VERSLAG over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie
20.5.2013 - (COM(2012)0085 – C7‑0075/2012 – 2012/0036(COD)) - ***I
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Monica Luisa Macovei
PR_COD_1amCom
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie
(COM(2012)0085 – C7‑0075/2012 – 2012/0036(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0085),
– gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 82, lid 2 en 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0075/2012),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 juli 2012[1],
– gezien het advies van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van 4 december 2012,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A7-0178/2013),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1 Voorstel voor een richtlijn Overweging 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) De voornaamste drijfveer van grensoverschrijdende, georganiseerde criminaliteit is financieel gewin. De rechtshandhavingsautoriteiten en de gerechtelijke autoriteiten moeten, om doeltreffend te kunnen optreden, de middelen krijgen om de opbrengsten van misdrijven op te sporen, te bevriezen, te beheren en te confisqueren. |
(1) De voornaamste drijfveer van grensoverschrijdende, georganiseerde criminaliteit, met inbegrip van maffia-achtige criminele organisaties, is financieel gewin. De bevoegde autoriteiten moeten bijgevolg de middelen krijgen om de opbrengsten van misdrijven op te sporen, te bevriezen, te beheren en te confisqueren. De preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit dient echter niet beperkt te blijven tot het neutraliseren van de opbrengsten van misdrijven maar dient in andere gevallen tevens te worden uitgebreid tot alle eigendom dat voortvloeit uit criminele activiteiten. De wederzijdse erkenning van beslissingen tot bevriezing en confiscatie van de opbrengsten van misdrijven is niet doeltreffend genoeg. Voor een doeltreffende bestrijding van economische criminaliteit, georganiseerde criminaliteit en terrorisme is de wederzijdse erkenning nodig van maatregelen op een ander vlak dan dat van het strafrecht of maatregelen die getroffen zijn bij ontstentenis van een strafrechtelijke veroordeling onder de omstandigheden van artikel 5 en die in bredere zin betrekking hebben op alle vermogensbestanddelen of inkomsten waarvoor een verband gelegd kan worden met een criminele organisatie of een persoon die verdacht wordt of ervan wordt beschuldigd lid te zijn van een criminele organisatie. |
Motivering | |
Financieel gewin is het doel van de meeste criminaliteit, niet enkel van grensoverschrijdende, georganiseerde criminaliteit. | |
Rekening houdend met de beperkte efficiëntie van het huidige systeem, dienen alle middelen ter beschikking te worden gesteld om de opbrengsten van misdrijven op te sporen, te bevriezen, te beheren en te confisqueren. | |
Amendement 2 Voorstel voor een richtlijn Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Georganiseerde criminele groepen opereren over de grenzen heen en verwerven steeds meer vermogensbestanddelen in andere lidstaten en derde landen. Er is steeds meer behoefte aan doeltreffende internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsautoriteiten op het gebied van de ontneming van vermogensbestanddelen en aan wederzijdse rechtshulp. |
(2) Georganiseerde criminele groepen opereren over de grenzen heen en verwerven steeds meer vermogensbestanddelen in andere lidstaten en derde landen. Er is steeds meer behoefte aan doeltreffende internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsautoriteiten op het gebied van de ontneming van vermogensbestanddelen en aan wederzijdse rechtshulp. Met de vaststelling van minimumvoorschriften zullen de regelingen van de lidstaten inzake bevriezing en confiscatie worden geharmoniseerd, waardoor het wederzijdse vertrouwen en de doeltreffende grensoverschrijdende samenwerking worden versterkt. |
Amendement 3 Voorstel voor een richtlijn Overweging 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(2 bis) De meest doeltreffende methoden in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit zijn strenge rechtsgevolgen en effectieve opsporing, inbeslagname en confiscatie van hulpmiddelen en winsten die afkomstig zijn uit misdrijven. Het blijkt dat de invoering van ruimere confiscatie bijzonder doeltreffend is. |
Amendement 4 Voorstel voor een richtlijn Overweging 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(3) Hoewel er weinig statistische gegevens voorhanden zijn, lijken er in de Unie te weinig bedragen uit criminele vermogensbestanddelen te worden ontnomen in vergelijking met de geraamde opbrengsten van misdrijven. Uit studies blijkt dat, hoewel er op Europees en nationaal niveau een wettelijke regeling bestaat voor confiscatieprocedures, deze procedures nog steeds te weinig worden gebruikt. |
(3) Hoewel er weinig statistische gegevens voorhanden zijn, lijken er in de Unie bijzonder weinig bedragen uit criminele opbrengsten te worden ontnomen in vergelijking met de geraamde opbrengsten van misdrijven. Uit studies blijkt dat, hoewel er op Europees en nationaal niveau een wettelijke regeling bestaat voor confiscatieprocedures, deze procedures nog steeds te weinig worden gebruikt en dat de wettelijke regelingen op nationaal niveau ongelijk zijn, en dat deze daarom adequaat moeten worden geharmoniseerd, onder meer om de confiscatie zelf volledig uit te voeren. |
Motivering | |
Het punt is niet dat te weinig bedragen uit criminele vermogensbestanddelen worden gerecupereerd, maar dat deze bedragen laag zijn in vergelijking met de geschatte opbrengst van criminaliteit. Er dient te worden gewezen op de diversiteit van de nationale regelingen als aanleiding voor dit voorstel voor een richtlijn. De verscheidenheid van de regelgeving heeft een negatieve invloed op de doeltreffendheid en de samenwerking, met name met betrekking tot grensoverschrijdende, georganiseerde criminaliteit en andere vormen van criminaliteit. | |
Amendement 5 Voorstel voor een richtlijn Overweging 7 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(7 ter) Het staat de lidstaten vrij confiscatieprocedures die verband houden met een strafzaak aanhangig te maken bij een strafrechter, een civiele rechter of een administratief rechter. |
Motivering | |
Hierdoor wordt expliciet duidelijk gemaakt dat de lidstaten de richtlijn via eender welke rechter afdwingbaar kunnen maken, naargelang wat het best aansluit op hun nationale rechtsstelsel. | |
Amendement 6 Voorstel voor een richtlijn Overweging 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(9) Wat de onder deze richtlijn vallende strafbare feiten betreft, moet dit ruimere concept bijgevolg gelden voor de confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten na een definitieve rechterlijke beslissing en van goederen met een waarde die overeenkomt met die van deze opbrengsten. Krachtens Kaderbesluit 2001/500/JBZ moeten de lidstaten de confiscatie van hulpmiddelen en van opbrengsten uit misdrijven na een definitieve veroordeling mogelijk maken alsook de confiscatie van goederen met een waarde die overeenkomt met die van de opbrengsten van misdrijven. Die verplichtingen moeten worden behouden voor de strafbare feiten die niet onder deze richtlijn vallen. |
