Procedure : 2012/2299(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0172/2013

Ingediende teksten :

A7-0172/2013

Debatten :

PV 01/07/2013 - 20
CRE 01/07/2013 - 20

Stemmingen :

PV 02/07/2013 - 9.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0290

VERSLAG     
PDF 178kWORD 117k
14.5.2013
PE 506.143v02-00 A7-0172/2013

over het externe luchtvaartbeleid van de EU - De aanpak van toekomstige uitdagingen

(2012/2299(INI))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het externe luchtvaartbeleid van de EU - De aanpak van toekomstige uitdagingen

(2012/2299(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie "Het externe luchtvaartbeleid van de EU – De aanpak van toekomstige uitdagingen" (COM(2012)0556),

–   gezien zijn resolutie van 7 juni 2011 over Internationale luchtvaartovereenkomsten in het kader van het Verdrag van. Lissabon(1),

–   gezien zijn besluit van 20 oktober 2010 over de herziening van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie ("het kaderakkoord")(2),

–   gezien zijn resolutie van 17 juni 2010 over de luchtvervoersovereenkomst tussen de EU en de VS(3),

–   gezien zijn resolutie van 25 april 2007 over de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese luchtvaartruimte(4),

–   gezien zijn resolutie van 17 januari 2006 over de ontwikkeling van de agenda voor het externe luchtvaartbeleid van de Gemeenschap(5),

–   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 90, artikel 100, lid 2, en artikel 218,

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0172/2013),

A. overwegende dat de luchtvaart zowel binnen als buiten de Unie, vooral in Azië en het Midden-Oosten, een snel groeiend onderdeel van de economie is;

B.  overwegende dat de luchtvaart een belangrijke rol speelt als schakel tussen mensen en bedrijven, zowel binnen de Unie als wereldwijd, met name op zich ontwikkelende markten;

C. overwegende dat de personeelsinkrimping die de Europese luchtvaartmaatschappijen hebben doorgevoerd en gepland sinds 2012 meer dan 20 000 banen vertegenwoordigt;

D. overwegende dat de Europese sociale partners van de luchtvaartsector in het kader van een dialoog over de gevolgen van de wereldwijde crisis in de burgerluchtvaart op 29 januari 2013 het erover eens waren dat een gecoördineerd en veelomvattend optreden op internationaal niveau noodzakelijk is;

E.  overwegende dat de mededeling van de Commissie van 2005 een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van het externe luchtvaartbeleid van de Unie;

F.  overwegende dat een nieuwe herziening gezien de ontwikkelingen van de afgelopen zeven jaar geboden is;

Algemeen

1.  wijst op de vooruitgang die geboekt is bij de verwezenlijking van één open regionale markt van de Unie en tegelijkertijd bij de totstandbrenging van een gemeenschappelijke aanpak van de Unie op het gebied van het externe luchtvaartbeleid;

2.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie, die een goed beeld geeft van de huidige situatie en de sinds 2005 geboekte vorderingen in het externe luchtvaartbeleid, alsook van de uitdagingen waarmee de luchtvaartsector van de EU te kampen heeft op de mondiale luchtvaartmarkt, waar een zeer felle concurrentie woedt;

3.  onderstreept dat de luchtvaartsector een vitale rol speelt voor de economie van de Unie en in het bijzonder voor de groei en de schepping van banen, aangezien deze sector goed is voor meer dan 5 miljoen banen in Europa en voor 2,4% van het bbp van de Unie, en ook bijdraagt aan de verbindingsmogelijkheden tussen de Unie en de rest van de wereld; benadrukt dat het noodzakelijk is een sterke en concurrentiekrachtige EU-luchtvaartsector te behouden;

4.  is van mening dat er belangrijke vorderingen zijn geboekt bij de formulering en uitvoering van mechanismen en systemen van de Unie zoals het gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES), het onderzoekprogramma betreffende het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim (Single European Sky Air Traffic Management Research - SESAR), het Clean Sky-initiatief, het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en het wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS), waarmee de veiligheid verbeterd wordt en voorzien wordt in de behoeften van passagiers; is van mening dat er op deze gebieden verdere vooruitgang moet worden geboekt;

5.  is echter verontrust over de vertragingen die zich bij de tenuitvoerlegging van SES en SESAR voordoen, gezien de nodeloze kosten die daaruit voortvloeien voor luchtvaartmaatschappijen en hun klanten; is het ermee eens dat de Commissie sancties oplegt aan lidstaten die de termijn van december 2012 niet hebben gehaald en die geen vorderingen hebben gemaakt ten aanzien van de functionele luchtruimblokken;

6.  verzoekt de Commissie en de lidstaten vaart te zetten achter de tenuitvoerlegging van SES SESAR; merkt op dat het SES, wanneer het eenmaal volledig tot stand is gebracht, zal zorgen voor aanzienlijke directe en indirecte werkgelegenheidskansen;

7.  wijst erop dat deze programma's van de Unie niet alleen belangrijk zijn voor de interne markt, maar ook voor het extern beleid; is van mening dat de voltooiing en tenuitvoerlegging van deze instrumenten de positie van de EU-industrie op de concurrerende wereldmarkten zullen helpen consolideren;

8.  benadrukt het belang van de huidige herziening van de verordening inzake luchtvaartpassagiersrechten en is voorstander van krachtige en uiterst klantvriendelijke Europese wetgeving;

