Procedure : 2013/0442(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0160/2015

Ingediende teksten :

A8-0160/2015

Debatten :

PV 06/10/2015 - 15
CRE 06/10/2015 - 15

Stemmingen :

PV 07/10/2015 - 10.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0339

VERSLAG     ***I
PDF 741kWORD 565k
13.5.2015
PE 546.891v02-00 A8-0160/2015

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties

(COM(2013)0919 – C7‑0003/2014 – 2013/0442(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Andrzej Grzyb

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties

(COM(2013)0919 – C8‑0003/2014 – 2013/0442(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0919),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0003/2014),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–      gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

–      gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 7 oktober 2014(2),

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A8-0160/2015),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Besluit XXX/XXXX van het Europees Parlement en de Raad14 (het actieprogramma) erkent dat emissies van verontreinigende stoffen in de lucht in de afgelopen decennia aanzienlijk zijn verminderd, maar tegelijkertijd is het niveau van luchtverontreiniging in veel delen van Europa nog altijd problematisch hoog en zijn de burgers van de Unie nog altijd blootgesteld aan luchtverontreinigende stoffen die hun gezondheid en welzijn kunnen aantasten. Volgens het actieprogramma hebben ecosystemen nog altijd te lijden onder overmatige afzetting van stikstof en zwavel ten gevolge van emissies door vervoer, niet-duurzame landbouwpraktijken en elektriciteitsproductie.

(1) Besluit XXX/XXXX van het Europees Parlement en de Raad14 (het actieprogramma) erkent dat emissies van verontreinigende stoffen in de lucht in de afgelopen decennia aanzienlijk zijn verminderd, maar tegelijkertijd is het niveau van luchtverontreiniging in veel delen van Europa nog altijd problematisch hoog en zijn de burgers van de Unie nog altijd blootgesteld aan luchtverontreinigende stoffen die hun gezondheid en welzijn kunnen aantasten. Volgens het actieprogramma hebben ecosystemen nog altijd te lijden onder overmatige afzetting van stikstof en zwavel ten gevolge van emissies door vervoer, niet-duurzame landbouwpraktijken en elektriciteitsproductie. De luchtkwaliteit voldoet op veel plaatsen in de Unie nog steeds niet aan de grenswaarden die de Unie zelf heeft vastgesteld, noch aan de doelstellingen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

__________________

__________________

14 Besluit XXX/XXXX van het Europees Parlement en de Raad van … … … inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 “Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet” (PB L… ,… … … , blz. …).

14 Besluit XXX/XXXX van het Europees Parlement en de Raad van … … … inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 “Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet” (PB L… ,… … … , blz. …).

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het stoken van brandstof in kleine stookinstallaties en apparaten kan worden geregeld met handelingen ter uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten15. Het stoken van brandstof in grote stookinstallaties valt onder Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad16 van 7 januari 2013, terwijl Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad17 tot 31 december 2015 van toepassing blijft op grote stookinstallaties die onder artikel 30, lid 2, van Richtlijn 2010/75/EU vallen.

(5) Het stoken van brandstof in kleine stookinstallaties en apparaten kan worden geregeld met handelingen ter uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten15. Er zijn evenwel aanvullende maatregelen nodig onder Richtlijn 2009/125/EG om de resterende wetgevingskloof te dichten. Het stoken van brandstof in grote stookinstallaties valt onder Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad16 van 7 januari 2013, terwijl Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad17 tot 31 december 2015 van toepassing blijft op grote stookinstallaties die onder artikel 30, lid 2, van Richtlijn 2010/75/EU vallen.

__________________

__________________

15 Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz.10).

15 Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz.10).

16 Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

16 Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

17 Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PB L 309 van 27.11.2001, blz. 1).

17 Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PB L 309 van 27.11.2001, blz. 1).

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Deze Richtlijn mag niet van toepassing zijn op energiegerelateerde producten die onder de overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG of hoofdstuk III of IV van Richtlijn 2010/75/EU vastgestelde uitvoeringsmaatregelen vallen. Ook bepaalde andere stookinstallaties zouden op basis van hun technische kenmerken of het gebruik ervan voor specifieke activiteiten van het toepassingsgebied van deze Richtlijn moeten worden vrijgesteld.

(9) Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op middelgrote stookinstallaties die onder hoofdstuk III of IV van Richtlijn 2010/75/EU vallen. Ook bepaalde andere stookinstallaties zouden op basis van hun technische kenmerken of het gebruik ervan voor specifieke activiteiten van het toepassingsgebied van deze Richtlijn moeten worden vrijgesteld.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) De emissiegrenswaarden als bedoeld in bijlage II zijn niet van toepassing op middelgrote stookinstallaties die zich op de Canarische Eilanden, de Franse overzeese gebiedsdelen en de eilandengroep van Madeira en de Azoren bevinden vanwege de technische en logistieke problemen ten gevolge van de geïsoleerde locatie van die installaties. De lidstaten stellen emissiegrenswaarden voor die installaties vast met het oog op het verminderen van de emissies in de lucht en de mogelijke risico's voor de volksgezondheid en het milieu.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter) Deze richtlijn is van toepassing op combinaties die gevormd worden door twee of meer stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 1 MW en minder dan 50 MW, tenzij de combinatie een stookinstallatie is die valt onder hoofdstuk III van Richtlijn 2010/75/EU. Indien meer dan één afzonderlijke stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW in het kader van een belastingsverdelingsregeling op dezelfde plaats wordt geïnstalleerd, dient een dergelijke combinatie voor de toepassing van deze richtlijn beschouwd te worden als één enkele stookinstallatie.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quater) Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn deze richtlijn niet toe te passen op installaties die onder hoofdstuk II van Richtlijn 2010/75/EU vallen voor verontreinigende stoffen waarvoor uit hoofde van deze richtlijn emissiegrenswaarden gelden wanneer die emissiegrenswaarden de waarden als bedoeld in bijlage II bij deze richtlijn niet overschrijden, tenzij het installaties betreft die brandstoffen stoken in raffinaderijen voor minerale olie en gas of terugwinningsketels die bij de productie van pulp worden gebruikt. In die gevallen dienen de lidstaten die installaties op verzoek van de exploitant vrijstelling verlenen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Ten einde de emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes in de lucht te beheersen, mag een middelgrote stookinstallatie alleen worden gebruikt als deze ten minste door de bevoegde autoriteit, op basis van een kennisgeving door de exploitant, is geregistreerd.

(10) Ten einde de emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof in de lucht te beheersen, mag een middelgrote stookinstallatie alleen worden gebruikt als deze ten minste door de bevoegde autoriteit, op basis van een kennisgeving of informatie verstrekt door de exploitant, een vergunning is verstrekt of is geregistreerd.

Amendement   8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) Wanneer voor het verifiëren van de naleving van andere milieuwetgeving reeds controles en inspecties plaatsvinden, dienen de bevoegde autoriteiten voor het verifiëren van de naleving van het bepaalde in deze richtlijn zo veel mogelijk gebruik maken van die mechanismen. Dergelijke mechanismen kunnen bijvoorbeeld de mechanismen omvatten als bedoeld in Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad1a of Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad1b.

 

______________

 

1a Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

 

1b Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).

Amendement   9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Overeenkomstig artikel 193 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) belet deze richtlijn de lidstaten niet om verdergaande beschermingsmaatregelen te handhaven of in te voeren, bijvoorbeeld als dit nodig voor naleving van milieukwaliteitsnormen. Met name moeten de lidstaten in zones waar niet aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan strengere emissiegrenswaarden toepassen, zoals de benchmarkwaarden in bijlage III van deze richtlijn, waardoor ook eco-innovatie in de Unie wordt bevorderd en met name de markttoegang voor kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker wordt gemaakt.

(13) Overeenkomstig artikel 193 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) belet deze richtlijn de lidstaten niet om verdergaande beschermingsmaatregelen te handhaven of in te voeren, bijvoorbeeld als dit nodig voor naleving van milieukwaliteitsnormen. Met name moeten de lidstaten in zones waar niet aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan strengere emissiegrenswaarden overwegen, zoals de benchmarkwaarden in bijlage III van deze richtlijn, waardoor ook eco-innovatie in de Unie wordt bevorderd en met name de markttoegang voor kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker wordt gemaakt. De lidstaten moeten een beoordeling van de mogelijke effecten uitvoeren wanneer zij besluiten dergelijke maatregelen te nemen.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Om de lasten voor de kleine en middelgrote ondernemingen die middelgrote stookinstallaties exploiteren te beperken, moeten de administratieve verplichtingen voor exploitanten wat betreft kennisgeving, monitoring en verslaglegging evenredig zijn en toch doeltreffende controle op de naleving door de bevoegde autoriteiten mogelijk maken.

(15) Om de lasten voor de kleine en middelgrote ondernemingen die middelgrote stookinstallaties exploiteren te beperken, moeten de administratieve verplichtingen voor exploitanten wat betreft kennisgeving, monitoring en verslaglegging evenredig zijn en overlapping voorkomen en toch doeltreffende controle op de naleving door de bevoegde autoriteiten mogelijk maken.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) De Commissie dient binnen een redelijke termijn te beoordelen of de emissiegrenswaarden als bedoeld in bijlage II moeten worden gewijzigd op basis van nieuwere technologieën. De Commissie moet voorts op basis van de monitoring als bedoeld in artikel 6 beoordelen of er specifieke emissiegrenswaarden moeten worden voorgesteld voor andere verontreinigende stoffen, zoals koolstofmonoxide. Met het oog daarop moeten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat die monitoring plaatsvindt.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 ter) De herziening van deze richtlijn dient te geschieden in verhouding tot [Richtlijn .../../EU.*].

