Verslag - A7-0144/2013Verslag
A7-0144/2013

VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen

25.4.2013 - (COM(2012)0332 – C7‑0158/2012 – 2012/0162(COD)) - ***I

Commissie visserij
Rapporteur: Raül Romeva i Rueda
PR_COD_1amCom


Procedure : 2012/0162(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0144/2013
Ingediende teksten :
A7-0144/2013
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen

(COM(2012)0332 – C7‑015/2012 – 2012/0162(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2012)0332),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0158/2012),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 maart 2012[1]

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij (A7-0144/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen passende raadplegingen houdt, onder meer op expertniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(4) Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, om over objectieve, degelijke, volledige en actuele informatie te beschikken. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 19

Verordening (EG) nr. 1005/2008

Artikel 54 bis (nieuw) – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in artikel 6, lid 3, artikel 9, lid 1, artikel 12, leden 5 en 6, artikel 16, leden 1 en 4, en artikel 17, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie toegekend.

2. De in artikel 6, lid 3, artikel 9, lid 1, artikel 12, leden 5 en 6, artikel 16, leden 1 en 4, artikel 17, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van drie jaar met ingang van ...*. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van drie jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

 

______________

 

* PB: gelieve de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen.

Motivering

Het lijkt beter om de delegatie te beperken in de tijd en de Commissie te verplichten verslag over de uitoefening ervan uit te brengen, met het oog op een periodieke evaluatie van de delegatie en een periodiek onderzoek van de doeleinden waarvoor zij wordt gebruikt.

  • [1]  PB C 181 van 21.6.2012, blz. 183.

TOELICHTING

De algemene context

Het illegaal vangen van vis kan een economisch aantrekkelijke activiteit lijken. Door geen aandacht te schenken aan ecologische, sociale en andere normen kunnen vissers hun waar doorgaans aan een lagere prijs verkopen. Groot- en detailhandelaars betalen bijgevolg minder voor hun vis, al weten ze wellicht niet altijd dat hij illegaal gevangen werd.

Het bovenstaande verklaart waarom de IOO-verordening op opvallend weinig enthousiasme kan rekenen. In theorie is het gemakkelijk om tegen illegale visvangst te zijn, in de praktijk niet. Als het protest tegen illegale visvangst leidt tot een onregelmatige visaanvoer naar de EU-markt, tot lagere winsten of tot een verstoord handelsverkeer met "belangrijke" partners van de EU, dan blijkt de bestrijding van illegale visvangst een lastige zaak. Dat is, althans, hoe de EU de realiteit van Verordening 1005/2008 heeft ervaren.

Toen de Commissie in 2007 haar eerste voorstel formuleerde, kwam er meteen hevige tegenwind uit verschillende hoeken. Veel lidstaten klaagden dat de verordening het "handelsverkeer zou beïnvloeden" of dat de tenuitvoerlegging te duur en te moeilijk zou zijn. Heel wat landen wilden niet dat EU-vaartuigen onder het toepassingsgebied van de IOO-verordening zouden vallen. Volgens hen bezondigden alleen niet-Europese schepen zich aan illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij. Merkwaardig genoeg kwam de felste tegenstand tegen het voorstel van de landen in het noorden, wier markten in hoge mate afhankelijk zijn van handel en die in het algemeen dus meer baat lijken te hebben bij controles en sancties. Spanje schaarde zich vrijwel onmiddellijk achter de voornaamste beginselen van het voorstel.

Verschillende DG's in de Commissie spraken zich in dezelfde zin als de tegenstanders uit.

Het kwam erop neer dat woordelijk protesteren tegen IOO-visserij "toe te juichen" viel, maar dat maatregelen uit den boze waren.

Intussen zijn we jaren verder en is de verordening in werking getreden. Tot dusver heeft de Commissie acht landen[1] geïdentificeerd die volgens haar mogelijk moeten worden gezien als derde landen die niet meewerken aan de bestrijding van IOO-visserij. Zij heeft deze landen een kennisgeving toegezonden. Na zes maanden kan er een formele vaststelling komen, die zou uitmonden in handels- en andere sancties (artikel 38).

