Procedure : 2012/0146(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0365/2013

Ingediende teksten :

A7-0365/2013

Debatten :

PV 02/04/2014 - 16
CRE 02/04/2014 - 16

Stemmingen :

PV 03/04/2014 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0282

VERSLAG     ***I
PDF 1634kWORD 1825k
31.10.2013
PE 507.971v02-00 A7-0365/2013

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

(COM(2012)0238 – C7‑0133/2012 – 2012/0146(COD))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Marita Ulvskog

Rapporteur voor advies (*):

Marielle Gallo, Commissie interne markt en consumentenbescherming

(*) Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 50 van het Reglement

PR_AVC_COD_1am

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

(COM(2012)0238 – C7‑0133/2012 – 2012/0146(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0238),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0133/2012),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 september 2012(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A7-0365/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Het opbouwen van vertrouwen in een online-omgeving is essentieel voor economische ontwikkeling. Een gebrek aan vertrouwen leidt ertoe dat consumenten, bedrijven en overheidsdiensten aarzelen om transacties elektronisch uit te voeren en van nieuwe diensten gebruik te maken.

(1) Het opbouwen van vertrouwen in een online-omgeving is essentieel voor economische en sociale ontwikkeling. Een gebrek aan vertrouwen, met name ten gevolge van een ogenschijnlijk gebrek aan rechtszekerheid, leidt ertoe dat consumenten, bedrijven en overheidsdiensten aarzelen om transacties elektronisch uit te voeren en van nieuwe diensten gebruik te maken.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) Het is van wezenlijk belang om ervoor te zorgen dat alle burgers de beschikking hebben over de technologie en de vaardigheden die nodig zijn om in gelijke mate gebruik te kunnen maken van de digitale mogelijkheden en elektronische diensten ten einde gelijke kansen en integratie voor alle deelnemers aan de maatschappij te waarborgen.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Deze verordening heeft als doel het vertrouwen in elektronische transacties in de interne markt te vergroten door veilige en ongehinderde elektronische interactie mogelijk te maken tussen bedrijven, burgers en publieke overheidsdiensten, en bijgevolg ook de doeltreffendheid van publieke en particuliere onlinediensten, e-business en elektronische handel in de Unie te verhogen.

(2) Deze verordening heeft als doel het vertrouwen in elektronische transacties in de interne markt te vergroten door te voorzien in een gemeenschappelijke grondslag voor rechtszekere elektronische interactie tussen bedrijven, burgers en publieke overheidsdiensten, en bijgevolg ook de doeltreffendheid van publieke en particuliere onlinediensten, e-business en elektronische handel in de Unie te verhogen.

Motivering

Opnieuw gaat het om rechtszekerheid.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen, had hoofdzakelijk betrekking op elektronische handtekeningen zonder een algemeen grens- en sectoroverschrijdend kader te bieden voor veilige, betrouwbare en gebruiksvriendelijke elektronische transacties. Deze verordening voorziet in een versterking en uitbreiding van het acquis van de richtlijn.

(3) Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen, had hoofdzakelijk betrekking op elektronische handtekeningen zonder een algemeen grens- en sectoroverschrijdend kader te bieden voor veilige, betrouwbare en gebruiksvriendelijke elektronische transacties. In deze verordening wordt iets aan deze leemten gedaan.

Motivering

Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen, had hoofdzakelijk betrekking op elektronische handtekeningen zonder een algemeen grens- en sectoroverschrijdend kader te bieden voor veilige, betrouwbare en gebruiksvriendelijke elektronische transacties. In deze verordening wordt iets aan deze leemten gedaan.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Het doel van deze verordening is veilige elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen.

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Zij is veeleer bedoeld voor de invoering van verschillende veiligheidsniveaus, om een gemeenschappelijk pakket van minimumeisen op het gebied van veiligheid te garanderen. Het doel van deze verordening is veilige elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen, met volledige inachtneming van het beginsel van technologieneutraliteit.

Motivering

In tegenstelling tot vertrouwensdiensten, waarvoor gemeenschappelijke veiligheidseisen zijn vastgelegd, heeft de Commissie geen gemeenschappelijke veiligheidseisen uitgewerkt voor elektronische identificatie. De rapporteur is van mening dat de invoering van verschillende veiligheidsniveaus – en bijgevolg van een minimaal veiligheidsniveau – een absolute voorwaarde is voor het beginsel van wederzijdse erkenning en enkel kan bijdragen tot een hoger veiligheidsniveau in de digitale omgeving.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Het staat de lidstaten vrij om middelen voor elektronische identificatie of toegang tot onlinediensten te gebruiken of in te voeren. De lidstaten blijven ook bevoegd om te beslissen of de particuliere sector betrokken wordt bij het leveren van deze middelen. Zij zijn niet verplicht om hun elektronische identificatieregelingen aan te melden. De keuze om alle, sommige of geen elektronische identificatieregelingen die onder de regeling vallen en die op nationaal niveau worden gebruikt om in ieder geval toegang te krijgen tot publieke onlinediensten of specifieke diensten, aan te melden blijft bij de lidstaten.

(12) Het staat de lidstaten vrij om middelen voor elektronische authenticatie of identificatie of toegang tot onlinediensten te gebruiken of in te voeren. De lidstaten blijven ook bevoegd om te beslissen of de particuliere sector betrokken wordt bij het leveren van deze middelen. Zij zijn niet verplicht om hun elektronische identificatieregelingen aan te melden. De keuze om alle, sommige of geen elektronische identificatieregelingen die onder de regeling vallen en die op nationaal niveau worden gebruikt om in ieder geval toegang te krijgen tot publieke onlinediensten of specifieke diensten, aan te melden blijft bij de lidstaten.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) In de verordening worden bepaalde voorwaarden opgenomen aan de hand waarvan moet worden bepaald welke elektronische identificatiemiddelen aanvaard worden en hoe de regelingen worden aangemeld. Deze helpen de lidstaten om het noodzakelijke vertrouwen in elkaars elektronische identificatieregelingen op te bouwen en om elektronische identificatiemiddelen die onder hun aangemelde regelingen vallen, wederzijds te erkennen en aanvaarden. Het beginsel van wederzijdse erkenning en aanvaarding is van toepassing als de aanmeldende lidstaat voldoet aan de voorwaarden voor aanmelding en de aanmelding verschenen is in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toegang tot deze onlinediensten en de definitieve bezorging ervan bij de aanvrager moeten echter nauw in verband staan met het recht om zulke diensten te ontvangen onder de voorwaarden die worden gesteld op grond van nationale wetgeving.

(13) In de verordening worden bepaalde voorwaarden opgenomen aan de hand waarvan moet worden bepaald welke elektronische identificatiemiddelen aanvaard worden en hoe de regelingen worden aangemeld. Deze helpen de lidstaten om het noodzakelijke vertrouwen in elkaars elektronische identificatieregelingen op te bouwen en om elektronische identificatiemiddelen die onder hun aangemelde regelingen vallen, wederzijds te erkennen en aanvaarden. Het beginsel van wederzijdse erkenning en aanvaarding is van toepassing als de aanmeldende lidstaat voldoet aan de voorwaarden voor aanmelding, met name de beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie en de gegevens met betrekking tot de verschillende veiligheidsniveaus, en de aanmelding verschenen is in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toegang tot deze onlinediensten en de definitieve bezorging ervan bij de aanvrager moeten echter nauw in verband staan met het recht om zulke diensten te ontvangen onder de voorwaarden die worden gesteld op grond van nationale wetgeving.

Motivering

In tegenstelling tot vertrouwensdiensten, waarvoor gemeenschappelijke veiligheidseisen zijn vastgelegd, heeft de Commissie geen gemeenschappelijke veiligheidseisen uitgewerkt voor elektronische identificatie. De rapporteur is van mening dat de invoering van verschillende veiligheidsniveaus – en bijgevolg van een minimaal veiligheidsniveau – een absolute voorwaarde is voor het beginsel van wederzijdse erkenning en enkel kan bijdragen tot een hoger veiligheidsniveau in de digitale omgeving.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) De lidstaten zijn bevoegd om te beslissen of de particuliere sector betrokken wordt bij het afgeven van elektronische identificatiemiddelen en of de particuliere sector in staat gesteld moet worden elektronische identificatiemiddelen te gebruiken op grond van een aangemelde regeling voor de identificatie voor onlinediensten of elektronische transacties. De mogelijkheid om zulke elektronische identificatiemiddelen te gebruiken stelt de particuliere sector in staat om gebruik te maken van elektronische identificatie en authenticatie, waar in diverse lidstaten in ieder geval voor publieke diensten reeds vaak gebruik van gemaakt wordt, en maakt het voor bedrijven en burgers gemakkelijker om grensoverschrijdende toegang te krijgen tot hun onlinediensten. Om het gebruik van dergelijke grensoverschrijdende elektronische identificatiemiddelen door de particuliere sector te vergemakkelijken, moet de mogelijkheid tot authenticatie die de lidstaten bieden, beschikbaar zijn voor daarvan afhankelijke partijen zonder onderscheid te maken tussen de publieke en de particuliere sector.

(14) De lidstaten zijn bevoegd om de particuliere sector bij het afgeven van elektronische authenticatie- of identificatiemiddelen te betrekken. Partijen uit de particuliere sector moet ook worden toegestaan de elektronische authenticatie- en identificatiemiddelen te gebruiken op grond van een aangemelde regeling voor de authenticatie en identificatie voor onlinediensten of elektronische transacties. De mogelijkheid om zulke middelen te gebruiken stelt de particuliere sector in staat om gebruik te maken van elektronische identificatie en/of authenticatie, waar in diverse lidstaten in ieder geval voor publieke diensten reeds vaak gebruik van gemaakt wordt, en maakt het voor bedrijven en burgers gemakkelijker om grensoverschrijdende toegang te krijgen tot hun onlinediensten. Om het gebruik van dergelijke grensoverschrijdende elektronische authenticatie- of identificatiemiddelen door de particuliere sector te vergemakkelijken, moet de mogelijkheid tot authenticatie die de lidstaten bieden, beschikbaar zijn voor daarvan afhankelijke partijen zonder onderscheid te maken tussen de publieke en de particuliere sector.

Motivering

In de oorspronkelijke formulering van de Commissie is niet duidelijk wie een afhankelijke partij (een particuliere partij) is en wat het verschil is tussen het gebruik van een afhankelijke partij (certificaatverstrekker) en een uitgever van een fysieke uitrusting voor de interpretatie van de identificatiegegevens.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen onder een aangemelde regeling maakt het noodzakelijk dat lidstaten samenwerken om technische interoperabiliteit te verzekeren. Hierdoor worden specifieke nationale technische regels uitgesloten, waardoor niet-nationale partijen bijvoorbeeld specifieke hardware of software zouden moeten kopen om de aangemelde elektronische identificatie te verifiëren en valideren. Anderzijds is het onvermijdelijk dat aan de gebruikers technische eisen worden gesteld die voortkomen uit de inherente specificaties van het gebruikte hulpmiddel (bijvoorbeeld smartcards).

(15) Het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen onder een aangemelde regeling maakt het noodzakelijk dat lidstaten samenwerken om technische interoperabiliteit te verzekeren overeenkomstig het beginsel van technologische neutraliteit. Hierdoor worden specifieke nationale technische regels uitgesloten, waardoor niet-nationale partijen bijvoorbeeld specifieke hardware of software zouden moeten kopen om de aangemelde elektronische identificatie te verifiëren en valideren. Anderzijds is het onvermijdelijk dat aan de gebruikers technische eisen worden gesteld die voortkomen uit de inherente specificaties van het gebruikte hulpmiddel (bijvoorbeeld smartcards). Niettemin moet bij het proces van invoering van interoperabiliteit rekening worden gehouden met de verschillende benaderingen die de lidstaten hanteren bij de ontwikkeling van hun nationale systemen voor elektronische identificatie en mag wijziging van de fundamentele opzet van dergelijke systemen niet verplicht zijn.

 

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De samenwerking tussen lidstaten moet ten dienste staan van de technische interoperabiliteit van de aangemelde elektronische identificatieregelingen teneinde een sterk vertrouwen en een op het risiconiveau afgestemde beveiliging te bevorderen. Het uitwisselen van informatie en het delen van goede praktijken tussen lidstaten met het oog op hun wederzijdse erkenning, bevordert een dergelijke samenwerking.

(16) De samenwerking tussen lidstaten moet ten dienste staan van de technische interoperabiliteit van de aangemelde elektronische identificatieregelingen teneinde een sterk vertrouwen en een op het risiconiveau afgestemde beveiliging te bevorderen. Het uitwisselen van informatie en het delen van goede praktijken tussen lidstaten met het oog op hun wederzijdse erkenning, bevordert een dergelijke samenwerking. Omdat bepaalde e-diensten meer grensoverschrijdende mogelijkheden hebben, moet voorrang worden gegeven aan het waarborgen van de interoperabiliteit van dergelijke e-diensten. E-diensten van grensoverschrijdend belang zijn diensten die niet uitsluitend beschikbaar zijn voor ingezetenen van een lidstaat, en waarvan de grensoverschrijdende interactie naar verwachting zal worden gestimuleerd door de invoering van interoperabele authenticatiemiddelen.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Het grensoverschrijdend gebruik van elektronische authenticatiemiddelen mag niet leiden tot de verstrekking van persoonsgegevens die niet vereist zijn voor de te verlenen dienst. In dit verband moeten de lidstaten worden aangemoedigd om meer gebruik te maken van niet-rechtstreekse identificatie indien de verwerking van persoonsgegevens beperkt is tot de bekendmaking van slechts een beperkte hoeveelheid persoonsgegevens voor een specifiek doel.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Deze verordening dient ook te voorzien in een algemeen wetgevingskader voor het gebruik van elektronische vertrouwensdiensten. Het schept echter geen algemene verplichting om ze te gebruiken. De verordening mag met name niet voorzien in de verlening van diensten die berusten op vrijwillige privaatrechtelijke overeenkomsten. Ook mag ze geen betrekking hebben op aspecten die verband houden met de totstandkoming of geldigheid van contracten of andere wettelijke verbintenissen waarvoor het nationale recht of het Gemeenschapsrecht vormvereisten voorschrijven.

 

(17) Deze verordening dient ook te voorzien in een algemeen wetgevingskader voor het gebruik van elektronische vertrouwensdiensten. Het schept echter geen algemene verplichting om ze te gebruiken. De verordening mag met name niet voorzien in de verlening van diensten die berusten op vrijwillige privaatrechtelijke overeenkomsten. Ook moet ze de voorschriften betreffende de vorm, de totstandkoming en de uitvoering van contracten, alsook de vorm, het ontstaan en de geldigheid van andere privaatrechtelijke verplichtingen onverlet laten, ongeacht of deze berusten op het nationale recht of het Gemeenschapsrecht, bijvoorbeeld overeenkomstig de regels inzake toestemming en materiële en formele geldigheid van overeenkomsten, vastgelegd in Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad21 bis. Bovendien moet deze verordening de voorschriften en beperkingen van het nationale of het Gemeenschapsrecht met betrekking tot het gebruik van documenten onverlet laten en mag zij niet van toepassing zijn op registratieprocedures, zoals het kadaster en het handelsregister.

 

______________

 

21 bis Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), (PB L 177 van 4.07.2008, blz. 6.)

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Vanwege van het hoge tempo van de technologische veranderingen dient deze verordening de mogelijkheid tot innovatie te bieden.

(20) Vanwege het hoge tempo van de technologische veranderingen dient deze verordening erop gericht te zijn innovatie te stimuleren.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) De verordening is technologieneutraal. De rechtsgevolgen waarin de verordening voorziet, moeten bereikt kunnen worden door willekeurige technologische middelen, op voorwaarde dat voldaan is aan de eisen van deze verordening.

(21) De verordening is technologieneutraal voor wat betreft zowel elektronische identificatiesystemen als vertrouwensdiensten. De rechtsgevolgen waarin de verordening voorziet, moeten bereikt kunnen worden door willekeurige technologische middelen, op voorwaarde dat voldaan is aan de eisen van deze verordening.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Om het vertrouwen van de mensen in de interne markt te bevorderen en het gebruik van vertrouwensdiensten en -producten te stimuleren, worden de begrippen gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten gehanteerd om eisen en verplichtingen aan te duiden die ertoe dienen de beveiliging van gebruikte of geleverde gekwalificeerde vertrouwensdiensten en -producten op hoog niveau te waarborgen.

(22) Om het vertrouwen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en de consumenten in de interne markt te bevorderen en het gebruik van vertrouwensdiensten en producten te stimuleren, worden de begrippen gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten gehanteerd om eisen en verplichtingen aan te duiden die ertoe dienen de beveiliging van gebruikte of geleverde gekwalificeerde vertrouwensdiensten en producten op hoog niveau te waarborgen. Zowel gekwalificeerde als geavanceerde elektronische handtekeningen moeten juridisch gelijkwaardig zijn aan een handgeschreven handtekening. Niets uit deze verordening mag een beperking vormen voor natuurlijke personen of rechtspersonen om met bewijsmateriaal aan te tonen dat enige vorm van elektronische handtekeningen niet betrouwbaar is. Als een partij in het geval van een gekwalificeerde elektronische handtekening de identiteit van de ondertekenaar in twijfel trekt, moet de bewijslast echter bij deze partij liggen.

Motivering

Duidelijk moet worden gemaakt dat ook een niet-gekwalificeerde handtekening dezelfde rechtsgeldigheid kan hebben als een handgeschreven handtekening. Het enige verschil ligt in de bewijslast.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) In overeenstemming met de verplichtingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat in de EU in werking is getreden, moeten personen met een handicap in staat zijn de geleverde vertrouwensdiensten en de producten voor de eindgebruiker die bij het leveren van deze diensten gebruikt worden, op dezelfde basis als andere consumenten te gebruiken.

(23) In overeenstemming met de verplichtingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat in de EU in werking is getreden en met inachtneming van en volledig in overeenstemming met de wetgeving van de Unie betreffende de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties, moeten personen met een handicap in staat zijn de geleverde vertrouwensdiensten en elektronische identificatiediensten en de producten voor de eindgebruiker die bij het leveren van deze diensten gebruikt worden, op dezelfde basis als andere consumenten te gebruiken.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) Krachtens artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is de Unie verplicht om bij de bepaling en uitvoering van haar beleid en optreden rekening houden met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 ter) De concepten toegankelijkheid en "design for all" moeten algemeen worden toegepast bij de ontwikkeling van wetgeving inzake elektronische identificatie op het niveau van de Unie.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Een verlener van vertrouwensdiensten is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens en moet voldoen aan de verplichtingen waarin Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. In het bijzonder moet het verzamelen van gegevens zo beperkt mogelijk blijven, rekening houdend met het doel van de verstrekte dienst.

(24) Een verlener van vertrouwensdiensten is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens en moet voldoen aan de verplichtingen waarin nationale wetgeving betreffende gegevensbescherming en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens voorzien. In het bijzonder moet het verzamelen en bewaren van gegevens zo beperkt mogelijk blijven, rekening houdend met het doel van de verstrekte dienst en verstrekken verleners van vertrouwensdiensten aan de gebruikers informatie over het verzamelen, doorgeven en behouden van hun persoonsgegevens en stellen hen in staat om hun persoonsgegevens te controleren en hun rechten op gegevensbescherming uit te oefenen.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis) Een hoog niveau van gegevensbescherming door middel van passende en geharmoniseerde waarborgen is des te belangrijker voor het gebruik van elektronische identificatieregelingen en vertrouwensdiensten, omdat daarbij persoonsgegevens worden verwerkt. Bij deze verwerking is het onder meer van belang dat de identificatie en authenticatie van personen zo betrouwbaar mogelijk is. Bovendien kan het ontbreken van passende waarborgen leiden tot aanzienlijke risico's op het gebied van gegevensbescherming, zoals diefstal van identiteit, vervalsing of misbruik van het elektronisch medium.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 ter) Verleners van vertrouwensdiensten opereren in een bijzonder gevoelige omgeving waar veel andere partijen afhankelijk zijn van de integriteit van hun diensten. In het bijzonder wordt door hun klanten verondersteld dat zij altijd betrouwbaar zijn. Daarom is het belangrijk dat zij belangenconflicten vermijden. In het belang van behoorlijk bestuur in de context van elektronische handtekeningen en elektronische identificatie mogen verleners van vertrouwensdiensten in het algemeen niet worden bestuurd door of eigendom zijn van entiteiten die diensten verlenen die hun vertrouwensdiensten vereisen. Een bevoegd toezichthoudend orgaan dient toezicht te houden.

Motivering

Door de functionaliteit van verleners van vertrouwensdiensten te scheiden van die van verleners van diensten die vertrouwen vereisen, wordt de kans kleiner dat één enkel belang de overhand krijgt of ongepaste invloed uitoefent op de verlener van vertrouwensdiensten. Dit is een belangrijk beginsel bij de totstandbrenging van adequate vertrouwensketens op de markt voor elektronische handtekeningen.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 quater) Elektronische identificatieregelingen moeten voldoen aan Richtlijn 95/46/EG, die van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten uit hoofde van deze verordening en onder het toezicht van de bevoegde instanties van de lidstaten, met name de onafhankelijke overheidsinstanties die door de lidstaten zijn aangewezen.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 quinquies) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name in artikel 8, lid 2, worden erkend.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Toezichtsorganen moeten samenwerken en informatie uitwisselen met overheidsdiensten voor gegevensbescherming om te waarborgen dat de dienstverleners de wetgeving voor gegevensbescherming op de juiste wijze toepassen. De uitwisseling van informatie moet in het bijzonder veiligheidsproblemen en inbreuken op persoonsgegevens bestrijken.

(25) Verleners van vertrouwensdiensten en de met accreditatie of toezicht belaste nationale instanties voldoen aan de eisen van Richtlijn 95/46/EG.

 

De lidstaten dienen er ook voor te zorgen dat de verleners van vertrouwensdiensten en de met accreditatie of toezicht belaste nationale instanties samenwerken en informatie uitwisselen met overheidsdiensten voor gegevensbescherming om te waarborgen dat de dienstverleners de wetgeving voor gegevensbescherming op de juiste wijze toepassen. De uitwisseling van informatie moet in het bijzonder veiligheidsproblemen en inbreuken op persoonsgegevens bestrijken, indien het toepasselijk recht hierin voorziet.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Het is een taak van de verleners van vertrouwensdiensten om goede praktijken voor veiligheid toe te passen, aangepast aan de risico's die verbonden zijn aan hun activiteiten, om het vertrouwen van gebruikers in de eengemaakte markt te bevorderen.

(26) Het is een taak van de verleners van vertrouwensdiensten om goede praktijken voor veiligheid toe te passen, aangepast aan de risico's die verbonden zijn aan hun activiteiten, om het vertrouwen van gebruikers in de betreffende diensten op te bouwen.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Het is van essentieel belang dat inbreuken op de veiligheid en beoordelingen van de veiligheidsrisico's worden gemeld zodat in het geval van een dergelijke inbreuk of verlies van integriteit de juiste informatie aan de betrokken partijen kan worden verstrekt.

(29) Een inbreuk op de veiligheid kan, wanneer dit probleem niet tijdig en op toereikende wijze wordt aangepakt, voor de betrokken personen aanzienlijk economisch verlies en maatschappelijke schade tot gevolg hebben, onder meer door diefstal van identiteit. Daarom is het van essentieel belang dat inbreuken op de veiligheid en beoordelingen van de veiligheidsrisico's zonder onnodig uitstel en in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG worden gemeld zodat in het geval van een dergelijke inbreuk of verlies van integriteit de juiste informatie aan de betrokken partijen kan worden verstrekt, in het bijzonder om ze de mogelijkheid te geven mogelijke negatieve gevolgen te beperken.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33) Om de duurzaamheid van gekwalificeerde vertrouwensdiensten te waarborgen en het vertrouwen van de gebruikers in de continuïteit van gekwalificeerde vertrouwensdiensten te stimuleren, moeten de toezichtsorganen ervoor zorgen dat de gegevens van gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten gedurende een passende periode bewaard worden en toegankelijk blijven, ook nadat een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten zijn werkzaamheden heeft beëindigd.

(33) Om de duurzaamheid van gekwalificeerde vertrouwensdiensten te waarborgen en het vertrouwen van de gebruikers in de continuïteit van gekwalificeerde vertrouwensdiensten te stimuleren, moeten de toezichtsorganen ervoor zorgen dat de gegevens die zijn verzameld door de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten gedurende een passende periode bewaard worden en toegankelijk blijven, ook nadat een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten zijn werkzaamheden heeft beëindigd.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) Om het toezicht op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten te vergemakkelijken, bijvoorbeeld wanneer een verlener zijn diensten aanbiedt op het grondgebied van een andere lidstaat en daar niet aan toezicht onderhevig is, of wanneer de computers van een verlener zich bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan waar hij gevestigd is, moet een systeem voor wederzijdse hulp tussen de toezichtsorganen in de lidstaten worden opgezet.

(34) Om het toezicht op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat het doeltreffend is, overeenkomstig deze verordening, bijvoorbeeld wanneer een verlener zijn diensten aanbiedt op het grondgebied van een andere lidstaat en daar niet aan toezicht onderhevig is, of wanneer de computers van een verlener zich bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan waar hij gevestigd is, moet een systeem voor wederzijdse hulp tussen de toezichtsorganen in de lidstaten worden opgezet. Dit systeem is er tevens op gericht de administratieve lasten voor de verleners van vertrouwensdiensten te vereenvoudigen en te verminderen door middel van een toezichtsorgaan dat fungeert als "one stop shop".

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis) Om het onlinevertrouwen van gebruikers te vergroten en gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die de eisen van deze verordening naleven duidelijker te onderscheiden, wordt er een vertrouwensmerk van de EU ingevoerd.

Motivering

Dit vertrouwensmerk, waar het Europees Parlement reeds om heeft verzocht in zijn resolutie van 26 oktober 2012 inzake het voltooien van de digitale interne markt, is bedoeld om het onlinevertrouwen van gebruikers te vergroten door een eenvoudig herkenbaar Europees merk in te voeren. Bovendien kunnen gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die aan de eisen uit met name artikel 19 voldoen, in samenhang met de doelstelling om het veiligheidsniveau van online vertrouwensdiensten op te krikken, profiteren van dit vertrouwensmerk en de toegevoegde waarde die het biedt in de elektronische handel.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Overweging 40 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(40 bis) De invoering van elektronische handtekeningen op afstand, waarbij de omgeving waarin de elektronische handtekening wordt aangemaakt namens de ondertekenaar wordt beheerd door een verlener van vertrouwensdiensten, moet verder ontwikkeld worden gezien de talrijke economische voordelen ervan. Daarbij moet evenwel worden gegarandeerd dat deze elektronische handtekeningen dezelfde rechtsgeldigheid krijgen als elektronische handtekeningen die zijn aangemaakt in een omgeving die volledig wordt beheerd door de gebruiker en daarom moeten de verleners van diensten met betrekking tot elektronische handtekeningen op afstand specifieke veiligheidsprocedures toepassen in het kader van het beheer en de administratie en moeten zij betrouwbare systemen en producten gebruiken, zoals met name beveiligde elektronische communicatiekanalen, om zo te garanderen dat de omgeving voor het aanmaken van elektronische handtekeningen betrouwbaar is en wordt gebruikt onder de uitsluitende controle van de ondertekenaar. Wanneer een gekwalificeerde elektronische handtekening die is aangemaakt met een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op afstand, moeten de eisen van toepassing zijn waaraan gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten krachtens deze verordening zijn onderworpen.

Motivering

Aangezien serverhandtekeningen meer risico's inhouden dan andere diensten maar voordelen met zich brengen voor de gebruiker en steeds verder ontwikkeld worden, is de rapporteur van mening dat deze diensten expliciet moeten worden vermeld om er zeker van te kunnen zijn dat er bij de controles in het kader van het toezicht specifiek wordt gekeken naar de intrinsieke kwetsbare punten van dit soort handtekeningen.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42) Wanneer voor een transactie een gekwalificeerd elektronisch zegel van een rechtspersoon vereist is, moet een gekwalificeerde elektronische handtekening van de gemachtigde vertegenwoordiger van de rechtspersoon op gelijke voet aanvaard worden.

(42) Wanneer het nationale of het uniale recht een gekwalificeerd elektronisch zegel van een rechtspersoon vereist, moet een gekwalificeerde elektronische handtekening van de gemachtigde vertegenwoordiger van de rechtspersoon op gelijke voet aanvaard worden.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43) Elektronische zegels moeten dienen als bewijs dat een elektronisch document door een rechtspersoon is afgegeven, door zekerheid omtrent de oorsprong en integriteit van het document te garanderen.

(43) Geldige elektronische zegels moeten dienen als prima facie bewijs van authenticiteit en integriteit van het elektronisch document waarop zij betrekking hebben. De nationale regels betreffende volmacht, vertegenwoordiging en handelingsbevoegdheid blijven onverlet.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45) Om het grensoverschrijdende gebruik van elektronische documenten te verhogen moet deze verordening de rechtsgevolgen vaststellen van elektronische documenten die beschouwd moeten worden als gelijkwaardig aan papieren documenten, afhankelijk van de risicobeoordeling en op voorwaarde dat de authenticiteit en integriteit van de documenten gewaarborgd zijn. Voor de verdere ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische transacties binnen de interne markt is het ook van belang dat originele elektronische documenten of gecertificeerde kopieën die worden afgegeven door terzake bevoegde organen in een lidstaat in overeenstemming met hun nationale wetgeving, ook als zodanig in andere lidstaten worden aanvaard. Deze verordening moet het recht van lidstaten om te bepalen wat een origineel of kopie inhoudt op nationaal niveau onverlet laten, maar waarborgt dat deze als zodanig ook grensoverschrijdend kunnen worden gebruikt.

Schrappen

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis) De lidstaten dienen erop toe te zien dat de burgers duidelijk worden geïnformeerd over de mogelijkheden en beperkingen van het gebruik van elektronische identificatie.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; eisen die aan verleners van vertrouwensdiensten worden gesteld met betrekking tot veiligheidsmaatregelen; erkende onafhankelijke organen die verantwoordelijk zijn voor het houden van audits van dienstverleners; vertrouwenslijsten; eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische zegels en met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels; en de interoperabiliteit tussen bezorgingsdiensten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; vertrouwenslijsten; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels; en de interoperabiliteit tussen bezorgingsdiensten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51) Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten uitvoeringsbevoegdheden worden verleend aan de Commissie, in het bijzonder voor het specificeren van referentienummers voor standaarden waarvan het gebruik aanleiding zou zijn voor een vermoeden van overeenstemming met bepaalde eisen die zijn vastgesteld in deze verordening of gedefinieerd in gedelegeerde handelingen. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

(51) Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten uitvoeringsbevoegdheden worden verleend aan de Commissie, in het bijzonder voor het specificeren van referentienummers voor standaarden waarvan het gebruik aanleiding zou zijn voor een vermoeden van overeenstemming met bepaalde eisen die zijn vastgesteld in deze verordening of gedefinieerd in gedelegeerde handelingen. Deze bevoegdheden moeten, na een transparante raadpleging van belanghebbenden, worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Overweging 51 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(51 bis) De inspanningen van de internationale en Europese normalisatie-instellingen genieten internationaal erkenning. Dit werk verloopt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en de betrokken marktdeelnemers en wordt onder meer gefinancierd door de Unie en de nationale overheden. Om een hoog niveau van veiligheid te garanderen bij de elektronische identificatie en de elektronische vertrouwensdiensten, en meer in het bijzonder bij de redactie van de gedelegeerde handelingen en de uitvoeringshandelingen door de Commissie, moet naar behoren rekening worden gehouden met de normen die zijn opgesteld door organisaties als het Europees Comité voor Normalisatie (CEN), het Europees Normalisatie-instituut voor telecommunicatie (ETSI), het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC) en de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO).

