpleegkunde en andere bevoegde personen in universiteiten, instellingen voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of beroepsscholen voor verpleegkunde."

Amendement  102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 22 – letter c ter (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 5 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter) Lid 5 wordt vervangen door:

 

"(5) Onder klinisch onderwijs wordt verstaan dat deel van de opleiding in de verpleegkunde waar de leerling-verpleger in teamverband en in rechtstreeks contact met een gezonde persoon of patiënt en/of een gemeenschap op grond van verworven kennis, vaardigheden en bekwaamheden de vereiste algemene verpleegkundige verzorging leert plannen, verstrekken en beoordelen. De leerling-verpleger leert niet alleen in teamverband werken, maar ook als teamleider op te treden en zich bezig te houden met de organisatie van de algemene verpleegkundige verzorging, waaronder de gezondheidseducatie voor individuele personen en kleine groepen binnen de instelling voor gezondheidszorg of in de gemeenschap."

Amendement  103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 22 – letter c quater (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

" 6 bis. Een titel van een opleiding in de algemene ziekenverpleegkunde bewijst dat de persoon in kwestie in staat is minstens de volgende kennis, vaardigheden en kernbekwaamheden toe te passen, ongeacht of de opleiding in een universiteit, instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of beroepsschool voor verpleegkunde is gegeven:

 

a) bekwaamheid om met de huidige theoretische en klinische kennis zelfstandig een diagnose te stellen voor de nodige verpleegkundige verzorging en om de verpleegkundige verzorging bij de behandeling van patiënten te plannen, organiseren en uitvoeren op basis van de kennis en vaardigheden die overeenkomstig lid 6, onder a), b) en c), zijn verworven;

 

b) bekwaamheid om doeltreffend samen te werken met andere actoren in de gezondheidszorg, met inbegrip van deelname aan de praktische opleiding van gezondheidswerkers, op basis van de kennis en vaardigheden die overeenkomstig lid 6, onder d) en e), zijn verworven;

 

c) bekwaamheid om personen, gezinnen en groepen te helpen een gezonde levensstijl aan te nemen en voor zichzelf te zorgen op basis van de kennis en vaardigheden die overeenkomstig lid 6, onder a) en b), zijn verworven;

 

d) bekwaamheid om zelfstandig urgente levensreddende maatregelen te kunnen treffen en in crisis- en rampensituaties te kunnen handelen;

 

e) bekwaamheid om zorgbehoevenden en hun gezinsleden onafhankelijk te adviseren, instrueren en ondersteunen;

 

f) bekwaamheid om de kwaliteit van verpleegkundige verzorging zelfstandig te kunnen verzekeren en evalueren;

 

g) bekwaamheid om beroepsmatig duidelijk te communiceren en samen te werken met andere personen die op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam zijn."

Amendement  104

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – letter d

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

(a) de adequaatheid van de kennis van de wetenschappen waarop de algemene ziekenverpleging is gebaseerd als bedoeld in lid 6, onder a), in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

a) de adequaatheid van de kennis van de wetenschappen waarop de algemene ziekenverpleging is gebaseerd als bedoeld in lid 6, onder a), en in lid 6 bis, in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

(b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 6, onder a), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 6, onder a), en in lid 6 bis, bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

(c) de adequaatheid van de kennis van de in lid 6, onder b), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

c) de adequaatheid van de kennis van de in lid 6, onder b), en in lid 6 bis, bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

(d) de geschiktheid van de in lid 6, onder c), bedoelde klinische ervaring en de nodige competenties die uit deze klinische evaring voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs.

d) de geschiktheid van de in lid 6, onder c), en in lid 6 bis, bedoelde klinische ervaring en de nodige competenties die uit deze klinische ervaring voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs.

Amendement  105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 23 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 33 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) Lid 2 wordt geschrapt;

Amendement  106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 23 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 33 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verpleegkunde die in Polen zijn afgegeven aan verpleegkundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 31 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma "bachelor" dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004, nr. 92, pos. 885), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 12 April 2010 tot wijziging van de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 21 april 2010, nr. 65, pos. 420), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verpleegkundigen met titels die, in het geval van Polen, zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.2.2.

3. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verpleegkunde die in Polen zijn afgegeven aan verpleegkundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 31 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma "bachelor" dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004, nr. 92, pos. 885), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen – matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 13 mei 2004, nr. 110, pos. 1170, met aanvullende amendementen), vervangen door artikel 55.2 van het besluit van 15 juli 2011 over de beroepen van verpleegkundige en verloskundige (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 23 augustus 2011 nr. 174, pos. 1039), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 14 juni 2012 over de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen – matura) en zijn afgestudeerd aan een medische middelbare school of een vervolgopleiding waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 6 juli 2012, pos. 770), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verpleegkundigen met titels die, in het geval van Polen, zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.2.2.

Amendement  107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 24 – letter a

Directive 2005/36

Artikel 34 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De basisopleiding tandheelkunde omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan op voltijdbasis aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

2. De basisopleiding tandheelkunde omvat in totaal ten minste vijf jaar onderwijs, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, bestaat uit ten minste 5000 uur theoretisch en praktisch onderwijs op voltijdbasis aan een universiteit, een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit, en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

Amendement  108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 25 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 35 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Specialist in de tandheelkunde wordt men na het met succes afsluiten van een ten minste drie jaar durende voltijdse opleiding onder supervisie van de bevoegde autoriteiten of instellingen of na het behalen van het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan. De aankomend specialist in de tandheelkunde dient persoonlijk aan de werkzaamheden van de betrokken inrichting deel te nemen en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.

Specialist in de tandheelkunde wordt men na het met succes afsluiten van een ten minste drie jaar durende voltijdse opleiding, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, onder supervisie van de bevoegde autoriteiten of instellingen. De aankomend specialist in de tandheelkunde dient persoonlijk aan de werkzaamheden van de betrokken inrichting deel te nemen en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.

Amendement  109

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 26 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 38 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De diergeneeskundige opleiding omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan op voltijdbasis aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.4.1, opgenomen studieprogramma.

De diergeneeskundige opleiding omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs op voltijdbasis, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.4.1, opgenomen studieprogramma.

Amendement  110

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 26 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 38 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) Lid 3 wordt vervangen door:

 

"3. De opleiding tot dierenarts waarborgt dat de betrokkene de volgende kennis en bekwaamheid heeft verworven:

 

a) voldoende kennis van de wetenschappen waarop de werkzaamheden van de dierenarts berusten;

 

b) voldoende kennis van de structuur en de functies van gezonde dieren, de fokkerij, de voortplanting en de algemene hygiëne alsmede de voeding van dieren, met inbegrip van de technologie van het vervaardigen en conserveren van voeder dat aan hun behoeften voldoet;

 

c) voldoende kennis op het gebied van het gedrag en de bescherming van dieren;

 

d) voldoende kennis van de oorzaken, de aard, het verloop, de gevolgen, de diagnose en de behandeling van de ziekten van individuele dieren en groepen dieren, en in het bijzonder kennis van de ziekten die op de mens kunnen worden overgebracht;

 

e) voldoende kennis van de preventieve geneeskunde;

 

(e bis) nodige vaardigheden voor het ophalen, verpakken, conserveren en vervoeren van monsternemingen, het uitvoeren van wezenlijke laboratoriumanalyses en het interpreteren van analyseresultaten;

 

f) voldoende kennis van de hygiëne en technologie voor het verkrijgen, vervaardigen en in omloop brengen van dierlijke voedingsmiddelen of voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong bestemd voor menselijke consumptie met de nodige vaardigheden voor het begrijpen en uitleggen van goede praktijken inzake hygiëne op het bedrijf, alsmede deelname aan de gezondheidskeuring voor en na het slachten;

 

f bis) kennis van de algemene beginselen van beschrijvende epidemiologie met de nodige vaardigheden voor deelname aan een epidemiologisch onderzoek;

 

f ter) nodige vaardigheden voor deelname aan programma's ter preventie of beheersing van zoönotische, besmettelijke, nieuwe of opnieuw opkomende ziekten;

 

f quater) nodige vaardigheden voor verantwoordelijk en doordacht gebruik van diergeneeskundige producten voor de preventie, behandeling, beheersing of uitroeiing van voor dieren schadelijke organismen of dierziekten, ter voorkoming van het risico op resistentie, zoals antibioticaresistentie, en ter waarborging van de veiligheid van de voedselketen, milieubescherming en diergezondheid;

 

f quinquies) kennis van gezondheidsvoorwaarden voor het ophalen en verwerken van kadavers en afval uit de gezondheidszorg waarbij sprake is van besmettingsrisico en nodige vaardigheden voor het uitvoeren van werkzaamheden inzake sterilisatie van materiaal en uitvoering van chirurgische handelingen in omstandigheden van aangepaste aseptiek;

 

f sexies) nodige vaardigheden voor de certificering van de gezondheidstoestand van dieren of groepen dieren ten aanzien van ziekten volgens de ethiek en deontologie;

 

g) voldoende kennis van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de voornoemde gebieden;

 

h) voldoende klinische en praktische ervaring, opgedaan onder deskundige leiding."

Amendement  111

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 26 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 38 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 38 bis

 

Diergeneeskundige specialisaties

 

De Commissie toetst uiterlijk ...* of naast medische en tandheelkundige specialisaties ook diergeneeskundige specialisaties – op voorwaarde dat deze in ten minste een derde van de lidstaten zijn gereglementeerd – binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2005/36/EG moeten vallen, en dient in voorkomend geval daartoe een wetgevingsvoorstel in."

 

*PB: gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  112

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 28

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 41 – lid 1 – letters a t/m c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste drie jaar;

(a) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste drie jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, die ten minste 4500 uur theoretisch en praktisch onderwijs omvat, waarvan ten minste een derde directe klinische praktijk;

(b) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste twee jaar en ten minste 3600 uur, waarvoor het bezit is vereist van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2;

(b) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste twee jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, die bestaat uit ten minste 3600 uur, waarvoor het bezit is vereist van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2;

(c) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste achttien maanden en ten minste 3000 uur, waarvoor het bezit is vereist van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2, en gevolgd door een praktijkervaring waarvoor overeenkomstig lid 2 een bewijs is afgegeven.

(c) een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste achttien maanden en ten minste 3000 uur, of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan, waarvoor het bezit is vereist van een opleidingstitel van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.2.2, en gevolgd door een praktijkervaring waarvoor overeenkomstig lid 2 een bewijs is afgegeven.

Amendement  113

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 28 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 42

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

28 bis) Artikel 42 komt als volgt te luiden:

 

"Artikel 42

 

Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van verloskundige

 

1. Deze afdeling is van toepassing op de zelfstandige werkzaamheden van verloskundige, zoals die door elke lidstaat zijn omschreven, onverminderd lid 2, en worden uitgeoefend onder de in bijlage V, punt 5.5.2, opgenomen beroepstitels.

 

2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de verloskundigen ten minste toegang hebben tot de volgende werkzaamheden en deze mogen uitoefenen:

 

a) goede voorlichting en adviezen verstrekken over de reproductieve gezondheid van vrouwen, waaronder gezinsplanning;

 

b) zwangerschap vaststellen, beoordelen en het normale verloop ervan blijven volgen, de nodige onderzoeken verrichten;

 

c) de onderzoeken voorschrijven of adviseren die nodig zijn om de diagnose van een zwangerschap met gevaar voor complicaties zo vroeg mogelijk te kunnen stellen;

 

d) volledige programma's opstellen ter voorbereiding op het ouderschap en de bevalling;

 

e) de vrouw tijdens de bevalling en vlak na de geboorte bijstaan en de toestand van de foetus in utero met passende klinische en technische middelen volgen;

 

f) normale bevallingen bij achterhoofdsligging verrichten en daarbij zo nodig episiotomie toepassen, alsmede het verrichten van hechtingen en bevallingen bij stuitligging;

 

g) bij moeder en kind de tekenen van stoornissen onderkennen waarbij het ingrijpen van een specialist vereist is en deze indien nodig assisteren; bij afwezigheid van de arts spoedmaatregelen nemen, met name de placenta met de hand verwijderen en eventueel daarna de baarmoeder inwendig onderzoeken;

 

h) de pasgeborene onderzoeken en verzorgen; alle nodige maatregelen nemen en in voorkomend geval onmiddellijk reanimatie toepassen;

 

i) de kraamvrouw verzorgen, toezien op de gevolgen van de bevalling voor de moeder en alle nuttige adviezen verstrekken aan de moeder met betrekking tot de kinderverzorging, zodat de pasgeborene in de beste omstandigheden kan worden grootgebracht;

 

j) de door een arts voorgeschreven behandeling toepassen en geneesmiddelen voorschrijven die nodig zijn in het kader van de praktijkervaring van verloskundige;

 

k) de nodige klinische en wettelijke documenten opstellen.

Amendement  114

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 29 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 43 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) In artikel 43 wordt lid 3 geschrapt;

Amendement  115

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 29 ter (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 43 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Artikel 43, lid 4, wordt vervangen door:

 

"4. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verloskunde die in Polen zijn afgegeven aan verloskundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 40 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma "bachelor" dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004, nr. 92, pos. 885), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen – matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 13 mei 2004, nr. 110, pos. 1170, met aanvullende amendementen), vervangen door artikel 55.2 van het besluit van 15 juli 2011 over de beroepen van verpleegkundige en verloskundige (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 23 augustus 2011 nr. 174, pos. 1039), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 14 juni 2012 over de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen – matura) en zijn afgestudeerd aan een medische middelbare school of een vervolgopleiding waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 6 juli 2012, pos. 770), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verloskundigen met titels die in het geval van Polen zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.2.2."

Amendement  116

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 44 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De opleidingstitel van apotheker vormt de afsluiting van een opleiding van ten minste vijf jaar of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan, waarvan ten minste:

De opleidingstitel van apotheker vormt de afsluiting van een opleiding van ten minste vijf jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, waarvan ten minste:

Amendement  117

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 44 – alinea 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

(b) tijdens of na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

Amendement  118

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 31

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 45 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31) Aan artikel 45, lid 2, wordt het volgende punt h) toegevoegd:

(31) artikel 45, lid 2, wordt vervangen door:

 

"2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de houders van een universitaire opleidingstitel of van een titel van een als gelijkwaardig erkend niveau op het terrein van de farmacie, die voldoet aan de in artikel 44 gestelde voorwaarden, ten minste gerechtigd zijn tot de toegang tot en de uitoefening van de hierna bedoelde werkzaamheden, onder voorbehoud, in voorkomend geval, van de eis van aanvullende beroepservaring:

 

a) de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;

 

b) de vervaardiging van en de controle op geneesmiddelen;

 

c) de controle op geneesmiddelen in een laboratorium bestemd voor die controle;

 

d) de opslag, bewaring en distributie van geneesmiddelen in het groothandelsstadium;

 

e) de veilige en hoogwaardige aanvoer en bereiding van, de controle op, en de opslag en distributie van geneesmiddelen naar en in voor het publiek toegankelijke apotheken;

 

f) de bereiding van, de controle op en de opslag en verstrekking van geneesmiddelen in ziekenhuizen;

 

g) de follow-up van behandelingen met geneesmiddelen en de verschaffing van voorlichting en advies omtrent geneesmiddelen en gezondheidsaangelegenheden, in samenwerking met artsen;

h) rapportering van de bijwerkingen van farmaceutische producten aan de bevoegde autoriteiten.

h) rapportering van de bijwerkingen van farmaceutische producten aan de bevoegde autoriteiten;

 

h bis) de gepersonaliseerde begeleiding van patiënten die aan zelfmedicatie doen;

 

h ter) bijdragen tot campagnes van instellingen voor de volksgezondheid."

Amendement  119

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 32

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 46 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De duur van de opleiding tot architect bedraagt ten minste zes jaar of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan. De opleiding in een lidstaat omvat:

1. De opleiding tot architect bedraagt:

a) hetzij ten minste vier jaar studie op voltijdsbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd en een bezoldigde stage van ten minste twee jaar wordt volbracht;

a) in totaal ten minste vijf jaar studie op voltijdsbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling. Ter afsluiting van deze opleiding moet met goed gevolg een examen op universitair niveau worden afgelegd, of

b) hetzij ten minste vijf jaar studie op voltijdsbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd en een bezoldigde stage van ten minste één jaar wordt volbracht.

b) niet minder dan vier jaar studie op voltijdsbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd, vergezeld van een certificaat ten bewijze dat een stage van twee jaar is volbracht, in overeenstemming met lid 5.

Amendement  120

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 32

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 46 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De bezoldigde stage wordt gevolgd in een lidstaat onder de supervisie van een persoon die voldoende kan waarborgen in staat te zijn de praktijkopleiding te verzorgen. De stage volgt op de in lid 1 bedoelde studie. Het volbrengen van de bezoldigde stage blijkt uit een certificaat dat de opleidingstitel vergezelt.

3. De stage wordt gevolgd in een lidstaat onder de supervisie van een architect, persoon of instelling die daartoe erkend is door een bevoegde autoriteit die op passende wijze heeft gecontroleerd dat deze in staat is de praktijkopleiding te verzorgen. Het volbrengen van de stage blijkt uit een certificaat dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit en dat het officiële bewijs van de opleidingstitel vergezelt.

Amendement  121

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een "gemeenschappelijk opleidingskader" verstaan een voor de uitoefening van een specifiek beroep vereist gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties. Met het oog op de toegang tot en de uitoefening van dit beroep verbindt een lidstaat op zijn grondgebied aan de op basis van een dergelijk opleidingskader verworven opleidingstitels dezelfde gevolgen als aan de opleidingstitels die door deze lidstaat zelf worden afgegeven, voor zover dit opleidingskader aan de in lid 2 bedoelde criteria voldoet. Deze criteria moeten aan de in lid 3 bedoelde specificaties voldoen.

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een "gemeenschappelijk opleidingskader" verstaan een voor de uitoefening van een specifiek beroep of postdoctoraal specialisme van een beroep dat is gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III, vereist gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties. Tot de eisen kunnen het aantal ECTS-studiepunten behoren, maar ECTS-studiepunten mogen niet de enige criteria vormen. Met het oog op de toegang tot en de uitoefening van dit beroep verbindt een lidstaat op zijn grondgebied aan de op basis van een dergelijk opleidingskader verworven opleidingstitels dezelfde gevolgen als aan de opleidingstitels die door deze lidstaat zelf worden afgegeven, voor zover dit opleidingskader aan de in lid 2 bedoelde criteria voldoet. Deze criteria moeten aan de in lid 3 bedoelde specificaties voldoen.

Amendement  122

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) het betrokken beroep is al gereglementeerd in ten minste een derde van de lidstaten;

(b) de uitoefening van het betrokken beroep en/of de opleiding die toegang verleent tot het beroep is al gereglementeerd in ten minste een derde van de lidstaten;

Amendement  123

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties verenigt de in de onderwijs- en opleidingstelsels van ten minste een derde van alle lidstaten vastgestelde kennis, vaardigheden en competenties;

(c) het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties verenigt de in de onderwijs- en opleidingstelsels van ten minste een derde van alle lidstaten vastgestelde kennis, vaardigheden en competenties; hierbij komt het er niet op aan of de betrokken kennis, vaardigheden en competenties in het kader van een algemene opleiding aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs dan wel in het kader van een beroepsopleiding in de lidstaten werden verworven;

Amendement  124

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) de kennis, vaardigheden en competenties voor dit gemeenschappelijk opleidingskader verwijzen naar de kwalificatieniveaus van het Europees kwalificatiekader, zoals vastgelegd in bijlage II van de Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren(*);

(d) de kennis, vaardigheden en competenties voor dit gemeenschappelijk opleidingskader verwijzen naar de in artikel 11 bedoelde kwalificatieniveaus;

Amendement  125

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) het betrokken beroep valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en is evenmin al gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III;

(e) het betrokken beroep of postdoctoraal specialisme van een beroep dat is gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III, valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en is evenmin al gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III;

Amendement  126

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) het gemeenschappelijk opleidingskader is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

(f) het gemeenschappelijk opleidingskader is vastgesteld na een transparante procedure, wat inhoudt dat initiatieven in dit verband moeten worden gepubliceerd en uitgevoerd in nauwe samenwerking met beroepsorganisaties en andere vertegenwoordigers, in voorkomend geval met inbegrip van belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

Amendement  127

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) het gemeenschappelijk opleidingskader biedt de onderdanen van alle lidstaten de mogelijkheid kwalificaties uit hoofde van dit kader te verwerven, zonder dat zij lid hoeven te zijn van een beroepsorganisatie of bij een dergelijke organisatie geregistreerd hoeven te zijn.

(g) het gemeenschappelijk opleidingskader biedt de onderdanen van alle lidstaten de mogelijkheid kwalificaties uit hoofde van dit kader te verwerven, zonder dat zij vooraf lid hoeven te zijn van een beroepsorganisatie of bij een dergelijke organisatie geregistreerd hoeven te zijn.

Amendement  128

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis) In artikel 49 bis wordt het volgende lid ingevoegd:

 

"2 bis. De Commissie controleert voorstellen en ontwerpen van beroepsorganisaties en van lidstaten met het oog op hun conformiteit met de in lid 2 vastgelegde voorwaarden en verzoekt alle lidstaten de mogelijke gevolgen van de invoering van een gemeenschappelijk opleidingskader te onderzoeken en na te gaan aan welke instellingen dat opleidingskader kan worden aangeboden. Hierbij controleren de lidstaten meer bepaald of en in hoeverre dat gemeenschappelijk opleidingskader als onderdeel van een algemene opleiding aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of ook als onderdeel van een beroepsopleiding kan worden aangeboden."

Amendement  129

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35 ter (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 ter – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 ter) In artikel 49 bis wordt het volgende lid ingevoegd:

 

" 3 bis. Uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten volgens dit artikel vindt plaats via het informatiesysteem interne markt (IMI)."

Amendement  130

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zien erop toe dat alle controles van talenkennis worden uitgevoerd door een bevoegde autoriteit nadat de in artikel 4 quinquies, artikel 7, lid 4, en artikel 51, lid 3, bedoelde besluiten zijn genomen en indien er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamhedeen die hij wil uitoefenen.

De lidstaten zien erop toe dat de taalproef wordt uitgevoerd onder toezicht van een bevoegde autoriteit nadat de in artikel 4 quinquies, artikel 7, lid 4, en artikel 51, lid 3, bedoelde besluiten zijn genomen en indien er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen. Indien geen bevoegde autoriteit voor een bepaald beroep bestaat, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat er een erkende organisatie bestaat die de taalproef kan uitvoeren.

In geval van beroepen met implicaties voor de veiligheid van de patiënt kunnen de lidstaten aan de bevoegde autoriteiten het recht overdragen om de talenkennis van alle betrokken beroepsbeoefenaren te controleren indien daar uitdrukkelijk om wordt verzocht door het nationale gezondheidszorgsysteem, of in het geval van zelfstandige beroepsbeoefenaren die hier niet bij aangesloten zijn, door de representatieve nationale patiëntenorganisaties.

Voor beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de veiligheid van de patiënt kunnen voor alle betrokken beroepsbeoefenaren taalproeven worden georganiseerd onder toezicht van de bevoegde autoriteit.

 

 

De taalproef moet worden uitgevoerd nadat de beroepskwalificaties zijn erkend maar voordat toegang tot het desbetreffende beroep wordt verleend.

Elke controle van talenkennis beperkt zich tot de kennis van één officiële taal van de lidstaat naar keuze van de betrokkene, is evenredig met de uit te oefenen activiteit en is gratis voor de beroepsbeoefenaar. De betrokkene kan tegen deze taalcontrole beroep aantekenen bij de nationale rechtbanken.

De taalproef beperkt zich tot de kennis van één officiële taal van de plek waar de aanvrager zich wenst te vestigen of zijn diensten wil aanbieden, overeenkomstig de keuze van de betrokkene, is evenredig met de uit te oefenen activiteit en is gratis voor de beroepsbeoefenaar. Door beroepsbeoefenaars voorgelegd bewijs van de kennis van de taal wordt in aanmerking genomen. De betrokkene kan tegen deze proef beroep aantekenen bij de nationale rechtbanken.