9.  beseft dat de impact van de financiële crisis per wereldregio verschilt; is van mening dat de luchtvaartmaatschappijen van de Unie daardoor concurrentieproblemen hebben ondervonden en dat bilaterale overeenkomsten inzake luchtvaartdiensten niet altijd de beste oplossing zijn om marktrestricties of oneerlijke subsidies te bestrijden;

10. constateert dat er ondanks alle inspanningen van de afgelopen zeven jaar geen alomvattend extern luchtvaartbeleid is bereikt en is van mening dat er daarom zo spoedig mogelijk een beter gecoördineerde en ambitieuzere EU-aanpak moet komen om eerlijke en open mededinging te verwezenlijken;

11. is van mening dat convergentie van de regelgeving op Europees niveau zeer belangrijk is voor een sterke Europese positie op de wereldmarkten en voor de interactie met derde landen;

De mededeling van 2005 en de resolutie van het Parlement

12. is ingenomen met de vorderingen die ten aanzien van de drie pijlers van het beleid van 2005 zijn geboekt: het beginsel van EU-aanwijzing is inmiddels in meer dan 100 derde landen erkend, en bijna 1 000 bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten zijn in overeenstemming gebracht met het recht van de Unie, wat voor rechtszekerheid zorgt; betreurt dat belangrijke partners als China, India en Zuid-Afrika deze beginselen nog moeten aanvaarden;

13. wijst erop dat de tenuitvoerlegging van het externe luchtvaartbeleid van de Unie heeft geholpen het potentieel van de interne markt te maximaliseren omdat het de consolidatie van de luchtvaartsector van de Unie bevordert op een moment dat de mondialisering sterkere economische actoren verlangt om het hoofd te bieden aan buitenlandse concurrentie;

14. wijst erop dat met de buurlanden een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tot stand is gebracht die nog steeds groeiend is; is van mening dat deze overeenkomsten belangrijke economische voordelen hebben opgeleverd; is ingenomen met de aanzienlijke inspanningen die geleverd zijn om de verschillende regelgevingskaders op de Uniewetgeving af te stemmen op gebieden als veiligheid, beveiliging, milieu, passagiersrechten, economische regulering en sociale aspecten;

15. is verheugd over de brede luchtvaartovereenkomst van de EU met de Verenigde Staten en de positieve gevolgen daarvan voor beider economieën evenals over de naar schatting 80 000 nieuwe arbeidsplaatsen die de eerste vijf jaar gecreëerd werden;

16. is van mening dat een sterk extern luchtvaartbeleid van de Unie dat gericht is op de belangrijkste groeimarkten voor vluchten op langeafstandsroutes, met name in de regio Azië/Stille Oceaan, nieuwe economische kansen kan bieden voor de luchtvaartmaatschappijen in de Unie;

17. benadrukt dat de onderhandelingen met sommige essentiële partners, waaronder Brazilië, nog moeten worden afgerond en dat brede overeenkomsten inzake luchtvaartdiensten met die landen aanzienlijke economische voordelen zouden kunnen opleveren;

18. benadrukt dat nog steeds niet is voldaan aan sommige verzoeken die het Parlement in zijn resolutie van 2006 had geformuleerd; wijst met name op de noodzaak van de bevordering van passende internationale veiligheids- en beveiligingsnormen, van gelijke behandeling van EU- en niet-EU-luchtvaartmaatschappijen en van vermindering van de negatieve effecten op het milieu;

19. benadrukt de noodzaak van instrumenten zoals het systeem van gezamenlijke commissies om gemeenschappelijke benaderingen uit te werken voor luchtvaartspecifieke kwesties;

20. is verheugd dat andere punten uit de resolutie van 2006 wel verwezenlijkt zijn, zoals de uitbreiding van het takenpakket van EASA;

Markt

21. merkt op dat het aantal vluchten naar en vanuit de regio Azië/Stille Oceaan fors aan het stijgen is, wat een weerspiegeling vormt van de economische groei die die regio doormaakt; is bezorgd dat de luchtvaartmaatschappijen en andere bedrijven in de Unie grote kansen in dit deel van de wereld zouden kunnen mislopen en hun vermogen tot het maken van winst zouden kunnen verliezen als er niets wordt ondernomen;

22. constateert tevens dat de positie van niet-EU-maatschappijen op de wereldmarkt sterker is geworden als gevolg van subsidies en het feit dat in diverse delen van het Midden-Oosten, het Verre Oosten en Zuid-Amerika grootscheeps geïnvesteerd is in luchtvloot en infrastructuur;

23. wijst erop dat de interne markt van de Unie ingrijpend verandert als gevolg van het groeiende marktaandeel van low-costmaatschappijen; is van mening dat de twee bedrijfsmodellen, ook al zijn ze concurrerend, elkaar zouden kunnen aanvullen wanneer het erom gaat het hoofd te bieden aan externe marktuitdagingen;

24. merkt op dat sommige Europese low-budgetvliegers die extreem lage ticketprijzen aanbieden, dit compenseren door middel van oneerlijke praktijken wat betreft arbeidsomstandigheden, zoals ondermaatse normen voor het personeel met betrekking tot het sociaal en arbeidsrecht; merkt tevens op dat minimale investering in veiligheidsnormen en ongerechtvaardigde regionale subsidies een rol lijken te spelen bij de prijsstelling van deze tickets;

