Procedure : 2013/0092(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0300/2013

Ingediende teksten :

A7-0300/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/04/2014 - 17.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0393

VERSLAG     ***I
PDF 347kWORD 248k
23.9.2013
PE 513.009v02-00 A7-0300/2013

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging

(COM(2013)0174 – C7‑0087/2013 – 2013/0092(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Keith Taylor

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging

(COM(2013)0174 – C7‑0089/2013 – 2013/0092(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2013)0174),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0089/2013),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 10 juli 2013(1),

–   na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0300/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  benadrukt dat besluiten van de wetgevingsautoriteit tot toekenning van meerjarige financiering aan het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid geen gevolgen mogen hebben voor de besluiten van de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure;

3.  verzoekt de Commissie een nieuw financieel memorandum in te dienen dat ten volle rekening houdt met de gevolgen van de wetgevingsovereenkomst tussen het Europees Parlement en de Raad om te voldoen aan de begrotings- en personele eisen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en mogelijk van de diensten van de Commissie;

4.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) De werkzaamheden van het Agentschap op het gebied van het voorkomen van verontreiniging en de paraatheid voor verontreinigingsbestrijding zijn niet alleen nuttig op financieel vlak, maar creëren ook een meerwaarde die niet in geld is uit te drukken. Gezien het risico van het verwoestend effect op het milieu en de hoge economische kosten die voortvloeien uit eventuele gevallen van verontreiniging, alsook de sociaal-economische gevolgen ervan op andere sectoren zoals toerisme en visserij, is het van cruciaal belang voldoende te investeren in het Agentschap.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Het Agentschap dient een actieve rol te spelen bij het in stand houden en verder ontwikkelen van de satellietbeeldvormingsdienst voor het toezicht, de snelle opsporing van verontreiniging en de identificatie van de verantwoordelijke schepen of olie- en gasinstallaties. Met dit systeem zullen er meer gegevens beschikbaar zijn en zal de bestrijding van verontreiniging efficiënter kunnen gebeuren.

(9) Het Agentschap dient een actieve rol te spelen bij het in stand houden en verder ontwikkelen van de satellietbeeldvormingsdienst voor het toezicht, de snelle opsporing van verontreiniging en de identificatie van de verantwoordelijke schepen of olie- en gasinstallaties. Met dit systeem zullen er meer gegevens beschikbaar zijn, zal de bestrijding van verontreiniging efficiënter kunnen gebeuren, en zullen sneller een eerste reactie en passende ondersteuningsvoorzieningen kunnen worden geboden.

Motivering

Doeltreffendheid houdt ook een kortere reactietijd en een snellere beschikbaarstelling van de relevante middelen in, om de verontreiniging en de daaruit voortvloeiende gevolgen tot een minimum te beperken.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Om nauwgezette uitvoering te garanderen, moet worden voorzien in een uitvoerbaar en rendabel systeem waarmee het Agentschap met name zijn operationele bijstand aan de getroffen staten kan financieren.

(11) Om nauwgezette uitvoering van de actieplannen te garanderen, moet worden voorzien in een uitvoerbaar en rendabel systeem waarmee het Agentschap met name het verlenen van operationele bijstand aan de getroffen staten kan financieren.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Daarom moet er op basis van een meerjarige verbintenis een financiële garantie worden geboden voor de financiering van de taken waarmee het Agentschap is belast op het gebied van de bestrijding van verontreiniging en aanverwante acties. De bedragen die de Unie jaarlijks bijdraagt, dienen overeenkomstig de begrotingsprocedure door de begrotingsautoriteit te worden vastgelegd.

(12) Daarom moet er op basis van een meerjarige verbintenis een financiële garantie worden geboden voor de financiering van de taken waarmee het Agentschap is belast op het gebied van de bestrijding van verontreiniging en aanverwante acties. Bij het bepalen van de omvang van die meerjarige verbintenis moet rekening worden gehouden met de uitbreiding van het mandaat van het Agentschap en van het geografische toepassingsgebied van zijn bestrijdingsactiviteiten. De bedragen die de Unie jaarlijks bijdraagt, dienen overeenkomstig de begrotingsprocedure door de begrotingsautoriteit te worden vastgelegd.

