Procedure : 2013/2051(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0257/2013

Ingediende teksten :

A7-0257/2013

Debatten :

PV 12/09/2013 - 8
CRE 12/09/2013 - 8

Stemmingen :

PV 12/09/2013 - 13.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0369

VERSLAG     
PDF 146kWORD 124k
12.7.2013
PE 513.107v02-00 A7-0257/2013

over het jaarverslag over de activiteiten van de Ombudsman in 2012

2013/2051(INI)

Commissie verzoekschriften

Rapporteur: Nikolaos Salavrakos

PR_INI_AnnOmbud

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag over de activiteiten van de Ombudsman in 2012

2013/2051(INI) Het Europees Parlement,

Het Europees Parlement,

–   gezien het jaarverslag over de activiteiten van de Ombudsman in 2012,

–   gezien artikel 24, lid 3, artikel 228 en artikel 298 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–   gezien de artikelen 41 en 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien zijn resolutie van 18 juni 2008(1) over de aanneming van een besluit van het Europees Parlement tot wijziging van zijn besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(2),

–   gezien de raamovereenkomst over samenwerking die op 15 maart 2006 is gesloten tussen het Europees Parlement en de Ombudsman, en die op 1 april 2006 in werking is getreden,

–   gezien de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de Ombudsman van 1 januari 2009(3),

–   gezien zijn voorgaande resoluties over de activiteiten van de Ombudsman,

–   gezien artikel 205, lid 2, tweede en derde zin, van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A7-0257/2013),

A. overwegende dat het Jaarverslag 2012 over de activiteiten van de Ombudsman op 21 mei 2013 officieel is aangeboden aan de Voorzitter van het Europees Parlement en dat de Ombudsman, de heer Nikiforos Diamandouros, zijn verslag op 28 mei 2013 in Brussel aan de Commissie verzoekschriften heeft gepresenteerd;

B.  overwegende dat het Jaarverslag 2012 het laatste jaarverslag van de heer Diamandouros als Ombudsman is, aangezien hij op 14 maart 2013 de Voorzitter van het Europees Parlement in kennis heeft gesteld van zijn voornemen op 1 oktober 2013 met pensioen te gaan; overwegende dat de heer Diamandouros in 2003 voor het eerst verkozen werd als Ombudsman en vervolgens opnieuw in 2005 en 2010;

C. overwegende dat de heer Diamandouros tien jaar als Ombudsman in functie is geweest; overwegende dat zijn opvolger wordt verkozen voor de periode van 1 oktober 2013 tot de Europese verkiezingen in 2014, waarna het nieuwe Europees Parlement een nieuwe verkiezingsprocedure moet starten;

D. overwegende dat artikel 24 VWEU bepaalt:"Iedere burger van de Unie kan zich wenden tot de overeenkomstig artikel 228 ingestelde ombudsman";

E.  overwegende dat artikel 228 VWEU de Ombudsman in staat stelt om klachten te ontvangen betreffende gevallen van wanbeheer in de werkzaamheden van instellingen, organen en instanties van de EU, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak;

F.  overwegende dat overeenkomstig artikel 298 VWEU de instellingen, organen en instanties van de EU "steunen op een open, doeltreffend en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat" en dat hetzelfde artikel de mogelijkheid biedt hiertoe middels verordeningen concrete en voor het gehele EU-bestuur toepasbare bepalingen in de secundaire wetgeving vast te stellen;

G. overwegende dat artikel 41 van het Handvest van de grondrechten het volgende bepaalt: "Eenieder heeft er recht op dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen een redelijke termijn door de instellingen en organen van de Unie worden behandeld";

H. overwegende dat de EU 2013 heeft uitgeroepen tot "Europees Jaar van de burger" om de twintigste verjaardag van het EU-burgerschap te vieren;

I.   overwegende dat artikel 43 van het Handvest van de grondrechten bepaalt dat "iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat het recht [heeft] zich tot de ombudsman van de Unie te wenden over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen of organen, met uitzondering van het Hof van Justitie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak";

J.   overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 6 september 2001 de door de Ombudsman opgestelde Code van goed administratief gedrag, heeft goedgekeurd;

K. overwegende dat er sprake is van wanbeheer, wanneer een openbare instelling niet handelt volgens een regel of beginsel waaraan zij gebonden is;

L.  overwegende dat deze omschrijving wanbeheer niet beperkt tot gevallen waarin de overtreden regel of het overtreden beginsel wettelijk bindend is; overwegende dat de beginselen van goede bestuurspraktijken een hoger verplichtingsniveau inhouden dan de wet, waarmee van de EU-instellingen niet alleen verlangd wordt dat zij aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, maar ook dat zij servicegericht zijn en erop toezien dat alle leden van de bevolking naar behoren worden behandeld met rechtvaardigheid, onpartijdigheid en waardigheid en hun rechten ten volle kunnen uitoefenen;

M. overwegende dat de Ombudsman in 2012 2442 klachten heeft ontvangen (2510 in 2011) en 2460 klachten heeft behandeld (2544 in 2011); overwegende dat 740 klachten (30%) binnen zijn mandaat vielen;

N. overwegende dat de meeste klachten (56%) in elektronische vorm worden ontvangen voor registratie via de interactieve website van de Europese Ombudsman, welke beschikbaar is in alle 23 officiële talen;

O. overwegende dat de Ombudsman 450 onderzoeken heeft ingesteld (382 in 2011) naar aanleiding van klachten; overwegende dat dit een toename van 18% is ten opzichte van 2011; overwegende dat hij 15 initiatiefonderzoeken is gestart (14 in 2011) en één speciaal verslag heeft voorgelegd aan het Europees Parlement;

P.  overwegende dat de Ombudsman 390 onderzoeken heeft afgesloten (waaronder tien initiatiefonderzoeken), waarvan 206 uit 2012, 113 uit 2011 en 71 uit voorgaande jaren; overwegende dat 85,3% (324) van de afgesloten onderzoeken verzoeken van burgers betrof en 14,7% (56) van vennootschappen, verenigingen of andere rechtspersonen;

Q. overwegende dat 1467 ontvangen klachten onder de bevoegdheid van een lid van het Europees Netwerk van ombudsmannen vielen; overwegende dat dit netwerk bestaat uit nationale en regionale ombudsmannen en vergelijkbare organen in de EU, de EER, Zwitserland en de kandidaat-lidstaten; overwegende dat de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement een volwaardig lid van het netwerk is; overwegende dat de Ombudsman 63 klachten aan deze commissie heeft doorgegeven;

R.  overwegende dat 52,7% van de in 2012 ingestelde onderzoeken de Europese Commissie betrof, 3,0% de Europese dienst voor extern optreden, 1,5% de Europese Investeringsbank en 20,9% overige instellingen, instanties of organen van de EU;

S.  overwegende dat de in 2012 onderzochte gevallen van vermeend wanbeheer overwegend betrekking hadden op rechtmatigheid (27,7%), verzoeken om informatie (12,5%), eerlijkheid (10,3%), termijnen voor besluiten (8%) en verzoeken om toegang tot documenten (6,7%);

T.  overwegende dat de Ombudsman in 76 afgesloten zaken (19%) geen wanbeheer vastgesteld, en in 56 zaken (14%) wel;

U. overwegende dat de vaststelling dat er geen sprake was van wanbeheer niet per se een negatief resultaat is voor de indieners, aangezien zij hun voordeel kunnen doen met een volledige toelichting door de betrokken instelling en met de onafhankelijke analyse van de zaak door de Ombudsman, en zeker weten dat de betrokken instelling heeft gehandeld overeenkomstig de beginselen van behoorlijk bestuur;

V. overwegende dat in 2012 in 80 gevallen een minnelijke schikking is getroffen of het probleem is opgelost door de betrokken instelling; overwegende dat, als de Ombudsman geen wanbeheer vaststelt of als er geen redenen zijn om een onderzoek voort te zetten, hij een aanvullende opmerking kan maken; overwegende dat een aanvullende opmerking is bedoeld om een instelling te adviseren over hoe zij de kwaliteit van haar dienstverlening aan burgers kan verbeteren;

W. overwegende dat de Ombudsman 47 zaken waarin hij wanbeheer vaststelde, heeft afgesloten door een kritische opmerking te maken aan het adres van de instelling; overwegende dat in negen gevallen de betrokken instelling een ontwerpaanbeveling heeft aanvaard;

X. overwegende dat de Ombudsman een kritische opmerking maakt als: (i) het voor de betrokken instelling niet langer mogelijk is het wanbeheer te beëindigen, (ii) het wanbeheer geen algemene gevolgen lijkt te hebben en (iii) het niet nodig lijkt dat gevolg wordt gegeven aan de zaak; overwegende dat de Ombudsman ook een kritische opmerking maakt als hij van mening is dat een ontwerpaanbeveling geen nut zou hebben of als de instelling een ontwerpaanbeveling niet aanvaardt en het niet passend wordt geacht een speciaal verslag in te dienen;

Y. overwegende dat de Ombudsman een ontwerpaanbeveling uitgeeft als de betrokken instelling het wanbeheer ongedaan kan maken of als het wanbeheer bijzonder ernstig is of algemene gevolgen heeft; overwegende dat de Ombudsman 17 ontwerpaanbevelingen heeft uitgegeven in 2012;

Z.  overwegende dat de Ombudsman in 2012 één speciaal verslag naar het Parlement heeft gezonden; overwegende dat dit speciaal verslag betrekking had op de manier waarop de Commissie een klacht heeft behandeld die door burgerinitiatieven werd ingediend tegen wat zij beschouwden als de negatieve gevolgen van de uitbreiding van de luchthaven van Wenen; overwegende dat een speciaal verslag aan het Europees Parlement het krachtigste middel van de Ombudsman is en de laatste belangrijke stap die de Ombudsman kan zetten in de behandeling van een zaak;

AA.     overwegende dat in het verslag van het Parlement over het speciale verslag werd geconcludeerd dat de bekommernissen van de Ombudsman over mogelijk wanbeheer gerechtvaardigd waren;

AB.     overwegende dat de Ombudsman elk jaar een onderzoek publiceert naar de manier waarop de instellingen gevolg geven aan zijn kritische en aanvullende opmerkingen; overwegende dat het onderzoek van 2011 liet zien dat in 84% van de zaken op bevredigende wijze gevolg was gegeven aan kritische en aanvullende opmerkingen;

AC.     overwegende dat de aandacht van de Ombudsman in 2012 in het bijzonder is uitgegaan naar de integratie van personen met verschillende graden van handicap; overwegende dat de Ombudsman zich, samen met de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement, de Europese Commissie, het Europees Bureau voor de grondrechten en het Europees Gehandicaptenforum, inspant om de uitvoering van het EU-kader volgens het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap te beschermen, te bevorderen en te bewaken; overwegende dat dit het eerste mensenrechtenverdrag is dat door de EU is bekrachtigd;

AD.     overwegende dat de Raad van de EU het voorstel heeft bekrachtigd voor een kader op EU-niveau - met inbegrip van de Ombudsman en de Commissie verzoekschriften - voor de bewaking van de uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;

AE.     overwegende dat de Ombudsman in 2012 officieel erkend is als “Committed to Excellence” door de Europese Stichting voor Kwaliteitsbeheer;

1.  keurt het door de Europese Ombudsman ingediende jaarverslag over het jaar 2012 goed; neemt kennis van het feit dat de heer Diamandouros op 1 oktober 2013 met pensioen gaat;

2.  is de heer Diamandouros erkentelijk voor zijn voorbeeldige werk als Ombudsman in de achterliggende tien jaar en voor de resultaten die hij heeft bereikt in het streven naar een eerlijkere en transparantere EU; hoopt dat hij in goede gezondheid van zijn pensioen kan genieten en wenst hem het allerbeste toe in zijn verdere levensloop;

3.  erkent het voortreffelijke werk dat de Ombudsman heeft verricht om de dialoog met burgers, maatschappelijke organisaties, de instellingen en andere belanghebbenden op alle niveaus zowel te versterken als te verdiepen;

4.  is van oordeel, in overweging nemende dat de helft van de Europese burgers het ermee eens is dat het op een na belangrijkste recht van burgers het recht op goed beheer is, dat de inspanningen die de Ombudsman zich getroost om meer openheid, transparantie en verantwoording in de besluitvormingsprocessen en besturen in de Europese Unie te bewerkstelligen, een doorslaggevende bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van een Unie waarin "de besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger" worden genomen en uitgevoerd, zoals is bepaald in artikel 1 VEU; roept de volgende Europese Ombudsman op om het goede werk voort te zetten dat haar voorganger heeft verricht om deze belangrijke doelen te bereiken;

5.  erkent met respect de niet aflatende inzet waarmee de Ombudsman zich tot de burgers heeft gewend om hen bewust te maken van hun rechten uit hoofde van de Verdragen, en de besturen van de instellingen en organen van de EU heeft aangemoedigd om transparanter en meer servicegericht te worden;

6.  is van oordeel dat de Ombudsman zijn bevoegdheden altijd actief en evenwichtig heeft uitgeoefend en dankt hem voor de voortreffelijke werkrelatie en samenwerking met het Europees Parlement, in het bijzonder de Commissie verzoekschriften;

7.  merkt op dat 52% van de Europese burgers van oordeel is dat het de belangrijkste functie van de Ombudsman is te waarborgen dat EU-burgers hun rechten kennen en weten hoe ze die moeten uitoefenen; de Ombudsman moet derhalve zijn communicatie naar de burgers van Europa toe verbeteren en beter samenwerken met het Europees Netwerk van ombudsmannen;

8.  pleit voor de nodige stappen die moeten worden ondernomen om de procedures voor het klachtenonderzoek, het uitvoeren van onderzoeken en het nemen van beslissingen te bespoedigen;

9.  herhaalt dat 42% van de Europese burgers niet tevreden is met de mate van transparantie in het EU-bestuur en benadrukt dat de Ombudsman moet doorgaan met EU-instellingen te helpen meer open, doeltreffend en burgervriendelijk te worden, zodat bruggen tussen de instellingen en burgers worden gebouwd;

10. merkt op dat klachten in verband met transparantie altijd bovenaan de klachtenlijst van de Ombudsman hebben gestaan; merkt tevens op dat het aantal van deze klachten een dalende lijn vertoont, van het piekjaar 2008, waarin 36% van de indieners een gebrek aan transparantie aanvoerde, naar 21,5% in 2012; meent dat dit erop wijst dat de EU-instellingen aanzienlijke inspanningen hebben geleverd om hun transparantie te vergroten; roept de instellingen, instanties en organen van de EU op mee te werken aan een verdere verlaging van dat percentage door samen te werken met de Europese Ombudsman en zijn aanbevelingen uit te voeren; blijft evenwel bezorgd over het nog steeds hoge aantal klachten over openheid, openbaarheid en persoonsgegevens, aangezien deze kwesties een bedreiging vormen voor de interinstitutionele dialoog, het publieke imago van de EU en de houding van het publiek ten opzichte van de EU;