25. wijst erop dat er onder de luchtvaartmaatschappijen een sterke concurrentie bestaat door toedoen van low-costmaatschappijen, een segment dat 40 % van de luchtvaartmarkt van de Unie vertegenwoordigt; beklemtoont dat, wanneer een lidstaat de IAO-overeenkomsten 87 en 98 heeft geratificeerd, de luchtvaartmaatschappijen de daarin omschreven grondrechten betreffende de vrijheid van vergadering en de erkenning van werknemersvertegenwoordigers en cao's in acht moeten nemen, en dat de naleving daarvan moet worden gecontroleerd en overtredingen moeten worden bestraft;

26. benadrukt het belang van hub-luchthavens, waaronder de ontwikkeling van secundaire hubs, gespecialiseerde hubs en meervoudige hubs, en de dringende behoefte aan publieke en private langetermijninvesteringen in luchthaveninfrastructuur ter vergroting van de capaciteit, bijvoorbeeld door het aanleggen van nieuwe banen, alsook aan een doeltreffender gebruik van bestaande infrastructuur - onder meer op regionale luchthavens, bijvoorbeeld in het Middellandse Zeegebied en aan de oostelijke grenzen van de Unie - dankzij een betere toewijzing van slots;

27. benadrukt dat het concurrentievermogen van de EU-luchtvaartmaatschappijen op mondiaal niveau belemmerd wordt door factoren als een gebrek aan gelijke spelregels ten gevolge van, onder andere, verschillende nationale belastingen, overvolle luchthavens, hoge ATM- en luchthavenheffingen, overheidssteun aan bepaalde concurrenten, de kosten van koolstofemissies, de toepassing van lagere sociale normen en andere regels voor staatssteun buiten de Unie;

28. is van mening dat deze factoren potentiële belemmeringen vormen voor groei en werkgelegenheid;

29. verzoekt de Commissie een studie te maken van de sterk uiteenlopende luchtvervoertarieven, -rechten, -heffingen en -belastingen in de lidstaten en de gevolgen daarvan voor de ticketprijzen en de winsten van de luchtvaartmaatschappijen, en ook een studie te maken van de mogelijk aan concurrenten op mondiaal niveau verleende staatssteun en de gevolgen hiervan voor de luchtvaartmaatschappijen van de Unie;

30. is ingenomen met de nieuwe voorschriften van de Unie inzake sociale zekerheid voor mobiele werknemers;

Maatregelen voor de toekomst

31. is van mening dat het externe luchtvaartbeleid volledig moet stroken met het wederkerigheidsbeginsel, onder meer op punten als markttoegang, openheid en eerlijke mededinging, met gelijke voorwaarden voor iedereen, en dat het twee hoofddoelen moet nastreven, en wel dat het de consumenten en het bedrijfsleven ten goede moet komen en dat het de luchtvaartmaatschappijen en de luchthavens van de EU hun positie van mondiale marktleiders moet helpen behouden;

32. beklemtoont daarom dat luchtvervoersovereenkomsten met de buurlanden en gelijkgezinde partners een regelgevingskader voor eerlijke concurrentie moeten omvatten;

33. dringt erop aan dat voor onderhandelingen over brede luchtvaartovereenkomsten op Unieniveau steeds gebruik wordt gemaakt van procedures die stoelen op Europese eenheid en waarvoor toestemming is verleend door de Raad;

34. verzoekt de Commissie bij de overeenkomsten de belangen van de Unie te behartigen en te beschermen en de normen, waarden en goede praktijken van de Unie te bevorderen en te delen;

35. roept op tot intensievere samenwerking en coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten bij onderhandelingen over overeenkomsten inzake luchtvaartdiensten met vooraanstaande partners, om de invloed van de Unie en haar kansen op toegang tot nieuwe markten te vergroten;

36. verzoekt de Commissie de regels inzake veiligheid, beveiliging, rechten van vliegtuigpassagiers, opleiding van het personeel en certificatie op te nemen in de alomvattende overeenkomsten;

37. verzoekt de Commissie de lopende onderhandelingen met buurlanden als Oekraïne, Libanon, Tunesië, Azerbeidzjan en Algerije af te ronden; merkt op dat de nabijheid van de deze landen en hun markten en de economische groei die enkele van deze landen de laatste tijd doormaken kunnen worden gezien als een groeimogelijkheid voor de regionale en secundaire luchthavens in de EU; is van mening dat de regionale luchthavens beschikken over een hoge luchthavencapaciteit en derhalve kunnen bijdragen aan het verminderen van de congestie op de belangrijkste Europese hub-luchthavens, waardoor deze beter kunnen concurreren op mondiaal niveau;

38. verzoekt de Raad om de Commissie per geval onderhandelingsmandaten te verstrekken voor andere buurlanden, zoals Turkije, Armenië en Libië;

39. is van mening dat de Unie haar betrekkingen met de belangrijkste partners van geval tot geval moet bezien en verzoekt de Commissie de onderhandelingen over alomvattende luchtvaartovereenkomsten met landen als Australië en Brazilië zo spoedig mogelijk af te ronden; verzoekt de Raad de Commissie een mandaat te geven om over dergelijke overeenkomsten te onderhandelen met snelgroeiende economieën zoals China, India, de ASEAN-landen en de Golfstaten;

40. is van mening dat een eventuele toekomstige handels- en investeringsovereenkomst tussen de Unie en de VS ook van invloed kan zijn op de luchtvaartsector; vindt derhalve dat de Commissie voldoende informatie moet verstrekken, zodat het Parlement de komende onderhandelingen op de voet kan volgen;