Die ontwikkeling valt toe te juichen, maar vormt hooguit een eerste stap.

De landen in kwestie zijn relatief kleine actoren in de wereld van de IOO-visserij. Heel wat aanzienlijk grotere landen zijn ook betrokken bij IOO-visserij, als vlaggenstaat, als kuststaat, als verwerkende staat of op nog andere manieren. Mogelijke problemen doen zich onder meer voor in Zuid-Korea, Rusland, Indonesië, de Filippijnen, Thailand, Papoea-Nieuw-Guinea en zelfs China. Dergelijke landen identificeren kan pas als er een solide grond voor bestaat - de vaststelling moet juridisch waterdicht zijn, wat tijd en middelen vergt -, maar de Commissie mag er hoe dan ook niet voor terugschrikken. Zij moet ervoor zorgen dat zij voldoende financiële en personele middelen vrijmaakt om een onderzoek in te stellen naar andere landen, en om deze in voorkomend geval snel en doeltreffend te identificeren.

De krachten en de argumenten die naar voren kwamen tijdens het aannemingsproces van de verordening blijven evenwel hun stempel drukken, wat de voortgang van de strijd tegen IOO-visserij belemmert.

De Commissie deed er buitengewoon lang over om de bovengenoemde acht landen een kennisgeving te sturen. Dit lijkt aan te geven dat er weinig animo bestaat voor een volledige, alomvattende toepassing van de verordening. Zo komen er op de EU-lijst van IOO-vaartuigen nog steeds geen vaartuigen voor die niet op de lijsten van de regionale organisaties voor visserijbeheer staan. Het is moeilijk te geloven dat er geen enkel vaartuig is, noch met EU-vlag, noch met buitenlandse vlag, dat op grond van de informatie van de Commissie een plek op de EU-lijst verdient.

Opvallend: toen de Commissie haar ontwerplijst van landen naar de lidstaten stuurde, sprongen bepaalde lidstaten aanvankelijk in de bres voor hun "partnerlanden". Uiteindelijk was alleen het Verenigd Koninkrijk zo verbolgen over de opneming van Belize en Sri Lanka op de lijst dat het zich onthield in de stemming in het comité van beheer.

De vrijhandelsagenda van de Commissie en van veel lidstaten lijkt politiek gezien nog steeds meer door te wegen dan de noodzaak om een einde te maken aan wat een voormalig lid van de Commissie ooit "de plaag van de oceanen" noemde. Precies dit element heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat Zuid-Korea, dat onlangs een vrijhandelsovereenkomst met de EU heeft ondertekend, buiten schot is gebleven.

Hoe dan ook blijft IOO-visserij een van de grootste bedreigingen voor de mariene biodiversiteit, en kan dit leiden tot voedselzekerheidsproblemen in veel kuststaten en ontwikkelingslanden.

In de Verenigde Staten valt IOO-visserij onder de wet-Magnuson-Stevens. Het land heeft onlangs zijn derde tweejaarlijkse lijst gepubliceerd van landen die volgens onderzoek vaartuigen hebben die betrokken zijn bij IOO-visserij. In tegenstelling tot de weinig ambitieuze lijst van de EU bevat de Amerikaanse lijst van bij IOO betrokken landen een aantal grote kleppers, zoals Zuid-Korea, Mexico en, nogal pijnlijk, ook Spanje en Italië. De Commissie moet zo snel mogelijk overleg plegen met de Amerikanen om de beschikbare informatie naast elkaar te leggen en om, indien nodig, landen aan de lijst toe te voegen. Voor dit soort doeleinden bestaat er een memorandum van overeenstemming tussen de EU en de VS, net als tussen de EU en Japan.

