Procedure : 2014/2185(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0065/2014

Ingediende teksten :

A8-0065/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2014 - 5.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0083

VERSLAG     
PDF 174kWORD 94k
11.12.2014
PE 541.647v02-00 A8-0065/2014

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/014 FR/Air France, ingediend door Frankrijk)

(COM(2014)0701 – C8‑0247/2014 – 2014/2185(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Marco Zanni

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/014 FR/Air France, ingediend door Frankrijk)

(COM(2014)0701 – C8‑0247/2014 – 2014/2185(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0701 – C8‑0247/2014),

–       gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1) (EFG-verordening),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13 hiervan,

–       gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0065/2014),

A. overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C. overwegende dat de vaststelling van Verordening (EU) nr. 1309/2013(4) vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D. overwegende dat Frankrijk aanvraag EGF/2013/014 FR/Air France heeft ingediend om middelen ter beschikking te stellen uit het EFG naar aanleiding van 5 213 gedwongen ontslagen, waarbij naar verwachting 3 886 personen aan de maatregelen zullen deelnemen, tijdens en na de referentieperiode van 1 juli 2013 tot 31 oktober 2013, als gevolg van de afname van het marktaandeel van de EU in het luchtvervoer;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 2, onder a), van de EFG-verordening en dat Frankrijk bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  stelt vast dat de Franse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 20 december 2013 hebben ingediend, tot en met 24 juli 2014 aanvullende informatie hebben verstrekt, en dat de Commissie haar beoordeling op 11 november 2014 bekend heeft gemaakt;

3.  is ingenomen met het feit dat de Franse autoriteiten op 6 november 2012 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen om de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

4.  is van mening dat de ontslagen bij Air France verband houden met grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, waarbij het marktaandeel van de Unie in het luchtvervoer afneemt, met name door de spectaculaire groei van drie grote maatschappijen in de regio van de Perzische Golf, en dat deze trend nog wordt verergerd door de wereldwijde financiële en economische crisis;

5.  merkt op dat de ontslagen bij Air France naar verwachting negatieve gevolgen zullen hebben voor de regio Île-de-France, die bovendien geconfronteerd wordt met nog andere massaontslagen bij Peugeot Citroën Automobile (PSA), waar de productie-eenheid in Aulnay in 2014 volledig wordt gesloten;

6.  stelt vast dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, de volgende maatregelen omvat voor de terugkeer van 3 886 ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt: adviesdiensten en loopbaanbegeleiding voor werknemers, opleiding, bijdrage bij het oprichten van een bedrijf, regelmatige informatie- en communicatieactiviteiten, re-integratietoelage en mobiliteitstoelage;

7.   is ingenomen met het bedrag van 21 580 020 EUR dat bestemd is voor de re-integratietoelage, die zal worden uitbetaald tot het eind van de "congé de reclassement" en 70 % van het laatste brutosalaris van de werknemer bedraagt; merkt op dat het aandeel van dergelijke toelagen in Verordening (EU) nr. 1309/2013 wordt beperkt tot 35 % van het totale, uit het EFG beschikbaar gestelde bedrag voor een bepaald dossier, maar benadrukt dat Frankrijk de aanvraag heeft ingediend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 546/2009(5), die geldt voor aanvragen die zijn ingediend tot en met eind 2013 en een veel ruimer gebruik van middelen toelaat voor specifieke toelagen zoals de re-integratietoelage en de bijdrage voor de oprichting van een eigen bedrijf;

8.   is gekant tegen het gebruik van het EFG als instrument om ontslagen te financieren; is van mening dat dit fonds moet worden gebruikt om de terugkeer van werknemers op de arbeidsmarkt te ondersteunen;

9.   herinnert eraan dat de middelen moeten bijdragen tot de terugkeer van de begunstigden op de arbeidsmarkt in plaats van hun na het ontslag gewoon een vervangingsinkomen te geven; merkt op dat dit doel veel beter kan worden bereikt door de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1309/2013 die momenteel van kracht is;

10. is ingenomen met het feit dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met de vertegenwoordigers van de werknemers voor wie steun wordt aangevraagd en de sociale partners, en het volgende omvat; opleiding, adviesdiensten voor werknemers, bijdragen voor de oprichting van een eigen bedrijf, re-integratietoelagen en mobiliteitstoelagen;

11. herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

12. merkt tot zijn spijt op dat de meerderheid van de ontslagen werknemers tussen 55 en 64 jaar oud zijn; is ingenomen met de verschillende stimuleringsmaatregelen, onder meer de bijdrage om een eigen bedrijf op te richten met daarbij de aanwerving van werknemers van meer dan 55 jaar;

13. beklemtoont dat overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet worden gewaarborgd dat met middelen uit het EFG de duurzame herintegratie van individuele ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt wordt gesteund; benadrukt voorts dat de EFG-steun alleen actieve arbeidsmarktmaatregelen kan medefinancieren die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

14. merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele diensten waarvoor EFG-medefinanciering wordt aangevraagd, geen gegevens bevat over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd uit de structuurfondsen, maar verwijst hierbij naar een schriftelijke overeenkomst met de onderneming waar de ontslagen zijn gevallen, waarin is vastgesteld dat de onderneming voor de implementatie van de hierboven beschreven maatregelen niet ook nog eens financiële bijdragen uit andere financiële instrumenten van de Unie zal ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen zodat de bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en wordt voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

15. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

16. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie samen met de bijlage te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855).

(5)

Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/014 FR/Air France, ingediend door Frankrijk)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1), en met name artikel 12, lid 3,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(2),

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3), en met name artikel 12,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) niet overschrijden.

(3)      Op 20 december 2013 heeft Frankrijk een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij het bedrijf Air France; aan de aanvraag werd aanvullende informatie tot en met 24 juli 2014 toegevoegd. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor financiële bijdragen overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 25 937 813 EUR beschikbaar te stellen.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Frankrijk ingediende aanvraag,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 wordt een bedrag van 25 937 813 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De Voorzitter                                                De voorzitter

(1)

             PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

             PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

            PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(4)

             PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1927/2006(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Air France en het voorstel van de Commissie

Op 11 november 2014 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Frankrijk om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 25 937 813 EUR uit het EFG voor Frankrijk is de twintigste die in het kader van de begroting 2014 wordt behandeld. Het betreft 3 886 gedwongen ontslagen tijdens de referentieperiode van 1 juli 2013 tot en met 31 oktober en ook nog daarna, die echter verband houden met dezelfde collectieve ontslagprocedure. De aanvraag is gebaseerd op het criterium voor steunverlening van artikel 2, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen.

De aanvraag werd op 20 december 2013 bij de Commissie ingediend. De Commissie heeft besloten dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het gebruik van het EFG zoals neergelegd in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

Volgens de Franse autoriteiten is de internationale luchtvervoersmarkt economisch ernstig ontwricht, met name door een afname van het marktaandeel van de EU. Tijdens de periode 2008-2012 is het luchtverkeer wereldwijd met 4,6 % per jaar toegenomen; dat past in de trend van een groei op lange termijn die sinds 1970 wordt vastgesteld. Het luchtverkeer tussen Europa en de rest van de wereld groeit echter langzamer (2,4 %), wat heeft geleid tot een afname van het marktaandeel van de EU-27 in het luchtvervoer gemeten in betaalde passagierskilometers (revenue passenger-kilometres - RPK).

Uit de beschikbare gegevens voor 2013(4) blijkt dat de trend die zich tijdens de periode 2008-2012 aftekende, zich voortzet. In 2013 groeide Europa met 3,8 % in vergelijking met 2012, wat minder is dan de gemiddelde groei wereldwijd (5,2 %); zo is Europa goed voor 38 % van het luchtverkeer wereldwijd (gemeten in RPK), wat één procentpunt minder is dan in 2012. Het Midden-Oosten blijft de snelst groeiende regio ter wereld: deze regio kende in 2013 een groei van 10,9 % en vertegenwoordigt 9 % van het verkeer wereldwijd.

De gevolgen van deze veranderingen in handelspatronen werden nog verergerd door andere factoren, zoals een daling van de vraag als gevolg van de economische crisis en de stijging van de olieprijzen (de brandstof vertegenwoordigt soms bijna een derde van de kosten per zitplaatskilometer).