Amendement  131

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 39

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 55 bis – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Erkenning van bezoldigde stages

Erkenning van stages

Amendement  132

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 39

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 55 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met het oog op het verlenen van toegang tot een gereglementeerd beroep erkent de lidstaat van oorsprong een bezoldigde stage die in een andere lidstaat gevolgd werd en door een bevoegde autoriteit van die lidstaat gecertificeerd is.

Met het oog op het verlenen van toegang tot een gereglementeerd beroep erkent de lidstaat van oorsprong een stage die in een andere lidstaat gevolgd werd en door een bevoegde autoriteit van die lidstaat gecertificeerd is. De lidstaten kunnen de maximumduur van een in een andere lidstaat gevolgde stage beperken. De erkenning van de stage komt niet in de plaats van een voor de toegang tot het beroep vereiste proef.

Amendement  133

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – inleidend gedeelte

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat delen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en aan de Commissie de identiteit van een beroepsbeoefenaar mee die van een nationale overheid of rechtbank verbod, ook tijdelijk, gekregen heeft tot het uitoefenen van volgende beroepsactiviteiten op het grondgebied van deze lidstaat:

1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat delen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en aan de Commissie de identiteit van een beroepsbeoefenaar mee die van een nationale overheid of rechtbank een beperking of een verbod, ook tijdelijk, gekregen heeft tot het uitoefenen van de volgende beroepsactiviteiten op het grondgebied van deze lidstaat:

Amendement  134

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) algemeen geneesheer, houder van een in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitel;

(a) geneesheer, houder van een in bijlage V, punten 5.1.1, 5.1.3 en 5.1.4, bedoelde opleidingstitel;

Amendement  135

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) medisch specialist, houder van een in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde opleidingstitel;

Schrappen

Amendement  136

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) sectorale beroepen die krachtens artikel 10 kunnen worden erkend;

Amendement  137

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter j bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(j bis) beroepsbeoefenaren op wie richtlijn 2006/123/EG niet van toepassing is en wier beroep invloed heeft op de volksgezondheid en openbare veiligheid.

Amendement  138

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter j ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(j ter) beroepsbeoefenaren op wie het algemene stelsel van erkenning overeenkomstig titel III, hoofdstukken I en II, van toepassing is en wier beroep implicaties heeft voor de veiligheid van patiënten.

Amendement  139

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt binnen drie dagen na het nemen van de beslissing die de betrokken beroepsbeoefenaar beroepsverbod oplegt, toegezonden.

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt binnen 48 uur na het nemen van de beslissing die de betrokken beroepsbeoefenaar een beroepsverbod of ‑beperking oplegt, via IMI toegezonden.

Amendement  140

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Lid 1 is ook van toepassing op de uitwisseling van gegevens over aanvragers die schuldig zijn bevonden aan het verstrekken van valse informatie, met inbegrip van valse bewijsstukken met betrekking tot scholing, opleiding en beroepservaring.

Amendement  141

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De verwerking van persoonsgegevens met het oog op het uitwisselen van informatie overeenkomstig de leden 1 en 2 vindt plaats overeenkomstig de richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG. De verwerking van persoonsgegevens door de Commissie gebeurt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001.

3. De verwerking van persoonsgegevens met het oog op het uitwisselen van informatie overeenkomstig de leden 1 en 2 vindt plaats overeenkomstig de richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG. De verwerking van persoonsgegevens door de Commissie gebeurt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001. In ieder geval zijn de in de waarschuwing vermelde gegevens beperkt tot de identiteit van de beroepsbeoefenaar, de datum waarop de waarschuwing werd afgegeven en, indien van toepassing, de duur van de beperking of het verbod.

Amendement  142

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Waarschuwingen en de inhoud van waarschuwingen die afkomstig zijn van andere lidstaten, bevoegde autoriteiten en beroepsorganisaties blijven vertrouwelijk, tenzij gegevens overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaat die de waarschuwing afgeeft, openbaar worden gemaakt.

Amendement  143

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Gegevens met betrekking tot waarschuwingen mogen alleen in IMI worden bewaard zolang zij van kracht zijn.

Amendement  144

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 4 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter. Waarschuwingen worden binnen 24 uur na de datum van goedkeuring van het besluit tot intrekking geschrapt.

Amendement  145

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie stelt uitvoeringsbesluiten vast voor de toepassing van het waarschuwingsmechanisme. Het uitvoeringsbesluit omvat bepalingen aangaande de voor het verzenden en/of ontvangen van waarschuwingen bevoegde autoriteiten, de aanvullende informatie bij waarschuwingen, het beëindigen of intrekken van waarschuwingen, de rechten op toegang tot de gegevens, het corrigeren van informatie in een waarschuwing en maatregelen om de gegevensbeveiliging en de bewaartermijnen te verzekeren. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

5. De Commissie stelt uitvoeringsbesluiten vast voor de toepassing van het waarschuwingsmechanisme. Het uitvoeringsbesluit omvat bepalingen aangaande de voor het verzenden en/of ontvangen van waarschuwingen bevoegde autoriteiten, de aanvullende informatie bij waarschuwingen, het beëindigen of intrekken van waarschuwingen, de rechten op toegang tot de gegevens, het corrigeren van informatie in een waarschuwing en maatregelen om de gegevensbeveiliging en de bewaartermijnen te verzekeren. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  146

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 43

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zien erop toe dat onderstaande informatie online beschikbaar is en regelmatig wordt bijgewerkt via de één-loketten:

1. De lidstaten zien erop toe dat onderstaande informatie online beschikbaar is en regelmatig wordt bijgewerkt via de bevoegde autoriteiten of de één-loketten, die over vakkundig ondersteunend personeel moeten beschikken voor het verstrekken van advies aan burgers, onder meer tijdens persoonlijke ontmoetingen:

Amendement  147

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 43

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) een lijst van alle gereglementeerde beroepen in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), in de lidstaat met inbegrip van de contactgegevens van de voor elk gereglementeerd beroep bevoegde autoriteiten en het in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentrum;

a) een lijst van alle gereglementeerde beroepen in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), in de lidstaat met inbegrip van de contactgegevens van de voor elk gereglementeerd beroep bevoegde autoriteiten en het assistentiecentrum en één-loketten zoals omschreven in artikel 57 ter;

Amendement  148

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 43

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten zien erop toe dat de in lid 1 bedoelde informatie op een voor de gebruikers duidelijke en grondige manier wordt verstrekt, gemakkelijk op afstand en met elektronische middelen toegankelijk is en bijgewerkt wordt.

2. De lidstaten zien erop toe dat de in lid 1 bedoelde informatie op een voor de gebruikers duidelijke en grondige manier wordt verstrekt, gemakkelijk op afstand en met elektronische middelen toegankelijk is en zo snel mogelijk geactualiseerd wordt.

Amendement  149

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 43

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de één-loketten en de bevoegde autoriteiten zo spoedig mogelijk reageren op elk verzoek om informatie gericht aan het één-loket. Voor dat doel kunnen ze dergelijke verzoeken om informatie ook doorgeven aan de in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra en de betrokken burger daarvan op de hoogte brengen.

3. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat zo spoedig mogelijk wordt gereageerd op de aan de één-loketten of aan de bevoegde autoriteiten gerichte verzoeken om informatie. Voor dat doel kunnen ze dergelijke verzoeken om informatie ook doorgeven aan de in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra en de betrokken burger daarvan op de hoogte brengen.

Amendement  150

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 43

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten en de Commissie stellen begeleidende maatregelen vast opdat de één-loketten de in lid 1 bedoelde informatie in andere officiële talen van de Unie beschikbaar maken. Dit laat de wetgeving van lidstaten inzake het gebruik van talen op hun grondgebied onverlet.

Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

Amendement  151

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 44

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alles wat betrekking heeft op vereisten, procedures en formaliteiten inzake aangelegenheden die onder deze richtlijn vallen, eenvoudig, op afstand en met elektronische middelen, via de betrokken één-loketten kan worden afgewikkeld.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alles wat betrekking heeft op vereisten, procedures en formaliteiten inzake aangelegenheden die onder deze richtlijn vallen, eenvoudig, op afstand en met elektronische middelen, en voorzover ze binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2005/36/EG vallen, via de betrokken één-loketten kan worden afgewikkeld.

Amendement  152

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 44

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 bis – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Alle procedures worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG met betrekking tot de één-loketten. Alle termijnen die de lidstaten met betrekking tot de in deze richtlijn bedoelde procedures of formaliteiten moeten naleven, beginnen te lopen op het moment waarop een burger een aanvraag indient bij een één-loket

4. Alle procedures worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG met betrekking tot de één-loketten. Alle termijnen die de lidstaten met betrekking tot de in deze richtlijn bedoelde procedures of formaliteiten moeten naleven, beginnen te lopen op het moment waarop een burger via een één-loket een volledige aanvraag indient bij de bevoegde autoriteit.

Amendement  153

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 45

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 ter – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat wijst uiterlijk op [datum invoegen – uiterste datum voor omzetting] een assistentiecentrum aan dat tot taak heeft de burger en de centra van de andere lidstaten bij te staan in verband met de erkenning van beroepskwalificaties overeenkomstig deze richtlijn, onder meer met informatie over de nationale wetgeving inzake beroepen en de uitoefening hiervan, de sociale wetgeving en, in voorkomend geval, de beroepsregels.

1. Elke lidstaat wijst uiterlijk ...* een assistentiecentrum aan dat tot taak heeft de burger en de centra van de andere lidstaten bij te staan in verband met de erkenning van beroepskwalificaties overeenkomstig deze richtlijn, onder meer met informatie over de nationale wetgeving inzake beroepen en de uitoefening hiervan, de sociale wetgeving en, in voorkomend geval, de beroepsregels. Bovendien kunnen de assistentiecentra, wanneer de lidstaten hiertoe besluiten, fungeren als ondersteuning voor de bevoegde autoriteiten tijdens de eerste fase van voorbereiding van de voor het verkrijgen van de beroepskaart vereiste documenten en het verwerken van die documenten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 bis, lid 5, en artikel 4 ter, lid 2 bis.

 

____________________

 

*PB: gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  154

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 46

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 58 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de erkenning van beroepskwalificaties. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de erkenning van beroepskwalificaties dat zorgdraagt voor een passende vertegenwoordiging en passende raadpleging op zowel Europees als nationaal deskundigenniveau. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

Amendement  155

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 47 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 58 bis – lid -1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

- 1. De Commissie dient er, in het kader van de vaststelling van gedelegeerde handelingen, naar te streven om de desbetreffende belanghebbenden te raadplegen, onder meer de bevoegde autoriteiten, beroepsverenigingen, wetenschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van academische instellingen en de sociale partners.

Amendement  156

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 48

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 59 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk [datum invoegen – einde van de omzettingstermijn] in kennis van een lijst van de overeenkomstig hun nationale wetgeving bestaande gereglementeerde beroepen. Elke wijziging aan deze lijst van gereglementeerde beroepen wordt onverwijld meegedeeld aan de Commissie. De Commissie ontwikkelt en onderhoudt een voor het publiek toegankelijke databank met deze informatie.

1. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk ...* in kennis van een lijst van de op hun grondgebied bestaande gereglementeerde beroepen. Elke wijziging aan deze lijst van gereglementeerde beroepen wordt onverwijld meegedeeld aan de Commissie. De Commissie ontwikkelt en onderhoudt een voor het publiek toegankelijke databank met gereglementeerde beroepen, inclusief een algemene omschrijving van de werkzaamheden die onder elk beroep vallen.

 

____________________

 

*PB: gelieve de datum in te voegen: een jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  157

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 48

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 59 – alinea 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de eisen zijn gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang;

(b) de eisen zijn gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang;

Amendement  158

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 48 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 60 – lid 1 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(48 bis) In artikel 60, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Vanaf [datum invoegen] omvat dat statistisch overzicht van de genomen besluiten ook besluiten tot weigering van gedeeltelijke toegang die zijn genomen overeenkomstig artikel 4 septies, lid 2."

Amendement  159

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 48 ter (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 60 – leden 3 t/m 6 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(48 ter) In artikel 60 worden de volgende leden toegevoegd:

 

"3. De Commissie stelt uiterlijk ...* een verslag op over de Europese beroepskaart als instrument voor mobiliteit. Indien wenselijk kan dit verslag vergezeld gaan van het wetgevingsvoorstel.

 

4. De Commissie neemt uiterlijk ...* een wetgevingsvoorstel aan dat de in het artikel 11 genoemde vijf niveaus op één lijn brengt met de acht niveaus van het Europees kwalificatiekader en dat het ECTS opneemt in het acquis van de Unie.

 

5. De Commissie brengt uiterlijk ...*** verslag uit over de vraag of de specifieke bepalingen uit artikel 33, lid 3, en artikel 33 bis behouden moeten blijven.

 

6. De Commissie brengt vanaf ...**** en vervolgens om de drie jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de resultaten van de regelmatige herzieningen van het bepaalde in bijlage V bij deze richtlijn, in overeenstemming met de doelstellingen en de aanpassingsvereisten die zijn vastgesteld in artikel 24, lid 4, artikel 25, lid 5, artikel 26, lid 2, artikel 31, leden 2 en 7, artikel 34, leden 2 en 4, artikel 35, lid 4, artikel 38, leden 1 en 4, artikel 40, leden 1 en 4, artikel 44, leden 2 en 4, en artikel 46, lid 4."

 

____________________

 

*PB: gelieve de datum in te voegen: drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

 

**PB: gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

 

***PB: gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

 

****PB: gelieve de datum in te voegen: datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

  • [1]  PB C … / Nog niet in het Publicatieblad gepubliceerd.

TOELICHTING

Beroepsmobiliteit is een sleutelelement voor het concurrentievermogen en de werkgelegenheid in Europa en maakt integrerend deel uit van de strategie 2020 en de Akte voor de interne markt. Desalniettemin is die mobiliteit nog beperkt, omdat eenvoudige en duidelijke regels voor de erkenning van beroepskwalificaties ontbreken, ook al bestaat er sinds de jaren zeventig een Europees juridisch kader. Zo ontvangen de "Solvit"-bijstandscentra voor het merendeel raadplegingen door burgers over problemen met de erkenning van hun kwalificaties zodat ze hun beroep in een andere lidstaat van de Unie zouden kunnen uitoefenen.

Het fundamentele recht op vrij verkeer moet zich nog als iets vanzelfsprekends doen gelden en dit wetgevingsvoorstel draagt daartoe bij omdat het de procedures vereenvoudigt voor burgers die in een andere lidstaat aan de slag willen en omdat het daarbij tegelijkertijd een hoog kwaliteits- en veiligheidsniveau garandeert voor consumenten, patiënten, werknemers en alle burgers van de EU en de vertrouwensrelatie tussen de lidstaten verstevigt.

Deze vereenvoudiging en dit vertrouwen komen ook tot stand door een regelmatige aanpassing van de gemeenschappelijke opleidingseisen voor beroepen die automatisch worden erkend, en op termijn door de toename van hun aantal – momenteel gaat het om slechts zeven van de meer dan 800 gereglementeerde beroepen in de EU.

Deze inspanning verloopt parallel met de beweging die in gang is gezet door het Bologna-proces dat de opleidingscriteria en -definities gaandeweg en soepel met elkaar in overeenstemming brengt en de lidstaten en betrokken instellingen toch volledige autonomie geeft op organisatorisch vlak. De verbetering van de erkenning van kwalificaties moet op dit acquis steunen en zich blijvend moderniseren via open raadpleging en overleg tussen de bevoegde autoriteiten, beroepsverenigingen, academische instellingen en sociale partners.

Dat is een grote uitdaging voor het potentieel van de eenheidsmarkt en voor het wezen zelf van het EU-burgerschap. Het is in die optiek dat dit voorstel tot herziening na de goedkeuring van de Akte voor de interne markt is vastgesteld als een van de twaalf hefbomen die de groei moeten bevorderen en het vertrouwen onder de Europese burgers moeten versterken.

Daarom is de rapporteur ingenomen met dit voorstel van de Commissie dat belangrijke ideeën omvat waarmee deze uitdaging kan worden aangegaan, met name de invoering van de beroepskaart die zij sinds 2007 voorstaat. Ook moet worden onderstreept dat de instellingen en belanghebbenden dit voorstel in een positieve sfeer van onderlinge gedachtewisseling en aandacht hebben uitgewerkt. Daardoor is dit een samenhangende tekst geworden die in het algemeen gunstig ontvangen is, ook al blijven enkele punten ontegenzeggelijk voor verbetering vatbaar.

Vereenvoudiging van de procedures

De rapporteur is verheugd over de vrijwillige invoering van een systeem van beroepskaarten. Deze procedure, die parallel moet lopen met het klassieke systeem, berust op het IMI-netwerk en is dus volledig elektronisch. Deze procedure zorgt ervoor dat de aanvragen van de beroepsbeoefenaren en die van de bevoegde autoriteiten eenvoudiger verlopen, maar dat daarbij toch een hoge betrouwbaarheid van de overgedragen gegevens gegarandeerd blijft evenals een betere communicatie tussen de lidstaten, wat moet bijdragen tot het wederzijdse vertrouwen.

Tijdens de eerste fase waarin het systeem ten uitvoer wordt gelegd, moeten de verwerkingstermijnen echter langer zijn om een optimale werking en een betere kwaliteit van de dienstverlening te garanderen. Ook moeten er opleidingsstages voor het gebruik van de nieuwe IMI-functionaliteiten worden aangeboden. Naast deze praktische aspecten dient te worden onderstreept dat de Europese beroepskaart een belangrijk symbool kan vormen en een echt instrument van Europees burgerschap kan zijn.

De slechte werking van het huidige systeem is immers een grote bron van ongenoegen en ergernis voor de mobiliteitskandidaten. Om hen bij te staan is het van essentieel belang dat zij kunnen beschikken over betrouwbare en efficiënte gegevens om de procedures te versnellen. Daarom meent de rapporteur dat de versterking van de rol van de bijstandscentra en de uitbreiding van de één-loketten over het hele Europese grondgebied onontbeerlijk is en dat zij voortaan toegankelijk moeten zijn voor alle beroepsbeoefenaren.

Betrouwbaarheid, kwaliteit en veiligheid garanderen

Een van de belangrijkste belemmeringen voor de mobiliteit is het gebrek aan vertrouwen vanwege consumenten, patiënten, bevoegde autoriteiten en beroepsbeoefenaren. Dit wantrouwen hangt samen met het feit dat er sprake is van uiteenlopende opleidingen, methoden en voorwaarden om een beroep uit te oefenen en met een foute inschatting van die verschillen. Dit gebrek aan vertrouwen is vooral voelbaar in beroepen waarvoor een automatische erkenning geldt, ook al garanderen de gemeenschappelijke minimumopleidingseisen in theorie een passend kwalificatieniveau.

Het voorstel omvat verschillende mogelijkheden om de toestand te verbeteren, met name via een brede keuze aan mogelijkheden aangeboden door het IMI-systeem en de beroepskaart. Het gaat met name om de validering van documenten door de autoriteit van de lidstaat van oorsprong en het waarschuwingsmechanisme dat in werking treedt wanneer het recht op uitoefening van het beroep wordt ingetrokken. Dit zou ook uitgebreid moeten worden naar beroepsbeoefenaren die bij een aanvraag tot erkenning bedrog hebben gepleegd.

Meer algemeen genomen kan het wederzijdse vertrouwen in de kwalificatieniveaus worden verbeterd door een regelmatige actualisering en optrekking van de opleidingseisen. Dit betekent dat de betrokken partijen regelmatig moeten worden geraadpleegd om de bijlagen aan te passen met strikte eerbiediging van de autonomie betreffende de organisatie van de leerplannen.

Daarom verwelkomt de rapporteur de voorstellen om de leerplannen voor de beroepen van verpleegkundige, verloskundige, apotheker en architect te actualiseren zonder daarbij uit het oog te verliezen dat deze aanpassing in bepaalde lidstaten voor problemen kan zorgen.

Wat de beroepen betreft die niet automatisch worden erkend, scheppen de nieuwe bepalingen betreffende de gemeenschappelijke opleidingskaders en -proeven een verwachtingspatroon dat de teleurstelling over de mislukking van het huidige mechanisme van een gemeenschappelijk platform evenaart. De rapporteur meent dat deze instrumenten, als ze via breed overleg goed worden gestuurd, kunnen dienen als een efficiënte overgang tussen het algemene stelsel en de automatische erkenning, en dat ze bijgevolg de mobiliteit kunnen vergemakkelijken terwijl ze meteen ook een hoog kwaliteitsniveau en een groot wederzijds vertrouwen garanderen.

De richtlijn kan ook een kwaliteitscontrolemechanisme invoeren voor de door de instellingen verstrekte opleidingen, met betrekking tot de door de richtlijn vastgestelde eisen, om elke twijfel over de echte waarde van de gevolgde opleidingen weg te nemen.

Zo zijn de verificaties van de talenkennis een noodzakelijke garantie voor de veiligheid van de burgers, met name de patiënten. Zo is ook een kwaliteitscontrolemechanisme voor de door de instellingen verstrekte opleidingen, met betrekking tot de door de richtlijn vastgestelde eisen, nodig om elke twijfel over de echte waarde van de gevolgde opleidingen weg te nemen.

De rapporteur is echter van mening dat bepalingen zoals die betreffende de gedeeltelijke toegang of de uitbreiding van de geldigheid van de verplichte verklaring met twee jaar twijfel en onzekerheid kunnen zaaien. Het zou beter zijn om de lidstaten toestemming te geven het beginsel van gedeeltelijke toegang te ontzeggen tot elk beroep dat implicaties heeft voor de volksgezondheid, de veiligheid of de gezondheidsbewaking en om in een eerste fase van de tenuitvoerlegging van het systeem de verwerkingstermijnen te verlengen, teneinde een optimale werking te garanderen en een hogere kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen.

In de huidige financiële, economische en sociale crisis die zijns gelijke niet kent sinds het ontstaan van de EU, moet Europa een nieuwe impuls van dynamiek en innovatie geven op basis van de waarden eenheid, diversiteit en solidariteit. Voor veel Europese burgers, vooral voor de jongeren, die in zorgwekkend groten getale worden getroffen door werkloosheid, kan beroepsmobiliteit noodzakelijk zijn om zich van een toekomst te verzekeren en opnieuw vertrouwen te stellen in het Europese project.

Het is de bedoeling dat deze herziening, met eerbiediging van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel, aan de lidstaten laat zien dat de Europese wetgeving een echte toegevoegde waarde betekent voor belangrijke beleidsmaatregelen die van invloed zijn op het dagelijks leven van de burgers en daardoor bijdraagt tot de versterking van het Europees burgerschap en de Europese democratie.

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (18.10.2012)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (IMI)
(COM(2011)0883 – C7‑0512/2011 – 2011/0435(COD))

Rapporteur: Licia Ronzulli

BEKNOPTE MOTIVERING

In Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties werden de stelsels voor erkenning van tot dan toe fragmentarisch gereglementeerde beroepen geconsolideerd en gelijkgetrokken.

De inwerkingtreding van deze wetsbepaling heeft een dubbel voordeel: voor de werknemers en voor de bedrijven. Enerzijds heeft de richtlijn de mobiliteit van gekwalificeerde werknemers op de Europese arbeidsmarkt bevorderd en verhoogd, en daarmee ook de ontwikkeling van grensoverschrijdende diensten. De opheffing van enkele belemmeringen voor de mobiliteit heeft bijgedragen tot de uitbouw van de Europese interne markt. Anderzijds heeft de richtlijn de opname van beroepsprofielen in specifieke sectoren waar vaak een enorme kloof tussen vraag en aanbod bestaat gemakkelijker gemaakt en zo in bepaalde gevallen het tekort aan vaardigheden teruggedrongen.

Deze nieuwe context heeft bijgedragen tot economische groei, heeft het concurrentievermogen versterkt en banen gecreëerd.

Toch is het aantal beroepsbeoefenaren die beslissen om hun beroep in een andere dan hun eigen lidstaat uit te oefenen nog steeds beperkt. Bovendien heeft de huidige economische situatie een negatieve impact op de toekomstverwachtingen.

Beroepsmobiliteit leidt tot een aanzienlijke kennisvermeerdering tussen de verschillende lidstaten die enkel kan worden verbeterd door middel van een gemeenschappelijke aanpak met het oog op onderwijs- en opleidingstrajecten van betere kwaliteit.

