Procedure : 2013/2197(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0189/2014

Ingediende teksten :

A7-0189/2014

Debatten :

PV 02/04/2014 - 24
CRE 02/04/2014 - 24

Stemmingen :

PV 03/04/2014 - 7.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0291

VERSLAG     
PDF 161kWORD 82k
20.3.2014
PE 521.732v02-00 A7-0189/2014

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012, Afdeling II – Europese Raad en Raad

(COM(2013)0570 – C7‑0275/2013 – 2013/2197(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Bogusław Sonik

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012, Afdeling II – Europese Raad en Raad

(COM(2013)0570 – C7‑0275/2013 – 2013/2197(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012(1),

–   gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012 (COM(2013)0570 – C7-0275/2013)(2),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2012, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen voor het begrotingsjaar 2012 worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147,

–   gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(6), en met name de artikelen 164, 165 en 166,

–   gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(7),

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0189/2014),

1.  stelt zijn besluit tot verlening van kwijting aan de secretaris-generaal van de Raad voor de uitvoering van de begroting van de Europese Raad en de Raad voor het begrotingsjaar 2012 uit;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012, afdeling II – Europese Raad en Raad

(COM(2013)0570 – C7‑0275/2013 – 2013/2197(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012(8),

–   gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012 (COM(2013)0570 – C7-0275/2013)(9),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2012, tezamen met de antwoorden van de instellingen(10),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer(11) waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen voor het begrotingsjaar 2012 worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(12), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147,

–   gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(13), en met name de artikelen 164, 165 en 166,

–   gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(14),

–   gezien de brief van commissaris Algirdas Šemeta van 25 november 2011, in antwoord op vraag 58 van de vragenlijst over de kwijting voor 2011,

–   gezien de brief van commissaris Maroš Šefčovič van 23 januari 2014, in antwoord op de vragen van de rapporteur aan de Raad,

–   gezien zijn eerdere kwijtingsbesluiten en -resoluties,

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0189/2014),

A. overwegende dat alle instellingen van de Unie transparant moeten zijn en dat zij ten volle verantwoording verschuldigd zijn aan de burgers van de Unie voor de hun als instelling van de Unie toevertrouwde middelen;

B.  overwegende dat het Parlement, bij gebrek aan antwoorden op zijn vragen en voldoende informatie, niet in staat is met kennis van zaken een besluit te nemen over het verlenen van kwijting;

1.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer op basis van haar controlewerkzaamheden heeft geconcludeerd dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2012 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van de instellingen en organen geen materiële fouten vertonen;

2.  wijst erop dat de Rekenkamer in het jaarverslag 2012 opmerkingen heeft opgenomen over de Europese Raad en de Raad met betrekking tot fouten bij de opstelling van aanbestedingsprocedures; merkt op dat één fout betrekking heeft op de uitvoering van een onderhandelingsprocedure en dat een andere fout betrekking heeft op de toepassing van een selectiecriterium;

3.  neemt kennis van de antwoorden op de opmerkingen van de Rekenkamer en is het eens met de aanbevelingen van de Rekenkamer dat de ordonnateurs de opzet, coördinatie en uitvoering van de aanbestedingsprocedures moeten verbeteren door middel van passende controles en betere begeleiding; beveelt ook een strengere toepassing van de aanbestedingsregels aan, waarin alle instellingen van de Unie zich moeten schikken;

4.  merkt op dat de Europese Raad en de Raad in 2012 een totale begroting hadden van 533 920 000 EUR (563 262 480 EUR in 2011) met een uitvoeringspercentage van 91,8%; vindt het zorgelijk dat het niet-bestede percentage groot blijft en vraagt om de ontwikkeling van essentiële prestatie-indicatoren op de meeste kritieke gebieden, bijvoorbeeld de reisbudgetten van de delegaties, logistiek en vertolking;

5.  neemt er kennis van dat in 2012, 44 000 000 EUR aan vastleggingen is geannuleerd door onderbesteding en doordat er minder gebruik is gemaakt van faciliteiten;

6.  herhaalt dat de begroting van de Europese Raad en die van de Raad moeten worden gescheiden, voor een transparanter financieel beheer van de instellingen en om ervoor te zorgen dat beide instellingen beter aan hun verantwoordingplicht kunnen voldoen;

7.  verzoekt de Europese Raad en de Raad, na het verzoek van afgelopen jaar, om het Parlement hun jaarlijks activiteitenverslag toe te zenden met een volledig overzicht van al het personeel waarover beide instellingen beschikken, opgesplitst naar categorie, rang, geslacht, nationaliteit en gevolgde beroepsopleiding;

8.  steunt de oprichting van een auditcomité bij het secretariaat-generaal van de Raad; verzoekt de Raad om het Parlement op de hoogte te stellen van de aanbevelingen van dat comité;

9.  erkent de vooruitgang die is geboekt (87% tegen 84% in 2011) in het monitoren van de follow-upopmerkingen die bij de interne controle zijn gemaakt; verzoekt de Europese Raad en de Raad om het resultaat verder te verbeteren met de instelling van het auditcomité;

