Procedure : 2012/0134(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0233/2015

Ingediende teksten :

A8-0233/2015

Debatten :

PV 08/09/2015 - 15
CRE 08/09/2015 - 15

Stemmingen :

PV 09/09/2015 - 8.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0298

AANBEVELING     ***
PDF 176kWORD 95k
20.7.2015
PE 557.215v02-00 A8-0233/2015

betreffende het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee Bissau

(11667/2012 – C8-0278/2014 – 2012/0134(NLE))

Commissie visserij

Rapporteur: João Ferreira

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee Bissau

(11667/2012 – C8-0278/2014 – 2012/0134(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–       gezien het ontwerp van besluit van de Raad (11667/2012),

–       gezien het ontwerp van protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau (11671/2012),

–       gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0278/2014),

–       gezien zijn niet-wetgevingsresolutie van ...(1) over het ontwerp van besluit van de Raad,

–       gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–       gezien de aanbeveling van de Commissie visserij en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Begrotingscommissie (A8-0233/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;

2.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Guinee-Bissau.

KORTE TOELICHTING

De eerste visserijovereenkomst tussen de EEG en Guinee-Bissau dateert uit 1980. Sinds dat jaar hebben de vloten van de lidstaten van de EEG/EU toegang tot vangstmogelijkheden in de wateren van het land. Sindsdien waren er opeenvolgende protocollen betreffende de toepassing van de overeenkomst van kracht, waarvan het laatste gold tot en met 15 juni 2012.

Op 10 februari 2012 kwamen partijen een nieuw uitvoeringsprotocol overeen, dat op 5 juni 2012 door de Commissie werd goedgekeurd, waarbij ervan werd uitgegaan dat het drie jaar zou gelden, namelijk van 16 juni 2012 tot en met 15 juni 2015. Vanwege de staatsgreep die op 12 april 2012 in de Republiek Guinee-Bissau plaatsvond, schortte de EU de nodige procedures voor de ondertekening van dit nieuwe protocol echter op. De vloten van de EU-lidstaten die op grond van deze overeenkomst in de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau actief waren, kregen de raad hun activiteiten in die zone te staken omdat werd geoordeeld dat hun veiligheid niet kon worden gewaarborgd. In mei 2014 vonden in het land verkiezingen plaats en op 24 november 2014 werd uiteindelijk een nieuw driejarig protocol betreffende de toepassing van de visserijovereenkomst tussen de EU en Guinee-Bissau ondertekend.

De financiële tegenprestatie bedraagt 9,2 miljoen EUR per jaar, namelijk 6,2 miljoen voor de toegang tot de bestanden van de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau en 3 miljoen ter ondersteuning van de ontwikkeling van 's lands visserijsector.

De aan de vloten van de EU toegewezen vangstmogelijkheden komen neer op: 3 700 brt (brutoregisterton) voor vriestrawlers voor de garnaalvisserij en 3 500 brt voor vriestrawlers voor de visserij op demersale soorten en koppotigen; 28 vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen en beugschepen en 12 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel.

Doordat de onderhandelingen met Mauritanië zijn opgeschort, wint de visserijovereenkomst tussen de EU en Guinee-Bissau aan belang en kan ze zelfs worden beschouwd als een van de belangrijkste die momenteel van kracht zijn. Dit is een van de weinige visserijovereenkomsten van de EU die toegang geven tot gemengde visserij.

Guinee-Bissau ligt aan de westkust van Afrika, tussen Senegal en Guinee (Conakry) en beslaat een totale oppervlakte van 36 125 km2. Het land telt circa 1,4 miljoen inwoners, waarvan ongeveer een kwart in de hoofdstad en de rest op het platteland woont. Het staat te boek als een van de minst ontwikkelde landen en een groot deel van de bevolking (naar schatting twee derde van de huishoudens) leeft onder de armoedegrens. Het bbp per hoofd van de bevolking is een van de laagste ter wereld. In 2008 was ongeveer een derde van de overheidsinkomsten afkomstig van internationale donoren, waarbij de EU goed was voor ongeveer een derde van die hulp. De economie van het land is sterk afhankelijk van landbouw, in het bijzonder van de productie van cashewnoten. Diversificatie van de productie is dan ook een van de uitdagingen waar het land voor staat.

Het einde van de eenzijdig toegekende tariefpreferenties en de inwerkingtreding van de economische partnerschapsovereenkomsten vormen in dit verband een ernstige belemmering, die aanzienlijke risico's en verliezen voor het land met zich meebrengt. Een door rivieren gevoed uitgestrekt continentaal plat en de seizoensgebonden opwelling van oceaanstromingen zorgen mede voor een rijkdom aan vissen, waaronder langs de kust levende en oceanische soorten. Tot de belangrijkste verhandelbare bestanden behoren diepzeevissen, kleine pelagische vissen, migrerende grote pelagische vissen, schaaldieren (garnalen en diepzeegarnalen) en koppotigen (octopus en pijlinktvis).

De ambachtelijke visserij, met inbegrip van de zelfvoorzieningsvisserij, voorziet in het levensonderhoud van (al naargelang de schatting) enkele duizenden vissers, waarvan sommige uit de buurlanden, en hun gezinnen. Drie vierde van de ongeveer 1 500 vaartuigen die in 2009 werden geteld, waren van het kanotype (uit boomstammen gehouwen). De handel in visserijproducten met de EU wordt belemmerd doordat Guinee-Bissau niet in staat is de door de EU verlangde gezondheidsmaatregelen na te leven. Hopelijk kan de versterking van 's lands capaciteiten op dit gebied daarin verandering brengen met de oprichting van een sanitair laboratorium (in juli 2014). De visserijovereenkomst met de EU maakt een belangrijk deel uit van alle EU-transfers naar Guinee-Bissau (een kwart van alle overdrachten in 2010).

De rapporteur beveelt aan dat het Parlement zijn goedkeuring hecht aan de sluiting van dit protocol, omdat hij het van groot belang acht, zowel voor Guinee-Bissau als voor de EU-vloten die in de wateren van dat land actief zijn.

Hij vindt wel dat deze overeenkomst, de voorgeschiedenis en de toekomstperspectieven ervan aan een diepgaandere beoordeling en evaluatie moeten worden onderworpen. Gezien de rol en de bevoegdheden van het Europees Parlement op dit gebied acht de rapporteur het opportuun en noodzakelijk een niet-wetgevende resolutie over deze overeenkomst aan te nemen met overwegingen en aanbevelingen waarmee de Commissie hopelijk rekening zal houden tijdens de looptijd van dit protocol en eventuele nieuwe onderhandelingen erover.

De rapporteur wijst op enkele aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

Hoewel de eerste visserijovereenkomst tussen de EU en de Republiek Guinee-Bissau 35 jaar geleden werd ondertekend, zijn er tot dusver bitter weinig resultaten geboekt inzake sectorale samenwerking. Dit moet dringend veranderen. De overeenkomst moet een daadwerkelijke duurzame ontwikkeling van de visserij en aanverwante bedrijfstakken en activiteiten in Guinee-Bissau bevorderen en ervoor zorgen dat de exploitatie van zijn natuurlijke rijkdommen het land meer toegevoegde waarde oplevert.

Er is een betere koppeling nodig tussen de sectorale steun die in het kader van de visserijovereenkomst wordt verleend, en de instrumenten die in het kader van ontwikkelingssamenwerking beschikbaar zijn, met name het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), hetzij via de nationale programmering, hetzij via de regionale programmering voor West-Afrika.

Volgens de rapporteur moet de Europese Commissie de nodige maatregelen treffen – met inbegrip van de mogelijke herziening en verhoging van het onderdeel sectorale steun van de overeenkomst en het creëren van nieuwe en betere voorwaarden om het opnemingsvermogen te vergroten – om te garanderen dat daadwerkelijk een andere weg wordt ingeslagen dan de afgelopen decennia. De (luttele) positieve ontwikkelingen die de afgelopen jaren werden opgetekend, vergen aanhoudende inspanningen om aan kracht te winnen en duidelijke resultaten op te leveren.

Net als in andere landen in de regio wordt het noodzakelijk geacht meer en betrouwbaarder te rapporteren over vangsten in het bijzonder en over de situatie op het vlak van de instandhouding van de visbestanden in het algemeen, en de ontwikkeling van het eigen potentieel voor het verwerven van die informatie door Guinee-Bissau te ondersteunen.

Tot slot benadrukt de rapporteur dat het Parlement onmiddellijk en volledig geïnformeerd dient te worden over alle fasen van de procedures betreffende het protocol en de verlenging ervan. Hij stelt voor dat jaarlijks bij het Parlement en de Raad een verslag wordt ingediend over de resultaten van het in artikel 3 van het protocol beschreven meerjarige sectorale programma en over de wijze waarop de lidstaten voldaan hebben aan de vereisten inzake het melden van vangsten.

25.6.2015

ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking

aan de Commissie visserij

inzake het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van het tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau overeengekomen Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen

(11667/2012 – C8-0278/2014 – 2012/0134(NLE))

Rapporteur voor advies: Nirj Deva

BEKNOPTE MOTIVERING

Guinee-Bissau is een van de armste, minst ontwikkelde landen ter wereld en torst een hoge schuldenlast. Het heeft ook een van de laagste bbp per capita-cijfers ter wereld.

De economie van het land is sterk afhankelijk van landbouw, in het bijzonder van de productie van cashewnoten. Bovendien is Guinee-Bissau bijzonder rijk aan visbestanden en is de afhankelijkheid van vis er groot, door het gebrek aan alternatieve bronnen van dierlijke eiwitten.

De politieke situatie in het land blijft instabiel. De militaire staatsgreep van 12 april 2012 is veroordeeld door de internationale gemeenschap, die heeft geweigerd de door de coupleiders geïnstalleerde instellingen te erkennen en het herstel heeft gevraagd van de grondwettelijke orde.

De positieve evolutie sinds mei 2014, toen er presidentsverkiezingen zijn gehouden, heeft de EU ertoe gebracht haar samenwerking met Guinee-Bissau te hervatten, inclusief een heropstarting van de onderhandelingen over het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij.

Het huidige protocol bestrijkt een periode van drie jaar vanaf de datum van ondertekening. De overeenkomst heeft betrekking op diverse soorten, niet alleen tonijn, maar ook garnaal en koppotigen. De financiële tegenprestatie bedraagt 9 200 000 EUR/jaar, inclusief 3 000 000 EUR/jaar steun voor het sectorale visserijbeleid van Guinee-Bissau.

In het protocol is voorzien in vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen in de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau binnen de grenzen van de beschikbare overschotten. De partnerschapsovereenkomst inzake visserij is van groot belang voor Guinee-Bissau uit financieel perspectief, maar ook voor de wederopbouw van de visserijsector van het land en de ontwikkeling van het lokale (inclusief ambachtelijke) visserijbedrijf. De overeenkomst is een essentieel instrument om meerwaarde te geven aan het vangstproces en uiteindelijk om visserijproducten te exporteren naar de EU.

Bovendien kan de overeenkomst helpen de afhankelijkheid van Guinee-Bissau van de cashewnoten-productie en van internationale hulp te verminderen en de economie van het land te versterken, waarvan de zwakte, bovenop de politieke, economische en financiële instabiliteit, ervoor heeft gezorgd dat de drugskartels steeds machtiger zijn geworden – een ontwikkeling die het land sterk heeft gedestabiliseerd.

******

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij het Parlement aan te bevelen zijn goedkeuring te hechten aan de sluiting van het tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau overeengekomen Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Doru-Claudian Frunzulică, Nathan Gill, Charles Goerens, Heidi Hautala, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Stelios Kouloglou, Linda McAvan, Norbert Neuser, Maurice Ponga, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Davor Ivo Stier, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Rübig

1.7.2015

ADVIES van de Begrotingscommissie

aan de Commissie visserij

inzake het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee Bissau

(11667/2012 – C8-0278/2014 – 2012/0134(NLE))

Rapporteur voor advies: Indrek Tarand

BEKNOPTE MOTIVERING

Op basis van het mandaat van de Raad heeft de Europese Commissie met de Republiek Guinee-Bissau onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau.

Na afloop van de onderhandelingen is op 10 februari 2012 een nieuw protocol geparafeerd. Het protocol is op grond van een besluit ondertekend en wordt sinds de datum van ondertekening ervan voorlopig toegepast.

Het protocol en de bijlagen daarbij zijn van toepassing voor een periode van drie jaar vanaf de voorlopige toepassing ervan.

Voorafgaand aan de onderhandelingen zijn de belanghebbende partijen geraadpleegd in het kader van de regionale adviesraad voor de vollezeevloot; deze adviesraad bestaat uit vertegenwoordigers van de visserijsector en van ngo's die actief zijn op het gebied van milieu en ontwikkeling. Ook zijn in het kader van technische vergaderingen de deskundigen uit de lidstaten geraadpleegd. Uit deze raadplegingen is gebleken dat een protocol bij de visserijovereenkomst met Guinee-Bissau behouden moet blijven.

Het ontwerpbesluit van de Raad beoogt de sluiting van het tussen de Europese Unie en Guinee-Bissau overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen.

De voornaamste doelen van het protocol bij de overeenkomst zijn:

•  de vaartuigen van de Europese Unie in de wateren van Guinee-Bissau vangstmogelijkheden bieden binnen de grenzen van het beschikbare overschot;

•  de samenwerking tussen de Europese Unie en Guinee-Bissau intensiveren en daartoe, in het belang van beide partijen, een partnerschapskader instellen voor de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van Guinee-Bissau.

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING: de totale financiële tegenprestatie uit hoofde van het protocol bedraagt 27 972 miljoen EUR voor de periode 2012-2015 (inclusief administratieve uitgaven).

De in het protocol bedoelde financiële tegenprestatie van in totaal 9,2 miljoen EUR over de hele periode is gebaseerd op:

•  maximaal 40 machtigingen voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en 7 200 brt voor trawlers, voor een financiële tegenprestatie van 6,2 miljoen EUR;

•  steun voor de ontwikkeling van het sectorale visserijbeleid in de Republiek Guinee-Bissau ten bedrage van 3 miljoen EUR. Deze steun beantwoordt aan de doelstellingen van het nationale visserijbeleid.

De toepassing van dit protocol kan op initiatief van één van beide partijen na overleg in de gemengde commissie worden opgeschort als zich een of meer van de volgende situaties voordoen: a) abnormale omstandigheden, andere dan natuurlijke fenomenen, waardoor in de EEZ van Guinee-Bissau geen visserijactiviteiten kunnen plaatsvinden; b) ingrijpende wijzigingen van de beleidsoriëntaties die tot de sluiting van dit protocol hebben geleid; c) één van beide partijen schendt een van de essentiële en fundamentele elementen van de mensenrechten en de democratische beginselen, enz. Bij schorsing blijven de partijen in onderling overleg streven naar een minnelijke schikking van het geschil. In dat geval worden specifieke financiële maatregelen getroffen.

******

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij het Parlement aan te bevelen zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, bedoeld in de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau.

De Begrotingscommissie beveelt de Commissie visserij aan een begeleidende niet-wetgevingsresolutie aan te nemen die de volgende paragrafen bevat:

•  verzoekt de Commissie jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de resultaten van het meerjarig sectoraal programma als bedoeld in artikel 3 van het protocol, alsmede over de nakoming van de aangifteverplichtingen door de lidstaten;

•  verzoekt de Commissie om vóór het verstrijken van het protocol of vóór het begin van de onderhandelingen over een eventuele vervanging ervan aan het Parlement en de Raad een ex-postevaluatie van het protocol voor te leggen, die ook een kosten-batenanalyse omvat en uitleg over de wijze waarop de aan Guinee Bissau toegewezen middelen worden gebruikt en gecontroleerd.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Sophie Montel, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Isabelle Thomas, Monika Vana, Daniele Viotti, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Janusz Lewandowski, Nils Torvalds, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tiziana Beghin, Marco Zullo

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.7.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

4

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, Raymond Finch, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Izaskun Bilbao Barandica, José Blanco López, Marek Józef Gróbarczyk, Anja Hazekamp, Verónica Lope Fontagné, Francisco José Millán Mon, Lidia Senra Rodríguez

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi

(1)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(0000)0000.

Juridische mededeling - Privacybeleid