De arbeidsmarkt verandert voortdurend en veel traditionele beroepen moeten wijken voor nieuwe kwalificaties die steeds specifiekere vaardigheden en kennis vergen.

Het rechtskader voor de erkenning van beroepskwalificaties moet derhalve worden bijgewerkt met het oog op een grotere flexibiliteit, een effectieve erkenning van door individuele beroepsbeoefenaren verworven vaardigheden en een verlaging van de administratieve kosten.

Het voorstel voor een herziening van Richtlijn 2005/36/EG heeft tot doel de regels voor de mobiliteit van beroepsbeoefenaren binnen de Europese Unie te vereenvoudigen, onder meer via de invoering van een Europese beroepskaart. Die moet er niet alleen voor zorgen dat de kwalificaties gemakkelijker en sneller erkend kunnen worden, maar ook dat de administratieve kosten afnemen.

De nieuwe tekst behelst een bijwerking van de minimumeisen voor artsen, tandartsen, apothekers, verpleegkundigen, verloskundigen, dierenartsen en architecten, teneinde de ontwikkeling van die beroepen en van de bijbehorende scholingstrajecten in aanmerking te nemen.

De lidstaten moeten bovendien een lijst verstrekken met daarin alle gereglementeerde beroepen en de reden voor die reglementering. Het uiteindelijke doel is te vermijden dat er kunstmatige belemmeringen worden opgeworpen voor het vrije verkeer van personen.

Door in de sector van de vrije beroepen meer aandacht te schenken aan verdiensten en concurrentie, kan de mobiliteit van met name de jongere generaties worden bevorderd. Daartoe zouden de toetredingsdrempels moeten worden verlaagd en zou het aantal vakgebieden dat is voorbehouden aan in een register ingeschreven beroepsbeoefenaren moeten worden ingeperkt.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming de volgende amendementen op te nemen in haar verslag:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Het is van cruciaal belang dat het systeem voor de erkenning van beroepskwalificaties wordt gemoderniseerd ter versnelling van de economische groei en de innovatie, en dat de arbeidsmarkt flexibeler wordt gemaakt ter bestrijding van de demografische tekorten en de structurele werkloosheid in de EU.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De Commissie dient vijf jaar na de invoering van de Europese beroepskaart te evalueren hoe het verplichte gebruik ervan heeft uitgepakt en aan te geven of er misschien nog nadere maatregelen getroffen moeten worden.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter) De kaart moet voldoen aan specifieke eisen op het gebied van veiligheid en gegevensbescherming. Er moet dus worden voorzien in waarborgen tegen misbruik en gegevensfraude.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Richtlijn 2005/36/EG is alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die hun eigen beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen. In bepaalde situaties kunnen de betrokken activiteiten tot een beroep behoren dat in de ontvangende lidstaat een groter scala aan werkzaamheden omvat. Als de verschillen tussen de activiteitengebieden zo groot zijn dat de beroepsbeoefenaar eigenlijk een volledig onderwijs- en opleidingsprogramma zou moeten volgen om de tekortkomingen te compenseren, moet de ontvangende lidstaat in deze bijzondere omstandigheden gedeeltelijke toegang verlenen indien de beroepsbeoefenaar daarom verzoekt. In geval van dwingende redenen van algemeen belang, zoals het geval is voor artsen of andere gezondheidswerkers, moet een lidstaat gedeeltelijke toegang kunnen weigeren.

(4) Richtlijn 2005/36/EG is alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die hun eigen beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen. In bepaalde situaties kunnen de betrokken activiteiten tot een beroep behoren dat in de ontvangende lidstaat een groter scala aan werkzaamheden omvat. Als de verschillen tussen de activiteitengebieden zo groot zijn dat de beroepsbeoefenaar eigenlijk een volledig onderwijs- en opleidingsprogramma zou moeten volgen om de tekortkomingen te compenseren, moet de ontvangende lidstaat in deze bijzondere omstandigheden gedeeltelijke toegang verlenen indien de beroepsbeoefenaar daarom verzoekt. In geval van dwingende redenen die verband houden met het algemeen belang, zoals de veiligheid van patiënten of de bescherming van consumenten, moet een lidstaat gedeeltelijke toegang kunnen weigeren. In dergelijke gevallen kunnen de lidstaten weigeren het beginsel van gedeeltelijke toegang toe te passen op bepaalde beroepen, bijvoorbeeld die welke gezondheidsdiensten of anderszins met de volksgezondheid verband houdende diensten verlenen.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Richtlijn 2005/36/EG zou zich ook moeten uitstrekken tot notarissen. Voor erkenningsaanvragen voor vestiging zouden de lidstaten de nodige proeven van bekwaamheid of een aanpassingsstage moeten kunnen opleggen om elke vorm van discriminatie in nationale selectie- en benoemingsprocedures te vermijden. In geval van vrije dienstverrichting moeten notarissen geen authentieke akten kunnen opstellen of andere authenticatiewerkzaamheden verrichten waarvoor het zegel van de ontvangende lidstaat vereist is.

Schrappen

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) Notarissen aan wie door een lidstaat op nationaal niveau bevoegdheid is verleend, die wettelijk verplicht zijn tot onafhankelijkheid en onpartijdigheid bij de uitvoering van hun taken en die in het kader van de preventieve rechtsbedeling de rechtmatigheid van wettelijke bepalingen bekrachtigen, dienen te worden uitgesloten van de werkingssfeer van deze richtlijn. Gezien de bijzondere taken van notarissen binnen justitie, zijn noch het grondbeginsel van het vrij verrichten van diensten, noch het erkennen van buitenlandse beroepskwalificaties van toepassing op dit beroep.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Aanvragen om erkenning van beroepsbeoefenaren uit niet-reglementerende lidstaten moeten op dezelfde manier worden behandeld als deze van beroepsbeoefenaren uit reglementerende lidstaten. Hun kwalificaties moeten op basis van de kwalificatieniveaus uit Richtlijn 2005/36/EG vergeleken worden met de kwalificaties die in de ontvangende lidstaat verlangd worden. In geval van wezenlijke verschillen moeten de bevoegde autoriteiten compenserende maatregelen kunnen opleggen.

(9) Aanvragen om erkenning van beroepsbeoefenaren uit niet-reglementerende lidstaten moeten op dezelfde manier worden behandeld als deze van beroepsbeoefenaren uit reglementerende lidstaten. Hun kwalificaties moeten op basis van de kwalificatieniveaus en objectieve criteria uit Richtlijn 2005/36/EG vergeleken worden met de kwalificaties die in de ontvangende lidstaat verlangd worden. In geval van wezenlijke verschillen moeten de bevoegde autoriteiten compenserende maatregelen kunnen opleggen. De mechanismen voor de evaluatie van theoretische en praktische vaardigheden die eventueel als compenserende maatregelen vereist zijn om toegang tot het beroep te krijgen, moeten de beginselen van transparantie en onpartijdigheid waarborgen en naleven.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Daar de minimumopleidingseisen voor de toegang tot beroepen die onder het algemeen stelsel vallen niet geharmoniseerd zijn, moeten de ontvangende lidstaten een compenserende maatregel kunnen opleggen. Deze maatregel dient evenredig te zijn en met name rekening te houden met de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager via beroepservaring of in het kader van een leven lang leren verworven heeft. De beslissing tot oplegging van een compenserende maatregel moet uitvoerig gemotiveerd worden zodat de aanvrager zijn situatie beter kan begrijpen en door de nationale rechterlijke instanties overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG kan laten toetsen.

(10) Daar de minimumopleidingseisen voor de toegang tot beroepen die onder het algemeen stelsel vallen niet geharmoniseerd zijn, moeten de ontvangende lidstaten een compenserende maatregel kunnen vaststellen. Deze maatregel dient evenredig te zijn en met name rekening te houden met de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager via beroepservaring of in het kader van een leven lang leren verworven heeft. De beslissing tot oplegging van een compenserende maatregel moet uitvoerig gemotiveerd worden zodat de aanvrager zijn situatie beter kan begrijpen en door de nationale rechterlijke instanties overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG kan laten toetsen.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Richtlijn 2005/36/EG moet de automatische erkenning bevorderen van kwalificaties voor beroepen die er momenteel niet van profiteren. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bevoegdheid van de lidstaten om de vereiste beroepskwalificaties voor de uitoefening van beroepen op hun grondgebied, alsook de inhoud en de organisatie van hun stelsels voor onderwijs- en beroepsopleiding vast te stellen. Beroepsverenigingen en -organisaties die op nationaal en EU-niveau representatief zijn, moeten gemeenschappelijke opleidingsbeginselen kunnen voorstellen. Deze moeten de vorm aannemen van een gemeenschappelijke proef als voorwaarde voor het verwerven van beroepskwalificaties, of van een opleidingsprogramma op basis van gemeenschappelijke kennis-, vaardigheids- en bekwaamheidscriteria. Kwalificaties die binnen een dergelijk gemeenschappelijk opleidingskader worden verworven, moeten door de lidstaten automatisch worden erkend.

(18) Richtlijn 2005/36/EG moet de automatische erkenning bevorderen van kwalificaties voor beroepen die er momenteel niet van profiteren. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bevoegdheid van de lidstaten om de vereiste beroepskwalificaties voor de uitoefening van beroepen op hun grondgebied, alsook de inhoud en de organisatie van hun stelsels voor onderwijs- en beroepsopleiding vast te stellen. Beroepsverenigingen en -organisaties die op nationaal en EU-niveau representatief zijn, moeten gemeenschappelijke opleidingsbeginselen kunnen voorstellen. Deze moeten de vorm aannemen van een gemeenschappelijke proef als voorwaarde voor het verwerven van beroepskwalificaties, of van een opleidingsprogramma op basis van gemeenschappelijke kennis-, vaardigheids- en bekwaamheidscriteria. Kwalificaties die binnen een dergelijk gemeenschappelijk opleidingskader worden verworven, moeten door de lidstaten automatisch worden erkend.

 

De lidstaten moeten ertoe worden aangespoord om in bijscholingssystemen te voorzien, zodat beroepsbeoefenaren hun competenties en verworven vaardigheden regelmatig kunnen bijwerken.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Richtlijn 2005/36/EG legt al duidelijke taaleisen op aan beroepsbeoefenaren. De herziening van deze verplichting heeft de noodzaak aangetoond om de rol van de bevoegde autoriteiten en werkgevers toe te lichten, met name in het belang van de veiligheid van de patiënten. De taalproeven moeten echter redelijk zijn en ook noodzakelijk voor de banen in kwestie en mogen geen reden zijn om beroepsbeoefenaren uit te sluiten van de arbeidsmarkt in de ontvangende lidstaat.

(19) Richtlijn 2005/36/EG legt al duidelijke taaleisen op aan beroepsbeoefenaren voor de uitoefening van het beroep in de ontvangende lidstaat. De herziening van deze verplichting heeft de noodzaak aangetoond om de rol van de bevoegde autoriteiten en werkgevers toe te lichten, met name in het belang van de veiligheid van patiënten en consumenten. De taalproeven voor de banen in kwestie mogen geen reden zijn om beroepsbeoefenaren uit te sluiten van de arbeidsmarkt in de ontvangende lidstaat en moeten dan ook redelijk en noodzakelijk zijn. Wat precies "redelijk en noodzakelijk" is, moet in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten, de nationale sociale partners en de nationale beroepsverenigingen binnen de betrokken sector worden vastgesteld.

Motivering

De taaleisen dienen niet alleen betrekking te hebben op de contacten met patiënten. Aangezien het bovendien een belangrijk recht van werkgevers is om zelf de criteria vast te stellen die bij een bepaalde functie horen, dienen zij (als onderdeel van de sociale partners) samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te worden betrokken bij het definiëren van wat "redelijk en noodzakelijk" is.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Om de mobiliteit te bevorderen van afgestudeerden die een bezoldigde stage willen volbrengen in een andere lidstaat waarin een dergelijke stage mogelijk is, moeten deze worden opgenomen in Richtlijn 2005/36/EG. Ook moet worden voorzien in de erkenning van hun stage door de lidstaat van oorsprong.

(20) Om de mobiliteit te bevorderen van afgestudeerden die een stage willen volbrengen in een andere lidstaat waarin een dergelijke stage mogelijk is, moeten deze worden opgenomen in Richtlijn 2005/36/EG. Ook moet worden gegarandeerd dat hun stage door de lidstaat van oorsprong wordt erkend.

Motivering

In sommige beroepen is het gebruikelijk dat er onbezoldigde stages worden volbracht. Het ontbreken van een officiële erkenning voor deze stages mag geen nadelen opleveren voor de personen die ze doorlopen.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Hoewel de richtlijn reeds gedetailleerde verplichtingen tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten bevat, moeten deze verplichtingen nog worden versterkt. De lidstaten moeten niet alleen reageren op een aanvraag om informatie, ze moeten andere lidstaten ook proactief waarschuwen. Een dergelijk waarschuwingssysteem moet vergelijkbaar zijn met dat van Richtlijn 2006/123/EG. Voor beroepen in de gezondheidszorg die een automatische erkenning krachtens Richtlijn 2005/36/EG genieten, is echter een specifiek alarmmechanisme noodzakelijk. Dit moet ook gelden voor dierenartsen, tenzij de lidstaten het in Richtlijn 2006/123/EG vastgestelde alarmmechanisme reeds in werking hebben gesteld. Aan alle lidstaten moet een waarschuwing worden afgegeven wanneer een beroepsbeoefenaar als gevolg van een tuchtrechtelijke maatregel of strafrechtelijke veroordeling het recht verliest om naar een andere lidstaat te migreren. Deze waarschuwing moet worden geactiveerd via IMI, ongeacht of de beroepsbeoefenaar rechten heeft uitgeoefend krachtens Richtlijn 2005/36/EG of de erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft aangevraagd via de uitgifte van een Europese beroepskaart of een andere in die richtlijn vastgelegde methode. De waarschuwingsprocedure moet in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten.

(22) Hoewel de richtlijn reeds gedetailleerde verplichtingen tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten bevat, moeten deze verplichtingen nog worden versterkt. De lidstaten moeten niet alleen reageren op een aanvraag om informatie, ze moeten andere lidstaten ook proactief waarschuwen. Een dergelijk waarschuwingssysteem moet vergelijkbaar zijn met dat van Richtlijn 2006/123/EG. Voor beroepen in de gezondheidszorg die gereglementeerd zijn krachtens Richtlijn 2005/36/EG, is echter een specifiek alarmmechanisme noodzakelijk. Dit moet ook gelden voor dierenartsen, tenzij de lidstaten het in Richtlijn 2006/123/EG vastgestelde alarmmechanisme reeds in werking hebben gesteld. Aan alle lidstaten moet een waarschuwing worden afgegeven wanneer een beroepsbeoefenaar tijdelijk of permanent het recht ontzegd wordt zijn beroep uit te oefenen of indien hem in de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat beperkingen zijn opgelegd op de beroepsuitoefening of indien er voorwaarden zijn gekoppeld aan het recht van de beroepsbeoefenaar tot uitoefening van het beroep. Deze waarschuwing moet worden geactiveerd via IMI, ongeacht of de beroepsbeoefenaar rechten heeft uitgeoefend krachtens Richtlijn 2005/36/EG of de erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft aangevraagd via de uitgifte van een Europese beroepskaart of een andere in die richtlijn vastgelegde methode. De waarschuwingsprocedure moet in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten. De lidstaten dienen te worden aangemoedigd om informatie over hun nationale systemen voor basisonderwijs en ‑opleiding en over hun instrumenten voor kwaliteitsborging openbaar te maken teneinde het vertrouwen in hun onderwijs- en opleidingsstelsels te vergroten en ervoor te zorgen dat alle desbetreffende programma's aan deze richtlijn voldoen.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG aan te vullen of te wijzigen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van het bijwerken van bijlage I, het vaststellen van de criteria voor de berekening van de aan de Europese beroepskaart verbonden kosten, het nader bepalen van de voor de Europese beroepskaart vereiste documenten, het aanpassen van de lijst van activiteiten opgenomen in bijlage IV, het aanpassen van de punten 5.1.1 tot 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V, het toelichten van de kennis en vaardigheden van artsen, algemeen verantwoordelijk ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, het aanpassen van de minimale opleidingsduur voor gespecialiseerde artsen en tandartsen, het opnemen van nieuwe medische specialismen in punt 5.1.3 van bijlage V, het wijzigen van de lijst zoals uiteengezet in de punten 5.2.1, 5.3.1, 5.4.1, 5.5.1 en 5.6.1 van bijlage V, het invoegen van nieuwe tandheelkundige specialismen in punt 5.3.3 van bijlage V, en het nader bepalen van de toepassingsvoorwaarden voor zowel de gemeenschappelijke opleidingskaders als de gemeenschappelijke opleidingsproeven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(24) Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG aan te vullen of te wijzigen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van het bijwerken van bijlage I, het vaststellen van de criteria voor de berekening van de aan de Europese beroepskaart verbonden kosten, het nader bepalen van de voor de Europese beroepskaart vereiste documenten, het aanpassen van de lijst van activiteiten opgenomen in bijlage IV, het aanpassen van de punten 5.1.1 tot 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V, het toelichten van de kennis en vaardigheden van artsen, algemeen verantwoordelijk ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, het aanpassen van de minimale opleidingsduur voor gespecialiseerde artsen en tandartsen, het opnemen van nieuwe medische specialismen in punt 5.1.3 van bijlage V, het wijzigen van de lijst zoals uiteengezet in de punten 5.2.1, 5.3.1, 5.4.1, 5.5.1 en 5.6.1 van bijlage V, het invoegen van nieuwe tandheelkundige specialismen in punt 5.3.3 van bijlage V, en het nader bepalen van de toepassingsvoorwaarden voor zowel de gemeenschappelijke opleidingskaders als de gemeenschappelijke opleidingsproeven. Het is daarbij van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden zorgt voor een passende vertegenwoordiging en passende raadpleging, onder meer met deskundigen op zowel Europees als nationaal niveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten op hetzelfde moment, tijdig, op transparante en gepaste wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis) Deze richtlijn laat de maatregelen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van gezondheids‑ en consumentenbescherming te waarborgen, onverlet.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 1

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn stelt ook de regels vast voor de gedeeltelijke toegang tot een gereglementeerd beroep alsook voor de toegang tot en de erkenning van een bezoldigde stage die in een andere lidstaat volbracht wordt.

Deze richtlijn stelt ook de regels vast voor de gedeeltelijke toegang tot een gereglementeerd beroep alsook voor de toegang tot en de erkenning van een stage die in een andere lidstaat volbracht wordt.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 2

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat, met inbegrip van beoefenaren van de vrije beroepen, die in een andere lidstaat dan die waar zij hun beroepskwalificaties hebben verworven, een gereglementeerd beroep willen uitoefenen of een bezoldigde stage willen volbrengen, hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer.

1. Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat, met inbegrip van beoefenaren van de vrije beroepen1, die in een andere lidstaat dan die waar zij hun beroepskwalificaties hebben verworven, een gereglementeerd beroep willen uitoefenen of een stage willen volbrengen, hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer.

 

__________________

 

1 In overeenstemming met de definitie van vrije beroepen volgens het arrest van het Europees Hof van Justitie van 11 oktober 2001 in zaak C-267/99: Jurisprudentie 2001, bladzijde I-07467.

Motivering

In sommige beroepen is het gebruikelijk dat er onbezoldigde stages worden volbracht. Het ontbreken van een officiële erkenning voor deze stages mag geen nadelen opleveren voor de personen die ze doorlopen.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 2

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 2 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze richtlijn is niet van toepassing op notarissen die bij een officieel overheidsbesluit van de lidstaten zijn benoemd.

Motivering

Notarissen worden door de overheid benoemd om de wettigheid en rechtszekerheid van de tussen particulieren gesloten akten in het kader van de preventieve rechtsbedeling te waarborgen op het nationale grondgebied. Zij zijn bij wet tot onafhankelijkheid en onpartijdigheid gehouden. Gezien het specifieke karakter van hun functie van gerechtelijk ambtenaar is de toepassing van de beginselen van vrije dienstverrichting en erkenning van buitenlandse beroepskwalificaties niet gepast.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 3 – letter a – punt i

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) "beroepservaring": de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;

(f) "beroepservaring": de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat, die ertoe bijdraagt dat voor een specifiek beroep de normen inzake kennis, competenties en vaardigheden behaald worden;

Motivering

"Voltijds of deeltijds" geeft niet het volledige scala aan tijdsopties weer, waardoor het beperkend werkt. Er dient voor te worden gezorgd dat alle "daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening" als beroepservaring wordt beschouwd.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 3 – letter a – sub ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter j

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j) "bezoldigde stage":de uitoefening van bezoldigde activiteiten onder supervisie met het oog op de toegang tot een gereglementeerd beroep op basis van een examen;

(j) "stage": de uitoefening van activiteiten onder supervisie met het oog op de toegang tot een gereglementeerd beroep op basis van een examen;

Motivering

In sommige beroepen is het gebruikelijk dat er onbezoldigde stages worden volbracht. Het ontbreken van een officiële erkenning voor deze stages mag geen nadelen opleveren voor de personen die ze doorlopen.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 3 – letter a – sub ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter k

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k) "Europese beroepskaart": een elektronisch certificaat dat wordt afgegeven aan een beroepsbeoefenaar ten bewijze dat zijn kwalificaties met het oog op vestiging in een ontvangende lidstaat erkend zijn of dat hij aan alle noodzakelijke voorwaarden voldoet om tijdelijk en incidenteel diensten te verrichten in een ontvangende lidstaat;

(k) "Europese beroepskaart": een elektronisch certificaat dat door de eigen lidstaat of een daartoe bevoegde instantie wordt afgegeven aan een beroepsbeoefenaar ten bewijze dat zijn kwalificaties en vaardigheden met het oog op vestiging in een ontvangende lidstaat erkend zijn of dat hij aan alle noodzakelijke voorwaarden voldoet om tijdelijk en incidenteel diensten te verrichten in een ontvangende lidstaat;

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 3 – letter a – sub ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l) "een leven lang leren": alle vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden.

(l) "een leven lang leren": alle vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer competenties (kennis, vaardigheden, werkhouding en waarden) leiden.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 3 – letter a – sub ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – punt 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(l bis) "bijscholingsmogelijkheden": de middelen waarmee leden van beroepsorganisaties hun kennis en vaardigheden onderhouden, verbeteren en uitbreiden en de voor hun carrière benodigde persoonlijke kwaliteiten ontwikkelen.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die voor de uitgifte van de Europese beroepskaart bevoegd zijn. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra kunnen eveneens optreden als voor de afgifte van een Europese beroepskaart bevoegde autoriteit. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de burgers en potentiële aanvragers informeren over de voordelen van een Europese beroepskaart waar deze beschikbaar is.

5. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die voor de uitgifte van de Europese beroepskaart bevoegd zijn. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra kunnen eveneens optreden als voor de afgifte van een Europese beroepskaart bevoegde autoriteit. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de burgers, onder wie de potentiële aanvragers en de sociale partners, informeren over de voordelen van een Europese beroepskaart waar deze beschikbaar is.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de Europese beroepskaart voor specifieke beroepen, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn ter ondersteuning van een aanvraag voor een Europese beroepskaart en de nadere bijzonderheden voor de beoordeling van aanvragen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van elk betrokken beroep. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de Europese beroepskaart voor specifieke beroepen, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn ter ondersteuning van een aanvraag voor een Europese beroepskaart en de nadere bijzonderheden voor de beoordeling van aanvragen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van elk betrokken beroep. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure. De Commissie raadpleegt de bevoegde nationale autoriteiten alsmede de Europese en nationale sociale partners en beroepsorganisaties die de sectorale beroepen in kwestie vertegenwoordigen over de technische details van de kaarten van specifieke beroepen. De Commissie kan ook proefprojecten uitvoeren waarbij rekening wordt gehouden met de bijzonderheden van elk van deze beroepen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis. De Commissie kan door middel van een uitvoeringshandeling een Europese beroepskaart invoeren indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

 

1. het beroep is in meer dan vijf lidstaten gereglementeerd;

 

2. het beroep vertoont een groot potentieel voor mobiliteit binnen de Europese Unie;

 

3. er is grote interesse van de beroepsbeoefenaren of van de beroepsverenigingen.

