Procedure : 2015/2020(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0035/2015

Ingediende teksten :

A8-0035/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/03/2015 - 10.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0044

VERSLAG     
PDF 172kWORD 95k
2.3.2015
PE 546.788v02-00 A8-0035/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/012 BE/Arcelor Mittal, ingediend door België)

(COM(2014)0734 – C8-0014/2015 – 2015/2020(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Victor Negrescu

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/012 BE/Arcelor Mittal, ingediend door België)

(COM(2014)0734 – C8-0014/2015 – 2015/2020(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0734 – C8-0014/2015),

–       gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13 hiervan,

–       gezien het schrijven van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien het schrijven van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0035/2015),

A.     overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt,

B.     overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG),

C.     overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren,

D.     overwegende dat België aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal voor een bijdrage uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 1 285 ontslagen werknemers bij ArcelorMittal Liège S.A., een bedrijf dat is ingedeeld in NACE 2-afdeling 24 "vervaardiging van metalen in primaire vorm", van wie 910 personen naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen, gedurende en na de referentieperiode van 1 januari 2014 tot 1 mei 2014, in verband met een ernstige ontwrichting van de economie, en met name een snelle afname van het marktaandeel van de EU,

E.     overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening,

1.      merkt op dat is voldaan is aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat België bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.      stelt vast dat de Belgische autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 22 juli 2014, binnen 12 weken na de datum waarop aan de criteria voor steunverlening was voldaan, hebben ingediend, dat aan de aanvraag tot en met 16 september 2014 aanvullende informatie werd toegevoegd, en dat de Commissie haar beoordeling op 9 december 2014 bekend heeft gemaakt;

3.      is ingenomen met het feit dat de Belgische autoriteiten op 1 januari 2014 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen om de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

4.      is van mening dat de gedwongen ontslagen bij ArcelorMittal Liège S.A. in verband kunnen worden gebracht met grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, aangezien de productie van ruw staal in de EU-27 tussen 2007 en 2013 afnam van 210,1 miljoen ton tot 166,2 miljoen ton(4) (−20,9 %; −3,8 % groei per jaar(5)), overwegende dat de productie wereldwijd steeg van 1 348,1 miljoen ton tot 1 649,3 miljoen ton (+ 22,3 %, + 3,4 % groei per jaar); merkt op dat de daling van het aandeel van de EU in de wereldwijde productie van staal, van 16 % in 2007 tot 10 % in 2013 groter is dan die van de Verenigde Staten en Rusland, terwijl er een zeer sterke stijging was van het aandeel van Azië, van 56 % tot 67 % in dezelfde periode en, als gevolg daarvan, de metaalverwerkende sector in Luik in de afgelopen jaren is gekrompen, van 6 193 banen in 40 ondernemingen in 2007 tot 4 187 banen in 35 ondernemingen in 2012, een vermindering van 32 % van de werkgelegenheid in de sector;

5.      benadrukt dat de gevolgen van deze veranderingen in de handelspatronen nog versterkt zijn door andere factoren zoals een daling van de vraag naar staal in de automobielsector en de bouwsector in de EU ten gevolge van de economische crisis en een relatieve stijging van de productiekosten (grondstoffen, energie, beperkingen op milieugebied enz.). Deze factoren hebben het concurrentievermogen van de staalindustrie van de EU geschaad en hebben ertoe geleid dat er de afgelopen jaren in de staalsector een groot aantal ontslagen heeft plaatsgevonden omdat staalproducenten in Europa zich genoodzaakt zagen fabrieken te sluiten of tot herstructurering over te gaan;

6.      benadrukt dat er op het niveau van de Unie een efficiënte en gecoördineerde benadering moet worden gevolgd om het teruglopende concurrentievermogen van de staalsector van de Unie om te buigen; benadrukt dat er substantiële en gerichte investeringen nodig zijn om te zorgen voor innovatie omdat dat de belangrijkste aanjager is van het mondiale concurrentievermogen van de staalsector van de Unie en een waarborg om de banen in Europa te behouden;

7.      neemt kennis van het voortgangsverslag over de tenuitvoerlegging van het actieplan voor een concurrerende en duurzame staalindustrie in Europa van 11 juni 2013, waarin geconcludeerd wordt dat de helft van de in de mededeling geplande maatregelen is uitgevoerd; benadrukt dat er gezorgd moet worden voor een juiste tenuitvoerlegging om concrete resultaten te boeken die zullen leiden tot een opleving van de staalsector van de Unie;

8.      constateert dat dit de vierde EFG-aanvraag is voor de staalsector, waarvan er drie waren ingediend vanwege grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ten gevolge van de globalisering(6) en één vanwege de wereldwijde financiële en economische crisis(7); dringt er bij de Commissie op aan te voorkomen dat verdere ontslagen in deze sector door de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van preventieve en simulatieve maatregelen;

9.      merkt op dat de ontslagen bij ArcelorMittal Liège S.A. waarschijnlijk zeer negatieve gevolgen zullen hebben voor de regio Luik, een regio die sterk afhankelijk is van de metaalverwerkende sector, en dat de gevolgen van de inkrimping van ArcelorMittal des te ingrijpender zijn omdat ArcelorMittal goed is voor 78,9 % van de werkgelegenheid in de metaalsector en voor 14,3 % van de werkgelegenheid in de verwerkende industrie;

10.    merkt op dat het gecoördineerde pakket van individuele diensten dat medegefinancierd moet worden drie belangrijke terreinen betreft: omscholing, opleiding en herscholing en bevordering van ondernemerschap; benadrukt dat ervoor gezorgd moet worden dat de herscholingsactiviteiten worden uitgevoerd overeenkomstig de werkelijke behoeften van de arbeidsmarkt in de betrokken regio;

11.    pleit ervoor om in de toekomst gebruik te maken van de bepalingen van de EFG-verordening om jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) in deze regio te steunen;

12.    is ingenomen met het feit dat het gecoördineerde pakket van individuele diensten werd opgesteld in overleg met beoogde begunstigden en de sociale partners;

13.    merkt op dat meer dan de helft van de totale geraamde kosten moet worden besteed aan replacementdiensten, met name ondersteuning, begeleiding en integratiemaatregelen; merkt op dat deze diensten zullen worden verleend door FOREM (Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi - de dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding van het Waalse Gewest), die als bemiddelingsorgaan optreedt bij de tenuitvoerlegging van deze aanvraag;

14.    herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige bedrijfsklimaat;

15.    herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

16.    benadrukt dat de EFG-steun alleen actieve arbeidsmarktmaatregelen kan medefinancieren die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

17.    merkt op dat maatregelen die verplicht zijn in het kader van de procedures voor collectieve ontslagen in België en die worden uitgevoerd als onderdeel van de standaardactiviteiten van de omscholingscellen (zoals outplacement, opleiding, hulp bij het zoeken van een baan, loopbaanadvies enz.) niet in deze EFG-aanvraag zijn opgenomen;

18.    is verheugd dat in het verleden financiële steun uit het Europees Sociaal Fonds is verleend aan een project (EnTrain – En Transition-Reconversion-Accompagnement) dat tot doel had pedagogische methoden voor omscholingscellen in het algemeen te ontwikkelen en dat de resultaten van dit project waarschijnlijk nuttig zullen zijn voor de uitvoering van de geplande maatregelen;

19.    hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.    verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Bron: World Steel Association, Steel Statistical Yearbook 2014.

(5)

Samengesteld jaarlijks groeipercentage.

(6)

Aanvragen EGF/2009/022 BG/Kremikovtsi (deze aanvraag werd door de Commissie verworpen), EGF/2012/010 RO/ Mechel (COM(2014) 255 final van 7.5.2014), EGF/2013/007 BE BE/Hainaut steel (Duferco-NLMK) (COM(2014)...), EGF/2013/002 BE/Carsid (COM(2014)...).

(7)

Aanvraag EGF/2010/007 AT/Stiermarken en Neder-Oostenrijk. Besluit 2011/652/EU van 27 september 2011 (PB L 263 van 7.10.2011, blz. 9).


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag EGF/2014/012 BE/Arcelor Mittal, ingediend door België)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de in Verordening (EG) nr. 546/2009(3) behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en om hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)      Artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013(4) van de Raad staat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG toe binnen het jaarlijkse maximum van 150 miljoen EUR (in prijzen van 2011).

(3)      België heeft op 22 juli 2014 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen(5)bij ArcelorMittal Liège S.A. in België en heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 591 486 EUR te leveren voor de door België ingediende aanvraag,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 1 591 486 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

(1)

             PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

             PB C 373 van 20.12. 2013, blz. 1.

(3)

            Verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26).

(4)

            Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(5)

           In de zin van artikel 3, onder a), van de EFG-verordening.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1927/2006(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor ArcelorMittal en het voorstel van de Commissie

Op 9 december 2014 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan België om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Deze aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 591 486 EUR uit het EFG voor België is de derde die in het kader van de begroting 2015 wordt behandeld. De aanvraag betreft 752 gedwongen ontslagen in de referentieperiode van 1 januari 2014 tot 1 mei 2014 en 533 na die periode. De aanvraag is gebaseerd op de het criterium voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen of zelfstandigen hun werkzaamheden hebben beëindigd, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd bij leveranciers en downstreamproducenten.

De aanvraag werd op 22 juli 2014 bij de Commissie ingediend. De Commissie heeft besloten dat de aanvraag voldoet aan de in Verordening (EG) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, artikel 4, lid 1, onder a), neergelegde voorwaarden voor het gebruik van het EFG.

Volgens de gegevens van de Belgische autoriteiten is de staalproductiesector, waarin ArcelorMittal Liège S.A. actief is, economisch ernstig ontwricht, met name door een snelle inkrimping van het marktaandeel van de EU.

Tussen 2007 en 2013 is de productie van ruw staal in de EU-27 gedaald van 210,1 miljoen ton naar 166,2 miljoen ton(4) (- 20,9 %; −3,8 % groei per jaar(5)), overwegende dat de productie wereldwijd steeg van 1 348,1 miljoen ton tot 1 649,3 miljoen ton (+ 22,3 %, + 3,4 % groei per jaar); Bijgevolg en volgens de gegevens waarnaar de Belgische autoriteiten verwijzen, is het aandeel van de EU in de productie van staal in de periode 2007-2013 voortdurend gedaald (van 16 % van de wereldwijde staalproductie in 2007 tot 10 % in 2013). De productiedaling was groter in Europa dan in de Verenigde Staten en Rusland. Daarentegen is het aandeel van Azië sterk toegenomen, gaande van 56 % tot 67 % in dezelfde periode.

De gevolgen van deze veranderingen in de handelspatronen zijn nog versterkt door andere factoren zoals een daling van de vraag naar staal in de automobielsector en de bouwsector in de EU veroorzaakt door de economische crisis en een relatieve stijging van de productiekosten (grondstoffen, energie, beperkingen op milieugebied enz.). Deze factoren hebben het concurrentievermogen van de staalindustrie van de EU geschaad en hebben de jongste jaren geleid tot een groot aantal ontslagen in de staalsector door sluitingen van fabrieken en herstructureringen bij verschillende staalproducenten in Europa.

Het gecoördineerde pakket van individuele diensten dat gemedefinancierd moet worden betreft drie belangrijke terreinen: omscholing, opleiding en herscholing en bevordering van ondernemerschap.

Volgens de Belgische autoriteiten vormen de maatregelen, die op 1 januari 2014 in gang zijn gezet, samen een gecoördineerd pakket van individuele diensten en is hierbij sprake van actieve arbeidsmarktmaatregelen die zijn gericht op de terugkeer naar de arbeidsmarkt van de werknemers.

De Belgische autoriteiten hebben in hun aanvraag het volgende bevestigd:

–      bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–      aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan(6);

–      de voorgestelde acties zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–      de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de Structuurfondsen worden gefinancierd;

–      de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Wat de beheers- en controlesystemen betreft, heeft België de Commissie medegedeeld dat de financiële bijdrage wordt beheerd door dezelfde instanties die ook de middelen uit het ESF beheren. Binnen het ESF-Agentschap van de Federatie Wallonië-Brussel zal één entiteit fungeren als beheersautoriteit en een andere entiteit van het ESF-Agentschap als betalingsautoriteit. Het secretariaat-generaal van de Federatie Wallonië-Brussel zal fungeren als certificeringsautoriteit en FOREM als bemiddelende instantie.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 591 486 EUR.

Dit is het eerste voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2015 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in een vereenvoudigde vorm, zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming kunnen komen.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Bron: World Steel Association, Steel Statistical Yearbook 2014.

(5)

Samengesteld jaarlijks groeipercentage.

(6)

Dankzij de financiële bijdrage van het EFG zullen de Belgische autoriteiten de outplacementdiensten langer dan tijdens de verplichte perioden kunnen verstrekken, en zullen zij extra maatregelen kunnen uitvoeren. Bij de berekening van de kosten waarvoor een bijdrage van het EFG wordt gevraagd, zullen de Belgische autoriteiten rekening houden met de maatregelen die zijn uitgevoerd tijdens de periode waar daarvoor een wettelijke verplichting geldt (dit betreft uitsluitend de maatregel "omscholing (ondersteuning / begeleiding / integratie)". Het aantal uren outplacementdiensten tijdens de wettelijk verplichte periode zal worden afgetrokken van het totale aantal uren outplacementdiensten die elke beoogde begunstigde zal hebben genoten.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2014)60424

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal (COM(2014)734)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag is gebaseerd op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 ("EFG-verordening") en betrekking heeft op 1285 werknemers bij ArcelorMittal Liège S.A, actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE afdeling 24 ("vervaardiging van metalen in primaire vorm"), in de regio Luik, die zijn ontslagen binnen de referentieperiode die liep van 1 januari 2014 tot 1 mei 2014;

B) overwegende dat de Belgische autoriteiten, om het verband te leggen tussen de gedwongen ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, stellen dat de staalsector economisch ernstig is ontwricht en dat het marktaandeel van de EU snel is afgenomen;

C) overwegende dat de gevolgen van deze veranderingen in de handelspatronen nog verergerd zijn door andere factoren, zoals een daling van de vraag naar staal in de automobielsector en de bouwsector in de EU ten gevolge van de economische crisis, en een relatieve stijging van de productiekosten (grondstoffen, energie, milieuvereisten, enz.) en dat hierdoor in de afgelopen jaren in de staalsector veel gedwongen ontslagen hebben plaatsgevonden, omdat enkele staalproducenten in Europa zich genoodzaakt zagen te sluiten of tot herstructurering over te gaan;

D) overwegende dat er sinds de oprichting van het EFG vier aanvragen zijn ingediend voor de staalsector en dat drie daarvan werden ingediend vanwege grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ten gevolge van de globalisering en één vanwege de wereldwijde financiële en economische crisis;

E) overwegende dat de overgrote meerderheid (96 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 4 % vrouw; overwegende dat de meerderheid (88 %) van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is;

F) overwegende dat de metaalverwerkende sector in Luik de afgelopen jaren is gekrompen van 6 193 banen in 40 ondernemingen in 2007 tot 4 187 banen in 35 ondernemingen in 2012, hetgeen inhoudt dat de werkgelegenheid in deze sector met 32 % is afgenomen; overwegende dat de inkrimping van ArcelorMittal zal leiden tot een verder verlies van banen in de regio, omdat ArcelorMittal goed is voor 78,9 % van de werkgelegenheid in de metaalsector en voor 14,3 % van de werkgelegenheid in de verwerkende industrie;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Belgische aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 en dat België bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  merkt op dat maatregelen die verplicht zijn in het kader van de procedures voor collectief ontslag in België en die worden uitgevoerd als onderdeel van de standaardactiviteiten van de omscholingscellen (zoals outplacement, opleiding, hulp bij het zoeken van een baan, loopbaanadvies enz.) niet in deze EFG-aanvraag zijn opgenomen;

3.  pleit ervoor om in de toekomst gebruik te maken van de bepalingen van de EFG-verordening om jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) in deze regio te steunen;

4.  is verheugd dat in het verleden financiële steun uit het ESF is verleend aan een project (EnTrain – En Transition-Reconversion-Accompagnement) dat tot doel had pedagogische methoden voor omscholingscellen in het algemeen te ontwikkelen en dat de resultaten van dit project waarschijnlijk nuttig zullen zijn voor de uitvoering van de geplande maatregelen;

5.  merkt op dat meer dan de helft van de totale geraamde kosten moet worden besteed aan replacementdiensten, met name ondersteuning, begeleiding en integratiemaatregelen; merkt op dat deze diensten zullen worden verleend door FOREM (Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi - de dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding van het Waalse Gewest), die als bemiddelingsorgaan optreedt bij de tenuitvoerlegging van deze aanvraag;

6.   herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vaardigheden die daarvoor vereist zullen zijn, en dat het gecoördineerde pakket gericht dient te zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

ASP 09 G 205

B 1047 Brussel

Mijnheer de voorzitter,

Betreft:            Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Er zijn zes afzonderlijke Commissievoorstellen voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat er op 26 februari verslagen over elk van deze voorstellen in de Begrotingscommissie worden goedgekeurd.

-          COM(2014)0725 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 981 956 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 708 werknemers die zijn ontslagen na de sluiting van Duferco België en inkrimpingen van het personeelsbestand bij NLMK La Louvière SA, opererend in de sector vervaardiging van metalen in primaire vorm in de provincie Henegouwen, België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2014)0726 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 094 760 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 657 werknemers die zijn ontslagen bij aleo solar AG en haar twee dochterondernemingen aleo solar Dritte Produktion GmbH (Prenzlau) en aleo solar Deutschland GmbH (Oldenburg), opererend in de sector vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten in de regio's Brandenburg en Weser-Ems, Duitsland, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2014)0734 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 591 486 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 1285 werknemers die zijn ontslagen bij ArcelorMittal Liège S.A., opererend in de sector vervaardiging van metalen in primaire vorm in de regio Luik, België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2014)0735 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 222 854 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 1030 werknemers die zijn ontslagen bij Caterpillar Belgium S.A., opererend in de sector vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen in de provincie Henegouwen, België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2015)0009 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 339 928 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 257 werknemers die zijn ontslagen na de sluiting van de fabriek van Saint-Gobain Sekurit Benelux in Auvelais, België, die veiligheidsglas voor de automobielindustrie produceerde, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2015)0013 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 115 205 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 615 werknemers die zijn ontslagen bij Zaklady Chemiczne Zachem in Polen, fabrikant van chemische producten, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken en mij verzocht u mee te delen dat de meerderheid van de Commissie regionale ontwikkeling geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van voornoemde bedragen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Carlos Iturgaiz, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Clare Moody, Victor Negrescu, Liadh Ní Riada, Urmas Paet, Pina Picierno, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Marco Valli, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Janusz Lewandowski, Andrey Novakov, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Paulo Rangel

Juridische mededeling - Privacybeleid