Het Parlement heeft herhaaldelijk verslagen en resoluties aangenomen waarin de Commissie wordt aangespoord om de strijd tegen IOO-visserij met alle mogelijke middelen en op alle mogelijke manieren voort te zetten. Dit omvat onder meer het ontmoedigen van "omvlagging", het vergaren van informatie over private overeenkomsten, het verbeteren van de traceerbaarheid en het versterken van de internationale samenwerking en de uitwisseling van gegevens. Alle diensten van de Commissie moeten samenwerken om methodes te vinden waarmee de doeltreffende toepassing van de verordening kan worden gewaarborgd en bevorderd, met het oog op de tenuitvoerlegging van het beleid en de wetgeving van de Unie.

De IOO-verordening van de EU is grensverleggend. Het toepassingsgebied en de maatregelen waarin ze voorziet, zijn uniek in de wereld. Dergelijke wetgeving is evenwel pas zinvol als ze ten volle wordt benut. Als de toepassing beperkt wordt tot een eerder schamele reeks IOO-actoren, bestaat de kans, ja wordt het zelfs waarschijnlijk dat de verordening een papieren tijger wordt, een cosmetische ingreep waar de EU wel mee kan pronken, maar die niet de minste indruk maakt op anderen.

Met het Verdrag van Lissabon is een nieuwe hiërarchie van normen ingevoerd, met drie niveaus. Op het eerste niveau zijn er de wetgevingshandelingen, die door de wetgever worden vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Europees Parlement en de Raad optreden als gelijkwaardige medewetgevers (zie artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, VWEU), of volgens bijzondere wetgevingsprocedures. Daarnaast kan de wetgever aan de Commissie de bevoegdheid overdragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling (zogeheten gedelegeerde handelingen, zie de definitie in artikel 290, lid 1, van het VWEU); dit is het tweede niveau van normen. Bij juridisch bindende handelingen van de Unie kunnen ook uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend, als deze handelingen van de Unie volgens eenvormige voorwaarden moeten worden uitgevoerd. Op grond hiervan stelt de Commissie zogeheten uitvoeringshandelingen vast (zie artikel 291 van het VWEU); dit is het derde niveau.

Het is niet altijd duidelijk welk type handeling moet worden gekozen. Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen hebben in vergelijking met wetgevingshandelingen het voordeel dat zij de mogelijkheid bieden om snel te reageren op een nieuwe situatie. Terwijl de gewone wetgevingsprocedure en het gebruik van gedelegeerde handelingen waarborgen dat het Parlement op gelijke voet staat met de Raad, houdt het gebruik van uitvoeringshandelingen in feite in dat het Parlement wordt buitengesloten, aangezien de Commissie niet verplicht is het standpunt van het Parlement te volgen.

Het voorstel van de Commissie

In verband met de aanpassing van Verordening (EG) nr. 1005/2008 aan de nieuwe regels van het VWEU heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel ingediend waarin de momenteel bij die verordening aan de Commissie verleende bevoegdheden worden verdeeld in maatregelen van gedelegeerde aard en maatregelen van uitvoerende aard. De voorgestelde wijzigingen hebben door de bank genomen alleen betrekking op de soorten vast te stellen handelingen en houden geen wijziging van de inhoud van de maatregelen in. Er is alleen een aanzienlijke wijziging in de procedure voor de opneming dan wel de schrapping van geïdentificeerde derde landen op of van een lijst van niet-meewerkende derde landen.

De Commissie stelt voor te worden gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen om ontheffing te verlenen van de kennisgevingsplicht voor bepaalde vissersvaartuigen of om andere kennisgevingstermijnen vast te stellen, benchmarks voor de inspecties van aanlandings- en overladingsactiviteiten door vissersvaartuigen van derde landen vast te stellen, de vangstcertificeringsregeling voor sommige door kleine vissersvaartuigen verkregen visserijproducten aan te passen, met inbegrip van de mogelijkheid om een vereenvoudigd vangstcertificaat te gebruiken, de lijst van niet in de werkingssfeer van de verordening opgenomen producten te wijzigen, de uiterste datum voor de indiening van het vangstcertificaat aan te passen aan het soort visserijproduct, de afstand tot de plaats van binnenkomst of het gebruikte vervoermiddel, regels vast te stellen voor het verlenen, wijzigen of intrekken van het certificaat van erkend marktdeelnemer of voor het schorsen of intrekken van de status van "erkend marktdeelnemer" en over de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat van "erkend marktdeelnemer", en om EU-criteria vast te stellen voor verificaties in het kader van risicobeheer.

