Procedure : 2013/0285(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0064/2015

Ingediende teksten :

A8-0064/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/04/2015 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0097

AANBEVELING     ***
PDF 151kWORD 64k
26.3.2015
PE 549.095v02-00 A8-0064/2015

betreffende het voorstel voor een besluit van de Raad waarbij de lidstaten worden gemachtigd om zich aan te sluiten bij het Internationale Verdrag betreffende de normen voor de bemanning van vissersvaartuigen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1995 van de Internationale Maritieme Organisatie in het belang van de Europese Unie

(15528/2014 – C8-0295/2014 – 2013/0285(NLE))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur: Sofia Ribeiro

PR_NLE-AP_LegAct

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BEKNOPTE MOTIVERING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

inzake het voorstel voor een besluit van de Raad waarbij de lidstaten worden gemachtigd om zich aan te sluiten bij het Internationale Verdrag betreffende de normen voor de bemanning van vissersvaartuigen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1995 van de Internationale Maritieme Organisatie in het belang van de Europese Unie

(15528/2014 – C8-0295/2014 – 2013/0285(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–       gezien het ontwerpbesluit van de Raad (15528/2014),

–       gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens de artikelen 46, 53, lid 1, en 62, alsmede krachtens artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), letter v), en lid 8, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0295/2014),

–       gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, artikel 99, lid 2, alsmede artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–       gezien de aanbeveling van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8‑0064/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van besluit van de Raad;

2.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.


BEKNOPTE MOTIVERING

Rechtskader van het besluit

Het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor de bemanning van vissersvaartuigen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna het "STCW-F-verdrag") is op 7 juli 1995 in Londen door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) aangenomen op een conferentie waaraan 74 regeringen, waaronder 22 van de huidige lidstaten van de Europese Unie, hebben deelgenomen. Tot dusver hebben vier lidstaten het STCW-F-verdrag geratificeerd (Spanje, Denemarken, Letland en Litouwen).

Het STCW-F-verdrag heeft tot doel ervoor te zorgen dat de bemanning van vissersvaartuigen bevoegd is (zoals aangetoond door een officieel certificaat) en geschikt voor het werk (na medisch onderzoek), zodat mogelijke risico's voor de veiligheid van mensenlevens en/of zaken op zee of voor het mariene milieu tijdens activiteiten aan boord van vissersvaartuigen tot een minimum worden beperkt. Het STCW-F-verdrag schrijft voor dat bemanning over een minimumkennis van specifieke aangelegenheden moet beschikken en gedurende een minimumperiode taken aan boord van een vaartuig moet hebben uitgevoerd. Het is er ook op gericht in de visserijsector een gelijk prestatieniveau te bereiken en in stand te houden door beroepsopleiding te bevorderen en ertoe bij te dragen het aantal dodelijke ongevallen te beperken.

De bepalingen zijn enkel bindend voor vaartuigen met een lengte van 24 meter en meer en met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer en betreffen kapiteins, officiers, scheepswerktuigkundigen en radio-operators. Overheden worden echter aangemoedigd opleidingsprogramma's voor dekmatrozen op vaartuigen met een lengte van 24 meter of meer vast te stellen, terwijl basisopleiding inzake veiligheid voor alle bemanningsleden van vissersvaartuigen verplicht is.

De Unie kan het STCW-F-verdrag niet ratificeren, omdat alleen de lidstaten dit kunnen doen. De lidstaten mogen echter, in overeenstemming met de AETR-jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake externe bevoegdheid, het STCW-F-verdrag niet ratificeren zonder daartoe door de Europese Unie te zijn gemachtigd aangezien de bepalingen inzake de erkenning van door EU-onderdanen aan boord van vissersvaartuigen uitgeoefende gereglementeerde beroepen van invloed zijn op de uitoefening van de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie op dit terrein.

Dit besluit heeft tot doel de lidstaten te machtigen om het STCW-F-verdrag te ratificeren in overeenstemming met de exclusieve bevoegdheden van de Unie inzake de erkenning van door EU-onderdanen aan boord van vissersvaartuigen uitgeoefende gereglementeerde beroepen.

Desalniettemin, en in acht nemend dat de lidstaten het Unierecht moeten naleven, met name de bepalingen van Richtlijn 2005/36/EG, wordt ten aanzien van het onderhavige voorstel voor een besluit bepaald dat lidstaten die het verdrag al vóór de inwerkingtreding van het voorgestelde besluit hebben geratificeerd, bij de secretaris-generaal van de IMO een verklaring moeten neerleggen waarin zij erkennen dat in geval van conflicten in de betrekkingen tussen lidstaten het Unierecht prevaleert.

Het voorstel voor een besluit moet de lidstaten dan ook aanmoedigen onverwijld alle stappen te ondernemen die vereist zijn voor de ratificatie van het onderhavige STCW-F-verdrag.

Overige opmerkingen

De visvangst is de beroepsactiviteit die het hoogste aantal ongevallen op het werk kent, naar schatting komen jaarlijks 24.000 mensen om bij de uitoefening van hun beroep.

Het STCW-F-verdrag bevat amper bindende voorschriften voor vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter en meer en met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer, waardoor de ondertekenende landen alleen worden gestimuleerd de opleidingsnormen te laten gelden voor bemanningsleden op vaartuigen met dezelfde lengte, maar met een lager voortstuwingsvermogen, zonder nader aan te geven welke minimale kennis nodig is voor vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter.

Er moet worden benadrukt dat de IMO de ondertekenende landen aanmoedigt hun eigen wetten met betrekking tot opleiding en normen voor de kwalificaties van de bemanning van kleine vaartuigen aan te nemen, en dat de ongevallenfrequentie op zee hoger is voor deze vlootsegmenten.

Naast de opleiding, die een van de pijlers van de maritieme veiligheid vormt, moeten er aan boord minimale arbeids- en veiligheidsomstandigheden worden gewaarborgd op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, hetgeen de uniformering van deze normen voor alle lidstaten rechtvaardigt, waarbij gevolg moet worden gegeven aan de internationale veiligheidsaanbevelingen, normen die ook moeten worden nageleefd op de vaartuigen die opereren in de wateren van de Unie.

Deze uniformering, met inachtneming van minimale gelijke arbeidsomstandigheden, is bepleit door de Commissie visserij in haar advies dat in het onderhavige document staat vermeld, alsmede door de sociale partners van de sector.

In dit verband, en omdat er een minimumopleidingsniveau in de Unie tot stand moet worden gebracht, is het Europees Parlement van mening dat het zinvol is om de werkingssfeer van het STCW-F-verdrag uit te breiden, of, ten minste op het niveau van de Unie regelgevende bepalingen aan te nemen voor vaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter, en verzoekt het de Commissie in die zin een voorstel in te dienen.

In dit verband zij erop gewezen dat dit niet tot een verhoging van de opleidingskosten van de lidstaten leidt, omdat de Unie de opleiding in de visserijsector toch al financieel ondersteunt, middels het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, David Casa, Ole Christensen, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Jan Keller, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Amjad Bashir, Enrique Calvet Chambon, Deirdre Clune, Miapetra Kumpula-Natri, António Marinho e Pinto, Joachim Schuster, Csaba Sógor, Ivo Vajgl

Juridische mededeling - Privacybeleid