Procedure : 2013/0023(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0018/2014

Ingediende teksten :

A7-0018/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2014 - 14.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0441

VERSLAG     ***I
PDF 539kWORD 268k
10.1.2014
PE 510.737v04-00 A7-0018/2014

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad

(COM(2013)0042 – C7‑0033/2013 – 2013/0023(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Anthea McIntyre

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad

(COM(2013)0042 – C7‑0033/2013 – 2013/0023(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0042),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0033/2013),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 mei 2013(1),

–   gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 28 mei 2013(2),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A7‑0018/2014),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Als gezamenlijke munt van de lidstaten van de eurozone is de euro een belangrijke factor geworden in de economie van de Unie en het dagelijks leven van haar burgers. Het is in het belang van de Unie als geheel om elke activiteit die de echtheid van de euro door middel van vervalsing in gevaar zou kunnen brengen, te bestrijden en te vervolgen.

(1) Als gezamenlijke munt van de lidstaten van de eurozone is de euro een belangrijke factor geworden in de economie van de Unie en het dagelijks leven van haar burgers. Sinds de invoering van de euro in 2002 beloopt de financiële schade als gevolg van valsmunterij echter ten minste 500 miljoen EUR, aangezien de munt een voortdurend doelwit is voor georganiseerde misdaadgroepen die actief zijn op het gebied van valsmunterij. Het is in het belang van de Unie als geheel om elke activiteit die de echtheid van de euro door middel van vervalsing in gevaar zou kunnen brengen, te bestrijden en te vervolgen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Vals geld heeft bijzonder schadelijke gevolgen voor de maatschappij. Valsemunterij berokkent zowel burgers als bedrijven financiële schade omdat vals geld, zelfs wanneer dit in goed vertrouwen werd aanvaard, niet wordt vergoed. Het is van wezenlijk belang dat het vertrouwen van burgers, bedrijven en financiële instellingen in de echtheid van biljetten en muntstukken niet wordt beschaamd.

(2) Vals geld heeft bijzonder schadelijke gevolgen voor de maatschappij. Valsemunterij berokkent zowel burgers als bedrijven financiële schade omdat vals geld, zelfs wanneer dit in goed vertrouwen werd aanvaard, niet wordt vergoed. Het is van wezenlijk belang dat het vertrouwen van burgers, bedrijven en financiële instellingen in de echtheid van biljetten en muntstukken niet wordt beschaamd, en het is net zo belangrijk om burgers te beschermen tegen valsmunterij bij de uitoefening van hun recht op vrij verkeer, werk en verblijf in de Unie.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Het is van fundamenteel belang dat gezorgd wordt voor doeltreffende en efficiënte strafrechtelijke maatregelen om de euro en andere munten die wettelijk in omloop mogen zijn, in alle lidstaten een passende bescherming te bieden.

(3) Het is van fundamenteel belang dat de lidstaten alle nodige maatregelen treffen om de euro en andere munten die wettelijk in omloop mogen zijn bescherming te bieden. Die maatregelen dienen zowel preventieve als handhavingsmaatregelen te omvatten.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Een van de belangrijkste preventieve maatregelen die de EU dient te treffen is het afschaffen van de bankbiljetten van 500 EUR, aangezien is aangetoond dat meer dan 90 % van deze bankbiljetten uitsluitend door de georganiseerde misdaad wordt gebruikt.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Om de euro en andere munten te kunnen beschermen, moeten een gemeenschappelijke definitie van de strafbare feiten die verband houden met valsemunterij, en gemeenschappelijke soorten sancties voor zowel natuurlijke als rechtspersonen worden vastgesteld. Om samenhang met het Verdrag van Genève te garanderen, dient deze richtlijn dezelfde feiten strafbaar te stellen als het Verdrag. De vervaardiging en verspreiding van valse bankbiljetten en munten moet dan ook strafbaar worden gesteld. Belangrijke hieraan voorafgaande voorbereidende werkzaamheden, bijvoorbeeld de productie van werktuigen en bestanddelen om vals geld te vervaardigen, moeten eveneens strafbaar worden gesteld. Gemeenschappelijk doel van deze definities van strafbare feiten is een afschrikkende werking uit te oefenen op elke handeling die verband houdt met valse bankbiljetten en muntstukken alsook werktuigen en gereedschap voor valsemunterij.

