Procedure : 2014/2125(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0077/2015

Ingediende teksten :

A8-0077/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.37
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0146

VERSLAG     
PDF 164kWORD 77k
30.3.2015
PE 539.712v02-00 A8-0077/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2125(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2125(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Instituut(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Instituut te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EG) nr. 294/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 tot oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie(5), en met name artikel 21,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0077/2015),

1.      stelt zijn besluit om de directeur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van het Instituut voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2125(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Instituut(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Instituut te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EG) nr. 294/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 tot oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie(12), en met name artikel 21,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0077/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      stelt de afsluiting van de rekeningen van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013 uit;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2125(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0077/2015),

A.     overwegende dat volgens zijn financiële staten de definitieve begroting van het Europees Instituut voor technologie en innovatie (hierna "het Instituut") voor het begrotingsjaar 2013 vastleggingskredieten omvatte ten belope van 142 197 740 EUR, een toename van 47,05 % ten opzichte van 2012, en betalingskredieten ten belope van 98 760 073 EUR;

B.     overwegende dat volgens zijn financiële staten de totale bijdrage van de Unie aan de begroting van het Instituut voor 2013 93 462 181 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 36,05 % ten opzichte van 2012 betekent;

C.     overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Instituut voor technologie en innovatie voor het begrotingsjaar 2013 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Instituut betrouwbaar is, maar niet voldoende geschikte controle-informatie heeft kunnen verkrijgen over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.      maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van de in het verslag van de Rekenkamer van 2011 geformuleerde opmerking die in het verslag van de Rekenkamer van 2012 als "loopt nog" aangemerkt was, corrigerende maatregelen getroffen zijn en dat de opmerking in het verslag van de Rekenkamer van 2013 als "afgerond" aangemerkt is; maakt voorts op dat naar aanleiding van de twee in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerkingen, één corrigerende maatregel is getroffen en dat de opmerking nu als "afgerond" aangemerkt is, terwijl de andere opmerking als "loopt nog" aangemerkt is;

2.      begrijpt van het Instituut het volgende:

-  het heeft verbeterde instructies gegeven aan de certificerende auditeurs en het heeft in juni 2013 de aangepaste instructies medegedeeld aan de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's), die steun ontvangen van het Instituut; de verbeterde instructies moeten ervoor zorgen dat de controlecertificaten een grotere mate van zekerheid bieden;

-  er zijn kwantificeerbare streefdoelen opgenomen in de richtsnoeren voor de KIG's en deze werden in 2013 en 2014 herzien om de kwaliteit van de planning en de rapportering van de KIG's verder te verbeteren;

-  de controles achteraf van de subsidieovereenkomst voor 2010 hebben geleid tot de terugvordering van alle ten onrechte door het Instituut betaalde bedragen ;

-  het beleid inzake preventie en beheer van belangenconflicten wordt opnieuw bekeken door de dienst Interne audit van het Instituut (IAC) en de herziene versies van de gedragscodes voor het personeel van het Instituut en de leden van de raad van bestuur van het Instituut zullen naar verwachting worden geïmplementeerd; neemt er kennis van dat het Instituut maatregelen zal introduceren voor de publicatie van de belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en het leidinggevend personeel van het Instituut; vraagt het Instituut deze kwestie zo spoedig mogelijk in orde te brengen en de kwijtingsautoriteit te informeren over de resultaten van de corrigerende acties;

-  de informatie over de impact van zijn activiteiten op de burgers van de Unie staat op de website van het Instituut te lezen en is toegankelijker gemaakt door het gebruik van sociale media alsook door de publicatie van het jaarlijks activiteitenverslag en de resultaten van de werkzaamheden van het Instituut;

Grondslag voor een oordeel met beperking ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen

3.      maakt zich ernstig zorgen over het feit dat de Rekenkamer voor het tweede opeenvolgende jaar geen redelijke zekerheid heeft over de regelmatigheid en de wettigheid van de subsidieverrichtingen van het Instituut; merkt op dat ongeveer 87 % van de door de begunstigden gedeclareerde subsidie-uitgaven wordt gedekt door certificaten die zijn afgegeven door onafhankelijke auditkantoren die door de begunstigden zelf en hun partners zijn gecontracteerd; betreurt het dat, ook al bleef het Instituut zelf grote inspanningen leveren om doeltreffende verificaties vooraf te verrichten en te zorgen voor betere begeleiding van de onafhankelijke auditkantoren, de Rekenkamer constateerde dat de kwaliteit hiervan onvoldoende was en opmerkte dat er ruimte was voor verdere verbetering in hun werk in het algemeen; roept het Instituut op dit probleem aan te pakken en uiterlijk 1 september 2015 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen van de genomen maatregelen;

4.      merkt op dat het Instituut, teneinde aanvullende zekerheid te verkrijgen over de wettigheid en de regelmatigheid van de subsidieverrichtingen, bijkomende verificaties achteraf heeft geïntroduceerd voor subsidieverrichtingen die werden uitgevoerd door een onafhankelijk auditkantoor; merkt bovendien op dat de gedeclareerde kosten goed zijn voor 29 % van de totale subsidieverrichtingen die in 2013 zijn gedaan; betreurt dat de verificatieresultaten achteraf bevestigden dat de verificaties vooraf nog steeds niet helemaal doeltreffend waren; vindt het jammer dat het Instituut op basis van de fouten die aan de hand van verificaties achteraf werden vastgesteld, in 2014 heeft besloten om 3 % van de gecontroleerde subsidies van 2012 terug te vorderen; roept het Instituut op de verificaties vooraf doeltreffender te maken en de kwijtingsautoriteit uiterlijk op 1 september 2015 mee te delen hoe het staat met de te nemen maatregelen;

5.      merkt bezorgd op dat de betalingen ten belope van 770 000 EUR op grond van twee kadercontracten die in 2010 en 2012 door middel van een procedure van gunning via onderhandelingen waren gesloten, onregelmatig waren aangezien uit de controle blijkt dat de gebruikmaking van de procedure van gunning via onderhandelingen niet gerechtvaardigd was ; roept het Instituut op zijn interne procedures inzake aanbesteding te verbeteren en uiterlijk op 1 september 2015 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen van de genomen maatregelen;

6.      merkt bezorgd op dat het gecombineerde foutenpercentage inzake de subsidie-uitgaven en de betalingen op grond van kadercontracten tussen 2 % en 3 % van de totale uitgaven van het Instituut in 2013 bedraagt;

Oordeel met beperkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen

7.      merkt op dat volgens de Rekenkamer, afgezien van de hierboven beschreven aangelegenheden, de onderliggende verrichtingen van de jaarrekening over 2013 in alle materiële opzichten wettig en regelmatig zijn;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

8.      betreurt dat de aanvullende activiteiten van de KIG's, die de subsidies van het Instituut ontvangen, volgens het jaarverslag van de Rekenkamer pas in 2015 zullen worden gecontroleerd; vindt het jammer dat de Rekenkamer niet beschikte over toereikende controle-informatie waaruit op te maken viel dat de EIT-financiering het maximum van 25 % van de totale uitgaven van de KIG's niet had overschreden; verzoekt het Instituut om de kwijtingsautoriteit uiterlijk op 1 september 2015 mee te delen hoe het staat met hoger genoemde controle;

Financieel en begrotingsbeheer

9.      stelt op grond van de definitieve rekeningen van het Instituut vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,97 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingen uit hoofde van betalingskredieten 96,86 % bedroeg;

10.    stelt evenwel met bezorgdheid vast dat het uitvoeringspercentage van de begroting voor titel I (personeelskosten) met 74 % laag lag; verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat dit grotendeels te wijten is aan het grote personeelsverloop en de uitblijvende vaststelling van de regelingen aangaande salarisaanpassingen; dringt er in dit kader bij het Instituut op aan het personeelsbeleid efficiënt aan te pakken om een einde te maken aan het grote personeelsverloop;

Vastleggingen en overdrachten

11.    stelt bezorgd vast dat het Instituut vastleggingskredieten uit hoofde van titel II (administratieve uitgaven) heeft overgedragen ten belope van 193 420 EUR (24 %); erkent dat deze overdrachten hoofdzakelijk nog niet ontvangen facturen en lopende IT-projecten betroffen; stelt met bezorgdheid vast dat 29 % van de vastgelegde kredieten die van 2012 naar 2013 waren overgedragen, niet benut werden, voornamelijk als gevolg van de overschatting van de kosten voor een vergadering van de raad van bestuur;

12.    is bezorgd over het feit dat de uitvoeringsgraad onder titel III (operationele uitgaven), waar het Instituut 34 078 025 EUR had uitgetrokken voor KIG-subsidies, eerder laag lag met 82 %; neemt er kennis van dat de lage uitvoeringsgraad toe te schrijven is aan het feit dat de KIG's de beschikbare financiële middelen voor activiteiten in 2012 niet volledig hebben geabsorbeerd; vraagt aan het Instituut dat het uiterlijk op 1 september 2015 de kwijtingsautoriteit op de hoogte stelt van de acties die het zal ondernemen om de absorptiecapaciteit van de KIG's te vergroten;

Interne controle

13.    verneemt uit het jaarlijks activiteitenverslag van het Instituut dat zijn interne auditeur (IAF) per 31 december 2012 ontslag heeft genomen en dat de aanwerving van de nieuwe interne auditeur van het Instituut langer duurde dan verwacht omdat de kennisgeving van vacature opnieuw moest worden gepubliceerd wegens een onvoldoende aantal geschikte kandidaten; neemt er kennis van dat de nieuwe interne auditeur op 1 januari 2014 met zijn werkzaamheden is gestart en dat er dus geen IAF-controles zijn uitgevoerd in 2013;

14.    verneemt van het Instituut dat het, om de periode tussen het vertrek van de voormalige interne auditeur en de aankomst van de nieuwe auditeur te overbruggen, besloten heeft een auditcomité van de raad van bestuur in te stellen, dat steun verleent aan de raad van bestuur voor het verbeteren van de kwaliteit van de follow-up en tenuitvoerlegging van de auditaanbevelingen, waarvoor de verantwoordelijkheid uitsluitend bij de directeur van het Instituut berust;

15.    merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie in 2014 heeft onderzocht hoe het gesteld is met de tenuitvoerlegging van de aanvaarde aanbevelingen uit het document "Beperkte controle van het subsidiebeheer - voorbereiding van jaarlijkse subsidieovereenkomsten" in het Instituut; merkt voorts op dat deze beperkte controle geleid heeft tot zes aanbevelingen, waarvan een als "essentieel" en vier als "zeer belangrijk" waren aangemerkt, en dat het Instituut op de zes aanbevelingen heeft gereageerd met een gedetailleerd actieplan, bestaande uit 25 acties waarvan er 13 uiterlijk op 31 augustus 2013 of eerder moesten zijn uitgevoerd en 10 werden aangegeven als "klaar voor controle" tegen deze datum:

16.    betreurt dat de IAS bij de administratieve controle van de stand van de uitvoering van deze 10 acties op 24 september 2013 geconcludeerd heeft dat de mate van uitvoering ontoereikend was, of dat bijkomende controles ter plaatse noodzakelijk waren om de uitvoering in de praktijk te bevestigen; neemt er kennis van dat het Instituut vervolgens een aantal acties geherformuleerd heeft en de desbetreffende termijnen om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de IAS, heeft herzien;

17.    is bezorgd over de conclusies van de IAS in zijn follow-upverslag waarin wordt gewezen op het gevaar dat het Instituut niet tijdig alle acties zou kunnen uitvoeren, met de name de acties die in het tweede kwartaal van 2014 hadden moeten zijn afgerond; beschouwt deze vertragingen als onaanvaardbaar, gelet op het feit dat de IAS van mening is dat vertragingen in de uitvoering zullen leiden tot een nog groter risico voor de organisatie;

18.    waardeert de toezegging van het Instituut om de verificaties vooraf te controleren, om redelijke zekerheid te verkrijgen dat alle subsidieverrichtingen wettig en regelmatig zijn;

19.    verzoekt het Instituut om uiterlijk op 1 september 2015 de kwijtingsautoriteit een gedetailleerd verslag te doen toekomen over de uitvoering van de aanbevelingen van de IAS alsook over de acties die zijn genomen naar aanleiding van de aanbevelingen van de IAF van het Instituut;

o

o   o

20.    verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … 2015(15) over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Benedek Jávor, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 184.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 184.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 97 van 9.4.2008, blz. 1.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 184.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 184.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 97 van 9.4.2008, blz. 1.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA-PROV(2015)0000.

Juridische mededeling - Privacybeleid