Procedure : 2010/0208(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0038/2014

Ingediende teksten :

A8-0038/2014

Debatten :

PV 13/01/2015 - 6

Stemmingen :

PV 13/01/2015 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0004

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 606kWORD 394k
18.11.2014
PE 537.550v02-00 A8-0038/2014

betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om de teelt van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) op hun grondgebied te beperken of te verbieden

(10972/3/2014 – C8‑0145/2014 – 2010/0208(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Frédérique Ries

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om de teelt van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) op hun grondgebied te beperken of te verbieden

(10972/2014 – C8‑0145/2014 – 2010/0208(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (10972/3/2014 – C8‑0145/2014),

–       gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 9 december 2010(1),

–       gezien het advies van het Comité van de Regio's van 28 januari 2011(2),

–       gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(3) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0375),

–       gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 69 van zijn Reglement,

–       gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0038/2014),

1.      stelt onderstaand standpunt in tweede lezing vast;

2.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Standpunt van de Raad

Visum 1

 

Standpunt van de Raad

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,

Amendement  2

Standpunt van de Raad

Overweging 2

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(2) Op grond van dit wettelijk kader moeten ggo's voor de teelt een individuele risicobeoordeling overeenkomstig bijlage II van Richtlijn 2001/18/EG ondergaan voordat zij in de Unie in de handel mogen worden gebracht. Het doel van deze vergunningsprocedure is te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mensen, de gezondheid en het welzijn van de dieren, het milieu en de belangen van de consumenten, waarbij tevens wordt gezorgd voor het doeltreffend functioneren van de interne markt. Een uniform hoog niveau van gezondheids- en milieubescherming moet worden gerealiseerd en gehandhaafd op het hele grondgebied van de Unie.

(2) Op grond van dit wettelijk kader moeten ggo's voor de teelt een individuele risicobeoordeling overeenkomstig bijlage II van Richtlijn 2001/18/EG ondergaan voordat zij in de Unie in de handel mogen worden gebracht, waarbij rekening wordt gehouden met de directe, indirecte, onmiddellijke en vertraagde effecten, alsook de cumulatieve langetermijneffecten voor de gezondheid van de mens en het milieu. Deze risicobeoordeling zorgt ervoor dat wetenschappelijk advies aan het besluitvormingsproces wordt toegevoegd, waarna een besluit inzake risicobeheer volgt, waarin rekening wordt gehouden met andere legitieme factoren die relevant zijn voor deze kwestie. Het doel van deze vergunningsprocedure is te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mensen, de gezondheid en het welzijn van de dieren, het milieu en de belangen van de consumenten, waarbij tevens wordt gezorgd voor het doeltreffend functioneren van de interne markt. Een uniform hoog niveau van gezondheids-, milieu- en consumentenbescherming moet worden gerealiseerd en gehandhaafd op het hele grondgebied van de Unie. Het voorzorgsbeginsel moet altijd in aanmerking worden genomen in het kader van deze richtlijn en bij de uitvoering ervan.

Amendement  3

Standpunt van de Raad

Overweging 2 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(2 bis) Zoals vastgesteld in de conclusies van de Milieuraad die werden aangenomen op 4 december 2008 dient de toepassing van de in bijlage II van Richtlijn 2001/18/EG vastgelegde risicobeoordeling te worden verbeterd, met name wat betreft de milieueffecten van genetisch gemodificeerde gewassen op lange termijn en hun potentiële effecten op niet-doelorganismen, de kenmerken van de milieus waarin wordt geïntroduceerd en de geografische gebieden waarin genetisch gemodificeerde gewassen mogen worden geteeld, de potentiële milieugevolgen van veranderingen in het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen in verband met genetisch gemodificeerde gewassen die hiervoor tolerant zijn, directe en indirecte langetermijneffecten, alsmede wetenschappelijke onzekerheden. De Commissie moet er derhalve voor zorgen dat, rekening houdend met bovenstaande overwegingen, de uitvoeringsverordening betreffende de milieurisicobeoordeling van ggo's in het bijzonder uiterlijk één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn wordt aangenomen.

Amendement  4

Standpunt van de Raad

Overweging 2 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(2 ter) Er moet rekening worden gehouden met de politieke context en in het bijzonder met de politieke belofte van de nieuwgekozen voorzitter van de Europese Commissie in juli 2014 om de bestaande besluitvormingsprocedures voor genetisch gemodificeerde organismen spoedig te herzien teneinde minstens evenveel belang te hechten aan de standpunten van democratisch verkozen regeringen als aan de standpunten van de wetenschappelijke wereld. Vergunningen voor ggo's mogen niet worden verleend tegen de wens in van een meerderheid van de democratisch verkozen regeringen en leden van het Europees Parlement.

Amendement  5

Standpunt van de Raad

Overweging 2 quater (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(2 quater) Er moet worden gewaarborgd dat over dit onderwerp onafhankelijke, onpartijdige studies worden verricht, door de investeringen in onderzoek op te trekken en zo de wetenschappelijke kennis over deze genetisch gemodificeerde producten en de gevolgen van het gebruik ervan uit te diepen. De resultaten van deze studies moeten openbaar worden gemaakt en het debat over dit vraagstuk moet worden bevorderd.

Amendement  6

Standpunt van de Raad

Overweging 5

Standpunt van de Raad

Amendement

(5) Uit de ervaring is gebleken dat de teelt van ggo's een kwestie is waaraan op het niveau van de lidstaten diepgaande aandacht wordt besteed. Kwesties in verband met het in de handel brengen en de invoer van ggo's moeten op EU-niveau geregeld blijven om de interne markt in stand te houden. De teelt kan in sommige gevallen meer flexibiliteit vereisen omdat het gaat om een kwestie met sterke nationale, regionale en lokale dimensies, gezien het verband met landgebruik en lokale landbouwstructuren en met de bescherming of instandhouding van habitats, ecosystemen en landschappen. Deze flexibiliteit mag geen negatieve gevolgen hebben voor de gemeenschappelijke vergunningsprocedure, en in het bijzonder niet voor het beoordelingsproces.

(5) Uit de ervaring is gebleken dat de teelt van ggo's een kwestie is waaraan op het niveau van de lidstaten diepgaande aandacht wordt besteed. Kwesties in verband met het in de handel brengen en de invoer van ggo's moeten op EU-niveau geregeld blijven om de interne markt in stand te houden. De teelt kan in sommige gevallen meer flexibiliteit vereisen omdat het gaat om een kwestie met sterke nationale, regionale en lokale dimensies, gezien het verband met landgebruik en lokale landbouwstructuren en met de bescherming of instandhouding van habitats, ecosystemen, landschappen en natuurlijke genotypes van planten. In de geharmoniseerde beoordeling van de milieu- en gezondheidsrisico's zouden bovendien niet alle mogelijke effecten van de teelt van ggo's in verschillende regio's en lokale ecosystemen worden nagegaan. Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) hebben de lidstaten het recht juridisch bindende handelingen vast te stellen om de daadwerkelijke teelt van ggo's, groepen van op basis van gewasvariëteiten of eigenschappen gedefinieerde ggo's of alle ggo's op hun grondgebied te beperken of te verbieden nadat voor het ggo in de Unie een wettelijke vergunning voor het in de handel brengen is verleend. Deze flexibiliteit mag echter geen negatieve gevolgen hebben voor de gemeenschappelijke vergunningsprocedure, en in het bijzonder niet voor het in de eerste plaats door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) uitgevoerde beoordelingsproces.

Amendement  7

Standpunt van de Raad

Overweging 6

Standpunt van de Raad

Amendement

(6) Een aantal lidstaten heeft een beroep gedaan op de vrijwaringsclausules en noodmaatregelen van artikel 23 van Richtlijn 2001/18/EG en van artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om de teelt van ggo's te beperken of te verbieden, zulks naar aanleiding van, afhankelijk van het geval, het beschikbaar komen na de datum van toestemming van nieuwe of nadere informatie die gevolgen heeft voor de milieurisicobeoordeling, of een herbeoordeling van de bestaande informatie. Andere lidstaten hebben gebruik gemaakt van de kennisgevingsprocedure waarin is voorzien in artikel 114, leden 5 en 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), die vereist dat nieuwe wetenschappelijke gegevens die verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu moeten worden aangevoerd. Voorts is gebleken dat het besluitvormingsproces wat betreft de teelt van ggo's bijzonder moeilijk is, omdat nationale punten van zorg worden aangehaald die niet uitsluitend betrekking hebben op kwesties in verband met de veiligheid van ggo's voor de gezondheid of het milieu.