(10) Om de euro en andere munten te kunnen beschermen, moeten een gemeenschappelijke definitie van de strafbare feiten die verband houden met valsemunterij, en doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor zowel natuurlijke als rechtspersonen worden vastgesteld. Om samenhang met het Verdrag van Genève te garanderen, dient deze richtlijn dezelfde feiten strafbaar te stellen als het Verdrag. De vervaardiging en verspreiding van valse bankbiljetten en munten moet dan ook strafbaar worden gesteld. Belangrijke hieraan voorafgaande voorbereidende werkzaamheden, bijvoorbeeld de productie van werktuigen en bestanddelen om vals geld te vervaardigen, moeten eveneens strafbaar worden gesteld. Gemeenschappelijk doel van deze definities van strafbare feiten is een afschrikkende werking uit te oefenen op elke handeling die verband houdt met valse bankbiljetten en muntstukken alsook werktuigen en gereedschap voor valsemunterij.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) Het is van wezenlijk belang dat het vertrouwen van burgers, bedrijven en financiële instellingen in de echtheid van biljetten en muntstukken niet wordt beschaamd. Vals geld veroorzaakt zowel in de lidstaten als in derde landen aanzienlijke geldelijke en niet-geldelijke schade aan de samenleving, personen en bedrijven. De consument kan zich zorgen gaan maken of zijn contant geld voldoende is beveiligd en de angst kan bij hem postvatten dat hij valse biljetten en muntstukken krijgt. Ten gevolge hiervan kan de consument de voorkeur gaan geven aan andere betalingswijzen dan contant geld. Vals geld kan aldus gevolgen hebben voor het geldcirculatiesysteem, doordat mensen kiezen voor andere betalingswijzen. Valsemunterijdelicten hebben vaak een grensoverschrijdend karakter en er is in veel gevallen sprake van banden met de georganiseerde misdaad.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Met betrekking tot de in deze richtlijn opgenomen delicten moet het voornemen gelden voor alle bestanddelen van de in deze richtlijn genoemde delicten. Dat een handeling of nalaten opzettelijk is kan worden afgeleid uit objectieve en feitelijke omstandigheden. Feiten die zonder opzet zijn gepleegd door een natuurlijke persoon vallen niet onder deze richtlijn.

Motivering

Het EU-strafrecht dient als extrema ratio te gelden en in beginsel enkel betrekking te hebben op opzettelijke handelingen of nalatigheid.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Sancties voor valsemunterij moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn in de hele Unie.

Schrappen

Motivering

Deze tekst zit vervat in het amendement op overweging 10.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De lidstaten moeten daarom zorgen voor bepaalde soorten minimumstraffen en minimumstrafmaten. De meeste lidstaten hebben al invulling gegeven aan het begrip van een minimumstrafmaat. Eenzelfde aanpak op het niveau van de Unie is logisch en passend.

(16) De lidstaten moeten daarom zorgen voor minimale maximumstraffen. Gezien de grote verschillen tussen de lidstaten in de praktijken voor straftoemeting en strafvervolging zou de invoering van minimumstraffen voor eurovervalsing en de vervalsing van andere munten kunnen leiden tot ongelijke minimumstraffen binnen eenzelfde nationaal rechtsstelsel.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De strafmaat dient voldoende hoog te liggen om een doeltreffende en afschrikkende werking te kunnen hebben maar moet evenredig blijven met de strafbare feiten. In ernstige gevallen, d.w.z. voor de voornaamste strafbare feiten van vervaardiging en verspreiding van vals geld waarbij het gaat om een grote hoeveelheid valse bankbiljetten en muntstukken of bijzonder ernstige omstandigheden, dient voor natuurlijke personen dan ook een minimale gevangenisstraf van ten minste zes maanden en een maximale gevangenisstraf van ten minste acht jaar te gelden.

(17) De strafmaat dient voldoende hoog te liggen om een doeltreffende en afschrikkende werking te kunnen hebben maar moet evenredig blijven met de strafbare feiten.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) De minimumstraf van zes maanden zorgt er mede voor dat de rechtshandhavingsinstanties en de gerechtelijke autoriteiten gelijke prioriteit geven aan vervalsing van de euro en van andere munten en vergemakkelijkt zo de grensoverschrijdende samenwerking. Ook "forum-shopping" wordt op die manier minder interessant. Bovendien kunnen veroordeelde valsemunters met behulp van een Europees aanhoudingsbevel worden uitgeleverd zodat een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel kan worden uitgevoerd.

(18) De rechtshandhavingsinstanties en de gerechtelijke autoriteiten dienen gelijke prioriteit te geven aan vervalsing van de euro en van andere munten; Dit vergemakkelijkt de grensoverschrijdende samenwerking, onder meer door middel van het Europees aanhoudingsbevel, en vermindert het risico op "forum-shopping".

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben een korte gevangenisstraf op te leggen of af te zien van een gevangenisstraf wanneer de totale nominale waarde van de valse bankbiljetten en muntstukken verwaarloosbaar is of wanneer de omstandigheden niet bijzonder ernstig zijn. Deze waarde dient te worden vastgesteld op 5 000 euro, oftewel tienmaal de hoogste denominatie van de euro, voor gevallen waarin andere straffen dan een gevangenisstraf gelden en op minder dan 10 000 euro voor gevallen waarin een gevangenisstraf van minder dan zes maanden geldt.

