AANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over het sluiten, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland in de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

18.5.2015 - (10883/2014 – C8-0088/2015 – 2014/0151(NLE)) - ***

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
Rapporteur: Giovanni La Via

Procedure : 2014/0151(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A8-0166/2015
Ingediende teksten :
A8-0166/2015
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad over het sluiten, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland in de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

(10883/2014 – C8-0088/2015 – 2014/0151(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–       gezien het ontwerp van besluit van de Raad (10883/2014),

–       gezien de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen van de Unie, haar lidstaten en IJsland voor de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (10941/2014),

–       gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 192, lid 1, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0088/2015),

–       gezien de brief van de Commissie buitenlandse zaken,

–       gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–       gezien de aanbeveling van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0166/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Republiek IJsland.

KORTE TOELICHTING

bij het sluiten, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland voor de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

Achtergrond

In het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering dat in 1997 werd ondertekend, werden internationaal bindende streefdoelen inzake emissiebeperking vastgesteld. De EU ratificeerde het protocol in 2002 en verklaarde dat zij en haar destijds 15 lidstaten gebruik zouden maken van deze bepaling om de emissieverplichting van de EU gezamenlijk te vervullen. De Europese Unie en haar lidstaten waren bijgevolg in het kader van het nalevingsmechanisme van het Protocol van Kyoto gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichting om hun collectieve broeikasgasemissies gedurende de eerste periode (2008-2012) tot 8 % te verminderen ten opzichte van het niveau in 1990.

In zijn conclusies van 9 maart 2012 is de Raad overeengekomen voor de Unie voor de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto een gezamenlijke gekwantificeerde reductieverplichting van 20 % onder het niveau van 1990 voor te stellen. Dit standpunt van de Raad vond navolging van zijn lidstaten tijdens de klimaatconferentie van Doha in december 2012, waar de 192 partijen bij het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) een wijziging van het protocol hebben aangenomen.

De wijziging van Doha stelt een tweede verbintenisperiode in het kader van het Protocol van Kyoto (KP CP2) in, die ingaat op 1 januari 2013 en afloopt op 31 december 2020, met wettelijk bindende emissiereductieverplichtingen. Op grond van deze verplichtingen verbinden de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland zich er gezamenlijk toe hun gemiddelde jaarlijkse broeikasgasemissie in de periode 2013-2020 te beperken tot 80 % van hun emissie in het referentiejaar (meestal 1990). Die verplichting is vastgesteld op basis van de totale broeikasgasemissies die gedurende de periode 2013-2020 krachtens het klimaat- en energiepakket van de EU zijn toegestaan.

"Gezamenlijke nakoming" is een technische term uit het Protocol van Kyoto en houdt in dat meerdere partijen kunnen overeenkomen hun emissieverplichtingen gezamenlijk te verwezenlijken. Zodra de gezamenlijke verbintenis is verwezenlijkt, worden alle partijen die deelnemen aan de "gezamenlijke nakoming" geacht hun emissieverplichtingen uit hoofde van het Protocol van Kyoto te hebben nagekomen. Enkel indien de gezamenlijke verbintenis niet wordt verwezenlijkt, is elke partij verantwoordelijk voor haar individuele emissieniveau, volgens de voorwaarden van de gezamenlijke nakoming.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is ingenomen met het voorstel voor een besluit van de Raad, dat de basis vormt voor het sluiten van de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen in de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering.

Hierbij wil de rapporteur de aandacht vestigen op een aantal aspecten met betrekking tot het voorstel voor een besluit van de Raad.

IJsland is een in bijlage I opgenomen partij bij het Protocol van Kyoto die haar eigen doelstelling voor de eerste verbintenisperiode heeft verwezenlijkt. IJsland moest de emissietoename tijdens de eerste verbintenisperiode tot gemiddeld minder dan 10 % beperken. Uiteindelijk heeft IJsland zijn emissie in deze periode met gemiddeld 2 % gereduceerd.

In 2009 heeft IJsland zijn voornemen kenbaar gemaakt om zijn doelstellingen tijdens de tweede verbintenisperiode samen met de EU en haar lidstaten te verwezenlijken. De Raad was ingenomen met dit verzoek en concludeerde dat IJsland moest worden betrokken bij de gezamenlijke nakoming voor de tweede verbintenisperiode. Tevens verzocht de Raad de Commissie hiervoor de nodige voorstellen voor te bereiden. De Commissie (die handelt namens de Europese Unie en haar lidstaten) en IJsland hebben in 2014 de onderhandelingen afgerond die nodig zijn voor de gezamenlijke nakoming van de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto.

IJsland neemt deel aan de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (EU ETS) en aan de toepassing van de verordening betreffende het bewakingssysteem voor broeikasgassen (MMR). De rechten en plichten van de lidstaten in het kader van de gezamenlijke nakoming moeten door middel van EU-wetgeving ook op IJsland van toepassing worden gemaakt.

IJsland heeft belangstelling voor gezamenlijke nakoming met de EU en haar lidstaten, ongeacht het feit of het al dan niet tot de EU toetreedt. De toetredingsonderhandelingen tussen IJsland en de EU hebben daarom geen invloed op de gezamenlijke nakoming van de verbintenis die de EU, haar lidstaten en IJsland gezamenlijk zijn overeengekomen voor de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto.

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van het Protocol van Kyoto moeten partijen bij een overeenkomst inzake gezamenlijke nakoming de emissieniveaus die aan elk van de partijen worden toegekend evenals de ratificatie-instrumenten vaststellen en daarvan kennisgeving doen. De aan iedere lidstaat en IJsland toegekende emissieniveaus zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage I bij het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de wijziging van Doha (in ton kooldioxide-equivalent (tCO2eq)), dat het voorwerp uitmaakt van een parallelle goedkeuringsprocedure.

Het voorgestelde bekrachtigingsbesluit voorziet in een door de Commissie op te stellen gezamenlijk aanvangsverslag van de EU, haar leden en IJsland, en in individuele aanvangsverslagen van alle lidstaten en IJsland.

Conclusie

De rapporteur is van mening dat de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen voor de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto een krachtig signaal zal uitsturen over de gecoördineerde Europese inspanningen voor de aanpak van de klimaatverandering op internationaal niveau. De EU is al lang een drijvende kracht achter de internationale onderhandelingen over de klimaatverandering en speelde een grote rol bij de totstandkoming van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het Protocol van Kyoto.

Daarom is de rapporteur van mening dat de twee besluiten van de Raad tot vaststelling van de wijziging van Doha van het Protocol van Kyoto en de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van verbintenissen van het Protocol van Kyoto parallel, zonder onnodige vertraging bekrachtigd moeten worden en dit in ieder geval ruim vóór de UNFCCC-conferentie van Parijs in 2015. De Europese Unie is met haar standpunt wereldleider in de strijd tegen klimaatverandering en in de ondersteuning van een ambitieus klimaatbeleid. De EU dringt aan op een ambitieus, alomvattend en juridisch bindend akkoord. In het kader van de overgang naar het toekomstige wereldwijde klimaatstelsel neemt de EU deel aan de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto die loopt van 2013 tot 2020.

Gezien de bovenstaande overwegingen stelt de rapporteur voor dat de commissie ten principale en het Europees Parlement hun goedkeuring hechten aan het besluit van de Raad.

ADVIES IN BRIEFVORM VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN (AFET)

Commissie buitenlandse zaken

De voorzitter

Ref.: D(2015)18586

201295           29.04.2015

Giovanni La Via

Voorzitter van de Commissie milieubeheer,

volksgezondheid en voedselveiligheid

Betreft: Advies van de Commissie buitenlandse zaken (AFET) aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) inzake het ontwerp van besluit van de Raad over het sluiten, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland in de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid aan te bevelen dat het Europees Parlement zijn goedkeuring hecht aan het ontwerp van besluit van de Raad over het sluiten, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en IJsland, anderzijds, betreffende de deelname van IJsland aan de gezamenlijke nakoming van de verbintenissen van de Europese Unie, haar lidstaten en IJsland in de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering.

Door het mogelijk te maken dat de Europese verbintenissen in werking treden als juridisch bindende toezeggingen in internationaal recht, wordt een krachtig signaal gegeven over de inzet van de EU en haar lidstaten voor een op regels gebaseerde multilaterale regeling voor de aanpak van de klimaatverandering op internationaal niveau.

Bijgevolg ben ik ten zeerste verheugd over de bereidheid van IJsland om deze verplichting na te komen en zijn doelstellingen tijdens de tweede verbintenisperiode samen met de EU en haar lidstaten te verwezenlijken.

Hoogachtend,

(handtekening)

Elmar Brok

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

6.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

64

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Cristian-Silviu Bușoi, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Iratxe García Pérez, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Josu Juaristi Abaunz, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Pavel Poc, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Renata Briano, Nicola Caputo, Mark Demesmaeker, Esther Herranz García, Jan Huitema, Merja Kyllönen, James Nicholson, Aldo Patriciello, Gabriele Preuß, Bart Staes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Marek Jurek, Emilian Pavel, Catherine Stihler