11. herhaalt dat transparantie, openheid, toegang tot informatie, eerbiediging van de rechten van burgers en strikte ethische normen essentieel zijn om het vertrouwen van de burgers in de institutionele organen te bewaren en dat dit vertrouwen in het bijzonder in de huidige moeilijke economische situatie van het grootste belang is voor de toekomst van de Europese integratie;

12. roept de EU-instellingen op, gezien de toenemende digitalisering van het openbare bestuur, aandacht te besteden aan de bijzondere behoeften van oudere mensen, die voor een groot deel niet vertrouwd zijn met moderne informatie- en communicatietechnologieën, en dit te compenseren met behulp van gebruiksvriendelijke toepassingen, geschikte online-hulpprogramma's en gemakkelijk toegankelijke, niet-digitale contactmogelijkheden;

13. merkt op dat de Ombudsman 2442 klachten heeft ontvangen in 2012 en dat dit een recordjaar was ten aanzien van zowel ingestelde onderzoeken (465 = 18% meer dan in 2011) als afgesloten onderzoeken (390 = 23% meer dan in 2011);

14. is verheugd over de tien door de Ombudsman gepresenteerde voorbeeldzaken, die op allerlei gebieden als model kunnen dienen voor administratieve praktijken in de diverse EU-instellingen;

15. is van oordeel dat de afname van het totale aantal klachten dat bij de Ombudsman is ingediend in 2012 ten opzichte van voorgaande jaren, nieuw bewijs is van het succes van de interactieve gids op zijn website, een krachtig middel dat er mede voor moet zorgen dat minder burgers zich met hun klacht ten onrechte tot de Ombudsman richten, en dat meer mogelijkheden biedt om indieners te informeren over waar zij wel terecht kunnen; merkt op dat de ontwikkeling bevestigt dat steeds meer mensen zich om de juiste redenen tot de Europese Ombudsman wenden; stelt voor dat de leden van het Europees Parlement, de instellingen, organen en agentschappen van de EU alsook de leden van het Europees Netwerk van ombudsmannen op hun websites en socialemediakanalen een directe link naar de interactieve gids installeren;

16. wijst op het feit dat het aantal klachten buiten het mandaat van de Ombudsman (1720) het laagste in tien jaar was; roept de Ombudsman op zich te blijven inzetten voor een verdere verlaging van dat aantal;

17. erkent de belangrijke bijdrage van het Europees Netwerk van ombudsmannen en benadrukt het nut van een efficiënte samenwerking ten gunste van Europese burgers; merkt op dat 60% van de klachten die de Ombudsman in 2012 heeft behandeld, onder de bevoegdheid van een lid van dat netwerk viel; herinnert eraan dat de Commissie verzoekschriften volwaardig lid van het netwerk is; merkt op dat de Ombudsman 63 klachten aan deze commissie heeft doorgegeven in 2012; feliciteert de Europese Ombudsman met zijn geslaagde coördinatie van het netwerk; is van mening dat dit een noodzakelijke functie van de activiteiten van de Ombudsman is en dat samenwerking binnen het netwerk verdiept zou moeten worden om de uitvoering van Europees recht op nationaal niveau te verbeteren; beveelt aan dat het netwerk uitgebreid wordt met relevante nationale organen; is van oordeel dat de deelname van de Ombudsman aan Europese en internationale verenigingen van ombudsmannen voortgezet en versterkt zou moeten worden;

18. merkt op dat, evenals in voorgaande jaren, de meeste door de Ombudsman ingestelde onderzoeken betrekking hadden op de Commissie (52,7%); merkt op dat het aantal in 2012 gestelde onderzoeken betreffende het Europees Parlement bijna twee keer zo hoog was als dat in 2011; roept het secretariaat van het Europees Parlement op zijn volledige medewerking te verlenen aan de Ombudsman en naleving en samenhang van diens aanbevelingen en opmerkingen over bestuurspraktijken te waarborgen;

19. benadrukt het feit dat ieder gesloten onderzoek een stap in de juiste richting is en een goede kans om de verbeteringen in te voeren die het publiek heeft aangewezen en waarom het heeft gevraagd, als een manier om de Europese burgers zoveel mogelijk inspraak te geven in het Europese wetgevingsproces;

20. prijst de Ombudsman voor zijn initiatief een reeks beginselen voor openbare dienstverlening te publiceren als richtsnoer voor het gedrag van EU-ambtenaren; brengt in herinnering dat de vijf beginselen voor openbare dienstverlening als volgt zijn: verplichting jegens de Europese Unie en haar burgers, integriteit, objectiviteit, respect voor anderen en transparantie; roept de instellingen, instanties en organen van de EU op zich in al hun activiteiten te laten leiden door deze beginselen;

21. verwelkomt het feit dat de Ombudsman in juni 2013 een nieuwe uitgave van de Europese Code van goed administratief gedrag heeft gepubliceerd, mede op basis van de beginselen van het Europees bestuursrecht in de jurisprudentie van de Europese rechtbanken;