(19) De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben een korte gevangenisstraf op te leggen of af te zien van een gevangenisstraf wanneer de totale potentiële of nominale waarde van de valse bankbiljetten en muntstukken verwaarloosbaar is of wanneer de omstandigheden niet bijzonder ernstig zijn.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Om gevallen van valsemunterij naar behoren te kunnen onderzoeken en juridisch te kunnen vervolgen, moeten diegenen die dergelijke gevallen onderzoeken en vervolgen, toegang hebben tot de onderzoeksmiddelen die gebruikt worden bij de bestrijding van georganiseerde misdaad of andere ernstige misdaden. Het kan daarbij onder meer gaan om het onderscheppen van gesprekken, geheime observatie, onder meer met elektronische middelen, toezicht op bankrekeningen of andere financiële onderzoeken, daarbij rekening houdend met, onder andere, het evenredigheidsbeginsel en de aard en ernst van de onderzochte strafbare feiten.

(22) Om gevallen van valsemunterij naar behoren te kunnen onderzoeken en juridisch te kunnen vervolgen, moeten diegenen die dergelijke gevallen onderzoeken en vervolgen, toegang hebben tot de onderzoeksmiddelen die gebruikt worden bij de bestrijding van georganiseerde misdaad of andere ernstige misdaden. Het kan daarbij onder meer gaan om het onderscheppen van gesprekken, geheime observatie, onder meer met elektronische middelen, toezicht op bankrekeningen of andere financiële onderzoeken, daarbij rekening houdend met, onder andere, het evenredigheidsbeginsel en de aard en ernst van de onderzochte strafbare feiten, alsook met het recht op bescherming van persoonsgegevens.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) De lidstaten moeten hun rechtsmacht vestigen in overeenstemming met het Verdrag van Genève en de bepalingen inzake de rechterlijke bevoegdheid in ander strafrecht van de Unie, d.w.z. voor op hun grondgebied gepleegde strafbare feiten en voor strafbare feiten die door hun onderdanen zijn gepleegd. De cruciale rol van de euro voor de economie en de samenleving van de Europese Unie en de specifieke dreiging voor de euro als mondiaal belangrijke munt vergen een aanvullende maatregel ter bescherming van deze munt. Elke lidstaat die de euro als munt heeft, moet derhalve universele rechtsmacht uitoefenen voor strafbare feiten in verband met de euro die buiten de Europese Unie zijn gepleegd, wanneer de dader zich op zijn grondgebied bevindt of wanneer op zijn grondgebied nagemaakte euro's worden ontdekt die hiermee samenhangen. Bij de uitoefening van universele rechtsmacht moeten de lidstaten het evenredigheidsbeginsel in acht nemen, met name wat betreft veroordelingen van dezelfde handelingen door een derde land.

(23) De lidstaten moeten hun rechtsmacht vestigen in overeenstemming met het Verdrag van Genève en de bepalingen inzake de rechterlijke bevoegdheid in ander strafrecht van de Unie, d.w.z. voor op hun grondgebied gepleegde strafbare feiten en voor strafbare feiten die door hun onderdanen zijn gepleegd, met dien verstande dat strafbare feiten het best kunnen worden behandeld door het strafrechtelijk systeem van de lidstaat waar zij worden begaan. Het beginsel van ne bis in idem moet worden geëerbiedigd, wat inhoudt dat niemand mag worden berecht voor een strafbaar feit waarvoor hij in een eerder proces bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze richtlijn bevat minimumregels met betrekking tot de definitie van strafbare feiten en sancties op het gebied van valsemunterij van de euro en andere munten. Ze bevat tevens gemeenschappelijke bepalingen om dergelijke strafbare feiten harder te bestrijden en het onderzoek van deze delicten te verbeteren.

1. Deze richtlijn bevat minimumregels met betrekking tot de definitie van strafbare feiten en sancties op het gebied van valsemunterij van de euro en andere munten. Ze bevat tevens gemeenschappelijke bepalingen om dergelijke strafbare feiten harder te bestrijden, het onderzoek van deze delicten te verbeteren en een betere coördinatie van de maatregelen ter bestrijding van valsmunterij tussen de nationale overheden binnen en buiten de eurozone te verzekeren.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) "rechtspersoon": ieder lichaam met rechtspersoonlijkheid krachtens het toepasselijke recht, met uitzondering van staten of overheidsinstanties bij de uitoefening van hun openbare macht en van publiekrechtelijke internationale organisaties;

b) "rechtspersoon": ieder lichaam met rechtspersoonlijkheid krachtens het toepasselijke recht, met uitzondering van staten;

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) het bedrieglijk in omloop brengen van valse munt;

b) het doorgeven van valse munt;

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i) werktuigen, voorwerpen, computerprogramma's of andere middelen welke naar hun aard bestemd zijn voor de vervaardiging van valse munt dan wel voor de verandering van munt, of

(i) werktuigen, voorwerpen, computerprogramma's of andere middelen welke specifiek bestemd zijn voor de vervaardiging van valse munt dan wel voor de verandering van munt, of

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter d – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) hologrammen of andere muntbestanddelen die worden gebruikt om munt tegen valsemunterij te beveiligen.

(ii) hologrammen, watermerken of andere muntbestanddelen die worden gebruikt om munt tegen valsemunterij te beveiligen.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in lid 1 bedoelde handelingen omvatten ook handelingen met betrekking tot biljetten en muntstukken die nog niet zijn uitgegeven maar bestemd zijn om in omloop te worden gebracht en wettig betaalmiddel zijn.

3. De in lid 1 bedoelde handelingen omvatten ook handelingen met betrekking tot biljetten of muntstukken die nog niet zijn uitgegeven maar bestemd zijn om in omloop te worden gebracht en wettig betaalmiddel zijn.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de artikelen 3 en 4 bedoelde handelingen worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties, waaronder boetes en gevangenisstraf.

1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de artikelen 3 en 4 bedoelde handelingen overeenkomstig de nationale wetgeving worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties, waaronder boetes en gevangenisstraf.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale waarde van minder dan 5 000 euro en waarbij zich geen strafverzwarende omstandigheden voordoen, kunnen de lidstaten een andere straf vaststellen dan gevangenisstraf.

2. Onverminderd lid 4 kunnen de lidstaten voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten een andere straf vaststellen dan gevangenisstraf.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale waarde van ten minste 5 000 euro geldt een gevangenisstraf met een maximale duur van ten minste acht jaar.

Schrappen

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale waarde van ten minste 10 000 euro of waarbij zich strafverzwarende omstandigheden voordoen geldt

4. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten geldt overeenkomstig nationaal recht een minimale maximumstraf van acht jaar gevangenisstraf.

(a) een minimumstraf van ten minste zes maanden gevangenisstraf;

 

(b) een maximumstraf van ten minste acht jaar gevangenisstraf.

 

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Bij de toepassing en de uitvoering van de straffen voor strafrechtelijke delicten in de zin van deze richtlijn, passen de lidstaten de algemene regels en beginselen van het nationale strafrecht toe op grond van de concrete omstandigheden van elk geval afzonderlijk.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De controleurs belast met de controle van de jaarrekeningen van rechtspersonen melden de vastgestelde inbreuken in de zin van de artikelen 3 en 4 van deze richtlijn aan de bevoegde gerechtelijke instanties, zonder dat zij vanwege die melding aansprakelijk gesteld kunnen worden.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de in de artikelen 3 en 4 genoemde delicten, wanneer:

1. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de in de artikelen 3 en 4 genoemde delicten, wanneer, vooropgesteld dat territorialiteit de meest bepalende factor is:

(a) het delict geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied is gepleegd of

(a) het delict geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied is gepleegd of

(b) het delict door een van zijn onderdanen is gepleegd.

(b) het delict door een van zijn onderdanen is gepleegd.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Iedere lidstaat die de euro als munt heeft, neemt de nodige maatregelen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de in de artikelen 3 en 4 genoemde delicten die buiten de Europese Unie zijn gepleegd, ten minste wanneer deze betrekking hebben op de euro en wanneer

Schrappen

(a) de persoon die het delict heeft gepleegd, zich op het grondgebied van de lidstaat bevindt; of

 

(b) valse eurobiljetten of -munten die verband houden met het delict, in de lidstaat zijn ontdekt.

 

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met het oog op de vervolging van al deze delicten neemt iedere lidstaat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zijn rechtsmacht niet afhangt van de voorwaarde dat de handelingen strafbaar zijn gesteld op de plaats waar zij zijn gepleegd.

Schrappen

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De lidstaten onthouden zich van strafvervolging wanneer de in de artikelen 3 en 4 bedoelde handelingen reeds het voorwerp zijn geweest van strafvervolging waarbij de verdachte bij einduitspraak is vrijgesproken of veroordeeld.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Verzamelen van gegevens over het aantal gevallen waarbij valse eurobiljetten en ‑munten zijn ontdekt

 

De lidstaten verzamelen geregeld betrouwbare gegevens over het aantal gevallen waarbij valse eurobiljetten en -munten zijn ontdekt, met name wanneer er strafrechtelijke vervolging is ingesteld en deze tot resultaten heeft geleid. Deze gegevens moeten ter beschikking worden gesteld aan OLAF.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer deze exemplaren van biljetten en munten waarvan vermoed wordt dat ze vals zijn, niet kunnen worden verstrekt omdat zij als bewijsmateriaal dienen in strafrechtelijke procedures om een eerlijke en doeltreffende rechtsgang en het recht van verdediging van de verdachte te waarborgen, wordt het nationale analysecentrum en het nationale analysecentrum voor muntstukken hiertoe onverwijld toegang verleend.

2. Wanneer deze exemplaren van biljetten en munten waarvan vermoed wordt dat ze vals zijn, niet kunnen worden verstrekt omdat zij als bewijsmateriaal dienen in strafrechtelijke procedures om een eerlijke en doeltreffende rechtsgang en het recht van verdediging van de verdachte te waarborgen, wordt het nationale analysecentrum en het nationale analysecentrum voor muntstukken hiertoe onverwijld toegang verleend. De gerechtelijke autoriteiten verschaffen het nationale analysecentrum onmiddellijk nadat het proces is afgelopen de nodige exemplaren van elk type bankbiljet waarvan wordt vermoed dat het vals is, en het nationale analysecentrum voor muntstukken de nodige exemplaren van elk type munt waarvan wordt vermoed dat zij vals is.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Verslag van de Europese Centrale Bank

 

Uiterlijk …* legt de Europese Centrale Bank in overleg met de Commissie een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad over de biljetten van 200 euro en 500 euro. In dat verslag wordt nagegaan of de uitgifte van deze biljetten gerechtvaardigd is, met name gelet op het risico van valsemunterij en het witwassen van geld. Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel voor een besluit.

 

______________

 

* PB datum invoegen: één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verslaglegging door de Commissie en toetsing

Verslaglegging door de Commissie en toetsing - slotbepalingen

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie streeft er namens de Unie naar met derde landen die de euro als munt gebruiken, passende overeenkomsten te sluiten om elke activiteit die de echtheid van de euro door middel van vervalsing in gevaar zou kunnen brengen, te bestrijden en te straffen en om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

(1)

PB C 271 van 19.9.2013, blz. 42.

(2)

PB C 179 van 25.6.2013, blz. 9.


TOELICHTING

Dit korte verslag heeft betrekking op aanbevelingen die de lidstaten ertoe aanmoedigen het strafbare feit van valsemunterij aan te pakken op een wijze die zij adequaat achten. Het amendement op artikel 8 wordt ingediend om het primaat van de territorialiteit bij het vaststellen van de rechterlijke bevoegdheid te waarborgen, daar het noch praktisch, noch billijk is om van de lidstaten te verwachten dat zij de verantwoordelijkheid nemen voor delicten die door een van hun onderdanen buiten hun grondgebied worden begaan.

Volgens gegevens van de Europese Centrale Bank werden er in 2012 in totaal 184 000 valse euromunten uit de circulatie gehaald, en 531 000 valse eurobiljetten. OLAF schat dat vervalsing van de euro het Europese bedrijfsleven en de consument ca. 500 miljoen EUR heeft gekost sinds de invoering van de euro in 2002; dit zijn rechtstreekse verliesposten voor consumenten en bedrijven, aangezien valse munten en bankbiljetten niet worden vergoed.

De euro is de op één na meest gebruikte valuta in de wereld, en dit maakt de munt tot doelwit van de georganiseerde misdaad die gespecialiseerd is in het namaken van geld. Europol besteedt veel tijd en middelen aan het in beslag nemen van valse euromunten en -biljetten en het ontmantelen van illegale drukkerijen.

De Europese Commissie is van mening dat een geharmoniseerde aanpak om strafrechtelijke sancties vast te stellen een nuttig afschrikkingsinstrument zou zijn, hoewel een aanzienlijk aantal lidstaten deze sancties als te ambitieus en in strijd met het subsidiariteitsbeginsel beschouwt. Daarnaast zal, gezien de aanzienlijke economische verschillen tussen de lidstaten, de invoering van geharmoniseerde minimumsancties waarschijnlijk leiden tot een uiteenlopend afschrikwekkend effect in de Unie en daarom contraproductief zijn.


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (25.9.2013)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad

(COM(2013)0042 – C7‑0033/2013 – 2013/0023(COD))

Rapporteur voor advies: Pablo Zalba Bidegain

BEKNOPTE MOTIVERING

Dit richtlijnvoorstel beoogt modernisering van het bestaande EU-kader voor de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij. Het vervangt Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van 28 juni 2011 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij en gaat daarbij op een aantal punten een stap verder, in het bijzonder wat betreft de sancties, de instrumenten voor het doen van onderzoek naar ernstige gevallen van valsemunterij en de verplichte doorgifte van vermoedens van valsemunterij aan de nationale analysecentra (NAC’s) en de nationale analysecentra voor munten (NACM’s).