41. benadrukt dat de in de luchtvervoersovereenkomst met vooraanstaande partners – voornamelijk de VS en Canada – vastgelegde doelstellingen volledig moeten worden bereikt, inclusief de opheffing van de beperkingen op buitenlandse eigendom en zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen; dringt aan op maatregelen om een einde te maken aan de voortdurende wanverhouding tussen de mogelijkheid van luchtvaartmaatschappijen van de Unie om cabotage uit te voeren op de Amerikaanse markt, en die van Amerikaanse bedrijven om dat in Europa te doen; herinnert eraan dat internationale kruisinvesteringen bijdragen tot de economische levensvatbaarheid van de luchtvaartsector en moedigt de Commissie aan een internationaal juridisch kader te bevorderen dat gunstig is voor de ontwikkeling en de ondersteuning van deze investeringen en bevorderlijk is voor een actief beleid dat gericht is op het vaststellen van normen en optimale werkwijzen voor internationale investeringen;

42. is van mening dat bilaterale overeenkomsten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van een extern luchtvaartbeleid, maar benadrukt tevens het belang van een gemeenschappelijke aanpak van de Unie;

43. wijst op het belang van eerlijke en open mededinging bij alle activiteiten die verband houden met luchtvaartdiensten; verzoekt om opneming van standaardclausules inzake eerlijke mededinging in bilaterale overeenkomsten inzake luchtvaartdiensten;

44. verzoekt de Commissie om een minimumpakket juridische vereisten van de Unie vast te stellen die met name betrekking hebben op samenwerking op het gebied van regelgeving, arbeids- en milieunormen en passagiersrechten, die in bilaterale overeenkomsten moeten worden opgenomen, en die er duidelijk op zijn gericht om voor de luchtvaartmaatschappijen van de Unie kansen te creëren en belemmeringen uit de weg ruimen, en verzoekt de lidstaten zich aan die regels te houden;

45. verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor een spoedeisende herziening of vervanging van Verordening (EG) nr. 868/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende bescherming tegen aan communautaire luchtvaartmaatschappijen schade toebrengende subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten vanuit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(6);

46. steunt de voorstellen van de Commissie voor de waarborging van vrije en eerlijke concurrentie in betrekkingen en overeenkomsten met derde landen en voor de ontwikkeling van nieuwe handelsbeschermingsinstrumenten die geschikter en doeltreffender zijn om oneerlijke praktijken tegen te gaan, zoals discriminatie, inconsistente toepassing van het regelgevingskader en gebrek aan transparantie op het gebied van financiële verslaggeving door bedrijven, wat kan leiden tot marktverstoringen;

47. verzoekt de Commissie een dialoog met de Golfstaten aan te gaan met het oog op het verbeteren van de transparantie en het waarborgen van eerlijke concurrentie;

48. merkt op dat de Russische Federatie weigert zich te houden aan de overeenkomst betreffende het uitfaseren van de rechten voor trans-Siberische vluchten, die werd gesloten in het kader van de toetreding van de Russische Federatie tot de WTO in 2011; is van mening dat, aangezien de luchtvaartmaatschappijen van de Unie voor langere tijd discriminatoire voorwaarden krijgen opgelegd in de vorm van deze illegale heffingen op het overvliegen, de Unie de mogelijkheid moet hebben om op haar beurt gelijkwaardige maatregelen te treffen door vluchten over haar gebied te weigeren of te beperken of door in het algemeen voor luchtvaartmaatschappijen uit de Russische Federatie een maatregel te treffen inzake het gebruik van het EU-luchtruim teneinde de Russische Federatie aan te sporen de hierboven genoemde heffingen op te heffen, die illegaal zijn, aangezien zij in strijd zijn met internationale verdragen (het Verdrag van Chicago); verzoekt de Commissie en de Raad derhalve mogelijke maatregelen te onderzoeken die ervoor zorgen dat het gebruik van het luchtruim op wederkerigheid tussen de Russische Federatie en de Unie berust;

49. onderstreept dat een ambitieus Uniebeleid ter bescherming van de rechten van vliegtuigpassagiers een kwaliteitsvoordeel kan creëren voor luchtvaartmaatschappijen van de Unie in de wereldwijde concurrentie; verzoekt de Commissie verdere stappen te ondernemen om de hoge normen van de Unie op het gebied van passagiersrechten te bevorderen en de omzetting en toepassing ervan te controleren;

50. verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een nieuw regelgevingskader op te zetten voor de tenuitvoerlegging van het SES, gebaseerd op een top-downbenadering, met een verbeterd samenwerkingsmechanisme voor de Europese verleners van luchtvaartnavigatiediensten, en de noodzakelijke voorwaarden te scheppen om een aanvang te maken met de invoering van SESAR;

51. verzoekt de Raad eindelijk een standpunt vast te stellen inzake de wetgevingsresolutie van het Parlement van 5 mei 2010 over het voorstel voor een richtlijn inzake heffingen voor de beveiliging van de luchtvaart(7), die met een grote meerderheid van 96 % in het Parlement werd aangenomen, en door de Raad nog steeds wordt tegengehouden;

52. is van mening dat de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) een belangrijke rol moet spelen bij de opstelling van het regelgevingskader voor de wereldluchtvaart, bijvoorbeeld op het punt van de liberalisering van de eigendom en zeggenschap van luchtvaartmaatschappijen en de wereldwijde interoperabiliteit van luchtverkeersbeheer; spoort de ICAO aan tot het ontwikkelen van wereldwijde, op de markt gebaseerde maatregelen om de geluidsoverlast van luchthavens te reduceren en alle relevante broeikasgasemissies terug te dringen; beschouwt het als een cruciaal punt dat er binnen de ICAO zo spoedig mogelijk een overeenkomst wordt bereikt over een wereldwijde aanpak;

53. wenst dat de Commissie onderhandelingsmandaten krijgt om de vertegenwoordiging van de Unie binnen de ICAO te verduidelijken en te versterken;

54. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0251.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0366.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0239.

