VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1215/2009 van de Raad tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie en tot opschorting van de toepassing ervan wat betreft Bosnië en Herzegovina

24.3.2015 - (COM(2014)0386 – C8‑0039/2014 – 2014/0197(COD)) - ***I

Commissie internationale handel
Rapporteur: Goffredo Maria Bettini
PR_COD_1amCom


Procedure : 2014/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A8-0060/2015

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1215/2009 van de Raad tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie en tot opschorting van de toepassing ervan wat betreft Bosnië en Herzegovina

(COM(2014)0386 – C8‑0039/2014 – 2014/0197(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0386),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0039/2014),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0060/2015),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Verordening (EG) nr. 1215/2009 biedt geen enkele mogelijkheid om het toekennen van uitzonderlijke handelsmaatregelen tijdelijk op te schorten in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat door de begunstigden ervan. Het is wenselijk om een dergelijke mogelijkheid in die verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat snel kan worden ingegrepen in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtstaat in een van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie.

(2) Verordening (EG) nr. 1215/2009 biedt geen enkele mogelijkheid om het toekennen van uitzonderlijke handelsmaatregelen tijdelijk op te schorten in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat door de begunstigden ervan. Het is wenselijk om een dergelijke mogelijkheid in die verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat snel kan worden ingegrepen in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtstaat in een van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie. Eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat, mensenrechten en de bescherming van minderheden zijn vereisten om verder te kunnen gaan met het toetredingsproces.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Sinds de start van het stabilisatie- en associatieproces zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met alle betrokken landen van de westelijke Balkan, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina en Kosovo3. In juni 2013 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om met Kosovo onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst te openen.

(5) Sinds de start van het stabilisatie- en associatieproces zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met alle betrokken landen van de westelijke Balkan, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina en Kosovo3. In mei 2014 zijn de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Kosovo afgerond en in juli 2014 is de overeenkomst geparafeerd.

______________

_______________

3 Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

3 Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Amendement   3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Bosnië en Herzegovina heeft echter nog niet aanvaard de in het kader van de interimovereenkomst toegekende handelsconcessies aan te passen teneinde het preferentiële traditionele handelsverkeer tussen Kroatië en Bosnië en Herzegovina in het kader van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (Cefta) in aanmerking te nemen. Mocht ten tijde van de vaststelling van deze verordening geen overeenkomst over de aanpassing van de in de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst opgenomen handelsconcessies zijn ondertekend en voorlopig worden toegepast door de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina, dan moeten de aan Bosnië en Herzegovina toegekende preferenties met ingang van 1 januari 2016 worden opgeschort. Zodra Bosnië en Herzegovina en de Europese Unie een overeenkomst over de aanpassing van de handelsconcessies in de interimovereenkomst hebben ondertekend en voorlopig hebben toegepast, moeten de preferenties opnieuw worden ingesteld.

(7) Bosnië en Herzegovina heeft echter nog niet aanvaard de in het kader van de interimovereenkomst toegekende handelsconcessies aan te passen teneinde het preferentiële traditionele handelsverkeer tussen Kroatië en Bosnië en Herzegovina in het kader van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (Cefta) in aanmerking te nemen. Mocht ten tijde van de vaststelling van deze verordening geen overeenkomst over de aanpassing van de in de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst opgenomen handelsconcessies zijn ondertekend en voorlopig worden toegepast door de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina, dan moeten de aan Bosnië en Herzegovina toegekende preferenties met ingang van 1 januari 2016 worden opgeschort. Zodra Bosnië en Herzegovina en de Europese Unie een overeenkomst over de aanpassing van de handelsconcessies in de interimovereenkomst hebben ondertekend en voorlopig hebben toegepast, moeten de preferenties opnieuw worden ingesteld. De autoriteiten van Bosnië en Herzegovina en de Commissie moeten hun inspanningen verdubbelen om vóór 1 januari 2016 en in overeenstemming met de interimovereenkomst een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden, met name ten aanzien van grensoverschrijdende handel.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) Er moet rekening worden gehouden met de constante vorderingen van de desbetreffende landen en gebieden van de Westelijke Balkan in de richting van het lidmaatschap van de Unie, alsook met de toetreding van Kroatië tot de Unie en het feit dat de interimovereenkomst met Bosnië en Herzegovina dientengevolge moet worden aangepast. In dit verband moet ook worden gelet op de ondubbelzinnige inzet van de Unie voor het Europees perspectief van Bosnië en Herzegovina, zoals vervat in de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 december 2014. In die conclusies wordt er opnieuw op gewezen dat het politieke leiderschap van Bosnië en Herzegovina de hervormingen die nodig zijn voor integratie in de EU tot kernpunt moet maken van de werkzaamheden van alle betrokken instellingen, en dat op alle overheidsniveaus voor functionaliteit en doeltreffendheid moet worden gezorgd om Bosnië en Herzegovina in staat te stellen zich op een toekomstig EU-lidmaatschap voor te bereiden.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter) De Europese Unie blijft belang hechten aan de steun voor Europees perspectief voor Bosnië en Herzegovina en verwacht van de politiek leiders van dit land dat ze streven naar hervormingen die gericht zijn op goed functionerende instellingen en op waarborging van gelijke rechten voor de drie bevolkingsgroepen en alle burgers van Bosnië en Herzegovina.

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1215/2009

Overweging 14 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1. De volgende overweging wordt ingevoegd:

 

"(14 bis) Met het oog op een adequate democratische controle van de toepassing van deze verordening moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen worden overgedragen aan de Commissie voor noodzakelijke amendementen en technische aanpassingen van de bijlagen I en II naar aanleiding van amendementen op CN-codes en de Taric-onderverdelingen, voor noodzakelijke aanpassingen naar aanleiding van de toekenning van handelspreferenties in het kader van andere overeenkomsten tussen de Unie en de landen en gebieden die onder deze verordening vallen, en voor de opschorting van de voordelen van deze verordening wanneer niet wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: doeltreffende administratieve samenwerking ter voorkoming van fraude, eerbiediging van de mensenrechten en de beginselen van de rechtsstaat, en doeltreffende economische hervormingen en regionale samenwerking. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

De Commissie dient volledige gegevens en documentatie te verstrekken over de bijeenkomsten met nationale deskundigen die zij belegt in het kader van haar werkzaamheden ter voorbereiding en tenuitvoerlegging van gedelegeerde handelingen. In dit verband moet de Commissie ervoor zorgen dat het Europees Parlement naar behoren bij het proces wordt betrokken, volgens optimale werkmethoden zoals die zijn gebleken uit eerdere ervaring op andere beleidsterreinen, om zo de beste voorwaarden te creëren voor het toekomstig toezicht van het Europees Parlement op gedelegeerde handelingen."

Motivering

Sinds Verordening (EG) nr. 1215/2009 is aangenomen, zijn er verschillende wijzigingen doorgevoerd. De toepassing van gedelegeerde handelingen werd ingevoerd bij Verordening 1336/2011, hoewel deze verordening geen overweging bevatte waarin de toepassing van gedelegeerde handelingen werd toegelicht. De rapporteur stelt voor in aanvullende gevallen gedelegeerde handelingen toe te passen, om een passende democratische controle te waarborgen op de uitvoering van de basisverordening door de Commissie. Dit moet duidelijk worden aangegeven in een desbetreffende overweging, in overeenstemming met de tussen het Parlement en de Raad overeengekomen consensus over de toepassing van gedelegeerde handelingen.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1215/2009

Artikel 2 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(1 bis) Artikel 2, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:

3. Bij niet-naleving door een land of gebied van lid 1 of 2, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen het recht van de betrokken landen en gebieden op de voordelen van deze verordening volledig of gedeeltelijk opschorten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. Bij niet-naleving door een land of gebied van lid 1, onder bis) of ter), kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen het recht van de betrokken landen en gebieden op de voordelen van deze verordening volledig of gedeeltelijk opschorten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

In amendement 6 stelt de rapporteur voor de procedure voor gedelegeerde handelingen toe te passen voor de opschorting van preferenties wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden van doeltreffende administratieve samenwerk ing ter voorkoming van fraude, eerbiediging van de mensenrechten en de beginselen van de rechtsstaat, en doeltreffende economische hervormingen en regionale samenwerking. Daarom moet artikel 2, lid 3, worden gewijzigd om de toepassing van uitvoeringshandelingen in deze drie gevallen uit te sluiten.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1215/2009

Artikel 7 – punt c (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter) In artikel 7 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

(c) gedeeltelijke of volledige opschorting van het recht van een betrokken land of gebied op voordelen in het kader van deze verordening, indien het land of gebied in kwestie niet voldoet aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder c) en d), en lid 2, van deze verordening.

Motivering

De rapporteur stelt voor de procedure voor gedelegeerde handelingen toe te passen voor de opschorting van preferenties wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden van doeltreffende administratieve samenwerking ter voorkoming van fraude, eerbiediging van de mensenrechten en de beginselen van de rechtsstaat, en doeltreffende economische hervormingen en regionale samenwerking. De rapporteur is van oordeel dat de Commissie in deze drie gevallen over een te grote beoordelingsmarge beschikt en dat de medewetgevers hierbij moeten worden betrokken (zie ook de toelichting).

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1215/2009

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(1 quater) De inleidende formule van artikel 10, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

1. Wanneer de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, of dat de in artikel 1 genoemde landen en gebieden niet de vereiste administratieve medewerking verlenen voor de verificatie van het bewijs van oorsprong, dat hun uitvoer naar de Gemeenschap een scherpe stijging vertoont die hun normale productieniveau en uitvoercapaciteit overstijgt, of dat zij artikel 2, lid 1, overtreden, kan zij maatregelen nemen om de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele te schorsen, mits zij vooraf:

1. Wanneer de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, of dat de in artikel 1 genoemde landen en gebieden niet de vereiste administratieve medewerking verlenen voor de verificatie van het bewijs van oorsprong, dat hun uitvoer naar de Gemeenschap een scherpe stijging vertoont die hun normale productieniveau en uitvoercapaciteit overstijgt, of dat zij artikel 2, lid 1, onder a) en b), overtreden, kan zij maatregelen nemen om de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele te schorsen, mits zij vooraf:

Motivering

Gezien het voorstel om gedelegeerde handelingen toe te passen voor de opschorting van preferenties wanneer het deelnemende land of gebied niet voldoet aan de voorwaarden van doeltreffende administratieve samenwerking ter voorkoming van fraude, eerbiediging van de mensenrechten en de beginselen van de rechtsstaat, en doeltreffende economische hervormingen en regionale samenwerking, moet de vrijwaringsclausule betreffende de tijdelijke opschorting van preferenties door middel van uitvoeringshandelingen dienovereenkomstig worden aangepast.

TOELICHTING

Achtergrond van het Commissievoorstel

De liberalisering van de handel tussen de EU en de landen van de Westelijke Balkan is geregeld in een aantal stabilisatie- en associatieovereenkomsten (SAO's), en in het geval van Bosnië en Herzegovina in een interimovereenkomst. Voorts hebben Kosovo (dat nog geen eigen SAO heeft) en de gehele regio profijt van autonome handelsmaatregelen, die sinds 2000 door de EU worden toegekend. Deze unilaterale preferenties bieden onbeperkte rechtenvrije toegang tot de markt van de EU voor de meeste producten. In tegenstelling tot de SAO's, waarin iedere partij preferenties toekent, vormen autonome handelsmaatregelen een eenzijdige preferentiële regeling ten gunste van de Westelijke Balkan. Het toepassingsgebied van de tariefliberalisering in de SAO's en van de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1215/2009 toegekende preferenties verschillen, met name wat landbouwproducten betreft. De autonome handelsmaatregelen bieden een grotere mate van liberalisering voor landbouwproducten dan de SAO's en interimovereenkomst.

Dit Commissievoorstel bevat drie grote wijzigingen ten opzichte van de Basisverordening (EG) nr. 1215/2009.

1. Verlenging van de huidige preferenties tot eind 2015:

Deze verlenging is bedoeld om de begunstigde landen extra tijd te bieden om de preferenties uit hoofde van de basisverordening in overeenstemming te brengen met die uit hoofde van de SAO's en interimovereenkomst.

2. Invoering van een zogenaamde "mensenrechtenclausule" in de verordening inzake autonome handelsmaatregelen

Deze clausule maakt het mogelijk de preferenties op te schorten in geval de begunstigde landen zich schuldig maken aan ernstige en systematische schendingen van fundamentele waarden als de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat.

3. Mogelijke opschorting van autonome handelsmaatregelen voor Bosnië en Herzegovina vanaf 1 januari 2016

Kroatië is op 1 juli 2013 toegtreden tot de EU. Bosnië en Herzegovina is echter nog niet akkoord gegaan met de aanpassing van de interimovereenkomst om rekening te houden met het preferentiële traditionele handelsverkeer tussen Kroatië en Bosnië en Herzegovina in het kader van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (Cefta), die de twee landen vóór 1 juli 2013 met elkaar verbond. Als gevolg hiervan worden de preferentiële quota die in de interimovereenkomst van 2008 zijn overeengekomen voor 27 EU-lidstaten, nu gebruikt door 28 lidstaten (op basis van het principe "wie het eerst komt, het eerst maalt"). De door de EU gevolgde methodologie voor het aanpassen van haar handelsovereenkomsten na een uitbreiding is gestoeld op het concept van het traditionele handelsverkeer tussen de nieuwe lidstaat en het land met de handelsovereenkomst met de EU. Alle landen van de Westelijke Balkan die partij zijn bij de Cefta, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina, hebben met deze methodologie ingestemd en hun onderhandelingen over de aanpassing van hun overeenkomsten met de EU reeds afgerond.

Na drie ronden onderhandelingen met Bosnië en Herzegovina kon er nog geen overeenstemming worden bereikt. Bosnië en Herzegovina is, in strijd met de methodologie van de EU, van oordeel dat het zijn preferentie voor het volume van het traditionele handelsverkeer niet kan verhogen. Volgens Bosnië en Herzegovina is dit alleen mogelijk indien de EU aanvullende concessies doet.

Naar aanleiding van deze impasse en de schade aan de handelsbelangen van de EU, stelt de Commissie voor dat de aan Bosnië en Herzegovina toegekende autonome handelsmaatregelen niet langer vanzelfsprekend zijn, maar afhankelijk worden van de aanvaarding door Bosnië en Herzegovina van de EU-methodologie voor de aanpassing van de interimovereenkomst. Zodra Bosnië en Herzegovina en de EU overeenstemming bereiken en zij overgaan tot de ondertekening en voorlopige toepassing van een overeenkomst voor de aanpassing van de handelsconcessies, worden de preferenties voor Bosnië en Herzegovina hersteld.

Voorwaarden voor preferenties

De basisverordening omvat, met name in artikel 2, lid 1, verschillende voorwaarden voor preferentiële regelingen:

a) de bepalingen betreffende de oorsprong in Verordening (EEG) nr. 2454/93 moeten in acht zijn genomen,

b) de begunstigden stellen geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking vast voor producten van oorsprong uit de EU,

c) de begunstigden gaan over tot een daadwerkelijke administratieve samenwerking met de EU ter voorkoming van fraude.

Het onderhavige Commissievoorstel omvat nog een vierde voorwaarde, de zogenaamde "mensenrechtenclausule". Om in aanmerking te komen voor de preferenties geldt nu ook het volgende:

d) de begunstigden maken zich niet schuldig aan ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van fundamentele arbeidsrechten, de grondbeginselen van de democratie en de rechtsstaat.

Artikel 2, lid 2, van de basisverordening bevat voorts een aanvullende voorwaarde voor de preferenties: de bereidheid van de begunstigde landen tot daadwerkelijke economische hervormingen en regionale samenwerking met andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie betrokken zijn, met name door de totstandbrenging van vrijhandelzones.

Overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening kan de Commissie in geval van niet-naleving van bovenstaande voorwaarden het recht op de preferenties opschorten (volledig of gedeeltelijk), middels uitvoeringshandelingen die in het kader van de onderzoeksprocedure zijn goedgekeurd.

Wijzigingsvoorstellen:

Gedelegeerde handelingen:

Een van de voornaamste doelstellingen van de door de rapporteur voorgestelde amendementen is om de toepassing van uitvoeringshandelingen te vervangen door gedelegeerde handelingen voor het besluit over de opschorting van preferenties wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn vervat in artikel 2, lid 1, onder c) en d), en artikel 2, lid 2, d.w.z.:

Artikel 2, lid 1:

c) de begunstigden gaan over tot een daadwerkelijke administratieve samenwerking met de EU ter voorkoming van fraude

d) de in artikel 1 genoemde landen en gebieden maken zich niet schuldig aan ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van fundamentele arbeidsrechten, de grondbeginselen van de democratie en de rechtsstaat (ingevoerd door het onderhavige Commissievoorstel)

Artikel 2, lid 2:

"de bereidheid van de begunstigde landen tot daadwerkelijke economische hervormingen en regionale samenwerking met andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie betrokken zijn, met name door de totstandbrenging van vrijhandelzones".

Bij het kiezen tussen gedelegeerde handelingen (artikel 290 VWEU) en uitvoeringshandelingen (artikel 291 VWEU) dienen de medewetgevers de aan de Commissie toegekende beoordelingsmarge als voornaamste criterium te handhaven, met name door rekening te houden met de reikwijdte van de beleidsevaluatie.

De rapporteur is met name gezien onderstaande redenen van oordeel dat de Commissie, wanneer zij op bovengenoemde gronden beslist of de preferenties worden opgeschort, over een ruime beoordelingsmarge beschikt die veel verder reikt dan het eenvoudig toepassen van de bepalingen van de basishandeling en het uitvoeren van een objectieve evaluatie:

•  de precieze criteria voor het evalueren of aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan, zijn niet vastgelegd in de basisverordening en brengen daarom onvermijdelijk een subjectieve beoordeling met zich mee die verder reikt dan een eenvoudige toepassing van de bepalingen;

•  in artikel 2, lid 3, is de reikwijdte van de opschorting niet duidelijk vastgelegd (de preferenties kunnen volledig of gedeeltelijk worden opgeschort), en er ontbreken precieze criteria voor het vaststellen van de reikwijdte van de opschorting;

•  in artikel 2, lid 3, wordt voorts bepaald dat de Commissie de preferenties kan opschorten – zij kan dus ook besluiten dit niet te doen.

Volgens de rapporteur leidt de combinatie van de drie bovenstaande overwegingen tot een aanzienlijke beoordelingsmarge voor de Commissie wanneer zij besluit of de preferenties worden opgeschort. Dit leidt tot een subjectieve beoordeling en overschrijdt de uitvoeringsgrenzen. Daarom moet een dergelijk besluit middels gedelegeerde handelingen worden genomen, zodat een adequate controle door de medewetgevers is gewaarborgd.

Voor de voorwaarden die zijn vastgelegd in andere bepalingen van de basisverordening is de beoordelingsmarge kleiner, en de criteria voor het evalueren van de naleving van deze voorwaarden zijn veel objectiever dan voor de voorwaarden uit hoofde van artikel 2, lid 1, onder c) en d), en artikel 2, lid 2. Daarom deelt de rapporteur het standpunt dat de toepassing van uitvoeringshandelingen in die gevallen aanvaardbaar is.

Voorts voegt de rapporteur een overweging toe aan de basisverordening waarin de toepassing van gedelegeerde handelingen wordt toegelicht. Sinds Verordening (EG) nr. 1215/2009 is aangenomen, zijn er verschillende wijzigingen doorgevoerd. De toepassing van gedelegeerde handelingen werd ingevoerd bij Verordening 1336/2011, hoewel deze verordening geen overweging bevatte waarin de toepassing van gedelegeerde handelingen werd uitgelegd. De rapporteur stelt voor in aanvullende gevallen gedelegeerde handelingen toe te passen, om een passende democratische controle te waarborgen op de uitvoering van de basisverordening door de Commissie. Dit moet duidelijk worden aangegeven in een desbetreffende overweging, in overeenstemming met de tussen het Parlement en de Raad overeengekomen consensus over de toepassing van gedelegeerde handelingen.

Andere amendementen:

De EU en Bosnië en Herzegovina worden met klem verzocht te streven naar een overeenkomst met betrekking tot de aanpassing van de interimovereenkomst met de EU naar aanleiding van de toetreding van Kroatië, teneinde te voorkomen dat de preferenties voor Bosnië en Herzegovina vanaf 1 januari 2016 worden opgeschort.

De rapporteur vindt het eveneens belangrijk opnieuw te wijzen op de door de landen van de Westelijke Balkan geboekte vorderingen in de richting van verdere aansluiting bij de EU, en op de recente conclusies van de Raad ten aanzien van Bosnië en Herzegovina.

Conclusies:

De uiteindelijke doelstelling van de door de rapporteur voorgestelde amendementen is om het sterke engagement van de EU voor de toekomstige Europese integratie van de landen en gebieden die onder deze verordening vallen kracht bij te zetten door ze unilaterale handelspreferenties toe te kennen. Het EU-integratieproces was ongetwijfeld een uitdaging voor de landen die dit proces zijn aangegaan, maar bleek ook het meest doeltreffende instrument te zijn voor de stabiliteit in de regio. In dit opzicht moeten dergelijke concessies of de mogelijke opschorting daarvan worden beschouwd als een impuls om de in het "Pact voor Groei" benadrukte politieke en sociaal-economische hervormingen te versnellen, die voor de landen van de Westelijke Balkan bovendien onmisbaar zijn voor de verwezenlijking van de vereisten die voortvloeien uit de criteria van Kopenhagen en uit het acquis communautaire. In dit verband spoort de rapporteur Bosnië en Herzegovina aan de interimovereenkomst aan te passen aan de preferentiële handel met Kroatië, gezien de toetreding van dit land tot de Europese Unie op 1 juli 2013. Voorts vraagt de rapporteur beide partijen de gemeenschappelijke belangen niet uit het oog te verliezen om tot een bevredigende overeenkomst te komen, zowel voor beide EU-lidstaten als voor de Cefta-leden.

ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (11.3.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1215/2009 van de Raad tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie en tot opschorting van de toepassing ervan wat betreft Bosnië en Herzegovina
(COM(2014)0386 – C8‑0039/2014 – 2014/0197(COD))

Rapporteur voor advies: Cristian Dan Preda

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel van de Commissie om de autonome handelsmaatregelen voor landen en gebieden van de westelijke Balkan die deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces (SAP) met nog eens vijf jaar te verlengen, moet positief worden benaderd. Deze preferentiële handelsregeling heeft bijgedragen tot een toename van de uitvoer van de westelijke Balkan naar de EU. In 2013 was de EU de grootste handelspartner van de regio, zowel op het vlak van invoer (72,7 %) als op het vlak van uitvoer (81,8 %). Deze handelspreferenties ondersteunen, samen met de bestaande bilaterale overeenkomsten, de economische integratie met de EU en bevorderen zo de politieke stabiliteit en economische vooruitgang in de hele regio. Deze maatregelen moeten worden gezien in een bredere context van ons beleid ten aanzien van de landen van de westelijke Balkan, waarbij ons uiteindelijke doel is hen dichter bij de EU te brengen.

Met het voorstel van de Commissie wordt eveneens beoogd een leemte in Verordening (EG) nr. 1215/2009 te vullen, namelijk het ontbreken van een mensenrechtenclausule waardoor de handelspreferenties kunnen worden opgeschort wanneer de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in een van de landen en gebieden van het SAP worden geschonden. Hoewel dit idee positief moet worden benaderd als een praktische toepassing van artikel 21, lid 1, van het VEU en een voorbeeld van de verplichting om mensenrechten te integreren in het extern beleid van de EU, komt de formulering van het voorstel van de Commissie niet volledig overeen met het standpunt van de rapporteur. De voorkeur moet worden gegeven aan een positieve formulering van deze clausule in lijn met de criteria van Kopenhagen. Bovendien, als de drempel voor de activering van deze clausule te hoog wordt gelegd, zou deze onbruikbaar kunnen worden. De rapporteur benadrukt dat het Europees Parlement, als medewetgever en tak van de begrotingsautoriteit en instelling die een zeer belangrijke rol vervult met betrekking tot uitbreidingslanden, zijn voorrechten volledig moet kunnen uitoefenen als een besluit moet worden genomen over de opschorting van de handelspreferenties. In een breder perspectief vindt de rapporteur dat er meer duidelijkheid en consistentie moet komen over de manier waarop mensenrechtenclausules worden opgesteld in regelingen over autonome handelspreferenties.

Tot slot wordt in het voorstel van de Commissie rekening gehouden met het feit dat Bosnië en Herzegovina nog niet heeft aanvaard de in het kader van de interimovereenkomst met de EU betreffende de handel en aanverwante zaken toegekende handelsconcessies aan te passen na de toetreding van Kroatië. Als tegen het einde van het jaar hierover geen overeenstemming wordt bereikt, kunnen de aan Bosnië en Herzegovina in het kader van deze verordening toegekende preferenties vanaf 1 januari 2016 worden opgeschort.

De rapporteur wenst echter te benadrukken dat de opschorting van de handelspreferenties voor Bosnië en Herzegovina als een stimulans moet worden gezien om het huidige meningsverschil met de EU over de aanpassing van de interimovereenkomst op te lossen. De rapporteur hoopt dat de nieuwe autoriteiten in Bosnië en Herzegovina hun voordeel zullen halen uit de positieve stimulans die werd gegeven door het feit dat de Raad Buitenlandse Zaken op 15 december 2014 een nieuwe EU-benadering ten aanzien van het land heeft aangenomen, teneinde deze kwestie ook op te lossen.

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Verordening (EG) nr. 1215/2009 biedt geen enkele mogelijkheid om het toekennen van uitzonderlijke handelsmaatregelen tijdelijk op te schorten in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat door de begunstigden ervan. Het is wenselijk om een dergelijke mogelijkheid in die verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat snel kan worden ingegrepen in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtstaat in een van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie.

(2) Verordening (EG) nr. 1215/2009 biedt geen enkele mogelijkheid om het toekennen van uitzonderlijke handelsmaatregelen tijdelijk op te schorten in geval van schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat door de begunstigden ervan. Het is wenselijk om een dergelijke mogelijkheid in die verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat snel kan worden ingegrepen in geval van schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in een van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie. Eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat, mensenrechten en de bescherming van minderheden zijn vereisten om verder te kunnen gaan met het toetredingsproces.

Motivering

Aangezien landen die lid willen worden van de EU aan de criteria van Kopenhagen moeten voldoen, is het van belang om een bepaling op te nemen op grond waarvan maatregelen genomen kunnen worden in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat. In een dergelijke bepaling moeten tevens fundamentele arbeids- en milieunormen worden opgenomen ter bevordering en bescherming van de mensenrechten en de beginselen van duurzame ontwikkeling en om de landen te helpen bij het overnemen van het acquis communautaire.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Sinds de start van het stabilisatie- en associatieproces zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met alle betrokken landen van de westelijke Balkan, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina en Kosovo3. In juni 2013 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om met Kosovo onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst te openen.

(5) Sinds de start van het stabilisatie- en associatieproces zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met alle betrokken landen van de westelijke Balkan, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina en Kosovo3. In mei 2014 zijn de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Kosovo afgerond en in juli 2014 is de overeenkomst geparafeerd.

______________

_______________

3 Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

3 Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) De nieuw verkozen instellingen van Bosnië en Herzegovina moeten de mogelijkheid van het hernieuwde beleid van de Unie ten aanzien van Bosnië en Herzegovina benutten om een overeenkomst over de aanpassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en van de interimovereenkomst te sluiten met inachtneming van de toetreding van Kroatië tot de EU en met behoud van het preferentiële traditionele handelsverkeer.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 1215/2009

Artikel 2 – lid 1 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"(d) de in artikel 1 genoemde landen en gebieden maken zich niet schuldig aan ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van fundamentele arbeidsrechten, de grondbeginselen van de democratie en de rechtsstaat."

"(d) de eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en het respect voor de rechtsstaat door de in artikel 1 genoemde landen en gebieden."

PROCEDURE

Titel

Uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie en opschorting van de toepassing ervan wat betreft Bosnië en Herzegovina

Document- en procedurenummers

COM(2014)0386 – C8-0039/2014 – 2014/0197(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

3.7.2014

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

3.7.2014

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Cristian Dan Preda

22.9.2014

Behandeling in de commissie

24.2.2015

 

 

 

Datum goedkeuring

9.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

15

21

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Petras Auštrevičius, Amjad Bashir, Bas Belder, Goffredo Maria Bettini, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Fabio Massimo Castaldo, Lorenzo Cesa, Aymeric Chauprade, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Mark Demesmaeker, Georgios Epitideios, Eugen Freund, Michael Gahler, Richard Howitt, Sandra Kalniete, Manolis Kefalogiannis, Tunne Kelam, Afzal Khan, Janusz Korwin-Mikke, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Jean-Luc Mélenchon, Tamás Meszerics, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Kati Piri, Andrej Plenković, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Alyn Smith, Charles Tannock, Eleni Theocharous, László Tőkés, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Geoffrey Van Orden, Hilde Vautmans, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nicolas Bay, Reinhard Bütikofer, Ana Gomes, Andrzej Grzyb, Gabrielius Landsbergis, Juan Fernando López Aguilar, Antonio López-Istúriz White, David Martin, Helmut Scholz, Traian Ungureanu, Janusz Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eric Andrieu

PROCEDURE

Titel

Uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie en opschorting van de toepassing ervan wat betreft Bosnië en Herzegovina

Document- en procedurenummers

COM(2014)0386 – C8-0039/2014 – 2014/0197(COD)

Datum indiening bij EP

26.6.2014

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

3.7.2014

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

3.7.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Goffredo Maria Bettini

3.9.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

5.11.2014

24.2.2015

19.3.2015

 

Datum goedkeuring

19.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Santiago Fisas Ayxelà, Yannick Jadot, Ska Keller, Alexander Graf Lambsdorff, Gabrielius Landsbergis, Bernd Lange, Emmanuel Maurel, Emma McClarkin, Alessia Maria Mosca, Franck Proust, Viviane Reding, Matteo Salvini, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Bendt Bendtsen, Goffredo Maria Bettini, Victor Boștinaru, Dita Charanzová, Aymeric Chauprade, Danuta Maria Hübner, Pedro Silva Pereira, Davor Ivo Stier, Jarosław Wałęsa, Pablo Zalba Bidegain

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Seb Dance, Jean-Luc Schaffhauser, Marco Valli

Datum indiening

24.3.2015