22. is verheugd over de betrokkenheid van de Ombudsman bij een aantal verschillende, aan beter openbaar bestuur gewijde conferenties, onder meer een conferentie die hij samen met het Research Network on EU Administrative Law (ReNEUAL) heeft georganiseerd;

23. herhaalt de oproep die het in zijn resolutie van 15 januari 2013(4) heeft gedaan aan de Commissie om gemeenschappelijke bindende regels en beginselen voor bestuursrechtelijke procedures in de EU-administratie vast te stellen en hiertoe een ontwerpverordening te presenteren op basis van artikel 298 VWEU; beschouwt de ervaringen van de Ombudsman tot nu toe en zijn desbetreffende publicaties als een geschikte inhoudelijke grondslag voor een dergelijk wetsvoorstel; meent dat dit de beste manier zou zijn om een blijvende verandering in de bestuurscultuur van de EU-instellingen te waarborgen;

24. merkt tot zijn genoegen op dat de instellingen 98 positieve reacties hebben gegeven op de 120 opmerkingen en aanbevelingen van de Ombudsman in het kader van zijn onderzoeken in 2012, hetgeen betekent dat in 82% van de gevallen de EU-instellingen gehoor hebben gegeven aan de adviezen van de Ombudsman; roept alle instellingen, instanties en organen van de EU op hun uiterste best te doen om volledige naleving van de opmerkingen en aanbevelingen van de Ombudsman te waarborgen en de Ombudsman te ondersteunen door snel te reageren op zijn onderzoeken, onder meer door samen met de Ombudsman te proberen de termijnen van het onderzoeksproces te verkorten;

25. herinnert eraan dat de Ombudsman in 2012 één speciaal verslag aan het Europees Parlement heeft gezonden, dat gaat over het verzuim van de Commissie een oplossing te vinden voor een belangenconflict in de behandeling van de uitbreiding van de luchthaven van Wenen, het gebrek aan milieueffectrapportage over die uitbreiding, en de afwezigheid van beroepsprocedures voor degenen die bezwaar maakten tegen het bouwproject en het ontbreken van MER; erkent de gepastheid van een dergelijk verslag in het licht van deze specifieke kwesties; herinnert eraan dat dit speciale verslag voor de Commissie verzoekschriften aanleiding was om toekomstgerichte voorstellen voor de huidige herziening van de MER-richtlijn op te stellen;

26. is van oordeel dat, vooral wanneer er een ontwerp van aanbeveling wordt opgesteld, de wetenschap dat de volgende stap misschien een speciaal verslag aan het Europees Parlement is, een instelling of instantie vaak helpt overtuigen om haar mening te herzien;

27. merkt op dat de vorige Ombudsman en de huidige Ombudsman in 17 en een half jaar slechts 18 speciale verslagen hebben ingediend; is van mening dat dit aantoont dat de EU-instellingen in de meeste gevallen bereid zijn tot samenwerking; erkent het belang van deze verslagen en moedigt de Ombudsman aan om dergelijke zaken verder te onderzoeken wanneer het gaat om belangrijke gevallen van wanbeheer in verband met instellingen, organen, instanties en agentschappen van de EU;

28. benadrukt dat de International Right to Know Day, op 28 september, een initiatief is dat de zichtbaarheid van de Ombudsman onder het Europese publiek vergroot en een voorbeeld is van een goede praktijk;

29. verwelkomt de deelneming van de Ombudsman, samen met de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement, het Europees Gehandicaptenforum, de Europese Commissie en het Europees Bureau voor de grondrechten, aan het kader op EU-niveau volgens artikel 33, lid 2, dat beoogt de uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap te beschermen, te bevorderen en te bewaken; roept de Ombudsman op om in zijn werk bijzondere nadruk te leggen op de behoeften van zeer kwetsbare sociale groepen, met inbegrip van personen met een handicap;

30. verwelkomt de pogingen van de Ombudsman om de tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de instellingen van de EU te waarborgen, mede via zijn initiatiefonderzoeken; verwacht dat een andere, soortgelijke plicht aan de Ombudsman zal worden toevertrouwd wanneer de Unie toetreedt tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

31. benadrukt het belang van de initiatiefonderzoeken van de Ombudsman, die hem in staat stellen onderwerpen te behandelen die anders niet onder zijn aandacht zouden komen als gevolg van het feit dat het publiek niet de vereiste informatie of middelen heeft om zich tot hem te wenden; acht het van belang om de zichtbaarheid van het ambt van de Europese Ombudsman te vergroten;

32. verwelkomt de goedkeuring in 2012 van een wet tot oprichting van een ombudsbureau in Turkije; erkent de rol van de steun en het advies van de Europese Ombudsman in deze ontwikkeling; is verheugd over het feit dat alle kandidaat-lidstaten nu op nationaal niveau een ombudsbureau hebben opgericht; is van oordeel dat de ervaring leert dat de Ombudsman als instelling buitengewoon nuttig is voor de bevordering van behoorlijk bestuur, de rechtsstaat en de bescherming van de mensenrechten, en dat de lidstaten die nog geen ombudsbureau hebben opgericht, er goed aan zouden doen actief te overwegen dat te doen; roept de Europese Ombudsman op om door te gaan met toekomstige kandidaat-landen in dit proces te begeleiden;

33. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het verslag van de Commissie verzoekschriften te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de ombudsmannen of soortgelijke bevoegde organen aldaar.