(4)

PB C 74E van 20.3.2008, blz. 506.

(5)

PB C 287E van 24.11.2006, blz.18.

(6)

PB L 162 van 30.4.2004, blz. 1.

(7)

COM(2009)0217 – C7–0038/2009 – 2009/0063(COD).


TOELICHTING

De luchtvaart is een belangrijke sector van de Europese economie. Zij draagt voor 365 miljard euro bij aan het Europese bbp en is goed voor 5,1 miljoen banen, maar toch moet zeven jaar na de publicatie van de mededeling van de Commissie getiteld "Ontwikkeling van de agenda voor het externe luchtvaartbeleid van de Gemeenschap" geconstateerd worden dat we onze doelen nog moeten bereiken.

Dit is meer dan ooit het moment voor de Europese luchtvaart om snel vooruit te gaan. Er komen nieuwe economische uitdagingen uit regio's van de wereld met veel coulantere wetgeving die het de luchtvaartmaatschappijen mogelijk maakt grote nieuwe luchthavens te bouwen die veel reizigers weghalen bij Europese luchthavens. De Europese Unie heeft dringend behoefte aan meer luchthavencapaciteit om te voorkomen dat zij aan concurrentievermogen gaat inboeten ten opzichte van snel groeiende regio's (met name de regio Azië/Stille Oceaan , het Midden-Oosten en Zuid-Amerika).

Investeringen in luchthavens moeten serieus worden genomen, ook als de vraag het aanbod nog niet overstijgt. Intussen moet de bestaande capaciteit zo doeltreffend mogelijk worden gebruikt (onder meer door middel van beter slotbeheer en het gebruik van niet-hub-luchthavens om overbelasting te verminderen).

Volgens datzelfde complementariteitsbeginsel moet het groeiende aantal low-costmaatschappijen op de interne EU-markt gebruikt worden als een nieuw bedrijfsmodel dat de sector versterkt en niet alleen als een bedreiging voor de mededinging. De "klassieke" en de low-costmaatschappijen zouden een manier kunnen vinden om de EU-markt te harmoniseren en elkaar zo aan te vullen om samen de externe marktuitdagingen beter aan te pakken.

Om strategisch redenen moet de Europese Unie een concurrentiekrachtige luchtvaartindustrie in stand houden. De belangrijkste luchtvaartmarkten zijn momenteel buiten Europa gelegen, dus moet de EU-industrie zich ook op die markten ontwikkelen.

Sinds 2005 is er een groot aantal overeenkomsten met belangrijke partnerlanden gesloten. Maar er moeten nog andere doorslaggevende akkoorden worden bereikt met fundamentele partners zoals Australië en Nieuw-Zeeland.

Om deze toekomstige ontwikkeling te steunen wijst uw rapporteur op het belang van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van EU-mechanismen zoals SES, SESAR, EASA en GNSS. Deze middelen, die gecreëerd zijn om de interne markt te ondersteunen, zullen de EU helpen bij haar externe luchtvaartbeleid. De voltooiing van deze mechanismen zal de positie van het Europese bedrijfsleven verstevigen, waardoor het de nieuwe uitdagingen concurrentiekrachtiger kan aangaan.

Om haast te zetten achter deze mechanismen moeten er enkele verplichte procedures worden opgezet. Zo moeten bijvoorbeeld de functionele luchtruimblokken die van fundamenteel belang zijn voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim er zo spoedig mogelijk komen.

Ondanks de noodzaak van liberalisering moet de EU de Europese belangen en normen blijven verdedigen. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar arbeids- en milieunormen, passagiersrechten en naleving van de Europese regelgeving.

Binnen de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), waar de EU-lidstaten lid van zijn terwijl de Europese Commissie als waarnemer wordt uitgenodigd, zou meer coördinatie wenselijk zijn. Dan zou Europa met één stem kunnen spreken in plaats van met 27 stemmen en zo meer invloed krijgen bij ICAO-beraadslagingen. De Commissie en de lidstaten hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid om nauwer samen te werken om zo'n gecoördineerde vertegenwoordiging te bewerkstelligen.


