Procedure : 2014/2118(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0080/2015

Ingediende teksten :

A8-0080/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.50
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0159

VERSLAG     
PDF 168kWORD 85k
30.3.2015
PE 539.721v03-00 A8-0080/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2118(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2118(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van de Dienst(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 over de aan de Dienst te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(5), en met name artikel 43,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling voor de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0080/2015),

1.      verleent de directeur van de Europese Politiedienst kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Dienst voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daar een integrerend onderdeel van uitmaakt te doen toekomen aan de directeur van de Europese Politiedienst, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2118(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van de Dienst(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 over de aan de Dienst te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(12), en met name artikel 43,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling voor de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0080/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Politiedienst, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2118(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0080/2015),

A.     overwegende dat volgens de jaarrekening de begroting van de Europese Politiedienst (hierna "de Dienst") voor het begrotingsjaar 2013 82 520 500 EUR bedroeg, hetgeen een afname van 1,94% ten opzichte van 2012 betekent,

B.     overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2013 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Dienst betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.      leest in het verslag van de Rekenkamer dat er naar aanleiding van zeven opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer over 2011 waaraan de Rekenkamer in haar verslag over 2012 de status "in uitvoering" of "uitstaand" heeft toegekend, corrigerende maatregelen zijn genomen, zodat er nu in het verslag van de Rekenkamer vier te boek staan als "voltooid", een als "gedeeltelijk voltooid" en "gedeeltelijk in uitvoering" en twee als "niet van toepassing"; stelt voorts vast dat er naar aanleiding van de zes opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer over 2012 corrigerende maatregelen zijn genomen met betrekking tot vijf opmerkingen, die nu als "voltooid" worden aangemerkt, terwijl er één als "niet van toepassing" te boek staat;

2.      neemt kennis van de verklaring van de Dienst dat:

a.      de validering van zijn boekhoudsysteem in het verslag van de Rekenkamer als afgesloten wordt beschouwd; stelt met bezorgdheid vast dat de Rekenkamer de corrigerende maatregelen met betrekking tot toegestane uitzonderingen nog steeds beschouwt als zijnde "in uitvoering" en verzoekt de Dienst de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van het resultaat van de uitgevoerde corrigerende maatregelen;

b.      de uitvoering van de aanbeveling van de kwijtingsautoriteit inzake publicatie van het aantal verwerkte gerubriceerde documenten nog gaande is, omdat de Dienst zijn Veiligheidscomité om advies heeft verzocht en de opstellers van de onderliggende gerubriceerde informatie raadpleegt over de te volgen aanpak bij de publicatie van de informatie; verzoekt de Dienst de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de ter zake gemaakte vorderingen en van de termijn waarop de werkzaamheden voltooid moeten zijn;

c.      hij informatie verstrekt aan het brede publiek, voornamelijk via zijn website waar burger zich kunnen abonneren op een geautomatiseerde dienst voor de elektronische toezending van nieuws over operationele activiteiten;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

3.      stelt na lezing van het verslag van de Rekenkamer met bezorgdheid vast dat de effectiviteit van de aanbestedingsprocedures in 2013 te lijden had onder het feit dat sommige beslissingen niet gebaseerd waren op voldoende specifieke selectiecriteria of realistische prijsoffertes en dat niet de hand is gehouden aan vaste professionele vereisten, hoewel de Dienst in de loop van de jaren de voorbereiding, uitvoering en documentatie van de aanbestedingsprocedures heeft verbeterd; neemt kennis van de verklaring van de Dienst dat hij naar aanleiding van de bevindingen van de Rekenkamer een organisatiebrede evaluatie van het globale aanbestedingsproces in 2014 heeft ingesteld om de huidige interne organisatiestructuur en de onderliggende processen te verfijnen; verzoekt de Dienst de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de uitkomst van de evaluatie en de beoogde verbeteringen in het aanbestedingsproces;

Financieel en begrotingsbeheer

4.      merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,60% en dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor betalingen 87,20% bedroeg;

Vastleggingen en overdrachten

5.      neemt er kennis van dat de omvang van de overdracht van vastgelegde kredieten is gedaald van 19,64% in 2012 tot 11,60% in 2013; stelt met bezorgdheid vast dat de overdracht van vastgelegde kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) met 41% nog steeds op een hoog niveau lag; neemt er nota van dat deze overdrachten hoofdzakelijk verband houden met geplande aanpassingen van het gebouw later in het jaar en andere administratieve kosten waarvoor aan het einde van het jaar nog geen facturen waren ontvangen. verzoekt de Dienst grotere inspanningen te plegen om toekomstige overdrachten te verminderen;

6.      neemt er nota van dat in 2013 een bedrag aan overgedragen geannuleerde vastleggingen is geregistreerd dat 8,9% van het totale overgedragen bedrag uitmaakte en daarmee 8,4% lager uitviel dan in 2012; neemt kennis van de corrigerende maatregelen die de Dienst heeft genomen om dit te verhelpen, en stelt vast dat de Rekenkamer de zaak als afgedaan beschouwt;

7.      neemt kennis van de verklaring van de Dienst dat deze maatregelen heeft genomen met betrekking tot de voorbereiding en beoordeling van de technische vereisten die gelden voor automatische overdrachten en dat er daarna door de Rekenkamer in haar jaarlijkse auditonderzoek over 2013 geen problemen zijn vastgesteld;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

8.      neemt er kennis van dat de Dienst zijn richtsnoeren en procedurebeschrijving voor aanwervingen en de desbetreffende standaarddocumentatie heeft aangepast aan het gewijzigde Statuut(15), dat in 2014 in werking is getreden; neemt nota van het feit dat de Dienst een nieuwe gedragscode heeft ingevoerd ter versterking van de transparantie en onafhankelijkheid van zijn taakuitvoering;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

9.      stelt vast dat de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en het hoger management, alsook de belangenverklaring van de directeur, niet openbaar zijn; roept de Dienst op dit op zo kort mogelijke termijn te corrigeren;

Interne controle

10.    stelt vast dat de Dienst interne controle (IAS) van de Commissie in 2013 in samenwerking met de Afdeling interne controle van de Dienst een volledige risicobeoordeling heeft uitgevoerd van het procesbeheer binnen de organisatie en daarbij heeft gekeken naar de administratieve, financiële, operationele en IT-aspecten van de werkzaamheden van de Dienst; constateert dat na de controle een rapport met de resultaten van de risicobeoordeling, met inbegrip van een "Strategisch intern controleplan 2014-2016" is aangeboden aan de raad van bestuur van de Dienst; als onderwerpen van een volgende controle staan in het rapport vermeld: aanwerving, omgang met belanghebbenden, aanbestedingen en gegevensbeheer, inclusief informatiebeveiliging;

11.    neemt kennis van de verklaring van de Dienst dat de IAS aan de hand van stukken de uitvoering van zijn eerdere aanbevelingen heeft onderzocht en dat er geen kritieke of zeer belangrijke aanbevelingen waren waaraan per 31 december 2013 geen invulling was gegeven;

Overige opmerkingen

12.    merkt op dat het, uitgaande van de adviezen van de Rekenkamer en de raad van bestuur van de Dienst, de bedoeling is dat het pensioenfonds van Europol per 1 januari 2016 wordt opgenomen in de jaarrekeningen van de Dienst; neemt kennis van de verklaring van de Dienst dat een desbetreffend wetgevingsinstrument in uitvoering is, zodat de beoogde wijzigingen tijdig kunnen worden uitgevoerd;

13.    herinnert aan de opmerking van de Rekenkamer in haar verslag over 2011 dat in het financieel reglement van de Dienst wordt verwezen naar gedetailleerde regels en procedures in de uitvoeringsvoorschriften van de Dienst, die nog niet zijn vastgesteld; dringt er bij de Dienst op aan terzake corrigerende maatregelen te treffen;

o

o       o

14.    verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van ... 2015(16) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

6.2.2015

ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2118(DEC))

Rapporteur voor advies: Sylvie Guillaume

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is verheugd over de conclusies van de Rekenkamer dat de jaarrekening van de Europese Politiedienst (Europol) in alle belangrijke opzichten een getrouw beeld geeft van zijn financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van zijn verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten begrotingsjaar, en dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de dienst betreffende het begrotingsjaar 2013 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

2.  neemt kennis van de opmerkingen van de Rekenkamer over de noodzakelijke verbeteringen in het kader van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen en het begrotingsbeheer;

3.  is in dit opzicht van mening dat Europol de afgelopen jaren weliswaar vooruitgang heeft geboekt op het vlak van de ontwikkeling, implementatie en documentatie van de procedures voor openbare aanbestedingen, maar dat de efficiëntie hiervan nog verder moet worden verbeterd, daar de selectiecriteria niet altijd voldoende concreet zijn en de aangeboden tarieven niet realistisch of in overeenstemming met de gevestigde professionele eisen; is ingenomen met het streven van Europol om een centrale inkoopstructuur op te zetten die tot taak krijgt in alle hoofdfasen van het inkoopproces hoge kwaliteit te waarborgen; gaat ervan uit dat dit tot een betere kwaliteitscontrole in de aanbestedingsfase zal leiden en tot op de behoeften afgestemde inschrijvingen; neemt kennis van het in de antwoorden van Europol genoemde lopende proces betreffende alle aanwervingsprocedures en openbare aanbestedingen, met het oog op de verbetering van de huidige interne organisatiestructuur;

4.  verwelkomt de bewerkstelligde verbetering van de begrotingsuitvoering, waarbij de overdracht van vastleggingskredieten is gedaald van 19,6% in 2012 naar 11,6% in 2013; betreurt echter dat het percentage overdrachten van vastgelegde kredieten uit hoofde van titel II (administratieve uitgaven) nog steeds zeer hoog is, namelijk 41%, ondanks een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (49% in 2012);

5 . is voorts ingenomen met de nieuwe gedragscode van Europol, die het accent legt op voorkoming van belangenverstrengeling, een fundamenteel element waarop het Parlement in de voorgaande kwijtingsprocedures telkens gehamerd heeft;

6.  meent in het algemeen dat Europol meer aandacht moet besteden aan het beginsel van goed financieel beheer met betrekking tot het jaarbeginsel voor de begroting, met name de zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid waarmee de dienst de beschikbare kredieten voor de uitvoering van zijn taken heeft gebruikt.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

5.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

49

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Martina Anderson, Heinz K. Becker, Bodil Ceballos, Caterina Chinnici, Ignazio Corrao, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Mariya Gabriel, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Vicky Maeijer, Claude Moraes, József Nagy, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Laura Agea, Hugues Bayet, Andrea Bocskor, Pál Csáky, Daniel Dalton, Dennis de Jong, Petra Kammerevert, Ska Keller, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Jaromír Štětina, Kazimierz Michał Ujazdowski, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eugen Freund, Elisabetta Gardini, Charles Tannock

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 290.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 290.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37;

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 290.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 290.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37;

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 15).

(16)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA-PROV(2015)0000.

Juridische mededeling - Privacybeleid