 

De Commissie steunt de lidstaten die het gebruik van de Europese beroepskaart willen verplichten ten aanzien van de beroepsgroepen waarvoor deze is bedoeld. Aan dit proces kan een effectbeoordeling voorafgaan.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De kosten die voor de aanvragers aan de administratieve procedures voor de afgifte van een Europese beroepskaart verbonden zijn, moeten redelijk, evenredig en in verhouding zijn met de door de lidstaten van oorsprong en de ontvangende lidstaten gemaakte kosten en mogen het aanvragen van een Europese beroepskaart niet ontmoedigen. De Commissie is overeenkomstig artikel 58 bis bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de criteria voor de berekening en de verdeling van de kosten.

7. De administratieve procedure voor de afgifte van een Europese beroepskaart mag geen bijkomende kosten voor individuele beroepsbeoefenaren met zich meebrengen.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Ze stelt de aanvrager en de lidstaat waar de aanvrager diensten wil verrichten in kennis van de validering van de Europese beroepskaart. De toezending van de valideringsinformatie aan de ontvangende lidstaat geldt als de in artikel 7 bedoelde verklaring. De ontvangende lidstaat kan de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert in alle sectoren behalve de gezondheidszorg en de sociale dienstverlening de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag. De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat zorgt voor de voorafgaande controle van de door de beroepsbeoefenaar ingediende volledige aanvraag voor de tijdelijke levering van diensten en gaat hierbij na of zijn of haar beroepskwalificaties overeenstemmen met de nationale vereisten van de ontvangende lidstaat ten aanzien van de voor de levering van die dienst benodigde beroepskwalificaties. De lidstaten verstrekken de Commissie een overzicht van een aantal beroepsgroepen waarin er een voorafgaande controle van de aanvraag nodig is vooraleer er binnen het stelstel van de voorafgaande verklaring kan worden gebruik gemaakt van de tijdelijke beroepsmobiliteitskaart. De ontvangende lidstaat kan onder voorbehoud van dwingende redenen de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere omschrijving van de technologische specificaties, de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de gegevens op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, de voorwaarden en de procedures voor de terbeschikkingstelling van de Europese beroepskaart aan de houder, met inbegrip van de mogelijkheid om het bestand te downloaden of te updaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere omschrijving van de technologische specificaties, de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de gegevens op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, de voorwaarden en de procedures voor de terbeschikkingstelling van de Europese beroepskaart aan de houder, met inbegrip van de mogelijkheid om het bestand te downloaden of te updaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Ze stelt de aanvrager en de lidstaat waar de aanvrager diensten wil verrichten in kennis van de validering van de Europese beroepskaart. De toezending van de valideringsinformatie aan de ontvangende lidstaat geldt als de in artikel 7 bedoelde verklaring. De ontvangende lidstaat kan de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen vier weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Ze stelt de aanvrager en de lidstaat waar de aanvrager diensten wil verrichten in kennis van de validering van de Europese beroepskaart. De toezending van de valideringsinformatie aan de ontvangende lidstaat geldt als de in artikel 7 bedoelde verklaring. De ontvangende lidstaat kan onder voorbehoud van naar behoren gemotiveerde dwingende redenen de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

 

Twee jaar na de inwerkingtreding van de bepalingen inzake de Europese beroepskaart voert de Commissie een effectbeoordeling uit om de duur van de procedure te evalueren.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Tegen de beslissing van de lidstaat van oorsprong, of het uitblijven ervan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van twee weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

2. Tegen de beslissing van de lidstaat van oorsprong, of het uitblijven ervan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van vier weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Na ontvangst van een volledige aanvraag voor een Europese beroepskaart, controleert en bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen twee weken de echtheid en geldigheid van de ingediende bewijsstukken, maakt zij de Europese beroepskaart, zendt zij deze kaart ter validering toe aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat en stelt zij deze autoriteit in kennis van het bijbehorende IMI-bestand. De aanvrager wordt door de lidstaat van oorsprong in kennis gesteld over de stand van de procedure.

1. Na ontvangst van een volledige aanvraag voor een Europese beroepskaart, controleert en bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong in alle sectoren behalve de gezondheidszorg en de sociale dienstverlening binnen vier weken de echtheid en geldigheid van de ingediende bewijsstukken, maakt zij de Europese beroepskaart, zendt zij deze kaart ter validering toe aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat en stelt zij deze autoriteit in kennis van het bijbehorende IMI-bestand. De aanvrager wordt door de lidstaat van oorsprong in kennis gesteld over de stand van de procedure. Twee jaar na de inwerkingtreding van de bepalingen inzake de Europese beroepskaart voert de Commissie een effectbeoordeling uit om de duur van de procedure te evalueren.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In de in de artikelen 16, 21 en 49 bis bedoelde gevallen neemt de ontvangende lidstaat binnen één maand na ontvangst van een door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart een besluit over de validering van de Europese beroepskaart in de zin van lid 1. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van één maand.

2. In de in de artikelen 16, 21 en 49 bis bedoelde gevallen neemt de ontvangende lidstaat binnen één maand na ontvangst van een door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart een besluit over de validering van de Europese beroepskaart in de zin van lid 1. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt tot opschorting van de termijn van één maand.

Amendement   33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 1 sexies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en van de ontvangende lidstaat werken het overeenkomstige IMI-bestand tijdig bij met informatie over vastgestelde tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties of over andere specifieke ernstige feiten die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden van de houder van de Europese beroepskaart in het kader van deze richtlijn. Deze updates omvatten het verwijderen van gegevens die niet langer nodig zijn. De houder van de Europese beroepskaart en de bij het desbetreffende IMI-bestand betrokken bevoegde autoriteiten worden door de betrokken autoriteiten in kennis gesteld van eventuele updates.

1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en van de ontvangende lidstaat werken het overeenkomstige IMI-bestand ook tijdig bij met informatie over vastgestelde tuchtrechtelijke maatregelen, administratieve boetes of strafrechtelijke sancties of over andere specifieke ernstige feiten die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden van de houder van de Europese beroepskaart in het kader van deze richtlijn. Deze updates omvatten het verwijderen van gegevens die niet langer nodig zijn. Alle updates zijn gebaseerd op een eerder door een gerechtelijke of andere bevoegde instantie tegen een beroepsbeoefenaar uitgevaardigd verbod op de uitoefening van de beroepsactiviteiten. De houder van de Europese beroepskaart en de bij het desbetreffende IMI-bestand betrokken bevoegde autoriteiten worden door de betrokken autoriteiten onverwijld in kennis gesteld van eventuele updates.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, beroep, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties, opleidingsniveau, formele beroepskwalificaties en ‑ervaring, gevolgde cursussen die relevant zijn voor de openbare veiligheid en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

Motivering

Om het voor een werkgever mogelijk te maken om te bepalen of een dienstverrichter wel voldoet aan de vereisten voor een specifieke functie, moet er informatie over zijn opleidingsniveau, gevolgde cursussen en beroepservaring op de beroepskaart worden opgenomen.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 5 sexies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart op verzoek op elk moment het recht heeft te verzoeken om rechtzetting, schrapping en afscherming van zijn bestand in het IMI-systeem en van dit recht op de hoogte gesteld wordt bij de afgifte van de Europese beroepskaart en er na de afgifte van zijn Europese beroepskaart om de twee jaar aan herinnerd wordt.

5. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart op verzoek op elk moment en kosteloos het recht heeft te verzoeken om rechtzetting, schrapping en afscherming van zijn bestand in het IMI-systeem en van dit recht op de hoogte gesteld wordt bij de afgifte van de Europese beroepskaart en er na de afgifte van zijn Europese beroepskaart om de twee jaar aan herinnerd wordt.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 7 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat verleent gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat verleent na raadpleging van de nationale sociale partners en beroepsorganisaties die de sectorale beroepen waar de aanvrager onder valt vertegenwoordigen, gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de verschillen tussen de in de lidstaat van oorsprong legaal verrichte beroepsactiviteiten en het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat zijn zo groot dat de toepassing van compenserende maatregelen erop zou neerkomen dat de aanvrager het volledige onderwijs- en opleidingsprogramma in de ontvangende lidstaat zou moeten doorlopen om tot het volledige gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat toegelaten te worden;

(a) de bestaande verschillen tussen de in de lidstaat van oorsprong legaal verrichte beroepsactiviteiten en het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat zijn objectief gezien zo groot dat de vereiste toepassing van compenserende maatregelen erop zou neerkomen dat de aanvrager het volledige onderwijs- en opleidingsprogramma in de ontvangende lidstaat zou moeten doorlopen om volledig toegelaten te worden tot het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat;

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de beroepsactiviteit kan objectief worden gescheiden van andere activiteiten die het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat omvat.

(b) de beroepsactiviteit kan objectief worden gescheiden van andere activiteiten die het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat omvat. Bij de algemene beoordeling van de vraag of een activiteit al dan niet als scheidbaar van andere activiteiten kan worden aangemerkt, bekijken de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat onder meer of de activiteit in de lidstaat van oorsprong als autonome activiteit wordt uitgeoefend.

Motivering

De Commissie gaat met de manier waarop ze dit artikel formuleert verder dan het Hof van Justitie in zijn vonnis van 19 januari 2006 (C-330/03(Colegio)). De Commissie vindt dat de lidstaat moet accepteren dat een activiteit scheidbaar is wanneer deze in de lidstaat van oorsprong kan worden uitgeoefend als autonome activiteit. Het Hof van Justitie is daarentegen minder categorisch en stelt dat dit criterium een essentieel element moet zijn in de besluitvorming over de toekenning van gedeeltelijke toegang.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 1 – letter b – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Voor de toepassing van punt b) wordt een activiteit geacht scheidbaar te zijn wanneer ze als een zelfstandige activiteit in de lidstaat van oorsprong wordt uitgeoefend.

Schrappen

Motivering

Overeenkomstig de wijzigingen aan artikel 4 septies, lid 1.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door een dwingende reden van algemeen belang, zoals de volksgezondheid, gerechtvaardigd is, de verwezenlijking van het nagestreefde doel zou waarborgen en niet verder gaat dan wat strikt noodzakelijk is.

2. De lidstaten kunnen weigeren het beginsel van gedeeltelijke toegang toe te passen indien deze weigering door een dwingende reden van algemeen belang, zoals de volksgezondheid, de veiligheid van patiënten of de bescherming van consumenten, gerechtvaardigd is, de verwezenlijking van het nagestreefde doel zou waarborgen en niet verder gaat dan wat noodzakelijk is.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Aanvragen voor vestiging in de ontvangende lidstaat worden in geval van vestiging in de ontvangende lidstaat overeenkomstig titel III, hoofdstukken I en IV onderzocht.

3. In geval van vestiging in de ontvangende lidstaat worden aanvragen voor vestiging overeenkomstig titel III, hoofdstukken I en IV, onderzocht door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat, dit in samenwerking met de betrokken nationale sociale partners en beroepsverenigingen die de sectorale beroepen vertegenwoordigen.

Motivering

De bevoegde autoriteiten in de lidstaten dienen de nationale sociale partners te betrekken bij gevallen waarin een dienstverrichter die onder het sectorale beroep dat zij vertegenwoordigen valt, gedeeltelijke toegang wordt verleend.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 6 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 5 – lid 1 – letter b – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) wanneer de dienstverrichter zich naar een andere lidstaat begeeft, indien hij dat beroep tijdens de 10 jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend in een of meerdere lidstaten wanneer het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.

(b) wanneer de dienstverrichter zich naar een andere lidstaat begeeft, indien hij dat beroep tijdens de 10 jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend in een of meerdere lidstaten wanneer het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging. Van deze vrije dienstverrichting zijn prestatieverrichtingen in de bouwsector uitgesloten. Deze voorwaarde, namelijk twee jaar praktijkervaring, is niet van toepassing wanneer het beroep of de opleiding die toegang verleent tot het beroep gereglementeerd is.

Motivering

In de bouwsector bestaat het gevaar dat onderaannemers aan de slag gaan in een andere lidstaat zonder dat ze over de vereiste minimale kwalificaties beschikken. Dit moet worden verhinderd om de banen in de bouwsector te bescherming tegen dumpingpraktijken.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 6 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 5 – lid 1 – letter b – alinea 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) wanneer de dienstverrichter de afnemer van de dienst begeleidt, mits de afnemer zijn gewone verblijfplaats in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter heeft en het beroep niet voorkomt op de in artikel 7, lid 4, bedoelde lijst.

Schrappen

Motivering

Het Commissievoorstel geeft dienstverrichters met minder dan twee jaar werkervaring de mogelijkheid om diensten te verlenen aan houders van dezelfde nationaliteit. Dit kan evenwel betekenen dat buitenlandse dienstverleners arbeidskrachten uit de lidstaat van oorsprong van de dienstverrichter onder soepelere voorwaarden in dienst kunnen nemen dan dienstverleners die een aanvraag indienen voor arbeidskrachten uit de ontvangende lidstaat.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 5 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

Schrappen

4. In het geval van notarissen worden authentieke akten en andere authenticatiewerkzaamheden waarvoor het zegel van de ontvangende lidstaat vereist is, van de dienstverrichting uitgesloten.

 

Motivering

Als immigrerende notarissen bepaalde diensten, met name authentieke akten en andere authenticatiewerkzaamheden waarvoor het zegel van de ontvangende lidstaat vereist is, niet mogen verrichten, ontstaan er twee groepen notarissen met verschillende bevoegdheden. Dit zou de bescherming van de consumentenrechten op de helling zetten en het noodzakelijk maken een informeringsplicht jegens de consument in te stellen.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter a – punt i

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 2 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) voor beroepen in de veiligheidssector en gezondheidssector, een bewijs dat de desbetreffende persoon geen tijdelijk of permanent beroepsverbod heeft of niet strafrechtelijk is veroordeeld, indien de lidstaat zulks ook van zijn eigen onderdanen eist.

(e) voor alle beroepen, een bewijs dat de desbetreffende persoon geen tijdelijk of permanent beroepsverbod heeft of niet strafrechtelijk is veroordeeld, indien de lidstaat hierin voorziet.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter a – sub ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7– lid 2 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) voor opleidingstitels als bedoeld in artikel 21, lid 1, en voor verklaringen van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 26, 27, 30, 33, 33 bis, 37, 39 en 43, een bewijs van kennis van de taal van de ontvangende lidstaat.

(f) voor opleidingstitels als bedoeld in artikel 21, lid 1, en voor verklaringen van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 26, 27, 30, 33, 33 bis, 37, 39 en 43, een bewijs van voldoende kennis van de taal van de ontvangende lidstaat.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter a – punt ii bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(ii bis) de volgende letter f bis wordt toegevoegd:

 

(f bis) voor alle beroepsbeoefenaren, een bewijs van kennis van de taal van de ontvangende lidstaat.";

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In het geval van gereglementeerde beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid en waarop de automatische erkenning uit hoofde van titel III, hoofdstuk II of III, niet van toepassing is, kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren. Zo een controle vooraf is alleen mogelijk indien de controle bedoeld is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en indien de controle niet meer omvat dan voor dit doel noodzakelijk is.

4. In het geval van de gereglementeerde beroepen met dwingende redenen in verband met het algemeen belang waarop de automatische erkenning uit hoofde van titel III, hoofdstuk III, niet van toepassing is, kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren. Zo een controle vooraf is alleen mogelijk indien de controle bedoeld is om schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting, de dienstverrichter of het publiek ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en indien de controle niet meer omvat dan voor dit doel noodzakelijk is.

Motivering

Het vrijstellen van beroepen uit hoofde van hoofdstuk II van titel III kan negatieve gevolgen hebben voor de volksgezondheid en de veiligheid, want dit zou betekenen dat zelfstandigen en managers diensten in een andere lidstaat mogen uitvoeren zonder voorafgaande controle van hun kwalificaties. Aangezien er in een aantal lidstaten veel arbeidskrachten uit het buitenland werkzaam zijn als zelfstandige bouwondernemers, zou het vrijstellen van zelfstandigen van voorafgaande controles wel eens zeer ernstige gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid en de veiligheid op de werkvloer in de bouwsector.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de lijst van de beroepen waarvoor een controle vooraf van de kwalificaties noodzakelijk is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting krachtens hun nationale wetten en voorschriften te voorkomen. De lidstaten verstrekken de Commissie voor elk beroep apart een motivering voor de opname ervan in de lijst.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de lijst van de beroepen waarvoor een controle vooraf van de kwalificaties noodzakelijk is om een ernstige aantasting van het algemeen belang krachtens hun nationale wetten en voorschriften te voorkomen. De lidstaten verstrekken de Commissie voor elk beroep apart een motivering voor de opname ervan in de lijst.

Motivering

Zie de motivering bij amendement 22 op overweging 4.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter c

2011/0435(COD)

Artikel 7 – lid 4 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteit stelt de dienstverrichter binnen een termijn van ten hoogste een maand na ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten in kennis van ofwel haar besluit om zijn kwalificaties niet te controleren ofwel van het resultaat van de verrichte controle. Wanneer er zich problemen voordoen die een vertraging veroorzaken, stelt de bevoegde autoriteit de dienstverrichter voor het einde van de eerste maand in kennis van de reden van de vertraging. Het probleem moet voor het einde van de eerste maand na deze kennisgeving worden opgelost en het besluit moet uiterlijk twee maanden na oplossing van het probleem zijn vastgesteld.

De bevoegde autoriteit stelt de dienstverrichter binnen een termijn van ten hoogste een maand na ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten in kennis van ofwel haar besluit om zijn kwalificaties niet te controleren ofwel van het resultaat van de verrichte controle. Wanneer er zich problemen voordoen die een vertraging veroorzaken, stelt de bevoegde autoriteit de dienstverrichter voor het einde van de eerste maand in kennis van de reden van de vertraging. Het probleem moet zo snel mogelijk na deze kennisgeving worden opgelost en het besluit moet uiterlijk twee maanden na oplossing van het probleem zijn vastgesteld.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 4 – alinea 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding, en wel in die mate dat dit verschil de volksgezondheid of de openbare veiligheid schaadt, en wanneer de dienstverrichter dit niet kan compenseren door beroepservaring of in het kader van een leven lang leren, dient de ontvangende lidstaat de dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven. De dienstverrichting dient in ieder geval te kunnen plaatsvinden in de maand die volgt op die waarin het overeenkomstig de derde alinea genomen besluit is getroffen.

Wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding, en wel in die mate dat dit verschil het algemeen belang schaadt, dient de ontvangende lidstaat de dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven. De dienstverrichting dient in ieder geval te kunnen plaatsvinden in de maand die volgt op die waarin het overeenkomstig de derde alinea genomen besluit is getroffen.

Motivering

Een niet-formele opleiding ("learning by doing") kan geen formele of voortgezette opleiding (bijvoorbeeld in de vorm van alternerend leren) vervangen.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7 – lid 4 – alinea 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de bevoegde autoriteit binnen de in de derde en de vierde alinea vermelde termijn niet reageert, kan de dienst worden verricht.

Schrappen

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 8

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 8 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging in geval van twijfel verzoeken om alle informatie over de rechtmatigheid van de vestiging en het goede gedrag van de dienstverrichter, alsmede het ontbreken van eventuele tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening. Voor de controle van kwalificaties kunnen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging informatie aanvragen over de opleidingscursussen van de dienstverrichter voor zover dit nodig is voor het beoordelen van wezenlijke verschillen die de volksgezondheid of de openbare veiligheid kunnen schaden. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 56.

1. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging in geval van twijfel verzoeken om alle informatie over de rechtmatigheid van de vestiging en het goede gedrag van de dienstverrichter, alsmede het ontbreken van eventuele tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening. Voor de controle van kwalificaties kunnen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging informatie aanvragen over de opleidingscursussen van de dienstverrichter voor zover dit nodig is voor het beoordelen van wezenlijke verschillen die het algemeen belang kunnen schaden. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 56.

Motivering

Zie de motivering bij amendement 5 op overweging 4.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 10

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 12 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 11 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer daarmee een in de Unie op voltijdse of deeltijdse basis zowel binnen als buiten formele programma’s gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of uitoefening van een beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep.

Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 11 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer daarmee een in de Unie op voltijdse of deeltijdse basis binnen formele programma's gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of uitoefening van een beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep.

Motivering

Een niet-formele opleiding ("learning by doing") kan niet worden gelijkgesteld met een formele opleiding die aan prestatiecontroles onderworpen is. De formele opleiding zou daardoor in waarde verminderen en het kwaliteitsniveau van de verrichte diensten zou fors dalen.

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 11

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 13 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat de toegang tot en de uitoefening van het beroep weigeren aan houders van een bekwaamheidsattest wanneer de nationale kwalificatie die voor de uitoefening van het beroep op zijn grondgebied vereist is, onder de punten d) of e) van artikel 11 is ingedeeld.

Schrappen

Motivering

Artikel 13, lid 4, belemmert de grensoverschrijdende activiteit van meester-ambachtslieden. Zij behoren bij het niveau vermeld in artikel 11, onder (c).

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1– punt 11 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 13 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis. Het volgende artikel 13 bis wordt ingevoegd:

 

"Artikel 13 bis

 

Wanneer een lidstaat van zijn eigen beroepsbeoefenaren vereist dat zij permanent en aantoonbaar aan hun professionele ontwikkeling werken, heeft die tevens het recht om deze vereisten uit te breiden tot beroepsbeoefenaren uit andere lidstaten die voornemens zijn hun beroep op zijn grondgebied uit te oefenen."

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 12 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Artikel 13 belet niet dat de ontvangende lidstaat van de aanvrager verlangt dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorloopt of een proeve van bekwaamheid aflegt wanneer de door hem gevolgde opleiding betrekking heeft op vakgebieden die wat de beroepsactiviteiten betreft, wezenlijk verschillen van de vakgebieden die in het kader van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleidingstitels worden behandeld.

1. Artikel 13 belet niet dat de ontvangende lidstaat van de aanvrager verlangt dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorloopt of een proeve van bekwaamheid aflegt wanneer de door hem gevolgde opleiding betrekking heeft op vakken die wat de beroepswerkzaamheden betreft, wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in de ontvangende lidstaat vereiste opleidingstitel, wanneer de duur van de opleiding, waarvan de aanvrager melding maakt, ten minste één jaar korter is dan de duur van de in de ontvangende lidstaat vereiste opleiding, en/of wanneer het in de ontvangende lidstaat gereglementeerde beroep een of meer gereglementeerde beroepswerkzaamheden omvat die niet bestaan in het overeenkomstige beroep in de lidstaat van oorsprong van de aanvrager en dit verschil wordt gekenmerkt door een specifieke opleiding die in de ontvangende lidstaat vereist is en betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke vallen onder het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel die de aanvrager overlegt.

Motivering

Het is niet duidelijk waarom de criteria a) en c) van artikel 14, lid 1, in de toekomst niet meer zouden gelden. Deze criteria zijn voor de bevoegde instanties van de lidstaten zeer doeltreffende instrumenten gebleken. Door dit amendement blijven de criteria a) en c) behouden.

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 12 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 14 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) In lid 3 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

Schrappen

"Voor het beroep van notaris kan de ontvangende lidstaat bij het bepalen van de compenserende maatregel rekening houden met de specifieke activiteiten van dit beroep op zijn grondgebied, met name inzake het toe te passen recht."

 

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 14

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanpassingen in de lijst van werkzaamheden van bijlage IV waarvoor overeenkomstig artikel 16 beroepservaring wordt erkend, teneinde de nomenclatuur bij te werken of te verduidelijken, zonder dat dit het toepassingsgebied van de werkzaamheden binnen de afzonderlijke categorieën mag verkleinen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanvullingen op de lijst van werkzaamheden van bijlage IV waarvoor overeenkomstig artikel 16 beroepservaring wordt erkend, teneinde de nomenclatuur bij te werken of te verduidelijken, zonder dat dit het toepassingsgebied van de werkzaamheden binnen de afzonderlijke categorieën mag verkleinen. Beroepswerkzaamheden die al in een bepaalde lijst zijn opgenomen, mogen niet naar een andere lijst worden verplaatst.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 22 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om wijzigingen aan te brengen in de lijst in bijlage V, punt 5.2.1, teneinde deze aan te passen aan de vooruitgang op het gebied van onderwijs, wetenschap en technologie.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om wijzigingen aan te brengen in de lijst in bijlage V, punt 5.2.1, teneinde deze aan te passen aan de vooruitgang op het gebied van onderwijs, wetenschap en technologie en de ontwikkeling en groei van het verpleegvak.