ADVIES van de Commissie internationale handel (21.3.2013)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het externe luchtvaartbeleid van de EU - De aanpak van toekomstige uitdagingen

(2012/2299(INI))

Rapporteur voor advies: Robert Sturdy

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie, die een goed beeld geeft van de huidige situatie, de sinds 2005 geboekte vorderingen in het externe luchtvaartbeleid en de uitdagingen waarmee de luchtvaartsector van de EU te kampen heeft op de mondiale luchtvaartmarkt, waar een zeer felle concurrentie woedt;

2.  onderstreept dat de luchtvaartsector een vitale rol speelt voor de Europese economie en in het bijzonder voor de groei en de schepping van banen, aangezien deze sector goed is voor meer dan 5 miljoen banen in Europa en voor 2,4% van het bbp van de EU, en ook bijdraagt aan de verbindingsmogelijkheden van de EU met de rest van de wereld; benadrukt dat het belangrijk is een sterke en concurrentiekrachtige EU-luchtvaartsector te behouden;

3.  ondersteunt de voorstellen van de Commissie voor de waarborging van vrije en eerlijke concurrentie in betrekkingen en overeenkomsten met derde landen en voor de ontwikkeling van nieuwe handelsbeschermingsinstrumenten die geschikter en doeltreffender zijn om oneerlijke praktijken tegen te gaan, zoals discriminatie, inconsistente toepassing van het regelgevingskader en gebrek aan transparantie op het gebied van financiële verslaggeving door bedrijven, wat kan leiden tot marktverstoringen;

4.  nodigt de lidstaten, de Commissie en de luchtvaartmaatschappijen uit de rol van regionale luchthavens in de hele EU, bv. aan de Middellandse Zee en aan de oostelijke grenzen van de Unie, te verstevigen door luchthaveninfrastructuur te bouwen teneinde de passagiers- en goederenstromen te vergemakkelijken en zo de economische en handelsbetrekkingen met derde landen te versterken en tegelijkertijd meer werkgelegenheid te scheppen;

5.  verheugt zich over het initiatief van de Commissie om een clausule inzake eerlijke mededinging op te nemen in de bestaande overeenkomsten voor luchtdiensten tussen de lidstaten en derde landen en moedigt de opname aan van deze bepalingen in elke luchtvaartovereenkomst tussen de EU en Europese buurlanden of strategische partners;

6.  verzoekt de EU een voortrekkersrol op zich te nemen binnen de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) om een internationale overeenkomst te bereiken voor een wereldwijde regeling voor de emissiehandel, die gericht is op de broeikasgasuitstoot van de internationale luchtvaart en naast de VS ook China, India en andere opkomende economieën omvat; spoort de EU ook aan het internationaal juridisch kader voor de burgerluchtvaart te versterken op het vlak van veiligheid en duurzaamheid van de luchtvaart;

7.  betreurt dat de Russische Federatie haar internationale verplichtingen niet is nagekomen, en dringt erop aan dat zij stopt met de oneerlijke praktijk Europese luchtvaartmaatschappijen die over Russisch grondgebied vliegen te belasten;

8.  roept op tot intensievere samenwerking en coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten bij onderhandelingen over luchtvaartovereenkomsten met vooraanstaande partners, om de invloed van de EU en haar kansen op het toetreden tot nieuwe markten te vergroten;

9.  benadrukt dat de in de luchtvervoersovereenkomst met vooraanstaande partners – voornamelijk de VS en Canada – vastgelegde doelstellingen volledig moeten worden bereikt, inclusief de opheffing van de beperkingen op buitenlands bezit en beheer van luchtvaartmaatschappijen; dringt aan op maatregelen om een einde te maken aan de voortdurende wanverhouding tussen de mogelijkheid van EU-luchtvaartmaatschappijen om cabotage uit te voeren op de Amerikaanse markt, en die van Amerikaanse bedrijven om dat in Europa te doen; herinnert eraan dat internationale kruisinvesteringen bijdragen tot de economische levensvatbaarheid van de luchtvaartsector en moedigt in dit verband de Commissie aan een internationaal juridisch kader te bevorderen dat gunstig is voor de ontwikkeling en de ondersteuning van deze investeringen, en zich in te zetten voor een actief beleid dat gericht is op het vaststellen van normen en optimale werkwijzen voor internationale investeringen;

10. ondersteunt de voorstellen van de Commissie om vóór 2015 de lopende onderhandelingen met partnerlanden, namelijk Brazilië, Australië en Nieuw-Zeeland, evenals de onderhandelingen met alle buurlanden over EU-luchtvaartovereenkomsten af te ronden, en om op EU-niveau onderhandelingen aan te knopen met bepaalde vooraanstaande partners, met name Rusland, China, Japan, enkele Golfstaten, Turkije, ASEAN en India; ondersteunt eveneens een nauwere coördinatie binnen de EU door Europese luchtvaartmaatschappijen en Europese hubs te versterken.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.3.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Maria Badia i Cutchet, Nora Berra, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, María Auxiliadora Correa Zamora, Marielle de Sarnez, Yannick Jadot, Metin Kazak, Franziska Keller, Bernd Lange, David Martin, Vital Moreira, Paul Murphy, Cristiana Muscardini, Franck Proust, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Henri Weber, Iuliu Winkler, Jan Zahradil, Paweł Zalewski, Dan Dumitru Zamfirescu

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Josefa Andrés Barea, Silvana Koch-Mehrin, Elisabeth Köstinger, Katarína Neveďalová

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Petri Sarvamaa, Patrice Tirolien


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (3.5.2013)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het externe luchtvaartbeleid van de EU - de aanpak van toekomstige uitdagingen

2012/2299(INI)

Rapporteur voor advies: Georges Bach

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat de personeelsinkrimping die de Europese luchtvaartmaatschappijen hebben doorgevoerd en gepland sinds 2012 meer dan 20 000 banen vertegenwoordigt;

