Procedure : 2015/2295(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0363/2015

Ingediende teksten :

A8-0363/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2015 - 11.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0454

VERSLAG     
PDF 185kWORD 104k
10.12.2015
PE 571.687v02-00 A8-0363/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag van Ierland – EGF/2015/006 IE/PWA International)

(COM(2015)0555 – C8-0329/2015 – 2015/2295(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Victor Negrescu

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag van Ierland – EGF/2015/006 IE/PWA International)

(COM(2015)0555 – C8-0329/2015 – 2015/2295(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0555 – C8-0329/2015),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0363/2015),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 2 december 2013 wat betreft het nemen van besluiten om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te maken;

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat Ierland aanvraag EGF/2015/006 IE/PWA International heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 108 ontslagen bij PWA International Ltd (PWAI) in NACE Rev. 2 - afdeling 33 (Reparatie en installatie van machines en apparaten)(4) in de regio van NUTS(5) niveau 2 Southern and Eastern Ireland, en overwegende dat naar verwachting alle ontslagen werknemers aan de maatregelen zullen deelnemen;

E.  overwegende dat de aanvraag niet voldoet aan de traditionele criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening wat betreft het aantal ontslagen en wordt ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, van die verordening, die een afwijking onder uitzonderlijke omstandigheden toelaten;

1.  is het met de Commissie eens dat de argumenten die Ierland naar voren brengt de kwalificatie "uitzonderlijke omstandigheden" rechtvaardigen en dat Ierland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 442 293 EUR op grond van die verordening;

2.  merkt op dat de Ierse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage van het EFG op 19 juni 2015 indienden en dat de Commissie op 6 november 2015 haar beoordeling heeft afgerond; is verheugd dat de evaluatie binnen vijf maanden is afgerond;

3.  wijst erop dat PWAI in 1989 in Rathcoole, Co Dublin is opgericht als een joint venture tussen United Technologies Corporation en Lufthansa Technik Airmotive Ireland;

4.  wijst erop dat Ierland zich in de jaren '90 is gaan specialiseren in de sector reparatie, onderhoud en revisie (ROR), met goede resultaten, maar daardoor kwetsbaar werd voor de recente ontwikkeling om ROR-activiteiten dichtbij wereldwijde centra van luchtvaartexpansie te vestigen, d.w.z. in Azië, alsook voor de negatieve gevolgen van wereldwijde handelsovereenkomsten; wijst op de twee andere EFG-aanvragen van Ierland voor de sector reparatie en installatie van machines en apparaten(6) als bewijs van deze kwetsbaarheid; wijst er ook op dat de ROR-activiteiten in Europa, en met name in Ierland, zwaar te lijden hadden onder de sluiting in 2009 van SR Technics en de sluiting in 2014 van Lufthansa Technik Airmotive Ireland, waardoor ongeveer 1520 arbeidsplaatsen verloren gingen;

5.  wijst erop dat hoewel de werkloosheid in Zuid-Dublin slechts iets hoger (11,61 %) ligt dan het nationale gemiddelde (10,83 %), dit niet wegneemt dat er lokaal soms sprake is van aanzienlijke achterstand en dat de sluiting van PWAI ernstige gevolgen heeft gehad voor de werkgelegenheid en de plaatselijke, regionale of nationale economie op basis van de reeds moeilijke situatie in de regio, samen met het cumulatieve effect van drie grote sluitingen in de ROR-sector in korte tijd;

6.  is het ermee eens dat de reeds moeilijke situatie in de regio, samen met het cumulatieve effect van drie grote sluitingen in de ROR-sector in korte tijd, en het feit dat er in deze sector in heel Ierland geen werkgevers meer overblijven, een afwijking van de drempel van 500 ontslagen als vastgelegd in artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening rechtvaardigen; herhaalt in dit verband zijn aanbeveling aan de Commissie om ofwel de criteria voor afwijking van artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening te verduidelijken, ofwel de drempel van 500 ontslagen werknemers te verlagen;

7.  is verheugd dat de Ierse autoriteiten op 22 mei 2015 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen teneinde de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

8.  verwelkomt daarnaast het feit dat 108 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) en die op de datum van de indiening van de aanvraag jonger waren dan 25 jaar, toegang hebben tot de door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening;

9.  wijst erop dat Ierland vijf soorten maatregelen plant voor ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: (i) loopbaanbegeleiding en beroepsoriëntatie; (ii) opleidingsbeurzen van het EFG, (iii) programma's voor opleiding en aanvullend onderwijs, (iv) programma's voor hoger onderwijs en (v) tijdelijke vergoedingen; beveelt aan dat dit EFG-programma een vergelijkbare opzet heeft met het EFG-programma voor SR Technics, dat positieve resultaten heeft opgeleverd, aangezien in september 2012, minder dan twaalf maanden na de afloop van het programma, 53,45 % van de begunstigden een nieuwe baan had gevonden; merkt op dat de uitgaven voor deze acties van 22 mei 2014 tot en met 19 juni 2017 voor een financiële bijdrage uit het EFG in aanmerking zullen komen;

10. is ingenomen met de verscheidenheid van de opleidingsactiviteiten voor de begunstigden; merkt op dat de steunmaatregelen voor ondernemingen en zelfstandigen slechts voor een beperkt aantal begunstigden beschikbaar zullen zijn;

11. merkt op dat volgens de raming van de autoriteiten slechts 24,81 % van de kosten bestemd is voor in de tijd beperkte toelagen, wat ver onder het maximaal toegestane niveau van 35 % van alle kosten ligt;

12.  wijst erop dat het gecoördineerde pakket van individuele diensten werd opgesteld in overleg met de sociale partners;

13.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

14.  herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

15.  wijst erop dat de Ierse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen zodat bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en te voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

16.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich brengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

17. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat beslissingen inzake het handelsbeleid worden onderzocht vanuit het perspectief van de mogelijke gevolgen ervan voor de arbeidsmarkt in de Unie;

18. betreurt dat wordt voorgesteld middelen uit het EFG beschikbaar te stellen voor slechts 108 ontslagen werknemers die van het instrument gebruik kunnen maken, en wijst erop dat een ruimere interpretatie van artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening wellicht niet passend is;

19. merkt op dat dit voorstel middelen uit het EFG beschikbaar wil stellen voor daadwerkelijk het kleinste aantal ontslagen werknemers dat tot dusver is voorgesteld;

20. wijst erop dat bijna 80 % van de ontslagen werknemers tussen 30 en 54 jaar is en dus op de arbeidsmarkt een zeer inzetbare groep vormt met een lager risico voor langdurige werkloosheid;

21. wijst erop dat alle 108 ontslagen gevallen zijn in de economische sector die is ingedeeld als "reparatie en installatie van machines en apparaten", en meer bepaald vliegtuigstraalmotoren, wat betekent dat de werknemers over vaardigheden en aanpassingsvermogen voor de arbeidsmarkt beschikken;

22. benadrukt dat de gedwongen ontslagen plaatsvonden in Rathcoole, dat gelegen is in de buurt van Dublin, een economisch en industrieel centrum waar sprake is van dalende werkloosheid, meer bedrijfsactiviteit en algemene economische groei;

23. vestigt de aandacht op het feit dat elke verwijzing naar aanvraag EGF/2009/021 IE/SR Technics te ver gaat omdat dit dossier reeds dateert van 2009;

24.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

25.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering(aanvraag van Ierland – EGF/2015/006 IE/PWA International)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(7), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(8), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing van de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013(9) van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 19 juni 2015 heeft Ierland aanvraag EGF/2015/006 IE/PWA International ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij PWA International Ltd en een leverancier in Ierland. Ierland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van die Verordening.

(4)  Ierland heeft besloten om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 ook te verlenen aan 108 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET´s).

(5)  Aangezien de ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de plaatselijke, regionale of nationale economie, wordt de aanvraag van Ierland overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 als ontvankelijk beschouwd.

(6)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 442 293 EUR te leveren aan de door Ierland ingediende aanvraag.

(7)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 442 293 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling]*.

(10)Gedaan te ,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(11) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(12) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(13) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt er een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor PWA International en het voorstel van de Commissie

Op 6 november heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Ierland om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen bij PWA International Ltd, werkzaam in NACE Rev. 2-afdeling 33 (Reparatie en installatie van machines en apparaten), alsmede voor de integratie op de arbeidsmarkt van 108 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET´s).

Deze aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 442 293 EUR uit het EFG voor Ierland is de zestiende die in het kader van de begroting 2015 wordt behandeld. De aanvraag betreft 108 werknemers die zijn ontslagen bij PWA International. De aanvraag werd op 19 juni 2015 bij de Commissie ingediend en tot en met 14 augustus 2015 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

De Ierse autoriteiten stellen dat de ontslagen bij PWA International het gevolg waren van de sluiting van PWAI, na het besluit van het bedrijf om de activiteiten van de onderneming in Noord-Amerika en Azië te consolideren ten gevolge van de ontwikkeling om ROR-activiteiten dichtbij wereldwijde centra van luchtvaartexpansie te vestigen, alsmede van de negatieve gevolgen van wereldwijde handelsovereenkomsten.

De individuele dienstverlening aan de ontslagen werknemers bestaat uit vijf soorten maatregelen: (i) loopbaanbegeleiding en beroepsoriëntatie; (ii) opleidingsbeurzen van het EFG, (iii) programma’s voor opleiding en aanvullend onderwijs, (iv) programma’s voor hoger onderwijs en (v) tijdelijke vergoedingen;

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Ierse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd,

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan,

–  de voorgestelde maatregelen zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de Structuurfondsen worden gefinancierd,

–  de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Ierland heeft meegedeeld dat de bron van nationale voor- of medefinanciering het Iers Ministerie van Financiën is, dat het programma ook zal medefinancieren. De uitgaven zullen worden geboekt ten laste van het National Training Fund en relevante uitgavenposten van het Ministerie van Onderwijs en Beroepsopleiding en andere betrokken ministeries.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 442 293 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het zestiende voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot dusver in 2015 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/jb D(2015)55353

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2015/006 IE/PWA International - aanvraag van Ierland (COM(2015)0555)

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2015/006 IE/PWA International onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat de aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 108 werknemers van PWA International Ltd. en van één leverancier, bedrijven die actief zijn in de NACE Rev. 2 - afdeling 33 ("reparatie en installatie van machines en apparaten") in de regio zuidelijk en oostelijk Ierland, die werkloos zijn geworden binnen de referentieperiode die liep van 19 december 2014 tot 19 april 2015; overwegende dat de aanvraag ook betrekking heeft op 108 jongeren die niet werken en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's);

B) overwegende dat, om het verband aan te tonen tussen de gedwongen ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, Ierland aanvoert dat de sluiting van PWAI, een bedrijf voor onderhoud, reparatie en revisie van vliegtuigen en een joint venture tussen United Technologies Corporation's Pratt & Whitney (P&W) en Singapore Airlines Engineering Company (SIAEC), paste in het kader van de consolidatie van de activiteiten van het bedrijf in Noord-Amerika en Azië door de gefaseerde overbrenging van PWAI naar andere reparatielocaties binnen het P&W-netwerk, namelijk P&W PSD in Arkansas (Verenigde Staten) en Eagle Services Asia in Singapore;

C) overwegende dat in de afgelopen 10 jaar klanten uit Azië goed waren voor ongeveer 50 % van de omzet van PWAI, dat het bedrijf zo'n 40 % van zijn omzet verwezenlijkte voor klanten in de VS en slechts 10 % voor Europese klanten;

D) overwegende dat de overgrote meerderheid (90,74 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 9,26 % vrouw; overwegende dat 78,7 % van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is, en 15,74 % tussen de 55 en 64 jaar.

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Ierse aanvraag op te nemen:

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 en dat Ierland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2. wijst erop dat de afwijking van artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening in dit dossier betrekking heeft op een aantal gedwongen ontslagen dat aanzienlijk lager is dan de drempel van 500 ontslagen; aanvaardt het argument van de Ierse autoriteiten voor deze afwijking en is ingenomen met het feit dat de aanvraag vergezeld gaat van maatregelen om een gelijk aantal NEET's te ondersteunen;

3. merkt op dat, aangezien de ontslagen bij PWAI later hebben plaatsgevonden dan die bij Lufthansa Technik – dat in dezelfde sector actief was – deze werknemers niet konden worden opgenomen in een sectorale aanvraag voor de ontslagen in de twee ondernemingen samen; is daarom van mening dat deze gedwongen ontslagen enkel in deze afzonderlijke aanvraag kunnen worden behandeld;

4. wijst erop dat PWAI misschien de negatieve gevolgen heeft ondervonden van het ontbreken van een bepaling in de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea die voor herstelde goederen voorziet in vrijstelling van douanerechten bij herinvoer; vestigt de aandacht op een dergelijke bepaling in de vrijhandelsovereenkomst tussen de VS en Korea, waardoor Amerikaanse bedrijven preferentiële voorwaarden genieten en waardoor PWAI marktaandeel kan hebben verloren aan Amerikaanse bedrijven die in dezelfde sector actief zijn;

5. is ingenomen met de verscheidenheid van de opleidingsactiviteiten voor de begunstigden; merkt op dat de steunmaatregelen voor ondernemingen en zelfstandigen slechts voor een beperkt aantal begunstigden beschikbaar zullen zijn;

6. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat beslissingen inzake het handelsbeleid worden onderzocht vanuit het perspectief van de mogelijke gevolgen ervan voor de arbeidsmarkt in de EU;

7. merkt op dat volgens de raming van de autoriteiten slechts 24,81 % van de kosten bestemd is voor in de tijd beperkte toelagen, wat ver onder het maximaal toegestane niveau van 35 % van alle kosten ligt;

8. herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een hulpbronnenefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Fungerend voorzitter, eerste ondervoorzitter

c.c. Thomas Händel

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Mijnheer de voorzitter,

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Er is een Commissievoorstel voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen, voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 10 december 2015 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-  COM(2015)0555 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor een bedrag van 442 293 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 108  werknemers die zijn ontslagen in de sector "reparatie en installatie van machines en apparaten" in zuidelijk en oostelijk Ierland, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Eleftherios Synadinos, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Marco Zanni, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Andrey Novakov, Marco Valli

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).

(5)

  Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

(6)

EGF/2014/016 IE/Lufthansa Technik (COM(2013)0047) en EGF/2009/021 IE/SR Technics (COM(2010)0489).

(7)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(8)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(9)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(10)

*   Datum in te voegen door het Parlement vóór de publicatie in het PB.

(11)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(12)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(13)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid