Procedure : 2013/2052(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0235/2013

Ingediende teksten :

A7-0235/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/09/2013 - 5.19
CRE 11/09/2013 - 5.19
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0367

VERSLAG     
PDF 169kWORD 90k
25.6.2013
PE 507.995v02-00 A7-0235/2013

met de aanbevelingen aan de Raad, de Commissie en de EDEO betreffende de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Maleisië

(2013/2052(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Emilio Menéndez del Valle

PR_INI_art90-4

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de aanbevelingen aan de Raad, de Commissie en de EDEO betreffende de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Maleisië

(2013/2052(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien Verordening (EEG) nr. 1440/80 van de Raad van 30 mei 1980 betreffende de sluiting van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de Association of South-East Asian Nations(1),

–   gezien de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de EU en Maleisië, waartoe de Raad in november 2004 de Commissie heeft gemachtigd en die in oktober 2010 in Brussel zijn geopend, tijdens de achtste topconferentie EU-Azië (ASEM8),

–   gezien de ASEM9-topconferentie gehouden in Vientiane (Laos) op 5 en 6 november 2012,

–   gezien de topconferentie van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN) gehouden in Cambodja van 18 t/m 20 november 2012,

–   gezien zijn resolutie van 15 februari 2007 over de ontwerpbeschikkingen van de Commissie tot vaststelling van de landenstrategiedocumenten en indicatieve programma's voor Maleisië, Brazilië en Pakistan(2),

–   gezien zijn resolutie van 16 december 2010 over Maleisië: het toedienen van stokslagen(3),

–   gezien zijn resolutie van 21 januari 2010 over de recente aanvallen op christelijke gemeenschappen(4),

–   gezien zijn resolute van 27 september 2011 over een nieuw handelsbeleid voor Europa in het kader van de Europa 2020-strategie(5),

–   gezien de toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag van vriendschap en samenwerking in Zuidoost-Azië in juli 2012(6),

–   gezien de lopende onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Maleisië,

–   gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Maleisië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend in 2007(7),

–   gezien de onderhandelingen over een vrijwillige partnerschapsovereenkomst met Maleisië met betrekking tot het actieplan Wetshandhaving, bestuur en handel in de bosbouw (FLEGT), die zijn gestart in 2007,

–   gezien het strategiedocument van de Europese Gemeenschap voor Maleisië voor de periode 2007-2013,

–   gezien artikel 90, lid 4, en artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie internationale handel (A7-0235/2013),

A. overwegende dat Maleisië een van de oprichters van de ASEAN is en in 2015 het voorzitterschap van deze associatie op zich zal nemen; overwegende dat Maleisië de op een na belangrijkste handelspartner van de EU binnen de ASEAN is;

B.  overwegende dat Maleisië een actief lid is van het Forum voor economische samenwerking Azië-Stille Oceaan (APEC), de Organisatie van Islamitische Samenwerking (OIS), de Beweging van niet-gebonden landen (NAM), de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), de Economische en Sociale Commissie voor Azië en het Stille Oceaan-gebied van de VN (UNESCAP), het plan van Colombo ter bevordering van de economische en sociale ontwikkeling in regio Azië-Stille Oceaan, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO), de Ontmoeting Azië-Europa (ASEM) en het Oost-Aziatische groeigebied Brunei Darussalam - Indonesië - Maleisië - Filippijnen (BIMP-EAGA); overwegende dat Maleisië eveneens lid is van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) sinds de oprichting ervan in 1995, en lid is van onder andere de "Groep van 77" (G77) ontwikkelingslanden, de "Developing Eight" (D-8), de G15 en de Mensenrechtenraad van de VN (2010-2013);

C. overwegende dat Maleisië zich in oktober 2010 heeft aangesloten bij het "Trans-Pacific Partnership", dat in 2005 is opgericht en in leven is geroepen voor de sluiting van een vrijhandelsovereenkomst die grote gevolgen kan hebben voor de handelspolitiek van de EU; overwegende dat de in het kader van het "Trans-Pacific Partnership" gevoerde onderhandelingen een buitengewoon belangrijke wending hebben genomen met de toetreding van de Verenigde Staten in februari 2008, van Mexico in juni 2012 en van Canada in oktober 2012;