(9) Wat de onder deze richtlijn vallende strafbare feiten betreft, moet dit ruimere concept bijgevolg gelden voor de confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten na een definitieve rechterlijke beslissing – zowel gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling als zonder dergelijke veroordeling – en van goederen met een waarde die overeenkomt met die van deze opbrengsten. Krachtens Kaderbesluit 2001/500/JBZ moeten de lidstaten de confiscatie van hulpmiddelen en van opbrengsten uit misdrijven na een definitieve veroordeling mogelijk maken alsook de confiscatie van goederen met een waarde die overeenkomt met die van de opbrengsten van misdrijven. Die verplichtingen moeten worden behouden voor de strafbare feiten die niet onder deze richtlijn vallen. Ook moet het in deze richtlijn uiteengezette concept "opbrengsten" worden uitgebreid tot strafbare feiten die niet onder deze richtlijn vallen. |
Amendement 7 Voorstel voor een richtlijn Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) Gezien het beginsel ne bis in idem, is het dienstig om ruimere confiscatie uit te sluiten voor de opbrengsten van vermeende criminele activiteiten waarvoor de betrokken persoon in een eerder proces definitief is vrijgesproken of voor andere gevallen waarin het beginsel ne bis in idem van toepassing is. Ruimere confiscatie moet ook worden uitgesloten wanneer de soortgelijke criminele feiten krachtens het nationale strafrecht niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd omdat zij zijn verjaard. |
(11) Gezien het beginsel ne bis in idem, is het dienstig om ruimere confiscatie uit te sluiten voor de opbrengsten van vermeende criminele activiteiten waarvoor de betrokken persoon in een eerder proces definitief is vrijgesproken of voor andere gevallen waarin het beginsel ne bis in idem van toepassing is. |
Amendement 8 Voorstel voor een richtlijn Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Voor de uitvaardiging van beslissingen tot confiscatie is in het algemeen een strafrechtelijke veroordeling vereist. In bepaalde gevallen moet het - zelfs wanneer een strafrechtelijke veroordeling niet mogelijk is - mogelijk blijven vermogensbestanddelen te confisqueren om een einde te maken aan criminele activiteiten en ervoor te zorgen dat winsten uit criminele activiteiten niet worden geherinvesteerd in de legale economie. In sommige lidstaten is confiscatie toegestaan zelfs wanneer er onvoldoende bewijs is om een strafvervolging in te stellen, mits een rechter op basis van waarschijnlijkheidsafwegingen van oordeel is dat de goederen van illegale herkomst zijn en ook wanneer een verdachte of beklaagde is gevlucht voor vervolging of om andere redenen niet voor de rechter kan verschijnen of is overleden vóór het einde van de strafprocedure. Dat heet confiscatie zonder veroordeling. Confiscatie zonder veroordeling moet in alle lidstaten mogelijk worden gemaakt voor ten minste de laatstgenoemde, beperkte gevallen. Dat is in overeenstemming met artikel 54, lid 1, onder c), van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, waarin wordt bepaald dat alle staten die partij zijn, moeten overwegen om maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn om toe te staan dat op illegale wijze verkregen goederen worden geconfisqueerd zonder dat een strafrechtelijke veroordeling vereist is in zaken waarin de dader niet vervolgd kan worden vanwege zijn overlijden, vlucht of afwezigheid. |
(12) Voor de uitvaardiging van beslissingen tot confiscatie is in het algemeen een strafrechtelijke veroordeling vereist. In bepaalde gevallen moet het - zelfs wanneer een strafrechtelijke veroordeling niet mogelijk is - mogelijk blijven vermogensbestanddelen te confisqueren om een einde te maken aan criminele activiteiten zoals georganiseerde misdaad of terrorisme en ervoor te zorgen dat winsten uit criminele activiteiten niet worden geherinvesteerd in de legale economie. In sommige lidstaten is confiscatie zelfs toegestaan als er onvoldoende bewijs is om een strafvervolging in te stellen, mits een rechter op waarschijnlijkheidsgronden van oordeel is dat de voorwerpen van illegale herkomst zijn en ook als een verdachte of beklaagde is gevlucht voor vervolging of veroordeling, om andere redenen niet voor de rechter kan verschijnen of is overleden vóór het einde van de strafprocedure. In andere gevallen laten sommige lidstaten confiscatie bijvoorbeeld toe wanneer geen strafvervolging wordt ingesteld of wanneer een strafrechtelijke veroordeling niet mogelijk is, indien een rechtbank ervan overtuigd is, na overweging van al het bewijsmateriaal, met inbegrip van de verhouding tussen de vermogensbestanddelen en het aangegeven inkomen, dat de goederen voortvloeien uit criminele activiteiten. Dat heet confiscatie zonder veroordeling. Confiscatie zonder veroordeling moet in alle lidstaten mogelijk worden gemaakt. |
Amendement 9 Voorstel voor een richtlijn Overweging 12 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(12 bis) Deze richtlijn heeft enkel betrekking op vormen van confiscatie zonder veroordeling die van strafrechtelijke aard zijn. Om de strafrechtelijke aard van confiscatiemaatregelen vast te stellen, kan onder meer rekening worden gehouden met volgende criteria: i) de juridische kwalificatie van de inbreuk in het nationale recht, ii) de aard van de inbreuk, en iii) de zwaarte van de sanctie die aan de betrokkene kan worden opgelegd. |
Amendement 10 Voorstel voor een richtlijn Overweging 12 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(12 ter) In bepaalde gevallen moet de beslissing tot bevriezing gedeeltelijk ingetrokken kunnen worden. Dit zou bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn in gevallen waarin de maatregel de betrokkenen onevenredig belast of leidt tot het verlies van zijn levensonderhoud. |
Motivering | |
Het voorstel van de Commissie houdt tot nog toe geen rekening met onbillijke gevallen. Wanneer de voorwaarden voor confiscatie aanwezig zijn, moet opdracht worden gegeven tot confiscatie. Om onevenredige gevolgen te voorkomen, moet er dringend een zogenaamde "hardheidsclausule" worden opgenomen. | |
Amendement 11 Voorstel voor een richtlijn Overweging 12 quater (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(12 quater) De confiscatie mag de rechtmatige vorderingen van de slachtoffers van de misdrijven van de door de confiscatie getroffen personen niet verstoren of ondermijnen. |
Amendement 12 Voorstel voor een richtlijn Overweging 13 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(13) Om confiscatie te vermijden, is het een gebruikelijke en steeds algemenere praktijk dat verdachten of beklaagden goederen overdragen aan een derde partij die daarvan op de hoogte is. Het huidige rechtskader van de Unie bevat geen bindende voorschriften over de confiscatie van aan derden overgedragen goederen. Het wordt bijgevolg steeds noodzakelijker om de confiscatie van aan derden overgedragen goederen toe te staan, die in de regel slechts mag plaatsvinden wanneer een beklaagde geen goederen heeft die kunnen worden geconfisqueerd. Het is dienstig om onder bepaalde voorwaarden confiscatie bij derden mogelijk te maken nadat op basis van specifieke feiten is vastgesteld dat confiscatie van goederen van de veroordeelde, verdachte of beklaagde weinig kans van slagen heeft of voor situaties waarin unieke voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar moeten worden teruggegeven. Ter bescherming van de belangen van derden te goeder trouw, moet een dergelijke confiscatie voorts alleen mogelijk zijn wanneer de derde wist of had moeten weten dat de goederen opbrengsten van misdrijven waren of zijn overgedragen om confiscatie te voorkomen en de goederen kosteloos of onder de marktwaarde zijn overgedragen. |
