Procedure : 2013/0408(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0020/2015

Ingediende teksten :

A8-0020/2015

Debatten :

PV 08/03/2016 - 16
CRE 08/03/2016 - 16

Stemmingen :

PV 09/03/2016 - 11.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0079

VERSLAG     ***I
PDF 546kWORD 419k
12.2.2015
PE 541.593v02-00 A8-0020/2015

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure

(COM(2013)0822 – C8‑0428/2013 – 2013/0408(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Caterina Chinnici

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure

(COM(2013)0822 – C8‑0428/2013 – 2013/0408(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0822),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 82, lid 2 (b) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0428/2013),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0020/2015),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Hoewel alle lidstaten partij zijn bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, heeft de ervaring geleerd dat deze omstandigheid op zich niet altijd zorgt voor voldoende vertrouwen in de strafrechtsstelsels van andere lidstaten.

(3) Ofschoon de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) onder bepaalde voorwaarden op de lidstaten van toepassing zijn en hoewel alle lidstaten partij zijn bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, heeft de ervaring geleerd dat deze omstandigheden alleen niet altijd zorgen voor voldoende vertrouwen in de strafrechtsstelsels van andere lidstaten.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Het programma van Stockholm21 legde sterk de nadruk op het versterken van de rechten van het individu in strafprocedures. In punt 2.4 ervan verzocht de Europese Raad de Commissie om voorstellen in te dienen voor een stapsgewijze versterking22 van de rechten van verdachten en beklaagden.

(4) Op 30 november 2009 nam de Raad een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures aan ("de routekaart")22. In de routekaart, waarin een stapsgewijze benadering wordt voorgestaan, wordt opgeroepen tot de vaststelling van maatregelen met betrekking tot het recht op vertaling en vertolking (maatregel A), het recht op informatie over de rechten en informatie over de beschuldiging (maatregel B), het recht op juridisch advies en rechtsbijstand (maatregel C), het recht te communiceren met familie, werkgever en consulaire autoriteiten (maatregel D), en bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden (maatregel E). In de routekaart wordt benadrukt dat de volgorde van de rechten indicatief is en dat de prioriteiten dus kunnen worden verlegd. De routekaart is bedoeld als een totaalpakket: pas wanneer alle onderdelen ten uitvoer zijn gelegd, zal het effect optimaal zijn.

__________________

__________________

21 PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.

 

22 PB C 291 van 4.12.2009, blz. 1.

22 PB C 295 van 4.12.2009, blz. 1.

Motivering

De samenhang met de eerder aangenomen maatregelen van de routekaart moet worden gewaarborgd.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Op 10 december 2009 verklaarde de Europese Raad zich ingenomen met de routekaart en maakte hij deze tot onderdeel van het Programma van Stockholm - Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (punt 2.4). De Europese Raad onderstreepte het feit dat de routekaart niet uitputtend is en nodigde de Commissie uit te onderzoeken welk minimum aan procedurele rechten verdachten en beklaagden verder kan worden toegekend, en te beoordelen of andere vraagstukken, bijvoorbeeld het vermoeden van onschuld, dienen te worden aangepakt om op dit gebied tot een betere samenwerking te komen.

Motivering

De samenhang met de eerder aangenomen maatregelen van de routekaart moet worden gewaarborgd.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis) In het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de rechten van de mens kan een gerechtelijke procedure niet zonder meer als strafprocedure worden aangemerkt met als enige grond de aanduiding als zodanig en de desbetreffende strafmaat volgens het nationale recht. Teneinde de doelstellingen van de verdragen en van deze richtlijn te verwezenlijken en de grondrechten zoals onder meer verankerd in het Handvest en het EVRM ten volle te eerbiedigen is het derhalve zaak bij de toepassing van de richtlijn niet alleen oog te hebben voor de formele betiteling van een procedure volgens de nationale rechtsorde, maar ook voor de gevolgen van de procedure voor leven en ontwikkeling van het kind. Deze richtlijn moet in ieder geval worden toegepast als de procedure kan leiden tot een aantekening in het strafregister.

Motivering

Overweging gebaseerd op het arrest-Engel, dat stelselmatig wordt gevolgd door het Hof van de rechten van de mens in Straatsburg en het Hof van de EU in Luxemburg. Het gaat om het vereiste dat staten de grondrechten ten volle eerbiedigen en dat schendingen daarvan en onterechte veroordelingen door rechters in Europa voorkomen worden.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat kinderen in alle procedures met zorg en gevoel worden behandeld, rekening houdend met hun leeftijd, bijzondere behoeften, rijpheid en begripsvermogen en met communicatieproblemen die zij mogelijkerwijs ondervinden. Strafprocedures waarbij kinderen betrokken zijn moeten op niet-intimiderende en kindvriendelijke wijze plaatsvinden.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 quater) Het is dan ook zaak de door deze richtlijn geboden waarborgen, met de eventueel vereiste aanpassingen, toe te passen in alle procedures die in beperkende maatregelen kunnen uitmonden of ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor het leven van het kind en daarmee voor de ontwikkeling van diens persoonlijkheid, alsook in die gevallen waarin weliswaar geen straf wordt opgelegd maar waarin de procedure kan leiden tot een beslissing die, al was het maar impliciet, de verantwoordelijkheid voor het strafbare feit bij het betrokken kind legt. In al dit soort gevallen mag de toepassing van de richtlijn niet belemmerd worden door het feit dat de procedure ingeleid is wegens een handeling die volgens het nationale recht geen strafbaar feit is, dat de procedure niet voor een strafrechter komt, of dat er geen sanctie kan volgen die volgens het nationale recht formeel onder het strafrecht valt.

Motivering

Overweging gebaseerd op het arrest-Engel, dat stelselmatig wordt gevolgd door het Hof van de rechten van de mens in Straatsburg en het Hof van de EU in Luxemburg. Het gaat om het vereiste dat staten de grondrechten ten volle eerbiedigen en dat schendingen daarvan en onterechte veroordelingen door rechters in Europa voorkomen worden. De toevoeging "met de eventueel vereiste aanpassingen" is ingegeven door het vereiste van flexibiliteit bij de toepassing van de richtlijn in de geschetste gevallen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) De lidstaten worden ertoe aangemoedigd om kinderen die betrokken zijn bij strafprocedures de nodige ondersteuning en hulp te bieden bij hun inspanningen om te re-integreren in de samenleving, met name door maatregelen te nemen om te voorkomen dat verdachte of beschuldigde kinderen worden gediscrimineerd bij de toegang tot onderwijs en de arbeidsmarkt en te voorkomen dat zij worden gemarginaliseerd.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Deze richtlijn dient ook van toepassing te zijn op strafbare feiten die eenzelfde verdachte of beklaagde na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar heeft gepleegd en die gezamenlijk worden onderzocht en vervolgd omdat deze onlosmakelijk verbonden zijn met de strafbare feiten in verband waarmee een strafprocedure is ingeleid toen de betrokkene nog geen 18 jaar oud was.

(9) Deze richtlijn dient ook van toepassing te zijn op strafbare feiten die beweerdelijk zijn gepleegd nadat de verdachte of beklaagde de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt ingeval deze strafbare feiten gezamenlijk worden onderzocht en vervolgd omdat deze onlosmakelijk verbonden zijn met strafbare feiten waarop deze Richtlijn van toepassing is.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Wanneer iemand ouder is dan 18 jaar wanneer hij verdachte of beklaagde in een strafzaak wordt, doen de lidstaten er goed aan om de procedurele waarborgen van deze richtlijn toe te passen tot de betrokkene de leeftijd van 21 jaar bereikt.

(10) Wanneer iemand ouder is dan 18 jaar wanneer hij verdachte of beklaagde in een strafzaak wordt en met name ingeval het strafbare feit is gepleegd voordat het betrokken kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, moeten de lidstaten de procedurele waarborgen van deze richtlijn toepassen, in ieder geval tot de betrokkene de leeftijd van 21 jaar bereikt.

Motivering

De drempel van 21 jaar, die verband houdt met de algemene uitbreiding van de overgangstijd tot de volwassenheid in de welvarende landen, wordt reeds genoemd in punt 11 van de aanbeveling van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 24 september 2003 betreffende de nieuwe aanpak van de jeugdcriminaliteit en de rol van het jeugdrecht.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) De lidstaten dienen de leeftijd van kinderen vast te stellen op basis van de verklaringen van de kinderen zelf, controles van hun burgerlijke staat, documentenonderzoek, overig bewijs en, indien dergelijk bewijs niet beschikbaar of niet overtuigend is, medisch onderzoek.

(11) De lidstaten dienen de leeftijd van kinderen vast te stellen op basis van de verklaringen van de kinderen zelf, controles van hun burgerlijke staat, documentenonderzoek, overig bewijs en, indien dergelijk bewijs niet beschikbaar of niet overtuigend is, medisch onderzoek. Een dergelijk medisch onderzoek mag pas als uiterste middel plaatsvinden en met strikte eerbiediging van de rechten van het kind, diens lichamelijke integriteit en de menselijke waardigheid. In geval van twijfel over de minderjarigheid wordt voor alle doeleinden aangenomen dat de betrokkene minderjarig is.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Deze richtlijn dient ten uitvoer te worden gelegd met inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 2012/13/EU en Richtlijn 2013/48/EU. Informatie over lichte strafbare feiten dient te worden verstrekt onder dezelfde voorwaarden als die van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2012/13/EU. Gelet op de specifieke behoeften van kinderen bevat deze richtlijn echter nadere aanvullende waarborgen met betrekking tot de informatie die de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt, moet worden verschaft, en inzake de verplichte toegang tot een advocaat, met het oog op de specifieke behoeften van kinderen.

(12) Deze richtlijn dient ten uitvoer te worden gelegd met inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 2012/13/EU en Richtlijn 2013/48/EU. Er moet echter ook informatie worden verstrekt over lichte strafbare feiten, rekening houdend met de specifieke kwetsbaarheden van kinderen.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Kinderen moeten onverwijld en rechtstreeks worden geïnformeerd over hun procedurele rechten, de aard van de beschuldiging, de mogelijke gevolgen en de beschikbare rechtsmiddelen. De informatie moet schriftelijk en mondeling worden verstrekt op een manier die is afgestemd op hun leeftijd en rijpheid en in een taal die zij begrijpen.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Kinderen dienen het recht te hebben de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt, mondeling of schriftelijk te laten informeren over de toepasselijke procedurele rechten. Deze informatie dient onverwijld te worden verstrekt en wel zo gedetailleerd als noodzakelijk is om het eerlijke verloop van de procedure en de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging van het kind te waarborgen. Indien het in strijd zou zijn met het belang van het kind om de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt van deze rechten in kennis te stellen, dient een andere geschikte volwassene op de hoogte te worden gebracht.

(15) Voorts dienen kinderen het recht te hebben de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt, mondeling en schriftelijk te laten informeren over de toepasselijke procedurele rechten. Deze informatie dient onverwijld te worden verstrekt en wel zo gedetailleerd als noodzakelijk is om het eerlijke verloop van de procedure en de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging van het kind te waarborgen. Indien het in strijd zou zijn met het belang van het kind om de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt van deze rechten in kennis te stellen, dient een andere geschikte volwassene op de hoogte te worden gebracht.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Kinderen dienen geen afstand te kunnen doen van hun recht op toegang tot een advocaat, omdat zij niet in staat zijn een strafprocedure volledig te begrijpen en te volgen. De aanwezigheid of bijstand van een advocaat dient voor kinderen dan ook verplicht te zijn.

(16) Kinderen dienen geen afstand te kunnen doen van hun recht op toegang tot een advocaat, omdat zij niet in staat zijn een strafprocedure volledig te begrijpen en te volgen. De aanwezigheid en bijstand van een advocaat dienen voor kinderen dan ook verplicht te zijn.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) In sommige lidstaten is een andere autoriteit dan een openbare aanklager of een in strafzaken bevoegde rechtbank bevoegd om voor relatief lichte strafbare feiten andere straffen op te leggen dan vrijheidsbeneming. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met betrekking tot verkeersovertredingen die op grote schaal worden begaan en die kunnen worden vastgesteld bij een verkeerscontrole. Het zou onredelijk zijn als de bevoegde autoriteiten in dergelijke situaties de verplichte toegang tot een advocaat zouden moeten waarborgen. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten een dergelijke autoriteit een straf oplegt, en indien ofwel daartegen beroep kan worden ingesteld ofwel de zaak anderszins kan worden doorverwezen naar een in strafzaken bevoegde rechtbank, dient de verplichte toegang tot een advocaat alleen van toepassing te zijn op de procedure die bij die rechtbank wordt gevoerd naar aanleiding van dat beroep of die verwijzing. In bepaalde lidstaten kunnen procedures waarbij kinderen betrokken zijn, worden behandeld door openbare aanklagers die straffen mogen opleggen. In dergelijke procedures dienen kinderen verplicht toegang tot een advocaat te hebben.

Schrappen

Motivering

Het recht op verplichte toegang tot een advocaat moet ook bij lichte strafbare feiten gewaarborgd worden. Er bestaan geen strafbare feiten zonder gevolgen voor het kinderen die rechtvaardigen dat de rechten van kinderen niet worden geëerbiedigd.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) In bepaalde lidstaten is een aantal lichte feiten strafbaar gesteld; het betreft met name lichte verkeersovertredingen, lichte overtredingen van algemene gemeentelijke verordeningen en lichte schendingen van de openbare orde. Het zou onevenredig zijn als de bevoegde autoriteiten in verband met zulke lichte strafbare feiten de verplichte toegang tot een advocaat zouden moeten waarborgen. Indien het recht van een lidstaat bepaalt dat lichte strafbare feiten niet met vrijheidsbeneming kunnen worden bestraft, dient het recht op verplichte toegang tot een advocaat derhalve alleen van toepassing te zijn op procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.

Schrappen

Motivering

Het recht op verplichte toegang tot een advocaat moet ook bij lichte strafbare feiten gewaarborgd worden. Er bestaan geen strafbare feiten zonder gevolgen voor het kinderen die rechtvaardigen dat de rechten van kinderen niet worden geëerbiedigd.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Kinderen die als verdachte of beklaagde bij een strafprocedure betrokken zijn, dienen er recht op te hebben dat hun specifieke behoeften wat betreft bescherming, onderwijs, opleiding en sociale integratie door middel van een individuele beoordeling worden vastgesteld, zodat kan worden bepaald of, en zo ja, in hoeverre tijdens de strafprocedure voor hen speciale maatregelen nodig zijn, in hoeverre zij strafrechtelijk aansprakelijk zijn en of een straf of pedagogische maatregel voor hen passend is.

(19) Kinderen die als verdachte of beklaagde bij een strafprocedure betrokken zijn, dienen er recht op te hebben dat hun specifieke behoeften wat betreft bescherming, onderwijs, opleiding en sociale integratie door middel van een individuele beoordeling worden vastgesteld, zodat het gewaarborgd is dat elke beslissing tijdens en tot besluit van de strafprocedure in zo hoog mogelijke mate op het individu afgestemd is.

Motivering

Bij dit amendement wordt ervan uitgegaan dat de verantwoordelijkheid van het kind aan het eind van de procedure door de rechter moet worden vastgesteld en dat de individuele beoordeling bedoeld is om elementen aan te dragen om in elke fase te bepalen wat de meest aangewezen maatregelen zijn. De voorgestelde wijziging beoogt onduidelijkheid op dit punt te voorkomen en het algemene doel van de individuele beoordeling te verduidelijken. In het dictum van de richtlijn komen enkele zinsneden van de oorspronkelijke formulering van deze overweging terug.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Om de persoonlijke integriteit te waarborgen van een kind dat is aangehouden of in detentie is, dient het kind toegang te hebben tot een medisch onderzoek. Dit medisch onderzoek dient te worden uitgevoerd door een arts.

(20) Om de persoonlijke integriteit, het welzijn en de gezondheid te waarborgen van een kind dat verdachte of beklaagde is en wie de vrijheid is ontnomen, om de algehele lichamelijke en geestelijke toestand en mogelijke medische behoeften te beoordelen en om vast te stellen of het aan een verhoor, andere handelingen omwille van het onderzoek of het vergaren van bewijsmateriaal, of aan eventuele bijzondere maatregelen kan worden onderworpen, dient het kind toegang te hebben tot een medisch onderzoek. Een kind dat verdachte of beklaagde is waarvan de vrijheid niet is ontnomen dient toegang te hebben tot een medisch onderzoek indien dit in het belang van het de procedure noodzakelijk is of het belang van het kind ermee gediend is. Dit medisch onderzoek dient zo non-invasief mogelijk te zijn en te worden uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerde persoon.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Om kinderen, die de inhoud van de verhoren die hen worden afgenomen, niet altijd begrijpen, voldoende bescherming te bieden, teneinde te voorkomen dat de inhoud van een verhoor wordt aangevochten en de betrokkene opnieuw moet worden ondervraagd, dienen van elk verhoor van een kind audiovisuele opnames te worden gemaakt. Dit geldt niet voor de vragen die worden gesteld om het kind te identificeren.

(21) Door de kwetsbaarheid van kinderen kan een verhoor een traumatische ervaring betekenen. Daarom is het van groot belang dat het verhoor van kinderen wordt uitgevoerd door gespecialiseerde vakmensen, die rekening houden met hun leeftijd, rijpheid, begripsvermogen en met de communicatieproblemen die zij mogelijkerwijs ondervinden. Het verhoor dient plaats te vinden in aanwezigheid van een advocaat en, indien het kind daarom vraagt en/of dit in het belang van het kind is, de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt en, indien nodig, gespecialiseerde vakmensen. Grondige documentatie en audiovisuele opname van het verhoor vormen een fundamentele bescherming, zowel om te waarborgen dat het verhoor op gepaste wijze wordt afgenomen, als om het kind, dat de inhoud van de verhoren die worden afgenomen niet altijd begrijpt, voldoende bescherming te bieden. Teneinde te voorkomen dat de inhoud van een verhoor wordt aangevochten en de betrokkene opnieuw moet worden ondervraagd, dienen daarom van elk verhoor van een kind audiovisuele opnames te worden gemaakt.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Het zou echter onevenredig zijn als de bevoegde autoriteiten in alle omstandigheden voor audiovisuele opnames zouden moeten zorgen. Er dient rekening te worden met de complexiteit van de zaak, de ernst van het ten laste gelegde strafbare feit en de straf die zou kunnen worden opgelegd. Indien een kind voor zijn veroordeling zijn vrijheid wordt ontnomen, dienen van elk verhoor audiovisuele opnames te worden gemaakt.

(22) Het zou echter onredelijk zijn als de bevoegde autoriteiten ook voor audiovisuele opnames zouden moeten zorgen als zulks niet in het belang van het kind is. Indien een kind voor zijn veroordeling zijn vrijheid wordt ontnomen, dienen van elk verhoor audiovisuele opnames te worden gemaakt.

Motivering

Daar de technische ontwikkelingen het mogelijk maken op uiterst eenvoudige en steeds goedkopere wijze audiovisuele opnames te maken, is het, mede gezien het belang van deze waarborg, niet zinvol om uitzonderingen te maken die niet door het belang van het kind ingegeven zijn.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Dergelijke audiovisuele opnames dienen uitsluitend voor de gerechtelijke autoriteiten en de procespartijen toegankelijk te zijn. Bij het ondervragen van kinderen dient bovendien rekening te worden gehouden met hun leeftijd en rijpheid.

(23) Dergelijke audiovisuele opnames dienen uitsluitend voor de gerechtelijke autoriteiten en de procespartijen toegankelijk te zijn.

Motivering

Dit amendement hangt samen met het voorgestelde amendement op artikel 9 van de richtlijn. De tweede zin van overweging 23 moet naar artikel 9 worden verplaatst.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Kinderen die zich in detentie bevinden, verkeren in een bijzonder kwetsbare positie. Er dient uitdrukkelijk naar te worden gestreefd om vrijheidsbeneming bij kinderen te voorkomen, gelet op de inherente risico's voor hun lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling. De bevoegde autoriteiten dienen alternatieve maatregelen te overwegen en deze op te leggen wanneer dit in het belang is van het kind. Daarbij kan het gaan om de verplichting zich te melden bij een bevoegde autoriteit, beperking van het contact met specifieke personen, verplichte therapeutische of verslavingsbehandeling, en pedagogische maatregelen.

(25) Kinderen die zich in detentie bevinden, verkeren in een bijzonder kwetsbare positie. Er dient uitdrukkelijk naar te worden gestreefd om vrijheidsbeneming bij kinderen te voorkomen, gelet op de inherente risico's voor hun lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling en gezien het feit dat het hun sociale herintegratie ernstig kan bemoeilijken. Vrijheidsbeneming dient derhalve uitsluitend als uiterste maatregel en voor zo kort mogelijke duur te worden toegepast. De bevoegde autoriteiten dienen alternatieve maatregelen te overwegen en deze op te leggen wanneer dit in het belang is van het kind. Daarbij kan het gaan om de verplichting zich te melden bij een bevoegde autoriteit, beperking van het contact met specifieke personen, verplichte therapeutische of verslavingsbehandeling, en pedagogische maatregelen.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Wanneer kinderen een vrijheidsbeneming wordt opgelegd, dienen voor hen speciale beschermingsmaatregelen te gelden. Zij dienen met name gescheiden van volwassenen te worden vastgehouden, tenzij dit niet in het belang van het kind wordt geacht, overeenkomstig artikel 37, onder c), van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind. Bereikt een kind in detentie de leeftijd van 18 jaar, dan dient de mogelijkheid te bestaan om de afzonderlijke detentie voort te zetten, wanneer de individuele omstandigheden van de zaak dit rechtvaardigen. Er dient met name aandacht te worden besteed aan de wijze waarop kinderen in detentie worden behandeld, gelet op hun inherente kwetsbaarheid. Kinderen dienen toegang te hebben tot de onderwijsfaciliteiten die zij nodig hebben.

(26) Wanneer kinderen een vrijheidsbeneming wordt opgelegd, dienen voor hen speciale beschermingsmaatregelen te gelden. Zij dienen met name altijd gescheiden van volwassenen te worden vastgehouden, behalve in uitzonderlijke omstandigheden waarin dit niet in het belang van het kind wordt geacht, overeenkomstig artikel 37, onder c), van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind. Bereikt een kind in detentie de leeftijd van 18 jaar, dan dient de mogelijkheid te bestaan om de afzonderlijke detentie voort te zetten, wanneer de individuele omstandigheden van de zaak dit rechtvaardigen. Er dient met name aandacht te worden besteed aan de wijze waarop kinderen in detentie worden behandeld, gelet op hun inherente kwetsbaarheid. Kinderen dienen toegang te hebben tot de onderwijsfaciliteiten die zij nodig hebben.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Kinderen van wie de vrijheid is ontnomen dienen met name het recht te hebben om regelmatig en zinvol contact te hebben met ouders, familieleden en vrienden door middel van bezoeken en correspondentie, tenzij bijzondere beperkingen nodig zijn in het belang van het kind of in het belang van een behoorlijke rechtspleging.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Jeugdzaken dienen achter gesloten deuren te worden behandeld, teneinde de persoonlijke levenssfeer van de kinderen te beschermen en hun sociale herintegratie te bevorderen. In uitzonderlijke gevallen kan de rechter, met in achtneming van het belang van het kind, beslissen dat een hoorzitting openbaar is.

(28) Jeugdzaken dienen achter gesloten deuren te worden behandeld, teneinde de persoonlijke levenssfeer van de kinderen te beschermen en hun sociale herintegratie te bevorderen. Alleen in uitzonderlijke gevallen moet de rechter de mogelijkheid hebben om in het belang van het kind te beslissen dat een hoorzitting openbaar is. Tegen een dergelijk besluit moet het kind beroep kunnen aantekenen. De lidstaten moeten passende maatregelen treffen om te waarborgen dat de bevoegde autoriteiten geen inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van kinderen wat betreft de strafprocedure en de gevolgen daarvan. Daarnaast moeten zij inbreuken op de persoonlijke levenssfeer via de media, waaronder internet, helpen voorkomen. Voorts dienen de lidstaten de sociale herintegratie van kinderen die betrokken zijn bij strafprocedures te bevorderen en actief stappen te nemen om discriminatie en marginalisatie van deze kinderen te voorkomen.

Motivering

Dit amendement houdt verband met het door de rapporteur voorgestelde amendement 17. Het woord "uitzonderlijke", dat in het oorspronkelijke Commissievoorstel staat, moet gehandhaafd blijven.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 bis) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat, met name via de media, geen informatie of persoonsgegevens beschikbaar worden gesteld of worden gepubliceerd waaruit de identiteit van het kind blijkt of kan worden afgeleid, bijvoorbeeld een afbeelding of de naam van het kind of diens familieleden.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 ter) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat wanneer dossiers of documenten worden overgedragen die persoonlijke en gevoelige gegevens van kinderen bevatten, dit gebeurt op een manier die in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 quater) De lidstaten moeten overwegen om ervoor te zorgen dat de privacybescherming als bedoeld in deze richtlijn ook blijft gelden als het kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en gedurende de rest van zijn leven, om stigmatisering en vooroordelen en/of verzwaring van toekomstige vonnissen te voorkomen.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis) De lidstaten dienen erop toe te zien dat kinderen het recht hebben om in persoon te verschijnen en actief deel te nemen aan het proces, onder meer door aan hen de mogelijkheid te bieden te worden gehoord en hun standpunten te uiten wanneer zij geacht worden de procedure voldoende begrijpen.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36) Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van gemeenschappelijke minimumnormen inzake procedurele waarborgen voor kinderen die als verdachte of beklaagde bij een strafprocedure betrokken zijn, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang van de maatregel beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(36) Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van gemeenschappelijke minimumnormen voor de hele Unie inzake procedurele waarborgen voor kinderen die als verdachte of beklaagde bij een strafprocedure betrokken zijn, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang van de maatregel beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Deze richtlijn is van toepassing op verdachten en beklaagden tegen wie strafprocedures als bedoeld in lid 1 lopen en op personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel als bedoeld in lid 2 loopt, wanneer zij gedurende deze procedures de volwassen leeftijd hebben bereikt, maar nog kind waren toen deze werden ingeleid.

3. Deze richtlijn is van toepassing op verdachten en beklaagden tegen wie strafprocedures als bedoeld in lid 1 lopen en op personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel als bedoeld in lid 2 loopt, wanneer zij de volwassen leeftijd hebben bereikt, maar bij aanvang van de procedures jonger zijn dan 21 jaar en deze procedures strafbare feiten betreffen die zouden zijn begaan voordat deze personen de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder "kind" verstaan een persoon die jonger dan 18 jaar is.

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

 

- "kind": een persoon die jonger dan achttien jaar is. Ingeval er ook na onderzoek twijfel over de minderjarigheid blijft bestaan, wordt voor alle doeleinden aangenomen dat de betrokkene minderjarig is.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

- "persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt": eenieder die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind draagt overeenkomstig de omschrijving in artikel 2, punt 7, van Verordening (EG) nr. 2201/2003.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen onverwijld worden geïnformeerd over hun rechten overeenkomstig Richtlijn 2012/13/EU. Ook worden zij geïnformeerd over de volgende rechten, die eveneens onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2012/13/EU vallen:

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen onverwijld schriftelijk en mondeling, in eenvoudige bewoordingen die zij kunnen begrijpen, op hun leeftijd, kennisniveau en begripsvermogen afgestemde informatie krijgen over de beschuldiging, het verloop van de procedure en hun rechten overeenkomstig Richtlijn 2012/13/EU alsmede over de volgende rechten:

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) hun recht op een advocaat, overeenkomstig artikel 6,

(2) hun recht op bijstand van een advocaat, overeenkomstig artikel 6,

Motivering

Deze wijziging houdt verband met het amendement op artikel 6.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) hun recht op vrijheid en hun recht op een specifieke behandeling in detentie, overeenkomstig de artikelen 10 en 12,

(5) hun recht op vrijheid en hun recht op een specifieke behandeling bij aanhouding en in detentie, overeenkomstig de artikelen 10 en 12,

Motivering

Deze aanvulling houdt verband met de toevoeging van een nieuw lid betreffende waarborgen bij aanhouding aan artikel 12.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – punt 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) hun recht op een doeltreffende voorziening in rechte, overeenkomstig artikel 18 bis.

Motivering

Deze aanvulling houdt verband met de toevoeging van een nieuw artikel betreffende een doeltreffende voorziening in rechte met een formulering die overgenomen is van andere richtlijnen uit het "pakket" van de "routekaart".

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – punt 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter) hun recht op toegang tot de rechter, aangepast aan hun behoeften.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten waarborgen dat de informatie die het kind overeenkomstig artikel 4 ontvangt, wordt verstrekt aan de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt, of, indien zulks in strijd zou zijn met het belang van het kind, aan een andere geschikte volwassene.

De lidstaten waarborgen dat de informatie die het kind overeenkomstig artikel 4 ontvangt, ten spoedigste wordt verstrekt aan de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt, of, indien zulks onmogelijk zou zijn of in strijd zou zijn met het belang van het kind, aan een andere geschikte volwassene, die door het kind wordt aangewezen en door de bevoegde autoriteiten wordt goedgekeurd, dan wel, ingeval het kind niemand aanwijst, een door de bevoegde autoriteiten aan te wijzen persoon die door het kind wordt aanvaard.

Motivering

Gezien het belang van de andere geschikte volwassene ingeval degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt niet in aanmerking komt, is het zaak aan te geven hoe de andere geschikte volwassene wordt aangewezen, zowel voor de toepassing van dit artikel als voor de richtlijn als geheel, waarin deze formulering meermalen terugkomt. Ook dan moet verwezen worden naar de algemene regel zoals hier geformuleerd.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het recht op verplichte toegang tot een advocaat

Het recht op bijstand van een advocaat

Motivering

Met de voorgestelde formulering wordt beoogd te verduidelijken dat de advocaat het kind in het kader van de procedure terzijde kan staan en bijstand kan verlenen, en niet slechts een ondersteunende rol buiten de procedure speelt.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen gedurende de hele strafprocedure door een advocaat worden bijgestaan overeenkomstig Richtlijn 2013/48/EU. Van het recht op toegang tot een advocaat kan geen afstand worden gedaan.

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen in elke fase van de procedure door een advocaat worden bijgestaan. Van het recht op bijstand van een advocaat kan geen afstand worden gedaan.

Motivering

Met de voorgestelde formulering wordt beoogd te verduidelijken dat de advocaat het kind in het kader van de gehele procedure terzijde kan staan en bijstand kan verlenen, en niet slechts een ondersteunende rol buiten de procedure speelt.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De in Richtlijn 2013/48/EU bedoelde uitzonderingen zijn niet van toepassing op kinderen.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Daartoe worden kinderen individueel beoordeeld. Bij de beoordeling wordt in het bijzonder rekening gehouden met de persoonlijkheid en rijpheid van het kind en met zijn economische en sociale achtergrond.

2. Daartoe worden kinderen individueel beoordeeld. Bij de beoordeling wordt in het bijzonder rekening gehouden met de persoonlijkheid en rijpheid van het kind en met zijn familiale, economische en sociale achtergrond, zijn leefomgeving en eventuele specifieke kwetsbaarheden.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De individuele beoordeling vindt plaats op een passend moment in de procedure en in elk geval vóór de tenlastelegging.

3. De individuele beoordeling vindt plaats op een zo vroeg mogelijk moment in de procedure en in elk geval vóór de tenlastelegging respectievelijk het gelasten van beperkende maatregelen voor de persoonlijke vrijheid, tenzij dat onmogelijk is.

Motivering

Gezien het belang van de individuele beoordeling voor het gehele verloop van de procedure is het zaak aan te geven dat deze aan het begin van de procedure dient plaats te vinden. Indien de beoordeling niet vóór de inperking van de persoonlijke vrijheid kan plaatsvinden, dan moet het terstond daarna geschieden.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De omvang en de uitvoerigheid van de individuele beoordeling hangen af van de omstandigheden van het geval, de ernst van het ten laste gelegde strafbare feit, de straf die wordt opgelegd als het kind schuldig wordt bevonden aan het ten laste gelegde strafbare feit, en het feit of het kind al eerder onder de aandacht van de betrokken autoriteiten is gekomen in het kader van een strafprocedure.

4. De omvang en de uitvoerigheid van de individuele beoordeling hangen af van de omstandigheden van het geval en het belang van het kind.

 

Bij de beoordeling moet alle informatie over persoon en situatie van het kind naar voren komen en vastgelegd worden die voor de bevoegde autoriteiten van nut kan zijn om:

 

a) uit te maken of het kind tijdens de procedure in aanmerking komt voor speciale maatregelen;

 

b) na te gaan of dwangmaatregelen passend en doeltreffend zouden zijn;

 

c) tot besluit van de procedure de beslissingen vast te stellen waartoe zij bevoegd zijn.

Motivering

De aanvullingen beogen nader te specificeren wat doel en inhoud van de individuele beoordeling moet zijn, waarbij alle elementen naar voren moeten komen en vastgelegd moeten worden om na te gaan of het belang van het kind terdege in aanmerking is genomen bij alle beslissingen die de bevoegde autoriteiten tijdens de procedure vaststellen.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Het kind wordt nauw bij de individuele beoordeling betrokken.

5. Het kind wordt nauw bij de individuele beoordeling betrokken. De beoordeling wordt uitgevoerd door gekwalificeerde krachten die een multidisciplinaire benadering volgen; zo nodig worden de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene en/of gespecialiseerde vakmensen erbij betrokken.

Motivering

Nadere invulling van de individuele beoordeling, al naargelang de situatie, met het oog op de doeleinden zoals in het voorgaande lid omschreven.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De lidstaten mogen afwijken van de in lid 1 vervatte verplichting indien een dergelijke beoordeling niet evenredig is, gelet op de omstandigheden van het geval en het feit of het kind al eerder onder de aandacht van de betrokken autoriteiten is gekomen in het kader van een strafprocedure.

7. De lidstaten mogen afwijken van de verplichting om een individuele beoordeling uit te voeren wanneer de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven en het belang van het kind ermee gediend is.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Bij vrijheidsbeneming van een kind waarborgen de lidstaten dat het kind toegang heeft tot een medisch onderzoek, waarbij met name de algemene mentale en fysieke gesteldheid van het kind wordt beoordeeld om vast te stellen in hoeverre het betrokken kind in staat is om een verhoor, of een andere onderzoekshandeling of procedure voor het vergaren van bewijsmateriaal te ondergaan, dan wel enige andere maatregel die met betrekking tot het kind is genomen of gepland.

1. Wanneer bij vrijheidsbeneming van een kind zulks voor de procedure nodig is of het belang van het kind ermee gediend is, waarborgen de lidstaten dat het kind onverwijld toegang heeft tot een medisch onderzoek en medische zorg, om de gezondheid en het welzijn van het kind te beoordelen, beschermen en, indien nodig, te verbeteren. Het medisch onderzoek is zo non-invasief mogelijk en wordt uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerde persoon.

 

1 bis. De uitkomst van het medisch onderzoek weegt mee als moet worden vastgesteld in hoeverre het betrokken kind in staat is om een verhoor, of een andere onderzoekshandeling of procedure voor het vergaren van bewijsmateriaal te ondergaan, dan wel enige andere maatregel die met betrekking tot het kind is genomen of gepland.

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De conclusies van het medisch onderzoek worden schriftelijk vastgelegd.

3. De conclusies van het medisch onderzoek worden schriftelijk vastgelegd en de maatregelen die op grond daarvan nodig zijn om de lichamelijke en psychische gezondheid van het kind te beschermen worden tijdig genomen.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat van elk verhoor van kinderen dat de politie of andere rechtshandhavings- of justitiële autoriteiten afnemen vóór de tenlastelegging, audiovisuele opnames worden gemaakt, tenzij zulks niet evenredig is, gelet op de complexiteit van de zaak, de ernst van het ten laste gelegde strafbare feit en de straf die zou kunnen worden opgelegd.

1. De lidstaten waarborgen dat van elk verhoor van kinderen dat de politie of andere rechtshandhavings- of justitiële autoriteiten afnemen, audiovisuele opnames worden gemaakt, tenzij zulks tegen het belang van het kind ingaat.

Motivering

Daar de technische ontwikkelingen het mogelijk maken op uiterst eenvoudige en steeds goedkopere wijze audiovisuele opnames te maken, is het, mede gezien het belang van deze waarborg, niet zinvol om uitzonderingen te maken die niet door het belang van het kind ingegeven zijn.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat bij het verhoren van kinderen rekening wordt gehouden met hun leeftijd, rijpheid en eventuele andere behoeften, zoals vastgesteld tijdens de overeenkomstig artikel 7 uitgevoerde individuele beoordeling.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Lid 1 doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om vragen te stellen met het oog op de identificatie van het kind, zonder dat daarvan dergelijke audiovisuele opnames worden gemaakt.

3. Lid 1 doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om uitsluitend met het oog op de identificatie van het kind vragen te stellen, zonder dat daarvan dergelijke audiovisuele opnames worden gemaakt.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen voorafgaand aan hun veroordeling de vrijheid uitsluitend wordt ontnomen als uiterste maatregel en wel zo kort mogelijk. Er wordt rekening gehouden met de leeftijd en de individuele situatie van het kind.

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen voorafgaand aan hun veroordeling de vrijheid uitsluitend wordt ontnomen als uiterste maatregel en mits daarvoor specifieke en gedetailleerde redenen zijn gegeven, waarbij de vrijheidsbeneming van zo kort mogelijke duur is, en waarborgen in alle gevallen de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de rechten van kinderen in hechtenis. Er wordt rekening gehouden met de leeftijd, de individuele situatie en de persoonlijkheid van het kind, en met de specifieke omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd.

Motivering

Aangezien vrijheidsbeneming bij kinderen slechts als uiterste maatregel mag plaatsvinden, moet de rechter er zoveel mogelijk naar streven deze maatregel uitsluitend op te leggen in gevallen waarin dat absoluut onvermijdelijk is. Als hij toch besluit een dergelijke maatregel op te leggen, dient hij daarvoor specifieke en gedetailleerde redenen aan te geven. Voorts moet in alle gevallen de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de rechten van het kind in hechtenis gewaarborgd worden en moet rekening gehouden worden met de persoonlijkheid van het kind en met de specifieke omstandigheden waaronder het strafbare feit werd gepleegd.

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten waarborgen dat vrijheidsbeneming van kinderen voorafgaand aan hun veroordeling onderworpen is aan periodieke toetsing door een rechter.

2. De lidstaten waarborgen dat vrijheidsbeneming van kinderen voorafgaand aan hun veroordeling met redelijke tussenpozen door een rechter wordt getoetst. Kinderen van wie de vrijheid is ontnomen hebben het recht om de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming aan te vechten ten overstaan van een rechter of een andere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige instantie en hebben het recht op een snelle beslissing ter zake.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Voorlopige hechtenis

 

De lidstaten waarborgen dat kinderen in voorlopige hechtenis gescheiden van volwassenen en veroordeelde kinderen worden vastgehouden.

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) therapeutische of verslavingsbehandeling,

(d) deelname aan therapeutische programma's of verslavingsbehandeling,

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) deelname aan pedagogische maatregelen.

(e) deelname aan pedagogische programma's.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1. De lidstaten zien erop toe dat aanhouding op een op leeftijd en rijpheid van het kind afgestemde en met voorzorgen omgeven wijze geschiedt.

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis. De lidstaten zien er voorts op toe dat het kind na vrijheidsbeneming onverwijld, doch in ieder geval voor het verhoor, bezoek kan krijgen van de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene zoals bedoeld in artikel 5, lid 1.

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen gescheiden van volwassenen worden vastgehouden, tenzij het in het belang van het kind wordt geacht om hiervan af te wijken. Bereikt een kind in detentie de leeftijd van 18 jaar, dan voorzien de lidstaten in de mogelijkheid om de gescheiden detentie voort te zetten, wanneer de individuele omstandigheden van de persoon in detentie dit rechtvaardigen.

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen gescheiden van volwassenen worden vastgehouden en dat deze gescheiden detentie bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar kan worden voortgezet, tenzij dat niet in het belang van het kind of van andere gedetineerde kinderen is.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de gezondheid en fysieke ontwikkeling van het kind te waarborgen en te beschermen,

(a) de gezondheid en fysieke en psychische ontwikkeling van het kind te waarborgen en te beschermen,

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) de waardigheid en identiteit van het kind te beschermen,

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) de ontwikkeling van het kind en diens toekomstige integratie in de samenleving te bevorderen.

(d) de toegang tot programma's die de ontwikkeling van het kind en diens toekomstige integratie in de samenleving bevorderen te waarborgen,

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) ervoor te zorgen dat er voorzieningen worden getroffen om te voldoen aan de bijzondere behoeften van kinderen met lichamelijke en zintuiglijke beperkingen en leermoeilijkheden,

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d ter) de bescherming van alle andere rechten van het kind te waarborgen,

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – letter d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d quater) de vrijheid van het kind om uiting te geven aan zijn godsdienst of overtuiging te waarborgen.

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De lidstaten waarborgen dat een kind in detentie, zijn advocaat en de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene over doeltreffende mogelijkheden tot bezwaar en beroep beschikken. De lidstaten waarborgen tevens dat er op gezette tijden onafhankelijke inspecties plaatsvinden om de toestand van de inrichtingen en de wijze van behandeling van de gedetineerden te toetsen, en nemen aan de hand daarvan passende maatregelen.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat de toestand van de inrichtingen en de wijze van behandeling van de gedetineerden bij een strafprocedure in orde zijn en voldoen aan de vereisten van eerbiediging van de grondrechten zoals in Europees verband gewaarborgd, dienen de lidstaten te voorzien in passende regelingen voor bezwaar en beroep en in periodieke, onafhankelijke inspecties van de inrichtingen.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat strafprocedures waarbij kinderen betrokken zijn, achter gesloten deuren plaatsvinden, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een afwijking wettigen, met inachtneming van de belangen van het kind.

1. De lidstaten waarborgen dat strafprocedures waarbij kinderen betrokken zijn, achter gesloten deuren plaatsvinden, tenzij de belangen van het kind in uitzonderlijke omstandigheden een afwijking wettigen.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten waarborgen dat de bevoegde autoriteiten in strafprocedures passende maatregelen nemen om de persoonlijke levenssfeer van het kind en familieleden te beschermen, met inbegrip van hun namen en beeltenissen. De lidstaten waarborgen dat de bevoegde autoriteiten informatie die tot identificatie van het kind zou kunnen leiden, niet openbaar maken.

2. De lidstaten waarborgen dat de bevoegde autoriteiten in strafprocedures passende maatregelen nemen om de persoonlijke levenssfeer en het welzijn van het kind en familieleden te beschermen, met inbegrip van hun namen en beeltenissen. De lidstaten waarborgen dat de bevoegde autoriteiten, evenals niet-overheidsactoren, zoals de media, informatie die tot identificatie van het kind zou kunnen leiden, niet openbaar maken.

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten waarborgen dat de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene als bedoeld in artikel 5 toegang heeft tot de rechtszittingen waarbij het kind betrokken is.

Tenzij zulks tegen het belang van het kind ingaat, waarborgen de lidstaten dat de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene als bedoeld in artikel 5, lid 1, toegang heeft tot de rechtszittingen waarbij het kind betrokken is, en tot de andere bijeenkomsten in het kader van de procedure waarbij het kind aanwezig is.

Motivering

Het is van principieel belang dat het kind in de loop van de procedure vergezeld kan worden door degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene. Daarom moeten de lidstaten dat in het belang van het kind mogelijk maken, tenzij er gegronde argumenten tegen zijn. De aanwezigheid van degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt wordt overigens als een principiële verplichting gezien in punt 10 van de aanbeveling van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 24 september 2003.

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht van kinderen om persoonlijk aanwezig te zijn bij de zitting waarop hun schuld wordt beoordeeld

Recht van kinderen om persoonlijk aanwezig te zijn bij en deel te nemen aan de zitting waarop hun schuld wordt beoordeeld

Motivering

Dit amendement vormt een aanvulling op amendement 44 van de rapporteur.

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen aanwezig zijn bij het proces.

1. De lidstaten waarborgen dat kinderen aanwezig kunnen zijn bij en kunnen deelnemen aan het proces en zij nemen alle nodige maatregelen om die deelname inhoud te geven, zoals de mogelijkheid om gehoord te worden en hun mening te geven.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten waarborgen dat wanneer kinderen niet aanwezig waren bij de zitting die tot een beslissing inzake hun schuld leidde, zij het recht hebben op een procedure waarbij zij recht op deelname hebben en waarbij de zaak opnieuw ten gronde kan wordt behandeld, nieuw bewijs kan worden onderzocht en de oorspronkelijke beslissing kan worden herzien.

2. De lidstaten waarborgen dat wanneer kinderen niet aanwezig waren bij de zitting die tot een beslissing inzake hun schuld leidde, zij het recht hebben op een nieuw proces waarbij zij recht op deelname hebben en waarbij de zaak opnieuw ten gronde kan worden behandeld, nieuw bewijs kan worden onderzocht en de oorspronkelijke beslissing kan worden herzien.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten waarborgen dat de nationaal wetgeving inzake rechtsbijstand de daadwerkelijke uitoefening van het in artikel 6 bedoelde recht op toegang tot een advocaat garandeert.

De lidstaten waarborgen dat de nationale wetgeving inzake rechtsbijstand de daadwerkelijke uitoefening van het in artikel 6 bedoelde recht op bijstand van een advocaat garandeert.

Motivering

Deze wijziging houdt verband met het amendement op artikel 6.

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Remedies

 

De lidstaten zorgen ervoor dat kinderen die verdachte of beklaagde zijn in strafprocedures alsmede kinderen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt, op grond van het nationale recht over een doeltreffende voorziening in rechte beschikken in gevallen waarin hun rechten op grond van deze richtlijn zijn geschonden.

Motivering

Deze formulering komt overeen met artikel 12 van Richtlijn 2013/48/EU van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming. Ook in deze richtlijn is deze bepaling nodig, omwille van effectiviteit en consistentie.

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten waarborgen dat het personeel van justitiële, rechtshandhavings- en penitentiaire instanties dat te maken krijgt met zaken waarbij kinderen betrokken zijn, deskundigen zijn die zich toeleggen op strafprocedures waarbij kinderen betrokken zijn. Zij volgen specifieke opleiding inzake de wettelijke rechten van kinderen, geschikte verhoortechnieken, kinderpsychologie, kindvriendelijk taalgebruik en pedagogische vaardigheden.

1. De lidstaten waarborgen dat het personeel van justitiële, rechtshandhavings- en penitentiaire instanties dat te maken krijgt met zaken waarbij kinderen betrokken zijn, deskundigen zijn die zich toeleggen op strafprocedures waarbij kinderen betrokken zijn. Zij volgen specifieke opleiding inzake de wettelijke rechten van kinderen, geschikte verhoortechnieken, kinderpsychologie, kindvriendelijk taalgebruik, pedagogische vaardigheden en de voorschriften inzake geheimhouding.

Amendement  77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 19 bis

 

Non-discriminatie

 

1. De lidstaten eerbiedigen en waarborgen de in deze Richtlijn vastgestelde rechten van elk kind binnen hun rechtsgebied, zonder enige discriminatie en ongeacht ras, huidskleur, geslacht, seksuele oriëntatie, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationaliteit, etnische of sociale herkomst, vermogen, handicap, geboorte of andere status van het kind of de ouder of wettelijke voogd.

 

2. De lidstaten bevorderen de opleiding van al het personeel dat betrokken is bij de rechtsbedeling inzake jongeren, met name met het oog op bijzonder kwetsbare groepen, zoals straatkinderen, kinderen die behoren tot raciale, etnische, religieuze of taalkundige minderheden, migrantenkinderen, inheemse kinderen, meisjes, kinderen met een handicap en kinderen die veelvuldig de wet overtreden, die slachtoffer kunnen worden van een gebrek aan consistent beleid en feitelijke discriminatie. Hun daadwerkelijke toegang tot de rechter wordt gewaarborgd.


TOELICHTING

Het voorstel voor een richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure maakt tezamen met een aantal reeds goedgekeurde(1) dan wel nog goed te keuren voorstellen(2) deel uit van de routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures waaraan de Raad op 30 november 2009 zijn goedkeuring hechtte(3).

In het programma van Stockholm werd aandacht gevraagd voor het belangrijke onderwerp van de rechten van het individu in strafprocedures. Het streven naar gemeenschappelijke minimumnormen om te bereiken dat het recht op een eerlijk proces in alle fasen van de strafprocedure voor personen onder de achttien jaar daadwerkelijk en op voldoende uniforme wijze gewaarborgd is, is gekoppeld aan de nagestreefde wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen in strafzaken en de goede werking van de Europese rechtsruimte.

Anderzijds past het richtlijnvoorstel in het EU-programma voor de rechten van het kind(4) en sluit het aan bij andere teksten zoals de richtsnoeren van het Comité van ministers van de Raad van Europa voor kindvriendelijke justitie(5), waarbij wel moet worden bedacht dat deze niet bindend zijn zoals de wetgeving van de EU dat is en dat de waarborgen die erin geboden worden dus niet in alle lidstaten geheel en al en op dezelfde wijze worden toegepast.

De Commissie schat dat er elk jaar in de EU ruim een miljoen kinderen aan een strafprocedure worden onderworpen, oftewel 12 % van het totale aantal personen die in strafprocedures verwikkeld zijn. Naast het aantal zijn de sterke verschillen in behandeling van die kinderen tussen de lidstaten verontrustend. Uit Europees onderzoek blijkt dat de rechten van het kind in de diverse fasen van de procedure in de EU onvoldoende gewaarborgd zijn en dat lidstaten in tal van zaken door het Europees Hof voor de rechten van de mens veroordeeld zijn.

Ondanks de veelheid aan internationale teksten bestaat er geen voorschrift voor de fundamentele elementen waaraan een eerlijk proces in het jeugdstrafrecht moet voldoen. De rechtspraak beweegt zich in een opgedeeld en fragmentarisch raamwerk.

Er zijn thans maar zes lidstaten die speciale openbare aanklagers voor kinderen kennen (België, Griekenland, Italië, Luxemburg, Tsjechië en Slowakije) terwijl er in negen landen niet eens speciale rechtbanken zijn; slechts in twaalf lidstaten bestaat er een verplichte opleiding voor rechters en advocaten die zich met jeugdzaken bezighouden. In sommige landen is bijstand van een advocaat niet gewaarborgd; in andere landen is bijstand van een advocaat alleen voor de rechter mogelijk, en niet bij het politieverhoor; in weer andere landen ligt de beslissing daarover bij de bevoegde rechter. Dat betekent dat een aanzienlijk aantal kinderen in de EU het elementaire recht op een advocaat wordt ontzegd.

Dat is de achtergrond van het richtlijnvoorstel van de Commissie, waarmee wordt beoogd een beperkte maar evenwichtige catalogus van rechten te formuleren voor kinderen die beklaagde of verdachte in een strafzaak zijn (dan wel onderhevig zijn aan een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel), en wel in de vorm van een gestructureerd geheel van "minimumnormen", die onderling samenhangen en afgestemd zijn op de specifieke behoeften van kinderen gedurende het gehele verloop van de procedure.

De rapporteur onderschrijft het uitgangspunt en de algehele opzet van het voorstel, evenals de hoofdpunten, waarvan de belangrijkste zijn: het recht op bijstand van een advocaat, waarvan geen afstand kan worden gedaan, nauw samenhangend met het recht op gratis rechtsbijstand; het recht op een individuele beoordeling; de regels voor het verhoor; de deelname van het kind aan de procedure; de verplichte specifieke opleiding voor magistraten, rechtshandhavings- en gevangenisautoriteiten, advocaten en anderen die met kinderen werken; de regels voor vrijheidsbeneming, die inhouden dat voorlopige hechtenis alleen als laatste redmiddel ingezet kan worden, wanneer alternatieve maatregelen uitgesloten zijn, en dat in dat geval kinderen gescheiden van volwassenen gedetineerd moeten worden, tenzij dat in hun eigen belang beter niet kan gebeuren.

De rapporteur stelt enkele amendementen voor, vrijwel allemaal bedoeld om de regels voor de verschillende rechten te perfectioneren, uit te breiden, te verscherpen of te verduidelijken.

De enige aanvullingen op de rechtencatalogus zijn het nieuwe artikel over de voorziening in rechte in geval van schending van de rechten die de richtlijn garandeert, en een nieuw lid aan het begin van artikel 12 (recht op specifieke behandeling bij vrijheidsbeneming), met als doel enkele minimumwaarborgen te bieden bij aanhouding van een kind, waarvan in het voorstel van de Commissie niet gerept werd - zoals het recht op bezoek van degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of een andere geschikte volwassene. Uitbreiding van de richtlijn wordt voorgesteld in algemene zin bij het toepassingsgebied:

het amendement wil de richtlijn ook laten gelden voor personen die tussen de 18 en 21 jaar oud zijn, wanneer het strafbare feit is begaan voordat de betrokkene de leeftijd van achttien jaar had bereikt.

Er worden verscheidene uitbreidings- of aanscherpingsamendementen voorgesteld die op een van de rechten betrekking hebben. Afwijkingen van bepaalde regels kunnen alleen ingegeven zijn door overwegingen waarbij het belang van het kind centraal staat, in plaats van andere elementen, die nog vager (c.q. al te rigide) kunnen blijken te zijn en, wat belangrijker is, het doel van de waarborgen voorbij kunnen schieten. Op een aantal punten is de formulering van het Commissievoorstel nauwkeuriger gemaakt:

in artikel 5 (regels voor de aanwijzing van de "andere geschikte volwassene" wanneer degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt niet in aanmerking komt) en in artikel 7 (meer toegespitste uiteenzetting van de hoofddoeleinden van de individuele beoordeling).

Wat dit laatste punt betreft, maar ook over de hele linie, is erop toegezien dat de toekenning van bijzondere waarborgen op grond van de minderjarigheid en de kwetsbaarheid van de verdachte of beklaagde geen afbreuk doet aan de functie en vormgeving die aan de strafprocedure inherent zijn en moeten zijn, te weten de objectieve en onpartijdige vaststelling door de rechter van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een persoon voor een bepaald strafbaar feit.

(1)

De reeds goedgekeurde maatregelen zijn onder meer: Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures, Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbenemingen, de Aanbeveling van de Commissie van 24 november 2013 betreffende procedurele waarborgen voor kwetsbare personen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure en de Aanbeveling van de Commissie van 27 november 2013 inzake het recht op bijstand voor verdachten of beklaagden in strafprocedures.

(2)

De nog goed te keuren voorstellen zijn onder meer het voorstel voor een richtlijn inzake de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij het proces aanwezig te zijn, ingediend op 27 november 2013, en het voorstel voor een richtlijn betreffende voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden wie de vrijheid is ontnomen en rechtsbijstand in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, eveneens ingediend op 27 november 2013.

(3)

Resolutie van de Raad van 30 november 2009 over een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures.

(4)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 15 februari 2011.

(5)

Richtsnoeren van het Comité van ministers van de Raad van Europa voor kindvriendelijke justitie, goedgekeurd op 17 november 2010.


PROCEDURE

Titel

Procedurele waarborgen voor kinderen die verdachten of beklaagden zijn in strafprocedures

Document- en procedurenummers

COM(2013)0822 – C7-0428/2013 – 2013/0408(COD)

Datum indiening bij EP

27.11.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

13.1.2014

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

13.1.2014

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

3.9.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Caterina Chinnici

22.7.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

16.10.2014

3.12.2014

 

 

Datum goedkeuring

5.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Martina Anderson, Heinz K. Becker, Bodil Ceballos, Caterina Chinnici, Ignazio Corrao, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Mariya Gabriel, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Vicky Maeijer, Claude Moraes, József Nagy, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Hugues Bayet, Andrea Bocskor, Pál Csáky, Daniel Dalton, Dennis de Jong, Petra Kammerevert, Ska Keller, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Jaromír Štětina, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eugen Freund, Elisabetta Gardini, Charles Tannock

Datum indiening

12.2.2015

Juridische mededeling - Privacybeleid