Motivering

De meerjarenbegroting van het Agentschap moet ruim genoeg zijn voor het uitvoeren van zijn taken, die zijn uitgebreid bij Verordening (EU) nr. 100/2013. Daarom moet de begroting in overeenstemming zijn met de daadwerkelijke behoeften en uitdagingen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De bedragen voor de financiering van verontreinigingsbestrijding dienen te worden toegekend voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, overeenkomstig het nieuwe meerjarige financiële kader. Daarom dient er een financiële toewijzing voor dezelfde periode te worden verstrekt.

(13) De bedragen voor de financiering van verontreinigingsbestrijding dienen te worden toegekend voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, overeenkomstig het nieuwe meerjarige financiële kader. Daarom moet het Agentschap meer financiële middelen krijgen zodat het zijn nieuwe taken kan uitvoeren.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) De Unie en de lidstaten moeten, overwegende dat het Agentschap zich in een financieel veilige positie moet bevinden, en onafhankelijk van de meerjarenfinanciering van de Commissie, nagaan met behulp van welke mechanismen de door het Agentschap gedragen kosten met betrekking tot de geleverde goederen, diensten of arbeidsprestaties op derden kunnen worden verhaald.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) "gevaarlijke en schadelijke stoffen": elke stof andere dan olie waarbij, indien deze in zee terechtkomt, het risico bestaat dat deze gevaren voor de menselijke gezondheid oplevert, levende hulpbronnen en zeeorganismen aantast, faciliteiten beschadigt of een belemmering vormt voor andere vormen van legitiem gebruik van de zee, zoals bedoeld in het Protocol inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen van 2000.

(b) "gevaarlijke en schadelijke stoffen": elke stof andere dan olie, met inbegrip van dispergeermiddelen, waarbij, indien deze in zee terechtkomt, het risico bestaat dat deze gevaren voor de menselijke gezondheid oplevert, levende hulpbronnen en zeeorganismen aantast, faciliteiten beschadigt of een belemmering vormt voor andere vormen van legitiem gebruik van de zee, zoals bedoeld in het Protocol inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen van 2000 van de Internationale Maritieme Organisatie;

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) "olie- en gasinstallatie": een statische vaste of mobiele voorziening, of een combinatie van voorzieningen die permanent onderling zijn verbonden door bruggen of andere structuren en die voor offshore olie- of gasactiviteiten of in het kader van deze activiteiten worden gebruikt; dit omvat uitsluitend mobiele offshore boorinstallaties indien zij in offshore wateren verankerd liggen met het oog op boringen, productie of andere activiteiten die verband houden met offshore olie- of gasactiviteiten, evenals infrastructuur en voorzieningen die worden gebruikt om olie en gas aan land of naar onshore terminals te brengen;

Motivering

De definitie van de rapporteur moet worden uitgebreid met de voorzieningen die worden gebruikt om olie en gas aan land en naar onshore olie- en gasterminals te brengen.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter) "offshore-olie- en -gasactiviteiten": alle activiteiten met betrekking tot installaties of verbonden infrastructuur, onder meer het ontwerp, de planning, de bouw, de exploitatie en] de buitengebruikstelling ervan, die verband houden met de exploratie en de productie.

 

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) informatie, in het bijzonder het verzamelen, analyseren en verspreiden van beste praktijken, technieken en innovaties, zoals instrumenten voor het toezicht op het legen van tanks door schepen, op operationele lozingen door offshoreplatforms en op onopzettelijke lozingen;

(a) informatie, in het bijzonder het verzamelen, analyseren en verspreiden van beste praktijken, technieken en innovaties, zoals instrumenten voor het toezicht op het legen van tanks door schepen, op operationele lozingen door offshoreplatforms en op onopzettelijke lozingen; in dit verband stellen de autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor tegenmaatregelen in noodsituaties, aan het Agentschap bewijs ter beschikking dat chemicaliën die als dispergeermiddelen worden gebruikt reeds eerder zijn geëvalueerd, teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid en/of verdere schade aan het milieu te beperken;

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) operationele bijstand en het op verzoek aanvullende middelen verstrekken, zoals oproepbare verontreinigingsbestrijdingsschepen, satellietfoto's en uitrusting, ter ondersteuning van de acties door de getroffen staten ter bestrijding van door schepen veroorzaakte onopzettelijke of opzettelijke verontreiniging of door offshore-olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging.

(c) operationele bijstand en het op verzoek aanvullende middelen verstrekken, zoals oproepbare verontreinigingsbestrijdingsschepen, satellietfoto's en uitrusting, voorstellen voor activiteiten en gedetailleerde technieken, alsook de ondersteuning van acties door de getroffen staten ter bestrijding van door schepen veroorzaakte onopzettelijke of opzettelijke verontreiniging of door offshore-olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging en maatregelen om deze verontreiniging aan te pakken.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de uitvoering van de in artikel 3 vermelde taken tussen 1 januari 2014 en 31 december 2020 verstrekt de Unie een referentiebedrag van 160.500.000 euro, uitgedrukt in huidige prijzen.

Voor de uitvoering van de in artikel 3 vermelde taken tussen 1 januari 2014 en 31 december 2020 verstrekt de Unie een referentiebedrag van 185.500.000 euro, uitgedrukt in huidige prijzen.

Motivering

De voorgestelde totale begrotingstoewijzing ligt onder de minimumdrempel aan middelen die het Agentschap in staat zou stellen zijn huidige taken te blijven uitvoeren en nieuwe taken die het overeenkomstig verordening nr. 100/2013 moet uitvoeren, op zich te nemen. Er is in een periode van 7 jaar een extra bedrag van 25 miljoen EUR nodig voor een minimale uitvoering van de nieuwe taken, zonder de bestaande taken te benadelen. Al deze taken zijn "kerntaken" van het Agentschap en dus is de Unie wettelijk verplicht voldoende financiering hiervoor uit te trekken. Voor meer details, zie de toelichting.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de middelen voor het desbetreffende begrotingsjaar voor het Agentschap lager liggen dan wat in het vorige meerjarig financieel kader was uitgetrokken, moet het Agentschap een verslag opstellen, gericht aan het Europees Parlement en de Raad, waarin het uitlegt welke gevolgen de korting zal hebben voor de uitvoering van de toegewezen taken.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor het bepalen van de vereisten voor het verstrekken van operationele bijstand door het Agentschap, zoals extra schepen voor de bestrijding van verontreiniging, is het van belang dat het Agentschap op gezette tijden een lijst opstelt van publieke en, indien beschikbaar, particuliere mechanismen voor de bestrijding van verontreiniging en aanverwante bestrijdingscapaciteit die in de diverse regio's van de Unie beschikbaar zijn.

Voor het bepalen van de vereisten voor het verstrekken van operationele bijstand door het Agentschap, zoals extra schepen voor de bestrijding van verontreiniging, is het van belang dat het Agentschap op gezette tijden een lijst opstelt van publieke en, indien beschikbaar, particuliere mechanismen voor de bestrijding van verontreiniging en aanverwante bestrijdingscapaciteit die in de diverse regio's van de Unie beschikbaar zijn. Het stelt ook een lijst op van vereisten waaraan niet is voldaan, met uitleg wat hiervan de gevolgen zijn.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In overeenstemming met het beginsel van wederzijdse bijstand en met het oog op de uitbreiding van het mandaat van het Agentschap tot de landen die onder het uitbreidingsbeleid en het Europees nabuurschapsbeleid vallen, werken ook landen die aan de Europese zeebekkens grenzen mee aan de bundeling van informatie en aan het opstellen van deze lijst.

Motivering

De uitbreiding van de taken en werkzaamheden van het Agentschap tot derde landen die aan de Europese zeebekkens grenzen houdt in dat die landen verschillende gegevens moeten verstrekken over hun publieke en/of particuliere mechanismen. Deze bundeling van informatie moet vrijwillig en op basis van wederzijdse bijstand zijn.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In het verslag wordt duidelijk melding gemaakt van de sociaal-economische, ecologische en financiële voordelen van de paraatheid van het Agentschap voor het nemen van maatregelen ter bestrijding van verontreiniging door schepen en van mariene verontreiniging door olie- en gasinstallaties.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op basis van dit verslag kan de Commissie, indien nodig, relevante wijzigingen aan deze verordening voorstellen, met name om rekening te houden met de wetenschappelijke vooruitgang op het vlak van bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging, en in het bijzonder van verontreiniging veroorzaakt door olie of gevaarlijke en schadelijke stoffen.

Op basis van dat verslag kan de Commissie, indien nodig, relevante wijzigingen aan deze verordening voorstellen, met name om rekening te houden met de wetenschappelijke vooruitgang op het vlak van bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging, en in het bijzonder van verontreiniging veroorzaakt door olie of gevaarlijke en schadelijke stoffen, alsook met wijzigingen in de regionale en internationale verbintenissen die de Unie op dit vlak is aangegaan.

Motivering

Technische vooruitgang is niet de enige factor die tijdens de tussentijdse evaluatie van de resultaten en werkzaamheden van het Agentschap in overweging moet worden genomen. Aangezien de Unie lid is van verschillende regionale en internationale organisaties, moet ook rekening worden gehouden met eventuele wijzigingen in de verbintenissen die zij als lid van deze organisaties is aangegaan.

(1)

Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad.


TOELICHTING

Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid ("het Agentschap") is in 2002 opgericht en in 2004 belast met taken op het gebied van de bestrijding van mariene verontreiniging. Aangezien de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van verontreiniging voor een lange periode aan het Agentschap wordt toevertrouwd, moet een verbintenis over meerdere jaren worden aangegaan om het Agentschap passende financiële garanties te verstrekken, zodat het zijn taken efficiënt en nauwkeurig kan uitvoeren. Daartoe heeft de EU-wetgever in 2006 een meerjarenfinanciering vastgesteld voor de periode 2007-2013 voor acties door het Agentschap op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging.

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2038/2006 en Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen(1) zijn de drie voornaamste taken van het Agentschap op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging:

(a) Operationele bijstand aan de lidstaten

Het Agentschap beschikt over een netwerk van oproepbare schepen voor de bestrijding van olielekkages, dat kan worden ingezet om de bestrijdingsactiviteit van de lidstaten bij olieverontreiniging aan te vullen. Het beschikt over een dienst voor satelliettoezicht op olielekkages die CleanSeaNet wordt genoemd en het verstrekt informatie over lekken van chemische stoffen via het "MAR-ICE"-netwerk. Getroffen kuststaten kunnen via het communautair mechanisme voor civiele bescherming verzoeken om bijstand door schepen voor de bestrijding van olielekkages(2). Regelmatige deelname aan landelijke en regionale oefeningen waarborgt een soepele integratie met de mechanismen ter bestrijding van verontreiniging van de lidstaten.

(b) Samenwerking en coördinatie

Het Agentschap onderhoudt contacten met nationale deskundigen op het gebied van de bestrijding van verontreiniging, met bestaande samenwerkingsverbanden op regionaal niveau en met de Internationale Maritieme Organisatie.

(c) Informatie

Het Agentschap verzamelt, analyseert en verspreidt informatie over beste praktijken, technieken en innovatie op het gebied van de bestrijding van mariene verontreiniging.

Bij Verordening nr. 100/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 werd het Agentschap belast met taken op het gebied van de bestrijding van door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging en werden de diensten van het Agentschap uitgebreid tot landen die onder het uitbreidingsbeleid en het Europese nabuurschapsbeleid (ENP) vallen.

De voorbije jaren zijn diverse evaluatiewerkzaamheden uitgevoerd. De voornaamste conclusies die op basis van deze evaluatieactiviteiten zijn getrokken, zijn positief. Het toegewezen begrotingsbedrag dat voor verontreinigingsbestrijding is uitgetrokken, wordt voldoende geacht. De algemene beoordeling is dat de gefinancierde maatregelen kostenefficiënt zijn, een meerwaarde opleveren en naar behoren beheerd worden.

Samenvatting van het voorstel

Het doel van dit voorstel voor een verordening is het vernieuwen van de meerjarenfinanciering voor de periode 2014-2020 in het kader van de nieuwe financiële perspectieven.

In dit voorstel zijn nauwkeurige regelingen voor de financiële bijdrage van de Unie tot de begroting van het Agentschap vastgesteld, met name voor de uitvoering van de taken waarmee het Agentschap is belast op het gebied van de bestrijding van door schepen alsmede offshore-olie- en gasinstallaties veroorzaakte verontreiniging,

De Commissie stelt voor voor de referentieperiode van 1 januari 2014 tot 31 december 2020 een bedrag van 160,5 miljoen EUR uit te trekken in het kader rubriek 1 "Slimme, inclusieve groei". De begrotingsautoriteit moet toestemming verlenen voor de jaarlijks toe te kennen bedragen, overeenkomstig de begrotingsprocedure.

Bij de inwerkingtreding van de wijzigingen aan de oprichtingsverordening nr. 100/2013 in januari 2013 heeft het Agentschap de volgende nieuwe taken op het gebied van verontreinigingsbestrijding gekregen:

a) De huidige acties van het Agentschap bij de bestrijding van "door schepen veroorzaakte verontreiniging" wordt ook van toepassing op "door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging";

b) het CleanSeaNet zal ook worden ingezet om "de omvang en de milieugevolgen van door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene olieverontreiniging te monitoren";

c) het huidige geografische toepassingsbereik (lidstaten en toetredingslanden) wordt uitgebreid met "Europese nabuurschapspartnerlanden en landen die partij zijn bij het Memorandum van Parijs inzake toezicht op schepen door de havenstaat". Zodoende kunnen de schepen van het Agentschap worden gebruikt in het hele gebied van de regionale zeegebieden van de Unie.

De Commissie stelt voor dat het uitgetrokken bedrag alleen wordt ingezet voor de eerste twee nieuwe taken, met aanvangsfinanciering om de nieuwe taken op te bouwen, waarbij de bestaande taken niet worden benadeeld. De derde nieuwe taak wordt gefinancierd uit bestaande EU-programma's voor landen die onder het uitbreidingsbeleid en het ENP vallen (het programma SAFEMED voor de Middellandse Zee en programma's in het kader van het Traceca-initiatief voor de Zwarte Zee).

Het Agentschap wordt verzocht verder gebruik te maken van synergieën en andere besparingsmaatregelen teneinde de gevolgen van de inflatie, die in dit voorstel niet in aanmerking zijn genomen, te beperken.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de meerjarenfinanciering van het Agentschap op het gebied van verontreinigingsbestrijdingsactiviteiten voort te zetten.

Hij is evenwel ernstig verontrust over de incoherentie in de aanpak van de Commissie: enerzijds hebben de medewetgevers besloten het Agentschap met nieuwe taken te belasten, zoals hoger aangegeven, en anderzijds zal het huidige voorstel het Agentschap niet in staat stellen deze opdrachten uit te voeren.

De werkzaamheden van het Agentschap inzake het voorkomen van verontreiniging en paraatheid voor verontreinigingsbestrijding zijn niet alleen nuttig op financieel vlak maar creëren ook een meerwaarde die niet in geld is uit te drukken. Gezien het risico van de verwoestende gevolgen voor het milieu en de hoge economische kosten van eventuele ongevallen, alsook de sociaal-economische gevolgen ervan op andere sectoren zoals toerisme en visserij is het van cruciaal belang voldoende te investeren in het Agentschap. De fundamentele overwegingen achter het hierna volgende standpunt van de rapporteur zijn de volgende::

1) De rapporteur is ontgoocheld over het voorstel van de Commissie om het bedrag dat voor de volgende zeven jaar wordt uitgetrokken, op hetzelfde niveau te houden als voorheen, met amper een verhoging, zonder zelfs de inflatie in aanmerking te nemen. Voor de bestaande projecten wordt hetzelfde bedrag toegewezen, namelijk 154.480 miljoen EUR, maar voor nieuwe projecten slechts 6.020 miljoen EUR. Daarmee kunnen slechts zeer weinig nieuwe taken worden uitgevoerd, ofwel betekent het dat de uitvoering van de bestaande projecten in gevaar komt wanneer nieuwe taken worden uitgevoerd.

De rapporteur is dan ook van oordeel dat het financieel referentiebedrag dat in artikel 4 van het voorstel wordt vermeld, 185.500.000 EUR in lopende prijzen moet zijn (zie de bijgevoegde tabel). Dit moet omdat de voorgestelde begrotingstoewijzing van 160.500.000 EUR voor de periode van 2014 tot 2020 onder de minimumdrempel ligt die het Agentschap in staat zou stellen zijn huidige taken voort te zetten en zijn nieuwe taken die het krachtens verordening nr. 100/2013 heeft gekregen, te vervullen.

Het verhoogde bedrag van 25 miljoen EUR over zeven jaar zou het Agentschap in staat stellen het minimum aantal acties te ondernemen om de nieuwe taken uit te voeren. Dit houdt met name het volgende in:

•   Contracten voor twee bijkomende stand-byvaartuigen voor olieopruiming

Momenteel zijn twee geografische gebieden niet gedekt (Noordpoolgebied en Kanarische eilanden/Zuid-Portugal) voor wat betreft nieuwe verkennende offshore-booractiviteiten. Gezien de huidige niveaus van activiteiten voor het verkennen van verdere scheepvaartroutes en olie- en gasreserves, moeten deze gebieden in 2015 en 2017 ingefaseerd worden. Om gebieden met offshore-installaties te dekken, is het Agentschap al begonnen met de hergroepering van zijn vaartuigen. Er is bijvoorbeeld een aanbestedingsprocedure geopend voor 2013/2014 voor de noordelijke Noordzee en de Adriatische Zee.

•   Gespecialiseerde uitrusting voor offshorelekkages

Voor de monitoring van offshorelekkages dient het Agentschap naast zijn bestaande uitrusting ook nog gespecialiseerde uitrusting aan te kopen. Deze bijkomende instrumenten zijn absoluut noodzakelijk, maar er is slechts een beperkt bedrag voor dit doel uitgetrokken. Het Agentschap is van plan deze activiteiten geleidelijk op te starten over een periode van 3 jaar.

•   Dispergeermiddelen voor offshorelekkages

De operationele taken van het Agentschap zijn onderdeel van het verontreinigingsbestrijdingsmechanisme van kuststaten, in de eerste plaats gericht op lekkages waarvoor de nationale bestrijdingscapaciteit van de afzonderlijke lidstaten niet toereikend is, en het Agentschap treedt op na een verzoek om hulp. Het Agentschap moet zijn paraatheid voor gevallen van verontreiniging verbeteren, onder meer wellicht met het opzetten van dispergeersystemen. Het definitief besluit inzake het gebruik van een bepaalde verontreinigingsbestrijdende methode moet worden genomen door de lidstaat die om hulp verzoekt. De rapporteur vraagt dat indien het gebruik van dispergeermiddelen noodzakelijk is, deze worden gekozen op basis van de vraag wat het beste resultaat zal zijn voor het milieu.

•   Uitbreiding van het CleanSeaNet voor het toezicht op offshore-installaties

Om te zorgen voor een regelmatig toezicht op de offshore-installaties die momenteel niet gedekt zijn door diensten van de lidstaten, moet het Agentschap meer capaciteit voor satellietbeelden verwerven

De rapporteur steunt het idee dat het uitgetrokken bedrag van 185.500.000 EUR alleen mag worden ingezet voor de eerste twee nieuwe taken. De uitbreiding van de huidige geografische dekking moet gefinancierd worden uit bestaande EU-programma's voor landen die onder het uitbreidingsbeleid en het ENP vallen .

2) In vervolg op de goedkeuring in de plenaire vergadering op 21 mei 2013 van het standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de veiligheid van offshore-olie- en -gasactiviteiten en tot wijziging van Richtlijn 2004/35/EG, worden een aantal aanpassingen voorgesteld, onder meer de definities van "installaties" en "offshore-olie- en -gasactiviteiten" in artikel 2.

3) De rapporteur introduceert twee rapportageverplichtingen voor het verstrekken van betrouwbare cijfers inzake:

•   De sociaal-economische kosten en milieugevolgen van ongevallen veroorzaakt door schepen en olie- en gasinstallaties in artikel 7, en

•   De ecologische gevolgen van dispergeermiddelen in artikel 3, lid 1, letter a)

Conclusie

De rapporteur vindt het voorstel van de Commissie voor de financiering van het Agentschap in het licht van zijn nieuwe taken onvoldoende en stelt een hoger bedrag voor. Voldoende meerjarenfinanciering van de werkzaamheden van het Agentschap op het gebied van verontreinigingsbestrijding is goed besteed geld, aangezien dit niet alleen het Agentschap in staat stelt zijn huidige en nieuwe taken uit te voeren, maar ook de enorme kosten (zowel ecologisch als sociaal-economisch) die voortvloeien uit ongevallen met olie- en gaslekken, helpt voorkomen.

BIJLAGE

Geraamde gevolgen voor de door de rapporteur voorgestelde uitgaven

TOTALE kredieten in het kader van rubriek 1 "Slimme, inclusieve groei" van het meerjarig financieel kader voor de referentieperiode 2014-2020 (Nummer begrotingspost 06.02.03.02)

Uitgedrukt in EUR

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

TOTAAL

Vastleggingen

22,375,000

24,800,000

25,900,000

27,450,000

27,025,000

27,850,000

30,100,000

185,500,000

Betalingen

20,642,092

28,490,004

26,094,674

24,642,214

25,184,583

27,210,583

27,915,083

180,179,235

Voor de betalingskredieten: een totaal van 180.179.235 EU omvat betalingen die verband houden met het meerjarig financieel kader 2007-2013. Betalingen na 2020: 31.317.000 EUR.

(1)

Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 11).

(2)

Beschikking 2007/779/EG van de Raad van 8 november 2007 tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming (PB L 314, 1.12.2007, blz. 9).


ADVIES van de Begrotingscommissie (6.9.2013)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging

(COM(2013)0174 – C7‑0089/2013 – 2013/0092(COD))

Rapporteur voor advies: Jutta Haug

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft een verordening voor een nieuwe meerjarenfinanciering op het gebied van de bestrijding van maritieme verontreiniging voorgesteld. De vorige meerjarenfinanciering, waarover in 2006 overeenstemming werd bereikt, had betrekking op de periode 2007 tot en met 2013; het huidige voorstel heeft betrekking op de periode van het volgende meerjarig financieel kader, van 2014 tot en met 2020. Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) wordt opnieuw belast met de uitvoering van deze taken.

Uw rapporteur stemt in met de invoering van meerjarenfinanciering door het EMSA op het gebied van de bestrijding van mariene verontreiniging, omdat er met het oog op het langetermijnkarakter van de taken van het Agentschap behoefte is aan meerjarige verbintenissen om het Agentschap financiële garanties te verstrekken.

In vergelijking met de huidige meerjarenfinanciering, die betrekking heeft op de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging, is de volgende meerjarenfinanciering tevens bestemd voor door offshore-olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging, in overeenstemming met de nieuwe taken zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 100/2013.

In deze verordening tot wijziging van de verordening tot oprichting van het EMSA wordt ook het geografische toepassingsbereik van bovengenoemde taken uitgebreid met de partnerlanden van het uitbreidings- en het Europese nabuurschapsbeleid. Desalniettemin heeft de Commissie voorgesteld dit aspect niet in de meerjarenfinanciering op te nemen, maar deze activiteiten te financieren via bestaande ENP- en uitbreidingsprogramma's. Uw rapporteur betreurt dat de Commissie geen cijfers -niet eens ter informatie- met betrekking tot het ENP-aspect heeft verstrekt, omdat hierover in het financieel memorandum voor de wijzigingsverordening (COM(2010)0611) evenmin gegevens zijn verstrekt.

Voor wat de door de Commissie voorgestelde kredieten voor de meerjarenfinanciering betreft, betwijfelt de rapporteur of deze toereikend zijn om de nieuwe taken te financieren. Voor de periode 2007 tot en met 2013 is 154 miljoen euro toegewezen aan activiteiten ter bestrijding van maritieme verontreiniging. Bovengenoemde aanvullende taken worden uitgevoerd met een aanvulling van slechts 6,5 miljoen euro. Het Agentschap zelf heeft een bedrag van 198 miljoen euro aangevraagd om deze verantwoordelijkheden na te komen, oftewel 37,5 miljoen euro meer dan de Commissie voorstelt. Uw rapporteur oppert derhalve een wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig de in het ontwerpverslag aan de Commissie vervoer en toerisme voorgestelde ramingen, teneinde te zorgen voor een redelijk evenwicht tussen de ramingen van het Agentschap en de ramingen van de Commissie.

Ook betwist de rapporteur de benadering van de Commissie om geen extra posten te scheppen om in te spelen op de uitbreiding van het takenpakket van het Agentschap. Deze discrepantie moet worden aangepakt voor de volgende jaarlijkse begrotingsprocedures. De Commissie dient hiertoe een geactualiseerd financieel memorandum te overleggen, met inachtneming van de door de wetgevingsautoriteit ingediende wijzigingen.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 bis (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 bis. benadrukt dat elk besluit van de wetgevingsautoriteit met het oog op dergelijke meerjarenfinanciering voor het EMSA geen afbreuk mag doen aan de besluiten van de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure;

Amendement  2

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 ter (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 ter. verzoekt de Commissie een nieuw financieel memorandum in te dienen dat ten volle rekening houdt met de gevolgen van de wetgevingsovereenkomst tussen het Europees Parlement en de Raad om te voldoen aan de begrotings- en personele eisen binnen het EMSA en mogelijkerwijs de diensten van de Commissie;

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de uitvoering van de in artikel 3 vermelde taken tussen 1 januari 2014 en 31 december 2020 verstrekt de Unie een referentiebedrag van 160 500 000 euro, uitgedrukt in huidige prijzen.

Voor de uitvoering van de in artikel 3 vermelde taken tussen 1 januari 2014 en 31 december 2020 verstrekt de Unie een referentiebedrag van 185 500 000 euro, uitgedrukt in huidige prijzen.

PROCEDURE

Titel

Meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging

Document- en procedurenummers

COM(2013)0174 – C7-0089/2013 – 2013/0092(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

16.4.2013

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

16.4.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jutta Haug

24.4.2013

Datum goedkeuring

5.9.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Zuzana Brzobohatá, Jean Louis Cottigny, Jean-Luc Dehaene, Isabelle Durant, Göran Färm, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Ingeborg Gräßle, Lucas Hartong, Jutta Haug, Monika Hohlmeier, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Anne E. Jensen, Ivailo Kalfin, Jan Kozłowski, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, George Lyon, Claudio Morganti, Jan Mulder, Juan Andrés Naranjo Escobar, Andrej Plenković, Dominique Riquet, Alda Sousa, Oleg Valjalo, Derek Vaughan, Angelika Werthmann, Jacek Włosowicz

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Alexander Alvaro, Maria Da Graça Carvalho, Frédéric Daerden, Paul Rübig, Peter Šťastný, Georgios Stavrakakis, Nils Torvalds, Catherine Trautmann


PROCEDURE

Titel

Meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging

Document- en procedurenummers

COM(2013)0174 – C7-0089/2013 – 2013/0092(COD)

Datum indiening bij EP

3.4.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

16.4.2013

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

BUDG

16.4.2013

ENVI

16.4.2013

ITRE

16.4.2013

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

25.4.2013

ITRE

25.4.2013

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Keith Taylor

24.4.2013

 

 

 

Behandeling in de commissie

18.6.2013

5.9.2013

 

 

Datum goedkeuring

17.9.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

5

1

Bij de eindstemming aanwezigeS leden

Magdi Cristiano Allam, Georges Bach, Erik Bánki, Izaskun Bilbao Barandica, Philip Bradbourn, Michael Cramer, Joseph Cuschieri, Philippe De Backer, Luis de Grandes Pascual, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Franco Frigo, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Juozas Imbrasas, Dieter-Lebrecht Koch, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Hubert Pirker, Dominique Riquet, Petri Sarvamaa, David-Maria Sassoli, Vilja Savisaar-Toomast, Olga Sehnalová, Brian Simpson, Keith Taylor, Giommaria Uggias, Patricia van der Kammen, Dominique Vlasto, Artur Zasada, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Spyros Danellis, Eider Gardiazábal Rubial, Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz, Geoffrey Van Orden

Datum indiening

25.9.2013

Juridische mededeling - Privacybeleid