(13) Om confiscatie te vermijden, is het een gebruikelijke en steeds algemenere praktijk dat verdachten of beklaagden goederen overdragen aan een derde partij die daarvan op de hoogte is. Het huidige rechtskader van de Unie bevat geen bindende voorschriften over de confiscatie van aan derden overgedragen goederen. Het wordt bijgevolg steeds noodzakelijker om de confiscatie van aan derden overgedragen of door derden verworven goederen toe te staan. Ter bescherming van de belangen van derden te goeder trouw, moet een dergelijke confiscatie alleen mogelijk zijn wanneer de derde wist of had moeten weten dat de goederen de hulpmiddelen voor of de opbrengsten van misdrijven waren of zijn overgedragen om confiscatie te voorkomen of wanneer de goederen kosteloos of beduidend onder de marktwaarde zijn overgedragen. Bovendien moet confiscatie bij derden ook mogelijk zijn wanneer de beschuldigde of verdachte reeds vanaf het begin voor een andere natuurlijke of rechtspersoon handelde. |
Amendement 13 Voorstel voor een richtlijn Overweging 13 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(13 bis) De lidstaten dienen ten behoeve van een doeltreffendere bestrijding van criminele organisaties en zware criminaliteit in lijn met reeds opgedane ervaringen een strafbaar feit aan hun strafrechtelijk stelsel toe te voegen ter bestraffing en vervolging van gedragingen die fictieve overdracht en beschikbaarheid van eigendom aan en voor derde partijen tot doel hebben om zo inbeslagnemings- en confiscatiemaatregelen te ontlopen. Ook de ondersteuning bij het plegen van dergelijk strafbaar feit dient passend te worden bestraft. |
Amendement 14 Voorstel voor een richtlijn Overweging 13 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(13 ter) De regels inzake confiscatie bij derden gelden zowel voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen. |
Amendement 15 Voorstel voor een richtlijn Overweging 15 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(15) Vaak houden verdachten of beklaagden hun goederen tijdens de gehele duur van de strafprocedure verborgen. Daardoor kunnen beslissingen tot confiscatie niet ten uitvoer worden gelegd en kunnen degenen tegen wie een beslissing tot confiscatie is gegeven opnieuw over hun goederen beschikken nadat zij hun straf hebben ondergaan. Bijgevolg moet het mogelijk zijn de precieze omvang te bepalen van de goederen die zelfs na een definitieve strafrechtelijke veroordeling kunnen worden geconfisqueerd, teneinde de volledige tenuitvoerlegging van beslissingen tot confiscatie mogelijk te maken wanneer aanvankelijk geen of onvoldoende goederen zijn gevonden en de beslissing tot confiscatie dus niet ten uitvoer is gelegd. Aangezien beslissingen tot bevriezing een beperking inhouden van het recht op eigendom, mogen dergelijke voorlopige maatregelen niet langer worden gehandhaafd dan noodzakelijk is om de goederen veilig te stellen met het oog op een eventuele latere confiscatie. Daartoe kan een regelmatige toetsing door de rechter vereist zijn om na te gaan of het doel van de beslissing, namelijk voorkomen dat de goederen worden weggemaakt, nog steeds geldig is. |
(15) Vaak houden verdachten of beklaagden hun goederen tijdens de gehele duur van de strafprocedure verborgen. Daardoor kunnen beslissingen tot confiscatie niet ten uitvoer worden gelegd en kunnen degenen tegen wie een beslissing tot confiscatie is gegeven opnieuw over hun goederen beschikken nadat zij hun straf hebben ondergaan. Bijgevolg moet het mogelijk zijn de precieze omvang te bepalen van de goederen die zelfs na een definitieve strafrechtelijke veroordeling kunnen worden geconfisqueerd, teneinde de volledige tenuitvoerlegging van beslissingen tot confiscatie mogelijk te maken wanneer aanvankelijk geen of onvoldoende goederen zijn gevonden en de beslissing tot confiscatie dus niet ten uitvoer is gelegd. Aangezien beslissingen tot bevriezing een beperking inhouden van het recht op eigendom, mogen dergelijke voorlopige maatregelen niet langer worden gehandhaafd dan noodzakelijk is om de goederen veilig te stellen met het oog op een eventuele latere confiscatie. Daartoe kan waar nodig een toetsing door de rechter vereist zijn om na te gaan of het doel van de beslissing, namelijk voorkomen dat de goederen worden weggemaakt, nog steeds geldig is. |
Amendement 16 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(16) Goederen die met het oog op latere confiscatie zijn bevroren, moeten adequaat worden beheerd opdat zij hun economische waarde niet zouden verliezen. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen, waaronder de verkoop of overdracht van de goederen, om dergelijke verliezen tot een minimum te beperken. De lidstaten moeten passende maatregelen nemen, zoals de oprichting van nationale centrale bureaus voor vermogensbeheer of soortgelijke instanties (bijvoorbeeld in het geval van decentralisatie van deze functies), om in afwachting van een rechterlijke beslissing, de vermogensbestanddelen die vóór confiscatie zijn bevroren, adequaat te beheren en ervoor te zorgen dat de waarde ervan behouden blijft. |
(16) Goederen die met het oog op latere confiscatie zijn bevroren, moeten adequaat worden beheerd opdat zij hun economische waarde niet zouden verliezen, het maatschappelijk hergebruik wordt gestimuleerd en het risico op verdere criminele infiltratie wordt voorkomen. Het zou met het oog hierop nuttig zijn om te overwegen een fonds van de Unie op te richten waarin een deel van de in de lidstaten geconfisqueerde goederen wordt verzameld. Een dergelijk fonds dient ter beschikking te staan van proefprojecten door burgers van de Unie, verenigingen, coalities van ngo's en andere organisaties van het maatschappelijk middenveld, teneinde het doeltreffend maatschappelijk hergebruik van geconfisqueerde goederen te stimuleren en de democratische functies van de Unie nader invulling te geven. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen, waaronder de verkoop of overdracht van de goederen, om dergelijke verliezen tot een minimum te beperken en de sociale doelstellingen te bevorderen. De lidstaten moeten alle passende wetgevende of andere maatregelen nemen, zoals de oprichting van nationale centrale bureaus voor vermogensbeheer of soortgelijke instanties (bijvoorbeeld in het geval van decentralisatie van deze functies), om in afwachting van een rechterlijke beslissing, de vermogensbestanddelen die vóór confiscatie zijn bevroren, adequaat te beheren en ervoor te zorgen dat de waarde ervan behouden blijft. |
Amendement 17 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(16 bis) Om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld concreet kan merken dat het optreden van de lidstaten tegen georganiseerde criminaliteit, waaronder maffia-achtige criminaliteit, daadwerkelijk effect sorteert en dat criminelen de opbrengsten uit hun misdaden worden afgenomen, dienen gemeenschappelijke maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat criminele organisaties op een ander moment weer bezit nemen van illegaal verkregen goederen. De volgende beste praktijken in een aantal lidstaten zijn zeer doeltreffend gebleken: beheer en administratie door bureaus voor vermogensbeheer of soortgelijke voorzieningen, alsook inzet van de geconfisqueerde goederen voor projecten voor onderzoek en preventie van misdaad, voor andere institutionele of publieke doeleinden of voor sociale doeleinden. |
Amendement 18 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(16 ter) Het gebruik van geconfisqueerde vermogensbestanddelen voor sociale doeleinden bevordert en ondersteunt de verspreiding van een cultuur van legaliteit, het verlenen van bijstand aan slachtoffers van misdrijven en het bestrijden van de georganiseerde criminaliteit, en stelt zodoende deugdelijke mechanismen in werking die ten goede komen aan de gemeenschap en aan de sociaaleconomische ontwikkeling van een bepaald gebied, mede aan de hand van niet-gouvernementele organisaties en op basis van objectieve criteria. |
Motivering | |
In enkele lidstaten hebben proeven met het gebruik van criminele vermogensbestanddelen voor doelstellingen van algemeen belang, belangrijke resultaten opgeleverd op sociaal vlak en bij de bestrijding van criminaliteit. | |
Amendement 19 Voorstel voor een richtlijn Overweging 17 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(17) Er zijn bijna geen betrouwbare gegevens over de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven. Om deze richtlijn te kunnen evalueren, moet een gemeenschappelijke minimumreeks passende statistische gegevens over de opsporing van vermogensbestanddelen en over gerechtelijke werkzaamheden en werkzaamheden in verband met de bestemming van vermogensbestanddelen, worden verzameld. |
(17) Er zijn bijna geen betrouwbare gegevens over de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven. Om deze richtlijn te kunnen evalueren, moet een behoorlijk vergelijkbare minimumreeks passende statistische gegevens over de opsporing van vermogensbestanddelen en over gerechtelijke werkzaamheden en werkzaamheden in verband met het beheer en de bestemming van vermogensbestanddelen, worden verzameld, onder naleving van het proportionaliteitsbeginsel. |
Amendement 20 Voorstel voor een richtlijn Overweging 17 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(17 bis) Er dient een administratie te worden bijgehouden van de waarde van goederen die zijn aangemerkt voor hergebruik ten behoeve van al dan niet directe misdaadslachtoffers. |
Amendement 21 Voorstel voor een richtlijn Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en in het bijzonder het recht op eigendom, het recht op eerbiediging van het privé-leven en van het familie- en gezinsleven, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een onpartijdig gerecht, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging, en het recht om niet tweemaal in een strafprocedure voor hetzelfde strafbaar feit te worden berecht of gestraft, en het legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel inzake strafbare feiten. Deze richtlijn moet worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen. |
(18) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en in het bijzonder het recht op eigendom, het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een onpartijdig gerecht, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging, en het recht om niet tweemaal in een strafprocedure voor hetzelfde strafbaar feit te worden berecht of gestraft, en het legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel inzake strafbare feiten. Deze richtlijn moet worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen. |
Amendement 22 Voorstel voor een richtlijn Overweging 18 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(18 bis) Een aantal lidstaten heeft reeds met succes een confiscatieregeling zonder veroordeling ingevoerd. Het feit dat een dergelijke maatregel waarbij individuen hun goederen worden afgenomen, kan worden ingesteld, is bovendien nooit door het Europees Hof voor de rechten van de mens aangemerkt als een schending van fundamentele rechten zoals die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie of in het EVRM. |
Amendement 23 Voorstel voor een richtlijn Overweging 20 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(20) Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de confiscatie van goederen in strafzaken vergemakkelijken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
(20) Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de confiscatie van goederen vergemakkelijken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
Amendement 24 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld voor de bevriezing van goederen met het oog op een eventuele latere confiscatie alsook voor de confiscatie van goederen in strafzaken. |
In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld voor de bevriezing van goederen met het oog op een eventuele latere confiscatie en voor de confiscatie van goederen in verband met strafzaken en worden algemene beginselen aanbevolen voor het beheer en de verdeling van geconfisqueerde goederen. |
Amendement 25 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) "opbrengst": elk economisch voordeel dat uit een strafbaar feit is verkregen; dit kunnen goederen van enigerlei aard zijn, met inbegrip van een latere herinvestering of omzetting van directe opbrengsten door een verdachte of beklaagde en alle in geld berekenbare voordelen; |
(1) "opbrengst": elk economisch voordeel dat direct of indirect uit een strafbaar feit is verkregen; dit kunnen goederen van enigerlei aard zijn, met inbegrip van een latere herinvestering of omzetting van directe opbrengsten door een verdachte of beklaagde en alle in geld berekenbare voordelen; |
Amendement 26 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) "goederen": goederen van enigerlei aard, lichamelijk of onlichamelijk, roerend of onroerend, alsmede rechtsbescheiden waaruit de eigendom of andere belangen ten aanzien van die goederen blijken; |
(2) "goederen": goederen van enigerlei aard, lichamelijk of onlichamelijk, roerend of onroerend, alsmede rechtsbescheiden waaruit de eigendom of andere belangen ten aanzien van die goederen blijken, en tevens goederen die deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap van goederen; |
Amendement 27 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(4) "confiscatie": een straf of maatregel opgelegd door een rechter na een procedure in verband met een strafbaar feit, welke straf of maatregel leidt tot het blijvend ontnemen van de beschikkingsbevoegdheid over goederen; |
(4) "confiscatie": een straf of maatregel opgelegd door een vonnis van de bevoegde nationale rechtbank of na een gerechtelijke procedure, in verband met een strafbaar feit, welke straf of maatregel leidt tot het blijvend ontnemen van de beschikkingsbevoegdheid over goederen op basis van een vonnis; |
Motivering | |
Volgens de juridische dienst van het EP dient de maatregel verband te houden met een strafbaar feit. Niettegenstaande de benaming "civiele confiscatie" in het nationale recht sluit artikel 83, lid 1, VWEU dit soort confiscatie niet uit, indien het volgens de criteria die werden ontwikkeld in het kader van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Engel kan worden aangemerkt als "strafrechtelijke sanctie" (het strafrechtelijke karakter, de strengheid van de straf). De "strafrechtelijke aard" van een dergelijke confiscatie is een voorwaarde voor harmonisering uit hoofde van artikel 83, lid 1, VWEU. (zie paragraaf 37 van de juridische dienst van de Raad) | |
Amendement 28 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 6 – letter k bis nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
k bis) alsmede alle andere regelgeving waarin specifiek is bepaald dat deze richtlijn van toepassing is op de daarbij geharmoniseerde strafbare feiten. |
Amendement 29 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om het mogelijk te maken dat hulpmiddelen en opbrengsten geheel of gedeeltelijk kunnen worden geconfisqueerd na een definitieve veroordeling voor een strafbaar feit. |
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om enkel de gerechtelijke autoriteiten in staat te stellen hulpmiddelen en opbrengsten of goederen waarvan de waarde met die van dergelijke hulpmiddelen en opbrengsten overeenstemt geheel of gedeeltelijk te confisqueren op basis van een definitieve veroordeling voor een strafbaar feit. |
Amendement 30 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om het mogelijk te maken dat goederen waarvan de waarde overeenkomt met die van de opbrengsten, kunnen worden geconfisqueerd na een definitieve veroordeling voor een strafbaar feit. |
Schrappen |
Amendement 31 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om het mogelijk te maken dat goederen die toebehoren aan een persoon die is veroordeeld voor een strafbaar feit, geheel of gedeeltelijk kunnen worden geconfisqueerd wanneer een rechter er op basis van specifieke feiten van overtuigd is dat het veel waarschijnlijker is dat de veroordeelde de betrokken goederen heeft verkregen uit soortgelijke criminele activiteiten dan uit andere activiteiten. |
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om gerechtelijke autoriteiten in staat te stellen goederen die toebehoren aan een persoon die is veroordeeld voor een strafbaar feit, geheel of gedeeltelijk te confisqueren wanneer een rechter op basis van specifieke feiten – bijvoorbeeld dat de waarde van de goederen niet in verhouding staat tot het legale inkomen van de veroordeelde persoon – van oordeel is dat het veel waarschijnlijker is dat de betrokken goederen zijn verkregen uit strafbare feiten dan uit andere activiteiten. |
Amendement 32 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Confiscatie is uitgesloten wanneer de in lid 1 bedoelde soortgelijke criminele activiteiten |
2. Confiscatie is uitgesloten wanneer de in lid 1 bedoelde soortgelijke criminele activiteiten reeds strafrechtelijk zijn vervolgd en de betrokkene definitief is vrijgesproken of in andere gevallen waarin het beginsel ne bis in idem van toepassing is. |
|
a) niet strafrechtelijk konden worden vervolgd omdat de betrokken feiten krachtens het nationale strafrecht waren verjaard, of |
|
|
b) reeds strafrechtelijk zijn vervolgd en de betrokkene definitief is vrijgesproken of in andere gevallen waarin het beginsel ne bis in idem van toepassing is. |
|
Amendement 33 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om de gerechtelijke autoriteiten in staat te stellen bij wijze van strafrechtelijke sanctie hulpmiddelen en opbrengsten te confisqueren zonder strafrechtelijke veroordeling indien de rechterlijke instantie er op grond van specifieke omstandigheden en na overweging van al het bewijsmateriaal van overtuigd is dat deze vermogensbestanddelen voortvloeien uit criminele activiteiten, onder volledige naleving van de bepalingen van artikel 6 van het EVRM en het Handvest van de grondrechten. Onder meer de volgende criteria dienen in aanmerking te worden genomen om te bepalen of een confiscatie al dan niet van strafrechtelijke aard is: i) de juridische kwalificatie van de inbreuk in het nationale recht, ii) de aard van de inbreuk, en iii) de zwaarte van de sanctie die aan de betrokkene kan worden opgelegd. Dit gebeurt eveneens in overeenstemming met het nationale constitutionele recht. |
|
Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om het mogelijk te maken dat opbrengsten en hulpmiddelen kunnen worden geconfisqueerd zonder dat een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken, na een procedure die, indien de verdachte of beklaagde voor de rechter had kunnen verschijnen, tot een strafrechtelijke veroordeling had kunnen leiden, wanneer: |
2. Elke lidstaat neemt tevens de nodige maatregelen om de gerechtelijke autoriteiten in staat te stellen opbrengsten en hulpmiddelen te confisqueren zonder dat een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken, na een procedure die, indien de verdachte of beklaagde voor de rechter had kunnen verschijnen, tot een strafrechtelijke veroordeling had kunnen leiden, wanneer: |
|
a) de verdachte of beklaagde niet verder kan worden vervolgd omdat hij is overleden of blijvend ziek is, of |
a) de verdachte of beklaagde niet voor de rechter kan verschijnen omdat hij is overleden of ziek of blijvend ziek is, waardoor verdere vervolging onmogelijk is, of |
|
b) een daadwerkelijke vervolging binnen een redelijke termijn niet mogelijk is omdat de verdachte of beklaagde ziek is of is gevlucht voor vervolging of veroordeling, en de kans groot is dat de vervolging op een wettelijke verjaringstermijn zal stuiten. |
b) een daadwerkelijke vervolging binnen een redelijke termijn niet mogelijk is omdat de verdachte of beklaagde ziek is of is gevlucht voor vervolging of veroordeling, en de kans groot is dat de vervolging op een wettelijke verjaringstermijn zal stuiten. |
|
|
3. Indien een lidstaat reeds beschikt over niet-strafrechtelijke procedures voor de in leden 1 en 2 uiteengezette omstandigheden, zijn ze niet verplicht ook deze procedures ten uitvoer te leggen in hun strafrechtelijk stelsel. |
Motivering | |
Niettegenstaande de benaming "civiele confiscatie" in het nationale recht sluit artikel 83, lid 1, VWEU dit soort confiscatie niet uit, indien het volgens de criteria die werden ontwikkeld in het kader van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Engel kan worden aangemerkt als "strafrechtelijke sanctie" (het strafrechtelijke karakter, de strengheid van de straf). De "strafrechtelijke aard" van een dergelijke confiscatie is een voorwaarde voor harmonisering uit hoofde van artikel 83, lid 1, VWEU. (zie paragraaf 37 van de juridische dienst van de Raad) | |
Amendement 34 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
a) opbrengsten die aan derden zijn overgedragen door of namens een veroordeelde, of door verdachten of beklaagden onder de omstandigheden van artikel 5, of |
a) opbrengsten of hulpmiddelen die al dan niet rechtstreeks zijn overgedragen aan of verworven door derden, of |
Amendement 35 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
b) andere goederen van de veroordeelde die zijn overgedragen aan derden om confiscatie van goederen waarvan de waarde overeenkomt met die van de opbrengsten, te voorkomen. |
b) andere goederen die zijn overgedragen aan of verworven door derden om confiscatie van goederen waarvan de waarde overeenkomt met die van de opbrengsten, te voorkomen. |
Amendement 36 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 bedoelde confiscatie van opbrengsten of goederen is mogelijk wanneer de goederen dienen te worden teruggegeven of wanneer |
2. De in lid 1 bedoelde confiscatie van opbrengsten of goederen is mogelijk wanneer: |
Motivering | |
Het bestaan van een – burgerrechtelijke – vordering tot teruggave vormt geen grond voor een recht op confiscatie bij derden. Het recht op confiscatie door de overheid van onrechtmatig verkregen vermogen en de burgerrechtelijke vordering tot teruggave van slachtoffers moeten strikt van elkaar gescheiden zijn en zijn fundamenteel onverenigbaar. Een vermenging van beide moet kost wat kost worden vermeden. | |
Amendement 37 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
a) uit een beoordeling op basis van specifieke feiten betreffende de veroordeelde, verdachte of beklaagde blijkt dat de confiscatie van goederen van de veroordeelde, of van de verdachte of beklaagde onder de omstandigheden van artikel 5, weinig kans van slagen heeft, en |
Schrappen |
Amendement 38 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – letter b – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
b) de opbrengsten of goederen kosteloos of onder hun marktwaarde zijn overgedragen, wanneer de derde: |
b) de opbrengsten of goederen kosteloos of beduidend ver onder hun marktwaarde zijn overgedragen; |
Amendement 39 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – letter b – sub i | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
i) in het geval van opbrengsten, op de hoogte was van de illegale herkomst ervan of, indien dat niet het geval is, een redelijke persoon in zijn positie op basis van concrete feiten en omstandigheden had moeten vermoeden dat de opbrengsten van illegale herkomst waren; |
Schrappen |
Amendement 40 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – letter b – sub ii | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
i) in het geval van andere goederen, wist dat deze zijn overgedragen om confiscatie te voorkomen van goederen waarvan de waarde overeenkomt met die van de opbrengsten of, indien dat niet het geval is, een redelijke persoon in zijn positie op basis van concrete feiten en omstandigheden had moeten vermoeden dat de goederen werden overgedragen om confiscatie te voorkomen. |
Schrappen |
Motivering | |
De drie bovenstaande amendementen werden voorgesteld omdat hun bepalingen voortvloeien uit de inleidende formule van lid 2. Het is duidelijk dat wanneer een persoon goederen gratis krijgt of voor een bedrag dat lager is dan de marktwaarde ervan, deze persoon zich met redenen vragen kan stellen betreffende de oorsprong van de goederen. | |
Amendement 41 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – letter b bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
b bis) in het geval van opbrengsten de derde persoon op de hoogte was van de illegale herkomst ervan of, indien dat niet het geval is, een redelijke persoon in zijn positie op basis van concrete feiten en omstandigheden had moeten vermoeden dat de opbrengsten van illegale herkomst waren; |
Amendement 42 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 – letter b ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
b ter) in het geval van andere goederen de derde persoon wist dat deze zijn overgedragen om confiscatie van goederen waarvan de waarde overeenkomt met die van de opbrengsten te voorkomen of, indien dat niet het geval is, een redelijke persoon in zijn positie op basis van concrete feiten en omstandigheden had moeten vermoeden dat de goederen werden overgedragen om confiscatie te voorkomen. |
Amendement 43 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 6 bis |
|
|
Gefingeerde toekenning van goederen aan derden |
|
|
Elke lidstaat vaardigt de nodige wettelijke bepalingen uit gericht op de vervolging van personen die op enigerlei wijze het eigendom en de beschikbaarheid van goederen op een gefingeerde wijze toekennen aan derden als middel om inbeslagneming of confiscatie te ontlopen. |
Amendement 44 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om, met het oog op een eventuele latere confiscatie, de bevriezing mogelijk te maken van goederen waarvoor het gevaar bestaat dat ze zullen worden weggemaakt, verborgen of overgebracht naar het buitenland. Dergelijke maatregelen worden door een rechter gelast. |
Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om, met het oog op een eventuele latere confiscatie, de bevoegde autoriteiten in staat te stellen goederen onmiddellijk te bevriezen of in beslag te nemen. De personen die worden geraakt door de in dit artikel bedoelde maatregelen, kunnen tegen deze beslissing beroep in rechte instellen. |
Amendement 45 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om zijn bevoegde autoriteiten in staat te stellen goederen onmiddellijk te bevriezen wanneer de kans groot is dat die goederen zullen worden weggemaakt, verborgen of overgedragen voordat de rechter een beslissing neemt. Dergelijke maatregelen worden zo spoedig mogelijk door een rechter bevestigd. |
Schrappen |
Motivering | |
Dit amendement werd voorgesteld om te zorgen voor samenhang met het amendement op artikel 7, lid 1. | |
Amendement 46 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de personen die worden geraakt door de in deze richtlijn bedoelde maatregelen, recht hebben op een doeltreffende voorziening in rechte en dat verdachten het recht hebben op een onpartijdig gerecht, teneinde hun rechten te vrijwaren. |
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de personen wier hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven werden geconfisqueerd in overeenstemming met deze richtlijn, ongeacht de eigendomsstructuur, recht hebben op een doeltreffende voorziening in rechte, met inbegrip van het recht op een onpartijdig gerecht. |
Motivering | |
Met dit amendement wordt verduidelijkt dat de personen die recht hebben op een voorziening in rechte en op een eerlijk proces om de wettelijkheid van de confiscatie te bepalen, degenen zijn die hulpmiddelen hebben gebruikt en/of opbrengsten hebben gehaald uit misdrijven, ongeacht de eigendomsstructuur van deze goederen op het moment dat ze worden geconfisqueerd. | |
Amendement 47 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de betrokken personen nog voorafgaand aan een definitieve confiscatiebeslissing het recht hebben op een doeltreffende voorziening in rechte, met inbegrip van het recht op verweer, teneinde hun rechten te vrijwaren. |
Amendement 48 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. In de in artikel 4 bedoelde procedures heeft de verdachte of beklaagde daadwerkelijk de mogelijkheid om de waarschijnlijkheidsafweging op basis waarvan de betrokken goederen als opbrengsten worden beschouwd, aan te vechten. |
4. In de in artikel 4 bedoelde procedures heeft de veroordeelde daadwerkelijk de mogelijkheid om de waarschijnlijkheidsafweging op basis waarvan de betrokken goederen als opbrengsten worden beschouwd, aan te vechten. |
Motivering | |
Artikel 4 heeft uitsluitend betrekking op veroordeelden. Het is dus niet juist om naar een "verdachte of beklaagde" te verwijzen. | |
Amendement 49 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. In de in artikel 5 bedoelde gevallen wordt de persoon van wie de goederen zijn getroffen door de beslissing tot confiscatie, tijdens de gehele procedure vertegenwoordigd door een advocaat met het oog op de uitoefening van de rechten van de verdediging van die persoon in verband met de vaststelling van het strafbaar feit en de bepaling van de opbrengsten en hulpmiddelen. |
