Procedure : 2014/2135(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0104/2015

Ingediende teksten :

A8-0104/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.56
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0165

VERSLAG     
PDF 163kWORD 76k
31.3.2015
PE 541.307v02-00 A8-0104/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 209,

–       gezien Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC(5),

–       gezien Verordening (EG) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL, en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0104/2015),

1.      stelt zijn besluit om de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 209,

–       gezien Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC(12),

–       gezien Verordening (EG) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL, en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0104/2015),

1.      stelt de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0104/2015),

A. overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC ("de gemeenschappelijke onderneming") op 20 december 2007 voor een periode van 10 jaar is opgericht om een "onderzoeksagenda" vast te stellen en ten uitvoer te leggen voor de ontwikkeling van cruciale competenties voor nano-elektronica op verschillende toepassingsgebieden;

B.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming in juli 2010 financiële autonomie heeft verkregen;

C.  overwegende dat de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, België, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen, Portugal, Zweden en het Verenigd Koninkrijk en Aeneas, de vereniging voor Europese nano-elektronische activiteiten, de oprichtende leden van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC zijn;

D. overwegende dat de maximale EU-bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming voor de periode van 10 jaar 450 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek;

E.  overwegende dat Aeneas een maximale bijdrage van 30 000 0000 EUR aan de bedrijfskosten dient te leveren, terwijl de lidstaten bijdragen in natura voor de bedrijfskosten dienen te leveren alsook financiële bijdragen die ten minste 1,8 maal de EU-bijdrage belopen;

F.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Ondernemingen ARTEMIS en ENIAC fuseerden met het oog op de totstandbrenging van het gemeenschappelijk technologie-initiatief Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (ECSEL JTI), dat in juni 2014 van start is gegaan voor een periode van 10 jaar;

G.  overwegende dat het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2013 is gebaseerd op een beginsel van bedrijfscontinuïteit;

Begrotings- en financieel beheer

1.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2013 heeft verklaard dat de jaarrekening op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  vindt het uiterst zorgelijk dat de Rekenkamer voor het derde achtereenvolgende jaar een verklaring met beperking heeft afgegeven voor de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen die aan deze rekening ten grondslag liggen, op grond van het feit dat het niet mogelijk was te beoordelen of de strategie voor controle achteraf, die voor de controle van de kosten in verband met de projecten grotendeels steunt op de nationale financierende instanties (NFI's), voldoende zekerheid biedt over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen; is van mening dat met de verklaring met beperking de bereidheid van de gemeenschappelijke onderneming in twijfel wordt getrokken om effectief en efficiënt te functioneren volgens het beginsel van een goede prijs-kwaliteitverhouding; dringt er bijgevolg bij de gemeenschappelijke onderneming op aan om in een verslag aan de kwijtingsautoriteit uiteen te zetten met welke strategie zij op korte termijn de bestaande praktijken wil veranderen;

3.  neemt nota van het feit dat de Rekenkamer van mening is dat de beschikbare informatie over de tenuitvoerlegging van de strategie voor controle achteraf van de gemeenschappelijke onderneming niet toereikend was voor de Rekenkamer om te kunnen uitmaken of deze essentiële beheersingsmaatregel doeltreffend functioneert; verzoekt de Rekenkamer nogmaals om de kwijtingsautoriteit via haar onafhankelijke controles een eigen oordeel voor te leggen over de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen die ten grondslag liggen aan de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming;

4.  herinnert eraan dat de gemeenschappelijke onderneming in 2010 een ex post-controlestrategie heeft vastgesteld, die sinds 2011 wordt toegepast; stelt vast dat de controle van de kostendeclaraties voor projecten aan de NFI's van de lidstaten is gedelegeerd; neemt ter kennis dat de ex post-controlestrategie van de gemeenschappelijke onderneming voor de controle van projectkostendeclaraties bouwt op de NFI's;

5.  merkt verder op dat de gemeenschappelijke onderneming in 2012 een beperkte analyse van kostendeclaraties heeft uitgevoerd, waaruit naar voren is gekomen dat het foutenpercentage in het programma minder dan 2 % bedraagt; neemt kennis van het oordeel van de Rekenkamer dat deze verrichting geen controles omvatte en dat hiermee geen zekerheid is verschaft inzake de regelmatigheid van de geanalyseerde kostendeclaraties;

6.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat een actieplan is ingediend om de tekortkomingen te verhelpen die de Rekenkamer in haar oordeel met beperking heeft vastgesteld; bevestigt de ontvangst van de laatste actualisering van de gemeenschappelijke onderneming met betrekking tot de uitvoering van de controle achteraf in de gemeenschappelijke onderneming; wacht het advies van de Rekenkamer af over de voorgestelde nieuwe formule voor de berekening van het geraamde restfoutenpercentage voor de verrichtingen van de gemeenschappelijke onderneming; stelt vast dat de uitvoering van het actieplan in 2014 van start is gegaan; kijkt uit naar de succesvolle tenuitvoerlegging van het volledige actieplan en naar het advies van de Rekenkamer over de resultaten ervan; wijst erop dat problemen kunnen ontstaan met betrekking tot de afbakening van de bevoegdheden tussen de NFI's en de gemeenschappelijke onderneming; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een eerste tussentijds evaluatieverslag over de tenuitvoerlegging van het actieplan in te dienen;

7.  constateert dat in de operationele begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2013 aanvankelijk vastleggingskredieten ter hoogte van 115 600 000 EUR en betalingskredieten ter hoogte van 59 700 000 EUR waren opgenomen; stelt vast dat de raad van bestuur aan het einde van het jaar een gewijzigde begroting aangenomen had waarin de vastleggingskredieten werden verhoogd tot 170 000 000 EUR en de betalingskredieten tot 36 100 000 EUR werden teruggebracht, hetgeen heeft geleid tot een uitvoeringsgraad voor beleidsactiviteiten van 100 % voor de vastleggingskredieten en 95 % voor de betalingskredieten;

8.  is bezorgd over de beperkte beschikbare informatie met betrekking tot de beoordeling van de bijdragen van de lidstaten en van AENEAS in verband met het huidige niveau van de betalingen van de Unie; volgens de ontvangen informatie ligt de bijdrage van de lidstaten onder het niveau van 1,8, waarom in het statuut van de gemeenschappelijke onderneming verzocht wordt; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een verslag in te dienen bij de kwijtingsautoriteit inzake de bijdragen van alle leden behalve de Commissie, met inbegrip van de toepassing van de beoordelingsregels, samen met een beoordeling door de Commissie;

9.  verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een verslag over de sociaaleconomische voordelen van de reeds voltooide projecten in te dienen bij de kwijtingsautoriteit; wenst dat dit verslag samen met een beoordeling door de Commissie bij de kwijtingsautoriteit wordt ingediend;

Internebeheersingssystemen

10. begrijpt dat de dienst Interne audit (IAS) van de Commissie in 2013 een controle heeft verricht naar de toereikendheid en de doeltreffendheid van het subsidiebeheerproces en heeft geconcludeerd dat de bestaande procedures redelijke zekerheid verschaffen; neemt kennis van het feit dat het verslag een aantal aanbevelingen bevat, waarvan de twee belangrijkste met betrekking tot het opzetten van een met documenten gestaafd proces voor het selecteren van deskundigen en de controle over toegangsrechten door de gemeenschappelijke onderneming werden opgevolgd;

11. neemt kennis van het feit dat de gemeenschappelijke onderneming, samen met de Gemeenschappelijke Ondernemingen Clean Sky, Artemis, FCH en IMI, door de IAS is onderworpen aan een IT-risicobeoordeling van de gemeenschappelijke IT-infrastructuur; verneemt uit het verslag dat het IT-beveiligingsbeleid moet worden geformaliseerd en dat gedetailleerde procedures moeten worden opgenomen in toekomstige contracten met IT-dienstverleners;

12. wijst erop dat met het besluit voor het zevende kaderprogramma een monitoring- en rapportagesysteem werd ingevoerd dat betrekking heeft op de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten; stelt vast dat de gemeenschappelijke onderneming in dit verband procedures heeft ontwikkeld om de bescherming en verspreiding van onderzoeksresultaten in diverse projectuitvoeringsfasen te monitoren; verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat deze bewaking verder dient te worden ontwikkeld om volledig te voldoen aan de bepalingen van het besluit;

13. stelt vast dat de tweede tussentijdse evaluatie van de Commissie werd uitgevoerd van september 2012 tot februari 2013; hierbij werden de Gemeenschappelijke Ondernemingen Artemis en ENIAC beoordeeld op het vlak van relevantie, effectiviteit, efficiëntie en onderzoekskwaliteit; wijst erop dat de evaluatie werd uitgebracht in mei 2013 en enkele aanbevelingen aan de gemeenschappelijke onderneming bevatte; herinnert eraan dat de maatregelen betrekking hebben op de efficiëntie van projectbeoordelingen, het beter op elkaar afstemmen van de projectportefeuille en de strategische doelstellingen van de Unie, en het meten van de impact en het succes van de projecten;

Oproepen tot het indienen van voorstellen

14. verneemt dat de laatste twee oproepen tot het indienen van voorstellen in 2013 werden gedaan en dat zij de gemeenschappelijke onderneming in staat stelden de resterende 170 000 000 EUR te gebruiken;

Juridisch kader

15. wijst erop dat het nieuwe Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Unie werd vastgesteld op 25 oktober 2012 en in werking trad op 1 januari 2013, maar dat de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van het nieuwe Financieel Reglement pas op 8 februari 2014 in werking trad; wijst erop dat wegens de fusie tot de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming niet werd aangepast aan deze wijzigingen;

16. neemt kennis van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(15) en het politiek akkoord dat zij vervolgens hebben bereikt over de afzonderlijke kwijting voor gemeenschappelijke ondernemingen overeenkomstig artikel 209 van het Financieel Reglement;

17. verzoekt de Rekenkamer nogmaals een volledige en passende financiële beoordeling te presenteren van de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming voor de periode tot het begin van de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL;

Voorkoming en beheer van belangenconflicten en transparantie

18. erkent dat de gemeenschappelijke onderneming uitgebreide maatregelen heeft ingevoerd ter voorkoming van belangenconflicten en die via haar website heeft bekend gemaakt; maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat verdere verbeteringen moeten worden overwogen, zoals het opzetten van een databank met alle informatie in verband met belangenconflicten.

19. verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de vorderingen met de databank inzake belangenconflicten;

20. brengt in herinnering dat de kwijtingsautoriteit de Rekenkamer eerder heeft verzocht een speciaal verslag op te stellen over de capaciteit van de gemeenschappelijke ondernemingen om, samen met hun partners in de particuliere sector, te zorgen voor toegevoegde waarde en een efficiënte uitvoering van Europese programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

10

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Fulvio Martusciello, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Marian-Jean Marinescu, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 26.

(2)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 27.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(8)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 26.

(9)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 27.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(15)

PB L 163 van 29.5.2014, blz. 21.

Juridische mededeling - Privacybeleid