D. overwegende dat Maleisië regelmatig deelneemt aan vredeshandhavingsmissies van onder andere de VN, onder meer in Libanon, Oost-Timor, de Filippijnen, Indonesië, Pakistan, Sierra Leone, Soedan, de Westelijke Sahara, Nepal en Kosovo, en een medische eenheid naar Afghanistan heeft gestuurd;

E.  overwegende dat in de Maleisische samenleving vele talen worden gesproken en dat deze samenleving multicultureel, multireligieus en multi-etnisch is, met een meerderheid van Maleisische moslims en een Indiase minderheid, een Chinese minderheid en een inheemse niet-Maleisische minderheid;

F.  overwegende dat op 5 mei 2013 parlementsverkiezingen zijn gehouden in Maleisië;

G. overwegende dat in Maleisië, een land met een opkomende economie, succesvolle programma's voor sociaal-economische herstructurering ten uitvoer zijn gebracht, namelijk de "New Economic Policy" (NEP) in 1971, gevolgd door de "National Development Policy" in 1991 en vervolgens de "National Vision Policy" in 2001 op grond van het "New Economic Model" voor de verwezenlijking van het langetermijnontwikkelingsdoel van Maleisië om vóór 2020 een ontwikkeld land te zijn ("Vision 2020");

H. overwegende dat in Maleisië een "Peaceful Assembly Act" is aangenomen op 20 december 2011;

I.   overwegende dat de samenwerking tussen de EU en Maleisië op het gebied van vrouwenrechten, de rechten van het kind, de rechten van inheemse volkeren, migratie, persvrijheid en verdedigers van de mensenrechten, is versterkt door regelmatige contacten met het maatschappelijk middenveld en de Maleisische mensenrechtencommissie (SUHAKAM); overwegende dat de EU bovendien geleidelijk haar samenwerking met Maleisië ontwikkelt op gebieden die vallen onder het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB), zoals maritieme veiligheid en non-proliferatie van massavernietigingswapens;

J.   overwegende dat om de betrekkingen verder aan te halen, het Maleisische parlement in november 2010 de Interparlementaire Unie (IPU) Malaysia-EU Caucus heeft opgericht en dat de leden ervan zowel de regeringscoalitie als de oppositie vertegenwoordigen;

1.  beveelt de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden aan:

Wat betreft de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst

(a)  de betrekkingen tussen de EU en de landen in Zuidoost-Azië, waaronder in het bijzonder Maleisië, op een hoger plan te brengen, door spoedig de onderhandelingen over partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten met zeven ASEAN-lidstaten af te sluiten; de EU sterker bewust te maken van het belang, de aanzienlijke mogelijkheden en de vele facetten van deze betrekkingen;

(b)  te benadrukken dat de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Maleisië unieke kansen zal bieden om het strategische en politieke kader voor de bilaterale betrekkingen op een hoger niveau te brengen, de EU-aanwezigheid op een aantal gebieden van wederzijds belang te vergroten (onder andere handelssamenwerking, energie, wetenschap & technologie, migratie, terrorismebestrijding, mensenrechten en fundamentele vrijheden, goed bestuur, sociale normen en arbeidsvoorwaarden, corruptiebestrijding, mensenhandel, en non-proliferatie) en de beleidsdialoog tussen de EU en Maleisië op het gebied van milieu, groene technologie en klimaatverandering te versterken;

(c)  het EU-onderhandelingsteam tijdens de onderhandelingsrondes te versterken gezien de thematische kennis aan Maleisische zijde, en niet alleen de onderhandelingen te faciliteren, maar eveneens de gepaste belangstelling van de EU ervoor te tonen;

(d)  te verlangen dat de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en over een vrijhandelsovereenkomst op samenhangende wijze worden gevoerd; erop te wijzen dat bij de onderhandelingen over de twee overeenkomsten de doelstellingen over en weer moeten worden overgenomen;

(e)  te benadrukken dat de onderhandelingen over de twee overeenkomsten in wederzijdse afhankelijkheid tot elkaar moeten staan en parallel aan elkaar gevoerd moeten worden;

