Procedure : 2014/2257(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0284/2015

Ingediende teksten :

A8-0284/2015

Debatten :

PV 26/10/2015 - 15
CRE 26/10/2015 - 15

Stemmingen :

PV 28/10/2015 - 7.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0382

VERSLAG     
PDF 177kWORD 116k
2.10.2015
PE 552.021v03-00 A8-0284/2015

over het Europees burgerinitiatief

(2014/2257(INI))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: György Schöpflin

Rapporteur voor advies (*):Beatriz Becerra Basterrechea, Commissie verzoekschriften

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie verzoekschriften
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

TOELICHTING

Het Europees burgerinitiatief vindt zijn oorsprong in de Conventie en is bedoeld als instrument om de Europese burgers de mogelijkheid tot inspraak te geven door zelf wetgevingsinitiatieven op te zetten. Aan dit instrument ligt dus het idee ten grondslag dat, eenmaal het in werking treedt, het de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld zal bevorderen en het Europees burgerschap zal versterken, niet in het minst op grensoverschrijdend vlak.

Zowel uit de vele reacties van het maatschappelijk middenveld als uit het verslag van de Commissie over de eerste drie jaar van het instrument blijkt duidelijk dat, welke ook de succescriteria zijn, deze tot nu toe niet zijn bereikt, aangezien nog geen enkel initiatief tot wetgeving heeft geleid. In haar verslag (COM(2015)145 final) vermeldt de Commissie 51 initiatieven.

Dit verslag wil met name bijdragen tot een betere werking van het Europees burgerinitiatief, het gebruiksvriendelijker maken en een aantal belemmeringen wegnemen die voor de organisatoren van een Europees burgerinitiatief een bron van moeilijkheden blijken te zijn.

Er wordt erkend dat sommige van deze problemen niet konden worden voorzien, maar ook dat de ervaring van de afgelopen drie jaar mogelijkheden voor vernieuwing biedt. De Commissie is van plan het Europees burgerinitiatief in 2016 grondig te herzien, en het standpunt van het Parlement over het instrument zal hierbij een grote invloed hebben, vooral door de visie over te brengen van de basis, d.w.z. de mening van degenen die geprobeerd hebben van het Europees burgerinitiatief gebruik te maken.


ADVIES van de Commissie verzoekschriften (1.7.2015)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake het Europees burgerinitiatief

(2014/2257(INI))

Rapporteur voor advies (*): Beatriz Becerra Basterrechea

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie verzoekschriften verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met het Europees burgerinitiatief (EBI) – zoals gedefinieerd in artikel 11, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en artikel 24, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) – als het eerste instrument voor een transnationale, participatieve democratie die burgers in staat stelt rechtstreeks in contact te treden met de Europese instellingen en actief betrokken te zijn bij de vormgeving van EU-beleid en -wetgeving, ter aanvulling van hun recht om verzoekschriften in te dienen en zich te wenden tot de Europese ombudsman;

2.  is ingenomen met het verslag van de Commissie over het EBI, waarin onderkend wordt dat het instrument nog steeds voor verbetering vatbaar is en meer onder de aandacht gebracht kan worden; is evenzeer ingenomen met het onderzoek dat de Europese ombudsman op eigen initiatief heeft ingesteld naar het functioneren van het EBI; wijst erop dat de organisatoren van het Europees burgerinitiatief sinds 2012 op veel terreinen praktische ervaring hebben opgedaan;

3.  verzoekt de Commissie het Parlement regelmatig verslag te doen van de stand van zaken omtrent lopende EBI's, zodat het Parlement op grond van zijn betrokkenheid bij de Europese burgers kan toetsen of het instrument zo effectief mogelijk werkt; benadrukt dat het EBI-proces voortdurend voor verbetering vatbaar is overeenkomstig de praktische ervaring die is opgedaan, en voorts de uitspraken die het Hof van Justitie van de Europese Unie zal doen moet eerbiedigen;