(1)

PB C 286 van 27.11.2009, blz. 172.

(2)

PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15.

(3)

Aangenomen op 8 juli 2002 en gewijzigd bij besluiten van de Ombudsman van 5 april 2004 en 3 december 2008.

(4)

Aangenomen teksten P7_TA(2013)0004.


TOELICHTING

Op 14 maart 2013 heeft de Europese Ombudsman, de heer P. Nikiforos Diamandouros, de Voorzitter van het Europees Parlement, de heer Martin Schulz, in kennis gesteld van zijn voornemen op 1 oktober 2013 met pensioen te gaan. De heer Diamandouros legde uit dat hij eind maart 2013 tien jaar als Europees Ombudsman in functie zou zijn, en hij zei dat de tijd voor hem gekomen was om verder te kijken dan zijn leven als Europees ambtenaar en dat hij voornemens was zijn rol van actieve deelnemer aan het openbaar leven in te ruilen voor die van geïnteresseerde, betrokken burger, zoals hij voorheen gewoon was.

Het Europees Parlement is de Ombudsman voor al hetgeen hij heeft bereikt in de tien jaar dat hij in functie is geweest, met name zijn bevordering van een cultuur van dienstverlening en behoorlijk bestuur in de EU-administraties en zijn werk als hoeder van transparantie.

De heer Diamandouros heeft zijn laatste jaarverslag op 21 mei 2013 officieel aangeboden aan de Voorzitter van het Europees Parlement en op 28 mei 2013 in Brussel aan de Commissie verzoekschriften voorgelegd.

In 2012 heeft de Ombudsman 465 onderzoeken ingesteld (18% meer dan in 2011). Hij heeft 390 onderzoeken afgesloten (23% meer dan in 2011). Meer in het algemeen heeft de Ombudsman, zoals in 2011, ruim 22000 personen geholpen door hun klachten in behandeling te nemen (2442 gevallen), hun informatieverzoeken te beantwoorden (1211) of advies te geven via de interactieve gids op zijn website (19281).

Het aantal klachten binnen het mandaat van de Ombudsman was 740, terwijl met 1720 het aantal klachten buiten zijn mandaat het laagste was in tien jaar.

In ruim 75% van de gevallen hielp de Ombudsman indieners door een onderzoek in te stellen (18,3% van de gevallen), de zaak door te geven aan een bevoegd orgaan of hen te informeren over waar zij terecht konden (57,1%).

In totaal 67% van de in 2012 ontvangen klachten werd ingediend via internet. De aanhoudende daling van het aantal informatieverzoeken in de afgelopen paar jaar toont het succes aan van de interactieve gids van de Ombudsman, die sinds januari 2009 beschikbaar is op zijn website. De gids stelt betrokken partijen in staat informatie te verkrijgen zonder een verzoek te hoeven indienen. Meestal luidt het advies in deze gevallen contact op te nemen met een lid van het Europees Netwerk van ombudsmannen.

Vanwege het toegenomen aantal zaken in 2012 nam de afronding van de onderzoeken met elf maanden gemiddeld iets meer tijd in beslag dan de tien maanden in 2011. De Ombudsman heeft de meeste onderzoeken (69%) binnen een jaar afgesloten, een lichte verbetering ten opzichte van 2010 (66%). Dat resultaat bereikte hij met 66 medewerkers en een begroting van 9.516.500 EUR.

Zoals elk jaar het geval is, hadden de door de Ombudsman ingestelde onderzoeken in 2012 overwegend betrekking op de Europese Commissie (53% van het totaal). Dat ligt in de lijn der verwachting, aangezien de Europese Commissie de belangrijkste EU-instelling is die besluiten neemt met directe gevolgen voor burgers.

In 2012 werden in totaal 24 onderzoeken ingesteld met betrekking tot het Europees Parlement (5%), betroffen 14 onderzoeken de Europese dienst voor extern optreden (3%) en ging het in zeven gevallen om de Europese Investeringsbank (1,5%). Verder hadden 97 onderzoeken betrekking op andere instellingen, instanties of organen van de EU (21% van het totaal).

De meeste klachten waren gewoonlijk afkomstig uit Duitsland, gevolgd door Spanje. Die trend wijzigde in 2011, toen Spanje van de tweede naar de eerste plaats steeg. Ook in 2012 nam het die plaats in. In verhouding tot het aantal inwoners kwamen de meeste klachten uit Luxemburg, Cyprus, Malta, België en Slovenië.

De klachten gingen hoofdzakelijk over de volgende onderwerpen: (i) openheid, openbaarheid en persoonsgegevens (22% van de afgesloten onderzoeken); (ii) de Commissie als hoedster van de Verdragen (22%); (iii) de toewijzing van aanbestedingen en subsidies (7%); (iv) de uitvoering van contracten (4%); (v) algemeen beheer en statuut (17%); (vi) vergelijkende onderzoeken en selectieprocedures (21%); en (vii) institutionele, beleids- en overige zaken (12%).

Van de 390 in 2012 afgeronde onderzoeken waren er tien die de Ombudsman op eigen initiatief had ingesteld. Van wanbeheer was sprake in 56 gevallen (47 in 2011). In negen van die gevallen werd een positief resultaat bereikt (13 in 2011) door ontwerpaanbevelingen te doen die werden aanvaard. De Ombudsman heeft in 2012 in 47 gevallen een kritische opmerking gemaakt, twaalf meer dan in 2011.

Het aantal gevallen waarin de instellingen het probleem oplosten of een minnelijke schikking troffen daalde licht tot 80 (84 in 2011). In 197 gevallen (128 in 2011) was de Ombudsman van oordeel dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was. In 76 gevallen was er volgens hem geen sprake van wanbeheer (64 in 2011).

In 2012 sloot de Ombudsman 76 gevallen af waarin er geen sprake van wanbeheer was. Een bevinding van geen wanbeheer is niet noodzakelijkerwijs een negatief resultaat voor de indiener van de klacht, die in elk geval profiteert van een volledige toelichting van de betreffende instelling over welke maatregelen er zijn genomen. De indiener van de klacht profiteert bovendien van de onafhankelijke beoordeling van de zaak door de Ombudsman. Tegelijkertijd dient een dergelijke bevinding als tastbaar bewijs dat de betrokken instelling gehandeld heeft in overeenstemming met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Als de preliminaire uitkomst van een onderzoek is dat er sprake is geweest van wanbeheer, probeert de Ombudsman steeds zo mogelijk een minnelijke schikking te treffen. In 2012 heeft de instelling in 80 gevallen of een oplossing van het probleem gevonden of ingestemd met een minnelijke schikking.

Ook als de Ombudsman vaststelt dat er geen sprake is van wanbeheer, kan hij een aanvullende opmerking maken. Een aanvullende opmerking dient niet te worden gezien als kritiek op de instelling maar is bedoeld om een instelling te adviseren over hoe zij een bepaalde praktijk kan verbeteren, teneinde de kwaliteit van haar dienstverlening aan burgers te verbeteren. De Ombudsman heeft in 2012 in 30 gevallen aanvullende opmerkingen gemaakt.

Als een minnelijke schikking niet mogelijk is of als het streven daarnaar geen succes heeft, sluit de Ombudsman de zaak af met een kritische opmerking aan de betrokken instelling of doet hij een ontwerpaanbeveling. Gewoonlijk maakt hij een kritische opmerking als (i) het voor de betrokken instelling niet langer mogelijk is het wanbeheer te beëindigen, (ii) het wanbeheer geen algemene gevolgen lijkt te hebben, en (iii) het niet nodig lijkt dat de Ombudsman gevolg geeft aan de zaak. De Ombudsman maakt ook een kritische opmerking als hij meent dat een ontwerpaanbeveling geen nut zou hebben of als de betrokken instelling een ontwerpaanbeveling niet aanvaardt en hij het niet passend acht een speciaal verslag in te dienen bij het Europees Parlement.

Een kritische opmerking informeert de betreffende instelling over wat er niet goed is gegaan, zodat vergelijkbaar wanbeheer in de toekomst kan worden voorkomen. Om de instellingen te helpen lering te trekken uit zijn onderzoeken, publiceert de Ombudsman elk jaar een studie over het gevolg dat door de instellingen is gegeven aan zijn kritische en aanvullende opmerkingen.

Als de betrokken instelling het wanbeheer ongedaan kan maken of als het wanbeheer bijzonder ernstig is of algemene gevolgen heeft, geeft de Ombudsman gewoonlijk een ontwerpaanbeveling uit aan de betrokken instelling of de instelling waartegen de klacht is gericht. In 2012 heeft de Ombudsman 17 ontwerpaanbevelingen uitgegeven.

Als een EU-instelling geen bevredigende reactie geeft op een ontwerpaanbeveling, kan de Ombudsman een speciaal verslag toezenden aan het Europees Parlement. Het speciale verslag kan aanbevelingen bevatten. Een speciaal verslag aan het Europees Parlement is de laatste stap van betekenis die de Ombudsman zet in de behandeling van een zaak, aangezien het afhangt van het politiek oordeel van het Europees Parlement of het een resolutie aanneemt of zijn bevoegdheden uitoefent.

De Ombudsman heeft in 2012 één speciaal verslag ingediend bij het Europees Parlement. Dat had betrekking op de manier waarop de Commissie een klacht heeft behandeld die in 2006 door 27 burgerinitiatieven werd ingediend tegen wat zij beschouwden als de negatieve gevolgen van de uitbreiding van de luchthaven van Wenen. Het verslag werd aangenomen op 12 maart 2013.

In 2012 nam de Ombudsman deel aan een project onder leiding van de European Foundation for Quality Management en zijn instelling is nu officieel erkend als “Committed to Excellence”.