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening stelt regels vast voor elektronische identificatie en elektronische vertrouwensdiensten voor elektronische transacties met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt.

1. Deze verordening stelt regels vast voor grensoverschrijdende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt.

2. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder lidstaten elektronische identificatiemiddelen van natuurlijke personen en rechtspersonen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie erkennen en aanvaarden.

2. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder lidstaten elektronische identificatiemiddelen van natuurlijke personen en rechtspersonen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie erkennen en aanvaarden.

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

4. Deze verordening waarborgt het vrije verkeer in de interne markt van vertrouwensdiensten en -producten die aan deze verordening voldoen.

4. Deze verordening waarborgt het vrije verkeer in de interne markt van gekwalificeerde en niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten en -producten die aan deze verordening voldoen.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt verstrekt door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en op verleners van vertrouwensdiensten die in de Unie zijn gevestigd.

1. Deze verordening is van toepassing op aangemelde elektronische identificatieregelingen die worden gemandateerd, erkend of afgegeven door of namens de lidstaten en op verleners van vertrouwensdiensten die in de Unie zijn gevestigd.

2. Deze verordening is niet van toepassing op de verlening van elektronische vertrouwensdiensten op basis van vrijwillige overeenkomsten op grond van het privaatrecht.

2. Deze verordening is van toepassing zowel op gekwalificeerde als op niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn in de Unie. Deze verordening is niet van toepassing op vertrouwensdiensten die worden verleend aan een gesloten groep partijen en die uitsluitend worden gebruikt binnen deze groep.

3. Deze verordening heeft geen betrekking op aspecten die verband houden met de totstandkoming of geldigheid van contracten of andere wettelijke verbintenissen waarvoor het nationale recht of het recht van de Unie vormvereisten voorschrijven.

3. Deze verordening heeft geen betrekking op aspecten die verband houden met de totstandkoming of geldigheid van contracten of andere wettelijke verbintenissen waarvoor het nationale recht of het recht van de Unie vormvereisten voorschrijven.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op ondubbelzinnige wijze een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van identificatiegegevens in elektronische vorm die een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

 

(a) om een persoon volledig te identificeren, of

 

(b) om alleen die identificatiegegevens te bevestigen die nodig zijn voor de verlening van toegang tot een specifieke dienst.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) "elektronisch identificatiemiddel": een materiële of immateriële eenheid die gegevens bevat als bedoeld in punt 1 van dit artikel en die gebruikt wordt voor de onlinetoegang tot diensten als bedoeld in artikel 5;

(2) "elektronisch identificatiemiddel": een materiële of immateriële eenheid die gegevens bevat als bedoeld in punt 1 van dit artikel en die gebruikt wordt voor de toegang tot elektronische diensten als bedoeld in artikel 5;

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) "authenticatie": een elektronisch proces dat de validering van de elektronische identificatie van een natuurlijk persoon of rechtspersoon mogelijk maakt; of van de oorsprong en integriteit van elektronische gegevens;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) "afhankelijke partij": een natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de houder van een elektronisch authenticatiemiddel attributen verifieert;

Motivering

In het voorstel wordt in artikel 1, onder d), reeds naar afhankelijke partijen verwezen, zonder dat was voorzien in een goede definitie.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;

(b) zij maakt het mogelijk de rechtsgeldigheid van de identiteit van de ondertekenaar te garanderen;

Motivering

De term "identificeren" kan tot verwarring leiden aangezien hij verwijst naar elektronische identificatie. Hier gaat het om de definitie van een elektronische handtekening, die betrekking heeft op het gedeelte "vertrouwensdiensten" (hoofdstuk III) van het voorstel voor een verordening.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 7 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) zij komt tot stand met gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die de ondertekenaar, met een hoog vertrouwensniveau, onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken; alsmede

(c) zij komt tot stand met behulp van een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken; alsmede

Motivering

Deze bewoording wordt in overeenstemming gebracht met de formulering van de artikelen 22 en 23. De bewoording "met een hoog vertrouwensniveau" heeft geen juridische betekenis.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 7 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) het is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

(d) zij is op zodanige wijze aan de daarmee ondertekende gegevens verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) "gekwalificeerde elektronische handtekening": een geavanceerde elektronische handtekening die wordt aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen;

(8) "gekwalificeerde elektronische handtekening": een geavanceerde elektronische handtekening die wordt aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen en wordt verstrekt door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten;

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens van een natuurlijk persoon of rechtspersoon koppelt aan het certificaat en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens koppelt aan de identificatiegegevens van een entiteit of een natuurlijk persoon of rechtspersoon en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) "gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen": een attestering die wordt gebruikt om elektronische handtekeningen te ondersteunen, is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en voldoet aan de eisen van bijlage I;

(11) "gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen": een certificaat dat wordt gebruikt om elektronische handtekeningen te ondersteunen, is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en voldoet aan de eisen van bijlage I;

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) "vertrouwensdienst": iedere elektronische dienst bestaande uit het aanmaken, verifiëren, valideren, hanteren en bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, elektronische bezorgingsdiensten, website-authenticatie en elektronische certificaten, met inbegrip van certificaten voor elektronische handtekeningen en voor elektronische zegels;

(12) "vertrouwensdienst": een elektronische dienst bestaande uit het aanmaken, verifiëren, valideren of bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, elektronische bezorgingsdiensten, website-authenticatie en elektronische certificaten, met inbegrip van certificaten voor elektronische handtekeningen en voor elektronische zegels;

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) "gekwalificeerde vertrouwensdienst": een vertrouwensdienst die voldoet aan de toepasselijke eisen in deze verordening;

(13) "gekwalificeerde vertrouwensdienst": een vertrouwensdienst die voldoet aan de toepasselijke eisen zoals vastgelegd in deze verordening;

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) "verlener van vertrouwensdiensten": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer vertrouwensdiensten verleent;

(14) "verlener van vertrouwensdiensten": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer vertrouwensdiensten verleent zoals omschreven in deze verordening;

Motivering

Hiermee wordt dubbelzinnigheid aangaande vertrouwensdiensten in bijvoorbeeld de financiële sector weggenomen.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) "aanmaker van een zegel": een rechtspersoon die een elektronisch zegel aanmaakt;

(19) "aanmaker van een zegel": een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een elektronisch zegel aanmaakt;

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) "elektronisch zegel": elektronische gegevens die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt om de oorsprong en integriteit van de ermee verbonden gegevens te waarborgen;

(20) "elektronisch zegel": elektronische gegevens die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt om de echtheid en integriteit van de ermee verbonden gegevens te waarborgen;

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 21 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het komt tot stand met gebruikmaking van gegevens voor het aanmaken van elektronische zegels die de aanmaker van het zegel met een hoog vertrouwensniveau onder zijn controle kan gebruiken voor het aanmaken van elektronische zegels; alsmede

(c) het komt tot stand met gebruikmaking van een middel voor het aanmaken van elektronische zegels die de aanmaker van het zegel met een hoog vertrouwensniveau onder zijn controle kan gebruiken voor het aanmaken van elektronische zegels; alsmede

Motivering

Deze bewoording wordt in overeenstemming gebracht met de formulering van de artikelen 22 en 23.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 21 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) het is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

(d) het is op zodanige wijze aan de gegevens waarvan het de oorsprong en integriteit certificeert verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

22) "gekwalificeerd elektronisch zegel": een geavanceerd elektronisch zegel dat aangemaakt is door een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische zegels en dat gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische zegels;

22) "gekwalificeerd elektronisch zegel": een geavanceerd elektronisch zegel dat aangemaakt is door een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische zegels en dat gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische zegels en wordt verstrekt door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten;

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) "elektronisch document": ieder document in elektronische vorm;

(27) "elektronisch document": een aparte reeks gestructureerde gegevens in elektronische vorm;

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis) "inbreuk op de veiligheid": een veiligheidsincident met de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot de doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig, tot gevolg;

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Er mogen geen beperkingen worden opgelegd aan de verlening van vertrouwensdiensten op het grondgebied van een lidstaat door een verlener van vertrouwensdiensten die in een andere lidstaat gevestigd is om redenen die behoren tot de gebieden waarop deze verordening betrekking heeft.

1. Er mogen geen beperkingen worden opgelegd aan de verlening van vertrouwensdiensten op het grondgebied van een lidstaat door een verlener van vertrouwensdiensten die in een andere lidstaat gevestigd is om redenen die behoren tot de gebieden waarop deze verordening betrekking heeft. De lidstaten zien erop toe dat vertrouwensdiensten die hun oorsprong in andere lidstaten hebben, toegelaten worden als bewijs in gerechtelijke procedures.

2. Het vrije verkeer van producten die aan deze verordening voldoen moet gewaarborgd worden.

2. Het vrije en veilige verkeer van producten die aan deze verordening voldoen moet gewaarborgd worden.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wederzijdse erkenning en aanvaarding

Wederzijdse erkenning

Wanneer een elektronische identificatie met gebruikmaking van een elektronisch identificatiemiddel en authenticatie vereist is op grond van nationale wetgeving of gangbare bestuursrechterlijke praktijk om onlinetoegang te krijgen tot een dienst, moet ieder elektronisch identificatiemiddel dat afgegeven is in een andere lidstaat en dat valt onder een stelsel dat is opgenomen in de door de Commissie gepubliceerde lijst overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 worden erkend en aanvaard ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot deze dienst.

Wanneer een elektronische identificatie met gebruikmaking van een elektronisch identificatiemiddel en authenticatie vereist is op grond van nationale of EU-wetgeving of gangbare bestuursrechterlijke praktijk om toegang te krijgen tot een onlinedienst in een lidstaat of tot een dienst die online wordt verstrekt door een EU-instelling, -orgaan, -bureau of -agentschap, moet dit elektronische identificatiemiddel dat afgegeven is in een andere lidstaat of door een EU-instelling, -orgaan, -bureau of -agentschap, dat valt onder een stelsel dat is opgenomen in de door de Commissie gepubliceerde lijst overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 en waarvan het veiligheidsniveau gelijk aan of hoger is dan het veiligheidsniveau dat vereist is om toegang te krijgen tot de dienst, worden erkend in de lidstaat of door de EU-instellingen, -organen, -bureaus en -agentschappen ten behoeve van het verkrijgen van onlinetoegang tot deze dienst, uiterlijk zes maanden nadat de lijst, met inbegrip van het stelsel, is gepubliceerd.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Stelsels voor elektronische identificatie komen in aanmerking voor aanmelding overeenkomstig artikel 7, indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

1. Stelsels voor elektronische identificatie komen in aanmerking voor aanmelding overeenkomstig artikel 7, indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

(a) de elektronische identificatiemiddelen zijn afgegeven door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de aanmeldende lidstaat;

(a) de elektronische authenticatiemiddelen zijn ofwel afgegeven door de lidstaat, of uitgereikt door een andere entiteit met een daartoe strekkend mandaat van de lidstaat, of onafhankelijk uitgereikt, doch erkend door de aanmeldende lidstaat;

(b) de elektronische identificatiemiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te verkrijgen tot ten minste overheidsdiensten waarvoor elektronische identificatie vereist is in de aanmeldende lidstaat;

(b) de elektronische identificatiemiddelen uit hoofde van dat stelsel kunnen worden gebruikt om toegang te verkrijgen tot ten minste één door een overheidsorgaan geleverde dienst waarvoor elektronische identificatie vereist is in de aanmeldende lidstaat;

 

(b bis) het elektronische identificatiestelsel voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 8 beschreven operabiliteitsmodel,

(c) de aanmeldende lidstaat waarborgt dat de persoonsidentificatiegegevens op ondubbelzinnige wijze worden gekoppeld aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 3, punt 1;

(c) de aanmeldende lidstaat waarborgt dat de persoonsidentificatiegegevens worden gekoppeld aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 3, punt 1;

(d) de aanmeldende lidstaat waarborgt de beschikbaarheid van een online-authenticatiemogelijkheid, op ieder moment en gratis, zodat iedere afhankelijke partij de ontvangen elektronische persoonsidentificatiegegevens kan valideren; de lidstaten mogen geen specifieke technische eisen opleggen aan afhankelijke partijen die buiten hun grondgebied gevestigd zijn en die een dergelijke authenticatie willen uitvoeren. Wanneer er inbreuk wordt gepleegd op het aangemelde stelsel voor identificatie of de authenticatiemogelijkheid of wanneer de integriteit ervan deels wordt geschonden, moeten de lidstaten onverwijld het aangemelde stelsel of de authenticatiemogelijkheid of de delen waarvan de integriteit geschonden is opschorten of intrekken en de andere lidstaten en de Commissie overeenkomstig artikel 7 op de hoogte stellen;

(d) de aanmeldende lidstaat waarborgt de beschikbaarheid van een online-authenticatiemogelijkheid, op ieder moment en, in geval van toegang tot overheidsdiensten, gratis, zodat iedere afhankelijke partij buiten het grondgebied van deze lidstaat de ontvangen elektronische persoonsidentificatiegegevens kan valideren; de lidstaten mogen geen disproportionele technische eisen opleggen aan afhankelijke partijen die buiten hun grondgebied gevestigd zijn en die een dergelijke authenticatie willen uitvoeren. Wanneer er inbreuk wordt gepleegd op het aangemelde stelsel voor identificatie of de authenticatiemogelijkheid of wanneer de integriteit ervan deels wordt geschonden, moeten de lidstaten onverwijld het aangemelde stelsel of de authenticatiemogelijkheid of de delen waarvan de integriteit geschonden is opschorten of intrekken en de andere lidstaten en de Commissie overeenkomstig artikel 7 op de hoogte stellen;

(e) de aanmeldende lidstaat stelt zich aansprakelijk voor:

(e) de aanmeldende lidstaat stelt zich aansprakelijk voor:

- (i) de ondubbelzinnige koppeling van de persoonsidentificatiegegevens als bedoeld onder c), en

- (i) de koppeling van de persoonsidentificatiegegevens als bedoeld onder c), en

- (ii) de onder d) beschreven authenticatiemogelijkheid.

- (ii) de onder d) beschreven authenticatiemogelijkheid.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – leden 1 en 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Lidstaten die een stelsel voor elektronische identificatie aanmelden, doen de Commissie onverwijld de volgende informatie en eventuele latere wijzigingen daarvan toekomen:

1. Lidstaten die een stelsel voor elektronische identificatie aanmelden, doen de Commissie onverwijld de volgende informatie en eventuele latere wijzigingen daarvan toekomen:

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie en het veiligheidsniveau daarvan;

(b) de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(b) de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(c) informatie over wie de registratie van de ondubbelzinnige persoonsidentificatiegegevens beheert;

(c) informatie over de entiteit of entiteiten die de registratie van de passende attributen beheren;

 

(c bis) een beschrijving van de manier waarop aan de in artikel 8 vermelde eisen van het interoperabiliteitskader wordt voldaan;

(d) een beschrijving van de authenticatiemogelijkheid;

(d) een beschrijving van de authenticatiemogelijkheid en de eventuele technische eisen die aan afhankelijke partijen worden opgelegd;

(e) regelingen voor de opschorting of intrekking van het aangemelde identificatiestelsel of de authenticatiemogelijkheid of de delen waarvan de integriteit is geschonden in kwestie.

(e) regelingen voor de opschorting of intrekking van het aangemelde authenticatiestelsel of de delen waarvan de integriteit is geschonden in kwestie.

2. Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie de lijst bekend van de stelsels voor elektronische identificatie die zijn aangemeld overeenkomstig lid 1 alsmede de basisinformatie in verband hiermee.

2. Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie en op een openbaar toegankelijke website de lijst bekend van de stelsels voor elektronische identificatie die zijn aangemeld overeenkomstig lid 1 alsmede de basisinformatie in verband hiermee.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Inbreuk op de beveiliging

 

1. Wanneer er inbreuk wordt gepleegd op het overeenkomstig artikel 7, lid 1, aangemelde stelsel voor elektronische identificatie of op de in artikel 6, lid 1, onder d), bedoelde mogelijkheid tot authenticatie of wanneer de integriteit ervan deels wordt geschonden zodat de betrouwbaarheid van dat stelsel voor grensoverschrijdende transacties in gevaar komt, moet de aanmeldende lidstaat onverwijld de grensoverschrijdende functie van dat stelsel voor elektronische identificatie of die mogelijkheid tot authenticatie of de delen waarvan de integriteit geschonden is, opschorten of intrekken en de andere lidstaten en de Commissie hiervan op de hoogte stellen.

 

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde inbreuk of schending verholpen is, herstelt de aanmeldende lidstaat de authenticatie en stelt de andere lidstaten en de Commissie daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

 

3. Indien de in lid 1 bedoelde inbreuk of schending niet binnen drie maanden na de opschorting of intrekking verholpen is, stelt de aanmeldende lidstaat de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte van de intrekking van de regeling voor elektronische identificatie. De Commissie maakt de overeenkomstige wijzigingen aan de in artikel 7, lid 2, bedoelde lijst onverwijld bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 ter

 

Aansprakelijkheid

 

1. De aanmeldende lidstaat is ten aanzien van door hem of namens hem afgegeven elektronische identificatiemiddelen aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade als gevolg van niet-naleving van de in artikel 6 genoemde verplichtingen, tenzij deze lidstaat kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

 

2. Wie een elektronisch identificatiemiddel afgeeft dat door een lidstaat is erkend en aangemeld volgens de in artikel 7 bedoelde procedure, is aansprakelijk voor het verzuim om te zorgen voor

 

– (i) de ondubbelzinnige koppeling van de persoonsidentificatiegegevens, en

 

– (ii) de authenticatiemogelijkheid,

 

tenzij hij kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

Motivering

Een belangrijk onderwerp als aansprakelijkheid dient, naar analogie van het deel over vertrouwensdiensten, afzonderlijk te worden gereguleerd en niet als onderdeel van de aanmeldingsprocedure want daar hoort het niet thuis. Het voorgestelde artikel houdt rekening met zowel publieke als particuliere e-ID-stelsels.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Coördinatie

Coördinatie en interoperabiliteit

1. De lidstaten werken samen om de interoperabiliteit te waarborgen van middelen voor elektronische identificatie die vallen onder een aangemeld stelsel en om de veiligheid ervan te verhogen.

1. De lidstaten werken samen om de interoperabiliteit te waarborgen van middelen voor elektronische identificatie. De interoperabiliteit tussen nationale infrastructuren voor elektronische identificatie wordt gegarandeerd door middel van een interoperabiliteitsmodel.

 

1 bis. De overeenkomstig artikel 7 aangemelde nationale stelsels voor elektronische identificatie zijn interoperabel.

 

1 ter. Het interoperabiliteitskader voldoet aan de volgende eisen:

 

(a) het is technologieneutraal en discrimineert niet tussen specifieke nationale technische oplossingen voor elektronische identificatie binnen de betreffende lidstaat;

 

(b) het bevordert de toepassing van het beginsel van ingebouwde privacy.

 

1 quater. De lidstaten en de Commissie kennen met name prioriteit toe aan de interoperabiliteit van e-diensten met de grootste grensoverschrijdende relevantie door:

 

(a) goede praktijken uit te wisselen met betrekking tot de elektronische identificatiemiddelen die vallen onder een aangemeld stelsel;

 

(b) beste praktijken aangaande het vertrouwen in en de veiligheid van de elektronische identificatiemiddelen te verstrekken en regelmatig bij te werken;

 

(c) het gebruik van elektronische identificatiemiddelen te bevorderen en regelmatig nieuwe informatie hierover te verschaffen.

2. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige modaliteiten vast om de in lid 1 bedoelde samenwerking tussen de lidstaten te vergemakkelijken teneinde een hoog op het risiconiveau afgestemde niveau van vertrouwen en veiligheid te waarborgen. De uitvoeringshandelingen betreffen met name de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken met betrekking tot stelsels voor elektronische identificatie, de collegiale toetsing van stelsels voor elektronische identificatie en het onderzoek van relevante ontwikkelingen in de sector voor elektronische identificatie door de bevoegde overheden van de lidstaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige modaliteiten vast om de in lid 1 bedoelde samenwerking tussen de lidstaten te vergemakkelijken teneinde een hoog op het risiconiveau afgestemde niveau van vertrouwen en veiligheid te waarborgen. De uitvoeringshandelingen betreffen met name de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken met betrekking tot stelsels voor elektronische identificatie, de onafhankelijke audit door een derde partij van stelsels voor elektronische identificatie en het onderzoek van relevante ontwikkelingen in de sector voor elektronische identificatie door de bevoegde overheden van de lidstaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 38 betreffende het mogelijk maken van grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen gedelegeerde handelingen vast te stellen door de vaststelling van technische minimumeisen.

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 38 betreffende het mogelijk maken van grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen door technologieneutrale minimumeisen vast te stellen voor de verschillende veiligheidsniveaus, die niet mogen dwingen tot wijziging van de fundamentele opzet van nationale elektronische identificatieregelingen.

 

3 bis. De bepalingen van artikel 11, lid 2, zijn mutatis mutandis van toepassing op de grensoverschrijdende uitwisseling van persoonsgegevens die nodig is om de interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen te waarborgen.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan iedere natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in artikel 15, lid 1 vastgestelde verplichtingen, tenzij de verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

1. Een verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor rechtstreekse schade toegebracht aan iedere natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in artikel 15, lid 1 vastgestelde verplichtingen, tenzij de verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

2. Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen, in het bijzonder in artikel 19, tenzij de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

2. Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen, in het bijzonder in artikel 19, tenzij de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

 

2 bis. Het recht dat van toepassing is op de vertrouwensdiensten, met name met betrekking tot geschillen, is dat van de lidstaat op het grondgebied waarvan de begunstigde van de dienst gevestigd is, tenzij deze begunstigde en de verlener van vertrouwensdiensten hier gezamenlijk anders over beslissen.

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verleners van vertrouwensdiensten uit derde landen

Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten uit derde landen

Motivering

In dit artikel worden enkel bepalingen vastgesteld ten aanzien van gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten. De titel dient daarom gewijzigd te worden.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door in een derde land gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden aanvaard als gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn afgegeven door een gekwalificeerde, op het grondgebied van de Unie gevestigde verlener van vertrouwensdiensten, indien de gekwalificeerde vertrouwensdiensten of gekwalificeerde certificaten die afkomstig zijn uit het derde land erkend worden op grond van een overeenkomst tussen de Unie en derde landen of internationale organisaties overeenkomstig artikel 218 VWEU.

1. Gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door in een derde land gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden aanvaard als gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn afgegeven door een gekwalificeerde, op het grondgebied van de Unie gevestigde verlener van vertrouwensdiensten, indien:

 

(a) de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten voldoet aan de eisen van deze verordening en in het kader van een in een lidstaat ingestelde accreditatieregeling is geaccrediteerd; of

 

(b) de gekwalificeerde, op het grondgebied van de Unie gevestigde verlener van vertrouwensdiensten die aan de eisen van deze verordening voldoet, de naleving van de voorschriften van deze verordening garandeert; of

 

(c) de gekwalificeerde vertrouwensdiensten of gekwalificeerde certificaten die afkomstig zijn uit een derde land erkend worden op grond van een overeenkomst tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie overeenkomstig artikel 218 VWEU;

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Met verwijzing naar lid 1 zorgen die overeenkomsten ervoor dat de voorschriften die gelden voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door op het grondgebied van de Unie gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zijn nageleefd door de in derde landen gevestigde verleners van vertrouwensdiensten of door internationale organisaties, vooral met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, veiligheid en toezicht.

 

2. Met verwijzing naar lid 1 zorgen die overeenkomsten ervoor dat de voorschriften die gelden voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door op het grondgebied van de Unie gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zijn nageleefd door de in derde landen gevestigde verleners van vertrouwensdiensten of door internationale organisaties, met name de veiligheid van de verleende vertrouwensdiensten en het toezicht op de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten.

 

Het derde land in kwestie zorgt voor een afdoende bescherming van persoonsgegevens, overeenkomstig artikel 25, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG.

Motivering

De rapporteur wil een verwijzing opnemen naar de Europese wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens, waarin is vastgesteld dat het passend karakter van het door een derde land geboden beschermingsniveau wordt beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden die op de doorgifte van gegevens of op een categorie gegevensdoorgiften van invloed zijn.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Verleners van vertrouwensdiensten en toezichthoudende organen waarborgen bij het verwerken van persoonsgegevens de eerlijke en rechtmatige verwerking overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG.

1. Verleners van vertrouwensdiensten en toezichthoudende organen waarborgen bij het verwerken van persoonsgegevens de eerlijke en rechtmatige verwerking overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG en de desbetreffende nationale wetgeving.

2. Verleners van vertrouwensdiensten verwerken persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG. Dergelijke verwerking is strikt beperkt tot het minimum aan gegevens dat nodig is om een certificaat af te geven of te beheren of om een gerelateerde vertrouwensdienst te verlenen.

2. Verleners van vertrouwensdiensten verwerken persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG. Dergelijke verwerking is strikt beperkt tot het minimum aan gegevens dat nodig is om een certificaat af te geven of te beheren of om een gerelateerde vertrouwensdienst te verlenen.

3. Verleners van vertrouwensdiensten garanderen de geheimhouding en integriteit van gegevens die verbonden zijn aan een persoon aan wie de vertrouwensdienst wordt verleend.

3. Verleners van vertrouwensdiensten garanderen de geheimhouding en integriteit van gegevens die verbonden zijn aan een persoon aan wie de vertrouwensdienst wordt verleend, met name door te waarborgen dat de gegevens die worden gebruikt voor de verlening van de vertrouwensdiensten niet kunnen worden achterhaald.

4. Onverminderd de rechtsgevolgen van pseudoniemen in het nationale recht, mogen de lidstaten niet verhinderen dat verleners van vertrouwensdiensten op certificaten voor elektronische handtekeningen een pseudoniem vermelden in plaats van de werkelijke naam van de ondertekenaar.

4. Onverminderd de rechtsgevolgen van pseudoniemen in het nationale recht, mogen de lidstaten niet verhinderen dat verleners van vertrouwensdiensten op certificaten voor elektronische handtekeningen een pseudoniem vermelden in plaats van de werkelijke naam van de ondertekenaar.

 

4 bis. Het verwerken van persoonsgegevens door of namens de verlener van vertrouwensdiensten wordt beschouwd als een gerechtvaardigd belang als bedoeld in artikel 7, onder f), van Richtlijn 95/46/EG, wanneer deze verwerking strikt noodzakelijk is om de beveiliging van het netwerk en de informatie te garanderen en aldus te voldoen aan de in de artikelen 11, 15, 16 en 19 uiteengezette eisen.

Amendement 72

Voorstel voor een verordening

Artikel 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten worden zo veel mogelijk beschikbaar gemaakt voor personen met een handicap.

Vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten worden overeenkomstig het EU-recht beschikbaar gemaakt voor personen met een handicap.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De Commissie stelt een vertrouwenskeurmerk in voor producten en diensten die toegankelijk zijn voor mensen met een handicap.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Normalisatie-instituten van de Unie zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van beoordelingscriteria voor producten en diensten die toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten wijzen een passend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Toezichthoudende organen krijgen alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.

1. De lidstaten wijzen een toezichthoudend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. De naam en het adres van het toezichthoudend orgaan worden aan de Commissie meegedeeld. De toezichthoudende organen krijgen voldoende middelen en bevoegdheden voor de uitvoering van hun opdrachten.

2. Het toezichthoudende orgaan is verantwoordelijk voor de uitvoering van de volgende taken:

2. Het toezichthoudende orgaan voert de volgende taken uit:

(a) controle uitoefenen op verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de aanwijzende lidstaat om te waarborgen dat zij voldoen aan de in artikel 15 vastgestelde eisen;

(a) toezicht houden op verleners van vertrouwensdiensten en gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de aanwijzende lidstaat om te waarborgen dat zij voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen;

(b) toezicht houden op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn in de aanwijzende lidstaat en op de gekwalificeerde diensten die zij verlenen om te waarborgen dat zij en de door hen verleende gekwalificeerde vertrouwensdiensten voldoen aan de toepasselijke eisen in deze verordening;

 

(c) waarborgen dat relevante informatie en gegevens als bedoeld onder g) van artikel 19, lid 2, en die vastgelegd zijn door gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten, bewaard worden en toegankelijk blijven nadat een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten zijn activiteiten heeft gestaakt, gedurende een passende periode met het oog op het waarborgen van de continuïteit van de dienst.

(c) waarborgen dat relevante informatie en gegevens als bedoeld onder g) van artikel 19, lid 2, en die vastgelegd zijn door gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten, bewaard worden en toegankelijk blijven nadat een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten zijn activiteiten heeft gestaakt, gedurende een passende periode, met name rekening houdend met de geldigheidsduur van de diensten, met het oog op het waarborgen van de continuïteit van de dienst.

3. Ieder toezichthoudend orgaan doet de Commissie en de lidstaten een jaarlijks verslag toekomen over de in het afgelopen kalenderjaar uitgevoerde toezichthoudende activiteiten voor het einde van het eerste kwartaal van het volgende jaar. Dit verslag bevat ten minste:

3. Ieder toezichthoudend orgaan publiceert een jaarlijks verslag over de in het afgelopen kalenderjaar uitgevoerde toezichthoudende activiteiten voor het einde van het eerste kwartaal van het volgende jaar. Dit verslag bevat ten minste:

(a) informatie over uitgevoerde toezichthoudende activiteiten;

(a) informatie over uitgevoerde toezichthoudende activiteiten;

(b) een samenvatting van inbreukmeldingen die van verleners van vertrouwensdiensten ontvangen zijn overeenkomstig artikel 15, lid 2;

(b) een samenvatting van alle inbreukmeldingen die van verleners van vertrouwensdiensten ontvangen zijn overeenkomstig artikel 15, lid 2;

(c) statistieken over de markt en het gebruik van gekwalificeerde vertrouwensdiensten, met inbegrip van informatie over gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zelf, de gekwalificeerde diensten die zij verlenen, de producten die zij gebruiken en de algemene beschrijving van hun klanten.

 

4. De lidstaten delen aan de Commissie en de andere lidstaten de namen en adressen mee van de door hen aangewezen toezichthoudende organen.

 

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de definitie van de in lid 2 bedoelde taken.