4.  herinnert eraan dat het Parlement in eerdere resoluties en jaarverslagen van de Commissie verzoekschriften reeds heeft gewezen op enkele zwakke punten van het huidige juridisch kader en de bureaucratische lasten bij de praktische uitvoering van het EBI, die te wijten zijn aan gebrekkige IT-ondersteuning en uiteenlopend gebruik van het initiatief door de nationale overheden; verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een volledige herziening van de EBI-verordening en van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1179/2011 van de Commissie door te voeren, daarmee alle resterende obstakels weg te nemen en heldere, eenvoudige gebruikersvriendelijke en proportionele procedures in te voeren;

5.  verlangt dat de vereisten en procedures voor het inzamelen van steunbetuigingen worden vereenvoudigd en geharmoniseerd door middel van gestandaardiseerde formulieren en door de inzameling van persoonlijke identiteitsnummers niet langer verplicht te stellen, aangezien dit al naar gelang de lidstaat verschillen genereert; herinnert eraan dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming verklaard heeft dat dergelijke verplichtingen niet noodzakelijk zijn; stelt voor het opzetten van een gemeenschappelijk identificatie-instrument voor het steunen van een EBI in overweging te nemen teneinde het proces voor de ondertekenaars te vereenvoudigen en om de mogelijkheid van een eenvoudig, vrijwillig elektronisch EU-register te verkennen;

6.  is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om een elektronisch systeem voor de inzameling van handtekeningen op te zetten; onderkent evenwel dat nog meer inspanningen geleverd moeten worden om dit systeem volledig nieuw op te zetten en aan te passen; verzoekt de Commissie de burgercomités toegang te geven tot een permanente, gecentraliseerde en gratis server die de opslag van elektronische handtekeningen mogelijk maakt overeenkomstig de EU-normen voor gegevensbescherming, alsmede de software voor het elektronisch systeem voor het inzamelen van handtekeningen te vereenvoudigen en er zorg voor te dragen dat specifieke groepen mensen, zoals burgers die in het buitenland wonen, gehandicapten en ouderen niet verstoken blijven van het recht een initiatief te ondertekenen;

7.  verzoekt de Commissie bij de komende herziening van de EBI-verordening te overwegen wat de beste opties zijn voor de periode van inzameling van handtekeningen, zoals een verlenging van de periode waarin handtekeningen kunnen worden ingezameld tot 18 maanden, organisatoren de mogelijkheid te bieden te beslissen over de begindatum van de periode waarin handtekeningen worden ingezameld, of vast te leggen wanneer de periode van 12 maanden ingaat zodra de certificering van het elektronisch systeem voor het inzamelen van handtekeningen voltooid is;

8.  toont zich bezorgd over het feit dat slechts 3 van de 31 geregistreerde EBI’s sinds 2012 de laatste fase hebben bereikt; onderstreept hoe de dramatische terugloop van het aantal nieuwe initiatieven één van de gevolgen is van disproportionele vereisten en van een onnodig complex systeem; betreurt het dat succesvolle initiatieven niet hebben geleid tot wetgeving en dat de Commissie een teleurstellend gevolg aan deze initiatieven heeft gegeven; verschilt van mening met de Commissie over de succesvolle tenuitvoerlegging van de verordening waarmee de mogelijkheden van EBI's ten volle benut zouden kunnen worden; onderstreept dat de Europese instellingen en de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen moeten nemen om het burgerinitiatief onder de aandacht te brengen en het vertrouwen van burgers in dit instrument te bevorderen;

9.  is van mening dat het instrument, wanneer het wordt herzien, de mogelijkheid biedt om betrokkenheid onder het grote publiek tot stand te brengen en de dialoog tussen burgers onderling en tussen burgers en de EU-instellingen te bevorderen; benadrukt dat het noodzakelijk is het elektronisch systeem voor het inzamelen van handtekeningen te koppelen aan de nieuwe relevante campagnetools voor sociale en digitale media, naar het voorbeeld van andere succesvolle elektronische platforms voor campagnevoering;

10.  beveelt aan om elk beschikbaar communicatiemiddel te gebruiken, in het bijzonder de sociale en digitale mediaplatforms van de Europese instellingen, om een voortdurende bewustmakingscampagne te voeren, waarbij de agentschappen en vertegenwoordigingen van de EU betrokken zijn, alsook de nationale autoriteiten; verzoekt de Commissie de ontwikkeling van een softwareprogramma voor mobiele apparatuur, dat gebruik maakt van open source en gericht is op het EBI, te ondersteunen; is ermee ingenomen dat sommige EBI's op lokaal niveau effect hebben weten te sorteren;

11.  verzoekt de Commissie de lidstaten aan te sporen gebruik te maken van het EBI- instrument voor validering van steunbetuigingen, dat is ontwikkeld in het kader van het programma inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten;

12.  benadrukt dat ook de regio’s de beschikking moeten krijgen over IT-middelen - binnen de mogelijkheden die de instrumenten ter uitbreiding van de participatieve democratie in de hele Unie daartoe bieden - zodat burgers meer betrokken kunnen worden bij publieke zaken;

13.  betreurt het feit dat er in een vroeg stadium geen duidelijke informatie over het EBI-instrument bestond, hetgeen heeft geleid tot een algehele misvatting over de aard ervan en frustratie heeft gewekt toen de Commissie de eerste EBI's verwierp; wijst er andermaal op dat het instrument eenvoudig, helder, gebruiksvriendelijk moet zijn en breed kenbaar gemaakt moet worden; benadrukt dat de Commissie nationaal en lokaal verkozen vertegenwoordigers moet aanmoedigen en ondersteunen om bredere bekendheid van EBI's tot een speerpunt te maken;

14.  is bezorgd over het belangenconflict dat mogelijk ontstaat doordat de Commissie zelf exclusief bevoegd is tot uitvoering van de eerste juridische controle en verlangt dat deze situatie in de toekomst op passende wijze wordt aangepakt;

15.  is van mening dat de herziening van de EBI-verordening tevens moet worden aangegrepen als een mogelijkheid om te benadrukken wat de belangrijkste verschillen zijn tussen het EBI en het recht op het indienen van een verzoekschrift; meent dat dit kan door geharmoniseerde informatie te plaatsen op de websites van de Europese instellingen en het advertentiebeleid van de instellingen hierop af te stemmen;

16.  dringt aan op uitgebreidere interinstitutionele samenwerking op EU-niveau alsook op nationaal en lokaal niveau bij de behandeling van EBI's door de organisatoren van een EBI informatie te verschaffen en ondersteuning te bieden; dringt aan op verbetering van de meertalige, door de Commissie beheerde website van het EBI en op één pakket richtsnoeren in alle officiële talen van de Europese Unie over de rechten en plichten van organisatoren van het EBI en over de administratieve procedures gedurende het EBI-proces; is ingenomen met het voorstel van het Europees Economisch en Sociaal Comité om gratis vertalingen te verstrekken van ingediende EBI-teksten;

17.  verlangt dat in de toekomst een fysiek en elektronisch centraal aanspreekpunt wordt ingesteld dat permanent informatie, vertaaldiensten, technische, juridische en politieke ondersteuning met betrekking tot EBI's biedt en dat gebruik kan maken van de bestaande middelen van het in het Europe Direct Contact Centre gevestigde contactpunt, de vertegenwoordigingen van de Commissie en de voorlichtingsbureaus van het Parlement in de lidstaten; is van mening dat een dergelijke opzet het EBI-project dichter bij de burgers brengt;

18.  verzoekt de Commissie verschillende mogelijkheden te overwegen voor de administratieve en financiële ondersteuning van EBI-projecten door middel van de bestaande begrotingslijnen voor de programma’s ‘Europa voor de burger’ en ‘Rechten, gelijkheid en burgers’;