 

_____________

 

* PB: gelieve nummer, titel en referentie van COD(2013)0443 in te voegen.

 

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 - alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze richtlijn bevat ook regels voor het monitoren van de emissies van koolmonoxide.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Deze richtlijn is ook van toepassing op een combinatie van nieuwe middelgrote stookinstallaties overeenkomstig artikel 3 bis, met inbegrip van de gevallen waarin het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van een dergelijke combinatie 50 MW of meer is, tenzij deze combinatie een stookinstallatie is die onder hoofdstuk III van Richtlijn 2010/75/EU valt.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) stookinstallaties die vallen onder Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad1a;

 

__________________

 

1a Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PB L 59 van 27.2.1998, blz. 1).

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter a ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a ter) op landbouwbedrijven geïnstalleerde stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van ten hoogste 5 MW, die als brandstof uitsluitend onverwerkte mest van gevogelte gebruiken, zoals bedoeld in artikel 9, onder b), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad1a;

 

__________________

 

1a Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) energiegerelateerde producten die vallen onder de overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG genomen uitvoeringsmaatregelen voor zover deze uitvoeringsmaatregelen emissiegrenswaarden vaststellen voor de in bijlage II bij deze Richtlijn opgesomde verontreinigende stoffen;

Schrappen

Motivering

Vanuit juridisch oogpunt kan het toepassingsgebied van de richtlijn inzake middelgrote stookinstallaties, als wezenlijk onderdeel van de richtlijn zelf, niet door overeenkomstig een andere richtlijn genomen uitvoeringsmaatregelen worden veranderd/beperkt. Indien het toepassingsgebied van de richtlijn inzake middelgrote stookinstallaties niet wordt gewijzigd om er ook installaties met een vermogen van minder dan 1 MW onder te laten vallen, is de vrijstelling niet nodig aangezien de uitvoeringshandelingen bij de ecodesign-richtlijn geen betrekking zullen hebben op installaties met een vermogen van 1 MW of méér.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) stookinstallaties waar de gasvormige producten van het stookproces worden gebruikt voor het direct verwarmen, drogen of anderzijds behandelen van voorwerpen of materialen;

(c) stookinstallaties waar de gasvormige producten van het stookproces worden gebruikt voor het direct verwarmen, drogen of anderzijds behandelen van voorwerpen of materialen, of voor met gas gestookte verwarming voor het verwarmen van binnenruimten ter verbetering van de omstandigheden op de arbeidsplaats;

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis) gasturbines en gas- en dieselmotoren die op offshore-platforms worden gebruikt;

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter f ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f ter) voorzieningen voor het regenereren van bij katalytisch kraken gebruikte katalysatoren;

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 - letter f quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f quater) voorzieningen voor de omzetting van waterstofsulfide in zwavel;

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter f quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f quinquies) reactoren die in de chemische industrie worden gebruikt;

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter f sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f sexies) ondervuringen van cokesovens;

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter f septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f septies) windverhitters;

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Deze richtlijn is niet van toepassing op onderzoeksactiviteiten, ontwikkelingsactiviteiten of testactiviteiten in verband met middelgrote stookinstallaties. De lidstaten kunnen specifieke voorwaarden stellen voor de toepassing van dit lid.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 - lid 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. De emissiegrenswaarden als bedoeld in bijlage II zijn niet van toepassing op middelgrote stookinstallaties die zich op de Canarische Eilanden, de Franse overzeese gebiedsdelen en de eilandengroep van Madeira en de Azoren bevinden. De lidstaten stellen emissiegrenswaarden voor die installaties vast met het oog op het verminderen van de emissies in de lucht en de mogelijke risico's voor de volksgezondheid en het milieu.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4) "stofdeeltjes": in de gasfase onder bemonsteringspuntomstandigheden verstrooide deeltjes van welke vorm, structuur of dichtheid dan ook, die kunnen worden opgevangen door filtering onder specifiek omschreven omstandigheden na representatieve bemonstering van het te analyseren gas en die na drogen onder specifiek omschreven omstandigheden vóór of op het filter achterblijven;

4) "stof": in de gasfase onder bemonsteringspuntomstandigheden verstrooide deeltjes van welke vorm, structuur of dichtheid dan ook, die kunnen worden opgevangen door filtering onder specifiek omschreven omstandigheden na representatieve bemonstering van het te analyseren gas en die na drogen onder specifiek omschreven omstandigheden vóór of op het filter achterblijven;

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6) "bestaande stookinstallatie": een stookinstallatie die vóór [1 jaar na de datum van omzetting] in bedrijf is gesteld;

6) "bestaande stookinstallatie": een stookinstallatie die vóór [12 maanden na de datum van omzetting] in bedrijf is gesteld of waarvoor een vergunning is verleend vóór [6 maanden na de datum van omzetting] uit hoofde van de nationale wetgeving, op voorwaarde dat de installatie uiterlijk [18 maanden na de datum van omzetting] in bedrijf is gesteld;

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

16) "bedrijfsuren": de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende de welke een stookinstallatie emissies in de lucht uitstoot;

16) "bedrijfsuren": de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende welke een stookinstallatie in werking is en emissies in de lucht uitstoot, met uitzondering van de voor de inwerkingstelling en stillegging benodigde tijd;

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 19 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 bis) "klein geïsoleerd systeem": een klein geïsoleerd systeem zoals bedoeld in artikel 26, punt 2, van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad1a;

 

__________________

 

1a Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 19 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 ter) "geïsoleerd microsysteem": een geïsoleerd microsysteem zoals bedoeld in artikel 27, punt 2, van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad1a;

 

__________________

 

1a Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 - alinea 1 - punt 19 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 quater) "belangrijke wijziging": een wijziging van de kenmerken of de exploitatie, of een uitbreiding, van een stookinstallatie die significante negatieve effecten kan hebben op de volksgezondheid of het milieu.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 - alinea 1 - punt 19 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 quinquies) "aardgas": een gasvormige brandstof zoals gedefinieerd in ISO 13686:2013.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Samentellingsregels

 

1. De combinatie van twee of meer nieuwe middelgrote stookinstallaties wordt voor de toepassing van deze richtlijn als één middelgrote stookinstallatie beschouwd en hun nominaal thermisch ingangsvermogen wordt opgeteld voor de berekening van het totale nominaal thermisch vermogen van de installatie, indien:

 

- de rookgassen van die middelgrote stookinstallaties via een gemeenschappelijke schoorsteen worden uitgestoten; of

 

- de rookgassen van die middelgrote stookinstallaties - met inachtneming van technische en economische factoren - volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit via een gemeenschappelijke schoorsteen kunnen worden uitgestoten.

 

2. Voor de berekening van het totale nominaal thermisch ingangsvermogen van een combinatie van twee of meer stookinstallaties worden afzonderlijke stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW buiten beschouwing gelaten, tenzij meerdere middelgrote stookinstallaties voor hetzelfde doel op één locatie worden geïnstalleerd in het kader van een belastingsverdelingsregeling. In dit geval wordt de ten behoeve van belastingsverdeling gevormde combinatie van dergelijke stookinstallaties als één enkele stookinstallatie beschouwd en wordt hun vermogen opgeteld voor de berekening van het totale nominaal thermisch ingangsvermogen, zelfs indien het nominaal thermisch ingangsvermogen van elke afzonderlijke middelgrote stookinstallatie lager is dan 1 MW.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Registratie

Vergunning en registratie

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat middelgrote stookinstallaties alleen worden geëxploiteerd indien ze geregistreerd zijn door de bevoegde autoriteit.

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe middelgrote stookinstallaties worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er met ingang van 1 januari 2020 geen bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 15 MW worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er met ingang van 1 januari 2022 geen bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW en minder dan of gelijk aan 15 MW worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er met ingang van 1 januari 2025 geen bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen minder dan of gelijk aan 5 MW worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De registratieprocedure behelst ten minste een kennisgeving van de exploitant aan de bevoegde autoriteit van de exploitatie van een middelgrote stookinstallatie of van zijn voornemen een middelgrote stookinstallatie te exploiteren.

2. De lidstaten specificeren de vergunnings- en registratieprocedures. De procedures behelzen ten minste een verplichting voor de exploitant om de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van de exploitatie van een middelgrote stookinstallatie of van zijn voornemen een middelgrote stookinstallatie te exploiteren.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De bevoegde autoriteit neemt de middelgrote stookinstallatie binnen één maand na de kennisgeving door de exploitant in het register op en stelt de exploitant daarvan op de hoogte.

4. De bevoegde autoriteit neemt de middelgrote stookinstallatie binnen één maand na de kennisgeving of de informatieverstrekking door de exploitant in het register op of begint de procedure voor de verlening van een vergunning en stelt de exploitant daarvan op de hoogte.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Bestaande middelgrote stookinstallaties mogen worden vrijgesteld van de kennisgevingverplichting als bedoeld in lid 2, op voorwaarde dat alle informatie waarnaar wordt verwezen in lid 3 aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking is gesteld.

Schrappen

Die stookinstallaties moeten uiterlijk [dertien maanden na de datum van omzetting] worden geregistreerd.

 

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Voor elke middelgrote stookinstallatie bevat het register dat wordt bijgehouden door de bevoegde autoriteiten ten minste de in bijlage I genoemde informatie, evenals informatie die is verkregen door toetsing van de monitoringresultaten of door andere controles van de naleving als bedoeld in de artikelen 7 en 8.

6. De bevoegde autoriteiten houden een publiekelijk toegankelijk register bij van de middelgrote stookinstallaties, dat ten minste de in bijlage I genoemde informatie bevat, evenals informatie die is verkregen door toetsing van de monitoringresultaten of door andere controles van de naleving als bedoeld in de artikelen 7 en 8 en informatie die is verkregen met betrekking tot de in middelgrote stookinstallaties aangebrachte wijzigingen in de zin van artikel 9.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 - lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis. Een verleende vergunning of registratie uit hoofde van andere nationale of Uniewetgeving kan worden gecombineerd met de overeenkomstig lid 1 vereiste vergunning of registratie tot één vergunning of registratie, op voorwaarde dat de vergunning of registratie de op basis van dit artikel vereiste informatie bevat.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 - lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De lidstaten kunnen middelgrote stookinstallaties die deel uitmaken van een onder hoofdstuk II van Richtlijn 2010/75/EU vallende installatie vrijstelling verlenen van de verplichting tot naleving van de emissiegrenswaarden van bijlage II en het bepaalde in artikel 6 van deze richtlijn voor die verontreinigende stoffen waarvoor emissiegrenswaarden van toepassing zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 5, en artikel 15, lid 3, van Richtlijn 2010/75/EU voor die installaties indien deze emissiegrenswaarden niet hoger zijn dan de in bijlage II van deze richtlijn vermelde grenswaarden.

 

In het geval van stookinstallaties die brandstoffen stoken in raffinaderijen voor minerale olie en gas of terugwinningsketels die bij de productie van pulp worden gebruikt, verlenen de lidstaten middelgrote stookinstallaties die deel uitmaken van een onder hoofdstuk II van Richtlijn 2010/75/EU vallende installatie, op verzoek van de exploitant, vrijstelling van de verplichting tot naleving van de emissiegrenswaarden van bijlage II en het bepaalde in artikel 6 van deze richtlijn voor die verontreinigende stoffen waarvoor emissiegrenswaarden van toepassing zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 5, en artikel 15, lid 3, van Richtlijn 2010/75/EU voor die installaties.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vanaf 1 januari 2025 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Vanaf 1 januari 2020 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 15 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Vanaf 1 januari 2022 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW en kleiner of gelijk aan 15 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vanaf 1 januari 2030 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner of gelijk aan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Vanaf 1 januari 2027 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner of gelijk aan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten mogen bestaande middelgrote stookinstallaties die onderdeel van SIS en MIS uitmaken vanaf de data in alinea 1, respectievelijk alinea 2, respectievelijk alinea 3 van lid 2 van dit artikel, maar ten laatste in 2030, voor maximaal jaar vrijstelling verlenen van de verplichting tot naleving van de emissiegrenswaarden in deel 1 van bijlage II, onverminderd bestaande internationale verplichtingen.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij wijze van uitzondering op het bepaalde in lid 1 en onverminderd de milieu- en luchtkwaliteitsnormen mogen de bevoegde autoriteiten, in specifieke situaties en voor maximaal vijf jaar vanaf de datum van naleving van de emissiegrenswaarden van bijlage II, maar ten laatste in 2030, minder strenge emissiegrenswaarden vaststellen, mits ten minste 50% van de nuttige warmteproductie van de installatie, als een voortschrijdend gemiddelde over een periode van vijf jaar, in de vorm van stoom of warm water geleverd wordt aan een publiek netwerk voor stadsverwarming, of dat de installatie voornamelijk gestookt wordt met biomassa. Een dergelijke afwijking is enkel toegestaan indien uit een beoordeling blijkt dat het halen van de in bijlage II vermelde emissieniveaus zou leiden tot buitensporig hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen, dit als gevolg van:

 

(a) de geografische ligging of de plaatselijke milieuomstandigheden van de betrokken installatie; of

 

(b) de technische kenmerken van de betrokken installatie.

 

De maximale emissiegrenswaarde als vastgesteld door de bevoegde autoriteiten bedraagt 1100 mg/Nm3voor zwaveldioxide en 150 mg/Nm³ voor stof.

 

De bevoegde autoriteit waarborgt hoe dan ook dat er geen aanzienlijke verontreiniging wordt veroorzaakt en dat een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel wordt bereikt.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten mogen bestaande middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 500 bedrijfsuren per jaar in bedrijf zijn vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in deel 1 van bijlage II. In dat geval geldt voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stofdeeltjes van 200 mg/Nm³.

De lidstaten mogen bestaande middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 500 bedrijfsuren in bedrijf zijn, als voortschrijdend gemiddelde over een periode van vijf jaar, in noodgevallen of indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die het gebruik van deze middelgrote stookinstallaties noodzakelijk maken, vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in deel 1 van bijlage II . De lidstaten mogen het aantal bedrijfsuren in de onderstaande gevallen uitbreiden tot 800:

 

- voor noodstroomvoorziening op onderling verbonden eilanden indien de hoofdstroomvoorziening naar het eiland uitvalt;

 

-middelgrote stookinstallaties die voor warmteproductie worden gebruikt in buitengewoon koude weersomstandigheden.

 

In dat geval geldt voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stof van 200 mg/Nm³.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vanaf [1 jaar na de datum van omzetting] mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door een nieuwe middelgrote stookinstallatie de in deel 2 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Vanaf [12 maanden na de datum van omzetting] mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door een nieuwe middelgrote stookinstallatie de in deel 2 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Lidstaten mogen nieuwe middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 500 uren per jaar in bedrijf zijn vrijstellen van naleving van de in deel 2 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden. In dat geval geldt voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stofdeeltjes van 100 mg/Nm³.

Lidstaten mogen nieuwe middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 500 uur per jaar in bedrijf zijn, als voortschrijdend gemiddelde over een periode van drie jaar, in noodgevallen die het gebruik van die middelgrote stookinstallaties noodzakelijk maken, vrijstellen van naleving van de in deel 2 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden. In dat geval geldt voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stof van 100 mg/Nm³.

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 - lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In zones waar niet aan de in Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde EU-grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan, passen lidstaten voor individuele middelgrote stookinstallaties in die zones emissiegrenswaarden toe die zijn gebaseerd op de in bijlage III vastgestelde benchmarkwaarden of op door de lidstaten vastgestelde strengere waarden, tenzij aan de Commissie wordt aangetoond dat het toepassen van dergelijke emissiegrenswaarden tot onevenredige kosten zou leiden en dat er in de op grond van artikel 23 van Richtlijn 2008/50/EG vereiste luchtkwaliteitsplannen andere maatregelen zijn opgenomen die de naleving van de grenswaarden voor luchtkwaliteit waarborgen.

4. In zones waar niet aan de in Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde EU-grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan, beoordelen lidstaten de noodzaak om voor individuele middelgrote stookinstallaties in die zones strengere emissiegrenswaarden toe te passen die zijn gebaseerd op de in bijlage III vastgestelde benchmarkwaarden.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Energie-efficiëntie

 

1. De lidstaten nemen maatregelen om toenemende energie-efficiëntie van middelgrote stookinstallaties te bevorderen.

 

2. Vóór 31 december 2016 beoordeelt de Commissie de minimumnormen inzake energie-efficiëntie voor middelgrote stookinstallaties overeenkomstig de beste beschikbare technieken.

 

3. De Commissie meldt de resultaten van die beoordeling aan het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel, waarin de efficiëntieprestatieniveaus voor nieuwe middelgrote stookinstallaties worden vastgesteld die met ingang van 1 januari 2020 van kracht worden.

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 - lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zetten een systeem van milieu-inspecties van middelgrote stookinstallaties op of leggen andere maatregelen ten uitvoer om naleving van de eisen van deze richtlijn te controleren.

1. De lidstaten zetten een doeltreffend systeem op, bestaand uit hetzij milieu-inspecties, hetzij andere maatregelen, om naleving van de eisen van deze richtlijn te controleren.

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 - lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Indien er reeds audits en inspecties worden uitgevoerd om de naleving van andere emissiebeperkende wetgeving van de EU te controleren, mogen de lidstaten van die audits en inspecties gebruikmaken voor het controleren van de naleving van deze richtlijn.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 - lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de perioden voor het opstarten en stilleggen van de middelgrote stookinstallaties en van eventuele storingen zo kort mogelijk worden gehouden. Ingeval van storing of het uitvallen van secundaire emissiebeperkende apparatuur stelt de exploitant de bevoegde autoriteit onmiddellijk op de hoogte.

3. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de exploitanten de perioden voor het opstarten en stilleggen van de middelgrote stookinstallaties en van eventuele storingen zo kort mogelijk gehouden. Ingeval van storing of het uitvallen van secundaire emissiebeperkende apparatuur stelt de exploitant de bevoegde autoriteit onmiddellijk op de hoogte.

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 - lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Gevallen van niet-naleving worden zo snel mogelijk door de exploitant aan de bevoegde autoriteit medegedeeld in een door de lidstaten te bepalen vorm.

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 - lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Indien aan niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zien de lidstaten erop toe dat:

4. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zien de lidstaten erop toe dat de exploitant door de bevoegde autoriteit wordt verplicht de noodzakelijke maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat zonder onnodige vertraging weer aan de voorwaarden wordt voldaan.

a) de exploitant de bevoegde autoriteit onmiddellijk op de hoogte stelt;

 

b) de exploitant onmiddellijk de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat op een zo kort mogelijke termijn weer aan de voorwaarden wordt voldaan;

 

c) de bevoegde autoriteit de exploitant verplicht alle passende aanvullende maatregelen te nemen die volgens de bevoegde autoriteit nodig zijn om ervoor te zorgen dat weer aan de voorwaarden wordt voldaan.

 

Indien er niet voor kan worden gezorgd dat alsnog aan de voorwaarden wordt voldaan, schort de bevoegde autoriteit de exploitatie van de installatie op en trekt zij de registratie in.

Indien er niet voor kan worden gezorgd dat alsnog aan de voorwaarden wordt voldaan, schort de bevoegde autoriteit de exploitatie van de installatie op en trekt zij de vergunning of de registratie in.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 - lid 2 - letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) onverminderd artikel 4, lid 5, het bewijs van kennisgeving aan de bevoegde autoriteit;

Schrappen

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 - lid 2 - letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) het bewijs van registratie door de bevoegde autoriteit;

b) de vergunning of het bewijs van registratie door de bevoegde autoriteit;

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 - lid 2 - letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) in voorkomend geval het verslag over het aantal bedrijfsuren als bedoeld in artikel 5, lid 2, tweede alinea.

d) in voorkomend geval het verslag over het aantal bedrijfsuren als bedoeld in artikel 5, lid 2, derde alinea, en artikel 5, lid 3, tweede alinea;

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 - lid 2 - letter e bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis) een overzicht van de gevallen waarin niet aan de voorwaarden wordt voldaan en van de getroffen maatregelen in de zin van artikel 7, lid 4;

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 - lid 2 - letter e ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter) de in artikel 9 bedoelde documenten.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 - lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De in lid 2 genoemde gegevens worden beschikbaar gesteld aan de lokale en regionale autoriteiten van het gebied waar de middelgrote stookinstallatie is gevestigd.

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 - lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De exploitant stelt de bevoegde autoriteit op de hoogte van elke in de middelgrote stookinstallatie door te voeren geplande verandering die de toepasselijke emissiegrenswaarden zou beïnvloeden. Die kennisgeving moet ten minste één maand voor het doorvoeren van de verandering worden gedaan.

1. De exploitant informeert de bevoegde autoriteit over elke in de middelgrote stookinstallatie door te voeren geplande verandering die de toepasselijke emissiegrenswaarden zou beïnvloeden. Die informatie moet ten minste één maand voor het doorvoeren van de verandering worden verstrekt.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 - lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Na kennisgeving door de exploitant overeenkomstig lid 1 neemt de bevoegde autoriteit de betreffende verandering binnen één maand op in het register.

 

2. Na ontvangst van de informatie van de exploitant overeenkomstig lid 1 past de bevoegde autoriteit indien nodig de vergunning of de registratie binnen drie maanden aan en stelt zij de exploitant daarvan in kennis.

Motivering

De bevoegde autoriteit moet de mogelijkheid hebben om de vergunning of de registratie van de installatie aan te passen aan de hand van de gevolgen die een verandering kan hebben voor de luchtkwaliteit en de toepasselijke emissiegrenswaarden.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 - lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Bij een belangrijke wijziging, als gedefinieerd in punt 19a van artikel 3, lid 1, in een bestaande middelgrote stookinstallatie, past de bevoegde autoriteit de vergunning of registratie aan, waarbij de installatie als nieuwe stookinstallatie wordt aangemerkt, en stelt zij de exploitant daarvan in kennis.

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 - alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat het register van middelgrote stookinstallaties voor het algemene publiek toegankelijk is, onder meer via internet.

Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat het in artikel 4, lid 6, bedoelde register van middelgrote stookinstallaties voor het algemene publiek toegankelijk is, onder meer via internet.

__________________

__________________

24 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

24 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 - lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten doen uiterlijk [2 jaar na de datum van omzetting] aan de Commissie een verslag toekomen met de in bijlage I genoemde gegevens, met een raming van de totale jaarlijkse emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door deze installaties, ingedeeld naar brandstoftype en capaciteitsklasse.

1. De lidstaten doen uiterlijk op 31 december 2024 aan de Commissie een verslag toekomen met de in bijlage I genoemde gegevens, met een raming van de totale jaarlijkse emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door middelgrote stookinstallaties, ingedeeld naar installatietype, brandstoftype en capaciteitsklasse.

Motivering

De langere termijn is gerechtvaardigd wegens de mogelijke invoering van een vergunningstelsel, dat ingewikkelder is dan een registratie.

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 - lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De lidstaten doen de Commissie in het hierboven bedoelde verslag ook een raming toekomen van de totale jaarlijkse emissie van koolstofmonoxide door deze installaties, ingedeeld naar brandstoftype en capaciteitsklasse.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten sturen de Commissie uiterlijk 1 oktober 2026 en 1 oktober 2031 een tweede en derde verslag met een geactualiseerde versie van de in lid 1 bedoelde gegevens.

De lidstaten sturen de Commissie uiterlijk 1 oktober 2029 en 1 oktober 2034 een tweede en derde verslag met een geactualiseerde versie van de in de leden 1 en 1 bis bedoelde gegevens.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De volgens de eerste alinea opgestelde verslagen bevatten kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, de maatregelen die zijn getroffen om te controleren of de exploitatie van middelgrote stookinstallaties aan deze richtlijn voldoet en de eventueel in het kader daarvan getroffen handhavingsmaatregelen.

De volgens de leden 1en 1 bis en de eerste alinea van dit lid opgestelde verslagen bevatten kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, de maatregelen die zijn getroffen om te controleren of de exploitatie van middelgrote stookinstallaties aan deze richtlijn voldoet en de eventueel in het kader daarvan getroffen handhavingsmaatregelen.

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 - lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Het tweede beknopte verslag van de Commissie moet de tenuitvoerlegging van deze richtlijn toetsen, met name wat betreft de noodzaak de in bijlage III opgenomen benchmarkwaarden als emissiegrenswaarden voor de hele Unie vast te stellen en dient in voorkomend geval gepaard te gaan van een wetgevingsvoorstel.

Schrappen

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Herziening

 

1. De Commissie herziet de emissiegrenswaarden voor nieuwe middelgrote stookinstallaties ten laatste op 31 december 2025, met uitzondering van de emissiegrenswaarden voor stikstofoxide, die ten laatste op 31 december 2021 worden herzien. De emissiegrenswaarden voor nieuwe en bestaande middelgrote stookinstallaties worden ten laatste op 31 december 2030 herzien. Daarna vindt om de tien jaar een herziening plaats. Bij de herziening wordt rekening gehouden met de beste beschikbare technologieën en, indien mogelijk, met de in het kader van de monitoring zoals bedoeld in artikel 6 verzamelde gegevens.

 

2. De Commissie beoordeelt of regelgeving nodig is voor de emissies van koolstofmonoxide van middelgrote stookinstallaties.

 

3. De Commissie deelt de resultaten van deze herziening mee aan het Europees Parlement en de Raad, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Motivering

Bij dergelijke lange periodes is het belangrijk de richtlijn regelmatig te evalueren in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen.

Amendement  77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 - lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [de datum van inwerkingtreding]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk vier maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

2. De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [de datum van inwerkingtreding]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie en doet dit verslag toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk vier maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [1,5 jaar na de inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst van die bepalingen mede.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [18 maanden na de inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst van die bepalingen mede.

Amendement  79

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8. Ingeval gebruik wordt gemaakt van artikel 5, lid 2, tweede alinea, een door de exploitant ondertekende verklaring dat hij de installatie niet meer dan 300 uur per jaar zal exploiteren;

8. Ingeval gebruik wordt gemaakt van artikel 5, lid 2, derde alinea of artikel 5, lid 3, tweede alinea, een door de exploitant ondertekende verklaring dat hij de installatie niet meer dan het in die alinea's bedoelde aantal uren zal exploiteren;

Amendement  80

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV - titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Emissiemonitoring

Emissiemonitoring en beoordeling van de naleving

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV – deel 1 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deel 1 - Monitoringmethoden

1. Periodieke metingen van SO2, NOx en stofdeeltjes moeten ten minste om de drie jaar worden verricht voor middelgrote stookinstallaties waarvan het nominaal thermisch vermogen groter is dan 1 MW en kleiner is dan 20 MW en ten minste elk jaar voor middelgrote stookinstallaties waarvan het nominaal thermisch vermogen 20 MW of meer maar minder dan 50 MW bedraagt.

1. Periodieke metingen van SO2, NOx en stof moeten ten minste

 

- om de drie jaar worden verricht voor middelgrote stookinstallaties waarvan het nominaal thermisch vermogen groter is dan 1 MW en kleiner is dan 5 MW,

 

- om de twee jaar worden verricht voor middelgrote stookinstallaties waarvan het nominaal thermisch vermogen groter is dan 5 MW en kleiner is dan 15 MW,

 

- elk jaar worden verricht voor middelgrote stookinstallaties waarvan het nominaal thermisch vermogen groter of gelijk is dan 15 MW.

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV - deel 1 - punt 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Er hoeven alleen metingen worden verricht van verontreinigende stoffen waarvoor een emissiegrenswaarde is vastgesteld in bijlage II voor de betreffende installatie.

2. De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat er ook metingen worden verricht van koolstofmonoxide (CO).

Amendement  83

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV - deel 1 - punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De eerste metingen worden verricht binnen drie maanden na de registratie van de installatie.

3. De eerste metingen worden verricht binnen drie maanden na de registratie van of de vergunningverlening aan de installatie.

Amendement  84

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV - deel 1 - punt 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Als alternatief voor de in punt 1 bedoelde periodieke metingen kunnen de lidstaten eisen dat er continumetingen worden verricht.

 

In het geval van continumetingen worden de geautomatiseerde meetsystemen ten minste eenmaal per jaar met behulp van volgens de referentiemethoden uitgevoerde parallelmetingen gecontroleerd, en stelt de exploitant de bevoegde autoriteit in kennis van de resultaten van deze controles.

Amendement  85

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV - deel 1 - punt 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Steekproeven en analyses van verontreinigende stoffen en metingen van procesparameters alsmede van alternatieven die worden gebruikt als bedoeld in punt 4, worden verricht overeenkomstig de CEN-normen. Indien er geen CEN-normen bestaan, moeten ISO-normen, nationale normen of andere internationale normen worden toegepast die verstrekking van gegevens van gelijkwaardige wetenschappelijke kwaliteit waarborgen.

5. Steekproeven en analyses van verontreinigende stoffen en metingen van procesparameters alsmede van alternatieven die worden gebruikt als bedoeld in punt 4, worden verricht overeenkomstig de CEN-normen. Tijdens de meting werkt de installatie onder stabiele condities met een representatieve gelijke belasting. Opstart- en stilleggingsperioden worden buiten beschouwing gelaten. Indien er geen CEN-normen bestaan, moeten ISO-normen, nationale normen of andere internationale normen worden toegepast die verstrekking van gegevens van gelijkwaardige wetenschappelijke kwaliteit waarborgen.

Amendement  86

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV - deel 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deel 1 bis - Beoordeling van de naleving

 

1. In het geval van periodieke metingen worden de in artikel 5 bedoelde emissiegrenswaarden geacht te zijn nageleefd indien de resultaten van elk van de meetcycli of van andere procedures die overeenkomstig de door de bevoegde autoriteiten vastgelegde regels zijn bepaald en vastgesteld, de betrokken emissiegrenswaarde niet overschrijden.

 

2. In het geval van continumetingen wordt de naleving van de in artikel 5 bedoelde emissiegrenswaarden getoetst volgens de procedure van Richtlijn 2010/75/EU, bijlage V, deel 4, punt 1.

 

De gevalideerde gemiddelden worden bepaald overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU, bijlage V, deel 3, punten 9 en 10.

 

Voor de berekening van de gemiddelde emissiewaarden worden de waarden die zijn gemeten gedurende de in artikel 5, leden 6 en 7, bedoelde perioden en gedurende de inwerkingstelling en de stillegging, buiten beschouwing gelaten.

(1)

PB C 451 van 16.12.2014, blz. 134.

(2)

PB C 415 van 20.11.2014, blz. 23.


TOELICHTING

Er zijn ongeveer 150 000 middelgrote stookinstallaties in de EU, de meeste daarvan met een nominaal thermisch ingangsvermogen van tussen de 1 en 50 MW. Ze worden gebruikt voor een groot aantal uiteenlopende toepassingen (waaronder het opwekken van elektriciteit, het verwarmen en koelen van woonhuizen en het leveren van warmte/stoom voor industriële processen enz.) en zijn een belangrijke bron van emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof. Terwijl kleine stookinstallaties onder Richtlijn 2009/125/EG (ecodesign) kunnen vallen en grote stookinstallaties onder Richtlijn 2010/75/EU (industriële emissies), bestaat er op het niveau van de EU geen regelgeving voor de emissies van luchtverontreinigende stoffen van middelgrote stookinstallaties.

Het voorstel van de Commissie richt zich dan ook op die categorie van stookinstallaties. Het voorstel wil een bijdrage leveren aan het significant reduceren van de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door middel van het vaststellen van emissiegrenswaarden voor nieuwe en bestaande installaties, in combinatie met een eenvoudige registratieregeling, waarmee een flink deel van de verplichtingen voor de lidstaten om hun emissies terug te dringen kan worden 'ingevuld' en 'trade-offs' tussen luchtkwaliteit en een groter gebruik van biomassa kunnen worden vermeden, die tot een grotere luchtverontreiniging zouden kunnen leiden.

In overeenstemming met het beginsel van betere regelgeving beoogt dit ontwerpverslag regelgevingsoverlapping en buitensporige administratieve rompslomp te voorkomen, zonder uiteraard het oorspronkelijk voorstel aan te tasten.

Tegen deze achtergrond is het toepassingsgebied van de richtlijn (artikel 2) gewijzigd ter verduidelijking van de respectieve toepassing van het voorstel voor een richtlijn en het bestaan acquis, in het bijzonder, maar niet uitsluitend, voor wat betreft de richtlijn industriële emissies (2010/75/EU). Er zijn ook nog andere verduidelijkingen aangebracht met het ook op regelgevingsconsistentie met de bedoelde richtlijn inzake industriële emissies.

Rapporteur is van oordeel dat de voorgestelde wijzigingen de kans op een realistische tenuitvoerlegging van de richtlijn vergroten, zodat zij een belangrijk instrument voor de verbetering van de luchtkwaliteit in de EU kan zijn, zonder ongerechtvaardigde lasten op te leggen aan de samenleving en de economie.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (23.4.2015)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties

(COM(2013)0919 – C7‑0003/2014 – 2013/0442(COD))

Rapporteur voor advies: Fredrick Federley

BEKNOPTE MOTIVERING

Achtergrond

Luchtverontreiniging is een daadwerkelijk grensoverschrijdend probleem en een aanzienlijk deel van de luchtverontreiniging in een groot aantal lidstaten is afkomstig van buurlanden. Er moet derhalve op EU-niveau actie worden ondernomen teneinde een coherent, ambitieus kader voor de aanpak van emissies tot stand te brengen.

Het voorstel van de Commissie is erop gericht een belangrijke lacune in de huidige EU-wetgeving te dichten. Kleine nieuwe stookinstallaties worden al gereguleerd door bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten. Ondertussen vallen grote stookinstallaties onder Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies en Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (tot 31 december 2015).

Momenteel is er echter geen specifieke regeling op EU-niveau voor emissies van luchtverontreinigende stoffen door middelgrote stookinstallaties (installaties met een nominaal thermisch vermogen tussen 1 en 50 MW) en de rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie om deze lacune op te vullen teneinde een coherenter regelgevingsklimaat te scheppen.

Het voorstel is om verscheidende redenen van belang. Om te beginnen leidt luchtverontreiniging volgens de effectbeoordeling van de Commissie naar schatting tot meer dan 400 000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar en ziektekosten van maximaal 940 miljard euro. Luchtverontreiniging heeft tevens een aanzienlijk effect op het milieu, daar 62 % van het grondgebied van de EU te maken heeft met eutrofiëring, alsook op de economie, gezien de 15 miljard euro aan verloren werkdagen, 4 miljard euro kosten voor gezondheidszorg, 3 miljard euro verloren oogstopbrengsten en 1 miljard euro schade aan gebouwen. Ten tweede kan de beperking van de emissies van middelgrote stookinstallaties bijdragen aan het verwezenlijken van de EU-doelstellingen op het gebied van klimaat en energie, het beperken van broeikasgassen, het verbeteren van de energie-efficiëntie en het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen. Door nu actie te ondernemen en de huidige lacune in de regelgeving te dichten, kunnen we duidelijke signalen uitzenden voor investeringen en meer stimulansen creëren voor onderzoek naar en innovatie in baanbrekende technologieën. Op deze manier zullen Europese bedrijven in staat worden gesteld een leidende rol te vervullen op het gebied van groene innovatie, met een enorm potentieel op de exportmarkten. Zo kost alleen luchtverontreiniging China jaarlijks 12 tot 13 % van het bbp.

Door de rapporteur voorgestelde verduidelijkingen en wijzigingen

Een aantal punten met betrekking tot het Commissievoorstel moet echter worden verduidelijkt en verbeterd. De rapporteur heeft de volgende hoofdpunten vastgesteld.

Samenhang met bestaande wetgeving

Het regelgevingskader moet coherent zijn en het risico op dubbele regelgeving moet worden vermeden. Met name het verband tussen het huidige voorstel en de reeds van kracht zijnde richtlijn inzake industriële emissies moet worden verduidelijkt.

Kmo-perspectief

Aangezien 75 % van de middelgrote stookinstallaties door kmo's wordt geëxploiteerd, dient te worden vermeden dat er buitensporige administratieve lasten worden opgelegd. Kmo's beschikken niet over de administratieve capaciteit van grotere bedrijven en in diverse delen van zowel het huidige voorstel als het standpunt van de Raad ontbreekt dit perspectief.

Kosteneffectiviteit

Het is beslist nodig een juist evenwicht te vinden tussen de kosten voor bedrijven en milieu- en gezondheidsvoordelen. Hoewel het duidelijk is dat emissiegrenswaarden noodzakelijk zijn, moeten deze wel evenredig zijn en in de praktijk kunnen werken. Tegelijkertijd is de rapporteur van mening dat er veel te zeggen is voor een ambitieus kader.

Flexibiliteit

In het voorstel van de Commissie wordt reeds onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande installaties. Er is echter ruimte om de flexibiliteit te vergroten voor de kleinste bestaande installaties tot 5 MW, waarvoor de kosten relatief hoog kunnen zijn.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het stoken van brandstof in kleine stookinstallaties en apparaten kan worden geregeld met handelingen ter uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten15. Het stoken van brandstof in grote stookinstallaties valt onder Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad16 van 7 januari 2013, terwijl Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad17 tot 31 december 2015 van toepassing blijft op grote stookinstallaties die onder artikel 30, lid 2, van Richtlijn 2010/75/EU vallen.

(5) Het stoken van brandstof in kleine stookinstallaties en apparaten kan worden geregeld met handelingen ter uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad15. Er zijn echter verdere maatregelen nodig voor Richtlijn 2009/125/EG om de resterende lacune in de wetgeving te dichten. Het stoken van brandstof in grote stookinstallaties valt onder Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad16 van 7 januari 2013, terwijl Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad17 tot 31 december 2015 van toepassing blijft op grote stookinstallaties die onder artikel 30, lid 2, van Richtlijn 2010/75/EU vallen.

__________________

__________________

15Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).

15Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).

16Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

16Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

17Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PB L 309 van 27.11.2001, blz. 1).

17Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PB L 309 van 27.11.2001, blz. 1).

Motivering

De lacune in de wetgeving tussen de richtlijn ecologisch ontwerp en deze richtlijn moet worden aangepakt in de richtlijn ecologisch ontwerp, zoals voorgesteld in het standpunt van de Raad.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Deze Richtlijn mag niet van toepassing zijn op energiegerelateerde producten die onder de overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG of hoofdstuk III of IV van Richtlijn 2010/75/EU vastgestelde uitvoeringsmaatregelen vallen. Ook bepaalde andere stookinstallaties zouden op basis van hun technische kenmerken of het gebruik ervan voor specifieke activiteiten van het toepassingsgebied van deze Richtlijn moeten worden vrijgesteld.

(9) Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op stookinstallaties die onder de overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG of Richtlijn 2010/75/EU vastgestelde uitvoeringsmaatregelen vallen. Ook bepaalde andere stookinstallaties zouden op basis van hun technische kenmerken of het gebruik ervan voor specifieke activiteiten van het toepassingsgebied van deze Richtlijn moeten worden vrijgesteld. Geen enkele stookinstallatie mag aan dubbele regelgeving worden onderworpen. Indien nodig moet de Commissie met verhelderende richtsnoeren komen.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Gezien de locatie en de technische en logistieke problemen die daarmee gepaard gaan, is het voor Spanje wat de Canarische Eilanden betreft, voor Frankrijk wat de Franse overzeese departementen betreft, en voor Portugal wat de archipels van Madeira en de Azoren betreft, beter dat die lidstaten zelf de grenswaarden vaststellen voor de emissies van middelgrote stookinstallaties binnen deze gebieden, zonder die installaties te onderwerpen aan de in de gehele Unie geldende minimumeisen.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Ten einde de emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes in de lucht te beheersen, mag een middelgrote stookinstallatie alleen worden gebruikt als deze ten minste door de bevoegde autoriteit, op basis van een kennisgeving door de exploitant, is geregistreerd.

(10) Teneinde de emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes in de lucht te beheersen, mag een middelgrote stookinstallatie alleen worden gebruikt als deze ten minste door de bevoegde autoriteit, op basis van een kennisgeving door de exploitant, is geregistreerd of als die autoriteit aan die installatie een vergunning heeft verstrekt.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) stookinstallaties die vallen onder hoofdstuk III of hoofdstuk IV van Richtlijn 2010/75/EU;

(a) stookinstallaties die vallen onder Richtlijn 2010/75/EU;

Motivering

Teneinde dubbele regelgeving te voorkomen, dienen installaties die onder Richtlijn 2010/75/EU vallen niet onder deze richtlijn te vallen.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2– letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) energiegerelateerde producten die vallen onder de overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG genomen uitvoeringsmaatregelen voor zover deze uitvoeringsmaatregelen emissiegrenswaarden vaststellen voor de in bijlage II bij deze Richtlijn opgesomde verontreinigende stoffen;

(b) stookinstallaties die vallen onder de overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG genomen uitvoeringsmaatregelen voor zover deze uitvoeringsmaatregelen emissiegrenswaarden vaststellen voor de in bijlage II bij deze Richtlijn opgesomde verontreinigende stoffen;

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) stookinstallaties waar de gasvormige producten van het stookproces worden gebruikt voor het direct verwarmen, drogen of anderzijds behandelen van voorwerpen of materialen;

(c) stookinstallaties waar de producten van het stookproces worden gebruikt voor het direct verwarmen, drogen of anderzijds behandelen van voorwerpen of materialen, zoals smeltovens, herverhittingsovens en ovens voor warmtebehandeling;

Motivering

Met het oog op de rechtszekerheid dient dezelfde formulering te worden gebruikt als in artikel 28, onder a), van Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis) terugwinningsinstallaties in installaties voor de productie van pulp;

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter f ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f ter) stookinstallaties die raffinaderijbrandstof stoken, alleen of in combinatie met andere brandstoffen voor de productie van energie in mineraleolie- en gasraffinaderijen;

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Deze richtlijn is niet van toepassing op onderzoeksactiviteiten, ontwikkelingsactiviteiten of het testen van activiteiten in verband met middelgrote stookinstallaties. De lidstaten kunnen specifieke voorwaarden stellen voor de toepassing van dit lid.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) "stofdeeltjes": in de gasfase onder bemonsteringspuntomstandigheden verstrooide deeltjes van welke vorm, structuur of dichtheid dan ook, die kunnen worden opgevangen door filtering onder specifiek omschreven omstandigheden na representatieve bemonstering van het te analyseren gas en die na drogen onder specifiek omschreven omstandigheden vóór of op het filter achterblijven;

(4) "stof": in de gasfase onder bemonsteringspuntomstandigheden verstrooide deeltjes van welke vorm, structuur of dichtheid dan ook, die kunnen worden opgevangen door filtering onder specifiek omschreven omstandigheden na representatieve bemonstering van het te analyseren gas en die na drogen onder specifiek omschreven omstandigheden vóór of op het filter achterblijven;

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) "bestaande stookinstallatie": een stookinstallatie die vóór [1 jaar na de datum van omzetting] in bedrijf is gesteld

(6) "bestaande stookinstallatie": een stookinstallatie die vóór [1 jaar na de datum van omzetting] in bedrijf is gesteld of waarvoor een vergunning is verleend vóór [datum van omzetting] uit hoofde van de nationale wetgeving, op voorwaarde dat de installatie uiterlijk [1 jaar na de datum van omzetting] in bedrijf wordt gesteld;

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) "bedrijfsuren": de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende de welke een stookinstallatie emissies in de lucht uitstoot;

(16) "bedrijfsuren": de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende welke een stookinstallatie in werking is en emissies in de lucht uitstoot, met uitzondering van de voor de inwerkingstelling en stillegging benodigde tijd;

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Samentellingsregels

 

De lidstaten kunnen de combinatie van twee of meer nieuwe middelgrote stookinstallaties beschouwen als een middelgrote stookinstallatie voor het doel van deze richtlijn en het nominaal thermisch vermogen ervan optellen voor de berekening van het totale nominaal thermisch vermogen van de installatie, indien:

 

- de rookgassen van die middelgrote stookinstallaties via een gemeenschappelijke schoorsteen worden uitgestoten; of

 

- met inachtneming van technische en economische factoren, de rookgassen van die middelgrote stookinstallaties via een gemeenschappelijke schoorsteen kunnen worden uitgestoten.

Motivering

In het standpunt van de Raad worden verplichte samentellingsregels voorgesteld. De redenering achter het besluit van de Commissie om geen samentellingsregels voor te stellen, zijn de zware administratieve lasten die hiermee gepaard kunnen gaan. In een aantal lidstaten zijn echter al samentellingsregels van kracht. Op basis van dit amendement kan vrijwillig voor samentellingsregels worden gekozen. Het maakt het dus mogelijk voor lidstaten om hun samentellingsregels te blijven toepassen, maar dwingt geen enkele lidstaat tot de invoering ervan.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat middelgrote stookinstallaties alleen worden geëxploiteerd indien ze geregistreerd zijn door de bevoegde autoriteit.

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe middelgrote stookinstallaties worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

 

1 bis. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er met ingang van 1 januari 2025 geen bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 5 MW worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

 

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er met ingang van 1 januari 2030 geen bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch vermogen minder dan of gelijk aan 5 MW worden geëxploiteerd zonder vergunning of registratie.

2. De registratieprocedure behelst ten minste een kennisgeving van de exploitant aan de bevoegde autoriteit van de exploitatie van een middelgrote stookinstallatie of van zijn voornemen een middelgrote stookinstallatie te exploiteren.

2. De lidstaten specificeren de vergunnings- en registratieprocedures. Dit behelst ten minste een verplichting voor de exploitant om de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van de exploitatie van een middelgrote stookinstallatie of van zijn voornemen een middelgrote stookinstallatie te exploiteren.

3. Voor elke middelgrote stookinstallatie bevat de kennisgeving door de exploitant ten minste de in bijlage I vermelde informatie.

3. Voor elke middelgrote stookinstallatie bevat de kennisgeving door de exploitant ten minste de in bijlage I vermelde informatie.

4. De bevoegde autoriteit neemt de middelgrote stookinstallatie binnen één maand na de kennisgeving door de exploitant in het register op en stelt de exploitant daarvan op de hoogte.

4. De bevoegde autoriteit neemt de middelgrote stookinstallatie binnen één maand na de kennisgeving door de exploitant in het register op of begint de procedure voor de verlening van een vergunning en stelt de exploitant daarvan op de hoogte.

5. Bestaande middelgrote stookinstallaties mogen worden vrijgesteld van de kennisgevingverplichting als bedoeld in lid 2, op voorwaarde dat alle informatie waarnaar wordt verwezen in lid 3 aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking is gesteld.

5. Bestaande middelgrote stookinstallaties mogen worden vrijgesteld van de kennisgevingverplichting als bedoeld in lid 2, op voorwaarde dat alle informatie waarnaar wordt verwezen in lid 3 aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking is gesteld.

Die stookinstallaties moeten uiterlijk [dertien maanden na de datum van omzetting] worden geregistreerd.

Die stookinstallaties moeten uiterlijk [dertien maanden na de datum van omzetting] worden geregistreerd of een vergunning hebben gekregen.

6. Voor elke middelgrote stookinstallatie bevat het register dat wordt bijgehouden door de bevoegde autoriteiten ten minste de in bijlage I genoemde informatie, evenals informatie die is verkregen door toetsing van de monitoringresultaten of door andere controles van de naleving als bedoeld in de artikelen 7 en 8.

6. Voor elke middelgrote stookinstallatie bevat het register dat wordt bijgehouden door de bevoegde autoriteiten ten minste de in bijlage I genoemde informatie, evenals informatie die is verkregen door toetsing van de monitoringresultaten of door andere controles van de naleving als bedoeld in de artikelen 7 en 8.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De lidstaten kunnen middelgrote stookinstallaties die deel uitmaken van een onder hoofdstuk II van Richtlijn 2010/75/EU vallende installatie vrijstelling verlenen van de verplichting tot naleving van de emissiegrenswaarden van bijlage II, en de bepalingen van artikel 6 van deze richtlijn, voor die verontreinigende stoffen waarvoor emissiegrenswaarden van toepassing zijn overeenkomstig artikel 13, lid 5, en artikel 15, lid 3, van Richtlijn 2010/75/EU voor deze installaties.

Motivering

Zoals voorgesteld door de Raad, kunnen installaties die deel uitmaken van een onder Richtlijn 2010/75/EU vallende installatie door de lidstaten worden uitgesloten.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Voor middelgrote stookinstallaties in de Canarische Eilanden, de Franse overzeese departementen en de archipels van Madeira en de Azoren, zijn de emissiegrenswaarden van bijlage II niet van toepassing. De lidstaten stellen emissiegrenswaarden voor die stookinstallaties vast met het oog op het verminderen van de emissies in de lucht en de mogelijke risico's voor de volksgezondheid en het milieu.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Vanaf 1 januari 2025 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

2. Vanaf 1 januari 2025 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Vanaf 1 januari 2030 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner of gelijk aan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

Vanaf 1 januari 2030 mogen emissies in de lucht van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner of gelijk aan 5 MW de in deel 1 van bijlage II vastgestelde emissiegrenswaarden niet overschrijden.

De lidstaten mogen bestaande middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 500 bedrijfsuren per jaar in bedrijf zijn vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in deel 1 van bijlage II. In dat geval is voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stofdeeltjes van 200 mg/Nm³ van toepassing.

De lidstaten mogen bestaande middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 1000 bedrijfsuren per jaar in bedrijf zijn (voortschrijdend gemiddelde over een periode van 5 jaar) vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in deel 1 van bijlage II. In dat geval is voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stofdeeltjes van 200 mg/Nm³ van toepassing.

 

Tot 1 januari 2030 mogen bestaande middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 5 MW worden vrijgesteld van de verplichting tot inachtneming van de emissiegrenswaarden bedoeld in dit artikel, op voorwaarde dat ten minste 50 % van de nuttige warmteproductie van de installatie (voortschrijdend gemiddelde over een periode van 5 jaar) wordt verstrekt in de vorm van stoom of heet water aan een openbaar net voor stadsverwarming, of op voorwaarde dat een vaste biomassa de belangrijkste brandstof is.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten mogen nieuwe middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 500 uren per jaar in bedrijf zijn vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in deel 2 van bijlage II. In dat geval geldt voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stofdeeltjes van 100 mg/Nm³.

De lidstaten mogen nieuwe middelgrote stookinstallaties die niet meer dan 1000 uren per jaar in bedrijf zijn (voortschrijdend gemiddelde over een periode van 5 jaar) vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in deel 2 van bijlage II. In dat geval geldt voor installaties die vaste brandstoffen stoken een emissiegrenswaarde voor stofdeeltjes van 100 mg/Nm³.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In zones waar niet aan de in Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde EU-grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan, passen lidstaten voor individuele middelgrote stookinstallaties in die zones emissiegrenswaarden toe die zijn gebaseerd op de in bijlage III vastgestelde benchmarkwaarden of op door de lidstaten vastgestelde strengere waarden, tenzij aan de Commissie wordt aangetoond dat het toepassen van dergelijke emissiegrenswaarden tot onevenredige kosten zou leiden en dat er in de op grond van artikel 23 van Richtlijn 2008/50/EG vereiste luchtkwaliteitsplannen andere maatregelen zijn opgenomen die de naleving van de grenswaarden voor luchtkwaliteit waarborgen.

4. In zones waar niet aan de in Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde EU-grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan, kunnen lidstaten voor individuele middelgrote stookinstallaties in die zones emissiegrenswaarden toepassen die zijn gebaseerd op de in bijlage III vastgestelde benchmarkwaarden of op door de lidstaten vastgestelde strengere waarden, tenzij het toepassen van dergelijke emissiegrenswaarden tot onevenredige kosten zou leiden en dat er in de op grond van artikel 23 van Richtlijn 2008/50/EG vereiste luchtkwaliteitsplannen andere maatregelen zijn opgenomen die de naleving van de grenswaarden voor luchtkwaliteit waarborgen.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Afwijking wegens einde levensduur

 

1. De lidstaten mogen bestaande middelgrote stookinstallaties vrijstellen van naleving van de emissiegrenswaarden als vastgesteld in de delen 1a, 1b en 1c van bijlage II en de monitoringvereisten als vastgesteld in artikel 6 en bijlage IV, voor een periode van vijf jaar vanaf de in artikel 5, lid 2, vastgestelde data, op voorwaarde dat de exploitant van de middelgrote stookinstallatie bij de bevoegde autoriteit een schriftelijke verklaring indient waarin hij zich ertoe verbindt om de installatie gedurende die periode van vijf jaar niet langer dan 11 000 bedrijfsuren in bedrijf te nemen en op voorwaarde dat de exploitatie van een dergelijke stookinstallatie eindigt na die periode van vijf jaar.

 

- Voor middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen minder dan of gelijk aan 5 MW wordt de schriftelijke verklaring vóór 1 januari 2029 bij de bevoegde autoriteit ingediend, en de exploitatie van dergelijke stookinstallaties eindigt uiterlijk op 31 december 2034.

 

- Voor middelgrote stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW wordt de schriftelijke verklaring vóór 1 januari 2024 bij de bevoegde autoriteit ingediend, en de exploitatie van dergelijke stookinstallaties eindigt uiterlijk op 31 december 2029.

 

2. De exploitant is verplicht om gedurende de periode van vijf jaar als bedoeld in lid 1 jaarlijks bij de bevoegde autoriteit een overzicht in te dienen van het aantal bedrijfsuren vanaf de in artikel 5, lid 2, vastgestelde data.

 

3. Indien de middelgrote stookinstallatie na de periode van vijf jaar als bedoeld in lid 1 nog steeds in bedrijf is, wordt deze als een nieuwe middelgrote stookinstallatie beschouwd.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

Energie-efficiëntie

 

1. De lidstaten nemen maatregelen om toenemende energie-efficiëntie van middelgrote stookinstallaties te bevorderen.

 

2. Vóór 31 december 2016 beoordeelt de Commissie de minimumnormen inzake energie-efficiëntie voor middelgrote stookinstallaties overeenkomstig de beste beschikbare technieken.

 

3. De Commissie meldt de resultaten van die beoordeling aan het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel, waarin de efficiëntieprestatieniveaus voor nieuwe middelgrote stookinstallaties worden vastgesteld die met ingang van 1 januari 2020 van kracht worden.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Voor middelgrote stookinstallaties die secundaire emissiebeperkende apparatuur toepassen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen, wordt de doeltreffende exploitatie van die apparatuur voortdurend gemonitord en worden de resultaten daarvan geregistreerd.

4. Voor middelgrote stookinstallaties die secundaire emissiebeperkende apparatuur toepassen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen, wordt de doeltreffende voortdurende exploitatie van die apparatuur aangetoond en geregistreerd.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De in lid 2 genoemde gegevens worden beschikbaar gesteld aan de lokale en regionale autoriteiten waar de middelgrote stookinstallatie is gevestigd.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Evaluatie

 

De emissiegrenswaarden voor nieuwe middelgrote stookinstallaties worden in 2025 door de Commissie geëvalueerd, en die voor zowel nieuwe als bestaande middelgrote stookinstallaties in 2035. Daarna wordt om de tien jaar een evaluatie uitgevoerd. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de beste beschikbare technieken en de evaluatie heeft bij voorkeur betrekking op [Richtlijn (EU) .../...*].

 

_____________

 

* PB: gelieve nummer, titel en referentie uit COD(2013)0443 in te voegen.

Motivering

Bij dergelijke lange periodes is het belangrijk de richtlijn regelmatig te evalueren in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [1,5 jaar na de inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst van die bepalingen mede.

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [18 maanden na de inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst van die bepalingen mede.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – deel 1 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

1. Emissiegrenswaarden (mg/Nm³) voor andere middelgrote stookinstallaties dan motoren en gasturbines

Verontreinigende stof

Vaste biomassa

Andere vaste brandstoffen

Andere vloeibare brandstoffen dan zware stookolie

Zware stookolie

Aardgas

Andere gasvormige brandstoffen dan aardgas

SO2

200

400

170

350

-

35

NOX

650

650

200

650

200

250

Stofdeeltjes

30(1)

30

30

30

-

-

__________________

(1) 45 mg/Nm3 voor installaties met een thermisch ingangsvermogen minder dan of gelijk aan 5 MW.

 

Amendement

1. Emissiegrenswaarden (mg/Nm³) voor bestaande middelgrote stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen tussen 1 en 5 MW. Andere installaties dan motoren en gasturbines

Verontreinigende stof

Vaste biomassa

Andere vaste brandstoffen

Gasolie

Andere vloeibare brandstoffen dan gasolie

Aardgas

Andere gasvormige brandstoffen dan aardgas

SO2

200(1)(2)

400

-

350

-

200(3)

NOx

650

650

200

650

250

250

Stof

50(4)

50(4)

-

50

-

-

__________________

(1) De waarde is niet van toepassing in het geval van installaties die uitsluitend met houtachtige vaste biomassa stoken.

(2) 300 mg/Nm3 in het geval van installaties die met stro stoken.

(3) 400 mg/Nm³ in het geval van gassen met lage calorische waarde uit cokesovens (ijzer- en staalindustrie).

(4) Tot 1 januari 2035, 150 mg/Nm3.

1 bis. Emissiegrenswaarden (mg/Nm³) voor bestaande middelgrote stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW. Andere installaties dan motoren en gasturbines

Verontreinigende stof

Vaste biomassa

Andere vaste brandstoffen

Gasolie

Andere vloeibare brandstoffen dan gasolie

Aardgas

Andere gasvormige brandstoffen dan aardgas

SO2

200 (2) (3)

400

350

-

35 (1) (4)

NOX

650

650

200

650

250

250

Stof

30 (5)

30 (5)

 

30

-

-

__________________

(1) 400 mg/Nm³ in het geval van gassen met lage calorische waarde uit cokesovens, en 200 mg/Nm³ in het geval van gassen met lage calorische waarde uit hoogovens (ijzer- en staalindustrie).

(2) De waarde is niet van toepassing in het geval van installaties die uitsluitend met houtachtige vaste biomassa stoken.

(3) 300 mg/Nm3 in het geval van installaties die met stro stoken.

(4) 170 mg/Nm3 in het geval van biogas.

(5) 50 mg/Nm3 in het geval van installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen tussen 5 en 20 MW.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – deel 2 – punt 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

1. Emissiegrenswaarden (mg/Nm³) voor andere middelgrote stookinstallaties dan motoren en gasturbines

 

Amendement

1. Emissiegrenswaarden (mg/Nm³) voor nieuwe middelgrote stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen tussen 1 en 50 MW. Andere installaties dan motoren en gasturbines

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De eerste metingen worden verricht binnen drie maanden na de registratie van de installatie.

3. De eerste metingen worden verricht binnen zes maanden na de vergunning voor of de registratie van de installatie, dan wel na de begindatum van de exploitatie, naargelang welke de laatste is.

Motivering

In het voorstel van de Commissie wordt een zeer krap tijdsbestek voor het testen van de emissies van de installatie na registratie gegeven. Dit leidt tot een zeer hoge behoefte aan testen op belangrijke data (bijv. in 2025 en in 2030, wanneer de bestaande installatie moet zijn geregistreerd en aan de emissiegrenswaarden moet gaan voldoen), en daarnaast is een installatie mogelijk niet binnen drie maanden na registratie in bedrijf als er vertraging is met de inbedrijfneming. Wij zijn derhalve van mening dat er meer flexibiliteit nodig is met betrekking tot de datum voor de eerste metingen.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV – punt 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. Als alternatief voor de in punt 1 bedoelde periodieke metingen mogen lidstaten continue metingen voorschrijven.

 

In het geval van continue metingen moeten de geautomatiseerde meetsystemen ten minste eenmaal per jaar worden gecontroleerd door parallelle metingen met de referentiemethoden, en de exploitant moet de bevoegde autoriteit op de hoogte stellen van de resultaten van deze controles.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV – deel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Beoordeling van de naleving

 

1. In het geval van periodieke metingen worden de in artikel 5 bedoelde emissiegrenswaarden geacht te zijn nageleefd indien de resultaten van elk van de meetcycli of van andere procedures die overeenkomstig de door de bevoegde autoriteiten vastgelegde regels zijn bepaald en vastgesteld, de betreffende emissiegrenswaarde niet overschrijden.

 

2. In het geval van continue metingen wordt de naleving van de in artikel 5 bedoelde emissiegrenswaarden getoetst volgens de procedure van Richtlijn 2010/75/EU, bijlage V, deel 4, punt 1.

 

De gevalideerde gemiddelden worden bepaald overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU, bijlage V, deel 3, punten 9 en 10.

 

Voor de berekening van de gemiddelde emissiewaarden worden de waarden die zijn gemeten gedurende de in artikel 5, leden 6 en 7, bedoelde perioden en gedurende de inwerkingstelling en de stillegging buiten beschouwing gelaten.

PROCEDURE

Titel

Het beperken van de uitstoot van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote verbrandingsinstallaties

Document- en procedurenummers

COM(2013)0919 – C7-0003/2014 – 2013/0442(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

13.1.2014

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

13.1.2014

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Fredrick Federley

15.9.2014

Behandeling in de commissie

25.9.2014

23.2.2015

 

 

Datum goedkeuring

14.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

9

10

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Soledad Cabezón Ruiz, Philippe De Backer, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Peter Eriksson, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, Theresa Griffin, András Gyürk, Roger Helmer, Hans-Olaf Henkel, Dawid Bohdan Jackiewicz, Kaja Kallas, Barbara Kappel, Seán Kelly, Jeppe Kofod, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Ernest Maragall, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Csaba Molnár, Nadine Morano, Dan Nica, Aldo Patriciello, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Miloslav Ransdorf, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Algirdas Saudargas, Neoklis Sylikiotis, Antonio Tajani, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Miguel Urbán Crespo, Vladimir Urutchev, Adina-Ioana Vălean, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Hermann Winkler, Anna Záborská, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Blanco López, Simona Bonafè, Lefteris Christoforou, Cornelia Ernst, Eugen Freund, Michèle Rivasi, Maria Spyraki, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Daniela Aiuto, Enrique Calvet Chambon, Stanisław Ożóg


PROCEDURE

Titel

Het beperken van de uitstoot van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote verbrandingsinstallaties

Document- en procedurenummers

COM(2013)0919 – C7-0003/2014 – 2013/0442(COD)

Datum indiening bij EP

18.12.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

13.1.2014

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

13.1.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Andrzej Grzyb

10.7.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

3.12.2014

24.2.2015

14.4.2015

 

Datum goedkeuring

6.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

58

9

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Cristian-Silviu Bușoi, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Iratxe García Pérez, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Pavel Poc, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Renata Briano, Nicola Caputo, Mark Demesmaeker, Jan Huitema, Merja Kyllönen, James Nicholson, Aldo Patriciello, Marijana Petir, Gabriele Preuß, Bart Staes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Marek Jurek, Catherine Stihler

Datum indiening

13.5.2015

Juridische mededeling - Privacybeleid