 

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures voor het in lid 3 bedoelde verslag definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten voor het in lid 3 bedoelde verslag definiëren. De Commissie zorgt ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

Samenwerking met gegevensbeschermingsautoriteiten

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 13 bedoelde toezichthoudende organen samenwerken met de gegevensbeschermingsautoriteiten van de lidstaten, die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG om hen in staat te stellen te voldoen aan de nationale regels inzake gegevensbescherming die uit hoofde van Richtlijn 95/46/EG zijn vastgesteld.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Toezichthoudende organen moeten samenwerken met het oog op de uitwisseling van goede praktijken en elkaar zo snel mogelijk voorzien van relevante informatie en onderlinge bijstand, zodat de activiteiten op consequente wijze kunnen worden uitgevoerd. Onderlinge bijstand heeft in het bijzonder betrekking op informatieverzoeken en toezichthoudende maatregelen, zoals verzoeken om inspecties uit te voeren in verband met de veiligheidsaudits als bedoeld in de artikelen 15, 16 en 17.

1. Toezichthoudende organen moeten samenwerken met het oog op de uitwisseling van goede praktijken. Ze voorzien elkaar zo snel mogelijk van relevante informatie en verlenen elkaar na een gerechtvaardigd verzoek onderlinge bijstand, zodat de activiteiten op consequente wijze kunnen worden uitgevoerd. Bij verzoeken om onderlinge bijstand kan het in het bijzonder gaan om informatieverzoeken en toezichthoudende maatregelen, zoals verzoeken om inspecties uit te voeren in verband met de veiligheidsaudits als bedoeld in de artikelen 15, 16 en 17.

2. Een toezichthoudend orgaan waartoe een verzoek om bijstand wordt gericht, mag niet weigeren het verzoek in te willigen, tenzij:

2. Een toezichthoudend orgaan waartoe een verzoek om bijstand wordt gericht, mag dat verzoek op de volgende voorwaarden weigeren:

(a) het niet bevoegd is om het verzoek te behandelen; of

(a) het toezichthoudend orgaan is niet bevoegd om het verzoek te behandelen; of

(b) de inwilliging van het verzoek onverenigbaar zou zijn met deze verordening.

(b) de gevraagde bijstand zou buiten de in deze verordening vastgestelde taken en bevoegdheden van het toezichthoudende orgaan vallen.

3. Indien van toepassing kunnen toezichthoudende organen gezamenlijke onderzoeken uitvoeren waarbij personeelsleden van de toezichthoudende organen van andere lidstaten betrokken zijn.

3. Indien van toepassing kunnen toezichthoudende organen gezamenlijke activiteiten uitvoeren.

Het toezichthoudende orgaan van de lidstaat waar het onderzoek plaatsvindt, mag in overeenstemming met het eigen nationale recht, onderzoekstaken delegeren aan de personeelsleden van het bijstand verlenende orgaan. Dergelijke bevoegdheden mogen uitsluitend worden uitgeoefend onder begeleiding en tijdens de aanwezigheid van personeel van het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt. Het personeel van het bijstand verlenende orgaan is onderworpen aan het nationale recht van het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt. Het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt, is verantwoordelijk voor de handelingen van het personeel van het bijstand verlenende toezichthoudende orgaan.

Het toezichthoudende orgaan van de lidstaat waar het onderzoek plaatsvindt, mag in overeenstemming met het eigen nationale recht, onderzoekstaken delegeren aan de personeelsleden van het bijstand verlenende orgaan. Dergelijke bevoegdheden mogen uitsluitend worden uitgeoefend onder begeleiding en tijdens de aanwezigheid van personeel van het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt. Het personeel van het bijstand verlenende orgaan is onderworpen aan het nationale recht van het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt. Het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt, is verantwoordelijk voor de handelingen van het personeel van het bijstand verlenende toezichthoudende orgaan.

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten en procedures voor de in dit artikel bedoelde onderlinge bijstand definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de Unie treffen passende technische en organisatorische maatregelen om de risico's te beheren in verband met de veiligheid van de door hen verleende vertrouwensdiensten. Deze maatregelen waarborgen, rekening houdend met de meest recente technische mogelijkheden, een veiligheidsniveau dat in verhouding staat tot de mate van risico. In het bijzonder worden maatregelen getroffen om de gevolgen van veiligheidsincidenten te voorkomen en tot een minimum te beperken alsmede om belanghebbenden op de hoogte te stellen van negatieve gevolgen van eventuele incidenten.

1. Verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de Unie treffen passende technische en organisatorische maatregelen overeenkomstig bestaande optimale werkmethoden in de sector om de risico's te beheren in verband met de veiligheid en de veerkracht van de door hen verleende vertrouwensdiensten. Deze maatregelen zijn, rekening houdend met de technische ontwikkelingen, volledig in overeenstemming met de rechten inzake gegevensbescherming en waarborgen een veiligheidsniveau dat in verhouding staat tot de mate van risico. In het bijzonder worden maatregelen getroffen om de gevolgen van veiligheidsincidenten te voorkomen en tot een minimum te beperken alsmede om belanghebbenden op de hoogte te stellen van negatieve gevolgen van eventuele incidenten. Verleners van vertrouwensdiensten nemen tevens passende maatregelen om nieuwe veiligheidsrisico's te vermijden en het gebruikelijke veiligheidsniveau van de dienst te herstellen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 1, kan iedere verlener van vertrouwensdiensten het verslag van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit indienen bij het toezichthoudende orgaan om te bevestigen dat passende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 1, dient iedere verlener van vertrouwensdiensten onverwijld en uiterlijk zes maanden na het begin van zijn werkzaamheden het verslag in van een overeenstemmingsaudit die is uitgevoerd door een erkend onafhankelijk orgaan waarvan de bekwaamheid tot het uitvoeren van de audit is aangetoond om te bevestigen dat passende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.

2. Verleners van vertrouwensdiensten stellen, zonder onnodige vertragingen en waar mogelijk binnen 24 uur nadat zij hiervan op de hoogte zijn, het bevoegde toezichthoudende orgaan, het bevoegde nationale orgaan voor informatieveiligheid en andere relevante derde partijen zoals gegevensbeschermingsautoriteiten op de hoogte van iedere veiligheidsinbreuk of ieder integriteitsverlies met aanzienlijke gevolgen voor de verleende vertrouwensdienst en voor de persoonsgegevens die daarmee worden beheerd.

2. Verleners van vertrouwensdiensten stellen, zonder onnodige vertragingen en waar mogelijk binnen 24 uur nadat zij hiervan op de hoogte zijn, het bevoegde toezichthoudende orgaan, en, waar passend, andere relevante organen zoals het bevoegde nationale orgaan voor informatieveiligheid of de gegevensbeschermingsautoriteiten op de hoogte van iedere veiligheidsinbreuk of ieder integriteitsverlies met aanzienlijke gevolgen voor de verleende vertrouwensdienst en voor de persoonsgegevens die daarmee worden beheerd. Indien een dergelijke kennisgeving niet binnen 24 uur kan worden gerealiseerd, dient deze vergezeld te gaan van een verklaring voor de vertraging.

Indien van toepassing, in het bijzonder indien een veiligheidsinbreuk of integriteitsverlies twee of meer lidstaten treft, stelt het toezichthoudende orgaan in kwestie toezichthoudende organen in andere lidstaten en het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) op de hoogte.

Indien van toepassing, in het bijzonder indien een veiligheidsinbreuk of integriteitsverlies twee of meer lidstaten treft, stelt het toezichthoudende orgaan in kwestie toezichthoudende organen in deze lidstaten en het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) op de hoogte.

Het toezichthoudende orgaan in kwestie kan ook het publiek op de hoogte stellen of dit eisen van de verlener van vertrouwensdiensten, indien het van oordeel is dat bekendmaking van de inbreuk in het algemene belang is.

Het toezichthoudende orgaan in kwestie stelt in overleg met de verlener van vertrouwensdiensten ook het publiek op de hoogte of eist dit van de verlener van vertrouwensdiensten, indien het van oordeel is dat bekendmaking van de inbreuk in het algemene belang is, teneinde hen in staat te stellen de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. De bekendmaking geschiedt doorgaans zo snel als redelijkerwijs mogelijk. De verlener van vertrouwensdiensten kan echter om uitstel vragen om de zwakke plekken te verhelpen. Het uitstel mag, indien verleend door het toezichthoudende orgaan, maximaal 45 dagen bedragen.

3. Het toezichthoudende orgaan doet het Enisa en de Commissie eenmaal per jaar een samenvatting toekomen van inbreukmeldingen die zijn ontvangen van verleners van vertrouwensdiensten.

3. Het toezichthoudende orgaan doet het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en de Commissie eenmaal per jaar een samenvatting toekomen van inbreukmeldingen die zijn ontvangen van verleners van vertrouwensdiensten.

4. Ten behoeve van de uitvoering van lid 1 en 2 heeft het bevoegde toezichthoudende orgaan de bevoegdheid om bindende instructies op te leggen aan verleners van vertrouwensdiensten.

4. Ten behoeve van de uitvoering van lid 1 en 2 heeft het bevoegde toezichthoudende orgaan de bevoegdheid om bindende instructies op te leggen aan verleners van vertrouwensdiensten. Het toezichthoudende orgaan coördineert deze bindende instructies samen met andere desbetreffende regelgevende organen die toezien op de andere activiteiten van de verlener van vertrouwensdiensten dan de verlening van vertrouwensdiensten. Alle instructies worden gepubliceerd.

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de nadere omschrijving van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

 

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures, met inbegrip van termijnen, definiëren die van toepassing zijn voor de doeleinden van lid 1 tot en met lid 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de nadere specificaties van de in lid 1 bedoelde maatregelen en de formaten definiëren die van toepassing zijn voor de doeleinden van lid 1 tot en met 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden jaarlijks onderworpen aan een audit door een erkend onafhankelijk orgaan om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen worden verleend, voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, en zij dienen het verslag van de veiligheidsaudit in bij het toezichtsorgaan.

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden jaarlijks onderworpen aan een audit door een onafhankelijk orgaan waarvan de bekwaamheid tot het uitvoeren van de audit is aangetoond om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen worden verleend, voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, en zij dienen het verslag van de conformiteitsaudit in bij het toezichtsorgaan. Een dergelijke audit wordt ook uitgevoerd na ingrijpende technologische en organisatorische veranderingen. Indien de jaarlijkse auditverslagen na drie jaar geen voorbehoud maken, worden de in dit lid bedoelde audits slechts om de twee jaar verricht.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kan het toezichtsorgaan op elk tijdstip een audit houden van de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden, nog steeds voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, ofwel op eigen initiatief ofwel ten gevolge van een verzoek van de Commissie. Het toezichtsorgaan brengt de overheden voor gegevensbescherming op de hoogte van de resultaten van de audits wanneer er sprake blijkt te zijn van een inbreuk op de regels voor de bescherming van persoonsgegevens.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kan het toezichtsorgaan op elk tijdstip een audit houden van de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden, voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet. Wanneer er sprake blijkt te zijn van een inbreuk op de in Richtlijn 95/46/EG vastgestelde regels voor de bescherming van persoonsgegevens, brengt het toezichtsorgaan de overheden voor gegevensbescherming op de hoogte van de resultaten van de audits.

3. Het toezichtsorgaan is bevoegd om bindende instructies op te leggen aan gekwalificeerde dienstverleners om niet-naleving van de voorschriften die uit het verslag van de veiligheidsaudit blijkt, recht te zetten.

3. Het toezichtsorgaan is bevoegd om bindende instructies op te leggen aan gekwalificeerde dienstverleners om niet-naleving van de in deze verordening vastgelegde voorschriften recht te zetten.

 

4. Wat punt 3 betreft: als de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten een dergelijke niet-naleving niet binnen een door het toezichtsorgaan bepaalde tijdspanne rechtzet, verliest hij zijn gekwalificeerde status en wordt hem door het toezichtsorgaan medegedeeld dat zijn status dienovereenkomstig aangepast zal worden in de in artikel 18 bedoelde vertrouwenslijsten.

4. Wat punt 3 betreft: als de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten een dergelijke niet-naleving niet binnen een door het toezichtsorgaan bepaalde tijdspanne en overeenkomstig de door het toezichtsorgaan vastgelegde procedure rechtzet, verliest hij zijn gekwalificeerde status en wordt hem door het toezichtsorgaan medegedeeld dat zijn status dienovereenkomstig aangepast zal worden in de in artikel 18 bedoelde vertrouwenslijsten.

5. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de specificatie van de voorwaarden voor erkenning van het onafhankelijke orgaan dat de in lid 1 van dit artikel en in artikel 15, lid 1, en artikel 17, lid 1, bedoelde audit uitvoert.

 

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, procedures en formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1, 2 en 4. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1, 2 en 4. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, aan de hand van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Toezicht op verleners van vertrouwensdiensten

 

Om het toezicht door het toezichthoudende orgaan waarvan sprake in artikel 13, lid 2, onder a), te vergemakkelijken, maken verleners van vertrouwensdiensten hun voornemen om vertrouwensdiensten te gaan verlenen kenbaar aan het toezichthoudende orgaan en delen zij mee welke technische en organisatorische maatregelen zij hebben getroffen om de risico's met betrekking tot de veiligheid van de vertrouwensdiensten die zij leveren overeenkomstig artikel 15, lid 1, te beheren.

Motivering

Correctie door de rapporteur van zijn amendement 35, waarin bij vergissing het woord "gekwalificeerd" was terecht gekomen. Motivering amendement 35: De rapporteur wenst dit nieuwe artikel op te nemen om de toezichtsactiviteiten van het toezichthoudende orgaan op verleners van vertrouwensdiensten (waarbij het gaat om niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten) te vergemakkelijken en te voorzien in een minimum aan rechtszekerheid voor niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten.

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten melden bij het toezichtsorgaan hun voornemen om een gekwalificeerde vertrouwensdienst op te starten en dienen bij het toezichtsorgaan een verslag in van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit, zoals bepaald in artikel 16, lid 1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen een aanvang maken met de verlening van de vertrouwensdienst zodra zij de melding en het verslag van de veiligheidsaudit bij het toezichtsorgaan hebben ingediend.

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten melden bij het toezichtsorgaan hun voornemen om een gekwalificeerde vertrouwensdienst te verlenen en dienen bij het toezichtsorgaan een verslag in van een veiligheidsaudit die is uitgevoerd door een erkend onafhankelijk orgaan waarvan de bekwaamheid tot het uitvoeren van de audit is aangetoond, zoals bepaald in artikel 16, lid 1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen een aanvang maken met de verlening van de vertrouwensdienst zodra zij het verslag van de veiligheidsaudit bij het toezichtsorgaan hebben ingediend en pas nadat zij de gekwalificeerde status hebben verkregen.

2. Zodra de desbetreffende documenten overeenkomstig lid 1 bij het toezichtsorgaan zijn ingediend, worden de gekwalificeerde dienstverleners opgenomen in de vertrouwenslijsten als bedoeld in artikel 18, met de vermelding dat de aanmelding is ingediend.

2. Zodra de desbetreffende documenten overeenkomstig lid 1 bij het toezichtsorgaan zijn ingediend en het toezichthoudend orgaan de naleving bevestigt, worden de gekwalificeerde dienstverleners opgenomen in de vertrouwenslijsten als bedoeld in artikel 18, met de vermelding dat de gekwalificeerde status is bevestigd.

3. Het toezichtsorgaan verifieert of de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en de door hem verleende vertrouwensdiensten in overeenstemming met de eisen van de verordening zijn.

3. Het toezichtsorgaan verifieert of de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en de door hem verleende vertrouwensdiensten in overeenstemming met de eisen van de verordening zijn.

Het toezichtsorgaan geeft de gekwalificeerde status van de gekwalificeerde dienstverleners evenals van de door hem verleende diensten aan in de vertrouwenslijsten na een positieve evaluatie van de naleving, ten laatste een maand nadat de melding in overeenstemming met lid 1 heeft plaatsgevonden.

Het toezichtsorgaan geeft na een positieve evaluatie van de naleving de gekwalificeerde status van de gekwalificeerde dienstverleners evenals van de door hen verleende diensten zonder onnodige vertraging en uiterlijk twee maanden na die evaluatie aan in de vertrouwenslijsten.

Indien de evaluatie van de naleving niet binnen een maand is afgerond, brengt het toezichtsorgaan de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten op de hoogte met opgave van redenen van de vertraging en de termijn waarbinnen de naleving geëvalueerd zal zijn.

Indien de evaluatie van de naleving niet binnen een maand is afgerond, brengt het toezichtsorgaan de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten op de hoogte met opgave van redenen van de vertraging en de termijn waarbinnen de naleving geëvalueerd zal zijn. Op voorwaarde dat de verlener van vertrouwensdiensten de relevante documenten heeft geleverd, mag de evaluatie niet langer duren dan drie maanden.

4. Een gekwalificeerde vertrouwensdienst waarvoor een aanmelding is gebeurd conform lid 1 kan niet worden geweigerd voor de vervulling van een administratieve procedure of formalieit door de betrokken openbare instantie omdat zij niet is opgenomen in de in lid 3 bedoelde lijsten.

 

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures omschrijven die gelden voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Artikel 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat stelt vertrouwenslijsten op met informatie over de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten waarvoor hij bevoegd is, samen met informatie over de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden; hij houdt deze lijst bij en publiceert ze.

1. Elke lidstaat stelt vertrouwenslijsten op met informatie over de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten waarvoor hij bevoegd is, samen met informatie over de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden; hij houdt deze lijst bij en publiceert ze.

2. De lidstaten dragen zorg voor het op een veilige manier opstellen, bijhouden en publiceren van elektronisch ondertekende of verzegelde vertrouwenslijsten, als vastgesteld in lid 1, in een vorm die geschikt is voor automatische verwerking.

2. De lidstaten dragen zorg voor het op een veilige manier opstellen, bijhouden en publiceren van elektronisch ondertekende of verzegelde vertrouwenslijsten, als vastgesteld in lid 1, in een vorm die geschikt is voor automatische verwerking van zowel de lijst zelf als de afzonderlijke certificaten.

3. De lidstaten verschaffen de Commissie onverwijld informatie over het orgaan dat verantwoordelijk is voor het opstellen, onderhouden en publiceren van nationale vertrouwenslijsten en gegevens over waar deze lijsten gepubliceerd zijn, over het certificaat dat gebruikt wordt om de vertrouwenslijsten te ondertekenen of verzegelen, en alle wijzigingen daaraan.

3. De lidstaten verschaffen de Commissie onverwijld informatie over het orgaan dat verantwoordelijk is voor het opstellen, onderhouden en publiceren van nationale vertrouwenslijsten en gegevens over waar deze lijsten gepubliceerd zijn, over het certificaat dat gebruikt wordt om de vertrouwenslijsten te ondertekenen of verzegelen, en alle wijzigingen daaraan.

4. De Commissie maakt via een veilig kanaal de in lid 3 bedoelde informatie in elektronisch ondertekende of verzegelde en voor automatische verwerking geschikte vorm publiek beschikbaar.

4. De Commissie maakt via een veilig kanaal de in lid 3 bedoelde informatie in elektronisch ondertekende of verzegelde en voor automatische verwerking geschikte vorm publiek beschikbaar.

5. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 1 bedoelde informatie.

 

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de technische specificaties en formaten van vertrouwenslijsten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1 tot en met 4. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de in lid 1 bedoelde informatie specificeren en de technische specificaties en formaten van vertrouwenslijsten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1 tot en met 4. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, aan de hand van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Vertrouwensmerk van de Europese Unie voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten

 

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen gebruik maken van een vertrouwensmerk van de Europese Unie om de door hen aangeboden gekwalificeerde vertrouwensdiensten die voldoen aan de vereisten van deze verordening, te presenteren en er reclame voor te maken.

 

2. Door gebruik te maken van het in lid 1 bedoelde vertrouwensmerk van de Europese Unie voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten verplichten gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zich ertoe ervoor te zorgen dat de diensten voldoen aan alle toepasselijke eisen die in deze verordening zijn opgenomen.

 

3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen specifieke, bindende criteria vast ten aanzien van de vorm, de compositie, de afmetingen en het ontwerp van het vertrouwensmerk van de Europese Unie voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Dit vertrouwensmerk, waar het Europees Parlement reeds om heeft verzocht in zijn resolutie van 26 oktober 2012 inzake het voltooien van de digitale interne markt, is bedoeld om het onlinevertrouwen van gebruikers te vergroten door een eenvoudig herkenbaar Europees merk in te voeren. Bovendien kunnen gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die aan de eisen uit met name artikel 19 voldoen, in samenhang met de doelstelling om het veiligheidsniveau van online vertrouwensdiensten op te krikken, profiteren van dit vertrouwensmerk en de toegevoegde waarde die het biedt in de elektronische handel.

Amendement  84

Voorstel voor een verordening

Artikel 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Wanneer een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten een gekwalificeerd certificaat afgeeft, moet hij met daartoe geschikte middelen en overeenkomstig de nationale wetgeving de identiteit en in voorkomend geval de specifieke attributen verifiëren van de natuurlijk persoon of de rechtspersoon aan wie een gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven.

1. Wanneer een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten een gekwalificeerd certificaat afgeeft, moet hij met daartoe geschikte middelen en overeenkomstig de nationale wetgeving de identiteit en in voorkomend geval de specifieke attributen verifiëren van de natuurlijk persoon of de rechtspersoon aan wie een gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven.

Dergelijke informatie wordt geverifieerd door de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten of door een gemachtigde derde partij die handelt onder de verantwoordelijkheid van de gekwalificeerde dienstverlener:

Dergelijke informatie wordt geverifieerd door de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten of door een gemachtigde derde partij die handelt onder de verantwoordelijkheid van de gekwalificeerde dienstverlener:

(a) door de fysieke aanwezigheid van de natuurlijk persoon of een gemachtigde afgevaardigde van de rechtspersoon, of

(a) door de fysieke aanwezigheid van de natuurlijk persoon of een gemachtigde afgevaardigde van de rechtspersoon, of

(b) op afstand, door middel van elektronische identificatiemiddelen onder een aangemeld schema dat is afgegeven in overeenstemming met het onder a) bepaalde.

(b) op afstand, door middel van elektronische identificatiemiddelen onder een aangemeld schema dat is afgegeven in overeenstemming met het onder a) bepaalde.

2. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde vertrouwensdiensten verlenen:

2. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde vertrouwensdiensten verlenen:

(a) hebben personeel in dienst dat beschikt over de nodige deskundigheid, ervaring en kwalificaties, dat administratieve en managementprocedures toepast die in overeenstemming zijn met Europese of internationale normen, en dat een toereikende scholing heeft ontvangen op het gebied van voorschriften inzake veiligheid en bescherming van persoonsgegevens;

(a) hebben personeel in dienst dat beschikt over de nodige deskundigheid, ervaring en kwalificaties, dat administratieve en managementprocedures toepast die in overeenstemming zijn met Europese of internationale normen, en dat een toereikende scholing heeft ontvangen op het gebied van voorschriften inzake veiligheid en bescherming van persoonsgegevens;

(b) dragen het risico van aansprakelijkheid voor schade door ervoor te zorgen dat zij voldoende financiële middelen tot hun beschikking hebben of door middel van een toereikende aansprakelijkheidsverzekering;

(b) dragen het risico van aansprakelijkheid voor schade door ervoor te zorgen dat zij voldoende financiële middelen tot hun beschikking hebben of door middel van een toereikende aansprakelijkheidsverzekering;

(c) informeren personen die gebruik wensen te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst over de precieze voorwaarden betreffende het gebruik van die dienst alvorens een contractuele verbintenis aan te gaan;

(c) informeren personen die gebruik wensen te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst op duidelijke en transparante wijze over de precieze voorwaarden betreffende het gebruik van die dienst alvorens een contractuele verbintenis aan te gaan, alsmede over de aansprakelijkheidsgrenzen;

(d) maken gebruik van betrouwbare systemen en producten die beschermd zijn tegen wijziging en die de technische veiligheid en betrouwbaarheid garanderen van de processen die zij ondersteunen;

(d) maken gebruik van systemen en producten die beschermd zijn tegen ongeoorloofde wijziging en die de technische veiligheid en betrouwbaarheid garanderen van de processen die zij ondersteunen;

(e) maken gebruik van betrouwbare systemen voor de opslag van aan hen verstrekte gegevens in een vorm die verifieerbaar is, zodat

(e) maken gebruik van systemen voor de opslag van aan hen verstrekte gegevens in een vorm die verifieerbaar is, zodat

– de gegevens uitsluitend publiek beschikbaar zijn wanneer de persoon aan wie de gegevens afgegeven werden, hiervoor toestemming heeft gegeven,

– de gegevens uitsluitend publiek beschikbaar zijn wanneer het nationale of het uniale recht dit toestaat of wanneer de persoon aan wie de gegevens afgegeven werden, hiervoor toestemming heeft gegeven,

– alleen bevoegde personen gegevens kunnen invoeren en wijzigen,

– alleen bevoegde personen gegevens kunnen invoeren en wijzigen,

– de authenticiteit van de informatie kan worden gecontroleerd;

– de authenticiteit van de informatie kan worden gecontroleerd;

(f) nemen maatregelen tegen vervalsing en diefstal van gegevens;

(f) nemen maatregelen tegen vervalsing en diefstal van gegevens;

(g) leggen gedurende een gepaste periode alle relevante informatie vast met betrekking tot de gegevens die de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heeft afgegeven en ontvangen, met name om ten behoeve van gerechtelijke procedures bewijzen te kunnen leveren. Dit vastleggen mag elektronisch plaatsvinden;

(g) leggen gedurende een gepaste periode, ongeacht of de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten de verlening van gekwalificeerde vertrouwensdiensten heeft beëindigd, alle relevante informatie vast met betrekking tot de gegevens die de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heeft afgegeven en ontvangen, met name om ten behoeve van gerechtelijke procedures bewijzen te kunnen leveren. Het bewaren van deze informatie blijft strikt beperkt tot de termijn die nodig is. Dit vastleggen mag elektronisch plaatsvinden;

(h) hebben een geactualiseerd beëindigingsplan om de continuïteit van de dienst te verzekeren in overeenstemming met wat door het toezichtsorgaan op grond van artikel 13, lid 2, onder c), is bepaald;

(h) hebben een geactualiseerd beëindigingsplan om de continuïteit van de dienst te verzekeren in overeenstemming met wat door het toezichtsorgaan op grond van artikel 13, lid 2, onder c), is bepaald;

(i) zorgen voor wettelijke verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met artikel 11.

(i) zorgen voor wettelijke verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met artikel 11.

3. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven, registreren in hun certificatendatabase de intrekking van een certificaat ten laatste tien minuten nadat de intrekking ingegaan is.

3. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven, registreren in hun certificatendatabase de intrekking van een certificaat zonder onnodige vertraging.

4. Betreffende het bepaalde onder lid 3 verstrekken gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven aan elke afhankelijke partij informatie over de geldigheid of ingetrokken status van door hen afgegeven gekwalificeerde certificaten. Deze informatie is op elk moment in ieder geval op certificaatbasis beschikbaar in een geautomatiseerde vorm die betrouwbaar, kosteloos en efficiënt is.

4. Betreffende het bepaalde onder lid 3 verstrekken gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven aan elke afhankelijke partij informatie over de geldigheid of ingetrokken status van door hen afgegeven gekwalificeerde certificaten. Deze informatie is op elk moment in ieder geval op certificaatbasis beschikbaar in een geautomatiseerde vorm.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake betrouwbare systemen en producten. Wanneer betrouwbare systemen en producten aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in artikel 19 bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake systemen en producten. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, aan de hand van een effectbeoordeling. Er is sprake van overeenstemming met de in artikel 19 bepaalde eisen wanneer betrouwbare systemen en producten in overeenstemming zijn met dergelijke normen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  85

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De rechtsgeldigheid van een elektronische handtekening en de toelaatbaarheid ervan als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures mogen niet worden ontkend louter op grond van het feit dat de handtekening elektronisch is.

1. Een elektronische handtekening is rechtsgeldig en is als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures toelaatbaar. Aangenomen wordt dat de gekwalificeerde elektronische handtekening een hoger beveiligingsniveau biedt dan andere soorten elektronische handtekeningen.

Motivering

Gezien de moeilijkheden bij de vertaling van de Franse versie van amendement 43 van de rapporteur in het Engels, heeft de rapporteur besloten een nieuw amendement in het Engels in te dienen waarmee dit lid wordt aangepast.

Amendement  86

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een gekwalificeerde elektronische handtekening heeft dezelfde rechtsgeldigheid als een handgeschreven handtekening.

2. Een gekwalificeerde elektronische handtekening voldoet ten aanzien van gegevens in elektronische vorm aan alle wettelijke eisen voor een handtekening, net zoals een handgeschreven handtekening dat doet voor gegevens op een papieren drager.

Motivering

De formulering in Richtlijn 1999/93/EG lijkt beter aan te sluiten bij de verschillende nationale formele en procedurele vereisten.

Amendement  87

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Een geldige gekwalificeerde elektronische handtekening geldt als prima facie bewijs van authenticiteit en integriteit van de elektronische documenten waarop zij betrekking heeft.

Motivering

Het begrip "geldig" refereert aan artikel 25, lid 1, van het voorstel voor een verordening. Slechts wanneer een handtekening positief gevalideerd kan worden, kan haar een bijzondere bewijskracht worden toebedeeld.

Amendement  88

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Gekwalificeerde elektronische handtekeningen worden erkend en aanvaard in alle lidstaten.

3. Gekwalificeerde elektronische handtekeningen worden erkend en aanvaard in de lidstaten en de instellingen van de Unie.

Amendement  89

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Als een elektronische handtekening met een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerde elektronische handtekening vereist is, met name door een lidstaat voor toegang tot een onlinedienst aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de bij een dergelijke dienst betrokken risico's, worden alle elektronische handtekeningen die ten minste hetzelfde veiligheidsniveau hebben, erkend en aanvaard.

4. Als een elektronische handtekening met een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerde elektronische handtekening vereist is door een lidstaat of een EU-instelling, -orgaan, -bureau of -agentschap voor de voltooiing van een verrichting aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de bij een dergelijke dienst betrokken risico's, worden voor de toegang tot deze onlinedienst alle elektronische handtekeningen die ten minste hetzelfde veiligheidsniveau hebben, erkend en aanvaard.

Amendement  90

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten vereisen voor grensoverschrijdende toegang tot een onlinedienst die door een openbare instantie wordt aangeboden, geen elektronische handtekening van een hoger veiligheidsniveau dan een gekwalificeerde elektronische handtekening.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Motivering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement  91

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 4 bedoelde verschillende veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen.

Schrappen

Motivering

De definitie van de verschillende veiligheidsniveaus is een centraal element van de verordening, de rapporteur acht het daarom niet passend dit punt te behandelen in een gedelegeerde handeling.

Amendement  92

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen. Wanneer een elektronische handtekening aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat in een gedelegeerde handeling op grond van lid 6 omschreven is. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een elektronische handtekening aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat in een gedelegeerde handeling op grond van lid 6 omschreven is. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  93

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in bijlage I vastgestelde eisen.

Schrappen

Motivering

Uitvoeringshandelingen lijken geschikter en daarom is dit lid opgenomen in het volgende lid.