5. In de in artikel 5 bedoelde gevallen wordt de persoon van wie de goederen zijn getroffen door de beslissing tot confiscatie in kennis gesteld van het feit dat hij het recht heeft om gedurende de gehele procedure te worden vertegenwoordigd door een advocaat naar eigen keuze of overeenkomstig de specifieke regels die gelden in de betrokken lidstaat daaromtrent ambtshalve een advocaat te krijgen toegewezen om zijn rechten van verdediging in verband met de vaststelling van het strafbaar feit en de bepaling van de opbrengsten en hulpmiddelen te vrijwaren. |
Amendement 50 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 6 – alinea 2 (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Elke lidstaat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in gevallen waarin er omwille van een strafbaar feit vorderingen zijn vanwege de slachtoffers tegen de beschuldigden, de confiscatie de inning daarvan niet in het gedrang brengt. |
Motivering | |
Er moet een uniforme regeling komen voor de afhandeling van vorderingen vanwege slachtoffers. Als het Europese confiscatierecht ertoe zou leiden dat de vorderingen van slachtoffers over het hoofd worden gezien, zou dat ingaan tegen het overige beleid van de Commissie inzake de bescherming van slachtoffers. Er moet zorg voor worden gedragen dat de in het voorstel voor een richtlijn voorziene confiscatie de vorderingen van slachtoffers niet kan verhinderen. | |
Amendement 51 Voorstel voor een richtlijn Artikel 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om de precieze omvang te kunnen vaststellen van de goederen die na een definitieve veroordeling voor een strafbaar feit of na een procedure in de zin van artikel 5, in het kader waarvan een beslissing tot confiscatie is genomen, dienen te worden geconfisqueerd, en om verdere maatregelen mogelijk te maken voor zover als nodig om die beslissing tot confiscatie daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. |
Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om de precieze omvang te kunnen vaststellen van de goederen die dienen te worden geconfisqueerd, en om verdere maatregelen mogelijk te maken voor zover als nodig om die beslissing tot confiscatie daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. |
Motivering | |
Dit artikel dient te worden gewijzigd om te zorgen voor samenhang met de amendementen op artikel 3 en artikel 5. | |
Amendement 52 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Beheer van bevroren goederen |
Beheer van bevroren en geconfisqueerde goederen |
Motivering | |
Het is wenselijk een nadere definitie te geven van het beheer van goederen na de confiscatie in de vorm van het gebruik ervan voor sociale doeleinden. | |
Amendement 53 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen, zoals de oprichting van nationale centrale bureaus of soortgelijke instanties, om ervoor te zorgen dat goederen die met het oog op een eventuele latere confiscatie zijn bevroren, adequaat worden beheerd. |
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen, zoals de oprichting van nationale centrale bureaus of soortgelijke instanties, om ervoor te zorgen dat goederen die met het oog op een eventuele latere confiscatie zijn bevroren, adequaat worden beheerd, en voorziet in de mogelijkheid om de geconfisqueerde vermogensbestanddelen te gebruiken voor sociale doeleinden. |
Motivering | |
Het is wenselijk een nadere definitie te geven van het beheer van goederen na de confiscatie in de vorm van het gebruik ervan voor sociale doeleinden. | |
Amendement 54 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Hiertoe is nauwe grensoverschrijdende samenwerking en doeltreffende uitwisseling van informatie tussen de politiële, justitiële en financiële autoriteiten van de lidstaten essentieel. |
Amendement 55 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde maatregelen leiden tot een optimalisatie van de economische waarde van dergelijke goederen, en onder meer inhouden dat goederen waarvan de waarde vermoedelijk zal dalen, kunnen worden verkocht of overgedragen. |
2. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde maatregelen ten aanzien van bevroren goederen leiden tot een optimalisatie van de economische waarde van dergelijke goederen, en onder meer – uitsluitend indien noodzakelijk – inhouden dat goederen waarvan de waarde vermoedelijk zal dalen, kunnen worden verkocht of overgedragen. Elke lidstaat treft alle noodzakelijke maatregelen om criminele infiltratie in deze fase te voorkomen. |
Amendement 56 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Elke lidstaat wordt opgeroepen op basis van de bestaande beste praktijken en onder toepassing van het nationaal recht de nodige maatregelen te treffen om te voorzien in de verdeling en bestemming van geconfisqueerde goederen. Dergelijke goederen zouden prioritair kunnen worden gereserveerd voor projecten op het vlak van wetshandhaving en misdaadpreventie alsook voor andere projecten van publiek belang en maatschappelijk nut. De lidstaten worden eveneens opgeroepen alle noodzakelijke maatregelen te treffen om criminele of illegale infiltratie in deze fase te voorkomen. |
Amendement 57 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Elke lidstaat kan een revolverend fonds instellen voor het financieren van maatregelen ter bescherming van de goederen in de fase tussen de bevriezing en de confiscatie teneinde het geheel te beschermen tegen vandalisme en te voorkomen dat de beschikbaarheid ervan in gevaar wordt gebracht. |
Amendement 58 Voorstel voor een richtlijn Artikel 11 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Ter beoordeling van de doeltreffendheid van hun confiscatiesystemen houden de lidstaten uitgebreide statistieken bij, die zij met behulp van bij de bevoegde autoriteiten verzamelde gegevens regelmatig bijwerken. De verzamelde statistieken worden elk jaar aan de Commissie toegezonden en omvatten voor alle strafbare feiten: |
Ter beoordeling van de doeltreffendheid van hun confiscatiesystemen houden de lidstaten uitgebreide statistieken bij, die zij met behulp van bij de bevoegde autoriteiten verzamelde gegevens regelmatig bijwerken. De verzamelde statistieken worden elk jaar aan de Commissie toegezonden en omvatten voor alle strafbare feiten die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen: |
Amendement 59 Voorstel voor een richtlijn Artikel 11 – letter k bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
k bis) de aard van de bestemming van de geconfisqueerde vermogensbestanddelen als factor voor sociaaleconomische groei van het gebied en de lokale gemeenschappen. |
TOELICHTING
Het Europees Parlement heeft de Commissie reeds lange tijd gevraagd nieuwe regelgeving voor te stellen met betrekking tot confiscatie. In haar in oktober 2011 aangenomen initiatiefverslag heeft het Parlement met name benadrukt dat er regels nodig zijn voor effectieve gebruikmaking van ruimere confiscatie en confiscatie zonder veroordeling, alsook regels die confiscatie van aan derden overgedragen vermogensbestanddelen mogelijk maken. Bovendien vroeg het Parlement om de invoering van instrumenten in nationale rechtsstelsels die strafrechtelijk, civielrechtelijk of fiscaalrechtelijk gezien in voorkomend geval de bewijslast verlichten met betrekking tot de herkomst van vermogen dat in bezit is van een verdachte van een strafbaar feit dat verband houdt met georganiseerde criminaliteit.