10. neemt in het bijzonder kennis van de aanbeveling van de interne controle om een specifiek kader te scheppen inzake antifraudebeleid, dat momenteel ontbreekt bij het secretariaat-generaal van de Raad; verzoekt de Raad om in overeenstemming met de aanbeveling te handelen en de maatregelen die zijn genomen om deze aanbeveling ten uitvoer te brengen in het jaarlijkse activiteitenverslag op te nemen;

11. neemt er kennis van dat het project rond het "Europagebouw" ook in de toekomst nauwgezet wordt gevolgd en dat enkele van de aanbevelingen van de controle nog steeds niet zijn uitgevoerd; verzoekt de Raad de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de vooruitgang bij de bouw en van de definitieve kostenraming in vergelijking met de aanvankelijke begroting van 240 miljoen EUR; verzoekt de Raad alle kostenstijgingen toe te lichten tussen de aanvang van de bouwwerkzaamheden in 2008 en de verwachte voltooiing in 2014;

12. verzoekt de Raad toe te lichten hoe de maatregelen van de vorige periode die zijn aangenomen met als doel de resultaten van het "Europagebouw"-project te verbeteren, ten uitvoer worden gelegd; verzoekt de Raad bovendien uit te leggen wat de toegevoegde waarde is van het permanente team belast met het toezicht op de uitvoering van dit project;

13. verlangt een overzicht van de vooruitgang bij het "Résidence Palace" bouwproject en een nauwkeurige uitsplitsing van de tot dusver gemaakte kosten;

14. herhaalt zijn verzoek aan de Raad om een gedetailleerde schriftelijke uitleg te verstrekken over de totale omvang van de financiële middelen die worden gebruikt voor de aankoop van het Résidence Palace-gebouw, de begrotingslijnen waar deze middelen vandaan komen, de betalingen die tot dusver zijn verricht, de betalingen die nog moeten worden verricht en het doel waarvoor het gebouw moet dienen;

15. neemt er kennis van dat de begrotingsmiddelen van de Raad voor 2012 niet zijn toegenomen; beschouwt dat als een positieve trend en verwacht dat dit zich in de komende jaren zal voortzetten;

16. juicht het proces van administratieve modernisering in de Raad toe; betreurt niettemin het gebrek aan informatie over de concrete uitvoeringsmaatregelen van dat proces en over de verwachte gevolgen voor de begroting van de Raad; verzoekt de Raad om de ontbrekende informatie zo snel mogelijk te verschaffen;

17. wenst meer informatie te ontvangen over de dienstverleningsovereenkomsten met de EDEO, en niet uitsluitend in verband met het proces van administratieve modernisering;

18. verzoekt de Raad met andere instellingen samen te werken ten behoeve van een uniforme methode om de vertaalkosten te presenteren, teneinde de analyse en vergelijking van de kosten te vereenvoudigen;

19. is van mening dat de Raad laatdunkend is opgetreden jegens het Parlement door een lid van de Rekenkamer te benoemen ondanks het negatieve advies van het Parlement; roept de Raad ertoe op rekening te houden met de standpunten van het Parlement over de benoeming van leden van de Rekenkamer en met de verklaringen van de kandidaat-leden van de Rekenkamer alvorens zij worden benoemd;

Redenen waarom het besluit om kwijting te verlenen is uitgesteld

20. is van mening dat voor een effectief toezicht op de uitvoering van de begroting van de Unie samenwerking vereist is tussen het Parlement, de Europese Raad en de Raad via een werkafspraak;

21. betreurt de steeds terugkerende moeilijkheden waarop tot nu toe in de kwijtingprocedures is gestuit; wijst erop dat het Parlement heeft geweigerd de secretaris-generaal van de Raad kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de Raad voor het begrotingsjaar 2009, 2010 en 2011 om redenen die zijn uiteengezet in zijn resoluties van 10 mei 2011 en 25 oktober 2011, 10 mei 2012 en 23 oktober 2012, 17 april 2013 en 9 oktober 2013;

22. herhaalt dat het alleen mogelijk is om een effectieve begrotingscontrole uit te voeren als het Parlement en de Raad samenwerken, met als hoofdelementen formele bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie begrotingscontrole van het Parlement, waarbij de vragen die door de leden van de commissie op basis van een schriftelijke vragenlijst zijn gesteld worden beantwoord en door op verzoek documenten over te leggen die als achtergrondmateriaal voor de begrotingscontrole dienen; is van mening dat de basisvoorwaarden voor een effectieve begrotingscontrole zijn neergelegd in zijn resolutie van 23 oktober 2012;

23. herhaalt dat het Parlement, zonder de samenwerking van de Raad zoals hierboven gesteld, niet in staat is om met kennis van zaken een besluit te nemen over het verlenen van kwijting;

24. benadrukt dat de Commissie, in haar antwoord van 25 november 2011 op de brief van de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole, reeds heeft gezegd dat het wenselijk is dat het Parlement doorgaat met het verlenen van kwijting, dan wel met het uitstellen of weigeren van de kwijting aan de andere instellingen (inclusief de Raad), zoals tot nu toe het geval is geweest;

25. wijst erop dat het Parlement in zijn in april 2013 aangenomen kwijtingresolutie heeft besloten om de vragen van de Raad aan de Commissie te sturen; merkt op dat de Commissie per brief van 23 januari 2014 antwoord heeft gegeven;

26. onderschrijft en steunt de standpunten van de Commissie in haar brief van 23 januari 2014 geheel dat alle instellingen volledig deel uitmaken van het follow-upproces aangaande de opmerkingen die het Parlement heeft gemaakt in de kwijtingexercitie en dat alle instellingen moeten samenwerken om het soepel functioneren van de kwijtingprocedure te garanderen met volledige eerbiediging van de betreffende bepalingen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in het relevante secundaire recht;

27. informeert de Raad dat de Commissie tevens in haar brief heeft verklaard dat zij geen toezicht zal houden op de tenuitvoerlegging van de begrotingen van de andere instellingen en dat een antwoord geven op de vragen die aan een andere instelling zijn gericht de autonomie van die instelling zou schenden om haar eigen afdeling van de begroting ten uitvoer te leggen; herinnert de Raad eraan dat een van de conclusies van de Europese Raad van 18 en 19 oktober 2012 luidde dat "democratische legitimiteit en verantwoordingsplicht verder moeten worden besproken"; herinnert eraan dat het Parlement kwijting verleent aan de andere instellingen nadat het de verstrekte documenten en de antwoorden die op de vragen zijn gegeven heeft onderzocht; betreurt het dat het Parlement herhaaldelijk moeite heeft om antwoorden van de Raad te krijgen;

28. is verheugd over de inspanningen van het Griekse voorzitterschap voor de heropening van de onderhandelingen tussen de instellingen; benadrukt echter dat dergelijke onderhandelingen in het verleden niet tot de verwachte resultaten hebben geleid;

29. is van mening dat het wenselijk is de bevoegdheid van het Parlement om kwijting te verlenen overeenkomstig de artikelen 316, 317 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zo uit te oefenen als zij tot nu toe is geïnterpreteerd en uitgeoefend, namelijk verlening van kwijting voor elk onderdeel van de EU-begroting afzonderlijk, om de transparantie en de democratische verantwoordingsplicht ten aanzien van de belastingbetalers van de Unie te vrijwaren;

30. is voorstander van de organisatie van een workshop tijdens welke met name de parlementaire bevoegdheid op het gebied van begrotingscontrole juridisch wordt geanalyseerd, evenals de plicht van de Raad om samen te werken; is tevens voorstander van de opstelling van een initiatiefverslag met de nadruk op mogelijke wijzigingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, om bij te dragen aan de mogelijkheid om juridische stappen te ondernemen, evenals aan een mogelijke wijziging of verheldering van de regels over het verlenen van kwijting aan andere instellingen zoals opgenomen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

31. betreurt het dat niet alle instellingen van de Unie dezelfde normen met betrekking tot transparantie eerbiedigen en meent dat de Raad in dit opzicht voor verbetering moet zorgen; is ervan overtuigd dat het Parlement en de Raad als medewetgevers dezelfde transparantienormen moeten toepassen;

32. herinnert eraan dat goede samenwerking tussen het Parlement en de Raad uiterst belangrijk is met het oog op de juiste tenuitvoerlegging van de EU-begroting;

33. verzoekt de Rekenkamer daarom een diepgaand onderzoek in te stellen naar de activiteiten van de Europese Raad, de Raad en de Europese Dienst voor extern optreden, zowel voor de administratieve als voor de operationele activiteiten, in naleving van de in de verdragen vastgestelde bevoegdheden, en hiervan verslag uit te brengen aan het Europees Parlement;

34. verzoekt de Rekenkamer in haar volgende jaarverslag een evaluatie op te nemen van de follow-up die de Europese Raad en de Raad geven aan de aanbevelingen van het Parlement in deze resolutie.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.3.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Jean-Pierre Audy, Inés Ayala Sender, Zuzana Brzobohatá, Tamás Deutsch, Martin Ehrenhauser, Jens Geier, Gerben-Jan Gerbrandy, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Rina Ronja Kari, Monica Luisa Macovei, Jan Mulder, Eva Ortiz Vilella, Monika Panayotova, Crescenzio Rivellini, Paul Rübig, Bogusław Sonik, Bart Staes, Georgios Stavrakakis, Michael Theurer, Derek Vaughan

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Amelia Andersdotter, Philip Bradbourn, Esther de Lange, Vojtěch Mynář, Jan Olbrycht, Markus Pieper, Barbara Weiler

(1)

PB L 56 van 29.2.2012.

(2)

PB C 334 van 15.11.2013, blz. 1.

(3)

PB C 331 van 14.11.2013, blz. 1.

(4)

PB C 334 van 15.11.2013, blz. 122.

(5)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(6)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(7)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(8)

PB L 56 van 29.2.2012.

(9)

PB C 334 van 15.11.2013, blz. 1.

(10)

PB C 331 van 14.11.2013, blz. 1.

(11)

PB C 334 van 15.11.2013, blz. 122.

(12)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(13)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(14)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid