Procedure : 2014/2132(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0103/2015

Ingediende teksten :

A8-0103/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.54
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0163

VERSLAG     
PDF 166kWORD 77k
31.3.2015
PE 541.309v02-00 A8-0103/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2132(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2132(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 209,

–       gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(5),

–       gezien Verordening (EG) nr. 561/2014 van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel(6), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(7),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(8),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0103/2015),

1.      stelt zijn besluit om de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2132(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(9),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(10) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(12), en met name artikel 209,

–       gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(13),

–       gezien Verordening (EG) nr. 561/2014 van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel(14), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(15),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(16),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0103/2015),

1.      stelt de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2132(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0103/2015),

A.     overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS ("gemeenschappelijke onderneming") in december 2007 werd opgericht voor een periode van tien jaar met als doel het vaststellen en ten uitvoer leggen van een "onderzoeksagenda" voor de ontwikkeling van cruciale technologieën voor ingebedde computersystemen voor verschillende toepassingsgebieden, teneinde het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de economie van de Unie te versterken en het ontstaan van nieuwe markten en maatschappelijke toepassingen te bevorderen;

B.     overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom is gaan functioneren in oktober 2009;

C.     overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming voor de periode van 10 jaar 420 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek;

D.     overwegende dat de financiële bijdragen uit lidstaten die deelnemen aan ARTEMIS in totaal ten minste 1,8 maal de financiële bijdrage zouden moeten bedragen van de Unie en dat de bijdragen in natura van de onderzoeks- en ontwikkelingsorganisaties die deelnemen aan projecten gedurende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming ten minste gelijk aan of groter moeten zijn dan de bijdragen van de overheid;

E.     overwegende dat de gemeenschappelijke ondernemingen ARTEMIS en ENIAC zijn gefuseerd met het oog op de totstandbrenging van het gemeenschappelijk technologie-initiatief Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (ECSEL JTI), dat in juni 2014 van start is gegaan voor een periode van 10 jaar;

F.     overwegende dat het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2013 is gebaseerd op een beginsel van bedrijfscontinuïteit;

Financieel en begrotingsbeheer

1.      constateert dat de Rekenkamer heeft vastgesteld dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 op alle materiële aspecten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften;

2.      wijst erop dat de strategie van controles achteraf van de gemeenschappelijke onderneming is goedgekeurd op 25 november 2010 en is gewijzigd op 20 februari 2013; verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de strategie, als gewijzigd in 2013, een essentieel instrument vormt bij de beoordeling van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;

3.      wijst erop dat volgens het verslag van de Rekenkamer de in 2013 verrichte betalingen in verband met de door de nationale financieringsinstanties (NFI's) van de lidstaten afgegeven kostenacceptatiecertificaten 11 700 000 EUR beliepen, ofwel 57 % van het totaal aan betalingen voor beleidsactiviteiten;

4.      stelt met bezorgdheid vast dat de met de NFI's gesloten administratieve overeenkomsten geen praktische regelingen voor controles achteraf omvatten, hoewel de controle op declaraties van projectkosten is gedelegeerd aan de NFI's;

5.      wijst erop dat, overeenkomstig de door de raad van bestuur van ARTEMIS vastgestelde strategie voor controle achteraf, de gemeenschappelijke onderneming ten minste eenmaal per jaar moet beoordelen of de van de NFI's ontvangen informatie voldoende zekerheid biedt over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgevoerde verrichtingen;

6.      wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming volgens het jaarverslag van de Rekenkamer controleverslagen van de NFI's ontving met betrekking tot ongeveer 46 % van de kosten voor afgeronde projecten; stelt met bezorgdheid vast dat de gemeenschappelijke onderneming de kwaliteit van deze controles niet beoordeelde en dat de gemeenschappelijke onderneming eind maart 2014 van 7 van de 23 NFI's nog geen informatie had ontvangen over de controlestrategieën; wijst er bovendien op dat de gemeenschappelijke onderneming derhalve niet in staat was te beoordelen of de controles achteraf voldoende zekerheid bieden ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;

7.      verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de strategie voor controle achteraf is verbeterd en dat daarnaast een actieplan is ingediend om de tekortkomingen te verhelpen die de Rekenkamer in haar oordeel met beperking heeft vastgesteld; bevestigt de ontvangst van de laatste actualisering van de gemeenschappelijke onderneming met betrekking tot de uitvoering van de controle achteraf in de gemeenschappelijke onderneming; wacht het advies van de Rekenkamer af over de nieuw voorgestelde formule voor de berekening van het geraamde restfoutenpercentage van de verrichtingen van de gemeenschappelijke onderneming; stelt vast dat de uitvoering van het actieplan in 2014 van start is gegaan; kijkt uit naar de succesvolle tenuitvoerlegging van het volledige actieplan en naar het advies van de Rekenkamer over de resultaten ervan; wijst erop dat problemen kunnen ontstaat met betrekking tot de afbakening van de bevoegdheden tussen de NFI's en de gemeenschappelijke onderneming; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een eerste tussentijds evaluatieverslag van de tenuitvoerlegging van het actieplan te overleggen;

8.      verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de oorspronkelijke begroting 2013 vastleggingskredieten omvatte ten belope van 68,9 miljoen EUR en dat de begroting aan het einde van het jaar was gewijzigd, waarmee de vastleggingskredieten waren teruggebracht tot 32,6 miljoen EUR; stelt met bezorgdheid vast dat de bestedingsgraad voor de betalingskredieten na de vermindering slechts 69 % bedroeg, terwijl die voor de operationele vastleggingskredieten 99,4 % bedroeg; wijst erop dat de lage uitvoeringsgraad van de begroting voornamelijk te wijten is aan het langdurige en ingewikkelde proces voor de financiële afsluiting van projecten;

9.      wijst erop dat de totale begroting van de gemeenschappelijke onderneming overeenkomstig de oprichtingsverordening maximaal 410 miljoen EUR bedraagt, ter dekking van de beleidsuitgaven; wijst er verder op dat het huidige bedrag aan vastgelegde kredieten voor de oproepen tot het indienen van voorstellen 201 miljoen EUR beloopt, ofwel 49 % van de totale begroting;

10.    is bezorgd over de gebrekkige informatie met betrekking tot de beoordeling van de bijdragen van de lidstaten en de onderzoeks- en ontwikkelingsorganisaties in verband met het huidige niveau van de betalingen van de Unie; wijst erop dat de bijdrage van de lidstaten volgens de ontvangen informatie onder het niveau van 1,8 ligt, zoals gevraagd in het statuut van de gemeenschappelijke onderneming; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een verslag in te dienen bij de kwijtingsautoriteit inzake de bijdragen van alle leden behalve de Commissie, met inbegrip van de toepassing van de beoordelingsregels, samen met een beoordeling door de Commissie;

Rechtskader

11.    wijst erop dat het nieuwe Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Unie werd vastgesteld op 25 oktober 2012 en in werking trad op 1 januari 2013, maar dat de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van het nieuwe Financieel Reglement pas op 8 februari 2014 in werking is getreden; wijst erop dat wegens de fusie tot de gemeenschappelijke onderneming ECSEL de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming niet werd aangepast aan deze wijzigingen;

12.    neemt kennis van de gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie(17) en het politiek akkoord dat zij vervolgens hebben bereikt over de afzonderlijke door het Parlement op aanbeveling van de Raad te verlenen kwijting voor gemeenschappelijke ondernemingen overeenkomstig artikel 209 van het Financieel Reglement;

13.    verzoekt de Rekenkamer nogmaals een volledige en passende financiële beoordeling te presenteren van de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming voor de periode tot de start van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL;

Interne-controlesystemen

14.    is bezorgd over het feit dat de gemeenschappelijke onderneming geen intern controleorgaan heeft opgericht, zoals vereist in artikel 6, lid 2, van haar oprichtingsverordening; merkt bovendien op dat de taakomschrijving van de dienst Interne audit van de Commissie (DIA) door de raad van bestuur werd goedgekeurd op 25 november 2010, maar dat de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming niet werd gewijzigd om de bepaling uit de kaderverordening ten aanzien van de bevoegdheden van de DIA erin op te nemen;

15.    merkt op dat de IAS in 2013 de adequaatheid en de effectiviteit van het internebeheersingssysteem van ARTEMIS met het oog op het beheer van experts controleerde; stelt vast dat bij de controle werd geconcludeerd dat het bestaande internebeheersingssysteem redelijke zekerheid verschaft over de verwezenlijking van de doelstellingen die zijn geformuleerd door ARTEMIS voor het beheer van experts; merkt daarnaast op dat bij de controle een aantal aanbevelingen werd gedaan over het aannemen van een uitgebreid geheimhoudingsbeleid, over de gevoeligheid van het ambt van programmamedewerker en over de regels voor het verdelen van de werklast voor de evaluatiedeskundigen op afstand;

16.    wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming, samen met de gemeenschappelijke ondernemingen Clean Sky, ENIAC, FCH en IMI, door de IAS is onderworpen aan een IT-risicobeoordeling van de gemeenschappelijke IT-infrastructuur;

17     verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het rampenherstelplan van de gemeenschappelijke onderneming voor de gezamenlijke IT-infrastructuur nog niet is goedgekeurd; wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming op haar eigen niveau maatregelen heeft genomen om met noodsituaties om te gaan;

Belangenconflicten

18.    stelt met grote bezorgdheid vast dat de gemeenschappelijke onderneming geen gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen uit 2014 van de kwijtingsautoriteit en geen omvattend beleid heeft vastgesteld voor het voorkomen van en het omgaan met belangenconflicten; herinnert eraan dat er behoefte is aan een duidelijke definitie van wat beschouwd wordt als een belangenconflict die zowel het financiële als het niet-financiële belang moet omvatten;

19.    dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan voor eind september 2015 te zorgen voor een snelle, volledige en grondige openbaarmaking van cv's en belangenverklaringen van haar directeur en haar leden van de raad van bestuur; dringt tevens aan op de oprichting, voor eind september 2015, van een stelselmatig bijgewerkte databank die alle informatie bevat met betrekking tot belangenconflicten en de vaststelling van een procedure voor het beheren van de conflicten, samen met een mechanisme om inbreuken op het beleid af te handelen;

20.    dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan alomvattende beleidsmaatregelen vast te stellen voor de omgang met belangenconflicten, zoals het weghalen van de betrokken zaak bij de ambtenaar, uitsluiting van de ambtenaar van de besluitvorming in de betrokken zaak, beperkte toegang voor de betrokken ambtenaar tot bepaalde informatie, herdefiniëring van de taken van de ambtenaar, of ontslag van de ambtenaar uit de dienst;

21. roept de gemeenschappelijke onderneming ECSEL op, aangezien de gemeenschappelijk onderneming ARTEMIS in 2014 is gefuseerd, het probleem van het ontbrekende beleid voor het beheer van belangenconflicten op lossen;

Toezicht op en verslaglegging over de onderzoeksresultaten

22.    wijst erop dat met het besluit voor het zevende kaderprogramma(18) een monitoring- en rapportagesysteem werd ingevoerd dat betrekking heeft op de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten; stelt vast dat de gemeenschappelijke onderneming in dit verband procedures heeft ontwikkeld om de bescherming en verspreiding van onderzoeksresultaten in diverse projectuitvoeringsfasen te monitoren; verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat deze procedures verder dienen te worden ontwikkeld om volledig te voldoen aan de bepalingen van het besluit;

23.    stelt vast dat de tweede tussentijdse evaluatie van de Commissie werd uitgevoerd van september 2012 tot februari 2013; hierbij werden de gemeenschappelijke ondernemingen ARTEMIS en ENIAC beoordeeld op het punt van relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en onderzoekskwaliteit; wijst erop dat de evaluatie werd uitgebracht in mei 2013 en enkele aanbevelingen aan de gemeenschappelijke onderneming bevatte; merkt op dat deze aanbevelingen met name betrekking hadden op de efficiëntie van projectbeoordelingen, het beter op elkaar afstemmen van de projectportefeuille en de strategische Europese doelstellingen, en de geschiktheid van de gehanteerde meeteenheden voor het meten van de impact en het succes van de projecten;

24     verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een verslag over de sociaaleconomische voordelen van de reeds voltooide projecten in te dienen bij de kwijtingsautoriteit; dringt erop aan dat dit verslag samen met een beoordeling door de Commissie bij de kwijtingsautoriteit wordt ingediend;

25.    herinnert eraan dat de kwijtingsautoriteit de Rekenkamer reeds eerder heeft verzocht om een bijzonder verslag op te stellen over de capaciteit van de gemeenschappelijke ondernemingen en hun private partners, om zo de toegevoegde waarde en de doelmatige uitvoering van de Europese programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie te waarborgen;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

12

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Fulvio Martusciello, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Marian-Jean Marinescu, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 452 van16.12.204, blz. 8.

(2)

PB C 452 van16.12.204, blz. 9.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

(6)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(7)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(8)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(9)

PB C 452 van16.12.204, blz. 8.

(10)

PB C 452 van16.12.204, blz. 9.

(11)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(12)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(13)

PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

(14)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(15)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(16)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(17)

PB L 163 van 29.5.2014, blz. 21.

(18)

Artikel 7 van Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 6).

Juridische mededeling - Privacybeleid