VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere regeling van de Unie (herschikking)

    28.1.2015 - (COM(2014)0345 – C8‑0023/2014 – 2014/0177(COD)) - ***I

    Commissie internationale handel
    Rapporteur: Jarosław Wałęsa
    (Herschikking – Artikel 104 van het Reglement)
    PR_COD_1recastingapp


    Procedure : 2014/0177(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A8-0016/2015
    Ingediende teksten :
    A8-0016/2015
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere regeling van de Unie (herschikking)

    (COM(2014)0345 – C8‑0023/2014 – 2014/0177(COD))

    (Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

    Het Europees Parlement,

    –       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0345),

    –       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0023/2014),

    –       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    –       gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 10 december 2014[1],

    –       gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten[2],

    –       gezien de brief d.d. 13 november 2014 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie internationale handel overeenkomstig artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,

    –       gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,

    –       gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0016/2015),

    A.     overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

    1.      stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

    2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

    3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Het in het vrije verkeer brengen van onder Unietoezicht geplaatste producten moet afhankelijk worden gesteld van de overlegging van een invoerdocument dat aan uniforme criteria voldoet. Dat document moet op verzoek van de importeur binnen een bepaalde termijn door de autoriteiten van de lidstaten worden afgetekend zonder dat de importeur hierdoor een recht van invoer verkrijgt. Dat document mag derhalve slechts worden gebruikt zolang de invoerregeling niet wordt gewijzigd.

    (8) Het in het vrije verkeer brengen van onder Unietoezicht geplaatste producten moet afhankelijk worden gesteld van de overlegging van een toezichtsdocument dat aan uniforme criteria voldoet. Dat document moet op verzoek van de importeur binnen een bepaalde termijn door de autoriteiten van de lidstaten worden afgetekend zonder dat de importeur hierdoor een recht van invoer verkrijgt. Dat document mag derhalve slechts worden gebruikt zolang de invoerregeling niet wordt gewijzigd.

     

    (Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

    Motivering

    Met het oog op de consistentie kan de benaming van het document beter ongewijzigd blijven zodat er geen dure en tijdrovende veranderingen in de nationale documenten en IT-systemen nodig zijn.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 – lid 4

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    4. In de in artikel 13 bedoelde dringende gevallen zendt de betrokken lidstaat respectievelijk zenden de betrokken lidstaten de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk de nodige invoerstatistieken en economische gegevens.

    4. In de in artikel 13 bedoelde dringende gevallen zendt de betrokken lidstaat respectievelijk zenden de betrokken lidstaten de Commissie en de andere lidstaten onverwijld de nodige invoerstatistieken en economische gegevens.

    Motivering

    Change wording to avoid possible issues with interpretation.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9 – lid 2 – alinea 1

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De Raad, de Commissie, de lidstaten, alsmede hun functionarissen mogen de gegevens waarvan zij bij toepassing van deze verordening kennis hebben genomen en die naar hun aard vertrouwelijk zijn of als vertrouwelijk zijn verstrekt niet bekendmaken, tenzij met de uitdrukkelijke toestemming van diegene die ze heeft verstrekt.

    De Commissie, de lidstaten, alsmede hun functionarissen mogen de gegevens waarvan zij bij toepassing van deze verordening kennis hebben genomen en die naar hun aard vertrouwelijk zijn of als vertrouwelijk zijn verstrekt niet bekendmaken, tenzij met de uitdrukkelijke toestemming van diegene die ze heeft verstrekt.

    Motivering

    Sinds het Verdrag van Lissabon worden uitvoeringshandelingen niet meer door de Raad maar door de Commissie uitgevaardigd, volgens de nieuwe comitéprocedure.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Hoofdstuk IV bis (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    HOOFDSTUK IV bis

     

    PASSIEF VEREDELINGSVERKEER

    Motivering

    De herziene bijlage VII inzake het passieve veredelingsverkeer bij Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad, die binnenkort zal worden ingetrokken, moet van kracht blijven en naar de herschikte versie worden overgeheveld, omdat van het passieve veredelingsverkeer nog steeds gebruik wordt gemaakt.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 24 bis (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 24 bis

     

    De in de artikelen 2, 3 en 4 van deze verordening bedoelde kwantitatieve maxima zijn niet van toepassing op de textielproducten die in de bij bijlage V gevoegde tabel zijn vermeld en die overeenkomstig de EU-regels inzake economische passieve veredeling weer in de Unie worden ingevoerd, wanneer op deze textielproducten de bijzondere, in de tabel in bijlage V vermelde kwantitatieve maxima van toepassing zijn en zij weer zijn ingevoerd na veredeling in het voor elk kwantitatieve maximum gespecificeerde derde land.