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 22 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger omvat ten minste drie studiejaren bestaande uit ten minste 4600 uur theoretisch en klinisch onderwijs, waarbij de duur van het theoretisch onderwijs ten minste een derde en die van het klinisch onderwijs ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding bedraagt. De lidstaten kunnen gedeeltelijke vrijstelling verlenen aan personen die een deel van deze opleiding hebben gevolgd in het kader van andere opleidingen van ten minste gelijkwaardig niveau.

De opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger omvat ten minste drie studiejaren, die tevens mogen worden uitgedrukt met het equivalent aan ECTS-studiepunten, bestaande uit ten minste 4600 uur theoretisch en klinisch onderwijs, waarbij de duur van het theoretisch onderwijs ten minste een derde en die van het klinisch onderwijs ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding bedraagt. De lidstaten kunnen gedeeltelijke vrijstelling verlenen aan personen die een deel van deze opleiding hebben gevolgd in het kader van andere opleidingen van ten minste gelijkwaardig niveau.

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 23 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 33 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) Het volgende artikel 33 ter wordt ingevoegd:

 

"Artikel 33 ter

 

Overgangsbepalingen

 

Vanaf [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn invoegen] beschikken de lidstaten over een termijn van zes jaar om hun opleidingssystemen aan te passen aan de nieuwe eisen van artikel 31, lid 1, met name dat verpleeg‑ en verloskundigen twaalf jaar algemeen vormend onderwijs genoten moeten hebben of geslaagd moeten zijn voor een examen van gelijkwaardig niveau."

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 24 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 34 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De basisopleiding tandheelkunde omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan op voltijdbasis aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

De basisopleiding tandheelkunde duurt in totaal ten minste vijf jaar of vertegenwoordigt het ECTS-equivalent van 300 studiepunten, en bestaat uit ten minste 5000 uur voltijds theoretisch en praktisch onderwijs aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 30 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 44 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

(b) tijdens of na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 32

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 46 – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) hetzij ten minste vier jaar studie op voltijdsbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd en een bezoldigde stage van ten minste twee jaar wordt volbracht;

(a) hetzij ten minste vier jaar studie op voltijdsbasis aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling ter afsluiting waarvan met goed gevolg een examen op universitair niveau wordt afgelegd en een stage van ten minste twee jaar wordt volbracht;

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 32

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 46 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De bezoldigde stage wordt gevolgd in een lidstaat onder de supervisie van een persoon die voldoende kan waarborgen in staat te zijn de praktijkopleiding te verzorgen. De stage volgt op de in lid 1 bedoelde studie. Het volbrengen van de bezoldigde stage blijkt uit een certificaat dat de opleidingstitel vergezelt.

3. De stage wordt gevolgd in een lidstaat onder de supervisie van een persoon die voldoende kan waarborgen in staat te zijn de praktijkopleiding te verzorgen. De stage volgt op de in lid 1 bedoelde studie. Het volbrengen van de stage blijkt uit een certificaat dat de opleidingstitel vergezelt.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) de kennis, vaardigheden en competenties voor dit gemeenschappelijk opleidingskader verwijzen naar de kwalificatieniveaus van het Europees kwalificatiekader, zoals vastgelegd in bijlage II van de Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren(*);

(d) de kennis, vaardigheden en competenties voor dit gemeenschappelijk opleidingskader verwijzen naar de niveaus van artikel 11 van deze richtlijn;

 

Artikel 11 is niet van toepassing op de in het kader van bijlage V, punt 1, gereglementeerde beroepen.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) het betrokken beroep valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en is evenmin al gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III;

(e) het betrokken beroep valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en is evenmin al gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III of in artikel 10, onder b).

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) het gemeenschappelijk opleidingskader is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

(f) het gemeenschappelijk opleidingskader is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de nationale sociale partners, de beroepsverenigingen die de sectorale beroepen vertegenwoordigen en de belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep al dan niet is gereglementeerd;

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 ter – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de gemeenschappelijke opleidingsproef is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

(c) de gemeenschappelijke opleidingsproef is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de nationale sociale partners, de beroepsverenigingen die de sectorale beroepen vertegenwoordigen en de belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep al dan niet is gereglementeerd;

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zien erop toe dat alle controles van talenkennis worden uitgevoerd door een bevoegde autoriteit nadat de in artikel 4 quinquies, artikel 7, lid 4, en artikel 51, lid 3, bedoelde besluiten zijn genomen en indien er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamhedeen die hij wil uitoefenen.

De lidstaten zien erop toe dat alle verificaties van talenkennis worden uitgevoerd door een bevoegde autoriteit, zonder dat dit de aanvrager iets kost en enkel indien er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In geval van beroepen met implicaties voor de veiligheid van de patiënt kunnen de lidstaten aan de bevoegde autoriteiten het recht overdragen om de talenkennis van alle betrokken beroepsbeoefenaren te controleren indien daar uitdrukkelijk om wordt verzocht door het nationale gezondheidszorgsysteem, of in het geval van zelfstandige beroepsbeoefenaren die hier niet bij aangesloten zijn, door de representatieve nationale patiëntenorganisaties.

In geval van beroepen met implicaties voor de volksgezondheid, de veiligheid van de patiënt of de kwaliteit van het onderwijs kunnen de lidstaten aan de bevoegde autoriteiten het recht overdragen om de talenkennis van alle betrokken beroepsbeoefenaren te controleren indien daar uitdrukkelijk om wordt verzocht door het nationale gezondheidszorgsysteem, of in het geval van zelfstandige beroepsbeoefenaren die hier niet bij aangesloten zijn, door de representatieve nationale patiëntenorganisaties of sociale partners. De door de bevoegde autoriteit verrichte verificaties van talenkennis doen geen afbreuk aan de mogelijkheid van de werkgever om, naargelang het geval, verdere controles te verrichten.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke controle van talenkennis beperkt zich tot de kennis van één officiële taal van de lidstaat naar keuze van de betrokkene, is evenredig met de uit te oefenen activiteit en is gratis voor de beroepsbeoefenaar. De betrokkene kan tegen deze taalcontrole beroep aantekenen bij de nationale rechtbanken.

Elke verificatie van talenkennis is evenredig met de uit te oefenen activiteit en is gratis voor de beroepsbeoefenaar. De betrokkene kan tegen deze taalcontrole beroep aantekenen bij de nationale rechtbanken.

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 39

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 55 bis – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Erkenning van bezoldigde stages

Erkenning van stages

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 39

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 55 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met het oog op het verlenen van toegang tot een gereglementeerd beroep erkent de lidstaat van oorsprong een bezoldigde stage die in een andere lidstaat gevolgd werd en door een bevoegde autoriteit van die lidstaat gecertificeerd is.

Met het oog op het verlenen van toegang tot een gereglementeerd beroep houdt de lidstaat van oorsprong proportioneel rekening met een stage die in een andere lidstaat gevolgd werd en door een bevoegde autoriteit van die lidstaat gecertificeerd is.

Amendement  77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat delen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en aan de Commissie de identiteit van een beroepsbeoefenaar mee die van een nationale overheid of rechtbank verbod, ook tijdelijk, gekregen heeft tot het uitoefenen van volgende beroepsactiviteiten op het grondgebied van deze lidstaat:

1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat delen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en aan de Commissie de identiteit van een beroepsbeoefenaar mee die tijdelijk of permanent het recht ontnomen is om in de eigen lidstaat of de ontvangende lidstaat volgende beroepsactiviteiten uit te oefenen:

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) verpleegkundige, erkend uit hoofde van artikel 10;

Amendement  79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer sprake is van gevallen waarop Richtlijn 2006/123/EG niet van toepassing is en een in een lidstaat gevestigde beroepsbeoefenaar binnen het kader van deze richtlijn een beroepsactiviteit uitoefent op grond van een andere beroepstitel dan deze bedoeld in lid 1, stelt een lidstaat zodra deze daadwerkelijk kennis heeft gekregen van gedragingen, specifieke handelingen of omstandigheden die met dergelijke activiteiten verband houden en ernstige schade kunnen berokkenen aan de gezondheid of de veiligheid van mens of milieu in een andere lidstaat, onverwijld de andere betrokken lidstaten en de Commissie daarvan in kennis. Deze informatie gaat niet verder dan hetgeen strikt noodzakelijk is om de betrokken beroepsbeoefenaar te identificeren en omvat een verwijzing naar de beslissing van de bevoegde autoriteit tot het opleggen van een beroepsverbod. De andere lidstaten kunnen om aanvullende informatie verzoeken onder de in artikel 8 en artikel 56 vermelde voorwaarden.

2. Wanneer een in een lidstaat gevestigde beroepsbeoefenaar binnen het kader van deze richtlijn een beroepsactiviteit uitoefent op grond van een andere beroepstitel dan deze bedoeld in lid 1, stelt een lidstaat zodra deze daadwerkelijk kennis heeft gekregen van gedragingen, specifieke handelingen of omstandigheden die met dergelijke activiteiten verband houden en schade kunnen berokkenen aan het algemeen belang of aan de gezondheid of de veiligheid van mens of milieu in een andere lidstaat, onverwijld de andere betrokken lidstaten en de Commissie daarvan in kennis. Deze informatie gaat niet verder dan hetgeen strikt noodzakelijk is om de betrokken beroepsbeoefenaar te identificeren en omvat een verwijzing naar de beslissing van de bevoegde autoriteit tot het opleggen van een beroepsverbod. De andere lidstaten kunnen om aanvullende informatie verzoeken onder de in artikel 8 en artikel 56 vermelde voorwaarden.

Motivering

Het alarmmechanisme mag niet beperkt blijven tot gevallen die niet onder Richtlijn 2006/123/EG vallen, maar dient in verband met handelingen die niet alleen ten koste gaan van de gezondheid en de veiligheid van mens of milieu in een andere lidstaat, maar tevens van het algemeen belang, te worden uitgebreid tot alle beroepsbeoefenaren.

Amendement  80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 44

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 bis – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Alle procedures worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG met betrekking tot de één-loketten. Alle termijnen die de lidstaten met betrekking tot de in deze richtlijn bedoelde procedures of formaliteiten moeten naleven, beginnen te lopen op het moment waarop een burger een aanvraag indient bij een één-loket.

4. Alle procedures worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG met betrekking tot de één-loketten. Alle termijnen die de lidstaten met betrekking tot de in deze richtlijn bedoelde procedures of formaliteiten moeten naleven, beginnen te lopen op het moment waarop een burger via een één-loket een volledige aanvraag indient bij de bevoegde instantie.

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 44

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 57 bis – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Het bestaan van het één-loket doet geen afbreuk aan de verdeling van de taken en bevoegdheden tussen de verschillende instanties binnen de nationale stelsels.

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 46

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 58 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de erkenning van beroepskwalificaties. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de erkenning van beroepskwalificaties dat zorgt voor een passende vertegenwoordiging en passende raadpleging op zowel Europees als nationaal deskundigenniveau. Het is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en van Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2011)0883 – C7-0512/2011 – 2011/0435(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

19.1.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

EMPL

19.1.2012

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Licia Ronzulli

19.1.2012

Behandeling in de commissie

20.6.2012

8.10.2012

 

 

Datum goedkeuring

9.10.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

2

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Regina Bastos, Edit Bauer, Heinz K. Becker, Jean-Luc Bennahmias, Phil Bennion, Pervenche Berès, Vilija Blinkevičiūtė, Philippe Boulland, Milan Cabrnoch, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Derek Roland Clark, Minodora Cliveti, Emer Costello, Karima Delli, Richard Falbr, Thomas Händel, Marian Harkin, Nadja Hirsch, Stephen Hughes, Danuta Jazłowiecka, Ádám Kósa, Jean Lambert, Patrick Le Hyaric, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu, Andrea Zanoni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Malika Benarab-Attou, Edite Estrela, Ingeborg Gräßle, Ria Oomen-Ruijten, Antigoni Papadopoulou, Csaba Sógor, Gabriele Zimmer

ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (8.11.2012)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt
(COM(2011)0883 – C7‑0512/2011 – 2011/0435(COD))

Rapporteur voor advies: Anja Weisgerber

BEKNOPTE MOTIVERING

De herziening van de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties is een van de 12 hefbomen van de Akte voor de interne markt voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen in de interne markt. De Commissie beoogt met haar voorstel de mobiliteit op de interne markt te bevorderen door middel van eenvoudiger en snellere erkenningsprocedures voor beroepskwalificaties. Hoewel het vrije verkeer van personen een van de vier fundamentele vrijheden van de interne markt is, heeft altijd nog 20 procent van de SOLVIT-zaken betrekking op de erkenning van beroepskwalificaties.

De Commissie heeft in december 2011 op basis van twee openbare raadplegingen haar voorstel voor herziening van de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ingediend.

Aangezien onderhavig advies wordt opgesteld namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, concentreert de rapporteur voor advies zich met name op beroepen in de gezondheidszorg en op de met deze sector verband houdende aspecten. Daarbij stelt de rapporteur voor advies de veiligheid van patiënten centraal.

Belangrijkste elementen van het voorstel:

Europese beroepskaart

Kernpunt van het voorstel van de Commissie is de invoering van een Europese beroepskaart. Het Europees Parlement heeft zich in zijn resolutie van november 2011 reeds positief over de invoering van een dergelijke kaart uitgesproken. Het is de bedoeling dat met behulp van deze beroepskaart, in de vorm van een elektronisch certificaat, erkenningsprocedures sneller, eenvoudiger en transparanter worden. Invoering van de Europese beroepskaart geschiedt op vrijwillige basis, op verzoek van de beroepsorganisaties. Bij invoering van de Europese beroepskaart wordt gebruikmaking van het Informatiesysteem interne markt (IMI) verplicht gesteld.

De rapporteur voor advies is ingenomen met de invoering van de Europese beroepskaart en het gebruik van het Informatiesysteem interne markt, maar is van mening dat het vrijwillige karakter van de beroepskaart nog duidelijker tot uitdrukking moet worden gebracht. Daarnaast is de rapporteur voor advies van mening dat de in het voorstel genoemde afhandelingstermijnen te ambitieus zijn en dat de stilzwijgende erkenning, die inhoudt dat indien de ontvangende lidstaat binnen de daarvoor gestelde termijn geen beslissing neemt, automatisch erkenning van beroepskwalificaties plaatsvindt, niet strookt met het beginsel van patiëntenveiligheid. Indien de bevoegde autoriteit er binnen de daarvoor gestelde termijn niet in slaagt de aanvraag te beoordelen, bijvoorbeeld omdat er verdere informatie nodig is, zou erkenning moeten worden geweigerd om automatische erkenning te voorkomen. De aanvrager zou dan opnieuw een aanvraagprocedure moeten starten, ten gevolge waarvan de procedure onnodig lang zou gaan duren en het belangrijkste doel van de Europese beroepskaart, te weten de vlottere erkenning van beroepskwalificaties, juist niet zou worden bereikt.

Minimumopleidingseisen voor de beroepen die automatische erkenning genieten

Momenteel geldt het stelsel van automatische erkenning voor zeven beroepen, waarvan zes beroepen in de gezondheidszorg, te weten artsen, tandartsen, dierenartsen, verpleegkundigen, verloskundigen en apothekers. De automatische erkenning berust op de harmonisatie van de inhoud en het niveau van opleidingen in de verschillende lidstaten. Op basis hiervan moeten diploma's als genoemd in bijlage V van de richtlijn automatisch en zonder toetsing van kwalificaties door andere lidstaten erkend worden.

Het voorstel van de Commissie voorziet in een bijwerking van de minimumeisen voor artsen, verpleegkundigen en verloskundigen.

De rapporteur voor advies is het niet eens met het voorstel om de toelatingseis voor de opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen van tien jaar algemeen vormend onderwijs, op twaalf jaar te brengen. Met het oog op het dreigend tekort aan arbeidskrachten in met name de gezondheidszorg is het noodzakelijk om de mobiliteit op de interne markt te vergroten. Daarbij moet voorkomen worden dat er door aanscherping van de toelatingseisen, zoals nu wordt voorgesteld voor verpleegkundigen en verloskundigen, nieuwe kunstmatige belemmeringen in het leven geroepen worden. Een categoriale aanscherping van toelatingseisen met betrekking tot de vereiste vooropleiding druist in tegen de doelstelling om het dreigende personeelstekort in Europa aan te pakken. De Commissie voert als argument voor het omhoog brengen van het vereiste aantal jaren algemeen vormend onderwijs aan dat in de gezondheidszorg tegenwoordig hogere eisen worden gesteld. De rapporteur voor advies is echter van oordeel dat het antwoord op de nieuwe eisen die in de gezondheidszorg worden gesteld niet gezocht moet worden in een langere vooropleiding, maar in een betere beroepsopleiding. Daarbij komt nog dat vanwege de verschillende historisch gegroeide schoolsystemen in Europa het niet doelmatig lijkt alleen maar te kijken naar het aantal jaren algemeen vormend onderwijs. De richtlijn coördineert de minimumopleidingseisen. Het staat de lidstaten echter nog altijd vrij om de toelatingseis voor opleidingen op meer dan tien jaar algemeen vormend onderwijs te brengen.

Gedeeltelijke toegang

Gedeeltelijke toegang houdt in dat de ontvangende lidstaat de toegang tot een gereglementeerd beroep bij wijze van uitzondering kan beperken tot die activiteiten waarvoor de aanvrager in zijn lidstaat van oorsprong de kwalificaties heeft verworven.

De mogelijkheid om gedeeltelijke toegang te verlenen moet in beginsel als positief worden beschouwd omdat daarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het vergroten van de mobiliteit in de EU. Met het oog op de bescherming van patiënten is het verlenen van gedeeltelijke toegang tot beroepen in de gezondheidszorg echter onwenselijk.

Waarschuwingsmechanisme

In haar voorstel stelt de Commissie voor een waarschuwingsmechanisme in te voeren dat inhoudt dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten de identiteit moeten meedelen van beroepsbeoefenaren die door de overheid of een rechtbank een verbod opgelegd hebben gekregen op het uitoefenen van hun beroep.

De rapporteur voor advies is buitengewoon ingenomen met dit initiatief, aangezien het in het verleden is voorgekomen dat gezondheidswerkers die het in eigen land verboden was hun beroep uit te oefenen ongemerkt in een andere lidstaat aan de slag gingen.

Dit waarschuwingsmechanisme zou echter van toepassing moeten zijn op alle beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, dus zowel op beroepsbeoefenaren vallend onder het stelsel van automatische erkenning, als op beroepsbeoefenaren vallend onder het algemeen stelsel van erkenning. Een kunstmatig onderscheid bij de toepassing van dit waarschuwingsmechanisme lijkt met het oog op de veiligheid van patiënten niet passend.

Talenkennis

Teneinde de veiligheid van patiënten te garanderen, moeten gezondheidswerkers over voldoende talenkennis beschikken. De rapporteur voor advies is van oordeel dat in ieder geval gewaarborgd moet zijn dat de talenkennis wordt getoetst alvorens toegang tot een beroep wordt verleend.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 46, artikel 53, lid 1, artikel 62 en artikel 114,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 46, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 114 en artikel 168,

Motivering

De herziene richtlijn moet waarborgen dat de bescherming van de bevolking als overkoepelende doelstelling geldt naast het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren. Om die reden moet de rechtsgrondslag van het voorstel gevormd worden door artikel 168 VWEU (volksgezondheid) en artikel 114 VWEU (interne markt) tezamen. Op die manier kan ervoor gezorgd worden dat de lidstaten in staat zijn patiënten en consumenten tegen eventuele schade te beschermen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Om het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren te bevorderen door een efficiëntere en transparantere erkenning van kwalificaties is een Europese beroepskaart noodzakelijk. Deze kaart moet de tijdelijke mobiliteit en erkenning via het automatische erkenningssysteem vergemakkelijken en een vereenvoudigde erkenningsprocedure onder het algemeen stelsel bevorderen. De kaart moet worden afgegeven op verzoek van een beroepsbeoefenaar na voorlegging van de vereiste documenten en na afhandeling van de desbetreffende beoordelings- en controleprocedures door de bevoegde autoriteiten. De werking van de kaart moet worden onderbouwd door het Informatiesysteem interne markt (IMI-systeem) zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. […] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt. Dit mechanisme moet niet alleen bijdragen tot synergieën en vertrouwen tussen de bevoegde autoriteiten, maar tegelijkertijd ook dubbel administratief werk voor de autoriteiten vermijden en de beroepsbeoefenaren meer transparantie en zekerheid verschaffen. De procedures voor het aanvragen en het afgeven van de kaart moeten duidelijk gestructureerd zijn en zowel waarborgen als de overeenkomstige rechtsmiddelen voor de aanvrager omvatten. De kaart en de hiermee samenhangende workflow binnen IMI moeten de integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de opgeslagen gegevens waarborgen en een onrechtmatige en onbevoegde toegang tot de erin opgenomen informatie verhinderen.

(3) Om het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren te bevorderen door een efficiëntere en transparantere erkenning van kwalificaties is een Europese beroepskaart noodzakelijk. Deze kaart moet de tijdelijke mobiliteit en erkenning via het automatische erkenningssysteem vergemakkelijken en een vereenvoudigde erkenningsprocedure onder het algemeen stelsel bevorderen. De kaart moet worden afgegeven op verzoek van een beroepsbeoefenaar na voorlegging van de vereiste documenten en na afhandeling van de desbetreffende beoordelings- en controleprocedures door de bevoegde autoriteiten. De werking van de kaart moet worden onderbouwd door het Informatiesysteem interne markt (IMI-systeem) zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. […] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt. Dit mechanisme moet niet alleen bijdragen tot synergieën en vertrouwen tussen de bevoegde autoriteiten, maar tegelijkertijd ook dubbel administratief werk voor de autoriteiten vermijden en de beroepsbeoefenaren meer transparantie en zekerheid verschaffen. De procedures voor het aanvragen en het afgeven van de kaart moeten duidelijk gestructureerd zijn en zowel waarborgen als de overeenkomstige rechtsmiddelen voor de aanvrager omvatten. De kaart en de hiermee samenhangende workflow binnen IMI moeten de integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de opgeslagen gegevens waarborgen en een onrechtmatige en onbevoegde toegang tot de erin opgenomen informatie verhinderen. Daarbij zij opgemerkt dat de bevoegdheid tot erkenning van professionele kwalificaties op grond van de kaart bij de ontvangende lidstaat berust.

Motivering

Deze wijziging zorgt ervoor dat duidelijk is bij wie met betrekking tot de beroepskaart de bevoegdheid tot erkenning berust: die bevoegdheid ligt met het oog op de integriteit, veiligheid en kwaliteit van de erkenningsprocedure volledig bij de ontvangende lidstaat.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Richtlijn 2005/36/EG is alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die hun eigen beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen. In bepaalde situaties kunnen de betrokken activiteiten tot een beroep behoren dat in de ontvangende lidstaat een groter scala aan werkzaamheden omvat. Als de verschillen tussen de activiteitengebieden zo groot zijn dat de beroepsbeoefenaar eigenlijk een volledig onderwijs- en opleidingsprogramma zou moeten volgen om de tekortkomingen te compenseren, moet de ontvangende lidstaat in deze bijzondere omstandigheden gedeeltelijke toegang verlenen indien de beroepsbeoefenaar daarom verzoekt. In geval van dwingende redenen van algemeen belang, zoals het geval is voor artsen of andere gezondheidswerkers, moet een lidstaat gedeeltelijke toegang kunnen weigeren.

(4) Richtlijn 2005/36/EG is alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die hun eigen beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen. In bepaalde situaties kunnen de betrokken activiteiten tot een beroep behoren dat in de ontvangende lidstaat een groter scala aan werkzaamheden omvat. Als de verschillen tussen de activiteitengebieden zo groot zijn dat de beroepsbeoefenaar eigenlijk een volledig onderwijs- en opleidingsprogramma zou moeten volgen om de tekortkomingen te compenseren, moet de ontvangende lidstaat in deze bijzondere omstandigheden gedeeltelijke toegang verlenen indien de beroepsbeoefenaar daarom verzoekt. In geval van dwingende redenen van algemeen belang waarbij het om de veiligheid van patiënten gaat, moet een lidstaat gedeeltelijke toegang kunnen weigeren. Gedeeltelijke toegang kan niet worden verleend aan gezondheidswerkers bij wier beroep de veiligheid van patiënten een rol speelt.

