VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen
4.10.2013 - (COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD)) - ***I
Commissie industrie, onderzoek en energie
Rapporteur: Marian-Jean Marinescu
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen
(COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0814),
– gezien artikel 294, lid 2 en artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0464/2011),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 maart 2012[1],
– na raadpleging van het Comité van de Regio's,
– gezien de door de afgevaardigde van de Raad bij brief van 11 september 2013 aangegane verbintenis om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie vervoer en toerisme (A7-0321/2013),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;
3. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
PE-CONS Nr./YY - 2011/0392(COD)
VERORDENING (EU) nr. .../2013VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van
betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[2],
Na raadpleging van het Comité van de Regio's ▌,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[3],
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het Europese beleid inzake satellietnavigatie heeft ten doel de Unie te voorzien van twee systemen voor satellietnavigatie, het door het Galileo-programma ingestelde systeem en het Egnos-systeem (hierna "de systemen" genoemd). Deze systemen vloeien respectievelijk voort uit de programma's Galileo en Egnos (hierna "de programma's" genoemd). Elk van beide infrastructuren bestaat uit satellieten en een netwerk van grondstations.
(2) Het Galileo-programma beoogt de eerste specifiek voor civiele doeleinden ontworpen mondiale infrastructuur voor navigatie en plaatsbepaling per satelliet in te voeren en te exploiteren, die door diverse publieke en particuliere actoren in Europa en in de hele wereld kan worden gebruikt. Het door het Galileo-programma ingestelde systeem functioneert onafhankelijk van de andere systemen die bestaan of zouden kunnen ontstaan en draagt zo onder meer bij tot de strategische onafhankelijkheid van de Unie, zoals die in 2007 door het Europees Parlement en de Raad werd benadrukt.
(3) Het Egnos-programma beoogt de verbetering van de kwaliteit van open signalen van bestaande mondiale systemen voor satellietnavigatie (hierna "GNSS" genoemd, hetgeen staat voor "Global Navigation Satellite Systems"), evenals de signalen van de open dienst die wordt aangeboden door het in het kader van het Galileo-programma ingestelde systeem, zodra deze beschikbaar worden. De door het Egnos-programma geboden diensten moeten in de eerste plaats het binnen Europa gelegen grondgebied van de lidstaten omvatten, in dit verband inclusief de Azoren, de Canarische eilanden en Madeira.
(4) Het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's hebben de programma's steeds ten volle ondersteund.
(5) Aangezien de programma's zich in een vergevorderd stadium bevinden dat resulteert in systemen in de exploitatiefase, moeten zij een specifieke rechtsgrondslag krijgen die geschikt is om aan hun behoeften te voldoen, met name op het gebied van ▌governance en beveiliging, te beantwoorden aan de eis van goed financieel beheer en het gebruik van de systemen te bevorderen.
(6) De op grond van de Europese satellietnavigatieprogramma's ingevoerde systemen zijn infrastructuren die zijn opgezet als trans-Europese netwerken waarvan het gebruik de nationale grenzen van de lidstaten ver overschrijdt. Voorts dragen de via deze systemen aangeboden diensten ▌bij tot een breed scala aan economische en sociale activiteiten, waaronder de ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van vervoers-, telecommunicatie- en energie-infrastructuren.
(7) De programma's ▌vormen een instrument van het industriebeleid en passen in het kader van de Europa 2020-strategie, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 17 november 2010 getiteld "Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering - Concurrentievermogen en duurzaamheid centraal stellen"▌. Zij worden ook genoemd in de mededeling van de Commissie van 4 april 2011 getiteld "Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger"▌. De programma's leveren talrijke voordelen voor de economie en de burgers van de Unie op, met een totale geschatte waarde van circa 130 miljard euro in de periode 2014-2034.
(7 bis) In steeds meer economische sectoren, met name de sectoren vervoer, telecommunicatie, landbouw en energie, neemt het gebruik van satellietnavigatiesystemen gestaag toe. Ook overheden kunnen op steeds meer terreinen gebruik maken van deze systemen, bijvoorbeeld op het gebied van hulpdiensten, politie, crisisbeheersing en grensbeheer. Bevordering van het gebruik van satellietnavigatie levert enorme voordelen op voor de economie, de maatschappij en het milieu. Deze sociaaleconomische voordelen kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: rechtstreekse voordelen die voortvloeien uit de groei van de ruimtevaartmarkt, rechtstreekse voordelen die voortvloeien uit de groei van de downstreammarkt voor GNSS-toepassingen en –diensten en indirecte voordelen die voortvloeien uit de opkomst van nieuwe toepassingen in of technologieoverdracht naar andere sectoren, en die niet alleen leiden tot nieuwe marktkansen in andere sectoren en productiviteitsstijging in de industrie als geheel, maar ook tot publieke voordelen in de vorm van vermindering van de vervuiling of een grotere veiligheid en zekerheid. Het is daarom belangrijk dat de Unie de ontwikkeling van toepassingen en diensten op basis van deze systemen steunt. Zo kunnen de burgers van de Unie van de door die systemen geboden voordelen profiteren en wordt ervoor gezorgd dat zij vertrouwen houden in de programma's. Het passende instrument voor de financiering van onderzoeks- en innovatieactiviteiten in verband met de ontwikkeling van deze toepassingen is Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … [tot vaststelling van Horizon 2020 – Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)][4] (hierna: "het programma Horizon 2020"). Een zeer specifiek deel van de upstream-onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten moet evenwel gefinancierd worden uit de uit hoofde van deze verordening aan de programma's toegekende begrotingsmiddelen, te weten die activiteiten die betrekking hebben op fundamentele elementen zoals met Galileo compatibele chipsets en ontvangers, waardoor de ontwikkeling van toepassingen in veel sectoren van de economie wordt vergemakkelijkt. Deze financiering mag de stationering en de exploitatie van de in het kader van de programma's tot stand gebrachte infrastructuur echter niet in het gedrang brengen.
(8) Gezien het toenemende gebruik dat op allerlei gebieden van satellietnavigatie wordt gemaakt, kan een onderbreking van de dienstlevering in moderne samenlevingen voor ernstige schade zorgen en voor veel marktdeelnemers tot verliezen leiden. Bovendien zijn de satellietnavigatiesystemen vanwege hun strategische dimensie gevoelige infrastructuren, die met name kwetsbaar zijn voor gebruik met kwaadaardige bedoelingen. De bovengenoemde aspecten kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid van de Unie, haar lidstaten en haar burgers. Daarom moet er bij het ontwerp, de installatie en de exploitatie van de in het kader van de programma's ▌ingestelde infrastructuren rekening worden gehouden met de beveiligingsvereisten, in overeenstemming met de standaardprocedures.
(9) Het Galileo-programma omvat een definitiefase, die reeds is afgerond, een ontwikkelings- en valideringsfase, die loopt tot 2013, een stationeringsfase, die in 2008 van start is gegaan en die naar verwachting in 2020 zal worden voltooid, en een exploitatiefase, waarmee vanaf 2014/2015 geleidelijk een begin wordt gemaakt, zodat het complete systeem in 2020 volledig operationeel is. De eerste vier operationele satellieten moeten tijdens de ontwikkelings- en valideringsfase worden gebouwd en gelanceerd; de gehele constellatie van satellieten moet tijdens de stationeringsfase worden voltooid; in de exploitatiefase wordt de constellatie aangevuld. Tegelijkertijd wordt de bijbehorende grondinfrastructuur ontwikkeld en geëxploiteerd.
(10) Het programma Egnos bevindt zich in de exploitatiefase sinds de open dienst en de "Safety of Life"-dienst ervan respectievelijk in oktober 2009 en maart 2011 operationeel zijn verklaard. Binnen de technische en financiële grenzen en op basis van internationale overeenkomsten kan de geografische dekking van de door Egnos geboden diensten worden uitgebreid tot andere regio's in de wereld, met name tot het grondgebied van kandidaat-lidstaten, het grondgebied van derde landen die onder het gemeenschappelijk Europees luchtruim vallen en het grondgebied van de landen van het Europees nabuurschapsbeleid. Een dergelijke uitbreiding tot andere regio's in de wereld mag echter niet gefinancierd worden met de begrotingskredieten die krachtens Verordening (EU) nr. …/2013 van de Raad van … [tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020][5] aan de programma's zijn toegewezen en mag de uitbreiding van de dekking op het zich in Europa bevindende grondgebied van de lidstaten niet vertragen.
(10 bis) De oorspronkelijke opzet van de "dienst beveiliging van levens" (de zogeheten "Safety of Life Service" of SoL), waarin Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo)[6] voorziet, is aangepast om interoperabiliteit met andere GNSS te waarborgen, teneinde doeltreffend aan de behoeften van de gebruikers van SoL tegemoet te komen en de complexiteit, risico's en kosten van de benodigde infrastructuur te verminderen.
(10 ter) Om de benutting van de dienst beveiliging van levens te maximaliseren moet de toegang tot deze Egnos-dienst voor gebruikers kosteloos zijn. De in het kader van Galileo aangeboden publiek gereguleerde dienst (PRS) moet eveneens kosteloos zijn voor de volgende PRS-gebruikers in de zin van artikel 2 van Besluit nr. 1104/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de voorwaarden voor toegang tot de overheidsdienst (publiek gereguleerde dienst) die wordt aangeboden door het wereldwijde satellietnavigatiesysteem dat is ingevoerd door het Galileo-programma[7]: de lidstaten, de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden ("EDEO") en naar behoren gemachtigde agentschappen van de Unie. Dit behoort echter geen afbreuk te doen aan de bepalingen inzake de operationele kosten van een voor de PRS verantwoordelijke autoriteit, als bedoeld in Besluit nr. 1104/2011/EU.
(11) Om te zorgen voor een optimale benutting van de aangeboden diensten, moeten de systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's ▌compatibel en interoperabel met elkaar en, voor zover mogelijk, met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen zijn, indien dit is vastgelegd in een internationale overeenkomst, onverminderd het doel van strategische onafhankelijkheid.
(12) Aangezien de Unie in beginsel de volledige financiering van de programma's op zich neemt, moet worden bepaald dat de Unie eigenaar is van alle materiële en immateriële activa die in het kader van de programma's worden gecreëerd of ontwikkeld. Voor een goede naleving van fundamentele met eigendom verbonden rechten, moeten passende overeenkomsten met de huidige eigenaars worden gesloten, met name voor de essentiële onderdelen van de infrastructuren en de beveiliging daarvan. De bepaling inzake eigendom van immateriële activa behoort geen betrekking te hebben op immateriële activa die volgens de nationale wetten niet overdraagbaar zijn. Het feit dat de Unie de eigendom heeft, mag niet afdoen aan de mogelijkheid voor de Unie om, overeenkomstig deze verordening en waar dat op basis van een beoordeling per geval passend wordt geacht, deze activa beschikbaar te stellen voor derde partijen of er afstand van te doen. De Unie mag met name de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit werkzaamheden in het kader van de programma's, overdragen of in licentie geven. Om de aanvaarding van satellietnavigatie door de markt te vergemakkelijken, moet ervoor worden gezorgd dat derden optimaal gebruik kunnen maken van met name de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit de programma's en aan de Unie toebehoren, in het bijzonder op sociaaleconomisch gebied.
(12 bis) De eigendomsbepalingen van deze verordening zijn niet van invloed op activa die buiten de programma's worden gecreëerd of ontwikkeld. Dergelijke activa kunnen soms evenwel van belang zijn voor de prestaties van de programma's. Om de ontwikkeling van nieuwe technologieën buiten de programma's te stimuleren, moet de Commissie derden aanmoedigen relevante immateriële activa onder haar aandacht te brengen en moet zij, waar dit bevorderlijk is voor de programma's, onderhandelen over het passende gebruik daarvan.
(13) De stationerings- en exploitatiefasen van het Galileo-programma en de exploitatiefase van het Egnos-programma moeten ▌volledig door de Unie gefinancierd worden. Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie[8] moeten de lidstaten echter de mogelijkheid krijgen aanvullende financiering aan de programma's te verstrekken of een bijdrage in natura te leveren, op basis van passende overeenkomsten, ter financiering van ▌aanvullende elementen van de programma's in verband met hun potentiële specifieke doelstellingen. Derde landen en internationale organisaties moeten ook aan de programma's kunnen bijdragen.
(14) Teneinde de continuïteit en stabiliteit van de programma's te waarborgen en gezien hun Europese dimensie en hun intrinsieke Europese meerwaarde, moet er gedurende de financiële programmeringsperiodes voor toereikende en consistente financiering gezorgd worden. Tevens moet het bedrag worden aangegeven dat voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 nodig is om de voltooiing van de stationeringsfase van Galileo en de exploitatie van de systemen te financieren.
(15) Het Europees Parlement en de Raad hebben op basis van Verordening (EU) nr. …/2013 [tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020] besloten een bedrag van maximaal [XXXX] miljoen euro in lopende prijzen beschikbaar te stellen voor de financiering van activiteiten in verband met de programma's in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. Voor de duidelijkheid en om de kosten te beheersen, moet dit totaalbedrag worden uitgesplitst naar verschillende categorieën. Met het oog op de flexibiliteit en het soepel functioneren van de programma's moet de Commissie niettemin middelen van de ene naar de andere categorie kunnen overhevelen. De activiteiten van de programma's moeten tevens betrekking hebben op de bescherming van de systemen en de werking ervan, ook tijdens de lancering van de satellieten. In dit opzicht zou een bijdrage tot de kosten voor gebruikmaking van diensten die een dergelijke bescherming kunnen bieden, ▌gefinancierd kunnen worden uit de aan de programma's toegekende begrotingsmiddelen, voor zover deze bij een strikte kostenbeheersing en strikte naleving van het bovengenoemde maximale bedrag, vastgesteld bij artikel [x] van Verordening (EU) nr. …/2013 [tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020], nog beschikbaar zijn. Een dergelijke bijdrage mag uitsluitend worden gebruikt voor de levering van gegevens of diensten en niet voor de aanschaf van infrastructuur. Bij deze verordening wordt voor de voortzetting van de programma's een toewijzing vastgesteld die het voornaamste referentiepunt vormt in de zin van punt [17] van het Interinstitutioneel Akkoord van xx/yy/201z tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer en in de zin van artikel [14] van Verordening (EU) nr. …/2013 [tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020].
(16) Er moet worden bepaald voor welke activiteiten de krachtens deze verordening voor de periode 2014-2020 aan de programma's toegewezen begrotingskredieten van de Unie worden toegekend. Deze kredieten zouden in hoofdzaak moeten worden toegekend voor activiteiten in verband met de stationeringsfase van het Galileo-programma, met inbegrip van de acties voor het beheer van en het toezicht op deze fase, en activiteiten in verband met de exploitatie van het door het Galileo-programma ingestelde systeem, met inbegrip van de acties voorafgaand aan of ter voorbereiding van deze fase, en de exploitatie van het Egnos-systeem. Tevens zouden zij moeten worden toegekend voor de financiering van bepaalde andere activiteiten die nodig zijn voor het beheer en de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's, met inbegrip van steun voor onderzoek naar en ontwikkeling van fundamentele elementen, zoals met Galileo compatibele chipsets en ontvangers en, in voorkomend geval, van softwaremodules voor plaatsbepaling en integriteitsbewaking. Deze elementen vormen de interface tussen de door de infrastructuren aangeboden diensten en downstreamtoepassingen en stimuleren de ontwikkeling van toepassingen in de verschillende sectoren van de economie. De ontwikkeling van deze elementen fungeert als katalysator voor het maximaliseren van sociaaleconomische voordelen, omdat de benutting van de aangeboden diensten hierdoor gestimuleerd zal worden. De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad jaarlijks verslag uitbrengen over de gevolgde kostenbeheersingsstrategie.
(17) Het is van belang te vermelden dat bij de momenteel voor de periode 2014-2020 geraamde investering- en exploitatiekosten van de systemen geen rekening wordt gehouden met de onvoorziene financiële verplichtingen voor de Unie ▌, met name de verplichtingen die verband houden met ▌aansprakelijkheid voortvloeiend uit het verrichten van diensten of het feit dat de Unie over de eigendom van de systemen beschikt, met name als de systemen niet goed functioneren. Deze verplichtingen zijn het voorwerp van een specifieke analyse door de Commissie.
(18) Opgemerkt zij tevens dat de begrotingsmiddelen waarin deze verordening voorziet niet van toepassing zijn op werkzaamheden die worden gefinancierd uit aan het programma Horizon 2020 ▌toegewezen middelen, zoals werkzaamheden in verband met de ontwikkeling van van de systemen afgeleide toepassingen. Deze werkzaamheden zullen helpen het gebruik van de in het kader van de programma's aangeboden diensten te optimaliseren, voor een goed sociaaleconomisch rendement op de investeringen van de Unie te zorgen en de knowhow van het bedrijfsleven in de Unie op het gebied van satellietnavigatietechnologie te vergroten. De Commissie moet transparantie en duidelijkheid creëren met betrekking tot de financieringsbronnen voor de verschillende aspecten van de programma's.
(19) Daarnaast moeten de door de systemen gegenereerde ontvangsten, in het bijzonder de ontvangsten die voortvloeien uit de commerciële dienst die wordt aangeboden door het in het kader van het Galileo-programma ingestelde systeem, door de Unie worden geïnd ter gedeeltelijke compensatie van de eerder door haar gedane investeringen en worden gebruikt ter ondersteuning van de doelstellingen van de programma's. In contracten die met organisaties uit de privésector worden gesloten, kan voorts worden voorzien in een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten.
(20) Om de kostenoverschrijdingen en vertragingen waaronder de voortgang van de programma's de afgelopen jaren te lijden heeft gehad verder te voorkomen, moeten de inspanningen voor de beheersing van risico's die tot extra kosten en/of vertragingen kunnen leiden worden geïntensiveerd, overeenkomstig het verzoek van het Europees Parlement in zijn resolutie van 8 juni 2011 over de tussentijdse evaluatie van de Europese satellietnavigatieprogramma's: beoordeling van de uitvoering, toekomstige uitdagingen en financiële vooruitzichten[9] en de conclusies van de Raad van 31 maart 2011 ▌, en zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie ▌van 29 juni 2011 getiteld "Een begroting voor Europa 2020".
(21) Een goed publiek beheer van de programma's ▌veronderstelt enerzijds een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en taken, met name tussen de Commissie, het Europees GNSS-Agentschap en het Europees Ruimteagentschap (ESA), en anderzijds de geleidelijke aanpassing van de governance aan de operationele vereisten van de systemen.
(22) Aangezien de Commissie de Unie, die in beginsel de gehele financiering van de programma's op zich neemt en eigenaar van de systemen is, vertegenwoordigt, moet de Commissie de verantwoordelijkheid voor het verloop van de programma's en het algemene toezicht op zich nemen. Zij moet de bij deze verordening aan de programma's toegewezen middelen beheren en zorg dragen voor de uitvoering van alle activiteiten van de programma's en voor een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en taken, met name tussen het Europees GNSS-Agentschap en het ESA. Hiertoe moeten aan de Commissie, naast de taken die verband houden met deze algemene verantwoordelijkheden en de overige taken die zij uit hoofde van deze verordening toegewezen krijgt, ook bepaalde specifieke taken worden toegewezen ▌. Om de middelen en competenties van de verschillende belanghebbenden te optimaliseren, moet de Commissie bepaalde taken kunnen delegeren door middel van delegatieovereenkomsten, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, en met name artikel [x].
(22 bis) Gezien het programmatische belang van de grondinfrastructuur van de systemen en het effect ervan op de beveiliging moet de bepaling van de locatie van deze infrastructuur één van de specifieke aan de Commissie toegewezen taken zijn. De stationering van de grondinfrastructuur van de systemen moet volgens een open en transparant proces blijven verlopen. Bij het bepalen van de locatie van deze infrastructuur moet er rekening worden gehouden met geografische en technische beperkingen die verbonden zijn aan de optimale geografische spreiding van deze grondinfrastructuur en de mogelijke aanwezigheid van bestaande installaties en apparatuur die geschikt zijn voor de taken in kwestie, en moet er worden gehandeld in overeenstemming met de beveiligingsvereisten van ieder grondstation en met de beveiligingsvoorschriften van iedere lidstaat.
(23) Het Europees GNSS-Agentschap is bij Verordening (EU) nr. 912/2010 ▌[10]opgericht met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's ▌en het verrichten van bepaalde taken in verband met het verloop van de programma's. Het is een agentschap van de Unie dat, als orgaan in de zin van artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 ▌, onderworpen is aan de verplichtingen die voor agentschappen van de Unie gelden. Het moet bepaalde taken toegewezen krijgen in verband met de beveiliging van de programma's en zijn mogelijke aanwijzing als voor de PRS verantwoordelijke autoriteit. Het moet tevens bijdragen aan de bevordering en marketing van de systemen, onder meer door contacten met gebruikers en mogelijke gebruikers van de in het kader van de programma's verleende diensten te bewerkstelligen en informatie te verzamelen over hun eisen en de ontwikkelingen op de satellietnavigatiemarkt. Bovendien moet het de taken op zich nemen die de Commissie eraan toewijst door middel van een of meerdere delegatieovereenkomsten die betrekking hebben op verschillende andere specifieke taken in verband met de programma's, met name taken in verband met de exploitatiefasen van de systemen, waaronder het operationeel beheer van de programma's, het promoten van toepassingen en diensten op de satellietnavigatiemarkt en het bevorderen van de ontwikkeling van fundamentele elementen met betrekking tot de programma's. Om de Commissie, die de Unie vertegenwoordigt, in staat te stellen haar auditfunctie volledig uit te oefenen, moeten deze delegatieovereenkomsten de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwde middelen omvatten. Om de continuïteit van de programma's te waarborgen, moet de overdracht van de verantwoordelijkheid voor taken in samenhang met het operationele beheer en de exploitatie van de programma's aan het Europees GNSS-Agentschap stapsgewijs plaatsvinden en pas nadat een passend onderzoek naar deze overdracht van bevoegdheden succesvol is afgerond en gebleken is dat het Europees GNSS-Agentschap bereid is om deze taken op zich te nemen. Wat Egnos betreft, zou de overdracht uiterlijk 1 januari 2014 moeten plaatsvinden. Wat Galileo betreft, zal de overdracht naar verwachting in 2016 plaatshebben.
(24) Voor de stationeringsfase van het Galileo-programma moet de Unie een ▌delegatieovereenkomst met het ESA sluiten waarin de taken van het agentschap in die fase worden gedefinieerd. De Commissie moet zich als vertegenwoordiger van de Unie tot het uiterste inspannen om deze delegatieovereenkomst te sluiten binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Om de Commissie ▌in staat te stellen haar auditfunctie volledig uit te oefenen, moet de delegatieovereenkomst de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het ESA toevertrouwde middelen omvatten. Waar het de uitsluitend door de Unie gefinancierde activiteiten betreft, moeten deze voorwaarden zorgen voor een controleniveau, vergelijkbaar met dat wat vereist zou worden als het ESA een agentschap van de Unie zou zijn.
(24 bis) Voor de exploitatiefase van de programma's moet het Europees GNSS-Agentschap werkafspraken maken met het ESA, waarin wordt gedefinieerd wat de taken van het ESA zijn voor wat de ontwikkeling van de toekomstige generaties van de systemen en het bieden van technische ondersteuning voor de bestaande generatie systemen betreft. Deze werkafspraken moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. Deze afspraken mogen geen betrekking hebben op de rol van het ESA ten aanzien van activiteiten op het gebied van onderzoek en technologie of de vroege fasen van de ontwikkeling en de onderzoeksactiviteiten met betrekking tot de in het kader van Galileo en Egnos ingestelde infrastructuren. Deze activiteiten moeten buiten de aan de programma's toegewezen begroting worden gefinancierd met middelen die zijn toegewezen aan het programma Horizon 2020.
(25) De verantwoordelijkheid voor de voortgang van de programma's omvat met name de verantwoordelijkheid voor de beveiliging ervan en de beveiliging van de systemen en de exploitatie. Afgezien van de toepassing van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB van 12 juli 2004 ten aanzien van aspecten van de exploitatie van het Europees systeem voor radionavigatie per satelliet die betrekking hebben op de veiligheid van de Europese Unie[11], dat moet worden herzien om de evolutie van de programma's, ▌de governance ervan en ▌het Verdrag van Lissabon te weerspiegelen, berust de verantwoordelijkheid voor de beveiliging bij de Commissie, ook al worden bepaalde taken op het gebied van de beveiliging aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwd. Met name is het de verantwoordelijkheid van de Commissie om mechanismen in te richten voor een goede coördinatie tussen de diverse met de beveiliging belaste entiteiten.
(25 bis) Bij de toepassing van deze verordening moet de Commissie over zaken met betrekking tot beveiliging de relevante beveiligingsdeskundigen van de lidstaten raadplegen.
(26) Gezien de specifieke deskundigheid waarover de EDEO beschikt en zijn regelmatige contacten met de overheidsdiensten van derde landen en met internationale organisaties, lijkt die dienst het aangewezen orgaan te zijn om de Commissie bij te staan bij de verrichting van sommige van haar taken in verband met de beveiliging van de systemen en de programma's op het vlak van de externe betrekkingen, overeenkomstig Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden[12], en met name artikel 2, lid 2. De Commissie moet ervoor zorgen dat de EDEO volledig betrokken wordt bij haar activiteiten ter uitvoering van haar beveiligingstaken op het gebied van externe betrekkingen. Daartoe moet de EDEO alle nodige technische ondersteuning worden geboden.
(26 bis) Om binnen de werkingssfeer van deze verordening een veilige uitwisseling van informatie te waarborgen, moeten de relevante beveiligingsvoorschriften eenzelfde mate van bescherming van gerubriceerde EU-gegevens bieden als de veiligheidsvoorschriften in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie[13] en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlage bij Besluit 2011/292/EU van de Raad[14]. Elke lidstaat moet ervoor zorgen dat de nationale beveiligingsvoorschriften van toepassing zijn op alle op zijn grondgebied verblijvende natuurlijke personen en aldaar gevestigde rechtspersonen die in aanraking komen met vertrouwelijke gegevens van de EU over de programma's. De beveiligingsvoorschriften van het ESA en Besluit 2011/C 304/05 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid[15] moeten als gelijkwaardig met de veiligheidsvoorschriften in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlage bij Besluit 2011/292/EU worden beschouwd.
(26 ter) Deze verordening doet geen afbreuk aan bestaande en toekomstige voorschriften inzake toegang tot documenten, vastgesteld overeenkomstig artikel 15, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Voorts mag deze verordening niet zo worden opgevat dat de lidstaten ertoe worden verplicht hun grondwettelijke bepalingen inzake toegang tot documenten te negeren.
(27) Voor het inzetten van de aan de programma's toegewezen middelen van de Unie, die een maximumbedrag vormen dat de Commissie niet mag overschrijden, is het van essentieel belang efficiënte procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten toe te passen en met name zodanig te onderhandelen over de contractvoorwaarden dat een optimaal gebruik van hulpmiddelen, een behoorlijke taakvervulling, een harmonieuze voortzetting van de programma's, een goed risicobeheer en een goede naleving van het voorstelde tijdschema worden gewaarborgd. De respectieve aanbestedende dienst moet ernaar streven aan deze vereisten te voldoen.
(28) Aangezien het programma in beginsel wordt gefinancierd door de Unie, moeten de openbare aanbestedingen in het kader van het programma voldoen aan de regels van de Unie inzake openbare aanbestedingen en moeten ze in de eerste plaats gericht zijn op kosteneffectiviteit, kosten- en risicobeheersing en vergroting van de efficiëntie en vermindering van de afhankelijkheid van één enkele leverancier. Er moet worden gezorgd voor een open toegang en eerlijke mededinging in de gehele industriële bevoorradingsketen, alsmede een evenwichtig aanbod aan mogelijkheden tot deelname van het bedrijfsleven op alle niveaus, waaronder met name nieuwe spelers op de markt en kleine en middelgrote ondernemingen (hierna "kmo's" genoemd). Mogelijk misbruik van dominantie en misbruik van langdurige afhankelijkheid van één leverancier moeten worden voorkomen. Om de aan het programma verbonden risico's te beperken, om afhankelijkheid van één enkele leveringsbron te voorkomen en om een betere controle van het gehele programma, de kosten en het tijdschema te waarborgen, is het van belang waar nodig van meerdere leveringsbronnen gebruik te maken. Daarnaast moet de ontwikkeling van de Europese industrie op alle gebieden die verband houden met satellietnavigatie, worden beschermd en gestimuleerd, met inachtneming van de door de Unie gesloten internationale overeenkomsten. Het risico dat een overeenkomst slecht of helemaal niet wordt uitgevoerd, moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daartoe moeten de contractanten aantonen dat zij de uitvoering van de overeenkomst met betrekking tot de gedane toezeggingen en de looptijd van het contract ook op lange termijn kunnen garanderen. Met het oog hierop moeten aanbestedende instanties, waar passend, eisen stellen met betrekking tot de betrouwbaarheid van leveringen en de verrichting van diensten. Daarnaast mogen de aanbestedende instanties bij het aankopen van goederen en diensten van gevoelige aard specifieke eisen formuleren voor dergelijke aankopen, met name inzake het waarborgen van de veiligheid van informatie. De industrie van de Unie moet de mogelijkheid krijgen voor bepaalde elementen en diensten een beroep te doen op bronnen buiten de Unie wanneer is aangetoond dat dit aanzienlijke kosten- en kwaliteitsvoordelen oplevert, waarbij echter rekening moet worden gehouden met het strategische karakter van de programma's en de vereisten van de Unie op het gebied van beveiliging en controle van de uitvoer. Er moet profijt worden getrokken van investeringen, alsook van de ervaring en de competentie die het bedrijfsleven onder meer heeft verworven in het kader van de definitie-, ontwikkelings- en valideringsfasen van de programma’s, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de regels voor de openbare aanbesteding nageleefd worden.
(28 bis) Voor een betere evaluatie van de totale kosten van een product, dienst of werk waarop wordt ingeschreven, inclusief de operationele kosten op lange termijn, moeten de totale kosten tijdens de nuttige levenscyclus van het product, de dienst of het werk waarop wordt ingeschreven, waar nodig in beschouwing worden genomen tijdens de aanbesteding, door middel van een kosteneffectiviteitsaanpak zoals berekening van levenscycluskosten in het geval van aanbesteding op basis van het criterium van gunning aan de economisch voordeligste inschrijver. Daartoe moet de aanbestedende instantie ervoor zorgen dat de methodologie voor het berekenen van de kosten van de nuttige levensduur van een product, dienst of werk uitdrukkelijk wordt vermeld in de documenten van de overeenkomst of in het bestek en dat de nauwkeurigheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie ermee kan worden gecontroleerd.
(29) Satellietnavigatie is een ▌complexe technologie die continu in ontwikkeling is. Dit zorgt voor onzekerheden en risico's voor de openbare aanbestedingen in het kader van de programma's, aangezien deze betrekking kunnen hebben op uitrusting of dienstverlening waarvan gedurende langere tijd wordt gebruikgemaakt. Deze eigenschappen maken het nodig te voorzien in specifieke maatregelen met betrekking tot openbare aanbestedingen, in aanvulling op de regels van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. De aanbestedende dienst moet derhalve eerlijke mededingingsvoorwaarden kunnen herstellen wanneer een of meerdere ondernemingen voorafgaand aan een aanbesteding reeds over voorkennis beschikt aangaande de met de aanbesteding verbonden activiteiten. Ook moet hij een opdracht in de vorm van een opdracht met voorwaardelijke tranches kunnen plaatsen, onder bepaalde voorwaarden in het kader van de uitvoering van een contract een aanhangsel bij dat contract kunnen introduceren, of een minimumniveau van uitbesteding aan subcontractanten opleggen. Als gevolg van de technologische onzekerheden waardoor de programma's gekenmerkt worden, ten slotte, kunnen de prijzen van openbare aanbestedingen niet altijd nauwkeurig worden vastgesteld en derhalve is het wenselijk contracten met een specifieke vorm te sluiten, die geen vaste en definitieve prijs vaststellen maar wel clausules bevatten voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie.
(30) Er moet worden bevestigd dat de lidstaten, overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU"), geen maatregelen mogen nemen die nadelig kunnen zijn voor de ▌programma's of de diensten ▌. Tevens moet worden bevestigd dat de lidstaten alle nodige maatregelen moeten nemen om de op hun grondgebied gevestigde grondstations te beschermen. Daarnaast moeten de lidstaten en de Commissie met elkaar en met de bevoegde internationale organen en regelgevende instanties samenwerken om ervoor te zorgen dat het radiospectrum dat nodig is voor het in het kader van het Galileo-programma ingestelde systeem, beschikbaar is en beschermd wordt, om de volledige ontwikkeling en exploitatie van op dit systeem gebaseerde toepassingen mogelijk te maken, overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid[16].
(31) Gezien de mondiale aard van de systemen is het van essentieel belang dat de Unie in het kader van de programma's overeenkomsten met derde landen en internationale organisaties kan sluiten overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name om het goede verloop van de programma's te waarborgen, bepaalde problemen op het gebied van beveiliging en heffingen aan te pakken, de dienstverlening aan de burgers van de Unie te optimaliseren en in de behoeften van derde landen en internationale organisaties te voorzien. Ook is het nuttig in voorkomend geval de bestaande overeenkomsten aan de evolutie van de programma's aan te passen. Bij de voorbereiding of de tenuitvoerlegging van dergelijke overeenkomsten kan de Commissie een beroep doen op bijstand door de EDEO, het ESA en het Europees GNSS-Agentschap, binnen de grenzen van de in het kader van deze verordening aan hen toegewezen taken.
(32) Er moet worden bevestigd dat de Commissie voor de vervulling van sommige van haar taken met een niet-regelgevend karakter, in voorkomend geval en voor zover als nodig, een beroep kan doen op technische ondersteuning door bepaalde externe partijen. De andere entiteiten die naast de Commissie betrokken zijn bij het publieke beheer van de programma's kunnen ook van dezelfde technische bijstand gebruikmaken bij de uitvoering van de hun krachtens deze verordening opgedragen taken.
(33) De Unie berust op de eerbiediging van de grondrechten, en met name de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkennen uitdrukkelijk het fundamentele recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en op bescherming van persoonsgegevens. De bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer moet in het kader van de programma's worden gewaarborgd.
(34) De financiële belangen van de Unie moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen en, indien nodig, administratieve en financiële sancties overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.
(35) Het is noodzakelijk dat het Europees Parlement en de Raad regelmatig op de hoogte worden gehouden van de uitvoering van de programma’s, in het bijzonder wat betreft het risicobeheer, de kosten, het tijdschema en de prestaties. Bovendien zullen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bijeenkomen in het interinstitutioneel panel voor Galileo, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het interinstitutioneel panel voor Galileo die aan deze verordening is gehecht.
(36) Door de Commissie moeten op overeengekomen indicatoren gebaseerde evaluaties worden uitgevoerd ter beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's genomen maatregelen.
(37) ▌Om de beveiliging van de systemen en de werking ervan te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen inzake de doelstellingen van hoog niveau die nodig zijn om de beveiliging van de systemen en de werking ervan te waarborgen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.
(38) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[17], worden uitgeoefend.
(39) Aangezien goed publiek beheer vereist dat een uniform beheer van de programma’s, een snellere besluitvorming en een gelijke toegang tot de informatie worden gewaarborgd, moeten vertegenwoordigers van het Europees GNSS-Agentschap en het ESA als waarnemers betrokken kunnen worden bij de werkzaamheden van het Comité voor de Europese GNSS-programma’s (hierna "het comité" genoemd), dat is opgericht om de Commissie bij te staan. Om dezelfde redenen moeten vertegenwoordigers van derde landen of internationale organisaties die een internationale overeenkomst met de Unie hebben gesloten, betrokken kunnen worden bij de werkzaamheden van het Comité indien beveiligingsvereisten zich daar niet tegen verzetten en overeenkomstig de bepalingen van een dergelijke overeenkomst. Deze vertegenwoordigers van het Europees GNSS-Agentschap, het ESA, derde landen en internationale organisaties kunnen niet deelnemen aan stemmingen van het comité.
(40) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de invoering en exploitatie van systemen voor navigatie per satelliet, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, omdat zij de financiële en technische mogelijkheden van één lidstaat te boven gaat en vanwege haar omvang en gevolgen beter op Unieniveau kan worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(41) De gemeenschappelijke onderneming Galileo, opgericht bij Verordening (EG) nr. 876/2002[18] ▌heeft haar activiteiten op 31 december 2006 gestaakt en de procedure tot ontbinding van de onderneming is thans voltooid. Verordening (EG) nr. 876/2002 moet bijgevolg worden ingetrokken.
(42) Gezien de noodzaak de programma's te evalueren en de omvang van de wijzigingen in de tekst, en omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid, moet Verordening (EG) nr. 683/2008 worden ingetrokken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK IALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 [tekst van voormalig artikel 2]Onderwerp
Bij deze verordening worden de regels vastgesteld voor de invoering en de exploitatie van de systemen in het kader van de Europese programma's voor satellietnavigatie, met name wat betreft de governance en de financiële bijdrage van de Unie.
Artikel 2 [tekst van voormalig artikel 1]De Europese systemen en programma's voor satellietnavigatie
1. De Europese programma's voor satellietnavigatie, Galileo en Egnos, omvatten alle activiteiten die nodig zijn voor het definiëren, ontwikkelen, valideren, bouwen, exploiteren, vernieuwen en verbeteren van de twee Europese systemen voor satellietnavigatie, namelijk het door het Galileo-programma ingestelde systeem en het Egnos-systeem, alsmede voor het waarborgen van de veiligheid en interoperabiliteit daarvan.
Deze programma's hebben als doel de sociaaleconomische voordelen van de Europese satellietnavigatiesystemen te maximaliseren, met name door het gebruik van de systemen aan te moedigen en de ontwikkeling van op deze systemen gebaseerde toepassingen en diensten te stimuleren.
2. Het door het Galileo-programma ingestelde systeem is een systeem voor civiel gebruik dat onder civiele controle staat en is een autonome infrastructuur van een mondiaal systeem voor navigatie per satelliet (GNSS) die bestaat uit een constellatie van satellieten en een mondiaal netwerk van grondstations.
3. Het Egnos-systeem is een infrastructuur voor een regionaal satellietnavigatiesysteem die de door bestaande mondiale satellietnavigatiesystemen uitgezonden open signalen controleert en corrigeert, alsmede de signalen van de open dienst die wordt aangeboden door het in het kader van het Galileo-programma ingestelde systeem, zodra deze beschikbaar worden. Het bestaat uit grondstations en verschillende op geostationaire satellieten geïnstalleerde transponders.
4. De specifieke doelstellingen van het Galileo-programma bestaan erin het mogelijk te maken dat de signalen die het door het programma ingestelde systeem uitzendt, kunnen worden gebruikt om de volgende ▌functies te vervullen:
a) aanbieden van een "open dienst" (de zogenaamde "Open Service" of OS), die gratis is voor de gebruiker en informatie verschaft voor plaatsbepaling en synchronisering, voornamelijk bestemd voor massatoepassingen van satellietnavigatie;
b) bijdragen, door middel van Galileo's open-dienstsignalen en/of in samenwerking met andere satellietnavigatiesystemen, aan integriteitsbewakingsdiensten gericht op gebruikers van beveiliging-van-levenstoepassingen overeenkomstig internationale normen;
c) aanbieden van een "commerciële dienst" (de zogenaamde "Commercial Service" of CS), die de mogelijkheid biedt tot het ontwikkelen van toepassingen voor professionele of commerciële doeleinden dankzij betere prestaties en gegevens met een grotere toegevoegde waarde dan die van de "open dienst";
d) aanbieden van een "overheidsdienst" (de zogenaamde "Public Regulated Service" of PRS), die gereserveerd is voor gebruikers die daarvoor de toestemming hebben van de overheid, voor gevoelige toepassingen die een grote continuïteit van de dienstverlening vereisen, gratis voor de lidstaten, de Raad, de Commissie, de EDEO en, in voorkomend geval, naar behoren gemachtigde agentschappen van de Unie; deze dienst maakt gebruik van sterke, gecodeerde signalen. De vraag of andere PRS-gebruikers als bedoeld in artikel 2 van Besluit nr. 1104/2011/EU een heffing moet worden opgelegd, wordt per geval beoordeeld; daartoe worden passende bepalingen vastgesteld in de overeenkomstig artikel 3, lid 5, van dat besluit gesloten overeenkomsten;
e) bijdragen aan de opsporings- en reddingsdienst (de zogenaamde "Search and Rescue Support Service" of SAR) van het Cospas-Sarsat-systeem door het detecteren van door bakens doorgegeven noodsignalen en het ernaar terugzenden van boodschappen.
5. De specifieke doelstellingen van het Egnos-programma zijn:
a) het mogelijk ▌maken dat de door het Egnos-systeem uitgezonden signalen kunnen worden gebruikt om de volgende ▌functies te vervullen:
i) aanbieden van een "open dienst" (OS), die gratis is voor de gebruiker en informatie verschaft voor plaatsbepaling en synchronisering, voornamelijk bestemd voor de massatoepassingen van satellietnavigatie in de zone die door het Egnos-systeem wordt gedekt;
ii) aanbieden van een "dienst voor de verspreiding van commerciële gegevens" (de zogenaamde "Egnos Data Access Service" of EDAS), die de mogelijkheid biedt tot het ontwikkelen van toepassingen voor professionele of commerciële doeleinden dankzij betere prestaties en gegevens met een grotere toegevoegde waarde dan die van zijn open dienst;
iii) aanbieden van een "dienst beveiliging van levens" (SoL) ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is; deze dienst, zonder heffingen voor de rechtstreekse gebruiker, beantwoordt in het bijzonder aan de continuïteits-, beschikbaarheids- en nauwkeurigheidsbehoeften van bepaalde sectoren en omvat een integriteitsfunctie waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd voor slecht functioneren of "buiten tolerantie-"signalen in systemen, versterkt door het Egnos-systeem binnen het dekkingsgebied;
b) als prioriteit, het op zo kort mogelijke termijn aanbieden van deze functies op het binnen Europa gelegen grondgebied van de lidstaten.
Voor zover dit technisch uitvoerbaar is en op basis van internationale overeenkomsten kan de geografische dekking van het Egnos-systeem worden uitgebreid tot andere regio's in de wereld, met name tot het grondgebied van kandidaat-lidstaten, van derde landen die onder het gemeenschappelijk Europees luchtruim vallen en van landen van het Europees nabuurschapsbeleid. De kosten van een dergelijke uitbreiding, met inbegrip van de daaraan verbonden exploitatiekosten, worden niet gedekt door de in artikel 10 bedoelde middelen. Een dergelijke uitbreiding mag niet tot vertraging leiden van de uitbreiding van de geografische dekking van het Egnos-systeem op het zich in Europa bevindende grondgebied van de lidstaten.
Artikel 3De fasen van het Galileo-programma
Het Galileo-programma omvat de volgende fasen:
a) een in 2001 geëindigde definitiefase, waarin de structuur van het systeem werd ontworpen en de onderdelen ervan werden bepaald;
b) een ontwikkelings- en valideringsfase, die volgens plan uiterlijk in 2013 moet worden voltooid, bestaande uit de bouw en de lancering van de eerste satellieten, de installatie van de eerste grondinfrastructuren en alle werkzaamheden en verrichtingen die voor de validering van het systeem in de omloopbaan nodig zijn; ▌
c) een stationeringsfase, ▌die uiterlijk in 2020 moet worden voltooid en die bestaat uit:
i) de bouw, de installatie en de bescherming van alle ruimte-infrastructuren, met name van alle satellieten die nodig zijn om de in artikel 2, lid 4, bedoelde specifieke doelstellingen te bereiken, en van alle vereiste reservesatellieten, alsmede de hiermee verband houdende evolutieve onderhoudswerkzaamheden en verrichtingen;
ii) de bouw, de installatie en de bescherming van alle grondinfrastructuren, met name van de infrastructuren die nodig zijn om de satellieten te controleren en de satellietnavigatiegegevens te verwerken en van dienstencentra en andere grondcentra, alsmede de hiermee verband houdende evolutieve onderhoudswerkzaamheden en verrichtingen;
iii) voorbereidingen voor de exploitatiefase, met inbegrip van voorbereidende activiteiten in verband met de levering van de in artikel 2, lid 4, bedoelde diensten;
d) een exploitatiefase, die bestaat uit:
i) het beheer, het onderhoud, de voortdurende verbetering, de ontwikkeling en de bescherming van de ruimte-infrastructuren, met inbegrip van het beheer inzake vernieuwing en veroudering;
ii) het beheer, het onderhoud, de voortdurende verbetering, de ontwikkeling en bescherming van de grondinfrastructuren, met name dienstencentra en andere grondcentra, netwerken en locaties, met inbegrip van het beheer inzake vernieuwing en veroudering;
iii) de ontwikkeling van toekomstige generaties van het systeem en de ontwikkeling van de in artikel 2, lid 4, bedoelde diensten;
iv) de certificerings- en normalisatieverrichtingen in verband met het programma;
v) de levering en de commercialisering van de in artikel 2, lid 4, bedoelde diensten;
vi) de samenwerking met andere GNSS; en
vii) alle andere activiteiten die nodig zijn voor de ontwikkeling van dat systeem en het goede verloop van het programma.
▌Tussen 2014 en 2015 wordt er geleidelijk een begin gemaakt met deze fase, met de levering van de eerste diensten voor de open dienst, opsporings- en reddingsdienst en overheidsdienst. Deze eerste diensten worden geleidelijk verbeterd en de overige in de specifieke doelstellingen van artikel 2, lid 4, genoemde functies worden geleidelijk geïmplementeerd, waarna in 2020 de volledige operationele capaciteit zal zijn bereikt.
Artikel 4De
exploitatiefase van EgnosDe
exploitatiefase van Egnos bestaat voornamelijk uit:
a) het beheer, het onderhoud, de constante verbetering, de ontwikkeling en de bescherming van de ruimte-infrastructuren, met inbegrip van het beheer inzake vernieuwing en veroudering;
b) het beheer ▌, het onderhoud, de voortdurende verbetering, de ontwikkeling en de bescherming van de grondinfrastructuren, met name netwerken, locaties en ondersteuningsfaciliteiten, met inbegrip van het beheer inzake vernieuwing en veroudering;
c) de ontwikkeling van toekomstige generaties van het systeem en de ontwikkeling van de in artikel 2, lid 5, bedoelde diensten;
d) de ▌certificerings- en normalisatieverrichtingen in verband met het programma;
e) de levering en de commercialisering van de in artikel 2, lid 5, bedoelde diensten;
f) het geheel van elementen waarmee de betrouwbaarheid van het systeem en de exploitatie ervan wordt aangetoond;
g) de coördinatieactiviteiten in verband met de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 5, onder b, genoemde specifieke doelstellingen.
Artikel 5Compatibiliteit en interoperabiliteit van de systemen
1. De systemen en de netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos zijn onderling technisch compatibel en interoperabel.
2. De systemen en netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos zijn ▌compatibel en operabel met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen, wanneer dit overeenkomstig artikel 28 in een internationale overeenkomst is vastgelegd.
▌
Artikel 6Eigendom
De Unie heeft alle materiële en immateriële activa die worden gecreëerd of ontwikkeld in het kader van de programma's in eigendom, en daartoe worden met derde partijen, waar nodig, overeenkomsten gesloten met betrekking tot bestaande eigendomsrechten.
De Commissie zorgt aan de hand van een passend kader voor een optimaal gebruik van de in dit artikel bedoelde activa. Zij beheert in het bijzonder zo goed mogelijk de intellectuele-eigendomsrechten in verband met de programma's, rekening houdend met de noodzaak om de intellectuele-eigendomsrechten van de EU te beschermen en waarde te geven, met de belangen van alle betrokkenen, en met de noodzaak van een harmonieuze ontwikkeling van de markten en van nieuwe technologieën. Daartoe zorgt zij ervoor dat de contracten die in het kader van de programma's worden gesloten de mogelijkheid omvatten om de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit werkzaamheden in het kader van de programma's, aan derden over te dragen of in licentie te geven.
HOOFDSTUK IIBIJDRAGE EN BEGROTINGSMECHANISMEN
Artikel 7De betrokken activiteiten
1. De uit hoofde van deze verordening voor de periode 2014-2020 aan de programma's toegewezen begrotingskredieten van de Unie worden toegekend ter financiering van:
a) de activiteiten in verband met de voltooiing van de stationeringsfase van het Galileo-programma, als bedoeld in artikel 3, onder c);
b) de activiteiten in verband met de exploitatiefase van het Galileo-programma, als bedoeld in artikel 3, onder d);
c) de activiteiten in verband met de exploitatiefase van het Egnos-programma, als bedoeld in artikel 4;
c bis) de activiteiten in verband met het beheer van en het toezicht op de programma's.
1 bis. De aan de programma's toegewezen begrotingskredieten van de Unie worden overeenkomstig artikel 10, lid 1 bis, eveneens toegewezen ter financiering van activiteiten in verband met onderzoek naar en ontwikkeling van fundamentele elementen, zoals met Galileo compatibele chipsets en ontvangers.
2. De aan de programma's toegewezen begrotingskredieten van de Unie dekken eveneens de uitgaven van de Commissie ▌voor de voorbereidende activiteiten, het toezicht, de controle, de audits en de evaluaties die nodig zijn voor het beheer van de programma's en de verwezenlijking van de in artikel 2, leden 4 en 5, bedoelde doelstellingen ▌. Deze uitgaven kunnen met name betrekking hebben op:
a) de studies en de vergaderingen van deskundigen;
b) de voorlichtings- en communicatieacties, inclusief de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van deze verordening, en met name gericht zijn op de totstandbrenging van synergieën met andere relevante beleidsterreinen van de Unie;
c) de ICT-netwerken voor de bewerking of uitwisseling van informatie;
d) alle overige aan de Commissie verleende technische en administratieve bijstand voor het beheer van de programma's.
3. ▌De kosten van de programma's en van de diverse fasen van de programma's worden duidelijk vastgesteld. De Commissie brengt, overeenkomstig het beginsel van transparant beheer, het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité ▌jaarlijks op de hoogte van de toewijzing van de middelen van de Unie, inclusief de reserve voor onvoorziene uitgaven, aan elk van de in de leden 1, 1 bis en 2 genoemde activiteiten, en van het gebruik ervan.
Artikel 8De financiering van
de programma's Galileo en Egnos
1. ▌De Unie financiert de in artikel 7, leden 1, 1 bis en 2, genoemde activiteiten in verband met de programma's Galileo en Egnos ter verwezenlijking van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen, overeenkomstig artikel 10 ▌, onverminderd een eventuele bijdrage uit andere financieringsbronnen, waaronder de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde financieringsbronnen.
2. De lidstaten kunnen om aanvullende financiering ▌voor de programma's Galileo en Egnos verzoeken om in specifieke gevallen bijkomende elementen te dekken, op voorwaarde dat dit geen financiële of technische belasting met zich meebrengt of tot vertragingen in het programma leidt. Op basis van een verzoek van een lidstaat besluit de Commissie overeenkomstig de in artikel 35, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure of aan deze voorwaarden is voldaan. De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, van deze verordening bedoelde comité op de hoogte van ieder effect op de programma's Galileo en Egnos ingevolge de toepassing van dit lid.
3. Ook derde landen en internationale organisaties kunnen aanvullende financiering verschaffen voor de programma's Galileo en Egnos. De in artikel 28 bedoelde internationale overeenkomsten voorzien in de voorwaarden en nadere regels voor hun deelname.
3 bis. De in de leden 2 en 3 bedoelde aanvullende financiering wordt beschouwd als externe bestemmingsontvangsten als bedoeld in artikel 21, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.
▌
Artikel 10Middelen
1. Het maximaal door de Unie toe te wijzen bedrag voor de uitvoering van de in artikel 7, leden 1, 1 bis en 2, genoemde activiteiten en ter dekking van de risico's die verband houden met deze activiteiten is [XXXX] miljoen euro in lopende prijzen voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. Dit bedrag wordt uitgesplitst in de volgende uitgavencategorieën:
a) voor de in artikel 7, lid 1, onder a), bedoelde activiteiten: [1,93 miljard] euro in lopende prijzen;
b) voor de in artikel 7, lid 1, onder b), bedoelde activiteiten: [3 miljard] euro in lopende prijzen;
c voor de in artikel 7, lid 1, onder c), bedoelde activiteiten: [1,58 miljard] euro in lopende prijzen;
d voor de in artikel 7, lid 1, onder c bis), en artikel 7, lid 2, bedoelde activiteiten: [0,56173 miljard] euro in lopende prijzen. [19]
1 bis. Onverminderd de in het kader van het programma Horizon 2020 aan de ontwikkeling van op het systeem gebaseerde toepassingen toegewezen bedragen worden uit de aan de programma's toegewezen begrotingskredieten, inclusief bestemmingsontvangsten, de in artikel 7, lid 1 bis, genoemde activiteiten gefinancierd tot een bedrag van maximaal 100 miljoen euro in constante prijzen.
1 ter. De Commissie kan middelen uit één uitgavencategorie, als vastgelegd in lid 1, onder a) tot en met d), tot een maximum van 10% van het in lid 1 bedoelde bedrag overhevelen naar een andere categorie. Als met de herschikking een totaalbedrag gemoeid is van meer dan 10% van het in lid 1 bedoelde bedrag, raadpleegt de Commissie overeenkomstig de in artikel 35, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité.
De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke herschikking van middelen tussen uitgavencategorieën.
2. De kredieten worden besteed conform de bepalingen van deze verordening en van Verordening (EU, Euratom ) nr. 966/2012.
3. De betalingsverplichtingen betreffende de programma's worden uitgevoerd in jaarlijkse tranches.
3 bis De Commissie beheert de in lid 1 van dit artikel bedoelde financiële middelen op een transparante en kosteneffectieve manier. De Commissie brengt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks verslag uit over de gevolgde kostenbeheersingsstrategie.
Artikel 11Door de programma's gegenereerde inkomsten
1. De Unie int de ontvangsten uit de exploitatie van de systemen; zij worden toegevoegd aan de begroting van de Unie en toegewezen aan de programma's, en met name aan de in artikel 2, lid 1, bedoelde doelstelling. Indien de ontvangsten groter blijken te zijn dan voor de financiering van de exploitatiefasen van de programma's nodig is, moet een aanpassing van het toewijzingsbeginsel door het Europees Parlement en de Raad, op voorstel van de Commissie, worden goedgekeurd.
2. In contracten die met bedrijven uit de privésector worden gesloten, kan worden voorzien in een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten.
3. Rente op voorfinancieringen die aan voor de indirecte uitvoering van de begroting verantwoordelijke entiteiten zijn betaald, wordt toegewezen aan de activiteiten die het voorwerp van de delegatieovereenkomst of het contract tussen de Commissie en de betrokken entiteit vormen. Overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer openen de voor de indirecte uitvoering van de begroting verantwoordelijke entiteiten rekeningen die het mogelijk maken de middelen en de rente daarop te identificeren.
HOOFDSTUK IIIPUBLIEK BEHEER VAN DE PROGRAMMA’S
Artikel 12
Beginselen voor de governance van de programma's
Het publieke beheer van de programma's stoelt op onderstaande beginselen:
a) een strikte verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de verschillende betrokken entiteiten, met name de Commissie, het Europees GNSS-Agentschap en het ESA, waarbij de Commissie de overkoepelende verantwoordelijkheid draagt;
b) loyale samenwerking tussen de onder a) genoemde entiteiten en de lidstaten;
c) een strenge controle op de programma's, onder meer om te waarborgen dat de betrokken entiteiten bij de uitoefening van hun bevoegdheden de geraamde kosten en het tijdschema niet overschrijden, overeenkomstig de doelstellingen van de programma's;
d) optimalisatie en rationalisatie van het gebruik van bestaande structuren, ter vermijding van dubbel werk op het vlak van technische deskundigheid;
e) het gebruik van op optimale werkwijzen gebaseerde projectbeheerssystemen en -technieken om toezicht te houden op de uitvoering van de programma's, rekening houdend met de specifieke eisen en met ondersteuning van deskundigen ter zake.
Artikel 13De rol van de Commissie
1. De Commissie draagt de overkoepelende verantwoordelijkheid voor ▌de programma's. Zij beheert de op grond van deze verordening ▌toegewezen middelen en ziet toe op de uitvoering van alle programma-activiteiten, met name wat betreft de kosten, het tijdschema en de prestaties.
2. Naast de overkoepelende verantwoordelijkheid als bedoeld in lid 1 en de specifieke taken waarnaar in andere bepalingen van deze verordening wordt verwezen:
a) waarborgt de Commissie een duidelijke taakverdeling tussen de verschillende entiteiten die betrokken zijn bij de programma's en wijst ze daartoe, met name via delegatieovereenkomsten, aan het Europees GNSS-Agentschap en het ESA de taken toe als bedoeld in respectievelijk artikel 15, lid 1 bis, en artikel 16;
b) ziet de Commissie toe op de tijdige uitvoering van de programma's binnen de grenzen van de toegewezen middelen en overeenkomstig de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.
Hiertoe stelt zij passende instrumenten en structurele maatregelen vast die nodig zijn om de aan de programma's verbonden risico's te inventariseren, te beheersen, te verminderen en te bewaken, ▌en voert deze uit;
c) beheert de Commissie, in opdracht van de Unie en binnen het kader van de bevoegdheden van de Unie, de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties;
d) verstrekt de Commissie de lidstaten en het Europees Parlement tijdig alle relevante informatie inzake de programma's, met name met betrekking tot risicobeheer, totale kosten, jaarlijkse exploitatiekosten van elk significant onderdeel van de Galileo-infrastructuur, inkomsten, tijdschema en prestaties, alsmede een overzicht van de uitvoering van de in artikel 12, onder e) bedoelde projectbeheerssystemen en -technieken;
d bis) gaat de Commissie na welke mogelijkheden er zijn om de Europese satellietnavigatiesystemen te promoten en het gebruik ervan in de verschillende sectoren van de economie te bevorderen, onder meer door te onderzoeken hoe de voordelen van de systemen het best benut kunnen worden.
3. ▌Voor het goede verloop van de fasen van het Galileo-programma en de exploitatiefase van het Egnos-programma, als bedoeld in respectievelijk artikel 3 en artikel 4, stelt de Commissie, indien noodzakelijk, de nodige maatregelen vast om:
a) de risico's die inherent zijn aan het verloop van de programma's te beheren en beperken [ongemarkeerde tekst komt uit letter c) van het Commissievoorstel];
b) de belangrijke besluitmomenten voor de controle en evaluatie van de uitvoering van de programma's te definiëren;
c) overeenkomstig de beveiligingsvereisten de locaties van de grondinfrastructuur van de systemen te bepalen, volgens een open en transparant proces, en de goede werking ervan te waarborgen [ongemarkeerde tekst komt uit letter a) van het Commissievoorstel];
c bis) de technische en operationele specificaties te bepalen die nodig zijn om de in artikel 2, lid 4, onder b) en c) genoemde functies te vervullen en vernieuwingen van het systeem door te voeren.
Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 35, lid 3.
Artikel 14Beveiliging van de systemen en hun werking
1. De Commissie draagt zorg voor de beveiliging van de programma's, waaronder de beveiliging van de systemen en de werking ervan. Daartoe:
a) houdt de Commissie rekening met het belang van toezicht op en integratie in alle programma's van de beveiligingsgebonden vereisten en normen;
b) zorgt de Commissie ervoor dat het algemene effect van deze vereisten en normen gunstig is voor het goede verloop van de programma's, met name wat de kosten, het risicobeheer en het tijdschema betreft;
c) stelt de Commissie mechanismen vast voor de coördinatie tussen de verschillende betrokken entiteiten;
d) houdt de Commissie rekening met de geldende veiligheidsvoorschriften en beveiligingsvereisten, om te voorkomen dat het algemene veiligheidsniveau wordt verlaagd en de werking van bestaande op die normen en vereisten gebaseerde systemen vermindert.
2. Onverminderd de artikelen 15 en 17 van deze verordening en artikel 8 van Besluit nr.1104/2011/EU ▌stelt de Commissie overeenkomstig artikel 34 ▌gedelegeerde handelingen vast met daarin de doelstellingen van hoog niveau die nodig zijn om de in lid 1 bedoelde beveiliging van de programma's te waarborgen. ▌
2 bis. De Commissie stelt de nodige technische specificaties en andere maatregelen vast ter uitvoering van de in lid 2 genoemde doelstellingen van hoog niveau. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 35, lid 3.
3. Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Besluit 2010/427/EU blijft de EDEO de Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar taken op het gebied van de externe betrekkingen ▌.
Artikel 15De rol van het Europees GNSS-Agentschap
1 ▌Het Europees GNSS-Agentschap ▌vervult ▌ de volgende taken, overeenkomstig de door de Commissie opgestelde richtsnoeren:
a) met betrekking tot de beveiliging van de programma's, en onverminderd de artikelen 14 en 17, zorgt het voor:
i) ▌veiligheidsaccreditatie overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 912/2010, via zijn Raad voor de veiligheidsaccreditatie; daartoe maakt het een begin met en ziet het toe op de uitvoering van beveiligingsprocedures en verricht het controles van de beveiliging van het systeem;
ii) de exploitatie van het in artikel 6, onder d), van Verordening (EU) nr. 912/2010 bedoelde Galileo-beveiligingscentrum, overeenkomstig de in artikel 14 van deze verordening bedoelde normen en eisen en de instructies die uit hoofde van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB worden verstrekt, als bedoeld in artikel 17;
b) het vervult de in artikel 5 van Besluit nr. 1104/2011/EU vastgestelde taken ▌en assisteert de Commissie ▌overeenkomstig artikel 8, lid 6, van dat besluit;
c) in het kader van de stationeringsfase en de exploitatiefase van de programma's draagt het bij tot de bevordering en marketing van de in artikel 2, leden 4 en 5, bedoelde diensten, onder meer door middel van het uitvoeren van de nodige marktanalyse, met name aan de hand van het marktverslag dat jaarlijks door het Europees GNSS-Agentschap wordt opgesteld over de markt voor toepassingen en diensten, door nauwe contacten te leggen met gebruikers en potentiële gebruikers van de systemen om informatie te vergaren over hun behoeften, door de ontwikkelingen op het gebied van satellietnavigatie op downstreammarkten te volgen en door een actieplan uit te werken voor de aanvaarding door gebruikersgemeenschappen van de in artikel 2, leden 4 en 5 bedoelde diensten, dat met name relevante actie omvat op het gebied van standaardisering en certificering.
1 bis. Het Europees GNSS-Agentschap vervult ook andere ▌taken die verband houden met de uitvoering van de programma's, waaronder programmabeheerstaken, en is voor deze taken verantwoordelijk. Deze taken worden door de Commissie aan het agentschap toegewezen door middel van een delegatieovereenkomst vastgesteld op basis van een delegatiebesluit, conform artikel 60, lid 1, onder c), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, en omvatten:
a) operationele activiteiten, waaronder systeeminfrastructuurbeheer, onderhoud en voortdurende verbetering ▌van de systemen, certificerings- en normalisatieverrichtingen ▌en levering van diensten als bedoeld in artikel 2, leden 4 en 5;
b) het leveren van een bijdrage aan de definitie van de vernieuwing van diensten, alsmede aan ontwikkelings- en stationeringsactiviteiten voor de vernieuwing en toekomstige generaties van de systemen, met inbegrip van de uitschrijving van aanbestedingen;
c) het bevorderen van de ontwikkeling van op de systemen gebaseerde toepassingen en diensten en het vergroten van de zichtbaarheid van deze toepassingen en diensten, onder meer door het aanwijzen, met elkaar verbinden en coördineren van Europese excellentiecentra op het gebied van GNSS-toepassingen en –diensten, met gebruikmaking van de deskundigheid van de overheid en de particuliere sector, en het evalueren van de promotie- en voorlichtingsmaatregelen op dit gebied;
d) het bevorderen van de ontwikkeling van fundamentele elementen, zoals met Galileo compatibele chipsets en ontvangers.
1 ter. De in lid 1 bis bedoelde delegatieovereenkomst verleent het Europees GNSS-Agentschap een passend niveau van autonomie en gezag, met speciale verwijzing naar de aanbestedende dienst, binnen de reikwijdte van artikel 58, lid 7, en artikel 69 van Verordening (EU, Euratom) nr. 96/2012. Zij bevat eveneens de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees GNSS-Agentschap toegewezen middelen en met name de uit te voeren acties, de desbetreffende financiering, de beheersprocedures, de toezicht- en controlemaatregelen, de maatregelen die van toepassing zijn bij een gebrekkige uitvoering van contracten voor wat betreft de kosten, het tijdschema en de resultaten, en de eigendomsregeling voor alle materiële en immateriële activa.
De toezicht- en controlemaatregelen omvatten met name een voorlopige kostenraming, een systematische informatieverstrekking aan de Commissie over de kosten en het tijdschema en, indien er een verschil is tussen de voorziene begrotingen, de prestaties en het tijdschema, corrigerende maatregelen om te waarborgen dat de infrastructuren binnen de grenzen van de begrotingstoewijzingen worden gerealiseerd.
1 quater. Met betrekking tot de exploitatiefase van de programma's maakt het Europees GNSS-Agentschap met het ESA de werkafspraken die nodig zijn voor de uitvoering van hun beider taken op grond van deze verordening. De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité in kennis van deze door het Europees GNSS-Agentschap gemaakte werkafspraken en van eventuele wijzigingen daarvan. Het Europees GNSS-Agentschap kan in voorkomend geval ook overwegen een beroep te doen op andere openbare of particuliere entiteiten.
2. Naast de in de leden 1 en 1 bis genoemde taken en binnen de reikwijdte van zijn taakstelling stelt het Europees GNSS-Agentschap zijn technische deskundigheid ter beschikking van de Commissie en verschaft het haar alle benodigde informatie voor de uitoefening van haar taken in het kader van deze verordening, waaronder het onderzoek naar de mogelijkheden om de systemen te promoten en het gebruik ervan te bevorderen, als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder d bis).
3. Het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité wordt geraadpleegd over het in lid 1 bis van dit artikel bedoelde delegatiebesluit, conform de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 35, lid 2. Het Europees Parlement, de Raad en het comité worden vooraf op de hoogte gesteld van de door de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en het Europees GNSS-Agentschap te sluiten delegatieovereenkomsten.
3 bis. De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité in kennis van de tussentijdse en definitieve resultaten van de evaluatie van inschrijvingen op aanbestedingen en van met bedrijven te sluiten contracten; daarbij verstrekt zij tevens informatie over onderaanneming.
Artikel 16De rol van het Europees Ruimteagentschap
1. Voor de in artikel 3, onder c), bedoelde stationeringsfase van het Galileo-programma sluit de Commissie onverwijld een ▌delegatieovereenkomst met het ESA waarin de taken van het agentschap worden omschreven, vooral wat betreft het ontwerp, de ontwikkeling en de aanbesteding van het systeem. De overeenkomst met het ESA wordt gesloten op basis van een door de Commissie overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU, Euratom ) nr. 966/2012 vastgesteld delegatiebesluit.
a) De delegatieovereenkomst bepaalt, voor zover nodig voor de overeenkomstig lid 1 gedelegeerde taken en begrotingsuitvoering, de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het ESA toevertrouwde middelen en met name de inzake het ontwerp, de ontwikkeling en de aanbesteding van het systeem uit te voeren acties, de desbetreffende financiering, de beheersprocedures, de toezicht- en controlemaatregelen, de maatregelen die van toepassing zijn bij een gebrekkige uitvoering van contracten wat betreft kosten, tijd en prestatie, en de eigendomsregeling voor alle materiële en immateriële activa.
De toezicht- en controlemaatregelen omvatten met name een voorlopig kostenramingssysteem, een systematische informatievoorziening aan de Commissie over de kosten en het tijdschema en, indien er een verschil is tussen de voorziene begrotingen, de prestatie en het tijdschema, corrigerende maatregelen om te waarborgen dat de infrastructuren binnen de grenzen van de begrotingstoewijzingen worden gerealiseerd.
b) Het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité wordt geraadpleegd over het in lid 1 van dit artikel bedoelde delegatiebesluit, overeenkomstig de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 35, lid 2. Het Europees Parlement, de Raad en het comité worden vooraf op de hoogte gesteld van de door de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie en het ESA, te sluiten ▌delegatieovereenkomst.
c) De Commissie brengt het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité op de hoogte van de tussentijdse en eindresultaten van de evaluatie van de inschrijvingen op aanbestedingen en van de door het ESA met bedrijven te sluiten contracten; daarbij verstrekt zij tevens informatie over onderaanneming.
4 bis. Voor de in artikel 3, onder d) en artikel 4, bedoelde exploitatiefase bevatten de in artikel 15, lid 1 quater, bedoelde werkafspraken tussen het Europees GNSS-Agentschap en het ESA bepalingen inzake de rol van ESA in deze fase en de samenwerking tussen het ESA en het Europees GNSS-Agentschap, met name bepalingen inzake:
a) het concept, het ontwerp, het toezicht, de aanbesteding en de validering in het kader van de ontwikkeling van toekomstige generaties van de systemen;
b) de technische bijstand in het kader van de exploitatie en het onderhoud van de bestaande generatie systemen.
Deze afspraken zijn in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en met de maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 3.
Het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité worden op de hoogte gesteld van deze afspraken en van eventuele veranderingen daarin.
4 ter. Onverminderd de delegatieovereenkomst en de werkafspraken bedoeld in de leden 1 en 4 bis kan de Commissie het ESA om de technische deskundigheid en informatie vragen die nodig zijn voor de uitoefening van haar taken in het kader van deze verordening.
HOOFDSTUK IVASPECTEN IN VERBAND MET DE VEILIGHEID VAN DE UNIE OF HAAR LIDSTATEN
Artikel 17Gemeenschappelijk optreden
In alle gevallen waarin de exploitatie van de systemen van invloed kan zijn op de veiligheid van de Unie of haar lidstaten, zijn de bij Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB vastgestelde procedures van toepassing.
Artikel 18Toepassing van de regelgeving inzake
vertrouwelijke gegevens
Binnen het toepassingsgebied van deze verordening:
a) zorgen de lidstaten ervoor dat hun nationale beveiligingsvoorschriften ▌eenzelfde mate van bescherming van vertrouwelijke EU-gegevens bieden als de veiligheidsvoorschriften ▌in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom ▌en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlagen bij Besluit 2011/292/EU ▌[20];
b) brengen de lidstaten de Commissie onverwijld op de hoogte van de ▌in lid 1 bedoelde nationale beveiligingsvoorschriften;
c) mogen in derde landen verblijvende natuurlijke personen en aldaar gevestigde rechtspersonen enkel met vertrouwelijke EU-gegevens over de programma's werken wanneer in die landen voor hen beveiligingsvoorschriften gelden die ten minste eenzelfde mate van bescherming bieden als de veiligheidsvoorschriften van de Commissie in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlagen bij Besluit 2011/292/EU. ▌De gelijkwaardigheid van beveiligingsvoorschriften die in een derde land of een internationale organisatie worden toegepast, wordt omschreven in een overeenkomst over beveiliging van informatie tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie, overeenkomstig de procedure van artikel 218 VWEU en met inachtneming van artikel 12 van Besluit 2011/292/EU;
d) kan, onverminderd artikel 12 van Besluit 2011/292/EU en de voorschriften inzake industriële beveiliging in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom, aan een natuurlijke persoon en een particuliere rechtspersoon, derde land of internationale organisatie toegang worden verleend tot vertrouwelijke EU-gegevens, wanneer dat nodig wordt geacht en per geval, afhankelijk van de aard en de inhoud van die gegevens, de noodzaak dat de ontvanger er kennis van neemt en het voordeel daarvan voor de Unie.
HOOFDSTUK VOPENBARE AANBESTEDINGEN
AFDELING IAlgemene bepalingen betreffende openbare aanbestedingen in het kader van de stationerings- en de exploitatiefase van het programma
Artikel 19Algemene beginselen
Onverminderd maatregelen die genomen moeten worden ter bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie of de publieke veiligheid of ter naleving van de bepalingen van de Unie inzake controle op de uitvoer, is Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, en in het bijzonder open toegang en eerlijke mededinging in de gehele industriële bevoorradingsketen, inschrijving op basis van transparante en tijdige informatie, duidelijke bekendmaking van de geldende voorschriften voor aanbestedingen, selectie- en gunningscriteria en alle andere noodzakelijk informatie die alle potentiële inschrijvers gelijke kansen bieden, van toepassing op de stationeringsfase van het Galileo-programma en de exploitatiefasen van de programma's.
Artikel 20Specifieke doelstellingen
Tijdens de aanbesteding worden door de aanbestedende autoriteiten in hun uitnodigingen tot inschrijving de volgende doelen nagestreefd:
a) in de hele Unie een zo breed en open mogelijke deelname van alle ondernemingen bevorderen, met name van nieuwe spelers op de markt en van kleine en middelgrote ondernemingen, onder meer door het aanmoedigen van het gebruik van onderaanneming door de inschrijvers;
b) vermijden van mogelijk misbruik van dominantie en misbruik van de afhankelijkheid van één leverancier;
c) profijt trekken van eerdere overheidsinvesteringen en van de lessen die zijn geleerd, alsook van de ervaring en de competentie die het bedrijfsleven onder meer heeft verworven in het kader van de definitie-, ontwikkelings- en validerings-, en exploitatiefasen van de programma's, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de regels voor de openbare aanbesteding nageleefd worden;
c bis) waar passend ernaar streven te kiezen voor meer dan één leverancier, zodat de programma's, de kosten en het tijdsschema ervan beter controleerbaar zijn;
c ter) waar passend rekening houden met de totale kosten gedurende de nuttige levenscyclus van het product, de dienst of het werk waarvoor wordt ingeschreven.
AFDELING 2 Specifieke bepalingen betreffende openbare aanbestedingen in het kader van de stationerings- en de exploitatiefase van het programma
Artikel 21Scheppen van eerlijke mededingingsvoorwaarden
De aanbestedende dienst neemt passende maatregelen om eerlijke mededingingsvoorwaarden te scheppen indien eerdere deelname van een onderneming aan activiteiten die verband houden met het voorwerp van de openbare aanbesteding:
a) die onderneming aanzienlijk voordeel in de vorm van voorkennis kan opleveren, waardoor in twijfel kan worden getrokken of er sprake is van gelijke behandeling; of
b) invloed heeft op de normale mededingingsvoorwaarden of de onpartijdigheid en de objectiviteit van de gunning of de uitvoering van de contracten.
De maatregelen mogen geen afbreuk doen aan de eerlijke concurrentie, de gelijke behandeling en de vertrouwelijkheid van de verzamelde gegevens over ondernemingen, hun commerciële betrekkingen en hun kostenstructuur. In dit opzicht houden de maatregelen rekening met de aard en de bijzonderheden van het beoogde contract.
Artikel 21 bisInformatiebeveiliging
Bij opdrachten waarvoor vertrouwelijke gegevens nodig zijn of die dergelijke gegevens vereisen en/of bevatten, vermeldt de aanbestedende dienst/entiteit in de aanbestedingsstukken de maatregelen en eisen die noodzakelijk zijn om het vereiste beveiligingsniveau van deze gegevens te waarborgen.
Artikel 21 terBetrouwbaarheid van levering
De aanbestedende dienst vermeldt in de aanbestedingsstukken zijn eisen in verband met de betrouwbaarheid van de leveringen of de verrichting van diensten voor de uitvoering van de overeenkomst.
Artikel 22Opdrachten met voorwaardelijke tranches
1. De aanbestedende dienst kan de opdracht in de vorm van een opdracht met voorwaardelijke tranches plaatsen.
2. De opdracht met voorwaardelijke tranches omvat een vaste tranche, die gepaard gaat met een begrotingsvastlegging die resulteert in een vaste verbintenis inzake de uitvoering van de voor deze tranche gegunde werken, goederen of diensten, en een of meer voorwaardelijke begrotings- en uitvoeringstranches. In de aanbestedingsstukken worden de elementen vermeld die specifiek zijn voor opdrachten met voorwaardelijke tranches. Met name worden het voorwerp, de prijs of de wijze waarop deze wordt vastgesteld en de regelingen voor de levering van de goederen of diensten voor elke tranche in de stukken gedefinieerd.
3. De leveringen en diensten van de vaste tranche moeten een samenhangend geheel vormen; hetzelfde geldt voor de leveringen en diensten van elke voorwaardelijke tranche, rekening houdend met de leveringen en diensten van alle voorafgaande tranches.
4. De uitvoering van elke voorwaardelijke tranche is afhankelijk van een beslissing van de aanbestedende dienst, die volgens de in de opdracht vastgestelde voorwaarden aan de contractant wordt meegedeeld. Wanneer een voorwaardelijke tranche niet of met vertraging wordt bevestigd, kan de contractant, indien dit in de opdracht voorzien is en onder de daarin vastgestelde voorwaarden, wachtgeld of een annuleringsvergoeding krijgen.
4 bis. Indien de aanbestedende dienst met betrekking tot een bepaalde tranche vaststelt dat de voor die tranche overeengekomen werken en diensten niet zijn gerealiseerd, kan hij, indien dit in de opdracht is voorzien en onder de daarin vastgestelde voorwaarden, schadevergoeding eisen en het contract beëindigen.
Artikel 23Opdrachten tegen vergoeding op basis van gecontroleerde uitgaven
1. ▌De aanbestedende dienst kan kiezen voor een opdracht die, tot een bepaalde maximumprijs, geheel of ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven wordt vergoed, onder de in lid 2 genoemde voorwaarden.
▌De voor zulke opdrachten te betalen prijs bestaat uit de vergoeding van alle daadwerkelijk door de contractant bij de uitvoering van het contract gedane uitgaven, zoals die voor arbeidskosten, materialen, verbruiksgoederen en het gebruik van apparatuur en infrastructuur die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het contract. Deze uitgaven worden verhoogd met hetzij een vast bedrag voor algemene kosten en winst, hetzij een bedrag voor de algemene kosten en een prestatievergoeding die afhangt van de vervulling van de doelstellingen inzake resultaten en tijdschema.
2. De aanbestedende dienst kan kiezen voor een geheel of ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven vergoede opdracht indien het feitelijk onmogelijk is een precieze vaste prijs vast te stellen en indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat een dergelijke vaste prijs onevenredig hoog zou uitvallen als gevolg van de onzekerheden die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht doordat:
a) de opdracht betrekking heeft op zeer complexe zaken of zaken waarvoor een beroep gedaan moet worden op een nieuwe technologie, en daardoor aanzienlijke technische onzekerheden met zich meebrengt; of
b) de werkzaamheden waarop de opdracht betrekking heeft om operationele redenen onmiddellijk moeten beginnen, terwijl nog geen vaste en definitieve totaalprijs vastgesteld kan worden doordat sprake is van significante onzekerheden of de uitvoering van het contract ten dele afhankelijk is van de uitvoering van andere contracten.
3. De maximumprijs van een opdracht die geheel of ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven wordt vergoed is de maximaal te betalen prijs. De maximumprijs mag slechts worden overschreden in naar behoren gemotiveerde uitzonderingsgevallen en met voorafgaande instemming van de aanbestedende dienst.
4. In de aanbestedingsstukken voor geheel of ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven vergoede opdrachten worden de volgende zaken vastgelegd:
a) de aard van de opdracht, namelijk dat het gaat om een opdracht die, tot een bepaalde maximumprijs, geheel of ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven wordt vergoed;
b) voor een ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven vergoede opdracht, de onderdelen van de opdracht waarvoor de gecontroleerde uitgaven gelden;
c) de hoogte van het maximumbedrag;
d) de gunningscriteria, die het met name mogelijk moeten maken de aannemelijkheid te beoordelen van de in de inschrijving opgegeven geraamde begroting, te vergoeden kosten, mechanismen volgens welke deze kosten worden vastgesteld, en winsten;
e) de aard van de in lid 1 bedoelde toeslag die op de uitgaven wordt toegepast;
f) de regels en procedures voor het bepalen van de subsidiabiliteit van de kosten die de inschrijver voor de uitvoering van het contract verwacht te maken, overeenkomstig de in lid 5 genoemde beginselen;
g) de boekhoudkundige regels waaraan de inschrijvers moeten voldoen;
h) indien het gaat om een ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven vergoede opdracht die in een opdracht tegen een vaste en definitieve prijs omgezet zal worden, de voor deze omzetting toe te passen parameters.
5. De door de contractant tijdens de uitvoering van een opdracht tegen kostenvergoedingsprijzen opgevoerde kosten zijn alleen subsidiabel indien zij:
a) ▌daadwerkelijk tijdens de looptijd van het contract zijn gemaakt, met uitzondering van de kosten voor de voor de uitvoering van het contract benodigde apparatuur, infrastructuur en immateriële vaste activa, die voor hun gehele aanschafwaarde als subsidiabel kunnen worden beschouwd;
b) ▌in de geraamde begroting, eventueel gewijzigd door de aanhangsels van het oorspronkelijke contract, zijn opgegeven;
c) ▌noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het contract;
d) ▌voortvloeien uit de uitvoering van het contract en daaraan toegerekend kunnen worden;
e) ▌identificeerbaar en controleerbaar zijn en zijn opgenomen in de boekhouding van de contractant en vastgesteld overeenkomstig de in het bestek en in het contract genoemde boekhoudkundige normen;
f) ▌voldoen aan de bepalingen van de toepasselijke fiscale en sociale wetgeving;
g) ▌niet afwijken van de bepalingen van het contract;
h) ▌redelijk en gerechtvaardigd zijn en voldoen aan de vereisten van goed financieel beheer, met name wat zuinigheid en efficiëntie betreft.
De contractant is verantwoordelijk voor het boeken van de kosten en het goed bijhouden van zijn boeken of van enig ander document dat nodig is om aan te tonen dat de kosten waarvoor hij om terugbetaling vraagt, daadwerkelijk zijn gemaakt en aan de in dit artikel vastgestelde beginselen voldoen. Kosten die niet kunnen worden gerechtvaardigd door de contractant worden als niet-subsidiabel beschouwd en de terugbetaling ervan wordt geweigerd.
6. De aanbestedende dienst verricht de volgende taken teneinde de goede uitvoering van de opdrachten tegen vergoeding op basis van gecontroleerde uitgaven te waarborgen:
a) hij stelt een zo realistisch mogelijke maximumprijs vast, met de nodige speelruimte om rekening te kunnen houden met technische onzekerheden;
b) hij zet een ten dele op basis van gecontroleerde uitgaven vergoede opdracht om in een opdracht tegen een vaste en definitieve prijs zodra het tijdens de uitvoering van het contract mogelijk is een dergelijke vaste en definitieve prijs vast te stellen; hij stelt daartoe parameters vast voor de omzetting van een contract dat is gesloten op basis van gecontroleerde uitgaven naar een contract tegen een vaste en definitieve prijs;
c) hij zorgt voor toezicht- en controlemaatregelen die met name in een voorlopig kostenramingssysteem voorzien;
d) hij stelt passende beginselen, instrumenten en procedures vast voor de uitvoering van de contracten, met name met het oog op de vaststelling en de controle van de subsidiabiliteit van de door de contractant of zijn subcontractanten tijdens de uitvoering van het contract opgevoerde kosten, en voor het wijzigen van het contract door middel van aanhangsels;
e) hij controleert of de contractant en zijn subcontractanten voldoen aan de in het contract vermelde boekhoudkundige normen en aan de verplichting boekhoudkundige stukken met bewijskracht te verstrekken;
f) hij vergewist zich tijdens de uitvoering van het contract voortdurend van de doeltreffendheid van de onder d) bedoelde beginselen, instrumenten en procedures.
Artikel 24Aanhangsels
De aanbestedende dienst en de contractanten kunnen het contract ▌door middel van een aanhangsel wijzigen, mits dit aanhangsel aan alle volgende voorwaarden voldoet:
a) het wijzigt het onderwerp van het contract niet;
b) het verstoort het economisch evenwicht van het contract niet;
c) het introduceert geen voorwaarden die, indien zij oorspronkelijk in de aanbestedingsdocumenten waren opgenomen, de toelating van andere inschrijvers dan die aanvankelijk zijn toegelaten of de selectie van een andere inschrijving dan de aanvankelijk geselecteerde inschrijving mogelijk zouden hebben gemaakt.
Artikel 25Uitvoering door subcontractanten
1. De aanbestedende dienst verzoekt de inschrijver een deel van de opdracht door middel van een open aanbesteding op het passende niveau van onderaanneming uit te besteden aan bedrijven buiten de groep waartoe de inschrijver behoort, met name aan nieuwe marktdeelnemers en kleine en middelgrote ondernemingen. ▌
1 bis. De aanbestedende dienst drukt het deel van de opdracht dat in onderaanneming moet worden gegeven, uit als een bereik tussen een minimum- en een maximumpercentage. Bij het bepalen van de percentages zorgt de aanbestedende dienst ervoor dat deze percentages in verhouding staan tot het doel en de waarde van de opdracht, de aard van de betreffende sector, en met name de mededingingsomstandigheden en het industriële potentieel die in die sector worden waargenomen.
1 ter. Indien de inschrijver in zijn inschrijving aangeeft dat hij niet van plan is een deel van de opdracht in onderaanneming te geven, of een deel dat kleiner is dan het bereik bedoeld in lid 1 bis, deelt hij de aanbestedende dienst de redenen hiervoor mee. De aanbestedende dienst brengt deze informatie ter kennis van de Commissie.
2. De aanbestedende dienst kan de door de gegadigde tijdens de aanbestedingsprocedure of door de geselecteerde inschrijver tijdens de uitvoering van de opdracht geselecteerde subcontractanten afwijzen. Hij geeft een schriftelijke onderbouwing van de afwijzing, die alleen mag berusten op de criteria die voor de selectie van de inschrijvers voor de hoofdopdracht zijn toegepast.
HOOFDSTUK VI DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 26Programmering
De Commissie stelt een jaarlijks werkprogramma op in de vorm van een plan voor de uitvoering van de acties die nodig zijn ter verwezenlijking van de in artikel 2, lid 4, bedoelde doelstellingen van het Galileo-programma, volgens de in artikel 3 bedoelde fasen, en van de in artikel 2, lid 5, bedoelde doelstellingen van het Egnos-programma. Het jaarlijks werkprogramma voorziet tevens in de financiering voor deze acties.
Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoekprocedure als bedoeld in artikel 35, lid 3.
Artikel 27 Acties door de lidstaten
▌▌ De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de programma's goed werken, inclusief maatregelen voor de bescherming van op hun grondgebied gevestigde grondstations die op zijn minst gelijkwaardig zijn aan de maatregelen voor de bescherming van Europese kritieke infrastructuren zoals bedoeld in Richtlijn 2008/114/EG van de Raad[21]. De lidstaten nemen geen maatregelen die nadelig kunnen zijn voor de programma's of de via de exploitatie ervan geleverde diensten, in het bijzonder met betrekking tot de continuïteit van de werking van de infrastructuren.
Artikel 28Internationale overeenkomsten
De Unie kan in het kader van de programma's met derde landen en internationale organisaties overeenkomsten ▌sluiten overeenkomstig de procedure van artikel 218 VWEU.
Artikel 29Technische bijstand
Voor de uitvoering van de technische taken als bedoeld in artikel 13, lid 2, kan de Commissie een beroep doen op de nodige technische bijstand, met name op de capaciteit en de deskundigheid van de op het gebied van ruimtevaart bevoegde nationale instanties of op bijstand door onafhankelijke deskundigen en ▌entiteiten die in staat zijn onpartijdige analyses en adviezen over het verloop van de programma's te verstrekken.
De entiteiten die naast de Commissie betrokken zijn bij het publieke beheer van de programma's, met name het Europees GNSS-Agentschap en het ESA, kunnen ook van dezelfde technische bijstand gebruikmaken bij de uitvoering van de hun krachtens deze verordening opgedragen taken.
Artikel 30Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
1. De Commissie zorgt ervoor dat de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer gewaarborgd wordt bij het ontwerp, de uitvoering en de exploitatie van de systemen, en dat daarin passende waarborgen worden opgenomen.
2. Elke verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van de taken en activiteiten krachtens deze verordening gebeurt overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens, met name Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[22] en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[23].
Artikel 31Bescherming van de financiële belangen van de Unie
1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.
2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden[24] controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken marktdeelnemers uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.
Onverminderd de eerste en de tweede alinea verlenen de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en -besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.
Artikel 32Informatieverstrekking aan het Europees Parlement en de Raad
1. De Commissie ziet toe op de tenuitvoerlegging van deze verordening. Elk jaar bij de indiening van het voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van de programma's. Dat verslag bevat alle informatie in verband met de programma's, met name met betrekking tot risicobeheer, totale kosten, jaarlijkse exploitatiekosten, inkomsten, tijdschema en prestaties als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder d), en wat betreft de werking van de overeenkomstig artikel 15, lid 1 bis, en artikel 16, lid 1, gesloten delegatieovereenkomsten. Het verslag omvat onder meer:
a) een overzicht van de toewijzing van middelen aan de programma's en van het gebruik van die middelen als bedoeld in artikel 7, lid 3;
b) informatie over de door de Commissie gevolgde kostenbeheersingsstrategie als bedoeld in artikel 10, lid 3 bis;
c) een beoordeling van het beheer van intellectuele-eigendomsrechten;
d) een overzicht van de uitvoering van de projectbeheerssystemen en -technieken, met inbegrip van risicobeheersystemen en -technieken, als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder d);
e) een evaluatie van de maatregelen die zijn genomen om de sociaaleconomische voordelen van de programma's te maximaliseren.
2. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de tussentijdse en definitieve resultaten van de evaluatie van de inschrijvingen op aanbestedingen bij de door het Europees GNSS-Agentschap en het ESA met bedrijven gesloten contracten, overeenkomstig artikel 15, lid 3 bis, respectievelijk artikel 16, lid 1, onder c).
Zij stelt hen tevens in kennis van:
a) elke herschikking van middelen tussen uitgavencategorieën overeenkomstig artikel 10, lid 1 ter;
b) ieder effect op de programma's Galileo en Egnos ten gevolge van de toepassing van artikel 8, lid 2.
Artikel 33Evaluatie van de toepassing van deze verordening
1. Uiterlijk op 30 juni 2017 legt de Commissie een evaluatieverslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor aan het Europees Parlement en de Raad voor een besluit over de voortzetting, wijziging of schorsing van de ter uitvoering van deze verordening genomen maatregelen; dit verslag heeft betrekking op:
a) de verwezenlijking van de doelstellingen van die maatregelen, wat betreft zowel de resultaten als de gevolgen;
b) het doelmatige gebruik van hulpbronnen;
c) de toegevoegde waarde voor Europa.
Voorts wordt bij de evaluatie onderzoek gedaan naar de technologische ontwikkelingen met betrekking tot de systemen, de mogelijkheden voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang, de relevantie van de doelstellingen en de mate waarin de maatregelen bijdragen tot de prioriteiten van de Unie op het gebied van slimme, duurzame en inclusieve groei. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de resultaten van evaluaties van de gevolgen op lange termijn van eerdere maatregelen.
2. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de voortgang ten opzichte van de doelstellingen van de programma's Galileo en Egnos zoals vastgesteld in artikel 2, leden 4 en 5, aan de hand van ▌prestatie-indicatoren zoals:
a) voor Galileo, voor wat betreft:
i) de stationering van de infrastructuur ervan:
- het aantal operationele satellieten en de beschikbaarheid ervan en het aantal beschikbare reservesatellieten aan de grond versus het aantal geplande satellieten als vermeld in de delegatieovereenkomst;
- de feitelijke beschikbaarheid van de onderdelen van de grondinfrastructuur (zoals grondstations, controlecentra) versus de geplande beschikbaarheid;
ii) het niveau van de dienstverlening:
- een overzicht van de beschikbaarheid van elke dienst in vergelijking met het document waarin de dienstverlening wordt gedefinieerd;
iii) de kosten:
- een kostenprestatie-index voor ieder belangrijk kostenonderdeel van het programma op basis van de verhouding tussen de werkelijke kosten en de begrote kosten;
iv) het tijdschema:
- een termijnnalevingsindex voor ieder belangrijk onderdeel van het programma, op basis van een vergelijking van de begrote kosten voor uitgevoerde werkzaamheden met de begrote kosten voor geplande werkzaamheden;
v) het marktniveau:
- de marktontwikkeling op basis van het percentage Galileo- en Egnos-ontvangers ten opzichte van het totale aantal ontvangers zoals vermeld in het door het Europees GNSS-Agentschap opgestelde marktverslag als bedoeld in artikel 15, lid 1, onder c);
b) voor Egnos, voor wat betreft:
i) de uitbreiding van de dekking:
- de voortgang van de uitbreiding van de dekking tegenover het overeengekomen plan voor uitbreiding van de dekking;
ii) het niveau van de dienstverlening:
- een index van de beschikbaarheid van diensten op basis van het aantal luchthavens met operationele Egnos-naderingsprocedures tegenover het totale aantal luchthavens met Egnos-naderingsprocedures;
iii) de kosten:
- een kostenprestatie-index op basis van de verhouding tussen de werkelijke kosten en de begrote kosten;
iv) het tijdschema:
- een termijnnalevingsindex op basis van een vergelijking van de begrote kosten voor uitgevoerde werkzaamheden met de begrote kosten voor geplande werkzaamheden.
3. De bij de uitvoering van deze verordening betrokken entiteiten voorzien de Commissie van de benodigde gegevens en informatie voor het toezicht op en de evaluatie van de betrokken maatregelen.
HOOFDSTUK VII
DELEGATIE EN UITVOERINGSMAATREGELEN
Artikel 34
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 14, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 1 januari 2014.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5. Een overeenkomstig artikel 14, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 35Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité ▌. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
4. Vertegenwoordigers van het Europees GNSS-Agentschap en van het ESA worden als waarnemers betrokken bij het werk van het comité, onder de bij het reglement van orde ervan vastgestelde voorwaarden.
5. Overeenkomstig artikel 28 door de Unie gesloten internationale overeenkomsten kunnen, indien passend, voorzien in de deelname van vertegenwoordigers van derde landen of van internationale organisaties aan de werkzaamheden van het comité, onder de bij het reglement van orde ervan vastgestelde voorwaarden.
5 bis. Het comité komt op gezette tijden bijeen, bij voorkeur vier maal per jaar, op kwartaalbasis. De Commissie verstrekt voor iedere vergadering een verslag over de voortgang van de programma's. Deze verslagen geven een algemeen overzicht van de status van en de ontwikkelingen met betrekking tot de programma's, met name voor wat betreft risicobeheer, kosten, schema en prestatie. In deze verslagen worden ten minste eenmaal per jaar de in artikel 33, lid 2, bedoelde prestatie-indicatoren opgenomen.
HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN
Artikel 36Intrekkingen
1. De verordeningen (EG) nr. [876/2002 en] (EG) nr. 683/2008 worden met ingang van 1 januari 2014 ingetrokken.
1 bis. Op basis van de Verordeningen (EG) nr. [876/2002 of] (EG) nr. 683/2008 genomen maatregelen blijven geldig.
2. ▌
Verwijzingen naar de ingetrokken Verordening (EG) nr. 683/2008 gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in de bijlage opgenomen transponeringstabel.
Artikel 37Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te ...,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
BIJLAGE
Transponeringstabel
|
▌Verordening (EG) nr. 683/2008▌ |
▌Deze verordening ▌ |
|
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
|
Artikel 4 |
Artikel 8 |
|
|
Artikel 5 |
Artikel 4 |
|
|
Artikel 6 |
Artikel 9 |
|
|
Artikel 7 |
Artikel 5 |
|
|
Artikel 8 |
Artikel 6 |
|
|
Artikel 9 |
Artikel 7 |
|
|
Artikel 10 |
Artikel 10 |
|
|
Artikel 11 |
Artikel 11 |
|
|
Artikel 12, lid 1 Artikel 12, leden 2 en 3 |
Artikel 12 Artikel 13 |
|
|
Artikel 13, lid 1 Artikel 13, leden 2 en 3 Artikel 13, lid 4 |
Artikel 13 Artikel 14 Artikel 17 |
|
|
Artikel 14 |
Artikel 18 |
|
|
Artikel 15 |
Artikel 26 |
|
|
Artikel 16 |
Artikel 15 |
|
|
Artikel 17 |
Artikelen 19 tot en met 25 |
|
|
Artikel 18 |
Artikel 16 |
|
|
Artikel 19 |
Artikel 35 |
|
|
Artikel 20 |
Artikel 30 |
|
|
Artikel 21 |
Artikel 31 |
|
|
Artikel 22 |
Artikel 32 |
|
|
Artikel 23 |
|
|
|
Artikel 24 |
Artikel 37 |
|
|
Bijlage |
Artikel 1 |
|
BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE
Gezamenlijke verklaring
van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie
over het
GALILEO INTERINSTITUTIONEEL PANEL ("GIP")
1. Gezien het belang, het unieke karakter en de gecompliceerdheid van de Europese GNSS-programmma’s, het feit dat de Unie de uit de programma’s resulterende systemen in eigendom zal hebben, de volledige financiering van de programma’s uit de communautaire begroting in de periode 2014-2020, erkennen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de noodzaak van nauwe samenwerking tussen de drie instellingen.
2. Er zal een Galileo Interinstitutioneel Panel (GIP) bijeenkomen om voor iedere instelling de uitoefening van haar verantwoordelijkheid te vergemakkelijken. Daartoe wordt het GIP opgericht om de volgende zaken op de voet te volgen:
(a) de vorderingen met de uitvoering van de Europese GNSS-programma’s, met name met betrekking tot de uitvoering van de aanbestedingen en contracten, met name met betrekking tot het ESA;
(b) de internationale overeenkomsten met derde landen, onverminderd de bepalingen van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
(c) de voorbereiding van de satellietnavigatiemarkten;
(d) de doeltreffendheid van de beheersregelingen; en
(e) de jaarlijkse evaluatie van het werkprogramma.
3. Overeenkomstig de bestaande regels zal het GIP de nodige discretie in acht nemen, met name gezien de commercieel vertrouwelijke en gevoelige aard van bepaalde gegevens.
4. De Commissie zal rekening houden met de door het GIP ingenomen standpunten.
5. Het GIP zal bestaan uit zeven vertegenwoordigers, waarvan:
- drie van de Raad,
- drie van het Europees Parlement,
- één van de Commissie,
en zal geregeld bijeenkomen (in beginsel viermaal per jaar).
6. Het GIP heeft geen invloed op de bestaande verantwoordelijkheden en interinstitutionele betrekkingen.
- [1] PB C 181 van 21.6.2012, blz. 179.
- [2] PB C 181 van 21.6.2012, blz. 179.
- [3] Standpunt van het Europees Parlement van ... (nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van ...
- [4] PB….
- [5] PB…
- [6] PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.
- [7] PB L 287 van 4.11.2011, blz. 1.
- [8] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
- [9] PB C 380 E van 11.12.2012, blz. 9.
- [10] PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1.
- [11] PB L 246 van 20.07.04, blz. 30.
- [12] PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.
- [13] PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1.
- [14] PB L 141 van 27.5.2011, blz. 17.
- [15] PB C 304 van 15.10.2011, blz. 7.
- [16] PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7.
- [17] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
- [18] PB L 138 van 28.5.2002, blz. 1.
- [19] Waarvan ten hoogste 113 miljoen euro (in lopende prijzen) voor uitgaven betreffende het beheer van het GSA
- [20] PB L 141 van 27.5.2011, blz. 17.
- [21] PB L 345 van 23.12.2008, blz. 75.
- [22] PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
- [23] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
- [24] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.
TOELICHTING
Het Europese beleid inzake satellietnavigatie zal de Unie voorzien van twee systemen voor satellietnavigatie, een systeem dat in het kader van het Galileo-programma is ingesteld en het Egnos-systeem. De technologieën van het Global Navigation Satellite System (wereldwijd satellietnavigatiesysteem, GNSS), die zeer betrouwbare en nauwkeurige bepalingen van positie, snelheid en tijd mogelijk maken, zijn van fundamenteel belang om de efficiëntie in veel sectoren van de economie en in veel aspecten van het dagelijkse leven van de burger te vergroten.
Het Galileo-programma zal in 2013 nog niet volledig operationeel zijn zoals was gepland. Aangezien de financiering en het bestuur van Galileo en Egnos na 2013 niet zijn geregeld in de GNSS-verordening uit 2008, is er een nieuwe wettelijke basis nodig om ervoor te zorgen dat het systeem op de lange termijn operationeel blijft en onderhouden en beheerd wordt.
De rapporteur verleent zijn krachtige steun aan de doelstelling van het Galileo-programma om het eerste wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS) onder civiele controle op te zetten dat volledig onafhankelijk is van andere bestaande systemen, interoperabel is met andere navigatiesystemen en bedoeld is om ononderbroken GNSS-diensten te leveren.
Satellietnavigatie is al essentieel voor het vervoer en de industrie in Europa en het is belangrijk niet meer afhankelijk te zijn van het Amerikaanse GPS en het Russische GLONASS-systeem voor plaatsbepaling, navigatie en tijd. Europese GNSS-diensten moeten worden verleend via Europese infrastructuur, die voor zijn betrouwbaarheid niet afhankelijk is van de prioriteiten van het Amerikaanse, het Russische of het Chinese leger.
Bijdrage en begrotingsmechanismen
Het begrotingsvoorstel van de Commissie voor deze GNSS-verordening voorziet in een gemiddelde van 1 miljard euro per jaar (in prijzen van 2011) voor de zeven jaren die zich over de periode 2014 - 2020 uitstrekken.
De door de rapporteur voorgestelde verdeling van de begrotingsmiddelen vindt plaats volgens de verschillende segmenten van de programma's:
- de activiteiten in verband met de segmenten ruimte en aanvulling van het Galileo-programma, inclusief, maar niet beperkt tot, de stationering van de referentieconstellatie samen met de benodigde reserves, de hiermee verbonden lanceringen, de aanvulling wegens veroudering en de ontwikkeling van een nieuwe generatie satellieten.
- de activiteiten in verband met de segmenten grond en dienstverlening van het Galileo-programma, inclusief, maar niet beperkt tot, de groei van de beheercapaciteit van 18 naar 24 satellieten, de herprofilering van de "Safety of Life"- en de commerciële diensten, de stationering en exploitatie van ontvangstplaatsen, de exploitatie van stations, de stationering en exploitatie van de dienstvoorzieningencentra (inclusief het prestatiecentrum Geodesie en timing), het dienstencentrum, het onderhoud van de ontvangstplaatsen, het personeel per centrum, het onderhoud van het ruimtesegment, de exploitatie en de systeemondersteuning van het telecommunicatienetwerk; de activiteiten in verband met de maximalisering van de sociaaleconomische voordelen van het programma.
- de activiteiten in verband met de exploitatie van het Egnos-systeem, inclusief, maar niet beperkt tot, het exploitatiecontract voor de exploitatie en het onderhoud van het systeem, het actualiseren en de veroudering van de technologie, met inachtneming van de verschillende versies van het systeem, het exploitatiecontract voor de transponders en de uitbreiding van de geografische dekking van de diensten; de activiteiten in verband met de maximalisering van de sociaaleconomische voordelen van het programma.
- de activiteiten in verband met het beheer van de programma's, inclusief, maar niet beperkt tot, het ontwerp en de aanbesteding, de groei van het systeem, het beheer van het beveiligingscentrum, het exploitatiebeheer en de administratieve kosten.
De Commissie moet, in haar functie als beheerder van de middelen, de noodzakelijke flexibiliteit hebben om middelen van het ene naar een ander segment over te kunnen hevelen, tot een maximum van 10% van het totale bedrag.
In de oorspronkelijke verdeling van de begroting waren geen activiteiten inbegrepen voor de maximalisering van de sociaaleconomische voordelen van het programma in downstreammarkten voor toepassingen vanaf de lancering in 2014 van de eerste Galileo-diensten.
De benodigde ondersteuning voor toepassingen bedraagt ongeveer 300 miljoen euro (ongeveer 150 miljoen euro voor onderzoek en ontwikkeling en ongeveer 150 miljoen euro voor de bevordering van het gebruik van toepassingen en de invoering van de EGNSS-technologie in de gehele EU). De begroting voor onderzoek en ontwikkeling moet worden gerealiseerd binnen het kader van Horizon 2020.
De governance van de programma's
De rol van de Commissie
De Commissie moet de aan de programma's toegewezen middelen beheren en zorg dragen voor de uitvoering van alle activiteiten van de programma's, inclusief de activiteiten die aan het Europees GNSS-agentschap (GSA) en het Europees Ruimteagentschap (ESA) zijn gedelegeerd.
De rollen van de Commissie, het GSA en het ESA moeten duidelijk zijn en elkaar uitsluiten in het belang van de efficiëntie en de verantwoordelijkheid. Het herhalen van capaciteiten die al beschikbaar zijn binnen de diensten van de Commissie, het ESA of het GSA moet worden vermeden. De Commissie moet zich richten op het toezicht op de programma's en de belangrijkste doelstellingen van het programma bepalen, de financiële en aanbestedingsregels vaststellen, de belangrijkste financiële middelen toewijzen en de beheerstructuur vaststellen en controleren.
De Commissie moet gebruikmaken van de diensten van het GSA, dat optreedt als de exploitant van GNSS voor de koppeling met de gebruikers, het leveren van de diensten, het exploiteren van de infrastructuur en het ontwikkelen van de toepassingen, en dat op een scala van gebieden actief verantwoordelijk is voor de invoering van GNSS.De verordening moet een gefaseerde implementatie mogelijk maken, waarbij eerst de onmiddellijke en dringende activiteiten worden uitgevoerd (de exploitatie van Egnos en van de Galileo-beveiligingscentra), voordat de overige, andersoortige programmatische en technische taken worden overgedragen.
De Commissie moet, gebruikmaken van de diensten van het ESA, dat optreedt als het ruimteagentschap voor de Europese Unie, en zij moet aan het ESA de verantwoordelijkheid (technisch en contractueel) overdragen voor het ontwerp van de systemen, het voorstellen en implementeren van onderzoek en technologie, de ontwikkeling, de stationeringsactiviteiten en het bieden van technische ondersteuning aan het GSA inzake kwesties met betrekking tot de infrastructuur. De structuur en de bevoegdheden om deze taken uit te voeren zijn reeds bij het ESA aanwezig.
De rol van het GSA
Het GSA is het orgaan dat het GNSS exploiteert en richt zich op de activiteiten in verband met de maximalisatie van de sociaaleconomische voordelen van de programma's. De Commissie moet, in haar functie als beheerder van de middelen, kredieten die zijn vrijgemaakt voor de stationerings- en exploitatierisico's (satellietstoringen, lanceringsrisico's, vertragingen, onvoorziene gebeurtenissen in verband met de exploitatie) die niet voor dit doel worden gebruikt, opnieuw kunnen toewijzen ten behoeve van de activiteiten die verband houden met de maximalisering van de sociaaleconomische voordelen van de programma's.
Het GSA moet:
- zorgen voor de veiligheidsaccreditatie via zijn Raad voor de veiligheidsaccreditatie, evenals voor de exploitatie van het Galileo-veiligheidscentrum;
- de systemen promoten en commercialiseren, met inbegrip van het leggen van nauwe contacten met de gebruikers en potentiële gebruikers van EGNSS door het uitvoeren van marktanalyse en het verzamelen van informatie over de behoeften van de gebruiker en de ontwikkelingen op de satellietnavigatiemarkt.
De activiteiten ter bevordering van het gebruik van de toepassingen en ten behoeve van de invoering van de Europese GNSS-technologie moeten in deze verordening worden opgenomen en bestaan uit de volgende aan het Europees GNSS-agentschap toegewezen taken:
- een plan opstellen en beheren dat is gebaseerd op de prioriteiten van de verschillende markten voor toepassingen, waarbij een routekaart voor de invoering per toepassingsgebied wordt opgesteld;
- gebieden identificeren waar het gebruik van GNSS sociaaleconomische voordelen kan bieden en de Commissie richtlijnen voor reguleringsmaatregelen presenteren die op EU-niveau zouden kunnen worden ingevoerd of aangenomen teneinde te profiteren van deze voordelen;
- keuring en certificatie van de toepassingen verrichten wanneer dit de belangen van de EU ondersteunt;
- aan EGNSS toegewezen O&O-middelen beheren met het oog op de ontwikkeling en het gebruik van toepassingen en diensten voor de satellietnavigatiemarkt, met speciale aandacht voor kmo's, met inbegrip van de middelen die voor dit doel zijn vrijgemaakt in het kader van Horizon 2020;
- activiteiten uitvoeren die gericht zijn op de invoering van EGNSS-toepassingen door de gehele EU, Europese exellentiecentra die zijn gespecialiseerd in specifieke sectoren van EGNSS-toepassingen en -systemen identificeren en met elkaar verbinden, het netwerk van deze centra beheren en combineren met de deskundigheid van openbare autoriteiten, universiteiten, onderzoekscentra, gebruikersgemeenschappen en de industrie, met speciale aandacht voor kmo's.
De rol van het ESA:
Het ESA moet:
- de technische oplossingen die nodig zijn voor het programma definiëren en voorstellen;
- de ontwikkeling van de infrastructuur beheren overeenkomstig de doelstellingen van het programma;
- de contracten met de ondernemingen die de infrastructuren aanleggen afsluiten en beheren;
- de andere internationale systemen evalueren;
- de evolutie en de voorbereidende werkzaamheden voor de toekomst voorstellen en uitvoeren;
- Europese technische bekwaamheid handhaven en ontwikkelen, met name door onderzoeks- en technologieactiviteiten;
- als architect van het orgaan dat verantwoordelijk is voor de exploitatie zijn technische bijstand en zijn advies geven voor het uitvoeren van exploitatieactiviteiten.
Het Europees Ruimteagentschap werkt samen met het Europees GNSS-agentschap op basis van werkafspraken, inclusief de volledige delegatie door het Europees GNSS-agentschap aan het Europees Ruimteagentschap.
Deze werkafspraken zijn met name gericht op de rol van het Europees Ruimteagentschap in:
- het concept, het ontwerp, het toezicht en de validering in het kader van de ontwikkeling van toekomstige generaties van de systemen;
- de technische bijstand in het kader van de exploitatie en het onderhoud van de bestaande generatie systemen.
Afsluitende opmerkingen:
Wat Egnos betreft is de rapporteur van mening dat er met absolute prioriteit moet worden gezorgd voor volledige dekking van het grondgebied van de lidstaten. Egnos zal zo spoedig mogelijk in de gehele EU beschikbaar worden gesteld. Ook zou het wenselijk zijn de dekking uit te breiden tot het grondgebied van kandidaat-lidstaten en derde landen die onder het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het Europees nabuurschapsbeleid vallen.
In de Samenvatting van de effectbeoordeling bij dit voorstel voor een verordening wordt gesteld dat 6% - 7% van het Europees BBP27, te weten 800 miljard euro, reeds afhankelijk is van het Amerikaanse GPS-systeem. De voorgestelde GNSS-programma's zullen 68,63 miljard euro (in lopende prijzen en overeenkomstig de richtsnoeren inzake effectbeoordelingen) van de nettowinst voor de Unie opbrengen gedurende de levenscyclus van 2014 tot 2034 van het systeem. Om die reden is een bedrijfsplan van het Europees GNSS-agentschap (GSA) om deze markt te laten groeien essentieel.
Het succes van Galileo en Egnos zal worden afgemeten aan het aantal gebruikers en de mate waarin zij hier tevreden over zijn. Het is van groot belang om een exploitatiestructuur op te zetten met een permanente en gestructureerde koppeling met de gebruikers, die verantwoordelijk is voor de kwaliteit en continuïteit van de diensten.
De rapporteur benadrukt dat vertragingen, kostenstijgingen en gemiste voordelen moeten worden vermeden.
Het is daarom essentieel dat er goede governance is en dat de waarde van het Europees GNSS wordt bevorderd en kenbaar wordt gemaakt aan de markt.
ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (10.7.2012)
aan de Commissie industrie, onderzoek en energie
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen
(COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD))
Rapporteur voor advies: Sampo Terho
BEKNOPTE MOTIVERING
De Europese satellietnavigatiesystemen, vastgesteld in het kader van de programma's Galileo en Egnos, zijn vlaggenschipprojecten van de Unie. Ze worden beheerd door de Unie en het doel ervan is de strategische onafhankelijkheid en autonomie van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, met name op het gebied van mondiale infrastructuur voor navigatie en plaatsbepaling.
De huidige Europese afhankelijkheid van het Amerikaanse GPS-systeem is van meet af aan aangevoerd als fundamentele reden voor het Galileo-project. In vredestijd en onder normale omstandigheden is deze afhankelijkheid niet zo problematisch, maar in tijden van crisis en noodsituaties is het van belang dat veiligheids- en ander personeel over een betrouwbaar, door de Europeanen beheerd systeem kunnen beschikken dat de crisisbeheersing van de Unie en haar lidstaten een toegevoegde waarde geeft.
Het Galileo-programma heeft politieke, operationele, industriële en technologische aspecten, en biedt bovendien mogelijkheden voor veiligheid en defensie. De essentiële doelen en voordelen op het gebied van veiligheid van het Galileo-systeem betreffen met name plaatsbepaling en navigatie, opsporings- en reddingsdiensten (SAR) en GVDB-missies en ‑operaties. De rapporteur is van mening dat voor laatstgenoemde toepassingsterreinen grondiger aangepakt moeten worden in het voorstel van de Europese Commissie, en meent derhalve dat het aspect van de tweeledige gebruiksmogelijkheid besproken moet worden.
De kosten van het Galileo-programma zijn geraamd op ongeveer 20 miljard euro in totaal, waarvan al een groot bedrag is besteed. Derhalve adviseert de rapporteur de Unie en de lidstaten alle mogelijkheden van het systeem te benutten. De toepassing van de mogelijkheden op het gebied van veiligheid moet facultatief zijn voor de lidstaten, en zij moeten beslissen of ze het systeem al dan niet willen gebruiken. Sommige zullen misschien besluiten dat niet te doen, maar veel lidstaten hebben al aangegeven dat ze geïnteresseerd zijn in gebruikmaking van dit aspect van het systeem. Het moet de plicht zijn van de wetgever voorlichting en advies te verschaffen en de mogelijkheid te bieden om die optie te benutten. De rapporteur is wel van mening dat de Unie verplicht gebruik moet maken van de volledige mogelijkheden van Galileo. De rapporteur is voorstander van transparantie in deze kwestie, want het is duidelijk dat de Europese satellietnavigatiesystemen gebruikt zullen worden door Europese veiligheidsdiensten, met inbegrip van militaire diensten.
Het Galileo-systeem moet door civiele bestuurlijke instanties worden gecontroleerd. De rapporteur meent echter dat de synergie tussen civiele en militaire instanties vergroot moet worden en de coördinatie tussen verschillende programma's verbeterd. De uiteindelijke vraag blijft hoe het systeem optimaal moet worden beheerd, op zodanige wijze dat de onafhankelijkheid in crisis- en noodsituaties is gewaarborgd. In dat opzicht zijn de ervaringen die zijn opgedaan bij onder meer het conflict in Libië belangrijk met betrekking tot de toekomstige satellietnavigatiesystemen. Gezamenlijk beheer en controle kunnen uitgebreide voordelen opleveren. In dit licht dient de mogelijkheid om de satellietnavigatiesystemen op expertiseniveau te koppelen met de Europese Dienst voor extern optreden gezien te worden als in overeenstemming met de rol en de taken van deze dienst.
AMENDEMENTEN
De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Het Galileo-programma beoogt de eerste specifiek voor civiele doeleinden ontworpen mondiale infrastructuur voor navigatie en plaatsbepaling per satelliet in te voeren en te exploiteren. Het door het Galileo-programma ingestelde systeem is geheel onafhankelijk van de andere systemen die bestaan of zouden kunnen ontstaan. |
(2)Het Galileo-programma beoogt de eerste specifiek voor civiele doeleinden ontworpen mondiale infrastructuur voor navigatie en plaatsbepaling per satelliet in te voeren en te exploiteren, die door verschillende Europese actoren, staten en agentschappen gebruikt kan worden. Het door het Galileo-programma ingestelde systeem functioneert onafhankelijk van de andere systemen die bestaan of zouden kunnen ontstaan, en dragen zo bij tot de strategische onafhankelijkheid en autonomie van de Unie, zoals benadrukt in 2007 door het Europees Parlement en de Raad. |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(3 bis) De Unie onderkent dat per definitie geen ruimtebeleid geïsoleerd van andere relevante actoren in de ruimte kan worden gevoerd. Internationale samenwerking is een fundamenteel onderdeel van het Galileo-programma en de Commissie moet, in nauwe samenwerking met het Europees Ruimteagentschap (ESA) en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), leiding blijven geven aan de ruimtevaartdialoog met strategische partners en opkomende ruimtevaartmogendheden. |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(4 bis) In zijn conclusies over het Gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid van 1 december 2011 heeft de Raad de toenemende vraag naar een slagvaardiger, samenhangender en strategischer optreden van de Europese Unie in mondiaal verband benadrukt, opnieuw gewezen op de blijvende noodzaak van een alomvattend beleid en gewezen op het belang van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), dat dient te worden ondersteund door voldoende en adequate personele en materiële capaciteit en ondersteuning voor de analyse van inlichtingen. Bovendien prees de Raad de inzet van de lidstaten in specifieke concrete projecten, waarbij het Europees Defensieagentschap (EDA) een faciliterende rol speelt, zoals op onderstaande gebieden: inlichtingen, observatie en verkenning met inbegrip van situationeel bewustzijn in de ruimte en militaire satellietcommunicatie, en verklaarde uit te zien naar de concrete invulling van deze projecten op zo kort mogelijke termijn, evenals naar de ontwikkeling van andere projecten waarin bestaande initiatieven worden gebundeld, zoals maritieme observatie en satellietcommunicatie. |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 4 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(4 ter) In de resolutie van de zevende zitting van de Ruimteraad van 25 november 2010 verzocht de Raad de Europese Commissie, de Europese Raad, bijgestaan door het EDA, alsook de lidstaten en het Europees Ruimteagentschap (ESA) na te gaan hoe de huidige en toekomstige behoeften aan capaciteit voor crisisbeheersing kunnen worden ondervangen door een kostenefficiënte toegang tot krachtige, veilige en reactieve ruimtevaartsystemen en -diensten (wereldwijde satellietcommunicatie, aardobservatie, plaats- en tijdsbepaling) en door optimale gebruikmaking, waar mogelijk, van synergieën op het gebied van tweeërlei gebruik. Bijgevolg was de Raad verheugd over de toenemende ondersteuning door het Satellietcentrum van de Europese Unie (EUSC) van de EU-missies en -operaties en heeft aanbevolen passende regelingen op te zetten om de diensten die het EUSC aan EU-missies en -operaties verleent doeltreffender en nationale satellietbeeldprogramma's toegankelijker te maken. Bovendien heeft de Raad erkend dat de Europese economie en het Europese beleid, en vooral het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, in toenemende mate afhankelijk zijn van ruimtesystemen, en dat de infrastructuur van dergelijke systemen van levensbelang is voor een autonome Europese besluitvorming, en dat er passende maatregelen moeten komen om deze systemen vanaf hun vroegste ontwikkelingsstadia te bewaken en te beveiligen. |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(5) Aangezien de programma's zich in een vergevorderd stadium bevinden dat resulteert in systemen in de exploitatiefase, moeten zij een specifieke rechtsgrondslag krijgen, die geschikt is om aan hun behoeften te voldoen, met name op het gebied van de governance, en te beantwoorden aan de eis van goed financieel beheer. |
(5) Aangezien de programma's zich in een vergevorderd stadium bevinden dat resulteert in systemen in de exploitatiefase, moeten zij een specifieke rechtsgrondslag krijgen, die geschikt is om aan hun behoeften te voldoen, met name op het gebied van de governance, gezamenlijke verantwoordelijkheid en gebruik, alsook van de beveiliging van de systemen, en te beantwoorden aan de eis van goed financieel beheer. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 6 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(6) De op grond van de Europese satellietnavigatieprogramma's ingevoerde systemen zijn infrastructuren die zijn opgezet als trans-Europese netwerken waarvan het gebruik de nationale grenzen van de lidstaten ver overschrijdt. Voorts dragen de via deze systemen aangeboden diensten in het bijzonder bij tot de ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van vervoers-, telecommunicatie- en energie-infrastructuren. |
(6) De op grond van de Europese satellietnavigatieprogramma's ingevoerde systemen zijn infrastructuren die zijn opgezet als trans-Europese netwerken waarvan het gebruik de nationale grenzen van de lidstaten ver overschrijdt. Voorts dragen de via deze systemen aangeboden diensten in het bijzonder bij tot de ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van vervoers-, telecommunicatie- en energie-infrastructuren. Het gebruik van de diensten door de Unie en de lidstaten op andere terreinen, zoals politie, grensbeheer, crisisbeheersing en defensie, moet worden gestimuleerd, zodat een grotere impuls wordt gegeven aan de civiel-militaire samenwerking. |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(8) Gezien het toenemende gebruik dat op allerlei gebieden van satellietnavigatie wordt gemaakt, kan een onderbreking van de dienstlevering in moderne samenlevingen voor ernstige schade zorgen. Bovendien zijn de satellietnavigatiesystemen vanwege hun strategische dimensie gevoelige infrastructuren, die met name kwetsbaar zijn voor gebruik met kwaadaardige bedoelingen. De bovengenoemde aspecten kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten. Daarom moet bij het ontwerp, de installatie en de exploitatie van de uit de programma's Galileo en Egnos voortvloeiende infrastructuren rekening worden gehouden met de beveiligingsvereisten. |
(8) Gezien het toenemende gebruik dat op allerlei gebieden van satellietnavigatie wordt gemaakt, kan een onderbreking van de dienstlevering in moderne samenlevingen voor ernstige schade zorgen. Zowel het Galileo- als het Egnos-programma draagt aanzienlijk bij tot de strategische onafhankelijkheid en autonomie van de Unie. Bovendien zijn de satellietnavigatiesystemen vanwege hun strategische dimensie gevoelige infrastructuren, die met name kwetsbaar zijn voor gebruik met kwaadaardige bedoelingen door staten en particuliere actoren. De bovengenoemde aspecten kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid van de Unie, haar lidstaten en haar burgers. Daarom moet bij het ontwerp, de installatie en de exploitatie van de uit de programma's Galileo en Egnos voortvloeiende infrastructuren rekening worden gehouden met de beveiligingsvereisten, overeenkomstig standaardpraktijken en met instemming van alle exploitanten van het systeem. Er moet capaciteit in de lidstaten alsook in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) worden ontwikkeld om spoofing- en/of storingsaanvallen op het versleutelde PRS-signaal (Public Regulated Service) te voorkomen en de veiligheid van kritieke infrastructuur te waarborgen. Voorts dienen de Commissie en de Raad de procedureel-technische veiligheidsvoorwaarden te creëren om de open dienst tot een geografisch gebied te kunnen beperken of stop te zetten, teneinde gebruik met kwaadaardige bedoelingen te voorkomen. |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) Om te zorgen voor een optimale benutting van de aangeboden diensten, moeten de systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos compatibel en interoperabel met elkaar en, voor zover mogelijk, met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen zijn. |
(11) Om te zorgen voor een optimale benutting van de aangeboden diensten, moeten de systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos compatibel en interoperabel met elkaar en, voor zover mogelijk, met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen zijn. De interoperabiliteit moet overeenstemmen met het doel van strategische onafhankelijkheid van de systemen. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Aangezien de Unie in beginsel de volledige financiering van de programma's op zich neemt, moet worden bepaald dat zij eigenaar is van alle materiële en immateriële activa die in het kader van deze programma's worden gecreëerd of ontwikkeld. Voor een goede naleving van fundamentele met eigendom verbonden rechten, moeten passende overeenkomsten met de huidige eigenaars worden gesloten, met name voor de essentiële onderdelen van de infrastructuren en de beveiliging daarvan. Om de aanvaarding van satellietnavigatie door de markt te vergemakkelijken, moet ervoor worden gezorgd dat derden optimaal gebruik kunnen maken van met name de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit de programma's en aan de Unie toebehoren, in het bijzonder op sociaaleconomisch gebied. |
(12) Aangezien de Unie in beginsel de volledige financiering van de programma's op zich neemt, moeten het bestuur en de exploitatie van de Europese GNSS onder civiele controle in de Unie blijven en moet worden bepaald dat zij eigenaar is van alle materiële en immateriële activa die in het kader van deze programma's worden gecreëerd of ontwikkeld. Voor een goede naleving van fundamentele met eigendom verbonden rechten, moeten passende overeenkomsten met de huidige eigenaars worden gesloten, met name voor de essentiële onderdelen van de infrastructuren en de beveiliging daarvan. Om de aanvaarding van satellietnavigatie door de markt te vergemakkelijken, moet ervoor worden gezorgd dat derden optimaal gebruik kunnen maken van met name de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit de programma's en aan de Unie toebehoren, in het bijzonder op sociaaleconomisch gebied. |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 12 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(12 bis) Galileo is het eerste volledige civiele plaatsbepalingssysteem. Sommige diensten van Galileo, met name PRS, hebben echter de mogelijkheid tot tweeërlei gebruik en kunnen ook worden ingezet voor defensiedoeleinden en -toepassingen in de lidstaten en ter ondersteuning van GVDB-missies, met inbegrip van crisisbeheersingsoperaties. Galileo zal van essentieel belang zijn bij de uitvoering van de EU-clausules inzake solidariteit en wederzijdse bijstand, als bedoeld in respectievelijk artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 13 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(13) De stationerings- en exploitatiefasen van het Galileo-programma en de exploitatiefase van het Egnos-programma moeten in beginsel volledig door de Unie gefinancierd worden. Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen moeten de lidstaten echter de mogelijkheid krijgen aanvullende financiering aan de programma's te verstrekken of een bijdrage in natura te leveren, op basis van passende overeenkomsten, ter financiering van door hen gevraagde aanvullende elementen van de programma's, bijvoorbeeld met betrekking tot de systeemarchitectuur of aanvullende beveiligingsvereisten. Derde landen en internationale organisaties moeten ook aan de programma's kunnen bijdragen. |
(13) De stationerings- en exploitatiefasen van het Galileo-programma en de exploitatiefase van het Egnos-programma moeten in beginsel volledig door de Unie gefinancierd worden. Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen moeten de lidstaten echter de mogelijkheid krijgen aanvullende financiering aan de programma's te verstrekken of een bijdrage in natura te leveren, op basis van passende overeenkomsten, ter financiering van door hen gevraagde aanvullende elementen van de programma's, bijvoorbeeld met betrekking tot de systeemarchitectuur of aanvullende beveiligingsvereisten. Derde landen en internationale organisaties moeten ook aan de programma's kunnen bijdragen voor zover dit geen invloed heeft op de onafhankelijkheid van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem van de Unie. |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 17 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(17) Het is van belang te vermelden dat bij de momenteel voor de periode 2014-2020 geraamde investering- en exploitatiekosten van de systemen geen rekening wordt gehouden met de onvoorziene financiële verplichtingen die de Unie mogelijk op zich moet nemen, met name de verplichtingen die verband houden met de regeling van de niet-contractuele aansprakelijkheid wegens het publieke karakter van de eigendom van de systemen, in het bijzonder met betrekking tot overmacht en rampzalige storingen. Deze verplichtingen zijn het voorwerp van een specifieke analyse door de Commissie. |
(17) Het is van belang te vermelden dat bij de momenteel voor de periode 2014-2020 geraamde investering- en exploitatiekosten van de systemen geen rekening wordt gehouden met de onvoorziene financiële verplichtingen die de Unie mogelijk op zich moet nemen, met name de verplichtingen die verband houden met de regeling van de niet-contractuele aansprakelijkheid wegens het publieke karakter van de eigendom van de systemen, in het bijzonder met betrekking tot overmacht en rampzalige storingen. Deze verplichtingen zijn het voorwerp van een specifieke analyse door de Commissie en hierover zal een mededeling aan de Raad en het Europees Parlement worden gestuurd. |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 25 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(25) De verantwoordelijkheid voor de voortgang van de programma's omvat met name de verantwoordelijkheid voor de beveiliging ervan en de beveiliging van de systemen en de exploitatie. Afgezien van de toepassing van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB van 12 juli 2004 ten aanzien van aspecten van de exploitatie van het Europees systeem voor radionavigatie per satelliet die betrekking hebben op de veiligheid van de Europese Unie, dat zo nodig aan de evolutie van de programma's, aan de governance ervan en aan het Verdrag van Lissabon aangepast kan worden, berust de verantwoordelijkheid voor de beveiliging bij de Commissie, ook al worden bepaalde taken op het gebied van de beveiliging aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwd. Met name is het de verantwoordelijkheid van de Commissie om mechanismen in te richten voor een goede coördinatie tussen de diverse met de beveiliging belaste entiteiten. |
(25) De verantwoordelijkheid voor de voortgang van de programma's omvat met name de verantwoordelijkheid voor de beveiliging ervan en de beveiliging van de systemen en de exploitatie. Afgezien van de toepassing van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB van 12 juli 2004 ten aanzien van aspecten van de exploitatie van het Europees systeem voor radionavigatie per satelliet die betrekking hebben op de veiligheid van de Europese Unie, dat beslist aan de evolutie van de programma's, aan de governance ervan en aan het Verdrag van Lissabon aangepast moet worden, berust de verantwoordelijkheid voor de beveiliging bij de Commissie, ook al worden bepaalde taken op het gebied van de beveiliging aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwd. Met name is het de verantwoordelijkheid van de Commissie om mechanismen in te richten voor een goede coördinatie tussen de diverse met de beveiliging belaste entiteiten, onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 25 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(25 bis) Het is van cruciaal belang Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB1 te herzien aangezien hierin geen rekening is gehouden met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en meer specifiek met de benoeming van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de oprichting van een Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB beschrijft de uitzonderlijke en dringende gevallen waarin de veiligheid van de Unie of van een lidstaat wordt bedreigd ten gevolge van de exploitatie of het gebruik van het systeem, of wanneer de exploitatie van het systeem in gevaar komt, in het bijzonder als gevolg van een internationale crisis. De rol van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid binnen de urgentieprocedure zoals bepaald in de artikelen 3 en 4 van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB over de voorschriften, procedures en maatregelen die moeten worden genomen ingeval de veiligheid van de Unie of van een lidstaat wordt bedreigd, met name wanneer PRS-ontvangers verloren gaan, oneigenlijk worden gebruikt of worden gekraakt, moet verduidelijkt worden. Bij wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB moet ook rekening worden gehouden met de expertise van de EDEO op het vlak van vroegtijdige waarschuwing, situatiekennis, veiligheid en defensie. |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 28 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(28 bis) De uitvoer uit de Unie van apparatuur of technologie en software met betrekking tot het gebruik van de PRS en tot de ontwikkeling en vervaardiging van de PRS, ongeacht of deze apparatuur, software of technologie voorkomt op de lijst van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik1, moet worden beperkt tot die derde landen waaraan krachtens een met de Unie gesloten internationale overeenkomst toegang tot de PRS is verleend. De EU-lijst van gecontroleerde producten is gebaseerd op de controlelijsten die aangenomen zijn in het kader van internationale regelingen voor uitvoercontrole zoals de regeling van Wassenaar, de Australiëgroep (AG) en Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie (MTCR). |
|
|
__________________ |
|
|
1 PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1. |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 30 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(30 bis) De diensten die worden aangeboden door de publiek gereguleerde dienst (PRS) kunnen een belangrijke rol spelen voor verschillende wapensystemen, vooral met betrekking tot navigatie en geleiding. Het is derhalve belangrijk dat de Commissie, de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten handelen in overeenstemming met het Ruimteverdrag van 1967 en dat de lidstaten en de EDEO zich meer inspannen voor de mogelijke herziening van het internationaal juridisch kader dan wel voor een nieuw verdrag of reglement dat rekening houdt met de technologische vooruitgang sinds de jaren 1960 en dat daadwerkelijk een wapenwedloop in de ruimte voorkomt. Voorts moet de Unie het juridisch kader versterken dat door het Ruimteverdrag is gecreëerd om een vreedzame en veilige werking van de ruimte-infrastructuur te waarborgen. De Unie moet daartoe samen met haar partners in het kader van een multilateraal ruimte-observatiesysteem haar capaciteit verbeteren om situationeel bewustzijn in de ruimte te verwerven. |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Overweging 31 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(31) Gezien de mondiale aard van de systemen is het van essentieel belang dat de Unie in het kader van de programma's overeenkomsten met derde landen en internationale organisaties kan sluiten overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name om het goede verloop van de programma's te waarborgen, de dienstverlening aan de burgers van de Unie te optimaliseren en in de behoeften van derde landen en internationale organisaties te voorzien. Ook is het nuttig in voorkomend geval de bestaande overeenkomsten aan de evolutie van de programma's aan te passen. Bij de voorbereiding of de tenuitvoerlegging van dergelijke overeenkomsten kan de Commissie een beroep doen op bijstand door de Europese Dienst voor extern optreden, het Europees Ruimteagentschap en het Europees GNSS-Agentschap, binnen de grenzen van de in het kader van deze verordening aan hen toegewezen taken. |
(31)Gezien de mondiale aard van de systemen is het van essentieel belang dat de Unie in het kader van de programma's overeenkomsten met derde landen en internationale organisaties kan sluiten overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name om het goede verloop van de programma's te waarborgen, de dienstverlening aan de burgers van de Unie te optimaliseren, volledige veiligheid van het systeem te garanderen, het inkomstenregime te reguleren en in de behoeften van derde landen en internationale organisaties te voorzien. Ook is het nuttig in voorkomend geval de bestaande overeenkomsten aan de evolutie van de programma's aan te passen. Bij de voorbereiding of de tenuitvoerlegging van dergelijke overeenkomsten kan de Commissie een beroep doen op bijstand door de Europese Dienst voor extern optreden, het Europees Ruimteagentschap en het Europees GNSS-Agentschap, binnen de grenzen van de in het kader van deze verordening aan hen toegewezen taken, en rekening houdend met de rechten van het Europees Parlement krachtens artikel 218. Deze overeenkomsten moeten in overeenstemming zijn met de belangen van het veiligheids- en defensiebeleid van de Unie en de lidstaten. Tevens moeten de overeenkomsten rekening houden met de gevoelige en strategische aard van sommige van de diensten van het systeem, zoals de PRS, en zo de volledige naleving garanderen van de criteria en richtsnoeren van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie1 en Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 4 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) aanbieden van een "overheidsdienst" (de zogenaamde "Public Regulated Service" of PRS), die gereserveerd is voor gebruikers die daarvoor de toestemming hebben van de overheid, voor gevoelige toepassingen die een grote continuïteit van de dienstverlening vereisen; deze dienst maakt gebruik van sterke, gecodeerde signalen; |
(d) aanbieden van een "overheidsdienst" (de zogenaamde "Public Regulated Service" of PRS), die gereserveerd is voor gebruikers die daarvoor de toestemming hebben van de overheid, in het bijzonder voor toepassingen met een gevoelige inhoud of van strategisch belang, die een grote continuïteit van de dienstverlening vereisen; deze dienst maakt gebruik van sterke, gecodeerde signalen; |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 14 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De systemen en de werking ervan moeten beveiligd zijn. |
1. De systemen en de werking ervan moeten beveiligd zijn met het oog op de implicaties ervan voor de belangen van het veiligheids- en defensiebeleid van de Unie en de lidstaten. |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1 – letter a – punt ii | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(ii) de exploitatie van het Galileo-beveiligingscentrum, overeenkomstig de in artikel 14, lid 3, bedoelde normen en eisen en de instructies die uit hoofde van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB worden verstrekt, als bedoeld in artikel 17; |
(ii) de exploitatie van het Galileo-beveiligingscentrum, overeenkomstig de in artikel 14, lid 3, bedoelde normen en eisen en de instructies die uit hoofde van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB worden verstrekt, als bedoeld in artikel 17, dat momenteel wordt herzien; |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Artikel 16 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 16 bis |
|
|
De rol van het Europees Parlement |
|
|
Op basis van zijn bevoegdheden inzake begrotingscontrole en zijn thematische werkzaamheden beoordeelt het Europees Parlement in de desbetreffende commissies de opzet, installatie en exploitatie van het systeem en wordt het door de bevoegde instanties regelmatig op de hoogte gesteld van het programma. |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 18 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 18 bis |
|
|
Gebruik voor veiligheids- en defensiedoeleinden |
|
|
1. Voor de exploitatie van de systemen door de lidstaten en de Unie voor veiligheids- en defensiedoeleinden stellen de exploitatieagentschappen speciale voorschriften vast met betrekking tot technologieën, geleidingssystemen en gebruik in operaties en missies, om de veiligheid van dit soort gebruik te garanderen. |
|
|
2. De Commissie stelt bindende veiligheidsmaatregelen vast, in overeenstemming met de geldende EU-wetgeving, voor de integriteit van het systeem wanneer het gebruikt wordt door actoren op het gebied van veiligheid. |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Artikel 27 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten nemen geen maatregelen die afbreuk zouden kunnen doen aan het goede verloop van de programma's, met name wat de intellectuele-eigendomsrechten en de continuïteit van de werking van de infrastructuren betreft. |
1. De lidstaten nemen geen maatregelen die afbreuk zouden kunnen doen aan het goede verloop van de programma's, met name wat de intellectuele-eigendomsrechten en de continuïteit van de werking van de infrastructuren betreft, of die de belangen van het veiligheids- en defensiebeleid van de Unie of de lidstaten kunnen schaden. |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 27 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Teneinde de strategische autonomie van de EU te waarborgen, nemen de lidstaten alle maatregelen die nodig zijn om de civiele en militaire instanties die voor de interne en externe veiligheid verantwoordelijk zijn, op lange termijn in staat te stellen de overheidsdienst en de dienst beveiliging van levens van het Galileo-programma volledig te benutten. |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Artikel 27 – lid 2 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen om de ruimte-infrastructuur van de Unie te beschermen. Meer bepaald bevorderen de lidstaten het wettelijk kader over de ruimte en houden zich aan de EU-gedragscode voor ruimteactiviteiten, met inbegrip van het verbod op schadelijke handelingen ten aanzien van ruimteobjecten, het verbod op handelingen die schadelijk ruimtepuin veroorzaken, het opvolgen van de VN-richtsnoeren over de vermindering van ruimtepuin en het nemen van transparantie- en veiligheidverhogende maatregelen in de ruimte. |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 28 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Unie kan in het kader van de programma's met derde landen en internationale organisaties overeenkomsten, met name samenwerkingsovereenkomsten, sluiten overeenkomstig de procedure van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. |
De Unie kan in het kader van de programma's met derde landen en internationale organisaties overeenkomsten, met name samenwerkingsovereenkomsten, sluiten overeenkomstig de procedure van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Bij elke vorm van samenwerking met derde landen wordt rekening gehouden met de strategische aard van de programma's, worden de belangen van het veiligheids- en defensiebeleid van de Unie en de lidstaten in acht genomen en wordt het wederkerigheidsbeginsel geëerbiedigd. Het Europees Parlement wordt geraadpleegd en/of geeft zijn goedkeuring, indien van toepassing. |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 28 – alinea 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Bij de onderhandelingen over overeenkomsten met derde landen of bij het sluiten van overeenkomsten met derde landen garandeert de Unie de volledige naleving van de criteria en richtsnoeren van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie1 en Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik2. |
|
|
De Unie bevordert het juridisch kader dat door het Ruimteverdrag is gecreëerd om een vreedzame en veilige werking van de ruimte-infrastructuur te waarborgen. Hiervoor versterkt de Unie samen met haar partners in het kader van een multilateraal ruimte-observatiesysteem haar capaciteiten om situationeel bewustzijn in de ruimte te verwerven. |
|
|
____________ |
|
|
1 PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99. |
|
|
2 PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1. |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 29 – alinea 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Bij elke vorm van technische assistentie worden de belangen van het veiligheids- en defensiebeleid van de Unie of de lidstaten in acht genomen. |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 33 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Uiterlijk op 30 juni 2018 legt de Commissie een evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad voor een besluit over de voortzetting, wijziging of schorsing van de ter uitvoering van deze verordening genomen maatregelen; dit verslag heeft betrekking op: |
1. Uiterlijk op 30 juni 2015 legt de Commissie een tussentijds evaluatieverslag en uiterlijk op 30 juni 2018 een evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad voor een besluit over de voortzetting, wijziging of schorsing van de ter uitvoering van deze verordening genomen maatregelen; dit verslag heeft betrekking op: |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 35 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Vertegenwoordigers van het Europees GNSS-Agentschap en van het Europees Ruimteagentschap kunnen als waarnemers worden betrokken bij het werk van het comité, onder de bij het reglement van orde ervan vastgestelde voorwaarden. |
4. Vertegenwoordigers van het Europees GNSS-Agentschap en van het Europees Ruimteagentschap kunnen als waarnemers worden betrokken bij het werk van het comité, onder de bij het reglement van orde ervan vastgestelde voorwaarden. Zo nodig kunnen vertegenwoordigers van de Europese Dienst voor extern optreden, het Europees Defensieagentschap, het Europees Parlement of nationale experts in veiligheids- en defensiezaken ook als waarnemers worden betrokken bij het werk van het comité. |
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 35 – lid 5 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. De Commissie verstrekt het in lid 1 genoemde comité tijdig alle relevante informatie met betrekking tot de programma's. |
PROCEDURE
|
Titel |
Invoering en exploitatie van Europese satellietnavigatiesystemen |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
ITRE 15.12.2011 |
|
|
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
AFET 15.12.2011 |
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Sampo Terho 6.3.2012 |
||||
|
Behandeling in de commissie |
25.4.2012 |
29.5.2012 |
20.6.2012 |
|
|
|
Datum goedkeuring |
5.7.2012 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
47 4 3 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Pino Arlacchi, Elmar Brok, Jerzy Buzek, Tarja Cronberg, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Marietta Giannakou, Andrzej Grzyb, Anna Ibrisagic, Liisa Jaakonsaari, Anneli Jäätteenmäki, Jelko Kacin, Ioannis Kasoulides, Evgeni Kirilov, Maria Eleni Koppa, Andrey Kovatchev, Paweł Robert Kowal, Eduard Kukan, Vytautas Landsbergis, Ryszard Antoni Legutko, Krzysztof Lisek, Sabine Lösing, Ulrike Lunacek, Mario Mauro, Francisco José Millán Mon, Alexander Mirsky, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Norica Nicolai, Ria Oomen-Ruijten, Pier Antonio Panzeri, Alojz Peterle, Bernd Posselt, Hans-Gert Pöttering, Libor Rouček, Tokia Saïfi, Nikolaos Salavrakos, Werner Schulz, Marek Siwiec, Geoffrey Van Orden, Kristian Vigenin, Sir Graham Watson, Boris Zala |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Charalampos Angourakis, Jean-Jacob Bicep, Véronique De Keyser, Andrew Duff, Tanja Fajon, Carmen Romero López, Helmut Scholz, Indrek Tarand, Dominique Vlasto, Joachim Zeller |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2) |
Catherine Bearder, Petru Constantin Luhan |
||||
ADVIES van de Begrotingscommissie (6.6.2012)
aan de Commissie industrie, onderzoek en energie
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen
(COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD))
Rapporteur voor advies:90 Maria Da Graça Carvalho
BEKNOPTE MOTIVERING
De EU is verantwoordelijk voor de oprichting van het Europese wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS) en is de eigenaar van de programma's Galileo en Egnos. Het Europees Parlement en de Raad hebben bij verscheidene gelegenheden bevestigd dat de EU eigenaar is van en de verantwoordelijkheid draagt voor Galileo en Egnos. Beide programma's worden daarenboven beschouwd als vlaggenschipprojecten van de Unie en maken integrerend deel uit van de Europa 2020-strategie. De rapporteur gaat daarom volledig akkoord met het voorstel van de Commissie om deze programma's ook in het volgende meerjarig financieel kader 2014-2020 te blijven financieren.
In haar voorstel voor een verordening van de Raad tot vastlegging van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2014-2020 vermeldt de Commissie een maximumbedrag van 7 miljard euro aan vastleggingskredieten in prijzen van 2011 (ongeveer 7,9 miljard euro in lopende prijzen) voor deze programma's. Ze benadrukt daarnaast dat er geen bijkomende kredieten zullen worden vrijgemaakt uit de EU-begroting. In geval van kostenoverschrijdingen zullen de programma's moeten worden aangepast aan de feitelijk beschikbare bedragen, of zal de MFK-verordening middels een unaniem besluit van de Raad en met goedkeuring van het Europees Parlement moeten worden gewijzigd. Dit maximumbedrag is met andere woorden duidelijk afgebakend in de EU-begroting en er kan geen sprake zijn van overdrachten tussen de begrotingsrubrieken ten voordele van deze programma's.
We moeten in herinnering houden dat het MFK 2007-2013 aan het eind van 2007 na lange en harde onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad herzien werd, met als resultaat de toekenning van een bijkomende 1,3 miljoen euro (lopende prijzen) voor het Galileo-programma. Deze herziening werd als noodzakelijk beschouwd wegens aanzienlijke overschrijdingen van de programmakosten, die gedeeltelijk moesten worden gedekt door een wijziging van het MFK.
Om de kans op kostenoverschrijdingen in de toekomst zo klein mogelijk te houden, stelt de Commissie voor om een bedrag van 1005 miljoen euro (lopende prijzen) in de financiële enveloppen voor deze programma's op te nemen ter dekking van eventuele stationerings- en exploitatierisico's. De rapporteur neemt eveneens kennis van de overtuiging van de Commissie dat de stationerings- en exploitatiefasen die het Galileo-programma intussen heeft bereikt, per definitie minder kans op kostenoverschrijdingen inhouden dan de ontwikkelingsfase die eraan voorafging. In geval van onvoorziene extra financiële verplichtingen is de rapporteur evenwel van mening, ook met het oog op de vrijwaring van de Europese identiteit van de programma's, dat deze verplichtingen moeten worden gedekt met behulp van de beschikbare marge tussen de MFK-plafonds en het plafond van de eigen middelen.
De rapporteur suggereert een aantal wijzigingen aan het Commissievoorstel, in het bijzonder met betrekking tot de noodzaak om de begrotingsautoriteit (en niet alleen een comité met afgevaardigden van de lidstaten) continu op de hoogte te houden van de diverse uitvoeringsstadia van deze verordening, zodat zij haar taken inzake begrotingscontrole en ‑planning naar behoren kan uitvoeren. In dit verband wordt nadrukkelijk gesteld dat de Commissie het Europees Parlement en de Raad ruim van tevoren moet inlichten over onbeheersbare risico's die tot aanzienlijke afwijkingen wat betreft de kosten of het tijdschema van de programma's kunnen leiden. De rapporteur somt de elementen op die in elk geval deel moeten uitmaken van de jaarverslagen van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de programma's, waaronder een geactualiseerde evaluatie van de risico's en het risicobeheer en een beoordeling van de mogelijke impact van deze risico's op het kostenplaatje en het tijdschema.
AMENDEMENTEN
De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1 Ontwerpwetgevingsresolutie Paragraaf 1 bis (nieuw) | |
|
Ontwerpwetgevingsresolutie |
Amendement |
|
|
1 bis. wijst erop dat de in het wetgevingsvoorstel genoemde financiële middelen enkel een indicatie voor de wetgevingsautoriteit vormen en niet kunnen worden vastgesteld zolang er geen overeenstemming is bereikt over het voorstel voor een verordening betreffende het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020; |
Motivering | |
Het werken op basis van afzonderlijke beleidsinitiatieven of specifieke problemen mogen er niet toe leiden dat men het overzicht verliest van wat een allesomvattend onderhandelingsproces moet blijven, waar niets als verworven mag worden beschouwd totdat een akkoord over het geheel is bereikt. Nadat een overeenkomst is bereikt over de vaststelling van het MFK, moeten het EP en de Raad tot overeenstemming komen over de hangende afzonderlijke wetgevingsvoorstellen – inclusief de financiële enveloppen hiervan – en deze definitief goedkeuren. | |
Amendement 2 Ontwerpwetgevingsresolutie Paragraaf 1 ter (nieuw) | |
|
Ontwerpwetgevingsresolutie |
Amendement |
|
|
1 ter. herinnert aan zijn resolutie van 8 juni 2011 over "Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa"1; herhaalt dat in het volgende MFK voldoende aanvullende middelen moeten worden voorzien om de Unie in staat te stellen haar bestaande beleidsprioriteiten en de nieuwe, in het Verdrag van Lissabon vastgelegde opdrachten te verwezenlijken en op onvoorziene gebeurtenissen te reageren; vraagt de Raad, indien hij deze benadering niet deelt, duidelijk aan te geven welke van zijn politieke prioriteiten of projecten geheel opgegeven kunnen worden, ondanks de bewezen Europese meerwaarde daarvan; |
|
|
_______________ |
|
|
1 Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0266. |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(4 bis) Gezien hun belang, hun Europese dimensie en hun intrinsieke Europese meerwaarde, moeten dergelijke programma's met voldoende middelen worden gefinancierd. |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 13 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(13) De stationerings- en exploitatiefasen van het Galileo-programma en de exploitatiefase van het Egnos-programma moeten in beginsel volledig door de Unie gefinancierd worden. Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen moeten de lidstaten echter de mogelijkheid krijgen aanvullende financiering aan de programma's te verstrekken of een bijdrage in natura te leveren, op basis van passende overeenkomsten, ter financiering van door hen gevraagde aanvullende elementen van de programma's, bijvoorbeeld met betrekking tot de systeemarchitectuur of aanvullende beveiligingsvereisten. Derde landen en internationale organisaties moeten ook aan de programma's kunnen bijdragen. |
(13) De stationerings- en exploitatiefasen van het Galileo-programma en de exploitatiefase van het Egnos-programma moeten in beginsel volledig door de Unie gefinancierd worden. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/2012 van het Europees Parlement en de Raad van … 2012 houdende [de financiële voorschriften die van toepassing zijn op de jaarlijkse begroting van de Unie] moeten de lidstaten echter de mogelijkheid krijgen aanvullende financiering aan de programma's te verstrekken of een bijdrage in natura te leveren, op basis van passende overeenkomsten, ter financiering van door hen gevraagde aanvullende elementen van de programma's, bijvoorbeeld met betrekking tot de systeemarchitectuur of aanvullende beveiligingsvereisten. Derde landen en internationale organisaties moeten conform het beginsel van wederzijds belang ook aan de programma's kunnen bijdragen. |
Motivering | |
Aanpassing aan het nieuwe Financieel Reglement. | |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 14 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(14) Teneinde de voortzetting van de programma's te waarborgen, moet een passend financieel kader vast worden gesteld zodat de Unie deze kan blijven financieren. Tevens moet het bedrag worden aangegeven dat voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 nodig is om de voltooiing van de stationeringsfase van Galileo en de exploitatie van de systemen te financieren. |
(14) Gezien de lange aanloopperiodes en de reeds gedane investeringen voor deze projecten moeten er afdoende en consistente financiële vastleggingen plaatsvinden voor de financiële programmeringsperiodes, om de continuïteit van de planning en de organisationele stabiliteit van de programma's zeker te stellen. Teneinde de voortzetting van de programma's te waarborgen, moet een passend financieel kader vast worden gesteld zodat de Unie deze kan blijven financieren. Tevens moet het maximumbedrag worden gepreciseerd dat voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 nodig is om de voltooiing van de stationeringsfase van Galileo en de exploitatie van de systemen te financieren. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 17 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(17) Het is van belang te vermelden dat bij de momenteel voor de periode 2014-2020 geraamde investering- en exploitatiekosten van de systemen geen rekening wordt gehouden met de onvoorziene financiële verplichtingen die de Unie mogelijk op zich moet nemen, met name de verplichtingen die verband houden met de regeling van de niet-contractuele aansprakelijkheid wegens het publieke karakter van de eigendom van de systemen, in het bijzonder met betrekking tot overmacht en rampzalige storingen. Deze verplichtingen zijn het voorwerp van een specifieke analyse door de Commissie. |
(17) Het is van belang te vermelden dat bij de momenteel voor de periode 2014-2020 geraamde investering- en exploitatiekosten van de systemen geen rekening wordt gehouden met de onvoorziene financiële verplichtingen die de Unie mogelijk op zich moet nemen, met name de verplichtingen die verband houden met de regeling van de niet-contractuele aansprakelijkheid wegens het publieke karakter van de eigendom van de systemen, in het bijzonder met betrekking tot overmacht en rampzalige storingen. Deze verplichtingen zijn het voorwerp van een specifieke analyse door de Commissie. Dergelijke onvoorziene financiële verplichtingen moeten worden gedekt door de marge tussen de eigen middelen en de MFK-plafonds. |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) Daarnaast moeten de door de systemen gegenereerde ontvangsten door de Unie worden geïnd ter compensatie van de eerder door haar gedane investeringen. In contracten die met organisaties uit de privésector worden gesloten, kan voorts worden voorzien in een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten. |
(19) Daarnaast moeten de door de systemen gegenereerde ontvangsten door de Unie worden geïnd ter compensatie van de eerder door haar gedane investeringen. Overeenkomstig artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kan in contracten die met organisaties uit de privésector worden gesloten, voorts een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten worden opgenomen of in een dergelijk mechanisme worden voorzien. |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 20 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(20) Om de kostenoverschrijdingen en vertragingen waaronder de voortgang van de programma's de afgelopen jaren te lijden heeft gehad verder te voorkomen, moeten de inspanningen voor de beheersing van risico's die tot extra kosten kunnen leiden worden geïntensiveerd, zoals door de Raad en het Parlement respectievelijk in de conclusies van 31 maart 2011 en de resoluties van 8 juni 2011 gevraagd, en zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 29 juni 2011 getiteld "Een begroting voor Europa 2020". |
(20) Om de kostenoverschrijdingen en vertragingen waaronder de voortgang van de programma's de afgelopen jaren te lijden heeft gehad verder te voorkomen, moeten de inspanningen voor de beheersing van risico's die tot extra kosten kunnen leiden worden geïntensiveerd, zoals door de Raad en het Parlement respectievelijk in de conclusies van 31 maart 2011 en de resoluties van 8 juni 2011 gevraagd, en zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 29 juni 2011 getiteld "Een begroting voor Europa 2020". De stationerings- en exploitatierisico's vertegenwoordigen naar schatting ongeveer 1005 miljoen euro (in lopende prijzen) en zijn in de financiële enveloppe van de programma's opgenomen. Indien er aanvullende financiële middelen nodig zijn voor deze programma's, mogen deze niet worden onttrokken aan kleinere succesvolle projecten die worden gefinancierd uit de EU-begroting. Aanvullende uit deze risico's voortvloeiende financiële verplichtingen moeten worden gedekt door de marge tussen de eigen middelen en de MFK-plafonds. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 24 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(24) De Unie moet een meerjarige delegatieovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap sluiten die betrekking heeft op de technische en programmeringsaspecten. Om de Commissie, die de Unie vertegenwoordigt, in staat te stellen haar auditfunctie volledig uit te oefenen, moet de delegatieovereenkomst de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees Ruimteagentschap toevertrouwde middelen omvatten. Waar het de uitsluitend door de Unie gefinancierde activiteiten betreft, moeten deze voorwaarden zorgen voor een controleniveau, vergelijkbaar met dat wat vereist zou worden als het Europees Ruimteagentschap een agentschap van de Unie zou zijn. |
(24) Conform artikel 290 van het VWEU moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om namens de Unie een meerjarige delegatieovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap te sluiten die betrekking heeft op de technische en planningsaspecten van de programma's. Om de Commissie in staat te stellen haar auditfunctie volledig uit te oefenen, moet de delegatieovereenkomst de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees Ruimteagentschap toevertrouwde middelen omvatten. Waar het de uitsluitend door de Unie gefinancierde activiteiten betreft, moeten deze voorwaarden zorgen voor een controleniveau, vergelijkbaar met dat wat vereist zou worden als het Europees Ruimteagentschap een agentschap van de Unie zou zijn. |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 27 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(27) Voor het inzetten van de aan de programma's toegewezen middelen van de Unie, die een maximumbedrag vormen dat de Commissie niet mag overschrijden, is het van essentieel belang efficiënte procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten toe te passen en met name zodanig te onderhandelen over de contractvoorwaarden dat een optimaal gebruik van hulpmiddelen, een behoorlijke taakvervulling, een harmonieuze voortzetting van de programma's, een goed risicobeheer en een goede naleving van het voorstelde tijdschema worden gewaarborgd. De aanbestedende dienst moet ernaar streven aan deze vereisten te voldoen. |
(27) Voor het inzetten van de aan de programma's toegewezen middelen van de Unie, met een maximumbedrag dat de Commissie niet mag overschrijden overeenkomstig artikel 14 van de voorgestelde MFK-verordening, is het van essentieel belang efficiënte procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten toe te passen en met name zodanig te onderhandelen over de contractvoorwaarden dat een optimaal gebruik van hulpmiddelen, een behoorlijke taakvervulling, een harmonieuze voortzetting van de programma's, een goed risicobeheer en een goede naleving van het voorstelde tijdschema worden gewaarborgd. De aanbestedende dienst moet ernaar streven aan deze vereisten te voldoen. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 36 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(36) Door de Commissie moeten evaluaties worden uitgevoerd ter beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's genomen maatregelen. |
(36) De Commissie moet op vastgelegde indicatoren gebaseerde evaluaties uitvoeren ter beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's genomen maatregelen. |
Motivering | |
Om de voortgang van het programma afdoende te kunnen beoordelen, moeten er gepaste indicatoren worden vastgesteld. | |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Om te bepalen in welke mate de specifieke doelstellingen van het Galileo-programma bereikt zijn, worden onder meer de volgende indicatoren en streefcijfers gebruikt: |
|
|
a) cumulatief aantal operationele satellieten: 18 satellieten tegen 2015, 30 tegen 2019; |
|
|
b) ingezette versie van de grondinfrastructuur: versie 2 tegen 2015; |
|
|
c) aantal uitgevoerde diensten: drie diensten tegen 2015, vijf diensten tegen 2020. |
Motivering | |
Om de voortgang van het programma afdoende te kunnen beoordelen, moeten er gepaste indicatoren en streefcijfers worden vastgesteld. De voorgestelde indicatoren zijn die die de Commissie heeft opgenomen in haar wetgevend financieel memorandum. | |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 5 – alinea 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Om te bepalen in welke mate de specifieke doelstellingen van het Egnos-programma bereikt zijn, worden onder meer de volgende indicator en het volgende streefcijfer gebruikt: |
|
|
- aantal aan de certificeringsautoriteiten voorgelegde wijzigingen van de diensten: 3 in 2014-2020. |
Motivering | |
Om de voortgang van het programma afdoende te kunnen beoordelen, moeten er gepaste indicatoren en streefcijfers worden vastgesteld. De voorgestelde indicatoren zijn die die de Commissie heeft opgenomen in haar wetgevend financieel memorandum. | |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Deze uitgaven mogen niet meer bedragen dan 1% van de totale EU-kredieten die aan de programma's zijn toegekend. |
Motivering | |
70 miljoen euro moet volstaan voor de uitvoering van deze taken. | |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Artikel 7 - lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Teneinde de kosten van de programma's en van de diverse fasen van de programma's duidelijk te kunnen vaststellen, brengt de Commissie, overeenkomstig het beginsel van transparant beheer, het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité jaarlijks op de hoogte van de toewijzing van de middelen van de Unie aan elk van de in de leden 1 en 2 genoemde activiteiten. |
3. Teneinde de kosten van de programma's en van de diverse fasen van de programma's duidelijk te kunnen vaststellen, brengt de Commissie, overeenkomstig het beginsel van transparant beheer, de begrotingsautoriteit en het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité jaarlijks op de hoogte van de toewijzing van de middelen van de Unie aan elk van de in de leden 1 en 2 genoemde activiteiten. |
|
|
(Dit amendement is van toepassing in de volledige tekst in: artikel 8 - lid 2, artikel 16 - lid 4, motivering blijft dezelfde.) |
Motivering | |
De Commissie wordt bijgestaan door een Comité voor de Europese GNSS-programma's. Een degelijk publiek beheer vereist een eenvormig beheer van de programma's, snellere besluitvorming, gelijke toegang tot informatie en transparantie. Het Comité voor de Europese GNSS-programma's werd opgericht bij artikel 19 van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo). | |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Artikel 10 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De kredieten worden besteed conform de bepalingen van deze verordening en van Verordening (EG, Euratom ) nr. 1605/2002. |
2. De kredieten worden besteed conform de bepalingen van deze verordening en van Verordening (EU) nr. XXX/2012 [nieuw Financieel Reglement]. |
Motivering | |
Aanpassing aan het nieuwe Financieel Reglement. | |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In contracten die met bedrijven uit de privésector worden gesloten, kan worden voorzien in een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten. |
2. Een eventueel mechanisme voor het delen van de ontvangsten wordt ingevoerd in overeenstemming met artikel 294 VWEU. In contracten die met bedrijven uit de privésector worden gesloten, kan worden voorzien in een dergelijk mechanisme voor het delen van ontvangsten. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie sluit een meerjarige delegatieovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap op basis van een door de Commissie overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EG, Euratom ) nr. 1605/2002 vastgesteld delegatiebesluit. Deze overeenkomst heeft betrekking op de gedelegeerde taken en begrotingsuitvoering in het kader van de uitvoering van de programma's, en met name de voltooiing van de door het Galileo-programma ingestelde infrastructuur. |
1. De Commissie sluit middels een gedelegeerde handeling een meerjarige delegatieovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap op basis van een door de Commissie overeenkomstig artikel XX van Verordening (EU) nr. XXX/2012 [nieuw Financieel Reglement] vastgesteld delegatiebesluit. Deze overeenkomst heeft betrekking op de gedelegeerde taken en begrotingsuitvoering in het kader van de uitvoering van de programma's, en met name de voltooiing van de door het Galileo-programma ingestelde infrastructuur. |
Motivering | |
De overeenkomst met het Europees Ruimteagentschap is een cruciale factor voor de geslaagde voltooiing van de programma's. De bepalingen en voorwaarden van deze overeenkomst zouden kunnen worden vastgelegd in de wetgevingshandeling, maar om een teveel aan wetgeving te vermijden, is het aangewezen deze bevoegdheid over te dragen aan de Commissie. | |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité wordt geraadpleegd over het in lid 1 van dit artikel bedoelde delegatiebesluit, overeenkomstig de raadgevingsprocedure als bedoeld in artikel 35, lid 2. Het comité wordt op de hoogte gesteld van de door de Commissie en het Europees Ruimteagentschap te sluiten meerjarige delegatieovereenkomst. |
Schrappen |
Motivering | |
Geen comitéprocedure voor een gedelegeerde handeling. | |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Artikel 32 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie ziet toe op de tenuitvoerlegging van deze verordening. Elk jaar bij de indiening van het voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van de programma's. |
De Commissie ziet toe op de tenuitvoerlegging van deze verordening. Elk jaar bij de indiening van het voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van de programma's. Dat verslag omvat onder meer: |
|
|
a) een beoordeling van de uitvoering van de programma's en van de gemaakte vorderingen voor wat betreft het bereiken van de krachtens artikel 1, leden 4 en 5, vastgelegde doelstellingen; |
|
|
b) een geactualiseerde evaluatie van de risico's en het risicobeheer en een beoordeling van de mogelijke impact van deze risico's op het kostenplaatje en het tijdschema; |
|
|
c) een samenvatting van alle informatie die uit hoofde van artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 2, en artikel 16, lid 4, aan de begrotingsautoriteit is voorgelegd; |
|
|
d) een beoordeling van de werking van de meerjarige delegatieovereenkomst die is afgesloten overeenkomstig artikel 16, lid 1. |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Artikel 32 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Met als doel de uitvoering van de Europese GNSS-programma's nauwlettend te volgen, komen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie regelmatig bijeen in het interinstitutioneel panel voor Galileo, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het interinstitutioneel panel voor Galileo van 9 juli 2008. |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 32 – lid 1 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. Als de Commissie van mening is dat er onbeheersbare risico's of andere factoren bestaan die tot aanzienlijke afwijkingen wat betreft de kosten en het tijdschema van de programma's kunnen leiden, brengt zij het Europees Parlement en de Raad hier voldoende lang op voorhand van op de hoogte. |
PROCEDURE
|
Titel |
Invoering en exploitatie van Europese satellietnavigatiesystemen |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
ITRE 15.12.2011 |
|
|
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
BUDG 15.12.2011 |
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Maria Da Graça Carvalho 6.2.2012 |
||||
|
Behandeling in de commissie |
25.4.2012 |
|
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
31.5.2012 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
26 3 1 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Marta Andreasen, Richard Ashworth, Francesca Balzani, Zuzana Brzobohatá, Jean-Luc Dehaene, Göran Färm, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Salvador Garriga Polledo, Jens Geier, Lucas Hartong, Jutta Haug, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Ivailo Kalfin, Sergej Kozlík, Jan Kozłowski, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, Claudio Morganti, Juan Andrés Naranjo Escobar, Nadezhda Neynsky, Dominique Riquet, Alda Sousa, László Surján, Jacek Włosowicz |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Alexander Alvaro, Jürgen Klute, Paul Rübig, Peter Šťastný, Gianluca Susta |
||||
ADVIES VAN DE Commissie vervoer en toerisme (12.7.2012)
aan de Commissie industrie, onderzoek en energie
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen
(COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD))
Rapporteur voor advies: Jacqueline Foster
BEKNOPTE MOTIVERING
I. Commissievoorstel
In dit voorstel voor een verordening inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen wordt de bestuursregeling voor de programma's Galileo en Egnos (European Geostationary Navigation Overlay Service) en de financiering daarvan voor de periode 2014-2020 vastgesteld.
Het Galileo-programma beoogt de eerste specifiek voor civiele doeleinden ontworpen mondiale infrastructuur voor navigatie en plaatsbepaling per satelliet in te voeren en te exploiteren. Het omvat een reeds voltooide definitiefase, een ontwikkelings- en valideringsfase, die in 2013 zal worden voltooid, een stationeringsfase, die in 2008 van start is gegaan en die naar verwachting in 2020 zal worden voltooid, en een exploitatiefase, waarmee vanaf 2014/2015 geleidelijk een begin wordt gemaakt, zodat het complete systeem uiterlijk in 2020 volledig operationeel is.
Het Egnos-progamma heeft tot doel de kwaliteit van de signalen van bestaande wereldwijde satellietnavigatiesystemen te verbeteren. Egnos bevindt zich in de exploitatiefase sinds de open dienst en de "Safety of Life"-dienst ervan respectievelijk in oktober 2009 en maart 2011 operationeel zijn verklaard.
II. Algemeen standpunt van de rapporteur
Uw rapporteur is ingenomen met het Commissievoorstel voor een nieuwe verordening, die enerzijds tot doel heeft te voorzien in de behoeften van de programma's tijdens de looptijd van het volgende meerjarig financieel kader, met name voor wat betreft het publiek beheer en een gezond financieel beheer, en anderzijds een nieuwe bekrachtiging betekent van het feit dat de EU de systemen uiterlijk in 2020 wil voltooien en operationeel wil hebben.
Benadrukt moet worden dat alle burgers van de Unie baat zullen hebben bij het brede scala aan diensten dat Egnos en Galileo zullen bieden. Momenteel moeten gebruikers van satellietnavigatie in Europa het nog stellen met satellietsignalen die afkomstig zijn van systemen die niet door de EU worden gecontroleerd en die niet in de eerste plaats ontworpen zijn om Europese doeleinden te dienen. Vooral in dichtbevolkte stedelijke gebieden zijn deze systemen soms onvoldoende beschikbaar. Bovendien bieden zij de Europese eindgebruikers niet altijd voldoende waarborgen voor kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening.
Verwacht wordt dat de opbouw en stationering van de Europese satellietnavigatiesystemen ook rechtstreekse voordelen zullen opleveren voor honderden bedrijven overal in de EU, waaronder een groeiend aantal kmo's, en voor duizenden banen voor hoogopgeleide werknemers zullen zorgen. De systemen zijn ook buitengewoon belangrijk voor de uitbreiding van de Europese kennis op het gebied van satellietnavigatie en voor het behoud van expertise op het gebied van ruimtevaartbeleid in heel Europa. Een bijkomend voordeel is dat de proliferatie van met radionavigatie per satelliet samenhangende toepassingen een unieke groeikans biedt voor het bedrijfsleven en de industrie in Europa.
De doelstellingen van dit wetgevingsvoorstel genieten brede steun en daarom stelt uw rapporteur slechts een klein aantal amendementen voor die in het algemeen tot doel hebben de bepalingen inzake het publiek beheer en gezond financieel beheer van de programma's aan te scherpen en te verduidelijken en het belang ervan voor de vervoerssector te benadrukken.
i) Publiek beheer van de programma's
Een goed publiek beheer van de programma's Galileo en Egnos vereist enerzijds een strikte scheiding van de taken, met name tussen de Commissie, het Europees GNSS-Agentschap en het Europees Ruimteagentschap, en anderzijds de geleidelijke aanpassing van het beheer aan de operationele vereisten van de systemen. De Commissie wil de exploitatie van de programma's voor de periode 2014-2020 aan het Europees GNSS-Agentschap toewijzen. Om het Agentschap in staat te stellen zijn capaciteit op te bouwen, moet ervoor worden gezorgd dat het over meer geschikt personeel kan beschikken om het grotere takenpakket waarmee het bij deze verordening wordt belast, aan te kunnen. Benadrukt moet worden dat de aanstaande verhuizing van het hoofdkwartier van het Agentschap geen negatieve gevolgen moet hebben voor het personeelsbestand en het expertiseniveau.
ii) Belang van de programma's voor de vervoerssector
De Europese satellietnavigatiesystemen zijn infrastructuurvoorzieningen die zijn opgezet als trans-Europese netwerken waarvan het gebruik de nationale grenzen van de lidstaten ver overschrijdt. Verwacht wordt dat de programma's een aanzienlijk aantal voordelen zullen opleveren voor de vervoerssector, zoals:
a) Wegvervoer
- beter wegenbeheer en vermindering van verkeerscongestie
- snellere reactie bij noodsituaties in het wegverkeer
- makkelijker toezicht op het transport van gevaarlijke goederen
- hulpmiddel voor weggebruikers bij het plannen van hun reis dankzij nauwkeurigere verkeersinformatie
- verbetering van de tolheffing en de elektronische inning van retributies
- vermindering van reistijden en brandstofverbruik
b) Spoorvervoer
- automatisering van trajectcontrole
- bijdrage aan operationele verbeteringen, zoals trajectverbetering en algemene veiligheidsvereisten
- minder vertragingen en lagere exploitatiekosten, en tegelijkertijd vergroting van de trajectcapaciteit
- nauwkeurige informatie voor reizigers over de aankomst van treinen
c) Vervoer over zee en binnenwateren
- beter verkeersbeheer, vooral in havens of op corridors met druk verkeer
- verbetering van de veiligheid op zee
- verbetering van het volgen van schepen en van reddingsoperaties
- nauwkeurigere informatie over olielekken
d) Luchtvervoer
- meer en makkelijker gebruik van kleine en perifere luchthavens door de civiele luchtvaart
- een belangrijke rol in de ontwikkeling van het beleid voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim en SESAR
- verbetering van het verkeersbeheer en de veiligheid op luchthavens.
iii) Financiering 30.
De Commissie raamt de bijdrage van de Unie voor het tijdvak 2014-2020 op 7 897 miljoen euro. De bijdrage heeft hoofdzakelijk betrekking op namelijk de voltooiing van de stationerings- en exploitatiefase van het Galileo-programma en de exploitatie van het Egnos-systeem. Om de kostenoverschrijdingen en vertragingen waaronder de voortgang van de programma's de afgelopen jaren te lijden heeft gehad verder te voorkomen, moet het publiek beheer worden versterkt en moet gezorgd worden voor een goed financieel beheer van de programma's.
AMENDEMENTEN
De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(6 bis) De programma's Galileo en Egnos zijn bijzonder belangrijk voor toepassingen op vervoergebied, met inbegrip van intelligente vervoersystemen. In de sector wegvervoer zijn zij van cruciaal belang voor de verbetering van de verkeersveiligheid en het verkeersbeheer, voor het verminderen van congestie, reistijden en brandstofverbruik en voor de controle op dierenvervoer. In het spoorwegvervoer kunnen zij automatisering van trajectbewaking mogelijk maken, voor meer veiligheid, minder vertragingen en lagere exploitatiekosten zorgen en de passagiers van nauwkeuriger informatie voorzien. Bij de zeescheepvaart en de binnenvaart kunnen zij leiden tot verbetering van de veiligheid en van de afhandelingscapaciteit van havens, het volgen van containervloten mogelijk maken en nauwkeurigere informatie verstrekken in noodsituaties. In het luchtvervoer zetten zij aan tot en bieden zij mogelijkheden voor gebruikmaking van kleine en perifere luchthavens door de burgerluchtvaart en spelen zij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het beleid voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim. In de ruimtevaartsector kunnen zij de navigatie nauwkeuriger maken bij het bepalen van de baan van lanceerraketten. Gezien de groeiende vraag naar een efficiënt, geïntegreerd Europees vervoersnetwerk, moet er absoluut voor worden gezorgd dat de ontwikkeling van vervoerstoepassingen die door Galileo en Egnos mogelijk worden gemaakt, wordt voortgezet. Zo kunnen de burgers van de Unie van de door die systemen geboden voordelen profiteren en wordt ervoor gezorgd dat zij vertrouwen houden in de programma's. |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(8) Gezien het toenemende gebruik dat op allerlei gebieden van satellietnavigatie wordt gemaakt, kan een onderbreking van de dienstlevering in moderne samenlevingen voor ernstige schade zorgen. Bovendien zijn de satellietnavigatiesystemen vanwege hun strategische dimensie gevoelige infrastructuren, die met name kwetsbaar zijn voor gebruik met kwaadaardige bedoelingen. De bovengenoemde aspecten kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten. Daarom moet bij het ontwerp, de installatie en de exploitatie van de uit de programma's Galileo en Egnos voortvloeiende infrastructuren rekening worden gehouden met de beveiligingsvereisten. |
(8) Gezien het toenemende gebruik dat op allerlei gebieden van satellietnavigatie wordt gemaakt, kan een onderbreking van de dienstlevering in moderne samenlevingen voor ernstige schade zorgen en tot verliezen voor veel ondernemingen leiden. Bovendien zijn de satellietnavigatiesystemen vanwege hun strategische dimensie gevoelige infrastructuren, die met name kwetsbaar zijn voor gebruik met kwaadaardige bedoelingen. De bovengenoemde aspecten kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten. Daarom moet bij het ontwerp, de installatie en de exploitatie van de uit de programma's Galileo en Egnos voortvloeiende infrastructuren rekening worden gehouden met de beveiligingsvereisten. |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 10 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(10 bis) Het geografisch bereik van het Egnos‑systeem moet geleidelijk worden uitgebreid tot het gehele grondgebied van de Unie en, voor zover dat technisch en financieel en gezien de internationale overeenkomsten mogelijk is, tot buurregio's van de Unie, met name het grondgebied van derde landen die onder het beleid voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim vallen. |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) Om te zorgen voor een optimale benutting van de aangeboden diensten, moeten de systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos compatibel en interoperabel met elkaar en, voor zover mogelijk, met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen zijn. |
(11) Om te zorgen voor een optimale benutting van de aangeboden diensten, moeten de systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos compatibel en interoperabel met elkaar en met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen zijn. |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Aangezien de Unie in beginsel de volledige financiering van de programma's op zich neemt, moet worden bepaald dat zij eigenaar is van alle materiële en immateriële activa die in het kader van deze programma's worden gecreëerd of ontwikkeld. Voor een goede naleving van fundamentele met eigendom verbonden rechten, moeten passende overeenkomsten met de huidige eigenaars worden gesloten, met name voor de essentiële onderdelen van de infrastructuren en de beveiliging daarvan. Om de aanvaarding van satellietnavigatie door de markt te vergemakkelijken, moet ervoor worden gezorgd dat derden optimaal gebruik kunnen maken van met name de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit de programma's en aan de Unie toebehoren, in het bijzonder op sociaaleconomisch gebied. |
(12) Aangezien de Unie in beginsel de volledige financiering van de programma's op zich neemt, moet deze transparant zijn en moet worden bepaald dat zij eigenaar is van alle materiële en immateriële activa die in het kader van deze programma's worden gecreëerd of ontwikkeld. Voor een goede naleving van fundamentele met eigendom verbonden rechten, moeten passende overeenkomsten met de huidige eigenaars worden gesloten, met name voor de essentiële onderdelen van de infrastructuren en de beveiliging daarvan. Om de aanvaarding van satellietnavigatie door de markt te vergemakkelijken, moet ervoor worden gezorgd dat derden optimaal gebruik kunnen maken van met name de intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit de programma's en aan de Unie toebehoren, in het bijzonder op sociaaleconomisch gebied. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) Opgemerkt zij tevens dat de begrotingsmiddelen waarin deze verordening voorziet niet van toepassing zijn op werkzaamheden die worden gefinancierd uit aan het programma Horizon 2020, kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, toegewezen middelen, zoals werkzaamheden in verband met de ontwikkeling van van de systemen afgeleide toepassingen. Deze werkzaamheden zullen helpen het gebruik van de in het kader van de programma's aangeboden diensten te optimaliseren, voor een goed sociaaleconomisch rendement op de investeringen van de Unie te zorgen en de knowhow van het bedrijfsleven in de Unie op het gebied van satellietnavigatietechnologie te vergroten. |
(18) Opgemerkt zij tevens dat de begrotingsmiddelen waarin deze verordening voorziet niet van toepassing zijn op werkzaamheden die worden gefinancierd uit aan het programma Horizon 2020, kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, toegewezen middelen, zoals werkzaamheden in verband met de ontwikkeling van van de systemen afgeleide toepassingen. Deze werkzaamheden zullen helpen het gebruik van de in het kader van de programma's aangeboden diensten te optimaliseren, voor een goed sociaaleconomisch rendement op de investeringen van de Unie te zorgen en de knowhow van het Europese bedrijfsleven, en met name het midden- en kleinbedrijf, op het gebied van satellietnavigatietechnologie te vergroten. Daarom is het van essentieel belang dat er in het kader van het Horizon 2020-programma voldoende middelen worden uitgetrokken voor de ontwikkeling van marktgedreven toepassingen die door de systemen Galileo en Egnos mogelijk worden gemaakt, zowel voor Europees als voor internationaal gebruik. |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 22 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(22) Aangezien zij de Unie, die in beginsel de gehele financiering van de programma's op zich neemt en eigenaar van de systemen is, vertegenwoordigt, moet de Commissie de verantwoordelijkheid voor het verloop van de programma's en het b toezicht op zich nemen. Zij moet de bij deze verordening aan de programma's toegewezen middelen beheren en zorg dragen voor de uitvoering van alle activiteiten van de programma's en voor een duidelijke verdeling van de taken, met name tussen het Europees GNSS-Agentschap en het Europees Ruimteagentschap. Hiertoe moeten aan de Commissie, naast de taken die verband houden met deze algemene verantwoordelijkheden en de overige taken die zij uit hoofde van deze verordening toegewezen krijgt, ook bepaalde specifieke taken worden toegewezen, waarvan een niet-uitputtende opsomming wordt gegeven. Om de middelen en competenties van de verschillende belanghebbenden te optimaliseren, moet de Commissie bepaalde taken kunnen delegeren door middel van delegatieovereenkomsten, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002, en met name artikel 54. |
(22) Aangezien zij de Unie, die in beginsel de gehele financiering van de programma's op zich neemt en eigenaar van de systemen is, vertegenwoordigt, moet de Commissie de verantwoordelijkheid voor het verloop van de programma's en het algemene toezicht op zich nemen. Zij moet de bij deze verordening aan de programma's toegewezen middelen beheren en zorg dragen voor de uitvoering van alle activiteiten van de programma's en voor een duidelijke verdeling van de taken, met name tussen het Europees GNSS-Agentschap en het Europees Ruimteagentschap, teneinde overlapping van bevoegdheden te voorkomen. Hiertoe moeten aan de Commissie, naast de taken die verband houden met deze algemene verantwoordelijkheden en de overige taken die zij uit hoofde van deze verordening toegewezen krijgt, ook bepaalde specifieke taken worden toegewezen, waarvan een niet-uitputtende opsomming wordt gegeven. Om de middelen en competenties van de verschillende belanghebbenden te optimaliseren, moet de Commissie bepaalde taken kunnen delegeren door middel van delegatieovereenkomsten, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002, en met name artikel 54. |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 23 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(23) Het Europees GNSS-Agentschap is bij Verordening (EG) nr. 912/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgericht met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's Galileo en Egnos en het verrichten van bepaalde taken in verband met het verloop van de programma's. Het is een agentschap van de Unie dat, als orgaan in de zin van artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad, onderworpen is aan de verplichtingen die voor agentschappen van de Unie gelden. Het moet bepaalde taken toegewezen krijgen in verband met de beveiliging van de programma's, met zijn mogelijke aanwijzing als voor de PRS verantwoordelijke autoriteit en met zijn bijdrage tot de marketing van de systemen. Tevens moet het de taken op zich nemen die de Commissie eraan kan toewijzen door middel van een of meerdere delegatieovereenkomsten die betrekking hebben op verschillende andere specifieke taken in verband met de programma's, waaronder taken in verband met de exploitatiefasen van de systemen en het promoten van toepassingen en diensten op de satellietnavigatiemarkt. Om de Commissie, die de Unie vertegenwoordigt, in staat te stellen haar auditfunctie volledig uit te oefenen, moeten deze delegatieovereenkomsten de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwde middelen omvatten. |
(23) Het Europees GNSS-Agentschap is bij Verordening (EG) nr. 912/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgericht met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's Galileo en Egnos en het verrichten van bepaalde taken in verband met het verloop van de programma's. Het is een agentschap van de Unie dat, als orgaan in de zin van artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad, onderworpen is aan de verplichtingen die voor agentschappen van de Unie gelden. Het moet bepaalde taken toegewezen krijgen in verband met de beveiliging van de programma's, met zijn mogelijke aanwijzing als voor de PRS verantwoordelijke autoriteit en met zijn bijdrage tot de marketing van de systemen. Tevens moet het de taken op zich nemen die de Commissie eraan kan toewijzen door middel van een of meerdere delegatieovereenkomsten die betrekking hebben op verschillende andere specifieke taken in verband met de programma's, waaronder taken in verband met de exploitatiefasen van de systemen en het ontwikkelen en promoten van toepassingen en diensten op de satellietnavigatiemarkt. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat het Agentschap over de nodige personele middelen met de vereiste expertise beschikt om het grotere takenpakket waarmee het bij deze verordening wordt belast, te kunnen uitvoeren. Om de Commissie, die de Unie vertegenwoordigt, in staat te stellen haar auditfunctie volledig uit te oefenen, moeten deze delegatieovereenkomsten de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwde middelen omvatten. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 35 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(35) Het is noodzakelijk dat het Europees Parlement en de Raad regelmatig op de hoogte worden gehouden van de uitvoering van de programma's. Bovendien zullen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bijeenkomen in het interinstitutioneel panel voor Galileo, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het interinstitutioneel panel voor Galileo van 9 juli 2008. |
(35) Het Europees Parlement en de Raad moeten regelmatig op de hoogte worden gehouden van de uitvoering van de programma's, met inbegrip van de kosten en risico's ervan, de sluiting van internationale overeenkomsten met derde landen, de voorbereiding van satellietnavigatiemarkten en de doeltreffendheid van bestuursregelingen. Er dient met name te worden verwezen naar de tenuitvoerlegging van de twee programma's ten aanzien van de "dienst beveiliging van levens". Bovendien zullen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bijeenkomen in het interinstitutioneel panel voor Galileo, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het interinstitutioneel panel voor Galileo van 9 juli 2008. Het panel moet nauwe samenwerking tussen de drie instellingen blijven faciliteren met het oog op het toezicht op de uitvoering van de programma's. De Commissie moet blijven bijdragen aan de voorbereiding van de vergaderingen van het panel en in voorkomend geval op verzoek van de instellingen gedetailleerde informatie verstrekken. |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Galileo- en Egnos-programma’s omvatten alle activiteiten die nodig zijn voor het definiëren, ontwikkelen, valideren, bouwen, exploiteren, vernieuwen en verbeteren van de twee Europese systemen voor satellietnavigatie, namelijk het door het Galileo-programma ingestelde systeem en het Egnos-systeem, alsmede voor het waarborgen van de veiligheid daarvan. |
1. De Galileo- en Egnos-programma’s omvatten alle activiteiten die nodig zijn voor het definiëren, ontwikkelen, valideren, bouwen, exploiteren, vernieuwen en verbeteren van de twee Europese systemen voor satellietnavigatie, namelijk het door het Galileo-programma ingestelde systeem en het Egnos-systeem, alsmede voor het waarborgen van de veiligheid en de interoperabiliteit daarvan. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 4 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
b) aanbieden van een "dienst beveiliging van levens" (de zogenaamde "Safety of Life Service" of SoL) ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is. deze dienst beantwoordt eveneens aan de continuïteits-, beschikbaarheids- en nauwkeurigheidsbehoeften van bepaalde sectoren en omvat een integriteitsfunctie waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd wanneer het systeem slecht functioneert; |
b) aanbieden van een "dienst beveiliging van levens" (de zogenaamde "Safety of Life Service" of SoL) ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is. deze dienst, zonder heffingen voor de rechtstreekse gebruiker, beantwoordt eveneens aan de continuïteits-, beschikbaarheids- en nauwkeurigheidsbehoeften van bepaalde sectoren en omvat een integriteitsfunctie waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd wanneer het systeem slecht functioneert; |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 4 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) deelnemen aan de opsporings- en reddingsdienst (de zogenaamde "Search and Rescue Support Service" of SAR) van het Cospas-Sarsat-systeem door het detecteren van door bakens uitgezonden noodsignalen en het ernaar terugzenden van boodschappen. |
(e) deelnemen aan de opsporings- en reddingsdienst (de zogenaamde "Search and Rescue Support Service" of SAR) van het Cospas-Sarsat-systeem door het detecteren en lokaliseren van door bakens uitgezonden noodsignalen en het ernaar terugzenden van boodschappen. |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 5 – alinea 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
c) aanbieden van een "dienst beveiliging van levens" (SoL) ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is; deze dienst beantwoordt in het bijzonder aan de continuïteits-, beschikbaarheids- en nauwkeurigheidsbehoeften van bepaalde sectoren en omvat een integriteitsfunctie waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd wanneer het systeem slecht functioneert binnen het dekkingsgebied. |
c) aanbieden van een "dienst beveiliging van levens" (SoL) ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is; deze dienst, zonder heffingen voor de rechtstreekse gebruiker, beantwoordt met name aan de continuïteits-, beschikbaarheids- en nauwkeurigheidsbehoeften van bepaalde sectoren en omvat een integriteitsfunctie waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd wanneer het systeem slecht functioneert binnen het dekkingsgebied. |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Artikel 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij deze verordening worden de regels vastgesteld voor de invoering en de exploitatie van de systemen in het kader van de Europese programma's voor satellietnavigatie, met name wat betreft de governance en de financiële bijdrage van de Unie. |
Bij deze verordening worden de regels vastgesteld voor de invoering en de exploitatie van de systemen in het kader van de Europese programma's voor satellietnavigatie op het gehele grondgebied van de EU, met name wat betreft de governance en de financiële bijdrage van de Unie. |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 1 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
d) een exploitatiefase, die bestaat uit het beheer van de infrastructuur, het onderhoud, de constante verbetering, de vernieuwing en de bescherming van het systeem, de certificerings- en normalisatieverrichtingen in verband met het programma, de levering en de commercialisering van de diensten, en alle andere activiteiten die nodig zijn voor de ontwikkeling van het systeem en het goede verloop van het programma; het is de bedoeling dat tussen 2014 en 2015 geleidelijk een begin wordt gemaakt met deze fase, met de levering van de eerste diensten. |
d) een exploitatiefase, waarin wordt gezorgd voor een succesvolle start van de toepassingen. Deze fase bestaat uit het beheer van de infrastructuur, het onderhoud, de constante verbetering, de vernieuwing en de bescherming van het systeem, de certificerings- en normalisatieverrichtingen in verband met het programma, de ontwikkeling, de levering en de commercialisering van de diensten, en alle andere activiteiten die nodig zijn voor de ontwikkeling van het systeem en zijn toepassingen en het goede verloop van het programma; het is de bedoeling dat tussen 2014 en 2015 geleidelijk een begin wordt gemaakt met deze fase, met de levering van de eerste diensten, en dat alle diensten uiterlijk 2020 beschikbaar zijn. |
Motivering | |
Legt de nadruk op de ontwikkeling van toepassingen, wat in de exploitatiefase het cruciale onderdeel is. | |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos zijn, voor zover mogelijk, compatibel en interoperabel met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen. |
2. De systemen, netwerken en diensten die resulteren uit de programma's Galileo en Egnos zijn compatibel en interoperabel met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen. |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten kunnen aanvullende financiering verschaffen voor het Galileo-programma. De ontvangsten die voortvloeien uit deze bijdragen worden gezien als bestemmingsontvangsten als bedoeld in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. Overeenkomstig het beginsel van transparant beheer stelt de Commissie het in artikel 35, lid 1, van deze verordening bedoelde comité op de hoogte van ieder effect op het Galileo-programma ingevolge de toepassing van dit lid. |
2. De lidstaten kunnen aanvullende financiering verschaffen voor het Galileo-programma. De ontvangsten die voortvloeien uit deze bijdragen worden gezien als bestemmingsontvangsten als bedoeld in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. Overeenkomstig het beginsel van transparant beheer stelt de Commissie het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, van deze verordening bedoelde comité op de hoogte van ieder effect op het Galileo-programma ingevolge de toepassing van dit lid. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten kunnen aanvullende financiering verschaffen voor het Egnos-programma. De ontvangsten die voortvloeien uit deze bijdragen worden gezien als bestemmingsontvangsten als bedoeld in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. Overeenkomstig het beginsel van transparant beheer stelt de Commissie het in artikel 35, lid 1, bedoelde comité op de hoogte van ieder effect op het Egnos-programma ingevolge de toepassing van dit lid. |
2. De lidstaten kunnen aanvullende financiering verschaffen voor het Egnos-programma. De ontvangsten die voortvloeien uit deze bijdragen worden gezien als bestemmingsontvangsten als bedoeld in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. Overeenkomstig het beginsel van transparant beheer stelt de Commissie het Europees Parlement, de Raad en het in artikel 35, lid 1, van deze verordening bedoelde comité op de hoogte van ieder effect op het Egnos-programma ingevolge de toepassing van dit lid. |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het algemene kader voor de governance van de programma’s |
Schrappen |
|
Het publieke beheer van de programma's stoelt op het beginsel van een strikte taakverdeling tussen de verschillende betrokken entiteiten, met name tussen de Commissie, het Europees GNSS-Agentschap en het Europees Ruimteagentschap. |
|
Motivering | |
Deze bepalingen zijn opgenomen in het nieuwe artikel 12 ter. | |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Artikel 12 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 12 bis |
|
|
Algemeen kader voor het beheer van de programma's |
|
|
Het algemene kader voor het beheer van de programma's is als volgt: |
|
|
a) de entiteiten die naast de Commissie taken vervullen in het kader van deze verordening zijn met name het Europees GNSS-Agentschap en het Europees Ruimteagentschap; |
|
|
b) de Commissie draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de programma's. Zij beheert de bij deze verordening toegewezen middelen, houdt toezicht op de uitvoering van alle activiteiten van de programma's en vervult de in artikel 13 en de overige bepalingen van deze verordening genoemde specifieke taken; |
|
|
c) het Europees GNSS-Agentschap vervult de in artikel 15 genoemde taken en legt verantwoording af over de uitvoering ervan. Het operationeel beheer van de programma's steunt op delegatieovereenkomsten tussen de Commissie en het Europees GNSS-Agentschap; |
|
|
d) het Europees Ruimteagentschap wordt door middel van passende overeenkomsten met de Commissie en het Europees GNSS-Agentschap belast met de uitvoering van bepaalde taken in verband met ontwerp en ontwikkeling en met het plaatsen van opdrachten in de context van de uitvoering en exploitatie van de programma's overeenkomstig artikel 16. |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Artikel 12 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 12 ter |
|
|
Beginselen van het programmabeheer |
|
|
Het publiek beheer van de programma's stoelt op de volgende beginselen: |
|
|
a) strikte taakverdeling tussen de verschillende betrokken entiteiten, onder de algemene verantwoordelijkheid van de Commissie; |
|
|
b) constructieve samenwerking tussen de in artikel 12 bis bedoelde entiteiten en de lidstaten; |
|
|
c) grondige controle op de uitvoering van de programma's, met strikte inachtneming van kosten en tijdschema's door alle betrokken entiteiten. |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 13 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie is verantwoordelijk voor het verloop van de programma's. Zij beheert de op grond van deze verordening aan de programma's toegewezen middelen en ziet toe op de uitvoering van alle activiteiten ervan. |
Schrappen |
Motivering | |
Deze bepalingen zijn opgenomen in het nieuwe artikel 12 bis. | |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Artikel 13 – lid 2 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Naast de algemene taken als bedoeld in lid 1 en in de overige bepalingen van deze verordening, omvatten de taken van de Commissie krachtens deze verordening de volgende specifieke taken: |
2. Naast de algemene verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 12 bis en in de overige bepalingen van deze verordening vermelde taken, verricht de Commissie de volgende specifieke taken: |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 13– lid 2 – letter a bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(a bis) zij zorgt ervoor dat de programma's op tijd worden uitgevoerd, binnen de grenzen van de toegewezen middelen en overeenkomstig de programmadoelstellingen en het tijdschema als bedoeld in artikel 1; |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
a) de locaties van de grondinfrastructuur te bepalen en de goede werking ervan te waarborgen; |
a) via een open en transparant proces de locatie van de grondinfrastructuur te bepalen en de exploitatie ervan te waarborgen; |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
c) in het kader van de exploitatie van de systemen draagt het bij tot de marketing van de systemen, met inbegrip van de nodige marktanalyse; |
c) in het kader van de exploitatie van de systemen draagt het bij tot de ontwikkeling en marketing van de systemen, met inbegrip van de nodige marktanalyse; |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1 – letter d – punt ii | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
ii) het promoten van toepassingen en diensten op de satellietnavigatiemarkt. |
ii) het promoten van en het toezien op de ontwikkeling van toepassingen en diensten op de satellietnavigatiemarkt en het vergroten van de bekendheid ervan; |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. In de delegatieovereenkomst worden, voor zover nodig voor de gedelegeerde taken en begrotingsuitvoering, de algemene voorwaarden neergelegd voor het beheer van de aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwde middelen en met name de uit te voeren acties, de desbetreffende financiering, de beheersprocedures, de toezicht- en controlemaatregelen, de maatregelen die van toepassing zijn bij een gebrekkige uitvoering van contracten voor wat betreft de kosten, het tijdschema en de resultaten, en de eigendomsregeling voor alle materiële en immateriële activa. |
|
|
De toezicht- en controlemaatregelen omvatten met name een voorlopige kostenraming, systematische informatie voor de Commissie over de kosten en het tijdschema en, indien er een verschil is ten opzichte van de voorziene begrotingen, de resultaten en het geplande tijdschema, corrigerende maatregelen om te waarborgen dat de infrastructuren binnen de grenzen van de begrotingstoewijzingen worden gerealiseerd. |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. Het Europees GNSS-Agentschap kan, indien noodzakelijk, passende overeenkomsten sluiten met het Europees Ruimteagentschap met het oog op de uitvoering van de respectieve taken waarmee zij krachtens deze verordening zijn belast voor de exploitatiefase van de programma's. |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 20 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
b) vermijden van mogelijk misbruik van dominantie en misbruik van langdurige afhankelijkheid van één leverancier; |
b) vermijden van mogelijk misbruik van dominantie en misbruik van de afhankelijkheid van één leverancier; |
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 20 – lid 1 – letter c bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(c bis) in voorkomend geval goederen uit twee bronnen betrekken, teneinde de afhankelijkheid van één leverancier te verminderen en een betere globale greep op de programma's, de kosten en het tijdschema te waarborgen, een methode die, waar mogelijk en relevant, als specifiek selectiecriterium in de aanbesteding dient te worden vermeld. |
Motivering | |
Als voor twee leveranciers wordt gekozen, moet dit bij de officiële publicatie van de aanbesteding duidelijk worden vermeld, zodat een maximale transparantie voor alle belanghebbenden en inschrijvers gegarandeerd is. | |
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 20 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De aanbestedende autoriteiten streven bij hun aanbestedingen stelselmatig de in lid 1 bedoelde doelen na en gebruiken deze als selectiecriteria. |
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 22 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De opdracht met voorwaardelijke tranches omvat een vaste tranche, die gepaard gaat met een begrotingsvastlegging, en een of meer voorwaardelijke tranches. In de aanbestedingsstukken worden de elementen vermeld die specifiek zijn voor opdrachten met voorwaardelijke tranches. Met name worden het voorwerp, de prijs of de wijze waarop deze wordt vastgesteld en de regelingen voor de levering van de goederen of diensten voor elke tranche in de stukken gedefinieerd. |
2. De opdracht met voorwaardelijke tranches omvat een vaste tranche, die gepaard gaat met een begrotingsvastlegging en een vaste verbintenis inzake de uitvoering van de voor deze tranche gegunde werken en diensten, en een of meer voorwaardelijke begrotings- en uitvoeringstranches. In de aanbestedingsstukken worden de elementen vermeld die specifiek zijn voor opdrachten met voorwaardelijke tranches. Met name worden het voorwerp, de prijs of de wijze waarop deze wordt vastgesteld en de regelingen voor de levering van de goederen of diensten voor elke tranche in de stukken gedefinieerd. |
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 22 – lid 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Indien de aanbestedende dienst met betrekking tot een bepaalde tranche vaststelt dat de voor die tranche overeengekomen werken en diensten niet zijn gerealiseerd, kan hij schadevergoeding eisen en het contract beëindigen. |
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 25 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De aanbestedende dienst kan iedere inschrijver verzoeken een deel van de opdracht op verschillende niveaus uit te besteden aan bedrijven die geen deel uitmaken van de groep waartoe de inschrijver behoort. Dit minimaal aan subcontractanten uit te besteden deel wordt uitgedrukt als een bereik tussen een minimum- en een maximumpercentage. Dit bereik moet in verhouding staan tot het voorwerp en de waarde van de opdracht en tot de aard van de betreffende sector, en met name tot de mededingingsomstandigheden en het industriële potentieel die in die sector worden waargenomen. |
Schrappen |
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 25 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Als de inschrijver in zijn inschrijving aangeeft dat hij niet voornemens is een deel van het contract uit te besteden aan onderaannemers, kmo's of nieuwe spelers of voornemens is een deel uit te besteden onder het minimumpercentage als bedoeld in lid 1, deelt hij de redenen hiervoor mee aan de aanbestedende dienst. De aanbestedende dienst stuurt deze informatie naar de Commissie. |
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 29 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor de uitvoering van de technische taken als bedoeld in artikel 13, lid 2, kan de Commissie een beroep doen op de nodige bijstand, met name door deskundigen van de op het gebied van ruimtevaart bevoegde nationale instanties, door onafhankelijke deskundigen en door entiteiten die in staat zijn onpartijdige analyses en adviezen over het verloop van de programma's te verstrekken. |
Voor de uitvoering van de technische taken als bedoeld in artikel 13, lid 2, kan de Commissie een beroep doen op de nodige bijstand, met name door deskundigen van de op het gebied van ruimtevaart bevoegde nationale instanties, door onafhankelijke deskundigen en door entiteiten die competent zijn om onpartijdige analyses en adviezen over het verloop van de programma's te verstrekken. |
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 32 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie ziet toe op de tenuitvoerlegging van deze verordening. Elk jaar bij de indiening van het voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van de programma's. |
De Commissie ziet toe op de tenuitvoerlegging van deze verordening. Tegelijk met het jaarlijkse voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van de programma's met onder meer informatie over de kosten en risico's ervan, de sluiting van internationale overeenkomsten met derde landen, de voorbereiding van satellietnavigatiemarkten en de doeltreffendheid van bestuursregelingen. |
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Artikel 33 – lid 1 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorts wordt bij de evaluatie onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang, de relevantie van de doelstellingen en de mate waarin de maatregelen bijdragen tot de prioriteiten van de Unie op het gebied van slimme, duurzame en inclusieve groei. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de resultaten van evaluaties van de gevolgen op lange termijn van eerdere maatregelen. |
Voorts wordt bij de evaluatie onderzoek gedaan naar de technologische ontwikkelingen op dit gebied, de mogelijkheden voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang, de relevantie van de doelstellingen en de mate waarin de maatregelen bijdragen tot de prioriteiten van de Unie op het gebied van slimme, duurzame en inclusieve groei. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de resultaten van evaluaties van de gevolgen op lange termijn van eerdere maatregelen. |
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Artikel 34 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in de artikelen 5 en 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 1 januari 2014. |
2. De in de artikelen 5 en 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 1 januari 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen deze verlenging verzet. |
PROCEDURE
|
Titel |
Invoering en exploitatie van Europese satellietnavigatiesystemen |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
ITRE 15.12.2011 |
|
|
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
TRAN – 15.12.2011 |
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Jacqueline Foster 19.12.2011 |
||||
|
Behandeling in de commissie |
30.5.2012 |
9.7.2012 |
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
10.7.2012 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
38 1 0 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Magdi Cristiano Allam, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Philip Bradbourn, Antonio Cancian, Michael Cramer, Joseph Cuschieri, Philippe De Backer, Luis de Grandes Pascual, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Juozas Imbrasas, Dieter-Lebrecht Koch, Ádám Kósa, Georgios Koumoutsakos, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Hubert Pirker, Dominique Riquet, David-Maria Sassoli, Vilja Savisaar-Toomast, Olga Sehnalová, Debora Serracchiani, Brian Simpson, Laurence J.A.J. Stassen, Silvia-Adriana Ţicău, Giommaria Uggias, Peter van Dalen, Artur Zasada |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Spyros Danellis, Isabelle Durant |
||||
PROCEDURE
|
Titel |
Invoering en exploitatie van Europese satellietnavigatiesystemen |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2011)0814 – C7-0464/2011 – 2011/0392(COD) |
||||
|
Datum indiening bij EP |
30.11.2011 |
|
|
|
|
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
ITRE 15.12.2011 |
|
|
|
|
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
AFET 15.12.2011 |
Rapporteur voor advies 15.12.2011 |
TRAN 15.12.2011 |
|
|
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Marian-Jean Marinescu 26.1.2012 |
|
|
|
|
|
Behandeling in de commissie |
21.3.2012 |
19.6.2012 |
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
18.9.2013 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
43 0 3 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Amelia Andersdotter, Josefa Andrés Barea, Zigmantas Balčytis, Ivo Belet, Bendt Bendtsen, Fabrizio Bertot, Jan Březina, Maria Da Graça Carvalho, Giles Chichester, Jürgen Creutzmann, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Adam Gierek, Norbert Glante, András Gyürk, Edit Herczog, Romana Jordan, Krišjānis Kariņš, Lena Kolarska-Bobińska, Angelika Niebler, Jaroslav Paška, Aldo Patriciello, Herbert Reul, Paul Rübig, Francisco Sosa Wagner, Konrad Szymański, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Ioannis A. Tsoukalas, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Adina-Ioana Vălean, Alejo Vidal-Quadras |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Maria Badia i Cutchet, Antonio Cancian, Yves Cochet, António Fernando Correia de Campos, Ioan Enciu, Elisabetta Gardini, Jolanta Emilia Hibner, Seán Kelly, Bernd Lange, Marian-Jean Marinescu, Mario Pirillo |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2) |
María Irigoyen Pérez, Cecilia Wikström |
||||
|
Datum indiening |
4.10.2013 |
||||