(6) In het verleden heeft een aantal lidstaten een beroep gedaan op de vrijwaringsclausules en noodmaatregelen van artikel 23 van Richtlijn 2001/18/EG en van artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om de teelt van ggo's te beperken of te verbieden, zulks naar aanleiding van, afhankelijk van het geval, het beschikbaar komen na de datum van toestemming van nieuwe of nadere informatie die gevolgen heeft voor de milieurisicobeoordeling, of een herbeoordeling van de bestaande informatie. Andere lidstaten hebben gebruik gemaakt van de kennisgevingsprocedure waarin is voorzien in artikel 114, leden 5 en 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), die vereist dat nieuwe wetenschappelijke gegevens die verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu moeten worden aangevoerd.

Amendement  8

Standpunt van de Raad

Overweging 7

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(7) Overeenkomstig artikel 2, lid 2, VWEU moet de lidstaten daarom de mogelijkheid worden geboden om tijdens en na de vergunningsprocedure te kunnen besluiten de teelt van een ggo op hun grondgebied te beperken, zodat de teelt van een specifiek ggo op het volledige grondgebied van die lidstaat of een gedeelte ervan wordt uitgesloten. In deze context lijkt het passend om de lidstaten overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel meer flexibiliteit te bieden bij het tijdens of na de vergunningsprocedure nemen van besluiten of zij ggo-gewassen al dan niet op hun grondgebied willen laten telen zonder afbreuk te doen aan de risicobeoordeling waarin is voorzien in het vergunningensysteem van de Unie inzake ggo's, en ongeacht de maatregelen die de lidstaten overeenkomstig artikel 26 bis van Richtlijn 2001/18/EG mogen nemen om de niet-doelbewuste aanwezigheid van ggo's in andere producten te voorkomen. De besluitvorming op het gebied van ggo's zou worden gefaciliteerd door de lidstaten die mogelijkheid te bieden. Tegelijkertijd zal de keuzevrijheid van consumenten, landbouwers en ondernemers worden gevrijwaard en zal de betrokken belanghebbenden meer duidelijkheid worden geboden wat de teelt van ggo's in de Unie betreft. Deze richtlijn zal derhalve de soepele werking van de interne markt faciliteren.

(7) In deze context lijkt het passend om de lidstaten overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel meer flexibiliteit te bieden bij het tijdens of na de vergunningsprocedure nemen van besluiten of zij ggo-gewassen al dan niet op hun grondgebied willen laten telen zonder afbreuk te doen aan de risicobeoordeling waarin is voorzien in het vergunningensysteem van de Unie inzake ggo's, en ongeacht de maatregelen die de lidstaten overeenkomstig artikel 26 bis van Richtlijn 2001/18/EG moeten nemen om de niet-doelbewuste aanwezigheid van ggo's in andere producten op hun grondgebied en in de grensgebieden van de aangrenzende lidstaten te voorkomen.

Amendement  9

Standpunt van de Raad

Overweging 7 bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(7 bis) Om ervoor te zorgen dat de teelt van ggo's niet tot de niet-doelbewuste aanwezigheid van ggo's in andere producten leidt, zijn doeltreffende co-existentiemaatregelen onmisbaar. De lidstaten moeten daarom verplicht worden krachtens Richtlijn 2001/18/EG voor hun grondgebied regels vast te stellen om deze niet-doelbewuste aanwezigheid te voorkomen. Daarbij moet bijzondere aandacht gaan naar het voorkomen van eventuele grensoverschrijdende besmettingen vanuit een lidstaat of regio waar de teelt is toegestaan, naar een aangrenzende lidstaat of regio waar de teelt verboden is (bv. door "bufferzones" in te voeren). Voor een coherente uitvoering van dergelijke regelgeving dienen de lidstaten te verwijzen naar de richtsnoeren als opgesteld door de Commissie in haar aanbeveling van 13 juli 20101 bis. Ter waarborging van een doeltreffende uitvoering van co-existentiemaatregelen in grensgebieden van de lidstaten moet de Commissie richtsnoeren ontwikkelen en moeten de lidstaten samenwerken met aangrenzende lidstaten om te zorgen voor passende informatie-uitwisseling.

 

____________________

 

1 bis Aanbeveling van de Commissie van 13 juli 2010 inzake richtsnoeren voor de ontwikkeling van nationale coëxistentiemaatregelen om de onbedoelde aanwezigheid van ggo’s in conventionele en biologische gewassen te vermijden (PB C 200 van 22.7.2010, blz. 1).

Amendement  10

Standpunt van de Raad

Overweging 7 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(7 ter) In de meeste lidstaten zijn er geen maatregelen getroffen om de conventionele en organische landbouw tegen besmetting met ggo's te beschermen, en waar deze maatregelen wel zijn ingevoerd, zijn ze normaal gesproken niet doeltreffend genoeg om landbouwers tegen besmetting te beschermen. Lidstaten die de teelt van ggo-gewassen niet verbieden, dienen te worden verplicht maatregelen te treffen om de conventionele en organische landbouw tegen besmetting te beschermen en om aansprakelijkheidsregelingen op te stellen die ervoor zorgen dat de economische lasten van besmetting bij de ggo-producenten liggen, in plaats van bij de conventionele en organische landbouwers.

Amendement  11

Standpunt van de Raad

Overweging 7 quater (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(7 quater) Voorts dienen de lidstaten samen te werken aan de instelling van passende "bufferzones" tussen ggo-vrije zones en zones waar ggo's worden geteeld, teneinde de niet-doelbewuste gevolgen van grensoverschrijdende besmetting te voorkomen.

Amendement  12

Standpunt van de Raad

Overweging 7 quinquies (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(7 quinquies) Het toekennen van flexibiliteit aan de lidstaten moet de besluitvorming op het gebied van ggo's versoepelen, maar mag in geen geval van invloed zijn op het standpunt van de lidstaten inzake het verlenen van vergunningen voor ggo's. Tegelijkertijd zal de keuzevrijheid van consumenten, landbouwers en ondernemers worden gevrijwaard en zal aan de betrokken belanghebbenden meer duidelijkheid worden geboden wat de teelt van ggo's in de Unie betreft. Deze richtlijn staat de soepele werking van de interne markt dus niet in de weg.

Amendement  13

Standpunt van de Raad

Overweging 8

Standpunt van de Raad

Amendement

(8) Tijdens de vergunningsprocedure voor een bepaald ggo zou een lidstaat de mogelijkheid moeten hebben de Commissie te verzoeken om aan de kennisgever/aanvrager zijn verzoek voor te leggen tot aanpassing van het geografische toepassingsgebied van zijn met dat verzoek overeenstemmende kennisgeving/aanvraag, in overeenstemming met deel C van Richtlijn 2001/18/EG of met artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, teneinde dat deel van het grondgebied of het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat uit te sluiten wat betreft de teelt van ggo's. De Commissie zou de procedure moeten faciliteren door het verzoek van de lidstaat onverwijld aan de kennisgever/aanvrager voor te leggen, en de kennisgever/aanvrager zou binnen een gestelde termijn op dat verzoek moeten reageren.

(8) Tijdens de vergunningsprocedure voor een bepaald ggo zou een lidstaat de mogelijkheid moeten hebben van de Commissie of, in voorkomend geval, van de bevoegde instantie die belast is met de verlening van de schriftelijke toestemming uit hoofde van deze richtlijn, te eisen het geografische toepassingsgebied van een schriftelijke toestemming of vergunning aan te passen, in overeenstemming met deel C van Richtlijn 2001/18/EG of met artikelen 7 en 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, teneinde dat deel van het grondgebied of het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat uit te sluiten wat betreft de teelt van ggo's. Wanneer dergelijke eis wordt ingediend, moet de Commissie of, in voorkomend geval, de bevoegde instantie het geografische toepassingsgebied van een schriftelijke toestemming of vergunning overeenkomstig aanpassen.