B.  overwegende dat de Europese sociale partners van de luchtvaartsector in het kader van een dialoog over de gevolgen van de wereldwijde crisis in de burgerluchtvaart op 29 januari 2013 overeengekomen zijn dat een gecoördineerd en veelomvattend optreden op internationaal niveau noodzakelijk is;

1.  beklemtoont dat de Europese luchtvaart momenteel 5,1 miljoen mensen werkgelegenheid biedt en een wezenlijke bijdrage levert aan zowel de economische groei als de regionale en sociale samenhang;

2.  merkt op dat het luchtvervoer, met 790 miljoen verwerkte passagiers door de Europese luchtvaartmaatschappijen in 2012, een groot aandeel heeft in de economie en de werkgelegenheid en jaarlijks naar schatting 365 miljard EUR bijdraagt aan het Europese bbp;

3.  is verheugd over de vooruitgang die is geboekt bij de uitwerking van een gemeenschappelijke Europese aanpak van het externe luchtvaartbeleid van de EU; is van mening dat deze gemeenschappelijke aanpak in de toekomst moet worden versterkt om de internationale concurrentie te kunnen bijhouden;

4.  benadrukt de noodzaak van instrumenten als het systeem van gezamenlijke commissies om gemeenschappelijke benaderingen uit te werken voor luchtvaartspecifieke kwesties;

5.  is verheugd over de vorderingen bij de totstandbrenging van een grotere gemeenschappelijke Europese luchtvaartruimte dankzij belangrijke luchtvaartovereenkomsten met buurlanden en over het feit dat deze geleid hebben tot een aanpassing van het rechtskader aan de Uniewetgeving op belangrijke gebieden als verkeersveiligheid, bescherming tegen bedreigingen van de openbare veiligheid, luchtverkeersbeheer, milieu, passagiersrechten, economische regulering en sociale aspecten;

6.  is verheugd over de brede luchtvaartovereenkomst van de EU met de Verenigde Staten en de positieve gevolgen daarvan voor beider economieën evenals over de naar raming 80 000 nieuwe arbeidsplaatsen die de eerste vijf jaar gecreëerd werden; verzoekt de Commissie om zo snel mogelijk brede luchtvaartovereenkomsten te sluiten met andere belangrijke partners, zoals Brazilië, Australië en Nieuw-Zeeland;

7.  wijst erop dat de tenuitvoerlegging van het externe luchtvaartbeleid van de Gemeenschap aanzienlijke vooruitgang mogelijk heeft gemaakt bij het afstemmen van de nationale overeenkomsten inzake luchtdiensten op de EU-wetgeving, en heeft geholpen het potentieel van de interne markt te maximaliseren door de consolidatie van de luchtvaartsector in de EU te bevorderen op een moment dat de mondialisering sterkere economische actoren verlangt om het hoofd te bieden aan buitenlandse concurrentie;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het Europese systeem voor het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (SESAR) te bespoedigen; merkt op dat het gemeenschappelijke Europese luchtruim, wanneer het eenmaal volledig tot stand is gebracht, zal zorgen voor aanzienlijke directe en indirecte werkgelegenheid;

9.  wijst erop dat de Europese luchtvaartsector over een aanzienlijk groeipotentieel zou beschikken, indien er sprake was van eerlijke en open concurrentie tussen alle landen, waardoor deze sector zijn potentiële bijdrage aan de Europese economie volledig zou kunnen waarmaken;

10. beklemtoont daarom dat luchtvaartovereenkomsten met de buurlanden en gelijkgezinde partners een regelgevingskader voor eerlijke concurrentie moeten omvatten;

11. wijst erop dat de Europese hubs moeten worden versterkt door middel van passende luchtvaartovereenkomsten en investeringen in betere infrastructuurverbindingen tussen hub-luchthavens, de naburige regionale luchthavens en de omliggende gebieden om groei en economische multiplicatoreffecten te bereiken, meer rechtstreekse buitenlandse investeringen aan te trekken, extra banen te scheppen en arbeidsplaatsen bij Europese luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en derden-aanbieders veilig te stellen;

12. ziet mogelijke belemmeringen voor groei en werkgelegenheid in het opleggen van uiteenlopende nationale belastingen aan de luchtvaartsector, de overbelasting van de luchthavens en het luchtruim binnen de Unie, de uiteenlopende luchtverkeersleidingstarieven en luchthavengelden alsmede in de toepassing van lagere sociale normen en uiteenlopende regels voor staatssteun buiten de Unie;

13. verzoekt de lidstaten om de door hen gehanteerde belastingen, rechten en heffingen die van invloed zijn op de kosten van luchtvaartmaatschappijen, te toetsen op belemmering van de wereldwijde concurrentie;

14. verlangt van de Commissie dat zij bij haar streven naar meer concurrentiekracht en een verdere openstelling van de markt voor het luchtverkeer het wettelijk kader, de veiligheids-, arbeids- en sociale normen, de bescherming van de arbeidsplaatsen en arbeidsvoorwaarden, de veiligheid van het vliegverkeer - met inbegrip van voorschriften betreffende arbeids- en vliegtijden om oververmoeidheid te voorkomen - en de milieunormen in acht neemt en naar verbetering van de kwaliteitsnormen streeft, zodat de concurrentie niet in een wedloop om de laagste normen ontaardt;

15. beklemtoont dat liberaliseringsplannen in de luchtvaartsector, bijvoorbeeld op het gebied van gronddiensten en vliegwerktijden, niet ten koste van de werknemers of het algemeen belang mogen worden uitgevoerd; beklemtoont dat liberaliseringsplannen gepaard moeten gaan met een beoordeling van de sociale gevolgen van die plannen;

16. wijst erop dat er onder de luchtvaartmaatschappijen een sterke concurrentie bestaat door toedoen van low-costmaatschappijen, een segment dat 40 % van het luchtvaartaanbod van de EU vertegenwoordigt; beklemtoont dat, wanneer een lidstaat de IAO-overeenkomsten 87 en 98 heeft geratificeerd, de luchtvaartmaatschappijen de daarin omschreven grondrechten betreffende de vrijheid van vergadering en de erkenning van werknemersvertegenwoordigers en cao's in acht moeten nemen, waarbij de naleving daarvan moet worden gecontroleerd en overtredingen moeten worden bestraft;

17. beklemtoont dat de door de Commissie voorgestelde hervorming op het punt van de eigendom en zeggenschap van luchtvaartmaatschappijen alleen mag worden gerealiseerd, voor zover überhaupt nodig, op grond van duidelijker regels en een beoordeling van de sociale gevolgen en na raadpleging en met de brede betrokkenheid van de sociale partners; wijst erop dat aan een dergelijke hervorming het doel ten grondslag moeten liggen om tot gelijke mededingingsvoorwaarden voor de EU en derde landen te komen;

18. verlangt van de Commissie dat zij er bij de onderhandelingen over de uitbreiding van de luchtvaartbetrekkingen op let dat het Parlement en alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners, bij de ontwikkelingen betrokken worden, teneinde de beste resultaten bij het uitstippelen van maatregelen te behalen, met name wat betreft het werkgelegenheidpotentieel en de groei in de sector; is van mening dat daarbij beoordelingen van de sociale gevolgen moeten worden verricht en in aanmerking genomen;

19. wijst erop dat luchtvaartmaatschappijen uit derde landen de in de IAO-overeenkomsten verankerde grondrechten, zoals de vrijheid van vergadering, de instelling van werknemersvertegenwoordigingen en de erkenning van cao's, in acht moeten nemen, in het bijzonder artikel 5 van overeenkomst nr. 87; verzoekt de Commissie en de lidstaten om sociale clausules en IAO-normen wettelijk bindend in internationale luchtvaartovereenkomsten te verankeren en overtredingen daarvan te bestraffen;

20. stelt vast dat het groeiende marktaandeel van low-costmaatschappijen de Europese concurrentie zwaar onder druk zet, de markt voor korte en middellange vluchten verandert en negatieve gevolgen heeft voor de sociale bescherming van de werknemers;

21. is van mening dat de luchtvaartmaatschappijen met een volledig routenetwerk weliswaar sterke concurrentie van de low-costmaatschappijen ondervinden, maar dat zij elkaar toch kunnen aanvullen, gezien de nieuwe uitdagingen bij langeafstandsvluchten op markten buiten Europa;

22. is van mening dat een sterk extern luchtvaartbeleid van de EU dat gericht is op de belangrijkste groeimarkten voor vluchten op langeafstandsroutes, met name in de regio Azië/Stille Oceaan, nieuwe economische kansen kan bieden voor de luchtvaartmaatschappijen in de EU;

23. verlangt van de Commissie dat zij bij de herziening van Verordening (EG) nr. 868/2004 betreffende de tarieven meer rekening houdt met het niveau van de socialeverzekeringsregelingen en de arbeidsnormen van werknemers;

24. ziet in zijn beslissing op het vlak van de sociale zekerheid van mobiele werknemers een passende manier om paal en perk te stellen aan de pogingen van sommige exploitanten die de socialezekerheidsstelsels ten koste van de werknemers tegen elkaar willen uitspelen;

25. verwacht van de Commissie dat ze erop toeziet dat de luchtvaartmaatschappijen zich ook aan deze regelgeving houden en dat ze passende maatregelen neemt wanneer dit niet het geval is.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.4.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Regina Bastos, Edit Bauer, Heinz K. Becker, Phil Bennion, Pervenche Berès, Vilija Blinkevičiūtė, Milan Cabrnoch, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Derek Roland Clark, Minodora Cliveti, Marije Cornelissen, Emer Costello, Frédéric Daerden, Thomas Händel, Marian Harkin, Nadja Hirsch, Stephen Hughes, Danuta Jazłowiecka, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Siiri Oviir, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu, Andrea Zanoni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Georges Bach, Edite Estrela, Jelko Kacin, Svetoslav Hristov Malinov, Ria Oomen-Ruijten, Antigoni Papadopoulou, Csaba Sógor, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Anna Hedh, Anna Záborská


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

7.5.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdi Cristiano Allam, Georges Bach, Erik Bánki, Izaskun Bilbao Barandica, Philip Bradbourn, Antonio Cancian, Michael Cramer, Joseph Cuschieri, Philippe De Backer, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Juozas Imbrasas, Dieter-Lebrecht Koch, Jaromír Kohlíček, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Hubert Pirker, Dominique Riquet, Petri Sarvamaa, Vilja Savisaar-Toomast, Olga Sehnalová, Brian Simpson, Keith Taylor, Silvia-Adriana Ţicău, Giommaria Uggias, Peter van Dalen, Patricia van der Kammen, Dominique Vlasto, Artur Zasada, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Phil Bennion, Spyros Danellis, Alfreds Rubiks, Janusz Władysław Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Pilar Ayuso

Juridische mededeling - Privacybeleid