19.  verzoekt de Commissie te overwegen de minimumleeftijd voor ondersteuning van een EBI in de hele Unie terug te brengen tot 16 jaar, zodat de jonge generatie wordt aangemoedigd te participeren in EU-zaken;

20.  moedigt de Commissie aan de EBI-verordening te herzien en erop toe te zien dat het besluitvormingsproces transparant verloopt, waarbij het evenwicht tussen de instellingen wordt gehandhaafd, en dat zij de procedure voor juridische ontvankelijkheid duidelijker toelicht; neemt kennis van de zaken die aanhangig zijn gemaakt bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) en heeft er vertrouwen in dat het HvJ zal oordelen of de Commissie de ontvankelijkheid te rigide toepast, en stelt in de tussentijd voor dat de organisatoren ondersteuning krijgen bij het formuleren van de juridische basis van hun voorstel;

21.  moedigt de Commissie aan om naar aanleiding van succesvolle EBI's concretere actie te ondernemen en meer betrokkenheid te tonen, en het verwerpen van niet-ontvankelijk verklaarde EBI's eenduidiger, consistenter en begrijpelijker te motiveren; herinnert de Commissie eraan dat zij naar aanleiding van elk succesvol EBI een wetgevingsvoorstel dient te overwegen; verzoekt de Commissie om in geval van een EBI dat slechts ten dele ontvankelijk is, voor te stellen het EBI opnieuw op te stellen, of de gedeelten te accepteren die binnen de bevoegdheid van de Commissie vallen;

22.  moedigt de EU-instellingen aan te overwegen of gedebatteerd kan worden over de onderwerpen die aan de orde zijn gesteld door initiatieven die niet door één miljoen burgers zijn ondertekend, maar die wel meer dan de helft van het verplichte aantal handtekeningen hebben opgeleverd; herinnert er in dit verband aan dat de Commissie verzoekschriften niet-succesvolle verzoekschriften overeenkomstig artikel 218 van het Reglement van het Parlement mag onderzoeken wanneer zij van mening is dat een follow-up is geboden;

23.  dringt erop aan dat het Parlement naar aanleiding van elk succesvol initiatief een initiatiefverslag opstelt, gevolgd door een debat en stemming in de plenaire vergadering; stelt voor dat, indien de Commissie niet binnen 12 maanden na indiening van het succesvolle EBI een wetgevingsvoorstel indient, de bevoegde commissie van het Parlement een nieuw verslag opstelt waarin zij haar concrete juridische eisen kenbaar maakt en waarvoor de geselecteerde rapporteur de organisatoren zal raadplegen tijdens een hoorzitting;

24.  meent dat verbetering van de transparantie en de kwaliteit van de controles op de financiering en het sponsoren van EBI’s van cruciaal belang is om burgers deugdelijk gebruik te laten maken van dit instrument voor participatieve democratie en om eventueel misbruik voor private belangen van andere aard te voorkomen;

25.  vraagt de Commissie om op basis van de op handen zijnde uitspraak van het Europees Hof van Justitie, duidelijkheid te geven over de vraag of EU-burgers bevoegd kunnen zijn tot het indienen van voorstellen met het oog op Verdragswijzigingen en om bij de komende herziening van de verordening het voorstel in overweging te nemen om EBI's toe te staan die overeenkomstig artikel 48 VWEU verdragswijzigingen noodzakelijk maken;

