Procedure : 2013/0377(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0171/2014

Ingediende teksten :

A7-0171/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2014 - 7.31
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0426

VERSLAG     ***I
PDF 348kWORD 304k
12.3.2014
PE 527.990v02-00 A7-0171/2014

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 wat betreft de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

(COM(2013)0769 – C7‑0393/2013 – 2013/0377(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Vladimir Urutchev

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 wat betreft de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

(COM(2013)0769 – C7‑0393/2013 – 2013/0377(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0769),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0393/2013),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 26 februari 2014(1),

–       na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–       gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0171/2014),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) In de overeenkomstig deze verordening vast te stellen gedelegeerde handelingen moet de Commissie, wat betreft de procedures voor het beheer van eenheden in de eerste verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto, voorzien in een nettoverrekening waarbij de overdracht van AAU´s de netto-overdracht van Unierechten weerspiegelt, met inbegrip van de overdracht van emissierechten naar derde landen die aan de EU ETS deelnemen en geen partij zijn bij de overeenkomst inzake gezamenlijke nakoming (bv. Noorwegen en Liechtenstein).

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter) De desbetreffende internationale regels inzake het boekhoudsysteem voor emissies en voortgang bij de verwezenlijking van verplichtingen moeten worden aangenomen op de volgende klimaatconferentie in Lima in december 2014. De Commissie moet er daarom, samen met de lidstaten en derde landen, naar streven de formele aanneming van de boekhoudkundige regels van het Protocol van Kyoto op de klimaatconferentie van Lima te waarborgen. Het resultaat van die regels moet tot uiting komen in de tenuitvoerlegging van het register van de Unie en in de in deze verordening beoogde gedelegeerde handelingen.

Motivering

Wijziging / vervanging van amendement 5 (overweging 5 ter) door de rapporteur.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater) Wegens een aanzienlijke daling van broeikasgasemissies in de Unie, die het gevolg is van zowel klimaatmaatregelen als economische omstandigheden, zullen de Unie en de lidstaten een substantieel overschot aan AAU´s, CER´s (gecertificeerde emissiereducties) en ERU´s op hun balans hebben voor de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto. Krachtens Besluit 1/CMP.8, dat van partijen vereist dat zij, vóór 2014, hun reductieverplichtingen voor de tweede verbintenisperiode herzien, moeten de Unie en de lidstaten een aantal eenheden annuleren om te beantwoorden aan de geplande werkelijke emissies, en ten minste een kosteneffectief nationaal emissietraject opstellen voor de verwezenlijking van de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2050.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Met het oog op de vaststelling van coherente regels voor de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto in de Unie na 2012, voor de doeltreffende werking van de gezamenlijke nakoming van de verplichtingen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland en voor de afstemming ervan op de werking van de EU-ETS en de beschikking inzake de verdeling van de inspanning dient de bevoegdheid om conform artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie te worden gedelegeerd. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen zorgen dat zij in overeenstemming zijn met de internationaal overeengekomen boekhoudingsvoorschriften, de voorwaarden van de gezamenlijke nakoming zoals bepaald in Besluit [...] en de toepasselijke wetgeving van de Unie,

(6) Met het oog op de vaststelling van coherente regels voor de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto in de Unie na 2012, voor de doeltreffende werking van de gezamenlijke nakoming van de verplichtingen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland en voor de afstemming ervan op de werking van de EU-ETS en de beschikking inzake de verdeling van de inspanning dient de bevoegdheid om conform artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie te worden gedelegeerd. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen op toezien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend en ervoor zorgen dat zij in overeenstemming zijn met de internationaal overeengekomen boekhoudingsvoorschriften, de voorwaarden van de gezamenlijke nakoming zoals bepaald in het besluit van de Raad tot vaststelling van de wijziging van Doha van het Protocol van Kyoto en de toepasselijke wetgeving van de Unie.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

Inleiding

Tijdens de klimaatconferentie van Doha in december 2012 hebben de 192 partijen bij het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering een wijziging van het protocol aangenomen.

De wijziging van Doha stelt een tweede verbintenisperiode in het kader van het Protocol van Kyoto (KP CP2) in, die ingaat op 1 januari 2013 en afloopt op 31 december 2020, met wettelijk bindende emissiereductieverplichtingen. Op grond van deze verplichtingen verbinden de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland zich ertoe hun gemiddelde jaarlijkse broeikasgasemissie in de periode 2013-2020 te beperken tot 80 % van hun emissie in het referentiejaar (meestal 1990).

Daarnaast heeft de wijziging van Doha de volgende veranderingen in het Protocol van Kyoto aangebracht: ten eerste, de opname van een nieuw gas (stikstoftrifluoride); ten tweede, een ambitieus mechanisme dat voorziet in een vereenvoudigde procedure om het voor partijen mogelijk te maken hun verplichtingen aan te passen en hun ambities tijdens een verbintenisperiode te verhogen; en ten derde, een bepaling die de doelstelling van een partij automatisch aanpast om te voorkomen dat haar emissies in de periode 2013-2020 stijgen tot boven de gemiddelde emissies in de periode 2008-2010.

Op de klimaatconferentie van Doha zijn eveneens de besluiten 1/CMP.8 en 2/CMP.8 aangenomen betreffende de technische tenuitvoerlegging van de verplichtingen in verband met het boekhoudkundige beheer van Kyoto-eenheden gedurende de tweede verbintenisperiode en bij de overgang van de eerste naar de tweede verbintenisperiode.

Voor de uitvoering van het Protocol van Kyoto na 2012 zal voor de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland bijgevolg een reeks technische uitvoeringsbepalingen moeten worden opgesteld.

Doelstelling

Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad verschaft de basis voor aanneming van de vereiste technische bepalingen met het oog op de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto in de Europese Unie na 2012, de doeltreffende werking van de gezamenlijke nakoming van de verplichtingen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland, en de afstemming op de werking van de EU-ETS en de beschikking inzake de verdeling van de inspanning. Deze bepalingen moeten een aantal punten behandelen, waaronder de volgende:

-          procedures voor het beheer van eenheden, waaronder procedures voor transacties met Kyoto-eenheden (verlening, overdracht, verwerving, annulering, afboeking, overheveling, vervanging of wijziging van de vervaldatum) in en tussen nationale registers van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland;

-          boekhoudkundige procedures met betrekking tot de overgang van de eerste verbintenisperiode naar de tweede, met inbegrip van de overheveling van overschotten aan AAU's, CER's en ERU's uit de eerste verbintenisperiode naar de tweede;

-          het instellen en bijhouden van een reserve van overschotten uit de vorige periode (previous period surplus reserve of PPSR) en een reserve voor de verbintenisperiode (commitment period reserve of CPR) voor iedere partij bij de overeenkomst inzake de gezamenlijke nakoming;

-          boekhoudkundige procedures met betrekking tot het "aandeel in de inkomsten", na het verlenen van ERU's en de eerste internationale overdracht van AAU's in de tweede verbintenisperiode.

Juridische aspecten

Een gedelegeerde handeling vult overeenkomstig artikel 290 VWEU de essentiële reglementering aan door de inhoud ervan te specificeren en nadere bijzonderheden te reglementeren. Zij verschilt van een uitvoeringhandeling, die voorziet in eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van de wetgeving van de Unie door de lidstaten.

De voorschriften met betrekking tot de boekhouding die na 2012 moeten worden uitgevoerd zijn in grote mate gebaseerd op internationaal overeengekomen regelgeving. Deze voorschriften worden niet uitsluitend door de lidstaten uitgevoerd, maar zijn in dezelfde mate van toepassing op de Europese Unie zelf, en leggen de Europese instellingen een verbintenis op.

De in deze verordening bedoelde gedelegeerde handelingen zouden de uitvoering van bestaande essentiële voorschriften niet harmoniseren, als voorzien in artikel 290 VWEU, maar veeleer nadere specifieke technische bijzonderheden vaststellen voor de uitvoering van het Protocol van Kyoto na 2012.

Voor het instellen van een doeltreffend registersysteem dat uitvoering geeft aan de nieuwe boekhoudkundige voorschriften en de voorschriften voor beheer van eenheden in de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto is het derhalve noodzakelijk de Commissie de bevoegdheid te verlenen om de vereiste gedelegeerde handelingen vast te stellen.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie. Hij is van mening dat het de vereiste rechtsgrond verschaft voor aanneming van de technische bepalingen met het oog op de doeltreffende uitvoering van het Protocol van Kyoto in de Europese Unie na 2012.

De rapporteur wil wijzen op de volgende aspecten die in het voorstel van de Commissie moeten worden opgenomen:

De aanpak van onzekerheden en aanpassingen

De aan de lidstaten (en IJsland) toegewezen emissieniveaus/hoeveelheden zijn gebaseerd op de beschikking inzake de verdeling van de inspanningen (Beschikking 406/2009) en bestrijken alle bronnen en putten op het grondgebied van de lidstaten die onder het Protocol van Kyoto vallen, met uitzondering van de bronnen die in de EU ETS zijn opgenomen.

Het EU-emissieniveau/de toegewezen hoeveelheid bestrijkt de emissies in de lidstaten en IJsland uit bronnen die in de EU ETS zijn opgenomen en tevens onder het toepassingsgebied van het Protocol van Kyoto vallen.

Aangezien de toegewezen hoeveelheden van de lidstaten zijn vastgelegd in het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van de wijziging van Doha van het Protocol van Kyoto, zullen eventuele onzekerheden met betrekking tot of aanpassingen van de definitie van de gezamenlijk toegewezen hoeveelheid uitsluitend van invloed zijn op de aan de Unie toegewezen hoeveelheid. Het gebruik van eventuele overschotten of het verhelpen van een tekort dat zich voordoet in de aan de EU toegewezen hoeveelheid, bijvoorbeeld als gevolg van de evaluatieprocedure door deskundigen van de VN, dient te geschieden door middel van gedelegeerde wetgeving.

Nog niet formeel aangenomen internationale voorschriften

Over de desbetreffende internationale voorschriften met betrekking tot het boekhoudsysteem voor emissies en voortgang bij de verwezenlijking van de verplichtingen van de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto is inhoudelijk overeenstemming bereikt in Warschau in november 2013, doch deze voorschriften werden niet formeel aangenomen. In afwachting van een akkoord over twee omstreden bepalingen dienen deze voorschriften te worden aangenomen op de volgende klimaatconferentie in Lima in december 2014. Aangezien alle partijen met een verplichting in de tweede verbintenisperiode van het protocol van Kyoto hebben verklaard dat het deel van deze voorschriften waarover inhoudelijk overeenstemming is bereikt is afgerond, mag het uitblijven van formele aanneming de Europese Unie, haar lidstaten of IJsland er niet van weerhouden deze voorschriften om te zetten in nationale wetgeving. Niettemin moet de Commissie er, samen met de lidstaten en derde landen, naar streven de formele aanneming van de boekhoudingsvoorschriften van het Protocol van Kyoto op de klimaatconferentie van Lima te waarborgen. Iedere wezenlijke wijziging van de voorschriften moet terug te zien zijn in de in deze verordening beoogde gedelegeerde handelingen.

Nettoverrekening

Wat betreft de procedures voor het beheer van eenheden in de eerste verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto, moet worden voorzien in een nettoverrekening waarbij de overdracht van AAU´s de netto-overdracht van Unierechten weerspiegelt, met inbegrip van de overdracht van emissierechten naar derde landen die aan de EU ETS deelnemen en geen partij zijn bij de overeenkomst inzake gezamenlijke nakoming (bv. Noorwegen en Liechtenstein). Dit moet worden geregeld in de gedelegeerde handelingen die overeenkomstig deze verordening moeten worden vastgesteld.

Conclusies

De rapporteur is van mening dat het toepassingsgebied van de voorgestelde wijziging op Verordening (EU) nr. 525/2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen in de EU ten volle de noodzaak weergeeft om de specifieke en coherente voorschriften op te stellen en aan te nemen met het oog op de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto in de Unie na 2012, de doeltreffende werking van de gezamenlijke nakoming van de verplichtingen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland, en de afstemming op de werking van de EU-ETS en de beschikking inzake de verdeling van de inspanning.

De rapporteur beschouwt de formele inwerkingtreding van de wijziging van Doha als een van de prioritaire doelstellingen van de Europese Unie, aangezien het Protocol van Kyoto een cruciale bijdrage levert aan de wereldwijde inspanningen om de klimaatverandering te bestrijden.

Gezien bovenstaande overwegingen stelt de rapporteur dan ook voor dat de terzake bevoegde commissie en het Europees Parlement zonder onnodige vertraging en voor het einde van de huidige parlementaire zittingsperiode hun goedkeuring hechten aan het voorstel van de Commissie.


PROCEDURE

Titel

Wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 betreffende de technische uitvoering van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

Document- en procedurenummers

COM(2013)0769 – C7-0393/2013 – 2013/0377(COD)

Datum indiening bij EP

6.11.2013

 

 

 

Commissie ten principale

Datum bekendmaking

ENVI

18.11.2013

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

Datum bekendmaking

DEVE

18.11.2013

ITRE

18.11.2013

 

 

Geen advies

Datum besluit

DEVE

17.12.2013

ITRE

27.11.2013

 

 

Rapporteur(s)

Datum benoeming

Vladimir Urutchev

18.12.2013

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.2.2014

 

 

 

Datum goedkeuring

10.3.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

5

10

Bij de eindstemming aanwezige leden

Elena Oana Antonescu, Pilar Ayuso, Sergio Berlato, Franco Bonanini, Biljana Borzan, Martin Callanan, Chris Davies, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Martin Kastler, Christa Klaß, Eija-Riitta Korhola, Claus Larsen-Jensen, Jo Leinen, Peter Liese, Zofija Mazej Kukovič, Linda McAvan, Andrés Perelló Rodríguez, Mario Pirillo, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Dubravka Šuica, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Thomas Ulmer, Glenis Willmott, Sabine Wils, Marina Yannakoudakis

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Margrete Auken, Inés Ayala Sender, Nikos Chrysogelos, Birgit Collin-Langen, Julie Girling, Jutta Haug, Romana Jordan, Filip Kaczmarek, Judith A. Merkies, Justas Vincas Paleckis, Marit Paulsen, Vittorio Prodi, Rebecca Taylor, Marita Ulvskog, Vladimir Urutchev

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Fiona Hall, Kent Johansson, Bernd Lange, Emma McClarkin, Sabine Verheyen

Datum indiening

13.3.2014

Juridische mededeling - Privacybeleid