Motivering

Met het oog op de veiligheid van patiënten moet de mogelijkheid tot het verlenen van gedeeltelijke toegang niet gelden voor beroepen in de gezondheidszorg. Voor die beroepen in de gezondheidszorg waarop het stelsel van automatische erkenning van toepassing is gelden reeds minimumopleidingseisen op grond van deze richtlijn. Gedeeltelijke toegang tot deze beroepen zou derhalve indruisen tegen de doelstelling van het stelsel van automatische erkenning.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het beroep van verpleeg- en verloskundige is de laatste drie decennia sterk geëvolueerd: zorgverlening in woon- en leefgemeenschappen, ingewikkeldere behandelingen en constante technologische ontwikkelingen verlangen van verpleeg- en verloskundigen dat ze steeds meer verantwoordelijkheden kunnen dragen. Om aan deze complexe noden in de gezondheidszorg te kunnen voldoen, moeten studenten in de verpleeg- en vroedkunde een stevige algemene schoolopleiding genoten hebben vooraleer de opleiding te mogen aanvatten. De toelating tot deze opleiding moet daarom beperkt worden tot studenten die twaalf jaar algemeen vormend onderwijs hebben genoten of geslaagd zijn voor een examen van een gelijkwaardig niveau.

Het beroep van verpleeg- en verloskundige is de laatste drie decennia sterk geëvolueerd: zorgverlening in woon- en leefgemeenschappen, ingewikkeldere behandelingen en constante technologische ontwikkelingen verlangen van verpleeg- en verloskundigen dat ze steeds meer verantwoordelijkheden kunnen dragen. Om aan deze complexe noden in de gezondheidszorg te kunnen voldoen, moeten studenten in de verpleeg- en vroedkunde nog altijd een stevige algemene schoolopleiding genoten hebben, doorslaggevend zijn echter het niveau en de inhoud van de opleiding, die voortdurend aan nieuwe uitdagingen aangepast moeten worden.

Motivering

Die Richtlinie koordiniert die Mindestanforderungen an die Ausbildung. Durch die Kumulation von Jahren und Stunden in Artikel 31 Absatz 3 Unterabsatz 1 werden diese bereits – wie bei den Ärzten – verschärft. Wie bei den Ärzten, bei denen den unterschiedlichen Bildungssystemen in den Mitgliedstaaten durch Absenkung der Mindestausbildungsdauer in Jahren Rechnung getragen wird, ist es auch bei den Krankenschwestern und Pflegern, die für die allgemeine Pflege verantwortlich sind, notwendig, den unterschiedlichen Bildungssystemen in den Mitgliedstaaten Rechnung zu tragen und die Zulassungsvoraussetzung auf eine mindestens zehnjährige allgemeine Schulausbildung festzusetzen. Zudem kann den gestiegenen Anforderungen im Gesundheitswesen nicht durch eine längere Schulbildung, sondern durch eine verbesserte Ausbildung Rechnung getragen werden.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) De mobiliteit van medische beroepsbeoefenaren moet tevens gezien worden in de bredere context van de gezondheidswerkers in Europa voor wie in overleg met de lidstaten een specifieke strategie op Europees niveau opgesteld zou moeten worden om een zo hoog mogelijk niveau van patiënten- en consumentenbescherming te waarborgen, waarbij de financiële en organisatorische duurzaamheid van de nationale gezondheidsstelsels behouden blijft.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) Duale stelsels voor beroepsonderwijs zijn cruciaal voor een lage jeugdwerkloosheid, aangezien zij specifiek zijn afgestemd op de behoeften van de economie en de arbeidsmarkt. Op deze manier wordt gezorgd voor een soepele overgang van opleiding naar arbeidsmarkt. Als derhalve voor een gereglementeerd beroep een gemeenschappelijk opleidingskader opgezet moet worden en in een andere lidstaat op dit gebied reeds een duaal opleidingsstelsel bestaat, dient het desbetreffende bestaande concept als voorbeeld voor het nieuw op te zetten opleidingskader te fungeren, waarbij de normen van de desbetreffende lidstaat worden geëerbiedigd.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Richtlijn 2005/36/EG legt al duidelijke taaleisen op aan beroepsbeoefenaren. De herziening van deze verplichting heeft de noodzaak aangetoond om de rol van de bevoegde autoriteiten en werkgevers toe te lichten, met name in het belang van de veiligheid van de patiënten. De taalproeven moeten echter redelijk zijn en ook noodzakelijk voor de banen in kwestie en mogen geen reden zijn om beroepsbeoefenaren uit te sluiten van de arbeidsmarkt in de ontvangende lidstaat.

(19) Richtlijn 2005/36/EG legt al taaleisen op aan beroepsbeoefenaren. De herziening van deze verplichting heeft de noodzaak aangetoond om deze taaleisen te preciseren en de rol van de bevoegde autoriteiten en werkgevers toe te lichten, met name in het belang van de veiligheid van de patiënten.

 

Taalproeven mogen geen grond opleveren voor de weigering om een beroepskwalificatie te erkennen, maar bij beroepen met implicaties voor de patiënt, bijvoorbeeld de veiligheid van de patiënt of de behandeling van, dienstverlening en informatieverstrekking aan de patiënt, is het van belang de talenkennis te testen alvorens toegang tot het beroep wordt verleend. Kennis van de officiële taal of talen van het taalgebied waarin de beroepsbeoefenaar aan de slag wil is daarbij een conditio sine qua non. Daarbij moet minstens niveau C1 van het Europees Referentiekader Talen als norm gelden.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Hoewel de richtlijn reeds gedetailleerde verplichtingen tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten bevat, moeten deze verplichtingen nog worden versterkt. De lidstaten moeten niet alleen reageren op een aanvraag om informatie, ze moeten andere lidstaten ook proactief waarschuwen. Een dergelijk waarschuwingssysteem moet vergelijkbaar zijn met dat van Richtlijn 2006/123/EG. Voor beroepen in de gezondheidszorg die een automatische erkenning krachtens Richtlijn 2005/36/EG genieten, is echter een specifiek alarmmechanisme noodzakelijk. Dit moet ook gelden voor dierenartsen, tenzij de lidstaten het in Richtlijn 2006/123/EG vastgestelde alarmmechanisme reeds in werking hebben gesteld. Aan alle lidstaten moet een waarschuwing worden afgegeven wanneer een beroepsbeoefenaar als gevolg van een tuchtrechtelijke maatregel of strafrechtelijke veroordeling het recht verliest om naar een andere lidstaat te migreren. Deze waarschuwing moet worden geactiveerd via IMI, ongeacht of de beroepsbeoefenaar rechten heeft uitgeoefend krachtens Richtlijn 2005/36/EG of de erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft aangevraagd via de uitgifte van een Europese beroepskaart of een andere in die richtlijn vastgelegde methode. De waarschuwingsprocedure moet in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten.

Hoewel de richtlijn reeds gedetailleerde verplichtingen tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten bevat, moeten deze verplichtingen nog worden versterkt. De lidstaten moeten niet alleen reageren op een aanvraag om informatie, ze moeten andere lidstaten ook proactief waarschuwen. Aan alle lidstaten moet een waarschuwing worden afgegeven wanneer een beroepsbeoefenaar na een tuchtrechtelijke maatregel of strafrechtelijke veroordeling ten gevolge waarvan hij zijn beroep (geheel of gedeeltelijk) niet langer rechtmatig kan uitoefenen het recht verliest om naar een andere lidstaat te migreren, of wanneer hij onjuiste documenten heeft overgelegd of dit geprobeerd heeft te doen ter onderbouwing van zijn verzoek om erkenning van zijn beroepskwalificaties. Deze waarschuwing moet worden geactiveerd via IMI, ongeacht of de beroepsbeoefenaar rechten heeft uitgeoefend krachtens Richtlijn 2005/36/EG of de erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft aangevraagd via de uitgifte van een Europese beroepskaart of een andere in die richtlijn vastgelegde methode. De waarschuwingsprocedure moet in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten.

Motivering

Met de door de Commissie gekozen formulering zou het waarschuwingsmechanisme alleen van toepassing zijn op beroepen in de gezondheidszorg die een automatische erkenning genieten. Met het oog op de veiligheid van patiënten is een kunstmatig onderscheid tussen beroepen in de gezondheidszorg die automatische erkenning genieten en beroepen die vallen onder het algemeen stelsel van erkenning onwenselijk.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG aan te vullen of te wijzigen moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de bijwerking van bijlage I, de vaststelling van de criteria voor de berekening van de aan de Europese beroepskaart verbonden kosten, het nader bepalen van de voor de Europese beroepskaart vereiste documenten, de aanpassingen in de lijst van activiteiten opgenomen in bijlage IV, de aanpassingen van de punten 5.1.1 tot 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V, het toelichten van de kennis en vaardigheden van artsen, algemeen verantwoordelijk ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, de aanpassing van de minimale opleidingsduur voor gespecialiseerde artsen en tandartsen, de opneming van nieuwe medische specialismen in punt 5.1.3 van bijlage V, de wijzigingen aan de lijst zoals uiteengezet in de punten 5.2.1, 5.3.1, 5.4.1, 5.5.1 en 5.6.1 van bijlage V, de invoeging van nieuwe tandheelkundige specialismen in punt 5.3.3 van bijlage V, en het nader bepalen van de toepassingsvoorwaarden voor zowel de gemeenschappelijke opleidingskaders als de gemeenschappelijke opleidingsproeven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/36/EG aan te vullen of te wijzigen moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de bijwerking van bijlage I, de aanpassingen in de lijst van activiteiten opgenomen in bijlage IV, het toelichten van de kennis en vaardigheden van architecten, de aanpassing van de minimale opleidingsduur voor gespecialiseerde artsen en tandartsen, de opneming van nieuwe medische specialismen in punt 5.1.3 van bijlage V, de wijzigingen aan de lijst zoals uiteengezet in de punten 5.2.1, 5.3.1, 5.4.1, 5.5.1 en 5.6.1 van bijlage V, de invoeging van nieuwe tandheelkundige specialismen in punt 5.3.3 van bijlage V, en het nader bepalen van de toepassingsvoorwaarden voor zowel de gemeenschappelijke opleidingskaders als de gemeenschappelijke opleidingsproeven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 1 – lid 3 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) Aan artikel 1 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

 

"Deze richtlijn laat de maatregelen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van gezondheidsbescherming en consumentenbescherming te waarborgen, onverlet.".

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter -j (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-j) "duale opleiding": onderricht waarbij beroepsmatige vaardigheden worden aangeleerd door middel van alternerend leren in verschillende leeromgevingen, een werkomgeving en een instelling voor beroepsonderwijs, waarbij het onderwijsniveau en de kwaliteitsmaatstaven op elkaar zijn afgestemd. Daarbij wordt onder "beroepsmatige vaardigheden" verstaan: het vermogen en de bereidheid om kennis, vaardigheiden en persoonlijke, sociale en methodologische capaciteiten in werkomstandigheden en voor professionele en persoonlijke ontwikkeling te gebruiken;

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter j

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j) "bezoldigde stage": de uitoefening van bezoldigde activiteiten onder supervisie met het oog op de toegang tot een gereglementeerd beroep op basis van een examen;

(j) "stage": de uitoefening van activiteiten onder supervisie, met het oog op de toegang tot een gereglementeerd beroep overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in een lidstaat;

Motivering

Het woord "bezoldigde" moet worden geschrapt, aangezien personen die een onbezoldigde stage lopen die een essentieel onderdeel vormt van de beroepsopleiding er geen nadeel van mogen ondervinden dat die stage onbezoldigd is. Het opnemen van de zinsnede "overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in een lidstaat" maakt duidelijk dat de voorwaarden voor toegang tot een gereglementeerd beroep door de lidstaat worden vastgesteld.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 3 – lid 1 – letter k

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k) "Europese beroepskaart": een elektronisch certificaat dat wordt afgegeven aan een beroepsbeoefenaar ten bewijze dat zijn kwalificaties met het oog op vestiging in een ontvangende lidstaat erkend zijn of dat hij aan alle noodzakelijke voorwaarden voldoet om tijdelijk en incidenteel diensten te verrichten in een ontvangende lidstaat;

(k) "Europese beroepskaart": een elektronisch certificaat dat door de bevoegde autoriteit aan een beroepsbeoefenaar op diens verzoek wordt afgegeven als bewijs voor diens kwalificaties met het oog op vestiging in een ontvangende lidstaat of het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten in een ontvangende lidstaat;

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart alle bij de artikelen 4 ter tot en met 4 sexies verleende rechten geniet na validering van de kaart door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat zoals bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel.

2. De lidstaten zien erop toe dat de houder van een Europese beroepskaart alle bij de artikelen 4 ter tot en met 4 sexies verleende rechten geniet na validering van de kaart door de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat zoals bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel.

Motivering

In geval van beroepen met implicaties voor de veiligheid van patiënten die binnen het algemene en het automatische erkenningssysteem vallen moet de ontvangende lidstaat de bevoegdheid hebben de beroepskaart te valideren.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Wanneer de houder van een kwalificatie krachtens titel II andere dan de in artikel 7, lid 4, bedoelde diensten wil verrichten, wordt de Europese beroepskaart gemaakt en gevalideerd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong in overeenstemming met de artikelen 4 ter en 4 quater.

3. Voor de houder van een kwalificatie die krachtens titel II andere dan de in artikel 7, lid 4, bedoelde diensten wil verrichten, en voor een gezondheidswerker die krachtens Richtlijn 2005/36/EG automatische erkenning geniet, wordt de Europese beroepskaart gemaakt en afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong in overeenstemming met de artikelen 4 ter en 4 quater en gevalideerd door de ontvangende lidstaat.

Motivering

Het recht om te beslissen over de erkenning van beroepskwalificaties berust bij de ontvangende lidstaat. In geval van beroepen met implicaties voor de veiligheid van patiënten die binnen het algemene en het automatische erkenningssysteem vallen moet de ontvangende lidstaat de bevoegdheid hebben de kaart te valideren.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die voor de uitgifte van de Europese beroepskaart bevoegd zijn. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De in artikel 57 ter bedoelde assistentiecentra kunnen eveneens optreden als voor de afgifte van een Europese beroepskaart bevoegde autoriteit. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de burgers en potentiële aanvragers informeren over de voordelen van een Europese beroepskaart waar deze beschikbaar is.

5. De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die voor de uitgifte van de Europese beroepskaart bevoegd zijn. Deze autoriteiten verzekeren een onpartijdige, objectieve en tijdige verwerking van de aanvragen voor een Europese beroepskaart. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de burgers en potentiële aanvragers informeren over de voordelen van een Europese beroepskaart waar deze beschikbaar is.

Motivering

Aangezien het aan de lidstaten wordt overgelaten aan de hand van bestaande structuren de voor de uitgifte van de beroepskaart bevoegde autoriteiten aan te wijzen, moet de verwijzing naar assistentiecentra worden geschrapt.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de Europese beroepskaart voor specifieke beroepen, het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn ter ondersteuning van een aanvraag voor een Europese beroepskaart en de nadere bijzonderheden voor de beoordeling van aanvragen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van elk betrokken beroep. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

6. De Europese beroepskaart wordt op verzoek beschikbaar gesteld voor beroepen die onder de werkingssfeer van de door de Commissie met inachtneming van de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure vastgestelde uitvoeringshandelingen vallen.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis. De Commissie kan bij uitvoeringshandeling en overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure besluiten tot invoering van een Europese beroepskaart, mits er met betrekking tot het desbetreffende beroep sprake is van voldoende mobiliteit of potentiële mobiliteit, belanghebbenden voldoende belang bij hebben bij invoering van een dergelijke kaart of het beroep in een voldoende aantal lidstaten gereglementeerd is.

Motivering

De onderzoeksprocedure moet toepassing vinden aangezien de uitvoeringshandeling betrekking heeft op "programma's die aanzienlijke implicaties hebben" in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening 182/2011.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 6 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 ter. Deze uitvoeringshandelingen bevatten voorts regels met betrekking tot het format van de Europese beroepskaart, de vertalingen die nodig zijn om een aanvraag voor afgifte van een Europese beroepskaart te ondersteunen en bijzonderheden met betrekking tot de beoordeling van aanvragen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van het desbetreffende beroep. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 bis – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De kosten die voor de aanvragers aan de administratieve procedures voor de afgifte van een Europese beroepskaart verbonden zijn, moeten redelijk, evenredig en in verhouding zijn met de door de lidstaten van oorsprong en de ontvangende lidstaten gemaakte kosten en mogen het aanvragen van een Europese beroepskaart niet ontmoedigen. De Commissie is overeenkomstig artikel 58 bis bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de criteria voor de berekening en de verdeling van de kosten.

7. De kosten die voor de aanvragers aan de administratieve procedures voor de afgifte van een Europese beroepskaart verbonden zijn, moeten redelijk, evenredig en in verhouding zijn met de door de lidstaten van oorsprong en de ontvangende lidstaten gemaakte kosten en mogen het aanvragen van een Europese beroepskaart niet ontmoedigen.

Motivering

De berekening en de verdeling van de kosten valt onder de bevoegdheid van de lidstaten en wordt derhalve geschrapt.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten bepalen dat de houder van een beroepskwalificatie bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong een Europese beroepskaart kan aanvragen met alle middelen, inclusief langs elektronische weg.

1. De lidstaten bepalen dat de houder van een beroepskwalificatie schriftelijk, dan wel in elektronische vorm overeenkomstig artikel 57, een Europese beroepskaart kan aanvragen.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De aanvragen worden ondersteund door de in artikel 7, lid 2, en in bijlage VII voorgeschreven documenten naargelang van het geval. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de specifieke aard van deze documenten.

2. De aanvragen worden ondersteund door de in artikel 7, lid 2, en in bijlage VII voorgeschreven documenten naargelang van het geval. Bij gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat verlangen dat de originele documenten worden overgelegd.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 ter – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere omschrijving van de technologische specificaties, de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de gegevens op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, de voorwaarden en de procedures voor de terbeschikkingstelling van de Europese beroepskaart aan de houder, met inbegrip van de mogelijkheid om het bestand te downloaden of te updaten. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere omschrijving van de technologische specificaties, de maatregelen die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en nauwkeurigheid van de gegevens op de Europese beroepskaart en in het IMI-bestand te waarborgen, de voorwaarden en de procedures voor de terbeschikkingstelling van de Europese beroepskaart aan de houder. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Het informatiesysteem interne markt is een instrument dat bedoeld is voor de communicatie tussen autoriteiten en is niet bedoeld voor derden, zoals aanvragers.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Europese beroepskaart voor het tijdelijk verrichten van diensten die niet onder artikel 7, lid 4, vallen

Europese beroepskaart voor het tijdelijk verrichten van diensten die niet onder artikel 7, lid 4, vallen en voor gezondheidswerkers die een automatische erkenning genieten krachtens Richtlijn 2005/36/EG

Motivering

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten de bevoegdheid houden om bij sectorale beroepen in de gezondheidszorg de Europese beroepskaart te valideren.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en maakt en valideert een Europese beroepskaart binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Ze stelt de aanvrager en de lidstaat waar de aanvrager diensten wil verrichten in kennis van de validering van de Europese beroepskaart. De toezending van de valideringsinformatie aan de ontvangende lidstaat geldt als de in artikel 7 bedoelde verklaring. De ontvangende lidstaat kan de volgende twee jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong verifieert de aanvraag en de bewijsstukken en geeft de Europese beroepskaart binnen een maand na ontvangst van een volledige aanvraag af. Ze zendt de Europese beroepskaart vervolgens onverwijld naar de bevoegde autoriteit van de betrokken ontvangende lidstaat en stelt de aanvrager hiervan in kennis. De betrokken ontvangende lidstaat draagt zorg voor afgifte van de verklaring als bedoeld in artikel 7. Onverminderd artikel 8, lid 1, kan de ontvangende lidstaat het volgende jaar geen aanvullende verklaring in de zin van artikel 7 eisen.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Tegen de beslissing van de lidstaat van oorsprong, of het uitblijven ervan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van twee weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

2. Tegen de beslissing van de ontvangende lidstaat, of het uitblijven ervan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van vier weken, kan overeenkomstig nationaal recht beroep worden aangetekend.

Motivering

Het recht om te beslissen over de erkenning van beroepskwalificaties berust bij de ontvangende lidstaat. Om de bevoegde autoriteiten voldoende tijd te gunnen om de documenten te verifiëren is het nodig een langere termijn vast te stellen.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Indien de houder van een Europese beroepskaart diensten in andere dan de aanvankelijk conform lid 1 in kennis gestelde lidstaten wil verrichten of diensten wil blijven verrichten na de in lid 1 bedoelde periode van twee jaar, kan hij de in lid 1 bedoelde Europese beroepskaart blijven gebruiken. In die gevallen legt de houder van de Europese beroepskaart de in artikel 7 bedoelde verklaring af.

3. Indien de houder van een Europese beroepskaart diensten in andere dan de aanvankelijk conform lid 1 in kennis gestelde lidstaten wil verrichten of diensten wil blijven verrichten na de in lid 1 bedoelde periode van twee jaar, kan hij de in lid 1 bedoelde Europese beroepskaart blijven gebruiken. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong zendt de geactualiseerde Europese beroepskaart toe aan de betrokken ontvangende lidstaten. In die gevallen legt de houder van de Europese beroepskaart de in artikel 7 bedoelde verklaring af.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quater – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Europese beroepskaart blijft gelden zolang de houder het recht behoudt om in de lidstaat van oorsprong te werken op basis van de in het IMI-bestand opgeslagen documenten en informatie.

4. De Europese beroepskaart blijft gelden zolang de houder het recht behoudt om in de lidstaat van oorsprong te werken op basis van de in het IMI-bestand opgeslagen documenten en informatie, tenzij het de houder verboden is in enige lidstaat werkzaamheden te ontplooien.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Europese beroepskaart voor vestiging en voor tijdelijke verrichting van diensten zoals bedoeld in artikel 7, lid 4

Europese beroepskaart voor vestiging en voor tijdelijke verrichting van diensten zoals bedoeld in artikel 7, lid 4 en voor de tijdelijke verrichting van diensten door gezondheidswerkers die automatische erkenning genieten krachtens titel III, hoofdstuk III

Motivering

De ontvangende lidstaten moeten kunnen beslissen over de afgifte van de Europese beroepskaarten voor vestiging, voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten in de zin van artikel 7, lid 4 (gereglementeerde beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid), en voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten door gezondheidswerkers die automatische erkenning genieten krachtens titel III, hoofdstuk III, van Richtlijn 2005/36/EG. Sectorale beroepen in de gezondheidszorg zijn de belangrijkste aanbieders van gezondheidszorg en dus van buitengewoon groot belang voor de openbare veiligheid. Misstanden in de zorg treffen niet alleen de migrerende patiënt, maar het hele stelsel van gezondheidszorg in de ontvangende lidstaat.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Na ontvangst van een volledige aanvraag voor een Europese beroepskaart, controleert en bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen twee weken de echtheid en geldigheid van de ingediende bewijsstukken, maakt zij de Europese beroepskaart, zendt zij deze kaart ter validering toe aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat en stelt zij deze autoriteit in kennis van het bijbehorende IMI-bestand. De aanvrager wordt door de lidstaat van oorsprong in kennis gesteld over de stand van de procedure.

1. Na ontvangst van een volledige aanvraag voor een Europese beroepskaart, controleert en bekrachtigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen vijf weken de echtheid en geldigheid van de ingediende bewijsstukken, maakt zij de Europese beroepskaart, zendt zij deze kaart ter validering toe aan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat en stelt zij deze autoriteit in kennis van het bijbehorende IMI-bestand. De aanvrager wordt door de lidstaat van oorsprong in kennis gesteld over de stand van de procedure.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In de in de artikelen 16, 21 en 49 bis bedoelde gevallen neemt de ontvangende lidstaat binnen één maand na ontvangst van een door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart een besluit over de validering van de Europese beroepskaart in de zin van lid 1. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van één maand.