De rapporteur is verheugd over dit voorstel en met name over de harmonisatie van de sancties. Een minimumharmonisatie van de sancties is gerechtvaardigd, gezien het feit dat de euro als gemeenschappelijke munteenheid van 17 lidstaten een belangrijke rol voor de economische en financiële integratie in de EU speelt, en gezien het gegeven dat het vertrouwen van de burgers van de EU essentieel is voor de financiële stabiliteit. Vandaar dat voor de euro in de hele EU een equivalent beschermingsniveau tot stand moet worden gebracht.

De rapporteur stelt de volgende amendementen voor:

- Openbaarmaking van veroordelingen

Teneinde ervoor te zorgen dat sancties doeltreffend en dissuasief zijn, moeten veroordelingen openbaar worden gemaakt, tenzij de openbaarmaking lopende officiële onderzoeken ernstig in gevaar zou brengen.

- Evenredigheid van de sancties

Overeenkomstig de grondbeginselen van evenredigheid en subsidiariteit moeten de nationale autoriteiten erop toezien dat sancties evenredig zijn. Dit moet nader worden verduidelijkt in een nieuwe alinea in artikel 5, lid 1.

- Toepassingsgebied: valse biljetten en muntstukken waarvan het productieproces nog niet is afgerond

Het concept valse biljetten en muntstukken moet niet beperkt zijn tot volledig vervaardigde valse biljetten en muntstukken, maar moet ook betrekking hebben op valse biljetten en muntstukken waarvan het productieproces nog niet is afgerond.

Deze valse biljetten en muntstukken (waarvan het productieproces nog niet is afgerond) hebben geen nominale waarde, maar slechts een potentiële nominale waarde, en met dit feit moet rekening worden gehouden bij de vaststelling van evenredige sancties zoals bedoeld in artikel 5 van het richtlijnvoorstel. Dit betekent dat overweging 19 en artikel 15 moeten worden gewijzigd middels de opname van een referentie aan de potentiële nominale waarde van valse biljetten en muntstukken waarvan het productieproces nog niet is afgerond. De potentiële nominale waarde moet één van de criteria zijn waarmee rekening wordt gehouden bij de vaststelling van evenredige sancties voor feiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, punten a) t/m c), van het voorstel voor een richtlijn.

- Toepassingsgebied: de euro en andere munten

Overeenkomstig het beginsel van non-discriminatie van munten zoals vastgelegd in het Verdrag van Genève moeten de lidstaten op hun eigen munt en op munten van andere landen dezelfde sancties toepassen. Dit kan verder worden verduidelijkt door in overweging 19 en artikel 15 aan te geven dat het toepassingsgebied van het wetgevingsvoorstel betrekking heeft op valsemunterij met zowel de euro, als met andere munten.

- Delicten met betrekking tot productie-instrumenten en grondstoffen van biljetten en muntstukken

Teneinde de afschrikkende werking van het wetgevingsvoorstel te vergroten en gezien het feit dat de middelen voor het vervaardigen van valse biljetten en muntstukken bij dit soort delicten een belangrijke rol spelen, moeten de in artikel 5, lid 4, vastgestelde minimum- en maximumsancties ook van toepassing zijn op de strafrechtelijke feiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), waarbij ook weer het evenredigheidsbeginsel in acht moet worden genomen.

- Doorgifte van vermoedens van valsemunterij aan NAC’s en NACM’s gedurende gerechtelijke procedures

Artikel 10 van het voorstel introduceert de verplichte doorgifte van vermoedens van valsemunterij aan de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1338/2001 opgerichte NAC's en NACM's. Onder bepaalde omstandigheden, met name gedurende gerechtelijke procedures, is de doorgifte van de exemplaren van biljetten en muntstukken waarvan vermoed wordt dat ze vals zijn echter niet mogelijk omdat ze als bewijsmateriaal moeten worden bewaard. In dit geval moeten de exemplaren van valse biljetten en muntstukken onmiddellijk na afloop van de desbetreffende gerechtelijke procedures aan de NAC’s of NACM’s worden doorgegeven.