Het onderhouden van een dialoog met belanghebbenden is een belangrijke prioriteit in de strategie van de Ombudsman voor zijn mandaat in de periode 2009-2014. Op 24 april 2012 organiseerde de Ombudsman een interactief werkcollege met als titel “Europe in crisis: the challenge of winning citizens’ trust’, met Martin Schulz, Voorzitter van het Europees Parlement, Helle Thorning-Schmidt, minister-president van Denemarken en voorzitter van de EU-Raad, en José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. Dat werkcollege is een jaarlijks terugkerend voorjaarsevenement voor burgers, verenigingen, ngo’s, vennootschappen, maatschappelijke organisaties, journalisten, regionale en nationale vertegenwoordigingen, vertegenwoordigers van andere EU-instellingen en andere geïnteresseerden.

Een ander evenement op de kalender van de Ombudsman was de International Right to Know Day, op 28 september, ter gelegenheid waarvan een werkcollege werd gehouden met als titel “International Right to Know Day – Transparency and accountability in international development banks”, in samenwerking met de Klachtenafhandeling van de EIB. Verder heeft de Ombudsman tijdens een bespreking met vertegenwoordigers van de Turkse regering adviezen verstrekt over het wetsvoorstel voor de oprichting van een ombudsbureau in Turkije. Die wet is in 2012 aangenomen en het ombudsbureau in Turkije functioneert sinds maart 2013.

Al met al zijn de activiteiten van de Ombudsman in 2012 door hemzelf en kaderleden gepresenteerd tijdens meer dan 50 evenementen en bilaterale bijeenkomsten met belangrijke belanghebbende partijen, zoals juristen, bedrijfsverenigingen, denktanks, ngo’s, vertegenwoordigers van regionale en lokale bestuursorganen, lobbyisten en belangengroeperingen, wetenschappers, politiek vertegenwoordigers op hoog niveau en overheidspersoneel. Deze conferenties, werkcolleges en bijeenkomsten vonden plaats in Brussel en in de lidstaten.

Een grondrechtenkwestie waarnaar de aandacht van de Ombudsman in het bijzonder is uitgegaan in 2012 was de integratie van gehandicapten. De aanleiding daarvoor was de inwerkingtreding voor de EU op 22 januari 2011 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, het eerste mensenrechtenverdrag dat door de EU is bekrachtigd.

Aan het VN-verdrag moet intern uitvoering worden gegeven door de instellingen, ook door de Ombudsman. Met het oog daarop werkt de Ombudsman aan een betere toegankelijkheid van zijn website en publicaties, evenals van zijn nieuwe kantoorruimte in Brussel, en aan bewustwording onder zijn medewerkers, en neemt hij deel aan het desbetreffende interinstitutionele comité (Comité de préparation pour les affaires sociales), dat belast is met onderzoek naar de mogelijkheid de tenuitvoerlegging van het verdrag binnen het EU-bestuur te harmoniseren.

Op 29 oktober 2012 heeft de Raad van de EU het voorstel van de Commissie bekrachtigd voor een kader op EU-niveau, dat beoogt de uitvoering van het VN-verdrag te beschermen, te bevorderen en te bewaken. Dit kader, overeenkomstig artikel 33, lid 2, van het VN-verdrag, omvat de Ombudsman, de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement, het Bureau voor de grondrechten, de Europese Commissie en het Europees Gehandicaptenforum.

De werkterreinen voor de Ombudsman in dit verband zijn het onderzoeken van, en uitbrengen van verslag over klachten en het waarborgen dat de instellingen voldoen aan hun verplichtingen inzake de rechten krachtens het VN-verdrag. Personen die denken dat een EU-instelling niet handelt overeenkomstig het VN-verdrag, kunnen een beroep doen op de Ombudsman om zo mogelijk verhaal te halen.

Om de uitvoering van het VN-verdrag te bevorderen, informeert de Ombudsman burgers en EU-ambtenaren over hun respectieve rechten en verplichtingen, en benoemt en signaleert hij praktijken van behoorlijk bestuur.

Middels initiatiefonderzoeken kan de Ombudsman de activiteiten van het EU-ambtenarenapparaat proactief bewaken. In de loop van 2012 was de Ombudsman voorts van oordeel dat de wetgevingsprocedure voor de herziening van het statuut een waardevolle gelegenheid bood om ervoor te zorgen dat de EU-administratie zich bewust is van haar verantwoordelijkheden inzake de rechten van gehandicapten. De Ombudsman heeft in dit verband de Voorzitter van het Europees Parlement aangeschreven.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.7.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Victor Boºtinaru, Philippe Boulland, Nikolaos Chountis, Carlos José Iturgaiz Angulo, Peter Jahr, Lena Kolarska-Bobiñska, Miguel Angel Martínez Martínez, Erminia Mazzoni, Willy Meyer, Ana Miranda, Nikolaos Salavrakos, Jaros³aw Leszek Wa³êsa, Rainer Wieland, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Ryszard Czarnecki, Cristian Dan Preda, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Esther Herranz García, Verónica Lope Fontagné, Francisco José Millán Mon, Antolín Sánchez Presedo

Juridische mededeling - Privacybeleid