Amendement  14

Standpunt van de Raad

Overweging 9

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(9) Het geografisch toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag moet dienovereenkomstig worden aangepast indien de kennisgever/aanvrager binnen een gestelde termijn na de aan hem gerichte mededeling van de kennisgeving/aanvraag door de Commissie uitdrukkelijk of stilzwijgend instemt met het verzoek van de lidstaat. Indien de kennisgever/aanvrager het verzoek afwijst, dient hij de Commissie en de lidstaten daarvan in kennis te stellen. Een weigering van de kennisgever/aanvrager om het geografisch toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag aan te passen laat evenwel de bevoegdheid van de Commissie onverlet om, naargelang het geval, uit hoofde van artikel 19 van Richtlijn 2001/18/EG of de artikelen 7 en 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 waar passend een dergelijke aanpassing door te voeren in het licht van de milieurisicobeoordeling door de Europese Autoriteit voor de voedselveiligheid ("de autoriteit").

Schrappen

Amendement  15

Standpunt van de Raad

Overweging 10

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(10) Bovendien moet er, enkel indien de kennisgever/aanvrager heeft geweigerd het geografisch toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag inzake een ggo zoals gevraagd door een lidstaat aan te passen, voor die lidstaat een mogelijkheid zijn gemotiveerde maatregelen te nemen om de teelt van dat ggo te beperken of te verbieden nadat dit op (een gedeelte van) zijn grondgebied is toegelaten; zulks op andere gronden dan die welke zijn beoordeeld overeenkomstig de geharmoniseerde regels van de Unie (te weten: Richtlijn 2001/18/EG en Verordening (EG) nr. 1829/2003), maar die wel in overeenstemming zijn met het Unierecht. Die gronden kunnen verband houden met milieu- of landbouwbeleidsdoelstellingen, of andere dwingende redenen, zoals ruimtelijke ordening, landgebruik, sociaaleconomische impact, co-existentie en openbare orde. Ze kunnen elk apart of gezamenlijk worden ingeroepen, afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de lidstaat, de regio of het gebied waarin deze maatregelen zullen gelden.

(10) Er moet voor een lidstaat een mogelijkheid zijn om als risicobeheerder op te treden en gemotiveerde maatregelen te nemen om de teelt van een ggo, groepen van op basis van gewasvariëteiten of eigenschappen gedefinieerde ggo's of alle ggo's te beperken of te verbieden nadat dit op (een gedeelte van) zijn grondgebied is toegelaten; zulks op grond van redenen in verband met het openbaar belang, die in overeenstemming zijn met het Unierecht. Die gronden kunnen verband houden met milieu- of landbouwbeleidsdoelstellingen, of andere legitieme gronden, zoals de sociaaleconomische gevolgen, voor zover deze factoren niet onder de in deel C van Richtlijn 2001/18/EG vastgestelde geharmoniseerde procedure vallen, of voortdurende wetenschappelijke onzekerheid. Deze maatregelen moeten naar behoren verantwoord zijn om wetenschappelijke redenen of om redenen in verband met andere legitieme factoren die het gevolg kunnen zijn van de doelbewuste introductie of het in de handel brengen van ggo's. Ze kunnen elk apart of gezamenlijk worden ingeroepen, afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de lidstaat, de regio of het gebied waarin deze maatregelen zullen gelden.

Amendement  16

Standpunt van de Raad

Overweging 11

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(11) Het in de Unie gekozen niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu maakt een uniforme wetenschappelijke beoordeling in de gehele Unie mogelijk, en deze richtlijn mag daarin geen verandering brengen. Teneinde te voorkomen dat inbreuk wordt gemaakt op de bevoegdheden die overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG en Verordening (EG) nr. 1829/2003 aan de verantwoordelijken voor risicobeoordeling en risicomanagement worden toegekend, mag een lidstaat bijgevolg uitsluitend redenen in verband met milieubeleidsdoelstellingen aanvoeren die niet onverenigbaar zijn met de beoordeling van de risico's voor de gezondheid en het milieu welke worden beoordeeld in de context van de vergunningsprocedures waarin is voorzien in Richtlijn 2001/18/EG en in Verordening (EG) nr. 1829/2003, bijvoorbeeld de instandhouding van bepaalde soorten natuurlijke en landschapskenmerken, bepaalde habitats en ecosystemen of specifieke ecosysteemfuncties en -diensten.

(11) Een lidstaat kan niet afwijken van het in de Unie gekozen niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu, en dit beginsel moet worden behouden. Teneinde te voorkomen dat inbreuk wordt gemaakt op de bevoegdheden die overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG en Verordening (EG) nr. 1829/2003 aan de verantwoordelijken voor risicobeoordeling en risicomanagement worden toegekend, mag een lidstaat bijgevolg uitsluitend redenen in verband met milieubeleidsdoelstellingen aanvoeren die een aanvulling zijn op de beoordeling van de risico's voor de gezondheid en het milieu welke worden beoordeeld in de context van de vergunningsprocedures waarin is voorzien in Richtlijn 2001/18/EG en in Verordening (EG) nr. 1829/2003.

Amendement  17

Standpunt van de Raad

Overweging 11 bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(11 bis) De lidstaten moeten de maatregelen die de teelt van ggo's verbieden of beperken, kunnen baseren op naar behoren verantwoorde gronden die verband houden met milieugevolgen. Deze redenen kunnen het volgende omvatten: het voorkomen van de ontwikkeling van pesticideresistentie bij onkruid en ongedierte; het invasieve karakter of de persistentie van een ggo-ras of de mogelijkheid van kruising met binnenlandse gekweekte of wilde planten; het voorkomen van negatieve effecten op het lokale milieu als gevolg van veranderingen in de landbouwpraktijken in verband met de teelt van ggo's; de instandhouding en ontwikkeling van landbouwpraktijken die een beter potentieel bieden om productie te combineren met duurzame ecosystemen; de instandhouding van de lokale biodiversiteit, inclusief bepaalde habitats en ecosystemen of bepaalde soorten natuurlijke en landschapskenmerken en specifieke ecosysteemfuncties en -diensten; wetenschappelijke onzekerheden in verband met deze redenen; of het gebrek aan geschikte gegevens over de mogelijke negatieve effecten van de introductie van ggo's op het lokale of regionale milieu van een lidstaat, waaronder de biodiversiteit.

Amendement  18

Standpunt van de Raad

Overweging 11 ter (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(11 ter) De redenen die verband houden met landbouwbeleidsdoelstellingen kunnen het volgende omvatten: de noodzaak om de diversiteit van de landbouwproductie te beschermen, de instandhouding en ontwikkeling van landbouwpraktijken die een beter potentieel bieden om productie te combineren met duurzame ecosystemen en de noodzaak de zuiverheid van zaad te garanderen.

Amendement  19

Standpunt van de Raad

Overweging 11 quater (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(11 quater) De gronden die verband houden met sociaaleconomische gevolgen kunnen het volgende omvatten: de onhaalbaarheid of hoge kosten van co-existentiemaatregelen of de onmogelijkheid co-existentiemaatregelen uit te voeren wegens specifieke geografische omstandigheden, zoals kleine eilanden of berggebieden.

Amendement  20

Standpunt van de Raad

Overweging 11 quinquies (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(11 quinquies) De lidstaten moeten maatregelen om de teelt van een ggo, groepen van op basis van gewasvariëteiten of eigenschappen gedefinieerde ggo's of alle ggo's te beperken of te verbieden eveneens kunnen baseren op andere redenen, zoals de bodembestemming, stedenbouw en ruimtelijke ordening of andere legitieme factoren, zoals die welke verband houden met de culturele tradities.

Amendement  21

Standpunt van de Raad

Overweging 12

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(12) Voorts moeten lidstaten de besluiten die zij krachtens Richtlijn 2001/18/EG vaststellen, kunnen motiveren met redenen die verband houden met de mogelijke sociaaleconomische impact van de teelt van een ggo op zijn grondgebied. De co-existentiemaatregelen zijn weliswaar aan bod gekomen in de aanbeveling van de Commissie van 13 juli 20101, maar de lidstaten moeten ook over de mogelijkheid beschikken maatregelen te nemen om de teelt van toegelaten ggo's op (een deel van) hun grondgebied krachtens deze richtlijn te beperken of te verbieden. De mogelijke redenen die zij daartoe kunnen aanvoeren, kunnen verband houden met de onhaalbaarheid of de onmogelijkheid om co-existentiemaatregelen uit te voeren wegens specifieke geografische omstandigheden, de noodzaak de aanwezigheid van ggo's in andere producten, bijvoorbeeld specifieke of bijzondere producten, te voorkomen, de noodzaak de diversiteit van de landbouwproductie te beschermen of de noodzaak de zuiverheid van zaad en teeltmateriaal te garanderen. Voorts heeft de Commissie, overeenkomstig het verzoek in de conclusies van de Raad van 5 december 2008 inzake genetisch gemodificeerde organismen, verslag uitgebracht aan het Europees Parlement en de Raad over de sociaaleconomische implicaties van de teelt van ggo's. Het resultaat van dat verslag kan waardevolle informatie verschaffen aan de lidstaten die overwegen besluiten te nemen op basis van deze richtlijn.