AMENDEMENTEN

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Harmonisatie van het strafrecht in de EU moet een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een gemeenschappelijke rechtscultuur in de Unie met betrekking tot de bestrijding van criminaliteit, hetgeen een positief effect zal hebben op het wederzijds vertrouwen in de rechtsstelsels van de lidstaten.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) Het is van wezenlijk belang dat het vertrouwen van burgers, bedrijven en financiële instellingen in de echtheid van biljetten en muntstukken niet wordt beschaamd. Vals geld veroorzaakt zowel in de lidstaten, als in derde landen aanzienlijke geldelijke en niet-geldelijke schade aan de samenleving, personen en bedrijven. De consument kan het vertrouwen erin verliezen dat zijn contant geld voldoende is beveiligd en de angst kan bij hem postvatten dat hij bij transacties met contant geld valse biljetten en muntstukken krijgt. Ten gevolge hiervan kan de consument de voorkeur gaan geven aan andere betalingswijzen dan contant geld. Vals geld kan aldus gevolgen hebben voor het geldcirculatiesysteem, doordat mensen kiezen voor andere betalingswijzen. Valsemunterijdelicten hebben vaak een grensoverschrijdend karakter en er is in veel gevallen sprake van banden met de georganiseerde misdaad.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Elke veroordeling in verband met een inbreuk op deze richtlijn moet onmiddellijk openbaar gemaakt worden en ten minste informatie bevatten over het type en de aard van het delict, de sanctie en de identiteit van de veroordeelde natuurlijke of rechtspersoon, tenzij de openbaarmaking lopende officiële onderzoeken ernstig in gevaar brengt.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben een korte gevangenisstraf op te leggen of af te zien van een gevangenisstraf wanneer de totale nominale waarde van de valse bankbiljetten en muntstukken verwaarloosbaar is of wanneer de omstandigheden niet bijzonder ernstig zijn. Deze waarde dient te worden vastgesteld op 5 000 euro, oftewel tienmaal de hoogste denominatie van de euro, voor gevallen waarin andere straffen dan een gevangenisstraf gelden en op minder dan 10 000 euro voor gevallen waarin een gevangenisstraf van minder dan zes maanden geldt.

(19) De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben een korte gevangenisstraf op te leggen of af te zien van een gevangenisstraf wanneer de totale nominale of potentiële nominale waarde van de valse bankbiljetten en muntstukken verwaarloosbaar is of wanneer de omstandigheden niet bijzonder ernstig zijn. Deze waarde dient te worden vastgesteld op 5 000 euro of de equivalente waarde in de munt van de valse biljetten en muntstukken, oftewel tienmaal de hoogste denominatie van de euro, voor gevallen waarin andere straffen dan een gevangenisstraf gelden en op minder dan 10 000 euro of de equivalente waarde in de munt van de valse biljetten en muntstukken voor gevallen waarin een gevangenisstraf van minder dan zes maanden geldt.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Teneinde ervoor te zorgen dat sancties een dissuasief effect op het publiek hebben, maken de lidstaten, daar waar van toepassing, de strafrechtelijke sancties zoals bedoeld in de eerste alinea zonder onnodige vertraging openbaar, met in ieder geval informatie over het type en de aard van het delict, en over de identiteit van de veroordeelde, tenzij de openbaarmaking de stabiliteit van de financiële markten ernstig in gevaar brengt. Indien openbaarmaking de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, maken de lidstaten de strafrechtelijke sancties zonder vermelding van namen openbaar.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Bij het beoordelen van de evenredigheid van sancties houden de lidstaten rekening met de door de aansprakelijk gestelde personen gemaakte winsten of de voorkomen verliezen, alsook met de schade aan andere personen ten gevolge van het delict en, daar waar van toepassing, de schade aan de werking van de markten of de economie in het algemeen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale waarde van minder dan 5 000 euro en waarbij zich geen strafverzwarende omstandigheden voordoen, kunnen de lidstaten een andere straf vaststellen dan gevangenisstraf.

2. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale of potentiële nominale waarde van minder dan 5 000 euro of de equivalente waarde in de munt van de valse biljetten en muntstukken, en waarbij zich geen strafverzwarende omstandigheden voordoen, kunnen de lidstaten een andere straf vaststellen dan gevangenisstraf.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale waarde van ten minste 5 000 euro geldt een gevangenisstraf met een maximale duur van ten minste acht jaar.

3. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale of potentiële nominale waarde van ten minste 5 000 euro of de equivalente waarde in de munt van de valse biljetten en muntstukken geldt een gevangenisstraf met een maximale duur van ten minste acht jaar.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale waarde van ten minste 10 000 euro of waarbij zich strafverzwarende omstandigheden voordoen geldt

4. Voor onder a), b) en c) van artikel 3, lid 1, genoemde delicten waarin het gaat om biljetten en muntstukken met een totale nominale of potentiële nominale waarde van ten minste 10 000 euro of de equivalente waarde in de munt van de valse biljetten en muntstukken geldt een gevangenisstraf met een maximale duur van ten minste acht jaar.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De in lid 4 bedoelde sanctie is ook van toepassing op de in artikel 3, lid 1, onder d), bedoelde delicten wanneer er sprake is van zeer ernstige feiten.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer deze exemplaren van biljetten en munten waarvan vermoed wordt dat ze vals zijn, niet kunnen worden verstrekt omdat zij als bewijsmateriaal dienen in strafrechtelijke procedures om een eerlijke en doeltreffende rechtsgang en het recht van verdediging van de verdachte te waarborgen, wordt het nationale analysecentrum en het nationale analysecentrum voor muntstukken hiertoe onverwijld toegang verleend.

2. Wanneer deze exemplaren van biljetten en munten waarvan vermoed wordt dat ze vals zijn, niet kunnen worden verstrekt omdat zij als bewijsmateriaal dienen in strafrechtelijke procedures om een eerlijke en doeltreffende rechtsgang en het recht van verdediging van de verdachte te waarborgen, wordt het nationale analysecentrum en het nationale analysecentrum voor muntstukken hiertoe onverwijld toegang verleend. Onmiddellijk na afloop van de bedoelde procedures verstrekken de gerechtelijke autoriteiten de nodige exemplaren van elk type biljet waarvan vermoed wordt dat het vals is aan het nationale analysecentrum in kwestie, en de nodige exemplaren van elk type muntstuk waarvan vermoed wordt dat het vals is aan het nationale analysecentrum voor muntstukken.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Uiterlijk [1 jaar na de inwerkingtreding] legt de Europese Centrale Bank in overleg met de Commissie een verslag aan het Europees Parlement en de Raad voor over de biljetten van 200 euro en 500 euro. In dat verslag wordt nagegaan of de uitgifte van deze biljetten gerechtvaardigd is, met name gelet op het risico van valsemunterij en het witwassen van geld. Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel voor een besluit.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verslaglegging door de Commissie en toetsing

Verslaglegging door de Commissie en toetsing - slotbepalingen

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie streeft er namens de Unie naar met derde landen die de euro als munt gebruiken, passende overeenkomsten te sluiten om elke activiteit die de echtheid van de euro door middel van vervalsing in gevaar zou kunnen brengen, te bestrijden en te vervolgen en om in algemenere zin de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

PROCEDURE

Titel

Strafrechtelijke bescherming van de euro en andere valuta’s tegen valsemunterij en vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad

Document- en procedurenummers

COM(2013)0042 – C7-0033/2013 – 2013/0023(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.3.2013

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ECON

12.3.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Pablo Zalba Bidegain

12.3.2013

Behandeling in de commissie

5.9.2013

24.9.2013

 

 

Datum goedkeuring

24.9.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marino Baldini, Jean-Paul Besset, Sharon Bowles, Udo Bullmann, George Sabin Cutaş, Diogo Feio, Markus Ferber, Elisa Ferreira, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Syed Kamall, Othmar Karas, Wolf Klinz, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Philippe Lamberts, Werner Langen, Astrid Lulling, Ivana Maletić, Marlene Mizzi, Sławomir Nitras, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Sampo Terho, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool, Pablo Zalba Bidegain

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zdravka Bušić, Ashley Fox, Robert Goebbels, Enrique Guerrero Salom, Olle Ludvigsson, Petru Constantin Luhan, Thomas Mann, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Andreas Schwab, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Rita Borsellino


PROCEDURE

Titel

Strafrechtelijke bescherming van de euro en andere valuta’s tegen valsemunterij en vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad

Document- en procedurenummers

COM(2013)0042 – C7-0033/2013 – 2013/0023(COD)

Datum indiening bij EP

5.2.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.3.2013

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ECON

12.3.2013

IMCO

12.3.2013

 

 

Geen advies

       Datum besluit

IMCO

20.3.2013

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Anthea McIntyre

31.1.2013

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.2.2013

19.6.2013

16.9.2013

17.12.2013

Datum goedkeuring

17.12.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Edit Bauer, Arkadiusz Tomasz Bratkowski, Philip Claeys, Carlos Coelho, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Ioan Enciu, Tanja Fajon, Monika Flašíková Beňová, Kinga Gál, Kinga Göncz, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Salvatore Iacolino, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Timothy Kirkhope, Baroness Sarah Ludford, Monica Luisa Macovei, Svetoslav Hristov Malinov, Véronique Mathieu Houillon, Anthea McIntyre, Nuno Melo, Roberta Metsola, Claude Moraes, Georgios Papanikolaou, Carmen Romero López, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Renate Sommer, Nils Torvalds, Wim van de Camp, Axel Voss, Renate Weber, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Cornelis de Jong, Mariya Gabriel, Ana Gomes, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Jean Lambert, Ulrike Lunacek, Jan Mulder, Raül Romeva i Rueda, Salvador Sedó i Alabart, Marie-Christine Vergiat, Janusz Wojciechowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Leonardo Domenici

Datum indiening

10.1.2014

Juridische mededeling - Privacybeleid