Procedure : 2015/2040(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0197/2015

Ingediende teksten :

A8-0197/2015

Debatten :

PV 07/09/2015 - 23
CRE 07/09/2015 - 23

Stemmingen :

PV 08/09/2015 - 5.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0287

VERSLAG     
PDF 225kWORD 136k
19.6.2015
PE 549.154v02-00 A8-0197/2015

over de procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014

(2015/2040(INI))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: Richard Corbett

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014

(2015/2040(INI))

Het Europees Parlement,

Gezien:

       artikel 17, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

       artikel 246 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

       zijn resolutie van 1 december 2005 over de richtsnoeren voor de goedkeuring van de Europese Commissie(1),

       zijn besluit van 20 oktober 2010 over de herziening van de kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie(2),

–       zijn besluit van 14 september 2011 tot wijziging van de artikelen 106 en 192 van en bijlage XVII bij het Reglement van het Europees Parlement(3),

–       de gedragscode van de Europese commissarissen, met name de punten 1.3 t/m 1.6 hiervan,

       de artikelen 52 en 118 van en bijlage XVI bij zijn Reglement,

       het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie juridische zaken (A8-0197/2015),

Overwegende dat:

A.     hoorzittingen met kandidaat-commissarissen, die voor het eerst in 1994 werden georganiseerd, nu een vast gebruik vormen, waardoor de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie versterkt wordt en deze instellingen dichter bij de burger gebracht worden;

B.     de hoorzittingen het Parlement in staat stellen met kennis van zaken een oordeel te vormen over de Commissie in het kader van zijn vertrouwensvotum vooraleer de Commissie kan aantreden;

C.     de hoorzittingen het Parlement en de EU-burgers de mogelijkheid bieden de persoonlijkheden, kwalificaties, paraatheid en prioriteiten van de kandidaten te ontdekken en te beoordelen, evenals hun kennis van de aan hen toegewezen portefeuille;

D.     de hoorzittingen de transparantie vergroten en de democratische legitimiteit van de Commissie als geheel verhogen;

E.     de gelijkheid van mannen en vrouwen moet worden gewaarborgd op alle gebieden, met inbegrip van werkgelegenheid; overwegende dat aan deze vereiste ook moet zijn voldaan in de samenstelling van de Commissie; overwegende dat de regeringen, ondanks herhaald aandringen van Jean-Claude Juncker, in 2014 een veel groter aantal mannelijke dan vrouwelijke kandidaten hebben voorgesteld; overwegende dat de voorgestelde vrouwen vooral afkomstig waren uit lidstaten met een kleiner bevolkingsaantal en dat de grotere lidstaten de vereiste grotendeels naast zich hebben neergelegd; overwegende dat de enige billijke oplossing is elke lidstaat te vragen om twee kandidaten voor te stellen, één man en één vrouw, zodat de kandidaat-voorzitter een college van hoge kwaliteit kan voorstellen, met een gelijk aantal mannen en vrouwen;

F.     de hoorzittingen, hoewel ze doeltreffend zijn gebleken, steeds kunnen worden verbeterd, met name door de confrontatie tussen de commissaris en de leden van de voor de hoorzitting bevoegde commissie minder strikt en meer dynamisch te maken;

G.     de hoorzitting met kandidaat-commissaris voor de post van vicevoorzitter Frans Timmermans duidelijk heeft gemaakt dat de procedures van het Parlement moeten worden aangepast om rekening te houden met het geval dat bij toekomstige Commissies is voorzien in een speciale status voor een of meer vicevoorzitters;

H.     in artikel 3, lid 3, van het VEU wordt bepaald dat de "Unie […] de gelijkheid van vrouwen en mannen [bevordert]" en dat in artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt bepaald dat de "gelijkheid van mannen en vrouwen moet worden gewaarborgd op alle gebieden, met inbegrip van werkgelegenheid, beroep en beloning";

1.      is van mening dat openbare hoorzittingen met kandidaat-commissarissen het Parlement en de EU-burgers een belangrijke kans bieden de prioriteiten van elk der kandidaten en hun geschiktheid voor de functie te beoordelen;

2.      is van mening dat het nuttig kan zijn een termijn vast te stellen voor alle lidstaten om kandidaten aan te wijzen, zodat de gekozen voorzitter van de Commissie over voldoende tijd beschikt om de portefeuilles toe te wijzen, rekening houdend met de werkervaring en de achtergrond van de kandidaat, en het Parlement zijn hoorzittingen en evaluaties kan houden, en vraagt zijn Voorzitter in dialoog te treden met de andere instellingen om dit doel te bereiken;

3.      is eveneens van oordeel dat het wenselijk zou zijn moest iedere lidstaat ten minste twee kandidaten, één man en één vrouw, op voet van gelijkheid, voorstellen om te worden overwogen door de gekozen voorzitter van de Commissie; acht het van belang dat de Unie haar doelstellingen op het vlak van gendergelijkheid ook in haar eigen instellingen verwezenlijkt;

4.      is van mening dat de controle die de Commissie juridische zaken uitvoert van de door de kandidaat-commissarissen ingediende opgave van financiële belangen, moet worden verbeterd; is van mening dat de opgave van financiële belangen ook de in punt 1.6. van de gedragscode van commissarissen bedoelde familiale belangen moet omvatten; is van mening dat een bevestiging door de Commissie juridische zaken dat er geen sprake is van belangenconflicten, op basis van een grondige analyse van de opgave van financiële belangen, een absolute voorwaarde is voor het houden van de hoorzitting door de bevoegde commissie;

5.      herinnert eraan dat de commissies verantwoordelijk zijn voor het houden van de hoorzittingen; is echter van mening dat wanneer een vicevoorzitter van de Commissie hoofdzakelijk horizontale verantwoordelijkheden heeft, de hoorzitting bij wijze van uitzondering een andere opzet kan hebben, zoals een vergadering van de Conferentie van voorzitters of een vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters, voor zover dergelijke vergadering dialoog mogelijk maakt en de relevante bevoegde commissies erbij betrokken zijn zodat ze een hoorzitting kunnen houden met hun kandidaat-commissaris;

6.      is van mening dat in de schriftelijke vragenlijst die vóór elke hoorzitting wordt toegezonden, 7 vragen moeten kunnen worden opgenomen in plaats van 5, maar dat niet aan elke vraag diverse subvragen mogen worden gekoppeld;

7.      is van oordeel dat het beter zou zijn om circa 25 vragen te stellen, maar iedere vraagsteller de kans te bieden een onmiddellijke vervolgvraag te stellen, om zo de doeltreffendheid en de inquisitoire aard van de hoorzittingen te verbeteren;

8.      vindt dat procedures voor het monitoren van antwoorden door kandidaat-commissarissen tijdens hoorzittingen kunnen bijdragen aan de verbetering van de controle, en de verantwoordelijkheid van de Commissie als geheel kunnen verhogen; pleit dan ook voor een periodieke evaluatie van de prioriteiten die de kandidaat-commissarissen hebben genoemd, aan het begin van hun ambtsperiode;

9.      is van mening dat de volgende richtsnoeren zouden moeten gelden voor de evaluatiebijeenkomsten van de coördinatoren na de hoorzittingen:

•       indien de coördinatoren een kandidaat unaniem goedkeuren – schriftelijke goedkeuring;

•       indien de coördinatoren een kandidaat unaniem afkeuren – schriftelijke afkeuring;

•       indien een duidelijke meerderheid van de coördinatoren een kandidaat goedkeurt – schriftelijke mededeling dat een overgrote meerderheid haar goedkeuring heeft gegeven (van minderheidsfracties kan op verzoek worden vermeld dat zij het meerderheidsstandpunt niet delen);

•       indien er geen duidelijke meerderheid is, of een meerderheid (maar geen consensus) tegen de kandidaat, en indien de coördinatoren het nodig achten:

o  eerst om aanvullende informatie verzoeken via aanvullende schriftelijke vragen;

o  bij aanhoudende ontevredenheid – een verzoek om een aanvullende hoorzitting van 1,5 uur, na goedkeuring van de Conferentie van voorzitters;

o  bij het uitblijven van consensus of een doorslaggevende meerderheid bij de coördinatoren – stemming in de commissie;

•       een duidelijke meerderheid bestaat in deze context uit coördinatoren die ten minste een tweederdemeerderheid van de commissieleden vormen;

10.    merkt op dat de hoorzittingen in 2014 op meer belangstelling van de media en het grote publiek konden rekenen dan eerdere hoorzittingen, deels vanwege de opkomst van de sociale media; is van mening dat het effect en de invloed van de sociale media in de toekomst waarschijnlijk zullen toenemen; wenst dat voorzieningen worden getroffen voor het gebruik van sociale media en sociale netwerken om de EU-burgers effectiever bij de hoorzittingen te betrekken;

11.    is van mening dat:

       er een speciaal onderdeel van de website van het Parlement moet zijn waar de cv's van de kandidaat-commissarissen en hun antwoorden op schriftelijke vragen beschikbaar zijn vóór de openbare hoorzittingen, in alle officiële talen van de Unie;

–       er een specifieke en zichtbare plek zou moeten zijn op de website van het Parlement waar de evaluaties binnen 24 uur worden geplaatst;

–       het artikel van het Reglement zou moeten worden aangepast zodat wordt verwezen naar 24 uur na de evaluatie, gezien het feit dat sommige evaluaties pas na aanvullende procedures worden afgerond;

12.    is van oordeel dat horizontale kwesties die de samenstelling, de structuur en de werkmethoden van de Commissie als geheel beïnvloeden, en die niet voldoende kunnen worden aangepakt door een afzonderlijke kandidaat-commissaris, moeten worden behandeld door de gekozen voorzitter van de Commissie; is van mening dat dergelijke kwesties moeten worden aangepakt in het kader van vergaderingen tussen de gekozen voorzitter van de Commissie en de Conferentie van voorzitters (één vóór de hoorzittingen en één erna);

13.    is van mening dat de toetsing van de belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten tot de bevoegdheden van de Commissie juridische zaken moet blijven behoren; is echter van mening dat de huidige reikwijdte van de belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten te beperkt is en verzoekt de Commissie haar regels zo spoedig mogelijk te herzien; acht het daarom belangrijk dat de Commissie juridische zaken de komende maanden een aantal richtsnoeren bekendmaakt, in de form van een aanbeveling of een initiatiefverslag, om het proces inzake de hervorming van de procedures betreffende de belangenverklaringen van de commissarissen te vereenvoudigen; is van mening dat de belangen- en vermogensverklaringen van de commissarissen ook moet worden ingevuld voor de gezinsleden die met hen één huishouden vormen;

14.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 285 E van 22.11.2006, blz. 137.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0366.

(3)

PB C 51 E van 22.2.2013, blz. 152.


TOELICHTING

1. Achtergrond

De openbare hoorzittingen met de mogelijke toekomstige leden van de Europese Commissie vormen een waardevolle oefening. Zelfs wanneer de procedure met alle kandidaat-commissarissen vlekkeloos verloopt, bieden de hoorzittingen het Parlement en het publiek de gelegenheid om meer te weten te komen over de persoonlijkheid, algemene aanpak en prioriteiten van iedere kandidaat-commissaris en om hun kwalificaties te beoordelen. En wanneer zich wel moeilijkheden voordoen, is het beter dat deze vóór het aantreden van de commissaris aan het licht komen dan erna.

Hierdoor rijst de vraag wat er zou gebeuren als deze procedure op nationaal niveau bij de benoeming van ministers zou plaatsvinden – een openbaar kruisverhoor van drie uur vóór hun aantreden zou zeer onthullend zijn!

De hoorzittingsprocedure is niet vastgelegd in het Verdrag. Het is een traditie die de afgelopen twintig jaar is ontstaan op aandringen van het Parlement, dat de kandidaat-commissarissen verzocht vóór de stemming van het Parlement over het vertrouwen in de Commissie (wel vastgelegd in artikel 17 VEU) te verschijnen voor een hoorzitting met de voor hun portefeuille bevoegde parlementaire commissie(s). Nu is het een vast gebruik.

Officieel stemt het Parlement als geheel over de Commissie als geheel, en heeft het advies van afzonderlijke commissies over afzonderlijke commissarissen geen juridische waarde. Toch hebben de negatieve adviezen van bepaalde commissies over een kandidaat dit keer, de vorige keer en de voorlaatste keer geleid tot wijzigingen in de samenstelling van de Commissie of in de verdeling van de portefeuilles.

In de praktijk is een dergelijke uitkomst alleen mogelijk wanneer er in verschillende fracties van het Parlement brede overeenstemming bestaat over de ongeschiktheid van een kandidaat. De hoorzittingen zijn zeker niet bedoeld als een gelegenheid tot aanpassing van de politieke samenstelling van de Commissie, die eerder een afspiegeling vormt van het politieke evenwicht tussen de nationale regeringen dan van dat binnen het Europees Parlement. Iedere afgewezen kandidaat wordt vervangen door een nieuwe kandidaat uit dezelfde regering. Dit is de reden dat de fracties en het Parlement de gehele procedure en het vertrouwensvotum eerder gebruiken om meer aandacht te besteden aan het programma en het beleid dan aan persoonlijkheden – de Commissie blijft een politieke coalitie.

Hoewel er in de media gewoonlijk bijna uitsluitend aandacht wordt besteed aan eventuele afwijzingen van de kandidaten, omvat de procedure andere ontwikkelingen die misschien minder mediageniek, maar toch belangrijk zijn. Hierbij valt te denken aan politieke verduidelijkingen en toezeggingen, aanpassingen van portefeuilles, en dit keer, meer duidelijkheid over de betrekkingen tussen de vicevoorzitter en andere commissarissen (hoewel dit zonder twijfel een terugkerend thema zal zijn). Zo werd ondervoorzitter Timmermans verantwoordelijk voor duurzaamheid, kwam er meer duidelijkheid over de rol van en de werkbetrekkingen tussen de commissarissen Katainen en Moscovici, en werd verduidelijkt dat de commissaris voor Gezondheid verantwoordelijk zal blijven voor geneesmiddelen.

Er is altijd ruimte voor verbetering. Net als vijf jaar geleden (Duff-verslag) moeten we procedures en methoden evalueren en nagaan hoe we het proces in de toekomst kunnen verbeteren.

2. De spelregels

•   De hoorzittingen worden gevoerd in overeenstemming met artikel 118 van het Reglement van het Parlement en bijlage XVI daarbij, en ook met de kaderovereenkomst tussen het Parlement en de Commissie van 2005.

•   De in het Verdrag vervatte criteria voor commissarissen zijn algemene bekwaamheid, onbetwistbare onafhankelijkheid en 'inzet voor Europa' (nieuw criterium sinds het Verdrag van Lissabon, artikel 17, lid 3, VEU). Het Parlement wil zich er met name van verzekeren dat iedere commissaris een gedegen kennis heeft van zijn of haar portefeuille, een teamspeler kan zijn en over goede communicatievaardigheden beschikt (bijlage XVI van het Reglement).

•   Het Parlement houdt in het bijzonder rekening met het genderevenwicht. Het kan een uitspraak doen over de verdeling van de portefeuilleverantwoordelijkheden door de gekozen voorzitter (bijlage XVI van het Reglement).

•   Het Parlement kan alle informatie inwinnen die relevant is om tot een besluit over de bekwaamheid van de voorgedragen kandidaten te komen. Het verwacht volledige openbaarmaking van informatie betreffende hun financiële belangen. De belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten worden ter toetsing naar de voor juridische zaken bevoegde commissie verwezen (bijlage XVI van het Reglement).

3. Technische regelingen

De technische voorzieningen waren geslaagd. De vergaderzalen (2Q2 en 4Q2) waren ruim genoeg voor de leden, hun personeel, belanghebbenden en de media. Ook waren zij voorzien van twee schermen en een klok met het oog op het comfort van de kandidaten en een soepel verloop van de procedure. Iedere hoorzitting duurde drie uur en werd gelijktijdig met een andere hoorzitting gehouden, behalve die met kandidaat-vicevoorzitter Frans Timmermans.

Hierbij nogmaals dank aan de medewerkers van het Parlement voor het soepele verloop van de procedure.

4. Schriftelijke vragen

Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, verzond de schriftelijke vragen tijdig aan alle kandidaten. De schriftelijke vragen omvatten twee gezamenlijke vragen over de kwestie algemene bekwaamheid, inzet voor Europa en persoonlijke onafhankelijkheid, en over het beheer van de portefeuille en de samenwerking met het Parlement. Drie vragen werden opgesteld door de bevoegde commissie (twee vragen per commissie indien het een gezamenlijke procedure met een andere commissie betrof). De schriftelijke antwoorden van de kandidaat-commissarissen waren tijdig ontvangen zodat de commissieleden ze vóór de hoorzittingen konden evalueren.

De schriftelijke vragen vormen een handig instrument om de commissarissen te vragen naar hun toewijding aan de EU en om te peilen hoe zij invulling willen geven aan hun portefeuille. Voorts vormt deze schriftelijke procedure de basis voor de mondelinge vragen aan de commissarissen.

5. Structuur van de hoorzittingen

De hoorzittingen werden georganiseerd door de Conferentie van voorzitters op aanbeveling van de Conferentie van commissievoorzitters. De voorzitter en de coördinatoren van elke commissie waren verantwoordelijk voor de nadere regeling ervan. De commissies mogen rapporteurs aanwijzen. Weinigen deden dit echter, aangezien het nut van een rapporteur in deze context niet altijd even duidelijk is.

Er vonden negen hoorzittingen met gezamenlijke commissies plaats, en negen met medeverantwoordelijke commissies.

•   De meeste commissies gaven de kandidaat-commissarissen maximaal 15 minuten de tijd voor een inleidende verklaring.

•   Daarna volgden de meeste commissies met een vragenronde bestaande uit 45 vragen van 1 minuut en antwoorden van twee minuten.

o Sommige commissies stonden vragenronden toe volgens het "pingpongsysteem" en een eerste vragenronde met de fractiecoördinatoren (met vragen en antwoorden van respectievelijk 1:00, 2:00, 0:30, 1:00; of respectievelijk 1:00, 1:45, 0:25, 0:30).

o Soms werden er op verzoek en als er binnen de periode van drie uur nog tijd over was, aanvullende vragen gesteld.

o Geen enkele commissie maakte gebruik van een systematische vragenronde en het "pingpongsysteem", aangezien de Conferentie van voorzitters had gekozen voor 45 afzonderlijke vragen en antwoorden.

6. Resultaat

Van de 27 oorspronkelijke hoorzittingen:

•   18 gevallen waarin de coördinatoren consensus bereikten en de kandidaat schriftelijk goedkeurden

•   7 gevallen waarin de kandidaat na een stemming in de commissie/gezamenlijke commissie werd goedgekeurd

o in 1 van deze 7 gevallen was dit na een tweede hoorzitting (Hill).

o in 1 van deze 7 gevallen was dit na een nieuwe evaluatie van de belangenverklaring van de kandidaat door de Commissie juridische zaken (Arias Canete).

•   1 geval waarin de kandidaat onmiddellijk na stemming in de commissie werd afgekeurd (Bratusek).

•   1 geval waarin de kandidaat na stemming in de commissie werd goedgekeurd, maar niet voor de voorgestelde portefeuille (Navrascics)

Van de twee aanvullende hoorzittingen:

•   2 gevallen waarin de coördinatoren consensus bereikten en de kandidaat schriftelijk goedkeurden.

Resultaten van de stemming van het Parlement

Het resultaat van de stemming over het nieuwe college commissarissen was vergelijkbaar met dat van de vorige stemming over Juncker als Commissievoorzitter. Zoals blijkt uit onderstaande tabel is dit niet altijd het geval geweest:

STEMMEN EUROPEES PARLEMENT OVER EUROPESE COMMISSIE

 

+

-

 

 

Barroso als voorzitter

21 juli 2004

413

58,33%

251

35,45%

44

6,21%

708

Commissie als geheel

18 november 2004

449

66,03%

149

21,9%

82

12,06%

680

Barroso als voorzitter

16 september 2009

382

53,2%

219

30,5%

117

16,30 %

718

Commissie als geheel

9 februari 2010

488

70,01%

137

19,66%

72

10,33%

697

Juncker als voorzitter

15 juli 2014

422

57,88%

250

34,29%

47

9,87%

729 (10 ongeldig)

Commissie als geheel

22 oktober 2014

423

59,66%

209

29,47%

67

9,44%

709

Media

De media toonden aanzienlijke belangstelling voor de hoorzittingen, en niet alleen via traditionele mediakanalen maar ook via internet (veelal middels de website van het Europees Parlement) en sociale media. Met name sociale media hebben de afgelopen vijf jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt: volgens de diensten van het Parlement werden de hoorzittingen 38 981 keer genoemd op socialemediaplatforms, 36 303 op nieuwsplatforms, 75 284 op blogs, en 210 op fora – 150 778 meldingen in totaal, waarvan velen werden gelezen door duizenden volgers. Evenzo telde het Twitter-dashboard van het EP meer dan 300 000 tweets. Voorts ontvingen de meeste leden van het EP duizenden e-mails over de hoorzittingen.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (11.5.2015)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake de procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014

(2015/2040(INI))

Rapporteur voor advies: Aldo Patriciello

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  erkent dat openbare hoorzittingen met kandidaat-commissarissen, hoewel het Verdrag daar niet in voorziet, een belangrijk moment voor de Europese democratie vormen, de afgelopen twintig jaar tot een gevestigde praktijk zijn uitgegroeid en het Parlement en de EU-burgers een belangrijke kans bieden om de vaardigheden en prioriteiten van elk der kandidaten en hun geschiktheid voor de functie te beoordelen;

2.  benadrukt dat, wat de inleidende verklaringen betreft, het de voorkeur heeft, in overeenstemming met alinea 7 van punt 1, onder b) (Hoorzittingen), van bijlage XVI bij het Reglement, alle kandidaten evenveel tijd te geven, zodat elke kandidaat-commissaris een eerlijke en gelijke kans krijgt om zichzelf en zijn of haar opvattingen te presenteren;

3.  is van mening dat het wenselijk zou zijn dat iedere lidstaat ten minste twee kandidaten – een man en een vrouw – voorstelt die door de gekozen voorzitter van de Commissie in aanmerking kunnen worden genomen;

4.  is van mening dat het om praktische en politieke redenen nuttig zou zijn een termijn vast te stellen waarbinnen alle lidstaten kandidaten moeten voordragen;

5.  merkt op dat de hoorzittingen in 2014 op meer belangstelling van de media en het grote publiek konden rekenen dan eerdere hoorzittingen, deels vanwege de opkomst van de sociale media; is van mening dat het effect en de invloed van de sociale media in de toekomst waarschijnlijk zullen toenemen; wenst dat voorzieningen worden getroffen voor het gebruik van sociale media en sociale netwerken om de EU-burgers effectiever bij de hoorzittingen te betrekken;

6.  beveelt aan om in alinea 7 van punt 1, onder b) (Hoorzittingen), van bijlage XVI van het Reglement (Richtsnoeren voor de goedkeuring van de Commissie) te bepalen dat de vragen "naar onderwerp gegroepeerd kunnen worden" in plaats van "zo mogelijk naar onderwerp gegroepeerd worden"; meent dat een dergelijke wijziging zou stroken met de noodzaak voor de fracties om over hun eigen politieke prioriteiten na te denken, en dat zij meer flexibiliteit mogelijk zou maken in de regelingen voor het toenemende aantal gezamenlijke commissiehoorzittingen (met twee of meer commissies);

7.  is van mening dat bepaalde kandidaat-commissarissen, door het gebrek aan vervolgvragen tijdens de procedure van 2014, gevoeliger onderwerpen uit de weg zijn kunnen gaan; meent dat de hoorzittingen, gezien hun democratische functie, anders gestructureerd moeten worden zodat de leden een kandidaat-commissaris extra, gerichte vervolgvragen kunnen stellen teneinde de kandidaten beter te kunnen beoordelen; onderstreept dat het belangrijk is de fracties zo veel mogelijk tijd te geven om vragen te stellen, met name in het geval van gezamenlijke commissiehoorzittingen;

8.  is van mening dat het mogelijk zou moeten zijn de hoorzitting met vicevoorzitters en kandidaat-commissarissen aan wie ruime bevoegdheden zullen worden toegekend, langer dan drie uur te laten duren, gezien hun uitgebreide bevoegdheden vergeleken met die van gewone commissarissen, niet in de laatste plaats om alle betrokken commissies in staat te stellen de kandidaten behoorlijk te beoordelen en na te gaan of zij goed beslagen ten ijs komen wat de thema's van hun portefeuilles betreft;

9.  wijst erop dat alinea 1 van punt 1, onder a), van de voormelde bijlage als volgt luidt: "Het Parlement beoordeelt de voorgedragen kandidaten op grond van hun algemene bekwaamheid, Europese inzet en onafhankelijkheid. Het beoordeelt hun kennis van de desbetreffende portefeuille en de communicatieve vaardigheden."; stelt echter voor om als aanvullende geschiktheidscriteria eerder opgedane beroepservaring en getoond professioneel gedrag toe te passen; merkt voorts op dat overeenkomstig punt 1, onder a), het Parlement alle informatie kan inwinnen die relevant is om tot een besluit over de bekwaamheid van de voorgedragen kandidaten te komen, hetgeen in het bijzonder informatie met betrekking tot eventuele activiteiten of functies bij enige Europese instelling omvat en de daarvoor ingediende belangenverklaringen; is van mening dat een beoordeling door de Commissie juridische zaken van de conformiteit van een opgave van financiële belangen niet meer dan een formele controle kan zijn en niet kan dienen als vervanging van een politieke beoordeling van de onafhankelijkheid van de kandidaat op basis van onder meer zijn of haar belangenverklaring; is van mening dat de toetsing van de opgave van financiële belangen van kandidaat-commissarissen moet worden verbreed, zodat, indien mogelijk, ook hun bredere familie binnen de reikwijdte van de controle komt te vallen;

10. onderstreept dat de leden van het Parlement in de gelegenheid moeten worden gesteld om volledige en gedetailleerde antwoorden van de kandidaat-commissarissen te ontvangen;

11. pleit ervoor dat de kandidaat-commissarissen de mogelijkheid krijgen om binnen twaalf uur nadat de hoorzitting voor gesloten is verklaard, een schriftelijke verklaring in te dienen ingeval zij er niet in geslaagd zijn een volledig en gedetailleerd antwoord te geven op een gestelde vraag;

12. beklemtoont dat de commissiecoördinatoren een consensus over de evaluatie moeten trachten te bereiken; is van mening dat als dat niet lukt, zij moeten kunnen handelen op basis van een besluit van de coördinatoren die de meerderheid van de leden van de commissie vertegenwoordigen; benadrukt dat de coördinatoren, gezien de beperkte tijd die beschikbaar is om tot een standpunt te komen, hun opmerkingen indien nodig zouden moeten beperken tot de in alinea 1 van punt 1, onder a), van voormelde bijlage genoemde criteria; vindt voorts dat fracties die het meerderheidsstandpunt niet delen, om een passende vermelding in de evaluatiebrief moeten kunnen verzoeken; stipt aan dat een fractie volgens het Reglement in elk geval ook de voorzitter kan verzoeken om een vergadering van de voltallige commissie bijeen te roepen, met inbegrip van een stemming over de beoordeling van de kandidaat;

13. merkt op dat de gebruikte methoden en werkwijzen voor de evaluatie na de hoorzitting uiteenlopen tussen de commissies;

14. is van oordeel dat in verband met de termijnen die voor de evaluatieverklaringen gelden, teneinde het proces duidelijker te maken en elke verwarring te voorkomen die zou kunnen voortvloeien uit een interpretatie van alinea 6 van punt 1, onder c), van bijlage XVI bij het Reglement, uitdrukkelijk in het Reglement moet worden bepaald dat de evaluatieverklaring zo snel mogelijk moet worden aangenomen en binnen 24 uur na afloop van elke afzonderlijke hoorzitting op de website van het Parlement moet worden bekendgemaakt; vraagt om deze regel in alle commissies strikt en uniform toe te passen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

6.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

60

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Iratxe García Pérez, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Pavel Poc, Marcus Pretzell, Michèle Rivasi, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Renata Briano, Nicola Caputo, Mark Demesmaeker, Esther Herranz García, Merja Kyllönen, James Nicholson, Aldo Patriciello, Gabriele Preuß, Bart Staes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Arne Gericke


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (17.4.2015)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014

(2015/2040(INI))

Rapporteur voor advies: Michael Cramer

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.      wijst erop dat de totstandkoming van de Commissie-Juncker vertraging heeft opgelopen omdat enkele lidstaten hun kandidaat-commissaris laat hadden genomineerd, en er slechts op het laatste moment een aanvaardbaar genderevenwicht werd bereikt, nadat het Parlement er nadrukkelijk op had aangedrongen dat de nieuwe Commissie ten minste evenveel vrouwen moest bevatten als de uittredende Commissie; is van mening dat een dergelijke situatie in de toekomst kan worden vermeden door een termijn vast te stellen voor de lidstaten om hun kandidaten te nomineren en door er bij de lidstaten op aan te dringen ten minste twee kandidaten voor te stellen om te worden overwogen door de gekozen voorzitter, voldoende rekening houdend met het genderevenwicht, bijvoorbeeld door ten minste één vrouw te nomineren; wijst erop dat dit de gekozen voorzitter in staat zal stellen de meest geschikte kandidaten te selecteren, rekening houdend met hun specifieke vaardigheden en terrein van deskundigheid, alsook met de noodzaak een passend genderevenwicht te waarborgen;

2.      is van mening dat er eveneens een termijn moet worden vastgesteld voor de gekozen voorzitter en de Raad om in onderlinge overeenstemming de lijst met personen vast te stellen om te worden benoemd als leden van de Commissie, zodat het Parlement over voldoende tijd beschikt om de hoorzittingen op een adequate manier voor te bereiden en te houden, met inbegrip van eventuele bijkomende hoorzittingen;

3.      erkent dat openbare hoorzittingen met kandidaat-commissarissen het Parlement en de EU-burgers een belangrijke kans bieden de prioriteiten van elk der kandidaten en hun geschiktheid voor de functie te beoordelen;

4.      is van mening dat wanneer een vicevoorzitter van de Commissie hoofdzakelijk horizontale verantwoordelijkheden heeft, de hoorzitting bij wijze van uitzondering een andere opzet kan hebben, zoals een vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters, voor zover alle leden mogen deelnemen aan dergelijke vergadering, of een gezamenlijke vergadering van de betrokken commissies;

5.      is van mening dat de kandidaat-commissarissen verplicht moeten worden duidelijk hun programmaprioriteiten voor de portefeuille in kwestie uiteen te zetten tijdens hun inleidende verklaring;

6.      wijst erop dat de algemeen geldende regel van 45 vragen van drie minuten, zoals vastgesteld door de Conferentie van voorzitters, de commissies onvoldoende flexibiliteit bood om waar nodig hun methoden aan te passen, bijvoorbeeld door een "catch-the-eye"-procedure in te voeren of door meer tijd uit te trekken voor de sprekers tijdens de eerste ronde, en wijst erop dat drie minuten absoluut onvoldoende waren voor aanvullende vragen; is van mening dat er in de toekomst moet worden gezorgd voor meer flexibiliteit voor de commissies, terwijl de inquisitoire aard van de hoorzittingen moet worden gewaarborgd door middel van de daadwerkelijke toepassing van het "pingpong"-principe;

7.      is van mening dat de vragen tijdens de hoorzitting ten minste gedeeltelijk moeten worden beantwoord in een taal die niet de moedertaal is van de kandidaat-commissaris;

8.      wijst erop dat de verdeling van de spreektijd tussen de fracties en het aantal vragen dat werd toegekend aan de medeverantwoordelijke en uitgenodigde commissies uiteindelijk werden bepaald door respectievelijk de Conferentie van voorzitters en de fracties, hoewel deze regelingen in het verleden op het niveau van de commissies werden getroffen; wijst erop dat de procedure verwarrend was aangezien de Conferentie van commissievoorzitters de commissies oorspronkelijk had voorgesteld om op bilaterale basis overeenstemming te vinden over het aantal vragen dat zou worden toegekend aan de medeverantwoordelijke en uitgenodigde commissies;

9.      benadrukt dat het systeem-d'Hondt voor de verdeling van spreektijd tussen de fracties strikt moet worden toegepast;

10.    is van mening dat de coördinatoren, indien er uit de evaluatie geen duidelijke meerderheid blijkt, of een meerderheid (maar geen consensus) tegen de kandidaat, als volgende stap moeten verzoeken om een bijkomende hoorzitting van anderhalf uur;

11.    benadrukt dat ten volle rekening moet worden gehouden met het verzoek van het Parlement om een kandidaat-commissaris te vervangen of een andere portefeuille toe te wijzen, op basis van de beoordeling door de verantwoordelijke commissie(s); is van mening dat er een termijn moet worden vastgesteld voor de nominatie van een nieuwe kandidaat door de betrokken lidstaat wanneer het Parlement vraagt een kandidaat-commissaris te vervangen; is gekant tegen het gebrek aan mogelijkheden in het uitzonderlijke geval wanneer de tweede door een lidstaat voorgestelde kandidaat eveneens als niet geschikt wordt beschouwd om lid van het college te zijn of om de specifieke taken uit te voeren die aan hem of haar werden toegewezen; is van oordeel dat een beperkte verlenging van het mandaat van de uittredende Commissie aanvaardbaar kan zijn als laatste redmiddel, maar enkel in uitzonderlijke gevallen wanneer het Parlement niet in staat is de nieuwe Commissie vóór 1 november goed te keuren omwille van de noodzaak om de bijkomende hoorzittingen naar behoren voor te bereiden;

12.    is ontevreden over de procedure die heeft geleid tot de zeer laattijdige vervanging van de kandidaat-commissaris voor vervoer zonder voorafgaande raadpleging van de verantwoordelijke commissie; betreurt het feit dat de omstandigheden waarin de volgende kandidaat zich aan de commissie kon voorstellen niet gelijk en eerlijk waren, aangezien ze over zeer weinig tijd beschikte om zich voor te bereiden op de hoorzitting; herhaalt dat vervoer een belangrijk beleidsdomein is dat niet het slachtoffer mag zijn van laatste-minuutwijzigingen;

13.    benadrukt dat, in overeenstemming met bijlage XVI van het Reglement, de adviezen van alle bij een hoorzitting betrokken commissies moeten worden opgenomen in de enkele evaluatieverklaring; merkt echter op dat deze eis niet steeds volledig werd nageleefd; is bijgevolg van oordeel dat de desbetreffende bepaling moet worden versterkt door te verduidelijken dat de adviezen van de betrokken commissies in hun geheel als bijlage moeten worden gevoegd bij de evaluatieverklaring, zonder wijzigingen;

14.    herinnert eraan dat de evaluatieverklaringen overeenkomstig bijlage XVI van het Reglement binnen 24 uur na de hoorzitting aangenomen moeten worden en openbaar moeten worden gemaakt; wijst er echter op dat de gevolgde procedure niet in overeenstemming was met deze bepaling, aangezien de evaluatieverklaringen enkel beschikbaar werden gesteld nadat de Conferentie van voorzitters de hoorzittingen voor gesloten had verklaard; benadrukt dat het nodig is deze bepaling te verduidelijken zodat de evaluatieverklaringen binnen 24 uur na de evaluatie op een zichtbare plaats op de website van het Parlement kunnen worden gepubliceerd;

15.    vraagt dat de volgende bepalingen in bijlage XVI van het Reglement worden verduidelijkt:

−      "Zo mogelijk worden de vragen tijdens de hoorzitting naar onderwerp gegroepeerd." Deze bepaling werd geïnterpreteerd als het groeperen van vragen van medeverantwoordelijke en uitgenodigde commissies, maar het eigenlijke onderwerp van een vraag zou niet op voorhand geweten mogen zijn, aangezien de vragen niet worden vrijgegeven vóór de hoorzittingen;

−   "Ten slotte legt de voorzitter beide punten bij geheime stemming ter fine van een besluit aan de commissie voor." "Beide punten" zou moeten verwijzen naar de vraag of de coördinatoren "de voorgedragen kandidaten geschikt achten om zitting te nemen in het college en de hen toebedachte taken te vervullen". Bijlage XVI bevat echter geen duidelijk verband tussen deze twee zinnen, wat tot verkeerde interpretaties kan leiden.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

14.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

44

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Bruno Gollnisch, Tania González Peñas, Dieter-Lebrecht Koch, Stelios Kouloglou, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Georg Mayer, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Claudia Tapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Wim van de Camp, Kosma Złotowski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Rosa D’Amato, Markus Ferber, Olga Sehnalová, Patricija Šulin


ADVIES van de Commissie juridische zaken (11.5.2015)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014

(2015/2040(INI))

Rapporteur voor advies: Jean-Marie Cavada

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt nogmaals dat het van belang is om de onafhankelijkheid van de voorgedragen commissarissen te waarborgen; is van mening dat toetsing van de belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten tot de bevoegdheden van de Commissie juridische zaken moet blijven behoren; is echter van mening dat de huidige reikwijdte van de belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten te beperkt is en verzoekt de Commissie haar regels zo spoedig mogelijk te herzien;

2.  is van mening dat bij de toetsing van de verklaringen inzake financiële belangen van voorgedragen commissarissen niet alleen moet worden geverifieerd of de verklaring volledig is ingevuld, maar eveneens of uit de inhoud ervan blijkt dat er sprake is van belangenconflicten; is derhalve van mening dat de Commissie juridische zaken over grotere controlebevoegdheden moet beschikken, met inbegrip van, in het bijzonder, de mogelijkheid om openbaarmaking te gelasten van alle aanvullende informatie die nodig is voor een grondige beoordeling van de verklaringen en de bevoegdheid om de aanwezigheid van de kandidaat-commissaris te verlangen om nadere vragen te beantwoorden op grond van de verklaringen inzake financiële belangen, zonder te tornen aan het voorrecht van de ten principale bevoegde commissie om een hoorzitting te houden;

3.  is van mening dat de verklaringen inzake financiële belangen ook de in punt 1.6. van de gedragscode van commissarissen bedoelde familiebelangen moet omvatten;

4.  wijst erop dat het aan de Commissie is om eventuele belangenconflicten vast te stellen die een belemmering zouden kunnen vormen voor een van haar leden om zijn of haar taken uit te voeren; is derhalve van mening dat de Commissie in de positie zou moeten zijn om de nauwkeurigheid en de volledigheid te controleren en te waarborgen van de verklaringen inzake financiële belangen die voorafgaand aan hun hoorzittingen in het Parlement door de kandidaat-commissarissen worden ingediend;

5.  pleit voor de opstelling van een specifiek initiatiefverslag met betrekking tot de kwestie van belangenconflicten in de door de kandidaat-commissarissen ingediende verklaringen inzake financiële belangen;

6.  acht het wenselijk dat de portefeuilles van commissarissen en de respectievelijke bevoegdheidsterreinen van de parlementaire commissies beter op elkaar worden afgestemd, zonder dat wordt getornd aan het voorrecht van iedere instelling om haar eigen interne structuur en samenstelling te bepalen;

7.  is van mening dat de door de bevoegde commissies gehouden hoorzittingen belangrijk zijn als instrument om niet alleen de persoonlijkheid en politieke prioriteiten van de voorgedragen kandidaten te beoordelen, maar ook hun geschiktheid en vermogen om de beoogde taken te vervullen, te verifiëren; benadrukt dat kandidaten voor het vicevoorzitterschap van de Commissie dezelfde behandeling dienen te krijgen als alle andere kandidaten;

8.  benadrukt dat de hoorzittingen ten doel hebben de kandidaat-commissarissen een gelijke en eerlijke gelegenheid te bieden om zichzelf en hun standpunten te presenteren overeenkomstig bijlage XVI van het Reglement van het Europees Parlement, met speciale aandacht voor de onpartijdigheid en de politieke neutraliteit van de procedure;

9.  benadrukt dat het noodzakelijk is om binnen het college van commissarissen een evenwicht tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen te bewerkstelligen;

10. is van mening dat grotere flexibiliteit moet worden gehanteerd ten aanzien van de tijd die wordt besteed aan aanvullende vagen en de antwoorden van de kandidaten;

11. is van mening dat de indieners van vragen de mogelijkheid moeten krijgen direct een vervolgvraag te stellen (bijvoorbeeld toekenning van 30 seconden spreektijd voor de vervolgvraag en een minuut voor de beantwoording ervan);

12. is van mening dat er regels moeten worden vastgelegd, met name wat betreft de termijnen, voor hoorzittingen van plaatsvervangende kandidaten, zodat laatstgenoemden niet worden benadeeld ten opzichte van reeds gehoorde kandidaat-commissarissen; dringt er in dit verband op aan dat regels voor hoorzittingen van kandidaat-commissarissen worden vastgelegd in een interinstitutionele overeenkomst;

13. is van mening dat in gevallen waarbij de coördinatoren geen consensus hebben bereikt over de beoordeling van een kandidaat-commissaris, hoofdelijk in de commissie moet worden gestemd over het definitieve besluit.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

7.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

0

7

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Jean-Marie Cavada, Therese Comodini Cachia, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Dietmar Köster, António Marinho e Pinto, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Sergio Gaetano Cofferati, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Jytte Guteland, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Virginie Rozière, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Morten Messerschmidt


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mercedes Bresso, Fabio Massimo Castaldo, Richard Corbett, Pascal Durand, Esteban González Pons, Danuta Maria Hübner, Ramón Jáuregui Atondo, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, György Schöpflin, Barbara Spinelli, Josep-Maria Terricabras, Kazimierz Michał Ujazdowski, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Max Andersson, Charles Goerens, Enrique Guerrero Salom, Sylvia-Yvonne Kaufmann, David McAllister, Andrej Plenković, Marcus Pretzell, Helmut Scholz

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Adam Szejnfeld, Csaba Sógor, Dario Tamburrano

Juridische mededeling - Privacybeleid