VERSLAG over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling III – Commissie
6.9.2013 - (11693/2013 – C7‑0245/2013 – 2013/2056(BUD))
Begrotingscommissie
Rapporteur: Giovanni La Via
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling III – Commissie
(11693/2013 – C7‑0245/2013 – 2013/2056(BUD))
Het Europees Parlement,
– gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
– gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002[1],
– gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, definitief vastgesteld op 12 december 2012[2],
– gezien de gemeenschappelijke verklaringen over de betalingen voor 2012 en 2013, ondertekend door het Parlement, de Raad en de Commissie in december 2012,
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[3],
– gelet op Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen[4],
– gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013, door de Commissie ingediend op 27 maart 2013 (COM(2013)0183),
– gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013, vastgesteld door de Raad op 9 juli 2013 (11693/2013 – C7-0245/2013),
– gezien zijn resolutie van 13 maart 2013 over de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari betreffende het meerjarig financieel kader[5],
– gezien zijn resolutie van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader 2014-2020[6],
– gezien de artikelen 75 ter en 75 sexies van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0287/2013),
A. overwegende dat in ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013 op de algemene begroting 2013 wordt voorgesteld om de raming van de ontvangsten uit boeten en dwangsommen te verhogen met 290 miljoen EUR en de betalingskredieten te verhogen met 11,2 miljard EUR voor de rubrieken 1a, 1b, 2, 3a, 3b en 4 van het meerjarig financieel kader (MFK), met als doel te voorzien in betalingsbehoeften tot het einde van het jaar door verplichtingen in verband met vastleggingen uit het verleden en van het lopende jaar na te komen;
B. overwegende dat het totaalbedrag van hangende betalingsverzoeken aan het eind van 2012 voor het cohesiebeleid (2007-2013), ter hoogte van 16,2 miljard EUR, moest worden overgedragen naar 2013; overwegende dat dit heeft geleid tot een verlaging van de beschikbare betalingen op de begroting 2013 voor de betalingsbehoeften van dit jaar;
C. overwegende dat het Parlement, de Raad en de Commissie in december 2012 in een gemeenschappelijke verklaring hebben toegezegd alle hangende betalingsverzoeken voor 2012 te zullen afhandelen door middel van een gewijzigde begroting aan het begin van 2013;
D. overwegende dat het politieke akkoord over het MFK voor de periode 2014-2020 dat op 27 juni 2013 op het hoogste politieke niveau is bereikt door het Parlement, het voorzitterschap van de Raad en de Commissie de toezegging van de Raad omvatte om alle stappen te zullen nemen om te waarborgen dat de EU haar verplichtingen voor 2013 ten volle zal nakomen, om het ontwerp van gewijzigde begroting 2/2013 ter waarde van 7,3 miljard EUR formeel goed te keuren, alsmede de toezegging om onverwijld een besluit te nemen inzake een nieuw ontwerp van gewijzigde begroting, door de Commissie in het begin van het najaar in te dienen;
E. overwegende dat de Raad op 9 juli 2013 formeel zijn standpunt heeft goedgekeurd over het ontwerp van gewijzigde begroting 2/2013 met een bedrag van 7,3 miljard EUR, dat dient ter financiering van uitstaande betalingsbehoeften in de rubrieken 1a, 1b, 2, 3a, 3b en 4;
F. overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 3 juli 2013 de goedkeuring door de Raad van een nieuw ontwerp van gewijzigde begroting in het begin van het najaar als voorwaarde stelt voor de goedkeuring van de MFK-verordening of de begroting 2014;
1. neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013 zoals ingediend door de Commissie, en van het standpunt van de Raad hierover, dat aansluit bij het politieke akkoord dat is bereikt tijdens de onderhandelingen over het MFK 2014-2020;
2. stelt vast dat de totale verhoging van 11,2 miljard EUR oorspronkelijk door de Commissie op dit niveau is voorgesteld om het betalingsmaximum voor 2013 van het MFK ongemoeid te laten en daarmee een herziening van het huidige MFK te vermijden; vreest echter dat dit niet genoeg zal zijn om aan alle betalingsverzoeken die tot eind 2013 zullen worden ingediend te voldoen; herinnert er met name aan dat het overgrote deel van de facturen van rubriek 1b traditioneel door de lidstaten worden ingediend tegen het einde van elk begrotingsjaar, om mogelijke annuleringen tengevolge van de toepassing van de N+2- en de N+3-regels te voorkomen;
3. benadrukt dat de gemeenschappelijke verklaringen van december 2012 integrerend deel uitmaakten van het akkoord over de begroting 2013, en een formele toezegging door de drie instellingen inhouden die volledig moet worden nagekomen als uiting van wederzijds vertrouwen en loyale samenwerking; heeft echter begrip voor de financiële beperkingen waar de lidstaten mee te maken hebben en aanvaardt daarom dat in de niet-gedekte behoeften aan betalingen tot het einde van 2013 (11,2 miljard EUR zoals geraamd door de Commissie) wordt voorzien in twee achtereenvolgende stappen;
4. herinnert de Raad aan de formele toezegging die hij heeft gedaan als onderdeel van het politieke akkoord over het MFK 2014-2020, op expliciet verzoek van het Parlement om ook de dekking voor de tweede tranche van niet-verrichte betalingen te waarborgen, waarmee zal worden gewaarborgd dat de kwestie van de betalingen nog voor de nieuwe MFK-periode kan worden afgerond; dringt er bij de Commissie op aan in het begin van het najaar een nieuw ontwerp van gewijzigde begroting in te dienen dat uitsluitend voor dat doel is opgesteld;
5. herhaalt zijn standpunt zoals weergegeven in zijn resolutie van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het MKF 2014-2020 dat het Parlement de MFK-verordening niet zal goedkeuren, noch de begroting 2014 zal vaststellen voordat deze nieuwe gewijzigde begroting, ter dekking van het resterende tekort in 2013 van de niet-verrichte betalingen zoals aangeven door de Commissie, volledig is goedgekeurd door de Raad;
6. beschouwt het bedrag van 11,2 miljard EUR als absoluut minimum ter dekking van de feitelijke behoeften tot eind 2013; roept de drie instellingen op om een concrete en bindende oplossing te vinden voor het geval de aanvullingen als voorgesteld in de twee tranches van OGB 2/2013 te weinig blijken te zijn om een overdracht van betalingen naar het volgende MFK volledig te voorkomen;
7. is van mening dat de Commissie de enige instelling is die de begrotingsautoriteit kan voorzien van precieze gegevens over de verwachte betalingsbehoeften op basis van de verzoeken van de lidstaten uit het jaar N en hun ramingen voor het jaar N+1; is van mening dat de Raad niet in de positie verkeert om op objectieve grondslag vraagtekens te plaatsen bij de cijfers van de Commissie, die zijn gebaseerd op de gecombineerde gegevens van de 27 lidstaten; herinnert eraan dat elke lidstaat alleen verantwoordelijk is voor de eigen gegevens, en derhalve alleen die gegevens kan nuanceren;
8. wijst erop dat de vaststelling van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2013 zal leiden tot een verlaging van de BNI-bijdrage van de lidstaten aan de begroting van de Unie en derhalve hun bijdrage aan de financiering van gewijzigde begroting nr. 2/2013 deels zal compenseren; benadrukt daarom dat de behandeling ter goedkeuring van de twee dossiers overeenkomstig een gezamenlijk tijdschema moet plaatsvinden, aangezien ze vanuit politiek oogpunt nauw samenhangen;
9. keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2013 goed;
10. verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 2/2013 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
- [1] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
- [2] PB L 66 van 8.3.2013.
- [3] PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
- [4] PB L 163 van 23.06.07, blz. 17.
- [5] Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0078.
- [6] Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0304.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
|
Datum goedkeuring |
5.9.2013 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
31 2 1 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Marta Andreasen, Zuzana Brzobohatá, Jean Louis Cottigny, Jean-Luc Dehaene, Göran Färm, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Ingeborg Gräßle, Lucas Hartong, Jutta Haug, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Anne E. Jensen, Ivailo Kalfin, Jan Kozłowski, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, George Lyon, Claudio Morganti, Jan Mulder, Juan Andrés Naranjo Escobar, Andrej Plenković, Dominique Riquet, Alda Sousa, Oleg Valjalo, Derek Vaughan, Angelika Werthmann |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Alexander Alvaro, Maria Da Graça Carvalho, Frédéric Daerden, Paul Rübig, Peter Šťastný, Georgios Stavrakakis, Nils Torvalds, Catherine Trautmann |
||||