Procedure : 2014/2166(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0044/2014

Ingediende teksten :

A8-0044/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/11/2014 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0057

VERSLAG     
PDF 196kWORD 97k
21.11.2014
PE 541.441v02-00 A8-0044/2014

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/005 FR/GAD, ingediend door Frankrijk)

(COM(2014)0662 – C8‑0226/2014 – 2014/2166(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Anneli Jäätteenmäki

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/005 FR/GAD, ingediend door Frankrijk)

(COM(2014)0662 – C8‑0226/2014 – 2014/2166(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0662 – C8‑0226/2014),

–       gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014‑2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020(2), en met name artikel 12,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–       gezien de trialoogprocedure overeenkomstig punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8‑0044/2014),

A.     overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.     overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.     overwegende dat de vaststelling van de EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.     overwegende dat de Franse autoriteiten op 6 juni 2014 aanvraag EGF/2014/005 FR/GAD hebben ingediend naar aanleiding van 744 ontslagen bij GAD société anonyme simplifiée, een onderneming die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2‑afdeling 10 ("Vervaardiging van voedingsmiddelen");

E.     overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG‑verordening;

F.     overwegende dat de plaatselijke autoriteiten in Bretagne niet betrokken waren bij de organisatie van de individuele dienstverlening ("cellule de reclassement") aan de getroffen werknemers, ook al zijn ze verantwoordelijk voor de beroepsopleiding; overwegende dat de vertegenwoordigers van de plaatselijke vakbonden van de grootste locaties niet betrokken waren bij de onderhandelingen over de maatregelen;

1.      stelt vast dat de Franse autoriteiten de aanvraag hebben ingediend op grond van het criterium voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen of zelfstandigen hun werkzaamheden hebben beëindigd, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd bij leveranciers en downstreamproducenten;

2.      is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Frankrijk bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

3.      stelt vast dat de Franse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 6 juni 2014 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 24 oktober 2014 is gepubliceerd; is ingenomen met het feit dat de Commissie zich aan de door de EFG-verordening opgelegde krappe termijn van twaalf weken heeft gehouden;

4.      neemt er nota van dat de Franse autoriteiten aanvoeren dat GAD, een slachterij en vleesverwerkende onderneming, klem zat tussen prijsdruk van twee kanten: de varkensfokkers moesten de stijging van de prijs van diervoeder doorberekenen, en de consumenten hadden minder te besteden;

5.      is het ermee eens dat het lagere verbruik van varkensvlees als gevolg van hogere prijzen en een lagere koopkracht van de consumenten verband houdt met de wereldwijde financiële en economische crisis als bedoeld in Verordening (EG) nr. 546/2009(4);

6.      is van mening dat de stijging van de prijzen van varkensvoer, dat de Unie grotendeels invoert uit landen die onlangs met droogte te kampen hadden, aan de globalisering zou kunnen worden toegeschreven;

7.      is van mening dat ook andere factoren een belangrijke rol speelden in de moeilijkheden van de onderneming, zoals oneerlijke concurrentie op de interne markt vanwege concurrenten die misbruik maakten van de detacheringsrichtlijn(5), of het feit dat niet in alle lidstaten een fatsoenlijk minimumloon is vastgesteld;

8.      vraagt de Commissie te zorgen voor een level playing field op de interne markt en voor samenhang tussen de betreffende wetgeving en instrumenten;

9.      concludeert dat de financiële moeilijkheden van GAD aan verscheidene factoren toe te schrijven zijn, maar is het er niettemin mee eens dat Frankrijk aanspraak kan maken op een financiële bijdrage uit het EFG;

10.    merkt op dat er tot op heden één andere EFG-aanvraag is ingediend met betrekking tot de sector "Vervaardiging van voedingsmiddelen"(6), eveneens gebaseerd op de wereldwijde financiële en economische crisis;

11.    merkt op dat de werkloosheidssituatie in Bretagne door deze ontslagen nog zal verergeren, aangezien de werkgelegenheid in deze regio relatief sterk afhankelijk is van de agrarische sector (11 % in Bretagne tegen gemiddeld 5 % in Frankrijk);

12.    merkt op dat naast de 744 binnen de referentieperiode ontslagen werknemers nog eens 16 werknemers in aanmerking komen die na de referentieperiode van vier maanden werden ontslagen, waarmee het totaal op 760 personen komt, terwijl het aantal beoogde begunstigden van de EFG-maatregelen eveneens 760 bedraagt;

13.    merkt op dat de totale kosten voor deze aanvraag 1 530 000 EUR bedragen, waarvan 30 000 EUR voor implementatie bestemd is, en dat de financiële bijdrage uit het EFG 918 000 EUR bedraagt, d.w.z. 60 % van de totale kosten;

14.    constateert met voldoening dat de Franse autoriteiten op 3 januari 2014 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen teneinde de werknemers snel bijstand te verlenen, daarmee vooruitlopend op het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket en zelfs op de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG;

15.    constateert dat de Franse autoriteiten hebben aangegeven dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening is opgesteld nadat aan de centrale ondernemingsraad van GAD op 28 juni 2013 was meegedeeld dat het de bedoeling was 889 arbeidsplaatsen te schrappen;

16.    betreurt echter dat de lokale overheden en vakbonden onvoldoende bij de voorbereidingen zijn betrokken; stelt in het kader van een toekomstige herziening van de EFG-verordening voor om verplicht te stellen dat nationale autoriteiten bij hun aanvraag om beschikbaarstelling van middelen vermelden dat formeel overleg heeft plaatsgevonden met de lokale overheden en vakbonden; acht het noodzakelijk dat het EFG beter wordt geïntegreerd in de programma's en processen voor omschakeling van lokale economische structuren;

17.    is ingenomen met het feit dat de werknemers reeds worden ondersteund met diverse maatregelen om hen te helpen een nieuwe baan te vinden, en dat per 20 mei 2014, 108 van hen reeds een arbeidsovereenkomst voor meer dan zes maanden hadden, en nog eens 66 voor minder dan zes maanden, terwijl drie een eigen bedrijf hadden opgericht en bijna alle werknemers ervoor hadden gekozen in de regio te blijven;

18.    betreurt dat de individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers zal worden verstrekt, slechts uit één actie bestaat, die zal worden uitgevoerd door een "one stop shop" ("cellule de reclassement"), beheerd door twee gecontracteerde dienstverleners; merkt op dat Frankrijk slechts vraagt om financiering uit het EFG voor deze "one stop shop"; spreekt zijn bezorgdheid uit over de beperkte hoeveelheid middelen per werknemer (ongeveer 1 200 EUR); roept de Franse autoriteiten op om in de geplande EFG-aanvraag voor de resterende te sluiten locaties van GAD een ambitieuzer programma voor te stellen met een breder scala aan maatregelen, zoals een onthaalcentrum en dossierbehandeling, begeleiding door externe deskundigen, thematische workshops, opleidingen, opleidingstoelagen en subsidies om een eigen bedrijf op te richten;

19.    verwacht dat de Commissie en de Franse autoriteiten zich nauwgezet zullen houden aan het beginsel dat betalingen aan de bureaus per tranche plaatsvinden, op basis van bereikte resultaten;

20.    is van mening dat het houden van toezicht op de activiteiten van de bureaus door middel van geregelde schriftelijke rapporten waarborgt dat de middelen op de juiste wijze worden ingezet om de deelnemers een individueel carrièreperspectief te bieden, naast een toereikend aantal aanbiedingen voor werk en begeleiding bij de oprichting van bedrijven, in het kader van het "one stop shop"-systeem;

21.    herinnert eraan dat de middelen dienen om de werknemers te helpen en in geen geval om de gecontracteerde bureaus te ondersteunen;

22.    is ingenomen met het feit dat de gecontracteerde bureaus worden betaald overeenkomstig een schaal op basis van de bereikte resultaten;

23.    wijst erop dat 17,5 % van de ontslagen werknemers tussen de 55 en 64 jaar oud is; wijst er verder op dat deze leeftijdsgroep een groter gevaar loopt op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt; is daarom van mening dat deze werknemers specifieke behoeften kunnen hebben waar bij de individuele dienstverlening aandacht aan moet worden besteed;

24.    is ingenomen met het feit dat bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden gerespecteerd;

25.    herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht dient te zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

26.    wijst erop dat de Franse autoriteiten geen financiering hebben gevraagd voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer en voorlichting en publiciteit;

27     hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

28.    verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

29.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26).

(5)

Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).

(6)

EGF/2014/001 EL/Nutriart, betreffende bakkerijproducten.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/005 FR/GAD, ingediend door Frankrijk)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014‑2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die zijn ontslagen en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de in Verordening (EG) nr. 546/2009(4) behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)      Frankrijk heeft op 6 juni 2014 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen(5) bij GAD société anonyme simplifiée in Frankrijk, en heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 918 000 EUR te leveren voor de door Frankrijk ingediende aanvraag.

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 wordt een bedrag van 918 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De Voorzitter                                                De voorzitter

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.

(5)

In de zin van artikel 3, onder a), van de EFG-verordening.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor GAD en het voorstel van de Commissie

Op 24 oktober 2014 heeft de Commissie een voorstel vastgesteld voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Frankrijk om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis zijn ontslagen bij GAD société anonyme simplifiée, dat actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 10 ("Vervaardiging van voedingsmiddelen").