De Commissie stelt voor dat haar uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor: de vaststelling van formulieren voor voorafgaande kennisgeving, de vaststelling van procedures en formulieren voor de aangifte van aanlanding en overlading, de goedkeuring, in overeenstemming met de vlaggenstaten, van vangstcertificaten die elektronisch worden opgesteld, gevalideerd of ingediend, dan wel op basis van elektronische traceerbaarheidssystemen die hetzelfde niveau van controle door de autoriteiten garanderen, de vaststelling en wijziging van de lijst met vangstcertificeringsregelingen die door regionale visserijorganisaties zijn vastgesteld en die aan de IOO-verordening van de EU voldoen, de vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden in alle lidstaten voor procedures en formulieren inzake de aanvraag en de afgifte van het certificaat van "erkend marktdeelnemer", van de regelgeving inzake de verificatie van erkende marktdeelnemers en van de regelgeving inzake de uitwisseling van informatie tussen de erkende marktdeelnemers en de autoriteiten in de lidstaten, tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Commissie, de vaststelling van de EU-lijst van IOO-vaartuigen, de schrapping van vaartuigen van de EU-lijst van IOO-vaartuigen, de opneming van door de regionale organisaties voor visserijbeheer goedgekeurde lijsten van IOO-vaartuigen in de EU-lijst van IOO-vaartuigen, de identificatie van niet-meewerkende derde landen, de opneming van geïdentificeerde derde landen op een lijst van niet-meewerkende derde landen, de schrapping van derde landen van de lijst van niet-meewerkende derde landen, de goedkeuring van noodmaatregelen tegen derde landen in specifieke omstandigheden, de vaststelling van het formaat voor de indiening door de lidstaten van de informatie over waargenomen vissersvaartuigen en de vaststelling van regels inzake wederzijdse bijstand.

Het standpunt van de rapporteur

Over het algemeen is de rapporteur tevreden over de door de Commissie voorgestelde wijzigingen. Niettemin is de rapporteur van mening dat indien gedelegeerde handelingen worden voorgesteld, de delegatie beperkt moet zijn in de tijd, om het gebruik ervan regelmatig te kunnen evalueren.

  • [1]  Belize, Cambodja, Fiji, Guinee, Panama, Sri Lanka, Togo, Vanuatu

PROCEDURE

Titel

Totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen

Document- en procedurenummers

COM(2012)0332 – C7-0158/2012 – 2012/0162(COD)

Datum indiening bij EP

21.6.2012

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

3.7.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

DEVE

3.7.2012

INTA

3.7.2012

ENVI

3.7.2012

 

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

10.7.2012

INTA

11.7.2012

ENVI

10.7.2012

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Raül Romeva i Rueda

6.9.2012

 

 

 

Behandeling in de commissie

6.9.2012

6.11.2012

18.2.2013

 

Datum goedkeuring

23.4.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Antonello Antinoro, Kriton Arsenis, Chris Davies, Carmen Fraga Estévez, Pat the Cope Gallagher, Dolores García-Hierro Caraballo, Marek Józef Gróbarczyk, Ian Hudghton, Werner Kuhn, Jean-Marie Le Pen, Isabella Lövin, Gabriel Mato Adrover, Maria do Céu Patrão Neves, Crescenzio Rivellini, Ulrike Rodust, Raül Romeva i Rueda, Struan Stevenson, Isabelle Thomas, Nils Torvalds, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Ole Christensen, Jean Louis Cottigny, Diane Dodds, Barbara Matera, Gesine Meissner, Mario Pirillo, Nikolaos Salavrakos

Datum indiening

25.4.2013