Het voorstel voor een richtlijn betreffende de bevriezing en confiscatie van de opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie werd door de Europese Commissie aangenomen op 12 maart 2012. In deze richtlijn worden de minimumvoorschriften voor de lidstaten vastgesteld met betrekking tot de bevriezing en confiscatie van criminele vermogensbestanddelen via directe confiscatie, waardeconfiscatie, ruimere confiscatie, confiscatie zonder veroordeling, en confiscatie bij derden.
De rapporteur ondersteunt het voorstel van de Commissie in grote lijnen. De aanneming van deze minimumvoorschriften zal leiden tot een harmonisatie van de regelingen van de lidstaten inzake bevriezing en confiscatie, en zal dus het wederzijdse vertrouwen en de doeltreffende grensoverschrijdende samenwerking versterken. Ook zal hierdoor een stap worden genomen op weg naar de versterking van de wederzijdse erkenning van beslissingen tot bevriezing en confiscatie, wat een belangrijk onderdeel is van de bestrijding van grensoverschrijdende ernstige en georganiseerde criminaliteit in de EU.
Dit verslag van de rapporteur heeft tot doel de bepalingen met betrekking tot confiscatie zonder veroordeling en ruimere confiscatie te versterken, zodat ze doeltreffender zijn en er daadwerkelijk voor zorgen dat de opbrengsten van criminaliteit niet worden aangewend om latere misdrijven te plegen of om te worden geherinvesteerd in legale activiteiten.
Met betrekking tot confiscatie zonder veroordeling merkt de rapporteur op dat het systeem dat eerst werd gebruikt in de VS steeds ruimer wordt toegepast in de wereld. Confiscatie zonder veroordeling werd onder meer ingevoerd in de volgende rechtsgebieden: Italië, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Albanië, Bulgarije, Slowakije, Australië, Zuid-Afrika, en de Canadese provincies Alberta en Ontario. Op Europees niveau werden de bestaande stelsels van confiscatie zonder veroordeling zowel aangekaart bij nationale rechtbanken als bij het Europees Hof voor de rechten van de mens, en telkens werd geoordeeld dat ze verenigbaar zijn met de nationale grondwettelijke bepalingen en met de vereisten van het Europees Hof, mits ze werden aangenomen door een gerechtelijke autoriteit, met volledige eerbiediging van de rechten van de verdediging en van derden te goeder trouw, en mits besluiten kunnen worden aangevochten bij een rechter. Deze basiswaarborgen zijn ook opgenomen in de huidige richtlijn.
De bepalingen inzake ruimere confiscatie werden versterkt zodat wordt gezorgd voor een enkele minimumnorm die niet lager ligt dan de in Kaderbesluit 2005/212/JBZ vastgestelde drempel.
- [1] PB C 299 van 4.10.2012, blz. 129.
PROCEDURE
|
Titel |
Bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2012)0085 – C7-0075/2012 – 2012/0036(COD) |
||||
|
Datum indiening bij EP |
12.3.2012 |
|
|
|
|
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
LIBE 15.3.2012 |
|
|
|
|
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Monica Luisa Macovei 25.4.2012 |
|
|
|
|
|
Behandeling in de commissie |
19.9.2012 |
10.1.2013 |
20.2.2013 |
6.5.2013 |
|
|
|
7.5.2013 |
|
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
7.5.2013 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
48 7 2 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Jan Philipp Albrecht, Roberta Angelilli, Edit Bauer, Rita Borsellino, Emine Bozkurt, Arkadiusz Tomasz Bratkowski, Salvatore Caronna, Philip Claeys, Carlos Coelho, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Ioan Enciu, Frank Engel, Hélène Flautre, Kinga Gál, Kinga Göncz, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Ágnes Hankiss, Anna Hedh, Salvatore Iacolino, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Timothy Kirkhope, Juan Fernando López Aguilar, Baroness Sarah Ludford, Monica Luisa Macovei, Svetoslav Hristov Malinov, Véronique Mathieu Houillon, Nuno Melo, Louis Michel, Claude Moraes, Georgios Papanikolaou, Carmen Romero López, Judith Sargentini, Csaba Sógor, Renate Sommer, Wim van de Camp, Renate Weber, Josef Weidenholzer, Tatjana Ždanoka, Auke Zijlstra |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Cornelis de Jong, Monika Hohlmeier, Petru Constantin Luhan, Antonio Masip Hidalgo, Siiri Oviir, Raül Romeva i Rueda, Salvador Sedó i Alabart, Joanna Senyszyn |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2) |
Metin Kazak, Evgeni Kirilov, Marit Paulsen, Cristian Dan Preda, Patrizia Toia, Jacek Włosowicz, Marina Yannakoudakis, Andrea Zanoni |
||||
|
Datum indiening |
20.5.2013 |
||||