2. In de in de artikelen 16, 21 en 49 bis bedoelde gevallen neemt de ontvangende lidstaat binnen acht weken na ontvangst van een door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart een besluit over de validering van de Europese beroepskaart in de zin van lid 1. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van acht weken.

Motivering

Het recht om te beslissen over de erkenning van beroepskwalificaties berust bij de ontvangende lidstaat. Om de bevoegde autoriteiten voldoende tijd te gunnen om de documenten te verifiëren is het nodig een langere termijn vast te stellen.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. In in artikel 7, lid 4, en artikel 14 bedoelde gevallen beslist de ontvangende lidstaat binnen twee maanden na de door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart met het oog op de validering ervan te hebben ontvangen, of de kwalificaties van de houder erkend worden of dat hem compenserende maatregelen worden opgelegd. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van twee maanden.

3. In de in artikel 7, lid 4, en artikel 14 bedoelde gevallen beslist de ontvangende lidstaat binnen twaalf weken na ontvangst van de door de lidstaat van oorsprong toegezonden Europese beroepskaart of de kwalificaties van de houder erkend worden of dat hem compenserende maatregelen worden opgelegd. In geval van gegronde twijfel kan de ontvangende lidstaat de lidstaat van oorsprong om aanvullende informatie verzoeken. Dit verzoek leidt niet tot opschorting van de termijn van twaalf weken.

Motivering

Het recht om te beslissen over de erkenning van beroepskwalificaties berust bij de ontvangende lidstaat. Om de bevoegde autoriteiten voldoende tijd te gunnen om de documenten te verifiëren is het nodig een langere termijn vast te stellen.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Wanneer de ontvangende lidstaat geen beslissing neemt binnen de in de leden 2 en 3 gestelde termijn of niet om aanvullende informatie verzoekt binnen een maand na ontvangst van de Europese beroepskaart door de lidstaat van oorsprong, wordt de Europese beroepskaart geacht te zijn gevalideerd door de ontvangende lidstaat en te gelden als de erkenning van de beroepskwalificaties voor het betrokken gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat.

5. Wanneer de ontvangende lidstaat geen beslissing neemt binnen drie maanden na ontvangst van de Europese beroepskaart door de lidstaat van oorsprong, wordt de Europese beroepskaart geacht tijdelijk te zijn gevalideerd door de ontvangende lidstaat en te gelden als de erkenning van de beroepskwalificaties voor het betrokken gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat. Een verzoek om aanvullende informatie schorst de goedkeuringstermijn van drie maanden met ten hoogste twee maanden.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 quinquies – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. De bepalingen van lid 5, eerste zin, zijn niet van toepassing op gezondheidswerkers wier werkzaamheden implicaties hebben voor de veiligheid van patiënten.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De toegang tot de gegevens in het IMI-bestand is beperkt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en de ontvangende lidstaat en de houder van de Europese beroepskaart in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (**).

2. De toegang tot de gegevens in het IMI-bestand is beperkt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong en de ontvangende lidstaat in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (**).

Motivering

Het informatiesysteem interne markt is een instrument dat bedoeld is voor de communicatie tussen autoriteiten en is niet bedoeld voor derden, zoals aanvragers.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, beroep, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, aard van de kwalificatie en beroep, nationaliteit op het moment van erkenning, huidige registratiestatus, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, beroep, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

4. De gegevens op de Europese beroepskaart beperken zich tot de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat de houder gerechtigd is om het beroep uit te oefenen waarvoor de kaart werd afgegeven, met name naam, familienaam, datum en plaats van geboorte, beroepstitel, bewijzen met betrekking tot de opleiding, bewijzen met betrekking tot beroepservaring, toepasselijk stelsel, betrokken bevoegde autoriteiten, kaartnummer, beveiligingsfuncties en een verwijzing naar een geldig bewijs van identiteit.

Motivering

Opleiding en beroepservaring zijn voor de erkenning van beroepskwalificaties beslissende factoren. Het moet daarom verplicht worden gesteld informatie met betrekking tot gevolgd onderwijs en beroepservaring over te leggen. De richtlijn heeft betrekking op de erkenning van beroepskwalificaties, en niet op beroepen op zich. Uit de Europese beroepskaart moet dus blijken dat de houder beschikt over de beroepstitel op grond waarvan hij gerechtigd is het desbetreffende beroep uit te oefenen.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De lidstaten bepalen dat werkgevers, klanten, patiënten en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun onverminderd de leden 2 en 3 door de kaarthouder wordt voorgelegd. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

7. De lidstaten bepalen dat werkgevers, klanten, patiënten en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun onverminderd de leden 2 en 3 door de kaarthouder wordt voorgelegd. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de voorwaarden voor toegang tot het IMI-bestand, de technologische middelen en de procedures voor de in de eerste alinea bedoelde controle. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

In Verordening (EU) nr. 182/2011 is bepaald dat voor de vaststelling van handelingen van algemene strekking de onderzoeksprocedure moet worden toegepast. Deze procedure waarborgt dat de Commissie geen uitvoeringshandelingen kan vaststellen als deze niet stroken met het advies van het comité. In onderhavig geval lijkt daarom de onderzoeksprocedure de meest geschikte procedure te zijn.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 sexies – lid 7 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De lidstaten bepalen dat werkgevers, klanten, patiënten en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun onverminderd de leden 2 en 3 door de kaarthouder wordt voorgelegd.

7. De ontvangende lidstaten bepalen dat werkgevers, klanten, patiënten en andere belanghebbende partijen de echtheid en de geldigheid kunnen controleren van een Europese beroepskaart die hun onverminderd de leden 2 en 3 door de kaarthouder wordt voorgelegd.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 1 – alinea 1 – letter -a (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a) de beroepsbeoefenaar is in zijn lidstaat van oorsprong volledig gekwalificeerd om het beroep uit te oefenen waarvoor in de ontvangende lidstaat gedeeltelijke toegang wordt aangevraagd;

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 4 septies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door een dwingende reden van algemeen belang, zoals de volksgezondheid, gerechtvaardigd is, de verwezenlijking van het nagestreefde doel zou waarborgen en niet verder gaat dan wat strikt noodzakelijk is.

2. De lidstaten kunnen in individuele gevallen gedeeltelijke toegang verlenen aan gezondheidswerkers wier werkzaamheden geen implicaties voor de veiligheid van patiënten hebben. Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door redenen van algemeen belang gerechtvaardigd is om de volksgezondheid en de veiligheid van patiënten te beschermen.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 7 – letter a – punt ii

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 7– lid 2 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) voor opleidingstitels als bedoeld in artikel 21, lid 1, en voor verklaringen van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 26, 27, 30, 33, 33 bis, 37, 39 en 43, een bewijs van kennis van de taal van de ontvangende lidstaat.

(f) voor beroepen met implicaties voor de veiligheid van patiënten, voor opleidingstitels als bedoeld in artikel 21, lid 1, en voor verklaringen van verworven rechten als bedoeld in de artikelen 23, 26, 27, 30, 33, 33 bis, 37, 39 en 43, een bewijs van kennis van de officiële taal of talen van het taalgebied van de ontvangende lidstaat waarin de beroepsbeoefenaar wil gaan werken.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 11 – letter c – punt ii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) een gereglementeerde opleiding of, in het geval van gereglementeerde beroepen, een beroepsopleiding met een bijzondere structuur waarbij competenties worden aangereikt die verder gaan dan wat niveau b verstrekt, die gelijkwaardig is aan het onder punt i) vermelde opleidingsniveau, indien deze opleiding tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid opleidt en op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken voorbereidt, mits het diploma vergezeld gaat van een certificaat van de lidstaat van oorsprong;

Schrappen

Motivering

Artikel 11, letter c), onder ii) van Richtlijn 2005/36/EG bevat een verwijzing naar bijlage II, waarin een lijst is opgenomen van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, zoals fysiotherapeuten en logopedisten. Artikel 11, letter c), onder ii) moet in zijn huidige vorm gehandhaafd blijven.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter d

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 11 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) Het tweede lid wordt geschrapt.

Schrappen

Motivering

De mogelijkheid tot aanpassing van de lijst van bijlage II moet gehandhaafd blijven.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter d bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"2 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanpassingen in de lijst van bijlage II, om rekening te houden met opleidingen die voldoen aan de in de eerste alinea, letter c), onder ii) genoemde eisen."

Motivering

De mogelijkheid tot aanpassing van de lijst van bijlage II moet gehandhaafd blijven.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 13 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. In geval van in de leden 1 en 2 bedoelde bekwaamheidsattesen en opleidingstitels of certificaten van een gereglementeerde opleiding of eeberoepsopleidingen met een bijzondere structuur die gelijkwaardig zijn aan het in artikel 11, onder c i), bedoelde niveau, erkent de ontvangende lidstaat het door de lidstaat van oorsprong geattesteerde of gecertificeerde opleidingsniveau.

3. In geval van in de leden 1 en 2 bedoelde bekwaamheidsattesten en opleidingstitels of certificaten van een gereglementeerde opleiding of beroepsopleidingen met een bijzondere structuur die gelijkwaardig zijn aan het in artikel 11, onder c, bedoelde niveau, erkent de ontvangende lidstaat het door de lidstaat van oorsprong geattesteerde of gecertificeerde opleidingsniveau.

Motivering

Artikel 11, letter c), onder ii) verwijst naar bijlage II van de richtlijn, waarin ook beroepen en ambachten in de gezondheidszorg zijn opgenomen. Met het oog op de mobiliteit moet ook het door de lidstaat van oorsprong geattesteerde of gecertificeerde opleidingsniveau van opleidingen met een bijzondere structuur erkend worden.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 13 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat de toegang tot en de uitoefening van het beroep weigeren aan houders van een bekwaamheidsattest wanneer de nationale kwalificatie die voor de uitoefening van het beroep op zijn grondgebied vereist is, onder de punten d) of e) van artikel 11 is ingedeeld.

4. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel kan de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat de toegang tot en de uitoefening van het beroep weigeren aan houders van een bekwaamheidsattest wanneer de nationale kwalificatie die voor de uitoefening van het beroep op zijn grondgebied vereist is, onder de punten c), d) of e) van artikel 11 is ingedeeld.

Motivering

Durch die von der Kommission vorgeschlagene Regelung wird ein Durchstieg von Niveaustufe 1 auf Niveaustufe 3 ermöglicht. Jedoch ist Niveaustufe 3 – ebenso wie die Niveaustufen 4 und 5, bei denen kein Durchstieg von Niveaustufe 1 möglich ist – eine postsekundäre Ausbildung. Daneben können die Mitgliedstaaten nach der von der Kommission vorgeschlagenen Regelung einen Durchstieg von Niveaustufe 3 auf Niveaustufe 4 versagen. Dies könnte in der Folge zu einer Mobilitätseinschränkung für die Gesundheitshandwerke wie Augenoptiker oder Hörgeräteakustiker führen, da diese Berufe in den Mitgliedstaaten unterschiedlich in Niveau 3 oder in Niveau 4 angesiedelt sind. Durch eine Aufnahme von Buchstabe c wird dieser Mobilitätsbarriere entgegen gewirkt.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 15 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 21 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) In artikel 21 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

"4 bis. Van de lidstaten wordt echter niet verwacht dat zij opleidingstitels overeenkomstig bijlage V, punt 5.6.2. erkennen in samenhang met de oprichting van nieuwe voor het publiek toegankelijke apotheken. Voor de toepassing van dit lid worden ook apotheken die minder dan drie jaar open zijn als nieuwe apotheken beschouwd."

Motivering

Aus der vielfach von der Kommission angeführten Rechtsprechung des EuGH ergibt sich keine Notwendigkeit, die sogenannte „3-Jahresklausel“ zu streichen. Der EuGH hat in seiner ständigen Rechtsprechung keine Zweifel an der Rechtmäßigkeit der Regelung geäußert, sondern vielmehr darauf hingewiesen, dass die Mitgliedstaaten befugt sind, grundlegende Entscheidungen zur Organisation ihres Apothekenwesens in eigener Verantwortung zu treffen. Die Vorschrift ist im Vergleich zu denkbaren Ersatzregelungen auch weniger einschränkend, da sie auf Eignungsprüfungen oder Zugangskriterien wie Berufserfahrung verzichtet und so den Weg in die Selbständigkeit (durch Übernahme einer bestehenden Apotheke) relativ einfach und ohne zusätzliche Hürde eröffnet.

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 15 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 21 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) In artikel 21 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"7 bis. De lidstaten mogen verlangen dat beroepsbeoefenaren die houder zijn van een opleidingstitel als bedoeld in de punten 5.1.1, 5.1.2, 5.1.4, 5.2.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4.2, 5.5.2, 5.6.2 en 5.7.1 van bijlage V uitsluitend een beroep kunnen doen op de in lid 1 bedoelde bepalingen als zij hun opleidingstitel binnen de voorgaande drie jaar hebben verworven of aan de hand van een verklaring van een bevoegde autoriteit of andere relevante organisatie kunnen aantonen dat zij de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaren die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze hebben uitgeoefend. Is aan deze voorwaarden niet voldaan, dan kunnen de lidstaten de kwalificaties van beroepsbeoefenaren beoordelen met inachtneming van titel III, hoofdstuk I, of beperkte toegang verlenen tot het beroep overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht.".

Motivering

Momenteel moeten de bevoegde autoriteiten beroepsbeoefenaren die misschien al vele jaren niet hebben gewerkt sinds het behalen van hun beroepstitel toch automatisch erkennen en toegang verlenen tot het beroep. In de richtlijn moet worden vastgelegd dat de bevoegde autoriteiten automatische erkenning mogen koppelen aan de voorwaarde dat recente en relevante beroepservaring kan worden aangetoond. Als dat niet het geval is, moet de aanvraag van de beroepsbeoefenaren beoordeeld worden volgens het algemene stelsel.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 17

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 22 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van het eerste lid, onder b), leggen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten vanaf [datum invoegen – de dag na de in artikel 3, lid 1, eerste alinea, bedoelde datum] en vervolgens om de vijf jaar, openbare verslagen voor aan de Commissie en aan de andere lidstaten over hun procedures op het vlak van permanente opleiding en vorming, bij- en nascholing met betrekking tot artsen, medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren van de tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers.

Voor de toepassing van het eerste lid, onder b), leggen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten vanaf [datum invoegen – de dag na de in artikel 3, lid 1, eerste alinea, bedoelde datum] en vervolgens om de vijf jaar, openbare verslagen voor aan de Commissie en aan de andere lidstaten over hun procedures op het vlak van permanente opleiding en vorming, bij- en nascholing met betrekking tot artsen, medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, beoefenaren van de tandheelkunde, specialisten in de tandheelkunde, dierenartsen, verloskundigen en apothekers.(c) De lidstaten moeten voorzien in programma's voor professionele ontwikkeling waarmee gezondheidswerkers hun vaardigheden voortdurend kunnen verbeteren.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 18 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 24 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De medische basisopleiding omvat in totaal ten minste vijf studiejaren of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan en bestaat uit ten minste 5500 uur theoretisch en praktisch onderwijs aan een universiteit of onder toezicht van een universiteit.

2. De medische basisopleiding omvat in totaal ten minste zes studiejaren (en kan aanvullend in het equivalente aantal ECTS-studiepunten uitgedrukt worden) en bestaat uit ten minste 5500 uur effectief theoretisch onderwijs aan een universiteit en praktisch onderwijs aan een universiteit of onder toezicht van een universiteit in een niet-universitair ziekenhuis. Minstens 5.500 uur effectief onderwijs omvat geen onderdelen als bv. zelfstudie, examens en thesisvoorbereiding.

Motivering

Een verkorting van de medische basisopleiding brengt de kwaliteit van deze opleiding ernstig in het gedrang. De overgrote meerderheid van de lidstaten heeft momenteel een medische basisopleiding van ten minste zes studiejaren. Verkorting van de studieduur naar 5 jaar zou de aanzet kunnen geven voor een neerwaartse spiraal, hetgeen absoluut ongewenst is. Theoretisch onderwijs moet aan een universiteit worden gegeven, praktisch onderwijs moet zowel mogelijk zijn in een universitair als niet-universitair ziekenhuis.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 18 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 24 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

Schrappen

(a) de adequaatheid van de kennis van de wetenschappen als bedoeld in lid 3, onder a), in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, en de nodige competenties waartoe deze kennis moet leiden;

 

(b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder b), bedoelde elementen en de nodige competenties voor deze inzichten in het licht van de wetenschappelijke vooruitgang en de ontwikkelingen in het onderwijs in de lidstaten;

 

(c) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder c), bedoelde klinische studievakken en de klinische praktijk en de nodige competenties waartoe deze kennis moet leiden in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang

 

(d) de geschiktheid van de in lid 3, onder d), bedoelde klinische evaring en de nodige competenties waartoe deze ervaring moet leiden in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de evolutie in het onderwijs in de lidstaten.

 

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen. Hoewel er voor artsen tot dusver geen minimale opleidingsvereisten zijn vastgelegd voor automatische erkenning, is een dergelijke bevoegdheidsuitbreiding van de Commissie niet gerechtvaardigd en zou verder gaan dan strikt noodzakelijk.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 19 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 25 – lid 3 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis. Een lidstaat kan in zijn nationaal recht gedeeltelijke vrijstellingen van onderdelen van een medische specialistenopleiding vastleggen, indien dat opleidingsonderdeel al met succes is doorlopen in het kader van een andere onder punt 5.1.3 in bijlage V vermelde specialistenopleiding en op voorwaarde dat de beroepsbeoefenaar de eerdere specialistentitel reeds behaald had in deze lidstaat. De lidstaten dragen er zorg voor dat de verleende vrijstelling overeenstemt met maximaal een derde van de minimumduur van de in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde medische specialistenopleidingen.

3 bis. Een lidstaat kan in zijn nationaal recht gedeeltelijke vrijstellingen van onderdelen van een medische specialistenopleiding vastleggen die in specifieke gevallen kunnen worden toegepast, indien dat opleidingsonderdeel al met succes is doorlopen in het kader van een andere onder punt 5.1.3 in bijlage V vermelde specialistenopleiding en op voorwaarde dat de beroepsbeoefenaar de eerdere specialistentitel reeds behaald had in deze lidstaat. De lidstaten dragen er zorg voor dat de verleende vrijstelling overeenstemt met maximaal een derde van de minimumduur van de in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde medische specialistenopleidingen.

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 22 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Voor de toelating tot de opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger is een algemene schoolopleiding van twaalf jaar vereist die wordt afgesloten met een door de bevoegde autoriteiten of instellingen van een lidstaat afgegeven diploma, certificaat of andere titel, of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor de scholen voor verpleegkunde.

1. Voor de toelating tot de opleiding tot verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger overeenkomstig lid 3 is een leeftijd van ten minste 16 jaar en een algemene schoolopleiding van ten minste tien jaar vereist die wordt afgesloten met een door de bevoegde autoriteiten of instellingen van een lidstaat afgegeven diploma, certificaat of andere titel, of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor de scholen voor verpleegkunde. Dit laat de mogelijkheid voor de lidstaten om op nationaal niveau een langere algemene schoolopleiding als voorwaarde te stellen voor toelating tot de opleiding onverlet.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 22 – letter d

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 31 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

Schrappen

(a) de adequaatheid van de kennis van de wetenschappen waarop de algemene ziekenverpleging is gebaseerd als bedoeld in lid 6, onder a), in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

 

(b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 6, onder a), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

 

(c) de adequaatheid van de kennis van de in lid 6, onder b), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

 

(d) de geschiktheid van de in lid 6, onder c), bedoelde klinische ervaring en de nodige competenties die uit deze klinische evaring voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs.

 

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen.

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 23 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 33 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) Lid 2 wordt geschrapt;

Motivering

Alle ziekenverplegers in Polen beschikken, ongeacht de scholing die zij in het huidige of een eerder onderwijsstelsel ontvangen hebben, over dezelfde vaardigheden. Ziekenverplegers zijn wettelijk verplicht om hun kennis en vaardigheden continu te verbeteren. Dat betekent dat de beroepskwalificaties die Poolse ziekenverplegers vóór de toetreding van het land tot de EU verworven hebben op basis van het beginsel van verworven rechten overeenkomstig artikel 23 van de richtlijn erkend moeten worden. Dat betekent dus dat artikel 33, lid 2, moet worden geschrapt.

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 23 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 33 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verpleegkunde die in Polen zijn afgegeven aan verpleegkundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 31 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma "bachelor" dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004, nr. 92, pos. 885), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 12 April 2010 tot wijziging van de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 21 april 2010, nr. 65, pos. 420), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verpleegkundigen met titels die, in het geval van Polen, zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.2.2.

3. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verpleegkunde die in Polen zijn afgegeven aan verpleegkundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid, en die niet overeenstemmen met de in artikel 31 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma "bachelor" dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004 nr. 92, pos. 885), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen - matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 13 mei 2004 nr. 110, pos. 1170, met verdere wijzigingen), vervangen door artikel 55.2 van de wet van 15 juli 2011 inzake de beroepen van verpleegkundige en verloskundige (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 23 augustus 2011 nr. 174, pos. 1039), en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 14 juni 2012 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van hoger onderwijs aan verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen - matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school voor secundair onderwijs of een instelling voor postsecundair onderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 6 juli 2012, pos. 770), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verpleegkundigen met titels die, in het geval van Polen, zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.2.2.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 24 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 34 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De basisopleiding tandheelkunde omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan op voltijdbasis aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

De basisopleiding tandheelkunde duurt in totaal ten minste vijf jaar en omvat ten minste 5000 uur theoretisch en praktisch onderwijs op voltijdbasis, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, waarbij een academisch jaar overeenkomt met 60 studiepunten, aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.3.1, opgenomen studieprogramma.

Motivering

Om een hoog niveau van de basisopleiding tandheelkunde te waarborgen, moet de vermelding van het aantal studiejaren aangevuld worden met een minimumaantal onderwijsuren. Op deze manier kan onregelmatig onderwijs of onderwijs in het weekend worden uitgesloten. De toekenning van ECTS-punten loopt binnen Europa sterk uiteen. De vermelding van ECTS-punten mag derhalve niet in de plaats komen van de andere criteria. ECTS-punten mogen derhalve uitsluitend ter aanvulling vermeld worden.

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 24 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 34 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

Schrappen

(a) de adequaatheid van de kennis van de tandheelkunde en de mate van bekendheid met wetenschappelijke methoden, als bedoeld in lid 3, onder a), en de nodige competenties die uit dergelijke kennis en inzichten voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

 

(b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder b), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en de recente ontwikkelingen in het onderwijs;

 

(c) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder c), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(d) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder d) bedoelde klinische studievakken en methoden, en de nodige competenties die daaruit voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(e) de geschiktheid van de in lid 3, onder e), bedoelde klinische ervaring in het licht van de recente ontwikkelingen in het onderwijs.

 

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen.

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 26 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 38 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De diergeneeskundige opleiding omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan op voltijdbasis aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.4.1, opgenomen studieprogramma.

De diergeneeskundige opleiding omvat in totaal ten minste vijf jaar theoretisch en praktisch onderwijs op voltijdbasis, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, aan een universiteit, aan een instelling voor hoger onderwijs van een als gelijkwaardig erkend niveau of onder toezicht van een universiteit en omvat ten minste het in bijlage V, punt 5.4.1, opgenomen studieprogramma.

Motivering

De toekenning van ECTS-punten loopt binnen Europa sterk uiteen. De vermelding van ECTS-punten mag derhalve niet in de plaats komen van de andere criteria. ECTS-punten mogen derhalve uitsluitend ter aanvulling vermeld worden.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 26 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 38 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

Schrappen

(a) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder a), bedoelde wetenschappen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(b) de adequaatheid van de kennis van de structuur en de functies van gezonde dieren als bedoeld in lid 3, onder b), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(c) de adequaatheid van de kennis van het gedrag, de bescherming en de ziekten van dieren, als bedoeld in lid 3, onder c) en d), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(d) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder e), bedoelde preventieve geneeskunde en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(e) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder f), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(f) de adequaatheid van de in lid 3, onder h), bedoelde klinische en praktische ervaring en de nodige competenties die hieruit voortvloeien in het licht van de recente ontwikkelingen in het onderwijs.

 

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen.

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 26 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 38 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 38 bis

 

Diergeneeskundige specialisaties

 

De Commissie toetst binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn of naast medische en tandheelkundige specialisaties ook diergeneeskundige specialisaties, mits deze in ten minste een derde van de lidstaten bestaan, binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2005/36/EG moeten vallen, en dient in voorkomend geval daartoe een wetgevingsvoorstel in."

Motivering

Ook op het gebied van diergeneeskunde worden in Europa steeds meer specialismen erkend. Deze specialismen moeten in de toekomst eveneens automatische erkenning genieten.

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 27 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 40 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) voor mogelijkheid I, het doorlopen van ten minste 12 jaar algemene schoolopleiding of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor scholen voor verloskundigen;

(a) voor mogelijkheid I, het doorlopen van ten minste 10 jaar algemene schoolopleiding tot ten minste het zestiende levensjaar of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor scholen voor verloskundigen;

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 27 – letter c

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 40 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

Schrappen

(a) de adequaatheid van de kennis van de wetenschappen waarop de werkzaamheden van de verloskundige berusten zoals bedoeld in lid 3, onder a), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder c), bedoelde elementen, en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(c) de adequaatheid van de klinische ervaring als bedoeld in lid 3, onder d), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de recente hervormingen in het onderwijs en de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(d) de adequaatheid van de inzichten in de opleiding van gezondheidswerkers en samenwerkingservaring met deze, zoals bedoeld in lid 3, onder e), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de recente hervormingen in het onderwijs en de wetenschappelijke en technologische vooruitgang.

 

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen.

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 28

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 41 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) hetzij op basis van het bezit van een diploma, certificaat of andere titel, dat/die toegang verleent tot universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs, hetzij, bij ontstentenis daarvan, het bewijs van een opleiding die een gelijkwaardig niveau van kennis garandeert; of

Motivering

De in Richtlijn 2005/36/EG neergelegde regeling is in de praktijk nuttig gebleken en dient dan ook te worden gehandhaafd.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 28

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 41 – lid 1 – letter a ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a ter) gevolgd door een praktijkervaring van twee jaar waarvoor overeenkomstig lid 2 een bewijs is afgegeven;

Motivering

De in Richtlijn 2005/36/EG neergelegde regeling is in de praktijk nuttig gebleken en dient dan ook te worden gehandhaafd.

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 44 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De opleidingstitel van apotheker vormt de afsluiting van een opleiding van ten minste vijf jaar of het in ECTS-studiepunten uitgedrukte equivalent hiervan, waarvan ten minste:

2. De opleidingstitel van apotheker vormt de afsluiting van een opleiding van ten minste vijf jaar, eventueel aanvullend uitgedrukt in het equivalente aantal ECTS-studiepunten, waarvan ten minste:

Motivering

De toekenning van ECTS-punten loopt binnen Europa sterk uiteen. De vermelding van ECTS-punten mag derhalve niet in de plaats komen van de andere criteria. ECTS-punten mogen derhalve uitsluitend ter aanvulling vermeld worden.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 – letter a

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 44 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

(b) tijdens of na de theoretische en praktische opleiding een stage van zes maanden in een voor het publiek toegankelijke apotheek of in een ziekenhuis onder toezicht van de farmaceutische dienst van dat ziekenhuis.

Motivering

De lidstaten en universiteiten moeten de mogelijkheid behouden het tijdstip waarop stage wordt gelopen vrij te kiezen. Met name in de Scandinavische landen wordt veelal stage gelopen tijdens de studie.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 – letter b

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 44 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot precisering van:

Schrappen

(a) de adequaatheid van de kennis van geneesmiddelen en de voor de vervaardiging van geneesmiddelen gebruikte substanties zoals bedoeld in lid 3, onder a), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(b) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder b), bedoelde elementen en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(c) de adequaatheid van de kennis van de in lid 3, onder c), bedoelde elementen, en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang;

 

(d) de adequaatheid van de kennis om wetenschappelijke gegevens te beoordelen, zoals bedoeld in lid 3, onder d), en de nodige competenties die uit deze kennis voortvloeien in het licht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang.

 

Motivering

Overeenkomstig artikel 166 VWEU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de inhoud van beroepsopleidingen.

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 45 – lid 2 – letter e bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis) In lid 2 van artikel 45 wordt het volgende punt e bis) toegevoegd:

 

(e bis) de aanschaf, vervaardiging, controle, opslag en uitgifte van veilige en kwalitatief goede geneesmiddelen in voor het publiek toegankelijke apotheken;

Motivering

Het werkterrein van apothekers is geëvolueerd en moet daarom aangepast worden. Het behoort tegenwoordig ook tot de dagelijkse opgaven van een apotheker om geneesmiddelen die niet op voorraad zijn snel te bestellen en aan patiënten te verstrekken. Het is daarbij belangrijk dat de apotheker de veiligheid en echtheid van de geneesmiddelen die hij aan patiënten verstrekt controleert.

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 ter (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 45 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 ter) In lid 2 van artikel 45 wordt het volgende punt f bis) toegevoegd:

 

"(f bis) medicatiebeheer en voorlichting en advies over geneesmiddelen en algemene gezondheidsvoorlichting;"

Motivering

Het werkterrein van apothekers is geëvolueerd en moet daarom aangepast worden. Tijdens een behandeling met medicijnen is het altijd van belang dat patiënten er een zekere leefwijze op nahouden om ervoor te zorgen dat de medicijnen het gewenste effect hebben. De apotheker speelt bij de informatievoorziening aan patiënten hierover een belangrijke rol.

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 30 quater (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 45 – lid 2 – letter f ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 quater) In lid 2 van artikel 45 wordt het volgende punt f ter) toegevoegd:

 

"(f ter) het verstrekken van bijstand en advies aan patiënten over het gebruik van niet-receptplichtige geneesmiddelen en zelfmedicatie;"

Motivering

Het werkterrein van apothekers is geëvolueerd en moet daarom aangepast worden. Bij niet-ernstige ziekten, zoals verkoudheid, is de apotheker veelal het eerste aanspreekpunt en deze moet de patiënten dan ook uitgebreid kunnen voorlichten.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 31 bis (nieuw)

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 45 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis) In lid 2 van artikel 45 wordt het volgende punt h bis) toegevoegd:

 

"(h bis) het bijdragen aan volksgezondheids- en voorlichtingscampagnes."

Motivering

Door middel van bevolkingsvoorlichting kan een bijdrage geleverd worden aan de aanpak van bepaalde ziekten, zoals kanker, of verschijnselen zoals de resistentie tegen antibiotica. Voorlichting over gezond leven of antibioticagebruik kan bijdragen aan de verbetering van de volksgezondheid.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties verenigt de in de onderwijs- en opleidingstelsels van ten minste een derde van alle lidstaten vastgestelde kennis, vaardigheden en competenties;

(c) het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties verenigt de in de onderwijs- en opleidingstelsels van ten minste een derde van alle lidstaten vastgestelde kennis, vaardigheden en competenties; indien in een lidstaat met betrekking tot het desbetreffende beroep reeds een duale opleiding als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder m) bestaat, dient het gemeenschappelijk opleidingskader te voorzien in een duale leerweg, waarbij de bestaande normen worden geëerbiedigd;

Motivering

Duaal beroepsonderwijs levert een essentiële bijdrage aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid, omdat deze vorm van onderwijs specifiek is afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt en jongeren in staat stelt in een vroeg stadium in de arbeidsmarkt te integreren. Gemeenschappelijke opleidingskaders moeten daarom, daar waar dat passend is en er in ten minste één lidstaat reeds een duaal stelsel bestaat, volgens dit duale concept worden opgezet.

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) het betrokken beroep valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en is evenmin al gereglementeerd in titel III, hoofdstuk III;

(e) het betrokken beroep valt onder geen ander gemeenschappelijk opleidingskader en is evenmin al gereglementeerd in titel III, hoofdstuk II of III;

Motivering

Het gemeenschappelijk opleidingskader moet in beginsel als positief worden beschouwd, aangezien daardoor meer beroepen in de gezondheidszorg onder het regime van de automatische erkenning kunnen gaan vallen. Beroepen die al gereglementeerd zijn in hoofdstuk II moeten echter niet onder het gemeenschappelijk opleidingskader vallen.

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Het gestelde in lid 1 is niet van toepassing op artsen, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, tandartsen, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten, wier opleidingstitels automatisch erkend worden op basis van de coördinatie van minimumopleidingseisen.

Motivering

De richtlijn moet naast het stelsel van automatische erkenning en het algemene stelsel van erkenning niet nog een derde stelsel van erkenning invoeren. Een derde stelsel zou tot verwarring leiden bij beroepsbeoefenaren en de bevoegde autoriteiten. Er moet uitdrukkelijk worden vermeld dat gemeenschappelijke opleidingskaders niet van toepassing zijn op sectorale beroepen.

Amendement 77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties evenals de kwalificaties voor het gemeenschappelijk opleidingskader nader te bepalen.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties evenals de kwalificaties voor het gemeenschappelijk opleidingskader nader te bepalen. Deze zijn echter niet gedetailleerder dan de minimumopleidingseisen van titel III, hoofdstuk III.

Motivering

Beroepsopleidingen vallen onder de bevoegdheid van de lidstaten. Het gemeenschappelijk geheel van kennis, vaardigheden en competenties en beroepskwalificaties mag daarom niet verder strekken dan de minimumopleidingseisen.

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten krachtens dit artikel moet plaatsvinden via het Informatiesysteem interne markt (IMI).

Amendement 79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 bis – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten kunnen om een afwijking van de toepassing van het in lid 3 bedoelde gemeenschappelijk opleidingskader op hun grondgebied verzoeken indien zij anders genoodzaakt zouden zijn een nieuw gereglementeerd beroep op hun grondgebied in te voeren, de bestaande nationale grondbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en de voorwaarden voor toegang tot deze beroepen te wijzigen, of indien de lidstaat zijn nationaal kwalificatiesysteem niet wil relateren aan de in het gemeenschappelijk opleidingskader vastgelegde kwalificaties. De Commissie kan een uitvoeringsbesluit vaststellen om de betrokken lidstaten deze ontheffing toe te staan.

5. De lidstaten kunnen binnen 6 maanden na inwerkingtreding van de gedelegeerde handeling overeenkomstig lid 3 de Commissie meedelen dat zij het in lid 3 bedoelde gemeenschappelijk opleidingskader op hun grondgebied niet wensen toe te passen. Dat kunnen zij doen indien zij anders genoodzaakt zouden zijn een nieuw gereglementeerd beroep op hun grondgebied in te voeren, de bestaande nationale grondbeginselen betreffende de regeling van beroepen met betrekking tot de opleiding en de voorwaarden voor toegang tot deze beroepen te wijzigen, of indien de lidstaat zijn nationaal kwalificatiesysteem niet wil relateren aan de in het gemeenschappelijk opleidingskader vastgelegde kwalificaties.

Motivering

De lidstaten moeten kunnen beslissen of zij al dan niet aan het gemeenschappelijk opleidingskader wensen deel te nemen.

Amendement 80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 35

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 49 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gemeenschappelijke opleidingsproeven

Schrappen

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een gemeenschappelijke opleidingsproef verstaan een proeve van bekwaamheid die tot doel heeft te beoordelen of een beroepsbeoefenaar de bekwaamheid bezit om een beroep uit te oefenen in alle lidstaten waar dit beroep gereglementeerd is. Een met succes afgelegde gemeenschappelijke opleidingsproef geeft recht op toegang tot en uitoefening van de betreffende beroepsactiviteiten in een lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de houders van in die lidstaat verworven beroepskwalificaties.

 

2. De gemeenschappelijke opleidingsproef voldoet aan de volgende voorwaarden:

 

(a) de gemeenschappelijke opleidingsproef laat een grotere mobiliteit van beroepsbeoefenaren tussen de lidstaten toe dan het algemeen stelsel voor de erkenning van opleidingstitels als voorzien in titel III, hoofdstuk I;

 

(b) het betrokken beroep is gereglementeerd in ten minste een derde van de lidstaten;

 

(c) de gemeenschappelijke opleidingsproef is vastgesteld na een transparante procedure, met betrokkenheid van de belanghebbenden uit lidstaten waar het beroep niet is gereglementeerd;

 

(d) de gemeenschappelijke opleidingsproef biedt onderdanen van alle lidstaten de mogelijkheid om aan dergelijke proeven deel te nemen en dergelijke proeven te organiseren, zonder dat zij lid hoeven te zijn van een beroepsorganisatie of bij een dergelijke organisatie geregistreerd hoeven te zijn.

 

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de voorwaarden voor deze gemeenschappelijke opleidingsproef.

 

Motivering

De gemeenschappelijke opleidingsproef grijpt in in de bevoegdheden van de lidstaten en is daarom onwenselijk.

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zien erop toe dat alle controles van talenkennis worden uitgevoerd door een bevoegde autoriteit nadat de in artikel 4 quinquies, artikel 7, lid 4, en artikel 51, lid 3, bedoelde besluiten zijn genomen en indien er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamhedeen die hij wil uitoefenen.

De lidstaten zien erop toe dat alle controles van talenkennis worden uitgevoerd door een bevoegde autoriteit nadat de in artikel 4 quinquies, artikel 7, lid 4, en artikel 51, lid 3, bedoelde besluiten zijn genomen en indien er ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen. Het feit dat de bevoegde autoriteit de talenkennis heeft gecontroleerd staat niet in de weg aan eventuele aanvullende controles door de werkgever.

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In geval van beroepen met implicaties voor de veiligheid van de patiënt kunnen de lidstaten aan de bevoegde autoriteiten het recht overdragen om de talenkennis van alle betrokken beroepsbeoefenaren te controleren indien daar uitdrukkelijk om wordt verzocht door het nationale gezondheidszorgsysteem, of in het geval van zelfstandige beroepsbeoefenaren die hier niet bij aangesloten zijn, door de representatieve nationale patiëntenorganisaties.

Bij beroepen met implicaties voor de patiënt, o.a. veiligheid van de patiënt, behandeling van, dienstverlening en informatieverstrekking aan de patiënt, moet de talenkennis die noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep (namelijk de officiële ta(a)l(en) van het taalgebied waarin de beroepsbeoefenaar aan de slag wil gaan, volgens de institutionele organisatie van de ontvangende lidstaat) van alle betrokken beroepsbeoefenaren door de bevoegde autoriteiten worden getoetst of gecontroleerd.

 

De talenkennis moet los van de erkenning van de beroepskwalificaties worden getoetst alvorens toegang tot een beroep wordt verleend. Daarbij geldt niveau C1 van het Europees Referentiekader Talen als minimumnorm.

Amendement  83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 38

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 53 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke controle van talenkennis beperkt zich tot de kennis van één officiële taal van de lidstaat naar keuze van de betrokkene, is evenredig met de uit te oefenen activiteit en is gratis voor de beroepsbeoefenaar. De betrokkene kan tegen deze taalcontrole beroep aantekenen bij de nationale rechtbanken.

Bij de controle van de kennis van de officiële ta(a)l(en) van het taalgebied waarin de beroepsbeoefenaar aan de slag wil gaan, geldt niveau C1 van het Europees Referentiekader Talen als minimumnorm. De kosten die voor de aanvrager aan de verificatie van talenkennis verbonden zijn, moeten redelijk en evenredig zijn en moeten even hoog liggen als de kosten voor binnenlandse beroepsbeoefenaren of beroepsbeoefenaren van buiten de EU. De betrokkene kan tegen deze taalcontrole beroep aantekenen bij de nationale rechtbanken.

Amendement  84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 39

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 55 bis – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Erkenning van bezoldigde stages

Erkenning van stages onder verplicht toezicht

Motivering

"Bezoldigde" moet geschrapt worden.

Amendement  85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat delen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en aan de Commissie de identiteit van een beroepsbeoefenaar mee die van een nationale overheid of rechtbank verbod, ook tijdelijk, gekregen heeft tot het uitoefenen van volgende beroepsactiviteiten op het grondgebied van deze lidstaat:

1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat delen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en aan de Commissie de identiteit van een beroepsbeoefenaar mee die van een nationale overheid of rechtbank een verbod of een beperking, al dan niet tijdelijk, opgelegd gekregen heeft ten aanzien van het uitoefenen van volgende beroepsactiviteiten op het grondgebied van deze lidstaat:

Amendement 86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) algemeen geneesheer, houder van een in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitel;

(a) arts, houder van een in bijlage V, punten 5.1.1, 5.1.3 en 5.1.4, bedoelde opleidingstitel;

Motivering

Met het oog op de veiligheid van patiënten is het onwenselijk kunstmatig onderscheid te maken tussen beroepen in de gezondheidszorg die automatische erkenning genieten en beroepen die afzonderlijk erkend moeten worden.

Amendement 87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) medisch specialist, houder van een in bijlage V, punt 5.1.3, bedoelde opleidingstitel;

Schrappen

Motivering

Met het oog op de veiligheid van patiënten is het onwenselijk kunstmatig onderscheid te maken tussen beroepen in de gezondheidszorg die automatische erkenning genieten en beroepen die afzonderlijk erkend moeten worden.

Amendement 88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) sectorale beroepen die krachtens artikel 10 kunnen worden erkend;

Motivering

Met het oog op de veiligheid van patiënten is het onwenselijk kunstmatig onderscheid te maken tussen beroepen in de gezondheidszorg die automatische erkenning genieten en beroepen die afzonderlijk erkend moeten worden.

Amendement 89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter j bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(j bis) beroepsbeoefenaren op wie richtlijn 2006/123/EG niet van toepassing is en wier beroep invloed heeft op de volksgezondheid en openbare veiligheid.

Motivering

Met het oog op de veiligheid van patiënten is het onwenselijk kunstmatig onderscheid te maken tussen beroepen in de gezondheidszorg die automatische erkenning genieten en beroepen die afzonderlijk erkend moeten worden.

Amendement  90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 1 – letter j ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(j ter) beroepsbeoefenaren op wie het algemene stelsel van erkenning overeenkomstig titel III, hoofdstukken I en II van toepassing is en wier beroep implicaties heeft voor de veiligheid van patiënten.

Amendement  91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt binnen drie dagen na het nemen van de beslissing die de betrokken beroepsbeoefenaar beroepsverbod oplegt, toegezonden.

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt binnen drie dagen na het nemen van de beslissing die de betrokken beroepsbeoefenaar een beroepsverbod oplegt, toegezonden via het Informatiesysteem interne markt (IMI).

Amendement 92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer sprake is van gevallen waarop Richtlijn 2006/123/EG niet van toepassing is en een in een lidstaat gevestigde beroepsbeoefenaar binnen het kader van deze richtlijn een beroepsactiviteit uitoefent op grond van een andere beroepstitel dan deze bedoeld in lid 1, stelt een lidstaat zodra deze daadwerkelijk kennis heeft gekregen van gedragingen, specifieke handelingen of omstandigheden die met dergelijke activiteiten verband houden en ernstige schade kunnen berokkenen aan de gezondheid of de veiligheid van mens of milieu in een andere lidstaat, onverwijld de andere betrokken lidstaten en de Commissie daarvan in kennis. Deze informatie gaat niet verder dan hetgeen strikt noodzakelijk is om de betrokken beroepsbeoefenaar te identificeren en omvat een verwijzing naar de beslissing van de bevoegde autoriteit tot het opleggen van een beroepsverbod. De andere lidstaten kunnen om aanvullende informatie verzoeken onder de in artikel 8 en artikel 56 vermelde voorwaarden.

Schrappen

Motivering

Met het oog op de veiligheid van patiënten is het onwenselijk kunstmatig onderscheid te maken tussen beroepen in de gezondheidszorg die automatische erkenning genieten en beroepen die afzonderlijk erkend moeten worden.

Amendement 93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Indien een aanvrager onjuiste informatie of valse opleidingstitels overlegt, stelt de bevoegde autoriteit de autoriteiten van alle andere lidstaten hiervan in kennis.

Motivering

Met het waarschuwingsmechanisme moet ook voorkomen worden dat schade ontstaat doordat iemand een vals diploma overlegt of een valse identiteit aanneemt.

Amendement  94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. Indien de bevoegde autoriteit van een ontvangende lidstaat redenen heeft om aan te nemen dat een aanvrager zijn titel heeft behaald zonder het normale studieprogramma daarvoor te hebben doorlopen, kan de ontvangende lidstaat verlangen dat compenserende maatregelen worden getroffen.

Amendement  95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 2 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) Indien een aanvrager onjuiste informatie overlegt, waaronder valse bewijsstukken met betrekking tot scholing en opleiding, stellen de lidstaten de andere lidstaten als bedoeld in de leden 1 en 2 daarvan onverwijld in kennis.

Motivering

Het waarschuwingsmechanisme dient ook betrekking te hebben op het verstrekken van onjuiste informatie door beroepsbeoefenaren.

Amendement  96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 42

Richtlijn 2005/36/EG

Artikel 56 bis – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie stelt uitvoeringsbesluiten vast voor de toepassing van het waarschuwingsmechanisme. Het uitvoeringsbesluit omvat bepalingen aangaande de voor het verzenden en/of ontvangen van waarschuwingen bevoegde autoriteiten, de aanvullende informatie bij waarschuwingen, het beëindigen of intrekken van waarschuwingen, de rechten op toegang tot de gegevens, het corrigeren van informatie in een waarschuwing en maatregelen om de gegevensbeveiliging en de bewaartermijnen te verzekeren. Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde raadplegingsprocedure.

5. De Commissie stelt uitvoeringsbesluiten vast voor de toepassing van het waarschuwingsmechanisme. Het uitvoeringsbesluit omvat bepalingen aangaande de voor het verzenden en/of ontvangen van waarschuwingen bevoegde autoriteiten, de aanvullende informatie bij waarschuwingen, het beëindigen of intrekken van waarschuwingen, de rechten op toegang tot de gegevens, het corrigeren van informatie in een waarschuwing en maatregelen om de gegevensbeveiliging en de bewaartermijnen te verzekeren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58 bedoelde onderzoeksprocedure.

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en van Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2011)0883 – C7-0512/2011 – 2011/0435(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

19.1.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

2.2.2012

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Anja Weisgerber

15.2.2012

Behandeling in de commissie

30.5.2012

20.9.2012

5.11.2012

 

Datum goedkeuring

6.11.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

58

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Martina Anderson, Elena Oana Antonescu, Kriton Arsenis, Sophie Auconie, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Sergio Berlato, Lajos Bokros, Nessa Childers, Yves Cochet, Chris Davies, Anne Delvaux, Edite Estrela, Jill Evans, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Karin Kadenbach, Christa Klaß, Eija-Riitta Korhola, Holger Krahmer, Jo Leinen, Peter Liese, Zofija Mazej Kukovič, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Antonyia Parvanova, Andres Perello Rodriguez, Mario Pirillo, Pavel Poc, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Dagmar Roth-Behrendt, Kārlis Šadurskis, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Salvatore Tatarella, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Marina Yannakoudakis

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Frieda Brepoels, Nikos Chrysogelos, Christofer Fjellner, Julie Girling, Jutta Haug, Riikka Manner, Britta Reimers, Alda Sousa, Marita Ulvskog, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Andrea Zanoni

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en van Verordening [...] betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2011)0883 – C7-0512/2011 – 2011/0435(COD)

Datum indiening bij EP

19.12.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

19.1.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

EMPL

19.1.2012

ENVI

2.2.2012

CULT

19.1.2012

 

Geen advies

       Datum besluit

CULT

23.1.2012

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Bernadette Vergnaud

30.11.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

9.1.2012

28.2.2012

25.4.2012

18.9.2012

 

10.10.2012

6.11.2012

29.11.2012

10.1.2013

Datum goedkeuring

23.1.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Preslav Borissov, Cristian Silviu Buşoi, Jorgo Chatzimarkakis, Sergio Gaetano Cofferati, Birgit Collin-Langen, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Cornelis de Jong, Christian Engström, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Philippe Juvin, Toine Manders, Sirpa Pietikäinen, Phil Prendergast, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Andreas Schwab, Catherine Stihler, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Raffaele Baldassarre, Ashley Fox, Anna Hedh, Constance Le Grip, Morten Løkkegaard, Emma McClarkin, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Kyriacos Triantaphyllides, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Zigmantas Balčytis, Elisa Ferreira, Claudio Morganti, Angelika Niebler, Hermann Winkler, Patricia van der Kammen

Datum indiening

13.2.2013