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 918 000 EUR uit het EFG voor Frankrijk is de zeventiende die in het kader van de begroting 2014 wordt behandeld. Het gaat om in totaal 760 begunstigden. De aanvraag werd op 6 juni 2014 bij de Commissie ingediend en tot en met 4 augustus 2014 werd aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

De Franse autoriteiten voeren aan dat de wereldwijde financiële en economische crisis heeft geleid tot verminderde consumptie van varkensvlees in Europa, hetgeen weer heeft geleid tot een daling van de productie van varkensvlees en van het verwerkte volume in slachthuizen zoals GAD. Terwijl de consumptie van varkensvlees in 2007 nog 43 kg per hoofd van de bevolking per jaar bedroeg, was dat in 2013 gedaald tot 39 kg per jaar. Deze daling van de consumptie als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis heeft ook andere soorten vleeswaren getroffen, maar varkensvlees bijzonder hard, omdat de prijs daarvan sneller steeg dan die van andere vleessoorten, met name rundvlees.

Varkensvoer bestaat hoofdzakelijk uit een mix van verschillende granen (met name maïs, tarwe, gerst en sojabonen). Deze granen worden voor een groot deel ingevoerd uit landen buiten de EU, zoals de Verenigde Staten, Australië en Zuid-Amerika. Deze regio's zijn in de afgelopen jaren getroffen door droogte, hetgeen tot aanzienlijke stijgingen van de prijs van varkensvoer heeft geleid. Tussen 2006 en 2011 is de prijs van een ton varkensvoer gestegen van 150 tot 250 EUR, en tot 300 EUR in de tweede helft van 2012; in Frankrijk bleef de gemiddelde prijs 287 EUR in 2013. De kosten van varkensvoer moeten worden doorberekend in de verkoopprijs van de slachtrijpe varkens, en worden uiteindelijk op de consument afgewenteld. Aangezien de Europese Unie nog steeds te lijden had onder de gevolgen van de crisis waren de consumenten niet bereid of in staat dezelfde hoeveelheden varkensvlees te kopen als tevoren. GAD, een slachterij en vleesverwerkende onderneming, zat klem tussen prijsdruk van twee kanten; de varkensfokkers moesten de stijging van de prijs van diervoeder doorberekenen, en de consumenten hadden minder te besteden. Doordat deze druk langer dan vijf jaar aanhield, belandde de onderneming uiteindelijk in ernstige financiële moeilijkheden.

De brutomarge van GAD daalde van 123 miljoen EUR in 2010 tot 107 miljoen EUR in 2012‑2013. In 2008 had de onderneming nog een winst van 16 miljoen EUR geboekt, maar vanaf 2009 werd verlies geleden, en in zowel 2012 als 2013 bedroeg het verlies 20 miljoen EUR. De omzet daalde van 495,1 miljoen EUR in 2008 tot 445,8 miljoen in 2009 en heeft zich niet meer hersteld van deze terugval. Op 27 februari 2013 werd het bedrijf onder curatele geplaatst; in de periode van 2010 tot juni 2013 werd een verlies geboekt van 65 miljoen EUR.

De individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers wordt aangeboden bestaat uit slechts één actie: advies en begeleiding voor de ontslagen werknemers geboden door een team van deskundige adviseurs ("cellule de reclassement").

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Franse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–       bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–      aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–      GAD heeft zijn activiteiten voortgezet na de ontslagen en heeft voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen ten aanzien van de gedwongen ontslagen en dienovereenkomstig regelingen getroffen voor de ontslagen werknemers;

–      de voorgestelde acties zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–      de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–      de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Frankrijk heeft de Commissie meegedeeld dat de bron van de nationale voorfinanciering of medefinanciering de Franse staat is, die ook verschillende aanvullende maatregelen zal financieren waarop de EFG-aanvraag geen betrekking heeft.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 918 000 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het zeventiende voorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2014 aan de begrotingsautoriteit is toegezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Conform een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2014)53720

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2014/005 FR/GAD (COM(2014)662 final)

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2014/005 FR/GAD onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De commissie en de werkgroep EFG zijn vóór de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor de aanvraag in kwestie. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Het advies van de commissie is gebaseerd op de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 760 werknemers bij GAD, een onderneming die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 10 ("Vervaardiging van voedingsmiddelen") in de regio's Bretagne (FR52) en Pays de la Loire (FR51), die gedwongen ontslagen zijn of die hun werkzaamheden beëindigd hebben binnen de referentieperiode die liep van 29 november 2013 tot 28 maart 2014;

B) overwegende dat de Franse autoriteiten aanvoeren dat de ontslagen verband houden met de wereldwijde financiële en economische crisis, die heeft geleid tot verminderde consumptie van varkensvlees in Europa (van 43 kg per hoofd van de bevolking per jaar in 2007 tot 39 kg per jaar in 2013), wat een daling van de productie van varkensvlees met zich heeft gebracht; overwegende dat de prijs van een ton varkensvoer tussen 2006 en 2011 gestegen is van 150 tot 250 EUR, en zelfs tot 300 EUR in de tweede helft van 2012; dat in 2013 de gemiddelde prijs in Frankrijk 287 EUR bleef, en dat de kosten van varkensvoer moeten worden doorberekend in de verkoopprijs van de slachtrijpe varkens;