26.  wijst er nogmaals op dat momenteel hoorzittingen worden georganiseerd over succesvolle EBI's door de commissie die al naar gelang het onderwerp van het EBI bevoegd is, waarbij de Commissie verzoekschriften fungeert als medeverantwoordelijke commissie; stelt voor dat de Commissie verzoekschriften de rol van organisator van hoorzittingen overneemt, met medewerking van belanghebbenden, omdat deze commissie een neutraal forum biedt en de meeste ervaring heeft met het onderhouden van contacten met de burgers, zodat hoorzittingen over de diverse EBI’s consistent en eerlijk verlopen en gelijke behandeling gewaarborgd is; merkt op dat alle leden van het EBI-burgercomité een vergoeding dienen te ontvangen van de kosten die het deelnemen aan de hoorzittingen met zich meebrengt.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Beatriz Becerra Basterrechea, Heinz K. Becker, Soledad Cabezón Ruiz, Andrea Cozzolino, Pál Csáky, Miriam Dalli, Rosa Estaràs Ferragut, Eleonora Evi, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvie Goddyn, Daniel Hannan, Peter Jahr, Jude Kirton-Darling, Svetoslav Hristov Malinov, Roberta Metsola, Marlene Mizzi, Julia Pitera, Gabriele Preuß, Yana Toom, Bodil Valero, Jarosław Wałęsa, Cecilia Wikström, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Elisabetta Gardini, Kostadinka Kuneva, Jérôme Lavrilleux, Kazimierz Michał Ujazdowski, Ángela Vallina, Axel Voss, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Amjad Bashir, Rosa D’Amato


ADVIES van de Commissie juridische zaken (16.7.2015)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake het Europees burgerinitiatief

(2014/2257(INI))

Rapporteur voor advies: Sylvia-Yvonne Kaufmann

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.   benadrukt dat het burgerinitiatief het eerste instrument van participatieve democratie is dat EU-burgers het recht geeft om, als zij van mening zijn dat er op een bepaald gebied een rechtshandeling nodig is ter uitvoering van de verdragen en mits daarvoor ten minste een miljoen steunbetuigingen zijn verzameld, afkomstig uit ten minste een kwart van de EU-lidstaten, een initiatief in te dienen - en daarmee invulling te geven aan hun nieuwe politieke recht - en de Commissie te verzoeken om, binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden, een passend voorstel in te dienen;

2.   is ingenomen met het verslag van de Commissie over het Europees burgerinitiatief (EBI) van 31 maart 2015, waarin de Commissie aangeeft dat er nog altijd ruimte voor verbetering is en een aantal verbeterpunten naar voren brengt; is tevens ingenomen met het door de Europese Ombudsman op eigen initiatief ingestelde onderzoek naar de werking van het Europees burgerinitiatief en de 11 door de Europese Ombudsman opgestelde concrete richtsnoeren ter verbetering van de EBI-procedure;

3.  vindt het essentieel dat de burgers kunnen bijdragen aan de uitoefening van wetgevende bevoegdheden van de Unie en een directe rol kunnen spelen bij de indiening van wetgevingsvoorstellen;

4.  merkt op dat er meer dan zes miljoen EU-burgers hebben deelgenomen aan een burgerinitiatief, dat er 51 verzoeken om registratie van een initiatief zijn ingediend, waarvan slechts drie initiatieven, te weten "Right2Water, "Een van ons" en "Stop vivisectie" ontvankelijk zijn verklaard, en dat de organisatoren van zes EBI's (30% van alle gevallen waarin registratie werd geweigerd) tegen het besluit van de Commissie om het burgerinitiatief niet te registreren in beroep zijn gegaan bij het Europees Hof van Justitie, waaruit blijkt dat er nog veel inspanningen verricht moeten worden om ervoor te zorgen dat de mogelijkheden van het EBI ten volle worden benut; wijst erop dat de organisatoren van initiatieven sinds de inwerkingtreding van de verordening in april 2012 te maken hebben gekregen met talrijke praktische problemen en dat het aantal initiatieven afneemt;

5.   dringt erop aan dat de dubbele rol van de Commissie, die aanleiding kan geven tot belangenconflicten, wordt onderzocht, waarbij aangetekend moet worden dat een aantal organisatoren van EBI's het belang en de waarde van de inbreng van de Commissie erkent; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan ook het Parlement als beslissingsorgaan te beschouwen, aangezien het Parlement de enige instelling is waarvan de leden rechtstreeks gekozen zijn door EU-burgers;

6.  verzoekt de Commissie om organisatoren van initiatieven alomvattende steun te bieden, waaronder het verlenen van niet-bindend juridisch advies, door bijvoorbeeld in de vertegenwoordigingen van de Commissie en de informatiecentra van Europe Direct in alle lidstaten duidelijk herkenbare contactpunten aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor het burgerinitiatief en tot taak hebben informatie, advies en ondersteuning te bieden inzake burgerinitiatieven, gelet op het feit dat het voor organisatoren vaak moeilijk is om uit te vinden aan welke verdrags- en wettelijke bepalingen voldaan moet zijn, wil hun initiatief rechtsgeldig zijn; benadrukt evenwel dat de Commissie, indien zij weigert een burgerinitiatief te registreren, haar politieke keuzes op gedetailleerde, transparante en begrijpelijke manier aan de burgers moet uitleggen en haar juridische afwegingen kenbaar moet maken aan de organisatoren van het initiatief;

7.   verzoekt de Commissie na te denken over de mogelijkheid om slechts een deel van een initiatief te registreren als een EBI niet volledig binnen het kader van haar bevoegdheden valt; is van oordeel dat het in een dergelijk geval passend zou zijn vooraf het burgercomité van het desbetreffende burgerinitiatief te raadplegen;

8.  dringt er voorts bij de Commissie op aan de begrijpelijkheid en gebruikersvriendelijkheid van haar website te verbeteren, met name wat betreft de informatie over haar bevoegdheden en de ondersteuning die geboden kan worden om tot een succesvolle aanvraag te komen; is van mening dat de Commissie niet alleen moet zorgen voor een duidelijke lijst van al haar bevoegdheden, maar dat zij ook de registratieprocedure moet verduidelijken, gelet op het feit dat een groot aantal verzoeken om registratie van burgerinitiatieven is geweigerd omdat het onderwerp duidelijk buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie viel; verzoekt de Commissie zich in dit kader actief in te spannen en de organisatoren van Europese burgerinitiatieven gedetailleerde richtsnoeren te verstrekken over de wijze waarop de relevante juridische bepalingen geïnterpreteerd moeten worden;

9.  benadrukt dat onderzocht moet worden of het mogelijk is te komen tot een geharmoniseerde en efficiëntere procedure voor het indienen van steunbetuigingen, aangezien het onacceptabel is dat EU burgers een burgerinitiatief niet kunnen steunen omdat de vereisten voor het indienen van persoonsgegevens van lidstaat tot lidstaat verschillen; verzoekt de Commissie derhalve een voorstel te doen voor eenvoudiger vereisten voor het indienen van gegevens in de verschillende lidstaten, zodat het, waar men ook woonachtig is, eenvoudiger wordt een EBI te ondertekenen; stelt, teneinde de ondertekeningsprocedure te vereenvoudigen, voor om na te denken over een mobiele applicatie, over modernisering van de software voor het online verzamelen van handtekeningen (OCS) en, in het bijzonder, over de mogelijkheid om gebruik te maken van digitale handtekeningen als identificatiemiddel, waarmee tevens rekening wordt gehouden met de behoeften van personen met een handicap; verzoekt de lidstaten dringend om de verplichting om bij het indienen van een steunbetuiging een identiteitsnummer over te leggen opnieuw te bezien, en deze verplichting mogelijkerwijs te laten vervallen, omdat een dergelijke verplichting een onnodige bureaucratische belemmering kan vormen voor de inzameling van steunbetuigingen en een onnodige manier is om de identiteit van ondertekenaars te controleren;

10. dringt er bij de Commissie op aan om via alle openbare communicatiekanalen te werken aan publieksvoorlichting en de noodzakelijke maatregelen te nemen om transparantie met betrekking tot EBI's te garanderen en de communicatie inzake lopende EBI's te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door applicaties te ontwikkelen voor informatieverstrekking, openbaarmaking en online-ondertekening; benadrukt dat actieve deelname door de burgers aan Europese burgerinitiatieven ook in doorslaggevende mate afhangt van de vraag of daarover in de lidstaten gepubliceerd wordt en pleit er daarom voor dat de nationale parlementen van de lidstaten op hun officiële website melding maken van het Europees burgerinitiatief;

11. benadrukt zijn standpunt dat de automatische koppeling van de start van de periode van twaalf maanden voor het inzamelen van handtekeningen aan de registratie van een burgerinitiatief moet komen te vervallen, en dat de organisatoren van een burgerinitiatief zelf moeten kunnen beslissen wanneer zij van start gaan met de inzameling van steunbetuigingen, maar dat dat binnen drie maanden moet zijn na de registratie van het initiatief door de Commissie;

12. merkt op dat de periode voor de inzameling van steunbetuigingen opgerekt zou kunnen worden tot 18 maanden;

13.  merkt op dat er, omdat burgercomités geen rechtspersoonlijkheid bezitten, vragen zijn gerezen met betrekking tot de aansprakelijkheid van organisatoren van burgerinitiatieven, en dat dit probleem alleen maar opgelost kan worden door herziening van de verordening; verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om de burgercomités als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de verordening rechtspersoonlijkheid toe te kennen; dringt voorts aan op risicobeperkende maatregelen, om de leden van burgercomités te stimuleren concrete initiatieven te ontplooien;

14. is verheugd over de bereidheid van het Europees Economisch en Sociaal Comité om gratis vertaaldiensten aan te bieden aan initiatiefnemers, om op die manier de verspreiding van burgerinitiatieven in alle officiële talen te vergemakkelijken, met name gelet op het feit dat het gebruik van de moedertaal behoort tot de burgerrechten; beschouwt dit als een belangrijke bijdrage aan de ondersteuning van de burgers, doordat zij hierdoor in staat worden gesteld om hun zorgen op doeltreffender wijze bij andere EU-burgers onder de aandacht te brengen;

15. wijst erop dat het van belang is om tijdens de beoordeling van de aanvragen na de registratie, volgend op de indiening van een burgerinitiatief bij de Commissie als bedoeld in artikel 9 van de verordening, te zorgen voor institutioneel evenwicht; verzoekt de Commissie derhalve de mogelijkheid te onderzoeken om andere Europese instellingen en organen, zoals het Europees Parlement, de Europese Ombudsman, Ecosoc en het Comité van de Regio's hierbij te betrekken;

16. wijst op de belangrijke rol die de Europese Ombudsman speelt bij het onderzoek naar de behandeling van EBI-verzoeken door de Commissie, met name het onderzoek naar gevallen waarin de Commissie registratie van een EBI heeft geweigerd;

17.  dringt er bij de Commissie op aan binnen redelijke termijn een passend voorstel in te dienen voor herziening van de verordening over het burgerinitiatief en uitvoeringsverordening (EU) nr. 1179/2011, om aan de verwachtingen van de Europese burgers te voldoen en ervoor te zorgen dat het Europees burgerinitiatief gebruikersvriendelijker wordt en de mogelijkheden ervan volledig kunnen worden benut.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

13.7.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Angel Dzhambazki, Evelyne Gebhardt, Heidi Hautala, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Virginie Rozière

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ángela Vallina, Bogdan Brunon Wenta


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.9.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Elmar Brok, Fabio Massimo Castaldo, Pascal Durand, Danuta Maria Hübner, Ramón Jáuregui Atondo, Constance Le Grip, Jo Leinen, György Schöpflin, Josep-Maria Terricabras, Kazimierz Michał Ujazdowski, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Gerolf Annemans, Sylvie Goulard, Enrique Guerrero Salom, Sylvia-Yvonne Kaufmann, David McAllister, Viviane Reding, Helmut Scholz

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Andrea Bocskor, Mady Delvaux, Ulrike Rodust, Iuliu Winkler

Juridische mededeling - Privacybeleid