Procedure : 2015/2264(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0336/2015

Ingediende teksten :

A8-0336/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/11/2015 - 9.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0405

VERSLAG     
PDF 157kWORD 79k
19.11.2015
PE 571.655v02-00 A8-0336/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de vluchtelingencrisis, overeenkomstig punt 12 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer

(COM(2015)0514 – C8-0308/2015 – 2015/2264(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: José Manuel Fernandes

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de vluchtelingencrisis, overeenkomstig punt 12 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer

(COM(2015)0514 – C8-0308/2015 – 2015/2264(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0514 – C8-0308/2015),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1), en met name artikel 11,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2015/623 van 21 april 2015 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 12,

–  gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, goedgekeurd door de Commissie op 24 juni 2015 (COM(2015)0300), als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nr. 1/2016 (COM(2015)0317) en nr. 2/2016 (COM(2015)0513),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, vastgesteld door de Raad op 4 september 2015 en toegezonden aan het Europees Parlement op 17 september 2015 (11706/2015 – C8-0274/2015),

–  gezien zijn standpunt van 28 oktober 2015(4) inzake het ontwerp van algemene begroting 2016,

–  gezien de door het bemiddelingscomité op 14 november 2015 goedgekeurde gemeenschappelijke tekst (14195/2015 – C8-0353/2015),

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0336/2015),

A.  overwegende dat het, na alle mogelijkheden voor een herschikking van vastleggingskredieten binnen rubriek 3 en 4 te hebben onderzocht, nodig is middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ten behoeve van vastleggingskredieten;

B.  overwegende dat de Commissie had voorgesteld middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ter aanvulling van de financiering op de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2016 boven het maximum van rubriek 3 voor een bedrag van 1 504 miljoen EUR aan vastleggingskredieten ter financiering van maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda;

C.  overwegende dat, naast het definitieve bedrag van 1 506 miljoen EUR boven het maximum voor rubriek 3, het Bemiddelingscomité dat bijeen was in het kader van de begroting 2016 instemde met het voorstel van de delegatie van het Parlement om nog eens een bedrag uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ter hoogte van 24 miljoen EUR boven het plafond van rubriek 4, voor het nemen van maatregelen in verband met de externe dimensie van de uitdagingen die de vluchtelingencrisis met zich meebrengt;

D.  overwegende dat het totaalbedrag van het flexibiliteitsinstrument voor het begrotingsjaar 2016, met inbegrip van de ongebruikte bedragen van de begrotingsjaren 2014 en 2015, daarmee volledig is gebruikt;

1.  wijst erop dat de maxima voor 2016 voor rubriek 3 en 4 geen ruimte bieden voor een adequate financiering van urgente maatregelen op het gebied van migratie en vluchtelingen;

2.  stemt er daarom mee in middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking te stellen voor een bedrag van 1 530 miljoen EUR aan vastleggingskredieten;

3.  stemt verder in met de voorgestelde toewijzing van de overeenkomstige betalingskredieten, te weten 734,2 miljoen EUR in 2016, 654,2 miljoen EUR in 2017, 83 miljoen EUR in 2018 en 58,6 miljoen EUR in 2019;

4.  herhaalt dat het gebruik van dit instrument, waar artikel 11 van de MFK-verordening in voorziet, eens te meer aantoont dat de begroting van de Unie absoluut flexibeler moet zijn; wijst erop dat de beschikbaarstelling van deze bijkomende kredieten slechts mogelijk is dankzij de overdracht van ongebruikte bedragen van het flexibiliteitsinstrument in de begrotingsjaren 2014 en 2015; benadrukt dat geen bedrag overgedragen zal worden naar het begrotingsjaar 2017, waarmee de beschikbaarstelling van bedragen uit het flexibiliteitsinstrument in 2017 beperkt zal blijven tot het jaarlijkse maximum van 471 miljoen EUR (in prijzen van 2011);

5.  herhaalt zijn traditionele standpunt dat, onverminderd de mogelijkheid om via het flexibiliteitsinstrument betalingskredieten voor specifieke begrotingslijnen beschikbaar te stellen zonder eerst middelen vast te leggen, de betalingen die voortvloeien uit eerder via het flexibiliteitsinstrument beschikbaar gestelde vastleggingskredieten alleen buiten de maxima kunnen worden geboekt;

6.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

7.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de vluchtelingencrisis

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5), en met name punt 12,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Artikel 11 van Verordening (EU, EURATOM) nr. 1311/2013(6) biedt de mogelijkheid het flexibiliteitsinstrument tot een jaarlijks maximum van 471 miljoen EUR (prijzen van 2011) in te zetten om nauwkeurig bepaalde uitgaven te financieren die niet binnen het beschikbare maximum voor een of meer andere rubrieken kunnen worden gefinancierd,

(2)  In verband met urgente behoeften is het noodzakelijk aanzienlijke extra kredieten ter beschikking te stellen om maatregelen te financieren ter verlichting van de migratie- en vluchtelingencrisis.

(3)  Nadat alle mogelijkheden tot herschikking van kredieten onder het uitgavenmaximum voor rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) en rubriek 4 (Europa als wereldspeler) zijn onderzocht, is het nodig middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ter aanvulling van de middelen op de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, boven de maxima van rubriek 3 met 1 506 miljoen EUR en van rubriek 4 met 24 miljoen EUR, ter financiering van maatregelen op het gebied van migratie en vluchtelingen. Daarvoor moeten ongebruikte jaarlijkse bedragen van het flexibiliteitsinstrument van de begrotingsjaren 2014 en 2015 worden gebruikt.

(4)  Op basis van het verwachte betalingsprofiel moeten de met het gebruik van het flexibiliteitsinstrument corresponderende betalingskredieten worden verdeeld over verschillende begrotingsjaren. De kredieten worden geraamd op 734,2 miljoen EUR in 2016, 654,2 miljoen EUR in 2017, 83,0 miljoen EUR in 2018 en 58,6 miljoen EUR in 2019,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel

1.  Voor de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 wordt uit het flexibiliteitsinstrument 1 506 miljoen EUR aan vastleggingskredieten in rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) en 24 miljoen EUR aan vastleggingskredieten in rubriek 4 (Europa als wereldspeler) beschikbaar gesteld.

Deze bedragen zullen worden gebruikt ter financiering van maatregelen om de vluchtelingencrisis aan te pakken.

2.  Op basis van het verwachte betalingsprofiel worden de met het gebruik van het flexibiliteitsinstrument corresponderende betalingskredieten als volgt verdeeld:

734,2 miljoen EUR in 2016;

654,2 miljoen EUR in 2017;

83,0 miljoen EUR in 2018;

58,6 miljoen EUR in 2019.

De specifieke bedragen voor elk begrotingsjaar worden goedgekeurd in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.11.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Janusz Lewandowski, Stanisław Ożóg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bogdan Brunon Wenta

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 103 van 22.4.2015, blz. 1.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0376.

(5)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(6)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

Juridische mededeling - Privacybeleid