Politieke dialoog

(f)   lof uit te spreken over de oprichting van het Maritime Enforcement Agency (MMEA) belast met alle activiteiten voor de handhaving van de federale wetgeving op zee; lof uit te spreken over de resultaten van de subregionale samenwerking van Maleisië met Singapore, Indonesië, de Filippijnen, Thailand, het Initiatief voor maritieme veiligheid in Azië (AMARSECTIVE) en het Regionaal Samenwerkingsverdrag inzake de bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee in Azië (Recaap), en van de samenwerking met het Regionaal Forum van de ASEAN, waardoor de maritieme veiligheid in zowel de Straat van Malakka, waar jaarlijks meer dan 50 000 schepen doorheen varen, als in de kustwateren van Maleisië, aanzienlijk is verbeterd; waardering uit te spreken voor het feit dat de Maleisische strijdkrachten hebben deelgenomen aan de bestrijding van de piraterij voor de kust van Somalië; de mogelijkheden onder ogen te zien die nauwere samenwerking tussen de EU en Maleisië biedt voor de versterking van de maritieme veiligheid, in het bijzonder voor de capaciteitsopbouw voor kustwachten, informatie-uitwisseling, de interoperabiliteit van de vloten en de ontwikkeling van juridische kwesties;

(g)  het belang op wereldniveau van de Zuid-Chinese Zee opnieuw te onderstrepen en een beroep te doen op alle betrokken partijen om een oplossing te vinden voor hun met elkaar onverenigbare territoriale aanspraken, waaronder de aanspraken op de Spratly/Nansha eilanden, door middel van internationale arbitrage, overeenkomstig het internationale recht (in het bijzonder het VN-Verdrag inzake het recht van de zee), om de regionale stabiliteit en vrede te waarborgen; de recente gewelddadigheden in Sabah te veroordelen en op te roepen tot het herstel van een vreedzame situatie; Maleisië en Singapore te prijzen voor het feit dat zij in 2010 een vreedzame oplossing hebben gevonden voor langlopende territoriale en watergeschillen;

(h)  samenwerking toe te juichen en verheugd kennis te nemen van de verbeterde capaciteiten van Maleisië ter bestrijding van terrorisme, het witwassen van geld, de handel in drugs en wapens en de namaak van reisdocumenten;

(i)   in herinnering te brengen dat in Maleisië de politieke situatie gedurende een lange periode buitengewoon stabiel is geweest; hun verheugdheid uit te spreken over de zeer hoge opkomst bij de parlementsverkiezingen van 5 mei 2013, waaruit de belangstelling van de bevolking voor politieke deelname is gebleken; op te merken dat de laatste verkiezingen hebben aangetoond dat Maleisië een meer pluralistische democratie is geworden; de Maleisische autoriteiten te verzoeken ervoor te zorgen dat een onafhankelijk en onafhankelijk onderzoek wordt ingesteld naar het verloop van de verkiezingen als reactie op vermeende onregelmatigheden; de nieuwe regering ertoe op te roepen te reageren op de toenemende etnische en politieke spanning, op het feit dat de steun van de bevolking verdeeld is over een aantal verschillende politieke partijen en op de groeiende sociale onrust en de toename van demonstraties, en een actieve dialoog met de oppositie en met alle etnische groeperingen te beginnen; eveneens het belang te onderstrepen van maatregelen als reactie op het openbaar ongenoegen over corruptie; de regering aan te moedigen de agenda voor economische en politieke hervorming, waaronder een hervorming van het kiesstelsel, voort te zetten;

(j)   Maleisië ertoe te bewegen sociaal-economisch beleid te blijven ontwikkelen dat de gelijke behandeling van alle etnische en religieuze groepen waarborgt en ertoe leidt dat alle burgers kun volledige burgerrechten kunnen genieten, waaronder toegang tot het ambtelijk apparaat, het onderwijs en het bedrijfsleven; inclusieve economische groei die eveneens profijtelijk is voor de armsten te bevorderen en tegelijkertijd de geboekte vooruitgang bij de ontwikkeling van het land en de bestrijding van armoede te erkennen;

(k)  de regering van Maleisië aan te moedigen het brede en actieve maatschappelijke middenveld in het land bij het besluitvormingsproces te betrekken door middel van raadplegingen, en de beperkingen voor het maatschappelijke middenveld weg te nemen; lof uit te spreken over het feit dat het maatschappelijke middenveld de aandacht heeft weten te richten op milieukwesties, vrouwenrechten, consumentenbescherming, de rechten van inheemse volkeren en andere etnische groepen, mediavrijheid, sociale gerechtigheid, mensenrechten en de rechten van religieuze minderheden;

(l)   de noodzaak te benadrukken van de actieve en frequente deelname van de EU aan bijeenkomsten op hoog niveau en topbijeenkomsten van regionale organisaties waarvoor de EU is uitgenodigd;

(m) eraan te herinneren dat politieke vooruitgang bevorderlijk is voor vrije en eerlijke handel, en dat liberalisering van de handel evenzeer gunstig is voor de bevordering van politieke liberalisering, democratie en mensenrechten;

Mensenrechten en fundamentele vrijheden

(n)  zich te verheugen over het feit dat Maleisië tijdens de vergadering van de VN-Mensenrechtenraad in 2009 heeft verklaard te overwegen de doodstraf door de levenslange gevangenisstraf te vervangen, en over de oprichting in 2011 van een onafhankelijke juridische commissie in Maleisië voor de beoordeling van wetten met het oog op eventuele intrekking ervan; de regering met klem te verzoeken een onmiddellijk moratorium op executies in te stellen en de juridische maatregelen voor de afschaffing van de doodstraf en van lijfstraffen te nemen;

(o)  de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in het gehele onderhandelingsproces over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Maleisië, te beschermen en te bevorderen, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging, en seksuele geaardheid en genderidentiteit, en de sociale en arbeidsnormen van de IAO te bevorderen; zich te vergewissen van de tenuitvoerlegging van de mensenrechtenclausule in alle overeenkomsten; de regering aan te moedigen de noodzakelijke stappen te zetten voor de ondertekening, ratificatie en effectieve uitvoering van het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en het bijbehorende facultatief protocol, evenals het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBP);

(p)  het belang van vooruitgang op het gebied van mediavrijheid te benadrukken, aangezien de belangrijkste media nog altijd aan censuur onderworpen zijn; hun verheugdheid uit te spreken over de uitspraak van het High Court van 2012, in de zaak rond de website Malaysiakini, dat een vergunning voor de publicatie van gedrukte media een recht en geen voorrecht is; openlijk te betreuren dat de vrijheid van vergadering nog altijd beperkt is, in het bijzonder in stedelijke gebieden; hun bezorgdheid te uiten over de "Evidence Act", die juridische aansprakelijkheid instelt voor eigenaren, beheerders en controllers van computers die voor publicaties worden gebruikt;

(q)  zich te verheugen over de geboekte vooruitgang op vele gebieden door de vervanging in juli 2012 van de "Internal Security Act" (ISA) door de "Security Offences Special Measures Act" (SOSMA), waardoor de maximale detentieduur zonder proces of aanklacht tot 28 dagen is beperkt; teleurstelling te uiten over het feit dat deze laatste wet nog tekortkomingen heeft, bijvoorbeeld wat betreft de beroepsprocedure, die (ondanks de wijzigingen) nog altijd tot inhechtenisneming voor onbepaalde tijd kan leiden in gevallen waarin vrijlating tegen borgtocht niet is toegestaan, en het feit dat deze wet grondrechten zoals het recht op communicatieprivacy beperkt en de verhulling van de bron van bewijs toestaat, waardoor tijdens rechtszaken geen kruisverhoor kan worden gehouden;

(r)   tevredenheid te uiten over het feit dat Maleisische rechters zich moedig en onafhankelijk hebben opgesteld door kernwaarden van de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechtspraak te verdedigen, en in staat zijn politieke en burgerrechten te bevorderen en te verdedigen, zij het met een beperkt resultaat; bijzondere waardering uit te spreken voor de werkzaamheden van de Maleisische orde van advocaten; kennis te nemen van het feit dat er spanningen zijn ontstaan tussen de rechterlijke macht en beoefenaars van juridische beroepen en bezorgdheid te uiten over het feit dat het institutionele kader tegelijkertijd gereserveerder is geworden wat betreft de volledige eerbiediging van de onafhankelijkheid van juridische procedures en het exclusieve karakter van de rechterlijke bevoegdheden van rechtbanken; de regering aan te bevelen te luisteren naar en in te gaan op de zorgen over spanningen rond door de staat geleide shariarechtbanken die naast het common-law-rechtsstelsel bestaan;

(s)   Maleisië op te roepen de internationaal overeengekomen sociale normen na te leven; het belang te onderstrepen van de naleving en de snelle uitvoering van alle IAO-voorschriften, onder andere betreffende het recht op de vrije oprichting van onafhankelijke vakbonden; zowel de Maleisische autoriteiten als Europese investeerders en ondernemingen die actief zijn in Maleisië ertoe op te roepen de internationale arbeidsnormen na te leven en te zorgen voor behoorlijke lonen en arbeidsomstandigheden in Maleisië;

(t)   Maleisië te verzoeken het constitutionele recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging van alle Maleisiërs te beschermen en goede betrekkingen en verdraagzaamheid tussen de godsdiensten te bevorderen; in dit verband de vernietiging van Hindoetempels in 2006 en de aanslagen op Christelijke kerken en de ontwijding van moskeeën in 2010 te veroordelen, evenals het recente politieke en rechterlijke optreden in verband met reeds lang gevestigde taalgebruiken; de autoriteiten ertoe aan te sporen de christenen de mogelijkheid te geven hun constitutionele recht op uitoefening van hun godsdienst volgens hun tradities en zonder bemoeienis of angst voor vervolging, volledig uit te oefenen; erop aan te dringen dat het recht van alle Maleisiërs op vrije keuze van geloofsovertuiging wordt geëerbiedigd; erop aan te dringen dat de bestaande administratieve en juridische belemmeringen voor moslims die zich bekeren tot het christendom of het hindoeïsme op korte termijn worden weggenomen en de staat ertoe op te roepen dergelijke bekeerlingen tegen vervolging te beschermen; de Maleisische autoriteiten ertoe op te roepen om, ter bevordering van de vrijheid van godsdienst, de wetten die van kracht zijn in 10 van de 13 deelstaten die zendingswerk door niet-moslims verbieden en lange gevangenisstraffen en geseling opleggen aan de overtreders ervan, te wijzigen;

(u)  de regering aan te moedigen het recht van vrouwen op gendergelijkheid te verbeteren, in het bijzonder in verband met de shariawetgeving en het familierecht; de autoriteiten ertoe op te roepen het toedienen van stokslagen als bestraffing af te schaffen;

Economische, wetenschappelijke en culturele samenwerking

(v)  zich te verheugen over het voornemen van Maleisië om de energie-efficiënte te verhogen, evenals het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de investeringen in groene technologieën op het gebied van vervoer, energie en gebouwen, ondanks het feit dat het land een belangrijke olie- en gasproducent is; zich eveneens te verheugen over het feit dat Maleisië heeft erkend dat het zijn economie moet veranderen in een koolstofarme economie en zo zijn verantwoordelijkheid moet nemen in de wereldwijde strijd tegen de klimaatverandering; te benadrukken dat hernieuwbare energiebronnen, zoals palmolie en waterkracht, op een ecologische duurzame wijze moeten worden geproduceerd, zonder dat tropische bossen in omvang worden teruggebracht, de biodiversiteit wordt verminderd of voedselproductie door brandstofproductie wordt vervangen;

(w) op te merken dat, hoewel Maleisië ontegenzeggelijk een van de meest succesvolle Zuid-Aziatische economieën is, het land geleidelijk moet gaan investeren in de verwerving van academische en wetenschappelijke kennis om een hogere levensstandaard te bereiken en een sterk ontwikkeld land te worden; de inspanningen voor meer universitaire uitwisselingen en samenwerking te ondersteunen door middel van het "Erasmus Mundus"-programma en het MYEULINK-project, en voor te stellen de uitwisselingen in twee richtingen te laten verlopen; nauwere culturele samenwerking aan te moedigen, onder andere door het Europese publiek kennis te laten maken met de Maleisische cultuur;

(x)  waardering uit te spreken voor het feit dat Maleisië als een van de eerste landen de onderhandelingen met de EU over een vrijwillige partnerschapsovereenkomst inzake FLEGT is begonnen, om ervoor te zorgen dat hout dat vanuit Maleisië in de EU wordt ingevoerd een legale herkomst heeft; met klem te verzoeken om de spoedige afsluiting van de onderhandelingen, aangezien de EU een belangrijke afzetmarkt voor Maleisisch hout is;

(y)  te herinneren aan het debat binnen de EU over het gevaar van het verhogen van de productie van biobrandstoffen ten koste van de voedselproductie, en te benadrukken dat palmolie voor biobrandstoffen duurzaam moet worden geproduceerd, zonder dat bossen worden ontgint en biodiversiteit verloren gaat, met eerbied voor de grondrechten van inheemse volkeren en door de armste bevolkingsgroepen mogelijkheden te bieden om hun levensstandaard te verbeteren;

(z)   de verdere ontwikkeling van het toerisme tussen de EU en Maleisië aan te moedigen; aan te nemen dat ecotoerisme een sterk potentieel in Maleisië heeft;

Overige bepalingen

(aa) het Parlement te raadplegen over de bepalingen inzake parlementaire samenwerking;

(ab) te voorzien in duidelijke benchmarks en bindende termijnen voor de tenuitvoerlegging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, evenals in toezichtmechanismen, waaronder regelmatige verslaglegging aan het Parlement;

(ac) het onderhandelingsteam van de EU aan te moedigen om zijn nauwe samenwerking met het Parlement voort te zetten door het actuele informatie over de voortgang van de onderhandelingen te verstrekken op grond van artikel 218, lid 10, VWEU;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie met de aanbevelingen van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Europese Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de Europese Dienst voor extern optreden en de regering en het parlement van Maleisië.

(1)

PB L 144 van 10.6.1980, blz. 1.

(2)

PB C 287 E van 29.11.2007, blz. 507.

(3)

PB C 169 E van 15.6.2012, blz. 132.

(4)

PB C 305 E van 11.11.2010, blz. 7.

(5)

PB C 56 E van 26.2.2013, blz. 87.

(6)

PB L 154 van 15.6.2012, blz. 1.

(7)

PB L 414 van 30.12.2006, blz. 85.


ADVIES van de Commissie internationale handel (29.5.2013)

aan de Commissie buitenlandse zaken

over de aanbevelingen aan de Raad, de Commissie en de EDEO betreffende de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Maleisië

(2013/2052(INI))

Rapporteur voor advies: Niccolò Rinaldi

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verlangt dat de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en over een vrijhandelsovereenkomst op samenhangende wijze worden gevoerd; wijst erop dat bij de onderhandelingen over de twee overeenkomsten de doelstellingen over en weer moeten worden overgenomen;

2.  benadrukt dat de onderhandelingen over de twee overeenkomsten in wederzijdse afhankelijkheid tot elkaar moeten staan en parallel aan elkaar moeten worden gevoerd;

3.  herinnert eraan dat politieke vooruitgang bevorderlijk is voor vrije en eerlijke handel, en dat liberalisering van de handel evenzeer gunstig is voor de bevordering van politieke liberalisering, democratie en mensenrechten;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.5.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Maria Badia i Cutchet, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, María Auxiliadora Correa Zamora, Andrea Cozzolino, George Sabin Cutaş, Christofer Fjellner, Metin Kazak, Franziska Keller, Bernd Lange, David Martin, Vital Moreira, Paul Murphy, Cristiana Muscardini, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Henri Weber, Iuliu Winkler, Jan Zahradil, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Amelia Andersdotter, Catherine Bearder, Elisabeth Köstinger, Mario Pirillo, Marietje Schaake, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Marie-Christine Vergiat


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.6.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Sir Robert Atkins, Franziska Katharina Brantner, Elmar Brok, Jerzy Buzek, Tarja Cronberg, Mark Demesmaeker, Michael Gahler, Marietta Giannakou, Andrzej Grzyb, Takis Hadjigeorgiou, Anna Ibrisagic, Liisa Jaakonsaari, Tunne Kelam, Andrey Kovatchev, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Eduard Kukan, Vytautas Landsbergis, Krzysztof Lisek, Sabine Lösing, Marusya Lyubcheva, Francisco José Millán Mon, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Norica Nicolai, Kristiina Ojuland, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Bernd Posselt, Hans-Gert Pöttering, Cristian Dan Preda, Fiorello Provera, Libor Rouček, Tokia Saïfi, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Jacek Saryusz-Wolski, György Schöpflin, Marek Siwiec, Sophocles Sophocleous, Charles Tannock, Eleni Theocharous, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Hélène Flautre, Emilio Menéndez del Valle, Traian Ungureanu, Ivo Vajgl

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Edite Estrela

Juridische mededeling - Privacybeleid