Tot slot argumenteren de Franse autoriteiten dat de vloot voor langeafstandsvluchten van drie grote maatschappijen in de regio van de Perzische Golf onverwacht en spectaculair is gegroeid.

Het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, omvat de volgende maatregelen voor de terugkeer van 3 886 ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt: adviesdiensten en loopbaanbegeleiding voor werknemers, opleiding, bijdrage bij het oprichten van een bedrijf, regelmatige informatie- en communicatieactiviteiten, re-integratietoelage en mobiliteitstoelage.

Volgens de Franse autoriteiten vormen de maatregelen die op 6 november 2012 in gang zijn gezet samen een gecoördineerd pakket van individuele diensten en is hierbij sprake van actieve arbeidsmarktmaatregelen die gericht zijn op de terugkeer op de arbeidsmarkt van de werknemers.

Wat de criteria in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1927/2006 betreft, hebben de Franse autoriteiten in de aanvraag bevestigd dat:

•   de financiële bijdrage van het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van ondernemingen vallen;

•   de maatregelen ten doel hebben steun te verlenen aan individuele werknemers en niet worden gebruikt om ondernemingen of sectoren te herstructureren;

•   de maatregelen geen financiële steun zullen ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie.

Wat de beheers- en controlesystemen betreft, heeft Frankrijk de Commissie laten weten dat de financiële bijdrage zal worden beheerd door de Algemene Staatscommissie voor Werkgelegenheid en Beroepsopleiding (Délégation générale à l’emploi et à la formation professionnelle - DGEFP) van het Ministerie van Arbeid, Werkgelegenheid en Gezondheid. De betalingen zullen binnen hetzelfde ministerie worden beheerd door het Département Financement, Dialogue et Contrôle de Gestion - Mission du financement, du budget et du dialogue de gestion (DGEFP-MFBDG, Taskforce Financiering, Begroting en Beheersdialoog). Certificering zal worden verleend door het certificeringscentrum (Pôle de Certification) van het Directoraat-Generaal voor Financiën in Nantes.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 25 937 813 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 51).

Dit is het twintigste voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot dusver in 2014 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in vereenvoudigde vorm, zoals bepaald in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrond, tenzij er geen overeenstemming wordt bereikt tussen het Parlement en de Raad.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

           http://www.icao.int/Newsroom/News%20Doc%202013/COM.43.13.ECON-RESULTS.Final-2.en.pdf


BIJLAGE BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2014)56456

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2013/014 FR/Air France, ingediend door Frankrijk (COM(2014)701)

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2013/014 FR/Air France onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG-verordening) en betrekking heeft op steun aan 5 213 werknemers die zijn ontslagen bij Air France in Frankrijk binnen de referentieperiode van 1 juli 2013 tot en met 31 oktober 2013;

B) overwegende dat de Franse autoriteiten aanvoeren dat de internationale luchtvervoersmarkt economisch ernstig ontwricht is, met name door een afname van het marktaandeel van de EU;

C) overwegende dat de Franse autoriteiten aanvoeren dat de gevolgen van de veranderingen in de wereldhandelspatronen die geleid hebben tot een zwakkere positie van Air France op de markt, nog zijn verergerd door andere factoren, zoals een afname van de vraag als gevolg van de economische crisis en de stijging van de olieprijzen;

D) overwegende dat 59,75 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben, mannen zijn en 40,25 % vrouwen; overwegende dat 68,94 % van de werknemers tussen 55 en 64 jaar oud zijn en 31,03 % tussen 25 en 54 jaar;

E) overwegende dat de meerderheid (72,13 %) van de ontslagen werknemers tot de categorie technici en opzichters behoort, 15,62 % tot de categorie middenkader, 10,47% tot de categorie bedienden en arbeiders en 1,78 % tot de categorie hogere leidinggevenden;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Franse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 2, onder a), van de EFG-verordening (EG) nr. 1927/2006 en dat Frankrijk bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening; wijst er evenwel op dat het gevraagde bedrag zeer hoog is; begrijpt dat de Commissie het gevraagde bedrag niet kan verlagen op basis van de rechtsgrond;

2.  merkt op dat deze aanvraag wat de gevraagde financiering betreft de grootste is sinds de oprichting van het EFG;

3.  is van mening dat meerdere aanvragen van deze omvang het fonds zouden kunnen uithollen, waardoor onvoldoende middelen overblijven voor aanvragen van een meer redelijke omvang; merkt op dat de reserves tot nu toe nooit volledig werden gebruikt;

4.   merkt op dat deze aanvraag is ingediend op grond van de vorige EFG-verordening, waardoor het mogelijk was meer middelen uit te trekken voor specifieke vergoedingen zoals de re-integratietoelage en de bijdrage om een eigen bedrijf op te richten;

5.  merkt op dat, gezien de specifieke situatie van de betrokken onderneming, het de verantwoordelijkheid van de werkgever is het volledige bedrag van de begeleidende maatregelen te betalen om ervoor te zorgen dat de ontslagen werknemers een andere baan vinden; wijst er daarom op dat er geen sprake is van overheidsinterventie ter ondersteuning van de voormalige werknemers van Air France;

6.  betreurt het besluit om slechts 6,28 % van de 51,8 miljoen EUR aan steun (waarvan 26 miljoen EUR EU-financiering) te besteden aan opleidingen en dus aan actieve arbeidsmarktmaatregelen; is van mening dat dit afwijkt van de beginselen waarvoor het fonds voor aanpassing aan de globalisering is opgericht; wijst erop dat het grote aantal vergoedingen voor individuele dienstverlening (42 %) in deze aanvraag niet in overeenstemming zou zijn met de huidige verordening (maximum 35 %);

7.  herinnert eraan dat de middelen moeten bijdragen tot de terugkeer van de begunstigden op de arbeidsmarkt in plaats van hun na het ontslag gewoon een vervangingsinkomen te geven; merkt op dat dit doel veel beter kan worden bereikt door de bepalingen van de verordening die momenteel van kracht is;

8.  merkt tot zijn spijt op dat de meerderheid van de ontslagen werknemers tussen 55 en 64 jaar oud zijn; is ingenomen met de verschillende stimuleringsmaatregelen, onder meer de bijdrage om een eigen bedrijf op te richten met daarbij de aanwerving van werknemers van meer dan 55 jaar;

9.  merkt op dat de uitgaven voor de uitvoering van het EFG verhoudingsgewijs laag zijn ten opzichte van het gevraagde bedrag voor individuele dienstverlening; betreurt dat er geen uitgaven zijn uitgetrokken voor voorlichting en publiciteit, wat ten zeerste vereist en wenselijk zou zijn om te communiceren over de uitvoering en de resultaten van deze specifieke aanvraag.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

ASP 09 G 205

1047 Brussel

Mijnheer de voorzitter,

BetreftBeschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Drie afzonderlijke Commissievoorstellen voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen werden voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op een van de komende vergaderingen van de Begrotingscommissie over elk van deze voorstellen verslagen worden goedgekeurd.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006, en in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.

-          COM(2014)0630 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 1 426 800 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 634 werknemers die zijn ontslagen bij STX Finland Oy te Rauma, Finland.

-          COM(2014)0662 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 918 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 760 werknemers die zijn ontslagen bij GAD société anonyme simplifiée, Frankrijk.

-          COM(2014)0672 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 890 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 608 werknemers die zijn ontslagen bij Whirlpool Europe S.r.l. en vijf leveranciers en downstreamproducenten in Italië.

-          COM(2014)0699 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 259 610 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 1 079 werknemers die zijn ontslagen bij Fiat Auto Polen en 21 leveranciers in Polen.

-          COM(2014)0701 stelt een EFG-bijdrage voor van 25 937 813 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 5 213 werknemers die zijn ontslagen bij Air France in Frankrijk.

-          COM(2014)0702 stelt een EFG-bijdrage voor van 6 444 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 600 werknemers die zijn ontslagen bij Odyssefs Fokas S.A. in Griekenland.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de Commissie regionale ontwikkeling geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van de voornoemde bedragen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.12.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Richard Ashworth, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Vladimír Maňka, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Marco Valli, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pablo Echenique, Charles Goerens, Ernest Maragall, Andrey Novakov, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eric Andrieu, Kostas Chrysogonos, Isabella De Monte, Sylvie Guillaume

Juridische mededeling - Privacybeleid