Schrappen

____________________

 

1 Aanbeveling van de Commissie van 13 juli 2010 inzake richtsnoeren voor de ontwikkeling van nationale coëxistentiemaatregelen om de onbedoelde aanwezigheid van ggo’s in conventionele en biologische gewassen te vermijden (PB C 200 van 22.7.2010, blz. 1).

 

Amendement  22

Standpunt van de Raad

Overweging 14

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(14) Maatregelen van de lidstaten krachtens deze richtlijn moeten worden onderworpen aan een procedure van toetsing en informatie op het niveau van de Unie. Gezien het niveau van toetsing door de Unie en het informatieniveau, is het niet nodig om voorts de toepassing van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad1 verplicht te stellen. Lidstaten mogen de teelt van een ggo op een gedeelte van hun grondgebied of op het gehele grondgebied beperken of verbieden vanaf de datum van inwerkingtreding van de EU-vergunning, en uiterlijk twee jaar na de datum waarop de toestemming/vergunning is verleend, mits een vastgestelde wachttermijn van 75 dagen tijdens dewelke de Commissie opmerkingen kon maken over de voorgestelde maatregelen, is verstreken.

(14) Maatregelen van de lidstaten krachtens deze richtlijn moeten worden onderworpen aan een procedure van toetsing en informatie op het niveau van de Unie. Gezien het niveau van toetsing door de Unie en het informatieniveau, is het niet nodig om voorts de toepassing van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad1 verplicht te stellen. Lidstaten mogen de teelt van een ggo, groepen van op basis van gewasvariëteiten of eigenschappen gedefinieerde ggo's of alle ggo's op een gedeelte van hun grondgebied of op het gehele grondgebied beperken of verbieden vóór de datum van inwerkingtreding van de EU-vergunning en voor de gehele geldigheidsduur van de toestemming/vergunning, mits een vastgestelde wachttermijn tijdens dewelke de Commissie opmerkingen kon maken over de voorgestelde maatregelen, is verstreken. De betrokken lidstaat dient derhalve de voorgestelde maatregelen ten minste 75 dagen voor de aanneming ervan aan de Commissie mee te delen zodat de Commissie opmerkingen kan maken; gedurende deze periode dient de lidstaat zich te onthouden van het aannemen en uitvoeren van deze maatregelen. Na de vastgestelde wachttermijn kan de lidstaat de aanvankelijk voorgestelde maatregelen aannemen of de gewijzigde maatregelen waarin rekening is gehouden met de opmerkingen van de Commissie.

____________________

____________________

1 Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37).

1 Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37).

Amendement  23

Standpunt van de Raad

Overweging 14 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(14 bis) Tijdens de wachttermijn dient de aanvrager/houder van de vergunning die zou worden getroffen door maatregelen die de teelt van een ggo of van een groep van ggo's in een lidstaat beperken of verbieden, zich te onthouden van alle activiteiten in verband met de teelt van dat ggo of die groep van ggo's in die lidstaat.

Amendement  24

Standpunt van de Raad

Overweging 15

Standpunt van de Raad

Amendement

(15) Besluiten betreffende het beperken of verbieden van de teelt van ggo's door lidstaten op (een deel van) hun grondgebied mogen geen beletsel vormen voor biotechnologieonderzoek, mits bij de uitvoering van dat onderzoek alle nodige veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen.

(15) Besluiten betreffende het beperken of verbieden van de teelt van ggo's door lidstaten op (een deel van) hun grondgebied mogen geen beletsel vormen voor biotechnologieonderzoek, mits bij de uitvoering van dat onderzoek alle nodige veiligheidsmaatregelen inzake de gezondheid van mens en dier en de bescherming van het milieu in acht worden genomen en de activiteit niet verhindert dat wordt voldaan aan de grond op basis waarvan het verbod is ingesteld. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en de lidstaten moeten bovendien werken aan de totstandbrenging van een uitgebreid net van wetenschappelijke organisaties die alle disciplines vertegenwoordigen, ook degene die zich bezighouden met ecologische vraagstukken, en zij moeten samenwerken om ieder potentieel verschil tussen wetenschappelijke adviezen vroegtijdig te onderkennen, teneinde de wetenschappelijke geschilpunten op te lossen of toe te lichten. De Commissie en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat de nodige middelen voor onafhankelijk onderzoek naar de potentiële risico's die het gevolg kunnen zijn van de doelbewuste introductie of het in de handel brengen van ggo's, voorhanden zijn en dat de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten de toegang van onafhankelijke onderzoekers tot al het relevante materiaal niet belemmert.

Amendement  25

Standpunt van de Raad

Overweging 15 bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(15 bis) Gezien het belang van wetenschappelijk bewijs voor de besluitvorming met betrekking tot het verbieden of goedkeuren van ggo's, moeten de EFSA en de lidstaten jaarlijks de resultaten van onderzoek met betrekking tot het risico of het bewijs van toevallige aanwezigheid, besmetting of gevaar voor het milieu of de menselijke gezondheid van ggo's verzamelen en publiceren.

Amendement  26

Standpunt van de Raad

Overweging 16

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(16) Wanneer nieuwe, objectieve omstandigheden een aanpassing rechtvaardigen van het geografisch toepassingsgebied van de toestemming/vergunning voor een ggo, moet een lidstaat, doch in geen geval eerder dan twee jaar nadat de toestemming/vergunning is verleend, via de Commissie een verzoek aan de houder van de toestemming/vergunning kunnen richten om het geografisch toepassingsgebied ervan aan te passen. Indien de houder van de toestemming/vergunning hier niet stilzwijgend dan wel uitdrukkelijk mee instemt, moet de lidstaat de mogelijkheid hebben gemotiveerde maatregelen te nemen om de teelt van dat ggo te beperken of te verbieden. De betrokken lidstaat dient, ten minste 75 dagen voor de aanneming ervan, een ontwerp van de maatregelen aan de Commissie mee te delen zodat de Commissie opmerkingen kan maken; gedurende deze periode dient de lidstaat zich te onthouden van het aannemen en uitvoeren van deze maatregelen. Na de vastgestelde wachttermijn kan de lidstaat de aanvankelijk voorgestelde maatregelen aannemen of de gewijzigde maatregelen waarin rekening is gehouden met de opmerkingen van de Commissie.

Schrappen

Amendement  27

Standpunt van de Raad

Overweging 18

Standpunt van de Raad

Amendement

(18) Schriftelijke toestemmingen of vergunningsbesluiten die worden afgegeven/aangenomen met een tot specifieke gebieden beperkt geografisch toepassingsgebied, of maatregelen die door lidstaten overeenkomstig deze richtlijn worden genomen om de teelt van ggo's te beperken of te verbieden, mogen het gebruik van toegelaten ggo's door andere lidstaten niet beletten of beperken. Bovendien mogen deze richtlijn en de uit hoofde daarvan aangenomen nationale maatregelen geen afbreuk doen aan de voorschriften van het Unierecht betreffende de niet-doelbewuste en onvoorziene aanwezigheid van ggo's in niet-genetisch gemodificeerde rassen van zaaizaad en pootgoed, en mogen zij de teelt van rassen die aan deze voorwaarden voldoen, niet verhinderen.

(18) Schriftelijke toestemmingen of vergunningsbesluiten die worden afgegeven/aangenomen met een tot specifieke gebieden beperkt geografisch toepassingsgebied, of maatregelen die door lidstaten overeenkomstig deze richtlijn worden genomen om de teelt van ggo's te beperken of te verbieden, mogen het gebruik van toegelaten ggo's door andere lidstaten niet beletten of beperken, mits er passende co-existentiemaatregelen worden getroffen om grensoverschrijdende besmetting te voorkomen. Bovendien mogen deze richtlijn en de uit hoofde daarvan aangenomen nationale maatregelen geen afbreuk doen aan de voorschriften van het Unierecht betreffende de niet-doelbewuste en onvoorziene aanwezigheid van ggo's in niet-genetisch gemodificeerde rassen van zaaizaad en pootgoed, en mogen zij de teelt van rassen die aan deze voorwaarden voldoen, niet verhinderen.

Amendement  28

Standpunt van de Raad

Overweging 20 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(20 bis) Teneinde een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, moeten de lidstaten eveneens doeltreffende maatregelen nemen met betrekking tot etikettering en voorlichting om te zorgen voor volledige transparantie over de aanwezigheid van ggo's op hun grondgebied en in de producten die er worden geproduceerd of in de handel gebracht.

Amendement  29

Standpunt van de Raad

Overweging 21 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(21 bis) De artikelen 26 ter en quater van Richtlijn 2001/18/EG zijn onverminderd van toepassing op artikel 23 van die richtlijn en op artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1829/20031 bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1).

Amendement  30

Standpunt van de Raad

Overweging 22

 

Standpunt van de Raad

Amendement

(22) De aanbeveling van de Commissie van 13 juli 2010 geeft de lidstaten sturing op het vlak van de ontwikkeling van co-existentiemaatregelen, ook in grensgebieden.

Schrappen

Amendement  31

Standpunt van de Raad

Artikel 1 – inleidende formule

 

Standpunt van de Raad

Amendement

In Richtlijn 2001/18/EG worden de volgende artikelen ingevoegd:

Richtlijn 2001/18/EG wordt als volgt gewijzigd:

Amendement  32

Standpunt van de Raad

Artikel 1 – lid -1 (nieuw)

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 22

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(- 1) Artikel 22 wordt vervangen door:

Artikel 22

"Artikel 22

Vrij verkeer

Vrij verkeer

Onverminderd artikel 23 mogen de lidstaten het in de handel brengen van GGO's, als product of in producten, die aan de eisen van deze richtlijn voldoen, niet verbieden, beperken of verhinderen.

Onverminderd artikel 23 of artikel 26 ter mogen de lidstaten het in de handel brengen van ggo's, als product of in producten, die aan de eisen van deze richtlijn voldoen, niet verbieden, beperken of verhinderen."

Amendement  33

Standpunt van de Raad

Artikel 1 – lid -1 bis (nieuw)

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 25 – lid 5 bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(-1 bis) In artikel 25 wordt het volgende lid opgenomen:

 

"5 bis. Onverminderd de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten wordt de toegang tot materiaal dat nodig is voor onafhankelijk onderzoek naar potentiële risico's die het gevolg zijn van doelbewuste introductie of het in de handel brengen van ggo's, zoals zaad, niet beperkt of verhinderd."

Amendement  34

Standpunt van de Raad

Artikel 1 – letter -1 ter (nieuw)

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 bis – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 ter) Artikel 26 bis, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

1. De lidstaten kunnen alle passende maatregelen nemen om de niet-doelbewuste aanwezigheid van GGO's in andere producten te voorkomen.

"1. De lidstaten nemen passende maatregelen om de niet-doelbewuste aanwezigheid van ggo's in andere producten op hun grondgebied en in de grensgebieden van de aangrenzende lidstaten te voorkomen. Dergelijke maatregelen moeten ter kennis van de Commissie worden gebracht. De Commissie ontwikkelt richtsnoeren om de doeltreffende werking van co-existentiemaatregelen in grensgebieden van de lidstaten te waarborgen."

Amendement  35

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 1

 

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Gedurende de vergunningsprocedure voor een specifiek ggo of gedurende de vernieuwing van een toestemming/vergunning kan een lidstaat de kennisgever/aanvrager via de Commissie verzoeken het geografische toepassingsgebied van zijn overeenkomstig deel C van deze richtlijn of overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 ingediende kennisgeving/aanvraag zodanig aan te passen dat een gedeelte van het grondgebied of het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat uitgesloten moet worden uitgesloten van de teelt van ggo's. Dit verzoek wordt uiterlijk 30 dagen na de datum van verspreiding van het beoordelingsrapport uit hoofde van artikel 14, lid 2, van deze richtlijn, dan wel uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het advies van de autoriteit uit hoofde van in artikel 6, lid 6, en artikel 18, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1829/2003, aan de Commissie medegedeeld. De Commissie deelt het verzoek van de lidstaat onverwijld mede aan de kennisgever/aanvrager en aan de andere lidstaten.

1. Gedurende de vergunningsprocedure voor een specifiek ggo of gedurende de vernieuwing van een toestemming/vergunning kan een lidstaat eisen het geografische toepassingsgebied van de schriftelijke toestemming of vergunning zodanig aan te passen dat een gedeelte van het grondgebied of het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat moet worden uitgesloten van de teelt van ggo's. Het verzoek wordt uiterlijk 60 dagen na de datum van verspreiding van het beoordelingsrapport uit hoofde van artikel 14, lid 2, van deze richtlijn, dan wel uiterlijk 60 dagen na ontvangst van het advies van de autoriteit uit hoofde van in artikel 6, lid 6, en artikel 18, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1829/2003, aan de Commissie medegedeeld, en in voorkomend geval aan de bevoegde instantie die belast is met de verlening van de schriftelijke toestemming uit hoofde van deze richtlijn. De Commissie deelt het verzoek van de lidstaat onverwijld mede aan de kennisgever/aanvrager, aan de andere lidstaten en aan het publiek.

Amendement  36

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 2

 

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Indien de kennisgever/aanvrager zich verzet tegen een verzoek van de lidstaat overeenkomstig lid 1, brengt de kennisgever/aanvrager de Commissie en de lidstaten hiervan op de hoogte binnen 30 dagen na de mededeling door de Commissie van het verzoek. In geval van uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming van de kennisgever/aanvrager wordt de aanpassing van het geografische toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag in de schriftelijke toestemming of vergunning opgenomen.

2. Wanneer een eis overeenkomstig lid 1 is ingediend, wordt de aanpassing van het geografische toepassingsgebied van de schriftelijke toestemming of vergunning, zoals goedgekeurd door de Commissie, of, in voorkomend geval, door de bevoegde instantie, uitgevoerd als een in de schriftelijke toestemming of vergunning opgenomen voorwaarde.

De schriftelijke toestemming krachtens deze richtlijn en, waar van toepassing, het overeenkomstig artikel 19 genomen besluit, alsmede het overeenkomstig artikel 7 en artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 genomen vergunningsbesluit, worden gegeven op basis van het aangepaste toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag zoals deze uitdrukkelijk of stilzwijgend door de kennisgever/aanvrager is aanvaard.

De schriftelijke toestemming krachtens deze richtlijn en, waar van toepassing, het overeenkomstig artikel 19 genomen besluit, alsmede het overeenkomstig artikel 7 en artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 genomen vergunningsbesluit, worden gegeven op basis van het aangepaste toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag.

Amendement  37

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 3

 

Standpunt van de Raad

Amendement

3. Indien de kennisgever/aanvrager zich verzet tegen de aanpassing van het geografisch toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag zoals door een lidstaat overeenkomstig lid 1 van dit artikel is verzocht, kan die lidstaat maatregelen nemen om de teelt van dat ggo op zijn gehele grondgebied of een deel daarvan te beperken of te verbieden zodra de vergunning daartoe is verleend overeenkomstig deel C van deze richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003, mits deze maatregelen in overeenstemming zijn met het Unierecht, gemotiveerd, evenredig en niet-discriminerend zijn en voorts een grondslag vinden in dwingende gronden, bijvoorbeeld gronden die verband houden met:

3. Zonder afbreuk te doen aan lid 1, kan een lidstaat, na de uit hoofde van deze richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003 verrichte milieurisicobeoordeling en optredend als risicomanager, maatregelen nemen om de teelt van een ggo, groepen van op basis van gewasvariëteiten of eigenschappen gedefinieerde ggo's of alle ggo's op zijn gehele grondgebied of een deel daarvan te beperken of te verbieden zodra de vergunning daartoe is verleend overeenkomstig deel C van deze richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003, mits deze maatregelen in overeenstemming zijn met het Unierecht, gemotiveerd, evenredig en niet-discriminerend zijn en voorts een grondslag vinden in gronden, bijvoorbeeld gronden die verband houden met:

a) andere milieubeleidsdoelstellingen dan de punten die overeenkomstig deze richtlijn en Verordening (EG) nr. 1829/2003 worden beoordeeld;

a) milieubeleidsdoelstellingen die verband houden met gevolgen die het gevolg kunnen zijn van de doelbewuste introductie of het in de handel brengen van ggo's en die een aanvulling zijn op de gevolgen die tijdens de op grond van deze richtlijn en Verordening (EG) nr. 1829/2003 uitgevoerde wetenschappelijke risicobeoordeling concreet zijn onderzocht;

b) ruimtelijke ordening;

b) ruimtelijke ordening;

c) landgebruik;

c) landgebruik;

d) sociaaleconomische effecten;

d) sociaaleconomische effecten;

e) voorkomen van de aanwezigheid van ggo's in andere producten, onverminderd artikel 26 bis;

e) voorkomen van de aanwezigheid van ggo's in andere producten;

f) landbouwbeleidsdoelstellingen;

f) landbouwbeleidsdoelstellingen;

g) overheidsbeleid.

g) overheidsbeleid.