Amendement  94

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  95

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen. Wanneer een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage II bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage II bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  96

Voorstel voor een verordening

Artikel 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen kunnen worden gecertificeerd door geschikte, daartoe door de lidstaten aangewezen publieke of particuliere organen, op voorwaarde dat zij daarvoor zijn onderworpen aan een veiligheidsbeoordeling uitgevoerd in overeenstemming met een van de normen inzake de veiligheidsbeoordeling van producten op het gebied van informatietechnologie die zijn opgenomen in een lijst welke door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen wordt vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

1. Gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen worden gecertificeerd door geschikte, daartoe door de lidstaten aangewezen publieke of particuliere organen, op voorwaarde dat zij daarvoor zijn onderworpen aan een veiligheidsbeoordeling uitgevoerd in overeenstemming met een van de normen inzake de veiligheidsbeoordeling van producten op het gebied van informatietechnologie die zijn opgenomen in een lijst welke door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen wordt vastgesteld. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De lidstaten verstrekken aan de Commissie en de andere lidstaten de namen en adressen van de door hen aangewezen publieke of particuliere organen zoals bedoeld in lid 1.

2. De lidstaten verstrekken aan de Commissie en de andere lidstaten de namen en adressen van de door hen aangewezen publieke of particuliere organen zoals bedoeld in lid 1.

3. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het opstellen van specifieke criteria waaraan de aangewezen organen zoals bedoeld in lid 1, moeten voldoen.

3. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het opstellen van specifieke criteria waaraan de aangewezen organen zoals bedoeld in lid 1, moeten voldoen, met het oog op de uitvoering van de certificatie overeenkomstig lid 1.

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, inhoud, strekking en duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met dit amendement wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  97

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen omstandigheden, formaten en procedures omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen formaten en procedures omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  98

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Wanneer de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  99

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de in lid 1 bedoelde gekwalificeerde valideringsdienst. Wanneer de valideringsdienst voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1, onder b), bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de in lid 1 bedoelde gekwalificeerde valideringsdienst. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer de valideringsdienst voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1, onder b), bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  100

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Wanneer de voorzieningen voor de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer de voorzieningen voor de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  101

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor een gekwalificeerd elektronisch zegel geldt het wettelijk vermoeden dat het de oorsprong en integriteit van de gegevens waaraan het verbonden is, waarborgt.

2. Een geldig gekwalificeerd elektronisch zegel geldt op zijn minst als prima facie bewijs van authenticiteit en integriteit van de elektronische documenten waarop het betrekking heeft. Nationale wetgeving betreffende volmacht en vertegenwoordiging blijft onverlet.

Amendement  102

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Een gekwalificeerd elektronisch zegel wordt erkend en aanvaard in alle lidstaten.

3. Een gekwalificeerd elektronisch zegel wordt erkend in alle lidstaten.

Motivering

Het verschil tussen "erkend" en "aanvaard" is onduidelijk. Dit lid is, in tegenstelling tot de overeenkomstige bepalingen over elektronische handtekeningen, niet geschrapt daar het concept van een (elektronisch) zegel niet in alle lidstaten bestaat.

Amendement  103

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Als voor elektronische zegels een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerd elektronisch zegel vereist is, met name door een lidstaat voor toegang tot een onlinedienst aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de aan een dergelijke dienst verbonden risico's, worden alle elektronische zegels met ten minste hetzelfde veiligheidsniveau aanvaard.

4. Als voor elektronische zegels een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerd elektronisch zegel vereist is, met name door een lidstaat voor toegang tot een onlinedienst aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de aan een dergelijke dienst verbonden risico's, worden alle elektronische zegels met ten minste hetzelfde veiligheidsniveau aanvaard voor de toegang tot deze onlinedienst.

Motivering

(Tekst van motivering niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement  104

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten vereisen voor de toegang tot een door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst geen elektronisch zegel met een hoger veiligheidsniveau dan gekwalificeerde elektronische zegels.

5. De lidstaten vereisen voor de grensoverschrijdende toegang tot een door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst geen elektronisch zegel met een hoger veiligheidsniveau dan gekwalificeerde elektronische zegels.

Motivering

(Tekst van motivering niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement  105

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 4 bedoelde verschillende veiligheidsniveaus voor elektronische zegels.

Schrappen

Motivering

De definitie van de verschillende veiligheidsniveaus voor elektronische zegels is een centraal element van de verordening, de rapporteur acht het daarom niet passend dit punt te behandelen in een gedelegeerde handeling.

Amendement  106

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische zegels. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat overeenkomstig lid 6 in een gedelegeerde handeling is vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische zegels. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat overeenkomstig lid 6 in een gedelegeerde handeling is vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  107

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels gelden geen dwingende eisen die strenger zijn dan de in bijlage III vastgestelde eisen.

2. Voor gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels voor grensoverschrijdend gebruik gelden geen dwingende eisen die strenger zijn dan de in bijlage III vastgestelde eisen.

Amendement  108

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage III bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage III bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  109

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Artikel 22 is mutatis mutandis van toepassing op eisen voor gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische zegels.

1. Artikel 22 is mutatis mutandis van toepassing op eisen voor gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische zegels en/of stempels.

Amendement  110

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Artikel 23 is mutatis mutandis van toepassing op de certificatie van gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische zegels.

2. Artikel 23 is mutatis mutandis van toepassing op de certificatie van gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische zegels en/of stempels.

Amendement  111

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Artikel 24 is mutatis mutandis van toepassing op de publicatie van een lijst van gecertificeerde gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische zegels.

3. Artikel 24 is mutatis mutandis van toepassing op de publicatie van een lijst van gecertificeerde gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische zegels en/of stempels.

Amendement  112

Voorstel voor een verordening

Artikel 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De artikelen 25, 26 en 27 zijn mutatis mutandis van toepassing op de validering en bewaring van gekwalificeerde elektronische zegels.

De artikelen 25, 26 en 27 zijn mutatis mutandis van toepassing op de validering en bewaring van gekwalificeerde elektronische zegels en/of stempels.

Amendement  113

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel geldt het wettelijk vermoeden dat het aangeduide tijdstip en de integriteit van de gegevens die aan het tijdstip zijn gekoppeld, zijn gewaarborgd.

2. Een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel geldt op zijn minst als prima facie bewijs van de juistheid van het aangeduide tijdstip en de integriteit van het document waarop het tijdstempel is aangebracht.

Amendement  114

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel voldoet aan de volgende eisen:

1. Een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel voldoet aan de volgende eisen:

(a) het tijdstempel wordt op correcte wijze gekoppeld aan de gecoördineerde universele tijd (UTC) en wel op zodanige wijze dat onmerkbare wijziging van de gegevens kan worden uitgesloten;

(a) het tijdstempel wordt op correcte wijze gekoppeld aan de gecoördineerde universele tijd (UTC) en wel op zodanige wijze dat onmerkbare wijziging van de gegevens kan worden uitgesloten;

(b) het stempel is gebaseerd op een betrouwbare tijdsbron;

(b) het stempel is gebaseerd op een betrouwbare tijdsbron;

(c) het stempel wordt afgegeven door een gekwalificeerd verlener van vertrouwensdiensten;

(c) het stempel wordt afgegeven door een gekwalificeerd verlener van vertrouwensdiensten;

(d) het stempel wordt ondertekend met behulp van een geavanceerde elektronische handtekening of een geavanceerd elektronisch zegel van de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten, of met behulp van een andere gelijkwaardige methode.

(d) het stempel wordt ondertekend met behulp van een geavanceerde elektronische handtekening of een geavanceerd elektronisch zegel van de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron. Wanneer een juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  115

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor een document met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel van de persoon die bevoegd is om het betreffende document af te geven, geldt het wettelijk vermoeden van authenticiteit en integriteit op voorwaarde dat het document geen dynamische kenmerken heeft die automatische wijziging van het document tot gevolg kunnen hebben.

2. Een document met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel heeft dezelfde rechtsgeldigheid als een papieren document met een handgeschreven handtekening of een fysiek zegel, als dit overeenkomstig de nationale wet bestaat, op voorwaarde dat het document geen dynamische kenmerken heeft die automatische wijziging van het document tot gevolg kunnen hebben.

Amendement  116

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Als een origineel document of een gecertificeerd afschrift vereist is voor het verlenen van een door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst, worden in andere lidstaten zonder verdere eisen in ieder geval elektronische documenten aanvaard die zijn afgegeven door de personen welke bevoegd zijn om de betreffende documenten af te geven en die op grond van de nationale wetgeving van de lidstaat van herkomst worden beschouwd als originelen of gecertificeerde afschriften.

Schrappen

Motivering

Artikel 34, lid 3 zou het beproefde instrument van de apostille voor het certificeren van buitenlandse akten op losse schroeven zetten, dat bovendien door de Commissie herzien moet worden.

Amendement  117

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen formaten van elektronische handtekeningen en van zegels vaststellen die worden aanvaard wanneer een ondertekenend of bezegeld document door een lidstaat vereist is voor het leveren van een in lid 2 bedoelde, door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement  118

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gegevens die door middel van een dienst voor elektronische bezorging ontvangen of verstuurd worden zijn toelaatbaar als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures wat betreft de integriteit van de gegevens en de betrouwbaarheid van de datum en het tijdstip waarop de gegevens werden verstuurd naar of ontvangen door een specifieke geadresseerde.

1. Gegevens die door middel van een dienst voor elektronische bezorging ontvangen of verstuurd worden zijn toelaatbaar als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures.

Amendement  119

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor gegevens die door middel van een gekwalificeerde dienst voor elektronische bezorging worden verstuurd of ontvangen, geldt het wettelijk vermoeden dat de gegevens correct zijn en dat de datum en het tijdstip van verzending of ontvangst van de gegevens zoals aangeduid door het gekwalificeerde systeem voor elektronische bezorging, betrouwbaar zijn.

2. Gegevens die door middel van een gekwalificeerde dienst voor elektronische bezorging worden verstuurd of ontvangen, gelden op zijn minst als prima facie bewijs van de echtheid van de gegevens en de juistheid van de datum en het tijdstip van verzending of ontvangst van de gegevens zoals aangeduid door het gekwalificeerde systeem voor elektronische bezorging.

Amendement  120

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Dit artikel laat Verordening (EG) nr. 1348/2000 onverlet.

Amendement  121

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie is gemachtigd om in overeenstemming met artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de specificatie van mechanismen voor het zenden of ontvangen van gegevens door middel van elektronische bezorgingsdiensten, met als doel de interoperabiliteit tussen elektronische bezorgingsdiensten te bevorderen.

Schrappen

Amendement  122

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake processen voor het verzenden en ontvangen van gegevens. Wanneer het proces voor het verzenden en ontvangen van gegevens aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgelegde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake processen voor het verzenden en ontvangen van gegevens. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer het proces voor het verzenden en ontvangen van gegevens aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgelegde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  123

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor de authenticatie van websites. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor de authenticatie van websites aan dergelijke normen voldoet, wordt overeenstemming met de in bijlage IV vastgestelde eisen aangenomen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor de authenticatie van websites. De Commissie houdt bij de vaststelling van de voor de doeleinden van deze verordening toe te passen normen terdege rekening met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur aan de hand van een effectbeoordeling. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor de authenticatie van websites aan dergelijke normen voldoet, wordt overeenstemming met de in bijlage IV vastgestelde eisen aangenomen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  124

Voorstel voor een verordening

Artikel 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt volgens de voorwaarden van dit artikel aan de Commissie toegekend.

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt volgens de voorwaarden van dit artikel aan de Commissie toegekend.

2. De Commissie wordt voor een onbepaalde periode vanaf het in werking treden van de verordening gemachtigd om de in artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3 en artikel 37, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen.

2. De Commissie wordt voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van het in werking treden van de verordening gemachtigd om de in artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3 en artikel 37, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3. De in artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk tijdstip door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3. De in artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3 en artikel 37, lid 3 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk tijdstip door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daar op hetzelfde moment van in kennis.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daar op hetzelfde moment van in kennis. De Commissie mag geen gedelegeerde handeling krachtens deze verordening vaststellen zonder voorafgaande raadpleging van de relevante belanghebbenden.

5. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement  125

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Uitvoeringshandelingen krachtens deze verordening mogen niet worden vastgesteld zonder voorafgaande raadpleging van de bedrijfssector en de relevante belanghebbenden.

Amendement  126

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening 182/2011 van toepassing.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening 182/2011 van toepassing.

Amendement  127

Voorstel voor een verordening

Artikel 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het eerste verslag wordt uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ingediend. Daarna worden de volgende verslagen om de vier jaar ingediend.

1. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het eerste verslag wordt uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ingediend. Daarna worden de volgende verslagen om de vier jaar ingediend, indien nodig vergezeld van passende wetgevingsvoorstellen.

 

1 bis. In dit verslag moet worden onderzocht of het toepassingsgebied van deze verordening moet worden aangepast om rekening te houden met de evolutie van de technologie, de markt en de juridische context in de lidstaten en internationaal. In het algemeen moet in het verslag worden aangegeven of de verordening het mogelijk heeft gemaakt de erin vastgestelde doelstellingen met betrekking tot het opbouwen van vertrouwen in de onlineomgeving te realiseren.

Amendement  128

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen met redelijke zekerheid niet kunnen worden afgeleid en dat de elektronische handtekening beschermd is tegen vervalsing met de thans beschikbare technieken;

(c) de gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen niet kunnen worden afgeleid en dat de elektronische handtekening beschermd is tegen vervalsing met de thans beschikbare technieken;

Amendement  129

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gevoelige gegevens in de zin van artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG worden niet verwerkt.

Amendement  130

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gevoelige gegevens in de zin van artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG worden niet verwerkt.

Amendement  131

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) een reeks gegevens die op ondubbelzinnige wijze de rechtspersoon aanduidt aan wie het certificaat is afgegeven, met inbegrip van ten minste de naam en het registratienummer zoals vermeld in de officiële registers;

(c) een reeks gegevens die op ondubbelzinnige wijze de natuurlijke of rechtspersoon aanduidt aan wie het certificaat is afgegeven, met inbegrip van ten minste de naam en het registratienummer, al naargelang het geval, zoals vermeld in de officiële registers;

Amendement  132

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) elementen van het adres, met inbegrip van ten minste de plaats en de lidstaat, van de rechtspersoon aan wie het certificaat is afgegeven zoals vermeld in de officiële registers;

(d) elementen van het adres, met inbegrip van ten minste de plaats en de lidstaat, van de natuurlijke of rechtspersoon aan wie het certificaat is afgegeven zoals vermeld in de officiële registers;

(1)

PB C 351 van 15.11.2012, blz. 73.


TOELICHTING

Er is geen omvattend grens- en sectoroverschrijdend EU-kader voor veilige, betrouwbare en gebruiksvriendelijke elektronische transacties dat elektronische identificatie, authenticatie en vertrouwensdiensten omvat. De bestaande EU-wetgeving, met name Richtlijn 1999/93/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen betreft feitelijk alleen elektronische handtekeningen.

In de Digitale Agenda voor Europa worden de bestaande hinderpalen voor de digitale ontwikkeling van Europa genoemd en wordt wetgeving voorgesteld inzake vertrouwensdiensten zoals de e-handtekening en de wederzijdse erkenning van elektronische identificatie en authenticatie. Zo wordt een duidelijk rechtskader gecreëerd om fragmentatie en een gebrek aan interoperabiliteit te vermijden, digitaal burgerschap te stimuleren en cybercriminaliteit te voorkomen. Wetgeving gericht op wederzijdse erkenning van elektronische identificatie en authenticatie in de EU is eveneens een kernactie in de Single Market Act (wetgevingspakket eengemaakte markt), naast de routekaart voor stabiliteit en groei. Het Europees Parlement heeft herhaaldelijk gewezen op het belang van de veiligheid van elektronische diensten.

Het voorstel van de Commissie bestaat uit twee delen. Het eerste deel behandelt de wederzijdse erkenning en aanvaarding op EU-niveau van aangemelde regelingen voor elektronische identificatie. Het tweede deel heeft betrekking op de invoering van een gemeenschappelijk kader voor vertrouwensdiensten zoals elektronische handtekeningen.

De rapporteur verwelkomt het voorstel van de Commissie als goed uitgangspunt en steunt het streven naar de invoering van een wetgevingskader op EU-niveau. De rapporteur staat echter op het standpunt dat zowel de doelstellingen als de inhoud van de voorgestelde verordening verder verduidelijkt kunnen worden en is van mening dat de wetgevers de algehele reikwijdte van het voorstel grondig moeten overwegen. In zijn huidige vorm is het voorstel van de Commissie te vaag geformuleerd om afdoende te kunnen worden geëvalueerd door de wetgever. Met name de definitie van vertrouwensdiensten moet verder worden uitgewerkt. De groep van aanbieders van vertrouwensdiensten zal variëren al naar gelang de gekozen definitie, en daarmee ook de onder de verordening vallende betrokkenen. De rapporteur stelt voor de definitie van vertrouwensdiensten te beperken.

De Commissie acht een verordening het geschiktste wetgevingsinstrument vanwege de rechtstreekse toepasbaarheid, waardoor de juridische versnippering kan worden verminderd en de rechtszekerheid kan worden vergroot. Een dergelijke geharmoniseerde aanpak kan voor alle belanghebbenden positief zijn, maar tegelijkertijd wil de rapporteur blijven onderzoeken of een meer geleidelijke benadering nuttig zou zijn geweest en of het geven van een zekere prioriteit aan grensoverschrijdende diensten in de voorgestelde verordening bevorderlijk zou zijn geweest voor een goed eindresultaat.

De voorgestelde verordening geeft de Commissie in een groot aantal bepalingen de bevoegdheid om gedelegeerde of uitvoeringshandelingen vast te stellen. De rapporteur deelt de mening dat dergelijke nader vast stellen handelingen en maatregelen kunnen bijdragen tot een uniforme toepassing van de verordening, en een verdere harmonisatie van nationale praktijken mogelijk kunnen maken op basis van de ervaring die is opgedaan na de inwerkingtreding van de verordening, maar tegelijkertijd heeft de rapporteur bedenkingen bij een benadering die al te zwaar op die bepalingen leunt. Daarom raadt de rapporteur aan de voorgestelde uitvoeringshandelingen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen en stelt hij amendementen voor om de voorgestelde handelingen strikt te beperken tot een uniforme technische tenuitvoerlegging van de betreffende rechtshandeling.

Wat de gedelegeerde handelingen betreft wil de rapporteur de noodzaak en het bereik van deze handelingen nader beoordelen, en stelt een selectievere benadering voor. De rapporteur stelt voor om bepaalde gedelegeerde handelingen te schrappen totdat de Commissie het bereik en het doel ervan nader heeft gespecificeerd. De vereisten moeten zoveel mogelijk in de basishandeling zelf worden vastgelegd, in plaats van via gedelegeerde handelingen. Vanwege de gecompliceerdheid van deze handelingen wil de rapporteur zich de mogelijkheid voorbehouden om ze nader te bestuderen en in een later stadium verdere aanpassingen voor te stellen door middel van amendementen in het ontwerpverslag.

De rapporteur onderkent de effecten die het voorstel kan hebben op economisch en sociaal gebied, maar beseft ook dat er nog vele uitdagingen, vaak van zeer technische aard, aangepakt moeten worden om te komen tot een wetstekst die volledig aan zijn doel beantwoordt. Wat betreft regelingen voor elektronische identificatie is het belangrijk om te zorgen voor interoperabiliteit zonder de nationale systemen voor elektronische identificatie al te veel te hoeven aanpassen. Om die reden moeten de gemeenschappelijke normen voor het waarborgen van technische interoperabiliteit technologieneutraal zijn, zodat de verschillende benaderingen van de lidstaten worden gerespecteerd.

Daarnaast zal het een uitdaging zijn om een juist evenwicht te vinden tussen enerzijds het wezenlijke belang van beveiligingsmaatregelen voor het vertrouwen en de ingebruikneming door de burgers en anderzijds de kosten en andere gevolgen die deze maatregelen met zich meebrengen voor de aanbieders. In dit verband moet ook aandacht worden besteed aan kwesties op het gebied van aansprakelijkheid.

Tot slot is de rapporteur van mening dat vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten beschikbaar moeten worden gemaakt voor personen met een handicap. Het fysieke gebruik van deze apparatuur moet voor eenieder mogelijk zijn, met of zonder lichamelijke beperking. De rapporteur is van mening dat in dit digitale tijdperk een onbelemmerde deelname van personen met een handicap aan de Europese digitale interne markt algemeen moet worden nagestreefd.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (23.7.2013)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

(COM(2012)0238 – C7‑0133/2012 – 2012/0146(COD))

Rapporteur voor advies (*): Marielle Gallo

(*) Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 50 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel voor een verordening heeft betrekking op de wederzijdse erkenning van aangemelde stelsels voor elektronische identificatie enerzijds, en elektronische vertrouwensdiensten anderzijds.

Het voorstel moet een aanvulling zijn op het bestaande rechtskader en moet met name een uitgebreid grens- en sectoroverschrijdend EU-kader voor elektronische transacties scheppen dat de nodige rechtszekerheid en een betrouwbaar veiligheidsniveau biedt. Dit voorstel past eveneens in het kader van de Single Market Act I en vormt in dat verband een van de twaalf kernacties om de groei te stimuleren en het vertrouwen in de interne markt te bevorderen.

De rapporteur voor advies wil de volgende opmerkingen maken:

De rapporteur voor advies steunt het tekstvoorstel van de Commissie en de keuze voor een verordening in plaats van een richtlijn, aangezien Richtlijn 99/93/EG, die enkel betrekking had op elektronische handtekeningen, niet de beoogde resultaten heeft opgeleverd.

De rapporteur voor advies schaart zich achter de algemene doelstellingen van het voorstel voor een verordening, dat moet bijdragen tot de voltooiing van de Europese interne digitale markt. Daartoe wordt de rechtszekerheid met betrekking tot vertrouwensdiensten verder uitgewerkt in de tekst, wat absoluut noodzakelijk is om elektronische transacties, en met name grensoverschrijdende elektronische transacties, te bevorderen.

De tekst biedt niet alleen een meerwaarde voor nationale overheidsinstellingen, dankzij de ontwikkeling van e-governance, maar ook voor bedrijven, die meer mogelijkheden krijgen om via het internet toegang te krijgen tot overheidsopdrachten, en voor particulieren, die zich niet langer hoeven te verplaatsen of kosten hoeven te maken om zich bijvoorbeeld in te schrijven aan een universiteit ver van hun woonplaats.

De rapporteur voor advies is zich bewust van het draagvlak voor vertrouwensdiensten op de markt en van het feit dat deze sector het komende decennium nog een enorme ontwikkeling zal doormaken en zij steunt daarom de onderliggende benadering van technologische onpartijdigheid van deze tekst.

De rapporteur voor advies wenst er evenwel aan te herinneren dat digitale identiteit een complex vraagstuk is. Hoewel de bevordering van nationale, interoperabele digitale identiteiten onontbeerlijk is, mag een dergelijke aanpak niet ten koste gaan van de veiligheidseisen voor informatiesystemen of van de grondbeginselen ten aanzien van de eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer, die absoluut noodzakelijk zijn voor het vertrouwen in de digitale omgeving.

De rapporteur stelt daarom voor om verschillende veiligheidsniveaus in te voeren, waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor wederzijdse erkenning. Zo zal er ook een minimumveiligheidsniveau worden verzekerd dat de onlineveiligheid ten goede zal komen.

Met betrekking tot de aansprakelijkheid van verleners van vertrouwensdiensten is de rapporteur voor advies van mening dat deze aansprakelijkheid enkel op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten dient te rusten, in navolging van Richtlijn 99/93/EG.

Met betrekking tot het toezicht is de rapporteur ingenomen met de bepalingen in afdeling 2 van hoofdstuk III van het voorstel voor een verordening. Om de toezichtsactiviteiten van de toezichthoudende organen te vergemakkelijken en om een minimum aan samenhang tussen de rechtsgevolgen van niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten te garanderen, wil de rapporteur evenwel voorzien in een meldingsplicht voor niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die een vertrouwensdienst wensen te initiëren.

In het voorstel voor een verordening worden talrijke toezichts- en veiligheidseisen opgelegd aan gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten. De rapporteur voor advies stelt voor om in een nieuw artikel een vertrouwensmerk van de Europese Unie in te voeren. Dat merk zou door gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen worden gebruikt bij het aanbieden en adverteren van hun gekwalificeerde vertrouwensdiensten die voldoen aan de eisen uit de verordening. Dat instrument zal in aanmerking komende gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten eveneens helpen om zich te onderscheiden van hun concurrenten.

Tot slot heeft de rapporteur voor advies, aangezien zij van mening is dat het voorstel voor een verordening te veel gedelegeerde handelingen bevat, een reeks voorstellen gedaan om het aantal gedelegeerde handelingen te beperken.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Het doel van deze verordening is veilige elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen.

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Zij is veeleer bedoeld voor de invoering van verschillende veiligheidsniveaus, om een gemeenschappelijk pakket van minimumeisen op het gebied van veiligheid te garanderen. Het doel van deze verordening is veilige elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen, met volledige inachtneming van het beginsel van technologieneutraliteit.

Motivering

In tegenstelling tot vertrouwensdiensten, waarvoor gemeenschappelijke veiligheidseisen zijn vastgelegd, heeft de Commissie geen gemeenschappelijke veiligheidseisen uitgewerkt voor elektronische identificatie. De rapporteur is van mening dat de invoering van verschillende veiligheidsniveaus – en bijgevolg van een minimaal veiligheidsniveau – een absolute voorwaarde is voor het beginsel van wederzijdse erkenning en enkel kan bijdragen tot een hoger veiligheidsniveau in de digitale omgeving.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) In de verordening worden bepaalde voorwaarden opgenomen aan de hand waarvan moet worden bepaald welke elektronische identificatiemiddelen aanvaard worden en hoe de regelingen worden aangemeld. Deze helpen de lidstaten om het noodzakelijke vertrouwen in elkaars elektronische identificatieregelingen op te bouwen en om elektronische identificatiemiddelen die onder hun aangemelde regelingen vallen, wederzijds te erkennen en aanvaarden. Het beginsel van wederzijdse erkenning en aanvaarding is van toepassing als de aanmeldende lidstaat voldoet aan de voorwaarden voor aanmelding en de aanmelding verschenen is in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toegang tot deze onlinediensten en de definitieve bezorging ervan bij de aanvrager moeten echter nauw in verband staan met het recht om zulke diensten te ontvangen onder de voorwaarden die worden gesteld op grond van nationale wetgeving.

(13) In de verordening worden bepaalde voorwaarden opgenomen aan de hand waarvan moet worden bepaald welke elektronische identificatiemiddelen aanvaard worden en hoe de regelingen worden aangemeld. Deze helpen de lidstaten om het noodzakelijke vertrouwen in elkaars elektronische identificatieregelingen op te bouwen en om elektronische identificatiemiddelen die onder hun aangemelde regelingen vallen, wederzijds te erkennen en aanvaarden. Het beginsel van wederzijdse erkenning en aanvaarding is van toepassing als de aanmeldende lidstaat voldoet aan de voorwaarden voor aanmelding en de aanmelding, met name de beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie en de informatie over de verschillende veiligheidsniveaus, verschenen is in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toegang tot deze onlinediensten en de definitieve bezorging ervan bij de aanvrager moeten echter nauw in verband staan met het recht om zulke diensten te ontvangen onder de voorwaarden die worden gesteld op grond van nationale wetgeving.

Motivering

In tegenstelling tot vertrouwensdiensten, waarvoor gemeenschappelijke veiligheidseisen zijn vastgelegd, heeft de Commissie geen gemeenschappelijke veiligheidseisen uitgewerkt voor elektronische identificatie. De rapporteur is van mening dat de invoering van verschillende veiligheidsniveaus – en bijgevolg van een minimaal veiligheidsniveau – een absolute voorwaarde is voor het beginsel van wederzijdse erkenning en enkel kan bijdragen tot een hoger veiligheidsniveau in de digitale omgeving.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De samenwerking tussen lidstaten moet ten dienste staan van de technische interoperabiliteit van de aangemelde elektronische identificatieregelingen teneinde een sterk vertrouwen en een op het risiconiveau afgestemde beveiliging te bevorderen. Het uitwisselen van informatie en het delen van goede praktijken tussen lidstaten met het oog op hun wederzijdse erkenning, bevordert een dergelijke samenwerking.

(16) De samenwerking tussen lidstaten moet ten dienste staan van de technische interoperabiliteit van de aangemelde elektronische identificatieregelingen teneinde een sterk vertrouwen en een op het risiconiveau afgestemde beveiliging te bevorderen. Het uitwisselen van informatie en het delen van goede praktijken tussen lidstaten met het oog op hun wederzijdse erkenning, bevordert een dergelijke samenwerking. Ter wille van de efficiëntie moeten de waarborgen op het gebied van interoperabiliteit en veiligheid worden bekeken vóór de aanmelding.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Deze verordening dient ook te voorzien in een algemeen wetgevingskader voor het gebruik van elektronische vertrouwensdiensten. Het schept echter geen algemene verplichting om ze te gebruiken. De verordening mag met name niet voorzien in de verlening van diensten die berusten op vrijwillige privaatrechtelijke overeenkomsten. Ook mag ze geen betrekking hebben op aspecten die verband houden met de totstandkoming of geldigheid van contracten of andere wettelijke verbintenissen waarvoor het nationale recht of het Gemeenschapsrecht vormvereisten voorschrijven.

(17) Deze verordening dient ook te voorzien in een algemeen wetgevingskader voor het gebruik van elektronische vertrouwensdiensten. Het schept echter geen algemene verplichting om ze te gebruiken. De verordening mag met name niet voorzien in de verlening van diensten die berusten op vrijwillige privaatrechtelijke overeenkomsten. Ook moet ze de voorschriften betreffende de vorm, de totstandkoming en de uitvoering van contracten, alsook de vorm, het ontstaan en de geldigheid van andere privaatrechtelijke verplichtingen onverlet laten, ongeacht of deze berusten op het nationale recht of het Gemeenschapsrecht, bijvoorbeeld de artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 593/2008. Bovendien moet deze verordening de voorschriften en beperkingen van het nationale of het Gemeenschapsrecht met betrekking tot het gebruik van documenten onverlet laten en mag zij niet van toepassing zijn op registratieprocedures, zoals het kadaster en het handelsregister.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Vanwege van het hoge tempo van de technologische veranderingen dient deze verordening de mogelijkheid tot innovatie te bieden.

(20) Vanwege het hoge tempo van de technologische veranderingen dient deze verordening erop gericht te zijn innovatie te stimuleren.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Om het vertrouwen van de mensen in de interne markt te bevorderen en het gebruik van vertrouwensdiensten en producten te stimuleren, worden de begrippen gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten gehanteerd om eisen en verplichtingen aan te duiden die ertoe dienen de beveiliging van gebruikte of geleverde gekwalificeerde vertrouwensdiensten en producten op hoog niveau te waarborgen.

