Procedure : 2014/0258(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0226/2015

Ingediende teksten :

A8-0226/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/10/2015 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0325

AANBEVELING     ***
PDF 148kWORD 58k
8.7.2015
PE 557.176v02-00 A8-0226/2015

over het ontwerp van besluit van de Raad houdende machtiging van de lidstaten om in het belang van de Europese Unie het Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930, van de Internationale Arbeidsorganisatie te bekrachtigen wat betreft de artikelen 1 tot en met 4 van het protocol ten aanzien van kwesties van justitiële samenwerking in strafzaken

(06731/2015 – C8-0078/2015 – 2014/0258(NLE))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Helga Stevens

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 KORTE TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad houdende machtiging van de lidstaten om in het belang van de Europese Unie het Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930, van de Internationale Arbeidsorganisatie te bekrachtigen wat betreft de artikelen 1 tot en met 4 van het protocol ten aanzien van kwesties van justitiële samenwerking in strafzaken

(06731/2015 – C8-0078/2015 – 2014/0258(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–       gezien het ontwerp van besluit van de Raad (06731/2015),

–       gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 82, lid 2 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a) v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0078/2015),

–       gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–       gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0226/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van besluit van de Raad;

2.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.


KORTE TOELICHTING

Het verdrag betreffende de gedwongen arbeid is een van de acht fundamentele verdragen van de IAO die tezamen de fundamentele internationale arbeidsnormen vormen en het wordt beschouwd als een instrument inzake de mensenrechten. Bij de aanneming van het verdrag in 1930 deed de Internationale Arbeidsconferentie een beroep op de lidstaten om het gebruik van gedwongen arbeid zo snel mogelijk uit te bannen en strafbaar te stellen. Meer dan 80 jaar later schat de IAO echter dat wereldwijd ten minste 20,9 miljoen mensen het slachtoffer zijn van gedwongen arbeid.

Het protocol is erop gericht hiaten in de uitvoering aan te pakken en vooruitgang te boeken bij de preventie van op arbeidsuitbuiting gerichte mensenhandel en bij de bescherming en schadeloosstelling van slachtoffers van gedwongen arbeid.

In het protocol worden de IAO-lidstaten verzocht nationaal beleid en een actieplan voor de daadwerkelijke en duurzame uitbanning van gedwongen arbeid te ontwikkelen en maatregelen te nemen met het oog op de toepassing van de bepalingen van het protocol, in overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties. In het protocol zijn eveneens de maatregelen vastgesteld die IAO-lidstaten moeten nemen ter preventie van gedwongen arbeid, namelijk: mensen voorlichten en informeren, ervoor zorgen dat de wetgeving inzake de preventie van gedwongen arbeid van toepassing is op alle werknemers en in alle bedrijfstakken, mensen en met name migrerende werknemers beschermen tegen mogelijk misleidende en bedrieglijke selectie- en aanwervingspraktijken, en de onderliggende oorzaken aanpakken die het risico op gedwongen arbeid verhogen.

Met betrekking tot de slachtoffers is in het protocol bepaald dat doeltreffende maatregelen moeten worden genomen voor hun identificatie, invrijheidstelling, bescherming, herstel en rehabilitatie en andere vormen van hulp en ondersteuning. De IAO-lidstaten moeten waarborgen dat alle slachtoffers toegang hebben tot rechtsmiddelen, zoals schadeloosstelling, en dat de bevoegde autoriteiten geen slachtoffers kunnen vervolgen voor onwettige handelingen die zij onder dwang hebben begaan.

Het protocol schept juridische verplichtingen voor staten die het bekrachtigen en kan slechts worden bekrachtigd door staten die het verdrag hebben bekrachtigd. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie kunnen de lidstaten niet beslissen het protocol buiten het kader van de instellingen van de EU te bekrachtigen, aangezien onderdelen van het protocol gebieden bestrijken die onder de bevoegdheid van de EU vallen.

Bij het voorstel voor een besluit van de Raad worden de lidstaten gemachtigd de onder de bevoegdheid van de EU vallende delen van het protocol in het belang van de EU te bekrachtigen en wordt de lidstaten verzocht dit uiterlijk eind 2016 te verwezenlijken.

Uw rapporteur is van mening dat het protocol betrekking heeft op de grondrechten, op slachtoffers en op de bestrijding van mensenhandel, een misdrijf dat niet enkel individuen maar de hele samenleving en economie treft. De ratificatie van dit protocol betekent een belangrijke stap in de bestrijding van mensenhandel en om ervoor te zorgen dat de rechten van slachtoffers in heel Europa gewaarborgd zijn. Het oorspronkelijke verdrag betreffende de gedwongen arbeid is bijna honderd jaar geleden in werking getreden. Het is dan ook betreurenswaardig dat er nog steeds miljoenen mensen in de hele wereld gedwongen arbeid verrichten.

De ratificatie van het protocol door de lidstaten zal het eenvoudiger maken om mensenhandelaars te bestrijden, en uw rapporteur is dan ook ingenomen met het voorstel voor een besluit van de Raad en stelt voor dat het Parlement ermee instemt. De rapporteur moedigt de lidstaten eveneens aan het protocol snel te ratificeren.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Malin Björk, Caterina Chinnici, Ignazio Corrao, Laura Ferrara, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Iliana Iotova, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Monica Macovei, Vicky Maeijer, Roberta Metsola, Louis Michel, Claude Moraes, Alessandra Mussolini, József Nagy, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Cecilia Wikström, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Hugues Bayet, Carlos Coelho, Pál Csáky, Daniel Dalton, Petra Kammerevert, Jeroen Lenaers, Emil Radev, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Elly Schlein, Barbara Spinelli, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Axel Voss, Elissavet Vozemberg

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Franc Bogovič, Eugen Freund

Juridische mededeling - Privacybeleid