Deze gronden kunnen apart of gecombineerd worden aangevoerd, met uitzondering van de in punt g) genoemde grond die niet apart kan worden aangevoerd, naar gelang van de specifieke omstandigheden die zich voordoen in de lidstaat, de regio of het gebied waar deze maatregelen zullen gelden; zij mogen in geen geval strijdig zijn met de uit hoofde van deze richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003 verrichte milieurisicobeoordeling.

Deze gronden kunnen apart of gecombineerd worden aangevoerd, met uitzondering van de in punt g) genoemde grond die niet apart kan worden aangevoerd, naar gelang van de specifieke omstandigheden die zich voordoen in de lidstaat, de regio of het gebied waar deze maatregelen zullen gelden; zij mogen in geen geval strijdig zijn met de uit hoofde van deze richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003 verrichte milieurisicobeoordeling.

Amendement  38

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 4 – alinea 1

 

Standpunt van de Raad

Amendement

4. Een lidstaat die voornemens is maatregelen te nemen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, brengt een ontwerp van die maatregelen en de overeenkomstige, tot staving daarvan aangevoerde gronden ter kennis van de Commissie. Deze mededeling kan geschieden voordat de ggo-vergunningsprocedure, in het kader van deel C van de richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003, is voltooid. Gedurende een periode van 75 dagen te rekenen van de datum van die kennisgeving:

4. Een lidstaat die voornemens is maatregelen te nemen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, brengt een ontwerp van die maatregelen en de overeenkomstige, tot staving daarvan aangevoerde gronden ter kennis van de Commissie. Deze mededeling kan geschieden voordat de ggo-vergunningsprocedure, in het kader van deel C van de richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003, is voltooid. Gedurende een periode van 75 dagen te rekenen van de datum van die kennisgeving:

a) onthoudt de betrokken lidstaat zich van het aannemen en uitvoeren van deze maatregelen, en

a) onthoudt de betrokken lidstaat zich van het aannemen en uitvoeren van deze maatregelen,

 

a bis) onthoudt de kennisgever/aanvrager zich van zijn activiteiten met betrekking tot het in de handel brengen van de variëteit van dat ggo;

 

a ter) onthouden bedrijfsexploitanten zich van de teelt van de variëteit van dat ggo; en

b) kan de Commissie alle opmerkingen maken die zij passend acht.

b) kan de Commissie alle opmerkingen maken die zij passend acht.

 

Als de vergunning tijdens deze periode van 75 dagen wordt verleend, moet zij als tijdelijk geschorst worden beschouwd tot het eind van deze periode.

Amendement  39

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 4 – alinea 2

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

In afwijking van lid 4, eerste alinea, onder a), kunnen nationale maatregelen voorlopig worden opgelegd wanneer de periode van 75 dagen samenvalt met de zaaiperiode van het respectieve ggo.

Bij het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde periode van 75 dagen en uiterlijk twee jaar nadat deze toestemming/vergunning is verleend, kan de lidstaat maatregelen vaststellen, hetzij in de vorm waarin deze oorspronkelijk waren voorgesteld, hetzij in gewijzigde vorm, teneinde rekening te houden met de opmerkingen van de Commissie. Van deze maatregelen wordt onverwijld kennis gegeven aan de Commissie, de overige lidstaten en de kennisgever/aanvrager.

Bij het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde periode van 75 dagen kan de lidstaat, gedurende de gehele geldigheidsduur van de toestemming/vergunning en vanaf de datum van de inwerkingtreding van de EU-vergunning, maatregelen vaststellen, hetzij in de vorm waarin deze oorspronkelijk waren voorgesteld, hetzij in gewijzigde vorm, teneinde rekening te houden met de niet-bindende opmerkingen van de Commissie. Van deze maatregelen wordt onverwijld kennis gegeven aan de Commissie, de overige lidstaten en de vergunninghouder.

Amendement  40

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 4 – alinea 2 bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

De lidstaten maken elke maatregel in deze zin ten minste zes maanden voor het begin van het groeiseizoen bekend aan alle betrokkenen, inclusief de telers. Als de vergunning voor het ggo in kwestie minder dan zes maanden voor het begin van het groeiseizoen wordt verleend, maken de lidstaten de bedoelde maatregelen bekend bij de aanneming ervan.

Amendement  41

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 5

 

Standpunt van de Raad

Amendement

5. Indien een lidstaat, na verlening van de vergunning van het ggo uit hoofde van deze richtlijn of Verordening (EG) nr. 1829/2003, maar niet eerder dan twee jaar na de datum waarop de toestemming/vergunning is verleend, van oordeel is dat er nieuwe objectieve omstandigheden zijn die een aanpassing van het geografische toepassingsgebied van de toestemming/vergunning rechtvaardigen, kan hij, mutatis mutandis, de procedure van de leden 1 tot en met 4 toepassen, mits hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan de teelt van toegelaten genetisch gemodificeerde zaden en teeltmateriaal dat rechtmatig was gepland voordat deze maatregelen werden vastgesteld.

Schrappen

Amendement  42

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 5 bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

5 bis. Een lidstaat die voornemens is maatregelen te treffen uit hoofde van lid 3, zorgt ervoor dat landbouwers die die gewassen legaal hebben geteeld, voldoende tijd hebben om het lopende teeltseizoen te beëindigen.

 

De kosten en inspanningen van een kosten-batenanalyse worden gedeeld door de verantwoordelijke lidstaat en de landbouwers.

Amendement  43

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter – lid 7 – inleidende formule

 

Standpunt van de Raad

Amendement

7. Met het oog op een aanpassing van het geografische toepassingsgebied van de toestemming/vergunning van een ggo uit hoofde van de leden 5 en 6 en mits de houder van de toestemming/vergunning, uit hoofde van lid 5, uitdrukkelijk of stilzwijgend instemt met het verzoek van een lidstaat:

7. Met het oog op een aanpassing van het geografische toepassingsgebied van de toestemming/vergunning van een ggo uit hoofde van lid 6:

Amendement  44

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 ter bis (nieuw)

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

"Artikel 26 ter bis

 

Aansprakelijkheidsvereisten en financiële garanties

 

De lidstaten stellen een algemene, verplichte regeling voor financiële aansprakelijkheid en garanties vast in hun nationale ggo-wetgeving die voor alle bedrijfsexploitanten geldt en ervoor zorgt dat de vervuiler betaalt voor onbedoelde effecten en schade die kunnen optreden als gevolg van de opzettelijke introductie of het in de handel brengen van ggo's.

Amendement  45

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 quater – lid 2

 

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Indien de aanvraag in behandeling is en de kennisgever/aanvrager binnen 30 dagen te rekenen vanaf de indiening van dit verzoek uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft ingestemd met dat verzoek, wordt het geografische toepassingsgebied van de kennisgeving/aanvraag dienovereenkomstig aangepast. De schriftelijke toestemming krachtens deze richtlijn en, waar van toepassing, het overeenkomstig artikel 19 genomen besluit, alsmede het overeenkomstig artikel 7 en artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 genomen vergunningsbesluit, worden gegeven op basis van het aangepaste toepassingsgebied van de uitdrukkelijk of stilzwijgend door de kennisgever/aanvrager goedgekeurde kennisgeving/aanvraag.

2. Indien de aanvraag in behandeling is en de Commissie het verzoek van de lidstaat om aanpassing van het geografische toepassingsgebied heeft goedgekeurd en het naar behoren aan de kennisgever/aanvrager heeft meegedeeld, wordt de aanpassing van kracht vóór de datum van inwerkingtreding van de schriftelijke toestemming krachtens deze richtlijn.

