Procedure : 2012/0297(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0277/2013

Ingediende teksten :

A7-0277/2013

Debatten :

PV 08/10/2013 - 6
CRE 08/10/2013 - 6

Stemmingen :

PV 11/09/2013 - 5.13
CRE 11/09/2013 - 5.13
Stemverklaringen
PV 09/10/2013 - 8.1
CRE 09/10/2013 - 8.1
Stemverklaringen
PV 12/03/2014 - 8.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0413
P7_TA(2014)0225

VERSLAG     ***I
PDF 1170kWORD 935k
22.7.2013
PE 508.221v01-00 A7-0277/2013

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

(COM(2012)0628 – C70367/2012 – 2012/0297(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Andrea Zanoni

PR_COD_1amCom

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 ADVIES van de Commissie verzoekschriften
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

(COM(2012)0628 – C7-0367/2012 – 2012/0297(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0628),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0367/2012),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 13 februari 2013(1),

–   gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 30 mei 2013(2),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie verzoekschriften (A7-0277/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Richtlijn 2011/92/EU voorziet in de harmonisering van de beginselen van milieueffectbeoordeling van projecten door de invoering van minimumvereisten (met betrekking tot de aard van de te beoordelen projecten, de belangrijkste verplichtingen van de opdrachtgevers, de inhoud van de beoordeling en de inspraak van de bevoegde autoriteiten en het publiek) en in een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid.

(1) Richtlijn 2011/92/EU voorziet in de harmonisering van de beginselen van milieueffectbeoordeling van projecten door de invoering van minimumvereisten (met betrekking tot de aard van de te beoordelen projecten, de belangrijkste verplichtingen van de opdrachtgevers, de inhoud van de beoordeling en de inspraak van de bevoegde autoriteiten en het publiek) en in een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid. De lidstaten moeten striktere regels kunnen vaststellen om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Richtlijn 2011/92/EU moet worden gewijzigd om de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsprocedure te verbeteren, de verschillende stappen van de procedure te stroomlijnen en de samenhang en synergieën met de overige wetgeving en beleidsinitiatieven van de Unie te versterken, alsmede met de door de lidstaten voor hun bevoegdheidsdomeinen ontwikkelde strategieën en beleidsmaatregelen.

(3) Richtlijn 2011/92/EU moet worden gewijzigd om de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsprocedure te verbeteren, de verschillende stappen van de procedure te stroomlijnen en deze in overeenstemming te brengen met de beginselen van slimme regelgeving en de samenhang en synergieën met de overige wetgeving en beleidsinitiatieven van de Unie te versterken, alsmede met de door de lidstaten voor hun bevoegdheidsdomeinen ontwikkelde strategieën en beleidsmaatregelen. Een betere tenuitvoerlegging op het niveau van de lidstaten is het ultieme doel van de wijziging van deze richtlijn. In veel gevallen werden de bestuursrechtelijke procedures te ingewikkeld en te lang, wat voor vertragingen zorgde en bijkomende risico’s opleverde voor de bescherming van het milieu. Daarom moet deze richtlijn onder meer tot doel hebben de procedures te vereenvoudigen en te harmoniseren. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat het nuttig kan zijn om een enkel loket in het leven te roepen, met het oog op een gecoördineerde beoordeling of gemeenschappelijke procedures in gevallen waarin meerdere milieueffectbeoordelingen (MEB's) nodig zijn, bijvoorbeeld bij grensoverschrijdende projecten, en met het oog op de vaststelling van specifiekere criteria voor verplichte beoordelingen.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Om een geharmoniseerde toepassing en een gelijk niveau van bescherming van het milieu in de hele Unie te waarborgen, moet de Commissie als hoedster van de Verdragen toezien op de kwalitatieve en procedurele naleving van de bepalingen van Richtlijn 2011/92/EU, met inbegrip van de voorschriften inzake openbare raadpleging en inspraak van het publiek.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter) Bij projecten met mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten zorgen de deelnemende lidstaten voor een gemeenschappelijk en paritair samengesteld contactpunt dat voor alle procedures bevoegd is. Voor de definitieve goedkeuring van een project is de toestemming van alle betrokken lidstaten vereist.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 quater) De herziene Richtlijn 2011/92/EU moet bovendien waarborgen dat het milieu beter wordt beschermd, hulpbronnen efficiënter worden gebruikt en een duurzame groei in Europa wordt bevorderd. Daartoe moeten de voorziene procedures worden vereenvoudigd en geharmoniseerd.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Milieuoverwegingen zoals een efficiënt gebruik van hulpbronnen, biodiversiteit, klimaatverandering en risico's op rampen hebben het jongste decennium aan belang gewonnen bij de beleidsvorming en moeten derhalve worden meegenomen als kritieke elementen in de beoordelings- en besluitvormingsprocessen, met name voor infrastructuurprojecten.

(4) Milieuoverwegingen zoals een efficiënt en duurzaam gebruik van hulpbronnen, bescherming van de biodiversiteit, landgebruik, klimaatverandering en risico's op natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen hebben het jongste decennium aan belang gewonnen bij de beleidsvorming. Zij moeten derhalve worden meegenomen als belangrijke elementen in de beoordelings- en besluitvormingsprocessen voor alle openbare of particuliere projecten die mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu hebben, met name voor infrastructuurprojecten, en aangezien de Commissie geen richtsnoeren heeft vastgesteld voor de toepassing van Richtlijn 2011/92/EU betreffende het behoud van historisch en cultureel erfgoed, moet zij een lijst opstellen met criteria en aanwijzingen – onder meer met betrekking tot de visuele impact – om de tenuitvoerlegging van de richtlijn te bevorderen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Eisen dat er bij alle projecten meer rekening wordt gehouden met milieucriteria kan ook averechts uitpakken, als de procedures daardoor complexer worden en er meer tijd nodig is voor de goedkeuring en validatie van elke fase. Dit kan leiden tot een toename van de kosten en zelfs de facto tot een bedreiging van het milieu als de voltooiing van infrastructuurprojecten erg lang duurt.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) Milieuoverwegingen betreffende infrastructuurprojecten mogen in geen geval verhullen dat om het even welk project hoe dan ook een impact zal hebben op het milieu. Er moet in de eerste plaats gekeken worden naar de verhouding tussen het nut van het project en de milieueffecten ervan.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) In haar mededeling "Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa" heeft de Commissie zich ertoe verbonden bij de herziening van Richtlijn 2011/92/EU rekening te houden met overwegingen inzake een efficiënt hulpbronnengebruik.

(5) In haar mededeling "Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa" heeft de Commissie zich ertoe verbonden bij de herziening van Richtlijn 2011/92/EU rekening te houden met overwegingen inzake een efficiënt en duurzaam hulpbronnengebruik.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Voor de bescherming en bevordering van cultureel erfgoed en waardevolle landschappen, die een integrerend onderdeel vormen van de culturele verscheidenheid die de Unie krachtens artikel 167, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dient te eerbiedigen en te bevorderen, kan doorgaans worden voortgebouwd op de definities en beginselen die zijn opgenomen in de toepasselijke verdragen van de Raad van Europa, met name de Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, het Europees Landschapsverdrag en de Kaderconventie over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving.

(11) Voor de bescherming en bevordering van cultureel erfgoed en waardevolle landschappen, die een integrerend onderdeel vormen van de culturele verscheidenheid die de Unie krachtens artikel 167, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dient te eerbiedigen en te bevorderen, kan doorgaans worden voortgebouwd op de definities en beginselen die zijn opgenomen in de toepasselijke verdragen van de Raad van Europa, met name de Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, het Europees Landschapsverdrag, de Kaderconventie over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving en de in 1976 in Nairobi door de UNESCO aangenomen internationale Aanbeveling betreffende de bescherming van historische objecten en hun rol in de hedendaagse samenleving.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) Het visuele effect is een essentieel criterium bij de milieueffectbeoordeling voor het behoud van het historisch en cultureel erfgoed, voor de natuurlijke landschappen en voor de steden; dit is een extra element dat bij de beoordelingen in aanmerking moet worden genomen.

Motivering

Het visuele effect is reeds als een criterium opgenomen in de wetgeving van lidstaten als Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2011/29/EU moet, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, een concurrerend ondernemingsklimaat worden gewaarborgd om een slimme, duurzame en inclusieve groei tot stand te brengen overeenkomstig de doelstellingen van de mededeling van de Commissie "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei".

(12) Bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2011/29/EU moet een slimme, duurzame en inclusieve groei worden gewaarborgd overeenkomstig de doelstellingen van de mededeling van de Commissie "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei".

Motivering

Vereenvoudiging van de overweging. Het waarborgen van het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's is altijd positief, maar mag nooit prevaleren boven de milieugaranties waaraan een project moet voldoen.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) Ter verbetering van de toegang voor het publiek en de transparantie moet er in elke lidstaat een centraal portaal worden opgezet dat langs elektronische weg actuele milieu-informatie verschaft over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter) Om de administratieve last te verlichten, het besluitvormingsproces te versnellen en de projectkosten te reduceren worden de noodzakelijke stappen gezet in de richting van standaardisatie van de te volgen criteria volgens Verordening (EU) 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie1. Doel is het ondersteunen van de toepassing van de beste beschikbare technologie (BAT), het verbeteren van het concurrentievermogen en het vermijden van verschillende interpretaties van de norm.

 

_______________

 

1 PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 quater) Ook ter vereenvoudiging en ondersteuning van het werk van de bevoegde instanties worden er richtsnoeren met criteria ontwikkeld, waarbij er rekening wordt gehouden met de kenmerken van de verschillende economische en industriële sectoren. Dit moet gebeuren op basis van de instructies van artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna1.

 

_______________

 

1 PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 quinquies) Om te zorgen voor het best mogelijke behoud van het historisch en cultureel erfgoed worden er door de Commissie en/of de lidstaten richtsnoeren met te volgen criteria ontwikkeld.

Motivering

In veel gevallen weten instanties niet goed welke criteria moeten worden toegepast of beoordeeld ten behoeve van het behoud van historisch en cultureel erfgoed. Deze maatregel zorgt voor meer zekerheid.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) In de praktijk is gebleken dat de toepassing van de bepalingen van Richtlijn 2011/92/EU in bepaalde noodsituaties nadelige gevolgen kan hebben en de lidstaten derhalve de mogelijkheid dienen te krijgen de richtlijn in specifieke gevallen niet toe te passen.

(13) In de praktijk is gebleken dat de toepassing van de bepalingen van Richtlijn 2011/92/EU voor wat projecten betreft die uitsluitend bestemd zijn om het hoofd te bieden aan bepaalde noodsituaties, nadelige gevolgen kan hebben voor dit doel en de lidstaten derhalve de mogelijkheid dienen te krijgen de richtlijn in deze uitzonderlijke gevallen niet toe te passen. In de richtlijn moet er daarom rekening worden gehouden met de bepalingen van het Verdrag van de VN/ECE (Verdrag van Espoo) inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, waarbij de deelnemende landen aan grensoverschrijdende projecten elkaar op de hoogte moeten houden en moeten raadplegen. Bij zulke grensoverschrijdende projecten moet de Commissie waar passend en mogelijk een proactievere en bevorderende rol spelen.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Artikel 1, lid 4, van Richtlijn 2011/92/EU, waarin staat dat deze richtlijn niet van toepassing is op projecten die worden aangenomen via een specifieke nationale wet, zet de deur open voor allerlei vrijstellingen en voorziet slechts in beperkte procedurele waarborgen, zodat de toepassing van deze richtlijn op grote schaal kan worden omzeild.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter). In de praktijk is gebleken dat er strikte regels moeten worden ingevoerd om het belangenconflict dat kan ontstaan tussen de opdrachtgever van een project dat aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen, en de in artikel 1, lid 2, onder f) van Richtlijn 2011/92/EU bedoelde bevoegde instanties, te vermijden. De bevoegde instanties mogen met name niet zelf de opdrachtgever zijn, noch mogen zij op enigerlei wijze afhankelijk zijn van, verbonden zijn met of ondergeschikt zijn aan de opdrachtgever. Om diezelfde redenen mag een instantie die in de zin van Richtlijn 2011/92/EU is aangewezen als bevoegde instantie, deze rol niet vervullen bij projecten die aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen en waarvoor zij zelf de opdrachtgever is.

Motivering

Uit de ervaringen in sommige lidstaten is gebleken dat er strikte regels moeten worden vastgesteld om een einde te maken aan de ernstige problematiek van belangenconflicten, teneinde te waarborgen dat het doel van de procedure in verband met de milieueffectbeoordeling daadwerkelijk verwezenlijkt wordt. De bevoegde instanties die belast zijn met de beoordeling, mogen in geen geval zelf de opdrachtgever zijn of afhankelijk of ondergeschikt zijn aan de opdrachtgever.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quater) Bij de milieueffectbeoordeling van de projecten moet het evenredigheidsbeginsel in aanmerking genomen worden. De eisen die bij de milieueffectbeoordeling aan een project worden gesteld, moeten evenredig zijn met de omvang van het project en het stadium van de uitvoering ervan.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om te bepalen of een project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken, dienen de bevoegde autoriteiten de meest relevante criteria te bepalen en gebruik te maken van de aanvullende informatie uit andere krachtens de wetgeving van de Unie vereiste beoordelingen om de screeningprocedure doeltreffend uit te voeren. In deze context is het raadzaam de inhoud van het screeningbesluit te bepalen, met name wanneer er geen milieubeoordeling vereist is.

(16) Om te bepalen of een project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken, dienen de bevoegde autoriteiten de meest relevante criteria duidelijk en nauwkeurig te bepalen en gebruik te maken van de aanvullende informatie uit andere krachtens de wetgeving van de Unie vereiste beoordelingen om de screeningprocedure doeltreffend en op transparante wijze uit te voeren. In deze context is het raadzaam de inhoud van het screeningbesluit te bepalen, met name wanneer er geen milieubeoordeling vereist is.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Om onnodige inspanningen en uitgaven te voorkomen, moeten de projecten in bijlage II vergezeld gaan van een maximaal dertig pagina's tellende intentieverklaring en van de projectkenmerken en informatie over de projectlocatie; al deze inlichtingen moeten vervolgens onderworpen worden aan een screening, die een eerste beoordeling van de levensvatbaarheid van de projecten omvat. Deze screening moet openbaar zijn en voldoen aan de in artikel 3 genoemde factoren. De belangrijke directe en indirecte effecten moeten erin onder de aandacht worden gebracht.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De bevoegde autoriteiten moeten worden verplicht de reikwijdte en het detailleringsniveau van de in het milieurapport op te nemen informatie te bepalen (scoping). Om de kwaliteit van de beoordeling te verbeteren en het besluitvormingsproces te stroomlijnen moeten op EU-niveau de informatiecategorieën worden vastgesteld op basis waarvan de bevoegde autoriteiten hun beslissing dienen te nemen.

(17) Indien zij dit noodzakelijk achten of indien de opdrachtgever hierom verzoekt, moeten de bevoegde autoriteiten een advies uitbrengen waarin de reikwijdte en het detailleringsniveau van de in het milieurapport op te nemen informatie worden bepaald (scoping). Om de kwaliteit van de beoordeling te verbeteren, de procedures te vereenvoudigen en het besluitvormingsproces te stroomlijnen moeten op EU-niveau de informatiecategorieën worden vastgesteld op basis waarvan de bevoegde autoriteiten hun beslissing dienen te nemen.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Als middel om de kwaliteit van het beoordelingsproces te verbeteren en om het mogelijk te maken de milieuaspecten vanaf een vroeg ontwerpstadium mee te nemen, moet het door de opdrachtgever in te dienen milieurapport van een project een beoordeling bevatten van de voor het voorgestelde project relevante redelijke alternatieven, waaronder de te verwachten ontwikkeling van de bestaande toestand van het milieu wanneer het project niet wordt uitgevoerd (referentiescenario).

(18) Als middel om de kwaliteit van het beoordelingsproces te verbeteren en om het mogelijk te maken de milieuaspecten vanaf een vroeg ontwerpstadium mee te nemen, moet het door de opdrachtgever in te dienen milieurapport van een project een vergelijkende beoordeling bevatten van de voor het voorgestelde project relevante redelijke alternatieven, waaronder de te verwachten ontwikkeling van de bestaande toestand van het milieu wanneer het project niet wordt uitgevoerd (referentiescenario), zodat de meest duurzame en minst milieubelastende optie kan worden gekozen.

Motivering

De beoordeling van mogelijke redelijke alternatieven voor het voorgestelde project heeft tot doel op basis van vergelijking het meest duurzame en milieuvriendelijke alternatief te kiezen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Er moeten maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de overeenkomstig bijlage IV bij Richtlijn 2011/92/EU in de milieurapporten opgenomen informatie volledig en van voldoende kwaliteit is. Om overlappingen tussen beoordelingen te voorkomen, dienen de lidstaten er rekening mee te houden dat milieubeoordelingen op verschillende niveaus of via verschillende instrumenten kunnen worden uitgevoerd.

(19) Er moeten maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de overeenkomstig bijlage IV bij Richtlijn 2011/92/EU in de milieurapporten opgenomen informatie volledig en van voldoende kwaliteit is.

Motivering

Vermeden moet worden dat de opdrachtgever de verplichte opneming van alternatieven voor het voorgestelde project in de effectbeoordeling uitsluit op basis van de simpele constatering dat de beoordeling van de alternatieven op het niveau van de planning had moeten plaatsvinden.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis) Er moet gewaarborgd worden dat de deskundigen die de milieurapporten verifiëren dankzij hun kwalificaties en ervaring over de nodige technische competentie beschikken om de in Richtlijn 2011/92/EU omschreven taken op wetenschappelijk objectieve wijze en in absolute onafhankelijkheid van de opdrachtgever en van de bevoegde instanties te vervullen.

Motivering

De absolute onafhankelijkheid van de deskundigen die door de bevoegde instanties belast worden met de verificatie van de gegevens in het milieurapport is essentieel om een MEB van goede kwaliteit te waarborgen. Die verificatie moet wetenschappelijk objectief zijn en moet zonder enige inmenging of beïnvloeding tot stand komen.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Teneinde de transparantie en verantwoording te waarborgen dienen bevoegde autoriteiten te worden verplicht hun besluit om voor een project een vergunning te verlenen te motiveren en aan te tonen dat zij rekening hebben gehouden met de gehouden raadplegingen en de verzamelde informatie.

(20) Teneinde de transparantie en verantwoording te waarborgen dienen bevoegde autoriteiten te worden verplicht hun besluit om voor een project een vergunning te verlenen op gedetailleerde en volledige wijze te motiveren en aan te tonen dat zij rekening hebben gehouden met de gehouden raadplegingen van het betrokken publiek en alle verzamelde informatie. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, moet het betrokken publiek de mogelijkheid hebben beroep aan te tekenen.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Er moeten gemeenschappelijke minimumvereisten worden vastgesteld voor de monitoring van de aanzienlijke nadelige effecten van de bouw en exploitatie van projecten teneinde in alle lidstaten een gemeenschappelijke aanpak te waarborgen en ervoor te zorgen dat de effecten, na de uitvoering van de verzachtende en compenserende maatregelen, niet groter zijn dan aanvankelijk was gepland. Deze monitoringverplichtingen mogen niet overlappen, noch worden opgelegd bovenop andere op grond van de EU-wetgeving vereiste monitoring.

(21) Er moeten gemeenschappelijke minimumvereisten worden vastgesteld voor de monitoring van de aanzienlijke nadelige effecten van de uitvoering en exploitatie van projecten teneinde in alle lidstaten een gemeenschappelijke aanpak te waarborgen en ervoor te zorgen dat de effecten, na de uitvoering van de verzachtende en compenserende maatregelen, niet groter zijn dan aanvankelijk was gepland. Deze monitoringverplichtingen mogen niet overlappen, noch worden opgelegd bovenop andere op grond van de EU-wetgeving vereiste monitoring. Wanneer uit de monitoring blijkt dat er sprake is van onvoorziene negatieve effecten, moeten deze worden weggewerkt door middel van passende corrigerende acties in de vorm van verdere verzachtende en compenserende maatregelen.

Motivering

De invoering van monitoring in de nieuwe MEB-richtlijn is zeer belangrijk. Om te voorkomen dat die controle achteraf louter een formaliteit is moet echter worden bepaald dat de opdrachtgever, wanneer verzachtende en compenserende maatregelen niet doeltreffend blijken te zijn, andere correctieve acties moet ondernemen om eventuele onvoorziene negatieve effecten van het goedgekeurde project weg te werken.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Er moet een tijdschema voor de verschillende stappen van de milieubeoordeling van projecten worden vastgesteld om een efficiëntere besluitvorming aan te moedigen en de rechtszekerheid te verhogen, rekening houdend met de aard, complexiteit, locatie en omvang van het voorgestelde project. Dat tijdschema mag in geen geval afbreuk doen aan het hoge niveau van de normen voor milieubescherming, met name de normen die uit andere milieuwetgeving van de Unie voortvloeien, noch aan werkelijke inspraak en toegang tot de rechter.

(22) Er moet een redelijk en voorspelbaar tijdschema voor de verschillende stappen van de milieubeoordeling van projecten worden vastgesteld om een efficiëntere besluitvorming aan te moedigen en de rechtszekerheid te verhogen, rekening houdend met de aard, complexiteit, locatie en omvang van het voorgestelde project. Dat tijdschema mag in geen geval afbreuk doen aan het hoge niveau van de normen voor milieubescherming, met name de normen die uit andere milieuwetgeving van de Unie voortvloeien, noch aan werkelijke inspraak en toegang tot de rechter, en eventuele afwijkingen mogen alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegestaan.

Motivering

Het is belangrijk een strikt tijdschema vast te stellen om voor rechtszekerheid te zorgen voor alle partijen die betrokken zijn bij de milieueffectbeoordeling. Daarom moet bepaald worden dat eventuele afwijkingen van het vastgestelde tijdschema alleen uitzonderlijkerwijze mogen worden toegestaan.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis) Een van de doelstellingen van het Verdrag van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN-ECE) betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (het Verdrag van Aarhus), dat de EU heeft geratificeerd en omgezet in haar wetgeving1, is het waarborgen van het recht van het publiek om deel te nemen aan de besluitvorming met betrekking tot milieuaangelegenheden. Inspraak, onder meer van verenigingen, organisaties en groepen, in het bijzonder niet-gouvernementele organisaties die de milieubescherming bevorderen, moet bijgevolg steeds worden aangemoedigd. Daarnaast regelt artikel 9, leden 2 en 4, van het Verdrag van Aarhus de toegang tot gerechtelijke of andere procedures voor het bestrijden van de materiële en formele rechtmatigheid van onder de inspraakbepalingen vallende besluiten, handelingen of omissies. Voorts moet er meer rekening worden gehouden met bepaalde elementen van deze richtlijn bij grensoverschrijdende vervoersprojecten, door bij de totstandbrenging van vervoerscorridors gebruik te maken van bestaande structuren en van instrumenten om de mogelijke gevolgen voor het milieu vast te stellen.

______________________

1 Besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 (PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1).

Motivering

Overwegingen 17, 19, 20 en 21 van de oude richtlijn worden hier samengevat. De beginselen van het Verdrag van Aarhus moeten ook in de overwegingen van deze nieuwe richtlijn weer worden genoemd.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis). De in bijlage I bij richtlijn 2011/92/EU vastgestelde productiedrempels voor aardolie en gas houden geen rekening met de specifieke kenmerken van de dagelijkse productieniveaus van onconventionele koolwaterstoffen, die vaak schommelen en lager zijn. Daarom worden projecten in verband met dergelijke koolwaterstoffen niet aan een milieueffectbeoordeling onderworpen, ondanks het feit dat zij gevolgen hebben voor het milieu. Zoals het Europees Parlement in zijn resolutie van 21 november 2012 over de gevolgen voor het milieu van de winning van schaliegas en schalieolie heeft gevraagd, moeten onconventionele koolwaterstoffen (schaliegas en schalieolie, uit laagpermeabel gesteente gewonnen gas (tight gas), kolenlaagmethangas (coal bed methane)), gedefinieerd aan de hand van hun geologische kenmerken, op basis van het voorzorgsbeginsel worden opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2011/92/EU, ongeacht de gewonnen hoeveelheid, zodat de projecten die betrekking hebben op dergelijke koolwaterstoffen stelselmatig aan milieueffectbeoordeling worden onderworpen.

Motivering

De huidige richtlijn houdt geen rekening met de dagelijkse productieniveaus van onconventionele koolwaterstoffen, waardoor voor de desbetreffende projecten ondanks hun milieugevolgen geen verplichte milieueffectbeoordelingen geldt. Voorgesteld wordt om, zoals het Europees Parlement in zijn resolutie van 21 november 2012 heeft gevraagd, onconventionele koolwaterstoffen (schaliegas en schalieolie en uit laagpermeabel gesteente gewonnen gas (tight gas) in punt 1, kolenlaagmethangas (coal bed methane) in punt 2), op basis van het voorzorgsbeginsel op te nemen in bijlage I, zodat de desbetreffende projecten stelselmatig aan milieueffectbeoordeling worden onderworpen.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis) De lidstaten en andere initiatiefnemers van projecten moeten ervoor zorgen dat beoordelingen van grensoverschrijdende projecten efficiënt worden uitgevoerd en dat onnodige vertraging wordt vermeden.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Teneinde de selectiecriteria en de in het milieurapport mee te delen informatie in overeenstemming te brengen met de jongste technologische ontwikkelingen en relevante praktijken, dient de bevoegdheid om wetgevingshandelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie te worden gedelegeerd voor wijzigingen van de bijlagen II.A, III en IV van Richtlijn 2011/92/EU. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau.

(26) Teneinde de selectiecriteria en de in het milieurapport mee te delen informatie in overeenstemming te brengen met de jongste technologische ontwikkelingen en relevante praktijken, dient de bevoegdheid om wetgevingshandelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie te worden gedelegeerd voor wijzigingen van de bijlagen II.A, III en IV van Richtlijn 2011/92/EU. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.

(Zie amendement op overweging 27)

Motivering

Technisch amendement om de formulering aan te passen aan de recentste praktijken.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Schrappen

(Zie amendement op overweging 26)

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter a

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter a – streepje 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

- de uitvoering van bouw- of sloopwerken, of de totstandbrenging van andere installaties of werken,

- de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken, waaronder sloopwerken die rechtstreeks verband houden met de bouwwerkzaamheden,

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter a – streepje 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) In lid 2, onder a), wordt het tweede streepje vervangen door:

 

"- andere ingrepen in de natuurlijke omgeving of het natuurlijke landschap, inclusief ingrepen voor het onderzoek naar en de ontginning van bodemschatten;"

Motivering

De ontginning van bodemschatten valt reeds onder de definitie van een project. Het onderzoek naar bodemschatten wordt aan de bepaling toegevoegd opdat de richtlijn ook van toepassing is op exploratiewerkzaamheden.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter a ter (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a ter) In lid 2 wordt punt c) vervangen door:

 

"c) "vergunning": het besluit van de bevoegde instantie of instanties waardoor de opdrachtgever het recht verkrijgt om met het project te beginnen;"

Amendement 38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) in lid 2 wordt de volgende definitie toegevoegd:

(b) in lid 2 worden de volgende definities toegevoegd:

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) "milieueffectbeoordeling": het proces vanaf de opstelling van een milieurapport, de organisatie van raadplegingen (onder meer van het betrokken publiek en de milieu-instanties), de beoordeling door de bevoegde autoriteit, rekening houdend met het milieurapport en de resultaten van de raadpleging in het kader van de vergunningsprocedure, tot en met de verstrekking van informatie over het besluit overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10.

(g) "milieueffectbeoordeling": het proces vanaf de opstelling van een milieurapport door de opdrachtgever, met inbegrip van de overweging van redelijke alternatieven, de organisatie van de raadplegingen (onder meer van het betrokken publiek en de milieu-instanties), de beoordeling door de bevoegde autoriteit en/of de in artikel 6, lid 1, genoemde autoriteiten, rekening houdend met het milieurapport – inclusief gegevens betreffende vervuiling door emissies en de resultaten van de raadpleging in het kader van de vergunningsprocedure, de vaststelling van maatregelen voor het monitoren van aanzienlijke schadelijke milieueffecten en maatregelen ter verlichting of compensatie van dergelijke effecten, tot en met de verstrekking van informatie over het besluit overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis) "onafhankelijk": in staat tot objectieve en alomvattende technische/wetenschappelijke beoordeling, vrij van enige daadwerkelijke, vermoede of ogenschijnlijke belangenverstrengeling ten aanzien van de bevoegde autoriteit, de opdrachtgever en/of de nationale, regionale of lokale autoriteiten.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter) "grensoverschrijdend traject": het traject dat zorgt voor de continuïteit van een project van gemeenschappelijk belang tussen de dichtstbijzijnde stedelijke knooppunten aan weerszijden van de grens tussen twee lidstaten of tussen een lidstaat en een naburig land.

Motivering

Omwille van de samenhang tussen deze richtlijn, het Verdrag van Espoo en de nieuwe TEN-T-verordening, moeten dezelfde bewoordingen en definities worden gebruikt.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quater) “norm”: een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort:

 

i) "internationale norm": een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;

 

ii) "Europese norm": een door een Europese normalisatieorganisatie vastgestelde norm;

 

iii) "geharmoniseerde norm": een Europese norm die op verzoek van de Commissie is vastgesteld met het oog op de toepassing van harmonisatiewetgeving van de Unie;

 

iv) "nationale norm": een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;

Motivering

Deze definitie is overgenomen uit Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quinquies) "historische stadslocatie": onderdeel van een groter ruimtelijk geheel, waartoe de natuurlijke en de gebouwde omgeving inclusief de dagelijkse beleving van de bewoners behoren. Binnen deze ruimtelijke omgeving, die wordt gekenmerkt door in een ver of recent verleden gevormde waarden en die voortdurend is onderworpen aan een dynamisch proces van opeenvolgende transformaties, kunnen nieuwe stedelijke ruimten worden beschouwd als milieu in wording.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g sexies) "corrigerende maatregel": nadere verzachtende of compenserende maatregelen die door de opdrachtgever kunnen worden getroffen ter compensatie van onvoorziene schadelijke effecten of een tijdens de uitvoering van het project vastgesteld nettoverlies van biodiversiteit, die bijvoorbeeld kunnen voortvloeien uit tekortkomingen bij de beperking van de effecten van de bouw- of bedrijfswerkzaamheden van een project, waarvoor reeds een vergunning is afgegeven.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g septies) "beoordeling van de zichtbare effecten": zichtbare effecten worden gedefinieerd als veranderingen in het uitzicht van of het zicht op het aangelegde of het natuurlijke landschap en stedelijke gebieden ten gevolge van bouwprojecten en kunnen zowel positief (verbetering) als negatief (achteruitgang) zijn. Een beoordeling van de zichtbare effecten omvat ook de sloop van bouwwerken die beschermd zijn of een strategische rol spelen in het traditionele uitzicht van een plek of een landschap. Deze beoordeling heeft betrekking op duidelijke veranderingen in de geologische topografie en op alle andere obstakels, zoals gebouwen of muren, die het uitzicht op de natuur of de harmonie van het landschap verstoren. Zichtbare effecten worden over het algemeen beoordeeld op basis van een kwalitatief oordeel, waarin de waardering van mensen voor en hun interactie met het landschap alsook de waarde die men aan een plek hecht (genius loci) een rol spelen.

Motivering

Zichtbare effecten zijn een essentieel element bij de beoordeling van projecten die betrekking hebben op de kust, windparken, historische gebouwen enz.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g octies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g octies) "gemeenschappelijke procedure": in het kader van de gemeenschappelijke procedure voert de bevoegde autoriteit één milieueffectbeoordeling uit waarin de beoordelingen van één of meer autoriteiten worden geïntegreerd, onverminderd andersluidende bepalingen in andere relevante EU-wetgeving.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g nonies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g nonies) "vereenvoudiging": de beperking van het aantal formulieren en administratieve procedures, de uitwerking van gemeenschappelijke procedures en coördinatie-instrumenten met het oog op integratie van de door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde beoordelingen. Vereenvoudiging houdt in dat er gemeenschappelijke criteria worden opgesteld, dat de opstelling van rapporten wordt bespoedigd en dat objectieve en wetenschappelijke evaluaties worden versterkt.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter c

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Indien hun nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de lidstaten per geval besluiten deze richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie of om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties, indien zij oordelen dat toepassing in die gevallen nadelige gevolgen zou hebben voor deze doeleinden.

3. Indien hun nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de lidstaten per geval besluiten deze richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie, indien zij oordelen dat toepassing in die gevallen nadelige gevolgen zou hebben voor deze doeleinden."

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter c

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Deze richtlijn is niet van toepassing op projecten die in detail worden aangenomen via een specifieke nationale wet indien de doelstellingen van de deze richtlijn, met inbegrip van de informatieverstrekking, via het wetgevingsproces worden bereikt. Om de twee jaar na de in artikel 2, lid 1, van Richtlijn XXX [Nummer van deze richtlijn in te vullen door het Bureau voor publicaties] genoemde datum stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de gevallen waarin zij deze bepaling hebben toegepast.1

Schrappen

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter c bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) onderstaand lid wordt toegevoegd:

 

"4 bis. De lidstaten benoemen de bevoegde autoriteit of autoriteiten op zodanige wijze dat hun volledige onafhankelijkheid bij de uitvoering van de haar/hun uit hoofde van deze richtlijn toegewezen taken gewaarborgd wordt. Bij de benoeming van de bevoegde autoriteit of autoriteiten wordt er met name op toegezien dat er geen enkele vorm van afhankelijkheid of ondergeschiktheid en geen banden bestaan tussen deze autoriteit of autoriteiten of de leden ervan en de opdrachtgever. Een bevoegde autoriteit kan de bij deze richtlijn voorgeschreven taken niet vervullen voor een project waarvoor zij zelf de opdrachtgever is.".

Motivering

Uit de ervaringen in sommige lidstaten is gebleken dat er strikte regels moeten worden vastgesteld om een einde te maken aan de ernstige problematiek van belangenconflicten, teneinde te waarborgen dat het doel van de procedure in verband met de milieueffectbeoordeling daadwerkelijk verwezenlijkt wordt. De bevoegde instanties die belast zijn met de beoordeling, mogen in geen geval zelf de opdrachtgever zijn of afhankelijk of ondergeschikt zijn aan de opdrachtgever.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) artikel 2, lid 1, wordt vervangen door:

 

"1. De lidstaten treffen na raadpleging van het publiek de nodige maatregelen om te verzekeren dat er een vergunning vereist is voor projecten die onder meer gezien hun aard, omvang of ligging een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, en dat er een beoordeling van de effecten ervan plaatsvindt alvorens een vergunning wordt verleend. Nadat een vergunning is verleend stelt de bevoegde autoriteit indien toepasselijk maatregelen voor het monitoren van aanzienlijke schadelijke milieueffecten en maatregelen ter verlichting of compensatie van dergelijke effecten vast. Deze projecten worden omschreven in artikel 4.".

Motivering

Artikel 2, lid 1, wordt in overeenstemming gebracht met de nieuwe tekst van artikel 8, lid 2, die voorziet in maatregelen voor het monitoren van aanzienlijke schadelijke milieueffecten en maatregelen ter verlichting of compensatie van dergelijke effecten. Daarnaast wordt de inspraak van het publiek versterkt.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 2 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Voor projecten waarvoor de verplichting om een beoordeling van de milieueffecten uit te voeren voortvloeit uit zowel deze richtlijn als andere wetgeving van de Unie wordt een gecoördineerde of gemeenschappelijke procedure vastgesteld die aan de vereisten van de toepasselijke wetgeving van de Unie voldoet.

3. Voor projecten waarvoor de verplichting om een beoordeling van de milieueffecten uit te voeren voortvloeit uit zowel deze richtlijn als andere wetgeving van de Unie kan een gecoördineerde of gemeenschappelijke procedure worden vastgesteld die aan de vereisten van de toepasselijke wetgeving van de Unie voldoet, behalve in gevallen waarin de lidstaten van mening zijn dat de toepassing van dergelijke procedures onevenredig zou zijn.

Bij de gecoördineerde procedure coördineert de bevoegde autoriteit de verschillende op grond van de toepasselijke wetgeving van de Unie vereiste en door verschillende autoriteiten uitgevoerde afzonderlijke beoordelingen zonder afbreuk te doen aan eventuele andersluidende bepalingen in andere toepasselijke wetgeving van de Unie.

Voor projecten waarvoor de gecoördineerde procedure geldt, coördineert de bevoegde autoriteit de verschillende op grond van de toepasselijke wetgeving van de Unie vereiste en door de diverse autoriteiten uitgevoerde afzonderlijke beoordelingen zonder afbreuk te doen aan andere toepasselijke wetgeving van de Unie.

In het kader van de gemeenschappelijke procedure voert de bevoegde autoriteit één milieueffectbeoordeling uit waarin de beoordelingen van één of meer autoriteiten worden geïntegreerd, onverminderd eventuele andersluidende bepalingen in andere toepasselijke wetgeving van de Unie.

Voor projecten waarvoor de gemeenschappelijke procedure geldt, voert de bevoegde autoriteit één milieueffectbeoordeling uit waarin de beoordelingen van één of meer autoriteiten worden geïntegreerd, onverminderd andere relevante EU-wetgeving.

De lidstaten wijzen één autoriteit aan die het verloop van de vergunningsprocedure voor alle projecten dient te faciliteren.

De lidstaten kunnen één autoriteit aanwijzen die het verloop van de vergunningsprocedure voor alle projecten dient te faciliteren.

 

Op verzoek van een lidstaat verleent de Commissie de nodige assistentie bij het opzetten en toepassen van de in dit artikel bedoelde gecoördineerde of gezamenlijke procedures.

 

Bij alle milieueffectbeoordelingen toont de opdrachtgever in het milieurapport aan dat hij alle andere rechtsvoorschriften van de Unie in acht heeft genomen die van toepassing zijn op het voorgestelde project waarvoor individuele milieueffectbeoordelingen moeten worden uitgevoerd.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 2 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) artikel 2, lid 4, wordt vervangen door:

 

"4. Onverminderd de bepalingen van artikel 7 kunnen de lidstaten, in uitzonderlijke gevallen en voor zover de nationale wetgeving daarin voorziet, voor een welbepaald project dat uitsluitend bestemd is om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties, gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van de bepalingen van deze richtlijn indien de toepassing ervan nadelige gevolgen zou hebben voor het doel van het project.

 

In dat geval kunnen de lidstaten het betrokken publiek hierover inlichten en raadplegen en moeten ze:

 

a) nagaan of er geen andere, geschiktere vorm van beoordeling bestaat;

 

b) de gegevens die zijn verzameld door andere vormen van beoordeling zoals bedoeld onder a), alsmede de gegevens over en de redenen voor de vrijstelling ter beschikking stellen van het betrokken publiek;

 

c) de Commissie, voordat de vergunning wordt verleend, op de hoogte brengen van de redenen waarom de vrijstelling is verleend, en haar alle informatie verschaffen die zij, waar dat van toepassing is, ter beschikking van hun eigen onderdanen stellen.

 

De Commissie zendt de ontvangen documenten onmiddellijk door aan de andere lidstaten.

 

De Commissie brengt elk jaar bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van dit lid.".

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Bij de milieueffectbeoordeling worden de directe en indirecte aanzienlijke effecten van een project overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 11 per geval op passende wijze geïdentificeerd, beschreven en beoordeeld op de volgende factoren:

1. Bij de milieueffectbeoordeling worden de directe en indirecte aanzienlijke effecten van een project overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 11 per geval op passende wijze geïdentificeerd, beschreven en beoordeeld op de volgende factoren:

(a) de bevolking, de menselijke gezondheid en de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad beschermde soorten en habitats;

(a) de bevolking, de menselijke gezondheid en de biodiversiteit, inclusief de fauna en flora, met bijzondere aandacht voor op grond van de Richtlijnen 92/43/EEG, 2000/60/EG en 2009/147/EG beschermde soorten en habitats;

(b) grond, bodem, water, lucht en klimaatverandering;

(b) grond, bodem, ondergrond, water, lucht en klimaat;

(c) materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;

(c) materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;

(d) de samenhang tussen de onder a), b) en c) genoemde factoren.

(d) de samenhang tussen de onder a), b) en c) genoemde factoren.

(e) de blootstelling aan, de kwetsbaarheid voor en de weerbaarheid van de in de punten a), b) en c) genoemde factoren tegen natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.

(e) de blootstelling aan, de kwetsbaarheid voor en de weerbaarheid van de in de punten a), b) en c) genoemde factoren tegen waarschijnlijke risico's van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.

 

1 bis. Indien er sprake is van standaardisatie van de beschikbare procedures bij een bepaald project of bepaalde installatie waarbij rekening wordt gehouden met de beste beschikbare technologie (BAT), moet de bevoegde autoriteit deze standaardisatie in acht nemen en zich bij de milieueffectbeoordeling richten op de locatie van de installaties of het project.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

(4) Artikel 4 wordt vervangen door:

(a) de leden 3 en 4 worden vervangen door:

 

 

"Artikel 4

 

1. Onder voorbehoud van artikel 2, lid 4, worden de in bijlage I genoemde projecten onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10.

 

2. Onder voorbehoud van artikel 2, lid 4, bepalen de lidstaten voor de in bijlage II genoemde projecten of het project al dan niet moet worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10. De lidstaten bepalen dit, na raadpleging van het publiek, aan de hand van:

 

a) een onderzoek per geval,

 

of

 

b) door de lidstaten vastgestelde drempelwaarden of criteria.

 

De lidstaten kunnen besluiten om beide onder a) en b) genoemde procedures toe te passen.

3. Voor in bijlage II genoemde projecten verstrekt de opdrachtgever informatie over de kenmerken van het project, de potentiële gevolgen daarvan voor het milieu en de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten te vermijden en te beperken. De gedetailleerde lijst van de mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage II.A.

3. Voor in bijlage II genoemde projecten verstrekt de opdrachtgever beknopte informatie over de kenmerken van het project, de potentiële gevolgen daarvan voor het milieu en de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten te vermijden en te beperken. De gedetailleerde lijst van de mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage II.A. De hoeveelheid informatie die de opdrachtgever moet verstrekken, moet tot een minimum beperkt blijven en betrekking hebben op de essentiële punten die de bevoegde autoriteit toelaten het in lid 2 genoemde besluit te nemen. De informatie moet beschikbaar zijn voor het publiek, voorafgaand aan het in lid 2 bedoelde besluit, en moet in het belang van grotere transparantie en betere toegankelijkheid voor het publiek ook op internet beschikbaar zijn.

4. Wanneer een onderzoek per geval wordt uitgevoerd of drempels of criteria worden vastgesteld met het oog op lid 2, dient de bevoegde autoriteit rekening te houden met de selectiecriteria die verband houden met de kenmerken en de locatie van het project en de mogelijke milieueffecten daarvan. De gedetailleerde lijst van de te gebruiken selectiecriteria is vastgesteld in bijlage III.

4. Wanneer een onderzoek per geval wordt uitgevoerd of drempels of criteria worden vastgesteld met het oog op lid 2, dient de bevoegde autoriteit rekening te houden met de relevante selectiecriteria die verband houden met de kenmerken en de locatie van het project en de mogelijke milieueffecten daarvan. De gedetailleerde lijst van selectiecriteria is vastgesteld in bijlage III.

