Procedure : 2014/2116(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0073/2015

Ingediende teksten :

A8-0073/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.31
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0140

VERSLAG     
PDF 180kWORD 90k
30.3.2015
PE 539.706v02-00 A8-0073/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2116(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2116(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Agentschap(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/15 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(5), en met name artikel 97,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0073/2015),

1.      verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2116(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Agentschap(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(12), en met name artikel 97,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0073/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2116(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0073/2015),

A.     overwegende dat volgens de jaarrekening de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (hierna: "Agentschap") voor het begrotingsjaar 2013 107 270 800 EUR bedroeg,

B.     overwegende dat het Agentschap subsidies van de Commissie heeft ontvangen ter hoogte van 7 632 000 EUR, alsmede voorfinanciering van het Instrument voor pretoetredingssteun ter hoogte van 103 524 EUR en andere bijdragen en financiering van de Commissie ter hoogte van 920 900 EUR,

C.     overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

1.      merkt op dat het Agentschap sinds 2012 als taak had om de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad te beheren en uit te voeren (BPR-verordening)(15), alsmede vergelijkbare taken die verband houden met de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PIC-verordening)(16);

Follow-up van de kwijting voor 2012

2.      maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van twee in haar verslag voor 2011 geformuleerde opmerkingen die in haar verslag voor 2012 als "openstaand" aangemerkt waren, er één corrigerende maatregel genomen was die nu in het verslag van de Rekenkamer als "afgerond" is aangemerkt, terwijl de andere opmerking is aangemerkt als "niet van toepassing"; merkt bovendien op dat er ten aanzien van de twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer van 2012 als respons één corrigerende maatregel genomen is en dat de opmerking is aangemerkt als "afgerond", terwijl de andere opmerking is aangemerkt als "niet van toepassing";

3.      verneemt van het Agentschap dat:

a.  er in 2013 een formeel beleid omtrent het beheer van vaste activa werd vastgelegd en uitgevoerd; de Rekenkamer de aanbeveling hierover in haar verslag als afgerond beschouwt;

b.  het Agentschap de cv's en belangenverklaringen van alle leden van de raad van bestuur op zijn website heeft geplaatst;

c.  de informatie over de impact van zijn activiteiten op de burgers van de Unie op de website van het Agentschap op verscheidene manieren verstrekt wordt, en ook via de publicatie van strategische documenten zoals algemene verslagen of evaluatieverslagen;

Begrotings- en financieel beheer

4.      merkt op dat ten aanzien van de BPR-verordening, de uitgaven van het Agentschap voor biociden gedeeltelijk worden gefinancierd uit vergoedingen die worden betaald door de industrie en gedeeltelijk uit een subsidie van de Unie, als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002; merkt op dat in 2013 het leeuwendeel van de uitgaven van het Agentschap gefinancierd werd uit een subsidie van de Unie, omdat het pas per 1 september 2013 begon met de facturering van kosten bij de aanvragers overeenkomstig de BPR-verordening;

5.      merkt bovendien op dat het Agentschap met een bedrag van 920 900 EUR door de Commissie gesteund werd ter compensatie van niet-gematerialiseerde inkomsten en dat op 30 december 2013 een uitzonderlijke, eenmalige vrijwillige bijdrage van 177 057 EUR is ontvangen van Noorwegen (om te worden gebruikt voor de ontwikkeling van biocidediensten bij het Agentschap);

6.      merkt op dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad ("REACH"-verordening)(17), het Agentschap wordt gefinancierd uit de vergoedingen die worden betaald door de industrie voor de registratie van chemische stoffen en uit een mogelijke compenserende subsidie van de Unie, als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002); merkt bovendien op dat het Agentschap in 2013 voor het derde opeenvolgende jaar volledig werd gefinancierd uit de vergoedingen voor de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen, en voor de indelings-, etiketterings- en verpakkingsactiviteiten;

7.      merkt op dat in overeenstemming met de PIC-verordening, de uitgaven van het Agentschap in 2013 werden gefinancierd uit een subsidie ten laste van de algemene begroting van de Unie;

8.      vestigt de aandacht op het feit dat de begrotingsinkomsten uit vergoedingen en heffingen aan ontvangen gelden 86 113 139 EUR bedroegen; benadrukt dat voor de tenuitvoerlegging van activiteiten in het kader van de BPR-verordening en de PIC-verordening, een bedrag van 7 632 000 EUR ter beschikking is gesteld uit de algemene begroting van de Unie; wijst erop dat dit bedrag 0,005 % van de totale begroting van de Unie vormt;

9.      merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,64 % en dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten 86,18 % bedroeg; constateert dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten met 3,28 % is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar; maakt verder uit het verslag van de Rekenkamer op dat de uitvoeringspercentages van de begroting bevredigend waren voor de titels I en II;

Vastleggingen en overdrachten

10.    stelt met bezorgdheid vast dat het niveau van naar 2014 overgedragen vastgelegde kredieten hoog bleef, namelijk 46 % voor de titels III, IV en V (beleidsuitgaven); concludeert echter uit het verslag van de Rekenkamer dat deze overdrachten hoofdzakelijk het gevolg waren van het meerjarige karakter van de geplande IT-ontwikkelingsprojecten, de kosten voor bestelde, maar tegen het eind van het jaar nog niet ontvangen vertalingen en beoordelingen van stoffen met als voorgeschreven termijn februari 2014; verzoekt het Agentschap alert te blijven op te veel overdrachten van beleidsuitgaven;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

11.    constateert dat er voor het jaar 2013 geen steekproefsgewijs gecontroleerde verrichtingen, noch andere controlebevindingen zijn geweest die aanleiding hebben gegeven tot opmerkingen over de aanbestedingsprocedure van het Agentschap in het verslag van de Rekenkamer; merkt verder op dat de Rekenkamer in zijn verslag geen opmerkingen heeft gemaakt over de aanwervingsprocedures van het Agentschap;

12.    wijst erop dat de personeelsgerelateerde uitgaven tussen 2012 en 2013 met 11 % zijn gestegen; wijst er verder op dat er aan het eind van 2013 468 van de 503 beschikbare posten bekleed waren en dat er 95 arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen in dienst waren;

Voorkoming van en omgang met belangenconflicten en transparantie

13.    merkt op dat het Agentschap is ingegaan op de aanbevelingen in Speciaal Verslag nr. 15/2012 van de Rekenkamer over de omgang met belangenconflicten bij een selectie van agentschappen van de EU, en verwacht dat het Agentschap deze aanbevelingen strikt zal toepassen;

14.    stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap op grond van een eenvoudige, geautomatiseerde volledigheidscontrole registratienummers toekent – de eerste voorwaarde om chemische stoffen te mogen blijven vervaardigen en op de markt te brengen; constateert echter dat het geen registratienummers intrekt, ook niet als er sprake is van duidelijke en hardnekkige niet-naleving van registratiedossiers;

15.    vindt het grote aantal registratiedossiers dat niet aan de voorwaarden voldoet en het feit dat het Agentschap bedrijven die de regels niet naleven niet bekendmaakt verontrustend;

16.    onderkent dat het Agentschap beschikt over transparante belangenverklaringen, en verzoekt het Agentschap zijn interne procedures te blijven herzien en zijn beleid te blijven verbeteren om de onafhankelijkheid en transparantie te waarborgen op alle werkterreinen van het Agentschap die betrekking hebben op zowel externe als tijdelijke medewerkers;

17.    wijst erop dat het discussieplatform van het Agentschap met niet-gouvernementele organisaties een nuttig forum is om kwesties te bespreken die van belang zijn voor het maatschappelijk middenveld;

Tenuitvoerlegging van REACH

18.    wijst op de benoeming van een ambassadeur voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), die de belangen van relatief kleine bedrijven binnen het Agentschap en naar buiten toe behartigt; merkt verder op dat het de prioriteit van het Agentschap is om intensieve ondersteuning te bieden zodat kmo's aan de voorschriften kunnen voldoen zonder dat dit een onevenredig grote belasting voor ze vormt;

19.    wijst op de maatregelen die genomen zijn om de communicatie tussen het Agentschap en zijn begunstigden te verbeteren; neemt in dit verband kennis van de ontwikkeling van IT-hulpmiddelen zoals veelgestelde vragen of technische begeleiding en de publicatie van een stappenplan in de aanloop naar de registratietermijn, alsmede ondersteuning voor nationale helpdesks; is van mening dat het Agentschap meer moet communiceren met downstream-gebruikers;

20.    wijst met bezorgdheid op de wijze waarop het Agentschap de vergunningsprocedure als onderdeel van de REACH-verordening toepast en zich daarbij met name concentreert op het verstrekken van hulp aan bedrijven om een vergunning te krijgen voor het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen in plaats van hen in dezelfde mate te helpen om innovatie en de vervanging van de gevaarlijkste chemische stoffen door veiligere alternatieven te stimuleren;

21.    stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap vertrouwelijkheidsclaims in het kader van vergunningsaanvragen niet naar behoren beoordeelt; 

Intern auditonderzoek

22.    verneemt uit het algemene verslag van het Agentschap dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie in 2013 een auditonderzoek heeft verricht naar het "Comitébeheer bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen", dat resulteerde in zeven aanbevelingen, waarvan er één werd aangemerkt als "zeer belangrijk";

23.    merkt op dat de aanbeveling "zeer belangrijk" betrekking heeft op een toetsing van de uitlegging door het Agentschap van het tijdschema voor het opstellen van comitéadviezen inzake de risicobeoordeling van stoffen die worden voorgedragen voor de geharmoniseerde indeling, etikettering en verpakking krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad(18);

24.    merkt op dat de Interne-auditcapaciteit van het Agentschap (IAC) betrouwbaarheidscontroles heeft verricht op de invoering van videotoezicht in de gebouwen van het Agentschap, op het forumsecretariaat en op het beheer van documenten en bestanden; vergewist zich ervan dat de actieplannen zijn ontwikkeld volgens de aanbevelingen van de IAS en de IAC;

25.    is verheugd over het feit dat het Agentschap een audit heeft verricht om de efficiëntie van het beheer van de aanbestedingsprocedures te verhogen die geresulteerd heeft in maatregelen die in 2014 ten uitvoer zullen worden gelegd;

Overige opmerkingen

26.    stelt met bezorgdheid vast dat de uitvoerend directeur van het Agentschap een voorbehoud heeft gemaakt bij zijn betrouwbaarheidsverklaring voor het jaar 2013, aangezien controles of inspecties op nationaal niveau niet onder het mandaat van het Agentschap vallen, en er bijgevolg niet kon worden bevestigd dat op de markt van de Unie uitsluitend geregistreerde of toegestane stoffen en producten circuleren waarvoor een vergoeding aan het Agentschap is betaald;

27.    is ingenomen met de voorbeeldige maatregelen van het Agentschap op het gebied van kosteneffectieve en milieuvriendelijke maatregelen; spoort het Agentschap aan deze goede werkwijze voort te zetten;

28.    verzoekt het Agentschap opnieuw in zijn interne en externe communicatie duidelijk te maken dat het middelen uit de algemene begroting van de Unie ("subsidie van de Unie") ontvangt in plaats van een subsidie van de Commissie of een subsidie van de Gemeenschap;

o

o   o

29.    verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … 2015(19) over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.

3.2.2015

ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2116(DEC))

Rapporteur voor advies: Giovanni La Via

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.      herinnert eraan dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen ("het agentschap") een geconsolideerde entiteit is in overeenstemming met artikel 185 van Verordening van de Raad (EG, Euratom) nr. 1605/2002(20);

2.      merkt op dat het agentschap sinds 2012 als taak had om de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad te beheren en uit te voeren (BPR-verordening)(21), alsmede vergelijkbare taken die verband houden met de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PIC-verordening)(22);

3.      merkt op dat ten aanzien van de BPR-verordening, de uitgaven van het agentschap voor biociden gedeeltelijk worden gefinancierd uit vergoedingen die worden betaald door de industrie en gedeeltelijk uit een Uniesubsidie, als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002; merkt op dat in 2013 het leeuwendeel van de uitgaven van het agentschap gefinancierd werd uit een Uniesubsidie, omdat het pas per 1 september 2013 begon met het in rekening brengen van kosten bij de aanvragers overeenkomstig de BPR-verordening;

4.      merkt bovendien op dat het agentschap met een bedrag van 920 900 EUR door de Commissie gesteund werd ter compensatie van niet-gematerialiseerde inkomsten en dat op 30 december 2013 een uitzonderlijke, eenmalige vrijwillige bijdrage van 177 057 EUR is ontvangen van Noorwegen (om te worden gebruikt voor de ontwikkeling van biocide diensten bij het agentschap);

5.      merkt op dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad ("REACH"-verordening)(23), het agentschap wordt gefinancierd uit de vergoedingen die worden betaald door de industrie voor de registratie van chemische stoffen en uit een mogelijke compenserende Uniesubsidie, als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002); merkt bovendien op dat het agentschap in 2013 voor het derde opeenvolgende jaar volledig werd gefinancierd uit de vergoedingen voor indelings-, etiketterings- en verpakkingsactiviteiten voor REACH;

6.      merkt op dat in overeenstemming met de PIC-verordening, de uitgaven van het agentschap in 2013 werden gefinancierd uit een subsidie ten laste van de algemene begroting van de Unie;

7.      vestigt de aandacht op het feit dat de begrotingsinkomsten uit vergoedingen en heffingen aan ontvangen gelden 86 113 139 EUR bedroegen; benadrukt dat voor de tenuitvoerlegging van de biocide en PIC-activiteiten, een bedrag van 7 632 000 EUR ter beschikking is gesteld uit de algemene begroting van de Unie; wijst erop dat dit bedrag 0.005 % van de totale Uniebegroting vormt;

8.      verzoekt het agentschap opnieuw in zijn interne en externe communicatie duidelijk te maken dat het middelen uit de Uniebegroting (Uniesubsidie) ontvangt in plaats van een subsidie van de Commissie of een subsidie van de Gemeenschap;

9.      wijst erop dat de personeelsgerelateerde uitgaven van 2012 tot 2013 met 11% zijn gestegen; wijst er tevens op dat eind 2013 468 van de 503 beschikbare posten bekleed waren en dat er 95 contractuele agenten en gedetacheerde nationale deskundigen in dienst waren;

10.    erkent dat het agentschap transparante belangenverklaringen heeft en verzoekt het agentschap zijn interne procedures te blijven herzien en zijn beleid te blijven verbeteren om de onafhankelijkheid en transparantie te waarborgen op alle werkterreinen van het agentschap die betrekking hebben op zowel het externe als het interim-personeel;

11.    is verheugd dat het agentschap vastberaden is om gevolg te geven aan de opmerkingen in voorgaande jaren en erop blijft letten dat onterechte overdrachtsoperaties worden vermeden;

12.    is verheugd over het feit dat het agentschap een audit heeft verricht om de efficiëntie van het beheer van de aanbestedingsprocessen te verhogen die geresulteerd heeft in acties die in 2014 zullen worden geïmplementeerd;

13.    is verheugd over het feit dat de Rekenkamer van mening is dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het agentschap voor het begrotingsjaar 2013 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

14. beveelt op grond van de beschikbare feiten aan om kwijting te verlenen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor de uitvoering van de begroting van het agentschap voor het begrotingsjaar 2013.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.1.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

59

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Stefan Eck, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Enrico Gasbarra, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Benedek Jávor, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Davor Škrlec, Renate Sommer, Tibor Szanyi, Nils Torvalds, Glenis Willmott, Jadwiga Wiśniewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nicola Caputo, Mark Demesmaeker, Herbert Dorfmann, Jan Huitema, Peter Jahr, Merja Kyllönen, Nuno Melo, Marijana Petir, Julia Reid, Bart Staes, Kay Swinburne

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Damian Drăghici

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Benedek Jávor, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 132.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 132.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 132.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 132.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(16)

Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60) .

(17)

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(18)

Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

(19)

Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2015).

(20)

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1).

(21)

Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(22)

Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60) .

(23)

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Juridische mededeling - Privacybeleid