    Motivering

    Zie het amendement dat handelt over hoofdstuk IV bis.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 24 ter (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 24 ter

     

    De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 bis van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijzondere kwantitatieve maxima in te voeren voor wederingevoerde producten die niet vallen onder dit hoofdstuk en onder bijlage V, mits op deze producten de in de artikelen 2, 3 en 4 van deze verordening bedoelde kwantitatieve maxima van toepassing zijn.

     

    Wanneer vertraging bij de instelling van bijzondere kwantitatieve maxima voor wederinvoer na passieve veredeling schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen is en dus een dringende reden oplevert, is de in artikel 27 van deze verordening bedoelde procedure van toepassing op overeenkomstig de eerste alinea vastgestelde gedelegeerde handelingen.

    Motivering

    Zie het amendement dat handelt over hoofdstuk IV bis.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 24 quater (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 24 quater

     

    1. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 26 bis van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen om overboeking tussen categorieën van de in deel A van bijlage I genoemde producten, vervroegde benutting of overdracht van gedeelten van de in artikel 24 ter bedoelde bijzondere kwantitatieve maxima naar het volgende jaar toe te staan.

     

    Wanneer vertraging bij de instelling van de in de eerste alinea bedoelde maatregelen het passieve veredelingsverkeer zou belemmeren en daarmee schade zou veroorzaken wegens het wettelijke vereiste dat overboekingen van het ene jaar naar het volgende moeten geschieden, en die schade zich moeilijk laat herstellen en derhalve een dwingende reden oplevert, is de in artikel 27 van deze verordening bedoelde procedure van toepassing op overeenkomstig de eerste alinea vastgestelde gedelegeerde handelingen.

     

    2. Overboekingen kunnen evenwel automatisch binnen de volgende grenzen worden verricht:

     

    - wanneer de overboeking tussen categorieën van de in deel A van bijlage I genoemde producten niet meer bedraagt dan 20 % van het kwantitatieve maximum dat geldt voor de categorie waarnaar de overboeking geschiedt,

     

    wanneer de overdracht van een bijzonder kwantitatief maximum naar een volgend jaar niet meer bedraagt dan 10,5 % van het kwantitatieve maximum dat voor het jaar van werkelijke benutting is vastgesteld,

     

    - wanneer de vervroegde benutting van een bijzonder kwantitatief maximumdebiet meer bedraagt dan 7,5 % van het kwantitatieve maximum dat voor het jaar van werkelijke benutting is vastgesteld.

     

    3. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 26 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijzondere kwantitatieve maxima aan te passen, wanneer aan extra invoer behoefte bestaat.

     

    Wanneer er behoefte bestaat aan extra invoer en er vertraging optreedt bij het aanpassen van de specifieke kwantitatieve maxima, waardoor de toegang tot de vereiste extra invoer wordt belemmerd en schade zou worden veroorzaakt die moeilijk te herstellen is, en dit derhalve om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 27 van deze verordening bedoelde procedure van toepassing op overeenkomstig de eerste alinea vastgestelde gedelegeerde handelingen.

     

    4. De Commissie stelt het betrokken derde land of de betrokken derde landen in kennis van de maatregelen die op grond van bovenstaande bepalingen zijn genomen.

    Motivering

    Zie het amendement dat handelt over hoofdstuk IV bis.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 24 quinquies (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 24 quinquies

     

    1. Met het oog op de toepassing van artikel 24 bis stellen de bevoegde instanties van de lidstaten, voordat zij een voorafgaande vergunning afgeven ingevolge de EU-regeling voor economische passieve veredeling, de Commissie in kennis van de hoeveelheden vermeld in de door hen ontvangen aanvragen voor vergunningen. De Commissie geeft kennis van haar bevestiging dat de gevraagde hoeveelheid beschikbaar is voor wederinvoer binnen de respectieve EU-maxima overeenkomstig de ter zake geldende EU-regeling voor economische passieve veredeling.

     

    2. De in de kennisgevingen aan de Commissie opgenomen aanvragen zijn geldig indien daarin voor elk geval duidelijk worden aangegeven:

     

    (a) het derde land waarin de goederen veredeld zullen worden;

     

    (b) de categorie van de betrokken textielproducten;

     

    (c) de weder in te voeren hoeveelheid;

     

    (d) de lidstaat waarin de wederingevoerde goederen in het vrije verkeer zullen worden gebracht;

     

    (e) vermelding of de aanvraag is ingediend door:

     

    (i) een eerdere begunstigde wiens aanvraag betrekking heeft op de hoeveelheden die zijn gereserveerd overeenkomstig artikel 3, lid 4, of overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 5, vijfde alinea, van Verordening (EG) nr. 3036/941a van de Raad, of worden gezonden naar:

     

    (ii) een aanvrager als bedoeld in de derde alinea van artikel 3, lid 4, of artikel 3, lid 5, van die verordening.

     

    3. De in de voorgaande leden bedoelde kennisgeving moet langs elektronische weg via het hiervoor opgezette geïntegreerde netwerk worden toegestuurd, tenzij om dwingende redenen tijdelijk gebruik moet worden gemaakt van andere communicatiemiddelen.

     

    4. Voor zover mogelijk bevestigt de Commissie voor elke betrokken categorie producten en voor elk betrokken derde land aan de bevoegde instanties van de lidstaten de volledige hoeveelheid vermeld in de aanvragen waarvan kennis is gegeven. Door lidstaten toegezonden kennisgevingen waarvoor geen bevestiging kan worden gegeven omdat de gevraagde hoeveelheden niet meer beschikbaar zijn binnen het kwantitatieve maximum van de Unie, worden door de Commissie in chronologische volgorde van ontvangst geregistreerd en in dezelfde volgorde bevestigd zodra nieuwe hoeveelheden beschikbaar komen ingevolge de toepassing van de flexibiliteit waarin artikel 24 quater voorziet.

     

    5. Zodra een bevoegde instantie ervan in kennis wordt gesteld dat een hoeveelheid tijdens de geldigheidsduur van de invoervergunning niet wordt gebruikt, deelt zij dit onverwijld aan de Commissie mee. Dergelijke ongebruikte hoeveelheden worden automatisch opnieuw toegevoegd aan de hoeveelheden binnen de kwantitatieve EU-maxima die niet zijn gereserveerd overeenkomstig artikel 3, lid 4, eerste alinea, of artikel 3, lid 5, vijfde alinea, van Verordening (EG) nr. 3036/94.

     

    De hoeveelheden waarvan afstand is gedaan overeenkomstig artikel 3, lid 4, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 3036/94 worden automatisch toegevoegd aan de hoeveelheden binnen de EU-quota die niet zijn gereserveerd overeenkomstig artikel 3, lid 4, eerste alinea, of artikel 3, lid 5, vijfde alinea, van de genoemde verordening.

     

    De in de voorgaande alinea's genoemde hoeveelheden worden de Commissie ter kennis gebracht overeenkomstig het bepaalde in lid 3.

     

    ______________

     

    Verordening (EG) nr. 3036/94 van de Raad van 8 december 1994 houdende instelling van een regeling voor economische passieve veredeling die van toepassing is op bepaalde textielproducten en kledingartikelen die worden wederingevoerd in de Gemeenschap na bewerking of verwerking in bepaalde derde landen (PB L 322 van 15.12.1994, blz. 1)

    Motivering

    Zie het amendement dat handelt over hoofdstuk IV bis.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 24 sexies (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 24 sexies

     

    De bevoegde instanties van de lidstaten doen de Commissie de namen en adressen toekomen van de instanties die bevoegd zijn de in artikel 24 quinquies bedoelde voorafgaande vergunningen af te geven, alsmede specimens van de stempels die deze instanties gebruiken.

    Motivering

    Zie het amendement dat handelt over hoofdstuk IV bis.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 26

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

    1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

    2. De in artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2, artikel 12, lid 3, artikel 13 en artikel 30 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar te rekenen met ingang van 20 februari 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van 5 jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen die verlenging verzet.

    2. De in artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2, artikel 12, lid 3, artikel 13 en artikel 30 alsook in artikel 24 ter en artikel 24 quater, leden 1 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar te rekenen met ingang van 20 februari 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van 5 jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen die verlenging verzet.

    3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2, artikel 12, lid 3, artikel 13 en artikel 30 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

    3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2, artikel 12, lid 3, artikel 13 en artikel 30 alsook in artikel 24 ter en artikel 24 quater, leden 1 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

    4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

    4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

    5. Een krachtens artikel 5, lid 2, artikel 13 en artikel 30 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

    5. Een krachtens artikel 5, lid 2, artikel 13 en artikel 30 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

    6. Een krachtens artikel 3, lid 3, en artikel 12, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met vier maanden verlengd.

    6. Een overeenkomstig artikel 3, lid 3, en artikel 12, lid 3, alsook artikel 24 ter en artikel 24 quater, leden 1 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met vier maanden verlengd.

    Motivering

    In bijlage VII bij verordening nr. 3030/93 was de vaststelling van gedelegeerde handelingen geregeld. Wegens de overbrenging van de inhoud van bijlage VII naar bijlage V van het onderhavige herschikkingsvoorstel moet artikel 26 ook worden gewijzigd om te voorzien in de bevoegdheid voor vaststelling van gedelegeerde handelingen.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 27 – lid 2

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 26, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dit geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

    2. Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 26, lid 5 of lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dit geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

    Motivering

    In bijlage VII bij verordening nr. 3030/93 was de vaststelling van gedelegeerde handelingen geregeld. Wegens de overbrenging van de inhoud van bijlage VII naar bijlage V van het onderhavige herschikkingsvoorstel moet artikel 27 ook worden gewijzigd om te voorzien in de bevoegdheid voor vaststelling van gedelegeerde handelingen.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Bijlage I TEXTIELPRODUCTEN BEDOELD IN ARTIKEL 1 – tabel – GROEP V – laatste rij (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    163 Weefsels met gaasbinding en werken daarvan, gereed voor de verkoop in het klein

     

    3005 90 31

    Motivering

    Overheveling van CN-code 3005 90 31 Weefsels met gaasbinding en werken daarvan uit Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad die binnenkort wordt ingetrokken, naar bijlage I.A onder categorie 163 van de herschikkingsversie. Dit specifieke product werd in het verleden gebruikt uit China en kan in de toekomst wellicht weer worden gebruikt.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Bijlage VII – Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan – rij 7

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Verordening (EG) nr. 3168/94 van de Commissie (PB L 335 van 23.12.1994, blz. 23)

    Schrappen

    Motivering

    Verordening (EG) nr. 3168/94 van de Commissie blijft als autonome regeling van kracht en wordt niet ingetrokken.

    • [1]  PB C .../Nog niet in het Publicatieblad verschenen.
    • [2]  PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.

    TOELICHTING

    Dit voorstel beoogt de codificatie van Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad van 7 maart 1994 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere, communautaire regeling.

    Het voorstel maakt deel uit van een aanpassingsoperatie die er na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor moest zorgen dat de vroegere besluitvormingsprocedures in de handelspolitiek in overeenstemming zouden zijn met de nieuwe regeling van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Dit geschiedde middels Omnibus I (uitvoeringshandelingen) en Omnibus II (gedelegeerde handelingen), waarbij een reeks verordeningen op handelsgebied, waaronder de onderhavige, werden gewijzigd.

    Bij deze operatie ontdekte de Commissie enkele fouten die moesten worden gecorrigeerd. Voor de invoeging van enkele inhoudelijke wijzigingen werd het nodig geoordeeld om de codificatie in een herschikking om te zetten. De inhoud van deze amendementen behelsde voornamelijk technische correcties. Voorts werd de eerdere besluitvormingsprocedure in artikel 23 vervangen door besluitvorming volgens de onderzoeksprocedure, zoals in Omnibus I overeengekomen.

    Op dit moment zijn Belarus en Noord-Korea de enige landen vanwaar de EU textielproducten invoert die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, dan wel onder een andere, bijzondere EU-regeling – dus ook niet onder het Algemene Preferentiestelsel en de alles-behalve-wapens-regeling.

    In de verordening worden jaarlijkse quota's vastgelegd voor de invoer van een aantal textielproducten uit deze beide landen, die worden toegewezen en beheerd volgens een uitvoeringsverordening van de Commissie. Voorts voorziet de verordening in de mogelijkheid van toezichts- en vrijwaringsmaatregelen. Ook voorziet de verordening in de mogelijkheid van ondertoezichtstelling van textielproducten in andere derde landen wanneer producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten hierdoor ernstige schade lijden of dreigen te lijden.

    De textielindustrie is voor de EU een gevoelige sector. Daarom is het belangrijk dat de geldende regels voor de betrokken marktdeelnemers duidelijk en gebruiksvriendelijk zijn en rechtszekerheid bieden.

    Gezien deze overwegingen en afgaande op het positieve oordeel van de Commissie juridische zaken kan uw Rapporteur aanbevelen dit voorstel van de Commissie ongewijzigd over te nemen.

    BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN

    Ref. D(2014)54269

    Bernd Lange

    Voorzitter, Commissie internationale handel

    ASP 12G205

    Brussel

    Betreft       Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere regeling van de Unie (herschikking)

                      COM(2014)0345 – C8-0023/2014 – 2014/0177(COD))

    Geachte voorzitter,

    De Commissie juridische zaken heeft bovengenoemd voorstel behandeld krachtens artikel 104 van het Reglement inzake herschikking.

    Lid 3 van dat artikel luidt als volgt:

    "Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

    In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

    Wanneer de ter zake bevoegde commissie evenwel voornemens is, overeenkomstig punt 8 van het Interinstitutioneel Akkoord, ook amendementen op de gecodificeerde delen van het ontwerp van wetgevingshandeling in te dienen, stelt zij de Raad en de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Alvorens tot stemming wordt overgegaan maakt laatstgenoemde overeenkomstig artikel 58 haar standpunt inzake de amendementen kenbaar en geeft zij aan of zij voornemens is het herschikkingsontwerp in te trekken."

    In navolging van het advies van de Juridische Dienst, waarvan vertegenwoordigers hebben deelgenomen aan de vergaderingen van de adviesgroep tijdens welke het herschikkingsvoorstel is behandeld, en overeenkomstig de aanbevelingen van de rapporteur voor advies, is de Commissie juridische zaken van oordeel dat het voorstel in kwestie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel zijn aangegeven en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die inhoudelijke wijzigingen, kan worden geconstateerd dat het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande teksten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

    Tot slot beveelt de Commissie juridische zaken, die het voorstel op haar vergadering van dinsdag 11 november 2014 heeft besproken, uw commissie als ter zake bevoegde commissie met 19 stemmen voor en 2 onthoudingen[1] aan dit voorstel overeenkomstig artikel 104 te behandelen.

    Met bijzondere hoogachting,

    Pavel Svoboda

    Bijlage advies van de adviesgroep

    • [1]  Bij de stemming waren aanwezig: Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Daniel Buda, Kostas Chrysogonos, Sergio Gaetano Cofferati, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Rosa Estaràs Ferragut, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Heidi Hautala, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Helga Stevens, Pavel Svoboda, Axel Voss, en Tadeusz Zwiefka.

    BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

     

     

     

     

    ADVIESGROEP VAN DE

    JURIDISCHE DIENSTEN

    Brussel, 17 september 2014

    ADVIES

                                                        AAN HET EUROPEES PARLEMENT

                                                                  DE RAAD

                                                                  DE COMMISSIE

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere regeling van de Unie (herschikking)

    COM(2014)0345 van 12.6.2014 – 2014/0177(COD)

    Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en met name punt 9 daarvan, is de adviesgroep van de Juridische Diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 10 juli 2014 bijeengekomen om onder meer bovengenoemd voorstel van de Commissie te onderzoeken.

    Tijdens die bijeenkomst[1] heeft de adviesgroep, na bestudering van het voorstel voor een verordening van het Parlement en de Raad tot herschikking van Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad van 7 maart 1994 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere, communautaire regeling, in onderlinge overeenstemming vastgesteld dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld. Met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere handeling met die inhoudelijke wijzigingen heeft de adviesgroep geconstateerd dat het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande handeling behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

    F. DREXLER                        H. LEGAL                            L. ROMERO REQUENA

    Juridisch adviseur                    Juridisch adviseur                    Directeur-generaal

    • [1]               De adviesgroep heeft haar beoordeling uitgevoerd op basis van de Engelse versie van het voorstel, aangezien de tekst in kwestie oorspronkelijk in deze taal gesteld was.

    PROCEDURE

    Titel

    Invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere invoerregeling van de Unie (herschikking)

    Document- en procedurenummers

    COM(2014)0345 – C8-0023/2014 – 2014/0177(COD)

    Datum indiening bij EP

    12.6.2014

     

     

     

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    INTA

    28.1.2015

     

     

     

    Medeadviserende commissies

           Datum bekendmaking

    JURI

    28.1.2015

     

     

     

    Geen advies

           Datum besluit

    JURI

    3.9.2014

     

     

     

    Rapporteurs

           Datum benoeming

    Jarosław Wałęsa

    3.9.2014

     

     

     

    Behandeling in de commissie

    5.11.2014

    3.12.2014

    21.1.2015

     

    Datum goedkeuring

    22.1.2015

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    32

    3

    2

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    William (The Earl of) Dartmouth, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Christofer Fjellner, Yannick Jadot, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Gabrielius Landsbergis, Bernd Lange, Marine Le Pen, David Martin, Emmanuel Maurel, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Alessia Maria Mosca, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Matteo Salvini, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

    Goffredo Maria Bettini, Reimer Böge, Victor Boștinaru, Dita Charanzová, Sajjad Karim, Fernando Ruas, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

    Datum indiening

    29.1.2015