(22) Om het vertrouwen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en de consumenten in de interne markt te bevorderen en het gebruik van vertrouwensdiensten en producten te stimuleren, worden de begrippen gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten gehanteerd om eisen en verplichtingen aan te duiden die ertoe dienen de beveiliging van gebruikte of geleverde gekwalificeerde vertrouwensdiensten en producten op hoog niveau te waarborgen. Zowel gekwalificeerde als geavanceerde elektronische handtekeningen kunnen juridisch gelijkwaardig zijn aan een handgeschreven handtekening. Niets in deze verordening mag de mogelijkheid van een natuurlijke persoon of rechtspersoon beperken om aan de hand van bewijzen aan te tonen dat een bepaalde vorm van elektronische handtekening niet betrouwbaar is. Als in het geval van een gekwalificeerde elektronische handtekening de identiteit van de ondertekenaar in twijfel wordt getrokken, rust de bewijslast evenwel op de partij die bezwaar aantekent.

Motivering

Duidelijk moet worden gemaakt dat ook een niet-gekwalificeerde handtekening dezelfde rechtsgeldigheid kan hebben als een handgeschreven handtekening. Het enige verschil ligt in de bewijslast.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) In overeenstemming met de verplichtingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat in de EU in werking is getreden, moeten personen met een handicap in staat zijn de geleverde vertrouwensdiensten en de producten voor de eindgebruiker die bij het leveren van deze diensten gebruikt worden, op dezelfde basis als andere consumenten te gebruiken.

(23) In overeenstemming met de verplichtingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat in de EU in werking is getreden en met inachtneming en volledige naleving van de wetgeving van de Unie inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties, moeten personen met een handicap in staat zijn de geleverde vertrouwensdiensten, elektronische identificatiediensten en de producten voor de eindgebruiker die bij het leveren van deze diensten gebruikt worden, op dezelfde basis als andere consumenten te gebruiken.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29) Het is van essentieel belang dat inbreuken op de veiligheid en beoordelingen van de veiligheidsrisico's worden gemeld zodat in het geval van een dergelijke inbreuk of verlies van integriteit de juiste informatie aan de betrokken partijen kan worden verstrekt.

(29) Het is van essentieel belang dat inbreuken op de veiligheid en beoordelingen van de veiligheidsrisico's door de verleners van vertrouwensdiensten aan de bevoegde autoriteit worden gemeld zodat in het geval van een dergelijke inbreuk of verlies van integriteit de juiste informatie aan de betrokken partijen kan worden verstrekt.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

(34) Om het toezicht op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten te vergemakkelijken, bijvoorbeeld wanneer een verlener zijn diensten aanbiedt op het grondgebied van een andere lidstaat en daar niet aan toezicht onderhevig is, of wanneer de computers van een verlener zich bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan waar hij gevestigd is, moet een systeem voor wederzijdse hulp tussen de toezichtsorganen in de lidstaten worden opgezet.

(34) Om het toezicht op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat het doeltreffend is, overeenkomstig deze verordening, bijvoorbeeld wanneer een verlener zijn diensten aanbiedt op het grondgebied van een andere lidstaat en daar niet aan toezicht onderhevig is, of wanneer de computers van een verlener zich bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan waar hij gevestigd is, moet een systeem voor wederzijdse hulp tussen de toezichtsorganen in de lidstaten worden opgezet. Dit systeem moet er tevens op gericht zijn de administratieve lasten voor de verleners van vertrouwensdiensten te vereenvoudigen en te verminderen door middel van één toezichtsorgaan ("one stop shop").

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis) Om het onlinevertrouwen van gebruikers te vergroten en gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die de eisen van deze verordening naleven, makkelijker te kunnen onderscheiden, wordt er een vertrouwensmerk van de EU ingevoerd.

Motivering

Dit vertrouwensmerk, waar het Europees Parlement reeds om heeft verzocht in zijn resolutie van 26 oktober 2012 inzake het voltooien van de digitale interne markt, is bedoeld om het onlinevertrouwen van gebruikers te vergroten door een eenvoudig herkenbaar Europees merk in te voeren. Bovendien kunnen gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die aan de eisen uit met name artikel 19 voldoen, in samenhang met de doelstelling om het veiligheidsniveau van online vertrouwensdiensten op te krikken, profiteren van dit vertrouwensmerk en de toegevoegde waarde die het biedt in de elektronische handel.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 40 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(40 bis) De invoering van elektronische handtekeningen op afstand, waarbij de omgeving waarin de elektronische handtekening wordt aangemaakt namens de ondertekenaar wordt beheerd door een verlener van vertrouwensdiensten, moet verder ontwikkeld worden gezien de talrijke economische voordelen ervan. Daarbij moet evenwel worden gegarandeerd dat deze elektronische handtekeningen dezelfde rechtsgeldigheid krijgen als elektronische handtekeningen die zijn aangemaakt in een omgeving die volledig wordt beheerd door de gebruiker en daarom moeten de verleners van diensten met betrekking tot elektronische handtekeningen op afstand specifieke veiligheidsprocedures toepassen in het kader van het beheer en de administratie en moeten zij betrouwbare systemen en producten gebruiken, zoals met name beveiligde elektronische communicatiekanalen, om zo te garanderen dat de omgeving voor het aanmaken van elektronische handtekeningen betrouwbaar is en wordt gebruikt onder de uitsluitende controle van de ondertekenaar. Wanneer een gekwalificeerde elektronische handtekening is aangemaakt met een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op afstand, zijn de eisen van toepassing waaraan gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten krachtens deze verordening zijn onderworpen.

Motivering

Aangezien serverhandtekeningen meer risico's inhouden dan andere diensten maar voordelen met zich brengen voor de gebruiker en steeds verder ontwikkeld worden, is de rapporteur van mening dat deze diensten expliciet moeten worden vermeld om er zeker van te kunnen zijn dat er bij de controles in het kader van het toezicht specifiek wordt gekeken naar de intrinsieke kwetsbare punten van dit soort handtekeningen.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42) Wanneer voor een transactie een gekwalificeerd elektronisch zegel van een rechtspersoon vereist is, moet een gekwalificeerde elektronische handtekening van de gemachtigde vertegenwoordiger van de rechtspersoon op gelijke voet aanvaard worden.

(42) Wanneer het nationale of het uniale recht een gekwalificeerd elektronisch zegel van een rechtspersoon vereist, moet een gekwalificeerde elektronische handtekening van de gemachtigde vertegenwoordiger van de rechtspersoon op gelijke voet aanvaard worden.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43) Elektronische zegels moeten dienen als bewijs dat een elektronisch document door een rechtspersoon is afgegeven, door zekerheid omtrent de oorsprong en integriteit van het document te garanderen.

(43) Geldige elektronische zegels gelden als prima facie bewijs van authenticiteit en integriteit van het elektronisch document waarop zij betrekking hebben. De nationale regels betreffende volmacht, vertegenwoordiging en handelingsbevoegdheid blijven onverlet.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45) Om het grensoverschrijdende gebruik van elektronische documenten te verhogen moet deze verordening de rechtsgevolgen vaststellen van elektronische documenten die beschouwd moeten worden als gelijkwaardig aan papieren documenten, afhankelijk van de risicobeoordeling en op voorwaarde dat de authenticiteit en integriteit van de documenten gewaarborgd zijn. Voor de verdere ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische transacties binnen de interne markt is het ook van belang dat originele elektronische documenten of gecertificeerde kopieën die worden afgegeven door terzake bevoegde organen in een lidstaat in overeenstemming met hun nationale wetgeving, ook als zodanig in andere lidstaten worden aanvaard. Deze verordening moet het recht van lidstaten om te bepalen wat een origineel of kopie inhoudt op nationaal niveau onverlet laten, maar waarborgt dat deze als zodanig ook grensoverschrijdend kunnen worden gebruikt.

Schrappen

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis) De lidstaten dienen erop toe te zien dat de burgers duidelijk worden geïnformeerd over de mogelijkheden en beperkingen van het gebruik van elektronische identificatie.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; eisen die aan verleners van vertrouwensdiensten worden gesteld met betrekking tot veiligheidsmaatregelen; erkende onafhankelijke organen die verantwoordelijk zijn voor het houden van audits van dienstverleners; vertrouwenslijsten; eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische zegels en met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels; en de interoperabiliteit tussen bezorgingsdiensten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; erkende onafhankelijke organen die verantwoordelijk zijn voor het houden van audits van dienstverleners; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

Motivering

Overweging 49 moet worden gewijzigd in overeenstemming met de amendementen van de rapporteur met betrekking tot de gedelegeerde handelingen.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 51 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(51 bis) De inspanningen van de internationale en Europese normalisatie-instellingen genieten internationaal erkenning. Dit werk verloopt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en de betrokken marktdeelnemers en wordt onder meer gefinancierd door de Unie en de nationale overheden. Om een hoog niveau van veiligheid te garanderen bij de elektronische identificatie en de elektronische vertrouwensdiensten, en meer in het bijzonder bij de redactie van de gedelegeerde handelingen en de uitvoeringshandelingen door de Commissie, moet naar behoren rekening worden gehouden met de normen die zijn opgesteld door organisaties als het Europees Comité voor Normalisatie (CEN), het Europees Normalisatie-instituut voor telecommunicatie (ETSI), het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC) en de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO).

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening stelt regels vast voor elektronische identificatie en elektronische vertrouwensdiensten voor elektronische transacties met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt.

1. Deze verordening stelt regels vast voor elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt, het garanderen van een hoog veiligheidsniveau van elektronische identificatiemiddelen en vertrouwensdiensten en het versterken van het vertrouwen van de burgers in de digitale omgeving.

Motivering

In artikel 3, lid 12, is sprake van vertrouwensdiensten, niet van elektronische vertrouwensdiensten.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische validering en verificatie, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Deze verordening waarborgt het vrije verkeer in de interne markt van vertrouwensdiensten en -producten die aan deze verordening voldoen.

4. Deze verordening waarborgt het vrije verkeer in de interne markt zowel van gekwalificeerde als van niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten en -producten die aan deze verordening voldoen.

Motivering

In artikel 3 worden de "vertrouwensdiensten" en "producten" gedefinieerd (zie ook de formulering van artikel 4).

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt verstrekt door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en op verleners van vertrouwensdiensten die in de Unie zijn gevestigd.

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt gemandateerd, erkend of afgegeven door of namens de lidstaten.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Deze verordening is niet van toepassing op de verlening van elektronische vertrouwensdiensten op basis van vrijwillige overeenkomsten op grond van het privaatrecht.

2. Deze verordening is van toepassing zowel op gekwalificeerde als op niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn in de Unie. Deze verordening is niet van toepassing op vertrouwensdiensten die zijn gekozen door een gesloten groep partijen en die uitsluitend worden gebruikt binnen deze groep.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Deze verordening heeft geen betrekking op aspecten die verband houden met de totstandkoming of geldigheid van contracten of andere wettelijke verbintenissen waarvoor het nationale recht of het recht van de Unie vormvereisten voorschrijven.

(3) Deze verordening laat de nationale of uniale voorschriften betreffende de totstandkoming of geldigheid van contracten of andere privaatrechtelijke verbintenissen onverlet.

Motivering

De formulering die de Commissie voorstelt is te vaag voor een verordening.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De verordening laat de voorschriften en beperkingen van het nationale en het uniale recht met betrekking tot het gebruik van documenten onverlet. Zij is niet van toepassing op registratieprocedures, met name in verband met het kadaster en het handelsregister.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op ondubbelzinnige wijze een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die hetzij op ondubbelzinnige wijze, hetzij in de voor het specifieke doel noodzakelijke mate een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

Motivering

Het beginsel van gegevensminimalisering moet in dit voorstel worden opgenomen. Voor sommige diensten is ondubbelzinnige identificatie vereist, maar voor andere is het wellicht niet nodig alle gegevens te verstrekken. Een praktisch voorbeeld is een eenvoudige leeftijdscontrole, waarvoor geen andere persoonsgegevens nodig zijn.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) "authenticatie": een elektronisch proces dat de validering van de elektronische identificatie van een natuurlijk persoon of rechtspersoon mogelijk maakt; of van de oorsprong en integriteit van elektronische gegevens;

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;

(b) zij maakt het mogelijk de rechtsgeldigheid van de identiteit van de ondertekenaar te garanderen;

Motivering

De term "identificeren" kan tot verwarring leiden aangezien hij verwijst naar elektronische identificatie. Hier gaat het om de definitie van een elektronische handtekening, die betrekking heeft op het gedeelte "vertrouwensdiensten" (hoofdstuk III) van het voorstel voor een verordening.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 7 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) zij komt tot stand met gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die de ondertekenaar, met een hoog vertrouwensniveau, onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken; alsmede

(c) zij komt tot stand met behulp van een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen dat de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken; alsmede

Motivering

Deze bewoording wordt door de rapporteur passender geacht, gezien de formulering van de artikelen 22 en 23. De bewoording "met een hoog vertrouwensniveau" houdt juridisch geen steek.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 7 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) zij is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

(d) zij is op zodanige wijze verbonden aan de gegevens die ermee zijn ondertekend, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) "gekwalificeerde elektronische handtekening": een geavanceerde elektronische handtekening die wordt aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen;

(8) "gekwalificeerde elektronische handtekening": een geavanceerde elektronische handtekening die wordt aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen dat is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten;

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens van een natuurlijk persoon of rechtspersoon koppelt aan het certificaat en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens koppelt aan de identificatiegegevens van een entiteit of een natuurlijk persoon of rechtspersoon en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) "gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen": een attestering die wordt gebruikt om elektronische handtekeningen te ondersteunen, is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en voldoet aan de eisen van bijlage I;

(11) "gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen": een certificaat dat wordt gebruikt om elektronische handtekeningen te ondersteunen, is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en voldoet aan de eisen van bijlage I;

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) "vertrouwensdienst": iedere elektronische dienst bestaande uit het aanmaken, verifiëren, valideren, hanteren en bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, elektronische bezorgingsdiensten, website-authenticatie en elektronische certificaten, met inbegrip van certificaten voor elektronische handtekeningen en voor elektronische zegels;

(12) "vertrouwensdienst": elektronische dienst bestaande uit het aanmaken, verifiëren, valideren of bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, elektronische bezorgingsdiensten, website-authenticatie en elektronische certificaten, met inbegrip van certificaten voor elektronische handtekeningen en voor elektronische zegels;

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) "gekwalificeerde vertrouwensdienst": een vertrouwensdienst die voldoet aan de toepasselijke eisen in deze verordening;

(13) "gekwalificeerde vertrouwensdienst": een vertrouwensdienst die voldoet aan de toepasselijke eisen zoals omschreven in deze verordening;

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) "aanmaker van een zegel": een rechtspersoon die een elektronisch zegel aanmaakt;

(19) "aanmaker van een zegel": een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een elektronisch zegel aanmaakt;

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) "elektronisch zegel": elektronische gegevens die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt om de oorsprong en integriteit van de ermee verbonden gegevens te waarborgen;

(20) "elektronisch zegel": elektronische gegevens die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt om de echtheid en integriteit van de ermee verbonden gegevens te waarborgen;

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 21 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het komt tot stand met gebruikmaking van gegevens voor het aanmaken van elektronische zegels die de aanmaker van het zegel met een hoog vertrouwensniveau onder zijn controle kan gebruiken voor het aanmaken van elektronische zegels; alsmede

(c) het komt tot stand met gebruikmaking van een middel voor het aanmaken van elektronische zegels die de aanmaker van het zegel met een hoog vertrouwensniveau onder zijn controle kan gebruiken voor het aanmaken van elektronische zegels; alsmede

Motivering

Deze bewoording wordt door de rapporteur passender geacht, gezien de formulering van de artikelen 22 en 23.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 21 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) het is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

(d) het is op zodanige wijze aan de gegevens waarvan het de oorsprong en integriteit attesteert, verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

22) "gekwalificeerd elektronisch zegel": een geavanceerd elektronisch zegel dat aangemaakt is door een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische zegels en dat gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische zegels;

22) "gekwalificeerd elektronisch zegel": een geavanceerd elektronisch zegel dat aangemaakt is door een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische zegels en dat gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische zegels dat is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten;

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) "elektronisch document": ieder document in elektronische vorm;

 

(27) "elektronisch document": een aparte reeks gestructureerde gegevens in welke elektronische vorm ook;

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Er mogen geen beperkingen worden opgelegd aan de verlening van vertrouwensdiensten op het grondgebied van een lidstaat door een verlener van vertrouwensdiensten die in een andere lidstaat gevestigd is om redenen die behoren tot de gebieden waarop deze verordening betrekking heeft.

1. Er mogen geen beperkingen worden opgelegd aan de verlening van vertrouwensdiensten op het grondgebied van een lidstaat door een verlener van vertrouwensdiensten die in een andere lidstaat gevestigd is om redenen die behoren tot de gebieden waarop deze verordening betrekking heeft. De lidstaten zien erop toe dat vertrouwensdiensten die hun oorsprong in andere lidstaten hebben, toegelaten worden als bewijs in gerechtelijke procedures.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het vrije verkeer van producten die aan deze verordening voldoen moet gewaarborgd worden.

2. Het vrije en veilige verkeer van producten die aan deze verordening voldoen moet gewaarborgd worden.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wederzijdse erkenning en aanvaarding

Wederzijdse erkenning

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een elektronische identificatie met gebruikmaking van een elektronisch identificatiemiddel en authenticatie vereist is op grond van nationale wetgeving of gangbare bestuursrechterlijke praktijk om onlinetoegang te krijgen tot een dienst, moet ieder elektronisch identificatiemiddel dat afgegeven is in een andere lidstaat en dat valt onder een stelsel dat is opgenomen in de door de Commissie gepubliceerde lijst overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 worden erkend en aanvaard ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot deze dienst.

Wanneer een elektronische identificatie met gebruikmaking van een elektronisch identificatiemiddel en authenticatie vereist is op grond van nationale of EU-wetgeving of gangbare bestuursrechterlijke praktijk om toegang te krijgen tot een onlinedienst in een lidstaat of tot een dienst die online wordt verstrekt door een EU-instelling, -orgaan, -bureau of -agentschap, moet dit elektronische identificatiemiddel dat afgegeven is in een andere lidstaat of door een EU-instelling, -orgaan, -bureau of -agentschap, dat valt onder een stelsel dat is opgenomen in de door de Commissie gepubliceerde lijst overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 en waarvan het veiligheidsniveau gelijk aan of hoger is dan het veiligheidsniveau dat vereist is om toegang te krijgen tot de dienst, worden erkend in de lidstaat of door de EU-instellingen, -organen, -bureaus en -agentschappen ten behoeve van het verkrijgen van onlinetoegang tot deze dienst, uiterlijk zes maanden nadat de lijst, met inbegrip van het stelsel, is gepubliceerd.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de elektronische identificatiemiddelen zijn afgegeven door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de aanmeldende lidstaat;

(a) de elektronische identificatiemiddelen zijn gemandateerd, erkend of afgegeven door of namens de aanmeldende lidstaat;

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de elektronische identificatiemiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te verkrijgen tot ten minste overheidsdiensten waarvoor elektronische identificatie vereist is in de aanmeldende lidstaat;

(b) de elektronische identificatiemiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te verkrijgen tot ten minste overheidsdiensten waarvoor elektronische identificatie aanvaard wordt in de aanmeldende lidstaat;

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de aanmeldende lidstaat waarborgt dat de persoonsidentificatiegegevens op ondubbelzinnige wijze worden gekoppeld aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 3, punt 1;

(c) de aanmeldende lidstaat waarborgt dat de persoonsidentificatiegegevens hetzij op ondubbelzinnige wijze, hetzij in de voor het specifieke doel noodzakelijke mate worden gekoppeld aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 3, punt 1;

Motivering

Het beginsel van gegevensminimalisering moet in het voorstel worden opgenomen. Voor sommige diensten is ondubbelzinnige identificatie vereist, maar voor andere is het wellicht niet nodig alle gegevens te verstrekken. Een praktisch voorbeeld is een eenvoudige leeftijdscontrole, waarvoor geen andere persoonsgegevens nodig zijn.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) de aanmeldende lidstaat waarborgt de beschikbaarheid van een online-authenticatiemogelijkheid, op ieder moment en gratis, zodat iedere afhankelijke partij de ontvangen elektronische persoonsidentificatiegegevens kan valideren; de lidstaten mogen geen specifieke technische eisen opleggen aan afhankelijke partijen die buiten hun grondgebied gevestigd zijn en die een dergelijke authenticatie willen uitvoeren. Wanneer er inbreuk wordt gepleegd op het aangemelde stelsel voor identificatie of de authenticatiemogelijkheid of wanneer de integriteit ervan deels wordt geschonden, moeten de lidstaten onverwijld het aangemelde stelsel of de authenticatiemogelijkheid of de delen waarvan de integriteit geschonden is opschorten of intrekken en de andere lidstaten en de Commissie overeenkomstig artikel 7 op de hoogte stellen;

(d) de aanmeldende lidstaat waarborgt de permanente beschikbaarheid van online-authenticatie zodat iedere afhankelijke partij die buiten het grondgebied van die lidstaat gevestigd is, de ontvangen elektronische persoonsidentificatiegegevens kan valideren; Deze authenticatie wordt gratis verstrekt, als onlinetoegang tot een dienst wordt verstrekt door een overheidsinstantie. De lidstaten mogen geen disproportionele specifieke technische eisen opleggen aan afhankelijke partijen die een dergelijke authenticatie willen uitvoeren;

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) de aanmeldende lidstaat stelt zich aansprakelijk voor:

(e) de aanmeldende lidstaat zorgt voor:

Motivering

De aansprakelijkheid van de lidstaten moet apart worden behandeld. Zie volgende amendementen.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i) de ondubbelzinnige koppeling van de persoonsidentificatiegegevens als bedoeld onder c), en

(i) de koppeling van de persoonsidentificatiegegevens als bedoeld onder c), en

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) de onder d) beschreven authenticatiemogelijkheid.

(ii) de onder d) beschreven authenticatieregeling.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie en met name informatie over de verschillende veiligheidsniveaus;

Motivering

In tegenstelling tot vertrouwensdiensten, waarvoor gemeenschappelijke veiligheidseisen zijn vastgelegd, heeft de Commissie geen gemeenschappelijke veiligheidseisen uitgewerkt voor elektronische identificatie. De rapporteur is van mening dat de invoering van verschillende veiligheidsniveaus – en bijgevolg van een minimaal veiligheidsniveau – een absolute voorwaarde is voor het beginsel van wederzijdse erkenning en enkel kan bijdragen tot een hoger veiligheidsniveau in de digitale omgeving.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) informatie over wie de registratie van de ondubbelzinnige persoonsidentificatiegegevens beheert;

(c) informatie over wie verantwoordelijk is voor het beheer van de registratie van de persoonsidentificatiegegevens;

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) een beschrijving van de authenticatiemogelijkheid;

(d) een beschrijving van de authenticatieregeling en met name het vereiste minimumniveau op het gebied van veiligheid en de eventuele technische eisen die aan afhankelijke partijen worden opgelegd;

Motivering

In tegenstelling tot vertrouwensdiensten, waarvoor gemeenschappelijke veiligheidseisen zijn vastgelegd, heeft de Commissie geen gemeenschappelijke veiligheidseisen uitgewerkt voor elektronische identificatie. De rapporteur is van mening dat de invoering van verschillende veiligheidsniveaus – en bijgevolg van een minimaal veiligheidsniveau – een absolute voorwaarde is voor het beginsel van wederzijdse erkenning en enkel kan bijdragen tot een hoger veiligheidsniveau in de digitale omgeving.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie de lijst bekend van de stelsels voor elektronische identificatie die zijn aangemeld overeenkomstig lid 1 alsmede de basisinformatie in verband hiermee.

2. Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie en op een openbaar toegankelijke website de lijst bekend van de stelsels voor elektronische identificatie die zijn aangemeld overeenkomstig lid 1 alsmede de basisinformatie in verband hiermee.

Motivering

Publicatie op een openbaar toegankelijke website is gebruikersvriendelijk.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Als de Commissie een aanmelding ontvangt nadat de periode als bedoeld in lid 2 verstreken is, wijzigt zij de lijst binnen drie maanden.

 

3. Als de Commissie een aanmelding ontvangt nadat de periode als bedoeld in lid 2 verstreken is, wijzigt zij de lijst binnen een maand.

Motivering

De termijn die hier door de Commissie wordt voorgesteld, lijkt niet gerechtvaardigd.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures van de aanmelding als bedoeld in lid 1 en 3 definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten en procedures van de aanmelding als bedoeld in lid 1 en 3 definiëren. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Inbreuk op de beveiliging

 

1. Wanneer er inbreuk wordt gepleegd op het overeenkomstig artikel 7, lid 1, aangemelde stelsel voor elektronische identificatie of op de in artikel 6, lid 1, onder d), bedoelde authenticatie of wanneer de integriteit ervan deels wordt geschonden zodat de betrouwbaarheid van dat stelsel voor grensoverschrijdende transacties in gevaar komt, moet de aanmeldende lidstaat onverwijld de grensoverschrijdende functie van dat stelsel voor elektronische identificatie of die authenticatie of de delen waarvan de integriteit geschonden is, opschorten of intrekken en de andere lidstaten en de Commissie hiervan op de hoogte stellen.

 

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde inbreuk of schending verholpen is, herstelt de aanmeldende lidstaat de authenticatie en stelt de andere lidstaten en de Commissie daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

 

3. Indien de in lid 1 bedoelde inbreuk of schending niet binnen drie maanden na de opschorting of intrekking verholpen is, stelt de aanmeldende lidstaat de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte van de intrekking van de regeling voor elektronische identificatie. De Commissie maakt de overeenkomstige wijzigingen aan de in artikel 7, lid 2, bedoelde lijst onverwijld bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

Artikel 7 ter

 

Aansprakelijkheid

 

1. De aanmeldende lidstaat is aansprakelijk voor iedere schade die is toegebracht aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan redelijkerwijze kon worden verwacht dat die in normale omstandigheden zou ontstaan door zijn verzuim om te voldoen aan de in artikel 6, lid 1, onder c) en d), vastgestelde verplichtingen, tenzij deze lidstaat kan bewijzen dat hij zorgvuldig heeft gehandeld.

 

2. De partij die het elektronische identificatiemiddel afgeeft, is aansprakelijk voor iedere schade die is toegebracht aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan redelijkerwijze kon worden verwacht dat die in normale omstandigheden zou ontstaan door haar verzuim om, in overeenstemming met het hanteren van identiteitsbeveiligingsniveaus binnen nationale regelingen, te zorgen voor:

 

(i) de koppeling van de persoonsidentificatiegegevens als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder c bis), en

 

(ii) de correcte werking van de authenticatie als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder d), tenzij deze partij kan bewijzen dat zij zorgvuldig heeft gehandeld.

 

3. De leden 1 en 2 gelden onverminderd de in de nationale wetgeving vastgelegde aansprakelijkheid van de partijen bij een transactie waarin elektronische identificatiemiddelen worden gebruikt die onder het aangemelde stelsel vallen.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Coördinatie

Coördinatie en interoperabiliteit

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De lidstaten en de Commissie kennen met name prioriteit toe aan de interoperabiliteit van e-diensten met de grootste grensoverschrijdende relevantie door:

 

(a) goede praktijken uit te wisselen met betrekking tot de elektronische identificatiemiddelen die vallen onder een aangemeld stelsel;

 

(b) informatie te verstrekken en regelmatig te actualiseren over goede praktijken inzake het vertrouwen in en de veiligheid van de elektronische identificatiemiddelen;

 

(c) informatie te verstrekken en regelmatig te actualiseren over de bevordering van het gebruik van elektronische identificatiemiddelen.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 38 betreffende het mogelijk maken van grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen gedelegeerde handelingen vast te stellen door de vaststelling van technische minimumeisen.

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 38 betreffende het mogelijk maken van grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen gedelegeerde handelingen vast te stellen door de vaststelling van technologieneutrale technische minimumeisen.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aansprakelijkheid

Aansprakelijkheid van gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten

Motivering

De rapporteur is van mening dat de aansprakelijkheid enkel op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten dient te rusten, in navolging van Richtlijn 99/93/EG. Niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten vallen onder de algemene regeling inzake burgerlijke en contractuele aansprakelijkheid zoals vastgelegd in het nationale recht van elke lidstaat.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan iedere natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in artikel 15, lid 1 vastgestelde verplichtingen, tenzij de verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

Schrappen

Motivering

De rapporteur is van mening dat de aansprakelijkheid enkel op gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten dient te rusten, in navolging van Richtlijn 99/93/EG. Niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten vallen onder de algemene regeling inzake burgerlijke en contractuele aansprakelijkheid zoals vastgelegd in het nationale recht.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen, in het bijzonder in artikel 19, tenzij de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

2. Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor:

 

(a) iedere schade die is toegebracht aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan redelijkerwijze kon worden verwacht dat die in normale omstandigheden zou ontstaan door zijn verzuim om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen, in het bijzonder in artikel 19, tenzij de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij zorgvuldig heeft gehandeld.

 

(b) punt a) is mutatis mutandis van toepassing wanneer gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), de naleving van de voorschriften van deze verordening door een in een derde land gevestigde gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heft gegarandeerd, tenzij de in de Unie gevestigde gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat eerstgenoemde zorgvuldig heeft gehandeld.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Bij schade die te wijten is aan de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten, wegens de niet-naleving van de in artikel 19 vermelde eisen, is de rechtbank bevoegd en is het recht van toepassing van het land waar de schade is geleden.

Motivering

De rapporteur wil verduidelijken welk recht van toepassing is.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verleners van vertrouwensdiensten uit derde landen

Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten uit derde landen

Motivering

In dit artikel worden enkel bepalingen vastgesteld ten aanzien van gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten. De titel dient daarom gewijzigd te worden.

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door in een derde land gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden aanvaard als gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn afgegeven door een gekwalificeerde, op het grondgebied van de Unie gevestigde verlener van vertrouwensdiensten, indien de gekwalificeerde vertrouwensdiensten of gekwalificeerde certificaten die afkomstig zijn uit het derde land erkend worden op grond van een overeenkomst tussen de Unie en derde landen of internationale organisaties overeenkomstig artikel 218 VWEU.

1. Gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door in een derde land gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden aanvaard als gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn afgegeven door een gekwalificeerde, op het grondgebied van de Unie gevestigde verlener van vertrouwensdiensten, indien:

 

(a) de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten voldoet aan de eisen van deze verordening en in het kader van een in een lidstaat ingestelde accreditatieregeling is geaccrediteerd; of

 

(b) de gekwalificeerde, op het grondgebied van de Unie gevestigde verlener van vertrouwensdiensten die aan de eisen van deze verordening voldoet, de naleving van de voorschriften van deze verordening garandeert; of

 

(c) de gekwalificeerde vertrouwensdiensten of gekwalificeerde certificaten die afkomstig zijn uit een derde land, erkend worden op grond van een overeenkomst tussen de Unie en het derde land of de internationale organisatie in kwestie overeenkomstig artikel 218 VWEU;

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Met verwijzing naar lid 1 zorgen die overeenkomsten ervoor dat de voorschriften die gelden voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door op het grondgebied van de Unie gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zijn nageleefd door de in derde landen gevestigde verleners van vertrouwensdiensten of door internationale organisaties, vooral met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, veiligheid en toezicht.

2. Met verwijzing naar lid 1 zorgen die overeenkomsten ervoor dat de voorschriften die gelden voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten en gekwalificeerde certificaten die zijn verstrekt door op het grondgebied van de Unie gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zijn nageleefd door de in derde landen gevestigde verleners van vertrouwensdiensten of door internationale organisaties, vooral met betrekking tot de veiligheid van de verleende vertrouwensdiensten en het toezicht op de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten

 

Het derde land in kwestie zorgt voor een afdoende bescherming van persoonsgegevens, overeenkomstig artikel 25, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG.

Motivering

De rapporteur wil een verwijzing opnemen naar de Europese wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens, waarin is vastgesteld dat het passend karakter van het door een derde land geboden beschermingsniveau wordt beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden die op de doorgifte van gegevens of op een categorie gegevensdoorgiften van invloed zijn.

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Verleners van vertrouwensdiensten en toezichthoudende organen waarborgen bij het verwerken van persoonsgegevens de eerlijke en rechtmatige verwerking overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG.

1. Verleners van vertrouwensdiensten en toezichthoudende organen waarborgen bij het verwerken van persoonsgegevens de eerlijke en rechtmatige verwerking overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG, met inachtneming van het beginsel van gegevensminimalisering.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De verwerking van persoonsgegevens door of namens de verlener van vertrouwensdiensten wordt beschouwd als een gerechtvaardigd belang in de zin van artikel 7, onder f), van Richtlijn 95/46/EG, wanneer deze verwerking strikt noodzakelijk is om de beveiliging van het netwerk en de informatie te garanderen en aldus te voldoen aan de in de artikelen 11, 15, 16 en 19 van deze verordening uiteengezette eisen.

Motivering

De verwerking van persoonsgegevens kan nodig worden in geval van een inbreuk of om passende tegenmaatregelen te nemen, en mag plaatsvinden als dat absoluut noodzakelijk is en er sprake is van een "gerechtvaardigd belang" in de zin van de richtlijn gegevensbescherming, zodat het optreden legaal is.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Artikel 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten worden zo veel mogelijk beschikbaar gemaakt voor personen met een handicap.

Vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten worden overeenkomstig het EU-recht beschikbaar gemaakt voor personen met een handicap.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1. De lidstaten wijzen een passend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Toezichthoudende organen krijgen alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.

1. De lidstaten wijzen een toezichthoudend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Het aangewezen toezichthoudende orgaan, het adres hiervan en de namen van de leidinggevenden ervan worden aan de Commissie meegedeeld. De toezichthoudende organen krijgen voldoende middelen voor de uitvoering van hun opdrachten.

Motivering

De primaire bevoegdheden van de toezichthoudende organen worden in deze verordening bepaald, maar het is van belang dat zij behoorlijk kunnen werken. Voorts zou het woord "onderzoeksbevoegdheden" bevoegdheden kunnen impliceren die gewoonlijk alleen aan wetshandhavingsinstanties toekomen en dus verder gaan dat wat noodzakelijk is.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) statistieken over de markt en het gebruik van gekwalificeerde vertrouwensdiensten, met inbegrip van informatie over gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zelf, de gekwalificeerde diensten die zij verlenen, de producten die zij gebruiken en de algemene beschrijving van hun klanten.

(c) statistieken over de markt en het gebruik van gekwalificeerde vertrouwensdiensten.

Motivering

De rapporteur is van mening dat deze informatie niet nuttig is en daarom niet in het corpus van de verordening dient voor te komen.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de definitie van de in lid 2 bedoelde taken.

Schrappen

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid kan worden overgedragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. De voorgestelde delegatie zou meer omvatten dan louter het aanvullen of wijzigen van niet-essentiële onderdelen van de voorgestelde verordening.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures voor het in lid 3 bedoelde verslag definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten en procedures voor het in lid 3 bedoelde verslag definiëren. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de inwilliging van het verzoek onverenigbaar zou zijn met deze verordening.

(b) de inwilliging van het verzoek onverenigbaar zou zijn met deze verordening en de toepasselijke wetgeving.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Indien van toepassing kunnen toezichthoudende organen gezamenlijke onderzoeken uitvoeren waarbij personeelsleden van de toezichthoudende organen van andere lidstaten betrokken zijn.

3. Indien van toepassing kunnen toezichthoudende organen gezamenlijke toezichthoudende activiteiten uitvoeren.

Motivering

Het woord "onderzoeken" lijkt meer te horen bij instanties die belast zijn met wetshandhaving. Verder impliceren "gezamenlijke activiteiten" dat er personeelsleden van toezichthoudende organen van andere lidstaten bij betrokken zijn, dus dit hoeft niet meer te worden vermeld.

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het toezichthoudende orgaan van de lidstaat waar het onderzoek plaatsvindt, mag in overeenstemming met het eigen nationale recht, onderzoekstaken delegeren aan de personeelsleden van het bijstand verlenende orgaan. Dergelijke bevoegdheden mogen uitsluitend worden uitgeoefend onder begeleiding en tijdens de aanwezigheid van personeel van het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt. Het personeel van het bijstand verlenende orgaan is onderworpen aan het nationale recht van het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt. Het toezichthoudende orgaan dat om bijstand verzoekt, is verantwoordelijk voor de handelingen van het personeel van het bijstand verlenende toezichthoudende orgaan.

Schrappen

Motivering

De bedoeling van deze alinea is niet helemaal duidelijk. Als een lidstaat toestaat dat bevoegdheden worden gedelegeerd aan overheidsorganen van andere lidstaten, is daarvoor geen rechtsgrond op EU-niveau nodig. Maar als een lidstaat daartoe gemachtigd is, kan hij natuurlijk ook de specifieke voorwaarden en procedures bepalen. Gezien het gebrek aan meerwaarde en gelet op het subsidiariteitsbeginsel moet deze alinea worden geschrapt.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten en procedures voor de in dit artikel bedoelde onderlinge bijstand definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Motivering

Voor dit artikel is een uitvoeringshandeling niet echt noodzakelijk, want de taken van de toezichthoudende organen zijn duidelijk omschreven.

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de Unie treffen passende technische en organisatorische maatregelen om de risico's te beheren in verband met de veiligheid van de door hen verleende vertrouwensdiensten. Deze maatregelen waarborgen, rekening houdend met de meest recente technische mogelijkheden, een veiligheidsniveau dat in verhouding staat tot de mate van risico. In het bijzonder worden maatregelen getroffen om de gevolgen van veiligheidsincidenten te voorkomen en tot een minimum te beperken alsmede om belanghebbenden op de hoogte te stellen van negatieve gevolgen van eventuele incidenten.

1. Verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de Unie treffen passende technische en organisatorische maatregelen om de risico's te beheren in verband met de veiligheid van de door hen verleende vertrouwensdiensten. Deze maatregelen zijn, rekening houdend met de technische ontwikkelingen, volledig in overeenstemming met de rechten inzake gegevensbescherming en waarborgen een veiligheidsniveau dat in verhouding staat tot de mate van risico. In het bijzonder worden maatregelen getroffen om de gevolgen van veiligheidsincidenten te voorkomen en tot een minimum te beperken alsmede om belanghebbenden op de hoogte te stellen van negatieve gevolgen van eventuele significante incidenten.

Motivering

Een verwijzing naar de technische ontwikkelingen lijkt meer op haar plaats en geeft een beter beeld van de voortdurende aanpassing aan nieuwe technologie. Ook zou de uitdrukking "meest recente technische mogelijkheden" (state of the art) kunnen worden aangezien voor "beste beschikbare technologie", waardoor de kosten buiten beschouwing zouden blijven en de dienstverleners met onevenredig hoge lasten zouden komen te zitten, wat waarschijnlijk niet het doel van deze bepaling is. Ten slotte moeten alleen significante incidenten worden gemeld om de gebruikers niet met onevenredig hoge lasten en teveel informatie op te zadelen.

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 1, kan iedere verlener van vertrouwensdiensten het verslag van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit indienen bij het toezichthoudende orgaan om te bevestigen dat passende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 1, dient iedere verlener van vertrouwensdiensten onverwijld en uiterlijk zes maanden na het begin van zijn werkzaamheden het verslag van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde overeenstemmingsaudit in bij het toezichthoudende orgaan om te bevestigen dat passende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.

Motivering

Met het oog op de eisen inzake de betrouwbaarheid en veiligheid van vertrouwensdiensten, moet er altijd een verplichte overeenstemmingsaudit worden uitgevoerd.

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien van toepassing, in het bijzonder indien een veiligheidsinbreuk of integriteitsverlies twee of meer lidstaten treft, stelt het toezichthoudende orgaan in kwestie toezichthoudende organen in andere lidstaten en het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) op de hoogte.

Indien van toepassing, in het bijzonder indien een veiligheidsinbreuk of integriteitsverlies twee of meer lidstaten treft, stelt het toezichthoudende orgaan in kwestie de toezichthoudende organen in die lidstaten en het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) op de hoogte.

Amendement  84

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het toezichthoudende orgaan in kwestie kan ook het publiek op de hoogte stellen of dit eisen van de verlener van vertrouwensdiensten, indien het van oordeel is dat bekendmaking van de inbreuk in het algemene belang is.

Het toezichthoudende orgaan in kwestie kan in overleg met de verlener van vertrouwensdiensten ook het publiek op de hoogte stellen of dit eisen van de verlener van vertrouwensdiensten, indien het van oordeel is dat bekendmaking van de inbreuk in het algemene belang is.

Motivering

Terwijl het uiteindelijke besluit om het publiek te informeren bij het overheidsorgaan moet liggen, moet er ook overleg met de dienstverlener plaatsvinden. De dienstverlener is wellicht in een betere positie om de gevolgen van de inbreuk voor de gebruikers in te schatten en te zeggen wat dit voor het onderzoek naar het incident en de corrigerende maatregelen betekent.

Amendement  85

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Ten behoeve van de uitvoering van lid 1 en 2 heeft het bevoegde toezichthoudende orgaan de bevoegdheid om bindende instructies op te leggen aan verleners van vertrouwensdiensten.

4. Om naleving van lid 1 en 2 te waarborgen, heeft het bevoegde toezichthoudende orgaan de bevoegdheid om bindende instructies op te leggen aan verleners van vertrouwensdiensten.

Amendement  86

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de nadere omschrijving van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

Schrappen

Motivering

Samengevoegd met volgend lid.

Amendement  87

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden jaarlijks onderworpen aan een audit door een erkend onafhankelijk orgaan om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen worden verleend, voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, en zij dienen het verslag van de veiligheidsaudit in bij het toezichtsorgaan.

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten worden om de twee jaar en na ingrijpende technologische en organisatorische veranderingen onderworpen aan een audit door een erkend onafhankelijk orgaan om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen worden verleend, voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, en zij dienen het verslag van de overeenstemmingsaudit in bij het toezichtsorgaan.

Motivering

Het verslag mag zich niet beperken tot de veiligheidseisen, maar moet over alle eisen gaan die voor gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten uit deze verordening voortvloeien. Voorts moet het voldoende en proportioneel zijn om elke twee jaar een verslag uit te brengen, gelet op de administratieve en financiële lasten die hieraan verbonden zijn. Na ingrijpende veranderingen moet echter een audit worden uitgevoerd om er zeker van te zijn dat deze veranderingen niet van invloed zijn op de naleving.

Amendement  88

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kan het toezichtsorgaan op elk tijdstip een audit houden van de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden, nog steeds voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, ofwel op eigen initiatief ofwel ten gevolge van een verzoek van de Commissie. Het toezichtsorgaan brengt de overheden voor gegevensbescherming op de hoogte van de resultaten van de audits wanneer er sprake blijkt te zijn van een inbreuk op de regels voor de bescherming van persoonsgegevens.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kan het toezichtsorgaan in geval van gegronde twijfels op elk tijdstip een audit houden van de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten om te bevestigen dat zij en de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden, nog steeds voldoen aan de eisen waarin deze verordening voorziet, ofwel op eigen initiatief ofwel ten gevolge van een verzoek van een toezichtsorgaan uit een andere lidstaat. Het toezichtsorgaan brengt de overheden voor gegevensbescherming op de hoogte van de resultaten van de audits wanneer er sprake blijkt te zijn van een inbreuk op de regels voor de bescherming van persoonsgegevens.

Motivering

Het moet duidelijk worden gemaakt dat dergelijke audits niet willekeurig kunnen worden uitgevoerd, maar moeten berusten op harde aanwijzingen dat de voorschriften niet worden nageleefd. De verwijzing naar het "verzoek van de Commissie" is geschrapt, aangezien de toezichtsorganen beter in staat zijn om de noodzaak van zo'n audit te beoordelen.

Amendement  89

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Het toezichtsorgaan is bevoegd om bindende instructies op te leggen aan gekwalificeerde dienstverleners om niet-naleving van de voorschriften die uit het verslag van de veiligheidsaudit blijkt, recht te zetten.

3. Het toezichtsorgaan is bevoegd om bindende instructies op te leggen aan gekwalificeerde dienstverleners om niet-naleving van de in deze verordening vermelde voorschriften recht te zetten.

Motivering

De oorspronkelijke formulering houdt in dat het toezichtsorgaan alleen bindende instructies mag opleggen die gebaseerd zijn op de veiligheidsaudit. Het is onduidelijk waarom deze bevoegdheid beperkt zou moeten blijven tot deze bron van informatie.

Amendement  90

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, procedures en formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1, 2 en 4. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de procedures en formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1, 2 en 4. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  91

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Toezicht op verleners van vertrouwensdiensten

 

Om het toezicht door het toezichthoudende orgaan waarvan sprake in artikel 13, lid 2, onder a), te vergemakkelijken, maken verleners van vertrouwensdiensten hun voornemen om vertrouwensdiensten te gaan verlenen kenbaar aan het toezichthoudende orgaan en delen zij mee welke technische en organisatorische maatregelen zij hebben getroffen om de risico's met betrekking tot de veiligheid van de vertrouwensdiensten die zij leveren overeenkomstig artikel 15, lid 1, te beheren.

Motivering

Correctie door de rapporteur van zijn amendement 35, waarin bij vergissing het woord "gekwalificeerd" was terecht gekomen. Motivering amendement 35: De rapporteur wenst dit nieuwe artikel op te nemen om de toezichtsactiviteiten van het toezichthoudende orgaan op verleners van vertrouwensdiensten (waarbij het gaat om niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten) te vergemakkelijken en te voorzien in een minimum aan rechtszekerheid voor niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten.

Amendement  92

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten melden bij het toezichtsorgaan hun voornemen om een gekwalificeerde vertrouwensdienst op te starten en dienen bij het toezichtsorgaan een verslag in van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit, zoals bepaald in artikel 16, lid 1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen een aanvang maken met de verlening van de vertrouwensdienst zodra zij de melding en het verslag van de veiligheidsaudit bij het toezichtsorgaan hebben ingediend.

1. Wanneer verleners van vertrouwensdiensten het voornemen hebben om een gekwalificeerde vertrouwensdienst te leveren, dienen zij bij het toezichtsorgaan een kennisgeving van hun voornemen in, samen met een verslag van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit, zoals bepaald in artikel 16, lid 1.

2. Zodra de desbetreffende documenten overeenkomstig lid 1 bij het toezichtsorgaan zijn ingediend, worden de gekwalificeerde dienstverleners opgenomen in de vertrouwenslijsten als bedoeld in artikel 18, met de vermelding dat de aanmelding is ingediend.

2. Zodra de desbetreffende documenten overeenkomstig lid 1 zijn ingediend, verifieert het toezichtsorgaan of de verlener van vertrouwensdiensten en de door hem te verlenen vertrouwensdiensten in overeenstemming zijn met de eisen van deze verordening.

3. Het toezichtsorgaan verifieert of de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en de door hem verleende vertrouwensdiensten in overeenstemming met de eisen van de verordening zijn.

3. Als het verificatieproces uitwijst dat deze verordening wordt nageleefd, kent het toezichtsorgaan aan de verlener van vertrouwensdiensten de gekwalificeerde status toe en vermeldt het deze status uiterlijk een maand na de in lid 1 bedoelde kennisgeving in de in artikel 18 bedoelde vertrouwenslijst.

Het toezichtsorgaan geeft de gekwalificeerde status van de gekwalificeerde dienstverleners evenals van de door hem verleende diensten aan in de vertrouwenslijsten na een positieve evaluatie van de naleving, ten laatste een maand nadat de melding in overeenstemming met lid 1 heeft plaatsgevonden.

 

Indien de evaluatie van de naleving niet binnen een maand is afgerond, brengt het toezichtsorgaan de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten op de hoogte met opgave van redenen van de vertraging en de termijn waarbinnen de naleving geëvalueerd zal zijn.

Indien de evaluatie van de naleving niet binnen een maand is afgerond, brengt het toezichtsorgaan de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten op de hoogte met opgave van redenen van de vertraging en de termijn waarbinnen de naleving geëvalueerd zal zijn. De totale periode is niet langer dan drie maanden.

4. Een gekwalificeerde vertrouwensdienst waarvoor een aanmelding is gebeurd conform lid 1 kan niet worden geweigerd voor de vervulling van een administratieve procedure of formalieit door de betrokken openbare instantie omdat zij niet is opgenomen in de in lid 3 bedoelde lijsten.

4. Een vertrouwensdienst waarvan kennisgeving is gedaan en waaraan volgens de in dit artikel vastgestelde procedure de gekwalificeerde status is toegekend, kan niet worden geweigerd voor de vervulling van een administratieve procedure of formaliteit door de betrokken openbare instantie omdat zij niet is opgenomen in de in lid 3 bedoelde lijsten.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures omschrijven die gelden voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure..

 

Amendement  93

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten dragen zorg voor het op een veilige manier opstellen, bijhouden en publiceren van elektronisch ondertekende of verzegelde vertrouwenslijsten, als vastgesteld in lid 1, in een vorm die geschikt is voor automatische verwerking.

2. De lidstaten dragen zorg voor het op een veilige manier opstellen, bijhouden en publiceren van elektronisch ondertekende of verzegelde vertrouwenslijsten, als vastgesteld in lid 1, in een vorm die geschikt is voor automatische verwerking zowel van de lijst zelf als van de afzonderlijke certificaten.

Motivering

Verduidelijking om te garanderen dat toepassingen de verwerking van certificaten mogelijk maken, hetgeen voor de validering in de praktijk vereist is.

Amendement  94

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 1 bedoelde informatie.

Schrappen

Motivering

De definitie van de informatie met betrekking tot gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten moet worden vastgesteld in een uitvoeringshandeling en niet in een gedelegeerde handeling.

Amendement  95

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Vertrouwensmerk van de Europese Unie voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten

 

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen gebruik maken van een vertrouwensmerk van de Europese Unie om de door hen aangeboden gekwalificeerde vertrouwensdiensten die voldoen aan de vereisten van deze verordening, te presenteren en er reclame voor te maken.

 

2. Door gebruik te maken van het in lid 1 bedoelde vertrouwensmerk van de Europese Unie voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten verplichten gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zich ertoe ervoor te zorgen dat de diensten voldoen aan alle toepasselijke eisen die in deze verordening zijn opgenomen.

 

3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen specifieke, bindende criteria vast ten aanzien van de vorm, de compositie, de afmetingen en het ontwerp van het vertrouwensmerk van de Europese Unie voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Dit vertrouwensmerk, waar het Europees Parlement reeds om heeft verzocht in zijn resolutie van 26 oktober 2012 inzake het voltooien van de digitale interne markt, is bedoeld om het onlinevertrouwen van gebruikers te vergroten door een eenvoudig herkenbaar Europees merk in te voeren. Bovendien kunnen gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die aan de eisen uit met name artikel 19 voldoen, in samenhang met de doelstelling om het veiligheidsniveau van online vertrouwensdiensten op te krikken, profiteren van dit vertrouwensmerk en de toegevoegde waarde die het biedt in de elektronische handel.

Amendement  96

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten een gekwalificeerd certificaat afgeeft, moet hij met daartoe geschikte middelen en overeenkomstig de nationale wetgeving de identiteit en in voorkomend geval de specifieke attributen verifiëren van de natuurlijk persoon of de rechtspersoon aan wie een gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven.

Wanneer een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten een gekwalificeerd certificaat afgeeft, moet hij met daartoe geschikte middelen en overeenkomstig de nationale en de EU-wetgeving de identiteit en in voorkomend geval de specifieke attributen verifiëren van de natuurlijk persoon of de rechtspersoon aan wie een gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven.

Motivering

Ter verduidelijking.

Amendement  97

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) informeren personen die gebruik wensen te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst over de precieze voorwaarden betreffende het gebruik van die dienst alvorens een contractuele verbintenis aan te gaan;

(c) informeren personen die gebruik wensen te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst over de precieze voorwaarden betreffende het gebruik van die dienst, met inbegrip van eventuele gebruiksbeperkingen, alvorens een contractuele verbintenis aan te gaan;

Amendement  98

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) maken gebruik van betrouwbare systemen en producten die beschermd zijn tegen wijziging en die de technische veiligheid en betrouwbaarheid garanderen van de processen die zij ondersteunen;

(d) maken gebruik van systemen en producten die beschermd zijn tegen ongeoorloofde wijziging en die de technische veiligheid en betrouwbaarheid garanderen van de processen die zij ondersteunen;

Motivering

"Betrouwbaar" impliceert wellicht een strengere norm, maar uiteindelijk moet het systeem voldoen aan de in dit lid gestelde eisen. Het is onduidelijk of "betrouwbaar" op zichzelf een aanvullende eis is. Om hierin duidelijkheid te scheppen, moeten geoorloofde wijzigingen mogelijk zijn.

Amendement  99

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter e – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) maken gebruik van betrouwbare systemen voor de opslag van aan hen verstrekte gegevens in een vorm die verifieerbaar is, zodat

(e) maken gebruik van systemen voor de opslag van aan hen verstrekte gegevens in een vorm die verifieerbaar is, zodat

Motivering

"Betrouwbaar" impliceert wellicht een strengere norm, maar uiteindelijk moet het systeem voldoen aan de in dit lid gestelde eisen. Het is onduidelijk of "betrouwbaar" op zichzelf een aanvullende eis is.

Amendement  100

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter e – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

de gegevens uitsluitend publiek beschikbaar zijn wanneer de persoon aan wie de gegevens afgegeven werden, hiervoor toestemming heeft gegeven,

de gegevens uitsluitend publiek beschikbaar zijn wanneer dit overeenkomstig de nationale of de Uniewetgeving mogelijk is of wanneer de persoon op wie de gegevens betrekking hebben, hiervoor toestemming heeft gegeven,

Amendement  101

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) leggen gedurende een gepaste periode alle relevante informatie vast met betrekking tot de gegevens die de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heeft afgegeven en ontvangen, met name om ten behoeve van gerechtelijke procedures bewijzen te kunnen leveren. Dit vastleggen mag elektronisch plaatsvinden;

(g) leggen gedurende een gepaste periode, ongeacht of de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten de verlening van gekwalificeerde vertrouwensdiensten heeft beëindigd, alle relevante informatie vast met betrekking tot de gegevens die de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heeft afgegeven en ontvangen, met name om ten behoeve van gerechtelijke procedures bewijzen te kunnen leveren. Dit vastleggen mag elektronisch plaatsvinden;

Motivering

Het is van belang dat relevante informatie toegankelijk blijft, ook nadat de dienstverlener zijn werkzaamheden heeft stopgezet.

Amendement  102

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven, registreren in hun certificatendatabase de intrekking van een certificaat ten laatste tien minuten nadat de intrekking ingegaan is.

3. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven, registreren in hun certificatendatabase de intrekking van een certificaat op dezelfde werkdag waarop die intrekking ingegaan is, en als de intrekking tijdens het weekeinde of op een feestdag is ingegaan, op de volgende werkdag.

Amendement  103

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Betreffende het bepaalde onder lid 3 verstrekken gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven aan elke afhankelijke partij informatie over de geldigheid of ingetrokken status van door hen afgegeven gekwalificeerde certificaten. Deze informatie is op elk moment in ieder geval op certificaatbasis beschikbaar in een geautomatiseerde vorm die betrouwbaar, kosteloos en efficiënt is.

4. Betreffende het bepaalde onder lid 3 verstrekken gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die gekwalificeerde certificaten afgeven aan elke afhankelijke partij informatie over de geldigheid of ingetrokken status van door hen afgegeven gekwalificeerde certificaten. Deze informatie is op elk moment in ieder geval op certificaatbasis beschikbaar in een geautomatiseerde vorm.

Motivering

Het is onduidelijk wat er precies wordt bedoeld met "efficiënt" en "betrouwbaar". "Op elk moment beschikbaar" impliceert al betrouwbaarheid. Verder kunnen oplossingen die de particuliere sector aanbiedt, anders dan overheidsdiensten, niet altijd kosteloos zijn. De partijen die van dergelijke diensten gebruikmaken, moeten hun onderliggende bedrijfsmodel vrij kunnen kiezen.

Amendement  104

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake betrouwbare systemen en producten. Wanneer betrouwbare systemen en producten aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in artikel 19 bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake betrouwbare systemen en producten. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer betrouwbare systemen en producten aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in artikel 19 bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  105

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De rechtsgeldigheid van een elektronische handtekening en de toelaatbaarheid ervan als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures mogen niet worden ontkend louter op grond van het feit dat de handtekening elektronisch is.

1. Een elektronische handtekening is rechtsgeldig en is als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures toelaatbaar. Er wordt rekening gehouden met het feit dat de gekwalificeerde elektronische handtekening een hoger veiligheidsniveau biedt dan andere soorten elektronische handtekeningen.

Motivering

Gezien de moeilijkheden bij de vertaling van de Franse versie van amendement 43 van de rapporteur in het Engels, heeft de rapporteur besloten een nieuw amendement in het Engels in te dienen waarmee dit lid wordt aangepast.

Amendement  106

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een gekwalificeerde elektronische handtekening heeft dezelfde rechtsgeldigheid als een handgeschreven handtekening.

2. Een gekwalificeerde elektronische handtekening voldoet ten aanzien van gegevens in elektronische vorm aan de wettelijke eisen voor een handtekening, net zoals een handgeschreven handtekening zulks doet voor gegevens op een papieren drager.

Motivering

De formulering in Richtlijn 1999/93/EG lijkt beter aan te sluiten bij de verschillende nationale formele en procedurele vereisten.

Amendement  107

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Een geldige gekwalificeerde elektronische handtekening geldt als prima facie bewijs van authenticiteit en integriteit van de elektronische documenten waarop zij betrekking heeft.

Motivering

Het begrip "geldig" refereert aan artikel 25, lid 1, van het voorstel voor een verordening. Wanneer een handtekening positief gevalideerd kan worden, kan haar een bijzondere bewijskracht worden toebedeeld.

Amendement  108

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Gekwalificeerde elektronische handtekeningen worden erkend en aanvaard in alle lidstaten.

3. Gekwalificeerde elektronische handtekeningen worden erkend en aanvaard in de lidstaten en instellingen van de Unie.

Amendement  109

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Als een elektronische handtekening met een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerde elektronische handtekening vereist is, met name door een lidstaat voor toegang tot een onlinedienst aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de bij een dergelijke dienst betrokken risico's, worden alle elektronische handtekeningen die ten minste hetzelfde veiligheidsniveau hebben, erkend en aanvaard.

4. Als een elektronische handtekening met een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerde elektronische handtekening vereist is door een lidstaat of een EU-instelling, -orgaan, -bureau of -agentschap voor de voltooiing van een verrichting aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de bij een dergelijke dienst betrokken risico's, worden voor de toegang tot deze onlinedienst alle elektronische handtekeningen die ten minste hetzelfde veiligheidsniveau hebben, erkend en aanvaard.

Amendement  110

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten vereisen voor grensoverschrijdende toegang tot een onlinedienst die door een openbare instantie wordt aangeboden, geen elektronische handtekening van een hoger veiligheidsniveau dan een gekwalificeerde elektronische handtekening.

5. Niet van toepassing op de Nederlandse tekst.

 

Motivering

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst.

Amendement  111

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 4 bedoelde verschillende veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen.

Schrappen

Motivering

De definitie van de verschillende veiligheidsniveaus is een centraal element van de verordening, de rapporteur acht het daarom niet passend dit punt te behandelen in een gedelegeerde handeling.

Amendement  112

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen. Wanneer een elektronische handtekening aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat in een gedelegeerde handeling op grond van lid 6 omschreven is. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een elektronische handtekening aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat in een gedelegeerde handeling op grond van lid 6 omschreven is. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  113

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in bijlage I vastgestelde eisen.

Schrappen

Motivering

Uitvoeringshandelingen lijken geschikter en daarom is dit lid opgenomen in het volgende lid.

Amendement  114

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  115

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen. Wanneer een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage II bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage II bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  116

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen kunnen worden gecertificeerd door geschikte, daartoe door de lidstaten aangewezen publieke of particuliere organen, op voorwaarde dat zij daarvoor zijn onderworpen aan een veiligheidsbeoordeling uitgevoerd in overeenstemming met een van de normen inzake de veiligheidsbeoordeling van producten op het gebied van informatietechnologie die zijn opgenomen in een lijst welke door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen wordt vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

1. Gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen moeten worden gecertificeerd door daartoe door de lidstaten aangewezen publieke of particuliere certificeringsorganen, na afloop van een veiligheidsbeoordeling uitgevoerd in overeenstemming met een van de normen inzake de veiligheidsbeoordeling van producten op het gebied van informatietechnologie die zijn opgenomen in een lijst welke door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen wordt vastgesteld. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

De certificering is een essentieel onderdeel van de regeling inzake de beveiliging van de elektronische diensten. Indien de certificering niet verplicht wordt gemaakt, bestaat er slechts een geringe kans dat de dienstverleners er gebruik van maken. Een partij die de validering van een vertrouwensdienst aanvraagt, moet echter met zekerheid weten of een middel voor het aanmaken van een handtekening betrouwbaar is. Daarom lijkt het ons essentieel dat certificering door een certificeringsorgaan verplicht is.

Amendement  117

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Wanneer de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer de validering van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  118

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de daarvan afhankelijke partijen in staat stelt om het resultaat van het valideringsproces op een geautomatiseerde, betrouwbare en efficiënte manier, voorzien van de geavanceerde elektronische handtekening of het geavanceerde elektronische zegel van de verlener van de gekwalificeerde valideringsdienst, te ontvangen.

(b) de daarvan afhankelijke partijen in staat stelt om het resultaat van het valideringsproces op een geautomatiseerde manier, voorzien van de geavanceerde elektronische handtekening of het geavanceerde elektronische zegel van de verlener van de gekwalificeerde valideringsdienst, te ontvangen.

Motivering

Het is niet duidelijk wat wordt bedoeld met "efficiënt en betrouwbaar". In ieder geval moet dit worden overgelaten aan het businessmodel van de dienstverlener, daar het in diens eigen belang is om gebruikers efficiënte en betrouwbare diensten aan te bieden.

Amendement  119

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de in lid 1 bedoelde gekwalificeerde valideringsdienst. Wanneer de valideringsdienst voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1, onder b), bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de in lid 1 bedoelde gekwalificeerde valideringsdienst. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer de valideringsdienst voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1, onder b), bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  120

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Wanneer de voorzieningen voor de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer de voorzieningen voor de bewaring van gekwalificeerde elektronische handtekeningen aan dergelijke normen voldoen, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  121

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor een gekwalificeerd elektronisch zegel geldt het wettelijk vermoeden dat het de oorsprong en integriteit van de gegevens waaraan het verbonden is, waarborgt.

2. Een geldig gekwalificeerd elektronisch zegel geldt op zijn minst als prima facie bewijs van authenticiteit en integriteit van de elektronische documenten waarop het betrekking heeft. Nationale voorschriften betreffende volmacht en vertegenwoordiging blijven onverlet.

Amendement  122

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Een gekwalificeerd elektronisch zegel wordt erkend en aanvaard in alle lidstaten.

3. Een gekwalificeerd elektronisch zegel wordt erkend in alle lidstaten.

Motivering

Het verschil tussen de "erkend" en "aanvaard" is onduidelijk. Dit lid is, in tegenstelling tot de overeenkomstige bepalingen over elektronische handtekeningen, niet geschrapt daar het concept van een (elektronisch) zegel niet in alle lidstaten bestaat.

Amendement  123

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Als voor elektronische zegels een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerd elektronisch zegel vereist is, met name door een lidstaat voor toegang tot een onlinedienst aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de aan een dergelijke dienst verbonden risico's, worden alle elektronische zegels met ten minste hetzelfde veiligheidsniveau aanvaard.

4. Als voor elektronische zegels een veiligheidsniveau lager dan een gekwalificeerd elektronisch zegel vereist is, met name door een lidstaat voor toegang tot een onlinedienst aangeboden door een openbare instantie op grond van een toereikende beoordeling van de aan een dergelijke dienst verbonden risico's, worden alle elektronische zegels met ten minste hetzelfde veiligheidsniveau aanvaard voor de toegang tot deze onlinedienst.

Motivering

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst.

Amendement  124

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten vereisen voor de toegang tot een door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst geen elektronisch zegel met een hoger veiligheidsniveau dan gekwalificeerde elektronische zegels.

5. De lidstaten vereisen voor de grensoverschrijdende toegang tot een door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst geen elektronisch zegel met een hoger veiligheidsniveau dan gekwalificeerde elektronische zegels.

Motivering

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst.

Amendement  125

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 4 bedoelde verschillende veiligheidsniveaus voor elektronische zegels.

Schrappen

Motivering

De definitie van de verschillende veiligheidsniveaus voor elektronische zegels is een centraal element van de verordening, de rapporteur acht het daarom niet passend dit punt te behandelen in een gedelegeerde handeling.

Amendement  126

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische zegels. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat overeenkomstig lid 6 in een gedelegeerde handeling is vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

7. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de veiligheidsniveaus van elektronische zegels. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met het veiligheidsniveau dat overeenkomstig lid 6 in een gedelegeerde handeling is vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  127

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage III bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een elektronisch zegel aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in bijlage III bepaalde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  128

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel geldt het wettelijk vermoeden dat het aangeduide tijdstip en de integriteit van de gegevens die aan het tijdstip zijn gekoppeld, zijn gewaarborgd.

2. Een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel geldt op zijn minst als prima facie bewijs van de juistheid van het aangeduide tijdstip en de integriteit van het elektronische document waarop het tijdstempel is aangebracht.

Amendement  129

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron. Wanneer een juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers opstellen voor normen inzake de juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een juiste koppeling van tijd aan gegevens en aan een betrouwbare tijdsbron aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgestelde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  130

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een elektronisch document wordt beschouwd als gelijkwaardig aan een papieren document en is toelaatbaar als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures, gelet op het gegarandeerde niveau van authenticiteit en integriteit van het document.

1. De rechtsgeldigheid van een elektronisch document en de toelaatbaarheid ervan als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures worden niet ontkend louter op grond van het feit dat het document elektronisch is.

Amendement  131

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor een document met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel van de persoon die bevoegd is om het betreffende document af te geven, geldt het wettelijk vermoeden van authenticiteit en integriteit op voorwaarde dat het document geen dynamische kenmerken heeft die automatische wijziging van het document tot gevolg kunnen hebben.

2. Een document met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel heeft dezelfde rechtsgeldigheid als een papieren document met een handgeschreven handtekening of een fysiek zegel, als dit overeenkomstig de nationale wet bestaat, op voorwaarde dat het document geen dynamische kenmerken heeft die automatische wijziging van het document tot gevolg kunnen hebben.

Amendement  132

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Als een origineel document of een gecertificeerd afschrift vereist is voor het verlenen van een door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst, worden in andere lidstaten zonder verdere eisen in ieder geval elektronische documenten aanvaard die zijn afgegeven door de personen welke bevoegd zijn om de betreffende documenten af te geven en die op grond van de nationale wetgeving van de lidstaat van herkomst worden beschouwd als originelen of gecertificeerde afschriften.

Schrappen

Motivering

Artikel 34, lid 3 zou het beproefde instrument van de apostille voor het certificeren van buitenlandse akten op losse schroeven zetten, dat bovendien door de Commissie herzien moet worden.

Amendement  133

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen formaten van elektronische handtekeningen en van zegels vaststellen die worden aanvaard wanneer een ondertekenend of bezegeld document door een lidstaat vereist is voor het leveren van een in lid 2 bedoelde, door een overheidsinstantie aangeboden onlinedienst. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement  134

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gegevens die door middel van een dienst voor elektronische bezorging ontvangen of verstuurd worden zijn toelaatbaar als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures wat betreft de integriteit van de gegevens en de betrouwbaarheid van de datum en het tijdstip waarop de gegevens werden verstuurd naar of ontvangen door een specifieke geadresseerde.

1. Gegevens die door middel van een dienst voor elektronische bezorging ontvangen of verstuurd worden zijn toelaatbaar als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures.

Amendement  135

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor gegevens die door middel van een gekwalificeerde dienst voor elektronische bezorging worden verstuurd of ontvangen, geldt het wettelijk vermoeden dat de gegevens correct zijn en dat de datum en het tijdstip van verzending of ontvangst van de gegevens zoals aangeduid door het gekwalificeerde systeem voor elektronische bezorging, betrouwbaar zijn.

2. Gegevens die door middel van een gekwalificeerde dienst voor elektronische bezorging worden verstuurd of ontvangen, gelden op zijn minst als prima facie bewijs van de echtheid van de gegevens en de juistheid van de datum en het tijdstip van verzending of ontvangst van de gegevens zoals aangeduid door het gekwalificeerde systeem voor elektronische bezorging.

Amendement  136

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Dit artikel laat Verordening (EG) nr. 1348/2000 onverlet.

Amendement  137

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie is gemachtigd om in overeenstemming met artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de specificatie van mechanismen voor het zenden of ontvangen van gegevens door middel van elektronische bezorgingsdiensten, met als doel de interoperabiliteit tussen elektronische bezorgingsdiensten te bevorderen.

Schrappen

Amendement  138

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake processen voor het verzenden en ontvangen van gegevens. Wanneer het proces voor het verzenden en ontvangen van gegevens aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgelegde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake processen voor het verzenden en ontvangen van gegevens. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer het proces voor het verzenden en ontvangen van gegevens aan dergelijke normen voldoet, wordt aangenomen dat er sprake is van overeenstemming met de in lid 1 vastgelegde eisen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  139

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor de authenticatie van websites. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor de authenticatie van websites aan dergelijke normen voldoet, wordt overeenstemming met de in bijlage IV vastgestelde eisen aangenomen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen referentienummers vaststellen voor normen inzake gekwalificeerde certificaten voor de authenticatie van websites. Bij de vaststelling van normen voor de toepassing van deze verordening zorgt de Commissie ervoor dat naar behoren rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden, bij voorkeur in de vorm van een effectbeoordeling. Wanneer een gekwalificeerd certificaat voor de authenticatie van websites aan dergelijke normen voldoet, wordt overeenstemming met de in bijlage IV vastgestelde eisen aangenomen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie maakt deze handelingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Deze wijziging is relevant voor elk artikel in de tekst waarin wordt verwezen naar het gebruik van normen.

Amendement  140

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie wordt voor een onbepaalde periode vanaf het in werking treden van de verordening gemachtigd om de in artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3 en artikel 37, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen.

2. De Commissie wordt voor een onbepaalde periode vanaf het in werking treden van de verordening gemachtigd om de in artikel 8, lid 3, artikel 16, lid 5, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31 en artikel 37, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen.

Amendement  141

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk tijdstip door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3. De in artikel 8, lid 3, artikel 16, lid 5, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31 en artikel 37, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement  142

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 16, lid 5, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31 en artikel 37, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement  143

Voorstel voor een verordening

Artikel 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het eerste verslag wordt uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ingediend. Daarna worden de volgende verslagen om de vier jaar ingediend.

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het eerste verslag wordt uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ingediend. Daarna worden de volgende verslagen om de vier jaar ingediend.

Motivering

In het licht van de nieuwe elementen van de verordening en gezien het feit dat deze verordening rechtstreeks van toepassing is in het nationale recht van de lidstaten, is de rapporteur van mening dat het eerste evaluatieverslag uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening moet worden ingediend.

Amendement  144

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Dit verslag moet het mogelijk maken om te bepalen of het toepassingsgebied van deze verordening moet worden aangepast om rekening te houden met de evolutie van de technologie, de markt en de juridische context in de lidstaten en internationaal en er moet in het algemeen in worden aangegeven of de verordening het mogelijk heeft gemaakt de erin vastgestelde doelstellingen met betrekking tot het opbouwen van vertrouwen in de onlineomgeving te realiseren. Het verslag moet met name een beoordeling van de toepassing van de artikelen 13, 16 en 19 omvatten. Het verslag gaat indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Amendement  145

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Dit verslag moet het mogelijk maken om te bepalen of het toepassingsgebied van deze verordening moet worden aangepast om rekening te houden met de evolutie van de technologie, de markt en de juridische context in de lidstaten en internationaal en er moet in het algemeen in worden aangegeven of de verordening het mogelijk heeft gemaakt de erin vastgestelde doelstellingen met betrekking tot het opbouwen van vertrouwen in de onlineomgeving te realiseren. Het verslag moet met name een beoordeling van de toepassing van de artikelen 13, 16 en 19 omvatten. Het verslag gaat indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Amendement  146

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – alinea 1 – letter b – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gevoelige gegevens in de zin van artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG worden niet verwerkt.

Amendement  147

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – paragraaf 1 – letter b – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gevoelige gegevens in de zin van artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG worden niet verwerkt.

PROCEDURE

Titel

Elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2012)0238 – C7-0133/2012 – 2012/0146(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

14.6.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

14.6.2012

Medeverantwoordelijke commissie(s) - datum bekendmaking

7.2.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Marielle Gallo

21.6.2012

Behandeling in de commissie

21.2.2013

24.4.2013

8.7.2013

 

Datum goedkeuring

9.7.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Claudette Abela Baldacchino, Pablo Arias Echeverría, Adam Bielan, Preslav Borissov, Sergio Gaetano Cofferati, Birgit Collin-Langen, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Cornelis de Jong, Vicente Miguel Garcés Ramón, Evelyne Gebhardt, Thomas Händel, Małgorzata Handzlik, Philippe Juvin, Edvard Kožušník, Toine Manders, Sirpa Pietikäinen, Phil Prendergast, Robert Rochefort, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jürgen Creutzmann, Marielle Gallo, Ildikó Gáll-Pelcz, María Irigoyen Pérez, Roberta Metsola, Olle Schmidt, Sabine Verheyen


ADVIES van de Commissie juridische zaken (26.6.2013)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

(COM(2012)0238 – C7‑0133/2012 – 2012/0146(COD))

Rapporteur voor advies: Alajos Mészáros

BEKNOPTE MOTIVERING

Op 4 juni 2012 heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt. Dit voorstel is de laatste kernactie van de 12 kernacties die zijn voorgesteld in de Single Market Act. Met het voorstel wordt ingespeeld op de behoeften van marktdeelnemers op de digitale markt en wordt gezorgd voor een omvattend EU-wetgevingskader voor veilige en betrouwbare elektronische transacties.

Het voorstel beoogt ervoor te zorgen dat burgers en ondernemingen gebruik kunnen maken van hun nationale elektronische identificatiesystemen om toegang te krijgen tot overheidsdiensten in andere EU-lidstaten waar dergelijke systemen beschikbaar zijn. Voorts wordt een interne markt gecreëerd voor e‑handtekeningen en daarmee verband houdende grensoverschrijdende onlinevertrouwensdiensten, met name door ervoor te zorgen dat deze diensten dezelfde juridische status hebben als de traditionele dienstverlening via procedures op papier. Door deze nieuwe EU-wetgeving moet wederzijdse erkenning van elektronische identificatie en authenticatie gewaarborgd worden.

Uw rapporteur spreekt zijn waardering uit voor het voorstel van de Commissie dat door middel van het bevorderen van het vertrouwen in elektronische transacties een bijdrage wil leveren aan de voltooiing en verbetering van de werking van de digitale interne markt. Het voorstel is voor burgers en ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen, en nationale overheden van niet te overschatten waarde.

Uw rapporteur is er echter van overtuigd dat het voorgestelde systeem de digitale interne markt alleen maar kan versterken en actoren alleen maar van de daardoor geboden mogelijkheden kan laten profiteren als gezorgd wordt voor voldoende rechtszekerheid en veiligheid, zodat burgers en ondernemingen kunnen rekenen en vertrouwen op veilige grensoverschrijdende elektronische transacties. Om die reden worden enkele wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de procedures voor aanmelding, alsmede een aantal verduidelijkingen met betrekking tot aansprakelijkheid en gegevensbescherming. Daarnaast moet onnodige administratieve rompslomp, met name onnodige belasting van kleine en middelgrote ondernemingen, worden voorkomen. Uw rapporteur stelt een aantal wijzigingen voor om het Commissievoorstel op deze punten te verbeteren.

Voorts stelt uw rapporteur voor de door de Commissie voorgestelde bepalingen inzake uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen op een aantal punten te wijzigen, zodat deze de doelstellingen van de artikelen 290 en 291 VWEU beter weerspiegelen. In een aantal gevallen lijkt delegatie van wetgevende bevoegdheden aan de Commissie niet passend en in andere gevallen lijkt het noodzakelijk de inhoud en de doelstellingen van de delegatie te verduidelijken.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg voorziet in de vorming van een netwerk van nationale overheden die verantwoordelijk zijn voor egezondheidsdiensten. Om de veiligheid en de voorzetting van grensoverschrijdende gezondheidszorg te waarborgen, is het netwerk genoodzaakt om richtsnoeren op te stellen voor de grensoverschrijdende toegang tot elektronische gezondheidsgegevens en ‑diensten, ook door het ondersteunen van "gemeenschappelijke identificatie- en authenticatiemaatregelen die erop gericht zijn de overdraagbaarheid van gegevens bij grensoverschrijdende gezondheidszorg te bevorderen". De wederzijdse erkenning en aanvaarding van elektronische identificatie en authenticatie is essentieel om de Europese burger een grensoverschrijdende gezondheidszorg te bieden. Wanneer mensen voor een behandeling naar het buitenland reizen, moeten hun medische gegevens in het land van behandeling raadpleegbaar zijn. Dit vergt een stabiel, veilig en betrouwbaar kader voor elektronisch identificatie.

(10) Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg voorziet in de vorming van een netwerk van nationale overheden die verantwoordelijk zijn voor egezondheidsdiensten. Om de veiligheid en de voorzetting van grensoverschrijdende gezondheidszorg te waarborgen, is het netwerk genoodzaakt om richtsnoeren op te stellen voor de grensoverschrijdende toegang tot elektronische gezondheidsgegevens en ‑diensten, ook door het ondersteunen van "gemeenschappelijke identificatie- en authenticatiemaatregelen die erop gericht zijn de overdraagbaarheid van gegevens bij grensoverschrijdende gezondheidszorg te bevorderen". De wederzijdse erkenning en aanvaarding van elektronische identificatie en authenticatie is essentieel om de Europese burger een grensoverschrijdende gezondheidszorg te bieden. Wanneer mensen voor een behandeling naar het buitenland reizen, moeten hun medische gegevens in het land van behandeling raadpleegbaar zijn. Dit vergt een stabiel, veilig en betrouwbaar kader voor elektronisch identificatie, dat de vigerende normen op het gebied van de bescherming van gebruikers en gegevens onverlet laat.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Het doel van deze verordening is veilige elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen.

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Het doel van deze verordening is een hoog niveau van veiligheid voor de elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen, onder meer door te voorzien in veiligheidsniveaus die verschillen naargelang van de soorten diensten waartoe toegang wordt verleend.

Motivering

Het is van cruciaal belang dat er verschillende veiligheidsniveaus bestaan. In het voorstel voor een verordening wordt niet gepreciseerd tot welk soort onlinediensten de elektronische identificatie toegang biedt. Voor de toegang tot gevoelige particuliere gegevens moet een ander niveau van betrouwbaarheid van de identificatie gelden dan voor de toegang tot generieke informatie of transactiediensten.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Het doel van deze verordening is veilige elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen.

(11) Een van de doelstellingen van deze verordening is het afschaffen van bestaande hinderpalen voor het grensoverschrijdende gebruik van elektronische identificatiemiddelen die in de lidstaten worden gebruikt om in ieder geval toegang te hebben tot publieke diensten. Deze verordening heeft niet tot doel om beheersystemen voor elektronische identiteit en verwante infrastructuren in de lidstaten te beïnvloeden. Het doel van deze verordening is een hoog niveau van veiligheid voor de elektronische identificatie en authenticatie voor de toegang tot grensoverschrijdende onlinediensten van de lidstaten te waarborgen, onder meer door te voorzien in veiligheidsniveaus die verschillen naargelang van de soorten diensten waartoe toegang wordt verleend.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De samenwerking tussen lidstaten moet ten dienste staan van de technische interoperabiliteit van de aangemelde elektronische identificatieregelingen teneinde een sterk vertrouwen en een op het risiconiveau afgestemde beveiliging te bevorderen. Het uitwisselen van informatie en het delen van goede praktijken tussen lidstaten met het oog op hun wederzijdse erkenning, bevordert een dergelijke samenwerking.

(16) De samenwerking tussen lidstaten moet ten dienste staan van de technische interoperabiliteit en neutraliteit van de aangemelde elektronische identificatieregelingen teneinde een sterk vertrouwen en een op het risiconiveau afgestemde beveiliging te bevorderen. Het uitwisselen van informatie en het delen van goede praktijken tussen lidstaten met het oog op hun wederzijdse erkenning, bevordert een dergelijke samenwerking.

Motivering

Het voorstel voor een verordening voorziet niet in instrumenten waarmee een lidstaat de technische conformiteit van een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie kan aanvechten. Dat zou de verspreiding van niet-conforme stelsels in de EU in de hand kunnen werken. De gewenste harmonisatie die door de verordening tot stand wordt gebracht dreigt zo te leiden tot omzeiling van nationale regels en aan te zetten tot "forum shopping".

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) De concepten toegankelijkheid en "design for all" moeten algemeen worden toegepast bij de ontwikkeling van wetgeving inzake elektronische identificatie op het niveau van de Unie.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Toezichtsorganen moeten samenwerken en informatie uitwisselen met overheidsdiensten voor gegevensbescherming om te waarborgen dat de dienstverleners de wetgeving voor gegevensbescherming op de juiste wijze toepassen. De uitwisseling van informatie moet in het bijzonder veiligheidsproblemen en inbreuken op persoonsgegevens bestrijken.

(25) Toezichtsorganen moeten samenwerken en informatie uitwisselen met overheidsdiensten voor gegevensbescherming om te waarborgen dat de dienstverleners de wetgeving voor gegevens- en consumentenbescherming op de juiste wijze toepassen. De uitwisseling van informatie moet in het bijzonder veiligheidsproblemen en inbreuken op persoonsgegevens bestrijken.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Alle lidstaten moeten zich houden aan gemeenschappelijke essentiële toezichtsvereisten om een vergelijkbaar niveau van veiligheid van gekwalificeerde vertrouwensdiensten te verzekeren. Om de consistente toepassing van deze vereisten in de gehele EU te vergemakkelijken, moeten de lidstaten vergelijkbare procedures invoeren en informatie over hun toezichtsactiviteiten en de beste praktijken in het veld uitwisselen.

(28) Alle lidstaten moeten zich houden aan gemeenschappelijke essentiële toezichtsvereisten om een vergelijkbaar niveau van veiligheid en gegevensbescherming van gekwalificeerde vertrouwensdiensten te verzekeren. Om de consistente toepassing van deze vereisten in de gehele EU te waarborgen, moeten de lidstaten vergelijkbare procedures invoeren en informatie over hun toezichtsactiviteiten en de beste praktijken in het veld uitwisselen.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; eisen die aan verleners van vertrouwensdiensten worden gesteld met betrekking tot veiligheidsmaatregelen; erkende onafhankelijke organen die verantwoordelijk zijn voor het houden van audits van dienstverleners; vertrouwenslijsten; eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische zegels en met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels; en de interoperabiliteit tussen bezorgingsdiensten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; vertrouwenslijsten; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels; en de interoperabiliteit tussen bezorgingsdiensten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening stelt regels vast voor elektronische identificatie en elektronische vertrouwensdiensten voor elektronische transacties met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt.

1. Deze verordening stelt regels vast voor elektronische identificatie en elektronische vertrouwensdiensten voor elektronische transacties met als doel de ontwikkeling van de digitale interne markt door middel van het waarborgen van een hoog niveau van veiligheid en het bevorderen van het vertrouwen in grensoverschrijdende elektronische transacties in de digitale omgeving.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder lidstaten elektronische identificatiemiddelen van natuurlijke personen en rechtspersonen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie erkennen en aanvaarden.

2. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder lidstaten elektronische identificatiemiddelen van enige entiteit of natuurlijke personen of rechtspersonen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie erkennen en aanvaarden.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische validering en verificatie, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Deze verordening waarborgt het vrije verkeer in de interne markt van vertrouwensdiensten en ‑producten die aan deze verordening voldoen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt verstrekt door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en op verleners van vertrouwensdiensten die in de Unie zijn gevestigd.

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt verstrekt door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en op verleners van vertrouwensdiensten die in de Unie zijn gevestigd. Deze verordening is van toepassing op vertrouwensdiensten die aan het publiek worden aangeboden.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Deze verordening is niet van toepassing op vertrouwensdiensten die alleen worden ingezet voor tests, trainingen of wetenschappelijk onderzoek.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op ondubbelzinnige wijze een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op ondubbelzinnige wijze een entiteit, een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) "elektronisch identificatiemiddel": een materiële of immateriële eenheid die gegevens bevat als bedoeld in punt 1 van dit artikel en die gebruikt wordt voor de onlinetoegang tot diensten als bedoeld in artikel 5;

(2) "elektronisch identificatiemiddel": een materiële of immateriële eenheid die gegevens bevat als bedoeld in punt 1 van dit artikel en die gebruikt wordt voor de toegang tot elektronische diensten als bedoeld in artikel 5;

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens van een natuurlijke persoon of rechtspersoon koppelt aan het certificaat en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens koppelt aan de identificatiegegevens van enige entiteit of een natuurlijke persoon of rechtspersoon en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) "verlener van vertrouwensdiensten": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer vertrouwensdiensten verleent;

(14) "verlener van vertrouwensdiensten": een entiteit of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste één vertrouwensdienst verleent;

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) "aanmaker van een zegel": een rechtspersoon die een elektronisch zegel aanmaakt;

(19) "aanmaker van een zegel": een entiteit of een rechtspersoon die een elektronisch zegel aanmaakt;

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) "elektronisch document": ieder document in elektronische vorm;

(27) "elektronisch document": een aparte reeks gestructureerde gegevens in elektronische vorm;

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis) "inbreuk op de veiligheid": een veiligheidsincident met de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig, tot gevolg.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het vrije verkeer van producten die aan deze verordening voldoen moet gewaarborgd worden.

2. Het vrije en veilige verkeer van producten die aan deze verordening voldoen moet gewaarborgd worden.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Gegevensverwerking en ‑bescherming

 

1. Verleners van vertrouwensdiensten, afgifte-instanties, valideringsdiensten, afhankelijke partijen en toezichthoudende organen waarborgen bij het verwerken van persoonsgegevens de eerlijke en rechtmatige verwerking in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG. Dergelijke verwerking is strikt beperkt tot het minimum aan gegevens dat nodig is om een e‑ID of certificaat af te geven of te beheren, een elektronische authenticatie te valideren of om een vertrouwensdienst te verlenen.

 

2. Verleners van vertrouwensdiensten, afgifte-instanties en valideringsdiensten waarborgen de geheimhouding en integriteit van gegevens die verbonden zijn aan een persoon aan wie een e‑ID wordt afgegeven of een vertrouwensdienst wordt verleend.

 

3. Onverminderd de rechtsgevolgen van pseudoniemen in het nationale recht, mogen de lidstaten niet verhinderen dat afgifte-instanties in elektronische authenticaties een pseudoniem vermelden in plaats van of als aanvulling op de naam van de houder of dat verleners van vertrouwensdiensten op certificaten voor elektronische handtekeningen een pseudoniem vermelden in plaats van de werkelijke naam van de ondertekenaar.

 

4. Valideringsdiensten mogen geen gegevens verzamelen of bewaren na de periode die nodig is voor het valideringsproces. Valideringsdiensten mogen geen profiel aanmaken van ondertekenaars, afhankelijke partijen of andere klanten. Logboeken mogen maximaal 90 dagen worden bewaard voor het opsporen van fraude en gevallen van inbreuk.

 

5. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten slaan documenten of informatie met betrekking tot de verstrekte dienst op in overeenstemming met de nationale wetgeving. Na de beëindiging van hun activiteiten geven de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten deze documenten of informatie in bewaring bij het toezichthoudende orgaan.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 ter

 

Recht van toegang tot informatie voor de gebruiker van vertrouwensdiensten

 

De verleners van vertrouwensdiensten verstrekken de gebruikers in ieder geval informatie over het vergaren, meedelen en bewaren van hun persoonsgegevens, alsmede informatie over de evaluatieprocedure die moet worden ingevoerd.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wederzijdse erkenning en aanvaarding

Wederzijdse erkenning van elektronische identificatiemiddelen

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een elektronische identificatie met gebruikmaking van een elektronisch identificatiemiddel en authenticatie vereist is op grond van nationale wetgeving of gangbare bestuursrechterlijke praktijk om onlinetoegang te krijgen tot een dienst, moet ieder elektronisch identificatiemiddel dat afgegeven is in een andere lidstaat en dat valt onder een stelsel dat is opgenomen in de door de Commissie gepubliceerde lijst overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 worden erkend en aanvaard ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot deze dienst.

Wanneer een elektronische identificatie met gebruikmaking van een elektronisch identificatiemiddel en authenticatie toegestaan is op grond van nationale wetgeving of gangbare bestuursrechterlijke praktijk om onlinetoegang te krijgen tot een dienst, moet ieder elektronisch identificatiemiddel dat afgegeven is in een andere lidstaat, dat hetzelfde of een hoger niveau van zekerheid garandeert en dat valt onder een stelsel dat is opgenomen in de door de Commissie gepubliceerde lijst overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 worden erkend en aanvaard ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot deze dienst.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de elektronische identificatiemiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te verkrijgen tot ten minste overheidsdiensten waarvoor elektronische identificatie vereist is in de aanmeldende lidstaat;

(b) de elektronische identificatiemiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te verkrijgen tot ten minste overheidsdiensten waarvoor elektronische identificatie mogelijk is in de aanmeldende lidstaat;

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) Voor elektronische identificatiemiddelen gelden veiligheidsniveaus die verschillen naargelang van de soorten diensten waartoe zij toegang bieden.

Motivering

Het is van cruciaal belang dat er verschillende veiligheidsniveaus bestaan. In het voorstel wordt niet gepreciseerd tot welk soort onlinediensten de elektronische identificatie toegang biedt. Voor de toegang tot gevoelige gegevens moet een ander niveau van betrouwbaarheid van de identificatie gelden dan voor de toegang tot generieke informatie. Het identiteitsherkenningsproces moet zo worden opgezet dat er een passend veiligheidsniveau wordt gewaarborgd dat strookt met het soort diensten waartoe de burgers toegang hebben.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) de aanmeldende lidstaat waarborgt de beschikbaarheid van een online-authenticatiemogelijkheid, op ieder moment en gratis, zodat iedere afhankelijke partij de ontvangen elektronische persoonsidentificatiegegevens kan valideren; de lidstaten mogen geen specifieke technische eisen opleggen aan afhankelijke partijen die buiten hun grondgebied gevestigd zijn en die een dergelijke authenticatie willen uitvoeren. Wanneer er inbreuk wordt gepleegd op het aangemelde stelsel voor identificatie of de authenticatiemogelijkheid of wanneer de integriteit ervan deels wordt geschonden, moeten de lidstaten onverwijld het aangemelde stelsel of de authenticatiemogelijkheid of de delen waarvan de integriteit geschonden is opschorten of intrekken en de andere lidstaten en de Commissie overeenkomstig artikel 7 op de hoogte stellen;

(d) de aanmeldende lidstaat waarborgt de beschikbaarheid van online-authenticatie zodat iedere afhankelijke partij die buiten het grondgebied van die lidstaat gevestigd is de ontvangen elektronische persoonsidentificatiegegevens kan valideren; Deze authenticatie wordt gratis verstrekt bij de gebruikmaking van een onlinedienst die wordt verleend door een openbare instantie. De lidstaten mogen niet onnodig specifieke technische eisen opleggen aan afhankelijke partijen die een dergelijke authenticatie willen uitvoeren;

Motivering

De ondubbelzinnige koppeling van de persoonsidentificatiegegevens aan de personen zelf vereist dat de gegevens zeer grondig worden nagetrokken (ten minste niveau 4), hetgeen niet strookt met het gebruik van verschillende veiligheidsniveaus. Het zekerheidsniveau dat geldt voor de koppeling van gegevens moet gebaseerd zijn op het veiligheidsniveau. Dit moet altijd het vereiste minimumniveau zijn om de belangen van de afhankelijke partij veilig te stellen. De minimalisering van gegevens is hier tevens van belang.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letters a t/m c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Lidstaten die een stelsel voor elektronische identificatie aanmelden, doen de Commissie onverwijld de volgende informatie en eventuele latere wijzigingen daarvan toekomen:

1. De aanmeldende lidstaat doet de Commissie onverwijld de volgende informatie en eventuele latere wijzigingen daarvan toekomen:

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie, met inbegrip van de identiteitsbeveiligingsniveaus;

(b) de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(b) de autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(c) informatie over wie de registratie van de ondubbelzinnige persoonsidentificatiegegevens beheert;

(c) informatie over de entiteit(en) die de verificatie van de persoonsidentificatiegegevens beheert (beheren);

Motivering

Deze wijzigingen vormen een aanvulling op de wijzigingen op de andere artikelen over "e‑ID", en benadrukken dat "ondubbelzinnige" koppeling niet strookt met de veiligheidsniveaus.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie;

(a) een beschrijving van het aangemelde stelsel voor elektronische identificatie, met inbegrip van de verschillende veiligheidsniveaus die gelden voor de soorten diensten waartoe toegang wordt verleend;

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) een beschrijving van de authenticatiemogelijkheid;

(d) een beschrijving van de authenticatiemogelijkheid, mede voor wat betreft de verschillende veiligheidsniveaus die voor de toegang vereist zijn;

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Als de Commissie een aanmelding ontvangt nadat de periode als bedoeld in lid 2 verstreken is, wijzigt zij de lijst binnen drie maanden.

3. Als de Commissie een aanmelding ontvangt nadat de periode als bedoeld in lid 2 verstreken is, wijzigt zij de lijst binnen een maand.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures van de aanmelding als bedoeld in lid 1 en 3 definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten van de aanmelding als bedoel in lid 1 en 3 definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Bij het definiëren van omstandigheden en procedures van de aanmelding gaat het om meer dan alleen de tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Coördinatie

Coördinatie en interoperabiliteit

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten werken samen om de interoperabiliteit te waarborgen van middelen voor elektronische identificatie die vallen onder een aangemeld stelsel en om de veiligheid ervan te verhogen.

1. De lidstaten werken samen om de interoperabiliteit en technologische neutraliteit te waarborgen van middelen voor elektronische identificatie die vallen onder een aangemeld stelsel en om de veiligheid ervan te verhogen.

Motivering

De normen voor het waarborgen van technische interoperabiliteit moeten technologieneutraal zijn, zodat de verschillende keuzes die de lidstaten bij het opzetten van hun nationale stelsels voor elektronische identificatie en authenticatie hebben gemaakt, worden gerespecteerd.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Wanneer een stelsel voor elektronische identificatie de preventieve technische verificatie van de neutraliteit en interoperabiliteit die de lidstaten in het kader van het in lid 1 bedoelde samenwerkingsmechanisme verrichten, niet doorstaat, komt dat stelsel niet in aanmerking voor aanmelding in de zin van artikel 7 met het oog op de in artikel 5 bedoelde wederzijdse erkenning.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies. De lidstaten werken samen om de interoperabiliteit te waarborgen van elektronische identificatiemiddelen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie en om de veiligheid daarvan te verhogen.

Motivering

Het interoperabiliteitsmodel is cruciaal voor het welslagen van de verordening. Er is nader overleg nodig tussen de lidstaten om de bestanddelen en de werking van dit model te bepalen.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 38 betreffende het mogelijk maken van grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen gedelegeerde handelingen vast te stellen door de vaststelling van technische minimumeisen.

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 38 betreffende het mogelijk maken van grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen gedelegeerde handelingen vast te stellen door de vaststelling van technologieneutrale minimumeisen voor de verschillende veiligheidsniveaus.

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, inhoud, strekking en duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met deze wijziging wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan iedere natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in artikel 15, lid 1 vastgestelde verplichtingen, tenzij de verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

1. Een verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere schade toegebracht aan iedere entiteit of iedere natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in artikel 15, lid 1 vastgestelde verplichtingen, tenzij de verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere rechtstreekse schade toegebracht aan ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen, in het bijzonder in artikel 19, tenzij de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

2. Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten is aansprakelijk voor iedere schade toegebracht aan ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wegens verzuim om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen, in het bijzonder in artikel 19, tenzij de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan bewijzen dat hij niet nalatig heeft gehandeld.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Deze verordening laat Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 inzake het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II)1 onverlet, en doet met name geen afbreuk aan het recht dat overeenkomstig artikel 4 van de Rome II-verordening van toepassing is op een onrechtmatige daad.

 

__________________

 

1 Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 inzake het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ("Rome II"), PB L 199 van 31.7.2007, blz. 40.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Schrappen

Gegevensverwerking en ‑bescherming

 

1. Verleners van vertrouwensdiensten en toezichthoudende organen waarborgen bij het verwerken van persoonsgegevens de eerlijke en rechtmatige verwerking overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG.

 

2. Verleners van vertrouwensdiensten verwerken persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG. Dergelijke verwerking is strikt beperkt tot het minimum aan gegevens dat nodig is om een certificaat af te geven of te beheren of om een gerelateerde vertrouwensdienst te verlenen.

 

3. Verleners van vertrouwensdiensten garanderen de geheimhouding en integriteit van gegevens die verbonden zijn aan een persoon aan wie de vertrouwensdienst wordt verleend.

 

4. Onverminderd de rechtsgevolgen van pseudoniemen in het nationale recht, mogen de lidstaten niet verhinderen dat verleners van vertrouwensdiensten op certificaten voor elektronische handtekeningen een pseudoniem vermelden in plaats van de werkelijke naam van de ondertekenaar.

 

(Zie het amendement op artikel 4 bis (nieuw))

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten worden zo veel mogelijk beschikbaar gemaakt voor personen met een handicap.

Vertrouwensdiensten en eindgebruikersproducten die worden gebruikt bij de verlening van deze diensten worden beschikbaar gemaakt voor personen met een handicap, tenzij dit technisch onmogelijk is.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie stelt een vertrouwenskeurmerk in voor producten en diensten die toegankelijk zijn voor mensen met een handicap.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Normalisatie-instituten van de EU zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van beoordelingscriteria voor producten en diensten die toegankelijk zijn voor mensen met een handicap.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten wijzen een passend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Toezichthoudende organen krijgen alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.

1. De lidstaten wijzen een passend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Toezichthoudende organen krijgen de toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten wijzen een passend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Toezichthoudende organen krijgen alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.

1. De lidstaten wijzen een passend orgaan aan dat gevestigd is op hun grondgebied of, onder voorwaarde van wederzijdse toestemming, in een andere lidstaat onder de verantwoordelijkheid van de aanwijzende lidstaat. Toezichthoudende organen krijgen alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten. De lidstaten delen aan de Commissie de namen en adressen mee van de door hen aangewezen toezichthoudende organen.

(Zie het amendement op lid 4)

Motivering

Herstructurering omwille van de duidelijkheid: de bepaling is van lid 4 verplaatst naar lid 1 omdat deze bepaling en lid 1 beide betrekking hebben op de aanwijzing van toezichthoudende organen.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 39, lid 2, betreffende specifieke vormen van toezicht.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Ieder toezichthoudend orgaan doet de Commissie en de lidstaten een jaarlijks verslag toekomen over de in het afgelopen kalenderjaar uitgevoerde toezichthoudende activiteiten voor het einde van het eerste kwartaal van het volgende jaar. Dit verslag bevat ten minste:

3. Ieder toezichthoudend orgaan doet de Commissie een jaarlijks verslag toekomen over de in het afgelopen kalenderjaar uitgevoerde toezichthoudende activiteiten voor het einde van het eerste kwartaal van het volgende jaar. Dit verslag bevat ten minste:

Motivering

Het vereiste om ook aan de lidstaten een jaarlijks verslag te zenden vormt voor de toezichthoudende organen een onnodig zware belasting.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten delen aan de Commissie en de andere lidstaten de namen en adressen mee van de door hen aangewezen toezichthoudende organen.

Schrappen

(Zie het amendement op lid 1)

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de definitie van de in lid 2 bedoelde taken.

Schrappen

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid kan worden overgedragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. De voorgestelde delegatie zou meer omvatten dan louter het aanvullen of wijzigen van niet-essentiële onderdelen van de voorgestelde verordening.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures voor het in lid 3 bedoelde verslag definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten voor het in lid 3 bedoelde verslag definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Bij het definiëren van omstandigheden en procedures voor het verslag gaat het om meer dan louter tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Toezichthoudende organen moeten samenwerken met het oog op de uitwisseling van goede praktijken en elkaar zo snel mogelijk voorzien van relevante informatie en onderlinge bijstand, zodat de activiteiten op consequente wijze kunnen worden uitgevoerd. Onderlinge bijstand heeft in het bijzonder betrekking op informatieverzoeken en toezichthoudende maatregelen, zoals verzoeken om inspecties uit te voeren in verband met de veiligheidsaudits als bedoeld in de artikelen 15, 16 en 17.

1. Toezichthoudende organen moeten samenwerken met het oog op de uitwisseling van goede praktijken en elkaar zo snel mogelijk voorzien van relevante informatie en onderlinge bijstand, zodat de activiteiten als bedoeld in artikel 13 op consequente wijze kunnen worden uitgevoerd. Onderlinge bijstand heeft in het bijzonder betrekking op informatieverzoeken en toezichthoudende maatregelen, zoals verzoeken om inspecties uit te voeren in verband met de veiligheidsaudits als bedoeld in de artikelen 15, 16 en 17.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten en procedures voor de in dit artikel bedoelde onderlinge bijstand definiëren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Motivering

Bij het definiëren van formaten en procedures voor onderlinge bijstand gaat het om meer dan alleen de tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de Unie treffen passende technische en organisatorische maatregelen om de risico's te beheren in verband met de veiligheid van de door hen verleende vertrouwensdiensten. Deze maatregelen waarborgen, rekening houdend met de meest recente technische mogelijkheden, een veiligheidsniveau dat in verhouding staat tot de mate van risico. In het bijzonder worden maatregelen getroffen om de gevolgen van veiligheidsincidenten te voorkomen en tot een minimum te beperken alsmede om belanghebbenden op de hoogte te stellen van negatieve gevolgen van eventuele incidenten.

1. Verleners van vertrouwensdiensten die gevestigd zijn op het grondgebied van de Unie treffen passende technische en organisatorische maatregelen om de risico's te beheren in verband met de veiligheid van de door hen verleende vertrouwensdiensten. Dergelijke maatregelen waarborgen, rekening houdend met de meest recente technologische ontwikkelingen, een veiligheidsniveau dat in verhouding staat tot de mate van risico. In het bijzonder worden maatregelen getroffen om de gevolgen van veiligheidsincidenten te voorkomen en tot een minimum te beperken alsmede om belanghebbenden op de hoogte te stellen van de negatieve gevolgen van eventuele incidenten.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Indien de inbreuk op de veiligheid schadelijk dreigt te zijn voor de gebruikers van vertrouwensdiensten, stelt het toezichthoudende orgaan de gebruikers van vertrouwensdiensten onverwijld op de hoogte van de inbreuk op de veiligheid, teneinde hen in staat te stellen de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de nadere omschrijving van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

Schrappen

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid kan worden overgedragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. De voorgestelde delegatie zou meer omvatten dan louter het aanvullen of wijzigen van niet-essentiële onderdelen van de voorgestelde verordening.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures, met inbegrip van termijnen, definiëren die van toepassing zijn voor de doeleinden van lid 1 tot en met lid 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten definiëren die van toepassing zijn voor de doeleinden van lid 1 tot en met lid 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Bij het definiëren van omstandigheden en procedures, met inbegrip van termijnen, gaat het om meer dan louter tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de specificatie van de voorwaarden voor erkenning van het onafhankelijke orgaan dat de in lid 1 van dit artikel en in artikel 15, lid 1, en artikel 17, lid 1, bedoelde audit uitvoert.

Schrappen

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid kan worden overgedragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. De voorgestelde delegatie zou meer omvatten dan louter het aanvullen of wijzigen van niet-essentiële onderdelen van de voorgestelde verordening.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, procedures en formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1, 2 en 4. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1, 2 en 4. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Bij het definiëren van omstandigheden en procedures gaat het om meer dan louter tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten melden bij het toezichtsorgaan hun voornemen om een gekwalificeerde vertrouwensdienst op te starten en dienen bij het toezichtsorgaan een verslag in van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit, zoals bepaald in artikel 16, lid 1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen een aanvang maken met de verlening van de vertrouwensdienst zodra zij de melding en het verslag van de veiligheidsaudit bij het toezichtsorgaan hebben ingediend.

1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten melden bij het toezichtsorgaan hun voornemen om een gekwalificeerde vertrouwensdienst op te starten en dienen bij het toezichtsorgaan een verslag in van een door een erkend onafhankelijk orgaan uitgevoerde veiligheidsaudit, zoals bepaald in artikel 16, lid 1. Gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten kunnen een aanvang maken met de verlening van de vertrouwensdienst na een positieve evaluatie van de naleving overeenkomstig lid 3.

Motivering

Het lijkt voorbarig om gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten toe te staan een aanvang te maken met de verlening van de vertrouwensdienst als deze alleen nog maar een melding en het verslag van de veiligheidsaudit bij het toezichtsorgaan hebben ingediend. Alleen gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten die aan de vereisten van de verordening voldoen, moeten gerechtigd zijn om een aanvang te maken met de verlening van gekwalificeerde vertrouwensdiensten.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Zodra de desbetreffende documenten overeenkomstig lid 1 bij het toezichtsorgaan zijn ingediend, worden de gekwalificeerde dienstverleners opgenomen in de vertrouwenslijsten als bedoeld in artikel 18, met de vermelding dat de aanmelding is ingediend.

Schrappen

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de omstandigheden, formaten en procedures omschrijven die gelden voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Bij het definiëren van omstandigheden en procedures, met inbegrip van termijnen, gaat het om meer dan louter tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat stelt vertrouwenslijsten op met informatie over de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten waarvoor hij bevoegd is, samen met informatie over de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden; hij houdt deze lijst bij en publiceert ze.

1. Elke lidstaat stelt vertrouwenslijsten op met informatie over de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten als bedoeld in artikel 17 waarvoor hij verantwoordelijk is, met inbegrip van informatie die de identificatie van de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten mogelijk maakt en een indicatie van hun gekwalificeerde status, samen met informatie over de gekwalificeerde vertrouwensdiensten die door hen verleend worden; hij houdt deze lijsten bij en publiceert ze.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) dragen het risico van aansprakelijkheid voor schade door ervoor te zorgen dat zij voldoende financiële middelen tot hun beschikking hebben of door middel van een toereikende aansprakelijkheidsverzekering;

(b) zorgen ervoor dat zij met betrekking tot het risico van aansprakelijkheid voor schade, als bedoeld in artikel 8, lid 2, voldoende financiële middelen tot hun beschikking hebben of een toereikende aansprakelijkheidsverzekering afsluiten;

Motivering

Dit detail moet worden aangevuld zodat de verleners van vertrouwensdiensten weten wat er van hen verwacht wordt.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) informeren personen die gebruik wensen te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst over de precieze voorwaarden betreffende het gebruik van die dienst alvorens een contractuele verbintenis aan te gaan;

(c) informeren personen die gebruik wensen te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst over de voorwaarden betreffende het gebruik van die dienst, met inbegrip van enige beperkingen in dat gebruik, alvorens een contractuele verbintenis aan te gaan;

Motivering

Dit detail moet worden aangevuld zodat de verleners van vertrouwensdiensten weten wat er van hen verwacht wordt.

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) maken gebruik van betrouwbare systemen voor de opslag van aan hen verstrekte gegevens in een vorm die verifieerbaar is, zodat

(e) maken gebruik van betrouwbare systemen voor de opslag van aan hen verstrekte gegevens in een vorm die verifieerbaar is, zodat

– de gegevens uitsluitend publiek beschikbaar zijn wanneer de persoon aan wie de gegevens afgegeven werden, hiervoor toestemming heeft gegeven,

– de gegevens uitsluitend publiek beschikbaar zijn wanneer de persoon op wie de gegevens betrekking hebben, hiervoor toestemming heeft gegeven,

– alleen bevoegde personen gegevens kunnen invoeren en wijzigen,

– alleen bevoegde personen nieuwe gegevens kunnen invoeren en de opgeslagen gegevens kunnen wijzigen,

– de authenticiteit van de informatie kan worden gecontroleerd;

– de authenticiteit van de gegevens kan worden gecontroleerd;

Motivering

Dit detail moet worden aangevuld zodat de verleners van vertrouwensdiensten weten wat er van hen verwacht wordt.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) nemen maatregelen tegen vervalsing en diefstal van gegevens;

(f) nemen adequate maatregelen tegen vervalsing en diefstal van gegevens;

Motivering

Dit detail moet worden aangevuld zodat de verleners van vertrouwensdiensten weten wat er van hen verwacht wordt.

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) leggen gedurende een gepaste periode alle relevante informatie vast met betrekking tot de gegevens die de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heeft afgegeven en ontvangen, met name om ten behoeve van gerechtelijke procedures bewijzen te kunnen leveren. Dit vastleggen mag elektronisch plaatsvinden;

(g) leggen gedurende een gepaste periode, ook na beëindiging van de activiteiten van de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten, alle relevante informatie vast en houden deze beschikbaar met betrekking tot de gegevens die de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten heeft afgegeven en ontvangen, met name om ten behoeve van gerechtelijke procedures bewijzen te kunnen leveren. Dit vastleggen mag elektronisch plaatsvinden;

Motivering

Dit detail moet worden aangevuld zodat de verleners van vertrouwensdiensten weten wat er van hen verwacht wordt.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis) leggen een certificatendatabase aan en houden deze bij, indien de gekwalificeerde vertrouwensdienst tevens de afgifte van gekwalificeerde certificaten omvat.

Motivering

Dit detail moet worden aangevuld zodat de verleners van vertrouwensdiensten weten wat er van hen verwacht wordt.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 4 bedoelde verschillende veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen.

Schrappen

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid kan worden overgedragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. De voorgestelde delegatie zou meer omvatten dan louter het aanvullen of wijzigen van niet-essentiële onderdelen van de voorgestelde verordening.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in bijlage I vastgestelde eisen.

4. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in bijlage I vastgestelde eisen, ten einde te zorgen voor de nodige aanpassing aan de technologische ontwikkelingen.

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, de inhoud, de strekking en de duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met deze wijziging wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het opstellen van specifieke criteria waaraan de aangewezen organen zoals bedoeld in lid 1, moeten voldoen.

3. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het opstellen van specifieke criteria waaraan de aangewezen organen zoals bedoeld in lid 1, moeten voldoen, met het oog op de uitvoering van de certificatie overeenkomstig lid 1.

 

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, de inhoud, de strekking en de duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met deze wijziging wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen omstandigheden, formaten en procedures omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen formaten omschrijven die gelden voor de toepassing van lid 1. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Bij het definiëren van omstandigheden en procedures gaat het om meer dan louter tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening. Aan de Commissie moeten op dit punt dus ook geen uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 VWEU worden verleend.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in lid 1 vastgestelde eisen.

2. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in lid 1 vastgestelde eisen, ten einde te zorgen voor de nodige aanpassing aan de technologische ontwikkelingen.

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, de inhoud, de strekking en de duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met deze wijziging wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in lid 1 bepaalde eisen.

2. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere specificatie van de in lid 1 bepaalde eisen, ten einde te zorgen voor de nodige aanpassing aan de technologische ontwikkelingen.

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, de inhoud, de strekking en de duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met deze wijziging wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de in lid 4 bedoelde verschillende veiligheidsniveaus voor elektronische zegels.

Schrappen

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de nadere specificatie van de in bijlage III bepaalde eisen.

4. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de nadere specificatie van de in bijlage III bepaalde eisen, ten einde te zorgen voor de nodige aanpassing aan de technologische ontwikkelingen.

Motivering

Artikel 290 VWEU bepaalt dat in wetgevingshandelingen de doelstellingen, de inhoud, de strekking en de duur van de bevoegdheidsdelegatie uitdrukkelijk moeten worden afgebakend. Met deze wijziging wordt de bevoegdheidsdelegatie verduidelijkt.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie wordt voor een onbepaalde periode vanaf het in werking treden van de verordening gemachtigd om de in artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3 en artikel 37, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen.

2. De Commissie wordt voor een onbepaalde periode vanaf het in werking treden van de verordening gemachtigd om de in artikel 8, lid 3, artikel 18, lid 5, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen.

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk tijdstip door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3. De in artikel 8, lid 3, artikel 18, lid 5, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk tijdstip door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 13, lid 5, artikel 15, lid 5, artikel 16, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 6, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 18, lid 5, artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 2, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 30, lid 2, artikel 31, artikel 35, lid 3, en artikel 37, lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het eerste verslag wordt uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ingediend. Daarna worden de volgende verslagen om de vier jaar ingediend.

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening, met name met het oog op de verwezenlijking van het doel van de verordening, te weten de ontwikkeling van de digitale interne markt door middel van het bevorderen van het vertrouwen in veilige grensoverschrijdende elektronische transacties. In dat verslag wordt onder meer rekening gehouden met marktontwikkelingen en juridische en technologische ontwikkelingen. Voorts gaat het verslag, indien nodig, vergezeld van passende wetgevingsvoorstellen. Het eerste verslag wordt uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ingediend. Daarna worden de volgende verslagen om de vier jaar ingediend.

PROCEDURE

Titel

Elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2012)0238 – C7-0133/2012 – 2012/0146(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

14.6.2012

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

14.6.2012

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Alajos Mészáros

11.12.2012

Behandeling in de commissie

24.4.2013

 

 

 

Datum goedkeuring

20.6.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Raffaele Baldassarre, Luigi Berlinguer, Sebastian Valentin Bodu, Françoise Castex, Christian Engström, Marielle Gallo, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Klaus-Heiner Lehne, Antonio Masip Hidalgo, Jiří Maštálka, Alajos Mészáros, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Dimitar Stoyanov, Rebecca Taylor, Alexandra Thein, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Sergio Gaetano Cofferati, Eva Lichtenberger, Angelika Niebler, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Frédérique Ries, Nikolaos Salavrakos, Jacek Włosowicz


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (9.7.2013)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt

(COM(2012)0238 – C7‑0133/2012 – 2012/0146(COD))

Rapporteur voor advies: Jens Rohde

BEKNOPTE MOTIVERING

Doel van dit voorstel voor een verordening is de totstandkoming van wederzijdse erkenning van aangemelde stelsels voor elektronische identificatie en elektronische vertrouwensdiensten, met het oog op ontwikkeling van de interne markt. Het rechtskader van de huidige Richtlijn 1999/93/EG betreffende elektronische handtekeningen wordt met dit voorstel uitgebreid.

De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie, waarin een oplossing wordt gezocht voor de problemen die voortvloeien uit de huidige richtlijn. Enerzijds wordt het rechtskader versterkt, en anderzijds biedt het voorstel meer rechtszekerheid. De rapporteur stemt dus in met de keuze voor een verordening in plaats van een richtlijn.

Naar mening van de rapporteur is de verordening een zeer noodzakelijke eerste stap voor de ontwikkeling van een goed functionerende interne digitale markt. Wanneer de interne digitale markt goed functioneert, zal het voor bedrijven en consumenten veel gemakkelijker worden om grensoverschrijdende elektronische transacties te verrichten en zal het vertrouwen in elektronische transacties toenemen.

De rapporteur steunt de inspanningen van de Commissie die gericht zijn op het combineren van het grotendeels gedifferentieerde gebruik van elektronische identificatiestelsels in de diverse lidstaten met een sterk mechanisme voor wederzijdse erkenning.

De verordening biedt echter geen model dat een adequaat veiligheidsniveau op basis van bestaande ervaring garandeert.

Daarom stelt de rapporteur voor de veiligheidsniveaus in de verordening te definiëren en zo eventuele dubbelzinnigheden uit de weg te ruimen en ervoor te zorgen dat de verordening in de praktijk functioneert. Daarom is een aantal gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen geschrapt.

Een ander veiligheidsgerelateerd probleem betreft de regulering van vertrouwensdiensten. De rapporteur van mening is dat duidelijk moet worden gemaakt of vertrouwensdiensten die voorkomen op de vertrouwenslijst zijn goedgekeurd of nog altijd wachten op een bevestiging van overeenstemming met de vereisten.

Wat betreft het stelsel voor elektronische identificatie en de vertrouwensdiensten wordt met de ingediende amendementen beoogd onnodige bureaucratie binnen de toezichtmechanismen terug te dringen, zodat de lidstaten en ondernemingen ontlast worden en een helder en bondig coördinatiemechanisme kan worden gewaarborgd.

Ten slotte raken de amendementen aan het onderwerp aansprakelijkheid, dat in het Commissievoorstel te breed is gedefinieerd. Dit kan onbedoelde obstakels creëren voor een verdere ontwikkeling op digitaal vlak.

AMENDEMENTEN

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Vanwege van het hoge tempo van de technologische veranderingen dient deze verordening de mogelijkheid tot innovatie te bieden.

(20) Vanwege het hoge tempo van de technologische veranderingen dient deze verordening de mogelijkheid tot innovatie te bieden waarbij echter altijd de consument en zijn belangen centraal worden gesteld.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) In overeenstemming met de verplichtingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat in de EU in werking is getreden, moeten personen met een handicap in staat zijn de geleverde vertrouwensdiensten en de producten voor de eindgebruiker die bij het leveren van deze diensten gebruikt worden, op dezelfde basis als andere consumenten te gebruiken.

(23) In overeenstemming met de verplichtingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat in de EU in werking is getreden en overeenkomstig het voorstel van de Commissie inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties1, moeten personen met een handicap in staat zijn de geleverde vertrouwensdiensten en de producten voor de eindgebruiker die bij het leveren van deze diensten gebruikt worden, op dezelfde basis als andere consumenten te gebruiken.

 

__________________

 

1Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties (COM(2012)0721).

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis) Elektronische identificatieregelingen moeten voldoen aan Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens1, die van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten uit hoofde van deze verordening en onder het toezicht van de bevoegde instanties van de lidstaten, met name de onafhankelijke overheidsinstanties die door de lidstaten zijn aangewezen.

 

__________________

 

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Toezichtsorganen moeten samenwerken en informatie uitwisselen met overheidsdiensten voor gegevensbescherming om te waarborgen dat de dienstverleners de wetgeving voor gegevensbescherming op de juiste wijze toepassen. De uitwisseling van informatie moet in het bijzonder veiligheidsproblemen en inbreuken op persoonsgegevens bestrijken.

(25) Toezichtsorganen in de lidstaten moeten samenwerken en informatie uitwisselen met overheidsdiensten voor gegevensbescherming om te waarborgen dat de dienstverleners de wetgeving voor gegevensbescherming op de juiste wijze toepassen. De uitwisseling van informatie moet in het bijzonder veiligheidsproblemen en inbreuken op persoonsgegevens bestrijken.

Motivering

De rapporteur is van mening dat de lidstaten moeten samenwerken wanneer zij harmonisatie op digitaal gebied tot stand willen brengen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30) Om de Commissie en de lidstaten in staat te stellen de doeltreffendheid van het in deze verordening voorziene aanmeldingsmechanisme voor inbreuken te beoordelen, worden de toezichtsorganen verzocht beknopte informatie te verstrekken aan de Commissie en het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA).

(30) Om de Commissie en de lidstaten in staat te stellen de doeltreffendheid van het in deze verordening voorziene aanmeldingsmechanisme voor inbreuken te beoordelen, worden de toezichtsorganen verzocht beknopte informatie te verstrekken aan het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA).

Motivering

De rapporteur meent dat één contactpunt voldoende is voor het verstrekken van informatie.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49) Om bepaalde technische aspecten van deze verordening op een flexibele en snelle manier aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de interoperabiliteit van elektronische identificatie; eisen die aan verleners van vertrouwensdiensten worden gesteld met betrekking tot veiligheidsmaatregelen; erkende onafhankelijke organen die verantwoordelijk zijn voor het houden van audits van dienstverleners; vertrouwenslijsten; eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische handtekeningen; eisen met betrekking tot de validering en bewaring van gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen; de organen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van middelen voor het aanmaken van gekwalificeerde elektronische handtekeningen; de eisen met betrekking tot de veiligheidsniveaus van elektronische zegels en met betrekking tot gekwalificeerde certificaten voor elektronische zegels; en de interoperabiliteit tussen bezorgingsdiensten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

Schrappen

Motivering

Naar mening van de rapporteur moet dit plaatsvinden voordat de verordening in werking treedt en niet pas door middel van gedelegeerde handelingen (vergelijk het volgende amendement). Deze overweging is dan ook overbodig.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder lidstaten elektronische identificatiemiddelen van natuurlijke personen en rechtspersonen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie erkennen en aanvaarden.

2. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder lidstaten elektronische identificatiemiddelen van enige entiteit, natuurlijke personen of rechtspersonen die vallen onder een aangemeld stelsel voor elektronische identificatie erkennen en aanvaarden.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

3. Deze verordening stelt een rechtskader vast voor elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische validering en verificatie, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, diensten voor elektronische bezorging en website-authenticatie.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt verstrekt door, namens of onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en op verleners van vertrouwensdiensten die in de Unie zijn gevestigd.

1. Deze verordening is van toepassing op elektronische identificatie die wordt verstrekt door, namens, onder de verantwoordelijkheid of onder toezicht van de lidstaten.

Motivering

De rapporteur is van mening dat de lidstaten de mogelijkheid moeten krijgen eID uit te besteden aan derden die alleen onder toezicht van de lidstaten staan.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Deze verordening is van toepassing op in de Unie gevestigde verleners van vertrouwensdiensten.

Motivering

De rapporteur wil uitdrukkelijk vermelden dat de verordening twee verschillende onderwerpen aan de orde stelt.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op ondubbelzinnige wijze een natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden;

(1) "elektronische identificatie": het gebruik van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op ondubbelzinnige wijze een entiteit, een natuurlijke persoon of rechtspersoon of een pseudoniem daarvan aanduiden;

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) "elektronisch identificatiemiddel": een materiële of immateriële eenheid die gegevens bevat als bedoeld in punt 1 van dit artikel en die gebruikt wordt voor de onlinetoegang tot diensten als bedoeld in artikel 5;

(2) "elektronisch identificatiemiddel": een materiële of immateriële eenheid die gegevens bevat als bedoeld in punt 1 van dit artikel en die gebruikt wordt voor de toegang tot elektronische diensten als bedoeld in artikel 5;

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens van een natuurlijk persoon of rechtspersoon koppelt aan het certificaat en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

(10) "certificaat": een elektronische attestering die elektronische handtekeningen- of zegelvalideringsgegevens van een entiteit, een natuurlijke persoon of rechtspersoon koppelt aan het certificaat en bevestigt dat die gegevens en die persoon bij elkaar horen;

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) "vertrouwensdienst": iedere elektronische dienst bestaande uit het aanmaken, verifiëren, valideren, hanteren en bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, elektronische bezorgingsdiensten, website-authenticatie en elektronische certificaten, met inbegrip van certificaten voor elektronische handtekeningen en voor elektronische zegels;

(12) "vertrouwensdienst": iedere elektronische dienst bestaande uit onder andere het aanmaken, verifiëren, valideren, hanteren en bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, elektronische documenten, elektronische bezorgingsdiensten, website-authenticatie en elektronische certificaten, met inbegrip van certificaten voor elektronische handtekeningen en voor elektronische zegels;

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst