VERSLAG over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie

    7.4.2014 - (05602/2014 – C7‑0036/2014 – 2011/0183(CNS)) - *

    Begrotingscommissie
    Rapporteur: Jean-Luc Dehaene, Anne E. Jensen
    PR_CNS_art55am


    Procedure : 2011/0183(CNS)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0271/2014
    Ingediende teksten :
    A7-0271/2014
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie

    (05602/2014 – C7‑0036/2014 – 2011/0183(CNS))

    (Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

    Het Europees Parlement,

    –       gezien het ontwerp van de Raad (05602/2014),

    –       gezien artikel 311, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0036/2014),

    –       gezien zijn resolutie van 29 maart 2007 over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie[1],

    –       gezien zijn resolutie van 8 juni 2011 over investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa[2],

    –       gezien zijn resolutie van 13 juni 2012 over het meerjarig financieel kader en eigen middelen[3],

    –       gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 met het oog op het bereiken van een positief resultaat van de goedkeuringsprocedure van het meerjarig financieel kader[4],

    –       gezien zijn resolutie van 13 maart 2013 over de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari betreffende het meerjarig financieel kader[5],

    –       gezien zijn resolutie van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader 2014-2020[6],

    –       gezien artikel 55 van zijn Reglement,

    –       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7‑0271/2014),

    1.      hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad, als geamendeerd door het Parlement;

    2.      verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

    3.      wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in zijn ontwerp;

    4.      roept de Groep op hoog niveau Eigen Middelen op tegen het einde van 2014 een eerste beoordeling te geven van het stelsel van eigen middelen; verwacht dat deze groep voorstellen zal indienen voor het herstellen van de tekortkomingen van het huidige stelsel, om de weg vrij te maken voor een hervorming die in het volgende MFK operationeel moet worden, waarbij de algemene doelstellingen van eenvoud, transparantie, billijkheid en democratische verantwoording als leidraad moeten dienen;

    5.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

    Amendement  1

    Ontwerpbesluit

    Overweging 8 bis (nieuw)

    Ontwerp van de Raad

    Amendement

     

    (8 bis) Het Europees Parlement heeft altijd aangedrongen op volledige financiering van de begroting van de Unie door middel van eigen middelen, zoals bepaald in het Verdrag, en heeft regelmatig gewezen op de tekortkomingen en beperkingen van het bestaande stelsel van eigen middelen, dat ondoorzichtig en onrechtvaardig is, niet onderhevig aan parlementaire controle, uiterst gecompliceerd en volledig onbegrijpelijk voor de Europese burgers, die uiteindelijk de gevolgen ervan dragen. Het Europees Parlement is van mening dat een dergelijk stelsel wezenlijk ingaat tegen de letter en de geest van het Verdrag.

    Amendement  2

    Ontwerpbesluit

    Overweging 8 ter (nieuw)

    Ontwerp van de Raad

    Amendement

     

    (8 ter) Het Europees Parlement is van mening dat het huidige financieringssysteem van de Unie, waarbij circa 74 % van de inkomsten afkomstig is uit op het bni gebaseerde bijdragen en 11 % uit de bestaande, statistische op de btw gebaseerde bijdragen, alleen maar heeft geleid tot versterking van het idee van "billijke compensatie" dat bij elk debat van de Raad een hoofdrol heeft gespeeld, zowel met betrekking tot de ontvangsten- als de inkomstenzijde van de Uniebegroting, dat heeft geleid tot de invoering van gecompliceerde en ondoorzichtige kortingen en andere correctiemechanismen, en bijdraagt aan het steeds terugkerende probleem van betalingstekorten tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure. Het Europees Parlement is tevens van mening dat het huidige stelsel aan de weg staat van het vinden van een voldoende meerderheid in de Raad om een afdoende niveau van betalingskredieten op de jaarlijkse begrotingen vast te stellen om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichtingen en politieke toezeggingen van de EU.

    Amendement  3

    Ontwerpbesluit

    Overweging 8 quater (nieuw)

    Ontwerp van de Raad

    Amendement

     

    (8 quater) Het Europees Parlement heeft krachtig gepleit voor een grondige herziening van het stelsel van eigen middelen, en voor een terugkeer naar een stelsel van werkelijke, duidelijke, eenvoudige en eerlijke eigen middelen. Het Europees Parlement was van mening dat de wetgevingsvoorstellen van de Commissie over eigen middelen van juni 2011 een stap in de goede richting waren, om welke reden het Europees Parlement deze voorstellen van meet af aan met een overweldigende meerderheid heeft gesteund. Het Europees Parlement betreurt dat de Raad geen vooruitgang heeft weten te boeken bij de hervorming van het stelsel van eigen middelen op basis van die wetgevingsvoorstellen. Het Europees Parlement betreurt dat het definitieve politieke akkoord van de Raad van 8 februari 2013 zelfs nog nieuwe kortingen en uitzonderingen bevat.

    Amendement  4

    Ontwerpbesluit

    Overweging 8 quinquies (nieuw)

    Ontwerp van de Raad

    Amendement

     

    (8 quinquies) Er wordt een Groep op hoog niveau Eigen Middelen opgericht in onderlinge overeenstemming tussen de drie instellingen van de Unie, zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke verklaring over de eigen middelen, die onderdeel vormt van het politieke akkoord over het MFK 2014-2020. Deze Groep op hoog niveau zal het stelsel van eigen middelen volledig tegen het licht houden, uitgaande van de algemene doelstellingen van eenvoudigheid, transparantie, billijkheid en democratische verantwoordingsplicht. Alle aspecten van de hervorming van het stelsel van eigen middelen moeten worden onderzocht. Een eerste evaluatie zal eind 2014 beschikbaar zijn.

    Amendement  5

    Ontwerpbesluit

    Overweging 8 sexies (nieuw)

    Ontwerp van de Raad

    Amendement

     

    (8 sexies) De resultaten van de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau worden beoordeeld op een interinstitutionele conferentie in 2016, met deelname van de nationale parlementen. In het licht daarvan zal de Commissie beoordelen of nieuwe initiatieven voor eigen middelen wenselijk zijn. Deze beoordeling zal tegelijkertijd plaatsvinden met de evaluatie/herziening van het MFK 2014-2020 na de verkiezingen, waarmee de Commissie uiterlijk eind 2016 moet beginnen. Het Europees Parlement is van mening dat de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau het mogelijk moeten maken dat eventuele hervormingen overeengekomen kunnen worden, om deze vervolgens door te voeren voor de periode van het volgende MFK.

    BIJLAGE

    Gemeenschappelijke verklaring over de eigen middelen

    1.      Overeenkomstig artikel 311 van het VWEU voorziet de Unie zich van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en uitvoering te geven aan haar beleid; tevens is in dat artikel bepaald dat de begroting, onverminderd andere ontvangsten, volledig uit eigen middelen wordt gefinancierd. Overeenkomstig artikel 311, derde alinea, stelt de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen een besluit betreffende het stelsel van eigen middelen vast, en kan de Raad in dat kader nieuwe categorieën van eigen middelen vaststellen, dan wel bestaande categorieën intrekken.

    2.      Op die basis heeft de Commissie in juni 2011 een reeks voorstellen ter hervorming van het eigenmiddelenstelsel van de Unie ingediend. Tijdens zijn bijeenkomst van 7 en 8 februari is de Europese Raad overeengekomen dat de algemene doelstellingen van eenvoudigheid, transparantie en billijkheid als leidraad voor de eigenmiddelenregeling moeten dienen. Daarnaast richtte de Europese Raad een verzoek tot de Raad om te blijven werken aan het Commissievoorstel voor een nieuwe bron van eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw). Tevens verzocht hij de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking inzake de belasting op financiële transacties (bft), te onderzoeken of die belasting de grondslag kan worden voor een nieuwe bron van eigen middelen voor de EU-begroting.

    3.      De kwestie van de eigen middelen vergt nader beraad. Daartoe zal een groep op hoog niveau bijeen worden geroepen, bestaande uit leden die door de drie instellingen worden aangewezen. Die zal haar gedachten laten gaan over alle bestaande en eventuele toekomstige bijdragen van de drie instellingen en de nationale parlementen. De groep moet putten uit passende expertise, onder meer van nationale begrotings- en belastingautoriteiten alsmede van onafhankelijke deskundigen.

    4.      Deze groep zal het eigenmiddelenstelsel volledig tegen het licht houden, uitgaande van de algemene doelstellingen van eenvoudigheid, transparantie, billijkheid en democratische verantwoordingsplicht. Een eerste evaluatie zal eind 2014 beschikbaar zijn. De vooruitgang bij deze werkzaamheden zal regelmatig – minimaal één keer per half jaar – in vergaderingen op politiek niveau worden geëvalueerd.

    5.      De nationale parlementen zullen worden uitgenodigd voor een interinstitutionele conferentie in 2016 die het resultaat van dit werk moet beoordelen.

    6.      In het licht daarvan zal de Commissie beoordelen of nieuwe initiatieven voor eigen middelen wenselijk zijn. Deze beoordeling geschiedt parallel aan de in artikel 1 bis van de MFK-verordening vermelde evaluatie met het oog op mogelijke hervormingen voor de periode waarop het volgende meerjarig financieel kader betrekking heeft.

    TOELICHTING

    Met artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de eigen middelen van de EU. Ten eerste wordt voorzien in de mogelijkheid om nieuwe categorieën van eigen middelen vast te stellen, dan wel bestaande categorieën in te trekken. Ten tweede krijgt de Raad de bevoegdheid uitvoeringsmaatregelen vast te stellen voor het stelsel van eigen middelen van de Unie, voor zover daarin wordt voorzien door het besluit houdende de bepalingen die van toepassing zijn op het stelsel van eigen middelen. In artikel 311 VWEU wordt ook de speciale wetgevingsprocedure vastgelegd voor de vaststelling van het eigenmiddelenbesluit: de Raad besluit met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement.

    De Commissie maakt in haar voorstel ten volle gebruik van deze nieuwe verdragsbepalingen. Ze stelt voor de bestaande btw-middelen af te schaffen en twee nieuwe werkelijke bronnen van eigen middelen in te voeren op basis van de btw en de bft, waarmee het aandeel van de bni-bijdragen van de lidstaten kan worden verlaagd tot maximaal 40 % van de totale EU-ontvangsten. Tevens stelt de Commissie voor alle kortingen en correctiemechanismen te vervangen door een stelsel van forfaitaire bedragen voor de periode 2014-2020. Tot slot worden in het voorstel van de Commissie de inningskosten verlaagd tot een realistischer aandeel van 10 %, vergeleken met 25 % tijdens het MFK 2007-2013.

    Een overgrote meerderheid van het Europees Parlement heeft de voorstellen van de Commissie van meet af aan krachtig gesteund, en was van mening dat de voorstellen een degelijke grondslag vormden voor een hervorming van de financiering van de EU-begroting, resulterend in een stelsel van werkelijke, duidelijke, eenvoudige en eerlijke eigen middelen.

    De Raad heeft de voorstellen van de Commissie echter niet bestudeerd met de aandacht die de voorstellen verdienden. Met name wat betreft de voorstellen voor de twee nieuwe bronnen van eigen middelen is geen vooruitgang geboekt: de voorgestelde hervorming van de btw werd niet aanvaard omdat deze nog verdere uitwerking zou behoeven; de bft in het kader van nauwere samenwerking is evenmin goedgekeurd, en er is geen uitsluitsel gegeven over de vraag of het de grondslag kan vormen voor nieuwe eigen middelen voor de EU-begroting.

    Derhalve is het onderhavige ontwerp van besluit van de Raad gericht op de tenuitvoerlegging van de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013, en wordt het bestaande eigenmiddelenbesluit op de volgende punten gewijzigd:

    •          verlaging van het maximum voor de eigen middelen voor betalingskredieten tot 1,23 % van het bni van de EU (tegenover de huidige 1,24 %), en voor vastleggingskredieten tot 1,29 % van het bni (tegenover de huidige 1,31 %);

    •          verlaging van het percentage van de inningskosten die de lidstaten inhouden van de traditionele eigen middelen tot 20 % (tegenover de huidige 25 %);

    •          omdat het voorstel tot hervorming van de btw niet door de Raad werd gesteund, blijven de bepalingen in het huidige eigenmiddelenbesluit ongewijzigd van kracht;

    •          de Britse correctie wordt gehandhaafd, evenals de kortingen voor Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Zweden, alsmede het verlaagde btw-afdrachtpercentage voor DE, NL en SE; daarnaast ontvangen NL, SE en DK forfaitaire correcties voor de duur van het volgende MFK, terwijl AT slechts een correctie ontvangt voor de eerste drie jaar (tot 2016);

    •          er wordt een bepaling ingevoegd die de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen mogelijk maakt.

    Het Europees Parlement heeft reeds zijn teleurstelling uitgesproken over het feit dat de Raad geen enkele vooruitgang heeft weten te boeken met de hervorming van het stelsel van eigen middelen op basis van de wetgevingsvoorstellen van de Commissie en ondanks de niet aflatende druk die het Europees Parlement heeft uitgeoefend.

    Zich bewust van de beperkte wetgevende bevoegdheden waarover het Europese Parlement beschikt in het kader van de raadplegingsprocedure, stelt de rapporteur een aantal amendementen op het ontwerp van de Raad voor, die bedoeld zijn om het politieke standpunt van het Parlement inzake eigen middelen tot uiting te brengen. In de eerste plaats zijn deze amendementen bedoeld om het grote belang aan te geven dat het Parlement hecht aan de oprichting van de Groep op hoog niveau Eigen Middelen, en aan de stappen die genomen moeten worden voor een succesvolle hervorming van het stelsel van eigen middelen met het oog op de periode van het volgende MFK. De rapporteur wil benadrukken dat het Parlement hoge verwachtingen heeft van de Groep op hoog niveau Eigen Middelen, die onverwijld moet worden bijeengeroepen, zodat de doelstellingen en het tijdschema kunnen worden aangehouden zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke verklaring tot oprichting van de Groep op hoog niveau Eigen Middelen, gevoegd bij de MFK-verordening (2014-2020).

    PROCEDURE

    Titel

    Stelsel van eigen middelen van de Europese Unie

    Document- en procedurenummers

    05602/2014 – C7-0036/2014 – COM(2011)0510COM(2011)0739 – C7-0203/2011 – 2011/0183(CNS)

    Datum raadpleging EP

    18.7.2011

     

     

     

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    BUDG

    13.9.2011

     

     

     

    Medeadviserende commissie(s)

           Datum bekendmaking

    CONT

    13.9.2011

    ECON

    13.9.2011

    REGI

    13.9.2011

     

    Geen advies

           Datum besluit

    CONT

    25.3.2014

    ECON

    13.9.2011

    REGI

    12.7.2011

     

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Anne E. Jensen

    28.9.2011

    Jean-Luc Dehaene

    28.9.2011

     

     

    Datum goedkeuring

    1.4.2014

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    18

    2

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Marta Andreasen, Zuzana Brzobohatá, Jean Louis Cottigny, Göran Färm, Věra Flasarová, Salvador Garriga Polledo, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Jutta Haug, Monika Hohlmeier, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Anne E. Jensen, Ivailo Kalfin, Jan Kozłowski, Jan Mulder, Juan Andrés Naranjo Escobar, Andrej Plenković, László Surján, Helga Trüpel, Angelika Werthmann

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Paul Rübig

    Datum indiening

    7.4.2014