Procedure : 2014/0338(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0251/2015

Ingediende teksten :

A8-0251/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2015 - 5.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0397

VERSLAG     ***I
PDF 378kWORD 97k
14.9.2015
PE 567.588v01-00 A8-0251/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken

(COM(2014)0714 – C8-0279/2014 – 2014/0338(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Claude Moraes

(Vereenvoudigde procedure – artikel 50, lid 2, van het Reglement)

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken

(COM(2014)0714 – C8-0279/2014 – 2014/0338(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0714),

–       gezien artikel 294, lid 2, artikel 82, lid 1, onder d) en artikel 87, lid 2, onder a) en c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0279/2014),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 59 en artikel 50, lid 2, van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0251/2015),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(1)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken (Schengen acquis)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, onder d), en artikel 87, lid 2, onder a) en c),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het transparanter maken van het recht van de Unie is een essentieel onderdeel van de strategie voor beter wetgeven die de instellingen van de Unie ten uitvoer leggen. In dat verband is het zaak rechtshandelingen die geen enkel doel meer dienen, uit de geldende regelgeving te verwijderen.

(2)      Een aantal op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken vastgestelde handelingen die behoren tot het Schengenacquis zijn, hoewel zij niet zijn ingetrokken, niet langer relevant vanwege hun tijdelijke karakter of doordat hun inhoud is overgenomen in latere handelingen.

(3)      Besluit SCH/Com-ex (93)14 van het Uitvoerend Comité(2) heeft ten doel de praktijk inzake justitiële samenwerking op het gebied van de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen te verbeteren enkel in geval een lidstaat samenwerking weigert. Het besluit is achterhaald door de inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie(3), dat in een bredere samenwerking tussen de lidstaten met betrekking tot het drugsbeleid voorziet.

(4)      Verklaring van het Uitvoerend Comité SCH/Com-ex (97) 13 2e herz.(4) zag op de ontvoering van minderjarigen of het wederrechtelijk onttrekken van minderjarigen door één van hun ouders aan het gezag van hun wettelijke bewaarder. Deze verklaring is achterhaald door de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad(5) en Uitvoeringsbesluit 2013/115/EU van de Commissie(6), waarbij nieuwe regels werden ingevoerd voor de controle van minderjarigen die een buitengrens overschrijden en met betrekking tot de daarmee samenhangende activiteiten van de Sirene-bureaus.

(5)      Bij Besluit SCH/Com-ex (98) 52 van het Uitvoerend Comité(7) werd de Schengenleidraad voor grensoverschrijdende politiële samenwerking vastgesteld ter ondersteuning van de lidstaten bij de uitvoering van grensoverschrijdende operaties. Het besluit is achterhaald nu de inhoud van de leidraad is opgenomen in de recentere geactualiseerde Catalogus van aanbevelingen voor de juiste toepassing van het Schengenacquis en van beste praktijken: politiële samenwerking, de Leidraad voor grensoverschrijdende operaties en het "Compendium on law enforcement liaison officers".

(5bis) Bij Besluit van het Uitvoerend Comité SCH/Com-ex (99) 7, 2e herz(8) is een overeenkomst inzake samenwerking met betrekking tot inbreuken op de verkeerswetgeving vastgesteld. Het betreft een overeenkomst die niet alleen tussen een aantal lidstaten, maar ook met twee derde landen is gesloten (IJsland en Noorwegen). Deze overeenkomst is derhalve geen interne handeling van het Schengenacquis. Bovendien is deze overeenkomst nooit in werking getreden en heeft geen van de lidstaten een verklaring uit hoofde van artikel 20, lid 3, afgelegd betreffende de toepassing van de overeenkomst tussen de lidstaten die deze hebben geratificeerd. Om die reden is dit instrument niet relevant en dient het te worden ingetrokken.

(6)      Bij Besluit 2008/173/JBZ van de Raad(9) werd in detail de reikwijdte, de organisatie, de coördinatie en de goedkeuringsprocedures uiteengezet voor bepaalde tests die erop gericht waren te beoordelen of het Schengeninformatiesysteem II (SIS II) voldoet aan de technische en functionele vereisten als bepaald in de rechtsinstrumenten betreffende SIS II. Het besluit verloor zijn rechtsgevolgen toen SIS II op 9 april 2013 in gebruik werd genomen.

(7)      Omwille van de rechtszekerheid en de duidelijkheid moeten deze achterhaalde besluiten en verklaringen worden ingetrokken.

(8)      Aangezien de doelstelling van deze verordening, te weten de intrekking van een aantal achterhaalde rechtshandelingen van de Unie op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken, behorend tot het Schengenacquis, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel 5 neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is voor de verwezenlijking van deze doelstelling.

(9)      Overeenkomstig artikel 1 van Protocol (Nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken geen deel aan de vaststelling van deze verordening, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemd protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit over deze verordening heeft genomen, of het dit instrument in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(10)    Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland deelneemt in overeenstemming met artikel 5, lid 1, van ▌Protocol (nr. 19) betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van Besluit 2002/192/EG van de Raad(10).

(11)    Na de kennisgeving door het Verenigd Koninkrijk op 24 juli 2013, overeenkomstig artikel 10, lid 4, eerste alinea, eerste zin, van Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen, zijn de bovenbedoelde achterhaalde besluiten en verklaringen met ingang van 1 december 2014 niet langer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, zulks krachtens artikel 10, lid 4, eerste alinea, tweede zin, van dat Protocol. Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.

(12)    Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(11), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1 van Besluit 1999/437/EG van de Raad(12).

(13)    Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(13), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1 van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/149/JBZ van de Raad(14).

(14)    Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(15), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1 van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/349/EU van de Raad(16),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Intrekking van achterhaalde handelingen

De volgende handelingen worden ingetrokken:

-          Besluit SCH/Com-ex (93) 14 (bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen);

-          Verklaring SCH/Com-ex (97) decl. 13 2e herz. (ontvoering van minderjarigen);

-          Besluit SCH/Com-ex (98) 52 (handboek voor politie);

-          Besluit SCH/Com-ex (99) 11 2e herz. (inbreuken op de verkeerswetgeving) en

-          Besluit 2008/173/JHA van de Raad (SIS II-tests).

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

TOELICHTING

In het kader van het verstrijken van de overgangstermijn als neergelegd in Protocol (nr. 36) betreffende overgangsbepalingen, gehecht aan de Verdragen, heeft de Commissie een beoordeling uitgevoerd van het Schengenacquis en van de wettelijke instrumenten op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken. Van een aantal handelingen is vastgesteld dat zij achterhaald zijn vanwege hun tijdelijke karakter of omdat de inhoud ervan in latere handelingen is opgenomen.

In het interinstitutioneel akkoord van 16 december 2003 zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen het volume van de wetgeving van de Unie te vereenvoudigen en beperken, onder meer door middel van intrekking van handelingen die niet meer worden toegepast.

Op basis van haar onderzoek en in overeenstemming met de toezeggingen in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven en haar beleid inzake gezonde regelgeving(17) heeft de Commissie een voorstel ingediend tot intrekking van de volgende achterhaalde handelingen: Besluit SCH/Com-ex (93) 14 van het Uitvoerend Comité (bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen) en Besluit SCH/Com-ex (98) 52 van het Uitvoerend Comité (handboek voor politie), Verklaring SCH/Com-ex (97) 13 2e herz. van het Uitvoerend Comité (ontvoering van minderjarigen) en Besluit 2008/173/JBZ van de Raad van 18 februari 2008 inzake de tests betreffende het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II).

Overeenkomstig de door de Raad in zijn algemene oriëntatie voorgestelde wijziging, waarmee de Commissie heeft ingestemd, stelt de rapporteur voor om Besluit SCH/Com-ex (99) 11, 2e herz. van het Uitvoerend Comité betreffende de Overeenkomst inzake de samenwerking in procedures wegens inbreuken op de verkeerswetgeving toe te voegen aan de lijst met in te trekken handelingen. Reden om dit besluit eveneens in te trekken is dat deze overeenkomst nooit in werking is getreden en dat geen van de lidstaten een verklaring uit hoofde van artikel 20, lid 3, heeft afgelegd betreffende de toepassing van de overeenkomst tussen de staten die deze hebben geratificeerd. Bovendien kan dit besluit niet aangemerkt worden als een interne handeling van het Schengenacquis, omdat het betrekking heeft op een overeenkomst die niet alleen tussen EU-lidstaten, maar ook met twee derde landen is gesloten.

Na raadpleging van de Juridische Dienst van het Europees Parlement en gelet op de wijzigingen die door de Raad ten aanzien van het Commissievoorstel zijn voorgesteld, stelt de rapporteur voor het type handeling te wijzigen van "besluit" in "verordening". Overeenkomstig artikel 288 VWEU zijn verordeningen verbindend in al hun onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Met de keuze voor een verordening wordt beter beantwoord aan de doelstelling, namelijk intrekking van achterhaalde handelingen.

Daarnaast stelt de rapporteur een aantal wijzigingen voor die bedoeld zijn om de tekst van de handeling te verbeteren, waaronder een aanvulling in de titel om aan te geven dat de ingetrokken handelingen in kwestie behoren tot het Schengenacquis, en een aantal wijzigingen om de overwegingen aan te passen aan de positie van het Verenigd Koninkrijk na het verstrijken van de overgangstermijn als neergelegd in Protocol (nr. 36) bij de Verdragen.

PROCEDURE

Titel

Intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken

Document- en procedurenummers

COM(2014)0714 – C8-0279/2014 – 2014/0338(COD)

Datum indiening bij EP

28.11.2014

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

15.12.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Claude Moraes

5.2.2015

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

15.12.2014

Behandeling in de commissie

14.4.2015

2.7.2015

3.9.2015

 

Datum goedkeuring

3.9.2015

 

 

 

Datum indiening

14.9.2015

(1)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(2)

        Besluit van het Uitvoerend Comité van 14 december 1993 betreffende de verbetering van de praktijk inzake justitiële samenwerking op het gebied van de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen (SCH/Com-ex (93) 14) (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 427)

(3)

        Overeenkomst van 29 mei 2000, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (PB C 197 van 12.7.2000, blz. 3) en het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (PB C 326 van 21.11.2001, blz. 1).

(4)

        Verklaring van het Uitvoerend Comité van 9 februari 1998 betreffende de ontvoering van minderjarigen (SCH/Com-ex (97) decl. 13 2e herz.) (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 436).

(5)

        Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1).

(6)

        Uitvoeringsbesluit 2013/115/EU van de Commissie van 26 februari 2013 tot vaststelling van het Sirene-handboek en andere uitvoeringsmaatregelen voor het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 71 van 14.3.2013, blz. 1).

(7)

        Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de leidraad voor grensoverschrijdende politiële samenwerking (SCH/Com-ex (98) 52) (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 408).

(8)

       Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de Overeenkomst inzake samenwerking in procedures wegens inbreuken op de verkeerswetgeving (SCH/Com-ex (99)11, 2e herz.) (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 428).

(9)

        Besluit 2008/173/JBZ van de Raad van 18 februari 2008 inzake de tests betreffende het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 57 van 1.3.2008, blz. 14).

(10)

        PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

(11)

       PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(12)

       Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).

(13)

       PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(14)

       Besluit 2008/149/JBZ van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50).

(15)

       PB L 160 van 18.6.2011, blz. 3.

(16)

       Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1).

(17)

     Mededeling van de Commissie "Programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT): stand van zaken en vooruitzichten" (COM(2014) 368 final), van 18 juni 2014.

Juridische mededeling - Privacybeleid