(b) de volgende leden 5 en 6 worden toegevoegd:

 

"5. De bevoegde autoriteit neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 op basis van de door de opdrachtgever verstrekte informatie en, in voorkomend geval, rekening houdend met de resultaten van studies, voorafgaande controles of op grond van andere wetgeving van de Unie uitgevoerde beoordelingen van de effecten op het milieu. Het overeenkomstig lid 2 genomen besluit:

5. De bevoegde instantie neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 op basis van de door de opdrachtgever conform lid 3 verstrekte informatie en eventueel rekening houdend met de opmerkingen van het betrokken publiek en de betrokken plaatselijke instanties, de resultaten van studies, voorafgaande controles of op grond van andere wetgeving van de Unie uitgevoerde beoordelingen van de effecten op het milieu. Het overeenkomstig lid 2 genomen besluit:

(a) bevat een toelichting over de manier waarop rekening is gehouden met de in bijlage III vastgestelde criteria;

 

(b) geeft een overzicht van de redenen waarom het project al dan niet aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden onderworpen;

(b) geeft een overzicht van de redenen waarom het project al dan niet aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden onderworpen, met name met betrekking tot de in bijlage III opgesomde relevante criteria;

(c) bevat een beschrijving van de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten op het milieu te vermijden, te voorkomen en te beperken wanneer is besloten dat het project niet aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden onderworpen;

(c) bevat een beschrijving van de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten op het milieu te vermijden, te voorkomen en te beperken wanneer is besloten dat het project niet aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden onderworpen;

(d) wordt openbaar gemaakt.

(d) wordt openbaar gemaakt.

6. De bevoegde autoriteit neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 binnen drie maanden na de aanvraag van een vergunning door de opdrachtgever op voorwaarde dat de opdrachtgever alle vereiste informatie heeft ingediend. Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn met drie maanden verlengen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

6. De bevoegde autoriteit neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 binnen een door de lidstaat vastgestelde termijn van maximum negentig dagen na de aanvraag van een vergunning door de opdrachtgever op voorwaarde dat de opdrachtgever alle vereiste informatie heeft ingediend, conform lid 3. Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn bij wijze van uitzondering éénmaal verlengen met een door de lidstaat bepaalde termijn van maximum zestig dagen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever schriftelijk mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht, en maakt zij de in artikel 6, lid 2, bedoelde informatie openbaar.

Wanneer het project aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden onderworpen, wordt de in artikel 5, lid 2, bedoelde informatie opgenomen in het overeenkomstig lid 2 van dit artikel genomen besluit."

Wanneer het project aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden onderworpen, wordt het in artikel 5, lid 2, bedoelde advies opgenomen in het overeenkomstig lid 2 van dit artikel genomen besluit, indien er conform dit artikel om een dergelijk advies is verzocht."

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Wanneer een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden uitgevoerd, dient de opdrachtgever een milieurapport op te stellen. Het milieurapport is gebaseerd op het overeenkomstig lid 2 van dit artikel genomen besluit en bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om een gefundeerde beslissing over de milieueffecten van het voorgestelde project te kunnen nemen, rekening houdend met de bestaande kennis en beoordelingsmethodes, de kenmerken, technische capaciteit en locatie van het project, de aard van de potentiële effecten, alternatieven voor het voorgestelde project en de mate waarin bepaalde aspecten (waaronder de beoordeling van de alternatieven) beter op andere niveaus kunnen worden beoordeeld, waaronder het planningsniveau, of op basis van andere beoordelingsvereisten. De gedetailleerde lijst van de in het milieurapport mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage IV.

1. Wanneer een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden uitgevoerd, dient de opdrachtgever een milieurapport in te dienen. Het milieurapport is gebaseerd op het overeenkomstig lid 2 van dit artikel uitgebrachte advies, indien een dergelijk advies is uitgebracht, en bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om een gefundeerde beslissing over de milieueffecten van het voorgestelde project te kunnen nemen, rekening houdend met de bestaande kennis en beoordelingsmethodes, de kenmerken, technische capaciteit en locatie van het project en de aard van de potentiële effecten. Het milieurapport omvat eveneens redelijke, door de opdrachtgever overwogen alternatieven die relevant zijn voor het voorgestelde project en de specifieke kenmerken van het project, en die een vergelijkende beoordeling mogelijk maken van de duurzaamheid van de overwogen alternatieven in het licht van hun wezenlijke effecten. De gedetailleerde lijst van de in het milieurapport mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage IV. Het milieurapport bevat een niet-technische samenvatting van de verstrekte informatie.

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Na raadpleging van de opdrachtgever en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten, bepaalt de bevoegde autoriteit de reikwijdte en het detailleringsniveau van de door de opdrachtgever in het milieurapport mee te delen informatie overeenkomstig lid 1 van dit artikel. De autoriteit bepaalt met name:

2. Indien de opdrachtgever hier bij de indiening van een aanvraag om een vergunning om verzoekt of indien dit volgens de in artikel 6, lid 1, genoemde bevoegde autoriteit of autoriteiten noodzakelijk is, geeft de bevoegde autoriteit na raadpleging van de opdrachtgever, de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten en de betrokken bevolking een advies af waarin de reikwijdte en het detailleringsniveau van de overeenkomstig lid 1 van dit artikel door de opdrachtgever in het milieurapport mee te delen informatie wordt bepaald, met name:

(a) de te nemen beslissingen en in te winnen adviezen;

 

(b) de autoriteiten en de bevolking voor wie het project gevolgen kan hebben;

(b) de autoriteiten en de bevolking voor wie het project gevolgen kan hebben;

(c) de diverse fasen van de procedure en de duur daarvan;

(c) de diverse fasen van de procedure en termijnen voor de duur daarvan;

(d) de redelijke alternatieven die relevant zijn voor het voorgestelde project en de specifieke kenmerken daarvan;

(d) de redelijke alternatieven die de opdrachtgever kan overwegen en die relevant zijn voor het voorgestelde project, de specifieke kenmerken daarvan en de wezenlijke effecten ervan op het milieu;

(e) de in artikel 3 bedoelde milieuaspecten die significante gevolgen kunnen ondervinden;

 

(f) de informatie die moet worden verstrekt met betrekking tot de specifieke kenmerken van een bepaald project of type project;

(f) de informatie die moet worden verstrekt met betrekking tot de specifieke kenmerken van een bepaald project of type project;

(g) de beschikbare informatie en kennis die op andere besluitvormingsniveaus of via andere wetgeving van de Unie is verkregen en de toe te passen beoordelingsmethoden.

(g) de beschikbare informatie en kennis die op andere besluitvormingsniveaus of via andere wetgeving van de Unie is verkregen en de toe te passen beoordelingsmethoden.

De bevoegde autoriteit kan zich laten bijstaan door erkende en technisch bekwame deskundigen als bedoeld in lid 3 van dit artikel. De opdrachtgever mag daarna slechts om aanvullende informatie worden verzocht wanneer dit gerechtvaardigd is door nieuwe omstandigheden en wanneer dit door de bevoegde autoriteit naar behoren wordt gemotiveerd.

De bevoegde autoriteit kan zich laten bijstaan door onafhankelijke, gekwalificeerde en technisch bekwame deskundigen als bedoeld in lid 3 van dit artikel. De opdrachtgever mag daarna slechts om aanvullende informatie worden verzocht wanneer dit gerechtvaardigd is door nieuwe omstandigheden en wanneer dit door de bevoegde autoriteit naar behoren wordt gemotiveerd.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Om de volledigheid en kwaliteit van de in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapporten te waarborgen dient:

3. Om de volledigheid en kwaliteit van de in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapporten te waarborgen dient:

(a) de opdrachtgever te waarborgen dat het milieurapport wordt opgesteld door een erkende en technisch bekwame deskundige; of

(a) de opdrachtgever te waarborgen dat het milieurapport wordt opgesteld door een gekwalificeerde en technisch bekwame deskundige; en

(b) de bevoegde autoriteit te waarborgen dat het milieurapport wordt gecontroleerd door erkende en technisch bekwame deskundigen en/of comités van nationale deskundigen.

(b) de bevoegde autoriteit te waarborgen dat het milieurapport wordt gecontroleerd door onafhankelijke, gekwalificeerde en technisch bekwame deskundigen en/of comités van nationale deskundigen van wie de namen openbaar worden gemaakt.

De opdrachtgever mag voor de opstelling van het milieurapport geen beroep doen op erkende en technisch bekwame deskundigen die de bevoegde autoriteit bijstand hebben verleend bij de voorbereiding van het in artikel 5, lid 2, bedoelde besluit.

De opdrachtgever mag voor de opstelling van het milieurapport geen beroep doen op onafhankelijke, gekwalificeerde en technisch bekwame deskundigen die de bevoegde autoriteit bijstand hebben verleend bij de voorbereiding van het in artikel 5, lid 2, bedoelde besluit.

De gedetailleerde regelingen voor de inschakeling en selectie van erkende en technisch bekwame deskundigen (bijvoorbeeld vereiste kwalificaties, evaluatieopdracht, certificering en intrekking van de vergunning) worden bepaald door de lidstaten.

De gedetailleerde regelingen voor de inschakeling en selectie van gekwalificeerde en technisch bekwame deskundigen (bijvoorbeeld vereiste kwalificaties en ervaring, evaluatieopdracht, certificering en intrekking van de vergunning) worden bepaald door de lidstaten. De gekwalificeerde en technisch bekwame deskundigen en de comités van nationale deskundigen moeten passende waarborgen bieden voor bekwaamheid en onpartijdigheid bij het verifiëren van de milieurapporten of andere milieu-informatie overeenkomstig deze richtlijn, en moeten zorgen voor een wetenschappelijk objectieve en onafhankelijke beoordeling, zonder enige inmenging of beïnvloeding van de zijde van de bevoegde instantie, de opdrachtgever of de nationale instanties. Deze deskundigen zijn verantwoordelijk voor de milieueffectbeoordelingen die zij uitvoeren, waarop zij toezicht houden of die zij positief dan wel negatief beoordeeld hebben.

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 5 bis

 

Voor grensoverschrijdende projecten nemen de betrokken lidstaten en buurlanden alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de respectieve bevoegde autoriteiten samenwerken om al in een vroeg stadium in de planning samen een geïntegreerde en coherente grensoverschrijdende milieueffectbeoordeling te verstrekken, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake medefinanciering door de Unie.

 

Bij projecten in het kader van het Europese vervoersnet worden de mogelijke gevolgen voor het Natura 2000-netwerk vastgesteld met gebruikmaking van het TENtec-systeem en het Natura 2000-informatiesysteem van de Commissie en mogelijke alternatieve systemen."

Motivering

Bij vervoersinfrastructuurprojecten moeten de TENtec- en Natura 2000-informatiesystemen samen worden gebruikt om al in een vroeg stadium te anticiperen op mogelijke problemen.

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter -a (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid -1 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a) het volgende lid wordt ingevoegd:

 

“-1. Het publiek heeft het recht om een milieueffectbeoordeling aan te vragen voor een bepaald project, middels inspraakprocedures die met name gericht zijn op burgers, lokale overheden en ngo’s.

 

De lidstaten dragen zorg voor de invoering van maatregelen en creëren de noodzakelijke voorwaarden om de uitoefening van dit recht te waarborgen.";

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter -a bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a bis) lid 1 wordt vervangen door:

 

"1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied of op grond van hun territoriale bevoegdheid met het project te maken kunnen krijgen, de gelegenheid krijgen om advies uit te brengen over de door de opdrachtgever verstrekte informatie en over de aanvraag om een vergunning. Daartoe wijzen de lidstaten in het algemeen of per geval de te raadplegen instanties aan. Deze worden in kennis gesteld van de krachtens artikel 5 verzamelde informatie. De gedetailleerde regeling betreffende deze raadplegingen wordt door de lidstaten vastgesteld.";

Motivering

Hiermee wordt verduidelijkt dat de lokale instanties op wiens grondgebied het aan de MEB onderworpen project plaatsvindt ook behoren tot de bij het project betrokken autoriteiten die moeten worden geraadpleegd, op voorwaarde dat dergelijke instanties niet met de bevoegde autoriteit(en) samenvallen.

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter -a ter (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a ter) lid 2 wordt vervangen door:

 

"2. Het publiek wordt in een vroegtijdig stadium van de in artikel 2, lid 2, bedoelde milieubesluitvormingsprocedures en zodra informatie redelijkerwijs kan worden verstrekt, via een centraal portaal dat toegankelijk is voor het publiek in overeenstemming met artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie*, openbare bekendmakingen en andere passende middelen zoals elektronische media, geïnformeerd over de volgende zaken:

 

a) de aanvraag om een vergunning;

 

b) het feit dat het project aan een milieueffectbeoordelingsprocedure is onderworpen en, voor zover relevant, het feit dat artikel 7 van toepassing is;

 

c) details betreffende de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het nemen van een besluit, waarbij relevante informatie kan worden verkregen of waaraan opmerkingen of vragen kunnen worden voorgelegd, en details betreffende het tijdsbestek voor het doorgeven van opmerkingen of vragen;

 

d) de aard van eventuele besluiten of, indien dit er is, het ontwerpbesluit;

 

e) een indicatie van de beschikbaarheid van de ingevolge artikel 5 verzamelde informatie;

 

f) tijd, plaats en wijze van verstrekking van de relevante informatie;

 

g) details over de regelingen voor inspraak die ingevolge lid 5 van dit artikel zijn vastgesteld;

 

g bis) het feit dat artikel 8, lid 2, van toepassing is en details van de herziening of aanpassing van het milieurapport en de aanvullende verzachtende of compenserende maatregelen die overwogen worden;

 

g ter) de resultaten van de overeenkomstig artikel 8, lid 2, uitgevoerde monitoring.";

 

_________________

* PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26

Motivering

Met het oog op het ondersteunen van de toegankelijkheid en transparantie moet in iedere lidstaat een centraal portaal met tijdig beschikbare milieu-informatie via elektronische weg toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast voorzien de nieuwe punten (g bis) en (g ter) in toegang tot informatie met betrekking tot de herziening of aanpassing van het milieurapport en de aanvullende verzachtende of compenserende maatregelen, die worden vastgesteld in de nieuwe tekst van artikel 8, lid 2.

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter -a quater (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a quater) lid 3 wordt vervangen door:

 

"3. De lidstaten waarborgen dat het volgende op zijn minst via een centraal portaal dat via elektronische weg toegankelijk is voor het publiek, en binnen redelijke termijnen beschikbaar wordt gesteld:

 

a) de ingevolge artikel 5 verzamelde informatie;

 

b) in overeenstemming met de nationale wetgeving, de voornaamste rapporten en adviezen die aan de bevoegde instanties zijn uitgebracht op het tijdstip waarop het betrokken publiek wordt geïnformeerd in overeenstemming met lid 2 van dit artikel;

 

c) overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie, andere informatie dan de in lid 2 bedoelde die relevant is voor het besluit overeenkomstig artikel 8 van deze richtlijn en die pas beschikbaar wordt nadat het betrokken publiek overeenkomstig lid 2 van dit artikel is geïnformeerd.";

Motivering

Met het oog op het ondersteunen van de toegankelijkheid en transparantie moet in iedere lidstaat een centraal portaal met tijdig beschikbare milieu-informatie via elektronische weg toegankelijk worden gemaakt.

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter -a quinquies (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a quinquies) lid 5 wordt vervangen door:

 

"5. De nadere regelingen voor het informeren van het publiek (bijvoorbeeld met aanplakbiljetten binnen een bepaalde omtrek of publicatie in plaatselijke kranten) en de raadpleging van het betrokken publiek (bijvoorbeeld schriftelijk of met een openbare enquête), worden bepaald door de lidstaten. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de relevante informatie beschikbaar wordt gesteld via een centraal portaal dat toegankelijk is voor het publiek overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2003/4/EG.";

Motivering

Met het oog op het ondersteunen van de toegankelijkheid en transparantie moet in iedere lidstaat een centraal portaal met tijdig beschikbare milieu-informatie via elektronische weg toegankelijk worden gemaakt.

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De termijn waarbinnen het betrokken publiek wordt geraadpleegd over het in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapport bedraagt ten minste 30 dagen en ten hoogste 60 dagen. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het voorgestelde project dat vereisten, kan de bevoegde autoriteit die termijn met 30 dagen verlengen; in dat geval deelt de bevoegde autoriteit de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van die verlenging.

7. De termijn waarbinnen het betrokken publiek wordt geraadpleegd over het in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapport bedraagt ten minste 30 dagen en ten hoogste 60 dagen. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het voorgestelde project dat vereisten, kan de bevoegde autoriteit die termijn met maximaal 30 dagen verlengen; in dat geval deelt de bevoegde autoriteit de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van die verlenging.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 6 – letter b bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) onderstaand lid wordt toegevoegd:

 

"7 bis. Om te garanderen dat het betrokken publiek daadwerkelijk inspraak krijgt in het besluitvormingsproces, zorgen de lidstaten ervoor dat de bevolking op elk moment en ongeacht lopende specifieke projecten die onderworpen zijn aan een milieueffectbeoordeling, kan beschikken over de contactgegevens van en snelle en eenvoudige toegang tot de autoriteit of autoriteiten die instaan voor het uitvoeren van de uit deze richtlijn voortvloeiende taken, en dat de nodige aandacht wordt besteed aan de opmerkingen en meningen van het publiek.".

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 7 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) Aan artikel 7 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"5 bis. Bij grensoverschrijdende vervoersprojecten van gemeenschappelijk belang, ook in een corridor overeenkomstig bijlage I bij de verordening …+ tot vaststelling van de Connecting Europe Facility, betrekken de lidstaten de coördinatoren bij de activiteiten in het kader van een openbare raadpleging. De coördinator ziet erop toe dat bij de planning van nieuwe infrastructuur wordt voorzien in een brede maatschappelijke raadpleging van alle belanghebbenden en van het maatschappelijk middenveld. De coördinator kan in elk geval voorstellen doen voor de ontwikkeling van het corridorplan en voor een evenwichtige uitvoering ervan.".

 

________________

+ PB: gelieve nummer, datum en titel in te vullen van de verordening tot vaststelling van de Connecting Europe Facility (2011/0302(COD)).

Motivering

De coördinatoren van de corridors in het trans-Europees vervoersnetwerk moeten betrokken worden bij de activiteiten in het kader van een openbare raadpleging, om vroegtijdig mogelijke problemen te kunnen vaststellen, mede gezien het feit dat grensoverschrijdende projecten extra moeilijkheden met zich meebrengen.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 8

Artikel 8

 

-1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat de projecten worden gebouwd en geëxploiteerd overeenkomstig de volgende beginselen:

 

a) alle passende maatregelen ter voorkoming van verontreiniging worden getroffen en er wordt geen aanzienlijke verontreiniging veroorzaakt;

 

b) de beste beschikbare technieken worden toegepast en natuurlijke hulpbronnen en energie worden efficiënt gebruikt;

 

c) de productie van afvalstoffen wordt voorkomen en indien er toch afvalstoffen worden voortgebracht, moeten zij in prioriteitsvolgorde en overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen* worden klaargemaakt voor hergebruik, gerecycleerd, teruggewonnen of, wanneer dat technisch en economisch onmogelijk is, zodanig worden verwijderd dat milieueffecten worden voorkomen of beperkt;

 

(d) de nodige maatregelen worden getroffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken;

 

e) bij de definitieve stopzetting van de activiteiten worden de nodige maatregelen getroffen om elk risico van verontreiniging te voorkomen en het bedrijfsterrein weer in een bevredigende toestand te brengen.

 

Indien er krachtens een milieukwaliteitsnorm strengere voorwaarden moeten gelden dan die welke door toepassing van de beste beschikbare technieken haalbaar zijn, moet de vergunning extra voorwaarden bevatten, onverminderd andere maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de milieukwaliteitsnormen te voldoen.

1. De resultaten van de raadplegingen en de krachtens de artikelen 5, 6 en 7 ingewonnen informatie worden in het kader van de vergunningsprocedure in aanmerking genomen. Daartoe wordt in het besluit om een vergunning te verlenen de volgende informatie opgenomen:

1. De resultaten van de raadplegingen en de krachtens de artikelen 5, 6 en 7 ingewonnen informatie worden in het kader van de vergunningsprocedure afdoende in aanmerking genomen en in detail beoordeeld. Het besluit om een vergunning te verlenen bevat de volgende informatie:

(a) de milieubeoordeling door de in artikel 3 bedoelde bevoegde autoriteit en de aan het besluit gekoppelde milieuvoorwaarden, waaronder een beschrijving van de belangrijkste maatregelen om aanzienlijke nadelige effecten te vermijden, te beperken en, indien mogelijk, te verhelpen;

(a) de resultaten van de milieubeoordeling door de in artikel 3 bedoelde bevoegde autoriteit, met inbegrip van een samenvatting van de overeenkomstig de artikelen 6 en 7 ontvangen opmerkingen en adviezen en de aan het besluit gekoppelde milieuvoorwaarden, waaronder een beschrijving van de belangrijkste maatregelen om aanzienlijke nadelige effecten te vermijden, te beperken en, indien mogelijk, te verhelpen;

(b) de belangrijkste redenen om, in het licht van de andere onderzochte alternatieven, voor het gekozen project te opteren, waaronder de te verwachten ontwikkeling van de bestaande toestand van het milieu zonder de uitvoering van het project (referentiescenario);

(b) een samenvatting van de beoordeling van de redelijke onderzochte alternatieven, waaronder de te verwachten ontwikkeling van de bestaande toestand van het milieu zonder de uitvoering van het project (referentiescenario);

(c) een samenvatting van de overeenkomstig de artikelen 6 en 7 ontvangen opmerkingen;

 

(d) een toelichting van de wijze waarop de milieuoverwegingen in de verleende vergunning zijn opgenomen en waarop de resultaten van de raadplegingen en de krachtens de artikelen 5, 6 en 7 ingewonnen informatie zijn meegenomen of op een andere manier behandeld.

(d) een toelichting van de wijze waarop de milieuoverwegingen in de verleende vergunning zijn opgenomen en waarop het milieurapport en de resultaten van de raadplegingen en de krachtens de artikelen 5, 6 en 7 ingewonnen informatie zijn meegenomen of op een andere manier behandeld.

Voor projecten die aanzienlijke nadelige grensoverschrijdende effecten kunnen hebben, dient de bevoegde autoriteit te motiveren waarom geen rekening is gehouden met de door de getroffen lidstaat tijdens de overeenkomstig artikel 7 georganiseerde raadplegingen ontvangen opmerkingen.

Voor projecten die aanzienlijke nadelige grensoverschrijdende effecten kunnen hebben, dient de bevoegde autoriteit te motiveren waarom geen rekening is gehouden met de door de getroffen lidstaat tijdens de overeenkomstig artikel 7 georganiseerde raadplegingen ontvangen opmerkingen.

2. Indien uit de raadplegingen en de overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 verzamelde informatie blijkt dat een project aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben, dient de bevoegde autoriteit zo snel mogelijk en in nauwe samenwerking met de opdrachtgever en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten na te gaan of het in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapport moet worden herzien en of het project moet worden aangepast om deze nadelige effecten te vermijden of te beperken en of er behoefte is aan extra verzachtende en compenserende maatregelen.

2. Indien de bevoegde autoriteit op basis van de raadplegingen en de overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 verzamelde informatie tot de conclusie komt dat een project aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben, dient de bevoegde instantie zo snel mogelijk en na raadpleging van de opdrachtgever en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten na te gaan of de vergunning voor het project moet worden geweigerd dan wel of het in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapport moet worden herzien en of het project moet worden aangepast om deze nadelige effecten te vermijden of te beperken en of er conform de relevante wetgeving behoefte is aan extra verzachtende en compenserende maatregelen. Bij de eventuele herziening van het milieurapport wordt de in artikel 6, lid 2, bedoelde informatieverstrekking aan het publiek niettemin gewaarborgd.

Indien de bevoegde autoriteit besluit een vergunning te verlenen, neemt zij in die vergunning maatregelen op om de aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu te monitoren teneinde de uitvoering van het project en de verwachte doelmatigheid van de verzachtende en compenserende maatregelen te beoordelen en na te gaan of er geen onvoorzienbare nadelige effecten optreden.

Indien de bevoegde instantie besluit een vergunning te verlenen, neemt zij in die vergunning conform de relevante wetgeving maatregelen op om de aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu tijdens de bouw-, beheer- en sloopfase van het project en na afsluiting van het project te monitoren teneinde de uitvoering van het project en de verwachte doelmatigheid van de verzachtende en compenserende maatregelen te beoordelen en na te gaan of er geen onvoorziene nadelige effecten optreden.

Het soort parameters dat wordt gemonitord en de monitoringtermijn moeten evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het voorgestelde project en met het belang van de milieueffecten ervan.

Het soort parameters dat wordt gemonitord en de monitoringtermijn moeten coherent zijn met de voorschriften in andere wetgeving van de Unie en evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het voorgestelde project en met het belang van de milieueffecten ervan. De resultaten van de monitoring moeten worden gemeld aan de bevoegde autoriteit en in een gemakkelijk toegankelijke open vorm aan het publiek ter beschikking worden gesteld.

Indien passend kan gebruik worden gemaakt van bestaande monitoringregelingen op grond van andere wetgeving van de Unie.

Indien passend kan er onder meer gebruik worden gemaakt van monitoringregelingen op grond van andere wetgeving van de Unie of nationale wetgeving.

 

Indien uit de monitoring blijkt dat de verzachtende of compenserende maatregelen niet afdoende zijn of indien aanzienlijke nadelige milieueffecten worden waargenomen, stelt de bevoegde autoriteit conform de relevante wetgeving corrigerende verzachtende of compenserende maatregelen vast.

3. De bevoegde autoriteit sluit haar milieueffectbeoordeling af binnen een termijn van drie maanden nadat de in de artikelen 6 en 7 bedoelde raadplegingen zijn afgerond en alle overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 vereiste informatie aan de bevoegde autoriteit is verstrekt, met inbegrip van eventuele specifieke beoordelingen die op grond van andere wetgeving van de Unie moeten worden uitgevoerd.

3. De bevoegde autoriteit sluit haar milieueffectbeoordeling af binnen een door de lidstaat vastgestelde termijn van maximum negentig dagen nadat de in de artikelen 6 en 7 bedoelde raadplegingen zijn afgerond en alle overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 vereiste informatie aan de bevoegde autoriteit is verstrekt, met inbegrip van eventuele specifieke beoordelingen die op grond van andere wetgeving van de Unie moeten worden uitgevoerd.

Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn met drie maanden verlengen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn bij wijze van uitzondering verlengen met een door de lidstaat bepaalde termijn van maximum negentig dagen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever schriftelijk mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

4. Vóór zij besluit een vergunning toe te kennen of te weigeren, controleert de bevoegde autoriteit of de in artikel 5, lid 1, bedoelde informatie in het milieurapport actueel is, met name wat betreft de geplande maatregelen om aanzienlijke nadelige effecten te vermijden, te beperken en, indien mogelijk, te compenseren.

4. Vóór zij besluit een vergunning toe te kennen of te weigeren, controleert de bevoegde autoriteit of de in artikel 5, lid 1, bedoelde informatie in het milieurapport actueel is.

 

__________

* PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter a

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 9 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Wanneer een beslissing over het verlenen of weigeren van een vergunning is genomen, brengen de bevoegde autoriteiten het betrokken publiek en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten, overeenkomstig de toepasselijke procedures op de hoogte en stellen zij de volgende informatie ter beschikking van het publiek:

1. Wanneer een beslissing over het verlenen of weigeren van een vergunning of een andere beslissing om aan de voorschriften van deze richtlijn te voldoen, is genomen, brengen de bevoegde autoriteiten het betrokken publiek en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten, hiervan zo snel mogelijk en uiterlijk binnen tien werkdagen overeenkomstig de nationale procedures op de hoogte. De bevoegde autoriteit of autoriteiten stelt/stellen het publiek en de in artikel 6, lid 1, genoemde autoriteiten conform Richtlijn 2003/4/EG in kennis van deze beslissing.

(a) de inhoud van de beslissing en de eventuele voorwaarden die daaraan zijn verbonden;

 

(b) na bestudering van het milieurapport en de opmerkingen en standpunten van het betrokken publiek, de voornaamste redenen en overwegingen waarop de beslissing is gebaseerd, met inbegrip van informatie over de inspraakprocedure;

 

(c) indien nodig, een beschrijving van de voornaamste maatregelen om aanzienlijke schadelijke effecten te voorkomen, te beperken en zo mogelijk te verhelpen;

 

(d) indien van toepassing, een beschrijving van de in artikel 8, lid 2, bedoelde monitoringmaatregelen.

 

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 9 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten kunnen eveneens besluiten de in lid 1 bedoelde informatie publiek te maken wanneer de bevoegde autoriteit haar milieueffectbeoordeling van het project afsluit.

3. De lidstaten maken de in lid 1 bedoelde informatie publiek wanneer de bevoegde instantie haar milieueffectbeoordeling van het project afsluit, voordat er een besluit wordt genomen over het al dan niet verlenen van een vergunning.

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter b bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 9 – leden 3 bis en 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

 

(b bis) de volgende leden worden toegevoegd:

 

"3 bis. Het publiek mag de rechtsgeldigheid van een besluit tot verlening van een vergunning aanvechten en onder meer om voorlopige maatregelen verzoeken, door een gerechtelijke procedure aan te spannen binnen drie maanden nadat het formele besluit van de bevoegde autoriteit is bekendgemaakt."

 

3 ter. De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat projecten waarvoor een vergunning is afgegeven, niet worden aangevat voordat de termijn voor het aantekenen van beroep is verstreken.".

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 10 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:

 

"De bepalingen van deze richtlijn doen niet af aan de verplichting van de bevoegde instanties tot inachtneming van de door de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en de geldende rechtspraktijk opgelegde beperkingen ter bescherming van het industrieel en het handelsgeheim, met inbegrip van de intellectuele eigendom, en van het openbaar belang, op voorwaarde dat ze in overeenstemming zijn met Richtlijn 2003/4/EG.".

Motivering

De bepalingen van deze richtlijn inzake de toegang tot informatie bij de milieueffectbeoordeling moeten worden afgestemd op de voorschriften van Richtlijn 2003/4/EG inzake toegang tot informatie, inspraak van het publiek bij het besluitvormingsproces en toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 ter (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 10 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 10 bis

 

De lidstaten stellen voorschriften vast inzake de bij overtredingen van ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen toe te passen sancties, en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties ook worden toegepast. De voorziene sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.".

Motivering

De praktijk wijst uit dat een geharmoniseerde en doeltreffende toepassing van de richtlijn alleen mogelijk is als de rechtsstelsels van de lidstaten voorzien in doeltreffende en afschrikkende sancties in geval van overtreding van de nationale voorschriften, met name in gevallen van belangenconflicten of corruptie.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 quater (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 11 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quater) artikel 11, lid 2, wordt vervangen door:

 

"2. De lidstaten bepalen in welk stadium besluiten, handelingen of omissies kunnen worden aangevochten en bieden de mogelijkheid om de inhoudelijke en procedurele rechtsgeldigheid van besluiten, handelingen of omissies overeenkomstig lid 1 aan te vechten, met inbegrip van de toepassing van tijdelijke maatregelen om te waarborgen dat het project niet van start gaat vooraleer de beoordelingsprocedure is voltooid.".

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 quinquies (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 11 – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quinquies) In artikel 11 wordt de tweede alinea van lid 4 vervangen door:

 

"Een dergelijke procedure moet passend en doeltreffend zijn, voorzien in de mogelijkheid van het aanvragen van dwangmaatregelen voor rechtsherstel, eerlijk, billijk en snel zijn en mag niet buitensporig veel kosten."

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 12 ter – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. Wanneer dit met het oog op een correcte milieueffectbeoordeling passend is in verband met de kenmerken van bepaalde economische sectoren, stelt de Commissie samen met de lidstaten en het bedrijfsleven op zodanige wijze sectoriale gidsen met te hanteren criteria op dat de standaardisering ten aanzien van de milieueffectbeoordeling vereenvoudigd en vergemakkelijkt wordt.

Amendement  77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [DATUM] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een document waarin het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn wordt toegelicht.

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op ...(3)+ aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een document waarin het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn wordt toegelicht.

 

 

(4)+ PB: gelieve de datum in te voegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Gezien het complexe karakter van de voorschriften van deze richtlijn moet er een omzettingstermijn van twee jaar worden vastgesteld.

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Projecten waarvoor de vergunningsaanvraag is ingediend vóór de in de eerste alinea van artikel 2, lid 1, bedoelde datum en waarvan de milieueffectbeoordeling niet vóór die datum is afgesloten, vallen onder de verplichtingen van de artikelen 3 tot en met 11 van Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij deze richtlijn.

Projecten waarvoor de vergunningsaanvraag is ingediend vóór de in de eerste alinea van artikel 2, lid 1, bedoelde datum en waarvan de milieueffectbeoordeling niet vóór die datum is afgesloten, moeten binnen 8 maanden na de goedkeuring van de herziene richtlijn zijn afgehandeld.

Amendement  79

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage I

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1) Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

 

a) de titel wordt vervangen door:

 

"IN ARTIKEL 4, LID 1, BEDOELDE PROJECTEN (PROJECTEN WAARVOOR EEN MILIEUEFFECTBEOORDELING VERPLICHT IS)"

 

b) het volgende punt wordt ingevoegd:

 

"4 bis. Dagbouwmijnen en soortgelijke bovengrondse winningsactiviteiten."

 

c) punt 7, onder a), wordt vervangen door:

"a) aanleg van spoorlijnen voor spoorverkeer over lange afstand en aanleg van vliegvelden [...];"

 

d) in artikel 7 wordt het volgende punt ingevoegd:

"a bis) het bepalen van de aanvlieg- en vertrekroutes van vliegvelden vanaf of tot aan de verbindingen van het luchtnet;"

 

e) de volgende punten 14 bis en 14 ter worden ingevoegd:

 

"14 bis. Opsporing, beoordeling, winning van ruwe olie en/of aardgas in schalielagen of andere sedimentaire rotsformaties van gelijke of lagere permeabiliteit en porositeit, ongeacht de gewonnen hoeveelheid.

 

14 ter. Opsporing en winning van aardgas uit kolenlagen, ongeacht de gewonnen hoeveelheid."

 

f) punt 19 wordt vervangen door het volgende:

 

"19. Steengroeven en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare, installaties voor goudwinning waarbij gebruik wordt gemaakt van cyanidebaden of turfwinning met een terreinoppervlakte van meer dan 150 hectare."

 

g) punt 20 wordt vervangen door het volgende:

 

"20. Aanleg, verandering en/of verlenging van elektriciteitskabels (in de lucht, onder de grond of gemengd) en/of het opnieuw voeden van bestaande kabels met een voltage van 220 kV of meer en met een lengte van meer dan 15 km, en aanleg en/of verandering van de bijbehorende onderstations (onderstation voor de transformatie van spanning, de omzetting van het type stroom of de overgang naar het type onderstation en vice versa."

h) het volgende punt 24 bis wordt toegevoegd:

 

"24 bis. Thematische parken en golfterreinen die worden gepland in gebieden met een watertekort of een verhoogd risico op verwoestijning of droogte."

Amendement  80

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt -1 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage II

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis) Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

 

a) de titel wordt vervangen door:

 

"IN ARTIKEL 4, LID 2, BEDOELDE PROJECTEN (PROJECTEN WAARBIJ DE LIDSTATEN KUNNEN OPTEREN VOOR EEN MILIEUEFFECTBEOORDELING)";

 

b) in lid 1 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"f bis) Visvangst in het wild;"

 

c) In lid 2 wordt punt c) vervangen door:

 

"c) Onderzoek naar en opsporing van mineralen en winning van mineralen door afdreggen van de zee- of rivierbodem;"

d) in lid 10 wordt punt d) geschrapt.

 

e) in lid 13 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"a bis) De sloop van in bijlage I of in deze bijlage opgesomde projecten die aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.".

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 1

Richtlijn 2011/92/EU

BIJLAGE II A

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BIJLAGE II.A – IN ARTIKEL 4, LID 3, BEDOELDE INFORMATIE

BIJLAGE II.A – IN ARTIKEL 4, LID 3, BEDOELDE INFORMATIE (BEKNOPTE, DOOR DE OPDRACHTGEVER VERSTREKTE INFORMATIE OVER DE IN BIJLAGE II OPGESOMDE PROJECTEN)

1. Een beschrijving van het project, met in het bijzonder:

1. Een beschrijving van het project, met in het bijzonder:

a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond, tijdens de bouw- en de bedrijfsfasen;

a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de onderlaag en de ondergrond, tijdens de bouw-, bedrijfs- en sloopfasen;

b) een beschrijving van de plaats van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn.

b) een beschrijving van de plaats van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn.

2. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgestelde project.

2. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgestelde project.

3. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgestelde project ten gevolge van:

3. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgestelde project, inclusief de gezondheidsrisico's voor de betrokken bevolking en de impact op het landschap en het cultureel erfgoed, ten gevolge van

a) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen;

a) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen, indien van toepassing;

b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen.

b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit (met inbegrip van hydromorfologische veranderingen).

4. Een beschrijving van de beoogde maatregelen om aanzienlijke nadelige milieueffecten van het project te vermijden, te voorkomen of te beperken.

4. Een beschrijving van de beoogde maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van het project te vermijden, te voorkomen of te beperken, in het bijzonder wanneer deze als onomkeerbaar worden beschouwd.

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BIJLAGE III - IN ARTIKEL 4, LID 4, BEDOELDE SELECTIECRITERIA

BIJLAGE III - IN ARTIKEL 4, LID 4, BEDOELDE SELECTIECRITERIA (CRITERIA OM VAST TE STELLEN OF DE IN BIJLAGE II VERMELDE PROJECTEN AAN MILIEUEFFECTBEOORDELING MOETEN WORDEN ONDERWORPEN)

1. KENMERKEN VAN DE PROJECTEN

1. KENMERKEN VAN DE PROJECTEN

De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name:

De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name:

(a) de omvang van het project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond;

(a) de omvang van het project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond;

(b) de cumulatie met andere projecten en activiteiten;

 

(c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen;

(c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, ondergrond, water en biodiversiteit (met inbegrip van hydromorfologische veranderingen);

(d) de productie van afvalstoffen;

(d) de productie van afvalstoffen;

(e) verontreiniging en hinder;

(e) verontreiniging en hinder (de uitstoot van verontreinigende stoffen, geluid, trillingen, licht, warmte en straling) en de mogelijke gevolgen hiervan voor de gezondheid;

(f) de risico’s van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen en het risico van ongevallen, en met name wat betreft hydromorfologische veranderingen, gebruikte stoffen, technologieën of levende organismen, de specifieke toestand van toplaag en onderlaag of alternatief gebruik, en de kans op ongevallen of rampen en de kwetsbaarheid van het project voor deze risico' s;

(f) de risico's van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen en het risico van ongevallen, en met name wat betreft hydromorfologische veranderingen, gebruikte stoffen, technologieën of levende organismen, de specifieke toestand van toplaag en onderlaag of alternatief gebruik, de lokale geologische kenmerken, en de kans op ongevallen of rampen en de kwetsbaarheid van het project voor het risico van ongevallen en rampen die redelijkerwijs als kenmerkend voor het type project kunnen worden beschouwd;

(g) de effecten van het project op de klimaatverandering (wat de uitstoot van broeikasgassen betreft, met inbegrip van landgebruik, verandering van landgebruik en bosbouw), de bijdrage van het project tot een groter herstellingsvermogen en de effecten van de klimaatverandering op het project (bijvoorbeeld nagaan of het project spoort met het veranderende klimaat);

(g) de effecten van het project op het klimaat (wat de waarschijnlijke uitstoot van broeikasgassen betreft, met inbegrip van landgebruik, verandering van landgebruik en bosbouw), de bijdrage van het project tot een groter herstellingsvermogen en de effecten van de klimaatverandering op het project (bijvoorbeeld nagaan of het project spoort met het veranderende klimaat);

(h) effecten van het project op het milieu, in het bijzonder op landgebruik (gestage toename van woongebieden - ruimtebeslag), bodem (organisch materiaal, erosie, verdichting, afdekking), water (kwantiteit en kwaliteit), lucht en biodiversiteit (kwaliteit en kwantiteit van populaties, aantasting en versnippering van ecosystemen);

(h) effecten van het project op het milieu, in het bijzonder op landgebruik (gestage toename van woongebieden – ruimtebeslag, verlies van landbouw- en bosgebied), bodem (organisch materiaal, erosie, verdichting, afdekking), ondergrond, water (kwantiteit en kwaliteit), lucht (uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en luchtkwaliteit) en biodiversiteit (kwaliteit en kwantiteit van populaties, aantasting en versnippering van ecosystemen);

(i) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling);

(i) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging, luchtvervuiling of geluidshinder);

(j) het effect van het project op het culturele erfgoed en het landschap.

(j) het effect van het project op het culturele erfgoed en het landschap.

2. LOCATIE VAN DE PROJECTEN

2. LOCATIE VAN DE PROJECTEN

De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name:

De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name:

(a) het bestaande en geplande landgebruik, met inbegrip van ruimtebeslag en versnippering;

(a) het bestaande en geplande landgebruik, met inbegrip van ruimtebeslag en versnippering;

(b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied;

(b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied;

(c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden:

(c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden:

(i) wetlands, oeverformaties, riviermondingen;

(i) wetlands, oeverformaties, riviermondingen;

(ii) kustgebieden;

(ii) kustgebieden;

(iii) berg- en bosgebieden;

(iii) berg- en bosgebieden;

 

(iii bis) gebieden met een potentieel significant overstromingsrisico;

(iv) natuurreservaten en -parken, blijvend grasland, landbouwgebieden met een hoge natuurwaarde;

(iv) natuurreservaten en -parken, blijvend grasland en vanuit milieuoogpunt waardevol grasland, landbouwgebieden met een hoge natuurwaarde;

(v) gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad of Richtlijn 92/43/EEG van de Raad; bij internationale verdragen beschermde gebieden;

(v) gebieden die in de nationale of regionale wetgeving zijn aangeduid, als gebieden met specifieke beperkingen op milieugebied zijn aangemerkt of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad of Richtlijn 92/43/EEG van de Raad; bij internationale, door de lidstaten geratificeerde verdragen beschermde gebieden;

(vi) gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of waarschijnlijk niet zullen worden nagekomen;

(vi) gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of waarschijnlijk niet zullen worden nagekomen;

(vii) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;

(vii) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;

 

(vii bis) gebieden waar bijzonder gevoelige of kwetsbare bevolkingsgroepen wonen (met inbegrip van ziekenhuizen, scholen en bejaardentehuizen);

(viii) landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

(viii) landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang;

 

(viii bis) aardbevingsgebieden of gebieden met een groot risico op natuurrampen.

 

Alle relevante drempels die door de lidstaten zijn vastgesteld voor de gebieden waarnaar wordt verwezen in de punten (i) tot en met (viii bis), moeten in het bijzonder betrekking hebben op de milieuwaarde, de relatieve rijkdom en de gemiddelde grootte van deze gebieden binnen de nationale kaders.

3. KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

3. KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

De potentiële aanzienlijke effecten van projecten moeten, in samenhang met de onder 1) en 2) hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met bijzondere aandacht voor:

De potentiële aanzienlijke effecten van projecten moeten, in samenhang met de onder 1) en 2) hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met bijzondere aandacht voor:

(a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);

(a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);

(b) de aard van het effect;

(b) de aard van het effect;

(c) het grensoverschrijdend karakter van het effect;

(c) het grensoverschrijdend karakter van het effect;

(d) de intensiteit en de complexiteit van het effect;

(d) de intensiteit en de complexiteit van het effect;

(e) de waarschijnlijkheid van het effect;

(e) de waarschijnlijkheid van het effect;

(f) de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;

(f) de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;

(g) de snelheid waarmee het effect merkbaar wordt;

(g) de snelheid waarmee het effect merkbaar wordt;

(h) de cumulatie van effecten met de effecten van andere (met name de bestaande en/of goedgekeurde) projecten door dezelfde of door andere ontwikkelaars;

(h) de cumulatie van effecten met de effecten van andere (met name de bestaande en/of goedgekeurde) projecten door dezelfde of door andere ontwikkelaars, voor zover die zich bevinden in het geografische gebied dat kan worden beïnvloed en nog niet gebouwd of in bedrijf zijn, en zonder verplichting om rekening te houden met andere informatie dan de bestaande informatie of de openbaar beschikbare informatie;

(i) de milieuaspecten die vermoedelijk aanzienlijke effecten zullen ondergaan;

(i) de milieuaspecten die vermoedelijk aanzienlijke effecten zullen ondergaan;

(k) de informatie en bevindingen over milieueffecten afkomstig van uit hoofde van andere EU-wetgeving voorgeschreven beoordelingen;

(k) de informatie en bevindingen over milieueffecten en mogelijke gevolgen afkomstig van uit hoofde van andere EU-wetgeving voorgeschreven beoordelingen;

(l) de mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen.

(l) de mogelijkheid om effecten doeltreffend te vermijden, voorkomen of verminderen.

 

3 bis. RICHTSNOEREN VOOR SECTORSPECIFIEKE CRITERIA

 

Indien de Commissie of de lidstaten dit opportuun achten, worden er richtsnoeren ontwikkeld voor de diverse bedrijfstakken die deze bij milieueffectbeoordelingen moeten volgen. Doel hiervan is de vereenvoudiging van procedures en het vergroten van de rechtszekerheid bij milieueffectbeoordelingen en het vermijden van verschillende toepassingen door diverse bevoegde autoriteiten.

 

Een milieueffectbeoordeling die betrekking heeft op historisch en cultureel erfgoed of op het platteland, moet worden uitgevoerd aan de hand van criteria die zijn vastgelegd in richtsnoeren waarin alle aspecten worden beschreven waarop moet worden gelet.

Amendement  83

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BIJLAGE IV - INFORMATIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 5, LID 1

BIJLAGE IV - INFORMATIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 5, LID 1 (INFORMATIE DIE DE OPDRACHTGEVER MOET VERSTREKKEN IN HET MILIEURAPPORT)

1. Beschrijving van het project, met in het bijzonder:

1. Beschrijving van het project, met in het bijzonder:

 

(-a) een beschrijving van de locatie van het project;

(a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond, en de eisen met betrekking tot water- en landgebruik tijdens de bouw- en de bedrijfsfasen;

(a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond, en de eisen met betrekking tot water- en landgebruik tijdens de bouw-, bedrijfs- en indien toepasselijk sloopfase;

 

(a bis) een beschrijving van de energiekosten, de kosten voor de recycling van afval van sloopwerken, het verbruik van extra natuurlijke hulpbronnen bij de uitvoering van een sloopproject;

(b) een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de productieprocessen, bijvoorbeeld aard en hoeveelheden van de gebruikte materialen, energie en natuurlijke hulpbronnen (waaronder water, land, bodem en biodiversiteit);

(b) een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de productieprocessen, bijvoorbeeld aard en hoeveelheden van de gebruikte materialen, energie en natuurlijke hulpbronnen (waaronder water, land, bodem en biodiversiteit);

(c) een prognose van de aard en de hoeveelheid van de verwachte residuen en emissies (water-, lucht-, bodem- en ondergrondverontreiniging, geluidshinder, trillingen, licht, warmte, straling enz.) ten gevolge van het functioneren van het voorgestelde project.

(c) een prognose van de aard en de hoeveelheid van de verwachte residuen en emissies (water-, lucht-, bodem- en ondergrondverontreiniging, geluidshinder, trillingen, licht, warmte, straling enz.) ten gevolge van het functioneren van het voorgestelde project.

2. Een beschrijving van de technische, locatiespecifieke of andere aspecten (bijvoorbeeld met betrekking tot het projectontwerp, de technische capaciteit, omvang en schaal) van de overwogen alternatieven, waaronder de aanduiding van dat met het geringste milieueffect, en een opgave van de belangrijkste redenen voor de gemaakte keuze, met inachtneming van de milieueffecten.

2. Een beschrijving van de technische, locatiespecifieke of andere aspecten (bijvoorbeeld met betrekking tot het projectontwerp, de technische capaciteit, omvang en schaal) van de door de opdrachtgever overwogen alternatieven die relevant zijn voor het voorgestelde project en de specifieke kenmerken van het project, en die een vergelijkende beoordeling mogelijk maken van de duurzaamheid van de overwogen alternatieven in het licht van hun wezenlijke effecten, en een opgave van de belangrijkste redenen voor de gemaakte keuze.

3. Een beschrijving van de relevante aspecten van de bestaande toestand van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het project niet wordt uitgevoerd (referentiescenario). Deze beschrijving moet betrekking hebben op alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het project, met name die welke betrekking hebben op gebieden die vanuit milieuoogpunt van bijzonder belang zijn en op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

3. Een beschrijving van de relevante aspecten van de huidige toestand van het milieu (referentiescenario) en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het project niet wordt uitgevoerd, wanneer de natuurlijke en maatschappelijke veranderingen in het referentiescenario redelijkerwijs kunnen worden voorspeld. Deze beschrijving moet betrekking hebben op alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het project, met name die welke betrekking hebben op gebieden die vanuit milieuoogpunt van bijzonder belang zijn en op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

4. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project op met name: bevolking, menselijke gezondheid, fauna en flora, biodiversiteit en de ecosysteemdiensten die zij levert, land (ruimtebeslag), bodem (organisch materiaal, erosie, verdichting, afdekking), water (kwantiteit en kwaliteit), lucht, klimatologische factoren, klimaatverandering (broeikasgasemissies, onder meer van landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw, mitigatiepotentieel, effecten die van belang zijn voor aanpassing en de vraag of bij het project rekening wordt gehouden met de risico's in verband met klimaatverandering), materiële goederen, cultureel (o.a. architectonisch en archeologisch) erfgoed, het landschap; een dergelijke beschrijving moet ook aandacht hebben voor de interrelatie tussen de genoemde factoren, alsmede de blootstelling aan, de kwetsbaarheid voor en de weerbaarheid van de bovenstaande factoren tegen de risico's van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen.

4. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project op met name: bevolking, menselijke gezondheid, fauna en flora, biodiversiteit, land (ruimtebeslag), bodem (organisch materiaal, erosie, verdichting, afdekking), water (kwantiteit en kwaliteit), lucht, klimatologische factoren, klimaatverandering (broeikasgasemissies, onder meer van landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw, mitigatiepotentieel, effecten die van belang zijn voor aanpassing en de vraag of bij het project rekening wordt gehouden met de risico's in verband met klimaatverandering), materiële goederen (inclusief negatieve gevolgen voor de waarde van onroerend goed als gevolg van de aantasting van milieuaspecten), cultureel (o.a. architectonisch en archeologisch) erfgoed, het landschap; een dergelijke beschrijving moet ook aandacht hebben voor de interrelatie tussen de genoemde factoren, alsmede de blootstelling aan, de kwetsbaarheid voor en de weerbaarheid van de bovenstaande factoren tegen de risico's van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen.

5. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgestelde project ten gevolge van, onder meer:

5. Een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgestelde project ten gevolge van, onder meer:

(a) het bestaan van het project;

(a) het bestaan van het project;

(b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water, biodiversiteit en de ecosysteemdiensten die zij levert, waarbij voor zover mogelijk rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van deze hulpbronnen in het licht van de veranderende klimaatomstandigheden;

(b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water, biodiversiteit (inclusief fauna en flora), waarbij voor zover mogelijk rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van deze hulpbronnen in het licht van de veranderende klimaatomstandigheden;

(c) de uitstoot van verontreinigende stoffen, geluidshinder, trillingen, licht, warmte, straling, het ontstaan van milieuhinder en het wegwerken van afvalstoffen;

(c) de uitstoot van verontreinigende stoffen, geluidshinder, trillingen, licht, warmte, straling, het ontstaan van milieuhinder en het wegwerken van afvalstoffen;

(d) de risico's voor de menselijke gezondheid, het cultureel erfgoed of het milieu (bijvoorbeeld door ongevallen of rampen);

(d) de risico's voor de menselijke gezondheid, het cultureel erfgoed of het milieu (bijvoorbeeld door ongevallen of rampen) die redelijkerwijs als kenmerkend voor het type project kunnen worden beschouwd;

(e) de cumulatie van effecten met andere projecten en activiteiten;

(e) de cumulatie van effecten met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten en activiteiten, voor zover die zich bevinden in het geografische gebied dat kan worden beïnvloed en nog niet gebouwd of in bedrijf zijn, en zonder verplichting om rekening te houden met andere informatie dan de bestaande informatie of de openbaar beschikbare informatie;

(f) de uitstoot van broeikasgassen, onder meer van landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw;

(f) de uitstoot van broeikasgassen, onder meer van landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw;

(g) de gebruikte technologieën en stoffen;

(g) de gebruikte technologieën en stoffen;

(h) hydromorfologische veranderingen.

(h) hydromorfologische veranderingen.

De beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten moet betrekking hebben op de directe en, in voorkomend geval, de indirecte, secundaire, cumulatieve en grensoverschrijdende effecten op korte, middellange en lange termijn, permanente en tijdelijke, positieve en negatieve effecten van het project. Bij deze beschrijving moet rekening worden gehouden met de op EU- of op lidstaatniveau vastgestelde doelstellingen inzake milieubescherming, die relevant zijn voor het project.

De beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten moet betrekking hebben op de directe en, in voorkomend geval, de indirecte, secundaire, cumulatieve en grensoverschrijdende effecten op korte, middellange en lange termijn, permanente en tijdelijke, positieve en negatieve effecten van het project. Bij deze beschrijving moet rekening worden gehouden met de op EU- of op lidstaatniveau vastgestelde doelstellingen inzake milieubescherming, die relevant zijn voor het project.

6. Een beschrijving van de methoden die gebruikt zijn voor de beoordeling van de in punt 5 bedoelde milieueffecten, alsook een overzicht van de belangrijkste onzekerheden en de invloed daarvan op de geraamde effecten en de selectie van het alternatief dat de voorkeur geniet.

6. Een beschrijving van de methoden die gebruikt zijn voor de beoordeling van de in punt 5 bedoelde milieueffecten, alsook een overzicht van de belangrijkste onzekerheden en de invloed daarvan op de geraamde effecten en de selectie van het alternatief dat de voorkeur geniet.

7. Een beschrijving van de beoogde maatregelen om de in punt 5 bedoelde aanzienlijke nadelige milieueffecten te voorkomen, te beperken en zo mogelijk te verhelpen en, in voorkomend geval, van eventuele voorgestelde toezichtsregelingen, inclusief de voorbereiding van een analyse van de nadelige milieueffecten na de uitvoering van het project. In deze beschrijving moet worden uitgelegd in welke mate aanmerkelijke nadelige effecten worden beperkt of gecompenseerd, met betrekking tot zowel de bouwfase als de operationele fase.

7. Een beschrijving van de beoogde maatregelen om de in punt 5 bedoelde aanzienlijke nadelige milieueffecten in de eerste plaats te voorkomen en te beperken en als laatste redmiddel te verhelpen en, in voorkomend geval, van eventuele voorgestelde toezichtsregelingen, inclusief de voorbereiding van een analyse van de nadelige milieueffecten na de uitvoering van het project. In deze beschrijving moet worden uitgelegd in welke mate aanmerkelijke nadelige effecten worden voorkomen, beperkt of gecompenseerd, met betrekking tot zowel de bouwfase als de operationele fase.

8. Een beoordeling van de risico’s van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen en het risico op ongevallen waarvoor het project kwetsbaar kan zijn en, in voorkomend geval, een beschrijving van de geplande maatregelen ter voorkoming van dergelijke risico’s en van de maatregelen inzake paraatheid en reactievermogen bij noodsituaties (bijvoorbeeld maatregelen uit hoofde van Richtlijn 96/82/EG, zoals gewijzigd).

8. Een beoordeling van de waarschijnlijke risico’s van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen en het risico op ongevallen waarvoor het project kwetsbaar kan zijn en, in voorkomend geval, een beschrijving van de geplande maatregelen ter voorkoming van dergelijke risico’s en van de maatregelen inzake paraatheid en reactievermogen bij noodsituaties (bijvoorbeeld maatregelen uit hoofde van Richtlijn 2012/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of voorschriften uit hoofde van andere wetgeving van de Unie of internationale verdragen).

9. Een niet-technische samenvatting van de overeenkomstig bovengenoemde punten verstrekte informatie.

9. Een niet-technische samenvatting van de overeenkomstig bovengenoemde punten verstrekte informatie.

10. Een aanduiding van de moeilijkheden (technische gebreken of ontbrekende kennis) die de ontwikkelaar eventueel heeft ondervonden bij het verzamelen van de vereiste informatie en van de bronnen die zijn gebruikt voor de gemaakte beschrijvingen en beoordelingen, alsmede een overzicht van de belangrijkste onzekerheden en de invloed daarvan op de geraamde effecten en de selectie van het alternatief dat de voorkeur geniet.

10. Een aanduiding van de moeilijkheden (technische gebreken of ontbrekende kennis) die de ontwikkelaar eventueel heeft ondervonden bij het verzamelen van de vereiste informatie en van de bronnen die zijn gebruikt voor de gemaakte beschrijvingen en beoordelingen, alsmede een overzicht van de belangrijkste onzekerheden en de invloed daarvan op de geraamde effecten en de selectie van het alternatief dat de voorkeur geniet.

(1)

PB C 133 van 9.5.2013, blz. 33.

(2)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(3)

+ PB: gelieve de datum in te voegen: één jaar na de inwerkingtreding van de gewijzigde richtlijn.

(4)

+ PB: gelieve de datum in te voegen: één jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde richtlijn.


TOELICHTING

De ogenschijnlijk bescheiden Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (MEB-richtlijn) is in werkelijkheid het "kroonjuweel" van de milieuwetgeving van de Europese Unie. Circa 200 soorten projecten vallen onder het toepassingsgebied ervan, van de bouw van bruggen, havens, autosnelwegen en stortplaatsen tot intensieve gevogelte- of varkensfokkerijen(1).

Bij de MEB-richtlijn wordt het eenvoudige maar fundamentele beginsel van "besluitvorming op basis van gedegen informatie" ingevoerd: voordat een vergunning wordt verleend voor een openbaar of particulier project met mogelijke milieugevolgen zijn de bevoegde instanties van de lidstaten wettelijk verplicht de nodige informatie in te winnen om een milieueffectbeoordeling te kunnen verrichten.

De huidige Richtlijn 2011/92/EU is weliswaar hoofdzakelijk van procedurale aard, maar heeft ook als doel de ecologische duurzaamheid van de projecten die onder haar toepassingsgebied vallen te waarborgen. Die projecten zijn onderverdeeld in twee categorieën: projecten die op grond van hun specifieke kenmerken verplicht aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen (bijlage I) en projecten waarvoor moet worden vastgesteld of zo'n beoordeling nodig is (screeningprocedure - bijlage II).

Gedurende de 28 jaar waarin deze wetgeving toegepast is er relatief veel succes geboekt ten aanzien van de harmonisering van de beginselen van milieubeoordeling op Europees niveau. Ze is echter slechts driemaal marginaal gewijzigd(2), terwijl de politieke, juridische en technische context aanzienlijk is geëvolueerd. Bovendien zijn er diverse zwakke punten geconstateerd die tot een groot aantal rechtszaken hebben geleid, zowel op nationaal niveau als voor het Hof van Justitie. De afgelopen jaren heeft het Hof uiteindelijk de interpretatie van sommige bepalingen verduidelijkt, onder meer door uit te spreken dat afbraak ook onder de definitie van project moet vallen (zaak C-50/09).

Om een oplossing te vinden voor de geconstateerde knelpunten en de tekst van de richtlijn af te stemmen op de nieuwe politieke prioriteiten van de Unie, zoals de bodembeschermingstrategie, het stappenplan voor een efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa en de Europa 2020-strategie, heeft de Commissie het onderhavige voorstel tot herziening van de MEB-richtlijn opgesteld.

Overeenkomstig de prioriteiten van de Unie worden in het voorstel de biodiversiteit, het gebruik van hulpbronnen, de klimaatverandering en de risico's van natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen genoemd als factoren aan de hand waarvan de effecten van een project moeten worden beoordeeld. Ook wordt voorgesteld dat bij de behandeling van projecten rekening wordt gehouden met de cumulatie met andere projecten en activiteiten, om het funeste opdelen van werken in kavels om de geconstateerde milieueffecten te verkleinen, te voorkomen.

Ten aanzien van de screeningprocedure wil het voorstel waarborgen dat alleen projecten met aanzienlijke milieueffecten aan een MEB moeten worden onderworpen, op grond van specifieke informatie die de opdrachtgever aan de bevoegde instantie moet verstrekken (bijlage II.A). De Commissie stelt bovendien voor om de lijst van selectiecriteria waarop het screeningbesluit gebaseerd is, uit te breiden en de termijn voor het nemen van een besluit vast te stellen op drie maanden (die met nog eens drie maanden kan worden verlengd).

Met betrekking tot de kwaliteit van de informatie stelt de Commissie voor dat de bevoegde instanties in overleg met de opdrachtgever vaststellen hoe uitgebeid en gedetailleerd de informatie moet zijn die in het milieurapport moet worden opgenomen (fase van afbakening van het toepassingsgebied of scoping). Bovendien wordt het verplicht om redelijke alternatieven voor het project te beoordelen en om een na de MEB een evaluatie te verrichten wanneer een project aanzienlijke schadelijke gevolgen heeft voor het milieu.

Met het oog op de administratieve vereenvoudiging stelt de Commissie voor om de termijnen waarbinnen alle fasen van de MEB hun beslag moeten krijgen te verduidelijken door minimum- en maximumtermijnen vast te stellen voor de publieke raadpleging en het uiteindelijke besluit, en om in de lidstaten een "eenloketsysteem" voor MEB in te voeren om de procedure te coördineren met eventuele milieubeoordelingen die bij andere wetgeving, zoals de richtlijn inzake van de industrie afkomstige emissies, de kaderrichtlijn water of de habitatrichtlijn, zijn voorgeschreven.

De rapporteur is ervan overtuigd dat er een echt duurzaam ontwikkelingsmodel in de hele Unie moet komen en staat dus volledig achter het voorstel van de Commissie. De voorgestelde wijzigingen hebben hoofdzakelijk tot doel het voorstel te versterken door middel van toevoegingen waardoor de tekst nog ingrijpender en doeltreffender wordt, makkelijker in nationale wetgeving om te zetten is en de doelstellingen inzake milieubescherming nog doeltreffender helpt verwezenlijken. De hoofdpunten van de voorgestelde amendementen worden hieronder samengevat.

Inspraak van het publiek

Overeenkomstig het Verdrag van Aarhus moet de rol van het betrokken publiek in alle fasen van de procedure worden versterkt. Een goed bestuur vereist dat er dialoog plaatsvindt tussen de betrokken actoren en dat er een duidelijke en transparante procedure is die ervoor zorgt dat het betrokken publiek tijdig op de hoogte wordt gesteld van de mogelijke uitvoering van een groot project. Dat kan leiden tot meer steun voor de genomen besluiten en tot vermindering van de grote aantallen rechtszaken die stelselmatig in de lidstaten worden aangespannen wanneer een werkelijk draagvlak ontbraakt, met alle kosten van dien.

Belangenconflicten

De geloofwaardigheid van de hele MEB-procedure komt in het gedrang als er geen duidelijke regels zijn om belangenconflicten uit te sluiten. De rapporteur heeft persoonlijk kunnen constateren dat, ondanks de formele scheiding tussen bevoegde instantie en opdrachtgever, vooral als deze laatste een overheidsorgaan is, de belangenverstrengeling in sommige gevallen zo ver gaat dat er geen sprake meer is van een objectief oordeel. Er moet dus voor worden gezorgd dat de bevoegde instantie absoluut onafhankelijk is van de opdrachtgever.

Corrigerende maatregelen

De rapporteur staat volledig achter het voorstel van de Commissie voor wat betreft de monitoring achteraf van projecten met aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu, maar acht het absoluut noodzakelijk dat er passende correctiemaatregelen worden genomen wanneer bij de monitoring blijkt dat de verzachtende en compenserende maatregelen waartoe is bepaald voor een project waarvoor een vergunning is verleend, niet doeltreffend zijn.

Opstelling en verificatie van de milieurapporten

De rapporteur acht het in de eerste plaats van fundamenteel belang dat het milieurapport geverifieerd wordt door absoluut onafhankelijke deskundigen die over de nodige bekwaamheid op het gebied van milieukwesties beschikken. De rapporteur is het ermee eens dat gezorgd moet worden voor goede kwaliteit van de controles, maar is van mening dat het stelsel voor de erkenning van deskundigen dat de Commissie voorstelt tot grote toepassingsmoeilijkheden in de lidstaten zou leiden. Hij stelt dus voor dat te schrappen.

Rechtszekerheid

Om de noodzakelijke rechtszekerheid te waarborgen stelt de rapporteur voor om op basis van het VN-Biodiversiteitsverdrag een duidelijke definitie van biodiversiteit op te nemen waarin wordt verduidelijkt dat die alle soorten flora en fauna omvat, en om te specificeren dat afwijkingen van de gestelde termijnen alleen in uitzonderlijke gevallen mogen worden toegestaan. Ten aanzien van de inwerkingtreding van de nieuwe MEB-regels acht hij het nodig erop toe te zien dat procedures die al in een vergevorderd stadium zijn (waarvoor het milieurapport al is ingediend) kunnen worden afgerond volgens de momenteel geldende regels.

Schaliegas

De rapporteur acht het noodzakelijk om op basis van het voorzorgsbeginsel en overeenkomstig het verzoek dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 21 november 2012 over de gevolgen voor het milieu van de winning van schaliegas en schalieolie heeft geformuleerd, de zogenaamde onconventionele koolwaterstoffen op te nemen in bijlage I bij de richtlijn, zodat de desbetreffende exploratie- en winningsprojecten stelselmatig aan een MEB worden onderworpen. In de productiedrempels van de huidige richtlijn wordt namelijk geen rekening gehouden met de dagelijkse productieniveaus van schaliegas en -olie, waardoor de desbetreffende projecten ondanks hun milieugevolgen niet aan verplichte milieueffectbeoordeling worden onderworpen.

* * *

Een echte "groene economie" tot stand brengen betekent ook dat de duurzaamheid van de projecten die op ons grondgebied worden uitgevoerd moet worden gewaarborgd, en dat bij het opstellen en uitvoeren van die projecten rekening moet worden gehouden met de gevolgen ervan voor de hulpbronnenefficiëntie, de klimaatverandering en de biodiversiteit, vooral wanneer het om grote infrastructuurprojecten gaat.

Een zo spoedig mogelijke goedkeuring van de nieuwe MEB-richtlijn betekent dat woorden in daden worden omgezet en dat de Europese Unie kan beschikken over een beleidsinstrument dat van fundamenteel belang is voor het aanpakken van de wereldwijde uitdagingen van de XXIe eeuw.

* * *

De rapporteur is dankbaar voor de adviezen die hij van de schaduwrapporteurs en collega's uit het Europees Parlement heeft gekregen. De rapporteur en zijn personeel hebben de standpunten ingewonnen van: AK EUROPA, WKÖ, Justice and Environment, BUSINESSEUROPE, UEPC, EWEA, EDF, EDISON, OGP, EURELECTRIC, NEEIP, en hebben een reeks ontmoetingen gehad met vertegenwoordigers van de Litouwse en de Nederlandse regering, de rapporteurs van het Comité van de regio's en het Economisch en Sociaal Comité, en vertegenwoordigers van organisaties zoals Friends of the Earth Europe, Confindustria, ENEL, MEDEF, Birdlife International, EPF, Eurochambres, IMA-Europe en TERNA. De speciale dank van de rapporteur gaat uit naar Matteo Ceruti, Stefano Lenzi van het WWF en Marco Stevanin. De rapporteur is als enige verantwoordelijk voor de voorstellen die hij in zijn ontwerpverslag heeft opgenomen.

(1)

Volgens de impactbeoordeling van de Commissie zijn er in de EU jaarlijks tussen 15000 en 26000 MEB's, tussen 27000 en 33800 screeningprocedures en 1370 à 3380 positieve screenings.

(2)

De oorspronkelijke Richtlijn 85/337/EEG is gewijzigd bij de richtlijnen 97/11/EG, 2003/35/EG en 2009/31/EG en gecodificeerd bij Richtlijn 2011/92/EU.


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (18.6.2013)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

(COM(2012)0628 – C7‑0367/2012 – 2012/0297(COD))

Rapporteur voor advies: Joseph Cuschieri

BEKNOPTE MOTIVERING

Voorstel van de Commissie

Richtlijn 2011/92/EU (MEB-richtlijn) schrijft voor dat projecten die waarschijnlijk aanzienlijke milieugevolgen zullen hebben aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen voordat er een vergunning voor wordt afgegeven.

Hoewel die richtlijn sinds de vaststelling ervan in 1985 meerdere malen werd gewijzigd, is zij niet ingrijpend genoeg veranderd om alle veranderingen in de beleidscontext en op wetgevings- en technisch gebied te weerspiegelen. De afgelopen 25 jaar is de EU uitgebreid, er daarmee zijn ook de omvang en de ernst van de milieuproblemen die moeten worden aangepakt en het aantal grote infrastructuurprojecten op EU-schaal (bijvoorbeeld grensoverschrijdende projecten op het gebied van energie of vervoer) toegenomen. Om in te spelen op deze veranderingen worden in het voorstel tot wijziging van de richtlijn belangrijke nieuwe aanpassingen in het rechtskader aangebracht: tekortkomingen in de toetsingsprocedure worden aangepakt, evenals de kwaliteit en de analyse van de van de milieueffectbeoordeling en het gevaar van inconsequenties binnen het beoordelingsproces. Tot slot wordt een ander belangrijk punt aan de orde gesteld, namelijk de mogelijkheid om de richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie of om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties.

Zienswijze van de rapporteur

De rapporteur steunt de wijzigingen in de richtlijn die de Commissie voorstelt want hij is van mening dat het vanwege de grensoverschrijdende aard van milieukwesties (bijv. klimaatverandering en rampengevaar) noodzakelijk is dat er op Europees niveau actie wordt ondernomen om voor gelijke voorwaarden te zorgen en om meerwaarde te creëren ten opzichte van afzonderlijke nationale acties. Niettemin vindt hij dat bepaalde aspecten van de richtlijn verder verbeterd kunnen worden door een paar kleine aanpassingen aan te brengen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het benadrukken van de mogelijke impact die de milieueffectbeoordeling kan hebben op de bescherming van historisch erfgoed of het toerisme, en voor de erkenning van het feit dat grensoverschrijdende projecten, die zo belangrijk zijn voor het Europees vervoersbeleid, niet hetzelfde zijn als projecten met grensoverschrijdende gevolgen. Volgens de rapporteur is het maken van dit onderscheid essentieel om voor een zo goedmogelijke coördinatie van de acties te zorgen om zo de vaak strikte termijnen te kunnen naleven en te voldoen aan de verwachtingen van talrijke publieke en private belanghebbenden. Tot slot stelt de rapporteur voor het Europese rechtskader samenhangender te maken door enkele kleine aanpassingen aan de wetgeving inzake de TEN-T-richtsnoeren aan te brengen.

Deze ideeën worden verwoord in de volgende amendementen:

AMENDEMENTEN

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) Alle nodige maatregelen moeten worden genomen om te waarborgen dat de projecten worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante voorschriften en procedures van de Unie en de lidstaten, en met name de Uniewetgeving inzake milieu, klimaatbescherming, veiligheid, beveiliging, concurrentie, staatssteun, overheidsaankopen, volksgezondheid en toegankelijkheid.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter) Voor grensoverschrijdende projecten dienen de betrokken lidstaten en buurlanden alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de respectieve bevoegde autoriteiten samenwerken om al in een vroeg stadium in de planning samen een geïntegreerde en coherente grensoverschrijdende milieueffectbeoordeling te verstrekken, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake medefinanciering door de EU.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis) ) Een van de doelstellingen van het Verdrag van Aarhus, die de EU heeft geratificeerd en omgezet in haar wetgeving, is het waarborgen van het recht van het publiek om deel te nemen aan de besluitvorming met betrekking tot milieuaangelegenheden. Inspraak, onder meer van verenigingen, organisaties en groepen, in het bijzonder niet-gouvernementele organisaties die de milieubescherming bevorderen, moet bijgevolg steeds worden aangemoedigd. Met bepaalde elementen van deze richtlijn moet ook meer rekening worden gehouden bij grensoverschrijdende vervoersprojecten, door bij de totstandbrenging van vervoerscorridors gebruik te maken van bestaande structuren en van instrumenten om de mogelijke gevolgen voor het milieu vast te stellen.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis) De lidstaten en andere initiatiefnemers van projecten dienen ervoor te zorgen dat beoordelingen van grensoverschrijdende projecten efficiënt worden uitgevoerd en dat onnodige vertraging wordt vermeden.

Amendement            5

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 1 – lid 2 – letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis) "grensoverschrijdend traject": het traject dat zorgt voor de continuïteit van een project van gemeenschappelijk belang tussen de dichtstbijzijnde stedelijke knooppunten aan weerszijden van de grens tussen twee lidstaten of tussen een lidstaat en een naburig land.

Motivering

Omwille van de samenhang tussen deze richtlijn, het Verdrag van Espoo en de nieuwe TEN-T-verordening, moeten dezelfde bewoordingen en definities worden gebruikt.

Amendement 6

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – letter c

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 1 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Indien hun nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de lidstaten per geval besluiten deze richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie of om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties, indien zij oordelen dat toepassing in die gevallen nadelige gevolgen zou hebben voor deze doeleinden.

3. Indien hun nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de lidstaten per geval besluiten deze richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie, om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties of om nationaal erfgoed dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat als zodanig is geclassificeerd te beschermen, indien zij oordelen dat toepassing in die gevallen nadelige gevolgen zou hebben voor deze doeleinden.

Motivering

Historisch erfgoed is een belangrijk onderdeel van de collectieve identiteit, en daarom moet het mogelijk zijn om projecten die bestemd zijn voor de bescherming ervan vrij te stellen van de toepassing van deze richtlijn.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 2 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor projecten waarvoor de verplichting om een beoordeling van de milieueffecten uit te voeren voortvloeit uit zowel deze richtlijn als andere wetgeving van de Unie wordt een gecoördineerde of gemeenschappelijke procedure vastgesteld die aan de vereisten van de toepasselijke wetgeving van de Unie voldoet.

Voor projecten, inclusief projecten met een grensoverschrijdend effect, waarvoor de verplichting om een beoordeling van de milieueffecten uit te voeren voortvloeit uit zowel deze richtlijn als andere wetgeving van de Unie wordt een gecoördineerde of gemeenschappelijke procedure vastgesteld die aan alle vereisten van de toepasselijke wetgeving van de Unie voldoet.

Motivering

De hoofdcorridors van de TEN-T-projecten omvatten belangrijke grensoverschrijdende projecten in het kader waarvan de MEB zorgvuldig uitgevoerd moet worden en aan alle voorschriften van de bestaande EU-wetgeving moet worden voldaan.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) grond, bodem, water, lucht en klimaatverandering;

b) grond, bodem, water en lucht;

Motivering

(Zie amendement op artikel 3, letter e bis (nieuw)).

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 3 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap

c) materiële goederen, het cultureel en historisch erfgoed en het landschap;

Motivering

(Zie amendement op artikel 1, lid 3).

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 3 – letter e ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter. het toerisme, indien de toeristische activiteit aanzienlijke effecten heeft op de plaatselijke en regionale economie;

Motivering

De uitvoering van bepaalde projecten kan negatieve gevolgen hebben voor de toeristische activiteit, wat dan weer funest kan zijn voor de economie van een lidstaat, vooral wanneer die in grote mate afhankelijk is van het toerisme.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4 – letter a

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor in bijlage II genoemde projecten verstrekt de opdrachtgever informatie over de kenmerken van het project, de potentiële gevolgen daarvan voor het milieu en de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten te vermijden en te beperken. De gedetailleerde lijst van de mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage II.A."

Voor in bijlage II genoemde projecten, die volgens artikel 4, lid 2, worden onderworpen aan een onderzoek per geval, verstrekt de opdrachtgever informatie over de kenmerken van het project, de potentiële gevolgen daarvan voor het milieu en de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten te vermijden en te beperken. De gedetailleerde lijst van de mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage II.A.

 

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 5 – lid 3 – alinea 2– letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) de in artikel 3 bedoelde milieuaspecten die significante gevolgen kunnen ondervinden;

e) de in artikel 3 bedoelde aspecten die significante gevolgen kunnen ondervinden;

Motivering

De reikwijdte en het detailleringsniveau van de in het milieurapport op te nemen informatie moeten zich niet beperken tot alleen de milieuaspecten.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het volgende artikel 5 bis (nieuw) wordt ingevoegd:

 

5 bis) Voor grensoverschrijdende projecten nemen de betrokken lidstaten en buurlanden alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de respectieve bevoegde autoriteiten samenwerken om al in een vroeg stadium in de planning samen een geïntegreerde en coherente grensoverschrijdende milieueffectbeoordeling te verstrekken, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake medefinanciering door de EU.

 

Bij projecten in het kader van het Europese vervoersnet worden de mogelijke gevolgen voor het Natura 2000-netwerk vastgesteld met gebruikmaking van het TENtec-systeem en het Natura 2000-informatiesysteem van de Commissie en mogelijke alternatieve systemen.

Motivering

Bij vervoersinfrastructuurprojecten moeten de TENtec- en Natura 2000-informatiesystemen samen worden gebruikt om al in een vroeg stadium te anticiperen op mogelijke problemen.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 7

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 7 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij grensoverschrijdende vervoersprojecten van gemeenschappelijk belang, ook in een corridor overeenkomstig bijlage I bij de verordening tot vaststelling van de Connecting Europe Facility, betrekken de lidstaten de coördinatoren bij de werkzaamheden in het kader van een openbare raadpleging. De coördinator ziet erop toe dat bij de planning van nieuwe infrastructuur wordt voorzien in een brede maatschappelijke raadpleging van alle belanghebbenden en van het maatschappelijk middenveld. De coördinator kan in elk geval oplossingen voorstellen voor de ontwikkeling van het corridorplan en voor een evenwichtige uitvoering daarvan.

Motivering

De coördinatoren van de corridors in het trans-Europees vervoersnetwerk moeten betrokken worden bij de activiteiten in het kader van een openbare raadpleging, om vroegtijdig mogelijke problemen te kunnen vaststellen, mede gezien het feit dat grensoverschrijdende projecten extra moeilijkheden met zich meebrengen.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De resultaten van de raadplegingen en de krachtens de artikelen 5, 6 en 7 ingewonnen informatie worden in het kader van de vergunningsprocedure in aanmerking genomen. Daartoe wordt in het besluit om een vergunning te verlenen de volgende informatie opgenomen:

Met de resultaten van de raadplegingen en de krachtens de artikelen 5, 6 en 7 ingewonnen informatie wordt in het kader van de vergunningsprocedure naar behoren rekening gehouden. Daartoe wordt in het besluit om een vergunning te verlenen de volgende informatie opgenomen:

Motivering

Artikel 6, lid 8, van het Verdrag van Aarhus bepaalt dat "naar behoren rekening" moet worden gehouden met de resultaten van de openbare raadplegingsprocedure: de minder dwingende bepaling in de huidige richtlijn die voorschrijft dat de openbare raadplegingsprocedure "in aanmerking wordt genomen" bij het besluit van de bevoegde autoriteit, is derhalve niet in overeenstemming met de vereisten van het Verdrag van Aarhus.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

een samenvatting van de overeenkomstig de artikelen 6 en 7 ontvangen opmerkingen;

een samenvatting van de overeenkomstig de artikelen 6 en 7 aan de orde gestelde kwesties;

Motivering

De letters c) en d) leveren de benodigde informatie om de opdrachtgever en het publiek te informeren over de manier waarop de uitkomsten van de milieubeoordeling (uitgevoerd door de opdrachtgever), de resultaten van de raadpleging en andere relevante zaken de bevoegde autoriteit tot haar beslissing hebben gebracht.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 8 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de bevoegde autoriteit besluit een vergunning te verlenen, neemt zij in die vergunning maatregelen op om de aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu te monitoren teneinde de uitvoering van het project en de verwachte doelmatigheid van de verzachtende en compenserende maatregelen te beoordelen en na te gaan of er geen onvoorzienbare nadelige effecten optreden.

Indien de bevoegde autoriteit besluit een vergunning te verlenen, neemt zij in die vergunning maatregelen op om de aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu van zowel de constructie- als de bedrijfsfase te monitoren teneinde de uitvoering van het project en de verwachte doelmatigheid van de verzachtende en compenserende maatregelen te beoordelen en na te gaan of er geen onvoorzienbare nadelige effecten optreden, alsook corrigerende maatregelen te vergemakkelijken.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat het monitoren zowel de constructie- als de bedrijfsfase bestrijkt, die zeer relevant zijn bij de tenuitvoerlegging van vervoersprojecten.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 8 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het soort parameters dat wordt gemonitord en de monitoringtermijn moeten evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het voorgestelde project en met het belang van de milieueffecten ervan.

Het soort parameters dat wordt gemonitord en de monitoringtermijn moeten evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het voorgestelde project en met het belang van de milieueffecten ervan. Deze uitkomsten worden voorgelegd aan de bevoegde autoriteit en openbaar toegankelijk gemaakt.

Motivering

Bedoeld om te waarborgen dat het monitoren de constructiefase en de bedrijfsfase bestrijkt en onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit valt, en dat de resultaten ervan openbaar worden gemaakt.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 9 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen eveneens besluiten de in lid 1 bedoelde informatie publiek te maken wanneer de bevoegde autoriteit haar milieueffectbeoordeling van het project afsluit."

De lidstaten maken de in lid 1 bedoelde informatie publiek wanneer de bevoegde autoriteit haar milieueffectbeoordeling van het project afsluit.

Motivering

Coherentie met artikel 9, lid 1.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 12 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de in bijlage III genoemde selectiecriteria en de in de bijlage II.A en IV bedoelde informatie om deze in overeenstemming te brengen met de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen.

De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 12 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere uitwerking en niet ter aanvulling van de in bijlage III genoemde selectiecriteria en de in de bijlage II.A en IV bedoelde informatie om deze in overeenstemming te brengen met de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – punt 11

Richtlijn 2011/92/EG

Artikel 12 ter – lid 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 12 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie verleend voor een onbepaalde periode vanaf [Datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn in te vullen door het Bureau voor publicaties].

De in artikel 12 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [PB: gelieve datum van inwerkingtreding van deze richtlijn in te vullen]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 1 – punt 1

Richtlijn 2011/92/EG

Bijlage II bis – punt 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen.

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water, lucht en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen.

 

Motivering

Ook lucht moet worden opgenomen als een natuurlijke hulpbron.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 1 – punt 2

Richtlijn 2011/92/EG

Bijlage III – paragraaf 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen;

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water, lucht en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen.

Motivering

Ook lucht moet worden opgenomen als een natuurlijke hulpbron.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 1 – punt 2

Richtlijn 2011/92/EG

Bijlage III – paragraaf 1 – punt i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling);

de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling en lawaai, met inbegrip van trillingen);

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 1 – punt 2

Richtlijn 2011/92/EG

Bijlage III – paragraaf 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

de aard van het effect;

de aard van de impact, met inbegrip van het aantal gecreëerde banen;

 

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

Document- en procedurenummers

COM(2012)0628 – C7-0367/2012 – 2012/0297(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

19.11.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

TRAN –

18.4.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Joseph Cuschieri

9.4.2013

Behandeling in de commissie

29.5.2013

 

 

 

Datum goedkeuring

18.6.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdi Cristiano Allam, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Philip Bradbourn, Antonio Cancian, Michael Cramer, Joseph Cuschieri, Luis de Grandes Pascual, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Dieter-Lebrecht Koch, Georgios Koumoutsakos, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Gesine Meissner, Mike Nattrass, Hubert Pirker, Dominique Riquet, Petri Sarvamaa, David-Maria Sassoli, Brian Simpson, Keith Taylor, Silvia-Adriana Ţicău, Giommaria Uggias, Dominique Vlasto, Artur Zasada, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Phil Bennion, Spyros Danellis, Eider Gardiazábal Rubial, Gilles Pargneaux, Alfreds Rubiks, Sabine Wils


ADVIES van de Commissie verzoekschriften (27.6.2013)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

(COM(2012)0628 – C7‑0367/2012 – 2012/0297(COD))

Rapporteur voor advies: Nikolaos Chountis

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie verzoekschriften heeft in de loop der jaren een zeer groot aantal verzoekschriften ontvangen met betrekking tot de tekortkomingen en de wijdverspreide tegenstrijdigheden bij de toepassing van de bestaande richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling (MEB-richtlijn). Veel van deze verzoekschriften zijn door de Commissie opgenomen in de door haar ingeleide inbreukprocedures tegen lidstaten die de huidige bepalingen niet hebben nageleefd. De Commissie verzoekschriften is daarom ingenomen met de gelegenheid om veel van de ontvangen en beoordeelde klachten op een goede manier te benutten door ze als basis te gebruiken voor haar werkzaamheden die erop zijn gericht te voorzien in een duidelijkere en effectievere richtlijn voor de toekomst.

De MEB-richtlijn is sinds jaar en dag een cruciaal instrument voor de milieubescherming in Europa, maar zij wordt nog niet in alle lidstaten goed ten uitvoer gelegd, noch volledig toegepast op alle lokale projecten. Op een flink aantal gebieden is behoefte aan enige versterking, met name ten aanzien van de betrokkenheid van het publiek in alle projectfases, een grotere mate van transparantie, de noodzaak van onafhankelijke en objectieve verslaglegging, duidelijkere bepalingen inzake de bescherming van nationaal erfgoed, een duidelijk mechanisme dat de voorkeur geeft aan de milieuvriendelijkste variant, rechtsbescherming met opschortende werking, evenals een duidelijk verbod op ernstige belemmerende milieueffecten, en bovenal een versterkte prioriteitstoekenning aan milieueisen.

In te veel gevallen beïnvloeden machtige financiële belangen die betrokken zijn bij grote infrastructuurprojecten op ongeoorloofde wijze het politieke besluitvormingsproces op lokaal, regionaal en nationaal niveau, ten koste van het milieu. In dit verband is een versterking van de MEB-richtlijn noodzakelijk om Europese burgers te garanderen dat hun rechten volledig worden geëerbiedigd en dat de Europese Unie in staat is om, overeenkomstig de verwachting van de burgers, de door haar aangegane verplichtingen na te komen, voor wat betreft de verbetering van de biodiversiteit, het voorkomen van dramatische klimaatveranderingen en de bewerkstelliging van een beter evenwicht tussen de verbetering van de infrastructuur en de eisen van de natuur. De MEB-richtlijn heeft een natuurlijke koppeling met andere richtlijnen, namelijk de vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn en de richtlijn betreffende afvalbeheer. De bijlagen dienen in hun volledigheid opnieuw te worden beoordeeld ten aanzien van de prioriteiten op met name deze gebieden.

De rapporteur voor advies is ingenomen met de holistische benadering van de milieueffectbeoordeling, die in de toekomst ook andere aanverwante beleidsterreinen zou moeten omvatten zoals biodiversiteit en klimaatverandering. Met het oog op de helderheid en de versterking van de richtlijn, stelt hij een aantal wijzigingen voor teneinde het hoogst mogelijke niveau van milieubescherming te waarborgen:

- schrapping van uitzonderingen op grond van specifieke nationale wetgeving;

- het publiek dient het recht te krijgen deel te nemen aan de beoordelings- en afbakeningsprocedures ("screening"- en "scoping"-procedures);

- "screening"- en "scoping"-besluiten moeten worden onderworpen aan rechtstreekse en tijdige toetsing door de rechter.

- projecten moeten in hun geheel aan een milieueffectbeoordeling worden onderworpen (en niet gedeeltelijk, de zogeheten "salamitechniek");

- verplichte inschakeling van onafhankelijke "erkende en technisch bekwame deskundigen" door de opdrachtgever of de bevoegde autoriteit;

- waarborgen dat toezicht de constructiefase en de bedrijfsfase bestrijkt en onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit valt, en dat de resultaten ervan openbaar toegankelijk worden gemaakt;

- de ontwikkelaar wordt verplicht om corrigerende maatregelen te treffen wanneer uit controles is gebleken dat er sprake is van onvoorziene schadelijke effecten.

Bij een succesvolle herziening van de bestaande milieueffectbeoordeling moet rekening worden gehouden met de noodzaak te waarborgen dat de regulering en effectieve beoordeling van het milieueffect en de administratieve kosten hiervan worden beschouwd als een investering in de toekomst van ons milieu en in de gezondheid en het welzijn van de Europese burgers.

AMENDEMENTEN

De Commissie verzoekschriften verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Richtlijn 2011/92/EU voorziet in de harmonisering van de beginselen van milieueffectbeoordeling van projecten door de invoering van minimumvereisten (met betrekking tot de aard van de te beoordelen projecten, de belangrijkste verplichtingen van de opdrachtgevers, de inhoud van de beoordeling en de inspraak van de bevoegde autoriteiten en het publiek) en in een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid.

(1) Richtlijn 2011/92/EU voorziet in de harmonisering van de beginselen van milieueffectbeoordeling van projecten door de invoering van minimumvereisten (met betrekking tot de aard van de te beoordelen projecten, de belangrijkste verplichtingen van de opdrachtgevers, de inhoud van de beoordeling en de inspraak van de bevoegde autoriteiten en het publiek) en in een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid. De lidstaten kunnen striktere regels vaststellen om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Richtlijn 2011/92/EU moet worden gewijzigd om de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsprocedure te verbeteren, de verschillende stappen van de procedure te stroomlijnen en de samenhang en synergieën met de overige wetgeving en beleidsinitiatieven van de Unie te versterken, alsmede met de door de lidstaten voor hun bevoegdheidsdomeinen ontwikkelde strategieën en beleidsmaatregelen.

(3) Richtlijn 2011/92/EU moet worden gewijzigd om de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsprocedure te verbeteren, de verschillende stappen van de procedure te stroomlijnen en de samenhang en synergieën met de overige wetgeving en beleidsinitiatieven van de Unie te versterken, alsmede met de door de lidstaten voor hun bevoegdheidsdomeinen ontwikkelde strategieën en beleidsmaatregelen. Een betere tenuitvoerlegging op het niveau van de lidstaten is het ultieme doel van de wijziging van deze richtlijn.

 

In veel gevallen werden de bestuursrechtelijke procedures te ingewikkeld en te lang, wat voor vertragingen zorgde en bijkomende risico's opleverde voor de bescherming van het milieu. Daarom is deze richtlijn onder meer bedoeld om de procedures te vereenvoudigen en te harmoniseren. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat het nuttig kan zijn om een enkel loket in het leven te roepen, met het oog op een gecoördineerde beoordeling of gemeenschappelijke procedures in gevallen waarin meerdere MEB’s nodig zijn, bijvoorbeeld bij grensoverschrijdende projecten, en om specifiekere criteria voor verplichte beoordelingen vast te stellen.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Voor projecten met mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten moeten de betrokken lidstaten een gemeenschappelijk en paritair samengesteld eenloketsysteem oprichten, dat bevoegd is voor alle stappen in de procedure. Voor de uiteindelijke goedkeuring van een project is de instemming van alle betrokken lidstaten nodig.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter) De herziene Richtlijn 2011/92/EU beoogt bovendien te waarborgen dat het milieu beter wordt beschermd, de hulpbronnen efficiënter worden gebruikt en een duurzame groei in Europa wordt bevorderd. Daartoe is het nodig de voorgeschreven procedures te vereenvoudigen en te harmoniseren.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Milieuoverwegingen zoals een efficiënt gebruik van hulpbronnen, biodiversiteit, klimaatverandering en risico's op rampen hebben het jongste decennium aan belang gewonnen bij de beleidsvorming en moeten derhalve worden meegenomen als kritieke elementen in de beoordelings- en besluitvormingsprocessen, met name voor infrastructuurprojecten.

(4) Milieuoverwegingen zoals een efficiënt en duurzaam gebruik van hulpbronnen, bescherming van de biodiversiteit, landgebruik, klimaatverandering en risico's op natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen hebben het jongste decennium aan belang gewonnen bij de beleidsvorming. Zij moeten derhalve worden meegenomen als belangrijke elementen in de beoordelings- en besluitvormingsprocessen voor alle openbare of particuliere projecten die mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu hebben, met name voor infrastructuurprojecten.

 

Aangezien de Commissie geen richtsnoeren heeft vastgesteld voor de toepassing van de Richtlijn betreffende het behoud van historisch en cultureel erfgoed, stelt de Commissie een lijst met criteria en aanwijzingen voor om de tenuitvoerlegging van de richtlijn te bevorderen.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Beter rekening houden met de milieucriteria bij alle projecten kan ook averechts uitpakken, als de procedures daardoor complexer worden en er meer tijd nodig is voor de vergunning en validatie van elke fase, met als gevolg dat de kosten de facto toenemen en dit zelfs tot een bedreiging voor het milieu kan leiden als infrastructuurprojecten veel langer duren.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) Milieuoverwegingen bij infrastructuurprojecten mogen niet verhullen dat een project hoe dan ook een impact op het milieu zal hebben en dat er vooral moet worden gekeken naar de verhouding tussen het nut van het project en de milieueffecten ervan.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) In haar mededeling "Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa" heeft de Commissie zich ertoe verbonden bij de herziening van Richtlijn 2011/92/EU rekening te houden met overwegingen inzake een efficiënt hulpbronnengebruik.

(5) In haar mededeling "Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa" heeft de Commissie zich ertoe verbonden bij de herziening van Richtlijn 2011/92/EU rekening te houden met overwegingen inzake een efficiënt en duurzaam hulpbronnengebruik.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) De klimaatverandering zal schade aan het milieu blijven veroorzaken en blijft een bedreiging voor onze economische ontwikkeling. Derhalve moet de ecologische, sociale en economische weerbaarheid van de Unie worden bevorderd om de klimaatverandering in de hele Unie op een efficiënte manier aan te pakken. In talrijke sectoren van de EU-wetgeving moet werk worden gemaakt van de aanpassing aan de klimaatverandering en het verzachten van de gevolgen daarvan.

(9) De klimaatverandering blijft een bedreiging voor het milieu en schadelijk voor de voorspelbaarheid van onze economische ontwikkeling. Derhalve moet de ecologische, sociale en economische weerbaarheid van de Unie worden bevorderd om de klimaatverandering in de hele Unie op een efficiënte manier aan te pakken. In talrijke sectoren van de EU-wetgeving moet onverwijld werk worden gemaakt van de aanpassing aan de klimaatverandering en het verzachten van de gevolgen daarvan.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) In de praktijk is gebleken dat de toepassing van de bepalingen van Richtlijn 2011/92/EU in bepaalde noodsituaties nadelige gevolgen kan hebben en de lidstaten derhalve de mogelijkheid dienen te krijgen de richtlijn in specifieke gevallen niet toe te passen.

(13) In de praktijk is gebleken dat de toepassing van de bepalingen van Richtlijn 2011/92/EU in bepaalde noodsituaties nadelige gevolgen kan hebben en de lidstaten derhalve in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid dienen te krijgen de richtlijn niet toe te passen op projecten die uitsluitend ten doel hebben het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties, op voorwaarde dat tijdig de nodige informatie aan de Commissie wordt verstrekt waarin de keuze wordt gerechtvaardigd en wordt vermeld voor welk publiek het project gevolgen kan hebben, en voor zover alle andere haalbare alternatieven zijn overwogen. Bij grensoverschrijdende projecten moet de Commissie, waar en wanneer dat passend en mogelijk is, een proactievere en meer faciliterende rol gaan spelen.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om te bepalen of een project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken, dienen de bevoegde autoriteiten de meest relevante criteria te bepalen en gebruik te maken van de aanvullende informatie uit andere krachtens de wetgeving van de Unie vereiste beoordelingen om de screeningprocedure doeltreffend uit te voeren. In deze context is het raadzaam de inhoud van het screeningbesluit te bepalen, met name wanneer er geen milieubeoordeling vereist is.

(16) Om te bepalen of een project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken, dienen de bevoegde autoriteiten de meest relevante criteria duidelijk en nauwkeurig te bepalen en gebruik te maken van de aanvullende informatie uit andere krachtens de wetgeving van de Unie vereiste beoordelingen om de screeningprocedure doeltreffend en op transparante wijze uit te voeren. In deze context is het raadzaam de inhoud van het screeningbesluit te bepalen, met name wanneer er geen milieubeoordeling vereist is.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De bevoegde autoriteiten moeten worden verplicht de reikwijdte en het detailleringsniveau van de in het milieurapport op te nemen informatie te bepalen (scoping). Om de kwaliteit van de beoordeling te verbeteren en het besluitvormingsproces te stroomlijnen moeten op EU-niveau de informatiecategorieën worden vastgesteld op basis waarvan de bevoegde autoriteiten hun beslissing dienen te nemen.

(17) De bevoegde autoriteiten moeten worden verplicht de reikwijdte en het detailleringsniveau van de in het milieurapport op te nemen informatie te bepalen (scoping). Om de kwaliteit van de beoordeling te verbeteren, de procedures te vereenvoudigen en het besluitvormingsproces te stroomlijnen moeten op EU-niveau de informatiecategorieën worden vastgesteld op basis waarvan de bevoegde autoriteiten hun beslissing dienen te nemen.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Als middel om de kwaliteit van het beoordelingsproces te verbeteren en om het mogelijk te maken de milieuaspecten vanaf een vroeg ontwerpstadium mee te nemen, moet het door de opdrachtgever in te dienen milieurapport van een project een beoordeling bevatten van de voor het voorgestelde project relevante redelijke alternatieven, waaronder de te verwachten ontwikkeling van de bestaande toestand van het milieu wanneer het project niet wordt uitgevoerd (referentiescenario).

(18) Als middel om de kwaliteit van het beoordelingsproces te verbeteren en om het mogelijk te maken de milieuaspecten vanaf een vroeg ontwerpstadium mee te nemen, moet het door de opdrachtgever in te dienen milieurapport van een project een beoordeling bevatten van alle voor het voorgestelde project relevante redelijke alternatieven, waaronder de te verwachten ontwikkeling van de bestaande toestand van het milieu wanneer het project niet wordt uitgevoerd (referentiescenario).

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Teneinde de transparantie en verantwoording te waarborgen dienen bevoegde autoriteiten te worden verplicht hun besluit om voor een project een vergunning te verlenen te motiveren en aan te tonen dat zij rekening hebben gehouden met de gehouden raadplegingen en de verzamelde informatie.

(20) Teneinde de transparantie en verantwoording te waarborgen dienen bevoegde autoriteiten te worden verplicht hun besluit om voor een project een vergunning te verlenen op gedetailleerde en volledige wijze te motiveren en aan te tonen dat zij rekening hebben gehouden met de gehouden raadplegingen van het betrokken publiek en alle verzamelde informatie. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, moet het betrokken publiek de mogelijkheid hebben beroep aan te tekenen.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Er moeten gemeenschappelijke minimumvereisten worden vastgesteld voor de monitoring van de aanzienlijke nadelige effecten van de bouw en exploitatie van projecten teneinde in alle lidstaten een gemeenschappelijke aanpak te waarborgen en ervoor te zorgen dat de effecten, na de uitvoering van de verzachtende en compenserende maatregelen, niet groter zijn dan aanvankelijk was gepland. Deze monitoringverplichtingen mogen niet overlappen, noch worden opgelegd bovenop andere op grond van de EU-wetgeving vereiste monitoring.

(21) Er moeten gemeenschappelijke minimumvereisten worden vastgesteld voor de monitoring van de aanzienlijke nadelige effecten van de bouw en exploitatie van projecten teneinde in alle lidstaten een gemeenschappelijke aanpak te waarborgen en ervoor te zorgen dat de effecten, na de uitvoering van de verzachtende en compenserende maatregelen, niet groter zijn dan aanvankelijk was gepland. Deze monitoringverplichtingen mogen niet overlappen, noch worden opgelegd bovenop andere op grond van de EU-wetgeving vereiste monitoring. Wanneer de monitoring onvoorziene schadelijke effecten aan het licht brengt, moeten er passende corrigerende maatregelen worden getroffen.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22 bis) Overeenkomstig het Verdrag van Aarhus is publieke inspraak bij de besluitvorming, vanaf een vroeg stadium, van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de besluitvormers rekening houden met meningen en zorgen die relevant kunnen zijn voor deze besluiten, waardoor de verantwoordingsplicht en de transparantie over het besluitvormingsproces worden vergroot, de inhoudelijke kwaliteit van besluiten wordt verbeterd en wordt bijgedragen tot het publieke bewustzijn ten aanzien van milieukwesties.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu waarborgen door de vaststelling van minimumvereisten voor de milieubeoordeling van projecten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en, gelet op de omvang, de ernst en de grensoverschrijdende aard van de aan te pakken milieuproblemen, derhalve beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel 5 neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is voor de verwezenlijking van deze doelstelling.

(28) Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid, de levenskwaliteit en het milieu waarborgen door de vaststelling van minimumvereisten voor de milieubeoordeling van projecten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en, gelet op de omvang, de ernst en de grensoverschrijdende aard van de aan te pakken milieuproblemen, derhalve beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter a

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter a – streepje 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– de uitvoering van bouw- of sloopwerken, of de totstandbrenging van andere installaties of werken,

– de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken,

 

- de sloop van bouwwerken of van installaties of werken,

 

- andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b – inleidende formule

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter f bis en f ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) in lid 2 wordt de volgende definitie toegevoegd:

b) in lid 2 worden de volgende definities toegevoegd:

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"g bis) "biodiversiteit": omvat alle soorten flora en fauna en hun habitats en heeft betrekking op de verscheidenheid van levende organismen van allerlei herkomst, met inbegrip van, onder andere, terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische complexen waarvan zij deel uitmaken, inclusief de verscheidenheid binnen soorten, tussen soorten en van ecosystemen."

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter g ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"g ter) "corrigerende maatregel": nadere verzachtende of compenserende maatregelen die door de opdrachtgever kunnen worden getroffen ter compensatie van onvoorziene schadelijke effecten of een eventueel nettoverlies van biodiversiteit, die bijvoorbeeld kunnen voortvloeien uit tekortkomingen bij de beperking van de effecten van de bouw- of bedrijfswerkzaamheden van een project, waarvoor reeds een vergunning is afgegeven."

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"onafhankelijk": in staat tot objectieve en alomvattende technische/wetenschappelijke beoordeling, vrij van enige daadwerkelijke, vermoede of ogenschijnlijke belangenverstrengeling ten aanzien van de bevoegde autoriteit, de opdrachtgever en/of de nationale, regionale of lokale autoriteiten.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter f ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"gemeenschappelijke procedures": in het kader van de gemeenschappelijke procedure voert de bevoegde autoriteit één milieueffectbeoordeling uit waarin de beoordelingen van één of meer autoriteiten worden geïntegreerd, onverminderd andersluidende bepalingen in andere relevante EU-wetgeving.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b – punt 1 (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter f quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"Beoordeling van de zichtbare effecten": zichtbare effecten worden gedefinieerd als veranderingen in het uitzicht van het aangelegde of het natuurlijke landschap en van stedelijke gebieden ten gevolge van ontwikkeling en kunnen zowel positief (verbetering) als negatief (achteruitgang) zijn. Een beoordeling van de zichtbare effecten omvat ook de sloop van bouwwerken die beschermd zijn of een strategische rol spelen in het traditionele uitzicht van een plek of een landschap. Deze beoordeling heeft betrekking op duidelijke veranderingen in de geologische topografie en op alle andere obstakels, zoals gebouwen of muren, die het uitzicht op de natuur of de harmonie van het landschap verstoren. Zichtbare effecten worden over het algemeen beoordeeld op basis van een kwalitatief oordeel, waarin de waardering van mensen voor en hun interactie met het landschap en de waarde die men aan een plek hecht (genius loci) worden meegenomen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 2 – letter f quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"vereenvoudiging": de beperking van het aantal formulieren en de uitwerking van gemeenschappelijke procedures en coördinatie-instrumenten om de door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde beoordelingen te combineren. Vereenvoudiging houdt ook in dat er gemeenschappelijke criteria worden opgesteld, dat de deadlines voor het indienen van rapporten worden verkort en dat objectieve en wetenschappelijke evaluaties worden versterkt.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 1 – letter c

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 1 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"3. Indien hun nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de lidstaten per geval besluiten deze richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie of om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties, indien zij oordelen dat toepassing in die gevallen nadelige gevolgen zou hebben voor deze doeleinden."

"3. Indien hun nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de lidstaten per geval besluiten deze richtlijn niet toe te passen voor projecten die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie of om het hoofd te bieden aan civiele noodsituaties, indien zij oordelen dat toepassing in die gevallen nadelige gevolgen zou hebben voor deze doeleinden, voor zover zij alle andere haalbare alternatieven grondig hebben geëvalueerd en hun definitieve keuze tegenover de Commissie rechtvaardigen."

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2 – inleidende formule

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 2 – leden 3 en 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2) Artikel 2, lid 3, wordt vervangen door:

2) In artikel 2 worden de leden 3 en 4 vervangen door:

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 2 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"3. Voor projecten waarvoor de verplichting om een beoordeling van de milieueffecten uit te voeren voortvloeit uit zowel deze richtlijn als andere wetgeving van de Unie wordt een gecoördineerde of gemeenschappelijke procedure vastgesteld die aan de vereisten van de toepasselijke wetgeving van de Unie voldoet.

"3. Voor projecten, inclusief projecten met een grensoverschrijdend effect, waarvoor de verplichting om een beoordeling van de milieueffecten uit te voeren voortvloeit uit zowel deze richtlijn als andere wetgeving van de Unie wordt een gecoördineerde of gemeenschappelijke procedure vastgesteld die aan alle vereisten van de toepasselijke wetgeving van de Unie voldoet. Hiervoor geldt de strengst mogelijke wetgeving.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 3

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 3 – letters a, b, c, c bis en d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) de bevolking, de menselijke gezondheid en de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van Richtlijn 92/43/EEG(*) van de Raad en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad(**) beschermde soorten en habitats;

a) de bevolking, de menselijke gezondheid en de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van Richtlijn 92/43/EEG(*) van de Raad en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad(**) beschermde soorten en habitats, alsook de wenselijkheid om verlies van biodiversiteit te voorkomen;

b) grond, bodem, water, lucht en klimaatverandering;

b) grond, bodem, water, lucht en klimaat;

c) materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;

c) materiële goederen en het landschap;

 

c bis) cultureel erfgoed overeenkomstig artikel 3, lid 3, vierde alinea van het EU-Verdrag;

d) de samenhang tussen de onder a), b) en c) genoemde factoren.

d) de samenhang tussen de onder a), b), c) en c bis) genoemde factoren, alsook de cumulatieve en grensoverschrijdende effecten van die factoren;

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4 – letter -a (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 4 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a) Lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

 

"2. Onder voorbehoud van artikel 2, lid 4, bepalen de lidstaten voor de in bijlage II genoemde projecten aan de hand van een screeningprocedure of het project al dan niet moet worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10.

 

Voor de in bijlage II genoemde projecten kan de opdrachtgever ervoor kiezen zijn project te onderwerpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10.

 

De lidstaten bepalen dit:

 

a) door middel van een onderzoek per geval,

 

of

 

b) aan de hand van door de lidstaten vastgestelde drempelwaarden of criteria.

 

2 bis. Bij het vaststellen van de in lid 2 bedoelde drempelwaarden en criteria zien de lidstaten erop toe dat ze geen al te starre minimumdrempels en ‑criteria vaststellen, zodat geen enkel openbaar of particulier project dat mogelijk aanzienlijke negatieve milieueffecten heeft, wordt uitgesloten. Indien de onder b) genoemde procedure van toepassing is, dient het publiek te worden geraadpleegd met betrekking tot de vaststelling van drempelwaarden of criteria.

 

De bevoegde instantie kan ervoor kiezen te bepalen dat een in bijlage II genoemd project niet wordt onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10, uitsluitend wanneer zij ervan overtuigd is dat dit project geen vermoedelijke aanzienlijke nadelige milieueffecten heeft."

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4 – letter a

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"3. Voor in bijlage II genoemde projecten verstrekt de opdrachtgever informatie over de kenmerken van het project, de potentiële gevolgen daarvan voor het milieu en de geplande maatregelen om aanzienlijke effecten te vermijden en te beperken. De gedetailleerde lijst van de mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage II.A."

"3. Voor in bijlage II genoemde projecten, met uitzondering van projecten die een door de lidstaat overeenkomstig lid 2, onder b), vastgestelde relevante drempelwaarde of vastgesteld relevant criterium niet bereiken of overschrijden, verstrekt de opdrachtgever informatie over de kenmerken van het project en de potentiële aanzienlijke nadelige gevolgen daarvan voor het milieu. De gedetailleerde lijst van de mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage II.A. De informatie wordt publiek toegankelijk gemaakt voorafgaand aan de in lid 2 bedoelde bepaling."

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4 – letter a

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 4 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Wanneer een onderzoek per geval wordt uitgevoerd of drempels of criteria worden vastgesteld met het oog op lid 2, dient de bevoegde autoriteit rekening te houden met de selectiecriteria die verband houden met de kenmerken en de locatie van het project en de mogelijke milieueffecten daarvan. De gedetailleerde lijst van de te gebruiken selectiecriteria is vastgesteld in bijlage III.

4. Voor in bijlage II genoemde projecten dient de bevoegde autoriteit rekening te houden met de selectiecriteria die verband houden met de kenmerken en de locatie van het project en de mogelijke milieueffecten daarvan. De gedetailleerde lijst van de te gebruiken selectiecriteria is vastgesteld in bijlage III.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 4 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"5. De bevoegde autoriteit neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 op basis van de door de opdrachtgever verstrekte informatie en, in voorkomend geval, rekening houdend met de resultaten van studies, voorafgaande controles of op grond van andere wetgeving van de Unie uitgevoerde beoordelingen van de effecten op het milieu. Het overeenkomstig lid 2 genomen besluit:

"5. De bevoegde autoriteit komt tot haar bepaling overeenkomstig lid 2, rekening houdend met de door de opdrachtgever overeenkomstig lid 3 verstrekte informatie en, in voorkomend geval, rekening houdend met de resultaten van studies, voorafgaande controles of op grond van andere wetgeving van de Unie uitgevoerde beoordelingen van de effecten op het milieu. Wanneer de bevoegde autoriteit bepaalt dat er geen milieueffectbeoordeling hoeft te worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 aangezien het project een door de lidstaat overeenkomstig lid 2, onder b), vastgestelde relevante drempelwaarde of vastgesteld relevant criterium niet bereikt of overschrijdt, dient dit aan het publiek bekend te worden gemaakt. In andere gevallen dient de overeenkomstig lid 2 tot stand gekomen bepaling:

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 4 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 4 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De bevoegde autoriteit neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 binnen drie maanden na de aanvraag van een vergunning door de opdrachtgever op voorwaarde dat de opdrachtgever alle vereiste informatie heeft ingediend. Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn met drie maanden verlengen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

6. De bevoegde autoriteit neemt haar besluit overeenkomstig lid 2 binnen drie maanden na de aanvraag van een vergunning door de opdrachtgever op voorwaarde dat de opdrachtgever alle vereiste informatie heeft ingediend. Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn met maximaal drie maanden verlengen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"1. Wanneer een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden uitgevoerd, dient de opdrachtgever een milieurapport op te stellen. Het milieurapport is gebaseerd op het overeenkomstig lid 2 van dit artikel genomen besluit en bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om een gefundeerde beslissing over de milieueffecten van het voorgestelde project te kunnen nemen, rekening houdend met de bestaande kennis en beoordelingsmethodes, de kenmerken, technische capaciteit en locatie van het project, de aard van de potentiële effecten, alternatieven voor het voorgestelde project en de mate waarin bepaalde aspecten (waaronder de beoordeling van de alternatieven) beter op andere niveaus kunnen worden beoordeeld, waaronder het planningsniveau, of op basis van andere beoordelingsvereisten. De gedetailleerde lijst van de in het milieurapport mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage IV.

"1. Wanneer een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 moet worden uitgevoerd, dient de opdrachtgever een milieurapport op te stellen waarvoor hij een beroep doet op een erkende onafhankelijke deskundige zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder f bis). Het milieurapport is gebaseerd op het overeenkomstig lid 2 van dit artikel genomen besluit en bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om een gefundeerde beslissing over de milieueffecten en, in voorkomend geval, over de zichtbare effecten van het voorgestelde project te kunnen nemen, rekening houdend met de bestaande kennis en beoordelingsmethodes, de kenmerken, technische capaciteit en locatie van het project, de aard van de potentiële effecten en alternatieven voor het voorgestelde project. De gedetailleerde lijst van de in het milieurapport mee te delen informatie is vastgesteld in bijlage IV.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Na raadpleging van de opdrachtgever en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten, bepaalt de bevoegde autoriteit de reikwijdte en het detailleringsniveau van de door de opdrachtgever in het milieurapport mee te delen informatie overeenkomstig lid 1 van dit artikel. De autoriteit bepaalt met name:

2. Na raadpleging van de opdrachtgever, het betrokken publiek en de in artikel 6, lid 1, bedoelde autoriteiten, bepaalt de bevoegde autoriteit de reikwijdte en het detailleringsniveau van de overeenkomstig bijlage IV door de opdrachtgever in het milieurapport mee te delen informatie overeenkomstig lid 1 van dit artikel, voor zover de exploitant daarom verzoekt. De autoriteit bepaalt met name:

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteit kan zich laten bijstaan door erkende en technisch bekwame deskundigen als bedoeld in lid 3 van dit artikel. De opdrachtgever mag daarna slechts om aanvullende informatie worden verzocht wanneer dit gerechtvaardigd is door nieuwe omstandigheden en wanneer dit door de bevoegde autoriteit naar behoren wordt gemotiveerd.

De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat het rapport door erkende, onafhankelijke en technisch bekwame deskundigen als bedoeld in lid 3 van dit artikel is opgesteld of gecontroleerd. De opdrachtgever kan daarna om aanvullende informatie worden verzocht wanneer dit gerechtvaardigd is door nieuwe omstandigheden.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 3 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Om de volledigheid en kwaliteit van de in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapporten te waarborgen dient:

3. Om de volledigheid en kwaliteit van de in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapporten te waarborgen:

a) de opdrachtgever te waarborgen dat het milieurapport wordt opgesteld door een erkende en technisch bekwame deskundige; of

a) kan de opdrachtgever het milieurapport ook laten opstellen door onafhankelijke deskundigen.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) de bevoegde autoriteit te waarborgen dat het milieurapport wordt gecontroleerd door erkende en technisch bekwame deskundigen en/of comités van nationale deskundigen.

Schrappen

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De opdrachtgever mag voor de opstelling van het milieurapport geen beroep doen op erkende en technisch bekwame deskundigen die de bevoegde autoriteit bijstand hebben verleend bij de voorbereiding van het in artikel 5, lid 2, bedoelde besluit.

De opdrachtgever mag voor de opstelling van het milieurapport geen beroep doen op onafhankelijke en technisch bekwame deskundigen die de bevoegde autoriteit bijstand hebben verleend bij de voorbereiding van het in artikel 5, lid 2, bedoelde besluit.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 5

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 5 – lid 3 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De gedetailleerde regelingen voor de inschakeling en selectie van erkende en technisch bekwame deskundigen (bijvoorbeeld vereiste kwalificaties, evaluatieopdracht, certificering en intrekking van de vergunning) worden bepaald door de lidstaten.

De gedetailleerde regelingen voor de inschakeling en selectie van onafhankelijke en technisch bekwame deskundigen (bijvoorbeeld vereiste kwalificaties, evaluatieopdracht, certificering en sancties waarbij de vergunning wordt ingetrokken) worden overeenkomstig de bepalingen van lid 4 bepaald door de lidstaten.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter b – inleidende formule

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – leden 7 en 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

b) de volgende leden 7 en 8 worden toegevoegd:

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"7. De termijn waarbinnen het betrokken publiek wordt geraadpleegd over het in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapport bedraagt ten minste 30 dagen en ten hoogste 60 dagen. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het voorgestelde project dat vereisten, kan de bevoegde autoriteit die termijn met 30 dagen verlengen; in dat geval deelt de bevoegde autoriteit de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van die verlenging.

"7. De termijn waarbinnen het betrokken publiek wordt geraadpleegd over het in artikel 5, lid 1, bedoelde milieurapport bedraagt ten minste 30 dagen en ten hoogste 60 dagen. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het voorgestelde project dat vereisten, kan de bevoegde autoriteit die termijn met maximaal 30 dagen verlengen; in dat geval deelt de bevoegde autoriteit de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van die verlenging.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 6 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis. Om te garanderen dat het betrokken publiek daadwerkelijk inspraak krijgt in het besluitvormingsproces, zorgen de lidstaten ervoor dat de bevolking op elk moment en ongeacht lopende specifieke projecten die onderworpen zijn aan een milieueffectbeoordeling, kan beschikken over de contactgegevens van en snelle en eenvoudige toegang tot de autoriteit of autoriteiten die instaan voor het uitvoeren van de uit deze richtlijn voortvloeiende taken, en dat de nodige aandacht wordt besteed aan de opmerkingen en meningen van het publiek.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 8 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de bevoegde autoriteit besluit een vergunning te verlenen, neemt zij in die vergunning maatregelen op om de aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu te monitoren teneinde de uitvoering van het project en de verwachte doelmatigheid van de verzachtende en compenserende maatregelen te beoordelen en na te gaan of er geen onvoorzienbare nadelige effecten optreden.

Indien de bevoegde autoriteit besluit een vergunning te verlenen, neemt zij in die vergunning maatregelen op om de aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu van zowel de bouw- als de bedrijfsfase te monitoren teneinde de uitvoering van het project en de verwachte doelmatigheid van de verzachtende en compenserende maatregelen te beoordelen, na te gaan of er geen onvoorzienbare aanzienlijke nadelige effecten en/of een nettoverlies van biodiversiteit optreden en het nemen van corrigerende maatregelen te vergemakkelijken.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 8 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het soort parameters dat wordt gemonitord en de monitoringtermijn moeten evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het voorgestelde project en met het belang van de milieueffecten ervan.

Het soort parameters dat wordt gemonitord en de monitoringtermijn moeten evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het voorgestelde project en met het belang van de milieueffecten ervan. De resultaten van deze monitoring van de bouw- en de bedrijfsfase worden voorgelegd aan bevoegde autoriteit en actief verspreid overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG. Indien passend kan gebruik worden gemaakt van bestaande monitoringregelingen op grond van andere wetgeving van de Unie.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 8 – lid 2 – alinea 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De opdrachtgever wordt verplicht corrigerende maatregelen te treffen wanneer uit controles is gebleken dat er sprake is van aanzienlijke onvoorziene nadelige effecten. Opdrachtgevers, technisch bekwame deskundigen en/of nationale deskundigen kunnen straffen en/of sancties krijgen opgelegd wanneer onvoorziene nadelige milieueffecten het gevolg zijn van nalatigheid of een ernstige inbreuk op de accreditatienormen. Het voorstel van de opdrachtgever voor corrigerende maatregelen wordt openbaar toegankelijk gemaakt en goedgekeurd door de bevoegde autoriteit of autoriteiten die zorg draagt of dragen voor de naleving ervan.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 8 – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn met drie maanden verlengen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

Afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie en de omvang van het voorgestelde project, kan de bevoegde autoriteit die termijn met maximaal drie maanden verlengen; in dat geval deelt zij de opdrachtgever mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een besluit wordt verwacht.

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter a

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 9 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis) het recht van het betrokken publiek om de verstrekte informatie aan te vechten en een gerechtelijke procedure aan te spannen zoals bepaald in artikel 11.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 9 – lid 3 ter en 3 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

b) de volgende leden 3, 4 en 5 worden toegevoegd:

 

"4. Het publiek mag de rechtsgeldigheid van een besluit tot verlening van een vergunning aanvechten en onder meer om voorlopige maatregelen verzoeken, door een gerechtelijke procedure aan te spannen binnen drie maanden nadat het formele besluit van de bevoegde autoriteit is bekendgemaakt."

 

"5. De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat projecten waarvoor een vergunning is afgegeven niet worden aangevat voordat de termijn voor het aantekenen van beroep is verstreken."

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis) Na artikel 9 wordt het volgende artikel toegevoegd:

 

"9 bis) De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het vervullen van hun uit deze richtlijn voortvloeiende taken niet betrokken raken bij belangenconflicten ten gevolge van bindende wetgeving waaraan zij moeten voldoen."

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 bis (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 11 – leden 5 bis en ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 ter) Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

 

a) het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

 

"6) De lidstaten kunnen bepalen dat een inbreuk op de vormvoorschriften en procedurele bepalingen geen invloed heeft op de rechtsgeldigheid van een vergunning, wanneer zonder de inbreuk waarschijnlijk hetzelfde besluit genomen zou zijn. Dit is met name het geval wanneer:

 

a) afzonderlijke personen of autoriteiten niet betrokken zijn wanneer overeenkomstig deze richtlijn de inspraak van de bevoegde autoriteiten of het publiek vereist is, maar hun desbetreffende belangen verwaarloosbaar waren of bij het besluit in acht werden genomen;

 

b) de in artikel 9, lid 1, bedoelde informatie onvolledig is; of

 

c) de overeenkomstig deze richtlijn vereiste kennisgeving incorrect geschiedde, maar de met deze kennisgeving beoogde boodschap is overgebracht.

 

Dit doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om in hun nationale wetgeving te bepalen dat er behalve van vormfouten sprake moet zijn van een inbreuk."

 

b) het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

 

"7) De lidstaten kunnen bepalen dat incorrect genomen stappen in de procedure ook nog na de besluitneming rechtgezet kunnen worden, indien de procedurele fout niet ernstig is en de belangrijkste aspecten van het project onverlet laat. De lidstaten waarborgen dat de bevoegde autoriteiten ook bij het rechtzetten van incorrect genomen stappen in de procedure een besluitvorming doorlopen waarvan het resultaat open is."

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2011/92/EU

Artikel 12 bis en artikel 12 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11) De volgende artikelen 12 bis en 12 ter worden ingevoegd:

Schrappen

"Artikel 12 bis

 

De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 12 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de in bijlage III genoemde selectiecriteria en de in de bijlage II.A en IV bedoelde informatie om deze in overeenstemming te brengen met de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen.

 

Artikel 12 ter

 

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarde.

 

2. De in artikel 12 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie verleend voor een onbepaalde periode vanaf [Datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn in te vullen door het Bureau voor publicaties].

 

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 12 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

5. Een overeenkomstig artikel 12 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

 

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage I - punt 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1) In bijlage I wordt het volgende punt ingevoegd:

 

4 bis. Dagbouwmijnen en soortgelijke bovengrondse winningsactiviteiten.

(Met dit amendement worden "dagbouwmijnen" automatisch geschrapt in punt 2, onder a) (EXTRACTIEVE BEDRIJVEN), van bijlage II bij Richtlijn 2011/92/EU)

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 1

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage II.A – punt 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond, tijdens de bouw- en de bedrijfsfasen;

a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de onderlaag en de ondergrond, tijdens de bouw- en de bedrijfsfasen, met inbegrip van de sloopwerken;

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 1

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage II.A – punt 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen.

b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water, lucht en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen.

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III – punt 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen;

c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water, lucht en biodiversiteit, met inbegrip van hydromorfologische veranderingen;

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III – punt 1 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f) de risico’s van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen en het risico van ongevallen, en met name wat betreft hydromorfologische veranderingen, gebruikte stoffen, technologieën of levende organismen, de specifieke toestand van toplaag en onderlaag of alternatief gebruik, en de kans op ongevallen of rampen en de kwetsbaarheid van het project voor deze risico' s;

f) de risico’s van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen en het risico van ongevallen, en met name wat betreft hydromorfologische veranderingen, gebruikte stoffen, technologieën of levende organismen, de specifieke toestand van toplaag en onderlaag of redelijk alternatief gebruik, en de kans op ongevallen of rampen en de kwetsbaarheid van het project voor deze risico' s;

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III – punt 1 – letter h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h) effecten van het project op het milieu, in het bijzonder op landgebruik (gestage toename van woongebieden - ruimtebeslag), bodem (organisch materiaal, erosie, verdichting, afdekking), water (kwantiteit en kwaliteit), lucht en biodiversiteit (kwaliteit en kwantiteit van populaties, aantasting en versnippering van ecosystemen);

h) effecten van het project op het milieu, in het bijzonder op landgebruik (gestage toename van woongebieden - ruimtebeslag), bodem (organisch materiaal, erosie, verdichting, afdekking), ondergrond, waar relevant, water (kwantiteit en kwaliteit), lucht en biodiversiteit (kwaliteit en kwantiteit van populaties, aantasting en versnippering van ecosystemen);

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III – punt 2 – letter c – punt ii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii) kustgebieden;

ii) kustgebieden en het mariene milieu;

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III – punt 2 – letter c – punt viii bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

viii bis) gebieden of plekken die door de nationale of regionale wetgeving worden beschermd;

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage III – punt 2 – letter c – punt viii ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

viii ter) aardbevingsgebieden of gebieden met een groot risico op natuurrampen.

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV – punt 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond, en de eisen met betrekking tot water- en landgebruik tijdens de bouw- en de bedrijfsfasen;

a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project, zo nodig met inbegrip van de ondergrond, en de eisen met betrekking tot water-, energie- en landgebruik tijdens de bouw- en de bedrijfsfasen, en indien relevant ook tijdens de sloopwerken;

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV – punt 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de productieprocessen, bijvoorbeeld aard en hoeveelheden van de gebruikte materialen, energie en natuurlijke hulpbronnen (waaronder water, land, bodem en biodiversiteit);

b) een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de productieprocessen, bijvoorbeeld aard en hoeveelheden van de gebruikte materialen, energie en natuurlijke hulpbronnen (waaronder water, lucht, land, bodem en biodiversiteit);

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV – punt 5 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) de uitstoot van verontreinigende stoffen, geluidshinder, trillingen, licht, warmte, straling, het ontstaan van milieuhinder en het wegwerken van afvalstoffen;

c) de uitstoot van verontreinigende stoffen, geluidshinder, trillingen, licht, warmte, straling, het ontstaan van milieuhinder en het wegwerken en terugwinnen van afvalstoffen;

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV – punt 5 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) de risico's voor de menselijke gezondheid, het cultureel erfgoed of het milieu (bijvoorbeeld door ongevallen of rampen);

(d) de risico's voor de menselijke gezondheid, het cultureel erfgoed of het milieu (bijvoorbeeld door ongevallen of door de mens veroorzaakte rampen of natuurrampen);

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV – punt 5 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f) de uitstoot van broeikasgassen, onder meer van landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw;

f) de uitstoot van broeikasgassen, onder meer van landgebruik, verandering in landgebruik, bosbouw en de energiebehoeften van het project;

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage – punt 2

Richtlijn 2011/92/EU

Bijlage IV – punt 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. Een beschrijving van de beoogde maatregelen om de in punt 5 bedoelde aanzienlijke nadelige milieueffecten te voorkomen, te beperken en zo mogelijk te verhelpen en, in voorkomend geval, van eventuele voorgestelde toezichtsregelingen, inclusief de voorbereiding van een analyse van de nadelige milieueffecten na de uitvoering van het project. In deze beschrijving moet worden uitgelegd in welke mate aanmerkelijke nadelige effecten worden beperkt of gecompenseerd, met betrekking tot zowel de bouwfase als de operationele fase.

7. Een beschrijving van de beoogde maatregelen om de in punt 5 bedoelde aanzienlijke nadelige milieueffecten in eerste instantie te voorkomen, vervolgens te beperken en zo mogelijk en als laatste redmiddel te verhelpen en, in voorkomend geval, van eventuele voorgestelde toezichtsregelingen, inclusief de voorbereiding van een analyse van de nadelige milieueffecten na de uitvoering van het project. In deze beschrijving moet worden uitgelegd in welke mate aanmerkelijke nadelige effecten worden beperkt of gecompenseerd, met betrekking tot zowel de bouwfase als de operationele fase.

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

Document- en procedurenummers

COM(2012)0628 – C7-0367/2012 – 2012/0297(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

19.11.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

PETI

19.11.2012

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Nikolaos Chountis

6.11.2012

Datum goedkeuring

19.6.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Margrete Auken, Heinz K. Becker, Victor Boştinaru, Philippe Boulland, Nikolaos Chountis, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Carlos José Iturgaiz Angulo, Peter Jahr, Lena Kolarska-Bobińska, Erminia Mazzoni, Judith A. Merkies, Ana Miranda, Chrysoula Paliadeli, Nikolaos Salavrakos, Jarosław Leszek Wałęsa, Angelika Werthmann, Rainer Wieland, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Vicente Miguel Garcés Ramón, Dolores García-Hierro Caraballo, Cristian Dan Preda

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Pilar Ayuso, María Auxiliadora Correa Zamora, João Ferreira, Gabriel Mato Adrover, Luis de Grandes Pascual


PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

Document- en procedurenummers

COM(2012)0628 – C7-0367/2012 – 2012/0297(COD)

Datum indiening bij EP

26.10.2012

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

19.11.2012

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

TRAN

18.4.2013

REGI

19.11.2012

CULT

19.11.2012

LIBE

19.11.2012

 

PETI

19.11.2012

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

REGI

27.11.2012

CULT

6.11.2012

LIBE

27.11.2012

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Andrea Zanoni

21.11.2012

 

 

 

Behandeling in de commissie

6.5.2013

19.6.2013

 

 

Datum goedkeuring

11.7.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

49

13

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Martina Anderson, Kriton Arsenis, Sophie Auconie, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Sergio Berlato, Franco Bonanini, Biljana Borzan, Milan Cabrnoch, Martin Callanan, Nessa Childers, Tadeusz Cymański, Chris Davies, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Matthias Groote, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Christa Klaß, Holger Krahmer, Jo Leinen, Corinne Lepage, Peter Liese, Zofija Mazej Kukovič, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Vladko Todorov Panayotov, Gilles Pargneaux, Antonyia Parvanova, Pavel Poc, Frédérique Ries, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Dagmar Roth-Behrendt, Kārlis Šadurskis, Bogusław Sonik, Glenis Willmott, Sabine Wils

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Julie Girling, Romana Jordan, Marusya Lyubcheva, Judith A. Merkies, James Nicholson, Vittorio Prodi, Giancarlo Scottà, Renate Sommer, Alda Sousa, Struan Stevenson, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Anna Záborská, Andrea Zanoni

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Fabrizio Bertot, Jean-Paul Besset, Tarja Cronberg, Isabelle Durant, Ingeborg Gräßle, María Irigoyen Pérez, Csaba Őry

Datum indiening

22.7.2013

Juridische mededeling - Privacybeleid