Amendement  46

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 quater – lid 3

 

Standpunt van de Raad

Amendement

3. Indien de vergunning reeds is verleend en de vergunninghouder binnen 30 dagen vanaf de indiening van het in lid 1 van dit artikel bedoelde verzoek uitdrukkelijk of stilzwijgend met dat verzoek heeft ingestemd, wordt de vergunning verleend in de versie waarmee de vergunninghouder heeft ingestemd. Ingeval het een schriftelijke toestemming uit hoofde van deze richtlijn betreft, wijzigt de bevoegde instantie het geografische toepassingsgebied van de toestemming dienovereenkomstig in overeenstemming met de uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming van de vergunninghouder en brengt zij de Commissie, de lidstaten en de vergunninghouder daarvan op de hoogte zodra dit voltooid is. Ingeval het een vergunning uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 betreft, wijzigt de Commissie het vergunningsbesluit dienovereenkomstig, zonder de procedure van artikel 35, lid 2, van die verordening toe te passen. De Commissie stelt de lidstaten en de vergunninghouder daarvan in kennis.

3. Indien de vergunning reeds is verleend en de vergunninghouder binnen 30 dagen vanaf de indiening van het in lid 1 van dit artikel bedoelde verzoek uitdrukkelijk of stilzwijgend met dat verzoek heeft ingestemd, wordt de vergunning verleend in de versie waarmee de vergunninghouder heeft ingestemd. Ingeval het een schriftelijke toestemming uit hoofde van deze richtlijn betreft, wijzigt de bevoegde instantie het geografische toepassingsgebied van de toestemming dienovereenkomstig in overeenstemming met de uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming van de vergunninghouder en brengt zij de Commissie, de lidstaten en de vergunninghouder daarvan op de hoogte zodra dit voltooid is. Ingeval het een vergunning uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 betreft, wijzigt de Commissie het vergunningsbesluit dienovereenkomstig, zonder de procedure van artikel 35, lid 2, van die verordening toe te passen. De Commissie stelt de lidstaten en de vergunninghouder daarvan in kennis. De Commissie maakt deze instemming ook openbaar.

Amendement  47

Standpunt van de Raad

Artikel 1

Richtlijn 2001/18/EG

Artikel 26 quater – lid 4

 

Standpunt van de Raad

Amendement

4. Indien een kennisgever/aanvrager of, naar het gelang van het geval, een vergunninghouder zich tegen een dergelijk verzoek verzet, is artikel 26 ter, leden 3 tot en met 9, van overeenkomstige toepassing.

Schrappen

Amendement  48

Standpunt van de Raad

Artikel 2

 

Standpunt van de Raad

Amendement

Uiterlijk 4 jaar na ….+ dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over het gebruik dat de lidstaten van deze richtlijn hebben gemaakt, dat onder meer betrekking heeft op de doeltreffendheid van de bepalingen op grond waarvan de lidstaten de teelt van ggo's op hun gehele grondgebied of een deel daarvan kunnen beperken of verbieden, alsook op de soepele werking van de interne markt. Dat verslag gaat eventueel vergezeld van de wetgevingsvoorstellen die de Commissie passend acht.

Uiterlijk 4 jaar na ….+ dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over het gebruik dat de lidstaten van deze richtlijn hebben gemaakt, dat onder meer betrekking heeft op de doeltreffendheid van de bepalingen op grond waarvan de lidstaten de teelt van ggo's op hun gehele grondgebied of een deel daarvan kunnen beperken of verbieden, alsook op de soepele werking van de interne markt. Dat verslag gaat eventueel vergezeld van de wetgevingsvoorstellen die de Commissie passend acht.

De Commissie brengt tevens verslag uit over de vorderingen die zijn gemaakt met het verlenen van een normatieve status aan de aangescherpte richtsnoeren van de autoriteit van 2010 betreffende de milieurisicobeoordeling van genetisch gemodificeerde gewassen.

 

________________

__________________

+ PB: Gelieve de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn in te voegen.

+ PB: Gelieve de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn in te voegen.

Amendement  49

Standpunt van de Raad

Artikel 2 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

De Commissie neemt uiterlijk op ...+ een uitvoeringsverordening betreffende de milieurisicobeoordeling van ggo's aan op basis van de EFSA-richtsnoeren uit 2010 inzake de milieurisicobeoordeling van genetisch gemodificeerde planten, die worden versterkt in de zin van de conclusies van de Raad van 2008.

 

___________________

 

+ PB: Gelieve de datum in te voegen: 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  50

Standpunt van de Raad

Artikel 2 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 2 ter

 

Omzetting

 

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op […] + aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

 

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

 

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

 

__________________

 

+ + PB: Gelieve de datum in te voegen: 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  51

Standpunt van de Raad

Artikel 2 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1829/2003

Artikel 7 – lid 3 en artikel 19 – lid 3

 

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 2 quater

 

Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt als volgt gewijzigd:

 

In de artikelen 7, lid 3, en 19, lid 3, wordt de verwijzing naar artikel 35, lid 2, vervangen door een verwijzing naar artikel 35, lid 3.

(1)

PB C 54 van 19.2.11, blz. 51.

(2)

PB C 104 van 2.4.2011, blz. 62.

(3)

PB C 033E van 5.2.2013, blz. 350.


TOELICHTING

I. Context

Op 23 juli jongstleden hebben de 28 ministers van Milieu het standpunt van de Raad over de beperking van of het verbod op de teelt van ggo's op het grondgebied van hun lidstaten aangenomen.

In de praktijk betreft het een wijziging van Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu. Er wordt een nieuw artikel aan toegevoegd waardoor de juridische motiveringsgronden van de lidstaten voor een nationaal of regionaal verbod op de teelt van een ggo worden uitgebreid. Deze herziening zal eveneens van toepassing zijn op de teelt van een ggo waarvoor een vergunning werd verleend in het kader van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die betrekking heeft op levensmiddelen of dierenvoeders die ggo's of daarvan afgeleide producten bevatten.

Die twee wetgevingsteksten vormen een streng juridisch kader: een ggo mag slechts in de handel worden gebracht na een wetenschappelijke beoordeling van de risico's voor de volksgezondheid, het welzijn van dieren en het milieu.

Er dient te worden verduidelijkt dat deze tekst enkel betrekking heeft op de teelt van ggo's voor de oogst of onderzoek in open grond. De invoer van ggo's, die voornamelijk voor veevoeder bestemd is, wordt dus niet in deze wetgeving behandeld.

Drie jaar na de stemming van het Europees Parlement in eerste lezing (5 juli 2011) hebben de lidstaten een compromis bereikt.

Iedereen is verheugd over de deblokkering van dit dossier, maar de context is er niet minder gecompliceerd op geworden:

1. De Europese publieke opinie is steeds meer gekant tegen ggo's en vooral tegen de aanwezigheid ervan in levensmiddelen. Ter herinnering: in de bijzondere eurobarometer van december 2010 over voedselgerelateerde risico's is slechts 21% het eens (tegenover 58% oneens) met de stelling dat "ggo-voeding veilig is voor de komende generaties".

Een bijgewerkte versie van deze enquête zou zeer interessant zijn. Daaruit zou zeer waarschijnlijk blijken dat een grote meerderheid van de burgers nog steeds tegen de teelt van ggo's in Europa is.

2. De oppositie van 19 van de 28 regeringen tegen de genetisch gemodificeerde mais TC1507 kreeg in februari 2014 veel media-aandacht. Slechts een minderheid van vijf lidstaten (Estland, Spanje, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) heeft vóór de vergunning van deze nieuwe ggo-variëteit gestemd. Daarom moet de Commissie het definitieve besluit nemen, wat zij tot op heden nog niet heeft gedaan.

3. Het gecentraliseerde communautaire vergunningensysteem is geblokkeerd. Naast de aanvraag in verband met mais TC1507 zijn er nog zes andere vergunningsprocedures over de teelt van een ggo (5 maisvariëteiten en 1 soja) lopende. De EFSA heeft hierover een positief advies gegeven, maar de Commissie aarzelt nog om tegen de sterke oppositie van een meerderheid van de lidstaten in tot stemming over te gaan.

4. De nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, heeft tijdens de presentatie van zijn politieke visie voor de nieuwe Commissie op 15 juli jongstleden aan de leden van het Europees Parlement het volgende verklaard: "Ik ben eveneens van plan het vergunningensysteem voor genetisch gemodificeerde organismen te herzien. Ik vind het niet normaal dat de Commissie volgens de huidige regels juridisch verplicht is de invoer en verwerking van nieuwe ggo's toe te staan, zelfs wanneer een duidelijke meerderheid van de lidstaten hiertegen gekant is."

Dit werd bevestigd in de opdrachtbrief aan de kandidaat-commissaris voor volksgezondheid en voedselveiligheid, aan wie werd gevraagd tijdens de eerste zes maanden van zijn mandaat de huidige besluitvormingsprocedures voor ggo's te herzien.

De rapporteur moet bij de uitwerking van haar ontwerpaanbeveling rekening houden met deze nieuwe politieke context.

Het Europees Parlement, een meerderheid van de lidstaten en de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie hebben allemaal de wil om het ggo-dossier, dat in een procedureel kluwen is verstrikt geraakt en zo voor alle betrokkenen een bron van frustratie is geworden, tot een goed einde te brengen.

II. Doelstellingen en gebreken van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad

De wijziging van dit wetgevingskader heeft globaal genomen tot doel meer manoeuvreerruimte en meer rechtszekerheid te geven aan lidstaten die de teelt van een op Europees niveau toegestaan ggo op hun grondgebied of een gedeelte ervan wensen te verbieden. De Raad erkent dit expliciet in overweging 5. Het Parlement deelt dit doel met de Raad.

De Raad heeft dan ook enkele van onze amendementen overgenomen, maar heeft ook een procedure ingevoerd waarin nieuwe verplichtingen aan de nationale autoriteiten worden opgelegd.

De lidstaat moet een eerste etappe doorlopen (de zogenaamde fase I) en een expliciete aanvraag doen bij de onderneming die het ggo in de EU in de handel wenst te brengen opdat deze vergunning niet van toepassing is op zijn grondgebied (nieuw artikel 26 ter, leden 1 en 2).

Slechts als deze fase I op een mislukking uitdraait en de onderneming de aanvraag verwerpt, wordt de oorspronkelijk enige procedure (de zogenaamde fase II) toegepast (nieuw artikel 26 ter, lid 3). Hierin worden de juridische gronden vastgesteld die een lidstaat kan inroepen om de teelt van een ggo te verbieden. Er komen dus twee opeenvolgende fases.

De tweede fase is onderworpen aan de eerste en vervangt de procedure van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en het gewijzigde voorstel van het EP, die eigenlijk de kern van de wijziging van de richtlijn van 2001 moet blijven.

Jammer genoeg ontstaat zo de indruk dat in de versie van de Raad hoofdzaak bijzaak wordt, hetgeen niet overeenstemt met de intentie van de stemming van het Europees Parlement van 5 juli 2011.

Daarom heeft de rapporteur amendement 24 op artikel 26 ter, lid 3, ingediend, waardoor de lidstaten kunnen kiezen om al dan niet van fase I gebruik te maken.

De strikte tijdsbeperking van de procedure voor een nationaal verbod op de teelt van een ggo vormt een bijkomende belemmering van de rechten van de lidstaten: voortaan zou een land slechts twee jaar de tijd hebben om stappen te nemen tegen een op communautair niveau verleende vergunning.

De rapporteur begrijpt deze beperking niet en is van mening dat tien jaar, de wettelijke geldigheidsduur van een vergunning, de gepaste termijn is. Dit komt tot uiting in amendement 25 op artikel 26 ter, lid 4.

De compensatieprocedure van artikel 26 ter, lid 5, heeft dan geen zin meer. Deze wordt in amendement 26 dan ook geschrapt.

Met betrekking tot de open lijst van gronden die kunnen worden ingeroepen om een verbod op de teelt van ggo's te motiveren, vindt de rapporteur dat het rechtssysteem kwetsbaar is door het gebrek aan concrete voorbeelden. Daarom heeft de rapporteur amendement 24 ingediend dat aansluit bij de tekst die in eerste lezing door een absolute meerderheid werd goedgekeurd. Het enige verschil is dat er voortaan 5 categorieën gronden zijn:

•   de milieugronden die een aanvulling zijn op de redenen die de EFSA op Europees niveau heeft beoordeeld. Ze zijn complementair omdat ze betrekking hebben op lokale of systemische aspecten van het gebruik van ggo's in een bepaalde landbouwcontext;

•   gronden in verband met ruimtelijke ordening;

•   gronden in verband met landgebruik;

•   gronden in verband met de sociaaleconomische gevolgen. Bijvoorbeeld: de hoge kostprijs van besmettingen voor conventionele of biolandbouwers;

•   gronden in verband met landbouwbeleidsdoelstellingen.

Dankzij deze lijst van gronden zullen de lidstaten over de nodige flexibiliteit beschikken om aangepaste maatregelen te treffen zonder afbreuk te doen aan de huidige risicobeoordeling op Europees niveau of deze te wijzigen.

III. Andere door de rapporteur ingediende amendementen

Het Europees Parlement heeft in eerste lezing in zijn gewijzigd standpunt 28 amendementen aangenomen. Het merendeel van deze amendementen wordt niet betwist of werd door een absolute meerderheid goedgekeurd. Op basis van dit mandaat heeft de rapporteur in totaal 33 amendementen ingediend. Het zijn de voornaamste in eerste lezing aangenomen amendementen die niet in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad werden opgenomen.

Het is nodig om:

-    de door het Europees Parlement gemaakte keuze voor milieu als rechtsgrondslag te herbevestigen. Met deze nieuwe wetgeving wordt niet alleen de wijziging van Richtlijn 2001/18/EG beoogd, maar ook die van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wanneer de vergunningsaanvraag van een onderneming zowel op de teelt als op levensmiddelen of diervoeders betrekking heeft. Voor Richtlijn 2001/18/EG werd de voorkeur gegeven aan interne markt als rechtsgrondslag. Verordening (EG) nr. 1829/2003 werd echter op niet minder dan 3 rechtsgrondslagen gebaseerd: landbouw, interne markt en volksgezondheid.

Deze tekst heeft één voornaamste doelstelling: aan de lidstaten meer flexibiliteit geven om de teelt van ggo's op hun grondgebied te verbieden, onder meer op basis van milieugronden zoals de bescherming van de biodiversiteit of het behoud van habitats en ecosystemen.

-    de risicobeoordelingsmethode te versterken. In amendement 3 wordt beoogd de door de Raad Milieu op 4 december 2008 goedgekeurde conclusies te doen toepassen. Hierin werd gevraagd volledige en doeltreffende risicobeoordelingsmethodes te gebruiken, aangezien tot nog toe niet voldoende rekening werd gehouden met de langetermijneffecten van de teelt van ggo's.

De rapporteur stelt tevreden vast dat deze kwestie in de tekst van de Raad in het dispositief werd behandeld. De tekst van de Raad moet echter versterkt worden. Daarom werd amendement 33 ingediend, waarin aan de richtsnoeren van de EFSA een normatieve status wordt verleend.

-    het nemen van maatregelen ter waarborging van de co-existentie van teelten te verplichten.

Dit was de idee achter het door de plenaire vergadering in juli 2011 aangenomen amendement op artikel 26 bis. In amendement 21 herbevestigt de rapporteur deze wens.

In deze wetgeving moeten de lidstaten worden verplicht de co-existentie van teelten te waarborgen en meer bepaald grensoverschrijdende besmettingen te voorkomen. Deze eis wordt ondersteund door de meerderheid van de Europese landbouwers.

Er worden eveneens wijzigingen voorgesteld om ervoor te zorgen dat de procedure voor de beperking van of het verbod op de teelt van een ggo transparant is en dat deze belangrijke besluiten openbaar worden gemaakt.


PROCEDURE

Titel

Mogelijkheid voor de lidstaten om de teelt van ggo’s op hun grondgebied te beperken of te verbieden

Document- en procedurenummers

10972/3/2014 – C8-0145/2014 – 2010/0208(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

5.7.2011                     T7-0314/2011

Voorstel van de Commissie

COM(2010)0375 - C7-0178/2010

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

18.9.2014

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

18.9.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Frédérique Ries

17.7.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

3.9.2014

13.10.2014

 

 

Datum goedkeuring

11.11.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

53

11

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Nessa Childers, Alberto Cirio, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Jørn Dohrmann, Stefan Eck, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Ashley Fox, Francesc Gambús, Iratxe García Pérez, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Teresa Rodriguez-Rubio, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Brannen, Nicola Caputo, Caterina Chinnici, Mark Demesmaeker, Herbert Dorfmann, Ismail Ertug, Martin Häusling, Elisabeth Köstinger, József Nagy, James Nicholson, Marit Paulsen, Marijana Petir, Sirpa Pietikäinen, Christel Schaldemose, Bart Staes

Datum indiening

19.11.2014

Juridische mededeling - Privacybeleid