Procedure : 2015/2119(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0236/2015

Ingediende teksten :

A8-0236/2015

Debatten :

PV 08/09/2015 - 15
CRE 08/09/2015 - 15

Stemmingen :

PV 09/09/2015 - 8.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0299

VERSLAG     
PDF 156kWORD 86k
20.7.2015
PE 557.236v02-00 A8-0236/2015

met een niet-wetgevingsontwerpresolutie over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau

(11667/2012 – C8-0278/2014 – 2012/0134(NLE) – 2015/2119(INI))

Commissie visserij

Rapporteur: João Ferreira

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau

(11667/2012 – C8-0278/2014 – 2012/0134(NLE)2015/2119(INI))

Het Europees Parlement,

–       gezien het ontwerp van besluit van de Raad (11667/2012),

–       gezien het ontwerp van protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau (11671/2012),

–       gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), en lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0278/2014),

–       gezien zijn resolutie van 25 oktober 2012 over het verslag 2011 van de EU over de coherentie van het ontwikkelingsbeleid(1),

–       gezien het verslag over de evaluatie achteraf van het protocol betreffende de toepassing van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau (kaderovereenkomst FISH/2006/20, specifieke overeenkomst nr. 27, september 2010),

–       gezien zijn wetgevingsresolutie van ...(2) over het ontwerp van besluit van de Raad,

–       gezien artikel 99, lid 1, tweede alinea, van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0236/2015),

A.     overwegende dat het protocol als algemeen doel heeft de samenwerking inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau in het belang van beide partijen te versterken door een partnerschapskader in te stellen dat de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en een duurzame exploitatie van de visbestanden in de exclusieve economische zone van de Republiek Guinee-Bissau mogelijk maakt, en om een passend aandeel van het beschikbare overschot te verkrijgen, dat in verhouding staat tot het belang van de vloten van de EU;

B.     overwegende dat de Europese Unie al het mogelijke moet doen om te waarborgen dat duurzame visserijakkoorden met derde landen in het gedeelde belang zijn van zowel de EU als de betrokken derde landen, met inbegrip van de lokale bevolking en de visserijsector van die landen;

C.     overwegende dat de eerste visserijovereenkomst tussen de EEG en de Republiek Guinee-Bissau uit 1980 dateert en dat de vloten van de lidstaten van de EEG/EU sindsdien tot en met 15 juni 2012 toegang hadden tot vangstmogelijkheden in de wateren van dat land, middels protocollen betreffende de toepassing van de overeenkomst die achtereenvolgens van kracht waren;

D.     overwegende dat de vangstmogelijkheden toegekend aan EU-vloten uit hoofde van het huidige protocol als volgt zijn: 3 700 brt (brutoregisterton) voor vriestrawlers (garnalen) en 3 500 brt voor vriestrawlers (demersale soorten en koppotigen), 28 vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen en beugschepen en 12 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel; overwegende dat de visserijovereenkomst tussen de EU en Guinee-Bissau van groot belang is omdat het een van de weinige visserijovereenkomsten van de EU is die toegang geven tot gemengde visserij;

E.     overwegende dat de uit hoofde van deze overeenkomst aan de Republiek Guinee-Bissau overgemaakte middelen, met name bij wijze van compensaties voor de toegang tot de bestanden, een aanzienlijk deel van de overheidsbegroting van het land uitmaken; overwegende dat de overdrachten in het kader van sectorale samenwerking in het verleden echter zijn opgeschort vanwege vermeende problemen met de opnamecapaciteit van Guinee-Bissau;

F.     overwegende dat Guinee-Bissau met betrekking tot de socio-economische ontwikkeling in het algemeen en de visserijsector in het bijzonder, tekortkomingen kent op belangrijke terreinen, waaronder beroepsonderwijs, de structuur van de sector en de erkenning van de rol die vrouwen in de sector spelen;

G.     overwegende dat de sectorale samenwerking tot nu toe niet algemeen bevredigend was; overwegende dat niettemin vooruitgang is gemeld bij de monitoring, controle en bewaking van de visserij, de capaciteit voor sanitaire inspecties en de deelname van Guinee-Bissau aan regionale visserij-instanties; overwegende dat er nog ruimte voor verbetering is wat betreft het waarborgen dat de overeenkomst meer bijdraagt aan het bevorderen van de transparantie en controleerbaarheid van de sectorale samenwerking en het stimuleren van duurzame ontwikkeling in de visserijsector van Guinee-Bissau en van daaraan gerelateerde sectoren en activiteiten, om te waarborgen dat een groter deel van de meerwaarde geleverd door de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen van het land in Guinee-Bissau zelf blijft;

H.     overwegende dat industriële reders hun vangst buiten het land overladen of aanlanden (bijvoorbeeld in Dakar of op de Canarische Eilanden), wat ertoe bijdraagt dat de economische voordelen van de industriële visserij schamel uitvallen en beperkt blijven tot de schepping van een handvol banen (148 lokale bemanningsleden in het kader van het vorige protocol); overwegende dat er in 2010 slechts één operationeel visverwerkingsbedrijf in het land bestond;

I.      overwegende dat, hoewel er op dit vlak sinds kort enige vooruitgang op te tekenen valt, de handel in visserijproducten met de EU wordt belemmerd doordat Guinee-Bissau niet in staat is de door de EU verlangde gezondheidsmaatregelen na te leven;

J.      overwegende dat IOO-visserij (illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij) in de wateren van de Republiek Guinee-Bissau een oud probleem vormt; overwegende dat de nationale autoriteiten in 2008 en 2009 58 in overtreding zijnde schepen aantroffen, waarvan er elf zonder vergunning en zeven in verboden gebieden aan het vissen waren; overwegende dat ondanks de door Guinee-Bissau geboekte vooruitgang en ingezette middelen inzake toezicht op visserijactiviteiten – waaronder een waarnemerskorps en snelle patrouilleboten – het toezichts- en controlesysteem inzake de visserij in de territoriale wateren van het land leemten blijft vertonen;

K.     overwegende dat het vastgestelde gebrek aan kennis wat betreft de gevolgen van deze overeenkomst voor het mariene ecosysteem en de garantie dat toegang beperkt blijft tot het overschot van de visbestanden dat niet gevangen kan worden door lokale vloten, alsmede problemen vanwege het gebrek aan actuele biologische gegevens (met name nadat de EU-vloot het land in 2012 verlaten heeft), reden tot bezorgdheid geven en zo vlug mogelijk opgelost moeten worden;

L.     overwegende dat het Parlement onmiddellijk en volledig moet worden geïnformeerd over alle fasen van de procedures betreffende het protocol en de verlenging ervan;

1.      acht deze overeenkomst van groot belang, zowel voor Guinee-Bissau als voor de EU-vloten die in de wateren van dat land actief zijn; is echter van mening dat de tot dusver geboekte resultaten inzake sectorale samenwerking onbevredigend zijn, en verzoekt de Europese Commissie alle nodige maatregelen te treffen, door mechanismen in te stellen voor grotere transparantie, controleerbaarheid en deelname van begunstigden aan specifieke kleinschalige ambachtelijke visserijgemeenschappen en waar nodig door herziening en verhoging van het onderdeel sectorale steun van de overeenkomst en het creëren van nieuwe en betere voorwaarden om het opnemingsvermogen te vergroten, om te garanderen dat daadwerkelijk een andere weg wordt ingeslagen dan de afgelopen decennia;

2.      herhaalt dat de overeenkomst een meer doelmatige en duurzame ontwikkeling van de visserij en aanverwante bedrijfstakken en activiteiten, met name kleinschalige visserij die een belangrijke bijdrage levert aan de voedselveiligheid en lokale bestaansmiddelen in Guinee-Bissau moet bevorderen en ervoor moet zorgen dat de exploitatie van zijn natuurlijke rijkdommen het land meer toegevoegde waarde oplevert; neemt kennis van de positieve ontwikkelingen die de afgelopen jaren zijn opgetekend, maar meent dat er aanhoudende en langdurige inspanningen nodig zijn om duidelijke resultaten op te leveren; is van mening dat steun verleend kan worden, niet in de laatste plaats met technische bijstand, op terreinen als institutionele capaciteitsopbouw, opleiding van beroepsvissers, partnerschappen met ambachtelijke kleinschalige visserijen, een grotere nadruk op genderbeleid om de rol van vrouwen te erkennen en te benutten (distributie en afzet van vis, opslag, eerste graad van verwerking, enz.);

3.      is van mening dat de in het protocol opgenomen mogelijkheden inzake werk voor lokale vissers aan boord van EU-vaartuigen ten volle moeten worden benut;

4.      is van mening dat de maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij in de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau moeten worden aangescherpt, onder meer door betere monitoring, controle en bewaking door middel van een extensief gebruik van het satellietvolgsysteem voor vaartuigen, logboeken, inspecteurs en de tenuitvoerlegging van de besluiten van de regionale visserijorganisaties;

5.      pleit voor een betere koppeling tussen de sectorale steun die in het kader van de visserijovereenkomst wordt verleend, en de instrumenten die in het kader van ontwikkelingssamenwerking beschikbaar zijn, met name het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF);

6.      roept de Commissie op om, ongeacht de reeds verrichte inspanningen, de autoriteiten van de Republiek Guinee-Bissau te ondersteunen bij het verbeteren van het toezichts- en controlesysteem inzake de visserij in de territoriale wateren van het land, om IOO-visserij intensiever te bestrijden;

7.      benadrukt dat deze overeenkomst een niet-discriminatieclausule bevat; is verheugd te kunnen vaststellen dat Guinee-Bissau in het kader van de onderhandelingen de visserijovereenkomsten met derde landen openbaar heeft gemaakt; verzoekt de Commissie de ontwikkelingen met deze overeenkomsten en de visserijactiviteiten in de wateren van Guinee-Bissau nauwlettend te volgen;

8.      acht het wenselijk meer en betrouwbaarder te rapporteren over alle vangsten (doelsoorten en bijvangsten) en over de instandhouding van de visbestanden in het algemeen, om de impact van de overeenkomst op het mariene ecosysteem en de visserijgemeenschappen beter te kunnen inschatten; is van mening dat Guinee-Bissau geholpen moet worden met het ontwikkelen van eigen manieren voor het vergaren van dergelijke gegevens; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de organen die toezien op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, met name het gemengd wetenschappelijk comité, regelmatiger en transparanter werken;

9.      verzoekt de Commissie het Parlement de notulen en de conclusies van de vergaderingen van de in artikel 9 van de overeenkomst bedoelde gemengde commissie te doen toekomen, alsook het in artikel 3 van het nieuwe protocol bedoelde meerjarige sectorale programma en de resultaten van de desbetreffende jaarlijkse beoordelingen en de notulen en conclusies van de vergaderingen als bedoeld in artikel 4 van het nieuwe protocol; verzoekt de Commissie voorts de deelname van vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemer op de bijeenkomsten van de gemengde commissie te vergemakkelijken en de deelname van de visserijgemeenschappen van Guinee-Bissau te stimuleren; verzoekt de Commissie om in het laatste jaar waarin het nieuwe protocol geldt en voordat er onderhandelingen over de verlenging ervan worden geopend, aan het Parlement en de Raad een volledig verslag over de uitvoering ervan voor te leggen, zonder onnodige beperkingen op de toegang tot dit document;

10.    is van mening dat de Commissie ernaar moet streven in het meerjarig sectoraal programma van artikel 3 van het protocol doelstellingen op te nemen voor een reële ontwikkeling van de lokale visserij, met name de ambachtelijke visserij en de visverwerkende industrie, bijvoorbeeld door meer aanlandingen in Guinee-Bissau, alsook andere economische activiteiten en partnerschappen in de visserijsector;

11.    is van mening dat de gemengde commissie waarin door de partnerschapsovereenkomst wordt voorzien er in het licht van het corruptieprobleem voor moet zorgen dat de soliditeit van de mechanismen van het protocol boven alle twijfel verheven is;

12.    verzoekt de Commissie en de Raad om het Parlement binnen de grenzen van hun bevoegdheden onmiddellijk en volledig te informeren over alle fasen van de procedures betreffende het nieuwe protocol en de verlenging ervan, overeenkomstig artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 218, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

13.    verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Guinee-Bissau.

25.6.2015

ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking

aan de Commissie visserij

inzake het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee Bissau

(2015/2119(INI))

Rapporteur voor advies: Nirj Deva

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

De Commissie dient bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst naar behoren rekening te houden met de volgende punten:

1.  de toegang van vaartuigen uit de EU tot het overschot aan visbestanden moet worden beperkt in overeenstemming met de maximale duurzame vangst, nadat in de voedingsbehoeften van de lokale bevolking is voorzien;

2.  de Commissie moet ernaar streven in het meerjarig sectoraal programma van artikel 3 van het protocol doelstellingen op te nemen voor een reële ontwikkeling van de lokale visserij, met name de ambachtelijke visserij en de visverwerkende industrie, bijvoorbeeld door meer aanlandingen in Guinee-Bissau, alsook andere economische activiteiten en partnerschappen in de visserijsector; om de transparantie te vergroten en ervoor te zorgen dat het aanvullend budget voor de ondersteuning van het sectorale visserijbeleid daadwerkelijk voor dit doel wordt gebruikt, moet er jaarlijks een verslag over de tenuitvoerlegging van het sectoraal programma worden opgesteld en naar het Parlement en de Raad worden gezonden;

3.  de in het protocol opgenomen mogelijkheden inzake werk voor lokale vissers aan boord van EU-vaartuigen moeten ten volle worden benut;

4.  de verbeteringen inzake de capaciteit op het gebied van monitoring, controle en bewaking van de visserij die zijn vastgesteld in het kader van het vorige protocol, moeten worden versterkt; hiertoe moet de ondersteuning op het gebied van wetgeving, statistiek, rapportage en hulpbronnenbeheer worden voortgezet;

5.  de maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij in de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau moeten worden aangescherpt, onder meer door betere monitoring, controle en bewaking door middel van een extensief gebruik van het satellietvolgsysteem voor vaartuigen, logboeken, inspecteurs en de tenuitvoerlegging van de besluiten van de regionale visserijorganisaties;

6.  de Commissie moet met de autoriteiten van Guinee-Bissau een politieke dialoog starten, om te garanderen dat de principes van transparantie en gelijke behandeling met betrekking tot de toegang van buitenlandse vloten tot de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau worden gehandhaafd; als deze principes niet worden geëerbiedigd, kan dat negatieve gevolgen hebben voor het duurzame en verantwoorde beheer van de mariene hulpbronnen in het land en op de voedselzekerheid van zijn burgers.

7.  de gemengde commissie waarin door de partnerschapsovereenkomst wordt voorzien moet er in het licht van het corruptieprobleem voor zorgen dat de soliditeit van de mechanismen van het protocol boven alle twijfel verheven is.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Doru-Claudian Frunzulică, Nathan Gill, Charles Goerens, Heidi Hautala, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Stelios Kouloglou, Linda McAvan, Norbert Neuser, Maurice Ponga, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Davor Ivo Stier, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Rübig

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.7.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

2

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, Raymond Finch, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Izaskun Bilbao Barandica, Marek Józef Gróbarczyk, Anja Hazekamp, Verónica Lope Fontagné, Francisco José Millán Mon, Lidia Senra Rodríguez

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi

(1)

PB C 72 E van 11.3.2014, blz. 21.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA (0000)0000.

Juridische mededeling - Privacybeleid