C) overwegende dat 64,08 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben mannen zijn, en 35,92 % vrouwen; overwegende dat de meerderheid van de werknemers (81,58 %) tussen 25 en 54 jaar oud is en 17,50 % tussen 55 en 64 jaar;

D) overwegende dat de ontslagen een aanzienlijk negatief effect hebben op de regionale economie van Bretagne, aangezien de werkgelegenheid in deze regio in grotere mate afhankelijk is van de agrarische sector dan gemiddeld in Frankrijk (11 % in Bretagne tegen gemiddeld 5 % in Frankrijk);

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Franse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 en dat Frankrijk bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  is ingenomen met het feit dat de werknemers reeds worden ondersteund met diverse maatregelen om hen te helpen een nieuwe baan te vinden, en dat per 20 mei 2014, 108 van hen reeds een arbeidsovereenkomst voor meer dan zes maanden hadden, en nog eens 66 voor minder dan zes maanden, terwijl drie een eigen bedrijf hadden opgericht en bijna alle werknemers ervoor hadden gekozen in de regio te blijven;

3.  constateert dat de individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers zal worden verstrekt, slechts uit één actie bestaat, uit te voeren door een "one stop shop" ("cellule de reclassement"), beheerd door twee gecontracteerde dienstverleners; merkt op dat Frankrijk slechts vraagt om financiering uit het EFG voor deze "one stop shop";

4.  verwacht dat de Commissie en de Franse autoriteiten zich nauwgezet zullen houden aan het beginsel dat betalingen aan de bureaus per tranche plaatsvinden, op basis van bereikte resultaten;

5.  is van mening dat het houden van toezicht op de activiteiten van de bureaus door middel van geregelde schriftelijke rapporten waarborgt dat de middelen op de juiste wijze worden ingezet om de deelnemers een individueel carrièreperspectief te bieden, naast een toereikend aantal aanbiedingen voor werk en begeleiding bij de oprichting van bedrijven, in het kader van het "one stop shop"-systeem;

6.  herinnert eraan dat de middelen dienen om de werknemers te helpen en in geen geval om de gecontracteerde bureaus te ondersteunen;

7.  is ingenomen met het feit dat de gecontracteerde bureaus worden betaald overeenkomstig een schaal op basis van de bereikte resultaten;

8.  wijst erop dat 17,50 % van de ontslagen werknemers tussen de 55 en 64 jaar oud is; wijst er verder op dat deze leeftijdsgroep een groter gevaar loopt op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt; is daarom van mening dat deze werknemers specifieke behoeften kunnen hebben waar bij de individuele dienstverlening aandacht aan moet worden besteed;

9.   herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

10. wijst erop dat de Franse autoriteiten geen financiering hebben gevraagd voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer en voorlichting en publiciteit.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

ASP 09 G 205

B-1047 Brussel

Mijnheer de voorzitter,

BetreftBeschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Drie afzonderlijke Commissievoorstellen voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen werden voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op een van de komende vergaderingen van de Begrotingscommissie over elk van deze voorstellen verslagen worden goedgekeurd.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006, en in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.

-          COM(2014)0630 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 426 800 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 634 werknemers die zijn ontslagen bij STX Finland Oy te Rauma, Finland.

-          COM(2014)0662 stelt een EFG-bijdrage voor van 918 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 760 werknemers die zijn ontslagen bij GAD société anonyme simplifiée in Frankrijk.

-          COM(2014)0672 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 890 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 608 werknemers die zijn ontslagen bij Whirlpool Europe S.r.l. en vijf leveranciers en downstreamproducenten in Italië.

-          COM(2014)0699 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 259 610 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 1 079 werknemers die zijn ontslagen bij Fiat Auto Polen en 21 leveranciers in Polen.

-          COM(2014)0701 stelt een EFG-bijdrage voor van 25 937 813 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 5 213 werknemers die zijn ontslagen bij Air France in Frankrijk.

-          COM(2014)0702 stelt een EFG-bijdrage voor van 6 444 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 600 werknemers die zijn ontslagen bij Odyssefs Fokas S.A. in Griekenland.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken en mij verzocht u er schriftelijk van op de hoogte te stellen dat de Commissie regionale ontwikkeling geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van de voornoemde bedragen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.11.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Heidi Hautala, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Liadh Ní Riada, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Marco Valli, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Charles Goerens, Anneli Jäätteenmäki, Alfred Sant, Ivan Štefanec, Tomáš Zdechovský

Juridische mededeling - Privacybeleid