Procedure : 2015/2052(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0268/2015

Ingediende teksten :

A8-0268/2015

Debatten :

PV 27/10/2015 - 14
CRE 27/10/2015 - 14

Stemmingen :

PV 28/10/2015 - 7.11
CRE 28/10/2015 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0385

VERSLAG     
PDF 185kWORD 109k
29.9.2015
PE 552.059v03-00 A8-0268/2015

over de Europese structuur- en investeringsfondsen en goed economisch bestuur: richtlijnen voor de uitvoering van artikel 23 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen

(2015/2052(INI))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: José Blanco López

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de Europese structuur- en investeringsfondsen en goed economisch bestuur: richtlijnen voor de uitvoering van artikel 23 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen

(2015/2052(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie over de richtsnoeren inzake de toepassing van maatregelen om doeltreffendheid van de Europese structuur- en investeringsfondsen te koppelen aan gezond economisch bestuur overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 (COM(2014)0494) (hierna "de richtsnoeren"),

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en met name de artikelen 4, 162 en 174 tot en met 178 en 349,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (hierna "de GB-verordening")(1),

–  gezien de verklaring van de Commissie over artikel 23 die is opgenomen in de verklaringen inzake Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(2),

–  gezien zijn resolutie van 8 oktober 2013 over de gevolgen van de bezuinigingen op de begroting voor regionale en lokale overheden met betrekking tot de uitgaven in het kader van de EU-Structuurfondsen in de lidstaten(3),

–  gezien zijn resolutie van 20 mei 2010 over de bijdrage van het cohesiebeleid aan de verwezenlijking van de Lissabon- en EU 2020-doelstellingen(4),

–  gezien zijn resolutie van 26 februari 2014 over het zevende en achtste voortgangsverslag van de Commissie over het cohesiebeleid van de EU en het strategisch verslag 2013 over de uitvoering van de programma's 2007-2013(5),

–  gezien zijn resolutie van 22 oktober 2014 inzake het Europees semester voor economische beleidscoördinatie: uitvoering van de prioriteiten voor 2014(6),

–  gezien het zesde verslag van de Commissie over economische, sociale en territoriale cohesie, getiteld "Investeringen ter bevordering van banen en groei: bevordering van de economische, sociale en territoriale cohesie in de Unie" van 23 juli 2014,

–  gezien het document "Cohesiebeleid: strategisch verslag 2013 over de uitvoering van de programma's 2007-2013" van de Commissie van 18 april 2013 (COM(2013)0210),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 12 februari 2015 over de richtsnoeren inzake de toepassing van maatregelen om doeltreffendheid van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) te koppelen aan gezond economisch bestuur,

–  gezien de in januari 2014 door het Parlement gepubliceerde studie getiteld "Europees economisch bestuur en cohesiebeleid" (Directoraat-generaal intern beleid, Directoraat B: Structuur- en Cohesiebeleid),

–  gezien de briefing van het Parlement van december 2014 getiteld "De Europese structuur- en investeringsfondsen en gezond economisch bestuur: richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van artikel 23 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen" (Directoraat-generaal intern beleid, Directoraat B: Structuur- en Cohesiebeleid),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0268/2015),

A.  overwegende dat het cohesiebeleid een op het VWEU gebaseerd beleid en een uiting van Europese solidariteit is, gericht op het versterken van de economische, sociale en territoriale cohesie in de EU en in het bijzonder op het verkleinen van de ongelijkheden tussen regio's, waarbij een evenwichtige en harmonieuze sociaaleconomische ontwikkeling wordt bevorderd; overwegende dat het ook een investeringsbeleid is dat een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei;

B.  overwegende dat voor het huidige wetgevingskader voor het cohesiebeleid zeer specifieke taken, doelstellingen en horizontale beginselen gelden, hoewel er koppelingen tot stand worden gebracht met de EU-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, het Europees semester en de geïntegreerde Europa 2020-richtsnoeren, alsook met de relevante landenspecifieke aanbevelingen en de aanbevelingen van de Raad;

C.  overwegende dat het huidige rechtskader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) gericht is op het verbeteren van de coördinatie, complementariteit en synergieën met ander EU-beleid en andere EU-instrumenten;

D.  overwegende dat er bewijs is dat goed bestuur en efficiënt werkende openbare instellingen van essentieel belang zijn voor duurzame economische groei op de lange termijn, werkgelegenheid en sociale en territoriale ontwikkeling, hoewel er minder bewijs beschikbaar is over de macro-economische factoren die van invloed zijn op de manier waarop het cohesiebeleid ten uitvoer wordt gelegd;

E.  overwegende dat economische en financiële onvoorspelbaarheid en rechtsonzekerheid kunnen leiden tot een afname van publieke en particuliere investeringen, waardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid in het gedrang komt;

F.  overwegende dat de richtsnoeren betrekking hebben op het eerste onderdeel van maatregelen waarmee de doeltreffendheid van de ESI-fondsen gekoppeld wordt aan gezond economisch bestuur overeenkomstig artikel 23 van de GB-verordening; overwegende dat dit verband houdt met een herprogrammering en een schorsing van betalingen die niet verplicht zijn, in tegenstelling tot het tweede onderdeel van artikel 23 van de GB-verordening waarin de schorsing van vastleggingen of betalingen verplicht is wanneer de lidstaten geen corrigerende actie ondernemen in het kader van het economisch bestuur;

G.  overwegende dat de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen door de lidstaten niet goed vordert, hetgeen blijkt uit de beoordelingen door de Commissie van de vooruitgang met de uitvoering van de 279 landenspecifieke aanbevelingen van 2012 en 2013, waarin wordt aangetoond dat er volledig uitvoering is gegeven aan of substantiële vooruitgang is geboekt met de uitvoering van 28 landenspecifieke aanbevelingen (10 %), dat er enige vooruitgang is geboekt met de uitvoering van 136 aanbevelingen (48,7 %), maar dat er weinig of geen vooruitgang is geboekt met de uitvoering van 115 aanbevelingen (41,2 %);

Koppelen van doeltreffendheid van de ESI-fondsen aan gezond economisch bestuur

1.  benadrukt het belang van de instrumenten en middelen van het cohesiebeleid voor de handhaving van het aantal investeringen met Europese meerwaarde in de lidstaten en de regio's om meer werkgelegenheid te scheppen en de sociaaleconomische omstandigheden te verbeteren, met name waar de investeringen drastisch zijn teruggelopen als gevolg van de economische en financiële crisis;

2.  is van oordeel dat de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de ESI-fondsen niet dient e worden belemmerd door de mechanismen voor economisch bestuur, maar erkent dat zij van belang zijn om bij te dragen aan een stabiele macro-economische omgeving en een efficiënt, doeltreffend en resultaatgericht cohesiebeleid;

3.  is van mening dat artikel 23 van de GB-verordening uitsluitend bij wijze van laatste redmiddel moet worden gebruikt om bij te dragen aan een efficiënte besteding van de ESI-fondsen;

4.  benadrukt het meerjarige en langetermijnkarakter van de programma's en doelstellingen van de ESI-fondsen, in tegenstelling tot de jaarlijkse cyclus van het Europees semester; wijst in dit verband op de noodzaak om de duidelijkheid van de mechanismen voor de tenuitvoerlegging van het Europees semester te waarborgen, en dringt aan op nauwe coördinatie tussen deze twee processen en tussen de organen die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging ervan;

5.  benadrukt dat de Commissie een witboek moet indienen waarin rekening wordt gehouden met de gevolgen van overheidsinvesteringen op de lange termijn en waarin een indeling van kwalitatief hoogwaardige investeringen wordt vastgesteld, zodat de investeringen die de beste langetermijneffecten opleveren duidelijk herkenbaar zijn;

6.  wijst er nogmaals op dat het cohesiebeleid een cruciale rol heeft gespeeld en dat in het kader van dit beleid adequaat is gereageerd op de macro-economische en budgettaire beperkingen in de context van de huidige crisis, door middel van de herprogrammering van meer dan 11 % van het beschikbare budget tussen 2007 en 2012, om tegemoet te komen aan de meest dringende behoeften en om bepaalde interventies te versterken; benadrukt in dit verband dat het cohesiebeleid in diverse lidstaten goed was voor meer dan 80 % van de overheidsinvesteringen in de periode 2007-2013;

7.  verzoekt de Commissie meer analytische gegevens te verstrekken over de gevolgen en het belang van de macro-economische mechanismen voor regionale ontwikkeling, voor de doeltreffendheid van het cohesiebeleid en voor de interactie tussen het Europees kader voor economisch bestuur en het cohesiebeleid, alsook om specifieke informatie te verstrekken over de manier waarop het cohesiebeleid een bijdrage levert aan de relevante landenspecifieke aanbevelingen en aanbevelingen van de Raad;

8.  verzoekt de lidstaten optimaal gebruik te maken van de in de regels van het stabiliteits- en groeipact ingebouwde flexibiliteit;

Herprogrammering overeenkomstig artikel 23 van de GB-verordening

Algemene overwegingen

9.  benadrukt eens te meer dat elk besluit betreffende herprogrammering of schorsing uit hoofde van artikel 23 van de GB-verordening alleen in uitzonderlijke situaties dient te worden gebruikt, doordacht en degelijk onderbouwd moet zijn en voorzichtig dient te worden uitgevoerd, en dat hierin de programma's of prioriteiten in kwestie moeten worden aangeduid, teneinde transparantie te waarborgen en controles en herzieningen mogelijk te maken; benadrukt voorts dat dergelijke besluiten niet dienen te leiden tot een verergering van de problemen waarmee de lidstaten en regio's worden geconfronteerd als gevolg van de sociaaleconomische omstandigheden of hun geografische locatie en specifieke kenmerken in de zin van de artikelen 174 en 349 VWEU;

10.  is van oordeel dat in de gedurende de huidige programmeringsperiode goedgekeurde partnerschapsovereenkomsten en -programma's rekening is gehouden met de relevante landenspecifieke aanbevelingen en de relevante aanbevelingen van de Raad, zodat het gerechtvaardigd is om herprogrammeringen op middellange termijn te vermijden tenzij de economische situatie aanzienlijk verslechtert;

11.  benadrukt dat frequente herprogrammeringen een averechts effect zouden hebben en moeten worden vermeden, teneinde het fondsenbeheer niet te verstoren en de stabiliteit en voorspelbaarheid van de meerjarige investeringsstrategie niet te ondermijnen en elk negatief gevolg, onder meer voor de opname van de ESI-fondsen, te voorkomen;

12.  is ingenomen met de voorzichtige benadering van de Commissie met betrekking tot herprogrammering en haar voornemen om herprogrammeringen tot het absolute minimum te beperken; verzoekt om een systeem voor vroegtijdige waarschuwing om de betrokken lidstaten op de hoogte te stellen van de instelling van de herprogrammeringsprocedure overeenkomstig artikel 23 van de GB-verordening, en benadrukt dat de toezichtscommissie moet worden geraadpleegd vóór elk verzoek om herprogrammering;

13.  verzoekt de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaat een uitvoerige analyse uit te voeren van alle beschikbare opties naast de toepassing van artikel 23 van de GB-verordening om kwesties aan te pakken die aanleiding kunnen geven tot een verzoek om herprogrammering;

14.  betreurt de onevenredige verhoging van de administratieve lasten en daaruit voortvloeiende kosten voor alle betrokken bestuursniveaus, gezien de krappe termijnen en de complexiteit van de herprogrammeringsprocedure op grond van artikel 23 van de GB-verordening; waarschuwt voor overlappingen van herprogrammeringsprocedures op grond van artikel 23 van de GB-verordening met daaropvolgende cycli van het Europees semester; verzoekt de Commissie te overwegen de toepassing van de termijnen opnieuw te beoordelen overeenkomstig de in artikel 23, lid 16, bedoelde evaluatie;

Horizontale beginselen uit hoofde van de GB-verordening

15.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat in de richtsnoeren niet uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene en horizontale beginselen als bedoeld in de artikelen 4 en 8 van de GB-verordening, en herinnert eraan dat bij de lezing van artikel 23 van de GB-verordening rekening moet worden gehouden met en voldaan moet worden aan deze beginselen, in het bijzonder de beginselen van partnerschap en meerlagig bestuur, en de verordening en het gemeenschappelijk strategisch kader als geheel; verzoekt de Commissie in dit verband duidelijk te maken hoe specifiek rekening zal worden gehouden met deze beginselen bij de toepassing van de bepalingen van artikel 23 van de GB-verordening;

De subnationale dimensie van artikel 23 van de GB-verordening

16.  benadrukt dat de toename van de staatsschuld hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door het beleid van de regeringen van de lidstaten, en vreest ten zeerste dat het onvermogen om macro-economische kwesties op nationaal niveau behoorlijk aan te pakken nadelig kan uitpakken voor de subnationale autoriteiten en de begunstigden en aanvragers van ESI-fondsen;

17.  wijst er nogmaals op dat de regels inzake thematische concentratie als vastgelegd in het cohesiebeleid 2014-2020 een zekere mate van flexibiliteit toestaan in de aanpak van de behoeften van de lidstaten en regio's, en merkt op dat de toepassing van artikel 23 van de GB-verordening beperkingen kan stellen aan deze flexibiliteit; wijst er nogmaals op dat de belangrijkste territoriale uitdagingen in aanmerking moeten worden genomen, alsook het subsidiariteitsbeginsel als bedoeld in artikel 4, lid 3, van de GB-verordening;

18.  verzoekt de Commissie de impact en kosteneffectiviteit op regionaal en lokaal niveau van alle op grond van artikel 23 van de GB-verordening vastgestelde maatregelen in nauwe samenwerking met de lidstaten te evalueren, overeenkomstig artikel 5 van de GB-verordening;

19.  benadrukt dat de lokale en regionale autoriteiten actief moeten worden betrokken bij elke herprogrammering, en is van mening dat, aangezien de ESI-fondsen samenhangen met gezond economisch bestuur, het Europees semester een territoriale dimensie moet krijgen door die autoriteiten er ook bij te betrekken;

20.  verzoekt de Commissie om artikel 23 van de GB-verordening te lezen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, door rekening te houden met de situatie in de lidstaten en regio's die te kampen hebben met sociaaleconomische problemen en waar ESI-fondsen een aanzienlijk deel van de investeringen uitmaken, hetgeen des te evidenter is in een crisissituatie; benadrukt dat de lidstaten en regio's, en met name die met een achterstand, niet nog harder mogen worden getroffen;

Institutionele coördinatie, transparantie en verantwoording

21.  wijst er opnieuw op dat goede institutionele coördinatie van essentieel belang is om te kunnen zorgen voor de juiste aanvullende beleidsmaatregelen en beleidssynergie, evenals een goede en stabiele interpretatie van het kader voor gezond economisch bestuur en de interactie daarvan met het cohesiebeleid;

22.  verzoekt om passende informatie-uitwisseling tussen de Commissie, de Raad en het Parlement en om de organisatie van een debat op het juiste politieke niveau, teneinde te komen tot een gemeenschappelijk begrip van de interpretatie van de voorwaarden voor de toepassing van artikel 23 van de GB-verordening; wijst in dit verband nogmaals op de noodzaak van een specifieke Raadsformatie die zich concentreert op het cohesiebeleid en belast is met de besluiten die op grond van artikel 23 van de GB-verordening worden genomen;

23.  acht het van essentieel belang om transparantie en verantwoording te waarborgen door ervoor te zorgen dat het Parlement democratisch toezicht kan uitoefenen op het bestuurssysteem in het kader van artikel 23 van de GB-verordening, waarmee belangrijke beperkingen worden gesteld aan de bottom-up-aanpak die een belangrijk kenmerk van het cohesiebeleid is;

Schorsing van betalingen

24.  wijst er opnieuw op dat de schorsing van betalingen een kwestie is waarover de Raad beslist op basis van een voorstel dat de Commissie kan goedkeuren wanneer de betrokken lidstaat geen doeltreffende actie onderneemt; benadrukt de belangrijke juridische waarborgen uit hoofde van artikel 23 van de GB-verordening om de uitzonderlijkheid van het schorsingsmechanisme te garanderen;

25.  onderstreept het straffende karakter van een schorsing van betalingen en verzoekt de Commissie om met de grootst mogelijke terughoudendheid en strikt in overeenstemming met artikel 23, lid 6, van de GB-verordening gebruik te maken van haar discretionaire bevoegdheid om een schorsing van betalingen voor te stellen, nadat alle relevante informatie en elementen die naar voren komen in het kader van en alle standpunten die zijn geformuleerd via de gestructureerde dialoog naar behoren in aanmerking zijn genomen;

26.  is, in de context van de criteria om te bepalen welke programma's worden geschorst en om het niveau van schorsing voor het eerste onderdeel vast te stellen, ingenomen met de in de richtsnoeren gehanteerde voorzichtige aanpak, waarin rekening wordt gehouden met de economische en sociale omstandigheden van de lidstaten door verzachtende factoren in overweging te nemen die vergelijkbaar zijn met die welke worden overwogen bij de schorsingen uit hoofde van artikel 23, lid 9, van de GB-verordening;

27.  verzoekt de Commissie om een tijdschema vast te stellen voor het intrekken van de schorsing als bedoeld in artikel 23, lid 8, van de GB-verordening;

De rol van het Parlement in het kader van artikel 23 van de GB-verordening

28.  betreurt dat in de richtsnoeren nergens wordt verwezen naar de rol van het Parlement, ondanks het feit dat de GB-verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure is aangenomen en ondanks de aanhoudende verzoeken van het Parlement om de democratische verantwoording en controle in de context van het economisch bestuur te versterken;

29.  is van mening dat de betrokkenheid van het Parlement, als de voornaamste democratische kracht die garant staat voor de correcte toepassing van artikel 23, lid 15, van de GB-verordening, formeel moet worden vastgelegd, door middel van een duidelijke procedure die het Parlement in staat stelt in alle fasen geraadpleegd te worden over de goedkeuring van verzoeken om herprogrammering of van voorstellen en besluiten inzake de schorsing van vastleggingen of betalingen;

30.  benadrukt dat er behoefte is aan constante, duidelijke en transparante samenwerking op interinstitutioneel niveau, en is van mening dat een dergelijke procedure ten minste de volgende stappen moet omvatten:

  de Commissie moet het Parlement onmiddellijk op de hoogte stellen van de landenspecifieke aanbevelingen en de aanbevelingen van de Raad die in het kader van de ESI-fondsen relevant zijn, alsook van de programma's voor financiële bijstand, of respectieve wijzigingen, die aanleiding kunnen geven tot een verzoek om herprogrammering overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de GB-verordening;

  de Commissie moet het Parlement onmiddellijk op de hoogte stellen van elk verzoek om herprogrammering overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de GB-verordening en van elk voorstel voor een besluit tot schorsing van betalingen overeenkomstig artikel 23, lid 6, van de GB-verordening, zodat het Parlement zijn standpunt kenbaar kan maken in de vorm van een resolutie alvorens verdere stappen te ondernemen;

  de Commissie moet rekening houden met het standpunt van het Parlement en alle elementen die naar voren komen in het kader van of standpunten die zijn geformuleerd via de gestructureerde dialoog overeenkomstig artikel 23, lid 15, van de GB-verordening;

  de Commissie moet door het Parlement worden verzocht om aan te geven of de standpunten van het Parlement in aanmerking zijn genomen tijdens het proces, alsook om toelichting te geven bij eventuele andere follow-up naar aanleiding van de gestructureerde dialoog;

  het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité moeten op de hoogte worden gesteld van en gehoord worden over verzoeken om herprogrammering;

  het Parlement, de Raad en de Commissie moeten een dialoog aangaan in het kader van de toepassing van artikel 23 van de GB-verordening, door te zorgen voor interinstitutionele coördinatie en passende informatie-uitwisseling, zodat toezicht kan worden gehouden op de toepassing van elk van de procedures uit hoofde van artikel 23 van de GB-verordening;

31.  verzoekt de Commissie verslag uit te brengen over het effect van en de bereikte resultaten bij de toepassing van artikel 23 van de GB-verordening in het kader van de evaluatie van de toepassing ervan in overeenstemming met lid 17 van dit artikel, onder meer door te beschrijven in hoeverre een verzoek om herprogrammering gebaseerd was op de tenuitvoerlegging van de relevante landenspecifieke aanbevelingen of aanbevelingen van de Raad, of het effect van de beschikbare ESI-fondsen voor de lidstaten uit hoofde van de programma's voor financiële bijstand op de groei en het concurrentievermogen heeft vergroot, alsook door gegevens te verstrekken over alle geschorste bedragen en de programma's in kwestie;

°

°  °

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, en de lidstaten en hun regio's.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(2)

PB C 375 van 20.12.2013, blz. 2.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0401.

(4)

PB C 161 E van 31.5.2011, blz. 120.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0132.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0038.


TOELICHTING

Inleiding

De bepalingen betreffende de maatregelen om doeltreffendheid van de ESI-fondsen te koppelen aan gezond economisch beheer in artikel 23 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening) die in de vorige zittingsperiode is aangenomen, vormen waarschijnlijk het meest controversiële aspect van deze verordening.

De corapporteurs van het Europees Parlement voor de GB-verordening hebben in hun verslag voorgesteld alle bepalingen over macro-economische conditionaliteit te schrappen. Deze schrapping werd tevens voorgesteld in de amendementen die onder meer namens diverse fracties van het Parlement zijn aangebracht. Gesteld kan worden dat de macro-economische conditionaliteit heeft geleid tot een grote meerderheid die tegen heeft gestemd.

De macro-economische conditionaliteit is uiteindelijk echter wel opgenomen in de verordening. In eerste lezing zou het resultaat van het tussen het Parlement, de Raad en de Commissie bereikte akkoord worden goedgekeurd, waarin de betwiste bepalingen zouden worden gehandhaafd en waarbij niet zou kunnen worden gestemd over de amendementen waarin schrapping ervan wordt voorgesteld.

Aan de hand van dit initiatiefverslag kunnen de bepalingen van artikel 23 van de GB-verordening, zoals deze zijn opgenomen in de verordening, niet worden geschrapt of gewijzigd. We kunnen uitsluitend proberen om ze op de meest gerechtvaardigde en evenwichtige wijze toe te passen.

Opgemerkt zij dat de onderhavige richtsnoeren enkel betrekking hebben op het eerste onderdeel van artikel 23 van de GB-verordening over optionele herprogrammeringen of schorsingen van structuur- en investeringsfondsen, en niet op het tweede onderdeel over verplichte schrappingen van fondsen.

Bij de opstelling van dit verslag is de rapporteur in de gelegenheid geweest van gedachten te wisselen met een aanzienlijk deel van de schaduwrapporteurs van de Commissie REGI, alsook met verantwoordelijken van de commissies die adviesverslagen hebben opgesteld (ECON, EMPL en BUDG), van het Comité van de Regio's en bijvoorbeeld ook van de Europese Commissie en de Raad.

De beperkingen van artikel 23

Een ruime meerderheid is bezorgd over de praktische gevolgen van de herprogrammering en schrapping van ESI-fondsen door middel van artikel 23 van de GB-verordening. In dit verslag heeft de rapporteur getracht een evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende visies op het mechanisme van macro-economische conditionaliteit: van de opvatting dat het mechanisme moet worden toegepast tot het standpunt dat het als laatste redmiddel van het systeem moet dienen.

Het is van essentieel belang dat we oog blijven houden voor de oorspronkelijke rol en doelstellingen van het cohesiebeleid en het belang ervan als instrument voor de handhaving van investeringen in de Europese regio's, met name in tijden van economische crisis en instabiliteit. Zonder de noodzaak van doeltreffend economisch bestuur uit het oog te verliezen, mogen dergelijke mechanismen geen belemmering vormen voor de bredere doelen van economische, sociale en territoriale cohesie.

We moeten afkeuren dat regionale en lokale overheden kunnen worden bestraft met een herprogrammering of schrapping van fondsen, waardoor hun eigen economische en sociale situatie verslechtert, als gevolg van macro-economische tekortkomingen op andere bestuursniveaus.

Artikel 23 van de GB-verordening mag niet leiden tot financiële onzekerheid en instabiliteit waardoor de reeds precaire situatie -met name in de minder ontwikkelde regio's en de regio's die het hardst zijn getroffen door de crisis- nog verder verslechtert. We moeten voorzien in een evenredige oplossing om te voorkomen dat regio's die reeds met problemen kampen nog verder worden benadeeld.

We zijn ingenomen met het feit dat de Commissie het ermee eens lijkt te zijn dat herprogrammeringen moeten worden beperkt tot het strikt noodzakelijke en dat de specifieke economische en sociale situatie van de lidstaat in kwestie in aanmerking moet worden genomen bij de tenuitvoerlegging van artikel 23 van de GB-verordening. Elke toepassing van macro-economische conditionaliteit moet transparant en gerechtvaardigd zijn en een aantoonbaar gunstig effect hebben op de doelstellingen van het cohesiebeleid voor de betreffende regio of regio's.

Mijns inziens is artikel 23 van de GB-verordening uitsluitend bedoeld om een duurzamer, doeltreffender cohesiebeleid te bewerkstelligen.

Voor de huidige programmeringsperiode is het cohesiebeleid duidelijk gekoppeld aan de strategische doelstellingen van de Europa 2020-strategie en mechanismen voor economisch bestuur, zoals het Europees semester. Dit betekent dat de partnerschapsovereenkomsten en -programma's van deze periode in beginsel reeds in overeenstemming moeten zijn met de bredere macro-economische doelstellingen van de Unie, zodat herprogrammering uit hoofde van artikel 23 van de GB-verordening uitsluitend in de meest uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk is.

Om ervoor te zorgen dat het hoofddoel van cohesie niet in het gedrang komt, moeten we het belang benadrukken van een goede institutionele coördinatie tussen de verschillende bestuursniveaus, met het oog op het voorkomen van herprogrammeringen die afbreuk doen aan de beginselen van meerlagig bestuur en partnerschap, die eigen zijn aan het cohesiebeleid.

In dit verband is het belangrijk dat er gegevens worden verzameld en geanalyseerd over de interactie tussen Europese economische bestuursprocessen en de doelstellingen en resultaten van het cohesiebeleid.

We moeten tevens de subnationale dimensie van het cohesiebeleid waarborgen, alsook de beginselen van subsidiariteit, transparantie en evenredigheid.

We moeten ervoor zorgen dat regionale en lokale overheden blijven beschikken over voldoende speelruimte om tegemoet te komen aan hun specifieke behoeften, en we dienen te voorkomen dat herprogrammering uit hoofde van artikel 23 van de GB-verordening ertoe leidt dat zij minder in staat zijn het hoofd te bieden aan problemen op hun eigen bestuursniveau.

Ten slotte moeten we ons richten op het beperken van de administratieve lasten en extra kosten die kunnen voortvloeien uit de toepassing van artikel 23 van de GB-verordening.

Alle herprogrammeringsprocessen moeten zo eenvoudig en transparant mogelijk zijn en bijkomende complexiteit of onzekerheid voor de regionale en lokale overheden dient te worden voorkomen.

Rol van het Europees Parlement

Het Europees Parlement moet zich opwerken tot belangrijkste democratische garant voor de correcte toepassing van de bepalingen over macro-economische conditionaliteit van de GB-verordening.

In de richtsnoeren van de Commissie wordt helaas niet gewezen op de rol van het Europees Parlement bij de uitvoering van herprogrammeringen en schorsingen van fondsen op basis van artikel 23 van de GB-verordening.

Naast het uiten van kritiek op artikel 23 van de GB-verordening heeft dit verslag tot doel een passende vorm te geven aan de deelname van het Europees Parlement aan de processen van herprogrammering en schorsing, met het oog op de best mogelijke toepassing van het beginsel van macro-economische conditionaliteit.

Het Parlement moet actief deelnemen aan het toezicht op de tenuitvoerlegging van artikel 23 van de GB-verordening, hetgeen constante, betrouwbare informatie-uitwisseling tussen alle belanghebbenden vereist, alsook volledige transparantie in elke fase van het proces.


ADVIES van de Begrotingscommissie (23.6.2015)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake de Europese structuur- en investeringsfondsen en goed economisch bestuur: richtsnoeren inzake de toepassing van artikel 23 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen

(2015/2052(INI))

Rapporteur voor advies: Janusz Lewandowski

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verwelkomt de verduidelijking van de toepassing van specifieke bepalingen in artikel 23, lid 1 en 6, van Verordening (EU) nr. 13030/2013;

2.  stemt ermee in dat een stabiel macro-economisch klimaat, waarbij sprake is van kwalitatief hoogwaardig bestuur op alle niveaus, bevorderlijk is voor de succesvolle tenuitvoerlegging van de EIS-fondsen;

3.  benadrukt dat objectieve criteria gebruikt moeten worden bij de beoordeling of een lidstaat "effectief optreedt"; benadrukt het belang van toepassing van de beginselen van proportionaliteit en gelijke behandeling bij het uitvoeren van de bepalingen van artikel 23, en wijst erop dat tijdig een uitgebreide dialoog gevoerd moet worden met de betreffende lidstaat;

4.  herinnert eraan dat de nationale hervormingsprogramma (NHP's) van groot belang zijn voor de uitvoering van de Europa 2020-strategie in de lidstaten en dat daarmee rekening moet worden gehouden voordat een lidstaat wordt verzocht zijn partnerschapsovereenkomst en de relevante programma's te herzien;

5.  verzoekt de Commissie de procedure overeenkomstig het eerste deel van artikel 23 slechts in het uiterste geval toe te passen en slechts in uitzonderlijke situaties, waarin de voordelen van de voorgestelde wijzigingen duidelijk zwaarder wegen dan de daarmee gemoeide kosten, rekening houdend met het feit dat het proces van herprogrammering duur en moeilijk te beheren kan zijn voor nationale overheden en lokale en regionale autoriteiten, afgaande op ervaringen uit het verleden;

6.  wijst erop dat de regio's gemiddeld goed zijn voor een derde van de overheidsuitgaven in de Unie en een cruciale rol spelen bij het leveren van openbare diensten en het doen van uitgaven die groei mogelijk maken; spreekt zijn bezorgdheid uit over de korte termijn voor herprogrammering en is voornemens nauwlettend te volgen of de mogelijkheid wordt geboden om de regionale autoriteiten en partners als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 hierbij in afdoende mate te betrekken, overeenkomstig de beginselen van subsidiariteit en partnerschap die centraal staan in het cohesiebeleid;

7.  waarschuwt in het bijzonder dat schorsing van betalingskredieten de financiële planning op programmaniveau kan dwarsbomen en ernstige consequenties kan hebben voor projectuitvoerders en, meer in het algemeen, de voorspelbaarheid en planning van investeringen kan ondermijnen, wat nadelige gevolgen kan hebben voor economisch kwetsbare lidstaten, die al met schulden te maken hebben en voor hun overheidsinvesteringen afhankelijker zijn van ESI-fondsen, en tevens zou kunnen leiden tot macro-economische instabiliteit en nadelig zou kunnen zijn voor het imago van de EU als geheel;

8.  betreurt dat het Parlement niet is betrokken bij het besluitvormingsproces met betrekking tot de herprogrammering of schorsing van fondsen; verzoekt om de begrotingsaspecten van gevallen van herprogrammering en schorsing deel te laten uitmaken van de gestructureerde dialoog met de Commissie over de toepassing van artikel 23, en om deze dialoog plaats te laten vinden voordat de Commissie een voorstel tot schorsing van fondsen goedkeurt;

9.  verzoekt de Commissie om overeenkomstig artikel 23, lid 16, in 2017 een verslag te presenteren ter evaluatie van de toepassing van dit artikel, met een beoordeling van alle relevante budgettaire aspecten.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

7

12

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Sophie Montel, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Isabelle Thomas, Monika Vana, Daniele Viotti, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Janusz Lewandowski, Nils Torvalds, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tiziana Beghin, Marco Zullo


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (24.6.2015)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

over de Europese structuur- en investeringsfondsen en goed economisch bestuur: richtsnoeren inzake de toepassing van artikel 23 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen

(2015/2052(INI))

Rapporteur voor advies: Javi López

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verwelkomt de criteria van de Commissie en onderstreept hierbij dat de uitdagingen waarvoor de lidstaten staan, een langetermijnkarakter hebben en dat de uit de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) gefinancierde meerjarenprogramma's die bedoeld zijn om deze uitdagingen het hoofd te bieden, zekerheid en bestendigheid vergen; vindt daarom dat frequente herprogrammeringen moeten worden vermeden en dat moet worden geopteerd voor stabiliteit om de voorspelbaarheid en de betrouwbaarheid van de programma's van de ESI-fondsen te versterken; meent dat de kortetermijnfocus van de landspecifieke aanbevelingen de verwezenlijking van de langetermijndoelen van de ESI-fondsen niet in gevaar mag brengen gezien het langetermijn- en resultaatgerichte karakter van de ESI-fondsen en de jaarlijkse cyclus van het Europees Semester; vertrouwt erop dat de Commissie en de Raad zeer voorzichtig zullen zijn wanneer zij verzoeken om herprogrammering van de fondsen of om de schorsing van betalingen voor de programma's, overeenkomstig het beginsel van EU-solidariteit, dat gedeeltelijk tot uitdrukking komt via het mechanisme waarmee EU-financiering wordt verdeeld en dat een centraal uitgangspunt van het EU-beleid moet blijven;

2.  wijst erop dat door ESI-fondsen ondersteunde investeringen moeten plaatsvinden in een deugdelijk macro-economisch kader om de impact ervan op de groei, de ontwikkeling, de cohesie en de werkgelegenheid in Europa te maximaliseren en nieuwe sociale en economische uitdagingen aan te pakken wanneer ze zich voordoen; herinnert er evenwel aan dat de betalingen in het kader van de ESI-fondsen gebaseerd zijn op specifieke subsidiabiliteitscriteria die gekoppeld zijn aan het ontwikkelingsniveau van EU-regio's en dat het derhalve kan zijn dat besluiten tot herprogrammering of schorsing die op andere criteria gebaseerd zijn, niet stroken met de gedachte achter deze fondsen;

3.  wijst erop dat herprogrammering of schorsing zoals vastgelegd in artikel 23 van de Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen (VGR), in bepaalde gevallen het bereiken van de doelstellingen van de ESI-fondsen in alle lidstaten in het gedrang zou kunnen brengen, en met name in landen met grote macro-economische en sociale onevenwichtigheden; vraagt dat de Commissie het mechanisme alleen gebruikt wanneer lidstaten bij voortduring hebben nagelaten doeltreffende maatregelen te nemen in antwoord op haar verzoeken om de financiering te herprogrammeren, en wanneer er duidelijk bewijs is dat herprogrammering aanzienlijke rechtstreekse gevolgen kan hebben voor het banenscheppend potentieel van het programma; benadrukt dat de Commissie moet aantonen dat de wijzigingen geen negatieve effecten hebben op de werkgelegenheids- en sociale doelstellingen van de lidstaten; vraagt de Commissie dan ook om een beoordeling uit te voeren van de invloed ervan op het werkloosheidspercentage en de economische groei van de betrokken regio's; onderstreept dat niet mag worden geraakt aan de programma's met positieve langetermijneffecten die verband houden met sociale investeringen;

4.  acht het contraproductief dat ESI-fondsen die onderwijs, opleiding en werkgelegenheidsschepping ondersteunen, zouden kunnen worden geschorst indien deze middelen hun doelen verwezenlijken; vraagt de Commissie dan ook omzichtig te zijn bij de toepassing van het eerste gedeelte van artikel 23 van de VGR op alle programma's die vallen onder een van de thematische doelstellingen van de ESI-fondsen, met name thematische doelstellingen (8), (9) of (10), of onder de sociale en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Europa 2020-strategie, en bij alle wijzigingen aan programma's in het kader van de ESI-fondsen voldoende garanties in te bouwen dat de doelstellingen inzake sociale cohesie gerespecteerd worden; vraagt dat de Commissie zich strikt houdt aan de toepassing van het ESF-minimumaandeel, zoals bepaald in artikel 92, lid 4, van de VGR;

5.  vraagt de Commissie evenredige maatregelen te nemen en rekening te houden met de economische en sociale omstandigheden van de lidstaten teneinde schorsingen van vastleggingen of betalingen zoals omschreven in het tweede deel van artikel 23 van de VGR te vermijden wanneer lidstaten zich in een van de omstandigheden bevinden die zijn beschreven in letters (a) tot (e) van paragraaf 1 van bijlage III bij de VGR; vraagt dat de Commissie elke keer een beoordeling maakt van de gevolgen van schorsing op de werkloosheid en ernaar streeft de eventuele ongewenste gevolgen voor de betrokken bevolking te verlichten;

6.  vraagt de Commissie dat zij bij de toepassing van artikel 23 van de VGR zorgt voor een transparant, efficiënt en democratisch besluitvormingsproces dat op consequente wijze wordt toegepast, overeenkomstig artikel 23, lid 15, van de VGR, dat onder meer inhoudt dat een waarschuwingssysteem wordt geïntroduceerd om het betrokken land op de hoogte te stellen van de mogelijkheid om onmiddellijk na de bekendmaking van de landspecifieke aanbevelingen de herprogrammeringsprocedure te starten, en dat zij ervoor zorgt dat het Parlement op basis van een formele procedure op de hoogte kan worden gesteld in alle fasen van de goedkeuring van verzoeken om herprogrammering of van alle voorstellen en besluiten inzake de schorsing van vastleggingen of betalingen;

7.  verzoekt de Commissie om een tijdschema vast te stellen voor het intrekken van de schorsing als bedoeld in artikel 23, lid 8, van de VGR;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

8

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Mara Bizzotto, Vilija Blinkevičiūtė, David Casa, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Marian Harkin, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Kostadinka Kuneva, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Jeroen Lenaers, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Yana Toom, Ulla Tørnæs, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Arena, Georges Bach, Heinz K. Becker, Paloma López Bermejo, António Marinho e Pinto, Edouard Martin, Tamás Meszerics, Csaba Sógor, Helga Stevens, Monika Vana, Tom Vandenkendelaere

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Flavio Zanonato, Branislav Škripek


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.9.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

3

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, José Blanco López, Franc Bogovič, Mercedes Bresso, Steeve Briois, Edward Czesak, Rosa D’Amato, Bill Etheridge, Michela Giuffrida, Krzysztof Hetman, Constanze Krehl, Andrew Lewer, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Andrey Novakov, Younous Omarjee, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Julia Reid, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Maria Spyraki, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Ángela Vallina, Monika Vana, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan, Kerstin Westphal, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Demetris Papadakis, Maurice Ponga

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Brando Benifei, Andrejs Mamikins, Soraya Post

Juridische mededeling - Privacybeleid